﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6055</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6055</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6055"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Herstelvonnis. Kennelijke schrijffouten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350385 / KG ZA 26-183</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.W.G. Wijnands</contributor><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:5466</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9922</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9922</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9922"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Schenkbelasting. Het in de huwelijkse voorwaarden opgenomen te betalen bedrag vormt een schenking. Er is geen sprake van de voldoening aan een natuurlijke verbintenis. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/6758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29865"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeschikking vervangende toestemming erkenning, verwekkerschap in geschil. DNA-onderzoek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690581 / FA RK 25-6410</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.M. van der Vliet</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7841</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7841</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7841"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Provisionele voorziening in procedure vervangende toestemming erkenning. Afwijzing uitgebreide omgangsregeling. Rechtbank loopt niet vooruit op vaderschap. Wel family life. Omgang moet begeleid en op neutrale locatie vanwege zorgen over veiligheid na aantreffen vuurwapen in woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/470124 / FZ RK 26-1938</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29649</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29649</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29649"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.31786</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30771"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst waarbij consument huis verkoopt aan wederpartij, daarbij een voorschot op de koopsom krijgt en de mogelijkheid heeft de overeenkomst binnen enkele maanden te ontbinden tegen vergoeding van een ontbindingvergoeding. Deze constructie is in de gegeven omstandigheden strijdig met dwingendrechtelijke regels inzake consumentenkrediet (art. 7:57 BW). Het omzeilen van de regels die ertoe strekken een consument te beschermen tegen ontoelaatbare vormen van kredietverstrekking is op grond van artikel 7:73 lid 2 BW niet toegestaan. De overeenkomst is daarom vernietigbaar op grond van artikel 3:40 lid 2 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703136</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Boogers</contributor><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5220</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5220</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5220"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser vordert voortzetting van de zorgovereenkomst door gedaagde. De vordering wordt afgewezen, omdat er zich verschillende incidenten hebben voorgedaan waarbij eiser agressief gedrag vertoonde, en gedaagde zich in voldoende mate heeft ingespannen om een alternatieve woon-/zorgplek voor eiser te vinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/466610 / KZ ZA 26-59</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.H.A. Heenk</contributor><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1362</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1362</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1362"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mishandeling van ambtenaar door verpleegkundige van zorginstelling (met kracht) meermalen tegen haar gezicht te slaan, art. 300.1 jo. art. 304.1.3 Sr. Kan verpleegkundige die werkzaam was in zorgstelling voor verplichte en gedwongen zorg, waar verdachte was opgenomen o.g.v. zorgmachtiging i.h.k.v. Wvggz, worden aangemerkt als ‘ambtenaar’ a.b.i. art. 304.1.3 Sr? Term ‘ambtenaar’ in art. 304.1.3 Sr moet zo worden uitgelegd dat daaronder ook is begrepen degene die onder toezicht en verantwoording van overheid is aangesteld in functie waaraan openbaar karakter niet kan worden ontzegd (vgl. HR:2009:BJ6793). Hof heeft vastgesteld dat in bewezenverklaring bedoelde verpleegkundige t.t.v. bewezenverklaard feit werkzaam was in zorginstelling voor verplichte en gedwongen zorg, waar verdachte was opgenomen o.g.v. zorgmachtiging i.h.k.v. Wvggz. Hof heeft hiervoor weergegeven toetsingskader tot uitgangspunt genomen en geoordeeld dat verpleegkundige kan worden aangemerkt als ‘ambtenaar’ a.b.i. art. 304.1.3 Sr. Hof heeft daartoe o.m. overwogen dat verplichte en gedwongen zorg van persoon die o.g.v. rechterlijke beslissing i.h.k.v. Wvggz is opgenomen in zorginstelling een overheidstaak is en dat inhoud en reikwijdte van taken van verpleegkundigen die deze taak uitvoeren i.h.k.v. Wvggz van overheidswege zijn bepaald. Hof heeft verder bij zijn oordeel betrokken dat werkzaamheden van die verpleegkundigen worden uitgevoerd onder toezicht en controle van Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, die over vergaande bevoegdheden beschikt betreffende bestuur van en toezicht op zorginstelling waar die taak wordt uitgevoerd. Dit oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:628</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2608</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25194"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. De vordering van eisers om het OM te veroordelen een afschrift van een brief te verstrekken, met daarop de namen van de ondertekenaars, wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707288 / KG ZA 26-669</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Vetter</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5138</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5138</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5138"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over een aanwijzing van de minister aan De Beuk Staete omdat de door haar geboden zorg volgens de minister niet voldoet aan de eisen van de artikelen 2 en 3 en 7 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Verder heeft de minister besloten de aanwijzing openbaar te maken door dit samen met een publicatieversie van het inspectierapport en een begeleidend persbericht te publiceren op de website van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: de inspectie). De Beuk Staete is het daar niet mee eens en heeft daarom bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen zodat de zorg aan haar cliënten niet hoeft te worden beëindigd en de aanwijzing niet openbaar wordt gemaakt totdat op het bezwaar is beslist. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst de aanwijzing en het besluit tot openbaarmaking totdat op het bezwaar is beslist. Hierbij heeft de voorzieningenrechter de belangen gewogen en een groter gewicht toegekend aan de belangen van de cliënten van verzoekster om te voorkomen dat hangende de bezwaarprocedure onomkeerbare gevolgen ontstaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_26_2107</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.L.M. Steinebach-de Wit</contributor><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2222"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; enquête; Wmcz 2018; wel gegronde redenen; afwijzing na belangenafweging; onderzoek niet in belang van vennootschap; bekrachtiging beslissing LCvV; beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.089/01 OK en 200.368.448/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Eeftink RA, W.A.H. Melissen, C.H. Rombouts, A. Thomassen, A.P. Wessels</contributor><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19626</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19626</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19626"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding; Ziekenhuis is niet gehouden om de samenwerking met door cardiologen voor onderzoekswerkzaamheden opgerichte vennootschap (voorlopig) voort te zetten. Voor zover de samenwerking als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd kan worden gezien, heeft het ziekenhuis een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging daarvan; de manier waarop de onderzoeken op dit moment worden gefinancierd is in strijd met de Beleidslijn die het ziekenhuis in 2025 heeft opgesteld. Geen (nadere) opzegtermijn vereist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703506 / KG ZA 26-403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.L.M. Luiten</contributor><issued>2026-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6059"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zorgverzekering. Vordering tot vergoeding faciale feminisatie. Passabiliteitsprobleem. Primaat van de behandelend arts. Is indicatiestelling onnavolgbaar? Toewijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5004/11572814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.L. van de Sande</contributor><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8452"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezen is dat de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het niet voeren van een juiste administratie zoals bedoeld in artikel 36 van de Wet marktordening gezondheidszorg (hierna: Wmg). De verdachte wordt daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 dagen (gelijk aan het voorarrest). Daarbij is rekening gehouden met het feit dat de redelijke termijn fors is overschreden en met de strafbeschikking die aan een medeverdachte is opgelegd. De verdachte wordt vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie en feitelijk leidinggeven aan het plegen van valsheid in geschrift, het gebruikmaken van valse geschriften en oplichting. De benadeelde partijen (zorgverzekeraars) worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83-163879-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Havik, mr. J.C. Tijink, mr. D.M. Douwes</contributor><issued>2026-07-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7937</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7937</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7937"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schenden concurrentiebeding door medisch specialist en praktijkvennootschap. Concurrerende zorg. In het kader van het concurrentiebeding te respecteren bestaande afspraken. Weigeren toestemming op onredelijke gronden. Gebod staken participatie. Gebod staken specialistische zorg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450055 / KG ZA 26-381</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:323</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:323</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:323"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">________________________________________ Afwijzing verzoek handhaving van zorgaanbieder tegen zorgverzekeraar. Artikel 13 Zorgverzekeringswet. Hinderpaalcriterium. Beoordeling op niveau vergoedingenbeleid. Verwijzing naar onderzoek in een andere zaak. De NZa heeft in het handhavingsverzoek geen aanleiding hoeven zien om nadere onderzoek te doen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/232</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.P. Glerum , J.L. Verbeek, T. Pavicevic</contributor><issued>2026-07-14</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet marktordening gezondheidszorg</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9577"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening tegen een last tot onmiddellijke onthouding van de beroepsactiviteiten (LOOB) op grond van de Wet BIG. De IGJ heeft bepaald dat verzoekster haar werkzaamheden als huisarts voorlopig niet meer mag verrichten totdat het Regionaal tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft geoordeeld over de zaak. De IGJ heeft daarnaast besloten een zakelijke weergave van de LOOB openbaar te zullen maken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de IGJ zich terecht bevoegd geacht tot het opleggen van de LOOB en hoefde de IGJ niet af te zien van het opleggen van de LOOB. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de zakelijke weergave van de LOOB openbaar mag worden gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/5922</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V. van Dorst</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5757"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Geen verbod om nader onderzoek te doen en dossier hoeft niet gesloten te worden. Het verzoek om een kopie van het dossier te verstrekken is te vroeg ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/612076 / KG ZA 26-304</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.S.T. Belt</contributor><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6085"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding. doorbetaling van loon toegewezen. verstek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12380044 \ CV EXPL 26-3039</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Louter</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9706</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9706</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9706"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding op verzoek van werknemer. Toewijzing vanwege onveilige sociale en fysieke werkomgeving en niet voldoen aan re-integratieverplichtingen door werkgever. Langdurig dienstverband. Billijke vergoeding van € 70.000,00 naast de transitievergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12033516 \ AZ VERZ 25-118</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29557"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schending concurrentiebeding na bedrijfsovername. Beperking van het concurrentiebeding op grond van de redelijkheid en billijkheid. Matiging van de verbeurde contractuele boete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.T.H. Janssen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6099</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6099</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6099"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geen verweer. Onterecht ontslag op staande voet, billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12306665</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.R.H. Lutjes</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10492"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wwz. Werkneemster heeft berust in de beëindiging van het dienstverband. Ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd. De verwijten die werkgever maakt aan het adres van werkneemster zijn niet met ter zake dienende stukken onderbouwd, maar enkel gebaseerd op aannames en vermoedens. Verzoeken van werkneemster tot toekenning transitievergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en billijke vergoeding, alsmede betaling achterstallig loon, toegang tot de woning die op terrein van werkgever is gelegen en rectificatie toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12329910 AZ VERZ 26-106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10817</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10817</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10817"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot ontbinding van directeur werkzaam bij de gemeente afgewezen. Geen sprake van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Onvoldoende is gebleken dat de gemeente alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van haar mocht worden verwacht om de verhoudingen te herstellen. Onvoldoende herplaatsingsinspanningen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12337044 \ AZ VERZ 26-113</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6977</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6977</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6977"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">AVG-verzoek van voormalig werknemer bij de voormalige werkgever. Verzoeker is nog wel aandeelhouder van het bedrijf. Het verzoek om inzage in de persoonsgegevens wordt toegewezen, inclusief de persoonsgegevens uit e-mailbestanden en het personeelsdossier van verzoeker. Het verzoek tot volledige inzage in gegevens overschrijdt de reikwijdte van het AVG-recht op inzage.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/606615 / HA RK 26-16</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.P. Drijkoningen</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6095"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker heeft het verzoekschrift eenzijdig ingetrokken voorafgaand aan de mondelinge behandeling. Verweerder heeft wel een verweerschrift ingediend en heeft na intrekking van het verzoekschrift zijn verzoek tot een proceskostenveroordeling gehandhaafd. De kantonrechter oordeelt dat verzoeker de proceskosten van verweerder moet betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12280497 \ EJ VERZ 26-116</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.W. van Tol</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:837</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:837</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:837"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Bewijsrecht. Hoor en wederhoor. Art. 19 lid 1 Rv. Wijziging verzoek voorlopig getuigenverhoor na mondelinge behandeling. Gelegenheid om na toelaten wijziging te reageren op het gewijzigde verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02738</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:237</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1821</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:237</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:237</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:237"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burgerlijk procesrecht. Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Schending van beginsel van hoor en wederhoor door na wijziging van het verzoek geen nadere gelegenheid te bieden aan de (beoogde) wederpartij om een reactie te geven op het gewijzigde verzoek?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02738</description><issued>2026-03-12</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:837</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:95</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:95</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:95"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Caribische zaak. Procesrecht. Kort geding over opheffen beslag. Subjectieve cumulatie. Wie was procespartij? Had gevoegde partij belang bij hoger beroep? Proceskostenveroordeling voldoende belang voor hoger beroep? Concordantiebeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04005</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-01-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1138</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:1138</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:1138</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:1138"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arubaanse zaak. Procesrecht. Beslagrecht. Verbintenissenrecht. Opheffing van beslagen in kort geding. Partijperikelen bij subjectieve cumulatie en voeging: ontvankelijkheid in en belang bij hoger beroep van een mede-gedaagde en van een gevoegde partij. Waarvan is door wie, tegen wie en tegen wat hoger beroep ingesteld? Belang bij hoger beroep in verband met proceskosten? Bestaat art. 281b Rv Aruba? Verschuldigdheid vordering onder opschortende voorwaarde. Belangenafweging bij opheffing van beslag: mogen belangen van derden worden meegewogen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04005</description><issued>2025-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:95</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1093</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1093</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1093"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Appelprocesrecht; devolutieve werking hoger beroep; door grieven ontsloten gebied. Ambtshalve toepassing conflictenrecht in hoger beroep; stond het hof vrij om zonder daartoe strekkende grief te beoordelen welk recht van toepassing was op vordering? Uitleg gedingstukken eerste aanleg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02399</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-07-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:302</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2132</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:413"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Bewijsrecht. Verzoek tot inzage en afschrift van bescheiden na bewijsbeslag (art. 843a (oud) Rv). Klachten over begrenzing inzagerecht (o.a. tot de stukken die door bewijsbeslag zijn getroffen en in tijd) en over miskenning dat bij verzoek om inzage in eigen administratie, rechtmatig belang bij inzage en voldoende bepaald zijn van inzageverzoek in beginsel gegeven zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-03-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1073</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:795</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:302"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. IPR. Ambtshalve toepassing conflictenrecht. Devolutieve werking appel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02399</description><issued>2025-03-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:1093</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:844</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:844</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:844"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Echtscheiding; verdeling. Procesrecht; ontvankelijkheid in cassatie. Uitspraak als bedoeld in art. 3:300 lid 2 BW; inschrijving in rechtsmiddelenregister (art. 3:301 lid 2 BW; art. 433 Rv); apparaatsfout.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:428</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1504</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:280</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:1073</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:1073</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:1073"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Inzageverzoek op grond van art. 843a Rv (oud). Rechtmatig belang bij inzage op grond van verplichting tot rekening en verantwoording ex art. 7:403 lid 2 BW? Ten onrechte geen recht op inzage in administratie (ECLI:NL:HR:2024:1773 (Belba))? Moet grondslag inzageverzoek na een bewijsbeslag in het verlengde liggen van de grondslag van het gelegde bewijsbeslag? Diverse motiveringsklachten gericht tegen beperking toewijzing verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01398</description><issued>2025-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:413</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:280"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Aanvullende conclusie na ECLI:NL:PHR:2025:428. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. uitblijven aantekening in rechtsmiddelenregister (art. 3:301 lid 2 BW in verbinding met art. 433 Rv), hoewel tijdig om aantekening is verzocht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03234</description><issued>2026-03-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:844</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:583"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incidentele vordering tot terzijdelegging deskundigenrapport (art. 209 Rv). Om de vraag te kunnen beantwoorden of overlegging van het deskundigenrapport in strijd is met de goede procesorde en/of de twee-conclusieregel is een nauwkeurige inhoudelijke analyse van de gedingstukken nodig. Voorafgaand aan en los van de mondelinge behandeling van de zaak is voor zo’n analyse geen plaats. Het hof wijst de vordering af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.348.842/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad, Tussenuitspraak</description><issued>2026-04-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:300</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:322"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Is huurovereenkomst met betrekking tot executoriaal verkochte boerderij schijnconstructie? Bewijslastverdeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-02-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1085</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4804</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:1085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:1085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:1085"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht; schijnconstructie; procesrecht. Is executiekoper gebonden aan de (gestelde) huurovereenkomst die de vervreemder kort voor de executieverkoop zou hebben gesloten met een recent opgerichte stichting? Bewijslastverdeling bij vordering in conventie en spiegelbeeldige vordering in reconventie. Passeren bewijsaanbod. Toepassing van art. 7:230a BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03856</description><issued>2025-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:322</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:845"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Verhuiszaak. Uitzondering op tweeconclusieregel? Verzet goede procesorde zich ertegen dat stukken die later dan tien dagen voor zitting zijn ingebracht, buiten beschouwing worden gelaten (art. 87 lid 6 Rv in verbinding met art. 279 lid 6 Rv en art. 362 Rv)?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:49</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:19</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:49</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:49</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:49"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Verhuiszaak. Tiendagentermijn voor het indienen van stukken (art. 87 lid 6 Rv in verbinding met art. 362 en art. 279 lid 6 Rv). Tweeconclusieregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01264</description><issued>2026-01-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:845</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:5461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:5461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:5461"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Rechtbank Amsterdam is bevoegd op grond van artikel 6 onder e Rv en de vaste jurisprudentie daarover. GPI stelt dat ET onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door het instellen van twee strategische rechtszaken in de VS die gaan over de deelname van GPI aan het publieke debat (of: SLAPP) en door op internet zich negatief uit te laten over GPI. De SLAPP Richtlijn is niet van toepassing op deze procedure omdat de rechtszaken in de VS zijn ingesteld voordat de Richtlijn in werking is getreden (dus geen richtlijn conforme uitleg). Dit geldt ook voor de bijzondere bevoegdheidsregel van artikel 17 van de SLAPP Richtlijn die bovendien nog niet is geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/771545 / HA ZA 25-1227</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:10255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:10255"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Intellectuele Eigendom. Incident tot aanhouding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 700950</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.F.R. baron van Heemstra</contributor><issued>2026-05-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1196"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Internationaal privaatrecht, bevoegdheid. Art. 8 sub 1 Verordening Brussel I-bis, art. 6 sub 1 EVEX II, art. 7 lid 1 Rv (forum connexitatis); eenzelfde situatie feitelijk en rechtens, voorzienbaarheid van bevoegdheid. Collectieve actie, verklaring voor recht m.b.t. manipulatie van JPY LIBOR rentebenchmark. Ontvankelijkheidseisen art. 3:305a (oud) BW; bundelbaarheid van belangen, toepasselijk recht; meerwaarde van collectieve actie boven individuele geschillenbeslechting. Samenhang met zaak 24/03432.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03443</description><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03448</description><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03449</description><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:108</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:107</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:110</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:109</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1198"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Collectieve actie. WAMCA. Ontvankelijkheidseisen belangenorganisatie (art. 3:305a lid 1-3 BW). Toetsing ontvankelijkheidseisen in hoger beroep ex tunc of ex nunc? Representativiteitsvereiste. Mocht hof oordeel over vereisten art. 80 AVG in verbinding met art. 82 AVG uitstellen tot inhoudelijke fase? Uitzondering op verbod van terugwijzing in WAMCA-procedures?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04650</description><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2661</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:129</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:107</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:107</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:107"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Collectieve actie. Verklaring voor recht m.b.t. manipulatie van JPY LIBOR rentebenchmark. Rechtsmacht van de Nederlandse rechter (art. 6 sub 1 EVEX II-Verdrag, art. 7 lid 1 Rv); eenzelfde situatie feitelijk en rechtens, voorzienbaarheid van rechtsmacht. Ontvankelijkheidseisen (art. 3:305a (oud) BW); bundelbaarheid van belangen en meerwaarde van collectieve actie boven individuele geschillenbeslechting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03448</description><issued>2026-01-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1196</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:129</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:129</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:129"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Collectieve actie The Privacy Collectie tegen Oracle en Salesforce. WAMCA. Ontvankelijkheidsvereisten belangenorganisatie. Moment voor toetsing van de ontvankelijkheid, representativiteitsvereiste, gelijksoortigheidsvereiste, feitelijke belangenbehartiging, governance en transparantie, mechanismen voor deelname en vertegenwoordiging, summierlijke ondeugdelijkheid, verhouding tot art. 80 AVG en het terugwijsverbod in WAMCA-procedures.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04650</description><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04656</description><issued>2026-01-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1198</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4144"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Handlichting inzake minderjarige voor het o.a. open en beheren zakelijke rekening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12368626 VZ VERZ 26-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. Brouwer</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14249</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14249</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14249"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Luchtvaart. De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk restricties vanwege een veiligheidsincident. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11704722 \ CV EXPL 25-3155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3652"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurcommissiezaak. Bezwaar huurder tegen aangezegd huurverhoging. Puntenwaardering van het gehuurde met betrekking tot o.a. de WOZ-waarde van het gehuurde en het energielabel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11748830 CV EXPL 25-3619</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Boerlage-van den Bosch</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12573</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12573</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12573"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek handlichting; toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12368817</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3521"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurcommissiezaak. Zaaknummer Huurcommissie 2502825. Aanvangshuurprijs en een gebrek. De Huurcommissie heeft de huurkorting in verband met het gebrek op 60% bepaald (de maximale huurkorting). De kantonrechter bepaalt die korting op 20%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11842826 CV EXPL 25-4921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. de Jong</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9912"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser stelt dat advocaat tekortgeschoten is in advisering bij opstellen van een vaststellingsovereenkomst en bij procederen bij het Hof, en vordert daarvoor schadevergoeding. Vorderingen van eiser afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/781460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10915"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoogte van de kosten van de naheffingsaanslag parkeerbelating. Kostenraming is voldoende inzichtelijk. ECLI:NL:HR:2026:24.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 5850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. van Walderveen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13664"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling (restant) nalatenschap. Vordering tot bijdragen in de lasten voor de gemeenschappelijke recreatiewoning is deels verjaard. Geen gelegnheid om de vordering nader te onderbouwen. Gelet op het verweer in de conclusie van antwoord wist de gedaagde partij dat de eisende partij de bedragen betwist. De gedaagde partij had er rekening daarom mee moeten houden dat een nadere onderbouwing van de gestelde bedragen nodig was voor de beoordeling van de vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/373355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6631"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeervergunning bewoners. Parkeerplaatsenverordening 2014 Utrecht. Evenredigheidsbeginsel. Het adres van eisers voldoet niet meer aan de parkeernorm bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de Nadere Regel dat er op het eigen terrein “voldoende ruimte is voor het parkeren van eerste en/of volgende auto’s” en staat daarom ten onrechte op de Adressenlijst. De plaatsing van het adres van eisers op de Adressenlijst is daarmee niet geschikt en effectief voor het bereiken van de noodzakelijke parkeerdoelen. Bij een zodanig gedetailleerd parkeerbeleid, waarbij wordt uitgegaan van vaste parkeernormen mogen bewoners ervan uitgaan dat het college bij de uitgifte van parkeervergunningen zich ook aan die parkeernormen houdt. De rechtbank is van oordeel dat plaatsing van het adres op de Adressenlijst is te kwalificeren als een concretiserend besluit van algemene strekking. Dit betekent dat het college het verzoek van eisers ook had moeten opvatten als verzoek om hun adres van de Adressenlijst te verwijderen en op dat verzoek een besluit had moeten nemen. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2562</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.W. Wagenaar</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10871</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10871</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10871"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Vordering tot betaling huurachterstand toegewezen. Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming gehuurde toegewezen. Huurachterstand van meerdere maanden. Eerder had huurder ook betalingsproblemen waarvoor verhuurder twee keer een gerechtelijke procedure tegen huurder heeft moeten starten waarbij de vorderingen van verhuurder zijn toegewezen. Persoonlijke omstandigheden van medische aard en betalingsonmacht bij huurder leiden niet tot afwijzing van de vorderingen of een langere ontruimingstermijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12120095 \ CV EXPL 26-1057</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30484"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Informatieverzoek op grond van artikel 195 Rv. Voldaan aan de vier vereisten dus toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12258316 RL EXPL 26-11817</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Japenga</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5915"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 7 juli 2022, zoals gewijzigd met het besluit van 16 januari 2023, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle aan [appellanten sub 2] een last onder dwangsom opgelegd omdat in het pand op het perceel [locatie] in Zwolle drie zelfstandige wooneenheden zijn gerealiseerd, elk afzonderlijk bewoond door één huishouden, zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. De last onder dwangsom ziet op het ongedaan maken van de splitsing van de woning en strekt ertoe het gebruik van het pand terug te brengen tot één woning die bewoond wordt door één huishouden. [appellanten sub 2] zijn sinds 2019 eigenaar van het pand. Op 7 juli 2022 heeft het college aan hen op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 2.3a van de Wabo een last onder dwangsom opgelegd. Het gebruik van de woning is in strijd met het bestemmingsplan "Assendorp", omdat er alleen eengezinswoningen zijn toegestaan. [appellanten sub 2] hebben in een brief van 14 augustus 2025 gesteld dat het college geen procesbelang meer heeft bij het hoger beroep. Het gebruik van de woning is namelijk met de op 24 maart 2020 van rechtswege gegeven omgevingsvergunning gelegaliseerd en het handhavingsbesluit van 7 juli 2022 is met het besluit van 23 juli 2025 volledig ingetrokken omdat er geen sprake was van een overtreding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401253/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10911"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoogte van de kosten van de naheffingsaanslag parkeerbelasting. Kostenraming. ECLI:HR:2026:24. Meer dan zijdelingse samenhang met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting. Overheadkosten onvoldoende onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/7805</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Walderveen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6721"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Gegrond. De heffingsambtenaar zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/2249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R. van Es-De Vries</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13998"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming erkenning door de vrouw en het kind, met onthouding rechtsgevolg geslachtsnaamwijziging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/704057 / FA RK 25-5735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30310</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30310</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30310"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712360 / FA RK 26-9264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2947"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wraking. Verzoeksters niet-ontvankelijk in verzoek tot wraking van griffiers en verklaart het verzoek tot wraking van raadsheren kennelijk ongegrond. Wrakingsverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.374.238 en 200.374.240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3392"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak (WWZ) Recht op billijke vergoeding en hoogte billijke vergoeding bij, ontslag (statutair) directeur met een contractuele beëindigingsvergoeding, diverse nevenvergoedingen (bonus, winstdeling).