﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:26808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:26808"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease / tussenpersoon / vergunningplichtige advisering, terwijl tussenpersoon die vergunning niet had / onrechtmatig handelen door Dexia door overeenkomsten aan te gaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 6522885 RL EXPL 17-30325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Halk</contributor><issued>2026-01-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2398"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 75 uren voor zware mishandeling van een baby. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging, ondanks een forse overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02/298540-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.A.E. Dekker, E.G.F. Vliegenberg, R.J.H. Goossens</contributor><issued>2024-04-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2880</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:496"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De maatschap is over de jaren 2019 en 2020 gecontroleerd op naleving van de gebruiksnormen en derogatievoorwaarden. De minister heeft besloten tot intrekking derogatievergunning en boetes opgelegd wegens overtreding van gebruiksnormen. Het College vernietigt de uitspraak van de rechtbank wegens verdere overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak wordt voor het overige bevestigd. De maatschap heeft niet met voldoende controleerbare bedrijfsspecifieke gegevens onderbouwd waarom de door de minister gehanteerde algemene methode van mestproductiebepaling in haar geval te hoog uitvalt. Verder slaagt het betoog van de maatschap niet dat in haar geval de gasvormige verliezen voor graasdieren groter zijn dan waar de minister vanuit is gegaan. Evenmin slaagt het betoog dat de voorraad vaste mest te hoog is vastgesteld. Ambtshalve heeft het College geoordeeld dat er aanleiding is voor aanvullende matiging van 5% wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/126H</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J. Jacobs, mr. M.L. Noort, mr. R.W.L. Koopmans</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2880"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdzaak. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart - anders dan de rechtbank heeft gedaan - bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag op een kind van enkele maanden oud. Hoewel het hof zich in belangrijke mate kan vinden in de bewijsoverwegingen van de rechtbank komt het hof tot een andere weging dan de rechtbank voor wat betreft de vraag of de verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer bewust heeft aanvaard en – in het verlengde daarvan – of de feitelijke gedragingen van de verdachte aldus een ‘poging tot doodslag’ opleveren. Het hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 75 uren subsidiair 37 dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-003115-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2398</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1684</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1684</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1684"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Efrecht. Vervolg van HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1531. Uitleg van uiterste wilsbeschikking. Klachten over achterwege blijven van bewijslevering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02768</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:843</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1396</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1679</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1679</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1679"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Huwelijksvermogensrecht (art. 1:87 BW). Volstorting aandelen man vanaf gezamenlijke bankrekening na schenking vader van de vrouw op die bankrekening. Subsidiair standpunt van de vrouw dat haar een vergoedingsrecht toekomt ten belope van de helft van het geschonken bedrag; motiveringsgebrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:469</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1194</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14302"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing inbeslagneming toegestaan ex art. 98 lid 3 Sv: Een conceptversie van een testament vormt een essentiële voorwaarde voor de totstandkoming van het definitieve testament, waardoor een concept testament een zelfstandige betekenis krijgt en derhalve voorwerp van het strafbare feit kan uitmaken of tot het begaan daarvan kan hebben gediend. Het concept testament staat in een zodanig verband tot de verdenking, dat deze tot het begaan van het strafbare feit heeft gediend, zoals bedoeld in art. 98 lid 5 Sv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10.035173.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beslissing RC</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H.I. Kernkamp-Maathuis</contributor><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:28158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:28158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:28158"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen naamswijziging straatnaam - verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat sprake was van uiterste noodzaak om straatnaam te wijzigen - beroep gegrond - de rechtbank ziet echter geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en de naam 'Hoflaan' aan de straatnaam toe te wijzen zoals eiser wenst - ook ziet de rechtbank geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan eiser.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/3118</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A. Timmer</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1337"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar gemaakt in 2023 tegen drie besluiten uit 2008. Appellante stelt onder meer dat zij die besluiten nooit heeft gezien. Er kan gelet op het tijdsverloop van bijna 15 jaar niet meer in redelijkheid van het bestuursorgaan worden gevraagd de verzending van de besluiten uit 2008 aannemelijk te maken. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante op de hoogte moet zijn geweest van de rechtsgevolgen of in ieder geval de feitelijke gevolgen van de besluiten moet hebben ondervonden. In dit geval geen verschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2513 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1342"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toekennen WIA-uitkering aan werkneemster en vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant stelt dat de feitelijke verrichtte werkzaamheden passend zijn. Praktische schatting niet van toepassing. Appellante heeft niet duidelijk kunnen maken welke werkzaamheden werkneemster uitvoerde en in welke omvang. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in navolging van de arbeidsdeskundige geconcludeerd dat werkneemster ongeschikt is voor de maatgevende arbeid op 16 februari 2023 wegens overschrijding op de aspecten zitten en staan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1011 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1331"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene op 80 tot 100%. Betrokkene is niet geschikt voor haar laatste werk. De geselecteerde functies overschrijden de belastbaarheid van betrokkene. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Appellante is het niet een met de arbeidskundige beoordeling. De Raad verwijst naar zijn uitspraken van 2 maart 2023 waarin is geoordeeld dat uit door het Uwv verstrekte algemene informatie afdoende blijkt hoe het functiebestand in het CBBS wordt gevuld en geactualiseerd en hoe de automatische voorselectie werkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/721 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1301</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1301</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1301"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Strafontslag. Tijdens een personeelsfeest gooit appellant een bierflesje op de grond. Aan hem wordt de disciplinaire straf van ontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel dat deze straf niet evenredig is aan de ernst van het plichtsverzuim. Ook het ontslag op andere gronden houdt geen stand, omdat niet is gebleken van een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding binnen het team. De Raad voorziet zelf in de zaak, herroept het besluit van 27 juli 2022 en wijzigt de disciplinaire straf van ontslag in schorsing voor de duur van een jaar, met ingang van 27 juli 2022, met inhouding van de jaarvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1194 AW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30802"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AA Ethiopië. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister het asielmotief over de gestelde problemen vanwege de politieke overtuiging van eiser terecht ongeloofwaardig geacht. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.15905</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Smayel</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2026:247</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:247</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2026:247"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vertraging bevordering vanwege arbeidsongeschiktheid - bevordering naar schaal 7 terecht afgewezen - bezwaar ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202500530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Martijn</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30801"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag gezinshereniging moeder bij meerderjarige zoon afgewezen. Artikel 8 EVRM. Hoorplicht geschonden. Beroep gegrond. Mondelinge uitspraak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.45359</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Schaberg</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2026:248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2026:248"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eervol ontslag na reintegratietraject non-actieven - bezwaar ongegrond - herhaald bezwaar niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202503841 en AUA202504115</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Martijn</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30800"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen afwijzing visum kort verblijf. Beroep ongegrond. Geen schending hoorplicht. Mondelinge uitspraak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.49705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Schaberg</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30798"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroepen tegen terugkeerbesluiten. Artikelen 3 en 8 EVRM. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en vernietigt de bestreden besluiten, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand blijven. Mondelinge uitspraak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.29834, NL25.23381, NL25.23384, NL25.29841</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Schaberg</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30373"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; artikel 6, derde lid, Vw; voldaan is aan de voorwaarden voor toepassing van de maatregel; de rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de screening afgerond had moeten zijn alvorens eiser in de grensprocedure werd geplaatst; lichter middel is voldoende onderzocht; de rechtbank verwijst onder andere naar de uitspraak van de Afdeling ECLI:NL:RVS:2026:5077; geen aanleiding voor aanhouding; ook ambtshalve niet gebleken dat de maatregel onrechtmatig is; beroep is ongegrond; verzoek om schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54145</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30796"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Buitenbehandelingstelling. De minister heeft de asielaanvraag van eiser buiten behandeling kunnen stellen omdat eiser niet heeft onderbouwd zich, na een MOB-melding, te hebben gemeld bij de autoriteiten. Daarnaast heeft eiser door met onbekende bestemming te vertrekken, zijn aanvraag impliciet ingetrokken in de zin van artikel 28, eerste lid, aanhef en onder b van de Procedurerichtlijn. De minister is daarom aan een beoordeling van zijn persoonlijke risicoverhogende omstandigheden terecht niet toegekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.57401 en NL25.57402</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Schaberg</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30795"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. Vovo afgewezen. Asiel Turkije. Besluit is zorgvuldig genomen. Asielrelaas van eiser is ongeloofwaardig. Tegenstrijdige verklaringen en gebruik van vervalst document.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.12146 en NL26.12147</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Jansen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6624</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6624</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6624"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot herroeping. Artikelen 382 en 383 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.832/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herroeping</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30794"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Kennisgeving artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat in dit geval niet kon worden volstaan met een lichter middel. Daarnaast is de motivering ten aan zien van de vraag of het beginsel van non-refoulement aan zijn bewaring en uitzetting in de weg staat voldoende. Verder is een verlengingsbesluit genomen binnen de gestelde termijn en is voldoende duidelijk dat de termijn van achttien maanden nog niet is verstreken. De minister heeft daarom in de maatregel geen specifieke motivering hoeven geven in het kader van het arrest Aroja. Tot slot heeft de minister zijn inspanningsverplichting, om te voorkomen dat eiser na zijn strafrechtelijke detentie in vreemdelingenbewaring zou worden gesteld, geschonden. De rechtbank is van oordeel dat de daaropvolgende belangenafweging in dit geval uitvalt in het voordeel van de minister. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7232"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na tussenvonnis. Vorderingen in conventie en in reconventie worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/591873 / HA ZA 25-213</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30793"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Beroep gegrond. De minister heeft eiser ten onrechte niet gehoord in bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.11471 en NL25.11472</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.G. Vegter-Fieten</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30873</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30873</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30873"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft onderbouwd dat de eiseres is ondergedoken om overdracht te voorkomen. Het niet-nakomen van de meldplicht en het vertrek bij het COa zijn onvoldoende onderbouw, terwijl eiseres wél bij gesprekken met de DT&amp;V is verschenen. Bovendien is het besluit onzorgvuldig voorbereid doordat de minister pas ná het besluit extra informatie heeft opgevraagd. Het bestreden besluit heeft daardoor een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.36216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.L. Korlaar</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14408"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van verkrachting in een eerdere periode wegens ontbreken steunbewijs. Tevens vrijspraak van belaging: Berichten naar aard, duur, frequentie en intensiteit onvoldoende voor bewezenverklaring. Veroordeling voor opzetverkrachting. Gevangenisstraf 30 mnd met aftrek, 38v-maatregel en DUT.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10.240220.25 en 10-058537-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Bouter, mr. A.M. van der Leeden, mr. E. Stam</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14382"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Benoeming vereffenaar. Artikel 4:203 lid 1 onder b BW. Op verzoek van een belanghebbende, namelijk de onterfde kinderen. Verzoekers zijn schuldeisers, want zij hebben een vordering op de nalatenschap bestaande uit hun legitieme portie in de nalatenschap van hun vader. Ook zijn verzoekers legitimarissen in de nalatenschap van de overledene, zijnde hun moeder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/722562 / HA RK 26-651</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Steenderen-Koornneef</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2917"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst winkelruimte voor 10 jaar met breakoptie na 5 jaar (in te roepen na 4 jaar) .Voortijdig verlaten winkel door huurder na iets minder dan 6 jaar wegens betalingsproblemen. Ontbinding huurovereenkomst door kantonrechter en betalingsveroordeling. Geen bestuurdersaansprakelijkheid van (middellijk) bestuurders van huurder op grond van het niet-informeren van de verhuurder van de betalingsproblemen of van de verlieslatendheid van de winkel, op grond van het niet-gebruikmaken van de breakoptie of van het aangaan van nieuwe verplichtingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.494/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30875"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Colombia, sociaal leider, problemen met de FARC, beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.13835 en NL24.13836</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Smayel</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:7960</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7960</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:7960"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Provisionele vordering ex artikel 223 Rv. Voorschot op schadevergoeding wegens non-conformiteit van een koopwoning in de hoofdzaak. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2026:2819, ECLI:NL:RBMNE:2026:7198)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/597847 / HL ZA 25-201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Baken</contributor><issued>2026-06-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2819"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koop tot woning omgebouwd bedrijfspand. Handhaving gemeente i.v.m. niet-naleving omgevingsvergunning. Non-conformiteit. Uitlaten hoogte herstelkosten. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2025:7960, ECLI:NL:RBMNE:2026:7198)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/597847 / HL ZA 25-201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.R. van der Vos</contributor><issued>2026-06-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7198"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis. Schadebegroting in verband met gebreken aan gekochte woning. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2025:7960, ECLI:NL:RBMNE:2026:2819)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/597847 / HL ZA 25-201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.R. van der Vos</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10330"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 43-jarige man is vrijgesproken van een rol bij de invoer van circa 144 kilo hennep in vereniging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-014899-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30380</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30380</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30380"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; artikel 6, eerste en tweede lid, Vw; gronden voor toegangsweigering niet bestreden; gronden voor maatregel deels bestreden; dat bepaalde omstandigheden voor veel asielzoekers geldt betekent niet dat ze niet tegengeworpen mogen worden; lichter middel; niet gebleken dat de grensdetentie onevenredig bezwarend is; geen aanleiding voor aanhouden; beroepen zijn ongegrond; verzoek om schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54116</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14396"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">luchtvaartzaak; Vervoerder moest door weersomstandigheden uitwijken en heeft de passagiers vervolgens per bus vervoerd naar hun eindbestemming; geslaagd beroep op buitengewone omstandigheden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11950285 CV EXPL 25-23699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30898</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30898</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30898"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35376 en NL26.35377</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7231</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7231</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7231"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling, door de aangever te schoppen in het gezicht, waardoor de aangever een gebroken kaak heeft opgelopen. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 6 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde een contactverbod met de aangever. Geen 38v-maatregel. De rechtbank neemt ook een beslissing op de vordering van de benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16-151104-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.R.H. Koekoek, mr. J.E.S. Dolmans, M. Coenen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30902"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AA, NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.53282 en NL26.2400</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Velzen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:4522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:4522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:4522"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">- huurregime onbemand tankstation; bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7:290 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: KL-10934082 \ CV EXPL 24-801 E</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2024-12-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2854"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Heeft een functionaris (eerst als werknemer later als bestuurder) jegens de vennootschap onrechtmatig gehandeld door met gebruik van valse facturen en buitenlandse entiteiten geld te onttrekken en daar persoonlijk van te profiteren? Hof gaat op grond van de beschikbare stukken voorshands uit van de juistheid van het standpunt van de eisende partij. De functionaris mag dit vermoeden ontzenuwen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.460/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14395"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">luchtvaartzaak; toepassing Peskova-arrest</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12153761 CV EXPL 26-7868</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30384"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; artikel 59b Vw; beroep tegen de ophouding en tegen de maatregel; niet gebleken dat de ophouding op grond van artikel 50, derde lid, Vw onrechtmatig is geweest; maatregel reeds opgeheven; sprake van duidelijke aanknopingspunten dat op eiser de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is, dus onjuiste grondslag; oplegging maatregel onrechtmatig; beroep tegen de ophouding ongegrond; beroep tegen de maatregel gegrond; schadevergoeding toegekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.53583 en NL26.53665</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30382"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring: artikel 59b Vw; niet bestreden grond zijn voldoende om de maatregel te dragen; ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel; beroep is ongegrond; verzoek om schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54077</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7181"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Facturen onderaannemer/aannemer en tegenvordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12142232 \ UC EXPL 26-2300</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A.T. Werner</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7230"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vijf strafbare feiten: hij heeft een stuk vuurwerk tot ontploffing gebracht op de ringdeurbel van zijn buurman, hij heeft gevaar op de weg veroorzaakt en heeft de plaats van het daaropvolgende ongeval verlaten (overtreding artikel 5 en artikel 7 Wegenverkeerswet) en hij heeft een ploertendoder en munitie voorhanden gehad. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 16 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Voor de overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet legt de rechtbank een voorwaardelijke taakstraf op van 20 uren. De rechtbank legt daarnaast een contactverbod op grond van artikel 38v Sr op (dadelijk uitvoerbaar). Ook neemt de rechtbank beslissingen op het beslag en de vordering van de benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16-138400-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.R.H. Koekoek, mr. J.E.S. Dolmans, M. Coenen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30905"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35660</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7480</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7480</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7480"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De bewindvoerder raagt machtiging voor de aanschaf van een tweedehands bed voor betrokkene. Het tweedehands bed betreft het bed van de moeder van betrokkene. Dit bed heeft betrokkene een week voor het overlijden van moeder gekregen. De kantonrechter kan enkel vaststellen dat betrokkene een tweedehands bed heeft gekregen van zijn overleden moeder, niet dat hij de dagwaarde van het tweedehands bed moet betalen aan de erfgenamen van moeder. Verzoekster heeft namelijk geen onderbouwing verstrekt van de gestelde mondelinge afspraak van de betaling aan de erfgenamen, die moeder met verzoekster gemaakt zou hebben. Ook uit het testament blijkt niet dat moeder dit bij uiterste wilsbeschikking heeft bepaald. De kantonrechter zal daarom het verzoek afwijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000189910:B001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8071"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op verzoek eenhoofdig gezag aangehouden in afwachting van een raadsonderzoek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/446731 FA RK 26-1699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30377"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; artikel 6, derde lid, Vw; voldaan is aan de voorwaarden voor toepassing van de maatregel; de rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de screening afgerond had moeten zijn alvorens eiser in de grensprocedure werd geplaatst; lichter middel is voldoende onderzocht; de rechtbank verwijst onder andere naar de uitspraak van de Afdeling ECLI:NL:RVS:2026:5077; geen aanleiding voor aanhouding; ook ambtshalve niet gebleken dat de maatregel onrechtmatig is; beroep is ongegrond; verzoek om schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30379"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; artikel 59, lid 1, onder a, Vw; gronden niet betwist; lichter middel; van onzorgvuldigheid in het voortraject is niet gebleken; voldoende gedragen is toegelicht dat de medische omstandigheden geen aanleiding geven om van de maatregel af te zien; ambtshalve toetsing leidt niet tot ander oordeel; beroep is ongegrond; verzoek om schadevergoeding is afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54130</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10876"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Ontslag op staande voet wegen urenfraude / dagdieverij. Verzoeken van werknemer om gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding worden afgewezen. Werknemer heeft geen verklaring voor de registratietijden. Afspraak dat werknemer met werk kon stoppen zodra ze klaar was, niet vast komen te staan. Tegenverzoeken werkgever tot betaling van gefixeerde schadevergoeding en onterecht uitbetaalde uren toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12241486 \ AZ VERZ 26-76</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11127"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Verschil tussen gewerkte en uitbetaalde uren. De door de werkgever erkende uren worden toegewezen. Werknemer heeft de andere uren onvoldoende onderbouwd. Voor de berekening van de transitievergoeding moeten ook de maandelijks uitbetaalde vakantieuren worden meegenomen. Besluit loonbegrip.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12267906 \ AZ VERZ 26-83</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10638"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opzegverbod staat aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg. Beroep op de uitzonderingen uit artikel 7:671b lid 6 BW slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12323912 \ AZ VERZ 26-103</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10729"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding Ontruiming woonruimte toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12380061 \ CV EXPL 26-4948</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10996</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10996</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10996"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering wedertewerkstelling. Belangenafweging tussen belang werknemer om overeengekomen arbeid uit te voeren en belang werkgever om organisatie naar eigen wens in te richten. Geen ontslagvergunning UWV. Belang werkgever weegt zwaarder. Vordering afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12371958 \ CV EXPL 26-4843</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:400"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Cassatie in belang der wet. Faillissementsrecht. Faillissementsgijzeling (art. 87 Fw). Kan rechter bij inbewaringstelling contactbeperkingen opleggen aan gefailleerde? Contactbeperkingen 'voorzien bij wet' als bedoeld in art. 8 lid 2 EVRM?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02800</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie in het belang der wet, Beschikking</description><issued>2026-03-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1066</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2014:1310</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:793"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht; rentederivaat. Beroep op dwaling (art. 6:228 BW) en (bijzondere) bancaire zorgplicht. Omvang en inhoud mededelingsplicht. Informatieverstrekking over rentevisie van bank. Motivering. Passeren bewijsaanbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01528</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:155</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:103</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:596"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht; onrechtmatige daad (art. 6:162 BW; art. 6:163 BW). Europees recht; mededingingsrecht. Handelt dochtermaatschappij die inbreuk maakt op mededingingsrecht, onrechtmatig jegens moedermaatschappij aan wie als onderdeel van 'onderneming' boete wordt opgelegd? Regres voor betaalde boete door moedermaatschappij op dochtermaatschappij die daadwerkelijk inbreukmakende handelingen heeft verricht?