﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29195"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Verstekvonnis. Gedaagde is een ontbonden vennootschap. Opheffing executoriaal beslag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711762 / KG ZA 26-938</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. T.F. Hesselink</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13115"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering tot opheffen van beslag op een woning in verband met de overdracht daarvan. Toewijzing. Gedaagde heeft geen rechtens te respecteren belang bij handhaving van het beslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725616 / KG ZA 26-919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9196"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De via MyTrip geboekte vluchten kunnen niet worden aangemerkt als 'rechtstreeks aansluitende vluchten'. Er is sprake van zelfverbinding (self transfer).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11403772</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9198"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het defect aan de hydraulische druk moet worden aangemerkt als technisch mankement en is daarom géén buitengewone omstandigheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11532556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9199"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De wijziging van een slot (CTOT) en een verlate push back zijn buitengewone omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11550630</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9200"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Op grond van het toepasselijke Zwitserse recht kunnen ouders zonder voorafgaande rechterlijke machtiging namens hun minderjarige kinderen procederen. De nachtsluiting van Schiphol is niet relevant voor de litigieuze vlucht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11330530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9201</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9201</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9201"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De passagier heeft het gebrek in de stelplicht mbt de instapweigering hersteld. Zij heeft echter niet betwist dat zij de gevorderde compensatie inmiddels heeft ontvangen, zodat zij geen belang meer heeft bij haar vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11448204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9202"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het is voldoende gebleken dat de minderjarige kinderen hun vermeende vorderingen hebben overgedragen aan hun ouders. De reisagent heeft de vlucht geannuleerd, zodat de passagiers niet over een bevestigde boeking beschikten. Het ontbreken van een geldig vliegticket levert een geldige reden voor instapweigering op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11215141</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:4972</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:4972</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:4972"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afvalstoffenheffing. Eiser stelt ten onrechte dat zijn woning geen “perceel” is in de zin van de toepasselijke verordening. Eiser zegt ook dat hij nauwelijks gebruikmaakt van de gemeentelijke afvalinzameling en dat hij door betaling van servicekosten aan zijn verhuurder in feite tweemaal betaalt voor afvalinzameling. Dit doet aan zijn belastingplicht niet af. Uit het feit dat eisers bezwaar door de heffingsambtenaar ongegrond is verklaard kan niet worden afgeleid dat de heffingsambtenaar vooringenomen was bij het doen van uitspraak op bezwaar. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1289</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2025-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9203"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De passagier heeft de aanmaning(en) naar een niet-werkend e-mailadres gestuurd, zodat hij er niet op kon vertrouwen dat de aanmaning(en) de vervoerder hadden bereikt. De proceskosten worden daarom gecompenseerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11647021</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1083"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het gaat in deze zaak om de vraag of het Uwv op goede gronden heeft geweigerd om appellante met ingang van 25 april 2024 of in ieder geval 1 mei 2024 een WW-uitkering toe te kennen omdat ze niet voldoet aan de wekeneis. Het geschil spitst zich daarbij toe op de vraag welke dag de eerste werkloosheidsdag is. De Raad onderschrijft het standpunt van het Uwv dat dit 25 april 2024 is. Daarvan uitgaande voldoet appellante niet aan de wekeneis. Dit betekent dat het Uwv terecht heeft beslist dat appellante geen recht heeft op een WW-uitkering. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Algemene voorlichting op een website is niet aan te merken als een toezegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1693 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1092</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1092</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1092"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Judiciële lus. Intrekking van bijstand. Niet overleggen van bankafschriften. Goede procesorde. Appellant heeft op de zitting van de Raad bankafschriften van Triodos Bank overgelegd. De Raad acht het pas op de zitting overleggen van deze bankafschriften in strijd met de goede procesorde. Hierbij neemt de Raad in aanmerking dat het college vóór het bestreden besluit al drie keer om die afschriften heeft gevraagd en appellant dus al lange tijd op de hoogte was dat hij deze moest verstrekken. Appellant heeft geen reden gegeven waarom hij de bankafschriften, die volgens de datum op de prints al op 25 november 2025 zijn uitgeprint, niet eerder dan op de zitting van de Raad heeft kunnen overleggen. Het college had zich met een brief van 29 juni 2026 al afgemeld voor de zitting, waardoor hij niet inhoudelijk heeft kunnen reageren op de bankafschriften.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1415 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:803"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheidspercentage door het Uwv onjuist vastgesteld. Een Duitse zenuwarts/psychiater heeft gerapporteerd dat appellant nog licht tot middelzware fysieke arbeid kan verrichten, maar onder meer wel zonder tijdsdruk (‘ohne Zeitdruck’). Het Uwv heeft onvoldoende gemotiveerd waarom appellant bij het uitvoeren van eenvoudige taken wel kan werken met deadlines of productiepieken. Bij de geselecteerde functies sprake is van tijdsdruk en deze zijn niet geschikt voor appellant. De Raad voorziet zelf in de zaak door het besluit van 2 maart 2022 te herroepen en te bepalen dat appellant met ingang van 2 maart 2022 ongewijzigd recht heeft op een WGA-loonaanvullingsuitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1161 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1097</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1097</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1097"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag zorg op grond van de Wlz. Geen sprake van een noodzaak tot permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/656 WLZ</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1109</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1109</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1109"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling hoogte Wajong-uitkering over het jaar 2021. Het Uwv heeft terecht geen garantiebedrag vastgesteld omdat betrokkene niet voldoet aan de voorwaarde dat hij in zowel december 2020 als in januari 20221 inkomen moet hebben gehad, nu uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat hij in 2020 een negatief bedrijfsresultaat heeft gehad. Terugvordering van de ten onrechte uitbetaalde voorschotten per januari 2021. Betrokkene heeft een fiscale winst genoten uit zijn onderneming over het belastingjaar 2021.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/567 WAJONG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1141"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opvragen machtiging bij advocaat. Aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtsbijstand. Het uitgangspunt is dat bij een advocaat niet om een machtiging wordt gevraagd. Dit uitgangspunt is niet beperkt tot het voeren van rechtsgedingen en geldt ook voor de aanvraagfase. Niet in geschil is dat het dagelijks bestuur wist dat mr. IJpelaar advocaat is. Aldus moet ervan worden uitgegaan dat mr. IJpelaar het verzoek om bijzondere bijstand namens appellant heeft gedaan. Dit laat onverlet dat het dagelijks bestuur van appellant een verklaring mag verlangen waaruit blijkt dat hij, bij inwilliging van de aanvraag, ermee instemt dat de bijzondere bijstand wordt overgemaakt aan mr. IJpelaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2753 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1157"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellante kan haar eigen maatgevende arbeid verrichten met inachtneming van de beperkingen die zijn vastgelegd in de FML van 8 november 2024. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1910 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1090"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad bevestigt dat het college afwijzend mocht beslissen op een herhaalde aanvraag van appellant om jeugdhulp. Appellant heeft geen nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb naar voren gebracht. De weigering om terug te komen van de eerdere besluitvorming is ook niet evident onredelijk. Gedurende een ondertoezichtstelling is het de gecertificeerde instelling (GI), en niet het college, die bepaalt of en, zo ja, welke jeugdhulp is aangewezen bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Pas nadat de GI bepaald heeft dat en welke jeugdhulp is aangewezen, rijst de vraag of daarin kan worden voorzien door jeugdhulp in natura of in de vorm van een pgb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2078 JW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1119</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1119</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1119"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzingen verzoek om schadevergoeding. Er bestaan geen causaal verband tussen het onrechtmatige besluit van 16 juni 2016 en de door het college gestelde schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/42 BESLU</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1114</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1114</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1114"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het Uwv heeft terecht geweigerd om appellant een vergoeding meerkosten verzekering en meerkosten motorrijtuigenbelasting en een kilometervergoeding toe te kennen. De door appellante gewenste vervoersvoorzieningen zijn in beginsel inkomensafhankelijk. Dit is uitsluitend anders als het gaat om vervoersvoorzieningen die gezien de aard van die voorziening, ongeacht het inkomen, niet algemeen gebruikelijk zijn. In dit geval is de auto van appellant, een stationwagon, algemeen gebruikelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1439 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1139"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De aanvraag om een maatwerkvoorziening in de vorm van een tandemfiets is terecht door het college afgewezen. Niet is gebleken dat appellante zonder tandemfiets niet in aanvaardbare mate kan participeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2134 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1043"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat verzoekster niet in aanmerking komt voor export van haar Wajong-uitkering. Volgens verzoekster heeft het Uwv ten onrechte geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule. De Raad volgt dit standpunt en komt tot het oordeel dat het Uwv het verzoek van verzoekster om export van haar Wajong-uitkering ten onrechte heeft afgewezen. Omdat het beëindigen van de Wajong-uitkering in het geval van verzoekster zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, als bedoeld in artikel 3:19, tiende lid, van de Wajong en artikel 2 van de Beleidsregels, ligt een toewijzing van het verzoek in de rede. Gelet op artikel 4 van de Beleidsregels betekent dit dat het Uwv in een besluit aan verzoekster bekend dient te maken dat het de bevoegdheid om af te wijken van het exportverbod ten gunste van verzoekster zal uitoefenen indien zij binnen de termijn van één jaar buiten Nederland zal gaan wonen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1556 WAJONG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1108</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1108</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1108"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Terugvordering na herziening van de WAO-toeslag en boete. Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv bij de berekening van de aflossingscapaciteit van appellant toepassing mocht geven aan artikel 3, tweede lid van de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen (de Regeling), waarin is bepaald dat gebruik wordt gemaakt van de volledige aflossingscapaciteit van de schuldenaar. Naar het oordeel van de Raad had het Uwv artikel 3, tweede lid, van de Regeling buiten toepassing moeten laten en een lagere aflossingscapaciteit moeten vaststellen. De Raad voorziet zelf in de zaak en stelt de aflossingscapaciteit vast op nihil.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1692 WAO</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1075"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering A1-verklaring af te geven. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij in 2021 niet alleen vanuit Polen (en Duitsland) werkte maar ook – meer dan marginaal – vanuit Nederland. De Raad is net als de rechtbank van oordeel dat de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat eiseres werkzaamheden in Nederland heeft uitgeoefend, laat staan dat zij een substantieel gedeelte van haar werkzaamheden in Nederland verrichtte. De Nederlandse socialezekerheidswetgeving over de periode in geding is niet op appellante van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/330 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:918</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:918</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:918"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking van bijstand na opschorting. Opvragen bankafschriften. Zelf voorzien. Niet in geschil is dat in beroep is gebleken dat de bankrekening van appellant al sinds 15 oktober 2015 was opgeheven. Appellant kan dus ook niet worden verweten dat hij de gevraagde bankafschriften niet heeft verstrekt. Het college was daarom niet bevoegd om de bijstand van appellant in te trekken o.g.v. art. 54 lid 4 PW. Dat appellant pas in beroep duidelijkheid heeft verschaft over de bankrekening maakt dat niet anders. In dit geval betekent dit dat het recht op bijstand van appellant vanaf 15 mei 2021 herleeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2757 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9204"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De passagiers hadden feitelijk gezien in staat moeten zijn geweest om de aansluitende vlucht te halen. Dat zij de aansluitende vlucht niet hebben gehaald, komt dan ook voor hun eigen rekening en risico.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11521083</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:986"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overheidsprivaatrecht. Mededeling door bestuursorgaan van positieve fictieve beschikking als bedoeld in art. 3.9 lid 3 Wabo en § 4.1.3.3 Awb, terwijl van een dergelijke beschikking geen sprake is. Kan bestuursorgaan beroep doen op de onjuistheid van de mededeling bij verweer tegen vordering wegens te laat bekendmaken van de beschikking? Is sprake van een beschikking? Formele rechtskracht. Vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03366</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:985"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Zorgmachtiging. Onderzoek naar bekendheid betrokkene met mondelinge behandeling en naar bereidheid betrokkene zich te doen horen (art. 6:1 lid 1 Wvggz)? Aanhouding behandeling bij mogelijk verblijf betrokkene in buitenland (art. 6:1 lid 3 Wvggz)?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01285</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:987"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Onbegrijpelijke uitleg gedingstukken? Met art. 24 lid 1 Rv strijdige aanvulling van feitelijke grondslag?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04027</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:976</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:976</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:976"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Zorgmachtiging. Overbruggingsmachtiging bij deelbeschikking. Betrokkene niet gehoord door ontbreken tolk (art. 6:1 lid 1 Wvggz). Beslistermijn van art. 6:6 lid 2 Wvggz. Eindbeschikking niet aangevochten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/02348</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9205"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Nachtsluiting Schiphol niet van invloed op de vlucht in kwestie. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het gunstigst waren, maar dit ontslaat de vervoerder niet van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11638517</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9206"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het kan niet van de vervoerder gevergd worden dat hij de vlucht uitvoert, wetende dat het risico bestaat dat hij vanwege een tropische storm niet op de luchthaven van bestemming kan landen en ook niet kan uitwijken. De vlucht is dan ook terecht geannuleerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11521076</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30299"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vonnis. Toevertrouwing. Wijziging voorlopige zorgregeling. Beschuldigingen seksueel misbruik.