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.349.396_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.P.M. Rousseau, mr. M. van Ham, mr. dr. N. Zekic</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14304"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindbeschikking deelgeschil (letselschade, artikel 1019w Rv.) na eerdere tussenbeschikking. De rechtbank verwijst het verzochte voorschot af omdat verzoeker onvoldoende heeft onderbouwd dat de reeds verschenen schade de betaalde voorschotten in relevante mate te boven gaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712603/ HA RK 25-1264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6926"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zorgmachtiging aansluitend op crisismaatregel, in het kader van de Wvggz. Inhoudelijk verweer door advocaat op ernstig nadeel en medische verklaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/353318 / BZ RK 26-1226</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6711"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking beroep met verzoek pkv. Verzoekers hebben beroep ingesteld omdat het college niet op tijd had beslist op hun bezwaar. Het college heeft op 30 oktober 2025 alsnog beslist en is hiermee tegemoetgekomen. Veroordeling in de proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/5193</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1359</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1359</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1359"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om terug te komen van weigering Wajonguitkering. Geen nieuwe feiten en/of veranderde omstandigheden. Stukken hadden eerder kunnen worden ingebracht. Ook geen aanleiding om voor de toekomst van de weigering terug te komen. Uwv had ook moeten beoordelen of appellante jonggehandicapte is geworden in 2013 omdat aanvraag daarop ook betrekking had. Voor oordeel dat beperkingen tussen 18e verjaardag en aanvraagdatum zijn toegenomen zijn geen aanknopingspunten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/935 WAJONG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14273"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgregeling. Afwijzen verzoek tot nakoming van gedeeltelijke betaling van de in het ouderschapsplan afgesproken bijzondere kosten van de minderjarigen, en dat ouderschapsplan is opgenomen in een beschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/694848 / FA RK 25-1401</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14317"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt vrijgesproken van de primair tenlastegelegde poging tot doodslag dan wel poging tot zware mishandeling. De verdachte wordt veroordeeld voor het subsidiair tenlastegelegde feit, namelijk het openlijk en in vereniging plegen van geweld tegen een persoon. Aan de verdachte wordt opgelegd een taakstraf van 40 uur met aftrek van het voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen voor een bedrag van € 543,22 aan materiële schade en € 850,- aan immateriële schade, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-244271-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van der Leeden, mr. N.M. Ketelaar, mr. M. van der Veer</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7187"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst van opdracht tot het verrichten van incassowerkzaamheden. Inspanningsverplichting. Vordering tot ebtaling factuur toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12230159 \ MC EXPL 26-2564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14316"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt vrijgesproken van de primair tenlastegelegde poging tot doodslag dan wel poging tot zware mishandeling. De verdachte wordt veroordeeld voor het subsidiair tenlastegelegde feit, namelijk het openlijk en in vereniging plegen van geweld tegen een persoon. Aan de verdachte wordt opgelegd een taakstraf van 80 uur met aftrek van het voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen voor een bedrag van € 543,22 aan materiële schade en € 850,- aan immateriële schade, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-244270-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van der Leeden, mr. N.M. Ketelaar, mr. M. van der Veer</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:12667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:12667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:12667"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking met terugwerkende kracht van verblijfsvergunning regulier (verblijfsdoel kennismigrant) en afhankelijke verblijfsvergunningen verblijf bij familie- of gezinslid. Geen strijd met artikel 8 EVRM, artikel 7 en 24 Handvest. Medische klachten onvoldoende onderbouwd, geen risico op schending artikel 3 EVRM Beroep ongegrond. Wel schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.11720</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar</contributor><issued>2025-07-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5951</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5951"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 21 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001022</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:12667</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7194"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Nakoming overeenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12218640 \ UC EXPL 26-3978</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.E.J.A. Boots</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29926"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Herstelbeschikking. Oorspronkelijke uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2026:2190</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/674621 / FA RK 24-7650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11274"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen over het besluit van verweerder om de woning van verzoekster voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter oordeelt dat het sluitingsbesluit naar verwachting standhoudt in de bezwaarprocedure. Daarom heft de voorzieningenrechter de op 6 oktober 2026 getroffen ordemaatregel op en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 26/2437</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3087</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3087</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3087"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Procesafspraken. Criminele organisatie; handel in en bezit van heroïne en cocaïne van 1 juni 2014 tot en met 10 oktober 2017 in Schiedam/ Rotterdam. Overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Het hof volgt de procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging. Bevestiging vonnis van de rechtbank met uitzondering van de straf. Veroordeelt de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het aantal in voorarrest doorgebrachte dagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000562-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:2913</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6708</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6708</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6708"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Pkv. NWO heeft een herziene beslissing op bezwaar genomen, maar heeft daarmee niet erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. Het eerdere besluit is immers onder aanpassing van de motivering in stand gebleven en het dictum is niet gewijzigd. Geen sprake van tegemoetkomen. Geen pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2072</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14318</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14318</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14318"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing van de rechtbank op verzoek tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel. De rechtbank beëindigt de ISD-maatregel met ingang van het moment dat een zorgmachtiging is afgegeven én de veroordeelde op grond van deze machtiging is vervoerd, is gearriveerd en is geplaatst in een kliniek of een soortgelijke (tussen)voorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/048675-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van der Leeden, mr. N.M. Ketelaar, mr. M. van der Veer</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30818</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30818</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30818"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">aanvraag ‘duurzaam verblijf burgers van de Unie’ – verzoek om proceskostenvergoeding in bezwaar maar afgewezen door verweerder – buiten zitting – kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23.14163</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14254"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over de beëindiging van het ouderlijk gezag en de opheffing van een ondertoezichtstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723891 / FA RK 26-6069</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7177"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Besluit om lidmaatschap bij vereniging op te zeggen niet vernietigbaar en nietig. Afwijzing schadevergoeding en rectificatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/605625 / HL ZA 26-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A. van Dijk-Overmars</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14319</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14319</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14319"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor het inbreken in de woning van de aangever. Hij heeft samen met een ander op 24 mei 2026 in Gorinchem zich de toegang tot een woning verschaft middels braak en daarbij goederen heeft weggenomen die aan anderen toebehoren. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van het voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt deels afgewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/175592-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van der Leeden, mr. N.M. Ketelaar, mr. M. van der Veer</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2020:2803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:2803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2020:2803"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Gecorrigeerde vervangingswaarde gaswinnings- en gasbehandelingslocatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 17/3925</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.A.M. Kager, A. Heidekamp, M. van den Bosch</contributor><issued>2020-08-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:3650</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7185"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">non-confomiteit auto</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12137248 \ MC EXPL 26-1339 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.J. Baken</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6725</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6725</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6725"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening - er is geen connexiteit want er is geen besluit zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Awb - verzoek is niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30820</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30820</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30820"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. China. Geloofwaardigheid bekering tot het christendom en problemen met de Falun Gong-beweging. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26-15296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30822"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT - asiel - gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.4749</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30823"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT - asiel - gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.4801</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14308"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">KG. De vordering om het uitschakelen van een domeinnaam ongedaan te maken, wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/727896 / KG ZA 26-1100</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. G.C. Makkink</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30824</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30824</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30824"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT - asiel - gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.4804</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14332"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zeden. Veroordeling voor handelingen plegen die mede bestaan uit seksueel binnendringen lichaam van iemand beneden de twaalf jaren en ontuchtige handelingen plegen met iemand beneden de zestien jaren tot gevangenisstraf 180 dagen waarvan 176 dagen voorwaardelijk met aftrek en taakstraf 240 uur. Toewijzing vordering benadeelde partij tot 5000 euro. Verminderde toerekening verdachte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-035630-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Bouter, mr. G.C. Bos , mr. M. Bossche</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:1715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:1715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:1715"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft in Syrië als leider deelgenomen aan de criminele organisatie Liwa al Quds, een paramilitaire organisatie die tussen 2011 en 2017 in de burgeroorlog aan de kant van het Syrische regeringsleger heeft gestreden. Liwa al Quds had tot oogmerk het plegen van oorlogsmisdrijven (lichamelijke geweldpleging en plundering) en misdrijven tegen de menselijkheid (ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid). Verder heeft de verdachte in 2013 bijgedragen aan de arrestatie van een burger in opdracht van de Luchtmacht Inlichtingen Dienst (LID), de meest gevreesde inlichtingendienst in Syrië. Terwijl de gewapende verdachte het publiek op afstand hield is het slachtoffer vanuit zijn woning afgevoerd en naar de gevangenis van de LID in Aleppo gebracht. De verdachte wist welk lot het slachtoffer daar wachtte. Het slachtoffer is daar onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden en door de LID gemarteld en gefolterd onder meer door met een stok op zijn voetzolen te slaan en hem te elektrocuteren. Hem is ook aangezegd dat hij standrechtelijk geëxecuteerd zou worden. Na zijn vrijlating is het slachtoffer op de intensive care van een ziekenhuis opgenomen en zijn twee door elektrocutie verbrande tenen afgezet. Aldus heeft de verdachte medegepleegd het misdrijf tegen de menselijkheid van gevangenneming of andere ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid in strijd met fundamentele regels van internationaal recht. Ook is de verdachte medeplichtig geweest aan het medeplegen van foltering en aan het medeplegen van het misdrijf tegen de menselijkheid van marteling. Aan de verdachte is een gevangenisstraf van 13 jaar opgelegd. De vordering tot vergoeding van immateriële schadevergoeding van het slachtoffer is naar Syrisch recht beoordeeld. Het gevorderde bedrag van € 40.000 is toegewezen. Art. 55 Sr; art. 140 Sr; art. 226a Sv; art. 261 Sv; art. 344a Sv; art. 1 WIM; art. 2 (oud) WIM; art. 4 WIM; art. 6 WIM, art. 7 WIM; art. 8 WIM; Rome II-verordening; art. 5 EVRM, art. 6 EVRM, art. 7 EVRM; art. 7 Statuut van Rome; art. 8 Statuut van Rome</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000304-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-08-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:575</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:5142</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:5142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:5142"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">The suspect is sentenced to imprisonment for a term of 12 years for co-perpetration of the crime against humanity unlawful deprivation of liberty as well as the subsequent torture (both as an isolated crime as well as a crime against humanity); and for participation in a criminal organization Liwa al-Quds of which the object is to commit war crimes (looting and physical assault) and crimes against humanity (unlawful deprivation of liberty). The court has determined that the suspect was a leader within Liwa al-Quds, a militia that was a loyal ally to the Syrian regime. Officers of the infamous Syrian Airforce Intelligence Service (AIS) maintained close ties with Liwa al-Quds, that arrested (alleged) opponents for the AIS. Victim 1 was violently removed from his home by the suspect, together with others, and placed into a taxi. Subsequently he was held captive for 20 days and tortured (and crime against humanity torture) by the AIS. The deprivation of liberty as well as the torture fit a pattern that has been visible since the uprising in Syria in 2011: the widespread and systematic arrest and detention of civilians who were viewed as opponents of the regime. This constitutes a crime against humanity. The court reaches an acquittal of the torture, crime against humanity torture, and deprivation of liberty of victim 2, since in the opinion of the court it has not been established that the suspect was involved in this. The court rejects the defence that the accusation of participation in a criminal organization (as such) must be assessed by the international criminal standards. The claim for compensation of the injured party is inadmissible, as the Syrian law regarding the prescription and the causality has remained unclear.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 71/122211-22 vertaling</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.G.M. van Rens, K.C.J. Vriend, J. Snoeijer</contributor><issued>2024-04-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1715</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:575"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar voor medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving als misdrijf tegen de menselijkheid van slachtoffer 1; voor medeplichtigheid aan de daaropvolgende foltering en de marteling (als misdrijf tegen de menselijkheid); en voor en deelname aan een criminele organisatie Liwa al-Quds die tot oogmerk heeft het plegen van oorlogsmisdrijven (plundering en lichamelijke geweldpleging) en misdrijven tegen de menselijkheid (wederrechtelijke vrijheidsberoving). De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte een leider was binnen Liwa al-Quds, een militie die een trouwe bondgenoot was van het Syrisch regime. Functionarissen van de beruchte luchtmachtinlichtingendienst (LID) van Syrië onderhielden nauwe banden met Liwa al-Quds, dat (vermeende) opponenten voor de LID arresteerde. Slachtoffer 1 is door verdachte, samen met anderen, met geweld uit zijn woning gehaald en in een taxi gezet. Vervolgens heeft hij 20 dagen vastgezeten en is door de LID gefolterd cq gemarteld. De vrijheidsberoving en marteling passen in een patroon dat sinds de opstand in 2011 in Syrië zichtbaar is: het wijdverbreid en stelselmatig aanhouden en gevangennemen van burgers die werden gezien als tegenstanders van het regime. Daarmee is sprake van een misdrijf tegen de menselijkheid. De rechtbank komt tot vrijspraak voor foltering, marteling en wederrechtelijke vrijheidsberoving van slachtoffer 2, omdat naar het oordeel van de rechtbank niet vast is komen te staan dat verdachte daarbij betrokken is geweest. De rechtbank verwerpt het verweer dat het verwijt deel te hebben genomen aan een criminele organisatie (als zodanig) naar internationaal-strafrechtelijke maatstaven moet worden beoordeeld. De vordering tot schadevergoeding van slachtoffer 1 is niet-ontvankelijk, omdat het toepasselijk Syrisch recht onduidelijk is gebleven wat betreft verjaring en causaliteit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 71/122211-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.G.M. van Rens, K.C.J. Vriend, J. Snoeijer</contributor><issued>2024-01-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1715</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30825"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT - asiel - gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30826"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT - asiel - gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22866</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:3116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:3116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:3116"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">The national Dutch Court of Appeal found that the defendant participated in Syria as a leader in the criminal organisation of Liwa al-Quds, a paramilitary organisation that fought in the civil war on the side of the Syrian government army between 2011 and 2017. The objective of Liwa al-Quds was to commit war crimes (violence to person and pillaging) and crimes against humanity (severe deprivation of physical liberty). In addition, the defendant contributed in 2013 to the arrest of a civilian on the instructions of the Air Force Intelligence Directorate (AFID), the most feared intelligence service in Syria. While the armed defendant kept the public at a distance, the victim was removed from his home and brought to the AFID prison in Aleppo. The defendant knew what fate was awaiting the victim there. The victim was detained under deplorable conditions and tortured by the AFID, inter alia by being beaten on the soles of his feet with a stick and subjected to electrocution. He was also threatened with summary execution. Following his release, the victim was admitted to the intensive care unit of a hospital, where two of his toes that were burned as a result of electrocution, were amputated. In doing so, the defendant co-perpetrated the crime against humanity of imprisonment or other severe deprivation of physical liberty in violation of fundamental rules of international law. The defendant was also complicit in the co-perpetration of torture as an isolated crime and torture as a crime against humanity. The defendant is sentenced to a term of imprisonment of 13 years. The claim for compensation of immaterial damage on the part of the victim was assessed in accordance with Syrian law. The amount claimed of €40,000 was awarded. Art. 55 Dutch criminal code (DCC); Art. 140 DCC; Art. 226a Dutch Code of Criminal Procedure (DCCP); Art. 261 DCCP; Art. 344a DCCP; Section 1 International Crimes Act (ICA); Section 2 (old) ICA; Section 4 ICA; Section 6 ICA, Section 7 ICA; Section 8 ICA; Rome II Regulation; Art. 5 European Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms (ECHR), Art. 6 ECHR, Art. 7 ECHR; Art. 7 Rome Statute; Art. 8 Rome Statute</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000304-24 vertaling</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:575</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:5142</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1715</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGAACMB:2026:68</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2026:68</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGAACMB:2026:68"><country>NL</country><court>OGAACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De beslissing tot verlaging van de bezoldiging en terugvordering van het te veel betaalde bedrag diende te worden genomen door het bevoegde gezag. De brief van 23 september 2025 is niet afkomstig van het bevoegde gezag en kan daarom niet als een daartoe strekkend bevoegdelijk genomen besluit worden aangemerkt. Het bezwaar is dan ook gegrond. De brief van 23 september 2025 en de daaropvolgende feitelijke handelingen tot verlaging van de bezoldiging en inhouding van het te veel betaalde bedrag zijn nietig. Het gerecht ziet echter aanleiding om de nietigheid voor gedekt te verklaren. Bij landsbesluit van 28 oktober 2025 heeft het bevoegde gezag de verlaging van de bezoldiging en de terugvordering van het te veel betaalde bedrag alsnog vastgelegd. Daarmee is het ontbreken van een besluit van het bevoegde gezag alsnog hersteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202503608</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.J.A.M van Brussel</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7175"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geen erfdienstbaarheid ontstaan door vestiging of verjaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/600739 / HA ZA 25-504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D. Wachter</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2995"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">inzagevordering in verband met mogelijke overtreding concurrentiebeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.218/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3025</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3025</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3025"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot het verlenen van een vervangende machtiging voor het wijzigen van de splitsingsakte (art. 5:140 BW). Redelijke grond om medewerking aan de wijziging te weigeren?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.786/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3006</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3006</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3006"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Gefailleerde onderneming. Bestuursaansprakelijkheid op grond van art. 2:248 lid 1 BW. Ruzie tussen bestuurders. Geen disculpatie op grond van art. 2:248 lid 3 BW. Ontvankelijkheid in hoger beroep omdat art. 140 lid 3 Rv toepassing vindt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.347.999/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:7580</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:7580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:7580"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis. Eiser is met twee gedaagden tot overeenstemming gekomen. Tegen de andere twee gedaagden is verstek verleend. De primaire vorderingen van eiser worden tegen die laatste twee gedaagden grotendeels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/675214 / HA ZA 24-221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr B.J.M.P. Cremers</contributor><issued>2024-08-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:3006</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30258"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding; vordering tot medewerking aan (goederenrechtelijke) levering 20 jaar na verdeling van de woning toegewezen. Indien de vordering tot levering al vatbaar zou zijn voor verjaring, dan zou die verjaring nig niet kunnen zijn voltooid. Gedaagde kan zich ook niet met succes beroepen op rechtsverwerking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712460 / KG ZA 26-982</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H.J. Vetter</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30167</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30167</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30167"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor winkeldiefstal. Oplegging van de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/172991-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. H.M. Braam, mr. dr. B.J. van de Griend, mr. W.E. Povel</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30169"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor art. 9 eerste lid WWM. Oplegging gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, waarvan zes maanden voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/173772-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. H.M. Braam, mr. dr. B.J. van de Griend, mr. W.E. Povel</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30173"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak: opzet op het gronddelict niet bewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/046081-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.L.E. Bakels, mr. S.N. Mentrop-Huliselan, mr. F.M. Guljé</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10187"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 37-jarige man is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstaf en tbs met dwangverpleging. Hij stak een vrouwelijke medegedetineerde in de penitentiaire inrichting met een scheermesje in haar hals en gezicht, en pleegde ook diefstal met bedreiging met geweld. Wegens paranoïde schizofrenie, het grote recividegevaar en zijn strafblad legt de rechtbank tbs met dwangverpleging op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/231470-25 (zaak A) en 13/015803-26 (zaak B) (ter terechtzitting gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10195"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verzoek tot opheffing althans wijziging van verbintenissen uit een legaat ex art. 4:123 BW. Dat het nog niet tot afgifte van het legaat en betaling van inbreng is gekomen is niet alleen of in overwegende mate aan de gedragingen van één van partijen te wijten. Het verzoek wordt afgewezen. Zie ook: C/13/775880 / HA ZA 25-1506.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/779747 / HA RK 25-430</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14323</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14323</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14323"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Incident. Bankafschriften. Artikelen 194 en 195 Rv. Beslissing aangehouden, omdat de beantwoording van de vraag of eisers een voldoende belang hebben afhangt van de vorderingen in de hoofdzaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/722330 / HA ZA 26-561 (incident)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. E.A. Vroom</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10176</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10176</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10176"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">KG Executiegeschil, vordering tot schorsing van de ontruiming totdat in de verzetprocedure is beslist wordt toegewezen, onder meer omdat de volledige huurachterstand plus kosten inmiddels is voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/795016 / KG ZA 26-885</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6955"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurachterstand. Ontbinding huurovereenkomst vooralsnog afgewezen in verband met niet tijdige melding gemeente en aanwezigheid vier minderjarige kinderen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12285515 \ MC EXPL 26-3405</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14305"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering voor het verlies van containers die voor vervoer zijn afgegeven en die tijdens het vervoer ook gebruikt werden voor vervoer van lading. De rechtbank kwalificeert de overeenkomst als een gemengde overeenkomst van vervoer en bruikleen. De verjaringstermijn van de vervoerovereenkomst prevaleert, waardoor de vorderingen zijn verjaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/714997 / HA ZA 26-156</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Sikkel</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14137</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14137</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14137"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek. Afwijzing. Geen zwaarwegende aanwijzingen voor (de objectief gerechtvaardigde vrees voor) partijdigheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723680 / HA RK 26-741</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14306"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incidentvonnis. De rechtbank staat tussentijds hoger beroep toe van de beschikking die tussen partijen is gegeven in een deelgeschilprocedure (artikel 1019cc Rv.)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/721083/ HA ZA 26-505</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:920"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Art. 534 UCDW; regeling voor gezamenlijke opslag; ook voor opslag in verschillende tanks van hetzelfde douane-entrepot? Art. 204 CDW; onregelmatige toepassing van regeling voor gezamenlijke opslag? Art. 203 CDW; wetenschap of bewustheid van onttrekking van niet-communautaire biodiesel aan douanetoezicht? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01234</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01239</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6969</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6969</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6969"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Leggen vloer volgens consument niet goed gegaan. Onvoldoende aangetoond dat vloer na herstel nog steeds gebrekkig is. (Rest)bedrag moet worden betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11750875 \ UC EXPL 25-5196</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10197"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">legaat tegen inbreng. Nakoming inbrengverplichting en daarover verschuldigde rente niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (art. 6:2 lid 2 BW). Dat het nog niet tot afgifte van het legaat en betaling van de inbreng is gekomen, is niet alleen of in overwegende mate aan één van partijen te wijten. Zie ook: C/13/779747 / HA RK 25-430.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/775880</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14322"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurkoopovereenkomst bedrijfsauto. Leasetermijnen niet tijdig voldaan. Overeenkomst door eiseres ontbonden. Gedaagde veroordeeld tot teruggave auto, betaling achterstand en vergoeden schade eiseres.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11890835 CV EXPL 25-20126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C. van der Kolk</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2022:858</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:858</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2022:858"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-01-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Judgment of the national Dutch Court of Appeal in The Hague; Johnson City Investigation; acquittal of the primary charge of participation in an organisation whose object it was to commit terrorist offences and/or acts facilitating or preparing the commission of terrorist offences in accordance with the request of the Advocate General and pleaded by the defence. Acquittal of the alternative charge of complicity in participation in a terrorist organisation because it cannot be established that the intention of the accused was to aid and abet in the participation of others in the charged terrorism or in the criminal organisation (here implicitly in the alternative). Proven charge in the further alternative of transferring a large quantity of ammunition, namely 1595 cartridges. Reasonable term exceeded. PS 6 months, with credit for the time spent in pre-trial detention, of which 4 months suspended, with an operational period of two years as well as community service for a term of 120 hours, alternatively 60 days prison custody.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200145319.v</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-05-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:202</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2022:857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2022:857"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-01-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Judgment of the national Dutch Court of Appeal in the Hague; Johnson City Investigation; complete acquittal of (primarily) participation in an organisation whose object it was to commit terrorist offences and/or acts facilitating or preparing the commission of terrorist offences, (alternatively) complicity in participation in a terrorist organisation and (in the further alternative) complicity in the possession or transfer of ammunition. On the basis of the contents of the case file, also viewed in conjunction with each other, insufficient legal and convincing evidence that the accused was involved in the offences charged. Return to the accused of the seized amount of money.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200145119.v</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-05-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:201</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14339"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft op 19-jarige leeftijd een ander met een mes in onderarm gestoken. Het slachtoffer heeft een groot litteken hier aan over gehouden. Vrijspraak poging doodslag. Wettig en overtuigend bewezen zware mishandeling. Beroep op noodweer slaagt; OVAR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-043799-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2017:4306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:4306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2017:4306"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-03-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conviction for terrorist financing. The national Dutch Court of Appeal in The Hague sentences the accused for terrorist financing, violating the Sanctiewet 1977 in conjunction with the Sanctieregeling Al-Qa’ida 2011, and the Sanctieregeling Terrorisme 2007-II respectively, co-perpetration in the forgery of documents and intentionally using these forged documents, to a term of imprisonment of 24 months, of which 14 months suspended with an operational period of 3 years, with special conditions. In the period from 16 September 2013 up to and including 24 December 2014, the accused, through intermediaries, sent almost €17,000 to his brother, who was fighting in Syria on the side of terrorist organisation IS and had been placed on the National Terrorism List. By submitting, together with another person, an application for a provisional assessment containing intentionally incorrectly entered data to the Tax and Customs Administration, the accused wrongfully received a sum of money in excess of €10,000.00, the largest part of which was transferred to his brother in Syria. Unlike the District Court, the Court of Appeal did not deem the terrorist intent in the forgery of documents and the use of these documents to have been proven. Art. 421 CC, Art. 2 Sanctiewet in conjunction with the Sanctieregeling Al-Qa’ida or the Sanctieregeling Terrorisme 2007-II, Art. 225 CC.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200130716.vertaling</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2017:642</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2022:856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2022:856"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-01-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Judgment of the national Dutch Court of Appeal in The Hague; Johnson City Investigation; acquittal of participation in an organisation whose object it was to commit terrorist offences and/or acts facilitating or preparing the commission of terrorist offences in accordance with the request of the Advocate General and pleaded by the defence. Proven primarily – implicitly alternatively – charged participation in a criminal organisation whose object it is to have weapons and ammunition in its possession. No abandonment of the basis of the charges. Reasonable period of time exceeded. PS 8 months, with credit for the time spent in pre-trial detention.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200141419.v</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-05-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:200</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2022:855</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:855</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2022:855"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-01-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Judgment of the national Dutch Court of Appeal in The Hague; Johnson City Investigation; complete acquittal in accordance with the request of the Advocate General and pleaded by the defence of (primarily) participation in an organisation the object of which was to commit terrorist offences and/or acts facilitating or preparing the commission of terrorist offences, (alternatively) complicity in participation in a terrorist organisation and (in the further alternative) co-perpetration in the possession or transfer of ammunition.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200145219v</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-05-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:199</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:978</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:978</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:978"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Art. 534 UCDW; regeling voor gezamenlijke opslag; ook voor opslag in verschillende tanks van hetzelfde douane-entrepot? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01243</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:979"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Art. 534 UCDW; regeling voor gezamenlijke opslag; ook voor opslag in verschillende tanks van hetzelfde douane-entrepot? Art. 204 CDW; onregelmatige toepassing van regeling voor gezamenlijke opslag? Art. 203 CDW; wetenschap of bewustheid van onttrekking van niet-communautaire biodiesel aan douanetoezicht? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01245</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01238</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30828</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30828</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30828"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT - asiel - gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22869</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30829</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30829</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30829"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT - asiel - gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22871</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10225"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794038 / FA RK 26/7260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30830"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT - asiel - gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22872</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28048"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Beroep op prejudiciele vragen, maar de rechtbank ziet geen aanleiding om het beroep aan te houden. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54094</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:980"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Bewijs van oorsprong? Bewijs van eerdere onttrekking aan douanetoezicht? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01246</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30831"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT - asiel - gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.23007</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13681"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3719</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M.A.V. van Kleef</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2022:2858</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:2858</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2022:2858"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-12-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Judgment of the national Dutch Court of Appeal in The Hague. Investigation 26Clermond. Acquittal art. 6 paragraph 1 under c WIM Dutch International Crimes Act, the acts in this case do not constitute ‘outrage upon personal dignity’. (search-indicators: attack and human dignity). Proven art. 140a CC Ahrar al-Sham, violation of reasonable time limit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200128321.v</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-04-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2421</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30832"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT - asiel - gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.23134</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2961"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Judgment of the national Dutch Court of Appeal in The Hague. Execution of a prisoner of war in Syria. Prison sentence of 23.5 years. War crime in a non-international armed conflict (Article 6 WIM). Participation in a terrorist organisation in Syria (Article 140a Sr.). Jurisdiction based on Article 6 Sr. and Article 4(2) of the Decree on International Obligations regarding Extraterritorial Jurisdiction.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002229-21ENG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:2191</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:293</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10192"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">IPR, verstek (tussenvonnis). Voor de vraag of sprake is van een geldig formukeuzebeding in de zin van artikel 25 lid 1 sub a Brussel I bis is van belang of gedaagde partij de algemene voorwaarden heeft aanvaard. Eiseres wordt in de gelegenheid gesteld dit aan te tonen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11758692 \ CV EXPL 25-8596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14325"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Benoeming vereffenaar. Artikel 4:203 lid 1 onder a BW. Op verzoek van een erfgenaam.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/721406 / HA RK 26-561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Steenderen-Koornneef</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2609"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Judgment of the national Dutch Court of Appeal in The Hague. Chevron investigation. Suspicion of war crimes by xxx in a prison in Afghanistan in the 1980s. Appeal for inadmissibility of the Public Prosecution Service due to violation of the principle of legality dismissed. Conflict in Afghanistan was a non-international armed conflict. Acquittal for war crimes due to lack of nexus.