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-04-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1412</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:999</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2480</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2480</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2480"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 141, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Het hof Het hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen jeugddetentie. Voorts wijst het hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002956-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T. van de Woestijne, S.V. Pelsser, A.C. van Campen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ7836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ7836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ7836"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vermogensrecht. Verkrijging door extinctieve verjaring ex art. 3:105 BW? Motivering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/13564</description><issued>2009-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHLEE:2007:BB2285</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ7836</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ7836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ7836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ7836"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vermogensrecht. Verkrijging door extinctieve verjaring ex art. 3:105 BW? Motivering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/13564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Beukenhorst mr. O. de Savornin Lohman mr. A. Hammerstein mr. F.B. Bakels mr. W.D.H. Asser</contributor><issued>2009-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ7836</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHLEE:2007:BB2285</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7117</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7117</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7117"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanvaring op volle zee tussen vissersschip en tankerschip – toepasselijkheid Colregs – beide schepen schuld aan de aanvaring – vissersschip was niet bezig met uitoefening van visserij, was niet zichtbaar op radar, heeft geen goede uitkijk gehouden – het tankerschip heeft ook een onvoldoende goede uitkijk gehouden – schuldverdeling 75-25% ten gunste van het tankerschip – door partijen ingestelde incidentele vorderingen tot inzage worden afgewezen met compensatie van de kosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/706025 / HA ZA 25-730</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L. Spierings</contributor><issued>2026-07-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:2836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:2836"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis in vervoerszaak. Verduisterde lading. Aansprakelijkheid vervoerders gebaseerd op artikel 3 juncto 29 CMR. Exhibitievorderingen ex artikel 195 Rv vervoerders ten opzichte van hoofdvervoerder. Nadere inlichtingen gewenst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/348011 / HA ZA 25-538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-04-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:4234</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:4234</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:4234"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Rijnvaartzaak. Aanvaring op de Waal. Aansprakelijkheid voor schade op grond van art. 8:544 / art. 8:1005 BW. Handelen in strijd met art. 6.03 leden 1 en 3, 6.09 lid 1 en 1.04 aanhef en sub b RPR</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 444678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.L. van de Sande</contributor><issued>2026-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:1484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:1484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:1484"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zeerecht. Hoger beroep van ECLI:NL:RBROT:2018:683. Bijdrage in averij-grosse na hulpverlening op de Bosporus. Gevaar in de zin van de YAR. Engels recht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.241.234/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-07-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:683</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1237</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9214"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">benoeming maritiem gerechtsdeskundige”?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/ 716229 KG RK 26-283</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2158"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser stelt een Rolex horloge te hebben laten opsturen door gedaagde, welke vervolgens kwijt is geraakt. De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen, omdat niet vast komt te staan dat daadwerkelijk een horloge is opgestuurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11799564 \ UC EXPL 25-5925</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Ramsaroep</contributor><issued>2026-05-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:4229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:4229"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort Geding - opheffing beslag - gedeeltelijke toewijzing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/715624 - KG ZA 26-194</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A.M. Cooijmans</contributor><issued>2026-04-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:3217</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3217</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:3217"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervoersrecht. Gedaagde heeft aangevoerd dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om deze zaak te behandelen. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 3 december 2025 geoordeeld dat de vraag of de rechtbank op basis van het CMR verdrag bevoegd is, afhangt van de vraag of de overeenkomst tussen partijen naar Roemeens recht moet worden uitgelegd als een vervoersovereenkomst of een expeditie-overeenkomst. In dit vonnis oordeelt de rechtbank dat naar Roemeens recht sprake is van een expeditie-overeenkomst en dat rechtbank daarom niet bevoegd is van het geschil kennis te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/435495 / HA ZA 25-295 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-05-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:11830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:11830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:11830"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De wrakingskamer heeft het wrakingsverzoek van verzoekster toegewezen. De rechter had eerder als rechter-commissaris een beschikking gegeven waarin zij zich al inhoudelijk had uitgesproken over een punt dat ook centraal staat in de lopende verzetsprocedure. Omdat zij later als lid van de meervoudige kamer over hetzelfde onderwerp zou moeten oordelen, is sprake van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid. Dat er binnen de rechtbank weinig rechters met maritieme deskundigheid zijn, verandert hier niets aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/699596 /HARK 25-465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Fiege, Mr. F. Aukema-Hartog, mr. G.C. Bos</contributor><issued>2025-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:4479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:4479"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Managemantovereenkomst schip. Vordering tot betaling van facturen in conventie. Vordering tot schadevergoeding wegens tekortkomingen in reconventie. Vordering in conventie grotendeels toegewezen, in reconventie afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11577427 CV EXPL 25-829 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-06-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:476"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De staatssecretaris heeft een last onder dwangsom opgelegd omdat het Dolfinarium de dierentuinvergunning zou overtreden, door dieren bij dierpresentaties op commando onnatuurlijke of antropomorfe gedragingen te laten uitvoeren. Het College is van oordeel dat aan het dwangsombesluit geen deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag ligt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder e, van de dierentuinvergunning heeft overtreden. Schending zorgvuldigheidsbeginsel, vernietiging bestreden besluit, herroeping dwangsombesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. J.L.W. Aerts, mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1304"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De uitsluiting van een niet-PGB gefinancierde huishoudelijk werkster voor de Ziektewet is niet gerechtvaardigd. Betrokkene werkte voordat zij ziek werd vijf dagen per week bij zeven particuliere huishoudens voor in totaal gemiddeld 27,5 uur. Zij werd, anders dan de betrokkene in de uitspraak van 30 maart 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:481), niet betaald uit een PGB. Omdat zij voor geen enkele werkgever op vier of meer dagen per week werkte, was zij uitgesloten van de verplichte verzekering voor de Ziektewet. De Raad komt tot het oordeel dat deze uitsluiting ook voor deze niet-PGB dienstverleenster in strijd is met het verbod van discriminatie op grond van geslacht. De uitsluitingsbepaling treft overwegend vrouwen en het UWV heeft niet aangetoond dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat. Het UWV heeft namelijk niet kunnen onderbouwen dat de huidige uitsluitingsbepaling – die deel uitmaakt van de ‘Regeling dienstverlening aan huis’ - geschikt en noodzakelijk is om de gestelde doelen van bevordering van de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening en het voorkomen van illegale arbeid te behalen. De doelstelling van de uitsluiting, het tegengaan van zwart werk, wordt niet bereikt en voor het bereiken van de andere doelstelling, een positief werkgelegenheidseffect, is weinig bewijs te vinden. Bovendien zijn er (buitenlandse) alternatieven die niet tot indirecte discriminatie op grond van geslacht leiden. Er is nog geen begin gemaakt de bruikbaarheid van deze of andere alternatieven in Nederland te onderzoeken. De uitsluitingsbepaling moet buiten toepassing worden gelaten en het UWV moet een nieuw besluit nemen op de aanvraag om een ziektewetuitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1104 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5917"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 juli 2024 hebben de burgemeester van Stichtse Vecht en het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. [appellante] is de eigenaar van [café restaurant] aan het [locatie]. De burgemeester heeft [appellante] op 13 oktober 2023 een horeca-exploitatievergunning en alcoholvergunning verleend voor [café restaurant]. Op 25 april 2024 om 20.08 uur en op 21 juli 2024 om 17.31 uur hebben buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) controles uitgevoerd bij [café restaurant]. Zij hebben tijdens deze controles onder andere geconstateerd dat er waterpijpen werden verstrekt en dat er door de aanwezige gasten niet werd gedineerd. Volgens de burgemeester is dit in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening Stichtse Vecht (APV) en het Omgevingsplan Stichtse Vecht. De burgemeester en het college hebben [appellante] hierop op 30 juli 2024 een last onder dwangsom opgelegd, mede strekkende tot het binnen één week staken en gestaakt houden van het exploiteren van een shisha lounge, door de waterpijpen uit de horecagelegenheid te verwijderen en verwijderd te houden, of het aanbieden dan wel verstrekken van (waterpijp)rook- en tabakswaren te staken en gestaakt te houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505971/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:477"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Volgens de staatssecretaris stond de educatieve boodschap niet centraal tijdens een concert in het Dolfinarium en heeft het Dolfinarium daarmee de dierentuinvergunning overtreden. De staatssecretaris heef een last onder dwangsom opgelegd. Het College is van oordeel dat aan het dwangsombesluit geen deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag ligt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder c, van de dierentuinvergunning heeft overtreden. Schending zorgvuldigheidsbeginsel, vernietiging bestreden besluit, herroeping dwangsombesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. J.L.W. Aerts, mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1143"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opvragen machtiging bij advocaat. Aanvragen om bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtsbijstand. Het uitgangspunt is dat bij een advocaat niet om een machtiging wordt gevraagd. Dit uitgangspunt is niet beperkt tot het voeren van rechtsgedingen en geldt ook voor de aanvraagfase. Niet in geschil is dat het dagelijks bestuur wist dat mr. Van Aken advocaat is. Aldus moet ervan worden uitgegaan dat mr. Van Aken de verzoeken om bijzondere bijstand namens betrokkene heeft gedaan. Dit laat onverlet dat het dagelijks bestuur van betrokkene een verklaring mag verlangen waaruit blijkt dat hij, bij inwilliging van de aanvraag, ermee instemt dat de bijzondere bijstand wordt overgemaakt aan mr. Van Aken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2148 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5903</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5903</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5903"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 9 oktober 2025 heeft de commissie voor de examens (de examencommissie) het door [appellante] gemaakte thuistentamen PB0214, Psychologie van arbeid en gezondheid (het tentamen), ongeldig verklaard met verlies van drie tentamenkansen. Verder heeft de examencommissie haar het recht ontnomen op het judicium (summa) cum laude en met ingang van 9 oktober 2025 gedurende zes maanden het recht op deelname aan tentamen ontnomen voor alle cursussen uit het aanbod van de Open Universiteit. [appellante] volgt de bacheloropleiding Psychologie aan de Open Universiteit. Op 22 september 2025 heeft zij het tentamen afgelegd, waarbij surveillance via proctoring plaatsvond. Bij het terugkijken van de opname heeft de surveillant geconstateerd dat niet is voldaan aan twee vereisten, zoals opgenomen in bijlage 7 van Examenreglement 2025-2026, namelijk het maken van een 360 graden roomscan, en het alleen aanwezig zijn in de ruimte. Naar aanleiding van een melding van een surveillant van een vermoeden van onregelmatigheden/fraude heeft de examencommissie een onderzoek ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600816/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5919"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 september 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) de aanvraag van [wederpartij] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) afgewezen. [wederpartij] heeft op 30 maart 2023 bij de CSG een aanvraag om een uitkering uit het Schadefonds ingediend. Hij heeft aan de aanvraag ten grondslag gelegd dat hij geboren is uit incestueus seksueel misbruik van zijn (destijds) minderjarige moeder door haar vader. Zijn biologische vader is dus ook zijn grootvader en de biologische vader van zijn moeder. Zowel [wederpartij] als zijn moeder hebben een leven vol psychische problemen hieraan overgehouden. De CSG heeft bij besluit van 7 september 2023, gehandhaafd bij besluit van 7 december 2023, de aanvraag afgewezen, omdat het seksueel misbruik van de moeder van [wederpartij] niet aangemerkt kan worden als een tegen [wederpartij] opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De Wet schadefonds geweldsmisdrijven voorziet volgens de CSG niet in recht op financiële compensatie voor een ongeboren kind. Ook kan [wederpartij] niet als waarnemer van het seksueel misbruik van zijn moeder worden aangemerkt, omdat hij niet vanuit eigen waarneming en/of herinnering kan verklaren wat zijn moeder is overkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504260/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5894"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv het verzoek om inzage van [appellant] gedeeltelijk afgewezen. Op 15 augustus 2023 heeft [appellant] het formulier ‘Verzoek persoonsgegevens’ bij het Uvw ingediend. Niet in geschil is dat dit een verzoek is op grond van de artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming. Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv naar aanleiding van zijn inzageverzoek en ingebrekestelling aan [appellant] meegedeeld: "[…]. Uit onderzoek is inmiddels echter gebleken dat wij niet meer beschikken over fysieke dossiers van u. Dit is in overeenstemming met de geldende bewaartermijn voor medische stukken. De niet medische stukken met betrekking tot uw Bezwaarzaak die in ons Elektronisch Archief beschikbaar waren hebben wij u tijdens uw bezoek aan ons kantoor overhandigd. Zodra een cliënt voor inzage op kantoor komt is het niet meer nodig om een brief te sturen omdat het inzage verzoek met het bezoek als afgedaan wordt beschouwd. Gezien de afwezigheid van fysieke dossiers, kunnen wij deze gegevens ook niet meer aan u doen toekomen. Op grond hiervan beschouwen wij uw inzage verzoek van 15 augustus 2023 vanaf 15 november 2023 als afgehandeld […]." In het besluit op bezwaar van 14 januari 2025 heeft het Uwv zich primair op het standpunt gesteld dat de brief van 17 juli 2024 geen besluit is, maar een mededeling van feitelijke aard. Subsidiair heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat als de brief wel is aan te merken als een besluit, [appellant] te laat bezwaar heeft gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503321/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1635</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1635</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1635"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Caribische zaak. Verbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Procesrecht. Bewijsrecht. Art. 145 lid 1 Rv Curaçao. Contractuele boete. Matiging. Mocht hof bewijsaanbod passeren op grond dat schuldenaar onvoldoende heeft aangevoerd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02309</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:649</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:475"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij een programma waarbij bezoekers bij dolfijnen in het water staan, kregen dolfijnen het commando om naar bezoekers toe te komen, zodat de bezoekers de dolfijnen konden aanraken. Dat staat de dierentuinvergunning niet toe. De staatssecretaris was daarom bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen aan het Dolfinarium.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. J.L.W. Aerts, mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5910</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5910</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5910"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde aan [partij] een vergunning verleend voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg. [partij] heeft in de jaren 2015 tot en met 2018 een uitbouw gerealiseerd aan de horecagelegenheid [horecagelegenheid] aan de [locatie 1]. Bij brief van 3 september 2019 heeft zij een ontheffing aangevraagd op grond van artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg, om de reeds voltooide werkzaamheden te legaliseren. Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college de vergunning verleend. [appellant] is eigenaar van twee panden aan de [locatie 2], en heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. Bij besluit van 24 juni 2021 heeft het college dat bezwaar gegrond verklaard. Vervolgens heeft het college bij brief van 15 juli 2021 aan [partij] laten weten dat zij een vergunning van rechtswege heeft. Het college heeft het bezwaar van [appellant] tegen die vergunning van rechtswege bij brief van 20 september 2021 doorgezonden aan de rechtbank als onderdeel van het aanhangige beroep tegen het besluit van 24 juni 2021.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303861/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9922</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9922</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9922"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Schenkbelasting. Het in de huwelijkse voorwaarden opgenomen te betalen bedrag vormt een schenking. Er is geen sprake van de voldoening aan een natuurlijke verbintenis. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/6758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9920"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB 2023, vertrouwensbeginsel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/5328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1699</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1699</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1699"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01954</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3428</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9919"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB 2020 en 2021, heffingsrecht pensioenuitkeringen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/5610 en 25/5613</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9921"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar n-o, herzieningsverzoek voorlopige aanslag IB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/5204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2843"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art 7, lid 3, Awir. Toepassing Wet rechtsherstel box 3 op vermogenstoets huurtoeslag. Belastingrechter onbevoegd om te oordelen in geschil over huurtoeslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Meervoudige Belastingkamer</contributor><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:28003</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26734"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting. De rechtbank oordeelt dat eiseres recht heeft op aftrek van omzetbelasting die aan haar in rekening is gebracht ter zake van verleende juridische diensten. De kosten voor de juridische diensten zijn gemaakt ten behoeve van de algemene economische activiteiten van eiseres. De omzetbelasting op de juridische kosten is daarom pro rata aftrekbaar. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de kosten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met absoluut verboden handelingen. Ook is niet aannemelijk geworden dat een deel van die kosten van aftrek is uitgesloten op grond van het BUA.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 1983</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, D.M. Drok, J.J. Arts</contributor><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:1739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:1739"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing van de geheimhoudingskamer. Het belang van belanghebbende bij kennisneming weegt in een aantal gevallen zwaarder dan het belang van de inspecteur bij geheimhouding. Toetsing mede aan het fair-playbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/5997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Eskes</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1638"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:739</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6430"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Belanghebbende maakt hogere historische nieuwprijs in verband met hogere CO2-uitstoot aannemelijk. De inspecteur maakt hogere handelsinkoopwaarde dan volgt uit het rapport van DRZ niet aannemelijk. Anders dan gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2024:1852 en ECLI:NL:GHARL:2024:3914) is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat een hogere CO2-uitstoot in zijn algemeenheid een waardeverhogend effect op de handelsinkoopwaarde zal hebben.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24_2462</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius</contributor><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1952"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op een verzoek voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat in afwachting van een uitspraak in de hoofdzaak – gelet op de onderbouwing van het verzoek – een voorlopige voorziening niet het geschikte middel is om te beslissen op een getuigenaanbod en/of de stellingen van belanghebbende betreffende het ontbreken van dossierstukken en de schijn van vooringenomenheid in de bezwaarfase. Ook is van een spoedeisend belang niet gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Kromhout</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2726</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1642"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1385</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:911"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm; Awb; art. 7:15 Awb; kan in hoger beroep voor het eerst over de kostenvergoeding in bezwaarfase worden geklaagd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04289</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6389"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM; teruggaaf bij export ‘via’ EU/EER-land naar derde land; een kort tijdsverloop maakt niet dat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor teruggaaf BPM. Beroep gegrond. Eén auto is buiten de EU geëxporteerd voordat de registratie in Duitsland inging, voor deze auto is terecht nageheven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23/4829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1628"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; art. 7:2 Awb; art. 47 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; Unierechtelijke verdedigingsbeginsel; de bezwaarprocedure is niet een gerechtelijke geding als bedoeld in art. 47 Handvest; diverse andere klachten over schending van Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/02570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:4945</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5879"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Margeregeling kringloopwinkels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1578"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk niet betalen van omzetbelasting, art. 69a.1 AWR. 1. Ontvankelijkheid OM en hetzelfde feit, art. 243.2 en 255.1 Sv jo. art. 50 Handvest van grondrechten EU. Kon hof oordelen dat vervolging voor overtreding van art. 69a.1 AWR niet betrekking heeft op “hetzelfde feit” a.b.i. art. 255.1 Sv als waarvoor eerder aan verdachte een verzuimboete o.g.v. art. 67c AWR is opgelegd? 2. Verzoek om prejudiciële vraag te stellen aan HvJ EU over uitleg van art. 50 Handvest. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2011:BM9102 m.b.t. “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. Daarbij genoemde vergelijkingsfactoren zijn ook bepalend bij beoordeling of sprake is van “hetzelfde feit” a.b.i. art. 243.2 jo. 255.1 Sv. In geval dat bestuurlijke boete is opgelegd, gaat het bij toepassing van vergelijkingsfactor juridische aard van feiten om vergelijking van (i) in tll. omschreven en aan boete ten grondslag liggende verwijten, mede aan de hand van rechtsgoederen die worden beschermd door enerzijds toepasselijke bestuursrechtelijke norm en anderzijds delictsomschrijving, en (ii) bepalingen die betrekking hebben op maximale bestraffing van onderscheiden feiten (vgl. HR:2016:222). Zowel in rechtspraak van HR over art. 68 en 255.1 Sv als in rechtspraak van HvJ EU over art. 50 jo. 52 Handvest staat ne bis in idem-beginsel centraal. Dit beginsel beschermt tegen onevenredige bestraffing en ongerechtvaardigde cumulatie van procedures. Dat dit beginsel zowel nationaalrechtelijke als EU-rechtelijke uitwerking kent, betekent niet dat inhoud van begrip “hetzelfde feit” in art. 68 Sr en 255.1 Sv samenvalt met (en moet worden afgestemd op) betekenis van begrip “hetzelfde delict” in art. 50 Handvest. Daarmee houdt verband dat art. 50 Handvest een eigen beperkingssystematiek kent via art. 52 Handvest. Dat sprake is van “hetzelfde delict” a.b.i. art. 50 Handvest, betekent namelijk niet z.m. dat herhaalde berechting of bestraffing van bepaalde gedraging in strijd is met Handvest. Nationaalrechtelijke bepalingen waarin ne bis in idem-beginsel tot uitdrukking komt, kennen niet zo’n beperkingssystematiek. Oordeel dat sprake is van “hetzelfde feit” leidt er bij toepassing van art. 68 en 255.1 Sv (in beginsel) toe dat herhaalde berechting of bestraffing niet is toegestaan. Strafrechter moet in zaken die binnen werkingssfeer Handvest vallen, niet alleen nagaan of strafrechtelijke vervolging verenigbaar is met art. 68 Sr en art. 255.1 Sv, maar ook (als art. 68 Sr en/of art. 255.1 Sv niet al aan die vervolging in de weg staan) onder ogen zien of strafrechtelijke vervolging en bestraffing te verenigen zijn met art. 50 jo. 52 Handvest en, zo ja, welke straf in het licht van eventuele cumulatie van procedures nog passend is. M.b.t vervolgingsbeslissing geldt dat in fiscale zaken waarin zowel oplegging van bestuurlijke boete als strafrechtelijke afdoening openstaat, beleidsregels in Protocol AAFD 2023 (Stcrt. 2023, 16878) ertoe strekken dat afstemming plaatsvindt tussen Belastingdienst en OM over te kiezen afdoeningsmodaliteit(en). Hoewel protocol dat niet expliciet bepaalt, moet dit protocol zo worden toegepast dat afstemming ook plaatsvindt in gevallen waarin het gaat om gedragingen die (deels) dezelfde materiële feiten betreffen a.b.i. rechtspraak van HvJ EU. Hiermee wordt tegengegaan dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt als met (uitsluitend) bestuursrechtelijke handhaving kan worden volstaan. Ook afgezien van in beleidsregels neergelegde (afstemmings)voorschriften kan het aangewezen zijn dat afstemming plaatsvindt om te voorkomen dat cumulatie van procedures plaatsvindt die in het licht van de uit Handvest voortvloeiende vereisten niet kan worden gerechtvaardigd. Als in feitelijke instantie het verweer wordt gevoerd dat beslissing tot strafrechtelijke vervolging niet in overeenstemming met de o.g.v. art. 50 Handvest geldende vereisten voor onderlinge afstemming is genomen en dat daarom OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in vervolging, zal rechter hierop gemotiveerd moeten beslissen. Die motivering kan in cassatie worden getoetst. Daarnaast geldt in zaken waarin sprake is van (tweede) vervolging, terwijl (i) verdachte al eerder in straf- of bestuursrechtelijke procedure is bestraft voor gedragingen die (deels) dezelfde materiële feiten a.b.i. rechtspraak HvJ betreffen, maar (ii) geen sprake is van vervolging voor “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr en/of art. 255.1 Sv, dat strafrechter zich bij strafoplegging ervan zal moeten vergewissen dat nadelen die verdachte a.g.v. beide procedures lijdt niet onevenredig zijn (vgl. HR:2021:387, HR:2018:2350 en HR:2022:364). Hiervan zal uit motivering van (eventuele) strafoplegging moeten blijken. Opvatting dat in geval dat bestuurlijke boete is opgelegd voor inhoud van begrip “hetzelfde feit” in art. 255.1 Sv aansluiting moet worden gezocht bij betekenis van begrip “hetzelfde delict” in art. 50 Handvest, is onjuist gelet op wat hiervoor is overwogen. Ad 2. Gelet op wat hiervoor is overwogen, kan opgeworpen vraag worden beantwoord aan de hand van (in het bijzonder) hiervoor genoemde rechtspraak van HvJ EU. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor stellen van prejudiciële vraag aan HvJ EU. Volgt verwerping. Vervolg op HR:2022:1364.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1378</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:845</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1641"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3078</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1949"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat belanghebbende inhoudingsplichtige is ten aanzien van het personeel dat werkzaam is in het restaurant; het restaurant wordt immers voor rekening en risico van belanghebbende gedreven en belanghebbende heeft loon uitbetaald aan het personeel. Verder is het hof van oordeel dat belanghebbende niet met succes een beroep kan doen op gewekt vertrouwen; nog daargelaten of belanghebbende vertrouwen kan ontlenen aan een bij een andere rechtspersoon ingesteld onderzoek, heeft die rechtspersoon de inspecteur juiste dan wel volledige inlichtingen onthouden. De inspecteur heeft terecht het anoniementarief toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/67 tot en met 25/87</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8810</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9514</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9514</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9514"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering afgifte stukken belastingplichtige en medewerking boekenonderzoek. Artikelen 42, 47, 49, 50 en 52 AWR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/354509 / KG ZA 26-297</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1643"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1394</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1526"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof beoordeelt de door een vennootschap opgegeven buitengewone last in verband met de afkoop van twee zuivere en een gerichte lijfrenteovereenkomst, waarbij de verzekeringnemer alle aandelen houdt in de vennootschap/verzekeraar en waarbij het initiatief van de afkoop voornamelijk bij de verzekeringnemer ligt. Het hof stelt deze buitengewone last in goede justitie vast op een lager bedrag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/870</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C.E. Ackermans-Wijn, A.J. Kromhout, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-07-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2766</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5481"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV. De navorderingsaanslag is buiten de termijn opgelegd wordt vernieigd. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8094</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1525</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1525</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1525"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 4.12 Wet IB 2001. Vermomde winstuitdeling i.v.m. afkoop van lijfrenten. Het hof acht de benodigde dubbele bewustheid voor de afkoop van een gerichte lijfrente wel aannemelijk gemaakt en voor de afkoop van twee zuivere lijfrenten niet aannemelijk gemaakt. De inspecteur beschikte over het voor een navordering benodigde nieuwe feit. De navorderingsaanslag wordt verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/837</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C.E. Ackermans-Wijn, A.J. Kromhout, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-07-15</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 4.12</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2768</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1722</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1722</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1722"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Verlaagd tarief van 2% voor woningen van toepassing op verkrijging van een woon-winkelpand? Het hof oordeelt dat niet duidelijk is geworden of het pand zoals belanghebbende stelt oorspronkelijk is ontworpen en gebouwd om in zijn geheel als woning te dienen, en dat evenmin duidelijk is geworden of het pand, zoals de inspecteur stelt, oorspronkelijk is ontworpen voor gemengd gebruik (winkelruimte met bovenwoning). Op basis van de publiekrechtelijke voorschriften is de aard van een aanzienlijk deel van het pand geen woning. De inspecteur heeft de verkrijging van de winkelruimte daarom terecht belast tegen het tarief van 6%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/863</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, J. Wessels</contributor><issued>2026-08-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:2031</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1650"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:384</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:866"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Art. 2, art. 6, art. 7 en art. 8 Bekendmakingswet; Besluit elektronische publicaties; Regeling elektronische publicaties. Is de bijlage (met onder meer aanwijzingen parkeergebieden en parkeerduur) bij de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt? Wat is het elektronisch uitgegeven Gemeenteblad: (i) de webpagina waarop het Gemeenteblad is gepubliceerd, of (ii) de pdf-uitgave van het Gemeenteblad op die webpagina?