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710523 / KG ZA 26-878</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.J. Hoekstra-van Vliet</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29792"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711712 / FA RK 26-8857</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29774"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710784 / JE RK 26-1437</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30326"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vreemdelingenbewaring, bewaringsgronden, lichter middel, voortvarend handelen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7007"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">toekennen huurrecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12335526 \ MV EXPL 26-110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.W. Nederveen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9207"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De (gestelde) nachtsluiting van Schiphol heeft niet tot gevolg dat het onmogelijk was om de vlucht náár Londen (vertraagd) uit te voeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11698673</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30327"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vreemdelingenbewaring, ambtshalve toetsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58995</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7056"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv, verlaging boete uit 2024, strijd met het evenredigheidsbeginsel. Deze kantonrechter sluit aan bij de uitspraak van 30 juni 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:3707) waarin de verhoging van de boetebedragen uit 2024 onverbindend is verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11962909 UM VERZ 25-6735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.P.F. Verheijen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9208"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Meer dan 24 uur vertraging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11573569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6857"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voortzetting uithuisplaatsing binnen vots. Moeder verblijft feitelijk in andere gemeente dan ingeschreven. Daardoor krijgt zij niet de noodzakelijke ondersteuning van het lokale team. Jeugdhulpverlening wordt daardoor ingezet vanuit gemeente van inschrijving. Nog geen stabiele thuisbasis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/616933 / JE RK 26-1314</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.A. van Kalveen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7055</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7055</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7055"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv, verlaging boete uit 2025, strijd met het evenredigheidsbeginsel. Deze kantonrechter sluit aan bij de uitspraken van 30 juni 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:3707 en ECLI:NL:RBMNE:2026:3708) waarin de verhogingen van de boetebedragen uit 2024 en 2025 onverbindend zijn verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12194516 AM VERZ 26-1022</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Reijnierse</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6859</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6859</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6859"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing aangehouden gedeelte verzoek verlenging ondertoezichtstelling. Reële aanwijzingen van huiselijk geweld brengen met zich mee dat een veiligheidscheck moet plaatsvinden. GI heeft ingezet op het afnemen van een MASIC.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/605559 / JE RK 26-75</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.A. van Kalveen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7054</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7054</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7054"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv, verlaging boete uit 2024, strijd met het evenredigheidsbeginsel. Deze kantonrechter sluit aan bij de uitspraak van 30 juni 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:3707) waarin de verhoging van de boetebedragen uit 2024 onverbindend is verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11960688 UM VERZ 25-6612</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Reijnierse</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6891"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/615571 / JL RK 26-483</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Weistra</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7035"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Herstelbeschikking, datum onjuist</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/613510 / FV RK 26-1603</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D. Riani el Achhab</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13909</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13909</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13909"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft een aanvraag gedaan om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag afgewezen, omdat sprake is van een ernstige onregelmatigheid: eiseres heeft geen kinderopvang afgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen terecht vastgesteld dat deze ernstige onregelmatigheid aan eiseres toerekenbaar is, omdat het aannemelijk is dat de betaalde kinderopvangtoeslag aan eiseres (een bankrekening van een minderjarig kind) ten goede is gekomen. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/2125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.P. Ferwerda</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7067</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7067</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7067"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De hulp die de GI wil inzetten valt onder de definitie van jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet. Toestemming van de gezaghebbende ouder is daarom niet vereist. Verzoek valt niet onder een aanmelding voor een onderwijsinstelling en ook niet onder de geschillenregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/614812 / JE RK 26-1089</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.L.M. Urbanus</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7058"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige zorgregeling, grensoverschrijdend gedrag vader (dat hij erkent), is niet acceptabel, betekent niet dat hij vaderrol niet kan vervullen. Wel moet hij ervaring kunnen opdoen, en is hulp/mediation nodig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/615853 / FL RK 26-911</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Atema</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9771"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3063</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13973"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geldvordering private leaseovereenkomst</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12200889 CV EXPL 26-10842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:189</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:189</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:189"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De Inspecteur handelt in strijd met artikel 15, lid 8, ALL door niet binnen een half jaar na de definitieve aangifte een aanslag op te leggen met een terug te geven bedrag. Het Gerecht draagt de Inspecteur op om binnen twee maanden de negatieve aanslag op te leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202600939</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.A.M. Pijnenburg</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13976</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13976</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13976"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurachterstand, ontbinding en ontruiming toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12139970 CV EXPL 26-6796</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7987"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident, verwijzing wegens verknochtheid, artikel 220 lid 1 Rv, tussentijds hoger beroep afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/469784</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. K.H.A. Heenk</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30333"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">uitgestelde toegangsweigering, overlap screening en grensprocedure, werkwijze grensprocedure</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56055</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4146"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Er is geen reden om aan te nemen dat het bestreden besluit leidt tot een dreigende (financiële) noodsituatie. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. Het verzoek is afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/2690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H. de Groot</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13977</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13977</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13977"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na deskundigenbericht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11181285 CV EXPL 24-16570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7063"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek op grond van artikel 15 AVG, betreffende loggegevens, afschrift van het medisch dossier, specificatie van medewerkers van verwerkingsverantwoordelijke en overige persoonsgegevens die niet in het medisch dossier zitten. Verzoek wordt gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/611297 / HL RK 26-29</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M.M. Steenberghe</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4152"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van een aanvraag om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. Betrokkene heeft een Ziektewetuitkering en zij kan ook nog een aanvraag indienen voor een bijstandsuitkering. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat verzoekster de uitspraak in de beroepsprocedure niet zou kunnen afwachten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/2546</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Sijens</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29783"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711283 / FA RK 26-8590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4153"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over een verzoek om een voorlopige voorziening. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat sprake is van een zodanige acute situatie dat de uitspraak van de rechtbank in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, omdat er geen spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/2665</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H. de Groot</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7905"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning voor de opvang van 55 alleenstaande minderjarige vreemdelingen voor een periode van 10 jaar (BOPA). Participatie. Sociale veiligheid. Uitvoerbaarheid. Divergentie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26_2091 en 26_2103</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25379"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">geloofwaardigheid; Ebilum; gegrond met instandlating van de rechtsgevolgen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.26309</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2386"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 9 en 10, leden 1, 2 en 8, Wet Bpm. Naheffingsaanslag Bpm. Hoogte van de handelsinkoopwaarde. Schadeverleden. Belanghebbende is niet geslaagd in de op hem rustende bewijslast aannemelijk te maken dat ten tijde van de aangifte voor de auto sprake was van meer dan normale gebruikersschade. Belanghebbende is verder niet geslaagd in de op hem rustende bewijslast aannemelijk te maken dat reden bestaat voor een waardevermindering wegens een schadeverleden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1262</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:21819</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30334</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30334</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30334"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, 59a, eerste lid Vw, geen terugkeerbesluit/overdrachtsbesluit, vaststelling significant risico op onderduiken bij staandehouding en ophouding, horen zonder advocaat, grondslag 59a, artikel 44 van de AMbV, alle gronden betwist, geen lichter middel, voldoende voortvarend, zicht op uitzetting, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59145</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28772"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">pkv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/1678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29815</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29815</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29815"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Conventie en reconventie. Nakoming vonnis. Doel en strekking. Redelijkheid en billijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712340 / KG ZA 26-978</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.R. Glass</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29451</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29451</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29451"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. Aanvraag voor het vergroten van reclamezuil is in strijd met redelijke eisen van welstand. Belang van stedenbouw heeft college zwaarder mogen wegen dan belang van eiseres; geen sprake van ETFAL. Geen voorkeursbehandeling nabijgelegen bouwproject.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/7854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7289"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling feitelijk leidinggeven belastingfraude. Taakstraf 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, proeftijd 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82/063333-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Vermeulen, mr. G.M. Blanken, mr. A.H.J. Saes</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29768"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verwijzing zaken naar rechtbank Noord-Holland ivm relatieve competentie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/683530 / FA RK 25-2779</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. de Jong-Kwestro</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13397"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever beëindigt met een beroep op een ontbindende voorwaarde de arbeidsovereenkomst met werknemer. Dit is niet rechtsgeldig, werkgever heeft beslissende invloed gehad op het intreden van de ontbindende voorwaarde. De opzegging wordt daarom vernietigd, met veroordeling van werkgever tot doorbetaling van loon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12200682 VZ VERZ 26-2110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C.J. Frikkee</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9780"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, traditionele molen, beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13135"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verstek. De verzochte transitievergoeding, vakantie-uren en salarisspecificaties komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden (dus) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12317730</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9910</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9910</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9910"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zakelijke kredietovereenkomst met borgtocht. Veroordeling tot betaling van het gevorderde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/784292 / HA ZA 26-207</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7828</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7828</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7828"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening. Uitsluitend gebruik echtelijke woning. De man wil de woning nog kunnen betreden voor onderhoud en om de thuiswerkverbinding te behouden. De rechtbank staat dat niet toe, ondanks dat de woning eigendom van de man is. Er zijn teveel spanningen, die worden versterkt door de hoop van de man op verzoening, terwijl de vrouw daarvoor geen mogelijkheid meer ziet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/471612 FZ RK 26-2248</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29772"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:99</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:99</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:99"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak, duur uitzendovereenkomst</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11866725 \ LE VERZ 25-56</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.R. van der Vos</contributor><issued>2026-01-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7840"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling. Afwijzing verzoek tot verlenging. Samengesteld gezin. De onveiligheid en onrust die werd veroorzaakt door de vader van de andere kinderen is voldoende afgenomen. De positieve lijn kan in het vrijwillig kader worden voortgezet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/471106 / ZJ RK 26-694</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:98</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:98</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:98"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">verzoek mbt aandelen niet connex en ook andere partij en daarom niet ontvankelijk. Onterecht ontslag op staande voet en onterechte loonsanctie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11921067 UE VERZ 25-307 LvdH/1470</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J.M. Hendriks</contributor><issued>2026-01-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29760</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29760</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29760"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">MK scheiding met nevenvoorzieningen, waaronder partneralimentatie en afwikkeling huwelijkse voorwaarden met vergoedingsvorderingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/691450 / FA RK 25-6881</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland, mr. E.D.A. Geleijns, mr. J. van Dijk</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:96</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:96</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:96"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet wegens diefstal. Verzoek tot toekennen billijke vergoeding. Kantonrechter wijst het verzoek af omdat het ontslag rechtsgeldig is gegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11920325 \ UE VERZ 25-303</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J.M. Hendriks</contributor><issued>2026-01-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:95</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:95</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:95"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak, duur uitzendovereenkomst</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11866777 \ LE VERZ 25-57</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.R. van der Vos</contributor><issued>2026-01-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9993"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Laan van Vlaanderen wijk in (richintg Eisdenstraat/Vlimmerenstraat) Amsterdam, gedraging van ná 11 oktober 2024. De bebording is per 11 oktober 2024 aangepast. Er is een vooraankondigingsbord toegevoegd, stelt verweerder. Hoewel de kantonrechter aanneemt dat een vooraankondigingsbord is bijgeplaatst zijn de schouwrapporten sinds 11 oktober 2024 niet aangepast. Een nieuw vooraankondigingsbord wordt hierop niet vermeld. Er kan dus nog steeds niet worden aangenomen dat sprake was van duidelijke en ondubbelzinnige bebording. De onderhavige sanctie kan daarom niet in stand blijven, en het beroep wordt daarom gegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11915639 WM VERZ 25-17984</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7841</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7841</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7841"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Provisionele voorziening in procedure vervangende toestemming erkenning. Afwijzing uitgebreide omgangsregeling. Rechtbank loopt niet vooruit op vaderschap. Wel family life. Omgang moet begeleid en op neutrale locatie vanwege zorgen over veiligheid na aantreffen vuurwapen in woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/470124 / FZ RK 26-1938</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:385"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Auteursrechtinbreuk niet vast te stellen; werk niet ingebracht in procedure door eiseres. Art. 8 Aw. Opzegging of ontbinding; gedeeltelijke ongedaanmaking en schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 590686 / HA ZA 25-162</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. Schuman</contributor><issued>2026-02-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7335"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verwerpt het preliminaire verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging. De rechtbank spreekt verdachte vrij ten aanzien van het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting (feit 1). De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het meermalen plegen van valsheid in geschrifte (feit 2) en het meermalen gebruik maken van valse geschriften (feit 3). De rechtbank verklaart verdachte schuldig zonder oplegging van straf of maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-007286-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.H.E. Boerma, mr. S.J.H. van de Kant, mr. M. Langstraat</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:387"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">vordering tot betaling ADV-uren na einde dienstverband afgewezen, finale kwijting, kenbaar beleid dat ADV-uren niet worden uitbetaald, positie werknemer en professionele rechtsbijstand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11739433 \ LC EXPL 25-1259 BW 31650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-02-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3324"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 juli 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [wederpartij] ongeldig verklaard met ingang van 1 augustus 2024. [wederpartij] is op 18 januari 2024 betrokken geweest bij een eenzijdig verkeersongeval. Uit de uitgevoerde ademanalyse bleek dat hij onder invloed van alcohol was en dat het alcoholgehalte 1075 µg/l (2,473‰) bedroeg. De politie Zeeland-West-Brabant heeft daarom aan het CBR een mededeling gedaan van het vermoeden dat [wederpartij] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of geschiktheid voor het besturen van een motorrijtuig. Het CBR heeft bij besluit van 23 januari 2024 een onderzoek opgelegd naar de rijgeschiktheid van [wederpartij] en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Het onderzoek naar de rijgeschiktheid vond plaats op 25 mei 2024. De psychiater heeft in het rapport van het onderzoek van 25 mei 2024 geconcludeerd dat op basis van alle relevante gegevens de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ gesteld kan worden en dat het aannemelijk is dat met het alcoholmisbruik is gestopt sinds 19 januari 2024.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504972/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3012"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vasthouden mobiel elektronisch apparaat. Het met de hand omsluiten van een mobiele telefoon die zich in een houder bevindt moet worden aangemerkt als vasthouden in de zin van artikel 61a van het RVV 1990.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.666/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7856"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt vrijgesproken van het verlaten van de plaats van het ongeval. De verdachte zat als bijrijder in het voertuig waarmee een dodelijke aanrijding is veroorzaakt. Niet is komen vast te staan dat het ongeval mede door haar gedraging is veroorzaakt. De verdachte is daarmee niet betrokken bij een verkeersongeval in de zin van artikel 7 WVW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-360280-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. de Lange, mr. J.C. Oord, mr. E.M. Moison</contributor><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3002</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3002</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3002"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vasthouden mobiel elektronisch apparaat. Het af en toe aantikken van een mobiele telefoon die op de middenconsole was geplaatst kan niet worden aangemerkt als vasthouden in de zin van artikel 61a van het RVV 1990. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.955/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:4819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:4819"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gemeente is niet aansprakelijk voor stofoverlast veroorzaakt door verkeer over een half verharde bosweg. Tegen de achtergrond van de omstandigheden van het geval en de wederzijdse belangen van partijen bestaat onvoldoende grond voor de conclusie dat de hinder onrechtmatig is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/345194 / HA ZA 25-393</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-06-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:4255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:4255"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil letselschade. Tussenbeschikking. Overeenkomstig de tussen partijen gemaakte procesafspraak beslist de rechtbank alleen over het verzoek om te oordelen dat tussen hen geen (geldige) vaststellingsovereenkomst met finale kwijting is gesloten. De rechtbank oordeelt dat dit verzoek in een deelgeschil kan worden behandeld en wijst het verzoek toe. Wilsvertrouwensleer. Aanbod en aanvaarding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712603 HA RK 25-1264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2026-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:4418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:4418"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Betaling van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand gedeeltelijk toegewezen aan twee eisers in zaken over letselschade na verkeersongeval; aansprakelijkheid verzekeraar erkend, maar geschil over causaal verband en schadeafwikkeling; rechtbank beoordeelt kosten aan de hand van de dubbele redelijkheidstoets volgens artikel 6:96 lid 2 BW: het verband tussen kosten en aansprakelijkheid, de noodzaak van rechtsbijstand, en de redelijkheid van de kosten zijn vastgesteld; verzoeken voor deelgeschilprocedure zijn geschikt en worden gedeeltelijk toegewezen; uren en tarieven deels gematigd; verzekeraar veroordeeld tot betaling van circa € 7.863 per eiser aan buitengerechtelijke kosten en vergoeding van deelgeschilkosten; beslissing conform artikel 1019w Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 778921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-05-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6054</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6054</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6054"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Causaal verband tussen het ongeval en de cognitieve klachten is onvoldoende onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/777829 / HA RK 25-376</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-06-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:5220</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:5220</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:5220"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak art 6 WVW. Eén kortdurend moment van onoplettendheid onvoldoende voor aanmerkelijke schuld. Schuldigverklaring zonder straf voor art 5 WVW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.002892.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Bastiaans, mr. K. Mestrom, mr. L.H.M. Geuns</contributor><issued>2026-05-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1058"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 15 lid 1 WAM, artikel 7:952 BW, criterium roekeloosheid. Geen roekeloos rijgedrag, schade niet van dekking uitgesloten op basis van de polis, beroep van WAM-verzekeraar op de tenzij-bepaling van art. 15 lid 1 WAM slaagt niet, geen regresvordering op de aansprakelijke persoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.925/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-04-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7133"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Letselschade na een aanrijding. Zijn de ervaren en gepresenteerde klachten aan te merken als ongevalsgevolg? Ontbreken van juridisch causaal verband nu sprake is van onduidelijkheid met betrekking tot de toedracht van het ongeval, het ongevalsmechanisme niet verklarend is voor de klachten, het klachtenpatroon al bestond vóór het ongeval en er een alternatieve verklaring is voor de klachten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/693298 / HA ZA 25-108</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K.A. Baggerman</contributor><issued>2026-06-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:10242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:10242"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Een bestuurder van een bij Allianz verzekerde autohoogwerker is met de autohoogwerker een gracht in Delft ingereden, waardoor het voertuig ernstig beschadigd is geraakt. Allianz heeft de schade aan haar verzekerde vergoed. De rechtbank komt tot het oordeel dat de weginriching destijds onrechtmatig gevaarzettend was en dat geen sprake was van eigen schuld van de bestuurder. De gemeente is daarom aansprakelijk voor de door Allianz als gevolg van het ongeval geleden schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 692500</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J. Seinen</contributor><issued>2026-05-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4167</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4167</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4167"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Gulpen-Wittem het bestemmingsplan "Fietsverbinding en reconstructie N595" vastgesteld. De raad heeft het plan vastgesteld om de reconstructie van de provinciale weg N595 tussen Kapolder en Wittem deels mogelijk te maken. Het plan maakt een nieuwe vrijliggende fietsverbinding mogelijk tussen Wittem en Kapolder ten noorden van de N595. Verder hebben enkele percelen ten noorden van In het Diepe Broek in Gulpen de bestemming "Natuur" gekregen. De Fietsersbond is het om verschillende redenen niet eens met de vaststelling van plan. Het beroep van de Fietsersbond is met name gericht tegen de inrichting van de N595 tussen Kapolder en Wittem en specifiek tegen de inrichtingstekeningen bij de voorkeursontwerpen in de plantoelichting. De Fietsersbond verzet zich bijvoorbeeld tegen het voorkeursontwerp voor de inrichting van de weg en parkeerplaats tussen Wittem en de N278.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405136/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:3568</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:3568</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:3568"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten op Poolse aansprakelijkheidsverzekeraar. Nederlandse rechter bevoegd. Nederlands recht van toepassing. Cessie. Eiseres kan niet meer vorderen dan zij overgedragen heeft gekregen. De gemaakte kosten voor rechtsbijstand zijn niet redelijk voor zover die het al betaalde bedrag te boven gaan. De kantonrechter wijst de vordering af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/11805526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-04-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1802"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak artikel 5 WVW. Bewezenverklaring artikel 18 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Oplegging geldboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001704-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:3262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:3262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:3262"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil letselschade. Ongeval op fietspad doordat er een hond op het fietspad liep. Rechtbank oordeelt dat de wandelaar die de hond uitliet, gevaarzettend heeft gehandeld (Kelderluik).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/419384 / EX RK 25-138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L.P. Crombeen</contributor><issued>2026-05-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:1821</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:1821</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:1821"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Als gevolg van een ongeval met een bestelauto in 2013 heeft een fietser (toen 17 jaar) ernstig letsel opgelopen. Verzekeraar bestelauto heeft voor 50% aansprakelijkheid erkend. Fietser is het daar niet mee eens. De rechtbank concludeert dat het ongeval in overwegende mate is veroorzaakt door het verkeersgedrag van de fietser. In het kader van de causaliteitsverdeling danwel de billijkheidscorrectie (artikel 6:101 BW) is er geen aanleiding om tot een hoger percentage te komen. De verzekeraar moet de volledige kosten van het deelgeschil betalen. Deze kosten worden niet evenredig verminderd met het percentage van de schadevergoedingsplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/416297 / EX RK 25-73</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-03-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3065"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vasthouden mobiel elektronisch apparaat. Een (mobiel) navigatiesysteem is een mobiel elektronisch apparaat in de zin van artikel 61a van het RVV 1990.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.360.003/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:11455</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11455</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:11455"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Letselschade na aanrijding bromfietser door (onverzekerde) crossmotor tijdens ‘meeting’. Bestuurder crossmotor, gelet op strafrechtelijke veroordeling, aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW in verband met gevaarlijk rijgedrag. Eigen schuld (artikel 6:101 BW) van bromfietser door (rechtdoor gaande) crossmotor niet voor te laten gaan. Causale verdeling 75%-25%. Na billijkheidscorrectie komt de rechtbank tot aansprakelijkheid voor 85%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697028 / HA RK 25-785</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Dondorp</contributor><issued>2026-05-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1660"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6:162 BW, verzekeringsfraude door wederpartij verzekerde, onjuiste informatieverstrekking over letsel en materiele schade, poging om verzekeraar opzettelijk te misleiden is onrechtmatig, onderzoekskosten verhaalbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.679/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23160</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23160</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23160"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ernstig verwijtbaar handelen Staat, chronische ziekte, billijke vergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12079646 \ RP VERZ 26-50118</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Groeneveld-Stubbe</contributor><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5214"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Overlijdensschade naar Oostenrijks recht. Kinderen vorderen van een Duitse verzekeraar vergoeding van de schade die zij lijden als gevolg van het verongelukken van hun vader in Oostenrijk. Toepassing van Oostenrijks recht, waaronder regels van verjaring. Rechtbank wijst voor smartengeld en begrafeniskosten bedragen toe en verwijst partijen voor het gemiste onderhoud ambtshalve naar de schadestaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/453863 / HA ZA 25-275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K. van Vlimmeren-van Ommen, A.J.J.M. Weijnen, S.J. Peerdeman</contributor><issued>2026-07-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1180"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De aan appellant opgelegde disciplinaire maatregel van plaatsing in een andere functie met verlaging van het salaris is niet onevenredig aan de ernst van het door appellant in zijn functie van ploegchef gepleegde plichtsverzuim, ondanks de financiële gevolgen daarvan voor zijn FLO- en pensioenuitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/699 AW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1177"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging rio-opleiding en ontslag uit zijn functie. De Raad oordeelt dat een op 9 november 2023 aan een rechter in opleiding gedane mondelinge mededeling geen besluit is. Verder oordeelt de Raad dat de tussentijdse beëindiging van de opleiding en het ontslag uit de functie van rio standhoudt. Het ontslag is niet in strijd met de Wgbh/cz.