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001197-22 ENGELS</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:934</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7190</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7190</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7190"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">huurachterstand</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12232835 \ MC EXPL 26-2602 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. B.G.W.P. Heijne</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7193"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">niet dupliek, loonvordering toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12271850 \ MC EXPL 26-3202 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28938"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woonvormingsvergunning afgwezen. Het is onduidelijk of de woning is gesplitst in twee zelfstandige woningen en zo ja, vanaf wanneer dat is gebeurd. Hoewel de bewijslast in beginsel bij eiser ligt, heeft verweerder in het bestreden besluit een inspectie van de Haagse Pandbrigade bij de beoordeling betrokken en deze aangemerkt als zwaarwegende indicatie dat geen bouwkundige splitsing heeft plaatsgvonden. Verweerder heeft hiervan echter geen rapport van overgelegd. Het bestreden besluit is daardoor onvoldoende gemotiveerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/6647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Paridon</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3005"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzekeringsrecht. Cyberverzekering. Verzekerde heeft na een hack losgeld betaald aan de hackers. Verzekeraar heeft geweigerd het losgeld te vergoeden met een beroep op de sanctieclausule (een dekkingsuitsluiting) die deel uitmaakt van de verzekeringsvoorwaarden. Volgens de verzekeraar is het vergoeden van het losgeld in dit geval in strijd met Amerikaanse sanctieregelgeving.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.879/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3004</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3004</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3004"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia / Tussenpersoon / Advisering / Wetenschap / BKR-registratie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.917/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3035"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident zekerheidstelling proceskosten. Immuniteit van jurisdictie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.433/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6715"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep. Kort geding. Opzegging bankrelatie op grond van Wwft. Voldoende aannemelijk dat bank onderzoek ex artikel 3 lid 2 Wwft niet heeft kunnen afronden. Opzegging niet onaanvaardbaar. Bekrachtiging van ECLI:NL:RBMNE:2026:3770.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.372.068</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:3770</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10002</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10002</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10002"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Loonvordering. Werkgever heeft te weinig loon uitbetaald over een deel van de laatste maand van het dienstverband van werkneemster. Het stond de werkgever niet vrij om eenzijdig de beëindigingsdatum van de arbeidsovereenkomst te vervroegen. De bedongen, contractuele pensioencompensatie wordt gehandhaafd, ondanks dat werkgever de werkneemster met terugwerkende kracht heeft aangemeld bij een pensioenfonds; zwaarwichtig belang niet gesteld, althans onvoldoende onderbouwd door werkgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12205182 \ CV EXPL 26-6096</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11319</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11319</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11319"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">--</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: F.03/25/4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3770</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3770</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3770"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding. beeindiging van de bankrelatie ogv de Wwft is terecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/609594 / KG ZA 26-180</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N.A.J. Purcell</contributor><issued>2026-07-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6715</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13682</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13682</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13682"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Executiegeschil; zijn door moeder dwangsommen verbeurd i.h.k.v. (niet) nakomen tijdelijke zorgregeling door moeder? Overwegingen procesbevoegdheid eisende en gedaagde partij i.vm. bewind; artt 438 Rv, 611d Rv. Executie deel dwangsommen geschorst, deel niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381917</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14326"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Geen beëindigingsovereenkomst gesloten. Schriftelijkheidsvereiste. Mededeling van werkgever dat arbeidsovereenkomst door bereikte overeenstemming is geëindigd kwalificeert als eenzijdige opzegging. Opzegging is niet rechtsgeldig. Loonvordering toegewezen met 50% wettelijke verhoging. Arbeidsovereenkomst wordt (voorwaardelijk) ontbonden. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever. Billijke vergoeding in voorwaardelijke ontbindingsprocedure € 100.000,-.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12207004 VZ VERZ 26-2160 en 12215570 VZ VERZ 26-2271</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C.J. Frikkee</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5121</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5121</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5121"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Staking rechtmatig, artikel 6 lid 4 ESH, artikel G ESH.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/614480 / KG ZA 26-429</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.A.M. Pinckaers</contributor><issued>2026-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:680"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding; billijke vergoeding (art. 7:671b lid 9, onder c); Ecofys-beschikking; verbetertraject en verbeterplan. Is de intrekkingsmogelijkheid (art. 7:686a lid 6 BW) van overeenkomstige toepassing in hoger beroep?; uitleg Profoto-beschikking (ECLI:HR:NL:2025:1171).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00465</description><issued>2026-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:4409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:4409"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Uitleg van een artikel in het OR-reglement op basis van de cao-norm.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12168025 \ OV VERZ 26-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-07-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:833"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">ZW-uitkering ten onrechte blijvend en geheel geweigerd op grond van een benadelingshandeling als bedoeld in artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW. De Raad onderschrijft de conclusie van de psychiater dat de benadelingshandeling verminderd verwijtbaar is. De Raad voorziet zelf in de zaak door de hoogte van de maatregel vast te stellen op 50% van het uitkeringsbedrag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/504 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1244"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; formeel recht; artt. 19 en 20 AWR; art. 8:75 Awb; artt. 1, 2, 4, lid 3, en 19 VEU; art. 110 VWEU; art. 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; EVRM; Besluit proceskosten bestuursrecht; naheffing bpm ter zake van een in een andere lidstaat aangekocht gebruikt motorvoertuig na de registratie in het Nederlandse kentekenregister; verzuim Hof om naheffingsaanslag te handhaven zoals die luidde na ambtshalve vermindering; vaststelling schadevergoeding voor kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand vanwege het met succes aanvechten van een naheffingsaanslag vanwege strijd met het Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02706</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1640</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:674"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikelen 2:1, lid 3, 6:6 en 8:24, lid 2, Awb; Titel 3 Boek 3 BW; artikel 3:79 BW; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2026:556.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-04-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:624</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:652</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1988</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2019:1746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:1746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2019:1746"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2019-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Rechtbank geeft gemachtigde een waarschuwing wegens het ongepaste, onfatsoenlijke en respectloze taalgebruik in de pleitnota en ter zitting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 18 _ 2008</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.F. Geerling</contributor><issued>2019-06-12</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:4945</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:4543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:4543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:4543"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting en IB/PVV. BOR. Tot de nalatenschap van erflaatster behoren aandelen in een holdingvennootschap. De holdingvennootschap heeft sinds eind jaren negentig alle aandelen in een werkmaatschappij. De werkmaatschappij heeft op haar beurt diverse aandelenbelangen in binnen- en buitenlandse vennootschappen. Binnen het jaar voor overlijden van erflaatster zijn de belangen in twee buitenlandse vennootschappen uitgebreid. Voor de erfbelasting is in geschil of, voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling, voor die uitbreidingen is voldaan aan de bezitseis. Voor de erfbelasting en inkomstenbelasting is verder is geschil of de in de holding aangehouden liquide middelen en effecten als duurzaam overtollig moeten worden beschouwd. Niet in geschil is dat de werkmaatschappij één objectieve onderneming drijft en de uitgebreide belangen tot het ondernemingsvermogen van de werkmaatschappij behoren. De rechtbank oordeelt daarom dat voor de uitbreidingen geen afzonderlijke bezitstermijn is gaan lopen. De rechtbank oordeelt ook dat aannemelijk is gemaakt dat een deel van de liquide middelen en effecten op de balans van de holding tot het ondernemingsvermogen behoort, omdat dit wordt aangehouden ter versteviging van de door de werkmaatschappij gedreven onderneming. De beroepen zijn gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 21 _ 1606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.W. van de Sande, R.A. Eskes, A.P. Vaatstra</contributor><issued>2023-08-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:5900</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2023:4717</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4717</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2023:4717"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Een vrouw die het niet eens is met de waardering van haar woning is veroordeeld in de proceskosten van de heffingsambtenaar die de zaak in beroep vertegenwoordigde, omdat er sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 22/6302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.L. Fernig - Rocour</contributor><issued>2023-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3234</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3234</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3234"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Toekenning proceskostenvergoeding beroepsfase en vergoeding griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/797</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali, M. Ferrier, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2024-11-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1687</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1615</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1615</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1615"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Post-Landeck, maken van “image” zonder rechterlijke machtiging en onderzoek aan digitale-gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Staat Unierecht eraan in de weg dat na inbeslagneming van (digitale-gegevensdrager of geautomatiseerd werk, waaronder) smartphone (voor mensen niet leesbare en niet analyseerbare) kopie van inhoud van smartphone wordt gemaakt (of poging daartoe wordt ondernomen) zonder dat aan maken van die kopie of poging daartoe rechterlijke toetsing voorafgaat? HR stelt prejudiciële vraag aan HvJ EU en geeft i.v.m. lopende strafzaken voorlopig oordeel. HR komt tot voorlopig oordeel dat werkwijze van politie en justitie waarbij zonder voorafgaande machtiging van RC kopie wordt gemaakt van inhoud van inbeslaggenomen smartphone (of poging daartoe wordt gedaan), niet onverenigbaar is met Unierecht, en dat eerste prejudiciële vraag van RC daarom ontkennend zou moeten worden beantwoord. Overige prejudiciële vragen van RC kunnen onbesproken blijven, maar HR ziet niettemin aanleiding om het volgende op te merken. In rechtspraak stelt HvJ EU, voor gevallen waarin toegang van bevoegde nationale autoriteiten tot persoonsgegevens het risico van ernstige of zelfs zeer ernstige inmenging in grondrechten van betrokkene met zich brengt, voorop dat deze toegang afhankelijk wordt gesteld van voorafgaande toetsing door rechter of onafhankelijk bestuursorgaan. Volgens diezelfde rechtspraak moet deze onafhankelijke toetsing plaatsvinden voorafgaand aan elke poging tot verkrijgen van toegang tot betrokken gegevens, “behalve in naar behoren gemotiveerde spoedeisende gevallen, waarin die toetsing op korte termijn dient plaats te vinden”. Naar voorlopig oordeel van HR is werkwijze van politie en justitie waarbij zonder voorafgaande machtiging van RC kopie wordt gemaakt van inhoud van inbeslaggenomen smartphone, niet onverenigbaar met Unierecht. Kopiëren van inhoud van smartphone kan daarom vooralsnog plaatsvinden zonder voorafgaande rechterlijke toetsing. Tegen die achtergrond zal slechts in uitzonderlijke situaties sprake kunnen zijn van spoedeisend geval waarin toegang tot betrokken gegevens wordt verkregen en inhoudelijk kennis wordt genomen van die gegevens zonder voorafgaande toetsing door rechter of onafhankelijk bestuursorgaan. Daarbij kan worden gedacht aan onmiddellijke bedreiging voor leven, fysieke integriteit of veiligheid van persoon of voor kritieke infrastructuur, terwijl voorafgaande mondelinge machtiging van RC (vgl. HR:2025:409) niet kan worden afgewacht. HR houdt iedere verdere beslissing aan totdat HvJ EU uitspraak zal hebben gedaan over prejudiciële vraag. CAG (strekking): beantwoording door HR van eerste prejudiciële vraag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:604</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:727</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1636"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen op voet van art. 392 Rv. Vermogensrecht. Consumentenrecht. Verzekeringsrecht. Online gesloten schadeverzekering auto. Moet civiele rechter ambtshalve onderzoeken of in Wft en BGfo omgezette informatieplichten van Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten (inmiddels Richtlijn consumentenrechten) en Richtlijn verzekeringsdistributie zijn nageleefd en schending daarvan sanctioneren? Vgl. ECLI:NL:HR:2021:1677 (Arvato I). Is art. 78 lid 2 onder a (oud) BGfo in lijn met Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten? Verstrekken van informatie op duurzame drager.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1093</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:6633</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1578"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk niet betalen van omzetbelasting, art. 69a.1 AWR. 1. Ontvankelijkheid OM en hetzelfde feit, art. 243.2 en 255.1 Sv jo. art. 50 Handvest van grondrechten EU. Kon hof oordelen dat vervolging voor overtreding van art. 69a.1 AWR niet betrekking heeft op “hetzelfde feit” a.b.i. art. 255.1 Sv als waarvoor eerder aan verdachte een verzuimboete o.g.v. art. 67c AWR is opgelegd? 2. Verzoek om prejudiciële vraag te stellen aan HvJ EU over uitleg van art. 50 Handvest. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2011:BM9102 m.b.t. “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. Daarbij genoemde vergelijkingsfactoren zijn ook bepalend bij beoordeling of sprake is van “hetzelfde feit” a.b.i. art. 243.2 jo. 255.1 Sv. In geval dat bestuurlijke boete is opgelegd, gaat het bij toepassing van vergelijkingsfactor juridische aard van feiten om vergelijking van (i) in tll. omschreven en aan boete ten grondslag liggende verwijten, mede aan de hand van rechtsgoederen die worden beschermd door enerzijds toepasselijke bestuursrechtelijke norm en anderzijds delictsomschrijving, en (ii) bepalingen die betrekking hebben op maximale bestraffing van onderscheiden feiten (vgl. HR:2016:222). Zowel in rechtspraak van HR over art. 68 en 255.1 Sv als in rechtspraak van HvJ EU over art. 50 jo. 52 Handvest staat ne bis in idem-beginsel centraal. Dit beginsel beschermt tegen onevenredige bestraffing en ongerechtvaardigde cumulatie van procedures. Dat dit beginsel zowel nationaalrechtelijke als EU-rechtelijke uitwerking kent, betekent niet dat inhoud van begrip “hetzelfde feit” in art. 68 Sr en 255.1 Sv samenvalt met (en moet worden afgestemd op) betekenis van begrip “hetzelfde delict” in art. 50 Handvest. Daarmee houdt verband dat art. 50 Handvest een eigen beperkingssystematiek kent via art. 52 Handvest. Dat sprake is van “hetzelfde delict” a.b.i. art. 50 Handvest, betekent namelijk niet z.m. dat herhaalde berechting of bestraffing van bepaalde gedraging in strijd is met Handvest. Nationaalrechtelijke bepalingen waarin ne bis in idem-beginsel tot uitdrukking komt, kennen niet zo’n beperkingssystematiek. Oordeel dat sprake is van “hetzelfde feit” leidt er bij toepassing van art. 68 en 255.1 Sv (in beginsel) toe dat herhaalde berechting of bestraffing niet is toegestaan. Strafrechter moet in zaken die binnen werkingssfeer Handvest vallen, niet alleen nagaan of strafrechtelijke vervolging verenigbaar is met art. 68 Sr en art. 255.1 Sv, maar ook (als art. 68 Sr en/of art. 255.1 Sv niet al aan die vervolging in de weg staan) onder ogen zien of strafrechtelijke vervolging en bestraffing te verenigen zijn met art. 50 jo. 52 Handvest en, zo ja, welke straf in het licht van eventuele cumulatie van procedures nog passend is. M.b.t vervolgingsbeslissing geldt dat in fiscale zaken waarin zowel oplegging van bestuurlijke boete als strafrechtelijke afdoening openstaat, beleidsregels in Protocol AAFD 2023 (Stcrt. 2023, 16878) ertoe strekken dat afstemming plaatsvindt tussen Belastingdienst en OM over te kiezen afdoeningsmodaliteit(en). Hoewel protocol dat niet expliciet bepaalt, moet dit protocol zo worden toegepast dat afstemming ook plaatsvindt in gevallen waarin het gaat om gedragingen die (deels) dezelfde materiële feiten betreffen a.b.i. rechtspraak van HvJ EU. Hiermee wordt tegengegaan dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt als met (uitsluitend) bestuursrechtelijke handhaving kan worden volstaan. Ook afgezien van in beleidsregels neergelegde (afstemmings)voorschriften kan het aangewezen zijn dat afstemming plaatsvindt om te voorkomen dat cumulatie van procedures plaatsvindt die in het licht van de uit Handvest voortvloeiende vereisten niet kan worden gerechtvaardigd. Als in feitelijke instantie het verweer wordt gevoerd dat beslissing tot strafrechtelijke vervolging niet in overeenstemming met de o.g.v. art. 50 Handvest geldende vereisten voor onderlinge afstemming is genomen en dat daarom OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in vervolging, zal rechter hierop gemotiveerd moeten beslissen. Die motivering kan in cassatie worden getoetst. Daarnaast geldt in zaken waarin sprake is van (tweede) vervolging, terwijl (i) verdachte al eerder in straf- of bestuursrechtelijke procedure is bestraft voor gedragingen die (deels) dezelfde materiële feiten a.b.i. rechtspraak HvJ betreffen, maar (ii) geen sprake is van vervolging voor “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr en/of art. 255.1 Sv, dat strafrechter zich bij strafoplegging ervan zal moeten vergewissen dat nadelen die verdachte a.g.v. beide procedures lijdt niet onevenredig zijn (vgl. HR:2021:387, HR:2018:2350 en HR:2022:364). Hiervan zal uit motivering van (eventuele) strafoplegging moeten blijken. Opvatting dat in geval dat bestuurlijke boete is opgelegd voor inhoud van begrip “hetzelfde feit” in art. 255.1 Sv aansluiting moet worden gezocht bij betekenis van begrip “hetzelfde delict” in art. 50 Handvest, is onjuist gelet op wat hiervoor is overwogen. Ad 2. Gelet op wat hiervoor is overwogen, kan opgeworpen vraag worden beantwoord aan de hand van (in het bijzonder) hiervoor genoemde rechtspraak van HvJ EU. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor stellen van prejudiciële vraag aan HvJ EU. Volgt verwerping. Vervolg op HR:2022:1364.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1378</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:845</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1613</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1613</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1613"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. bestaande uit uitgaven die betrokkene heeft gedaan na veroordeling t.z.v. medeplegen witwassen in periode van 1-1-2011 tot en met 30-11-2011, aanwezig hebben van cocaïne op 30-11-2011 en medeplegen aanwezig hebben van hasj op 30-11-2011, art. 36e.3 Sr. Kon hof gelet op art. 1 Sr en art. 7 EVRM toepassing geven aan art. 36e.3 Sr zoals bepaling luidt sinds 1-7-2011, nu 1 van feiten waarop veroordeling berust die aan ontnemingsvordering ten grondslag ligt deels vóór die datum is begaan? In onderliggende strafzaak is betrokkene o.m. veroordeeld voor een op 30-11-2011 begaan strafbaar feit waarvoor geldboete van vijfde categorie kan worden opgelegd. ’s Hofs oordeel dat in zo’n geval art. 36e.3 Sr, zoals die bepaling luidt sinds 1-7-2011, kan worden toegepast, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting. Hier doet zich niet geval voor waarop art. 1.2 Sr en art. 7.1 EVRM zien, omdat art. 36e.3 Sr, in redactie zoals hof daaraan toepassing heeft gegeven, t.t.v. begaan van strafbaar feit op 30-11-2011 al van toepassing was. Volgt verwerping. Samenhang met 24/03822 P en 24/03922 P.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:778</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3392</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2264"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2017. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in oktober 2017 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft aangifte Vpb 2017 gedaan onder horizontaal toezicht en daarbij geen winst ter zake van goodwill aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag Vpb opgelegd tot het belastbaar bedrag plus de goodwill. Het hof oordeelt dat sprake is van een nieuw feit. De inspecteur heeft de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4728</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2271"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar tegen inhoudingen loonheffing 2023 op ambtenarenpensioen en AOW-uitkering van inwoner van de Filipijnen. Niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, behalve het bezwaar voor december 2023, dat ongegrond is verklaard. Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Verschoonbaar? Zeer lange duur postbezorging in de Filipijnen: minstens zes weken. Belanghebbende acht dat niet zijn risico. Geen postadres in Nederland opgegeven tot nadat de rechtbank dat verlangde. Geen berichtenbox op mijnoverheid.nl geopend. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Belanghebbende heeft overigens alsnog aangifte 2023 gedaan en een voorlopige aanslag conform zijn standpunt ontvangen. Inspecteur verklaart ter zitting dat dat een automatische aanslag is die onjuist is en hersteld zal worden. Belanghebbende kondigt bezwaar en beroep aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/953, 25/954, 25/955 en 25/956</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, mr. B.J. Rubbens, prof. mr. P.J. Wattel</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3701</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1689</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1689</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1689"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01334</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:544</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2794"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA's dividendbelasting 2016 en 2017 met vergrijpboetes. Dubbel hoger beroep. Nieuwe transferpricingrapporten tardief. Wraking. Vereiste aangifte. Onzakelijke aandeelhoudersleningen (o.b.v. eerdere Vpb-procedures). Verkapt dividend. Pleitbaar standpunt. Rol bestuurders/adviseur t.a.v. onzakelijke leningen. Feiten en omstandigheden voor grove schuld overtuigend aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/706 25/707 25/718 25/719</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14223</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:497</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:497</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:497"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herzieningsverzoek; geen nieuw gebleken feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 Awb; afwijzing niet evident onredelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/471</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H. de Wildt, mr. dr. M.J. Jacobs, mr. M. van Duuren</contributor><issued>2026-10-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies</reference><reference relation="citing" lang="nl">Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1619</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1619</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1619"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk voorhanden hebben van grote hoeveelheid tabaksproducten (sigaretten en rooktabak) die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing zijn betrokken (meermalen gepleegd) door aanwezigheid van illegale sigarettenfabriek met onveraccijnsde tabaksproducten in loods achter zijn woning, art. 5 Wet op accijns. Bewijsklacht opzet en voorhanden hebben. Kon hof oordelen dat verdachte als pleger kan worden aangemerkt van “opzettelijk voorhanden hebben” van accijnsgoederen a.b.i. art. 5.1.b jo. 97 Wet op accijns? O.g.v. art. 97 jo. 5.1.b Wet op accijns kan degene worden bestraft die “opzettelijk” accijnsgoed dat niet overeenkomstig bepalingen van Wet op accijns in heffing is betrokken, “voorhanden heeft”. Op deze strafbaarstelling zijn gelet op art. 91 Sr ook bepalingen van dat wetboek over deelneming aan strafbare feiten van toepassing, zodat ook personen strafrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn die op andere manier dan als pleger betrokken zijn bij overtreden van het in art. 5.1.b Wet op accijns opgenomen verbod. In art. 97 Wet op accijns bedoeld opzet moet allereerst zijn gericht op voorhanden hebben van accijnsgoed. Daarnaast moet dat opzet erop zijn gericht dat dit goed niet overeenkomstig bepalingen van Wet op accijns in heffing is betrokken. Onder dit opzet is ook voorwaardelijk opzet begrepen. Dat voorwaardelijk opzet is aanwezig als verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg (zoals hier: voorhanden hebben van een niet overeenkomstig wet in heffing betrokken accijnsgoed) zal intreden (vgl. HR:2003:AE9049 en HR:2018:718). Voor uitleg van “voorhanden hebben” in art. 5.1.b Wet op accijns is van belang dat tekst en totstandkomingsgeschiedenis van die wet geen aanwijzing bevatten dat daaraan andere betekenis moet worden toegekend dan aan “voorhanden hebben” in art. 2.1.b (omschrijving van belastbaar feit) en in 51.1.b (aanwijzing schuldenaren t.z.v. belastbaar feit) Wet op accijns. In HR:2022:659 en HR:2026:282 heeft HR uiteengezet dat in geval dat voor goederen accijns o.g.v. art. 2.1.b Wet op accijns is verschuldigd, art. 51.1.b Wet op accijns als belastingplichtige aanwijst zowel “persoon die accijnsgoederen voorhanden heeft” als “enig ander persoon die bij voorhanden hebben betrokken is” en dat met die bepaling uitvoering is gegeven aan wat art. 8.1.b Richtlijn 2008/118/EG (oud) voorschrijft. Art. 51.1.b Wet op accijns moet daarom overeenkomstig die richtlijnbepaling worden uitgelegd. HR heeft in HR:2022:659 verder overwogen dat “persoon die accijnsgoederen voorhanden heeft” a.b.i. art. 8.1.b Richtlijn 2008/118/EG (oud) in gewoon spraakgebruik ziet op persoon die deze goederen fysiek tot zijn beschikking heeft. Daarbij is niet relevant is of betreffende persoon een recht of enig belang kan doen gelden m.b.t. die goederen en ook niet of deze persoon weet of redelijkerwijs had behoren te weten dat voor die goederen accijns wordt verschuldigd. Hof heeft voor toepassing van art. 97 Wet op accijns tot uitgangspunt genomen dat als degene die “voorhanden heeft” a.b.i. art. 5.1.b Wet op accijns ook moet worden aangemerkt degene die “betrokken is bij voorhanden hebben” van accijnsgoederen die niet overeenkomstig bepalingen van Wet op accijns in heffing zijn betrokken. Daarbij heeft hof kennelijk aansluiting gezocht bij de in art. 51.1.b Wet op accijns aangewezen personen van wie accijns kan worden geheven t.z.v. belastbaar feit “voorhanden hebben”. Gelet op wat hiervoor is overwogen, getuigt dat oordeel van onjuiste rechtsopvatting omdat met “voorhanden hebben” in art. 5.1.b Wet op accijns hetzelfde is bedoeld als met “voorhanden hebben” in art. 2.1.b Wet op accijns en laatstbedoelde bepaling (ter uitvoering van art. 7.2.b Richtlijn 2008/118/EG) niet omvat “betrokken zijn bij voorhanden hebben”. Met art. 97 Wet op accijns wordt dus niet strafbaar gesteld “betrokken zijn bij voorhanden hebben” van accijnsgoederen die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing zijn betrokken. Dat leidt echter niet tot cassatie, nu hof heeft vastgesteld dat (i) in loods een illegale productielijn voor sigaretten is aangetroffen met onveraccijnsde tabaksproducten die niet waren voorzien van accijnszegels, waaronder 1.692.500 sigaretten en 1.680 kilogram rooktabak, (ii) verdachte economisch eigenaar is van deze loods, die zich bevindt direct achter zijn woonhuis, (iii) verdachte deze loods niet heeft verhuurd, en (iv) verdachte toegang had tot alle ruimten van loods en ook in loods is geweest. Deze vaststellingen (in samenhang met de in cassatie niet bestreden veroordeling van verdachte voor medeplichtigheid aan vervaardigen van accijnsgoederen (tabaksproducten) buiten accijnsgoederenplaats door ruimte in loods ter beschikking te stellen waar dat vervaardigen plaatsvond) dragen bewezenverklaring v.zv. die inhoudt dat verdachte op dag waarop niet in heffing betrokken tabaksproducten in betreffende ruimte van loods zijn ontdekt, die tabaksproducten fysiek tot zijn beschikking en zodoende voorhanden heeft gehad a.b.i. art. 5.1.b Wet op accijns. Ook heeft hof daaruit kunnen afleiden dat verdachte “minstgenomen bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard om onveraccijnsde tabaksproducten voorhanden te hebben”, en dat verdachte dus in art. 5.1.b Wet op accijns opgenomen verbod opzettelijk a.b.i. art. 97 Wet op accijns heeft overtreden. Volgt verwerping. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02636</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:962</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2140</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2258"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-beschikking. Methode van indexering leidt tot lineaire waardestijging (een rechte lijn) van de woningen over de jaren 2020 en 2021 (het jaar voor en het jaar na de waardepeildatum). Belanghebbende maakt aannemelijk dat de waardestijging in 2021 veel groter is geweest dan in 2020 en dat de onjuiste indexeringsmethode tot een substantieel te hoge waardering leidt. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1906</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2023:5309</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1678</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1678</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1678"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00067</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2386</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:4945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:4945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:4945"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-05-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Vermindering (afschrijving). Proceskostenvergoeding bezwaar- en beroepsfase.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/00547 en 19/00672</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-06-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:1746</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1628</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3040</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3040</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3040"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hersteluitspraak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/1107</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2801</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:498"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om nadeelcompensatie voor schade als gevolg van opgelegde maatregelen ter voorkoming van verspreiding van het wortelknobbelaaltje. Het behoort tot het normale bedrijfsrisico van een professionele teler dat een bedrijf schade kan lijden door maatregelen ter bestrijding van schadelijke organismen. Daar komt in dit geval bij dat de besmetting voorzienbaar was. Naar het oordeel van het College behoort het tot de bedrijfsvoering van een professionele marktdeelnemer om zelf (voorzorgs)maatregelen te nemen. De minister heeft het verzoek terecht afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/962</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. D. Brugman, mr. W.C.E. Winfield, mr. M.L. Noort</contributor><issued>2026-10-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Plantgezondheidswet</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:499</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:499</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:499"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Naar het oordeel van het College heeft de minister de EIA-verklaring voor de door appellant aangemelde investering in de zonnepanelen terecht geweigerd, omdat de zonnepanelen, via de omvormer, zijn aangesloten op het elektriciteitsnet</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H. de Wildt, mr. dr. M.J. Jacobs, mr. M. van Duuren</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:500"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het geschil ziet op de situatie waarin de landbouwer op (een deel van) hetzelfde perceel zowel een eco-activiteit als een ANLb-activiteit uitvoert. Eerder heeft het College geoordeeld dat uit artikel 26, derde lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 (zoals dit tot 1 januari 2025 luidde) volgt dat de minister op het niveau van een perceel moet beoordelen of aan de vereisten van de eco-regeling wordt voldaan en dat als op een perceel sprake is van samenloop van een eco-activiteit en een ANLb-activiteit, de minister terecht de werkwijze hanteert om voor de eco-activiteit op dat perceel wel punten, maar geen waarde toe te kennen. Het College ziet in wat de maatschap in het kader van de per 1 januari 2025 gewijzigde tekst van het derde lid van artikel 26 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 heeft aangevoerd, geen aanleiding om (voor het hier aan de orde zijnde aanvraagjaar 2023) terug te komen van die rechtspraak. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/843</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C. Stuldreher, mr. M.L. Noort, mr. M.A.H. Van Dalen-van Bekkum</contributor><issued>2026-10-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Uitvoeringsregeling GLB 2023</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4494"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor brandstichting. De rechtbank stelt dat het forensisch onderzoek geen duidelijke conclusie bevat over hoe de brand precies is ontstaan. Er is daarnaast geen enkel rechtstreeks bewijs aanwezig voor betrokkenheid van verdachte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-000112-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H. de Ruijter, mr. J.V. Nolta, mr. M.B.W. Venema</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30833"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. China. Geloofwaardigheid problemen als Hui-moslim. Verwestering. Positie van terugkeerders. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26 15354</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29429"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Huurachterstand. Opschorting en huurprijsvermindering als verweer, niet gevorderd. Volledige huurbetaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Betaling huurachterstand gedeeltelijk toegewezen. Ontbinding en ontruiming toegewezen. Artikelen 6:265 BW en 7:207 lid 1 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12201712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Meester</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1103</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1103</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1103"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking en terugvordering van bijstand. Boete. Afwijzing aanvraag. Schending inlichtingenverplichting. Op geld waardeerbare werkzaamheden als arbeidsbemiddelaar. Kasstortingen en bijschrijvingen op bankrekening. Geen dringende redenen. Overschrijding redelijke termijn. Appellant heeft loonstroken overgelegd met namen van personen die werkzaamheden verricht zouden hebben en voor wie hij de betaling in ontvangst heeft genomen. Daarmee heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij niet over de ontvangen bedragen kon beschikken. Door de ontvangst van de bedragen niet te melden heeft appellant zijn inlichtingenverplichting geschonden, die het college ook heeft aangetoond. Van dringende redenen bij de terugvordering of de boete is geen sprake. Wel wordt de boete gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2593 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1088</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1088</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1088"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening, intrekking en terugvordering van bijstand. Schending inlichtingenverplichting. Werkzaamheden in loondienst. Identiteitsfraude niet aannemelijk. Herhaling beroepsgronden. Geen dringende redenen. Uit onderzoek blijkt o.m. dat op naam van X en zijn NINO-nummer werkzaamheden zijn verricht en loonbetalingen zijn gedaan in het Verenigd Koninkrijk en dat zowel X als appellante ingeschreven zijn of hebben gestaan in het Verenigd Koninkrijk. Hiermee heeft het college aannemelijk gemaakt dat X in de in de hier te beoordelen periodes werkzaamheden heeft verricht waarvoor hij loon heeft ontvangen. Dat sprake zou zijn geweest van identiteitsfraude, is ook in hoger beroep niet gebleken. De overwegingen van de rechtbank in dat verband worden overgenomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/998 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1104"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening en terugvordering van bijstand. Schending inlichtingenverplichting. Kookactiviteiten. Recht schattenderwijs vaststellen. Schadevergoeding redelijke termijn. Door de kookactiviteiten niet te melden aan het college heeft appellante haar inlichtingenverplichting geschonden. De toestemming van 2011 waar appellante op doelt, ziet op een eerdere bijstandsperiode en ging om het destijds ‘af en toe oppassen’ op de kinderen van X. De kookactiviteiten zijn van een andere aard en met een substantiële omvang en structureel karakter. De stelling van appellante dat het koken te beschouwen is als eenzelfde soort activiteit die valt onder de strekking van de toestemming, zodat de intrekking en terugvordering in strijd zijn met de rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel, wordt dan ook niet gevolgd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1196 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1091</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1091</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1091"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking, herziening en terugvordering van bijstand. Boete. Schending inlichtingenverplichting. Crypto-activiteiten. Inkomen uit vermogen. Recht vaststellen. Opdracht nieuw besluit. Als een betrokkene incidenteel ten behoeve van zichzelf en met eigen middelen crypto’s koopt en deze nadien verkoopt is slechts sprake van een mutatie van eigen vermogen en niet van het verkrijgen van inkomsten. Het incidenteel aankopen of verkopen van crypto’s met eigen middelen valt onder het algemeen gangbaar vermogensbeheer van de betrokkene en kan niet worden geacht te zijn gericht op het verkrijgen van inkomsten uit vermogen. Dergelijke incidentele crypto-activiteiten, die in beginsel slechts vermogensmutaties behelzen, zijn op zichzelf dan ook niet van invloed op het recht op bijstand. Daarvan hoeft dus ook geen mededeling te worden gedaan aan de bijstandverlenende instantie. Als echter de aan- en verkoop van crypto’s met eigen middelen, gelet op de omvang, de duur en het terugkerende karakter ervan, het algemeen gangbaar vermogensbeheer van de betrokkene overstijgen, dan kunnen die crypto-activiteiten wel van invloed zijn op het recht op bijstand. Crypto-activiteiten die het algemeen gangbaar vermogensbeheer overstijgen kunnen immers worden geacht te zijn gericht op het verkrijgen van inkomsten uit vermogen en moeten daarom gemeld worden aan de bijstandverlenende instantie. Uit het transactieoverzicht volgt dat de aan- en verkoop van crypto’s door appellant het algemeen gangbaar vermogensbeheer overstegen, o.m. doordat appellant op ongeveer 600 verschillende tijdstippen aan- of verkooptransacties van crypto’s heeft verricht. Van het incidenteel aan- en verkopen van crypto’s was in het geval van appellant dan ook geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2773 PW-T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1094</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1094</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1094"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening en terugvordering van bijstand. Schending inlichtingenverplichting. Inkomen uit schoonmaakwerkzaamheden. Geen bijzondere omstandigheden om af te wijken van verklaring. Feitelijke grondslag. Geen dringende redenen. Appellante heeft gedetailleerd verklaard over de dagen, locaties en perioden dat zij heeft gewerkt en hierbij niet alleen de twee adressen X en Y genoemd, maar ook verklaard over vier andere woningen in en rond plaats 2 waar zij schoongemaakt heeft. Met de verklaring van appellante heeft het college aannemelijk gemaakt dat appellante niet alleen op adres X en Y, maar ook in vier andere woningen in plaats 2 en omgeving schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/154 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1089"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag om algemene bijstand en bedrijfskapitaal. Deskundigenadvies. Onderneming niet levensvatbaar. Contra-advies. Het rapport van het IMK, voor zover daarin staat dat zonder marktonderzoek onder consumenten niet kan worden beoordeeld of voor het door appellant beoogde concept daadwerkelijk voldoende belangstelling bestaat, en daarmee of het bedrijf levensvatbaar is, is voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent. Anders dan appellant heeft betoogd, biedt het contra-advies onvoldoende aanknopingspunten voor twijfel hieraan. Daarbij is van belang dat ook in het contra-advies staat dat het uitvoeren van een marktonderzoek onder consumenten wenselijk is en daarin op zich niet wordt weersproken dat het voorgeschreven is om de levensvatbaarheid te kunnen vaststellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2682 BBZ</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1142"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Stopzetting deelname collectieve zorgverzekering. Hoogte inkomen. Geen bijzondere omstandigheden voor afwijking beleidsregels. In wat appellante heeft aangevoerd, heeft het college geen bijzondere omstandigheden hoeven zien om af te wijken van de toepasselijke beleidsregels. Niet is gebleken dat appellante als gevolg van toepassing van de beleidsregels zich niet langer adequaat kan verzekeren voor medische kosten of niet in staat is de kosten van het eigen risico te dragen. Uit de door appellante zelf opgestelde financiële overzichten volgt dit niet. Ook is niet gebleken dat appellante als gevolg van beëindiging van deelname aan de collectieve zorgverzekering bepaalde noodzakelijke behandelingen niet kan volgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/103 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10218"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. Kantonrechter constateert dat de gedraging is verricht en dat er geen aanleiding is voor matiging van de boete. Betrokkene beroept zich op omstandigheden die niet bij staandehouding of de officier van justitie naar voren zijn gebracht. Dat de omstandigheden een rol hebben gespeeld bij de gedraging acht de kantonrechter dan ook niet geloofwaardig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12300917 WM VERZ 26-7981</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3537</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3537</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3537"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Familierecht. Omgangsregeling. Intieme terreur. Geen ruimte voor fysieke omgang totdat de vader met goed gevolg behandeling heeft afgerond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.779/01 en 200.367.071/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1219"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Huwelijksvermogensrecht. Heeft vrouw haar betwisting m.b.t. opbrengst van eerder door haar verkochte woning in Tsjechië voldoende onderbouwd? Was t.a.v. opbrengst van die woning door man gedaan verzoek o.g.v. art. 843a (oud) Rv te ongespecificeerd? Is hof buiten grenzen van rechtsstrijd getreden met oordeel dat wanneer voor draagkracht van man volledig rekening wordt gehouden met aflossingen door man op huwelijkse schulden, hij in zoverre dus geen regresvordering op vrouw krijgt?