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04850</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04851</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04853</description><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6390"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; verzending verzoek tot uitstel van betaling niet aannemelijk gemaakt; kosten dwangbevel zijn terecht in rekening gebracht. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2190</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:650"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 228a Gemeentewet; art. 3 Verordening rioolheffing 2023 gemeente Heerlen. Gebruikersdeel rioolheffing verschuldigd ter zake van leegstaand kantoorpand? Voor de uitleg van het begrip ‘gebruiken’ aansluiten bij de uitleg van dat begrip voor de onroerendezaakbelasting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01981</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19383"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenvergoeding voor bezwaarfase in afwijking van het forfait vanwege bijzondere omstandigheden (artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht). Verweerder treft het verwijt tegen beter weten in te hebben gehandeld door bij het opleggen van de aanslag uit te gaan van een lucratief belang (artikel 3.92b van de wet IB 2001) bij een ‘initial investor’.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 4001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J.M. Arends, M.J. Pelinck, K.G. Scholten</contributor><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26080</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26080</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26080"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond, in geschil is of terecht aanmaningskosten in rekening zijn gebracht. Beroep gericht tegen afwijzing kwijtschelding is de rechtbank niet bevoegd. Aanmaningkosten terecht in rekening gebracht, nu uitstel van betaling was vervallen en kenbaar gemaakt aan eiseres.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 3106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. Sahebali</contributor><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2135"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 16, onderdeel c, art. 17 Wet WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/979</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5303"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wfsv. Verzekeringsplicht bestuurders</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1959</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:7860</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1579</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1579</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1579"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artt. 6:6 en 8:24, lid 2, Awb; opvragen nieuwe machtiging; ECLI:NL:HR:2026:556</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01950</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:628</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9007"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Foutenleer kan niet worden toegepast ten aanzien van correcties wat betreft de volgens belanghebbende vermeende te hoge in rekening gebrachte en bijgeschreven rente op de aandeelhouderslening. Vertrouwensbeginsel niet geschonden. Aandeelhoudersvordering en pensioenvoorziening terecht op de balans.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 25 _ 2868</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, C. Huisman, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6400"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Corona-avondklok vormt geen reden voor verschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 21/5011</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. Loof</contributor><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1652"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01989</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:2744</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7481"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De mentor vraagt een extra vergoeding van 124 uur i.v.m. een sterk verslechterde situatie van betrokkene met veel incidenten, waardoor de mentor noodgedwongen fungeert als plaatsvervangend ouder en persoonlijk assistent. Zij coördineert alle contacten met instanties en zorgverleners, en begeleidt betrokkene zelf omdat reguliere begeleiding dit door het gedrag van betrokkene niet durft. Er is een intensieve CIZ-indicatie (LG7) aangevraagd; een exacte urenspecificatie is volgens verzoeker door de hectiek niet te geven. De kantonrechter wijst het verzoek toe deels vanwege uitzonderlijke omstandigheden. Hoewel de coördinatie van zorg onder de normale forfaitaire beloning valt, is de intensieve persoonlijke begeleiding bij incidenten en uitjes géén mentortaak. Omdat een urenspecificatie ontbreekt, matigt de rechter de uren. Een deel wordt afgewezen omdat extra uren incidenteel moeten zijn en voorafgaand akkoord voor de toekomst kan niet zonder specificatie. Tot slot benadrukt de rechter dat het optreden als plaatsvervangend ouder en persoonlijk assistent de professionele taak van een mentor te buiten gaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000346365:M001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30907"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35745</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7182"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woning, huurders wonen elders, in gebruik geven, onderhuur, huurders hebben opgezegd, ontruiming huurders/gebruikers/onderhuurders toegewezen. schade huurder onvoldoende onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12130432 MC EXPL 26-1226 RD/960</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. B.G.W.P. Heijne</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1680"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Uitleg van bepaling in huishoudelijk reglement over voorwaarden waaraan besluit tot ontslag van lid van managementteam moet voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:749</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2864</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2866"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Het hof bekrachtigt het vonnis in eerste aanleg waarbij de huurovereenkomst is ontbonden en de huurder tot ontruiming is veroordeeld. De verhuurder heeft aangetoond dat voor de tweede keer vanuit de woning prostitutie plaatsvond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.258_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.B. Smits, mr. M. van Ham, mr. C.B.M. Scholten van Aschat</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:9564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:9564"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">zorgmachtiging Wvggz</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/442530 / FA RK 25-6201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30910</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30910</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30910"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verzoeker heeft een beroep ingediend, omdat de minister niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning (hierna: de aanvraag). De minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken. Hij heeft daarbij het verzoek gedaan om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De minister heeft op dit verzoek gereageerd en aangegeven niet bereid te zijn om de kosten te vergoeden. Proceskostenvergoeding toegewezen, 21 maanden termijn ruimschoots overschreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34869</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6019"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000736</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6063"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "Fietspad HTCE-De Run" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de verbreding van een al bestaand fietspad mogelijk tussen het bedrijventerrein "De Run" in Veldhoven en de "High Tech Campus" in Eindhoven (HTCE). Het fietspad zal deel uitmaken van een 32 km lange doorgaande fietsroute, die van Eersel, via De Run en de HTCE, naar Geldrop loopt. Het fietspad is nu 2,5 meter breed en wordt 3,5 meter breed. De leden van de wijkvereniging en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] wonen in de buurt van het plangebied. Zij maken zich vooral zorgen over de gevolgen die het plan heeft voor de natuur en hun woon- en leefklimaat, in het bijzonder de verkeersveiligheid. De wijkvereniging en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] hebben de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst, totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404619/2/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5984"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen ter verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001434</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6208"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [appellant A] en [appellant B] onder oplegging van een dwangsom gelast een serre en een schuur op het perceel [locatie] in Otterlo (het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. Op het perceel is een recreatiewoning aanwezig. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van het perceel en van de recreatiewoning die is gelegen op recreatiepark "De Zanding". Op 3 maart 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat zonder een omgevingsvergunning aan een gevel van de recreatiewoning een aanbouw in de vorm van een serre is gebouwd van 33,54 m². Verder is geconstateerd dat een schuur is gebouwd van 6 m². Het totale bebouwde oppervlak is 109,71 m². Bij besluit van 29 april 2022 is aan [appellant A] en [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd, strekkende tot het verwijderen en verwijderd houden van de serre en de schuur. Uit het besluit volgt dat de serre en de schuur zijn gebouwd zonder een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo en dat de recreatiewoning in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Recreatiepark De Zanding" daardoor een grotere (grond)oppervlakte heeft dan is toegestaan. Op grond van dat bestemmingsplan mag een recreatiewoning een maximale (grond)oppervlakte hebben van 75 m², inclusief aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen. De recreatiewoning van [appellant A] en [appellant B] heeft, inclusief de aangebouwde serre en de op het perceel aanwezige schuur, een oppervlakte van meer dan 75 m².</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404566/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6206"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast een serre en een schuur op het perceel [locatie] in Otterlo (het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. Op het perceel is een recreatiewoning aanwezig. [appellante] is eigenaar van het perceel en van de recreatiewoning die is gelegen op recreatiepark "De Zanding". Op 10 februari 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat zonder een omgevingsvergunning aan een gevel van de recreatiewoning een aanbouw in de vorm van een serre is gebouwd van 13,6 m². Verder is geconstateerd dat een schuur is gebouwd van 6 m². Bij besluit van 21 juni 2022 is aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd, strekkende tot het verwijderen en verwijderd houden van de serre en de schuur. Uit het besluit volgt dat de serre en de schuur zijn gebouwd zonder een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo en dat de recreatiewoning in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Recreatiepark De Zanding" daardoor een grotere (grond)oppervlakte heeft dan is toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404594/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6004</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6004</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6004"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 december 2025, aangevuld op 17 december 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6003</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6003</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6003"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6043"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6050</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6050</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6050"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.000439</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6221"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [partij] een omgevingsvergunning verleend, voor zover hier van belang, voor het verdiepen van het souterrain en het uitvoeren van funderingsherstel van het pand [locatie] in Amsterdam. [partij] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verdiepen van het souterrain en het uitvoeren van funderingsherstel van het pand [locatie 1] in Amsterdam. [partij] is eigenaar van de woning [locatie 1]. [appellante] is eigenaar van de woning daarboven, [locatie 2]. [partij] en [appellante] vormen samen de Vereniging van Eigenaren. Het pand is een rijksmonument. Ter plaatse geldt onder meer het parapluplan "Grondwaterneutrale Kelders" (parapluplan). De rechtbank heeft het beroep van [appellante] ongegrond verklaard. [appellante] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Zij vindt dat het college zonder een noodzaak voor funderingsherstel geen toestemming mocht verlenen voor het wijzigen van het rijksmonument.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404156/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6025</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6025</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6025"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om betrokkene een faciliterend visum te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001820</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6058"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6129</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6129</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6129"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005041</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6001</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6001</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6001"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief, ingekomen op 11 september 2026, hebben [verzoeker A] en [verzoekster B] verzocht om wraking van staatsraden mr. B.P.M. van Ravels, mr. A.B. Blomberg en mr. H. Benek (de staatsraden), als leden van de meervoudige kamer, belast met de behandeling van de zaak nr. 202404184/1/A3. [verzoeker A] en [verzoekster B] kunnen zich er niet in vinden dat de staatsraden hun brief van 12 augustus 2026 ongemotiveerd hebben teruggestuurd en hebben geëist dat de staatsraden de afwijzing van hun verzoek motiveren. Bij brief van 8 september 2026 hebben de staatsraden laten weten dat zij kennis hebben genomen van de brief van 25 augustus 2026 en de daarin opgenomen omstandigheden, maar dat zij daarin geen aanleiding zien om het onderzoek te heropenen. Zij hebben de brief daarom buiten beschouwing gelaten. [verzoeker A] en [verzoekster B] betogen dat zij met de aanvullende informatie die zij na de sluiting van het onderzoek hebben toegestuurd, aangetoond hebben dat er sprake is van een ambtsmisdrijf en dat dat niet in de einduitspraak mag ontbreken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404184/3/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6205"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [appellant A] en [appellant B] onder oplegging van een dwangsom gelast een serre en een schuur op het perceel [locatie] in Otterlo (het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. Op het perceel is een recreatiewoning aanwezig. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van het perceel en van de recreatiewoning die is gelegen op recreatiepark "De Zanding". Op 10 februari 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat zonder een omgevingsvergunning aan een gevel van de recreatiewoning een aanbouw in de vorm van een serre is gebouwd van 31 m2. Verder is geconstateerd dat een schuur is gebouwd van 6 m². Bij besluit van 24 augustus 2022 is aan [appellant A] en [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd, strekkende tot het verwijderen en verwijderd houden van de serre en de schuur. Uit het besluit volgt dat de serre en de schuur zijn gebouwd zonder een omgevingsvergunning. voor het bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo en dat de recreatiewoning in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Recreatiepark De Zanding" daardoor een grotere (grond)oppervlakte heeft dan is toegestaan. Op grond van dat bestemmingsplan mag een recreatiewoning een maximale (grond)oppervlakte hebben van 75 m², inclusief aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen. De recreatiewoning van [appellant A] en [appellant B] heeft, inclusief de aangebouwde serre en de op het perceel aanwezige schuur, een oppervlakte van meer dan 75 m².</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404595/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6207"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast een serre op het perceel [locatie] in Otterlo (het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. Op het perceel is een recreatiewoning aanwezig. [appellant] is eigenaar van het perceel en van de recreatiewoning die is gelegen op recreatiepark "De Zanding". Op 9 maart 2022 hebben toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat zonder een omgevingsvergunning aan een gevel van de recreatiewoning een aanbouw in de vorm van een serre is gebouwd van 23,07 m². [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat handhaving niet in strijd is met het verbod op willekeur en dat overtredingen elders op het vakantiepark geen onderdeel uitmaken van deze procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404502/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6209"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een woonhuis in een voormalige schuur en twee zogenoemde guesthouses aan de voorzijde van de woning aan de [locatie 1] in Maastricht. Het college heeft aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een woonhuis in de voormalige schuur en twee guesthouses aan de voorzijde van de woning aan de [locatie 1] in Maastricht. [appellant sub 2] woont op het perceel aan de [locatie 2] en [appellant sub 1] was mede-eigenaresse van dit perceel. De erven van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wijzen erop dat de afstand tussen de percelen [locatie 2] en [locatie 1] slechts 53 tot 56 meter bedraagt en dat er vanaf [locatie 2] zicht is op het perceel [locatie 1]. Verder heeft het verlenen van de vergunning volgens hen consequenties voor de verkeers- en parkeerproblematiek ter plaatse die maken dat bewoners van het perceel [locatie 2] gevolgen van enige betekenis kunnen ondervinden. In verband daarmee had het college [appellant sub 1] en [appellant sub 2] als belanghebbenden moeten aanmerken, zo betogen zij. De rechtbank heeft dit volgens hen niet onderkend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403900/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5992"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005035</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6047</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6047</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6047"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004706</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6218"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven aan [appellant] medegedeeld dat van rechtswege een omgevingsvergunning is verleend voor het wijzigen van het gebruik van de woning aan de [locatie] in Eindhoven naar kamerverhuur. [appellant] verhuurt een woning aan de [locatie] in Eindhoven kamergewijs sinds in ieder geval mei 2007. In 2021 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het gebruik van de woning in afwijking van het geldende bestemmingsplan voor het verhuren van de kamers. Het college heeft niet-tijdig op deze aanvraag beslist. Daardoor is de aangevraagde omgevingsvergunning van rechtswege verleend. Dit betekent dat geen inhoudelijke toets heeft plaatsgevonden. Omwonende [persoon A] en Stichting Beter Eindhoven hebben bezwaar gemaakt tegen de van rechtswege verleende vergunning. Naar aanleiding van de bezwaren heeft het college de aanvraag voor een omgevingsvergunning alsnog inhoudelijk getoetst en de aanvraag afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405253/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6224"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 11 oktober 2022 is het college van burgemeester en wethouders van Medemblik bij [appellanten] overgegaan tot invordering van een verbeurde dwangsom van €10.000,00. [appellanten] zijn mede-eigenaren van de woning op het perceel [locatie] in Opperdoes. Op basis van controles door toezichthouders heeft het college geconstateerd dat de woning illegaal wordt bewoond door arbeidsmigranten. Bij besluit van 23 september 2021 heeft het college [appellanten] gelast om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vanwege illegale bewoning door arbeidsmigranten van de woning op het perceel [locatie] in Opperdoes te beëindigen en beëindigd te houden, onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,00 ineens. [appellanten] hebben daartegen geen rechtsmiddelen aangewend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404300/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6110</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6110</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6110"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5993"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005037</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5987"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004909</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6036"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6035"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005111</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6215</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6215</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6215"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd om een private schuld van [appellant] over te nemen. [appellant] heeft als gedupeerde van de toeslagenaffaire verzocht om overname van een schuld aan zijn ouders van € 125.000,00 op grond van artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Zijn ouders hebben deze lening kunnen verstrekken door zelf een lening af te sluiten onder vestiging van een recht van hypotheek op hun woning. De minister heeft in het besluit van 13 november 2024 toegelicht dat de schuld niet voor overname in aanmerking komt, omdat die een informeel karakter heeft, niet is vastgelegd in een notariële akte en ook niet blijkt uit een rechterlijke uitspraak. Daardoor voldoet de schuld niet aan de vereisten die artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht daaraan stelt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504426/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6141"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004993</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6204"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Middelburg geweigerd om aan Flying Fish B.V. een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een bedrijfswoning en kantoorruimte aan een bestaande hangar op het perceel aan de Calandweg 2C in Arnemuiden. Flying Fish B.V. is eigenaar van een hangar op het perceel. In deze hangar exploiteert Flying Fish B.V. een bedrijf, waarbij zij vliegtuigen repareert en restaureert. De hangar ligt in de directe omgeving van de start- en landingsbaan van Vliegveld Midden-Zeeland. Met de aanvraag van 18 september 2023 heeft Flying Fish B.V. verzocht om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning en kantoorruimte aan de hangar op het perceel. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Buitengebied" (bestemmingsplan). Het perceel is daarin bestemd tot "Verkeer - Luchthaven". Het college heeft bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 14 november 2023 geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Volgens het college is het bouwplan in strijd met artikel 22.1 van de regels van het bestemmingsplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407598/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6031"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 december 2023 heeft de minister geweigerd aan Fastned een vergunning te verlenen voor het realiseren van een energielaadpunt als basisvoorziening op verzorgingsplaats Bergh Zuid naast Rijksweg A12. Fastned heeft op 4 november 2021 een Wbr-vergunning aangevraagd voor het realiseren van een energielaadpunt met 6 laadplekken als basisvoorziening met bijkomende werken op Bergh Zuid naast Rijksweg A12 in de gemeente Zevenaar. Op verzorgingsplaats Bergh Zuid is nog geen energielaadpunt als basisvoorziening aanwezig. Wel is op Bergh Zuid een motorbrandstofverkooppunt (benzinestation) van Shell aanwezig met een looptijd die eindigde in 2025. Op zitting is vastgesteld dat Shell voor het benzinestation inmiddels een huurovereenkomst tot 2040 heeft gesloten. Verder heeft de minister aan Shell bij besluit van 15 november 2019, gewijzigd op 26 oktober 2021, een Wbr-vergunning verleend voor het realiseren van 4 laadplekken als aanvullende voorziening op het voorterrein van het benzinestation. Bij besluit van 31 juli 2022 heeft de minister deze vergunning herroepen en de gevraagde vergunning alsnog geweigerd. Deze weigering ligt voor in de uitspraak van vandaag met zaaknummer ECLI:NL:RVS:2026:6032.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407946/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6049"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 april 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6223</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6223</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6223"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het onderzoek heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak na de uitspraak van 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5183, omtrent de gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. [appellante] heeft de Afdeling verzocht om vergoeding van schade omdat de redelijke termijn is overschreden. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep. De termijn begint op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404703/2/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5983</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5983</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5983"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005122</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6048"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005139</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6054</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6054</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6054"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 mei 2026 heeft de raad van de gemeente Venray "Wijziging 2025-01: Opname vergunningplicht gewasbescherming en andere wijzigingen" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Venray vastgesteld. Het besluit tot wijziging voorziet, onder andere, in het verbod om zonder omgevingsvergunning gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken of te laten gebruiken ter plaatse van de locatie "Gewasbeschermingsmiddelen gebruiken vergunningplicht". [verzoeker] en anderen zijn eigenaren van het perceel kadastraal bekend als gemeente Venray, Sectie S, nummer 1927 te Venray. Hun perceel valt voor een groot deel binnen de locatie "Gewasbeschermingsmiddelen gebruiken vergunningplicht".</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602718/2/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6012"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd om betrokkene ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004918</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6037"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6018"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6198"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 15 januari 2026 heeft de decaan van de Faculteit Gedrags- en Bewegingswetenschappen (de decaan) voor [appellant] de toegang beperkt tot het MF-gebouw van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) voor de duur van studiejaar 2025-2026. [appellant] volgt de masteropleidingen Cognitive Neuropsychology en Work and Organisational Psychology aan de Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen aan de VU. Deze procedure gaat over de vraag of het het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam (CvB), terecht de toegang van [appellant] tot het MF-gebouw heeft beperkt. De decaan heeft [appellant] per 13 januari 2026 de toegang tot het MF-gebouw van de VU ontzegd, met uitzondering van de momenten dat hij daar moet zijn voor onderwijsactiviteiten. Hierbij is een marge gehanteerd van 15 minuten aanwezigheid voor aanvang en na het einde van een onderwijsactiviteit of daaraan gerelateerde gesprekken met docenten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602084/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6130"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004955</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6145"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De vereniging Oranje Republikeinse Democratische Alliantie der Oranje Republikeinse Piraten (ORDA) heeft op 28 september 2026 beroep ingesteld in verband met de gemeenteraadsverkiezingen in Hilversum op 18 november 2026. De gemeenten Wijdemeren en Hilversum worden heringedeeld, waarbij Wijdemeren wordt opgeheven en het grondgebied van deze gemeente wordt toegevoegd aan Hilversum. Naar aanleiding van deze herindeling wordt op 18 november 2026 de gemeenteraad van Hilversum opnieuw gekozen. In de uitspraak van 3 juni 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3194) heeft de Afdeling geoordeeld dat zij in het vervolg bij procedures die ORDA bij haar aanhangig maakt steeds eerst zal onderzoeken of zij met die nieuwe procedure misbruik van recht maakt. De Afdeling zal er, gelet op het patroon in het procedeergedrag van ORDA en haar [voorzitter], voorshands vanuit gaan dat daarvan sprake is. De Afdeling is van oordeel dat ORDA met deze procedure misbruik maakt van het recht om bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aan te mogen wenden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202603025/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6021</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6021</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6021"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 13 augustus 2025, aangevuld op dezelfde datum, heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005130</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6034"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij afzonderlijke besluiten van 7 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [appellant B] omgevingsvergunningen verleend voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en voor een technische bouwactiviteit, ten behoeve van het uitbreiden van de woning op het perceel [locatie 1] in Tilburg. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaren van het perceel. Op 12 september 2025 en 15 september 2025 hebben zij omgevingsvergunningen aangevraagd voor een technische bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een uitbreiding van de woning op het perceel. De aanvragen zijn volgens de aanvraagformulieren gedaan voor "een nieuwe uitbouw aan de achterzijde van de woning, 2-laags (binnen hoofdbouwvlak) en 1-laags als uitbouw tegen de 2-laags aanbouw." Het college heeft de beide omgevingsvergunningen verleend. [wederpartij] woont op het perceel [locatie 2], direct naast het perceel, aan de zijde waar het bouwplan wordt uitgevoerd. Zij kan zich niet met de verlening van de omgevingsvergunningen verenigen, vanwege de impact die het bouwplan volgens haar heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601945/1/R2 en 202601945/2/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6045"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005182</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6006</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6006</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6006"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 februari 2024, aangevuld bij besluit van 23 augustus 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6062</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6062</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6062"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6053</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6053</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6053"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 20 augustus 2026 heeft de examencommissie Erasmus MC namens de decaan van de opleiding Geneeskunde een bindend negatief studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding Geneeskunde. [verzoeker] volgt de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In het eerste studiejaar van de opleiding behaalde zij niet de benodigde resultaten voor toekenning van 30 studiepunten (EC) door de besliscommissie. Zij kreeg van de besliscommissie een ‘Besluit 3’ en komt daarom niet in aanmerking om verder te mogen naar de volgende onderwijsperiode. De examencommissie heeft [verzoeker] vervolgens een negatief bindend studieadvies gegeven. Tegen dit besluit heeft zij administratief beroep bij het CBE ingesteld. [verzoeker] geeft aan dat zij niet heeft kunnen deelnemen aan de inhaalgelegenheid van de vierde ‘bloktoets’. Door een aanhoudende treinstoring en uitzonderlijke file kwam zij te laat en werd haar de toegang tot de examenzaal ontzegd. Als [verzoeker] de herkansing zou hebben gemaakt zou zij hebben voldaan aan de normen om een positief bindend studieadvies te ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602905/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6039"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder omgevingsvergunning realiseren van twee overkappingen en het houden van paarden op het perceel aan de [locatie 1] in Rotterdam. [partij A] en [partij B] wonen aan de [locatie 2] in Rotterdam. [appellant] is eigenaar van het naastgelegen perceel [locatie 1]. Op dit perceel staan paarden en twee schuilstallen voor de paarden. [partijen] ondervinden hiervan overlast en hebben in 2022 verzocht om handhaving. Het college heeft vervolgens verschillende besluiten genomen. Het hoger beroep van [appellant] richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 7 september 2026 waarin de twee besluiten van 2 december 2025 en 29 mei 2026, zoals genoemd in het procesverloop, aan de orde zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602890/1/R3 en 202602890/2/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6144"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De vereniging Oranje Republikeinse Democratische Alliantie der Oranje Republikeinse Piraten (ORDA) heeft op 28 september 2026 verzocht om een voorlopige voorziening hangende het beroep in de zaak met nummer 202603025/1/A2. Bij uitspraak van heden in zaak met nummer 202603025/1/A2 heeft de Afdeling op het beroep van ORDA beslist. Dat betekent dat geen sprake meer is van een geding. Het verzoek wordt daarom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202603025/2/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6115"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501277/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6155"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500995/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6112"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 8 september 2026 heeft de examencommissie van de School of Business and Economics het verzoek van [verzoeker] om te worden ingeschreven voor het vak Sustainable Development for Emerging Markets (het vak) in periode 2 afgewezen. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens (CBE). Ook heeft hij de voorzitter van het CBE verzocht een voorlopige voorziening hangende het administratief beroep te treffen. De voorzitter van het CBE heeft dit verzoek op 23 september 2026 afgewezen. [verzoeker] heeft de examencommissie verzocht om hem in te schrijven voor het vak in periode 2. Dit zou het vierde vak zijn dat hij in periode 2 volgt, naast de vakken Social Entrepreneurschip, Global Business en Emerging Economies EMEA. De examencommissie heeft het verzoek van [verzoeker] afgewezen. Het maximum aantal vakken dat een student in een periode mag volgen is twee. Het is alleen mogelijk om - twee keer per opleiding - drie vakken in een periode te volgen, mits alle vakken uit het eerste jaar zijn behaald. [verzoeker] kan zich wel inschrijven voor een exam-only, maar dit biedt mogelijk geen uitkomst om het vak af te ronden, omdat dit maar een deel van het eindcijfer uitmaakt. [verzoeker] verzoekt de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen om hem hangende het administratief beroep in te schrijven voor het vak in periode 2.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202603020/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6013"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005190</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6007"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6005"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005273</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6111</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6111</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6111"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6046"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6057"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005376</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6133"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005425</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6203"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 juni 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan Nijhuis Bouw B.V. een ontheffing verleend van het verbod in artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet natuurbescherming voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das. De ontheffing is verleend ten behoeve van de realisatie van 15 villawoningen aan de Hunnenweg op landgoed Prinsenbosch in Voorthuizen (het projectgebied). Nijhuis Bouw B.V. wil 15 villawoningen bouwen op het landgoed Prinsenbosch in Voorthuizen. Het college heeft aan Nijhuis Bouw B.V. een ontheffing verleend voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das ten behoeve van dit project. De stichtingen zijn het niet eens met de ontheffing, omdat volgens hen door het project essentieel foerageergebied verloren gaat dat wordt gebruikt door een dassenclan van de nabijgelegen hoofdburcht aan de Meeuwenveenseweg (de hoofdburcht Meeuwenveen). Het college heeft volgens de stichtingen onvoldoende maatregelen in de ontheffing opgenomen om hiervoor te compenseren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503990/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6214"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Horst aan de Maas geweigerd het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2], Lottum" vast te stellen. [appellant] was ten tijde van het besluit eigenaar van het perceel [locatie 1] en [locatie 2] in Lottum. [locatie 1] stond destijds kadastraal bekend als perceel [locatie 3] en [locatie 2] stond bekend als kadastraal perceel [locatie 4]. Op beide kadastrale percelen stond een woning. [appellant] heeft op 7 oktober 2021 bij het college een verzoek ingediend medewerking te verlenen aan de wens van [appellant] om op de locatie [locatie 1] een extra woning te bouwen. Het college heeft met de brief van 13 april 2022 laten weten principemedewerking te verlenen, onder de voorwaarden dat, voor zover hier van belang, voor de nieuw te vormen percelen een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld en de bestaande woning aan [locatie 2] wordt gesloopt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503753/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6202"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 juni 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan Nijhuis Bouw B.V. een ontheffing verleend van het verbod in artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet natuurbescherming voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das. De ontheffing is verleend ten behoeve van de realisatie van 15 villawoningen aan de Hunnenweg op landgoed Prinsenbosch in Voorthuizen (het projectgebied). Nijhuis Bouw B.V. wil 15 villawoningen bouwen op het landgoed Prinsenbosch in Voorthuizen. Het college heeft aan Nijhuis Bouw B.V. een ontheffing verleend voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das ten behoeve van dit project. De stichting is het niet eens met de ontheffing. Het onderzoek dat aan de ontheffing ten grondslag ligt is volgens haar namelijk onzorgvuldig en er is onvoldoende onderbouwd dat er geen andere bevredigende oplossing dan de ontheffing is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504037/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6010</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6010</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6010"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004700</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6102</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6102</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6102"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6216</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6216</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6216"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant A] en [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd in verband met een dakterras en een aantal bouwwerken aan de [locatie] in Den Haag. De rechtbank heeft in de uitspraak van 12 november 2024 bepaald dat het college de kosten die [appellant A] en [appellant B] hebben gemaakt voor het beroep bij de rechtbank moet vergoeden. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat het college ook de kosten die zij hebben moeten maken voor de bezwaarprocedure moet vergoeden. Zij wijzen erop dat zij daar zowel in de bezwaarschriften als in het beroepschrift om hebben verzocht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501816/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6227</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6227</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6227"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 27 maart 2023 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Gilaed te kennen gegeven het geneesmiddel sacituzumab govitecan (merknaam Trodelvy®, Trodelvy) niet op te nemen in het basispakket. Op grond van artikel 2.4a, eerste, lid van het Bzv kan een geneesmiddel door de minister in de sluis worden geplaatst door dat middel op bijlage 0 bij de Regeling zorgverzekering te plaatsen. Het rechtsgevolg van het plaatsen van een geneesmiddel in de sluis is dat het niet wordt opgenomen in het basispakket en dus niet wordt vergoed. Op grond van artikel 2.4a, vijfde lid, van het Bzv kan de sluisplaatsing geheel dan wel onder voorwaarden of voor een bepaalde periode worden opgeheven. Dit gebeurt door de vermelding van een geneesmiddel op bijlage 0 hetzij helemaal te schrappen, hetzij weliswaar te handhaven op bijlage 0, maar daarbij te vermelden onder welke voorwaarden de opheffing geldt. Hierdoor stroomt een geneesmiddel (onder voorwaarden) weer in in het basispakket. De minister kan ook beslissen om de sluisplaatsing niet op te heffen en een geneesmiddel dus niet in het basispakket op te nemen. De leverancier, belangenorganisaties en de Tweede Kamer worden daarvan op de hoogte gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402760/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5990"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004060</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6029"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 24 december 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de door [appellante sub 2] gevraagde vergunningen voor het realiseren van drive-thru’s bij haar wegrestaurants op de verzorgingsplaatsen "De Aalscholver" en "De Lepelaar" aan weerszijden van de [locatie] in de gemeente Lelystad, geweigerd. Op verzorgingsplaats "De Aalscholver" is een benzinestation van TotalEnergies aanwezig. Fastned heeft op deze verzorgingsplaats een elektrisch laadpunt als basisvoorziening. Fastned heeft ook een - nog niet onherroepelijke - vergunning voor een wachtruimte/shop als aanvullende voorziening bij haar basisvoorziening. Ook Allego heeft op deze verzorgingsplaats een elektrisch laadpunt als basisvoorziening. [appellante sub 2] exploiteert een wegrestaurant op de verzorgingsplaats. Bij het wegrestaurant hoort een aanvullende voorziening voor een hotel en lodges en een aanvullende voorziening voor een take-away. Verder heeft [appellante sub 2] een - nog niet onherroepelijke - vergunning voor een aanvullende voorziening voor elektrisch laden, die is gerealiseerd en in gebruik is genomen. Op verzorgingsplaats "De Lepelaar" is een benzinestation van Shell aanwezig en daarbij heeft Shell een aanvullende voorziening voor elektrisch laden. Fastned heeft op de verzorgingsplaats een basisvoorziening elektrisch laden. [appellante sub 2] exploiteert een wegrestaurant op de verzorgingsplaats. Bij het wegrestaurant hoort een aanvullende voorziening voor elektrisch laden, een aanvullende voorziening voor een hotel en lodges en een aanvullende voorziening voor een take-away.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403306/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6105</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6105</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6105"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 9 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005304</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6230"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij afzonderlijke besluiten van 4 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht de verzoeken om handhaving van [appellante sub 1] en [appellant sub 2] wat betreft het bewonen van de schuur op het perceel aan de [locatie A] in Maastricht afgewezen. Het college heeft aan [partij] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend ten behoeve van wonen in een bijgebouw op het perceel tot 30 november 2021. [appellant sub 2] woont op het naburige perceel [locatie B] en [appellante sub 1] was mede-eigenaresse van dit perceel. Volgens [appellante sub 1] en [appellant sub 2] is het gebruik en/of de bewoning van het gebouw na het verlopen van de geldigheidsduur van de vergunning niet gestaakt en is hiermee sprake van strijdig gebruik van het bestemmingsplan. Zij hebben het college daarom verzocht om handhavend op te treden tegen met het bestemmingsplan strijdig gebruik van de schuur als zelfstandige woning. Door controles op het perceel heeft het college vastgesteld dat er niet langer in de schuur wordt gewoond en er hiermee geen sprake is van een overtreding van het bestemmingsplan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college dit standpunt voldoende onderbouwd. De erven van [appellante sub 1] en [appellant sub 2] kunnen zich hier niet in vinden, omdat zij van mening zijn dat het gebruik van de schuur wel in strijd is met het bestemmingsplan en het college dit niet voldoende heeft onderzocht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403897/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6201</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6201</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6201"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 april 2024 heeft de raad van de gemeente Tiel het bestemmingsplan "Buitengebied – [locatie]" vastgesteld. [partij] exploiteert een bedrijf aan [locatie] in het buitengebied van Kapel-Avezaath. Het bedrijf is deels een diervoer- en veehandelsbedrijf en deels een veehouderij. Om te kunnen voldoen aan de normen van het Beter Leven Keurmerk, wil [partij] aan de westzijde van het perceel een nieuwe stal realiseren, zodat het vee meer ruimte heeft. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied - Veegplan". Het plan voorziet daarom in de aanpassing van de vorm van het bestemmingsvlak met de bestemming "Bedrijf - Agrarisch dienstverlenend bedrijf". Dit bestemmingsvlak blijft wel dezelfde omvang behouden als in het bestemmingsplan "Buitengebied - Veegplan". [appellant] woont naast het plangebied en is het niet eens met de vaststelling van het plan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403242/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6100"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 11 september 2023, aangevuld bij besluiten van 25 februari 2025, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004490</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6210</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6210</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6210"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht geweigerd om aan [partij] een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van een appartement in de schuur van het perceel aan de [locatie 1] in Maastricht. Nadat het college had geweigerd om aan [partij], de toenmalige bewoner van [locatie 1] in Maastricht, een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van een appartement in de schuur, heeft het college deze vergunning naar aanleiding van het door [partij] gemaakte bezwaar alsnog verleend. [appellant sub 2] woont op het perceel [locatie 2] en [appellante sub 1] was mede-eigenaresse van dit perceel. Volgens hen kon de omgevingsvergunning niet in stand blijven en daarom hebben zij beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellante sub 1] en [appellant sub 2] niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt en dat daarom niet wordt toegekomen aan de vraag of het college vergunning mocht verlenen. In hoger beroep bestrijden de erven van [appellante sub 1] en [appellant sub 2] dit oordeel. Het college heeft incidenteel hoger beroep ingesteld onder de voorwaarde dat het hoger beroep van [appellante sub 1] en/of het hoger beroep [appellant sub 2] gegrond is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403898/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6120</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6120</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6120"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005365</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6032"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 november 2019, zoals gewijzigd bij besluit van 26 oktober 2021, heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Shell vergunning verleend voor het realiseren van een energielaadpunt als aanvullende voorziening bij het motorbrandstoffenverkooppunt op [verzorgingsplaats] aan de [locatie 1]. Op [verzorgingsplaats] is een motorbrandstofverkooppunt (benzinestation) van Shell aanwezig. Shell heeft op 17 juni 2019 vergunning aangevraagd voor het realiseren van een energielaadpunt met 2 laadplekken onder de luifel van het benzinestation als aanvullende voorziening bij haar benzinestation. Bij besluit van 15 november 2019 heeft de minister de gevraagde vergunning verleend. Op 21 december 2020 heeft Shell de minister gevraagd deze vergunning te wijzigen. Shell wil 4 laadplekken als aanvullende voorziening realiseren op het voor het benzinestation gelegen terrein. Bij besluit van 26 oktober 2021 heeft de minister de gevraagde wijziging vergund. Fastned is het met de vergunningverlening niet eens en heeft tegen de vergunning van 15 november 2019 en de wijziging daarvan bezwaar gemaakt. Bij het besluit op bezwaar van 31 juli 2023 heeft de minister de vergunning van 15 november 2019, zoals gewijzigd bij besluit van 26 oktober 2021, herroepen en de gevraagde vergunning alsnog geweigerd. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat het elektrisch laadpunt geen aanvullende voorziening is. Volgens de minister wordt in strijd met de beleidscriteria nieuwe infrastructuur aangelegd. Ook doet de aanvullende voorziening functioneel afbreuk aan de basisvoorziening benzinestation en gaat de voorziening ten koste van de verkeersveiligheid op de verzorgingsplaats.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401575/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6030</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6030</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6030"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 december 2021 heeft de minister de door Hajé gevraagde vergunning voor het realiseren van een aanvullende voorziening voor elektrisch laden bij haar wegrestaurant op verzorgingsplaats "De Lepelaar" aan de rijksweg A6 in de gemeente Lelystad, geweigerd. Op verzorgingsplaats "De Lepelaar" is een benzinestation van Shell aanwezig en daarbij heeft Shell een aanvullende voorziening voor elektrisch laden. Fastned heeft op de verzorgingsplaats een basisvoorziening elektrisch laden. Hajé exploiteert een wegrestaurant op de verzorgingsplaats. Bij het wegrestaurant hoort een aanvullende voorziening voor elektrisch laden, een aanvullende voorziening voor een hotel en lodges en een aanvullende voorziening voor een take-away. Verder zijn achter het wegrestaurant parkeerplaatsen voor personenauto’s en parkeerplaatsen voor vrachtauto’s aanwezig. Tussen de parkeerplaatsen voor personenauto’s en parkeerplaatsen voor vrachtauto’s ligt een groenstrook.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401261/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6042</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6042</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6042"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005343</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6008</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6008</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6008"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6106</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6106</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6106"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004464</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6126"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004341</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6109</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6109</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6109"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004667</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6225"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 april 2024 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het saneringsplan "Randstad-Zuid Fase 1" vastgesteld en geluidproductieplafonds verlaagd. Het saneringsplan heeft betrekking op een aantal spoorgedeelten in de gemeenten Gouda, Pijnacker-Nootdorp en Zuidplas en op een wegvak van de rijksweg A12 in de gemeenten Den Haag en Zoetermeer, grenzend aan de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Het saneringsplan bevat bronmaatregelen en afschermende maatregelen aan en langs het spoor en een afschermende maatregel langs de rijksweg A12. Deze maatregelen leiden tot een verlaging van de geluidsbelasting op verschillende referentiepunten langs deze spoorgedeelten en dit wegvak van de rijksweg A12, zodat de geluidproductieplafonds op deze referentiepunten zijn verlaagd. [appellant] en anderen wonen allen in Nootdorp op ongeveer 200 tot 400 m afstand ten zuiden van het spoor en de rijksweg A12. De afstand tussen hun woningen en het dichtstbijzijnde in het saneringsplan opgenomen wegvak van de rijksweg A12 bedraagt ongeveer 800 m tot 1 km. De afstand tussen hun woningen en het dichtstbijzijnde in het saneringsplan opgenomen spoorgedeelte bedraagt ongeveer 1 tot 1,3 km. Zij zijn het niet eens met het saneringsplan, omdat het niet voorziet in de plaatsing van geluidsschermen langs de rijksweg A12 ter hoogte van hun woningen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402862/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6226</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6226</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6226"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk aan [persoon] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en gebruiken van een woning en voor een uitweg op het perceel [locatie] in Nijkerk (het perceel). [persoon] heeft op 23 december 2021 een aanvraag ingediend voor het bouwen van een woning met uitweg op het perceel. Het perceel waarop de woning is voorzien heeft in het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Nijkerkerveen en Holkerveen" (het bestemmingsplan) de bestemming "Wonen" en dubbelbestemming "Archeologie". De aanvraag is in strijd met het bestemmingsplan, omdat op het deel van het perceel waarop de woning is voorzien geen bouwvlak aanwezig is. [appellant] en anderen wonen in de directe omgeving van het perceel. Bij uitspraak van 21 maart 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] en anderen tegen het besluit van 2 november 2022 ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellant] en anderen kunnen zich niet met de uitspraak verenigen en hebben daartegen hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402723/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6107</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6107</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6107"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat zij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten, een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd en haar gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6119</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6119</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6119"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004265</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3238"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504646/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6118</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6118</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6118"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 juni 2022, aangevuld bij besluit van 16 januari 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402661/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6217</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6217</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6217"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij einduitspraak tevens tussenuitspraak van 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2677, heeft de Afdeling provinciale staten en het college van GS onder andere opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in de besluiten van 16 november 2022 (inpassingsplan "Windpark IJsselwind Zutphen", hierna: PIP) en 23 november 2022 (twee omgevingsvergunningen voor de windturbines) te herstellen. Onder 99.3 van de tussenuitspraak is vastgesteld dat artikel 16.2 van de planregels niet in overeenstemming is met artikel 9e, eerste lid, laatste volzin, van de Elektriciteitswet 1998, voor zover het onder b regelt dat de gemeenteraad onder voorwaarden eerder dan na een termijn van tien jaren na vaststelling van het PIP bevoegd is voor de gronden waarop het PIP betrekking heeft een bestemmingsplan vast te stellen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak hebben provinciale staten bij besluit van 24 september 2025 het PIP gewijzigd. Artikel 16.2 van de planregels is geschrapt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300108/3/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6056"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 23 september 2026, ingekomen op 30 september 2026, heeft [verzoekster] verzocht om wraking van staatsraad mr. D.A. Verburg als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van de zaak met nummer 202505720/1/A3. [verzoekster] heeft aan haar verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraad vooringenomen en partijdig is, althans de schijn daarvan heeft gewekt, door de gang van zaken op de zitting van 23 september 2026. De staatsraad heeft zich volgens [verzoekster] vooringenomen en partijdig geuit door op de zitting het standpunt van de niet verschenen korpschef van de politie, de wederpartij, voor het voetlicht te brengen en uit het perspectief van de korpschef het hoger beroep te behandelen, stellig diens standpunt te herhalen, op te merken dat de bewijslast bij haar ligt, en door te lachen of haar uit te lachen. Ook heeft de staatsraad het dossier niet voldoende gelezen of deugdelijk bestudeerd, aldus [verzoekster].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505720/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6114</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6114</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6114"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. De minister heeft appellant in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000 met het oog op een overdracht aan Spanje. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 21 oktober 2023 was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft van 10 september 2023 tot en met 21 oktober 2023 op strafrechtelijke titels vastgezeten. Uit het uittreksel van de Justitiële Informatiedienst blijkt dat de politierechter van de rechtbank Amsterdam appellant op 12 september 2023 heeft veroordeeld tot zes weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De minister heeft de maatregel op 14 november 2023 opgeheven, omdat hij appellant heeft overgedragen aan de Spaanse autoriteiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307074/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6212"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een verzoek van Stichting IJmondig en andere om handhavend op te treden tegen Tata Steel IJmuiden B.V., afgewezen. Aan Tata Steel is op 16 januari 2007 een revisievergunning verleend. In voorschrift 0.1.13 van die revisievergunning staat dat Tata Steel "dient te beschikken over een gecertificeerd milieuzorgsysteem dat voldoet aan ISO 14001 of een door gedeputeerde staten als gelijkwaardig goedgekeurde norm." In plaats van de term ‘milieuzorgsysteem’ wordt inmiddels gewoonlijk ‘milieumanagementsysteem’ gebruikt, maar de Afdeling houdt de terminologie van de revisievergunning aan. Stichting IJmondig en andere menen dat Tata Steel niet voldoet aan het genoemde voorschrift omdat volgens hen niet alle bedrijfsonderdelen onder de ISO-certificering vallen. Zij hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen Tata Steel. Het college heeft dat verzoek afgewezen, omdat Tata Steel volgens het college wel aan het voorschrift voldoet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202302428/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6182"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tijdens de zitting op 15 oktober 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. W. den Ouden, mr. J.M. Willems, en mr. A.B. Blomberg, als voorzitter en leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak met nummer 202304224/4/A2. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek tot wraking vier wrakingsgronden ten grondslag gelegd. Zo zijn de staatsraden volgens hem partijdig en vooringenomen, omdat hij het proces-verbaal van een eerdere zitting van 13 oktober 2025 niet heeft ontvangen, terwijl hij daar wel om heeft gevraagd. Daarnaast hadden de staatsraden geen gelegenheid mogen bieden tot het aanleveren van geheime stukken door de Nationaal Coördinator Groningen. Verder hebben de staatsraden niet op voorhand gezegd dat zij het rapport van Smeets niet meenemen, terwijl dat rapport volgens hem niet objectief tot stand is gekomen en daardoor dus niet kan worden meegenomen. Tot slot voelt [verzoeker] zich door de staatsraden zowel financieel als fysiek bedreigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202304224/7/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6199"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 1 maart 2021 en 31 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep beslist op het door [appellant] ingediende verzoek om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) documenten openbaar te maken. [appellant] heeft op 8 februari 2021 met een beroep op de Wob het college verzocht om openbaarmaking van, voor zover nu nog relevant, de documenten over verkeersonderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ontwerpbestemmingsplan ‘Rondweg Milsbeek’. Het college heeft op dit verzoek besloten tot openbaarmaking van de volgende documenten: - de technische rapportage Verkeersmodel Noord-Limburg, basisjaar 2018, prognosejaar 2030 (Verkeersmodel 2018); - voorlopig ontwerp van de verbindingsweg; en - twee kaarten van Royal HaskoningDHV, te weten een kaart ‘referentie prognosejaar 2020’ en een kaart ‘variant Verbindingsweg Milsbeek 2030’. De rechtbank heeft overwogen dat het college het Wob-verzoek te beperkt heeft opgevat. Naar het oordeel van de rechtbank vallen onder het Wob-verzoek niet alleen de documenten die in het Verkeersmodel 2018 zijn gebruikt voor de prognose 2030 inclusief aanleg van de verbindingsweg, maar ook de documenten die bij de totstandkoming van het Verkeersmodel, althans de actualisatie daarvan in 2018, zijn gebruikt, zoals verkeerstellingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402987/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6211"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. [persoon] is eigenaar van een bedrijfspand op het perceel Sint Laurensdreef 40 in Utrecht. Hij verhuurt dit bedrijfspand aan ALT Technologies B.V., die hier een bedrijf uitoefent. Daarnaast is [persoon] enig aandeelhouder en bestuurder van [appellante]. Tijdens een controle hebben toezichthouders geconstateerd dat in het bedrijfspand een stookinstallatie en brandstofleidingen aanwezig zijn die niet SCIOS goedgekeurd zijn. Dit is in strijd met artikel 3.10p van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 3.7m van de Activiteitenregeling milieubeheer. Met het besluit van 22 februari 2022 heeft het college aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd voor deze overtreding. Met het besluit van 29 december 2022 heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 22 februari 2022 in stand gelaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403675/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6052</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6052</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6052"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">RTV Noord-Holland heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de gemeenteraad van de gemeente Gooise Meren van 25 september 2023. RTV Noord-Holland heeft de gemeenteraad gevraagd om de vaststellingsovereenkomst, andere afspraken en alle andere documenten over de ontwikkeling van De Krijgsman in Muiden openbaar te maken. De gemeenteraad heeft dat eerst geweigerd. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 17 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1925, wil de gemeenteraad alsnog passages openbaar maken. RTV Noord-Holland vindt het niet waarschijnlijk dat de zienswijze helemaal bestaat uit informatie die het voorwerp is van het geschil.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202306839/2/A3</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6061</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6061</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6061"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6017"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004572</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6044"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6219"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 september 2017 heeft de raad van de gemeente Leudal het bestemmingsplan "Vergroting bouwvlak Karreveld 10, Heibloem" gewijzigd vastgesteld. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 5.1 overwogen dat de raad heeft beoogd een bouwvlak toe te kennen, maar dat niet kenbaar is dat de raad elektronisch een plan heeft vastgesteld waarin het bouwvlak is opgenomen, en dit bouwvlak niet op de verbeelding van het elektronisch beschikbaar gestelde bestemmingsplan op www.ruimtelijkeplannen.nl is opgenomen. Daarom is het plan in zoverre onzorgvuldig voorbereid en daarmee in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht tot stand gekomen. De Afdeling heeft onder 11.3 en 14.2 van de tussenuitspraak overwogen dat uit de plantoelichting volgt dat met de uitbreiding van het bouwvlak niet wordt beoogd een uitbreiding van het aantal dieren mogelijk te maken. In verband hiermee is op de verbeelding aan de gronden die zijn beoogd voor de uitbreiding met de werktuigenloods en de mestsilo’s de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - geen dieren" toegekend. Maar in de planregels is hierover geen regel opgenomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202000558/3/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5982</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5982</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5982"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003925</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6229"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee het verzoek van [appellant sub 2] om handhavend op te treden tegen zonder omgevingsvergunning opgerichte bouwwerken voor het houden van paarden aan de [locatie 1] in Rockanje (het perceel) gedeeltelijk toegewezen. [appellanten sub 1] wonen aan de [locatie 1] in Rockanje. Zij houden op dit perceel paarden aan huis en daarvoor hebben zij een paardenstal, een paardenbak met een uitloopbak en mestbak gerealiseerd. [appellant sub 2] woont naast het perceel aan de [locatie 2]. Zij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen deze bouwwerken. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de paardenstal zonder omgevingsvergunning mocht worden opgericht, zodat dit geen overtreding oplevert waartegen het college handhavend kan optreden. Voor de oprichting van de paardenbak met uitloopbak en de mestbak was wel een omgevingsvergunning nodig, die niet was aangevraagd en verleend. Het college heeft [appellanten sub 1] in de gelegenheid gesteld om die omgevingsvergunning alsnog aan te vragen. [appellanten sub 1] hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt en het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202304545/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6200"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een vergunning te verlenen voor het aan de woonruimtevoorraad onttrekken van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in Amsterdam, afgewezen. [appellante] is sinds januari 2022 eigenaar van het pand aan de [locatie] in Amsterdam. Het pand is vanaf 2003 tot 2018 gebruikt als woonruimte. Daarna heeft het pand tot 2022 te koop gestaan. [appellante] wil van het pand een kantoorruimte maken. Het college heeft de aanvraag van [appellante] afgewezen, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden uit artikel 3.3.9, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (Hvv). Van een onttrekking van een woonruimte ten behoeve van een maatschappelijk gewenste functie is geen sprake en het gewenste kantoor biedt geen versterking aan de economische structuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505424/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6222"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 maart 2024 heeft de burgemeester van Leidschendam-Voorburg de aanvraag van [appellant] om afgifte van een reisdocument voor vreemdelingen niet in behandeling genomen. [appellant] staat sinds 16 januari 2001 in de Basisregistratie personen (brp) ingeschreven als [appellant], geboren op [geboortedatum 1] 1978 in Ikuthu, Sudan. Hij heeft op naam van [appellant] een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd en een verblijfspas die geldig is tot 8 april 2027. Op 23 januari 2024 heeft [appellant] de burgemeester gevraagd hem een reisdocument voor vreemdelingen (een zogenoemd vreemdelingenpaspoort) als bedoeld in artikel 14 van de Paspoortwet (Pw) te verstrekken. [appellant] stelt dat hij [persoon] is, geboren op [geboortedatum 2] 1968, in Ibadan, Nigeria. Ter onderbouwing van het verzoek heeft [appellant] een geldig en authentiek bevonden Nigeriaans paspoort, op naam van [persoon], overgelegd, dat geldig is tot 2 maart 2028. Op de zitting bij de Afdeling heeft hij verduidelijkt dat het de bedoeling is een vreemdelingenpaspoort aan te vragen op naam van [appellant]. Hij is overigens al eerder in het bezit geweest van een Nederlands vreemdelingenpaspoort, op naam van [appellant].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505332/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6147"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005449</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6134"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bijlage 1 en 2 bij de Regeling zorgverzekering gewijzigd. Recordati is de registratiehouder van het geneesmiddel osilodrostat (merknaam Isturisa®, Isturisa). Op 30 oktober 2020 heeft Recordati een aanvraag ingediend tot plaatsing van Isturisa in onderdeel B van bijlage 1 (bijlage 1B) bij de Rzv. Het Zorginstituut Nederland (het Zorginstituut) heeft in zijn advies van 1 juni 2021 onder meer geadviseerd om Isturisa in onderdeel A van bijlage 1 (bijlage 1A) bij de Rzv te plaatsen, omdat Isturisa onderling vervangbaar is met twee middelen die al in die bijlage zijn opgenomen. Op 31 januari 2022 heeft de minister Recordati in kennis gesteld van zijn voornemen om Isturisa bij de wijziging van de Rzv die op 1 maart 2022 van kracht wordt, op te nemen in bijlage 1A bij de Rzv. Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de minister bijlage 1 en 2 bij de Rzv gewijzigd in verband met de maandelijkse wijziging van de aanspraak op geregistreerde geneesmiddelen. Hierbij heeft de minister Isturisa opgenomen in bijlage 1A bij de Rzv en de standaarddosis en de vergoedingslimiet voor dit middel vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303829/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6051</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6051</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6051"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie bepaald dat verzoeker wordt overgedragen aan Duitsland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6121</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6121</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6121"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003149</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6213</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6213</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6213"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Op 30 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk verkeersbesluiten genomen over de herinrichting van de Rembrandt van Rijnstraat en de spoorzone/het Schilderspad en over de afsluiting voor fietsers van het Schilderspad in Boxmeer. De stichtingen zijn het niet eens met de uitspraak van 23 september 2025. Zij betogen dat de rechtbank de door [appellant] ingestelde beroepen ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij voeren aan dat uit het proces-verbaal van de uitspraak en de zittingsaantekeningen blijkt dat [appellant] ook namens hen bij de rechtbank het woord heeft gevoerd. Voor zover zij niet als eisers in beroep kunnen worden aangemerkt, betogen zij dat de rechtbank hen, gelet op de inhoud van het dossier en de uitlatingen op de zitting, op grond van artikel 8:26 van de Awb als partij tot het geding had moeten toelaten als belanghebbenden. De rechtbank heeft volgens hen ten onrechte uitsluitend de belanghebbendheid van [appellant] beoordeeld. Daardoor zijn zij in hun procesbelangen geschaad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505823/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6055</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6055</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6055"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij uitspraak van 9 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland van 13 november 2024 geschorst. [verzoekers] zijn eigenaar van het pand aan de [locatie 1] in Zierikzee. [partijen] zijn eigenaar van het aangrenzende pand aan de [locatie 2]-[locatie 3], dat is aangewezen als rijksmonument. Bij het besluit van 13 november 2024 heeft het college aan [partijen] een last onder dwangsom opgelegd met betrekking tot het pand [locatie 2]-[locatie 3]. De voorzieningenrechter heeft dat besluit bij uitspraak van 9 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4835, geschorst. De voorzieningenrechter heeft die beslissing gebaseerd op een belangenafweging. Daarbij heeft de voorzieningenrechter onder andere betrokken dat [partijen] een zwaarwegend belang hebben bij het niet hoeven uitvoeren van de last in de periode tot de uitspraak op het hoger beroep, en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat het pand van [verzoekers] verzakt of in de toekomst gaat verzakken als gevolg van de overtreding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504643/3/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6104"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 1 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf als familielid van een burger van de Europese Unie heeft gehad, verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten, en een aanvraag van verzoeker om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER voor duurzaam verblijf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6161</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6161</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6161"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 28 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6181"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ten aanzien van zaak nr. 202505945/1/A2, die op 26 oktober 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad Den Ouden, die als voorzitter van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 16 oktober 2026 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. Staatsraad Den Ouden heeft te kennen gegeven dat bij de voorbereiding van bovenvermelde zaak is gebleken dat mr. D.K. Jongkind zich namens verweerder als gemachtigde heeft gesteld. Mr. Jongkind is vorig jaar gepromoveerd aan de Universiteit Leiden en staatsraad Den Ouden was één van haar promotoren. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het beroep te voorkomen, heeft staatsraad Den Ouden verzocht om verschoning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505945/2/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verschoning</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6220</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6220</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6220"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad een verzoek van North Sea Venue B.V. (NSV) op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ingewilligd. NSV heeft verzocht om openbaarmaking van communicatie tussen [appellante], raadslid voor Democratisch Zaanstad, en de burgemeester en/of het college van burgemeester en wethouders. Kort gezegd is er verzocht om communicatie over [persoon] en zijn bedrijf NSV, een en ander gerelateerd aan het hekwerk aan de [locatie] in Zaanstad en de daarmee samenhangende problematiek. Het college heeft hierover tien e-mails aangetroffen. Bij het besluit van 9 juni 2021 heeft het college besloten tot openbaarmaking daarvan. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, wegens het ontbreken van procesbelang. Er heeft geen openbaarmaking plaatsgevonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600919/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6116"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2025. Een hoger beroep wordt ingevolge artikel 8:41, vierde, vijfde en zesde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard als betaling van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op het moeten betalen van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. [appellante] heeft in haar hogerberoepschrift gesteld niet in staat te zijn om het verschuldigde griffierecht te betalen. Naar aanleiding hiervan is haar bij brief van 19 november 2025 de gelegenheid geboden nadere gegevens te verstrekken binnen twee weken na dagtekening van deze brief. Verder is in deze brief vermeld dat als [appellante] van deze gelegenheid geen gebruik maakt, het beroep op betalingsonmacht niet inhoudelijk zal worden beoordeeld en zal worden overgegaan tot heffing van het griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505290/2/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6157"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504846/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6317"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Toewijzingsregels nieuwe woonwagenlocatie van WBO blijft in stand in kort geding. Niet in strijd met de wet- en/of regelgeving en ook niet onrechtmatig jegens eisers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12350195 \ CV EXPL 26-2786</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.S. Kuipers</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6625"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdzaak. Vrijspraak van opslaan en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik. Teruggave van in beslag genomen vuurwerk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001511-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2745"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Handelen in strijd met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod. Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest en een geldboete ter hoogte van € 800,00 subsidiair 8 dagen hechtenis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000427-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C. Gillesse, mr. G.P.N. Robben, mr. M.C.C. van de Schepop</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14387"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Bewijsopdracht. Gedaagde (een Spaanse vennootschap) is in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat bij de overdracht van een drietal woningen aan haar sprake is geweest van een rechtsgeldige Aportación de Socios en dat dat betekent dat geen sprake is van een schuld aan de aandeelhouders c.q. een vorderingsrecht van de nalatenschappen op gedaagde. Gedaagde is niet geslaagd in het eerste deel van de bewijsopdracht. Er is dus een schuld van gedaagde aan de nalatenschappen van de overledenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/695160 / HA ZA 25-192 (eindvonnis)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30393</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30393</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30393"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing eenhoofdig gezag, geen omgangsregeling en vaststelling kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690640 / FA RK 25-6445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3004</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3004</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3004"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; geschillenregeling; artikel 2:343c BW; deskundige benoemd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.216/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): prof. dr. mr. S. ten Have, drs. V.G. Moolenaar, mr. J.M. de Jongh, mr. dr. I.A. van der Burg, mr. C.H. Rombouts</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30908</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30908</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30908"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VA, gehoren ten onrechte betrokken bij de besluitvorming, als Roma te maken gehad met structurele en ernstige discriminatie in Servië, beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.61184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6028</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6028</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6028"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over de vraag of de huurder van woonruimte bij het einde van de huurovereenkomst de woning in correcte staat heeft opgeleverd. Het formulier waarop de verhuurder zich beroept is geen beschrijving van de staat van het gehuurde bij aanvang van de huurovereenkomst. De verhuurder heeft de staat bij aanvang voldoende gesteld. De staat van het gehuurde bij einde van het gehuurde is daarmee niet in overeenstemming. De schade is tenminste het door de verhuurder gevorderde bedrag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.446/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14406</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14406</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14406"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering schorsing executie van de tenuitvoerlegging van een notariële akte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723472 / KG ZA 26-758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30911"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Syrië besluitmoratorium Dictum: Gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14390"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Partijen vragen de rechtbank om de nalatenschap van hun vader te verdelen. De verdeling wordt vastgesteld en de rechtbank beslist op de geschilpunten tussen partijen over de wijze van aanvaarding van de nalatenschap, de rechtmatigheid van een aantal schenkingen, de wijze van vertegenwoordiging door gedaagden en de verzwijging van boedelbestanddelen door gedaagden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/716738 / HA ZA 26-261</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6318</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6318</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6318"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat gedaagde bestuurder is geweest van het gefailleerde bedrijf. Het gefailleerde bedrijf heeft niet voldaan aan de wettelijke publicatie- en administratieplicht. Gedaagde is er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat er andere oorzaken zijn van het faillissement, waardoor de rechtbank van oordeel is dat gedaagde aansprakelijk is voor het gehele faillissementstekort van het gefailleerde bedrijf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/339903 / HA ZA 25-374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A.M. Egberink</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2757"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opiumwet. Bevestiging van het vonnis met aanvulling van gronden en met uitzondering van de opgelegde straf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000994-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bosch, mr. A.C. van Campen, mr. N. van der Laan</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9709"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Artikel 3.102 Wet IB 2001.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9674"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/7</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14392"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Ontruiming bedrijfsruimte. Huurovereenkomst beëindigd, maar gedaagde heeft de bedrijfsruimte en buitenruimte niet ontruimd. Ontruiming toegewezen. Geen langere ontruimingstermijn, omdat gedaagde al voldoende tijd heeft gekregen om tot ontruiming over te gaan na het einde van de huuroveerenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12340943 VV EXPL 26-66</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14401"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking. De rechtbank bepaalt dat het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden aangevuld en dat partijen hiervan ieder de helft moeten betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/661453/ HA ZA 23-573</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8072"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzing naar andere rechtbank vanwege (familie)band verzoekster met medewerker rechtbank</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450621 FA RK 26-3805</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2658"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte is ter zake van beledigingen en bedreigingen richting buitengewoon opsporingsambtenaren en politieagenten, vernieling van een telefoon van de politie en het zonder noodzaak meermalen bellen van 112 veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis, waarvan 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft het hof een beslissing genomen over de vorderingen van de benadeelde partijen. Het hof heeft tevens de proeftijd in de vordering tot tenuitvoerlegging verlengd met 1 jaar. De verdachte is vrijgesproken voor schennispleging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002631-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bosch, mr. R.G.A. Beaujean, mr. P. Jeeninga</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6228</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6228</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6228"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 december 2022 heeft de raad van de gemeente Noord-Beveland het bestemmingsplan "Bebouwde kom Colijnsplaat 2022" vastgesteld. Het plan is grotendeels conserverend van aard en voorziet in een actualisering van het juridisch-planologische kader voor de kern Colijnsplaat in de gemeente Noord-Beveland. Het plan voorziet daarnaast in enkele nieuwe ontwikkelingen binnen die kern, waaronder een nieuwe woning op het perceel [locatie 4]-[locatie 5] en een uitbreiding van het bedrijventerrein aan de [locatie 9]. [appellanten sub 2] wonen aan de [locatie 1]. [appellant sub 3] woont aan de [locatie 2]. [appellant sub 4] woont aan de [locatie 3] en exploiteert daar ook een agrarisch bedrijf. Zij vrezen allen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat door de woning die het plan mogelijk maakt op het perceel [locatie 4]-[locatie 5]. [appellant sub 4] vreest daarnaast ook dat het plan leidt tot beperkingen voor zijn bedrijfsvoering. [partij] is eigenaar van het perceel leefklimaat door de woning die het plan mogelijk maakt op het perceel [locatie 4]-[locatie 5] en initiatiefnemer van de voorziene ontwikkeling. [appellant sub 1] woont aan [locatie 6]. [appellant sub 5] en anderen wonen aan de [locatie 7] en [locatie 8]. Zij zijn het niet eens met de uitbreiding van de bedrijfslocatie van [bedrijf] aan de [locatie 9], waar het plan in voorziet. Zij vrezen vooral voor geluidhinder door de activiteiten van het bedrijf op dat perceel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202301795/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14419"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/711726 HA ZA 1089</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. van Drongelen</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14353"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Consument zet opleiding tussentijds stop en moet deel van het opleidingsgeld betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12314523 CV EXPL 26-18117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1359</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1359</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1359"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om terug te komen van weigering Wajonguitkering. Geen nieuwe feiten en/of veranderde omstandigheden. Stukken hadden eerder kunnen worden ingebracht. Ook geen aanleiding om voor de toekomst van de weigering terug te komen. Uwv had ook moeten beoordelen of appellante jonggehandicapte is geworden in 2013 omdat aanvraag daarop ook betrekking had. Voor oordeel dat beperkingen tussen 18e verjaardag en aanvraagdatum zijn toegenomen zijn geen aanknopingspunten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/935 WAJONG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30417"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezagsuitoefening - wijziging zorgregeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707165 / FA RK 26-6004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Emmens</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1274"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad verklaart zicht onbevoegd. Tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, lid 7, Awb kan geen hoger beroep worden ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/954 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1534"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Uit de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan voor de afloop van de bezwaartermijn volgt niet dat belanghebbende tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de naheffingsaanslag. Artikel 24a Awr. Geen plaats voor toepassing van genoemd artikel in de periode vóór de inwerkingtreding daarvan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1351</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Dongen</contributor><issued>2026-10-21</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 24a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5315</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2659</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2659</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2659"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte is ter zake van het vernielen van een autoband veroordeeld tot een geldboete van € 225,00 subsidiair 2 dagen hechtenis en het betalen van een schadevergoeding aan de benadeelde partij. Voor het vernielen van de auto(deuren) is de verdachte partieel vrijgesproken, omdat het hof niet kon vaststellen dat hij ook deze schade heeft aangericht. De benadeelde partij is voor dit gedeelte van de schade niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002717-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bosch, mr. R.G.A. Beaujean, mr. P. Jeeninga</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1324"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/448 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6394"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kwalificatie huurovereenkomst voor onbemand tankstation. Vervolg op het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden van 26 november 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4522. Toepassing maatstaf uit HR 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:552.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.897/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:4522</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10431"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Schending nevenwerkzaamhedenbeding; aanzienlijke boetes verbeurt; matiging boete artikel 7:650 lid 6 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11732265 \ CV EXPL 25-2605</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1282"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/15 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14421</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14421</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14421"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Boete voor vervoer van runderen die &gt; 90 % drachtig waren. Nu sprake is van drie niet-transportwaardige dieren en het bij alledrie ging om vervoer over een lange afstand heeft verweerder de boete terecht vanwege de ernst verdubbeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/8989</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3048"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opiumwet. De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het bereiden, bewerken, verwerken en opzettelijk aanwezig hebben van 50 liter van een materiaal bevattende morfine en meer dan 150 kilogram van een materiaal bevattende heroïne. Bevestiging vonnis van de rechtbank met aanvulling van overwegingen in verband met in hoger beroep gevoerde verweren. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 10 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002685-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3065"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling en afpersing. Verweer op grond van artikel 6 lid 3 onder d EVRM in verband met het niet horen van de aangever verworpen. Vrijspraak diefstal. Schending redelijke termijn. Jeugdige leeftijd verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde. Veroordeling tot 240 uur taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Toewijzing vordering van de benadeelde partij voor immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001646-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:5452</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3061</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3061</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3061"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak meineed buitengewoon opsporingsambtenaar. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte in zijn proces-verbaal een valse verklaring heeft afgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002494-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:6879</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6542</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6542</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6542"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Familierecht. Informele rechtsingang minderjarig kind. Het hof volgt advies van de raad. Zorgregeling onder regie van de GI in belang van de minderjarige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.789/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1281</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1281</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1281"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er geen machtiging overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/966 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3066</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3066</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3066"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling en afpersing. Verweer op grond van artikel 6 lid 3 onder d EVRM in verband met het niet horen van de aangever verworpen. Vrijspraak diefstal en poging doodslag c.q. zware mishandeling. Schending redelijke termijn. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek van voorarrest. Toewijzing vordering van de benadeelde partij voor immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001560-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:5453</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3064"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling, afpersing en gekwalificeerde diefstal. Verweer op grond van artikel 6 lid 3 onder d EVRM in verband met het niet horen van de aangever verworpen. Vrijspraak opzetheling. Schending redelijke termijn. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 maanden en een taakstraf van 240 uur met aftrek van voorarrest. Toewijzing vordering van de benadeelde partij voor immateriële schade. Afwijzing vordering TUL.