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1181 RM</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9071"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Loonvordering, inschaling, tijdelijke functie in hogere schaal, na jaar vaste functie. Voor zover de werkzaamheden daarna zijn gewijzigd, is dit gebeurd op instigatie van de Gemeente. Ook dan recht op beloning conform hogere schaal. Vordering toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12074801 \ CV EXPL 26-1148</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4439</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4439</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4439"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Een medisch specialist is via zijn praktijkvennootschap lid van een cooperatie. Nadat de cooperatie zijn lidmaatschap opzegt, stelt hij zich op het standpunt dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4303/12266628 AR VERZ 26-50</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.K. Hoogslag</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:660"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonheffing; goedkeurend corona-beleid voor reiskostenvergoedingen; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2026:25; onvoorwaardelijk recht op vaste reiskostenvergoeding reeds door “verklaring uitruil reiskosten”? Schending vertrouwensbeginsel vanwege antwoorden op Forum Salaris?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02857</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-05-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:4768</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:202"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting; geen consolidatie ex art. 4(4)(a) van de Wet BRV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-02-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:4100</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1146</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:380</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:380</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:380"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer zonder schriftelijk contract onterecht op staande voet ontslagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11925943 \ UE VERZ 25-312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.A.M. Pinckaers</contributor><issued>2026-02-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1016</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1016</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1016"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Informatiebeschikking; art. 47 en 52a AWR; Tax Information Exchange Agreement (TIEA), bevoegdheid inspecteur om informatie op te vragen niet territoriaal begrensd, geen verplichting eerst informatie op te vragen op basis van TIEA</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00129</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1358</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:4081</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1299"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; eindarrest na tussenarrest HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:301</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03743 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:5495</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1243"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verhuurderheffing 2014 e.v., Wet maatregelen woningmarkt 2014 II, strijd met het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel van art. 26 IVBPR en van art. 14 EVRM, ECLI:NL:HR:2018:846; terugwerkende kracht reparatiewetgeving WMW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03381</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:289</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1585</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:915"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; artt. 8:41 en art. 8:109 Awb; art. 267 VWEU; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; toetsing regeling heffing van griffierecht aan Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel; vaststellen van de redelijke termijn van berechting; geen noodzaak tot stellen van prejudiciële vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6173"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Omvang belaste afkoop lijfrente. Aftrekbaarheid advieskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/179</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:4965</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:379"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering achterstallig loon. Werkgever stelt dat urenregistratie van werknemer niet klopt en heeft min-uren verrekend met de loonvordering. Rechter oordeelt dat werkgever de min-uren niet mocht verrekenen en wijst de loonvordering van werknemer toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11802601 \ UC EXPL 25-5985</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-02-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:1739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:1739"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing van de geheimhoudingskamer. Het belang van belanghebbende bij kennisneming weegt in een aantal gevallen zwaarder dan het belang van de inspecteur bij geheimhouding. Toetsing mede aan het fair-playbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/5997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Eskes</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9436"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-woning, recreatiewoning, objectafbakening, waarde certificaat, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6442</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5876"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Vereiste aangifte. Redelijke schatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1816 en 24/1817</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:6221</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2268"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende woont in Roemenië, geniet inkomsten verkregen van het UWV en bezit een onroerende zaak in Nederland. In zijn Nederlandse aangifte IB/PVV 2019 voert belanghebbende een aftrek wegens zorgkosten op. De inspecteur corrigeert de aangifte en legt een verzuimboete op. Belanghebbende stelt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beslist of de aanslag IB/PVV 2019 juist is en zo ja, of de aanslag en de verzuimboete terecht en tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Het hof oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft geoordeeld over de aanslag IB/PVV 2019. Na akkoord van partijen beslist het hof zelf over de juistheid van de aanslag. Het hof oordeelt vervolgens dat de aanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Ten aanzien van de verzuimboete oordeelt het hof dat de verzuimboete terecht is opgelegd en tevens passend en geboden is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, E.P.A. Brakeboer, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7496</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2748"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ 2019 niet-woning. Kinderdagverblijf. Gecorrigeerde vervangingswaarde. Na verwijzing door Hoge Raad zijn alleen de restwaarden nog in geschil. Heffingsambtenaar maakt restwaarden aannemelijk met taxatierapport met drie vergelijkingsobjecten, waarvan er één is verkocht vrij van huur en gebruik en na verkoop voor andere doeleinden is aangewend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2809"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douane. Verzoeken om terugbetaling (art. 239 CDW); betreft invoer van melkpermeaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/731 tot en met 25/734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:13416</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9386"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kostenvergoeding bezwaarfase. In eerdere uitspraken van de rechtbank is geoordeeld dat de Verordening onverbindend dient te worden verklaard. Het bestreden besluit is genomen ná de voorgenoemde uitspraken, en daarom onrechtmatig. Belanghebbende komt in aanmerking voor een kostenvergoeding in bezwaar. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:376"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer heeft arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden. Werknemer is op staande voet ontslagen omdat zij vroeg om betaling van salaris.Het ontslag op staande voet wordt vernietigd omdat werkgever geen dringende reden had.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11920999 \ UE VERZ 25-306</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-02-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5669"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De gemeente Soest mag doorgaan met het plaatsen van een tijdelijk dassenraster voor de eerste fase van een nieuwbouwproject in Soesterberg, zo luidt het oordeel van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland. De omgevingsvergunning ziet op bouw- en graafwerkzaamheden en niet op de mogelijke gevolgen voor de das. De bezwaren van Stichting SOS en twee omwonenden zien alleen op de belangen van de das, maar dat kan in deze procedure juridisch gezien niet aan de orde komen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6595 en UTR 26/6606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5790"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Westerwolde het "TAM-omgevingsplan Westerwolde, Jan Westerlaan 1" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Westerwolde vastgesteld (het besluit tot wijziging). In de motivering van het besluit tot wijziging staat dat de gemeente Westerwolde een woningbouwopgave heeft. De gemeente Westerwolde wil daarom negen eigen grondposities ontwikkelen voor woningbouw. Op grond van het omgevingsplan zijn deze woningbouwplannen niet toegestaan. [appellant] betoogt dat de participatie rondom het besluit tot wijziging niet overeenkomstig de wettelijke vereisten heeft plaatsgevonden. [appellant] voert aan dat de gemeente heeft aangegeven bewoners actief bij de besluitvorming te betrekken door gesprekken, bewonersavonden en straatinterviews te houden en de uitkomsten daarvan mee te nemen in de besluitvorming. Volgens hem is hiervan geen sprake te geweest. Er heeft slechts één gesprek plaatsgevonden en daarbij was het besluit tot wijziging al uitgewerkt, zodat van daadwerkelijke inbreng geen sprake was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502157/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5522"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere het verzoek van [wederpartij sub 1] om handhavend optreden tegen het voorgenomen gebruik van het landhuis aan de [locatie], gemeente Veere, afgewezen. [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] zijn eigenaar van het perceel [locatie]. Het college heeft op 21 april 2022 een zogeheten principeverzoek voor recreatieve exploitatie van het landgoed afgewezen. Om een besluit over de rechtmatigheid van het voorgenomen gebruik uit te lokken heeft [wederpartij sub 1] het college op 13 mei 2022 gevraagd om handhavend op te treden tegen de recreatieve verhuur van het hoofdhuis op het perceel en het gebruik van een bijgebouw als dienstwoning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307785/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5638"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 februari 2025 hebben de minister van Defensie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het inpassingsplan "Radar Herwijnen" vastgesteld. Al een aantal jaren wil het Ministerie van Defensie in de buurt van het Gelderse dorp Herwijnen een nieuw militair radarstation bouwen, op de plek waar in het verleden een civiele radar van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft gestaan. Om dat mogelijk te maken is in 2017 een ontwerpbestemmingsplan opgesteld, maar de gemeenteraad van de voormalige gemeente Lingewaal (tegenwoordig de gemeente West Betuwe) heeft in 2018 besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen. Daardoor was de bouw van het nieuwe radarstation niet mogelijk. Verweerders hebben vervolgens besloten om zelf een plan te maken - een zogenoemd rijksinpassingsplan - en vanwege de urgentie die volgens hen is gemoeid met het nieuwe radarstation, gelijktijdig ook de benodigde omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen en in werking hebben van het radarstation. Tegen beide besluiten zijn beroepen ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502316/5/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5665"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij ongedateerde brief heeft de minister het verzoek van de vereniging om een instructie te geven aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden om het waterpeil in en om het Natura 2000-gebied "Kolland en Overlangbroek" (het gebied) te verhogen, doorgezonden aan het college van gedeputeerde staten van Utrecht. De vereniging komt op voor het landschap, de natuur en het leefmilieu in de omgeving van Wijk bij Duurstede. Volgens de vereniging is een verhoging van het waterpeil in het gebied nodig om (verdere) verslechtering van de staat van de natuur te voorkomen. Daarom heeft zij de minister verzocht om een instructie als bedoeld in artikel 2.34, derde lid, van de Omgevingswet te geven aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden om het waterpeil in en om het gebied te verhogen. Bij ongedateerde brief heeft de minister dit verzoek doorgezonden aan het college van gedeputeerde staten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501070/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5776"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eemsdelta een verzoek van Progres om vergoeding van planschade afgewezen. Progres heeft in 2016 een koopovereenkomst gesloten aangaande een oude steenfabriek, met als doel om daar supermarkten te vestigen. Het college heeft geen vergunning verleend voor de sloop van de oude steenfabriek en oprichting van twee supermarkten. Progres heeft op 23 december 2021 een verzoek om planschade ingediend bij het college. Dat verzoek houdt verband met de inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘Facetplan Delfzijl - Farmsum’ (hierna: het nieuwe bestemmingsplan). Dit bestemmingsplan beperkt de ontwikkelmogelijkheden op de plaats van de voormalige Steenfabriek Fivelmonde op het adres ‘Weg naar de Dam 1’ in Delfzijl. Het is door de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan niet langer toegestaan een supermarkt op de locatie te vestigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500428/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2989</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2989</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2989"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op het verwijzingsarrest van het Hof Den Haag van 14 november 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2681, en het prejudicieel arrest van het HvJ EU van 15 januari 2026 in zaak C-692/23, ECLI:EU:C:2026:4. Artikel 2.24b Aanbestedinsgwet 2012: quasi-inhouse uitzondering met meerdere controlerende aanbestedende diensten. Opdracht voor de verwerking van huishoudelijk restafval van drie gemeenten. Getrapte gunning door BAR N.V. aan Irado N.V. en door Irado N.V. aan Afvalsturing Friesland N.V. Toezichtcriterium en activiteitencriterium. Vernietiging en schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.290.736/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:2681</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:12395</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2016:4</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:371</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:371</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:371"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">zorgmanege valt onder verplichtstellingsbesluit PFZW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11813542 UC EXPL 25-6155 JH/1050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-02-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10150"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overlevering. EAB Polen t.b.v. de tenuitvoerlegging van een in Polen opgelegde straf. Tussenuitspraak. Beroep op gelijkstelling. Voldaan aan eerste vereiste. Behandeling aangehouden in verband met het opvragen van een IND-advies, certificaat en afschrift van het Poolse vonnis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-199617-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L.S. Ceulen, mr. L. Baroud, mr. drs. E. van den Brink</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1295"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Enqueteprocedure; vaststellen onderzoekskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.335.860/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.A.M. Vaessen, G. Boon, C.C. Meijer, W.A.H. Melissen, G. Dubbeld</contributor><issued>2026-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10146"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overlevering. EAB Polen. Einduitspraak na tussenuitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2026:9465. Beroep op art. 6a OLW slaagt. Certificaat en afschrift Pools vonnis ontvangen. Overlevering wordt geweigerd met overname van de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-139882-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L.S. Ceulen, mr. L. Baroud, mr. drs. E. van den Brink</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1232"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; WOR; reorganisatie; wel adviesplichtig besluit, geen advies gevraagd; kennelijk onredelijk besluit; internationaal concern</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.519/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, E. Loesberg, W.A.H. Melissen, G. van Vollenhoven-Eikelenboom, F. Marring RA</contributor><issued>2026-05-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1360"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêteprocedure; afwijzing verzoek; geen gegronde redenen om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken te twijfelen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.057/01OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, C.C. Meijer, W.A.H. Melissen, A. Thomassen, S.M. Zijderveld</contributor><issued>2026-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1484"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; herstelbeschikking, artikel 32 Rv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.097/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, C.C. Meijer, G. Dubbeld, A.J. Brouwer RA</contributor><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1193"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; enquête; afwijzing; niet-ontvankelijk; kapitaalseis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.177/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, D.E.M. Aleman, W.A.H. Melissen, V.G. Moolenaar, G.P. Oosterhoff</contributor><issued>2026-06-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1368"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; Wet medezeggenschap scholen; WMS; niet-ontvankelijk; onvoldoende belang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.624/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, S. ten Have, W.A.H. Melissen, M.J.R. Broekema</contributor><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1481"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêterecht; gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij de vennootschap; onderzoek bevolen maar aanwijzing van een onderzoeker voorlopig aangehouden; derde als bestuurder van de vennootschap benoemd, met in bijzonder als taak om in het belang van de vennootschap met partijen te onderzoeken op welke wijze tot een voor alle betrokkenen accepteerbare oplossing van de gerezen opvolgingsproblematiek kan worden gekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.887/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, E. Loesberg, A. Thomassen, G. van Vollenhoven-Eikelenboom</contributor><issued>2026-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1231</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1231</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1231"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Geschillenregeling; aanvullend voorschot deskundige</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.340/01OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.A. Scheltema, J.M. de Jongh, E. Loesberg, C.C. Meijer, F. Marring RA</contributor><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1287</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1287</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1287"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêteprocedure; bepalen vergoeding onderzoeker</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.325.125/01OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, P.G. Boumeester, J.M. de Jongh, S. ten Have, C.C. Meijer</contributor><issued>2026-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1354"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêteprocedure; beëindiging onderzoek en onmiddellijke voorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.296.434/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, M.N. Hoogendoorn RA, M.M.M. Tillema, C.C. Meijer, M.J.R. Broekema</contributor><issued>2026-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1473"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêterecht; geschillenregeling; gecombineerd verzoek; maatstaf onmiddellijke voorzieningen en voorlopige voorzieningen; voor zover een verzoeker, verweerder of belanghebbende in de geschillenprocedure de Ondernemingskamer in staat wenst te stellen een andere voorziening te treffen dan die waarom is verzocht, is het niet nodig een specifiek daarop gericht enquêteverzoek te doen; samenhangende vorderingen afgesplitst; verzoeken afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.969/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, M.J.R. Broekema, A. van Hees, M.J.J. van Prooijen</contributor><issued>2026-06-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1827"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheid van bank voor schade van een derde doordat bij fraude gebruik is gemaakt van een van haar bankrekeningen. Is bank aansprakelijk voor het feit dat een frauderende werknemer van een sociale werkvoorziening, die zelf geen klant was bij de bank, jarenlang via een rekening bij de bank in totaal ruim € 4,5 miljoen heeft kunnen wegsluizen? Eigen schuld van de werkgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.345.869/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2023:8200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:8200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2023:8200"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">tussenvonnis over schadeverzekeringsovereenkomst met consument, vordering tot betaling van premie, verstek, ambtshalve toetsing op informatieplichten gebaseerd op de Richtlijn betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en Richtlijn betreffende verzekeringsdistributie, verzekeraar krijgt nog gelegenheid om nader toelichten hoe en wanneer informatie en voorwaarden zijn verstrekt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10512258 CV EXPL 23-7206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2024-01-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:6633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:6633"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen, ambtshalve toetsing, (schade)verzekering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10512258 / CV 23-7206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudicieel verzoek, Tussenuitspraak</description><issued>2024-11-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1636</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:3619</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:3619</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:3619"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[verzoeker] heeft administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens (hierna: het CBE) van de Universiteit van Amsterdam tegen de beslissing van 15 oktober 2024 van de examencommissie Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Tevens heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening hangende administratief beroep te treffen. [verzoeker] heeft het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken en de voorzieningenrechter verzocht een veroordeling uit te spreken over de bij hem opgekomen proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406440/2/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2025-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6913</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6913</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6913"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding: vordering voortzetting bankrelaties wordt afgewezen. eisers hebben bedrijfsvoering en geldstromen niet inzichtelijk kunnen maken waardoor de bank haar onderzoek niet kon afronden. Daarom verplicht om bankrelatie op te zeggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/788183</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7389"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">X heeft via Booking een accommodatie in Griekenland geboekt. In de advertentie stond vermeld dat de accommodatie vlak bij het strand was, maar bij aankomst bleek dat niet zo te zijn. Booking heeft een deel van de betaling terugbetaald, maar eiser verzoekt (namens X) dat Booking het overige deel ook terugbetaalt. De kantonrechter heeft meer informatie nodig. Booking wordt in de gelegenheid gesteld om toe te lichten welke kennis zij vóór de boekingsdatum over deze accommodatie had.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11922981 \ CV FORM 25-14164</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8145"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding; reviews over (dienstverlening van) advocaat zijn niet onrechtmatig en hoeven dus niet te worden verwijderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/790688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:11167</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:11167</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:11167"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot faillietverklaring toegewezen. Aan de vereisten van artikel 6 Fw is voldaan. Dat verzoeker niet met een betalingsregeling heeft ingestemd, maakt dat niet anders. Van misbruik van recht is ook geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: FT RK 26-86</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.T.P. Pot</contributor><issued>2026-09-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 6</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:5041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:5041"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het gaat in deze zaak om een dakrenovatie. Bij verwijdering van alle dakpannen bleek het dakbeschot rot en opdrachtnemer heeft een meerwerkofferte verstrekt voor nieuw dakbeschot. Opdrachtgever is daarmee akkoord gegaan. Opdrachtgever laat de gevorderde meerwerkfactuur onbetaald en voert primair aan dat zij de meerwerkfactuur niet verschuldigd is omdat opdrachtnemer niet aan zijn waarschuwingsplicht heeft voldaan. Subsidiair voert opdrachtgever aan dat de meerwerkovereenkomst is gesloten onder misbruik van omstandigheden en dat daarom de gevolgen van de meerwerkovereenkomst dienen te worden gewijzigd. Daarnaast beroept opdrachtgever zich op verrekening met door opdrachtnemer veroorzaakte schade. De kantonrechter oordeelt dat het subsidiaire verweer slaagt en stelt voor het meerwerk een redelijke prijs vast. Na verrekening met schade is de vordering van opdrachtnemer teniet gegaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11513399 \ CV EXPL 25-503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-07-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7069"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedaagde moet de aanbetaling voor een thuisbatterij terugbetalen aan eiser. Eiser is consument en heeft een rechtsgeldig beroep gedaan op het herroepingsrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11960639 \ CV EXPL 25-15628</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6831"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, nietige dagvaarding. Gedaagde is niet verschenen op de mondelinge behandeling. Betekening had plaats moeten vinden volgens de voorwaarden van artikel 54 lid 2 Rv. Gedaagde staat in het BRP ingeschreven op het adres van de voormalige echtelijke woning. Gedaagde heeft op een gegeven moment een huisverbod opgelegd gekregen, wat maakt dat zij gedurende die periode de woning niet mag betreden, zich niet bij de woning op mag houden en geen contact op mag nemen met eiseres. Sindsdien verblijft gedaagde feitelijk niet meer op dat adres. Eiseres, politie en Veilig Thuis weten ook niet waar gedaagde zich bevindt. Artikel 57 Rv is hier niet van toepassing, omdat gedaagde op de dag van betekening niet meer in de woning verbleef. De rechtszekerheid brengt mee dat de regel van artikel 57 Rv alleen geldt als partijen in feite samen een woning bewonen. Artikel 54 lid 2 Rv vereist betekening aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie waar de zaak dient en een uittreksel van het exploot in de Staatscourant. Nu publicatie in de Staatscourant niet heeft plaatsgevonden, voldoet de dagvaarding niet aan de eisen voor juiste betekening. Dat gedaagde desondanks via Veilig Thuis of een e-mail door eiseres op de hoogte zou moeten zijn van het moment en de locatie van de mondelinge behandeling, is onvoldoende onderbouwd. Niet gebleken is dat gedaagde werkelijk kennis heeft genomen van dit bericht voorafgaand aan de mondelinge behandeling. Daarom is de dagvaarding nietig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/467349 / KG ZA 26/206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.E. van Spanje</contributor><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:5183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:5183"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneming van werk. Tekortkoming? VvE draagt klusjesman op om dak te verstevigen in verband met doorbuigingen. VvE had eerder al een bouwkundige en constructeur ingeschakeld, die een uitvoerig hersteladvies hebben uitgebracht. Er is geen schriftelijke opdracht aan klusjesman gegeven. Ook zijn hem geen instructies gegeven om hersteladvies op te volgen. In casu moet VvE kosten van herstel voor eigen rekening nemen omdat zij zelf nalatig is gebleven. Eigen schuld opdrachtgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/679121 / HA ZA 24-412</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.E. Molenaar</contributor><issued>2026-05-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25194"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. De vordering van eisers om het OM te veroordelen een afschrift van een brief te verstrekken, met daarop de namen van de ondertekenaars, wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707288 / KG ZA 26-669</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Vetter</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5956"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wrakingszaak. Wrakingsverzoek toegewezen. Niet op grond van het oorspronkelijke wrakingsverzoek, dat in de kern gericht was op procesbeslissingen van de rechter. Hoewel de rechter deze beslissingen uitdrukkelijker had kunnen communiceren levert dat op zichzelf geen grond op voor wraking. Wel ziet de wrakingskamer in de nadere reactie van de rechter op het wrakingsverzoek aanleiding om het verzoek toe te wijzen: in deze reactie wijst de rechter op uitspraken in andere zaken van verzoeker die niet anders dan als negatief voor verzoeker kunnen worden gekwalificeerd, terwijl zij geen rol hebben gespeeld in de procesbeslissingen van de rechter in de hoofdzaak. De wrakingskamer begrijpt dat daaruit bij verzoeker de indruk kan zijn ontstaan dat de rechter hem niet vertrouwt. Ook kan het de indruk hebben gewekt dat zij met deze verwijzing haar eerdere procesbeslissingen kracht heeft willen bijzetten, wat bij verzoeker het gevoel kan hebben gegeven dat de rechter op hand van de wederpartij is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 615318 HA RK 26-145</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.C. Michon, D. Wachter, Y.N.M. Rijlaarsdam</contributor><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7038"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Schorsing van het ontzettingsbesluit lidmaatschap vereniging en schorsing van het besluit van de Algemene Ledenvergadering waar het ontzettingsbesluit in stand is gehouden. Toewijzing onder voorwaarde. Tweede kort geding tussen partijen. Motivering ontzettingsbesluit gebrekkig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/720607 / KG ZA 26-522</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. de Bruin</contributor><issued>2026-06-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:3550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:3550"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot opheffing conservatoire beslagen die zijn gelegd in verband met de veiling van een zeer exclusieve auto afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/445475 / KG ZA 26-95 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><issued>2026-05-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:422"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsverzoek werkgever. Artikel 7:669 lid 3 sub h BW. Werknemer is verhuisd naar Costa Rica. Thuiswerkbeleid gewijzigd. Kantonrechter wijst het verzoek af. Onduidelijk of eventuele nadelige gevolgen verhuizing niet opgelost kunnen worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11944333 \ UE VERZ 25-330</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-02-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7861"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot uithuisplaatsing toegewezen. Jarenlang is het contact tussen de minderjarige en haar vader niet gestimuleerd door de moeder. Minderjarige krijgt geen emotionele toestemming voor dit contact. Dit patroon is alleen nog te doorbreken via een uithuisplaatsing. Daarnaast is de uithuisplaatsing nodig omdat de zorgen over de emotionele beschikbaarheid en traumaproblematiek van de moeder en de hechtingsrelatie met de minderjarige onvoldoende worden aangepakt vanuit de huidige situatie. Er is bij de moeder nog onvoldoende intrinsieke motivatie om met die problematiek aan de slag te gaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/462698</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. drs. E.L. de Jongh</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:402</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:402</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:402"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">CAO, werkingssfeer. Het productieproces van gedaagde moet worden aangemerkt als het verduurzamen van hout en valt daarom binnen de werkingssfeer van de cao. Gedaagde moet de verplichte premies betalen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11801127 \ UC EXPL 25-5952</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.M. Vanwersch</contributor><issued>2026-02-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30328"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie, lichter middel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58605</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:428"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet afgewezen, veroordeling in werkelijke proceskosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11930005 \ UE VERZ 25-317</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-02-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4445"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. 