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1913</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:341</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1224"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Contractenrecht. Vraag of echtgenoot van eigenaar/verkoper van woning ook partij is bij koopovereenkomst; passeren bewijsaanbod. Beoordeling gebreken aan woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02777</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1333</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1499</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1499</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1499"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arrest na verwijzing. Geschil tussen partner van erflaatster en erfgenamen over afwikkeling vermogensrechtelijke gevolgen van samenwoning. Is sprake van een stilzwijgende afspraak dat partner en erflaatster ieder voor de helft gerechtigd waren tot de overwaarde van de woning op naam van erflaatster.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.409/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3242"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Niet voldaan aan artikel 1:267, eerste lid, BW. Grootouders zijn niet-ontvankelijk in hun verzoek tot beëindiging van het gezag van ouders. Ten tijde van de indiening van het verzoekschrift hadden de grootouders de minderjarige niet ten minste een jaar als behorende tot hun gezin verzorgd en opgevoed. De raad voor de kinderbescherming wil eerst onderzoek doen voordat hij mogelijk gezagsbeëindiging verzoekt. Er is daarom evenmin een situatie waarin de raad niet tot een verzoek tot gezagsbeëindiging overgaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.313/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:3839</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1248"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Echtscheiding. Partneralimentatie, behoeftigheid. Onbegrijpelijk oordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:171</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:960</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:960</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:960"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Einde machtiging tot uithuisplaatsing. Hoofdverblijfplaats.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03752</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-06-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:451</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2163</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:979"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Procesrecht. Bewijsrecht van art. 149 Rv e.v. onverkort van overeenkomstige toepassing in Wvggz-procedures?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02319</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-06-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:461</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:2653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:2653"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Benoeming niet ingeschreven bijzondere curator bij parenticide: specialistische erfrechtelijke expertise vereist ter bescherming van minderjarige en waarborging van onafhankelijke belangenbehartiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/258592</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.R. Tromp</contributor><issued>2026-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30325"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Relatieve bevoegdheid; Vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) versus bescherming van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, reputatie en eer en goede naam (art. 8 EVRM). Uitlatingen onrechtmatig? Rectificatie; geen SLAPP</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712292 / KG ZA 26-976</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bordes</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7200"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis. Schadebegroting in verband met gebreken aan gekochte woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/597961 / HL ZA 25-202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.R. van der Vos</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:981"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Art. 534 UCDW; regeling voor gezamenlijke opslag; ook voor opslag in verschillende tanks van hetzelfde entrepot? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01247</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14327"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurkoopovereenkomst. Gedaagde heeft de leasetermijnen niet tijdig betaald. Verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden, wordt toegewezen. Gedaagde moet resterende hoofdsom betalen met rente en kosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11692486 CV EXPL 25-11099</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C. van der Kolk</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7176</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7176</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7176"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Advocatendeclaratie, verstek, eindvonnis na akte, gevraagde informatie over naleving informatieplichten is niet gegeven</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12284066 \ MC EXPL 26-3398 JC/13702</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.J. Baken</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5919"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 september 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) de aanvraag van [wederpartij] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) afgewezen. [wederpartij] heeft op 30 maart 2023 bij de CSG een aanvraag om een uitkering uit het Schadefonds ingediend. Hij heeft aan de aanvraag ten grondslag gelegd dat hij geboren is uit incestueus seksueel misbruik van zijn (destijds) minderjarige moeder door haar vader. Zijn biologische vader is dus ook zijn grootvader en de biologische vader van zijn moeder. Zowel [wederpartij] als zijn moeder hebben een leven vol psychische problemen hieraan overgehouden. De CSG heeft bij besluit van 7 september 2023, gehandhaafd bij besluit van 7 december 2023, de aanvraag afgewezen, omdat het seksueel misbruik van de moeder van [wederpartij] niet aangemerkt kan worden als een tegen [wederpartij] opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De Wet schadefonds geweldsmisdrijven voorziet volgens de CSG niet in recht op financiële compensatie voor een ongeboren kind. Ook kan [wederpartij] niet als waarnemer van het seksueel misbruik van zijn moeder worden aangemerkt, omdat hij niet vanuit eigen waarneming en/of herinnering kan verklaren wat zijn moeder is overkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504260/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6509"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Overschrijding aanslagtermijn? Verleend uitstel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1397</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9710"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting / negatief jaarsaldo margeregeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2371 tpt en met 25/2373</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1568</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1568</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1568"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek 26Humble. Aan de verdachte worden – kort gezegd - de volgende feiten verweten: 1. Het medeplegen van deelname aan terroristische organisatie en organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van oorlogsmisdrijven, te weten IS. 2. Het medeplegen van trainen in plegen van terroristische misdrijven. 3 en 4. De opruiing en verspreiding ter opruiing tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel misdrijven ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, alsmede de opruiing en verspreiding ter opruiing tot het plegen van (een) oorlogsmisdrijf, te weten de aanranding van de persoonlijke waardigheid. Het hof legt dit onderdeel van de tenlastelegging zo uit dat het oorlogsmisdrijf waartoe wordt opgeruid er dus uit moet bestaan dat anderen, net als de verdachte onder feit 5 wordt verweten, berichten/video’s/afbeeldingen op digitale wijze plaatsen of delen, waardoor de persoonlijke waardigheid van door oorlogsrecht beschermde personen wordt aangerand. 5. Het verspreiden van video’s (en het plaatsen van een bericht bij een van de video’s), die officiële publicaties van IS zijn, in een Telegramgroep met 80 gelijkgestemde leden die op grote schaal beeldmateriaal van IS deelden waarin gruwelijk geweld tegen andersgelovigen wordt verheerlijkt en aangeprezen. Dit is tenlastegelegd als het medeplegen van het oorlogsmisdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid. P. Het ter beschikking stellen van middelen (geldbedragen) aan [persoon 1] en [persoon 2] in strijd met de in de tenlastelegging weergegeven wet- en regelgeving. Het hof spreekt de verdachte vrij van het onder 5 tenlastegelegde nu uit de specifieke gedragingen van de verdachte niet volgt dat er sprake is geweest van een “aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling” als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder c WIM, hoewel deze gedragingen buitengewoon verwerpelijk zijn en het handelen van de verdachte getuigt van een respectloze houding ten opzichte van de overleden slachtoffers. Het hof komt daarom niet toe aan een bespreking van de Nexus. Het hof veroordeelt ter zake van het onder 1 tenlastegelegde. Verdachte heeft in meerdere Telegramgroepen, zoals Greenb1rds, berichten gedeeld. Deze groepen ondersteunen de mediastrategie van IS. Gelet op haar kennis van het conflict en de gewapende strijd alsmede haar actieve deelname aan de chats op Telegram, moet de verdachte daarvan hebben geweten. De inhoud van deze berichten behelst lezingen van radicale sprekers, aansporingen tot het leveren van een financiële bijdrage aan de gewapende strijd en oproepen om deel te nemen aan de gewapende strijd. Met de verspreiding van deze berichten heeft de verdachte de mediastrategie van IS, die was gericht op het voeren van propaganda voor de door IS gevoerde gewapende strijd in Syrië, – en daarmee de organisatie zelf – opzettelijk ondersteund. Zij heeft aldus een bijdrage aan IS geleverd. Het hof veroordeelt ter zake van het onder 2 tenlastegelegde. Verdachte was in de tenlastegelegde periode aanhanger van een radicaal islamitische ideologie en schaarde zich achter de gewapende jihad, gevoerd door IS. De verdachte hield zich bezig met het vergaren van kennis en informatie via aan IS gelieerde social media kanalen c.q. mediaplatforms over het nieuwste propaganda materiaal van IS. Op die manier heeft zij onder andere kennis verworven en/of inlichtingen verschaft over het doden van ongelovigen, het plegen van aanslagen, het maken van explosieven (zoals lood azide en TATP) en een bomgordel. Het hof leidt onder meer op basis van de uiterlijke verschijningsvorm af dat de verdachte opzet heeft gehad op het trainen in het plegen van terroristische misdrijven. Het hof veroordeelt ter zake van het onder 3 en 4 tenlastegelegde voor opruiing tot het plegen van terroristische misdrijven, maar spreekt de verdachte vrij voor zover deze feiten betrekking hebben tot het aanzetten van oorlogsmisdrijven. Het hof veroordeelt ter zake van de onder P tenlastegelegde opzetvariant (kleurloos opzet) nu de verdachte heeft verklaard dat zij het geld naar [persoon 1] en [persoon 2] heeft overgemaakt. De verdachte wordt na compensatie voor de overschrijding van de redelijke termijn veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts wordt de gemaximeerde TBS met verpleging van overheidswege gelast en wordt aan de verdachte de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking zoals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002037-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2021:9933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2021:9933"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/748012-19 and 09/748012-19-P (joined at the hearing)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.E. Perquin, E.C. Kole, J. Holleman</contributor><issued>2021-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2021:6620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:6620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2021:6620"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zes jaar cel en tbs met dwangverpleging voor terrorisme- en oorlogsmisdrijven De rechtbank in Den Haag heeft een 32-jarige vrouw uit Uithoorn veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar cel en tbs met dwangverpleging voor terrorisme- en oorlogsmisdrijven. Deelname aan IS De vrouw hangt het gewelddadig salafistisch gedachtengoed aan en heeft in 2019 op zeer uitgebreide schaal IS-materiaal via Telegram verspreid. Dit past, zo vindt de rechtbank, binnen de mediastrategie van IS. Zij maakte hierdoor deel uit van deze terroristische organisatie die zich in de wereld schuldig maakt aan aanslagen en die de bevolking vrees aanjaagt. Video’s De vrouw deelde ook twee video’s waarin krijgsgevangenen van IS op gruwelijke wijze om het leven worden gebracht. De vrouw heeft één van die video’s voorzien van eigen vernederend commentaar. Hiermee heeft zij de overleden personen aangerand in de persoonlijke waardigheid, en dat is een oorlogsmisdrijf. Ook heeft de vrouw anderen opgeruid tot het plegen van terroristische misdrijven en oorlogsmisdrijven, heeft zij zichzelf en anderen getraind voor het maken van een bomgordel met explosieven en geld overgemaakt naar personen die betrokken zijn bij terroristische activiteiten. Criminele organisatie De rechtbank heeft verder voor het eerst vastgesteld dat IS door de onmenselijke en wrede behandeling van andersdenkenden ook is aan te merken als een criminele organisatie die als doel heeft om oorlogsmisdrijven te plegen. De rechtbank verwijt de vrouw dat zij IS omschrijft als een groep jongens dat het recht had een Islamitische Staat te stichten. Hiermee gaat ze voorbij aan de ongekende gruweldaden die door en in naam van IS zijn gepleegd en waaraan zij heeft bijgedragen. Straf De vrouw lijdt aan een ernstige neurologische aandoening en een psychische impulsstoornis. De feiten worden haar dan ook verminderd toegerekend. De rechtbank vindt de straf die is geëist door de officier van justitie van drie jaar wel veel te laag en veroordeelt de vrouw tot een gevangenisstraf van zes jaar. De rechtbank legt haar daarbij een tbs met dwangverpleging op omdat zij behandeling nodig heeft om de veiligheidsrisico’s in te perken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/748012-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.E. Perquin, E.C. Kole, J. Holleman</contributor><issued>2021-06-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2963"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Investigation 26Humble. The accused is charged with - in brief - the following offences: 1. Co-perpetration to participation in a terrorist organisation and an organisation whose intent it is to commit war crimes, namely IS. 2. Co-perpetration to training to commit terrorist offences. 3 and 4. Incitement and dissemination for the purpose of incitement to commit a terrorist offence or offences to prepare or facilitate a terrorist offence, as well as the incitement and dissemination for the purpose of incitement to commit (a) war crime(s), i.e. outrages upon personal dignity. The Court of Appeal interprets this part of the indictment to mean that the war crime being incited must therefore consist of other persons, just as the accused is charged with under Count 5, posting or sharing messages/videos/images in a digital manner, thereby committing outrages upon the personal dignity of persons protected by war law. 5. Disseminating videos (and posting a message to one of the videos), which are official publications of IS, in a Telegram group with 80 like-minded members who widely shared IS imagery glorifying and promoting horrific violence against dissenters. This was charged as co-perpetration to the war crime of outrages upon personal dignity. P. Making means (sums of money) available to [person 1] and [person 2] in violation of the laws and regulations referred to in the indictment. The national Dutch Court of Appeal in The Hague acquits the accused of the charge under Count 5 since from the specific conduct of the accused it does not follow that there have been 'outrages upon personal dignity, in particular humiliating and degrading treatment' within the meaning of Article 6, paragraph 1 under c WIM, although these actions are highly reprehensible and the accused's conduct testifies to a disrespectful attitude towards the deceased victims. Therefore, the Court of Appeal does not need to discuss the Nexus. The Court of Appeal convicts the accused in respect of the charge under Count 1. The accused shared messages in several Telegram groups, such as Greenb1rds. These groups support the media strategy of IS. Given her knowledge of the conflict and the armed struggle as well as her active participation in the chats on Telegram, the accused must have known about them. The content of these messages includes lectures by radical speakers, exhortations to contribute financially to the armed struggle and calls to participate in the armed struggle. By disseminating these messages, the accused deliberately supported IS's media strategy, which was aimed at carrying out propaganda for the armed struggle waged by IS in Syria - and so with the organisation itself. She thus contributed to IS. The Court of Appeal convicts in respect of the charge under Count 2. In the period to which the charge pertains, the accused was a supporter of a radical Islamist ideology and supported the armed jihad waged by IS. The accused engaged in gathering knowledge and information via IS-affiliated social media channels and/or media platforms about IS's latest propaganda material. In so doing, she acquired knowledge and/or provided intelligence about, inter alia, killing infidels, carrying out attacks, making explosives (such as lead azide and TATP) and a bomb belt. From the external manifestations of her actions, the Court of Appeal deduced, inter alia, that the accused had the intention to train in committing terrorist offences. The Court of Appeal convicts in respect of the charges under Counts 3 and 4 for incitement to commit terrorist offences but acquits the accused insofar as these offences relate to incitement to commit war crimes. The Court of Appeal convicts in respect of the intention variant charged under P (colourless intention) as the accused stated that she transferred the money to [person 1] and [person 2]. The accused, after compensation for exceeding the reasonable time limit, is sentenced to a term of imprisonment of 48 months, with credit for the time spent in pre-trial detention. In addition, the Court of Appeal imposes the maximised Detention under a Forensic Psychiatric Order with compulsory treatment by the state on the accused aimed at behavioural influence or liberty restriction within the meaning of Article 38z of the Criminal Code.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002037-21 vertaling</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:6620</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:9933</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1568</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5894"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv het verzoek om inzage van [appellant] gedeeltelijk afgewezen. Op 15 augustus 2023 heeft [appellant] het formulier ‘Verzoek persoonsgegevens’ bij het Uvw ingediend. Niet in geschil is dat dit een verzoek is op grond van de artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming. Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv naar aanleiding van zijn inzageverzoek en ingebrekestelling aan [appellant] meegedeeld: "[…]. Uit onderzoek is inmiddels echter gebleken dat wij niet meer beschikken over fysieke dossiers van u. Dit is in overeenstemming met de geldende bewaartermijn voor medische stukken. De niet medische stukken met betrekking tot uw Bezwaarzaak die in ons Elektronisch Archief beschikbaar waren hebben wij u tijdens uw bezoek aan ons kantoor overhandigd. Zodra een cliënt voor inzage op kantoor komt is het niet meer nodig om een brief te sturen omdat het inzage verzoek met het bezoek als afgedaan wordt beschouwd. Gezien de afwezigheid van fysieke dossiers, kunnen wij deze gegevens ook niet meer aan u doen toekomen. Op grond hiervan beschouwen wij uw inzage verzoek van 15 augustus 2023 vanaf 15 november 2023 als afgehandeld […]." In het besluit op bezwaar van 14 januari 2025 heeft het Uwv zich primair op het standpunt gesteld dat de brief van 17 juli 2024 geen besluit is, maar een mededeling van feitelijke aard. Subsidiair heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat als de brief wel is aan te merken als een besluit, [appellant] te laat bezwaar heeft gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503321/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5903</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5903</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5903"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 9 oktober 2025 heeft de commissie voor de examens (de examencommissie) het door [appellante] gemaakte thuistentamen PB0214, Psychologie van arbeid en gezondheid (het tentamen), ongeldig verklaard met verlies van drie tentamenkansen. Verder heeft de examencommissie haar het recht ontnomen op het judicium (summa) cum laude en met ingang van 9 oktober 2025 gedurende zes maanden het recht op deelname aan tentamen ontnomen voor alle cursussen uit het aanbod van de Open Universiteit. [appellante] volgt de bacheloropleiding Psychologie aan de Open Universiteit. Op 22 september 2025 heeft zij het tentamen afgelegd, waarbij surveillance via proctoring plaatsvond. Bij het terugkijken van de opname heeft de surveillant geconstateerd dat niet is voldaan aan twee vereisten, zoals opgenomen in bijlage 7 van Examenreglement 2025-2026, namelijk het maken van een 360 graden roomscan, en het alleen aanwezig zijn in de ruimte. Naar aanleiding van een melding van een surveillant van een vermoeden van onregelmatigheden/fraude heeft de examencommissie een onderzoek ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600816/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14328"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst. Gedaagden hebben huurachterstand laten ontstaan en woning niet correct opgeleverd. Hoofdelijk veroordeling gedaagden tot betaling huurachterstand, herstelkosten en proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11807660 CV EXPL 25-15953</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.W.M. Laurijssens</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7180"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eisers lieten hun woning verbouwen door een aannemer, met een bouwbegeleider. Na vochtproblemen in de kelder vorderen zij schadevergoeding. De rechtbank wijst de vordering af. Met de aannemer is namelijk een finale kwijting overeengekomen en de bouwbegeleider is niet tekortgeschoten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/601232 / HL ZA 25-273</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P. van Tricht</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30082"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring. Kennisgeving, ondertekening maatregel, informatiefolder, gronden van de maatregel, grondslag van de maatregel, lichter middel, zicht op uitzetting, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54713</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30060</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30060</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30060"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Loonvordering zieke werknemer. Overleggen UWV-deskundigenoordeel kan in redelijkheid niet van werknemer worden gevergd. Artikelen 7:629a lid 1 en 2 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12278187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Meester</contributor><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5910</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5910</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5910"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde aan [partij] een vergunning verleend voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg. [partij] heeft in de jaren 2015 tot en met 2018 een uitbouw gerealiseerd aan de horecagelegenheid [horecagelegenheid] aan de [locatie 1]. Bij brief van 3 september 2019 heeft zij een ontheffing aangevraagd op grond van artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg, om de reeds voltooide werkzaamheden te legaliseren. Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college de vergunning verleend. [appellant] is eigenaar van twee panden aan de [locatie 2], en heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. Bij besluit van 24 juni 2021 heeft het college dat bezwaar gegrond verklaard. Vervolgens heeft het college bij brief van 15 juli 2021 aan [partij] laten weten dat zij een vergunning van rechtswege heeft. Het college heeft het bezwaar van [appellant] tegen die vergunning van rechtswege bij brief van 20 september 2021 doorgezonden aan de rechtbank als onderdeel van het aanhangige beroep tegen het besluit van 24 juni 2021.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303861/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5917"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 juli 2024 hebben de burgemeester van Stichtse Vecht en het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. [appellante] is de eigenaar van [café restaurant] aan het [locatie]. De burgemeester heeft [appellante] op 13 oktober 2023 een horeca-exploitatievergunning en alcoholvergunning verleend voor [café restaurant]. Op 25 april 2024 om 20.08 uur en op 21 juli 2024 om 17.31 uur hebben buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) controles uitgevoerd bij [café restaurant]. Zij hebben tijdens deze controles onder andere geconstateerd dat er waterpijpen werden verstrekt en dat er door de aanwezige gasten niet werd gedineerd. Volgens de burgemeester is dit in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening Stichtse Vecht (APV) en het Omgevingsplan Stichtse Vecht. De burgemeester en het college hebben [appellante] hierop op 30 juli 2024 een last onder dwangsom opgelegd, mede strekkende tot het binnen één week staken en gestaakt houden van het exploiteren van een shisha lounge, door de waterpijpen uit de horecagelegenheid te verwijderen en verwijderd te houden, of het aanbieden dan wel verstrekken van (waterpijp)rook- en tabakswaren te staken en gestaakt te houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505971/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7191"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">deelgeschil. niet komen vast te staan dat eiser schade heeft geleden in de uitoefening van werkzaamheden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12216017 \ UE VERZ 26-186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.P. Drijkoningen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30084</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30084</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30084"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo hangende bezwaar; richtlijn tijdelijke bescherming; tijdelijke bescherming in andere lidstaat; bezwaar geen redelijke kans van slagen; verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55159</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1143"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opvragen machtiging bij advocaat. Aanvragen om bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtsbijstand. Het uitgangspunt is dat bij een advocaat niet om een machtiging wordt gevraagd. Dit uitgangspunt is niet beperkt tot het voeren van rechtsgedingen en geldt ook voor de aanvraagfase. Niet in geschil is dat het dagelijks bestuur wist dat mr. Van Aken advocaat is. Aldus moet ervan worden uitgegaan dat mr. Van Aken de verzoeken om bijzondere bijstand namens betrokkene heeft gedaan. Dit laat onverlet dat het dagelijks bestuur van betrokkene een verklaring mag verlangen waaruit blijkt dat hij, bij inwilliging van de aanvraag, ermee instemt dat de bijzondere bijstand wordt overgemaakt aan mr. Van Aken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2148 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30768"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eerdere confrontatie met wandaden; artikel 15c Kwalificatierichtlijn; Syrie; Rif-Damascus; niveau van willkeurig geweld; humanitaire omstandigheden; beroep gegrond met instandlating van de rechtsgevolgen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.24510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. G.A. van der Straaten</contributor><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1936</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1936</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1936"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">The national Dutch Court of Appeal in The Hague convicted the accused for participation in a right-wing extremist terrorist organisation, namely The Base, and for sedition via Telegram.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200366921.e</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:11858</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:997</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1304"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De uitsluiting van een niet-PGB gefinancierde huishoudelijk werkster voor de Ziektewet is niet gerechtvaardigd. Betrokkene werkte voordat zij ziek werd vijf dagen per week bij zeven particuliere huishoudens voor in totaal gemiddeld 27,5 uur. Zij werd, anders dan de betrokkene in de uitspraak van 30 maart 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:481), niet betaald uit een PGB. Omdat zij voor geen enkele werkgever op vier of meer dagen per week werkte, was zij uitgesloten van de verplichte verzekering voor de Ziektewet. De Raad komt tot het oordeel dat deze uitsluiting ook voor deze niet-PGB dienstverleenster in strijd is met het verbod van discriminatie op grond van geslacht. De uitsluitingsbepaling treft overwegend vrouwen en het UWV heeft niet aangetoond dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat. Het UWV heeft namelijk niet kunnen onderbouwen dat de huidige uitsluitingsbepaling – die deel uitmaakt van de ‘Regeling dienstverlening aan huis’ - geschikt en noodzakelijk is om de gestelde doelen van bevordering van de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening en het voorkomen van illegale arbeid te behalen. De doelstelling van de uitsluiting, het tegengaan van zwart werk, wordt niet bereikt en voor het bereiken van de andere doelstelling, een positief werkgelegenheidseffect, is weinig bewijs te vinden. Bovendien zijn er (buitenlandse) alternatieven die niet tot indirecte discriminatie op grond van geslacht leiden. Er is nog geen begin gemaakt de bruikbaarheid van deze of andere alternatieven in Nederland te onderzoeken. De uitsluitingsbepaling moet buiten toepassing worden gelaten en het UWV moet een nieuw besluit nemen op de aanvraag om een ziektewetuitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1104 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10036"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst woonruimte. Ontbinding en ontruiming. Niet gedragen als goed huurder. Regeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12173190 CV EXPL 26-1840</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:997"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt de verdachte voor deelname aan een rechtsextremistische terroristische organisatie, te weten The Base en voor opruiing via Telegram.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200366921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-05-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:11858</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:650</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1936</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2021:11858</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:11858</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2021:11858"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 200 uur; proeftijd 3 jaar en bijz. vw. wegens deelname aan de rechtsextremistische en terroristische organisatie The Base (art. 140a Sr), opruiing (tot zowel enige strafbare feiten als tot terroristische misdrijven) en het verspreiden van een afbeelding waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid (artt. 131 en 132 Sr). Verdachte is verminderd toerekenbaar. Dadelijke uitvoerbaarheid en oplegging maatregel ex art. 38z Sr. Media-aandacht geen aanleiding tot matiging van de op te leggen straffen. Aftrek voorarrest op de straffen die de verdachte daadwerkelijk heeft te ondergaan; niet op het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/750439-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J. van der Groen, mr. L. Feraaune, mr. D. van Putten</contributor><issued>2021-12-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1936</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:997</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6626</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6626</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6626"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor opzetheling en witwassen van een elektrische fiets en het voorhanden hebben van een gaspistool tot een taakstraf van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis. Alternatieve scenario’s verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001852-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:475"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij een programma waarbij bezoekers bij dolfijnen in het water staan, kregen dolfijnen het commando om naar bezoekers toe te komen, zodat de bezoekers de dolfijnen konden aanraken. Dat staat de dierentuinvergunning niet toe. De staatssecretaris was daarom bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen aan het Dolfinarium.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. J.L.W. Aerts, mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9780"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, traditionele molen, beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7183"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanvangshuurprijs is niet redelijk. Nieuwe energieleabel hoeft niet te worden meegnenomen in de berekening. huurprijsvermindiering vanwege gebrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12119978 \ MC EXPL 26-1084 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. B.G.W.P. Heijne</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2021:2130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:2130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2021:2130"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Judgment of the national Dutch Court of Appeal in The Hague. Art. 68 CC; art. 96 paragraph 2 CC; art. 140a CC; art. 6 International Crime Act; CA 3 Geneva Conventions; ECTPCM. Conviction for participation in a terrorist organisation (IS) and for preparatory acts and for a war crime. Ne bis in idem principle and jurisdiction.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200392619.vertaling</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:7430</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:10647</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:103</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:476"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De staatssecretaris heeft een last onder dwangsom opgelegd omdat het Dolfinarium de dierentuinvergunning zou overtreden, door dieren bij dierpresentaties op commando onnatuurlijke of antropomorfe gedragingen te laten uitvoeren. Het College is van oordeel dat aan het dwangsombesluit geen deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag ligt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder e, van de dierentuinvergunning heeft overtreden. Schending zorgvuldigheidsbeginsel, vernietiging bestreden besluit, herroeping dwangsombesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. J.L.W. Aerts, mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:477"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Volgens de staatssecretaris stond de educatieve boodschap niet centraal tijdens een concert in het Dolfinarium en heeft het Dolfinarium daarmee de dierentuinvergunning overtreden. De staatssecretaris heef een last onder dwangsom opgelegd. Het College is van oordeel dat aan het dwangsombesluit geen deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag ligt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder c, van de dierentuinvergunning heeft overtreden. Schending zorgvuldigheidsbeginsel, vernietiging bestreden besluit, herroeping dwangsombesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. J.L.W. Aerts, mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30511"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring, vervolgberoep, zicht op uitzetting, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.53481</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2021:103</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:103</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2021:103"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 68 Sr; art. 96 lid 2 Sr; art. 140a Sr; art. 6 WIM; GA 3 Verdragen van Geneve; EVOS. Veroordeling wegens deelname in Syrië aan een organisatie met terroristisch oogmerk (IS) en voorbereidingshandelingen daartoe en het oorlogsmisdrijf bestaande uit aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling jegens personen die buiten gevecht zijn gesteld door enig andere oorzaak (plaatsen op Facebook van een foto van verdachte poserend naast een door IS geëxecuteerde, in een oranje overal geklede man vastgebonden aan een kruis). Beroep op ne bis in idem beginsel. Rechtsmacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200392619</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-01-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:2130</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:7430</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:10647</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:499</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2019:10647</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:10647</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2019:10647"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2019-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Prison sentence of seven years and six months for participating in the Islamic State terrorist organization, preparatory acts for committing a terrorist crime and a war crime. The suspect travelled to Syria on 24 October 2014 and stayed there until 3 September 2016, the moment he joined the Free Syrian army. There is a payroll from IS, which states that the suspect is employed by a so-called sniper battalion. The suspect's mother stated that he received a salary from IS. There are many photos of the suspect on which he can be seen armed and in combat clothing. There are also incriminating chats in the file. During his stay in Syria, he posed next to a deceased man hanging on a cross and had his photograph taken. He then distributed this photo via Facebook. With this, he violated the personal dignity of the deceased, which resulted in a war crime. Acquittal for two other war crimes, concerning distribution of photographs showing deceased people. For one photo there is insufficient evidence that he has distributed it and the distribution of the other photo is indeed a continuation of the humiliation and degradation of the deceased, but in itself not of such a nature and seriousness that this is simply seen as a violation of the personal dignity of the deceased person. No ne bis in idem, despite conviction in Turkey, since the sentence was not fully enforced in Turkey. The court does take into account, the time the suspect has been detained in Turkey. Unofficial translation of ECLI:NL:RBDHA:2019:7430.