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001558-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:5456</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2772"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het bewezenverklaarde feit vereist van de verdachte ter zake van het voorhanden hebben van het identiteitsbewijs dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het identiteitsbewijs vals of vervalst was. Ten aanzien van het bestanddeel ‘redelijkerwijs moeten vermoeden’ geldt op grond van bestendige jurisprudentie ten minste dat verdachte schuld moet hebben gehad aan het voorhanden hebben van een vals rijbewijs, hetgeen wil zeggen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig is geweest omtrent de inschatting van de echtheid van het identiteitsbewijs dat hij voorhanden had. De verdachte had in dat geval bij enig nadenken over het aan hem verstrekte identiteitsbewijs kunnen en moeten vermoeden dat dit vals was. Gelet op hetgeen de verdachte omtrent de verkrijging van het rijbewijs heeft aangevoerd, had de verdachte zich minst genomen moeten afvragen of de wijze waarop hij het rijbewijs kon verkrijgen wel een geldig rijbewijs kon zijn. Hij kon onder de genoemde omstandigheden niet volstaan met een blind vertrouwen in de echtheid van het rijbewijs in die zin dat op hem een zelfstandige onderzoeksplicht rustte ter verifiëring van de echtheid van het rijbewijs. Het hof acht hiermee bewezen dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het rijbewijs dat hij voorhanden had, vals was. Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001346-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): prof. dr. mr. A.R. Hartmann, mr. G.J. Hanssen, mr. P.J.D.J. Muijen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:4344</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4344</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:4344"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning ten behoeve van het plaatsen van tijdelijke woonunits te Asten (de locatie) voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor de duur van tien jaar in de vorm van shortstay en midstay. Eiser is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. De rechtbank komt tot het oordeel dat het besluit een aantal gebreken kent. Eiser krijgt dus gelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Kleijn Hesselink</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30398"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding met nevenvoorzieningen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/684365 / FA RK 25-3190</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1317"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering niet kwijtschelden van de openstaande vorderingen. Naar het oordeel van de Raad heeft het Uwv voldoende gemotiveerd dat de schulden van appellante het gevolg zijn van gedragingen als bedoeld in artikel 3.6, vierde lid, onder c, van de Wht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/924 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8070</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8070</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8070"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing ZM 12 maanden - afwijzing second opinion</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450173 / FA RK 26-3539</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2827"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht terwijl het feit wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van buitengewoon opsporingsambtenaar meermalen gepleegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000439-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. Lonterman, mr. M.A.M. Wagemakers, mr. A.E.J. Satink-Bom</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8076"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging uithuisplaatsing na spoedmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450205 / JE RK 26-1238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30431"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing aansluitende zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711912 / FA RK 26-9001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6281</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6281</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6281"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">hof laat beslissing rechtbank om de moeder alleen met het gezag over zoon te belasten staan: beëindiging gezamenlijk gezag ouders</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.236</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6315</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6315</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6315"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een gesloten accomodatie voor jeugdhulp verleend voor de resterende duur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349391 / JE RK 26-1078</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6314</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6314</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6314"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden toegewezen. Iedere verdere beslissing met betrekking tot de ondertoezichtstelling aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350683 / JE RK 26-1339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2267"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2017. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in oktober 2017 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft aangifte Vpb 2017 gedaan onder horizontaal toezicht en daarbij geen winst ter zake van goodwill aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag Vpb opgelegd tot het belastbaar bedrag plus de goodwill. Naar het oordeel van het hof beschikt de inspecteur niet over een nieuw feit. Dat de aangifte is ingediend onder horizontaal toezicht maakt dat oordeel niet anders. Naar het oordeel van het hof is wel sprake van kwade trouw van de zijde van de gemachtigde. De inspecteur was zodoende bevoegd om een navorderingsaanslag op te leggen. De inspecteur heeft de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4729</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8078"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449712 / JE RK 26-1122</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7363"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vpb 2020. D BV is enig aandeelhouder van E BV. E BV huurkoopt in 2014 een onderneming voor €165.000 (€50.000 aanbetaling + 36 maandelijkse termijnen van €3.490,25). De huurkoopovereenkomst bevat een eigendomsvoorbehoud en de dga van D BV heeft zich borg gesteld. D BV financiert de huurkoop voor E BV via rc-verhouding. In februari 2020 verkoopt D BV de aandelen in E BV. In haar aangifte Vpb 2020 verwerkt D BV een boekverlies van €152.546 vanwege afwaardering van de rc-vordering op E BV. De inspecteur accepteert dit boekverlies niet en wijkt bij het opleggen van de aanslag Vpb af van de aangifte. De rechtbank is van oordeel dat D BV de rc-vordering niet kon afwaarderen ten laste van de winst. In geval de dga van D BV zich ook borg heeft gesteld voor de rc-vordering heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat een reëel risico bestaat dat de vordering niet zou worden terugbetaald. In geval de dga van D BV zich niet borg heeft gesteld, is sprake van een onzakelijke lening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7134</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.F. Kossen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1943"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aandeelhouder van een BV. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, omdat de BV uitdelingen aan belanghebbende heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen voor een gedeelte niet aannemelijk heeft gemaakt en daarom worden de navorderingsaanslagen door het hof verminderd. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1453 tot en met 24/1455</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5458</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9750"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting / negatief ROW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/8131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30268"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag in stand kan blijven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de overgelegde screenshots van Facebook-messenger berichten het asielrelaas van eiser niet onderbouwen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.M. Brandwacht-Kampman</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30267"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Maatregel van vreemdelingenbewaring ogv 59.1.a. Gronden niet betwist. Openstaande strafzaken geen aanleiding voor het opleggen van een lichter middel. Openbaar Ministerie geen bezwaar tegen uitzetting. Eiser werkt niet mee.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59681</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.P. van Eerde</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30502"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige voorziening connex aan asielberoep, afgewezen omdat op het beroep is beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.M. Brandwacht-Kampman</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6229"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak betreft een geschil over een detacheringsovereenkomst tussen UWV en Zorghotel Zenderen. UWV heeft een van haar werknemers voor de duur van één jaar gedetacheerd bij Zorghotel Zenderen. Facturen die UWV uit hoofde van de detacheringsovereenkomst aan Zorghotel Zenderen heeft gestuurd, zijn onbetaald gebleven. UWV vordert in deze procedure nakoming van de betalingsverplichting van Zorghotel Zenderen. Zorghotel Zenderen neemt het standpunt in dat zij haar betalingsverplichting mocht opschorten (als opstap naar een vordering tot ontbinding en schadevergoeding), omdat UWV haar verplichtingen uit de detacheringsovereenkomst niet is nagekomen. Het niet-nakomen/tekortschieten van de zijde van UWV schuilt er volgens Zorghotel Zenderen in dat de gedetacheerde werknemer niet heeft gefunctioneerd zoals mocht worden verwacht. Het standpunt van UWV wordt door de rechtbank verworpen. Zorghotel Zenderen wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/338669 / HA ZA 25-316</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van Diggele</contributor><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:727</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:727</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:727</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:727"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over detacheringsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/338669 / HA ZA 25-316</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. van Diggele</contributor><issued>2026-02-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:6229</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8073</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8073</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8073"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verstek. Vordering vervangende toestemming vakantie toegewezen. Vordering vervangende toestemming paspoort afgewezen in verband met gebrek aan belang. Man heeft hiervoor toestemming gegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450570 / KG ZA 26-398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Verstek</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6313</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6313</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6313"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek van de GI om een machtigng tot uithuisplaating in een voorziening voor pleegzorg te verlenen toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/346768 / JE RK 26-546</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10323</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10323</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10323"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mishandeling, diefstal fiets en belediging agenten bewezen. ISD-maatregel duur twee jaar. Tuusentijdse beoordeling na één jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/195995-26 (zaak A); 13-061207-26 (zaak B) (ter zitting gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.C. Langendoen, mr. C.C.J. Maas-van Es, mr. V.M. Hounjet</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30918</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30918</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30918"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, vervolgberoep, zicht op uitzetting, voortvarend handelen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59332</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6309"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing schorsing van het gezag van de vader. LEC EEG schat situatie in als hoog risico op eergerelateerd geweld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351286 / JE RK 26-1470</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Couperus-van Kooten</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4516</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4516</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4516"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ en artikel 6:6 van de Awb – mondelinge uitspraak – de heffingsambtenaar heeft belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar wegens termijnoverschrijding zonder haar een termijn te geven om aan te geven waarom zij te laat bezwaar had ingediend. Nu over de inhoudelijke kant (WOZ-geschil) geen eenduidigheid bestaat, verwijst de rechtbank de zaak terug naar de heffingsambtenaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB_LEE 26/359</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14422"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor het verspreiden dan wel in voorraad hebben van (instructie)video’s en documenten waarin tot een terroristisch misdrijf werd opgeruid. Aan de verdachte wordt een taakstraf van 80 uur opgelegd met aftrek van voorarrest. De verdachte wordt vrijgesproken van het opruien tot een terroristisch misdrijf en doxing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-273267-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Feraaune, mr. J.J. Bade, mr. J.C. Oord</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10322"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak opzet- dan wel schuldverkrachting. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/21 0327-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.C. Langendoen, mr. C.C.J. Maas-van Es, mr. V.M. Hounjet</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4525</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4525</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4525"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat de kraskaart pas is geactiveerd om 14:35 uur. De verkeersovertreding is geconstateerd om 10:10 uur. Inderdaad is zo’n kaart geldig van 00:00 tot 00:00, maar dat gaat niet op als je die pas activeert nadat de verbalisant langs is geweest; anders krijg je calculerende burgers. Kortom, de kraskaart was dus niet geldig ten tijde van de overtreding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12003769 BU VERZ 25-2497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30403"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging zorgregeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708171 / FA RK 26-6640</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.G. Nuboer</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30921"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, vervolgberoep, voortvarend handelen, overdracht naar Duitsland</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59597</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6312</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6312</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6312"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek eenhoofdig gezag. Kinderen geboren in Maleisie. Sprake van gezamenlijk gezag naar Maleisisch recht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/347658 / FA RK 26-1093</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. van der Lecq</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6465"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing bij de andere gezaghebbende ouder. Het hof bekrachtigt de beschikkingen van de kinderrechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.717/01 en 200.373.762/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5151"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 april 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] om op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) haar schuld van € 17.000,00 aan haar [vader] over te nemen, afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wht. Het overnemen van private schulden werd namens de Belastingdienst/Toeslagen uitgevoerd. Dat gebeurt nu door de minister, waarbij in de primaire fase dit wordt uitgevoerd door de uitvoeringsorganisatie Sociale Banken Nederland (SBN). In de uitspraak wordt het bestuursorgaan verder aangeduid met minister. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak. [appellante] is aangemerkt als een gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire. In de periode lopend van 2014 tot en met 2017 heeft zij € 17.000,00 geleend van haar ouders en dit in verschillende bedragen contant ontvangen. Zij heeft op het moment dat het bedrag opliep de lening vastgelegd in een akte die op het Turkse Consulaat te Rotterdam is opgesteld op 25 oktober 2017. Haar vader is op de akte als de geldlener aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405584/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6544</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6544</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6544"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 1:377a lid 3 onder d. BW. Het hof ontzegt de vader de omgang met zijn kind, omdat omgang in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.978/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10288"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/022607-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C. Danel, mr. C. Bruil, mr. I. Struijkenkamp</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8075"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Spoed kort geding. Vervangende toestemming vakantie afgewezen. Reis naar Kroatie niet in belang van minderjarige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450505 KG ZA 26-394</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Rekestprocedure</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2751</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2751</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2751"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod overtreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002853-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C. Gillesse, mr. J.T.F.M. van Krieken LL.M., prof. mr. P.J. Wattel</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10277</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10277</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10277"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Heineken en dochterbedrijf AB moeten samen een schadevergoeding van 111,2 miljoen euro betalen aan de Griekse bierproducent MTB.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/701248 / HA ZA 21-421</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8074"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voogdij, spoedverzoek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450702 / FA RK 26-3861</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5952"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Adoptie. Artikelen 1:227 en 1:228 BW. Kind geboren binnen relatie van moeder met duomoeder, die levensgezel van gelijk geslacht is. Gezien feitelijke gang van zaken rondom geboorte, belang van het kind bij duidelijkheid hierover en bedoeling wetgever om positie van vrouwelijke partner zoveel mogelijk gelijk te stellen aan die van mannelijke partner van biologische moeder heeft rechtbank verzoek op goede gronden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.209/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8065"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming vakantie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449454 / KG ZA 26-337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Rekestprocedure</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1278</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1278</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1278"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad wijst het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 5 december 2025 af. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/273 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening, Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8083"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Spoed PGJ aanhouding regulier</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450455 / JE RK 26-1281 en C/02/450459 / JE RK 26-1283</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4521"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burenrecht. Vordering tot het snoeien van overhangende takken toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/240339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.F. Clement</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1330"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verrekening, intrekking en terugvordering toeslag en WAO-uitkering. Appellante heeft in strijd met haar inlichtingenplicht niet aan het Uwv doorgegeven dat zij inkomsten had uit werk als zelfstandige. Dit betekent dat de anticumulatie van inkomsten op grond van artikel 44 van de WAO over de jaren 2017, 2018 en 2019, de intrekking van de toeslag over de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 maart 2015 en de terugvorderingen van (in totaal) € 25.449,12 (WAO) en € 1.260,16 (toeslag) in stand blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/89 TW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1353"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om wraking. Voorwaardelijk wrakingsverzoek wordt en eventuele volgende wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1291 WLZ-W</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1354"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Appellante is minder dan 35% arbeidsongeschikt. Beperkingen zijn juist vastgesteld. Geselecteerde functies zijn passend. In hoger beroep herhaling van eerder naar voren gebrachte gronden. Geen nieuwe medische informatie. Oordeel van de rechtbank wordt gevolgd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2091 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1355"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Appellante is minder dan 35% arbeidsongeschikt. Onderzoek door onafhankelijk deskundige. De Raad volgt de deskundige. Het onderzoek was zorgvuldig, inzichtelijk en consistent. Ook de arbeidskundige beoordeling wordt gevolgd. Maatmaninkomen juist vastgesteld. De pgb-inkomsten zijn terecht buiten beschouwing gelaten. Pas in hoger beroep toereikende motivering. Toepassing artikel 6:22 Awb. Vergoeding griffierecht. Vergoeding proceskosten, waaronder die voor door appellante ingeschakelde deskundige. Geen vergoeding voor werkzaamheden die de deskundige niet zelf heeft verricht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2344 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6543"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 1:450 lid 1 BW en artikel 1:431 lid 1 BW. Bekrachtiging instellen mentorschap en vernietiging instellen bewind.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.791/01 en 200.364.794/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6545</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6545</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6545"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 1: 431 lid 1 BW. Afwijzen verzoek van betrokkene zelf tot onderbewindstelling. Regeling levenstestament volstaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.022/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4527</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4527</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4527"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering in verband met afname van elektriciteit buiten de meter om. Gedaagde betwist aansprakelijkheid omdat hij de loodsen had verhuurd. Daar gaat de rechtbank aan voorbij. Wel gaat de rechtbank van een kortere periode uit dan door Enexis gevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/250323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. drs. M. Kremer</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1357"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Appellante is minder dan 35% arbeidsongeschikt. Medische onderzoek is zorgvuldig. De verzekeringsartsen beschikten over voldoende informatie om tot een afgewogen oordeel te komen. De geselecteerde functies zijn passend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2107 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1361"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. In hoger beroep herhaling van gronden in bezwaar en beroep. In wat appellanten in hoger beroep en tijdens de zitting naar voren hebben gebracht, heeft de Raad geen steun gevonden voor het oordeel dat appellanten wegens medische of andere redenen in de te beoordelen periode zijn aangewezen op een maatwerkvoorziening voor individuele ondersteuning in de vorm van een pgb door vaste hulpverlener met een Somalische achtergrond. Appellanten hebben ontoereikendheid van de ondersteuning door [naam stichting] niet onderbouwd. Zij hebben in het verleden gebruik gemaakt van deze basisondersteuning en doen dat ook nu weer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2064 WMO15-PV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5981"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">de vervangende toestemming erkenning, de omgangsregeling en de informatieregeling en ontvankelijkheid. Benoeming bijzondere curator. Artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek Artikel 1:204 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Artikel 1:377a lid 3 BW Artikel 283 Rechtsvordering (Rv) in combinatie met de artikelen 130 Rv en 362 Rv Artikel 1:377b leden 1 en 2 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.168</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4627</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4627</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4627"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Navordering. Fiscale woonplaats. Inkomen uit sparen en beleggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-07-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30426</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30426</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30426"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709608 / FA RK 26-7531</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Witteman</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5980"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">.Schadevergoeding Artikel 8 EVRM artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) artikel 1:431 lid 1 BW artikel 1:448 lid 2 BW artikel 1:444 BW artikel 1:445 lid 5 BW in combinatie met artikel 1:362 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.547</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2876"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-003059-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.F. Koolen, mr. J.C. Gillesse, prof. dr. mr. A.R. Hartmann</contributor><issued>2026-10-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:8071</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7556"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">handlichting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12081825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Engelbert-Clarenbeek</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1272</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1272</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1272"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opgelegde boete wegens schenden inlichtingenplicht terecht. Appellant heeft de inlichtingenverplichting geschonden door zijn huwelijk niet tijdig te melden aan de Svb. De boete is bepaald op basis 50% van het benadelingsbedrag. De Svb heeft vervolgens rekening gehouden met de draagkracht van appellant en de boete verlaagd tot het bedrag dat appellant in twaalf maandelijkse termijnen kan betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1369 ANW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10215</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10215</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10215"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs of bewerking van cocaïne. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast wordt de maatregel kostenverhaal opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-111372-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1352"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant is vanaf 7 mei 2024 niet meer verzekerd voor de Wlz. De Raad is van oordeel dat de Svb terecht handhaaft dat appellant vanaf 7 mei 2024 niet verzekerd is op grond van de Wlz, omdat hij geen duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft op grond waarvan hij nog als ingezetene van Nederland kan worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1091 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10218"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs of bewerking van cocaïne. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 270 dagen, waarvan 197 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van twee jaar, in combinatie met een taakstraf van 240 uur. Daarnaast wordt de maatregel kostenverhaal opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-111556-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:11861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:11861"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verzoek handlichting toegewezen door de kantonrechter</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11991137</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. I.C.J.I.M. van Dorp</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10219"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling schuldwitwassen, babbeltruc, bezit wapen en munitie, onderhandeling over wapens en munitie, voorbereidingshandelingen cocaïne. Gevangenisstraf 36 maanden, met aftrek, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Bijzondere voorwaarden. Vorderingen tul toewijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02.348811.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1349</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1349</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1349"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant is vanaf 9 augustus 2020 niet meer verzekerd voor de Wlz. De Raad is net als de rechtbank van oordeel dat de Svb terecht heeft aangenomen dat appellant vanaf 9 augustus 2020 geen duurzame band van persoonlijke aard met Nederland meer had en daarom geen ingezetene meer was van Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2533 WLZ</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1335"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging Wajong-uitkering na vertrek uit Nederland. Een Wajong-uitkering kan in beginsel niet worden geëxporteerd. Dat levert weliswaar een beperking op om vrij te reizen en te verblijven binnen de Unie, maar die beperking is gerechtvaardigd. Er was geen zwaarwegende reden om te verhuizen. Voor toepassing van de hardheidsclausule hoefde het Uwv geen aanleiding te zien. De gevolgen van een verhuizing zijn immers door de wetgever voorzien en bedoeld. Geen sprake van onevenredige gevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1323 WAJONG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1299"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging verdragsrecht per 30 juni 2020 omdat appellant geen WAO-uitkering meer uit Nederland ontvangt. Het geschil betreft de vraag of het CAK terecht niet eerder dan per 30 juni 2020 het verdragsrecht van appellant heeft beëindigd, waardoor hij pas vanaf die datum geen verdragsbijdrage meer verschuldigd is. Naar het oordeel van de Raad bestaat geen aanleiding voor een eerdere beëindiging van het verdragsrecht dan per 30 juni 2020, omdat appellant vóór die datum nog verdragsgerechtigde was. Dat hij in Spanje in 2020 geen medische zorg heeft afgenomen die door het Spaanse wettelijke stelsel wordt gedekt, doet niet af aan het feit dat hij als verdragsgerechtigde een verdragsbijdrage moet betalen. Dit vloeit voort uit artikel 30 van Verordening (EG) nr. 883/2004 in verbinding met artikel 69 van de Zorgverzekeringswet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1149 ZVW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1329"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Tegemoetkoming studiekosten op grond van de Wtos. Hoger beroep minister. Aanspraken op grond van de Wtos zijn uitsluitend bedoeld voor (bepaalde) opleidingen in Nederland. Er is, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, in het voorliggende geval geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule. De minister hoefde geen onderzoek te doen naar de financiële situatie van betrokkene. Betrokkene heeft daartoe onvoldoende individuele bijzondere omstandigheden gesteld en onderbouwd. De gevolgen van de keuze voor onderwijs in het buitenland komen voor rekening van betrokkene.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1240 WSFBSF</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14407"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Opheffing beslag op grond van belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723475 / KG ZA 26-760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5985"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">artikel 7 lid 1 Brussel II-ter 8 EVRM artikel 1:266 lid 1 onder a en b Burgerlijk Wetboek. EHRM 6 oktober 2015, N.P./Moldavië, 58455/13. artikel 1:257 van het Burgerlijk Wetboek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30924</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30924</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30924"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring / wettelijke regeling bewaring / rechtsbijstand / voorkeursadvocaat Deze zittingsplaats behandelt de bewaringzaken ter zitting en heeft partijen medegedeeld dat de rechtmatigheid van de maatregel die op 9 oktober 2026 is opgelegd op 15 oktober 2026 ter zitting zal worden behandeld. De gemachtigde van eiser heeft op 12 oktober 2026 om aanhouding verzocht wegens verblijf in het buitenland van 14 tot en met 24 oktober 2026 en omdat zij de piketmelding heeft geaccepteerd ondanks dat ze geen piket had en inmiddels de voorkeursadvocaat van eiser is. De rechtbank heeft het verzoek van de gemachtigde afgewezen omdat de rechtbank uiterlijk op 23 oktober 2026 uitspraak moet doen. De gemachtigde voert aan dat de regeling voor het beroep in bewaring en de handelwijze van de rechtbanken en in het bijzonder de afwijzing van het verzoek om aanhouding in deze zaak, in strijd is met het recht op effectieve rechtsbijstand en het recht op een voorkeursadvocaat. De rechtbank stelt vast dat artikel 94 van de Vreemdelingenwet niet onverenigbaar is met artikel 11 van richtlijn 2024/1346. In beide bepalingen komt tot uitdrukking dat artikel 6 van het Handvest vereist dat de maatregel zo kort mogelijk duurt en in beide bepalingen zijn strikte termijnen opgenomen voor de rechterlijke controle van de maatregel. De rechtbank overweegt dat de keuze die de Nederlandse wetgever heeft gemaakt uitdrukkelijk door de Uniewetgever is toegestaan. Artikel 47 van het Handvest garandeert een doeltreffende voorziening in rechte. Dit betekent onder meer dat de rechter verplicht is om zo nodig ambtshalve vast te stellen dat de maatregel onrechtmatig is en deze maatregel dan ook onmiddellijk op te heffen en tot de onmiddellijke invrijheidstelling over te gaan. Het grondrecht op een doeltreffende voorziening omvat ook het recht op rechtsbijstand en de mogelijkheid zich te laten adviseren, verdedigen en vertegenwoordigen. Op grond van het Unierecht heeft eiser recht op rechtsbijstand. Om dit recht te kunnen effectueren is voorzien in een piketregeling waardoor gewaarborgd is dat eiser zich ook in een bewaringsprocedure kan laten bijstaan door een advocaat. Het recht om te worden bijgestaan door een advocaat naar keuze volgt niet uit het Unierecht en is ook geen absoluut recht. De rechtbank heeft zich rekenschap gegeven van de noodkreet van de gemachtigde van eiser en de toelichting over de lange werkdagen die advocaten nu, nog meer dan voorheen, maken en zeker om derdelanders in bewaringsprocedures bij te staan. De rechtbank krijgt al weken meerdere signalen dat hetgeen gemachtigde van eiser naar voren brengt niet op zichzelf staat en in wezen door de hele beroepsgroep die werkzaam is in de vreemdelingenadvocatuur zo wordt ervaren. Deze rechtbank probeert, net als andere zittingsplaatsen, zoveel mogelijk maatwerk te leveren en waar ruimte wordt gevraagd en die ook is om zaken op andere tijdstippen of andere dagen te agenderen of online deelname aan de zitting toe te staan, dit zoveel mogelijk te doen. De mogelijkheden hiertoe zijn echter zeer beperkt. In de onderhavige procedure is evident dat het beroep niet kan worden aangehouden tot na 24 oktober 2026 omdat de rechtbank uiterlijk op 23 oktober 2026 uitspraak moet doen. Eiser heeft voorafgaand aan het bewaringsgehoor met een advocaat gesproken, heeft na het bewaringsgehoor met gemachtigde gesproken en gemachtigde heeft, weliswaar om 00:50 uur, beroepsgronden aan het dossier toegevoegd. Gemachtigde heeft de keuze gemaakt om zich niet te laten waarnemen tijdens het onderzoek ter zitting terwijl niet is gebleken hiertoe inspanningen zijn verricht en dat dit onmogelijk is gebleken. De rechtbank stelt vast dat het recht op rechtsbijstand van eiser in deze procedure niet is geschonden. De andere gronden slagen ook niet en rechtbank is ambtshalve nagegaan of aan alle rechtmatigheidsvoorwaarden voor de oplegging en tenuitvoerlegging van de maatregel is voldaan en stelt vast dat de maatregel rechtmatig is. Ter zitting, waar eiser in persoon is gehoord door de rechtbank, is door verweerder geen nieuwe informatie naar voren gebracht waar de gemachtigde van eiser niet op heeft kunnen reageren. De rechtbank heropent het onderzoek dus niet om de gemachtigde een proces-verbaal van de zitting te verstrekken en in staat te stellen een nadere reactie te kunnen geven. Het vereiste van hoor en wederhoor is geëerbiedigd door het onderzoek ter zitting en de beoordeling van de beroepsgronden van de gemachtigde, aangevuld met een ambtshalve beoordeling van de overige rechtmatigheidsaspecten. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60630</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4746"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 9 december 2022 heeft de burgemeester van Utrecht aanvragen van [appellante] om een exploitatievergunning en een vergunning tot het uitoefenen van een horecabedrijf met terras aan de [locatie 1] en de [locatie 2] in Utrecht, ingewilligd. [appellante] exploiteert een horecabedrijf met een terras aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. Bij twee besluiten van 9 december 2022 heeft de burgemeester twee exploitatievergunningen en vergunningen op grond van de Alcoholwet verleend tot en met 30 juni 2031. [appellante] is het oneens met de duur van de vergunningen. Zij wil dat de vergunningen voor onbepaalde tijd worden verleend en heeft bezwaar gemaakt. Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester de bezwaren van [appellante] ongegrond verklaard en zijn besluiten van 9 december 2022 gehandhaafd. De burgemeester heeft het besluit op 27 juli 2023 met gebruik van het programma Zivver beveiligd en digitaal verzonden aan de toenmalige advocaat van [appellante]. [appellante] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij niet kenbaar heeft gemaakt dat zij voldoende bereikbaar is voor de ontvangst van een elektronisch verzonden bericht met gebruik van het programma Zivver.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503197/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28677</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28677</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28677"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vrijheidsontnemende maatregel; grensbewakingsbelang; lounge van Schiphol; voortraject; medische beoordeling; rechtsbijstand; lichter middel; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6236</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6236</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6236"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">klaagschrift gegrond. Geen sprake van een strafbaar feit. Verborgen ruimte voertuig laten verwijderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-032147</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28732"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Amb-verordening; Spanje; overgangsrecht; artikel 43 Amb-verordening; ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41332</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30437</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30437</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30437"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing aansluitende zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712089 / FA RK 26-9106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28793"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">gronden te laat; niet verschoonbaar; arrest Bahaddar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44167</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2877"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">1. Onderzoek gegevens op smartphone. Richtlijn EU 2016/680. Sprake van vormverzuim, maar er zal worden volstaan met de constatering dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim (o.a. beperkt nadeel). 2. Schakelbewijs voor diefstal zeven auto's in totaal (1 in vereniging en 1 in vereniging met braak).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002181-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.F. Koolen, mr. J.C. Gillesse, prof. dr. mr. A.R. Hartmann</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2693"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het dealen van harddrugs gedurende de periode van 1 jaar, het voorhanden hebben van cocaïne, MDMA, heroïne en 2C-B en het voorhanden hebben van een stiletto. Vanwege het lucratieve karakter van het bewezenverklaarde dealen en het feit dat de verdachte zich, ondanks herhaaldelijk door de politie met verdovende middelen te zijn aangetroffen, kennelijk steeds opnieuw daarmee heeft ingelaten, acht het hof naast deze gevangenisstraf een geldboete geboden. Van deze geldboete moet een preventieve werking uitgaan. Nu de redelijke termijn in eerste aanleg is geschonden, zal het hof volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete ter hoogte van € 10.000,-, subsidiair 75 dagen hechtenis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002905-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bosch, mr. R.G.A. Beaujean, mr. H.A.T.G. Koning</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28794"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">verblijfsdocument zoals bedoeld in artikel 9 van de Vw 2000; geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden; geen sprake van gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM; horen in bezwaar; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.6167</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30881</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30881</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30881"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie. Omzetting van de vrijheidsontnemende maatregelen, maximale termijn van grensdetentie op grond van de Terugkeergrensprocedureverordening. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55378 en NL26.55389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6818</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6818</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6818"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Benoeming van commissie van deskundigen en vaststellen van onderzoeksvragen. Zie ook tussenvonnis: ECLI:NL:RBMNE:2026:356</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/555152</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. Erich, mr. J.R. Hurenkamp, mr. H.J. ter Meulen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6238"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">bezwaar tegen herroeping v.i. ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-010081</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30882</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30882</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30882"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, vervolgberoep, opgeheven, medische omstandigheden, niet onevenredig bezwarend, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54659</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30416"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verbetering geboorteakte en wijziging voornaam</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703120 / FA RK 26-3593</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Emmens</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30883</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30883</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30883"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">ROV-3 maatregel, schending meldplicht, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: VK 26/1987</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4178"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Er is terecht rekening aangesloten bij de toestandsdatum van 1 januari 2025 voor de waardering. De heffingsambtenaar heeft voldoende vergelijkbare referentiewoningen gebruikt. Uit de matrix blijkt dat er voldoende rekening is gehouden met eventuele onderlinge verschillen. De waarde is niet te hoog vastgeteld. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/5058</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.M. Geersheuvels</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9033"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">verzoek geheel toegewezen en toewijzing forfaitaire vergoeding voor behandeling verzoek in raadkamer ondanks dat advocaat niet in raadkamer is verschenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-003456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4505"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging tot moord door met een auto in te rijden op het slachtoffer en het slachtoffer vervolgens met een mes in zijn keel te steken. Geen sprake van noodweer(exces) of putatief noodweer. Beperkte medewerking aan psychologisch- en psychiatrisch onderzoek. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-175529-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Brouwer, mr. M.A.M. Wolters, mr. L.W. Janssen</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3005"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gevorderde afgifte van olie opgeslagen in een tank af is niet toewijsbaar omdat daarop een vuistpand is gevestigd en aan alle voorwaarden die daaraan worden gesteld naar het voorlopig oordeel van het hof is voldaan. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.350</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30884</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30884</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30884"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel; Nigeria; lhbti; beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22068</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5984"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 1:253t BW Achternaamswijziging Gezagswijziging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.724</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3006</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3006</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3006"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 843a (oud) Rv, art. 2l Wet Toezicht Collectieve Beheersorganisaties. Inzageverzoek met betrekking tot licentieovereenkomsten die Buma/Stemra met ‘subscription video on demand’ (SVOD) aanbieders heeft gesloten en andere gegevens met betrekking tot de tarieven die Buma/Stemra met SVOD-aanbieders overeengekomen is. Eindbeschikking. Bepaling wijze van inzage.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.344.381</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30885</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30885</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30885"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, artikel 59a Vw, gronden van de maatregel, lichter middel, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56273</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9035"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">klaagschrift gegrond. Derde belanghebbende is niet rechthebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-031274</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30887</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30887</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30887"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">kernwoorden: 8 EVRM, gezins- en familieleven, bijkomende elementen van afhankelijkheid, hoorplicht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.1264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2911"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW: opzettelijke misleiding door tussenpersoon bij de aankoop van een auto. Het hof verwerpt een betwisting van appellant wegens schending artikel 21 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.159/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6308"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in een voorzieing voor pleegzorg (netwerkpleeggezin) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351976 / JE RK 26-1600</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1636"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen op voet van art. 392 Rv. Vermogensrecht. Consumentenrecht. Verzekeringsrecht. Online gesloten schadeverzekering auto. Moet civiele rechter ambtshalve onderzoeken of in Wft en BGfo omgezette informatieplichten van Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten (inmiddels Richtlijn consumentenrechten) en Richtlijn verzekeringsdistributie zijn nageleefd en schending daarvan sanctioneren? Vgl. ECLI:NL:HR:2021:1677 (Arvato I). Is art. 78 lid 2 onder a (oud) BGfo in lijn met Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten? Verstrekken van informatie op duurzame drager.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1093</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:6633</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30435</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30435</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30435"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712041 / FA RK 26-9072</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7244"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mensenhandel in vereniging, seksuele uitbuiting door loverboy, overschrijding van de redelijke termijn</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16-144413-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Reijnierse, mr. C.S.K. Fung Fen Chung, mr. S.E. van den Brink</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7245"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mensenhandel in vereniging, seksuele uitbuiting door loverboy, vormverzuimen, betrouwbaarheid verklaringen slachtoffer, overschrijding van de redelijke termijn</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16-032219-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Reijnierse, mr. C.S.K. Fung Fen Chung, mr. S.E. van den Brink</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10224"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">herzien standpunt OM. Gronden voor voortzetting strafvorderlijk beslag niet langer aanwezig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-031260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5945"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot nakoming zorgregeling en oplegging dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.031</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30425</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30425</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30425"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712032 / FA RK 26-9064</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30397"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding geregistreerd partnerschap. Gedurende huwelijk partnerschapsvoorwaarden aangegaan, waarbij gemeenschap niet is verdeeld. Afwikkeling vermogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/687110 / FA RK 25-4587</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone, mr. E.D.A. Geleijns, mr. drs. A.M. van der Vliet</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5979"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof bepaalt, net als de rechtbank, dat er geen contact zal plaatsvinden tussen de vader en de minderjarige. Het verzoek tot het horen van getuigen wijst het hof af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.696</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7466</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7466</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7466"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte reed in juni 2025 met snelheden tot 126 km/u in de bebouwde kom en voerde gevaarlijke inhaalmanoeuvres uit. Daardoor kon hij uiteindelijk niet op tijd stoppen voor een overstekende fietser, die als gevolg van de aanrijding om het leven kwam. De rechtbank legt de verdachte een gevangenisstraf op van 24 maanden en de maximale rijontzegging van vijf jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-210605-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.L.W.M. Viering, mr. C.W.H. Houg, mr. M.W.M. Bankers</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1364</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1364</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1364"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen griffierecht betaald. Geen gronden ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/926 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7468"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte (destijds 34 jaar) maakte zich schuldig aan sexchatting via Snapchat met een meisje van toen 9 jaar. Hij liet het meisje verregaande seksuele handelingen met zichzelf verrichten en beelden daarvan, en ook andere naaktbeelden van haar, met de verdachte te delen. De verdachte stuurde op zijn beurt onder meer een foto van zijn geslachtsdeel naar het slachtoffer. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 140 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een proeftijd van 3 jaar. Ook moet hij het slachtoffer een schadevergoeding betalen van 2.500 euro.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-081790-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.L.W.M. Viering, mr. M. Kleijn Hesselink, mr. M.W.M. Bankers</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10346"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor diefstal in vereniging en wapen- en munitiebezit. Vrijspraak voor voorbereiding van een andere diefstal in vereniging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/090648-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Wildeman, mr. A.E. Wilbrink, M.J. Wiersma</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10225"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 33a Sv aan de orde. gelet op toelichting klager, geen sprake eerdere veroordeling beslagene en waarde inbeslaggenomen voertuig</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-000275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7472</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7472</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7472"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte gedroeg zich als bestuurster van een auto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend door met een te hoge snelheid een kruising te naderen, daarbij onvoldoende te letten op het verkeer en aangekomen op die kruising een van rechts komende fietser geen voorrang te verlenen. Als gevolg daarvan kwam de verdachte in botsing met het slachtoffer die zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 uur en een rijontzegging van 9 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De verdachte moet het slachtoffer een schadevergoeding betalen van 2.500 euro.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-044021-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.L.W.M. Viering, mr. M. Kleijn Hesselink, mr. M.W.M. Bankers</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14428"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zeden. Veroordeling inzake belaging, bedreiging, het openbaar maken van seksueel getint materiaal en verduistering tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden, een taakstraf voor de duur van 100 uren met aftrek van voorarrest en een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Vrijspraak inzake mishandeling en poging dwang (art. 284 Sr). De in beslag genomen telefoon van de verdachte wordt verbeurd verklaard. De vordering van de benadeelde partij wordt grotendeels toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/343298-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van der Leeden, mr. R.P.W. van de Meerakker, mr. M. van der Veer</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14388"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing vordering tot herroeping van voorwaardelijke invrijheidstelling. Oproeping nietig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 14/810255-12</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Jongkind, mr. N.M.L. Rogmans, mr. L.M. Nieuwenhuijs</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10228</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10228</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10228"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek geheel toewijsbaar nav nadere toelichting advocaat ter zitting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-004331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30444"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking aansluitende zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711356 / FA RK 26-8630</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.B. Haverhoek</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14389"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld (winkeldiefstal bij de Albert Heijn). Bekennende verdachte. Verminderd toerekeningsvatbaar. Gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Oplegging bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/259391-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Jongkind, mr. N.M.L. Rogmans, mr. L.M. Nieuwenhuijs</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30427</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30427</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30427"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijziging zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711814 / FA RK 26-8935</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30935</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30935</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30935"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verlengingsbesluit en volgberoep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59927 en NL26.60307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10229"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek geheel toegewezen na nadere toelichting verzoeker.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-006043</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30937</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30937</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30937"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60801</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2265"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2016. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in 2016 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft haar activiteiten overgedragen aan een andere groepsvennootschap, waarna zij is geliquideerd. Belanghebbende heeft in haar aangifte Vpb 2016 een belastbare winst van nihil aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag Vpb 2016 opgelegd omdat belanghebbende niet heeft afgerekend over de goodwill. Het hof oordeelt dat de inspecteur de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk heeft gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4725</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30940</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30940</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30940"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60805</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30446</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30446</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30446"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing aansluitende zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711884 / FA RK 26-8984</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7247</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7247</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7247"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Volgt later.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.267201.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.F. Hammerle, mr. H. den Haan, mr. B.A. Nijs</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30445"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking aansluitende zorgmachtiging - Wvggz</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711639 / FA RK 26-8815</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.B. Haverhoek</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30429"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing aansluitende zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712033 / FA RK 26-9065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30451</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30451</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30451"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeschikking zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711670 / FA RK 26-8830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenbeschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.B. Haverhoek</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6311</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6311</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6311"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tijdelijk verbod tot contact afgewezen wegens niet voldoen aan ontzeggingsgronden. Vastlegging dat zorg- en contactregeling niet langer geldt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349437 / FA RK 26-1627</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.L. Souman</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30943"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Maatregel van bewaring</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60660</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30453"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de rechtbank over beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/701195 / FA RK 26-2450</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30941"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44899</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Skerka</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30440"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing rechterljke machtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712064 / FA RK 26-9087</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10231</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10231</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10231"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hoogst onwaarschijnlijk latere verbeurdverklaring van de crossmotor.