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/748003-18V</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.T. Renckens, N.S.M. Lubbe, J. Holleman</contributor><issued>2019-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:2130</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:103</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2019:7430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:7430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2019:7430"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2019-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf van zeven jaren en zes maanden voor deelname aan de terroristische organisatie Islamitische Staat, voorbereidingshandelingen tot het plegen van een terroristisch misdrijf en een oorlogsmisdrijf. Uit het dossier blijkt dat verdachte op 24 oktober 2014 is uitgereisd naar Syrië en daar heeft verbleven tot en met 3 september 2016, het moment dat hij zich aansloot bij het Vrije Syrische leger. Er is een loonlijst van IS, waarop staat vermeld dat verdachte werkzaam is bij een zogenaamd sniper bataljon. De moeder van de verdachte heeft verklaard dat hij salaris van IS kreeg. In het dossier zitten veel foto’s van verdachte waarop hij bewapend en in gevechtskleding is te zien. Verder zitten er belastende chats in het dossier. Tijdens zijn verblijf in Syrië heeft hij op zeker moment geposeerd naast een overleden man die aan een kruis hangt en hiervan een foto laten maken. Hij heeft deze foto vervolgens verspreid via Facebook. Hiermee heeft hij de overleden persoon aangerand in de persoonlijke waardigheid, hetgeen een oorlogsmisdrijf oplevert. Vrijspraak voor twee andere oorlogsmisdrijven, bestaande uit het verspreid van foto’s waarop overleden personen zijn te zien. Voor de ene foto bestaat onvoldoende bewijs dat hij deze heeft verspreid en het verspreiden van de andere foto is weliswaar een voortzetting van de vernedering en ontering van de overledene, maar op zichzelf niet van zodanige aard en ernst dat dit zonder meer wordt gezien als een aanranding van de persoonlijke waardigheid van de overleden persoon. Geen sprake van ne bis in idem, ondanks veroordeling in Turkije, aangezien de straf niet volledig ten uitvoer is gelegd in Turkije. Wel houdt de rechtbank in strafmatigende zin rekening met de tijd die de verdachte in Turkije heeft vastgezeten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/748003-18 &amp; 09/748003-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.T. Renckens, N.S.M. Lubbe, J. Holleman</contributor><issued>2019-07-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:2130</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:103</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14148</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14148</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14148"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis; burengeschil over een aanbouw; uitleg van de overeenkomst die partijen hebben gesloten om tot een minnelijke regeling te komen; vervolgonderzoek nodig; partijen worden alsnog in de gelegenheid gesteld om daaraan mee te werken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/692307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Velzen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7202"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onbetaalde facturen. Faillissement. Cessie. Geslaagd beroep op vervaltermijn. Overige verweren gaan niet op. Gedeeltelijke toewijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/604202 / HA ZA 25-625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. van 't Hof</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30513"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel, Zuid-Korea als veilig derde land, banden met en toegang tot Zuid-Korea, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34335</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14154"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burengeschil over een strook (weiland)grond. Aangezien gedaagden niet te goeder trouw waren toen zij hun perceel kochten, zijn zij geen eigenaar geworden van de strook.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/705134 / HA ZA 25-688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14352"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek moeder om registratie als mede wettelijk vertegenwoordiger bij de bank en om inzage te krijgen in de BEM-rekening toegewezen. Verzoek vader om BEM-clausule te verlengen tot 20 jaar ook toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11989225 \ VZ VERZ 25-7045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5379"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrachtmatige overheidsdaad. Relativiteit ontbreekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/580653 / HA ZA 24-456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.S.T. Belt, K.J. Saarloos, V.E.J.A. Boots</contributor><issued>2026-08-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8475"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">werknemer botst op fiets met garagedeur. Geen strijd met zorgplicht werkgever</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11899097</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8671</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8671</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8671"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zorgplicht schade-expert bij brandschade. Onvoldoende vinger aan de pols gehouden voor wat betreft uitvoeren van sloopwerkzaamheden zonder afstemming met expert van verzekeraar. Schade, causaal verband en eigen schuld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/703726 / HA ZA 25-613</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2025:7746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:7746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2025:7746"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In dit deelgeschil staat de vraag centraal of Allianz bijna twee jaar nadat zij de aansprakelijkheid van haar verzekerde heeft erkend voor een verkeersongeval waarbij verzoeker was betrokken, daarop mocht terugkomen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Dit betekent dat de verzoeken van verzoeker worden afgewezen. De kosten van de deelgeschillenprocedure zullen niet worden begroot, (reeds) omdat verzoeker geen specificatie heeft overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/331169 / HA RK 25-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): U. van Houten</contributor><issued>2026-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5729"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vonnis in hoofdzaak en vrijwaringszaken. Kernvraag is welke partij de schade moet dragen als gevolg van een noodlanding met een vliegtuig. Eiseres stelt dat de schade is veroorzaakt door een constructiefout van een onderdeel van de vliegtuigmotor. Gedaagden betwisten de aansprakelijkheid en voeren aan dat de schade het gevolg is van onjuist uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden aan het vliegtuig door een derde. De rechtbank oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat een product in het verkeer is gebracht dat bij normaal gebruik voor het doel waarvoor het is bestemd, schade veroorzaakt. De vorderingen (in de hoofdzaak en in de vrijwaring) worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 438935</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.H.A. Heenk, A.J.J.M. Weijnen, E. Schippers</contributor><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4581"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanrijding op het spoor. Onrechtmatige daad van treindienstleider en machinist. Aansprakelijkheid van beheerder en spoorwegonderneming. Derdenwerking van exoneratie in algemene voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.343.804</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9851</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9851</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9851"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geen aansprakelijkheid van een advocaat die zaken behandelt voor gedupeerden in speculatieve grondhandel tegenover wederpartij Vastgoedplan. Afwijzing vorderingen van Vastgoedpan. Misbruik van recht door Vastgoedplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/371326 / HA ZA 25-721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9872"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzekeringszaak. Terechte weigering van verzekeraar om dekking te verlenen. Polisuitsluiting. Zelfdoding. Betalingsvorderingen van verzekerde worden afgewezen. Vervolg op vonnis 9 april 2025 ECLI:NL:RBNHO:2025:3921.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/359590 / HA ZA 24-672</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5159</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5159</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5159"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Lang slepend buurtconflict. Is de gemeente aansprakelijk uit onrechtmatige daad? Geen erkenning van aansprakelijkheid. Verjaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/336535 / HA ZA 25-247</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.N. Bartels</contributor><issued>2026-08-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2100"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoofdelijke aansprakelijkheid; 6:102 BW; 6:99 BW; eigenaar coffeeshop lijdt schade als gevolg van de sluiting door de burgemeester na drie geweldsincidenten. Appellant, die verantwoordelijk is voor het tweede geweldsincident, is hoofdelijk aansprakelijk voor de gevolgen van de sluiting na het derde geweldsincident. Geen schending schadebeperkingsplicht door geen bezwaar aan te tekenen tegen het besluit van de burgemeester.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.088</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6491"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verzekeringsrecht, roekeloosheid, opzettelijk onjuiste informatieverstrekking</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/459623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.H.A. Heenk</contributor><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8803"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige daad voormalig gemeenteambtenaar tegen gemeente, opzet of grove schuld, schadebegroting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/709445 / HA ZA 25-966</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Rop</contributor><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6585"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burengeschil. Hinder door zonnepanelen. Hinder is weliswaar onrechtmatig, maar de belangen van degene die gebruik maakt van de zonnepanelen wegen zwaarder dan de belangen van degene die de hinder ondervindt. Vordering van eiser tot aanpassing of verwijdering van de PV-installatie wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11664939 \ CV EXPL 25-1947</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5107</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5107</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5107"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Eenzijdig verkeersongeval werknemer. Verzekering werkgever dekt geen affectieschade. Behoorlijke verzekering?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12183177 \ EJ VERZ 26-62</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): U. van Houten</contributor><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:5487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:5487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:5487"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering o.g.v. groepsaansprakelijkheid (art. 6:166 BW) vanwege schade als gevolg van avondklokrellen tijdens corona. Gevoegde zaken. Tweemaal verstek verleend (toewijzing). In de andere zaak (tegenspraak) wordt de vordering afgewezen. Onvoldoende concretisering van groepsverband.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/417959 / HA ZA 25-487, C/01/417960 / HA ZA 25-488, C/01/417961 / HA ZA 25-489</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.M. Salemans</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5595"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Maaltijdbezorger is aangereden en heeft letsel opgelopen. Werkgever is aansprakelijk. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn verzoeken gebaseerd op bestuurdersaansprakelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12049497 \ UE VERZ 26-11</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.P. Drijkoningen</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:209"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Sint Maarten. Letsel wegens gat in de weg. Openbare weg. Bezitter opstal.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM2024H00148</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.C.C. Lewin, W.P.M. ter Berg, E.P. van Unen</contributor><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5663"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing vordering tot het staken van onrechtmatige geluidshinder vanwege buiteninstallatie airco. Bij de beoordeling van de ernst van de hinder speelt de norm van 40 dB uit artikel 4.107 lid 2 Besluit bouwwerken leefomgeving een rol. De betreffende buiteninstallatie produceert een geluid tot bijna 55 dB. Gelet op onder andere de ernst en de duur van de overlast en de mogelijkheid hier nog altijd maatregelen tegen te nemen, veroorzaakt de buiteninstallatie onrechtmatige hinder (artikel 5:37 en 6:162 lid 2 BW). Het belang van duurzame verwarming van de woning weegt hier niet tegenop. Afwijzing vordering tot verwijdering camera, omdat deze geen onrechtmatige inbreuk op het privacyrecht van eisers maakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/457312 / HA ZA 25-402</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.H. Keijzer</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27849"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Spoedvovo hangende bezwaar tegen afwijzing toepassing artikel 64 van de Vw 2000; actualiteit BMA-advies; afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54638</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7196"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Primair dwaling (art. 6:226 BW). Subsidiair ontbinding (art. 6:265 BW). Vorderingen afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12153534 \ UC EXPL 26-2535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A.T. Werner</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14354"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Perikelen over BEM-rekening. Tussenbeschikking. Zie eindbeschikking ECLI:NL:RBROT:2026:14352.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11989225 \ VZ VERZ 25-7045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C.J. Frikkee</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30848"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opheffing bewaring / terugkeer Turkije / binnentreden De rechtbank stelt vast dat sprake is van een schending in het voortraject omdat de wijze waarop voorafgaande aan de staandehouding de woning waar eiser verbleef is binnengetreden niet in overeenstemming met de voorschriften in Algemene wet op het binnentreden is geschied. Anders dan eiser, acht de rechtbank het gebrek in het voortraject niet zodanig ernstig dat dit de maatregel van vreemdelingenbewaring reeds onrechtmatig maakt. Eiser heeft niet gesteld dat hij veel ‘last heeft of heeft gehad’ van het binnentreden in de woning en de wijze waarop hij is aangehouden en verweerder was bevoegd om zonder toestemming de woning te betreden mits de machtiging op rechtmatige wijze zou zijn gebruikt. De rechtbank beslist dat de belangenafweging in het voordeel van eiser uitvalt. Verweerder heeft om zijn belangen te duiden (alleen) gewezen op het onttrekkingsrisico. Dit acht de rechtbank niet doorslaggevend, als er geen onttrekkingsrisico zou zijn, zou de maatregel immers reeds daarom niet kunnen worden opgelegd. De rechtbank overweegt dat gelet op de omstandigheid dat nog niet is beslist op het hoger beroep, eiser zich kennelijk steeds aan zijn meldplicht heeft gehouden, eiser nooit ‘mob is gegaan’ en verweerder geen nadere belangen heeft gesteld, doorslaggevend gewicht toekomt aan het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld en vanuit een gewone opvanglocatie de uitkomst op zijn hoger beroep af te wachten. Verweerder heeft nog geen concrete vlucht geboekt en verweerder heeft in deze fase van de terugkeerprocedure eiser niet in persoon nodig omdat hij alleen nog in afwachting is van het ontvangen van vluchtgegevens. Verweerder beschikt bovendien over de Turkse identiteitskaart van eiser. Beroep gegrond / opheffing / invrijheidstelling / SV &amp; PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7195"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">annuleringsbeding in consumentenkoopovereenkomst niet oneerlijk, omdat verkoper schade door annulering goed heeft onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12162794 \ UC EXPL 26-2707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Y.M. Vanwersch</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2023:6646</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:6646</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2023:6646"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-03-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia Effectenlease</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 9008078 EL 21-10</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Engelbert-Clarenbeek</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30849"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring; artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw; lichter middel; medische omstandigheden; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59966</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1632"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns; art. 66, lid 1, aanhef en letter a, Wet op de accijns; art. 14, lid 1, letter c, Energiebelastingrichtlijn; in bunkertank van binnenvaartschip aangetroffen gasolie met te weinig Solvent Yellow; weigering van de accijnsvrijstelling; niet voldaan aan het formele vereiste voor vrijstelling maar wel aan de materiele voorwaarden; eindarrest na prejudiciële vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/05853 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Uitspraak na prejudiciële beslissing</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:9865</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1484"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 16 AWR; vereiste aangifte en verhouding tot omkering bewijslast; reikwijdte trustvraagarrest; kenbare fout.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01480</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:1586</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:130</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:200</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7206"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deels verstek, deels tegenspraak. Vorderingen wat betreft meerwerk voor gietvloer toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12163543 \ UC EXPL 26-2722</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.G. Nicholson</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7197"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zorgverlening aan huis (overeenkomst van opdracht). Na incident zorgverlening beeindigd. Geen recht op loon over opzegtermijn. Geen recht op redelijk loon wegens voortijdige opzegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12092587 \ MC EXPL 26-778</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2023:1248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:1248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2023:1248"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geldlening, artikel 1791 BW (oud), verjaring, eis- en (feitelijke) grondslagwijziging: spreekaantekeningen zijn geen conclusie of akte in de zin van artikel 130 lid 1 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C-01-378978 - HA ZA 22-71</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Cune</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6289"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Matiging contractuele boete wegens niet-nakoming koopovereenkomst t.z.v. woning. Standaardboetebeding uit Modelkoopakte. Weging van de omstandigheden van het geval. Gewijzigde verkeersopvatting t.a.v. de redelijkheid van de hoogte van (het percentage van 10% genoemd in) het standaardboetebeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.344.950/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1582"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Fomeel recht. Unierecht. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1152</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30261</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30261</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30261"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Dagvaarding partieel nietig. Veroordeling voor medeplegen van oplichting, diefstal met valse sleutels en medeplegen van niet-openbare gegevens verwerven of voorhanden hebben, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist dat deze door misdrijf zijn verkregen. Gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen waarvan 141 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden. Vorderingen benadeelde partijen niet-ontvankelijk en vordering TUL toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/075045-26 en 09/394550-24 (tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Y.J. Wijnnobel-Van Erp, mr. M.R. Aaron, mr. S. Kara-Huijgen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8657</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8657</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8657"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak na tussenuitspraak. Rectificatie verzoek Wpg. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de korpschef met het bestreden besluit 2 voldaan aan de opdracht uit de tussenuitspraak door de zoekslag inzichtelijk te maken. Niet gebleken dat voor het overige sprake is van onjuiste politiegegevens of van verwerking daarvan in strijd met de wet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 24/4038</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Hansen-Löve</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:640"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Overheidsprivaatrecht. IPR. Zorgplicht ex art. 7:658 lid 4 BW. Rechtsmacht ex art. 1 EVRM. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Art. 4:84 Awb. Werknemers van Afghaans beveiligingsbedrijf dat ambassade in Kaboel beveiligde, vorderen dat de Staat hen evacueert naar Nederland. Toepasselijk recht. Uitleg buitenlands recht. Verplichting o.g.v. EVRM of IVBPR of naar Nederlands recht?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/05060</description><issued>2026-06-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1586</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:3630</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:3630</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:3630"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Opposant is in verzet gekomen bij deze rechtbank tegen een verstekvonnis van 24 maart 2009 van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam. Verzet tegen een verstekvonnis dient te worden ingesteld bij de rechter die het verstekvonnis heeft gewezen. In dit geval dus bij de rechtbank Rotterdam. De kantonrechter van deze rechtbank verklaart zich derhalve onbevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11601572 \ CV EXPL 25-1534</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Smies-Bekking</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14042</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14042</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14042"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiseres vordert nakoming van een nabetalingsverplichting die is opgenomen in artikel 7 van een tussen haar en gedaagden gesloten koopovereenkomst betreffende aandelen. Eiseres stelt dat zij recht heeft op deze nabetaling, omdat de aandelen waar het hier om gaat binnen drie jaar na het sluiten van de overeenkomst zijn doorverkocht aan een derde voor een hoger bedrag dan eiseres destijds voor haar aandelen heeft gekregen. De vorderingen worden afgewezen, omdat de aandelen zijn verkocht aan een derde die geen klant, leverancier of andersoortige relatie van gedaagden was. Eiseres heeft haar stellingen dat de woorden "klant, leverancier of andersoortige relatie" tegen haar zin en zonder dat zij dat wist in de overeenkomst zijn toegevoegd en dat partijen van een nabetalingsverplichting zonder die toevoeging uitgingen, onvoldoende onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/711706 / HA ZA 25-1084</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.J.M.P. Cremers</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8974</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8974</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8974"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Nadeelcompensatie wegens infrastructurele werkzaamheden. Niet voldaan aan de verzwaarde motiveringsplicht die de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorschrijft als de beslissing op het bezwaar afwijkt van het advies van de bezwaaradviescommissie. Het beroep is om die reden gegrond. De gevolgen van de besluitvorming worden in stand te laten omdat de motivering wel aanwezig is in de onderliggende stukken en deze stukken ten grondslag liggen aan het bestreden besluit. Het college kon voor een concernbenadering kiezen en de gekozen omzetdrempel hanteren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/2872</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Dolfing</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7410</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7410</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7410"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Mediationclausule in de certificaathoudersovereenkomst. In dit geval is de kantonrechter van oordeel dat de tussen partijen overeengekomen mediationclausule in de certificaathoudersovereenkomst een verplichtend karakter heeft. Dat houdt in dat partijen uit hoofde van die clausule de verplichting hebben om éérst mediation te beproeven voordat een gerechtelijke procedure gestart wordt. Dat mediation zinloos zou zijn is niet gebleken. De procedure wordt daarom aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12054907 \ CV EXPL 26-341</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A. Vieira</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:11738</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:11738</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:11738"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak na tussenbeschikking. Verklaring voor recht over uitleg en toepassing indexatieafspraak tussen werkgever en ondernemingsraad. Werkgever wordt veroordeeld om voldoende financiering beschikbaar te stellen aan het pensioenfonds om een aanvullende indexatie te kunnen verlenen. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:5176 (tussenbeschikking) Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:12500</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11948529 VZ VERZ 25-6741</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C.J. Frikkee</contributor><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7201</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7201</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7201"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstek. Verkeerde partij gedagvaard. Afwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/616721 / HL ZA 26-239</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M.J. Schoenaker</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29528"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Jaarcontract van zieke werknemer is niet voortgezet. Werknemer heeft geen belang bij de verzochte verklaringen voor recht en rectificaties in haar re-integratiedossier. Ook op inhoudelijke gronden komen deze niet voor toewijzing in aanmerking. Het verzoek van werknemer tot betaling van een schadevergoeding, een billijke vergoeding en een Ziektewetuitkering wordt ook afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12172943 \ RP VERZ 26-50435</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.W. Schippers</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7995"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Overgang van onderneming</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5003/12342347</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Engelbert-Clarenbeek</contributor><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6953</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6953</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6953"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geoordeeld wordt dat eiseres valt onder de werkingsfeer van de cao Fonds Collectieve Belangen Sociaal Werk, Jeugdzorg en Kinderopvang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12068656 \ UC EXPL 26-660</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.A.M. Pinckaers</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13920"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever heeft het loon van werknemer terecht stopgezet vanwege het weigeren van passende werkzaamheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12340002 VZ VERZ 26-3343</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9900"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Terecht gegeven ontslag op staande voet. Werknemer heeft 20 diepvries muffins uit de winkel meegenomen zonder daarvoor te betalen. Hoewel zij enkele dagen later alsnog voor betaling heeft zorggedragen is niet aannemelijk geworden dat zij de intentie had de muffins af te rekenen en dit onbewust heeft nagelaten. Wel moet werkgever de door haar in rekening gebrachte gefixeerde onderzoekskosten van € 200,00 aan werknemer terug betalen nu de ‘Winkelspelregels’ waarin deze bepaling is opgenomen geen onderdeel zijn van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst en werkgever niet heeft onderbouwd dat deze (eenzijdig bepaalde) regel ook door werknemer is aanvaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12185987 EA VERZ 26-439</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak, Beschikking</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7435</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7435</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7435"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing ontbindingsverzoek h-grond bankzitter</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11943861</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6178</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6792"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">TEAM heeft haar zorgplicht geschonden bij advisering over vso eiseres met bedrijf; causaal verband met de schade is onvoldoende onderbouwd. Verklaring voor recht toegewezen, schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/604022 / HA ZA 25-609</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A. Schuman</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3387"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Berekening financiële gevolgen van feit dat het hof de overeenkomst tussen partijen kwalificeert als arbeidsovereenkomst/berekening billijke vergoeding/afwijzing verzoek om wettelijke verhoging. Arbeidsrecht WWZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.343.923_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.I.M.W. Bartelds, mr. M. van der Schoor, mr. dr. N. Zekic</contributor><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:756</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10229"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv; beroep niet-ontvankelijk; geen zekerheid gesteld en geen op de persoon van de betrokkene toegespitst draagkrachtverweer gevoerd; verwijzing naar ECLI:NL:GHARL:2026;5494.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12048333 WM VERZ 26-503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:982</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:982</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:982"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 september 2026 inzake: 25/01234 en 25/01239 ECLI:NL:PHR:2026:920 , 25/01237 en 25/01240 ECLI:NL:PHR:2026:921 , 25/01243 ECLI:NL:PHR:2026:978 , 25/01245 en 25/01238 ECLI:NL:PHR:2026:979 , 25/01246 ECLI:NL:PHR:2026:980 , 25/01247 ECLI:NL:PHR:2026:981</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Bijlage 25/01234 25/01237 25/01238 25/01239 25/01240 25/01243 25/01245 25/01246 en 25/01247</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14045"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Artikel 223 Rv. Incident. Schorsing tenuitvoerlegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/727344 / KG ZA 26-1054</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Sikkel</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30742"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. Griekse statushouder. Verouderd beleid toegepast. Gehoor niet zorgvuldig afgenomen, onvoldoende doorgevraagd op leefomstandigheden in Griekenland. Toetsingskader Ibrahim niet goed toegepast, leven op straat en gesteld analfabetisme niet kenbaar betrokken. Beroep gegrond, vovo afgewezen, pkv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.46181 en NL26.46182</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C.E. Krikke</contributor><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9820</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9820</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9820"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">uitleg cao-bepaling. Overmacht aan de zijde van werkgever dat niet aan die bepaling is voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12039294 \ CV EXPL 26-40</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29154"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheidsontnemende maatregel art. 6, derde lid, Vw 2000 (grensdetentie). Asielaanvraag aan de buitengrens op Schiphol Airport. Gestelde Iraanse nationaliteit. Ingereisd zonder geldige identiteitsdocumenten en/of Schengenvisum. Eiser verklaarde meermaals minderjarig te zijn, maar Koninklijke Marechaussee twijfelde aan de gestelde minderjarigheid. Naar het oordeel van de rechtbank is er twijfel ontstaan over de gang van zaken rondom het invullen van de nationaliteitsverklaring en de leeftijd van eiser. De minister heeft deze twijfel niet weg kunnen nemen, ook niet met het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van een medewerker van de Koninklijke Marechaussee. Omdat minderjarigen niet in grensdetentie geplaatst mogen worden, eiser mogelijk minderjarig is en de minister de twijfel over de leeftijd niet heeft kunnen wegnemen, heft de rechtbank de vrijheidsontnemende maatregel op. Beroep gegrond, toekenning schadevergoeding, proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.D. Kock</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10250"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek. Verzoeker noemt de rechter in zijn wrakingsverzoek onder meer "pro-genocidaal", "anti Palestijns racistisch"en stelt dat deze "sympathie heeft voor de Gaza genocide". Dat zijn zeer ernstige verwijten, die geen grond vinden in de door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden. De kwalificaties zijn dermate respectloos en diffamerend dat zij aanleiding zijn verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. Verzoeker profileert zichzelf onder meer als "anti genocideactivist", maar dat rechtvaardigt niet een dergelijke respectloze en ongegronde bejegening. Het respect van de rechter en daarmee voor de rechtelrijke macht is een fundament van de rechtstaat dat niet lichtvaardig in twijfel getrokken mag worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794980 / HA RK 26-381</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Rekestprocedure, Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. van Es</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7204"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onteigening. Ontheffen en vervanging rechtbankdeskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/615188 / HL RK 26-48</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6399</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6399</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6399"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Internationaal privaatrecht. Uitleg forumkeuze- en arbitragebeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.185/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14355"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Moratorium toegewezen. Zes maanden. Huurtermijnen september en oktober 2026 zijn betaald. Voldoende aannemelijk dat lopende huurtermijnen zullen worden betaald. Belang inwonende minderjarige kinderen. Relevant wetsartikel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617216:R-RK – NL:TZ:2617218:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2951"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bevestiging m.u.v. de straf; aanvulling op de bewijsoverweging van de politierechter en aanpassing van de kwalificatie. Eendaadse samenloop van ernstige gevaarzetting en rijden zonder rijbewijs.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001565-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28243"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Plakvovo afgewezen; wel PKV i.v.m. gegrond beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27544</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14286</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14286</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14286"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Weigering vervangende toestemming voor vakantie met minderjarige zoon vanwege strijd met geldende zorg- en vakantieregelingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/382596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14046"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Conventie: Afgifte goederen. Reconventie: voorzieningenrechter is niet internationaal bevoegd. Brussel I bis-Vo.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723000/ KG ZA 26-716</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Sikkel</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10251"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Een procesbeslissing is geen grond tot wraking. De incidenten met deze rechters die verzoekster naar voren brengt, gaan over eerdere procedures in het verleden. Die kunnen geen grond vormen voor een geslaagde wraking in deze procedure. Dat juist deze rechters de zaak toebedeeld hebben gekeregen volgt uit landelijk beleid en wordt in het belang van de kinderen geacht. Dat verzoekster geen vertrouwen heeft in een correcte behandeling door de rechters is onvoldoende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/791639 / HA RK 26-282</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Rekestprocedure, Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. van Es</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:9078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:9078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:9078"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gerechtelijke vaststelling ouderschap en geslachtsnaam (IPR) op verzoek van minderjarige, terwijl vader is overleden. Erkenning is niet mogelijk. Met een woord aan de minderjarige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/421193 / FA RK 24-1730</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Sumner</contributor><issued>2025-01-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2996</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2996</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2996"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">gezag en dwangsom Artikel: 1:253c lid 1 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.041/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:7960</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7960</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:7960"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Provisionele vordering ex artikel 223 Rv. Voorschot op schadevergoeding wegens non-conformiteit van een koopwoning in de hoofdzaak. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2026:2819)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/597847 / HL ZA 25-201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Baken</contributor><issued>2026-06-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2819"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koop tot woning omgebouwd bedrijfspand. Handhaving gemeente i.v.m. niet-naleving omgevingsvergunning. Non-conformiteit. Uitlaten hoogte herstelkosten. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2025:7960)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/597847 / HL ZA 25-201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.R. van der Vos</contributor><issued>2026-06-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2962</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2962</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2962"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bevestiging m.u.v. de straf. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002126-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10284"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Een wrakingsverzoek kan alleen gericht zijn tegen de rechter die een zaak in behandeling heeft en dus niet tegen alle rechters van de rechtbank of tegen de rechters die eerder een zaak van verzoeker hebben behandeld. Verzoeker is daarom niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794547 / HA RK 26-368</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg, Rekestprocedure, Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. van Es</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10108</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10108</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10108"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Kenbaarheidsvereiste. Bebording. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 4909</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28245"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Plakvovo afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27546</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28608</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28608</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28608"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">PKV-uitspraak; besluit ingetrokken voorafgaand aan de zitting en intrekking beroep; verzoek om toekenning van een hoger bedrag dan wel een bedrag alsof de zitting zou hebben plaatsgevonden vanwege aanvullende werkzaamheden en indiening meerdere stukken; hier kan geen afzonderlijk procespunt voor worden toegekend op grond van Bpb; PKV bedraagt € 934,-.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21169</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6536</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6536</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6536"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">1:385 lid 1 onder d BW. Hof bekrachtigt beschikking kantonrechter waarin ouders zijn ontslagen als curatoren en een onafhankelijke, professionele curator is benoemd. Gewichtige reden voor ontslag is gelegen in verstoorde en onwerkbare verhouding tussen ouders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6537</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6537</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6537"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">1:385 lid 1 onder d BW. Geen gewichtige redenen om de curator te ontslaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.096</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6191"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen; te late aanmelding integrale beoordeling; onbillijkheid van overwegende aard; toepassing hardheidsclausule. Beroep gegrond. Dienst Toeslagen wordt opgedragen om de aanvraag binnen drie maanden in behandeling te nemen en daarop te beslissen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1207</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.C. Rozeboom</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6243"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">afwijkend huurbeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12301004 EJ VERZ 26-196</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Marsman</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6224"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking op het verzoek tot benoeming van een vereffenaar ex. artikel 4:203 lid 1 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350434 / HA RK 26-98</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W. Eshuis</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6221"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">besluiten VvE nietig verklaard</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12300683 \ EJ VERZ 26-123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Smedes</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2958"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voogdij. Moeder is overleden en vader is gedetineerd. Zijn grootouders en/of tante moederszijde belanghebbende in deze procedure? Artikel: 798 lid 1 Rv, 1:241 lid 2 BW, 6 en 8 EVRM, 3 en 20 IVRK,</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.223/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6225"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak verzoekt het Waterschap om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding met partij B. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat sprake is van een opzegverbod tijdens ziekte. Daarnaast heeft het Waterschap onvoldoende inspanningen verricht om partij B te herplaatsen. Het Waterschap wordt in de proceskosten van partij B veroordeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12231030 \ EJ VERZ 26-84</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.W. van Tol</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5876"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Vereiste aangifte. Redelijke schatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1816 en 24/1817</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:6221</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2265"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2016. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in 2016 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft haar activiteiten overgedragen aan een andere groepsvennootschap, waarna zij is geliquideerd. Belanghebbende heeft in haar aangifte Vpb 2016 een belastbare winst van nihil aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag Vpb 2016 opgelegd omdat belanghebbende niet heeft afgerekend over de goodwill. Het hof oordeelt dat de inspecteur de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk heeft gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4725</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4317"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting, verkrijging onroerende zaak na echtscheiding. De rechtbank is van oordeel dat artikel 3, lid 1, onderdeel b van de WBR niet van toepassing is omdat belanghebbende was gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, waarbij iedere gemeenschap was uitgesloten. Over de hoogte van de naheffingsaanslag is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur de waarde voor de hele onroerende zaak aannemelijk heeft gemaakt, maar dat hij de onderverdeling van deze waarde in waarden voor het woondeel, de bedrijfsopstallen respectievelijk de bedrijfsgrond niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank vermindert de naheffingsaanslag. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de verzuimboete moet worden verminderd tot een symbolisch bedrag van € 1.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/4585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A. Heidekamp</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6024</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6024</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6024"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Verzoek ambtshalve vermindering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2467</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14295"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor bedreiging met vuurwapen en het voorhanden hebben van twee vuurwapens en munitie. Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van algemene en bijzondere voorwaarden. Overwegingen met betrekking tot het beroep op een vormverzuim ex artikel 359a Sv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/103643-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10170"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Artikel 220a Gemeentewet. De onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning. De rechtbank stelt de WOZ-waarde in goede justitie vast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 5932</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2800"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen nu niet is komen vast te staan dat de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het tenlastegelegde geweld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002462-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bosch, mr. R.G.A. Beaujean, mr. H.A.T.G. Koning</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14365"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tweede moratorium. Voorlopige voorziening afgewezen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om een moratorium voor meer dan zes maanden uit te spreken. Niet slagen eerste moratorium is toe te rekenen aan schuldhulpverlening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617089:R-RK – NL:TZ:2617090:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8136"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veiligheidsmaatregel van art. 38v Sr. Ingevolge art. 6.6.23a1 Sv kan een dergelijke maatregel (bijv. contact- of locatieverbod) wel worden gewijzigd, maar niet opgeheven. Vgl. Rb Gelderland 2 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4717. Wijziging kan echter ook het beperken van de duur van het contactverbod inhouden, zodanig dat de duur verstreken is ten tijde van het indienen van het verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/288866-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7446</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7446</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7446"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Pensioenrecht. De tussen partijen tot stand gekomen afstandsverklaringen zijn nietig. Het beroep op nietigheid is niet verjaard en er is geen schending van de klachtplicht of rechtsverwerking. De op de nietigheid gebaseerde vordering is deels verjaard. Voor de hoogte van de schade wordt een deskundige benoemd. De vordering ten aanzien van de adviseur van werkgever zal worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11812347</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.W. de Groot</contributor><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10491"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Conflict tussen directeur-bestuurder en MT-lid heeft tot tweespalt in de organisatie geleid. De arbeidsverhouding is verstoord, maar dat een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk is, staat naar het oordeel van de kantonrechter niet vast. Werkgever heeft daartoe nog geen enkele serieuze poging ondernomen. Geen voldragen g-grond. Evenmin ontbinding op de h en i- grond. Het tegenverzoek tot rehabilitatie en toegang tot de managementmap wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12232155 AZ VERZ 26-74</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3966</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3966</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3966"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet statutair bestuuder, 'omgekeerde switch'</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/250968 HA RK 25-86</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Haisma</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10431"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Schending nevenwerkzaamhedenbeding; aanzienlijke boetes verbeurt; matiging boete artikel 7:650 lid 6 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11732265 \ CV EXPL 25-2605</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6884</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6884</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6884"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer vraagt (o.a.) billijke vergoeding omdat zij stelt onterecht te zijn ontslagen op staande voet. Werkgever betwist dat werknemer op staande voet is ontslagen. De kantonrechter geeft de werkgever gelijk en wijst de billijke vergoeding af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12265502 \ UE VERZ 26-260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.A.M. Pinckaers</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14300"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling opzetaanranding. Verdachte heeft onverhoeds en welbewust in de billen van de aangeefster geknepen, terwijl hij wist dat zij dat niet wilde. Taakstraf van 30 uur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/077547-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8003</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8003</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8003"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor cocaïnehandel en het voorbereiden van het verkopen, vervoeren, afleveren en verstrekken van cocaïne. Procesafspraken. De rechtbank oordeelt dat het voorstel in de procesafspraken passend is en in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak. Hier neemt de rechtbank uitdrukkelijk in mee dat het voorstel niet alleen een efficiënte en voortvarende behandeling van de strafzaak oplevert, maar ook een effectieve afdoening van de zaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/235280-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:6874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:6874"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wob/Woo-verzoek over door Stichting zelf ingediend handhavingsverzoek. Zoekslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 23/4236</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.L. van Emmerik, P.J.M. Mol, P.J. Blok</contributor><issued>2025-01-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14274"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. Last onder dwangsom vanwege overtreding van de Apv. De last houdt in dat eiser niet nog een keer een wapen of een voorwerp dat daarop lijkt op zak mag hebben. Dwangsom verbeurd en ingevorderd. De burgemeester heeft zich mogen baseren op de bestuurlijke rapportage. Het opleggen van de last onder dwangsom is niet onevenredig. Geen sprake van een uitzondering uit de Apv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/5410</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M.A.V. van Kleef</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8004</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8004</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8004"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak in zedenzaak in verband met het ontbreken van steunbewijs. In het dossier bevinden zich verklaringen van getuigen – die aangeefster vlak na de gebeurtenis hebben gesproken – maar deze verklaringen hebben allemaal dezelfde bron, namelijk aangeefster. Wel hebben deze getuigen emoties bij aangeefster waargenomen. Die emoties kunnen passen bij iemand die net tegen haar wil seksuele handelingen heeft ondergaan, maar kunnen ook een andere oorzaak hebben. Emoties of plotselinge gedragsverandering kunnen dienen als steunbewijs, maar alleen in het geval er geen andere logische oorzaak is dan bevestiging van het verhaal van aangeefster. Dat is hier niet met zekerheid te zeggen. Daarmee is niet gezegd dat het wel of niet is gebeurd, maar alleen dat er behoedzaam moet worden omgegaan met het verbinden van conclusies aan die emoties. Om die reden kan het hier wat de rechtbank betreft niet dienen als steunbewijs. Ander bewijs dat de verklaring van aangeefster zou kunnen ondersteunen, ontbreekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/123520-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2702</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2702</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2702"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige daad, bewijscriterium in civielrechtelijke procedure. Appellant is in een strafrechtelijke procedure door de rechtbank tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens een poging tot het vermoorden van geïntimeerde sub 1, maar is in hoger vrijgesproken. Geïntimeerden hebben vervolgens appellant in een civielrechtelijke procedure tot schadevergoeding aangesproken. De rechtbank heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat appellant de schutter was. Het hof acht dat voorshands bewezen en laat appellant toe tegenbewijs te leveren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.349.669/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:9296</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:965"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vereenvoudigde behandeling; hoger beroep te laat ingediend</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/147</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1416"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:5 en 6:6 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; zonder opgaaf van redenen verzoeken om uitstel van de door de rechter geboden termijn om de gronden van het gedane verzet in te dienen; het niet-ontvankelijk verklaren van het verzet wegens het niet tijdig indienen van de gronden van het verzet is niet in strijd met Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02365</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1096</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1414"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:5, 6:6 en 6:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; zonder opgaaf van redenen verzoeken om uitstel van de door de rechter geboden termijn om de gronden van het (hoger) beroep in te dienen; het niet-ontvankelijk verklaren van een (hoger) beroep wegens het niet tijdig indienen van de gronden van het hoger beroep is niet in strijd met Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02299</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1094</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3832"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het bezwaar van belanghebbenden tegen de informatiebeschikkingen ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. artikelen 6:7, 6:9 en 6:10 Awb)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2536 en 25/2537</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.M. Geersheuvels</contributor><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5506"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] in het kader van de hersteloperatie toeslagen afgewezen. [wederpartij] heeft op 23 april 2024, na afloop van de geldende wettelijke termijn op 1 januari 2024, een zogenaamde herbeoordeling kinderopvangtoeslag aangevraagd in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag vanwege de termijnoverschrijding zonder inhoudelijke beoordeling afgewezen. [wederpartij] heeft aangevoerd dat zij eerder niet op de hoogte was van de mogelijkheid om een herbeoordeling aan te vragen. Zij spreekt niet goed Nederlands, en heeft afgelopen jaren fysieke, mentale, en financiële problemen gehad. Volgens de Dienst Toeslagen vormen die omstandigheden geen grond om de te laat ingediende aanvraag van [wederpartij], in afwijking van de wettelijke termijn, inhoudelijk te beoordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600974/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:373"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op verzet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/147</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verzet</description><issued>2026-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:965</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6622</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6622</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6622"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep na beschikking in deelgeschil (vervolg op beschikking van 1 mei 2024 rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, ECLI:NL:RBMNE:2024:5282 en op het arrest in incident van hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden van 23 december 2025 ECLI:NL:GHARL:2025:8622). Val tijdens skiles op een indoor skibaan met ernstig letsel tot gevolg. Contractuele aansprakelijkheid?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.483/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:907"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; art. 9.6 en 9.7 Wet IB 2001, art. 45aa Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, art. 25c AWR, art. 13 EVRM, art. 1 EP EVRM; Sprongcassatie, proefprocedure, evenredigheidsbeginsel, exceptieve toetsing, rechtstreekse toetsing, “Massaalbezwaarplusprocedure” over de vraag of ook niet-bezwaarmakers met een beroep op het arrest ECLI:NL:HR:2021:1963 alsnog in aanmerking kunnen komen voor vermindering van box 3-heffing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02700</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:456</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:463</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:11718</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4803"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen, beroep vanwege niet tijdig beslissen, rechterlijke dwangsom. De rechtbank wijkt af van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 juni 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3192). Het achterwege laten van een rechterlijke dwangsom bij niet tijdig beslissen is in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en staat op gespannen voet met het beginsel van effectieve rechtsbescherming. De rechtbank geeft een nadere beslistermijn van 66 weken en verbindt daaraan een dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/3275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. Schnitzler, I. Helmich, P.J. Blok</contributor><issued>2026-07-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1483"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:6 en 8:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; vertegenwoordiging in een beroepszaak; schriftelijk bewijs van machtiging; beroep niet bevoegdelijk ingesteld; het staat de rechter vrij geen acht te slaan op een machtiging die pas na afloop van een daartoe door de rechter gestelde redelijke termijn is overgelegd; niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van bewijs van machtiging is niet in strijd met Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1093</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2862</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2862</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2862"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:29 Awb. Geheimhoudingsbeslissing. AVG levert geen algemene rechtvaardigingsgrond op voor geheimhouding en heeft geen betrekking op verwerking van gegevens over rechtspersonen. Inspecteur beroept zich wel terecht op privacy van genoemde (rechts)personen. Vermelding van namen, adressen en bedrijfsactiviteiten en koppeling daarvan aan fiscale positie raakt aan persoonlijke levenssfeer of bedrijfsvertrouwelijke sfeer. Verzoek om geheimhouding is gerechtvaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-26/205 tot en met BK-26/208</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Geheimhoudingsbeslissing</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1533"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting; art. 4 Wet op belastingen van rechtsverkeer; art. 20, lid 2, AWR; opleggen naheffingsaanslag aan rechtspersoon na splitsing en fusie; bevestiging ECLI:NL:HR:2025:358</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00064</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3300</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7300"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het meermalen plegen van valsheid in geschrifte (feit 1), en het beschikbaar stellen van valse stukken aan de Belastingdienst (feit 2). De rechtbank houdt rekening met overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-216909-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.H.E. Boerma, mr. S.J.H. van de Kant, mr. M. Langstraat</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9920"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB 2023, vertrouwensbeginsel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/5328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2283"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst woning. Vordering tot ontbinding op grond van 7:206 jo. art. 7:210 BW na funderingsschade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.348.999/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:9115</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:9115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:9115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:9115"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst ogv artikel 7:210 lid 1 BW; verhuurder verplicht gebreken te herstellen?; funderingsproblemen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10900914 CV EXPL 24-2018</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Lablans</contributor><issued>2024-09-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2283</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30305"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing van de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712329 / FA RK 26-9240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9386"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kostenvergoeding bezwaarfase. In eerdere uitspraken van de rechtbank is geoordeeld dat de Verordening onverbindend dient te worden verklaard. Het bestreden besluit is genomen ná de voorgenoemde uitspraken, en daarom onrechtmatig. Belanghebbende komt in aanmerking voor een kostenvergoeding in bezwaar. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14088</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14088</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14088"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Nadeelcompensatie - causaal verband niet aannemelijk gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/7114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M. Jurgens, mr. I.S. Burggraaff, mr. J.C. de Wit</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30817</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30817</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30817"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel Jemen, aanmerken afvalligheid als asielmotief, problemen Houthi's ongeloofwaardig, risico op schade vanwege incident en werkzaamheden, 15c Sana'a, artikel 3 van het EVRM, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.6815</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30797</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30797</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30797"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor doodslag. De verdachte heeft hevig geweld op haar tien maanden oude zoontje toegepast, waardoor hij ernstige en uiteindelijk fatale hersenschade heeft opgelopen. Gevangenisstraf van zeven jaren, met aftrek van voorarrest, opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/124872-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.J. de Haan, mr. J.L.E. Bakels, mr. T.W. van Gessel</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6155"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De wrakingskamer verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking omdat het verzoek is ingediend nadat in de hoofdzaak uitspraak is gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/352063 KG RK 26-431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H. Stam, mr. U. van Houten, mr. M. van Bruggen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14310</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14310</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14310"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval door zich als bestuurder van een personenauto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te gedragen, terwijl hij niet over een rijbewijs beschikte. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/240353-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Buiskool, mr. A.M.C. de Haan, mr. G. Elst</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30821</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30821</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30821"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie. Duur loungemaatregel, geen gedwongen uitzetting naar Syrië, lichter middel, huidige capaciteit van de grensprocedure. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54107</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14096"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het Woo-verzoek van eiser aan de gemeenteraad van de gemeente Velsen. Eiser heeft verzocht om alle informatie met betrekking tot het statement van de gemeenteraad van 29 februari 2024 over onderzoek naar om een asielzoekerscentrum te vestigen in Santpoort-Zuid. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat dit statement verband houdt met de publieke taak van de gemeenteraad waardoor de onderliggende stukken in beginsel binnen de reikwijdte van de Woo vallen. De rechtbank heeft de raad in de tussenuitspraak de mogelijkheid gegeven dit gebrek te herstellen. De raad heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Voor zover eiser het niet eens is met het nieuwe besluit, stelt de rechtbank vast dat eiser in zijn zienswijze, zij het in andere bewoordingen, heeft herhaald wat hij al eerder in deze procedure naar voren heeft gebracht. De kern van dit betoog is dat het statement van 29 februari 2024 feitelijk onjuist en onvoldoende onderbouwd is. Hierover heeft de rechtbank zich in rechtsoverweging 4 en 4.1 van de tussenuitspraak al uitgelaten. De rechtbank komt niet terug van dat oordeel, zodat de rechtbank aan deze grieven voorbijgaat. Dat betekent dat het verdere debat in beroep enkel nog kan gaan over de vraag of de raad de alsnog openbaar gemaakte informatie terecht deels niet openbaar heeft gemaakt. In de zienswijze van eiser leest de rechtbank geen gronden die raken aan deze vraag. Het beroep voor zover gericht tegen het nieuwe besluit is daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/1873</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. de Vries, mr. R.H.M. Bruin, mr. R. Brouwer</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7216</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7216</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7216"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling medeplegen oplichting 15 slachtoffers en medeplegen poging oplichting 4 slachtoffers door middel van een babbeltruc. Daarnaast veroordeling voor medeplegen (poging) diefstal valse sleutel van 12 slachtoffers door met afhandig gemaakte pinpassen te pinnen. Herkenning verdachte na vergelijking van beelden uit de buurt van de slachtoffers en van pintransacties. Gevangenisstraf 4 jaar. Vorderingen benadeelde partijen voor materiële schade deels toegewezen. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk voor gevorderde immateriële schade vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/255484-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.P. Verboom, Mr. drs. S.M. van Lieshout, mr. G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6272</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6272</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6272"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 16 jaren. De verdachte is schuldig bevonden aan poging tot moord, meermalen gepleegd en bezit van illegale vuurwapens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.294533.24 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. Peper, mr. A. van Holten, mr. R. ter Haar</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7207"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanbestedingszaak. Uitleg aanbestedingsstukken. 1 uitleg mogelijk geen transparantiegebrek. Heraanbesteding wordt afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/612283 / KG ZA 26-310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P. van Tricht</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30857"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ruzie in familiesfeer. Vrijspraak voor vernieling/beschadiging van een deur en bedreiging, vanwege een gebrek aan bewijs. Vrijspraak voor mishandeling, vanwege een geslaagd beroep op noodweer. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen tot schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/202646-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D. Gruijters, mr. F. Bouman, mr. T.A.B. Mentink</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28017"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Irak; deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak van 9 mei 2025; nieuw asielmotief, bij terugkeer vrees voor de militie Al Asa’eb vanwege lange verblijf in het Westen, interesse in het Christendom, roken van marihuana, landeninformatie, vrees niet aannemelijk gemaakt; beroep tegen niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag niet-ontvankelijk; beroep tegen het bestreden en aanvullend besluit ongegrond; toekenning PKV en schadevergoeding vanwege overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.19142</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30288"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703723 / FA RK 26-3962</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Witteman</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30302"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712358 / FA RK 26-9262</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30850"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Motivering noodzaak maatregel, kansrijkheid asielaanvraag, lichter middel en evenredigheid maatregel. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.53710</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10175"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging tot zware mishandeling en overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte heeft als automobilist gedurende geruime tijd zeer gevaarlijk rijgedrag vertoond. Gelet op de ernst van de problematiek van verdachte en het gevaar dat verdachte voor anderen oplevert, wordt een tbs met verpleging van overheidswege noodzakelijk geacht om de kans op herhaling tot een voor de maatschappij aanvaardbaar niveau terug te brengen. Het is de meest passende maatregel, omdat de rechtbank, met de deskundigen, van oordeel is dat er geen reëel alternatief is. Naast de maatregel zal aan verdachte een gevangenisstraf van zeven maanden met aftrek van het voorarrest worden opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-094179-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Hamburger, mr. A.R. van Triest, mr. J.P.E. Mullers</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28052</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28052</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28052"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie, artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, eiser valt onder de Amb-verordening, onderuikrisico.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54098</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30306"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712273 / FA RK 26-9206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4250"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ – artikel 17, tweede lid, Wet WOZ – naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar met de overgelegde waardematrix aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De wijze van onderbouwing is vormvrij en de waardematrix is inzichtelijk – beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB_LEE 25/972</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Sanna</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4252</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4252</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4252"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ – artikel 17, tweede lid, Wet WOZ, en Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ – de rechtbank oordeelt dat de waarderingsuitzondering niet van toepassing op de watergedeeltes van de percelen en belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de marktwaarde daarvan lager is - de waardematrices zijn inzichtelijk en er is voldoende rekening gehouden met de onderlinge verschillen – beroepen ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB_LEE 25/136, LEE 25/137 en LEE 25/138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Sanna</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1195"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Voorbereiding plofkraak, art. 157.1 jo. 46 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Afwijzing van een ttz. in hoger beroep gedaan verzoek om aanvulling van deskundigenrapport met onderliggende resultaten van eerder experiment, op de grond dat uit onderbouwing van verzoek niet blijkt dat gebruikte onderzoeksmethode en resultaten van onderzoek door verdediging worden betwist, art. 328 jo. 331 en 315.1 Sv. Raadsman heeft verzoek gedaan om aanvulling van tweede NFI-rapport met volledige onderzoeksopzet en resultaten van het in dat rapport genoemde eerdere experiment van NFI. Aan dat verzoek is ten grondslag gelegd dat NFI-deskundige in dat rapport voor zijn conclusies de set hypothesen heeft getoetst aan genoemd experiment en dat verdediging om betrouwbaarheid van die conclusies te kunnen toetsen, verzochte gegevens nodig heeft om aan de hand daarvan vragen te formuleren voor eigen deskundige. Ttz. in h.b. gedaan verzoek tot aanvulling van tweede NFI-rapport (dat neerkomt op verzoek tot, zo nodig nog, op schrift stellen van en toevoegen aan processtukken van de door verdediging genoemde gegevens m.b.t. eerder experiment van NFI) is verzoek a.b.i. art. 328 jo. 331 en 315.1 Sv. Maatstaf voor beoordeling van zo’n verzoek is of noodzaak daarvan is gebleken. In geval als dit, waarin door verdediging gedaan verzoek verband houdt met mogelijkheid om resultaten van het door deskundige verrichte onderzoek te (doen) onderzoeken, moet rechter bij beoordeling van verzoek erop acht slaan dat verdachte o.g.v. art. 6 EVRM recht heeft in de gelegenheid te worden gesteld om “truthfulness and reliability” (betrouwbaarheid) te (doen) onderzoeken van de door deskundige afgelegde verklaring, waaronder ook kan worden begrepen door deskundige uitgebracht schriftelijk verslag dat in dossier is gevoegd, als die verklaring of dat verslag voor verdachte belastende strekking heeft. In dit opzicht bestaat er geen verschil met recht dat aan verdachte in relatie tot getuigenverklaringen o.g.v. art. 6 EVRM toekomt “to test the truthfulness and reliability of evidence provided by witnesses which incriminates him or her”. Dit betekent dat, als verdachte kenbaar maakt dat hij betrouwbaarheid van belastende deskundigenverklaring wil (doen) onderzoeken, van verdediging in beginsel geen nadere onderbouwing van belang bij zo’n onderzoek mag worden verlangd (vgl. NL:HR:2025:1711). Hof heeft verzoek tot aanvulling van tweede NFI-rapport afgewezen en daaraan uitsluitend ten grondslag gelegd dat uit onderbouwing van verzoek niet blijkt dat gebruikte onderzoeksmethode en/of resultaten van onderzoek door verdediging worden betwist. Dit oordeel is niet zonder meer begrijpelijk, nu verdediging naar voren heeft gebracht dat gegevens over eerder NFI-experiment nodig zijn om (door haar betwiste) resultaten van NFI-onderzoek te kunnen controleren en te laten beoordelen door eigen deskundige. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01698</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:713</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1154"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Doodslag door in 2020 in [plaats] in kantine van hun woning geweld op hoofd en hals van zijn partner toe te passen terwijl zij zwaar geïntoxiceerd is t.g.v. gebruik van GHB, art. 287 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Toerekening van dood van slachtoffer aan verdachte. Causaal verband tussen gedragingen van verdachte en dood van slachtoffer? 2. Bewijsklacht opzet. 3. Bewijsklacht alternatief scenario. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2012:BT6362 m.b.t. causaal verband en het redelijkerwijs toerekenen van gevolg aan verdachte. Hof heeft overwogen dat o.a. deskundige heeft verklaard dat slachtoffer hoogstwaarschijnlijk is overleden a.g.v. samendrukkend toesnoerend geweld op hals terwijl zij zwaar geïntoxiceerd was, waarbij deskundige verder heeft verklaard (i) dat slachtoffer ook zou zijn overleden zonder GHB-intoxicatie, (ii) dat samendrukkende of toesnoerende krachtsinwerking op hals bij leven heeft plaatsgevonden en (iii) dat GHB op dat moment nog niet tot dood van slachtoffer had geleid. Hof heeft daarom aannemelijk geacht dat overlijden van slachtoffer met aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door het door verdachte gepleegde geweld is veroorzaakt en dat dit geweld daarmee kan worden aangemerkt als onmisbare schakel in gebeurtenissen die tot haar dood hebben geleid. Op grond hiervan heeft hof geoordeeld dat dood van slachtoffer in redelijkheid aan verdachte kan worden toegerekend. In dat oordeel ligt besloten dat, ook als t.t.v. bewezenverklaarde gewelduitoefening aanwezige GHB-intoxicatie van slachtoffer heeft bijgedragen aan intreden van dood, die omstandigheid niet meebrengt dat dood van slachtoffer na uiteindelijk door verdachte gepleegd geweld niet meer in redelijkheid aan verdachte zou kunnen worden toegerekend. ’s Hofs oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat het aan feitenrechter is om te beslissen wat hij van beschikbaar bewijsmateriaal betrouwbaar en bruikbaar vindt en aan welk bewijsmateriaal hij geen waarde toekent. Tegen die achtergrond doet aan begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel niet af dat enkele passages in rapporten of verklaringen ttz. van deskundige en andere deskundigen op zichzelf bezien ook andere gevolgtrekking zouden kunnen toelaten, en is van “denaturering” van verklaring van deskundige geen sprake. Daarbij is verder van belang dat het niet aan deskundige maar aan rechter is om uiteindelijke vaststellingen over causaal verband te doen en te oordelen of in geval als dit dood van slachtoffer aan verdachte kan worden toegerekend. Ad 2 en 3. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00952</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:340</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:1430</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:743"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Op 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de toepassing van Thermisch Gereinigde Grond bij de aanleg van de Máximabrug, niet-ontvankelijk verklaard. Het gaat in deze zaak over het, in opdracht van de gemeente Alphen aan den Rijn, realiseren van de Koningin Máximabrug over de Oude Rijn in de periode tussen 2015 en 2017. Als onderdeel hiervan was het nodig om voor de toerit van de brug aan beide zijden het hoogteverschil tussen de landhoofden en het oorspronkelijke maaiveld te overbruggen. Daarbij is het maaiveld eerst deels ontgraven en daarna op- en aangevuld met Thermisch Gereinigde Grond. Vervolgens is de ontgraven grond daaroverheen teruggebracht als leeflaag. Het toepassen van de TGG is daarbij door het college aangemerkt als een zogenoemde Grootschalige Bodemtoepassing als bedoeld in artikel 63 van het Besluit bodemkwaliteit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202207507/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-02-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2966</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2966</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2966"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Eindezaakverklaring vanwege een in het kader van een mediation tussen de verdachte en het slachtoffer bereikte positieve uitkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000600-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28193"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel Gambia; identititeit ongeloofwaardig; problemen omdat eiser als artiest actief was ongeloofwaardig; brandstichting ongeloofwaardig; risico op vervolging; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.30775</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3069"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige bewijsverrichtingen. Overwogen procedures tegen bestuurder en zustervennootschappen van gefailleerde onderneming. Toepasselijkheid sinds 1 januari 2025 geldende bewijsrecht. Art 200 Rv. Overgangsrecht voor openstaan van en termijn voor instellen hoger beroep. Ontvankelijkheid verzoeker in hoger beroep. ECLI:NL:HR:2026:996. Tegen faillissementscurator gerichte verzoeken voorlopig getuigenverhoor en vestrekking afschriften. Geen verschoningsrecht curator. Gewichtige reden die zich verzet tegen horen curator over en verstrekking van afschriften van gegevens uit onregelmatighedenonderzoek abi art 68, lid 2 aanhef en onder a, Fw. Art 194 lid 2 en 196 lid 2 Rv. Bevoegdheid rechter te beletten dat aan vraag gevolg wordt gegeven abi art 179 lid 2 Rv. (On)gecensureerd afschrift. Tegen bestuurder en zustervennootschappen gerichte verzoeken voorlopig getuigenverhoor en verstrekking afschriften. Door rechtbank gehoorde getuigen. Verstrekking afschrift overeenkomst tussen curator en zustervennootschap en afschrift bankafschriften, offerteaanvragen, offertes, opdrachten, verkoopfacturen, grootboekkaarten, auditfiles, jaarrekeningen en correspondentie. Concurrentiegevoeligheid informatie. Voldoende belang. Voldoende bepaaldheid. Fishing expedition.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.373/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:7701</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:7701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:7701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:7701"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopig getuigenverhoor en 843a Rv in verband met vermoeden van een onrechtmatige doorstart na faillissement. Verzoek is tegen de curator, de gefaillieerde vennootschap en gelieerde vennootschappen gericht. Afgewezen tegen de curator, gedeeltelijke toewijzen voor het overige. Bespreking per categorie gezochte informatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/672992 / HA RK 24-526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.F. Hesselink</contributor><issued>2025-05-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:3069</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2825"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen nu niet is komen vast te staan dat de medeverdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het tenlastegelegde geweld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002463-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bosch, mr. R.G.A. Beaujean, mr. H.A.T.G. Koning</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2999</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2999</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2999"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur wateroppervlak. Geen wilsovereenstemming ten aanzien van exoneraties en bewijslastverdelingen in een door de Staat aan de huurder nieuw aangeboden huurovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.348.899</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8137</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8137</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8137"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">WOB: belaging Straf: 177 dagen GVS wv 77 dagen vw, met aftrek van voorarrest. pft 3 jaar + bijz. vw. + maatregel 38v Sr (gebiedsverbod en contactverbod). DUT. Toewijzing vordering bp + WR en SVM. Artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w en 285b van het Wetboek van Strafrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/173588-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3000</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3000</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3000"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Appelgrens (art. 332 Rv). Subjectieve cumulatie. Vergoeding aan passagiers voor vertraagde vlucht. Niet toegestaan individuele vorderingen bij elkaar op te tellen om appelgrens te halen. Niet-ontvankelijkheid luchtvaartmaatschappij in hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:1377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:1377"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het ontbreken van redelijke gronden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11910438 VZ VERZ 25-6389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F. Aukema-Hartog</contributor><issued>2026-02-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28194"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel; terugverwezen naar de rechtbank; Somalische nationaliteit ongeloofwaardig; gestelde verblijf in Somalië ongeloofwaardig; risico op refoulement Ethiopië; sprake van een gebrek; tussenuitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29587</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28075"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Spoedvovo hangende bezwaar tegen afwijzing uitstel van vertrek (artikel 64 van de Vw 2000); bezwaar geen redelijke kans van slagen omdat dit te laat is ingediend; afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.50067</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10285"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De door verzoekster ervaren subjectieve vooringenomenheid wordt niet geobjectiveerd door de aangedragen feiten en omstandigheden. Het verzoek tot wraking is daarom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793642 HA RK 26-355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Rekestprocedure, Wraking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3074"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bewijsopdracht met betrekking tot de inhoud van de tussen partijen gesloten overeenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.348.986/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5280"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgregeling. 1:253a lid 4 BW in samenhang met artikel 1:377e BW. Gedetailleerde regeling; bekrachtiging met enkele aanpassingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.700</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2964</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2964</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2964"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bevestiging m.u.v. de straf. Invoer van cocaïne (Schiphol). Arrest n.a.v. de Themazitting Drugskoeriers. Straf conform LOVS opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000364-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3080</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3080</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3080"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 157 Sr. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van twee pogingen tot het teweegbrengen van ontploffingen bij een woning en het beschadigen van een andere woning. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest. Gedeeltelijke toewijzing vordering tot schadevergoeding van een van de benadeelde partijen, niet ontvankelijk verklaring van de overige benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002440-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:13570</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10195"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding waarin de vraag centraal staat of en op welke wijze een aannemer gevelbeplating moet herstellen nadat hieraan schade is ontstaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/448871 / KG ZA 26-293 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1629"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 220f, lid 1, Gemeentewet; gelijkelijke vaststelling; opslag op tarief; retributieregeling leidt tot tariefdifferentiatie; taak belastingrechter; verordening onverbindend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00666</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00668</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00669</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00670</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00671</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00672</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00673</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00674</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00675</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00677</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00678</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00679</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00680</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00681</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00682</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00683</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:156</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:320</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5793"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 5 februari 2021 heeft de minister van Financiën het verzoek van [appellant A] en [appellant B] op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) om inzage in hun persoonsgegevens toegewezen voor zover het gaat om gegevens die zijn verwerkt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De minister heeft het verzoek afgewezen voor zover het betrekking heeft op gegevens die zijn verwerkt in andere gegevensbestanden, applicaties en systemen dan de FSV. Naar aanleiding van de berichtgeving over de FSV van de Belastingdienst hebben [appellant A] en [appellant B] de minister gevraagd of hun gegevens voorkomen op ‘zwarte lijsten’. Zij vermoeden dat er sprake is van een dergelijke registratie, omdat de Belastingdienst hen zonder nadere motivering heeft laten weten dat er in hun geval geen ruimte is voor het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. [appellant A] en [appellant B] hebben toegelicht dat hun verzoek betrekking heeft op ‘zwarte lijsten’ in de ruimste zin van het woord; lijsten die op verschillende wijze kunnen zijn vormgegeven en die - in strijd met de privacywetgeving - al dan niet als doel hebben fraude op te sporen of andere door de Belastingdienst ongewenste constructies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300231/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:921"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Bewijs van oorsprong? Bewijs van eerdere onttrekking aan douanetoezicht? Art. 203 CDW; wetenschap of bewustheid van onttrekking van niet-communautaire biodiesel aan douanetoezicht? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01237</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01240</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:12663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:12663"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Twee samenhangende zaken. Inzagevordering en onrechtmatige concurrentie. Partijen hebben langdurig met elkaar samengewerkt. De samenwerking is verstoord geraakt. In zaak I wil eiser inzage in verschillende financiële stukken van gedaagde om daarmee te kunnen vaststellen of (de bestuurder van) gedaagde ten onrechte kosten ten laste van gedaagde brengt, om daarmee te voorkomen dat een dividenduitkering aan eiser moet worden gedaan. Deze vordering wordt afgewezen. Omgekeerd meent eiser in zaak II dat gedaagden zich schuldig maken aan onrechtmatige concurrentie. De hiermee verband houdende vordering wordt (in afgezwakte vorm) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/706544 / KG ZA 25-918 en C/10/707820 / KG ZA 25-997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2025-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5401"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Vader moet eerst aan eigen emotie-regulatie en agressieproblemen werken voordat kan worden gekomen tot constructieve samenwerking met hulpverleners.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.370.753</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3079"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen, munitie en een patroonmagazijn en aan een poging tot het verhandelen van vuurwapens, terwijl hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Vrijspraak voor medeplegen, medeplichtigheid aan een poging tot medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen en van voorbereiding daartoe. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren met aftrek van voorarrest. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003741-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:16038</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3082"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 157 Sr, jeugdstrafrecht. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan uitlokking van medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing bij een woning. Veroordeling tot 120 dagen jeugddetentie met aftrek van voorarrest, waarvan 76 dagen voorwaardelijk, proeftijd 1 jaar. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003511-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28157"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">geloofwaardigheidsbeoordeling; biseksuele gerichtheid; motiveringsgebrek; rechtsgevolgen blijven in stand</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.511</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2831"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vernieling. Vordering benadeelde partij (omgevingsdienst) ter zake van materiële schade. Ontvankelijkheid vordering benadeelde partij. Is degene die de vordering benadeelde partij heeft ingediend, bevoegd de rechtspersoon te vertegenwoordigen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002425-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Tangenberg, mr. R. Lonterman, mr. A.E.J. Satink-Bom</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14381"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Benoeming vereffenaar op verzoek van de Staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723879 / HA RK 26-751</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Steenderen-Koornneef</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6156"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser vordert in deze procedure veroordeling van gedaagde tot betaling van het door haar aan gedaagde geleende bedrag van € 20.250,00. Gedaagde betwist dat er sprake is van een geldlening. De kantonrechter is van oordeel dat vast is komen te staan dat tussen partijen dat een mondelinge leningsovereenkomst tot stand is gekomen en dat het bedrag van € 20.250,00 door eiser aan gedaagde te leen is verstrekt. Gedaagde heeft niet gesteld – en dat is ook niet gebleken – dat hij (een deel van) de lening heeft terugbetaald. De kantonrechter wijst de vordering toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12181976 \ CV EXPL 26-1254</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Samsen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30321"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712332 / FA RK 26-9243</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28196"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vreemdelingenbewaring; artikel 59b Vw 2000; gebrek in het voortraject; grondslag van de maatregel; gronden van de maatregel; lichter middel; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54048</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2963"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bevestiging behalve t.a.v. beslissingen op de vorderingen tenuitvoerlegging. Taakstraf in plaats van gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002568-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28241</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28241</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28241"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Oezbekistan; bestreden besluit zorgvuldig voorbereid, de minister heeft de asielaanvragen van eiseres en haar partner op eigen individuele merites beoordeeld en hoefde de aanvragen niet gezamenlijk te behandelen; gehoor zorgvuldig, onduidelijkheid over inzet tolken; arrest Ebilum; Werkinstructie 2024/6; geloofwaardigheidsbeoordeling, art. 31, zesde lid, aanhef en onder b en c, van de Vw 2000; problemen met ex-partner; onvoldoende documenten overgelegd en heeft daarvoor geen goede verklaring (b); verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel (c), de minister heeft de verklaringen van eiseres op drie punten ten onrechte aan haar tegengeworpen; beroep gegrond, vernietiging van het bestreden besluit, maar rechtsgevolgen blijven in stand, omdat de overige tegenwerpingen de ongeloofwaardigheid van het asielmotief en de afwijzing van de asielaanvraag kunnen dragen; reëel risico op ernstige schade bij terugkeer niet aannemelijk gemaakt; beroep gegrond, toekenning pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27543</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28244"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Oezbekistan; bestreden besluit zorgvuldig voorbereid; de minister heeft de asielaanvragen van eiser en zijn partner op eigen individuele merites beoordeeld en hoefde de aanvragen niet gezamenlijk te behandelen; gehoor zorgvuldig, persoonlijke omstandigheden stonden niet in de weg om consistent en voldoende duidelijk te verklaren; arrest Ebilum; Werkinstructie 2024/6; toereikende geloofwaardigheidsbeoordeling, art. 31, zesde lid, aanhef en onder c en e, van de Vw 2000; problemen vanwege sjiitische geloofsovertuiging en problemen met ex-vrouw terecht ongeloofwaardig, verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel (c) en in grote lijnen niet geloofwaardig (e); reëel risico op ernstige schade bij terugkeer niet aannemelijk gemaakt; beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27545</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:7843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:7843"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De overeenkomst die een eigenaar van een woning sloot met een meubelmaker mocht worden ontbonden omdat het geleverde werk, waaronder een keuken en een wandkast, gebreken bevatte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11225721 \ CV EXPL 24-9291</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-10-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6231</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6231</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6231"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In 2026 heeft Rova een aanbestedingsprocedure georganiseerd. Eiseres heeft de opdracht ter zake het perceel waarop zij had ingeschreven niet gegund gekregen en is daarom dit kort geding gestart. Eiseres heeft diverse bezwaren geuit tegen (de uitkomst van) de beoordeling van de (twee) kwalitatieve subgunningscriteria die zien op (kort gezegd) de praktijkbeoordeling. Het verweer van Rova dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar vorderingen slaagt niet. Na inhoudelijke beoordeling komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de beoordelingscommissie van Rova niet in redelijkheid tot haar beoordeling heeft kunnen komen en de beoordeling zodanig aperte onjuistheden of onduidelijkheden bevat dat de daarop gebaseerde gunningsbeslissing niet zou deugen. Dit betekent dat de vorderingen van eiseres worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349713 / KG ZA 26-170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30304"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712357 / FA RK 26-9261</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14236</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14236</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14236"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft met gebruik van de BOR de aandelen in (de topholding van) zijn onderneming aan zijn dochter en zoon geschonken. De aandelen worden gehouden door een STAK met dochter en zoon als certificaatghouders. Eiser vormde met dochter en zoon het bestuur van de STAK. Eiser komt in dit kort geding op tegen zijn ontslag door medebestuurders van STAK. Ook wil hij hersteld worden in zijn positie als statutair bestuurder van topholding onderneming. Ook vordert hij toegang tot (e-mails van) zijn zakelijke e-mailaccount dat hij ook privé gebruikte. Eiser stelt dat aan ontslagbesluit zowel formeel als materieel gebreken kleven die het ontslag vernietigbaar maken. Verder stelt hij als statutair bestuurder van topholding nooit ontslagen te zijn of te zijn afgetreden. De toegang tot e-mailaccount dient mede ter bepaling procespositie bodemprocedure nav mogelijke dwaling bij de schenking van de aandelen. Gedaagden voeren verweer. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen gericht op herstel statutaire posities af en zal vordering tot toegang e-mailaccount voorwaardelijk toewijzen. Partijen mogen zich uitlaten over te gebruiken zoektermen. 2:8, 2:15 BW, 194 e.v. Rv; uitleg statuten; governance; rol- en taakverdeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/379740</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28198"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid op grond van artikel 8 van het EVRM; bijkomende elementen van afhankelijkheid; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.1972</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6245"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikelen 3 lid 4 en 29 Wgbz Verzet tegen de beslissing van de griffier tot het heffen van griffierecht. Beroep op betalingsonmacht niet gehonoreerd omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar netto-inkomen minder bedraagt dan 95 procent van de voor een alleenstaande geldende (maximale) bijstandsnorm en dat zij verder niet beschikt over vermogen waaruit het verschuldigde griffierecht kan worden betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.953/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:3897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:3897"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Woonfraude? Het hof acht woonfraude voorshands bewezen en laat huurder toe tot tegenbewijs.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.343.325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2025-07-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6233"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking inzake loonbeslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351382 / KG RK 26-398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.W.G. Wijnands</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14060</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14060</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14060"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burengeschil. Uitleg erfdienstbaarheid van weg. Invloed van publiekrechtelijke voorschriften voor vereiste breedte van de weg? Geen processueel ondeelbare rechtsverhouding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/715208 / HA ZA 26-170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6728</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6728</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6728"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Medische urgentie. Vovo en beroep; gegrond omdat college afwijzing urgentie zich niet mocht baseren op adviezen van [onderneming].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5987</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30872"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie volgberoep / opheffing Eiser heeft op 23 september 2026 op Schiphol een verzoek om internationale bescherming ingediend. Eiser is diezelfde dag in grensdetentie geplaatst. Bij besluit van 3 oktober 2026 is de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft op 7 oktober 2026 beroep ingediend tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. In het besluit van 3 oktober 2026 heeft verweerder bepaald dat de grensdetentie blijft voortduren. Verweerder meent dat hij de voortduring van de maatregel kan baseren op paragraaf A5/3.1 van de Vc in het geval er door de afwijzing als kennelijk ongegrond geen sprake is van rechtmatig verblijf maar de derdelander niet mag worden verwijderd. Eiser stelt zich terecht op het standpunt dat door de afwijzing van zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond, de grondslag aan de maatregel is ontvallen omdat hij niet langer onder de Opvangrichtlijn valt. De rechtbank concludeert dat deze bepaling in paragraaf A5/3.1 van de Vc onder c in strijd is met het Unierecht en dus buiten toepassing moet worden gelaten. Verweerder heeft niet onderkend dat het recht om niet verwijderd te worden, met ingang van 12 juni 2026 niet zonder meer het recht om op het grondgebied te blijven oplevert. Verweerder heeft geen opvolgende maatregel opgelegd. Eiser wordt dus vanaf de afwijzing van zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond onrechtmatig in bewaring gehouden. Beroep gegrond / opheffing / invrijheidstelling / SV &amp; PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.61434</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7229"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Verzoek om voorlopige voorziening. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft een inspectie gedaan bij het bedrijf van verzoekster. Tijdens deze inspectie heeft de arbeidsinspectie geconstateerd dat twee vreemdelingen werkzaam waren zonder dat zij een vergunning hadden waarmee zij mogen werken. De minister heeft daarom een boete opgelegd aan verzoekster voor overtreding van de Wav. Ook publiceert de minister de inspectiegegevens op de website van de arbeidsinspectie. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Deze uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening gaat over de vraag of de minister moet wachten met het publiceren van de inspectiegegevens totdat op het bezwaar van verzoekster is beslist. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. De minister hoeft dus niet te wachten met het publiceren van de inspectiegegevens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6846</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14373"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geannuleerde vlucht. Buitengewone omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12142185 CV EXPL 26-7157</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7119</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7119</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7119"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verlengt de terbeschikking van de betrokkene met één jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.340303.21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.M.H. van Ek, mr. J Edgar, mr. F.D.M. Osinga</contributor><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30335"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis, vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2026:12851</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690575 / HA ZA 25-742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Amperse</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30309"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712356 / FA RK 26-9260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30876"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de mvv-aanvraag nareis niet in stand kan blijven, omdat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eisers hun identiteit niet aannemelijk hebben gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14680</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2990"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">gezag, hoofdverblijfplaats en omgang. Artikel: 1:253c lid 4 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.431/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28626</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28626</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28626"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel (Jemen); nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling uit WI 2024/6 niet in strijd met Unierecht; geen toetsing aan oud landenbeleid Jemen; geloofwaardigheid problemen met Houthi's; 15c-situatie Jemen (Sanaa); gegrond met instandlating rechtsgevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.4156</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30878"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aan eisers zijn verblijfsvergunningen onder de beperking medische behandeling verleend. In de bestreden besluiten is de geldigheidsduur van verblijfsvergunningen verlengd. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de bestreden besluiten niet in stand kunnen blijven. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet goed gemotiveerd heeft waarom hij geen gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om ambtshalve te beoordelen of eisers met terugwerkende kracht in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking humanitair niet-tijdelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Nl25.63652 en NL25.63662</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3076"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 30a Wet WOZ, Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm. Beoordelingsmoment bijzonder geval. Geen no cure no pay op het moment van instellen beroep en hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/385</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Meervoudige Belastingkamer</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28628"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMB-verordening Duitsland, MOB, geen contact, niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35104</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6249</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6249</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6249"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Het hof acht bewezen dat sprake is van woonfraude. Zelfbewoning en onderhuur. In vervolg op ECLI:NL:GHARL:2025:3897</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.343.325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3897</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10142"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Dienstverlening bezwaar- en beroepsprocedure verkeersovertreding. Overeengekomen toegekende proceskosten over te maken. Overeenkomst op afstand. Meerdere essentiële informatieplichten geschonden. Sanctie gedeeltelijke vernietiging overeenkomst, vermindering betalingsverplichting met 60%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11873945 \ CV EXPL 25-12405</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:565"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing schadevordering. De rechtbank komt tot het oordeel dat gedaagde een in de koopovereenkomst met eiser opgenomen garantie heeft geschonden, maar wijst de door eiser gevorderde schadevergoeding af omdat de gevorderde schade niet in causaal verband staat met de garantieschending.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/701951 / HA ZA 25-525</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.E. Vos</contributor><issued>2026-01-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3077"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 30a Wet WOZ, Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm. Beoordelingsmoment bijzonder geval: geen no cure no pay op het moment van instellen beroep en hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7430"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Hoort een akker bij een akkerbouwondersteuningsbedrijf? De rechtbank beschouwt akkers en het erf met machines van een akkerbouwondersteuningsbedrijf als losse projecten die apart kunnen worden vergund.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/907</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.H.M. Verhoeven, mr. K.A. Maarschalkerweerd, mr. O.Y. Ifzaren</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28671</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28671</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28671"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring, voortvarend handelen, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6262"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Meervoudige kamer. Gezagsbeëindiging. De Raad heeft onderzoek gedaan en besloten geen verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader te doen. De GI is het hier niet mee eens en heeft de Raad op grond van artikel 1:267 lid 2 BW verzocht de rechter om een oordeel te vragen of een beëindiging van het gezag noodzakelijk is. De rechtbank wijst het verzoek af. Het gezag van de ouders blijft in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/345584 / FA RK 26-538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H. Olthof, mr. P.M.F. Schreurs, mr. M.H. van der Lecq</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30337"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis. Oproepen getuigen. De rechtbank weigert de eiswijziging omdat deze te laat is gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697764</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.J. Seinen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2334</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2334</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2334"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd en niet de ontbindende voorwaarde ingeroepen. Opzegging in strijd met opzegverbod. Toekenning van een billijke vergoeding aan werknemer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12083954 \ AE VERZ 26-8</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J.M. Hendriks</contributor><issued>2026-05-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2416"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verstek. Werknemer heeft ontslag op staande voet genomen omdat werkgever salaris niet betaalt. Verzoeken werknemer in vestek toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12096281 \ UE VERZ 26-59</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.F.A. van Buitenen</contributor><issued>2026-05-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3238"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504646/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2446</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2446</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2446"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Non-concurrentiebeding. Gedaagde hoeft geen boete te betalen, omdat de overeenkomst hem niet verbiedt om klanten van eiser te benaderen en hij niet daadwerkelijk voor die klanten heeft gewerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11889415 \ UC EXPL 25-7403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Ramsaroep</contributor><issued>2026-05-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28674"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vrijheidsontnemende maatregel; grensbewakingsbelang; lounge op Schiphol; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54642</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1727</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1727</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1727"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer heeft op 5 juli 2025 een oproep-arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten met Werkgever. In de maanden juli en augustus 2025 heeft Werknemer regelmatig voor Werkgever gewerkt. Nadat een discussie ontstond over onbetaald gebleven gewerkte uren is Werknemer niet meer opgeroepen. Werknemer maakt in deze procedure aanspraak op achterstallig salaris (€ 560,00 bruto) voor de maand augustus 2025 en de wettelijke verhoging en rente daarover. Verder verzoekt Werknemer om de ontbinding van de oproep-arbeidsovereenkomst, het verstrekken van loonstroken van de gewerkte maanden en maakt hij aanspraak op een transitievergoeding. De kantonrechter wijst de verzoeken grotendeels toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12090345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-05-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2444"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsverzoek afgewezen vanwege opzegverbod tijdens ziekte. Bovendien het opzegverbod wegdenkend geen voldragen i grond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12095048 \ ME VERZ 26-17 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-05-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2447</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2447</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2447"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Val bij inladen bestelbus. Geen werkgeversaansprakelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11838260 \ AE VERZ 25-54</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. Wachter</contributor><issued>2026-05-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19786"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Herziene aangifte aangemerkt als verzoek om ambtshalve vermindering en afgewezen. Beroep tegen de afwijzing is niet-ontvankelijk. Dat eiser tot de laatste dag van de beroepstermijn heeft gewacht en daarbij werd gehinderd door computerproblemen komen voor zijn rekening en risico.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 2438</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. Sahebali</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7225"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Te laat bezwaar. Dienst Toeslagen heeft niet volgens zijn eigen Beleid procesrecht herstel toeslagen gehandeld. Op grond van dat beleid had Dienst Toeslagen eiseres de termijnoverschrijding niet mogen tegenwerpen. Het bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Dienst Toeslagen moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1156</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. de Jong</contributor><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6248"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 26-jarige man tot een gevangenisstraf van achttien maanden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grootschalige belastingfraude.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 84-336143-25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H. Stam, mr. D. ten Boer, mr. W.B. Bruins</contributor><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2843"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art 7, lid 3, Awir. Toepassing Wet rechtsherstel box 3 op vermogenstoets huurtoeslag. Belastingrechter onbevoegd om te oordelen in geschil over huurtoeslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Meervoudige Belastingkamer</contributor><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:28003</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30324"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712283 / FA RK 26-9211</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14098"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering dubbele kinderbijslag intensieve kindzorg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/2520</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Kos</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2453"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoekster terecht ontslagen op staande voet vanwege het niet melden van schuldenproblematiek en chronisch hartfalen bij het sollicitatiegsprek, terwijl daar door werkgever uitdrukkelijk naar is gevraagd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12090283 \ UE VERZ 26-52</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-05-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14127"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">RooO - vovo. Verzoek voor eigen kamer/kamer delen met echtgenoot. Mogelijk sprake van bijzondere opvangbehoeften gelet op psychische problematiek. Met het aanbod voor opvang met eigen (afsluitbare) slaapkammer is voldoende rekening gehouden met bijzondere opvangbehoeften. Grote druk op opvang, waarmee het college rekening mag houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/4397</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. de Vries</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6538</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6538</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6538"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 1: 265e lid 1 en lid 5 van het Burgerlijk Wetboek, gedeeltelijke gezagsoverheveling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.370.758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30466</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30466</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30466"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, gestelde Somalische nationaliteit, echt bevonden Keniaans paspoort, inspanningsplicht, beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43459 en NL26.43460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.J.P. Bosman</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14376"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot schorsing relatiebeding (artikel 7:653 BW). Het beding is niet aanmerkelijk zwaarder gaan drukken. Gedaagde heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld. Eiser wordt niet onbillijk benadeeld door het beding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12359539 VV EXPL 26-520</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7469"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Hoort een akker bij een akkerbouwondersteuningsbedrijf? De rechtbank beschouwt akkers en het erf met machines van een akkerbouwondersteuningsbedrijf als losse projecten die apart kunnen worden vergund.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.H.M. Verhoeven, mr. K.A. Maarschalkerweerd, mr. O.Y. Ifzaren</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:644"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding. In de vermogensrechtelijke afwikkeling van de scheiding is tussen partijen een geschil ontstaan. In de kern bestaat uit het geschil uit een echtelijke woning, een appartementencomplex met winkelpand en een appartement.