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-033733</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30948"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44962</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Skerka</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:192"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsbeschikking als bedoeld in artikel 2:25 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Evenredigheidsbeginsel. Het Gerecht vernietigt de beschikking van de Kamer van Koophandel (KvK) waarin de rechtspersoon is ontbonden omdat hij meer dan één jaar de handelsregisterbijdrage niet had betaald. Uit de wetsgeschiedenis van de vereenvoudigde ontbindingsregeling blijkt dat de bevoegdheid tot ontbinding van de KvK vooral is bedoeld voor rechtspersonen die feitelijk niet meer actief zijn, zijn verlaten of niet meer bereikbaar zijn. De wetgever heeft hierbij onvoldoende onderkend dat deze vereenvoudigde ontbindingsregeling ook actieve rechtspersonen kan treffen. Ontbinding kan voor een actieve rechtspersoon zeer verstrekkende gevolgen hebben. Nu niet is gebleken dat de rechtspersoon feitelijk inactief, verlaten of onbereikbaar was, komt toepassing van artikel 2:25 BW zodanig in strijd met het evenredigheidsbeginsel dat die achterwege moet blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202602004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.B. Smit-Colenbrander</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14435</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14435</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14435"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Varia, parkeervergunning. Daarmee staat voldoende vast dat eiseres – ook zonder het gestelde geschil met de verhuurder – ten tijde van de aanvraag op 24 oktober 2025 niet over een volverklaring kon beschikken. Dat betekent dat het college de aanvraag kon weigeren. Het college hoefde niet op basis van het gelijkheidsbeginsel aan eiseres een tijdelijke parkeervergunning toe te kennen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college in redelijkheid kunnen besluiten geen toepassing te geven aan de hardheidsclausule</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/10246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:193"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsbeschikking als bedoeld in artikel 2:25 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Evenredigheidsbeginsel. Het Gerecht vernietigt de beschikking van de Kamer van Koophandel (KvK) waarin de rechtspersoon is ontbonden omdat hij meer dan één jaar de handelsregisterbijdrage niet had betaald. Uit de wetsgeschiedenis van de vereenvoudigde ontbindingsregeling blijkt dat de bevoegdheid tot ontbinding van de KvK vooral is bedoeld voor rechtspersonen die feitelijk niet meer actief zijn, zijn verlaten of niet meer bereikbaar zijn. De wetgever heeft hierbij onvoldoende onderkend dat deze vereenvoudigde ontbindingsregeling ook actieve rechtspersonen kan treffen. Ontbinding kan voor een actieve rechtspersoon zeer verstrekkende gevolgen hebben. Nu niet is gebleken dat de rechtspersoon feitelijk inactief, verlaten of onbereikbaar was, komt toepassing van artikel 2:25 BW zodanig in strijd met het evenredigheidsbeginsel dat die achterwege moet blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202602165</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.B. Smit-Colenbrander</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10233"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslag op opbrengst inmiddels vernietigde scooter. Onttrekking aan het verkeer hoogst waarschijnlijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-001383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30952"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43798</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:194"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsbeschikking als bedoeld in artikel 2:25 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Evenredigheidsbeginsel. Het Gerecht vernietigt de beschikking van de Kamer van Koophandel (KvK) waarin de rechtspersoon is ontbonden omdat hij meer dan één jaar de handelsregisterbijdrage niet had betaald. Uit de wetsgeschiedenis van de vereenvoudigde ontbindingsregeling blijkt dat de bevoegdheid tot ontbinding van de KvK vooral is bedoeld voor rechtspersonen die feitelijk niet meer actief zijn, zijn verlaten of niet meer bereikbaar zijn. De wetgever heeft hierbij onvoldoende onderkend dat deze vereenvoudigde ontbindingsregeling ook actieve rechtspersonen kan treffen. Ontbinding kan voor een actieve rechtspersoon zeer verstrekkende gevolgen hebben. Nu niet is gebleken dat de rechtspersoon feitelijk inactief, verlaten of onbereikbaar was, komt toepassing van artikel 2:25 BW zodanig in strijd met het evenredigheidsbeginsel dat die achterwege moet blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202602213</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.B. Smit-Colenbrander</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:195"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsbeschikking als bedoeld in artikel 2:25 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Evenredigheidsbeginsel. Het Gerecht vernietigt de beschikking van de Kamer van Koophandel (KvK) waarin de rechtspersoon is ontbonden omdat hij meer dan één jaar de handelsregisterbijdrage niet had betaald. Uit de wetsgeschiedenis van de vereenvoudigde ontbindingsregeling blijkt dat de bevoegdheid tot ontbinding van de KvK vooral is bedoeld voor rechtspersonen die feitelijk niet meer actief zijn, zijn verlaten of niet meer bereikbaar zijn. De wetgever heeft hierbij onvoldoende onderkend dat deze vereenvoudigde ontbindingsregeling ook actieve rechtspersonen kan treffen. Ontbinding kan voor een actieve rechtspersoon zeer verstrekkende gevolgen hebben. Nu niet is gebleken dat de rechtspersoon feitelijk inactief, verlaten of onbereikbaar was, komt toepassing van artikel 2:25 BW zodanig in strijd met het evenredigheidsbeginsel dat die achterwege moet blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202602214</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.B. Smit-Colenbrander</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:196"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verschoonbare termijnoverschrijding. Ontbindingsbeschikking als bedoeld in artikel 2:25 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Evenredigheidsbeginsel. Aannemelijk is geworden dat de betrokken rechtspersoon niet op de hoogte was van de betalingsachterstand en niet hoefde te verwachten dat hij om die reden op een ontbindingslijst zou worden geplaatst. Gelet op de omstandigheden in deze zaak kon redelijkerwijs niet van hem worden verlangd dat hij de publicaties van de KvK actief volgde. Het Gerecht acht de termijnoverschrijding daarom verschoonbaar. Het Gerecht vernietigt de beschikking van de Kamer van Koophandel (KvK) waarin de rechtspersoon is ontbonden omdat hij meer dan één jaar de handelsregisterbijdrage niet had betaald. Uit de wetsgeschiedenis van de vereenvoudigde ontbindingsregeling blijkt dat de bevoegdheid tot ontbinding van de KvK vooral is bedoeld voor rechtspersonen die feitelijk niet meer actief zijn, zijn verlaten of niet meer bereikbaar zijn. De wetgever heeft hierbij onvoldoende onderkend dat deze vereenvoudigde ontbindingsregeling ook actieve rechtspersonen kan treffen. Ontbinding kan voor een actieve rechtspersoon zeer verstrekkende gevolgen hebben. Nu niet is gebleken dat de rechtspersoon feitelijk inactief, verlaten of onbereikbaar was, komt toepassing van artikel 2:25 BW zodanig in strijd met het evenredigheidsbeginsel dat die achterwege moet blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202602756 en CUR202602757</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.B. Smit-Colenbrander</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30926"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft asiel aangevraagd in Nederland. Hij is afkomstig uit Oekraïne en woonde op de Krim. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen. Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Daar gaat deze uitspraak over. Eiser heeft een aantal beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Eiser is afkomstig uit de Krim. Verweerder neemt aan dat eiser niet terug kan keren naar de Krim vanwege zijn vrees voor de Russische autoriteiten met betrekking tot zijn politieke overtuiging, maar stelt zich op het standpunt dat er voor eiser een binnenlands beschermingsalternatief in de westelijke oblasten van Oekraïne aanwezig is. Gelet op artikel 8, derde lid, van de Kwalificatieverordening is het aan verweerder om aan te tonen dat er voor eiser een binnenlands beschermingsalternatief is. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder daarin niet geslaagd, nu verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser in de westelijke oblasten van Oekraïne geen vrees voor vervolging of ernstige schade heeft. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij in Oekraïne gemobiliseerd zal worden en dat hij dit niet zal kunnen weigeren. Daarnaast heeft verweerder bij het tegenwerpen van het binnenlands beschermingsalternatief onvoldoende de situatie van binnenlands ontheemden in Oekraïne betrokken, op grond van artikel 8, vijfde lid, van de Kwalificatieverordening. Daarin is neergelegd dat bij die beoordeling ook de toegankelijkheid, doeltreffendheid en duurzaamheid van de bescherming moet worden betrokken als ook de vraag of de verzoeker in zijn eigen basisbehoeften kan voorzien. De afwijzing van de asielaanvraag kan daarom niet in stand blijven. Ten aanzien beoordeling van artikel 8 van het EVRM is de rechtbank van oordeel dat die ook geen stand kan houden, nu verweerder de belangenafweging onvoldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.15045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.J. van Beek</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7273"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Aftrek zorgkosten. De kosten zijn niet aannemelijk gemaakt. Verzuimboete is te hoog omdat niet kan worden vastgesteld dat de papieren aangifte is verzonden. Beroep gegrond voor zover het ziet op de verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3920</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6399</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6399</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6399"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Rente-aftrek eigen woningschuld. Belanghebbende maakt hogere aftrek niet aannemelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/6737</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. Loof</contributor><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30463"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzet tegen verstekvonnis. Overeenkomst van opdracht voor koeriersdiensten. Stelplicht art. 150 Rv. Facturen toegewezen op basis van dagelijks toegezonden werkbriefjes. Verrekeningsverweer gepasseerd, art. 6:136 BW. Tegenvordering wegens dubbel gedeclareerde uren onvoldoende onderbouwd. Erkende schade bestelbus toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12236445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. van den Bosch</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14436"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling inzake openlijke geweldpleging tegen een persoon. Beroep op rechtvaardigingsgrond (noodweer) wordt verworpen. De rechtbank legt een taakstraf op van 100 uren met aftrek van voorarrest, zoals geëist door de officier van justitie. De vordering van de benadeelde partij wordt grotendeels toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/068298-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van der Leeden, mr. R.P.W. van de Meerakker, mr. M. van der Veer</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8578"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">MUHP tot einde OTS.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450742 / JE RK 26-1341 en C/02/450720 / JE RK 26-1340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2026:249</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:249</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2026:249"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. De conclusie is dat UOAZV voor de activiteiten die zij verricht ter uitvoering van de AZV, geen onderneming is in de zin van artikel 1.1 van de Mededingingsverordening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202504055</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.J.A.M. van Brussel</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10234</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10234</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10234"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">overgelegde stukken zeggen niets over herkomst van groot contant geldbedrag. Omstandigheden waaronder geld en horloge aangetroffen en verklaringen klagers niet hoogst onwaarschijnlijk geld later verbeurdverklaard zal worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-027097</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30956"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43297</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30927"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eerste beroep; bewaring; artikel 6, eerste, tweede en zesde lid, van de Vw; beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58925</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Kraefft</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14438"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Varia, urgentieverklaring. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een urgentieverklaring op grond van de urgentiegrond ‘geweld en bedreiging’. De aanvraag is afgewezen, omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor een urgentieverklaring en aan haar ook geen geslaagd beroep op de hardheidsclausule toekomt. Eiseres is het hier niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de urgentieverklaring terecht is afgewezen en dat het college in redelijkheid geen toepassing heeft hoeven geven aan de hardheidsclausule</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/9921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30929"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het beroep tegen de gestelde ophouding van eiser en over het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het niet eens met de gestelde ophouding en met de bewaringsmaatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de gestelde ophouding en de bewaringsmaatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend. De rechtbank verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het beroep tegen de gestelde ophouding. Het beroep tegen de bewaringsmaatregel verklaart de rechtbank gegrond. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is volgens de rechtbank onrechtmatig omdat niet duidelijk is dat de noodzakelijke bescheiden voor de terugkeer van eiser binnen korte termijn voorhanden zullen zijn. Dit heeft verweerder niet geconcretiseerd en er is daarom niet voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van deze bewaringsmaatregel. De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de maatregel en kent een schadevergoeding toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58784 en NL26.58879</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Kraefft</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30930</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30930</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30930"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser komt uit Afghanistan. Hij is in 2021 gevlucht. Hij heeft asiel gekregen in Griekenland. Na een verblijf van één maand en vijf dagen is hij naar Nederland gekomen en heeft hij hier opnieuw asiel gevraagd. Verweerder heeft dit afgewezen omdat hij naar Griekenland terug kan. Daar is eiser het niet mee eens. Daarom heeft hij beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt hierover in deze uitspraak. De rechtbank stelt aan de hand van de informatie over statushouders in Griekenland vast dat zij vaak op substantiële problemen stuiten. Dit geldt te meer voor terugkerende statushouders. Het is voor hen moeilijk om huisvesting, toegang tot de legale arbeidsmarkt en sociale voorzieningen zoals gezondheidzorg te krijgen. Er is wel hulp voorhanden maar de vraag overstijgt het aanbod. Gezien een recent arrest van het EHRM, D.O. en L.A. tegen Zweden, is de situatie echter niet zo ernstig dat een statushouder zoals eiser na terugkeer in Griekenland in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie terecht komt. Er is dus geen sprake van strijd met artikel 4 van het Handvest of artikel 3 van het EVRM, ondanks dat eiser na terugkeer in Griekenland waarschijnlijk niet op korte termijn in al zijn materiële behoeften zal kunnen voorzien. Verweerder heeft verder kunnen tegenwerpen dat eiser zelfredzaam is. Het is niet onredelijk dat verweerder dit criterium heeft toegepast gezien het arrest Ibrahim. Verweerder heeft daarbij terecht eisers persoonlijke situatie betrokken, en dus ook zijn situatie in die periode van één maand en vijf dagen. Eiser had toen huisvesting en soms ook werk. Eiser heeft verder last gekregen van depressieve klachten maar met medicatie gaat het goed, en aangenomen wordt dat eiser die medicatie ook in Griekenland voorhanden kan hebben. Het beroep wordt daarom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49925 (beroep) en NL26.49926 (verzoek om voorlopige voorziening)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.N. van Rijn</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30931"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Nigeria. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit maar laat de rechtsgevolgen hiervan in stand. De rechtbank komt namelijk zelf tot het oordeel dat het verzoek om internationale bescherming van eiser ongegrond is. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Nigeria vanwege zijn politieke overtuiging door de autoriteiten zal worden vervolgd of dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.30234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.V.A. Corstens</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30932"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, buitenbehandelingstelling. Verweerder heeft het inreisverbod kunnen opleggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.50555</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.V.A. Corstens</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30934</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30934</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30934"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. De rechtbank oordeelt dat de buitenbehandelingstelling niet in stand kan blijven, omdat eiser na zijn MOB-melding zich binnen twee weken heeft gemeld en verweerder geen belangenafweging heeft gemaakt, ondanks eisers bijzondere kwetsbaarheid. Het terugkeerbesluit kan eveneens niet in stand blijven, omdat verweerder ook zonder nader gehoor een non-refoulement beoordeling had moeten maken op basis van de dossiergegevens over eisers herkomst uit Centraal-Darfur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.E.L. Grooten</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8103</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8103</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8103"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Doorverwijzing UHA</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/438633 / FA RK 25-4119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30960</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30960</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30960"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10235</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10235</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10235"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">klaagschrift ongegrond  klaagster kan niet als redelijkerwijs rechthebbende van contante geldbedrag worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-027098</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10236</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10236</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10236"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Klager n-o  inbeslaggenomen auto reeds vervreemd. Staat volgens vaste jurisprudentie geen beklag op tegen rechtmatigheid beslissing vervreemding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-030428</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10237</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10237</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10237"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Klaagschrift ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-033832</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30257"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres komt uit Jemen en is met haar gezin naar Turkije gevlucht. Zij verblijft daar momenteel nog met haar twee jongste zoons. Haar man en de twee oudste zoons zijn via Griekenland naar Nederland gevlucht en hebben hier asiel gekregen. De man van eiseres heeft daarna namens eiseres en hun twee jongste zoons een aanvraag voor nareis ingediend, zodat het gezin in Nederland weer herenigd kon worden. De man van eiseres is voordat verweerder op deze aanvraag had beslist, plotseling overleden. Verweerder heeft de nareisprocedure vanwege het overlijden van de man van eiseres beëindigd. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij vindt dat M., één van haar oudste zoons die naar Nederland is gevlucht samen met zijn vader, de nareisprocedure kan voortzetten. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hereniging van het gezin niet door middel van deze nareisprocedure kan worden bereikt. M. kan de nareisprocedure namelijk niet van zijn vader overnemen. Daarom wil verweerder geen machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) verlenen aan eiseres en haar twee jongste zoons. De rechtbank is van oordeel dat het standpunt van verweerder, gezien de vergaande gevolgen daarvan voor de hereniging van het kerngezin en de zeer bijzondere omstandigheden van deze zaak, in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Omdat de procedure al lang loopt en de situatie schrijnend is voor alle gezinsleden vanwege het overlijden van de vader, draagt de rechtbank verweerder op om een mvv te verlenen aan eiseres en de twee jongste zoons van het gezin.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.19643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. van Putten</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13166</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13166</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13166"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koop tweedehands auto. Auto blijkt gebreken te hebben. Sprake van consumentenkoop. Koper vordert de herstelkosten. Gedaagde stelt in eerste instantie dat eiser de verkeerde partij heeft gedagvaard. Dit verweer faalt. De gevorderde herstelkosten worden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12231135</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9650"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag WIA-uitkering. Beroep ongegrond. Mate van arbeidsongeschiktheid terecht vastgesteld op 19,09% Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 500,- toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/5145</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9653"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststellen eigen bijdrage voor Wlz-zorg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9644"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">tussenuitspraak opschorting, herziening, terugvordering PW, werkzaamheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6799"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000905-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3310</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3310</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3310"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof oordeelt dat de moeder geen belang meer heeft bij beoordeling van haar verzoek over het hoofdverblijf en de zorgregeling, aangezien de rechtbank in een latere, eveneens door de moeder gestarte procedure op inhoudelijke gronden heeft beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.353.024_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M.J. Peters, mr. M.A. Ossentjuk, mr. G.M. Goes</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9652"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Svb heeft een korting op het pensioen toegepast van 12%, omdat eiser in de periode van 17 juli 1975 tot en met 20 april 1982 niet verzekerd zou zijn geweest voor de AOW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/17</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9721"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3182</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9722</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9722</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9722"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3479</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9723"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9724</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9724</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9724"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3183</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9725</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9725</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9725"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3541</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9726"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3033</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9727</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9727</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9727"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3481</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9728</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9728</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9728"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3512</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9730"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9729"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3542</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9757"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 december 2023 heeft de minister aan eiseres maatwerkvoorschriften opgelegd over het plaatsen van visfuiken of visnetten in [locatie 1] en bij [locatie 2]. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. In het besluit van 26 april 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard en de opgelegde maatwerkvoorschriften in stand gelaten. De gestelde maatwerkvoorschriften zijn geschikt en noodzakelijk, maar zijn volgens de rechtbank in het geval van eiseres niet evenredig. De minister heeft, ter uitvoering van de in de tussenuitspraak opgenomen bestuurlijke lus, het bestreden besluit van 26 februari 2024 ingetrokken. Partijen zijn het er over eens dat het (primaire) besluit van 22 december 2023 – ondanks de intrekking van het bestreden besluit – niet is komen te vervallen. Partijen zijn het er ook over eens dat – tot het onherroepelijk worden van het besluit van 22 december 2023 – het vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet toepasselijke recht op het besluit van 22 december 2023 van toepassing is. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat eiseres in ieder geval tot het onherroepelijk worden van dat besluit een procesbelang heeft. De minister heeft het bestreden besluit ingetrokken en inmiddels ook erkend dat het besluit van 22 december 2023 niet is vervallen. De rechtbank zal zelf voorzien in deze kwestie, en daarbij aansluiten bij de overwegingen uit de tussenuitspraak. De rechtbank stelt vast dat de minister bij de uitwerking van de bestuurlijke lus niet is ingegaan op de door de rechtbank in de tussenuitspraak opgenomen overweging dat de maatwerkvoorschriften in het geval van eiseres niet evenwichtig zijn. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door te bepalen dat sub c van de maatwerkvoorschriften uit het besluit van 22 december 2023 – waarin is bepaald dat het plaatsen van visfuiken of visnetten niet is toegestaan in de voorhaven van sluizen – zodanig wordt aangepast dat het eiseres is toegestaan om de visfuiken of visnetten te plaatsen op de in de bijlage bij de tussenuitspraak gearceerde locaties. Voor het overige blijft het besluit van 22 december 2023 in stand. Het verzoek van eiseres om schadevergoeding wijst de rechtbank af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/4919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9759</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9759</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9759"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het besluit van het CBR om aan eiser een rijvaardigheidsonderzoek op te leggen omdat sprake is van een vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid. De rechtbank komt tot het oordeel dat het CBR het rijvaardigheidsonderzoek op goede gronden heeft opgelegd. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9765</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9765</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9765"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:1730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:1730"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">omgangsregeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.353.024_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M.J. Peters, mr. M.A. Ossentjuk, mr. G.M. Goes</contributor><issued>2026-10-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:3310</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9434</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9434</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9434"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting, gehandicaptenparkeerkaart, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2858</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2858</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2858"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Belanghebbende gaat terecht uit van hogere CO2-uitstoot en dus hogere historische nieuwprijs. Taxatierapport van belanghebbende kan niet dienen. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur, legaliteitsbeginsel en artikel 110 VWEU nopen niet tot toepassing van ingetrokken intern beleid over beoordeling juistheid koerslijsten. ‘Nieuwe’ taxatiewaarde XRAY niet bruikbaar. Percentage schadeaftrek is terecht 72%. Hof passeert bewijsaanbod door middel van getuigen en verzoek om toepassing artikel 8:45 Awb. Hof matigt proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/750</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8513"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen loonheffingen. Pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding over transfervergoeding aan professionele sporter. Beoordeling toets- en vergelijkingsloon: is sprake van een voortgezette dienstbetrekking of van drie afzonderlijke dienstbetrekkingen? Is sprake van strijd met art. 1 EP EVRM, art. 14 EVRM, art. 26 IVBPR of art. 63 VWEU? Is Nederland heffingsbevoegd op grond van het belastingverdrag? Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 5523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker, A.A. Fase, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26081"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting, overdracht economische eigendom, algemene tarief van toepassing, wetgeving per 1 januari 2025 geen terugwerkende kracht. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 2868</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. Sahebali</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1951"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. De onroerende zaak is een gaswinnings- en gasbehandelingslocatie en bestaat uit grond en opstallen. De opstallen kunnen worden onderscheiden in drie onderdelen: putten, ‘utilities’ (ook wel: installaties) en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de waardering van de onroerende zaak heeft de Hoge Raad in een verwijzingsarrest beslist dat verwijzing moet volgen voor een nadere beoordeling met betrekking tot: (a) de abandonneringskosten; (b) de buiten beschouwing te laten werktuigen, en (c) de correctie wegens excessieve gebruikskosten. Het hof is van oordeel dat de abandonneringskosten alleen voor het onderdeel putten gelden en zijn aldus ten onrechte in aanmerking genomen ter zake van de onderdelen installaties en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de buiten beschouwing te laten werktuigen is het hof van oordeel dat belanghebbende na verwijzing niet heeft voldaan aan haar bewijslast en dat dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de uit te zonderen bestanddelen. Het hof oordeelt in goede justitie dat de excessieve gebruikskosten voor de utilities vastgesteld moeten worden op 12,5%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. J.K. Lanser</contributor><issued>2026-10-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2020:2803</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3077"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 30a Wet WOZ, Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm. Beoordelingsmoment bijzonder geval: geen no cure no pay op het moment van instellen beroep en hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3076"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 30a Wet WOZ, Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm. Beoordelingsmoment bijzonder geval. Geen no cure no pay op het moment van instellen beroep en hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/385</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Meervoudige Belastingkamer</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2801"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 228a Gemeentewet en art. 3, lid 1, onderdeel a, Verordening rioolheffing Den Haag 2021. Belanghebbende is eigenaar van een woonboot. Wegens verzakkingen aan de kade heeft het perceel sinds 2017 geen directe aansluiting meer op het rioolsysteem. Sindsdien wordt het afvalwater noodgedwongen geloosd in het open water waarin de woonboot is gelegen. De Heffingsambtenaar maakt niet aannemelijk dat belanghebbende indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering voor de afvoer van afvalwater. De Rechtbank heeft de aanslag rioolheffing eigenaren terecht vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/1107</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26058</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:3040</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2134"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV 2017; stakingswinst garagebedrijf; premie-aftrek lijfrenteverzekering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30964</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30964</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30964"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende aanvraag / geen relevante nieuwe elementen of bevindingen / ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.18753</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30965"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.18754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30966</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30966</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30966"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende aanvraag / aanvraag niet volledig / terecht buiten behandeling gesteld</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27030</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30967</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30967</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30967"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: N26.27931</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url></urlset>