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/343131 / KG ZA 25-318</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-02-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14394"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Ontbindingsverzoek van een werknemer. Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van werkgever. Daarom heeft werknemer geen recht op een transitievergoeding en billijke vergoeding. Werknemer moet loon terugbetalen, omdat zij niet beschikbaar was vanwege ander werk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12283035 VZ VERZ 26-2882</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Joele</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14128</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14128</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14128"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">RooO vovo. Overplaatsing moeder met zoon. (Groot)moeder blijft achter in oude kamer met nieuwe kamergenoot. Het college kon in redelijkheid tot overplaatsing komen. Het is niet gebleken dat de aangeboden opvangplek niet voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2001/55/EG en artikel 5 van de RooO. Het college heeft er belang bij dat een opvanglocatie niet wordt gesloten wegens strijd met de omgevingsvergunning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/4564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. de Vries</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2833"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na vragen in tussenvonnis. Vakbond is niet-ontvankelijk o.g.v. Wet CAO of WAMCA. Beroep op R&amp;B slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11810249 \ UC EXPL 25-6073 WMB/61313</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-05-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2831"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet na vechtpartij op de werkvloer houdt stand. Verzoek om vernietiging ontslag afgewezen, subsidiaire verzoek om toekenning vergoedingen ook</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12096496 \ UE VERZ 26-60</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A.T. Werner</contributor><issued>2026-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28676</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28676</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28676"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vrijheidsontnemende maatregel; grensbewakingsbelang; medische beoordeling; rechtsbijstand; ondertekening maatregel; lichter middel; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14139"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvragen van eiseres voor compensatie voor een transitievergoeding bij langdurig zieke werknemers. Eiseres is het hier niet mee eens en stelt dat het strikt hanteren van de indieningstermijn in het onderhavige geval onevenredig is. De rechtbank volgt eiseres hierin niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/6131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. de Vries</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2845"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">klokkenluidersmelding. Werkgever heeft in het kader van Wbk onvoldoende bescherming geboden. Ontbinding met billijke vergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12085098 \ UE VERZ 26-48</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J.M. Hendriks</contributor><issued>2026-06-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9750"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting / negatief ROW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/8131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2976</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2976</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2976"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot schadevergoeding na proeftijdontslag wegens schending precontractuele informatieplicht werkgever. Werknemer is deels niet-ontvankelijk vanwege de vervaltermijn uit art. 7:686a BW. De overige vorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11973770 \ UC EXPL 25-9199</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-06-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14140"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een studietoeslag op grond van de Participatiewet (PW). Eiseres is het hier niet mee eens en stelt, onder verwijzing naar het medisch advies van 19 september 2025, dat zij niet in staat was om het minimumloon te verdienen en het college onvoldoende waarde heeft gehecht aan dit medisch advies. De rechtbank is het met eiseres eens, omdat een deugdelijke motivering ontbreekt voor de afwijzing van de aanvraag. Het beroep slaagt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/1759</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. de Vries</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2972</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2972</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2972"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">afwijzing ontbinding arbeidsovereenkomst met zangeres koor, geen deugdelijk verbetertraject, werkgever moet werknemer daadwerkelijke verbeterkans geven, ook geen voldragen g- of h-grond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12068329 \ ME VERZ 26-12 BW 31650 DEF</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M.J. Schoenaker</contributor><issued>2026-06-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2986"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Loondoorbetaling bij ziekte. Feitelijke arbeidsomvang week structureel af van gecontracteerde 18 uur per week en op grond van de cao NBBU moet 90% van het loon worden doorbetaald bij ziekte. Gemiddelde arbeidsomvang wordt bepaald op 9,9 uur per week.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12182024 \ UV EXPL 26-90</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-06-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2984"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontbindingsverzoek werknemer wordt toegewezen zonder vergoeding, werkgever heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld, ook de verzoeken tot nabetaling van loon en provisie tijdens (langdurige) ziekte en in het derde ziektejaar worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12040838 \ ME VERZ 26-1 BW 31650 DEF</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M.J. Schoenaker</contributor><issued>2026-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7765</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7765</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7765"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen besluit waarin het bezwaar van MOB niet-ontvankelijk is verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. Minister ten onrechte besloten dat geen sprake is van procesbelang. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/4204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. G.A. van der Straaten, mr. M. Duifhuizen, mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14307</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14307</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14307"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot moord, bedreiging, vernieling en huisvredebreuk. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast wordt een maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr opgelegd voor de duur van vijf jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/252187-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Buiskool, mr. A.M.C. de Haan, mr. G. Elst</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14192"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het in bezwaar gehandhaafde verkeersbesluit van het college van 29 april 2025, waarbij twee parkeerplaatsen aan de Maria Tesselschadelaan ter hoogte van nummer 45 in Hoofddorp alleen zijn aangewezen voor het opladen van elektrische auto’s. Eisers zijn het niet eens met dit besluit, omdat zij niet willen dat gewone parkeerplaatsen verloren gaan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het verkeersbesluit niet in strijd is met het recht, zodat er geen grond is het besluit te vernietigen. Niet valt in te zien dat het college een van de door eisers aangedragen alternatieven had moeten aanwijzen als laadplaats voor elektrische auto’s. Het college heeft in redelijkheid tot het besluit kunnen komen en het besluit van een toereikende onderbouwing voorzien. De belangen van eisers nopen niet tot een andere beslissing. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/1473</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H.M. Bruin</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30386"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">veroordeling overtreding Opiumwet, verbeurdverklaring, redelijke termijn</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/345290-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, mr. S.E. Bandsma, mr. C.D.V. Efstratiades</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7273"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Aftrek zorgkosten. De kosten zijn niet aannemelijk gemaakt. Verzuimboete is te hoog omdat niet kan worden vastgesteld dat de papieren aangifte is verzonden. Beroep gegrond voor zover het ziet op de verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3920</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14127"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering tot nakoming overeenkomst. Afwijzing. Onvoldoende aannemelijk is dat nog een overeenkomst tussen partijen bestaat waarvan nakoming kan worden gevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723826 / KG ZA 26-802</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Sikkel</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7357"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning voor het oprichten van een aanbouw over twee bouwlagen. Bezonning en stedenbouwkundige aanvaardbaarheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/2342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Heijerman</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30740"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT – asiel – gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.16609</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30748"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT – asiel – gegrond – kruisjesformulier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.3117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30749</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30749</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30749"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT – asiel – kennelijk niet-ontvankelijk – prematuur beroepschrift.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30888</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30888</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30888"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Alimentatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/700349</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.D.A. Geleijns</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1274"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad verklaart zicht onbevoegd. Tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, Awb kan geen hoger beroep worden ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/954 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5690"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging voorlopige voorziening, wel ontvankelijk want gewijzigde omstandigheden, maar op dit moment kan geen sprake zijn van (on)begeleide omgang want sprake geweest van huiselijk geweld tegen moeder en onduidelijk is of de kinderen in die context bezien veilig zijn bij de vader.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349786</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van Bruggen</contributor><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1275</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1275</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1275"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening en terugvordering ANW-uitkering. Vroegpensioen van de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek aangemerkt als overig inkomen dat op de ANW-uitkering in mindering wordt gebracht. Geen kennelijk onredelijk resultaat. Geen onaanvaardbare financiële consequenties.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/430 ANW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1279</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1279</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1279"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar tegen ingangsdatum verleende ontheffing verzekeringsplicht AOW, Anw en AKW. Geen sprake van onbillijkheid van overwegende aard. Svb niet gehouden tot ontheffing met terugwerkende kracht. De Svb kan niet worden verweten appellant niet actief te hebben geïnformeerd over zijn verzekeringspositie. Een dergelijke informatieplicht volgt ook niet uit Vo 987/2009.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2010 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6059"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burengeschil, erfdienstbaarheid, recht van overpad. Tijdelijke beperkingen erfdienstbaarheid toegestaan, andere verboden. Dwangsommen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351499 / KG ZA 26-201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van Diggele</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1280"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening voor vervoer in de vorm van een gesloten buitenwagen. De Raad verenigt zich met de aangevallen uitspraak. Appellante wordt niet gevolgd in haar standpunt dat een gesloten buitenwagen nodig is, omdat ze niet in de kou met de scootmobiel kan reizen vanwege een toename van overprikkelingsklachten. Dat appellante gepaste kleding en verkrijgbare oplossingen voor de scootmobiel, zoals een voetenzak en een scherm geen gebruik kan maken, omdat dit haar teveel energie zou kosten, is door haar niet onderbouwd. Bovendien kan zij bij slecht weer eventueel gebruik maken van individueel taxivervoer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1832 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14146"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis; VvE; oud-bestuurder VvE sluit overeenkomst zonder machtiging vergadering VvE; oud-bestuurder aansprakelijk voor de schade die de eigenaar daardoor lijdt; geen schadestaat, maar begroting schade in deze procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712237 / HA ZA 25-1136</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Velzen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1281</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1281</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1281"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er geen machtiging overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/966 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1282"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/15 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13499</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13499</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13499"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur bedrijfsruimte. Verzoek tweede verlenging ontruimingstermijn 7:230a BW afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12073073 VZ VERZ 26-283</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9959</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9959</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9959"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak bedrijfsruimte. Huurders stellen dat zij geen toegang hadden tot de parkeerplaats, zodat sprake is van een gebrek en/of zij huur onverschuldigd hebben betaald. De mogelijkheid tot huurprijsverlaging wegens een gebrek is echter in de algemene bepalingen uitgesloten, zodat huurders daar geen aanspraak op kunnen maken. Evenmin hebben huurders de huur onverschuldigd betaald, omdat aan de betalingen een huurovereenkomst ten grondslag ligt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12119004 \ CV EXPL 26-2893</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30250"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, uitleg splitsingsakte, het is onvoldoende aannemelijk dat het gebruik voor begeleid wonen in strijd is met de splitsingsakte op grond waarvan het appartement de bestemming van bedrijfsruimte heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710114 / KG ZA 26-862</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H.J. Vetter</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2910</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2910</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2910"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur bedrijfsruimte. Voorwaardelijk verzoek tot verlenging ontruimingstermijn. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst moet worden gekwalificeerd als overeenkomst met betrekking tot de huur van ruimte als bedoeld in artikel 7:230a BW. Partijen zijn na het sluiten van de huurovereenkomst geen wijziging van het toepasselijke huurregime overeengekomen. Wetsartikelen: 7:230a BW, 7:290 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.343/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3557"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurachterstand. Geschil over de ingangs- en einddatum van de huur en de vraag of overeengekomen is dat de verhuurder het bedrijf van de huurder overneemt. Schending substantiëringsplicht door de verhuurder. Sanctie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11557039 \ MC EXPL 25-991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7153"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">vordering tot ontruiming bedrijfsruimte + betaling huurachterstand in kort geding toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12360302 \ UV EXPL 26-216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.R. Scharrenborg</contributor><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10329"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 36-jarige man is vrijgesproken van een rol bij de invoer van circa 144 kilo hennep in vereniging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-014844-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10328"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 28-jarige man is veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf. Verdachte heeft zich samen met anderen beziggehouden met het op grote schaal en zonder de vereiste registratie voorhanden hebben en verhandelen van ketamine. Daarnaast heeft hij een aanzienlijke hoeveelheid hennep vervoerd. Zijn handelen maakte deel uit van een professioneel opgezette handelsstructuur, gericht op de verdere verspreiding van deze middelen. De rechtbank rekent verdachte in het bijzonder de professionele en georganiseerde wijze van handelen aan. Verdachte en zijn medeverdachten zijn vanuit het buitenland naar Nederland gekomen en hebben hier een infrastructuur opgezet ten behoeve van de handel in hennep en ketamine. Zij huurden opslaglocaties en een woning, die ook werd gebruikt om ketamine in bloemornamenten te verwerken. Daartoe werd de ketamine gemengd met gips en water en in mallen gegoten. Deze werkwijze was erop gericht de ketamine te verbergen en de verdere internationale verspreiding daarvan mogelijk te maken. Daaruit blijkt een planmatige aanpak, waarbij doelbewust gebruik werd gemaakt van Nederlandse locaties en voorzieningen. Met zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van de illegale handel in hennep en ketamine. Deze handel brengt maatschappelijke schade met zich en faciliteert de beschikbaarheid van middelen waarvan het (ongereguleerde) gebruik gezondheidsrisico’s oplevert. De rechtbank betrekt daarbij de omvang van de handelsvoorraad, de samenwerking met anderen en de verhullende werkwijze. Er zijn procesafspraken gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-014809-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10327"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 30-jarige man is veroordeeld tot 19 maanden gevangenisstraf. Verdachte heeft zich samen met anderen beziggehouden met het op grote schaal en zonder de vereiste registratie voorhanden hebben van ketamine. Daarnaast heeft hij samen met anderen een hoeveelheid hennep binnen het grondgebied van Nederland gebracht. Zijn handelen maakte deel uit van een professioneel opgezette handelsstructuur, gericht op de verdere verspreiding van deze middelen. De rechtbank rekent verdachte in het bijzonder de professionele en georganiseerde wijze van handelen aan. Verdachte en zijn medeverdachten zijn vanuit het buitenland naar Nederland gekomen en hebben hier een infrastructuur opgezet ten behoeve van de handel in hennep en ketamine. Zij huurden opslaglocaties en een woning, die ook werd gebruikt om ketamine in bloemenornamenten te verwerken. Daartoe werd de ketamine gemengd met gips en water en in mallen gegoten. Deze werkwijze was erop gericht de ketamine te verbergen en de verdere internationale verspreiding daarvan mogelijk te maken. Daaruit blijkt een planmatige aanpak, waarbij doelbewust gebruik werd gemaakt van Nederlandse locaties en voorzieningen. Met zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van de illegale handel in hennep en ketamine. Deze handel brengt maatschappelijke schade met zich en faciliteert de beschikbaarheid van middelen waarvan het (ongereguleerde) gebruik gezondheidsrisico's oplevert. De rechtbank betrekt daarbij de omvang van de handelsvoorraad, de samenwerking met anderen en de verhullende werkwijze. Er zijn procesafspraken gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-014917-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10326"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 30-jarige man is veroordeeld tot 19 maanden gevangenisstraf. Verdachte heeft zich samen met anderen beziggehouden met het op grote schaal en zonder de vereiste registratie voorhanden hebben van ketamine. Daarnaast heeft hij samen met anderen een hoeveelheid hennep binnen het grondgebied van Nederland gebracht. Zijn handelen maakte deel uit van een professioneel opgezette handelsstructuur, gericht op de verdere verspreiding van deze middelen. De rechtbank rekent verdachte in het bijzonder de professionele en georganiseerde wijze van handelen aan. Verdachte en zijn medeverdachten zijn vanuit het buitenland naar Nederland gekomen en hebben hier een infrastructuur opgezet ten behoeve van de handel in hennep en ketamine. Zij huurden opslaglocaties en een woning, die ook werd gebruikt om ketamine in bloemenornamenten te verwerken. Daartoe werd de ketamine gemengd met gips en water en in mallen gegoten. Deze werkwijze was erop gericht de ketamine te verbergen en de verdere internationale verspreiding daarvan mogelijk te maken. Daaruit blijkt een planmatige aanpak, waarbij doelbewust gebruik werd gemaakt van Nederlandse locaties en voorzieningen. Met zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van de illegale handel in hennep en ketamine. Deze handel brengt maatschappelijke schade met zich en faciliteert de beschikbaarheid van middelen waarvan het (ongereguleerde) gebruik gezondheidsrisico's oplevert. De rechtbank betrekt daarbij de omvang van de handelsvoorraad, de samenwerking met anderen en de verhullende werkwijze. Er zijn procesafspraken gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-014870-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10193"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">IPR, verstek (eindvonnis). Eiseres heeft printscreens overgelegd waarop te zien is dat een schadehersteller, zoals gedaagde partij, akkoord dient te gaan met de AV van eiseres voordat zij een offerte kan indienen via de website van eiseres. Partijen hebben daadwerkelijk ingestemd met de forumkeuze in de AV zodat het forumkeuzebeding voldoet aan de vormvereisten van artikel 25 lid 1 sub a Brussel I-bis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11758692 \ CV EXPL 25-8596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9985"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot betaling koopsom toegewezen. Hoofdsom gedeeltelijk betwist - gedaagde stelt meer te hebben betaald maar heeft daarvan geen betaalbewijs. Verweer slaagt niet. Geen matiging rente of proceskosten. Ambtshalve beoordeling bevoegdheid kantonrechter ivm beloop vordering (art. 93 sub a Rv)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12103978 CV EXPL 26-2028</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6917"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Balanscontinuïteit. Vereiste aangifte. Belanghebbende drijft samen met zijn broer een vennootschap onder firma. Het eindvermogen en de voorraadwaardering per 31 december 2018 sluiten niet aan bij het beginvermogen en de voorraadwaardering per 1 januari 2019. Belanghebbende heeft geen aangifte IB/PVV 2019 in de zin van de wet gedaan. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende niet heeft doen blijken dat en in hoeverre de door de inspecteur bij de bepaling van de fiscale winst 2019 in aanmerking genomen herwaardering van de voorraad onterecht is. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23/4675 en 25/3227</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P. Vaatstra</contributor><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5191"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting. Schuldigerkenning. Fictieve verkrijging in verband met niet tijdig en volledig betalen rente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2079"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Geen zelfstandig recht op toezending van stukken in de bezwaarfase. Het staat inspecteur in beginsel vrij om in (hoger) beroep nieuwe verweren aan te voeren. Geen vooruitbetaling, afkoop of verrekening van partneralimentatie. Verrekening van een hoofdvordering onder opschortende voorwaarde slechts mogelijk na vervulling van de voorwaarde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/897</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, B.J. Rubbens, J Rietveld</contributor><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:2269</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7355"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmaningskosten en kosten dwangbevel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4726</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5303"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wfsv. Verzekeringsplicht bestuurders</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1959</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:7860</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3389"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV 2020 en 2021. Geen bron van inkomen. Geen recht op ondernemersaftrek. Geen aftrek voor zorgkosten en scholingsuitgaven. Geen schending hoorplicht. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/3355 en LEE 24/4506</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5195"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Schending hoorplicht. Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1152 en 25/1153</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3479"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Is het gelijkheidsbeginsel geschonden als voor een overnachting op een camping wel en op een camperplaats geen toeristenbelasting (artikel 224 Gemeentewet) wordt geheven?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/599</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.T.M. Hennevelt</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6018"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over toetsingskader nieuwe jurisprudentie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/354 en 25/355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:9107</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8719</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8719</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8719"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6029 en 25/6030</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1687</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1687</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1687"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3234</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1688"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01027</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:407</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2078"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting. Belanghebbende houdt de gemeubileerde en niet-verhuurde recreatiewoning voor zich en zijn gezin beschikbaar. Niet aannemelijk gemaakt dat de woning onbereikbaar was of redelijkerwijs niet gebruikt kon worden. Of en in hoeverre van een gemeubileerde woning daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt is voor de forensenbelasting niet van belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/641, 25/642 en 25/643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, B.J. Rubbens, P.J. Wattel</contributor><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:974</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1628"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; art. 7:2 Awb; art. 47 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; Unierechtelijke verdedigingsbeginsel; de bezwaarprocedure is niet een gerechtelijke geding als bedoeld in art. 47 Handvest; diverse andere klachten over schending van Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/02570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:4945</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2571"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ 2021 woning. Verwijzing. Geen recht op kostenvergoeding voor bezwaarfase. Belanghebbende heeft de overeenkomst van opdracht met Eerlijke WOZ niet (voortijdig) opgezegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2462"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8b Wet Vpb. Transfer pricing. Kredietfaciliteiten met ‘headroom’. Variabele rente over verstrekte bedragen en ‘commitment fees’ over totaalbedragen faciliteiten. Bij de toetsing van de vergoedingen aan het ‘at arm’s length-beginsel’ mag de totale-kostenbenadering worden gehanteerd, waarbij het Hof uitgaat van een ex-ante-invulling van de totale-kostenbenadering aan de hand van forward rates. Het Hof heeft in de tussenuitspraak het onderzoek heropend en de Inspecteur in de gelegenheid gesteld het door hem aangeboden bewijs in te brengen waaruit volgt wat at arm’s length (totale) vergoedingen ter zake van faciliteiten 1, 3, 3a, 5 en 7bn zouden bedragen in de onderhavige jaren indien de credit ratings van belanghebbende (voor faciliteit 3a: na correctie) worden gevolgd. Na heropening geeft het Hof een toetsingskader voor de selectie, correctie en eliminatie van door partijen na de tussenuitspraak aangedragen (nieuwe) comparables. Wat betreft faciliteiten 1, 3a, 5 en 7bn slaagt de Inspecteur voor een belangrijk deel in de op hem rustende bewijslast. Hoewel voor deze faciliteiten de zakelijke opslagen op een hoger percentage uitkomen dan waarvan de Inspecteur uitgaat, liggen deze telkens (ruimschoots) lager dan de door het Hof in het kader van de ex-ante-invulling van de totale-kostenbenadering herrekende kostenopslagen. In zoverre heeft de Inspecteur aan zijn bewijslast voldaan de omvang van de door hem bepleite correcties aannemelijk te maken. Het Hof acht aannemelijk dat voor ieder van de onderhavige jaren de volgens de aangiften verschuldigde belasting als gevolg van de geaccepteerde correcties verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting en dat deze verschillen ook op zichzelf bezien voor ieder jaar zeer aanzienlijk zijn. Tevens is voldaan aan het bewustheidsvereiste. De verrekenprijsdocumentatie (benchmarkanalyse) van belanghebbende vertoonde belangrijke gebreken, die maken dat zij onvoldoende grond bood om ervan uit te gaan dat de rekening gebrachte kosten zakelijk waren. Daar komt nog bij dat niet aannemelijk is dat kredietwaardigheidsanalyses beschikbaar waren op de momenten dat zij aangiften deed. Belanghebbende heeft gelet op het voorgaande op zijn minst lichtvaardig aangifte aangedaan en had zich van de onzakelijkheid van de door haar gehanteerde verrekenprijzen bewust moeten zijn. Het Hof merkt de primaire en subsidiaire standpunten van de Inspecteur niet aan als een redelijke schatting, omdat zij aansluiten bij de credit rating van de tophoudster, terwijl hij ook beschikte over de credit ratings van de schuldenaar. De thans (na de tussenuitspraak) voorgestelde correcties voldoen wel aan de eisen van een redelijke schatting. Belanghebbende slaagt gedeeltelijk in de op haar rustende verzwaarde bewijslast, in de zin dat de correcties voor faciliteit 3 komen te vervallen en die voor faciliteit 7bn verder worden beperkt. De Inspecteur beschikt over een navordering rechtvaardigend nieuw feit. De correcties die volgens het oordeel van het Hof standhouden berusten telkens op comparables die de Inspecteur pas in hoger beroep bekend zijn geworden en hij kon daar redelijkerwijs niet eerder mee bekend zijn. Verder oordeelt het Hof dat geen sprake is van een situatie waarin de Inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan door primitieve aanslagen op te leggen zonder de uitkomsten af te wachten van een onderzoek naar de aanvaardbaarheid van de aangifte. Belanghebbende heeft na de tussenuitspraak wel terecht betoogd dat aan haar te veel belastingrente in rekening is gebracht. De rentebeschikkingen dienen te worden verminderd voor zover vanaf 1 april 2014 een belastingrentepercentage van 8 (of hoger) is toegepast. De over deze periode verschuldigde belastingrente moet worden berekend naar een tarief van 4%, het in de vorenbedoelde periode voor andere belastingplichtigen dan vennootschapsbelastingplichtigen geldende belastingrentepercentage zoals neergelegd in artikel 30hb, lid 1, AWR. Om die reden is het hoger beroep van belanghebbende gegrond. Gelet op al het voorgaande is voorts het door de Inspecteur ingestelde hoger beroep gegrond, en het voorwaardelijke incidentele hoger beroep van belanghebbende ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/836, BK-23/837, BK-23/838, BK-23/839, BK-23/840, BK-23/845, BK-23/846, BK-23/847, BK-23/848 en BK-23/849</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:3019</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:12061</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12395"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Onroerendezaakrechtspersoon. Maatstaf van heffing in geval van economisch eigendom? Samenloopvrijstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/7655</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Kiers, C. Huisman, K.B. Woe</contributor><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1699</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1699</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1699"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01954</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3428</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:911"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm; Awb; art. 7:15 Awb; kan in hoger beroep voor het eerst over de kostenvergoeding in bezwaarfase worden geklaagd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04289</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7235</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7235</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7235"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting Vermogensetikettering. Verhuur van een pand door de dga aan een met hem verbonden vennootschap. Verkoop van de aandelen van deze vennootschap aan een derde leidt er niet toe dat belanghebbende genoemd pand mag heretiketteren naar privévermogen. Afwaardering van het pand naar lagere bedrijfswaarde is niet mogelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8501 en 24/8532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8196"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank laat de correcties van het resultaat uit overige werkzaamheid in stand, die zijn gemaakt vanwege de inkomsten die belanghebbende heeft genoten en zijn betrokkenheid bij het samenwerkingsverband. De rechtbank beoordeelt tevens de opgelegde boetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1750 tot en met 25/1753</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2433"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Voldoen met een parkeerapp. Indien de gemeente voldoening van parkeerbelasting met een parkeerapplicatie op de mobiele telefoon toestaat, dan dient zij ervoor zorg te dragen dat de correcte informatie wordt verstrekt over de geldende tarieven en parkeerzones. De parkeerder mag van de juistheid daarvan uitgaan. Op hem rust wel een onderzoeksplicht; de parkeerder dient na te gaan of de plek waarvoor hij het parkeren in de app aanmeldt overeenkomt met de plek waar hij daadwerkelijk parkeert. Doet hij dat niet en meldt hij het parkeren aan voor een parkeerzone die de parkeerapplicatie weliswaar voorstelt, maar die door een onnauwkeurigheid in de GPS-locatiebepaling van zijn mobiele telefoon niet de juiste is, dan dient dat voor zijn rekening te komen. Heeft de parkeerder door die fout te weinig parkeerbelasting voldaan, dan mag de heffingsambtenaar dat tekort naheffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:7520</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2869"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen extra vergoeding van immateriële schade. De in aanmerking te nemen termijn eindigt op het moment dat de rechtbank uitspraak doet en niet op het moment dat de rechtbank haar uitspraak bekendmaakt via verzending per post of plaatsing in het webportaal van de Rechtspraak. Met de uitspraak is het geschil en daarmee de door belanghebbende ondervonden spanning en frustratie ten einde gekomen. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6400"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Corona-avondklok vormt geen reden voor verschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 21/5011</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. Loof</contributor><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9514</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9514</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9514"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering afgifte stukken belastingplichtige en medewerking boekenonderzoek. Artikelen 42, 47, 49, 50 en 52 AWR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/354509 / KG ZA 26-297</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7728</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7728</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7728"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vpb. Bvdb 2001. De diensten die belanghebbende heeft verricht in [land] kwalificeren niet als ‘het verlenen van technische diensten’ overeenkomstig artikel 5, onderdeel c, onder 4° van het Bvdb 2001. Geen voorkoming van dubbele belasting. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/5813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Kiers, J.C. Brouwer, K.B. Woe</contributor><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1579</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1579</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1579"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artt. 6:6 en 8:24, lid 2, Awb; opvragen nieuwe machtiging; ECLI:NL:HR:2026:556</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01950</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:628</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1631"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 10, lid 1, letter j, Wet Vpb; art. 6:22 BW; aan werknemers onder opschortende voorwaarden verleende rechten op aandelen omgezet naar cashbonus; kan een voorziening worden gevormd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:685</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1096</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1692"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01890</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:564</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3842"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Motorrijtuigenbelasting. Sprake van een kennelijke verschrijving in de uitspraak op bezwaar en geen motiveringsgebrek. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/691</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Sanna</contributor><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6848"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte valse inkoopfacturen opgemaakt, op basis waarvan in de jaren 2020 tot en met 2022 onjuiste kwartaalaangiften omzetbelasting zijn gedaan. Daarnaast is door hen een betaalbewijs vervalst, en toegezonden aan de Belastingdienst. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-102990-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Palmboom, mr. M. Langstraat, mr. S.H.C. Merkx</contributor><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5272</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5272</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5272"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting; betalingsproces parkeerautomaat niet voltooid; beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_25_2222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30889"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">HTL + art. 56 Vw. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/13232 en NL26.45127</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30890</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30890</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30890"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">HTL + art 56 Vw. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/13656 en NL26.46632</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5324"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse Mployment onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van de woning aan de Heereweg 384A in Lisse door meer dan één huishouden te beëindigen en blijvend beëindigd te houden. Naar aanleiding van handhavingsverzoeken van [partij A] en andere omwonenden heeft het college controles uitgevoerd naar de bewoning van de woning aan de Heereweg 384A in Lisse (de woning). Tijdens deze controles is geconstateerd dat Mployment in de woning woonruimtes verhuurde aan verschillende huishoudens. Dit gebruik is volgens het college in strijd met artikel 2.12 onder b van het bestemmingsplan "Herziening begrippen", in samenhang met de bestemmingsplannen "Lisse Dorp" en "Eerste herziening Lisse Dorp". Daardoor overtreedt Mployment artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Het college heeft daarom een last onder dwangsom opgelegd, waarin Mployment is opgedragen om de overtreding voor 20 april 2022 te beëindigen en beëindigd te houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300277/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url></urlset>