8 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom. Betwisting bebording H1. Door de vertegenwoordigster is op de zitting inzichtelijk gemaakt dat de bebording zes maanden voor en zes maanden na de gedraging deugdelijk aanwezig was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12133767 BU VERZ 26-523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7869"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz, art. 5:7. Tweede crisismaatregel in drie weken. Dat de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld op de vorige zitting waarnam voor de behandelaar betekent niet dat hij bij de zorg betrokken is geweest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/472901</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10004</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10004</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10004"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De strook waar het voertuig van betrokkene op stond geparkeerd, is een locatie ingericht als een parkeergelegenheid voor bromfietsen en bakfietsen. Gelet op artikel 27 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 dat bromfietsen en (bak)fietsen op het trottoir moeten parkeren kan naar het oordeel van de kantonrechter de strook waar het voertuig stond geparkeerd worden aangemerkt als trottoir, daarbij in aanmerking genomen dat de betegeling van de strook op gelijke hoogte ligt met de strook ernaast die is bedoeld voor voetgangers, en dat de strook van de rijbaan is afgescheiden met een licht verhoogde trottoirband. Vastgesteld kan worden dat de gedraging is verricht. Ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 120247017 WM VERZ 25-23023</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4446</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4446</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4446"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. Voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren. Dat betrokkene dacht dat het voertuig eerder door de garage gekeurd zou worden en dat hij, toen dit langer duurde, vervolgens is vergeten de schorsing te regelen, komt voor zijn eigen rekening en risico. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat betrokkene geen verklaring van de garage over de vertraging van de keuring heeft overgelegd en dat het voertuig uiteindelijk pas op 21 februari 2025 is gekeurd, waardoor het voertuig een lange periode ongekeurd is geweest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12020846 BU VERZ 25-2598</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9781</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9781</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9781"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting, beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2012, 25/2013</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4440"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. 15 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom. Geen sprake van verjaring, nu er al een bestraffing heeft plaatsgevonden door de oplegging van de boete. Een N-weg is een autoweg waar een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur geldt, ook ná 19:00 uur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11349100 BU VERZ 24-2456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14040</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14040</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14040"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetaanranding met dwang van acht vrouwen. Gevangenisstraf van 9 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, en bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-334318-25 en 10-207308-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4447</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4447</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4447"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. Voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren. De kantonrechter overweegt dat het keuringsbewijs op 4 december 2024 zijn geldigheid had verloren. Betrokkene heeft haar voertuig vervolgens pas op 12 december 2024 naar de garage gebracht voor de APK-keuring. Dan is er geen sprake van overmacht, nu betrokkene anders had kunnen en moeten handelen. Zeker bij zo’n lange levertijd van onderdelen had zij het voertuig moeten schorsen. Dat zij dit niet heeft gedaan, dient voor haar eigen rekening en risico te komen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12016626 BU VERZ 25-2582</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:897"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gesloten jeugdhulp afgewezen, muhp toegewezen. Benoeming advocaat kind als BC. In gesloten setting loopt zij weg. Schrijnend dat hulp onvoldoende is. Gedragswetenschapper stemt niet in met gesloten setting. Open setting doelmatiger, maar risicovol.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/604392 / JE RK 25-1919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T. Dopheide</contributor><issued>2026-03-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:245"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Contractuele boete koopovereenkomst. Verstek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600430</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7875"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzet. Bruidsgave naar Iraans recht. De echtscheiding is geen voorwaarde om een beroep op de bruidsgave te kunnen doen. Partijen zijn in Iran niet gescheiden. Daardoor komt de rechtbank niet toe aan de vraag welke echtscheidingsvorm van toepassing zou zijn. Geen situatie dat de vrouw afstand heeft gedaan of zou moeten doen van de bruidsgave. Wel deels betaling in termijnen vanwege de draagkracht van de man.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/450790</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9209"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De passagier had feitelijk gezien in staat zou moeten zijn geweest om de aansluitende vlucht te halen. De omboeking door de vervoerder was dan ook prematuur/voorbarig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11546924</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30338"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vreemdelingenbewaring, vervolgberoep, zicht op uitzetting India, voortvarend handelen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57918</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4448</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4448</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4448"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. Doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. Betrokkene gaat niet in beroep tegen de verkeersboete zelf, maar tegen de procedure. De CVOM heeft alleen de gemachtigde uitgenodigd voor het hoorgesprek en niet betrokkene, omdat de gemachtigde namens betrokkene optrad. Dat de gemachtigde vervolgens niet bij het hoorgesprek aanwezig was, komt voor rekening en risico van betrokkene. De kantonrechter heeft op de zitting wel besproken dat het ongelukkig is dat de beslissing van de officier van justitie in de “u”-vorm is gegoten. Dat geldt zowel voor het exemplaar dat naar de gemachtigde is gestuurd als voor het exemplaar dat naar betrokkene is gestuurd. Zo lijkt het inderdaad alsof betrokkene zélf niet bereikbaar was om te worden gehoord (of dat de gemachtigde de gedraging heeft begaan). Verder had de CVOM ter informatie van betrokkene in een voetnoot in de verdagingsbrief kunnen wijzen op het artikel dat de verlenging regelt. De onvrede van betrokkene hierover is dus begrijpelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12016629 BU VERZ 25-2583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4449"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. Pkv. De kantonrechter is van oordeel dat er terecht een halve punt voor de tweede telefonische hoorzitting wordt toegekend. Wel is op de zitting gebleken dat de eerste hoorzitting niet telefonisch, maar fysiek heeft plaatsgevonden. Hierdoor is door de officier van justitie een verkeerde proceskostenvergoeding vastgesteld</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12117999 BU VERZ 26-403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10021</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10021</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10021"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM afgewezen. Betrokkene bereid vrijwillig aan de behandeling mee te werken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793419 / FA RK 26/6889</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:301</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:301</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:301"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz, verplichte zorg, rechtbank maakt conclusies deskundige tot de hare want geen zwaarwegende en steekhoudende bezwaren aangevoerd tegen deskundigenbericht”.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-3172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Heinemann</contributor><issued>2026-02-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25376"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel; Nigeria; geloofwaardigheid; vaststelling asielmotieven; beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.55443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:448</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:448</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:448"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Geschil over reiskostenvergoeding. Ontslag op staande voet houdt geen stand. Arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11929958 \ AE VERZ 25-66</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-02-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4453"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. 11 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1). De aanwezigheid van de borden kan niet worden vastgesteld. Alhoewel in het algemeen er vanuit mag worden gegaan dat als de ambtenaar ter plaatse was bij het vaststellen van de gedraging, hij de relevante bebording heeft gecontroleerd, is er hier sprake van een gedraging binnen de bebouwde kom. In zo’n geval moet aan de hand van de locatie van de gedraging, in samenhang met de locatie van het bord op de door de bestuurder afgelegde route worden beoordeeld of een controle van het bewuste bord voor de hand ligt en daarmee aannemelijk is. De vertegenwoordiger is er niet in geslaagd om dit op de zitting aannemelijk te maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12124170 BU VERZ 26-486</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12611"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering betaling huurachterstand toegewezen. De huurachterstand is gecorrigeerd (verlaagd) omdat het opslagbeding (5%) in de huurprijswijzigingsbepaling in de huurvoorwaarden oneerlijk is. Incassokosten en rente afgewezen omdat hierover een oneerlijke boetebepaling staat in de huurvoorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11943404 CV EXPL 25-23219</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4455</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4455</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4455"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BACT B.V. heeft op grond van artikel 8:55f, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beroep ingesteld tegen het uitblijven van de bekendmaking van een volgens haar van rechtswege gegeven omgevingsvergunning voor de verbouw en uitbreiding van een bestaand gebouw op het perceel Mijnsherenweg 8 in De Kwakel. Op 19 augustus 2022 heeft BACT een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen en uitbreiden van het bestaande gebouw aan de Mijnsherenweg 8 in De Kwakel om daarin een datacenter te realiseren. Het gebouw was voorheen in gebruik als distributiecentrum en groothandel. Het perceel heeft in het bestemmingsplan "Landelijk gebied - Glastuinbouwgebied" de bestemming "Bedrijf". Bij brief van 13 oktober 2022 heeft het college aan BACT medegedeeld dat op haar aanvraag de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is en dat de beslistermijn in verband daarmee zes maanden bedraagt. BACT heeft op 30 december 2022 beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het volgens haar niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege gegeven omgevingsvergunning. De rechtbank heeft dat beroep bij uitspraak van 6 februari 2023 gegrond verklaard en heeft het college opgedragen om de van rechtswege gegeven omgevingsvergunning bekend te maken. Het college is het niet eens met deze uitspraak en heeft hiertegen hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202301742/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4589"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 juni 2023 heeft raad van de gemeente Uithoorn het bestemmingsplan "Parapluplan Datacenters" vastgesteld. In het bestemmingsplan is als strijdig gebruik aangemerkt: het gebruiken van gronden of laten gebruiken van gronden of bebouwing als een datacenter met een oppervlakte van 2.000 m2 en waarvan het elektrisch aansluitvermogen meer dan 5 MVA bedraagt. Het bestemmingsplan geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Uithoorn. BACT is eigenaar van het perceel aan de Mijnsherenweg 8 in de Kwakel. Zij is het niet eens met het bestemmingsplan, omdat zij voornemens is om op dat perceel een datacenter te realiseren. Oudendijk Beheer B.V. was eigenaar van het perceel aan de Mijnsherenweg 4-6 in de Kwakel. Zij is het niet eens met het bestemmingsplan, omdat het volgens haar de gebruiksmogelijkheden van haar perceel beperkt. GTMH heeft het perceel aan de Mijnsherenweg 4-6 van Oudendijk Beheer gekocht en wenst als rechtsopvolger van Oudendijk Beheer het beroep te handhaven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202305040/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4428"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser tegen het aan hem opgelegde huisverbod. Het huisverbod heeft betrekking op de woning die [naam 2], zijn vader, huurt van Lefier. [naam 2] wordt hierna ook aangeduid als [bijnaam naam 2]. Bij beschikking gedateerd 25 september 2026 is aan eiser, voor zover hier van belang, medegedeeld dat: hij de woning op het adres [adres] op 25 september 2026 om 14:43 onmiddellijk diende te verlaten en die woning vanaf dat moment tot 5 oktober 2026 om 14:43 niet mag betreden, noch daarin aanwezig te zijn of zich daarbij op te houden en dat Eiser gedurende deze periode geen contact mag opnemen met [naam 2].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3262 en LEE 26/3263</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:455</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:455</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:455"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, loonvordering, ziekmelding, geen bedrijfsarts ingeschakeld, beroep op betalingsonmacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11990144 LV EXPL 25-51 RD/960</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M.J. Schoenaker</contributor><issued>2026-02-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29782</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29782</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29782"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">IBS</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712025 / FA RK 26-9058</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:246"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzet tegen bevel tot betaling. Verzet tijdig en deels gegrond. Terugbetaling studiekosten werknemer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600522 &amp; BON202600523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29780"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709864 / JE RK 26-1330</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.M. van der Vliet</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13950"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor tweemaal diefstal met geweld, wederspannigheid en het vijfmaal beledigen van ambtenaren in functie tot een gevangenisstraf van 12 maanden. De feiten worden in verminderde mate aan verdachte toegerekend. Vorderingen benadeelde partijen toegewezen. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-169891-26, 10-067901-26, 10-070097-26, 10-094812-26 en 10-186675-25. (TUL): 10-067901-26 (10-0679</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10027"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. In conventie wordt de vordering tot afgifte van administratie afgewezen omdat gedaagde betwist de stukken nog onder zich te hebben. Voor de vraag of dat klopt is nader onderzoek nodig, waarvoor in kort geding geen ruimte bestaat. In reconventie wordt de vordering tot opheffing van het beslag afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/791706 / KG ZA 26-682</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29788"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">VCM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712159 / FA RK 26-9148</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9210</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9210</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9210"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De vervoerder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij aan de bijstandsplicht (artikel 8 van de Verordening) heeft voldaan. Dat betekent dat, ongeacht of sprake was van een buitengewone omstandigheid, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11573709</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29735</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29735</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29735"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verlening omgevingsvergunning. Ontvankelijkheid beroep. Verdwijnen parkeerplaatsen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/5877</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. van den Ende</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29777"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708619 / JE RK 26-1183</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24324"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">8:57; pkv afgewezen; geen sprake van tegemoetkomen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.50352</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30339"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vreemdelingenbewaring, bewaringsgronden, lichter middel, non-refoulement</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58915</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:486"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot loondoorbetaling en verbod op verwerking gegevens. Vorderingen worden afgewezen, omdat het aannemelijk dat loonstop stand houdt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11996046 \ AV EXPL 25-51 WMB/61313</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-02-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7748"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen. Aanhouding nu vrouw forse beschuldigingen uit richting de man. Vrouw krijgt extra termijn om deze te onderbouwen. Mogelijk intieme terreur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 462811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:484"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verstekvonnis. Loonvordering toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12019005 \ UV EXPL 25-328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Verstek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Ramsaroep</contributor><issued>2026-02-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9211"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het enkele feit dat de vervoerder in rechte geen verweer tegen de echtheid van de handtekening van de passagier zou hebben gevoerd als hij had geweten dat de akte van cessie ook elektronisch was ondertekend, neemt niet weg dat het voor Skycop nodig was om een gerechtelijke procedure op te starten om haar gelijk te krijgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11591756</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10058"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Gedraging ziet op het negeren van een geslotenverklaring (bord C2) op de Oudeschans te Amsterdam. Anders dan door gemachtigde is aangevoerd, blijkt uit de door verweerder ingebrachte stukken voldoende dat het Openbaar Ministerie voor de desbetreffende pleeglocatie instemming heeft verleend met de digitale camerahandhaving. In de op 4 augustus 2026 gedateerde brief staat immers dat er op 6 juni 2024 instemming is verleend. De algemene betwisting van de bevoegdheid van diegene die de instemming heeft verleend, wordt niet gevolgd. Beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12021120 WM VERZ 25-22515</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1559"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Benoeming deskundigen in verband met vaststellen kansschade wegens het niet aanbesteden van twee concessies</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/548201 / HA ZA 22-588</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.M.M. Steenberghe, D. Wachter, J.R. Hurenkamp</contributor><issued>2026-04-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:2256</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30340</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30340</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30340"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank is, anders dan voorheen, van oordeel dat de termijn van twee weken uit artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht aanvangt op de dag nádat de ingebrekestelling is ontvangen. Om partijen de gelegenheid te geven met deze wijziging rekening te houden, bepaalt de rechtbank dat zij haar nieuwe lijn pas zal handhaven voor alle beroepen die ná de datum van publicatie van deze uitspraak zijn ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14980</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M.M. Kleijkers</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10087</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10087</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10087"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">EPGV-verzoek. Aan de vordering ligt een huurovereenkomst ten grondslag die ziet op een appartement in Duitsland. De Nederlandse rechter is daarom niet bevoegd om van de vordering kennis te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12307638 \ CV FORM 26-8973</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:581"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis. Auteursrecht op slippers. Exact dezelfde zool.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/583165 / HA ZA 24-534</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.G. van Ommeren</contributor><issued>2026-02-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10117</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10117</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10117"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. ZM toegewezen voor zes maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/789612 / FA RK 26/4836</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7973"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen over toevertrouwing en zorgregeling. Voorlopig begeleid contact na (vermeend) imtiem terreur dan wel huiselijk geweld. Raadsonderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 462811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10118</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10118</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10118"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. ZM verleend. Geen vrijwilligheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/789674 / FA RK 26/4881</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9212"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De vervoerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de passagiers meer dan 14 dagen van te voren over de schemawijziging zijn geïnformeerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11647578</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10132</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10132</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10132"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Wijziging zorgmachtiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/791757 / FA RK 26/5982</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:397"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker was als uitzendkracht in dienst bij verweerder. Tijdens dat dienstverband heeft hij zich op enig moment ziek gemeld en is hij zonder toestemming van verweerder naar het buitenland vertrokken. Verweerder heeft verzoeker meermaals verzocht om (medische) informatie aan de door haar ingeschakelde Arboarts toe te zenden, teneinde het bestaan van ziekte en loondoorbetaling te kunnen vaststellen. Dit heeft verzoeker niet gedaan, waarna verweerder is overgegaan tot het opschorten van zijn loon. Met deze procedure wil verzoeker bereiken dat zijn opgeschorte loon – verhoogd met de wettelijke verhoging – alsnog wordt betaald. Verder vordert hij betaling van een transitievergoeding en de verstrekking van correcte salarisstroken en eindafrekening, op straffe van een dwangsom. De kantonrechter zal de vorderingen van verzoeker grotendeels toewijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12013181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-02-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29791"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZZM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711707 / FA RK 26-8852</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2848"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag zakelijke betaalrekeningen bij de bank. Voorshands oordeel dat de bank de aanvragen mocht afwijzen met een beroep op artikel 5 lid 1 Wwft. Onvoldoende (relevante) informatie aangeleverd om het klantonderzoek af te kunnen ronden. Uitstralingsrisico voldoende aannemelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.016/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:592"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming meeroosteren, redelijkheidstoets, het belang van RWS en de wens van (88% van) het team weegt zwaarder dan de zorgen van de OR over de capaciteit. Artikel 27 lid 4 WOR</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11929559 / UE VERZ 25-314 BW 31650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M.J. Schoenaker</contributor><issued>2026-02-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:591"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsverzoek werkgever e, g, of i-grond omdat werknemer na een aanrijding is doorgereden en het incident niet heeft gemeld. Toewijzing verzoek wegens verwijtbaar handelen. Niet ernstig verwijtbaar. Lang dienstverband en lichamelijke beperking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11973552 \ AE VERZ 25-68</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-02-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:505"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanbestesteding. De inschrijving van eiseres is uitgesloten, omdat deze niet alle voorgeschreven stukken omvatte. De aanbestedende dienst hoefde geen herstelmogelijkheid te bieden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/601587 / KG ZA 25-538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.J. Verschoof</contributor><issued>2026-02-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4452"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk. Geen kopie toegestuurd van het gehele besluit waar verzoeker het niet mee eens is, evenmin een stuk waaruit van dit besluit blijkt. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Met kennelijk wordt in dit verband bedoeld dat er redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3265</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:610</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:610</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:610"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet van medewerker Inspectie Leefomgeving en Transport is rechtsgeldig. Gedragcode Integriteit Rijk. Geen aanspraak op transitievergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11973636 \ UE VERZ 25-351</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J.M. Hendriks</contributor><issued>2026-02-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6167</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6167</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6167"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 32-jarige man tot een gevangenisstraf van zeven jaren. De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van en de handel in cocaïne.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.164423.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M. van Vuure, mr. G.H. Meijer, mr. W.B. Bruins</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:661"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Billijke vergoeding en vergoeding voor werkelijke proceskosten nadat werkgever werknemer voor een tweede keer op staande voet ontslaat, terwijl een eerder gegeven ontslag op staande voet op dezelfde grond is vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11946330 \ UE VERZ 25-333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.F.A. van Buitenen</contributor><issued>2026-02-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:660"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontslag op staande voet dronken rijden werknemer</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12004852 \ UE VERZ 25-385</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-02-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:5620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:5620"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overlevering. Executie-EAB uit Roemenië met betrekking tot invoer van geringe hoeveelheden “risk” en “high risk” drugs voor persoonlijk gebruik althans zonder handelsoogmerk. Prejudiciële vragen naar aanleiding van verweer dat de opgelegde vrijheidsstraf (zeven jaar) disproportioneel is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/066445-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J.H. van Meegen, O.P.M. Fruytier, R. Godthelp</contributor><issued>2024-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:35</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:698</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:698</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:698"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet gegrond. Betalingen van loon toegewezen. Verrekening en reconventie afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11867307 \ MC EXPL 25-4909 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-03-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2025:33</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2025:33</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2025:33"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet op het financieel toezicht, hoger beroep. Last onder dwangsom wegens uitoefenen van bedrijf van schadeverzekeraar en betaaldienstverlener zonder vergunningen. Afbouwgarantie is een verzekering. Met betrekking tot zekerheidstelling prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie over de uitleg van betalingsdienst als bedoeld in artikel 4 onder punt 3, gelezen in samenhang met punt 3 van bijlage I, van Richtlijn 2015/2366 (PSD II).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Venekamp, J.L.W. Aerts, P. Glazener</contributor><issued>2025-01-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op het financieel toezicht</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:9932</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:112</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:688"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek van de werknemer toe. De verzochte billijke vergoeding en transitievergoeding worden afgewezen omdat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door werkgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11950152 \ UE VERZ 25-336 (JH/1050)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-03-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9785</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9785</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9785"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting, ZMB, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:707"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Geen sprake van een arbeidsovereenkomst tussen ex-partners. Verzoek om betaling van loon afgewezen. De tegenvordering tot terugbetaling wordt eveneens afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12001060 \ MV EXPL 25-197 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-03-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:704</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:704</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:704"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsrelatie na persoonlijke relatie tussen bestuurder en algemeen directeur. Geen billijke vergoeding, wel transitievergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11947720 ME VERZ 25-151 BmR/842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-03-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:5325</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2023:4632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2023:4632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2023:4632"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. De Afdeling staat voor de vraag of zij ook bij een verkorte motivering, op grond van artikel 267, derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, gelezen in het licht van artikel 47, tweede alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, verplicht is te motiveren waarom zij geen prejudiciële vragen aan het Hof stelt. De Afdeling meent dat het verkort motiveren voldoet aan de motiveringseisen van het Unierecht en aan de vereisten voor een eerlijk proces zoals deze voortvloeien uit het EVRM. In deze zaak heeft [appellant] een beroep gedaan op Unierecht en zowel de rechtbank als de Afdeling verzocht daarover prejudiciële vragen te stellen. De Afdeling is van oordeel dat sprake is van een “acte éclairé” en wil in deze zaak een verkort gemotiveerde uitspraak doen op het hoger beroep van [de vreemdeling] (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). [appellant] maakt daar bezwaar tegen onder verwijzing naar het arrest Consorzio.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202102327/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudicieel verzoek</description><issued>2023-12-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:486</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:243</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29794"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710063 / JE RK 26-1358</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kleine-Jansen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:136"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen geloofwaardigheidsbeoordeling asiel – vanaf 1 juli 2024 beoordeelt verweerder de geloofwaardigheid van een asielrelaas op een andere wijze – verweerder stelt eerst de asielmotieven vast, beoordeelt dan of deze asielmotieven volledig met authentieke en/of objectief verifieerbare documenten en/of objectieve openbare bronnen zijn onderbouwd en zo niet, of de asielzoeker aan alle in artikel 31, zesde lid, van de Vw 2000 (die identiek zijn aan 4, vijfde lid, van richtlijn 2011/95) genoemde voorwaarden voldoet – als dit niet zo is, dan wordt het asielrelaas ongeloofwaardig geacht. De rechtbank vraagt zich of deze werkwijze verenigbaar is met artikel 4 van richtlijn 2011/95, artikel 10, derde lid onder b, van richtlijn 2013/32 en artikelen 4 en 18 van het Handvest – door de beoordeling van het asielverzoek te beperken tot artikel 4, vijfde lid, van richtlijn 2011/95, lijkt geen invulling te worden gegeven aan lid 1 tot en met 4 van deze bepaling en worden onder meer de andere elementen die als ondersteuning van de verklaringen kunnen dienen, niet of onvoldoende betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling en lijkt geen sprake te zijn van een volledig en grondig onderzoek van de beschermingsbehoefte. Verzoekster legt aan haar asielverzoek ten grondslag dat een man, die lid is van een gewapende groepering, om de hand van haar dochter heeft gevraagd, welk verzoek door haar en haar dochter herhaaldelijk is afgewezen. Deze man heeft verzoekster en wijlen haar echtgenoot aangevallen en van dit incident heeft verzoekster aangifte gedaan bij de rechtbank in haar land van herkomst. - Verzoekster en wijlen haar man zijn vervolgens gevlucht, de dochter is in het land van herkomst ondergedoken. Aan verzoekster zijn voorwaarden c en d tegengeworpen. Bij voorwaarde c is niet onderzocht of de door eiseres overgelegde aangifte of algemene landeninformatie steunbewijs vormt voor haar verklaringen – verweerder vindt de redenen die eiseres geeft voor het niet binnen 48 uur na inreis indienen van een asielverzoek niet verschoonbaar, dit betekent reeds dat de verklaringen van eiseres ongeloofwaardig worden geacht en dit lijkt in strijd met artikel 10, eerste lid, van richtlijn 2013/32. De rechtbank legt als tweede prejudiciële vraag aan het Hof de vraag voor of de rechter, net als bij het controleren van de rechtmatigheid van een terugkeerbesluit, bij het beoordelen van de rechtmatigheid van de afwijzing van een asielverzoek, zo nodig ambtshalve de eerbiediging van het refoulementbeginsel moet controleren. De rechtbank verzoekt het Hof om de vragen in de versnelde procedure te behandelen (PPA). De rechtbank schorst de behandeling van het beroep en houdt in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof iedere verdere beslissing aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.28889 verwijzing</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2025-01-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:228</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:718"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet. Werknemer is na een ziekmelding en detentie, herhaaldelijk niet verschenen op oproepen werkgever om op kantoor in gesprek te gaan. Ktr: dringende reden. Werknemer moet werkgever gefixeerde schadevergoeding betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11973452 \ UE VERZ 25-350 en 11977830 \ UE VERZ 25-354</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-03-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13892</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13892</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13892"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Varia. CBR rijbewijs ongeldig verklaard op de grond dat niet is meegewerkt aan een EMG-cursus</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/10204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:139"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen geloofwaardigheidsbeoordeling asiel – vanaf 1 juli 2024 beoordeelt verweerder de geloofwaardigheid van een asielrelaas op een andere wijze – verweerder stelt eerst de asielmotieven vast, beoordeelt dan of deze asielmotieven volledig met authentieke en/of objectief verifieerbare documenten en/of objectieve openbare bronnen zijn onderbouwd en zo niet, of de asielzoeker aan alle in artikel 31, zesde lid, van de Vw 2000 (die identiek zijn aan 4, vijfde lid, van richtlijn 2011/95) genoemde voorwaarden voldoet – als dit niet zo is, dan wordt het asielrelaas ongeloofwaardig geacht. De rechtbank vraagt zich of deze werkwijze verenigbaar is met artikel 4 van richtlijn 2011/95, artikel 10, derde lid onder b, van richtlijn 2013/32 en artikelen 4 en 18 van het Handvest – door de beoordeling van het asielverzoek te beperken tot artikel 4, vijfde lid, van richtlijn 2011/95, lijkt geen invulling te worden gegeven aan lid 1 tot en met 4 van deze bepaling en worden onder meer de elementen die als ondersteuning van de verklaringen kunnen dienen, niet of onvoldoende betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling en lijkt geen sprake te zijn van een volledig en grondig onderzoek van de beschermingsbehoefte. Verzoeker legt zijn homoseksuele gerichtheid ten grondslag aan zijn asielaanvraag. – het asielmotief “seksuele gerichtheid” is naar zijn aard niet aannemelijk te maken met authentieke en/of objectief verifieerbare documenten en/of objectieve openbare bronnen – verweerder past zijn nieuwe wijze van beoordelen van de geloofwaardigheid echter in alle procedures op dezelfde wijze toe, ongeacht het asielmotief en ongeacht de jurisprudentie van beide Europese Hoven over de bewijswaarde van documenten die niet authentiek en/of objectief verifieerbaar zijn.- Verweerder merkt alleen de seksuele gerichtheid en niet de door verzoeker gestelde problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid als asielmotief aan en werpt verzoeker voorwaarde c tegen – verweerder betrekt, door de nieuwe wijze van beoordelen, niet de door verzoeker overgelegde brief van zijn moeder die betrekking heeft op de door verzoeker gestelde problemen – verweerder betrekt niet de landeninformatie bij het beoordelen van de verklaringen van verzoeker – verweerder beoordeelt niet of de gestelde problemen moeten worden gekwalificeerd als vervolging of ernstige schade. – doordat verweerder desondanks voorwaarde c van toepassing acht, wordt het asielrelaas ongeloofwaardig geacht. De rechtbank legt als tweede prejudiciële vraag aan het Hof de vraag voor of de rechter, net als bij het controleren van de rechtmatigheid van een terugkeerbesluit, bij het beoordelen van de rechtmatigheid van de afwijzing van een asielverzoek, zo nodig ambtshalve de eerbiediging van het refoulementbeginsel moet controleren. De rechtbank verzoekt het Hof om de vragen in de versnelde procedure te behandelen (PPA) en de rechtbank verzoekt het Hof om deze procedure gevoegd te behandelen met de procedure waarin de rechtbank heden dezelfde prejudiciële vragen heeft gesteld (ECLI:NL:RBDHA:2025:136). De rechtbank schorst de behandeling van het beroep en houdt in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof iedere verdere beslissing aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.27801 verwijzing</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2025-01-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:228</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2024:2829</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:2829</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2024:2829"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 23 augustus 2023 heeft de vreemdeling de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag van 17 februari 2023 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De Afdeling heeft bij verwijzingsuitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125 het Hof verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen. De Afdeling heeft daarin vragen gesteld over de uitleg van artikel 31, derde lid, derde volzin en onder b, van de Procedurerichtlijn). Dit was naar aanleiding van het door de staatssecretaris genomen Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire van 21 september 2022. De staatssecretaris heeft met dit besluit de wettelijke beslistermijn van zes maanden voor alle aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, oftewel verzoeken om internationale bescherming, verlengd met negen maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400194/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Prejudicieel verzoek</description><issued>2024-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:19612</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:160</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9784</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9784</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9784"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, beroep gegrond, proceskostenvergoeding, de gemachtigde van belanghebbende kwalificeert als een bijzonder geval in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2765</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13921"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding - huurrecht - medehuurders - eiseres vraagt de kantonrechter voorlopig te bepalen dat zij met uitsluiting van gedaagde gerechtigd is tot het gebruik en het genot van de huurwoning - belangenafweging - toewijzing voorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12379845 VV EXPL 26-556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Vriezen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:748"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, loonvordering afgewezen. Eiseres is geen gewone werknemer maar statutair bestuurder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12025785 \ UV EXPL 25-336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Ramsaroep</contributor><issued>2026-03-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:750"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. Volgens eiser is de inschrijving van de (voorlopige) winnaar in strijd met de aanbestedingsstukken. Toewijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/603617 / KG ZA 25-600</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.J. Verschoof</contributor><issued>2026-03-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:747"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">schending goed werkgeverschap (7:611 BW), terugkomen op verlenging van de arbeidsovereenkomst onder voorgewende redenen, kwetsbare positie werknemer, immateriele schadevergoeding van € 5.000,00.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11950768 \ LE VERZ 25-71 BW 31650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.R. van der Vos</contributor><issued>2026-03-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6166</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6166</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6166"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 7 jaren en beveelt de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 12 maanden. De verdachte is schuldig bevonden aan (medeplegen van) opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, meermalen gepleegd en eenvoudig witwassen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.164264.25 en 13.299823.20 (TUL)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M. van Vuure, mr. G.H. Meijer, mr. W.B. Bruins</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:810"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">voortzetten arbeidsovereenkomst na overname van onderneming</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12046505 \ MV EXPL 26-2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-03-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9782</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9782</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9782"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2584</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6168"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 24 maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 480 uren. De verdachte is schuldig bevonden aan het medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet, meermalen gepleegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.145122.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M. van Vuure, mr. G.H. Meijer, mr. W.B. Bruins</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29789</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29789</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29789"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZZM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711448 / FA RK 26-8692</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:826"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst op verzoek werkgever op e, g en i-grond. Ktr wijst verzoek toe op de g-grond met transitievergoeding en billijke vergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen werkgever. Andere taken opgedragen na reorganisatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11977929 \ UE VERZ 25-357</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.H. Charbon</contributor><issued>2026-03-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:825"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsverzoek o.g.v. disfunctioneren, verstoorde arbeidsverhouding en combinatiegrond afgewezen. Disfunctioneren en verstoorde arbeidsverhouding niet vast komen te staan. Werknemer lang (40 jaar) in dienst,</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11997755 \ UE VERZ 25-378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.H. Charbon</contributor><issued>2026-03-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29785</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29785</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29785"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711703 / FA RK 26-8850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14075"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Proces-verbaal van aanhouding. Betreft geweigerde omgevingsvergunning voor een kleine windturbine. De omgevingsvergunning is geweigerd op grond van beleid. De rechtbank is voorshands van oordeel is dat de in het beleid opgenomen afstandsnorm onvoldoende onderbouwd is en buiten beschouwing gelaten moet worden. Ook zijn de belangen van eiseres ten onrechte niet kenbaar bij de besluitvorming betrokken. Mede met het oog op finale geschilbeslechting is met partijen is afgesproken dat de gemachtigde van het college aan de hand van het proces-verbaal met de wethouder in overleg treedt over de aanvraag van eiseres. Zoals de gemachtigde van het college ter zitting ook heeft opgemerkt, liggen alle benodigde rapportages er al en zijn die ook positief. De rechtbank houdt de zaak voor onbepaalde tijd aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/5415</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M. Jurgens</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:2134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:2134"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Mededingingsrecht. Drempel voor verwijzing naar schadestaatprocedure. Vervolg op vonnis van 22 februari 2023 waarin de rechtbank prejudiciële vragen heeft gesteld aan het HvJEU (ECLI:NL:RBAMS:2023:1242). HvJEU heeft de vragen bij arrest van 19 september 2024 beantwoord (ECLI:EU:C:2024:764). Door Booking.com gehanteerde pariteitsclausules zijn geen toegelaten ‘nevenrestricties’. HvJEU heeft duidelijk heeft gemaakt hoe de relevante markt moet worden afgebakend bij onlinehotelreserveringsplatform. Rechtbank is niet gebonden aan beslissing Duitse mededingingsautoriteit autoriteit (en rechters) waarin is vastgesteld dat pariteitsclausules inbreuk op artikel 101 VWEU vormen. Rechtbank oordeelt dat de Duitse mededingingsautoriteit en rechters onvoldoende rekening hebben gehouden met de substitueerbaarheid van hotelreserveringsplatforms met andere verkoopkanalen vanuit het perspectief van de reiziger. Rechtbank moet relevante markt zelf afbakenen. Zal deskundige benoemen. Verwijzing naar schadestaatprocedure: hotels moeten eerst nader toe te lichten dat de mogelijkheid dat zij (ieder voor zich, afzonderlijk) schade hebben geleden, aannemelijk is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/697614 / HA ZA 21-186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-03-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:1242</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2023:1242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:1242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2023:1242"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank stelt het Hof van Justitie van de Europese Unie ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing de volgende vragen: 1. Zijn de brede en smalle pariteitsclausule in het kader van artikel 101 lid 1 VWEU aan te merken als een nevenrestrictie? 2. Hoe moet bij de toepassing van Verordening (EU) 330/2010 de relevante markt worden afgebakend wanneer transacties worden bemiddeld door een online travel agency platform (OTA) waar accommodaties kamers kunnen aanbieden en in contact kunnen komen met reizigers die via het platform een kamer kunnen boeken?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/697614 / HA ZA 21-186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Prejudicieel verzoek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Dudok van Heel, mr.  J.W. Bockwinkel, mr. M. Singeling</contributor><issued>2023-03-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:2134</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2024:470</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2024:764</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1049"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Faillietverklaring. Rechtspersoon werd ontbonden, maar heeft niet voldaan aan haar wettelijke plicht om informatie over de vereffening van haar vermogen te geven. Daarom is voorshands, behoudens tegenbewijs, aannemelijk dat er nog baten zijn om te verdelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/26/84 F</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.J. Neijt</contributor><issued>2026-03-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9783"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afvalstoffenheffing, beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3705, 25/3706, 25/3707, 25/3774</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29658"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling van een gemeenschappelijke vastgoedportefeuille. Partijen moeten opdracht geven aan een makelaar om alle onroerende zaken te taxeren en hieraan hun volledige medewerking verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/685815/ HA ZA 25-448</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Kuipers</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:854"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">onverschuldigde betaling na vernietiging vonnis kantonrechter in hoger beroep, werkgever moet daarom alle bedragen die werknemer uit hoofde van dit vonnis aan haar heeft betaald terugbetalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11662591 \ LC EXPL 25-922 BW 31650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-03-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:5065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:5065"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak na arrest Multan over de omvang van het dossier en het kunnen uitoefenen van de verdedigingsrechten. Eiser is een christen uit Pakistan en jegens hem is een Fatwa uitgevaardigd. Verweerder legt aan zijn afwijzing van de asielaanvraag onder meer een door het Ministerie van Buitenlandse zaken opgesteld individueel ambtsbericht ten grondslag. Uit het arrest GM van 22 september 2022 volgt reeds dat de 8:29 Awb-procedure niet verenigbaar is met het Unierecht. Eiser moet namelijk zijn verdedigingsrechten kunnen uitoefenen ondanks dat de 8:29 Awb-rechter heeft bepaald dat de beperking van de openbaarmaking van de onderliggende stukken van het ambtsbericht gerechtvaardigd is omdat “de door de minister gestelde belangen van bronbescherming, de bescherming van de bij het onderzoek gehanteerde methoden en technieken, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een derde die niet bij het onderzoek is betrokken en het voorkomen van onevenredige benadeling, zwaarder wegen dan het belang dat eiser kennisneemt van de stukken”. De rechtbank heeft in deze procedure prejudiciële vragen gesteld over de omvang van het dossier ten aanzien waarvan eiser zijn verdedigingsrechten moet kunnen uitoefenen en over de verplichting van de rechter die op het beroep beslist om van het hele dossier kennis te nemen om te waarborgen dat het beginsel van non-refoulement wordt geëerbiedigd. Het Hof heeft de vragen van de rechtbank op 29 januari 2026 beantwoord en het arrest Multan gewezen. Uit dit arrest blijkt dat informatie over de wijze waarop BuZa onderzoek heeft verricht in Pakistan ook deel uitmaakt van ‘het dossier’. Uit dit arrest en het arrest GM van 22 september 2022 volgt dat eiser bijvoorbeeld middels een zogenoemde ‘special advocate’ toegang moet hebben tot alle relevante stukken. De rechtbank stelt vast dat een wettelijke basis hiervoor vooralsnog ontbreekt. Eiser heeft echter terecht gewezen op de verplichting van de rechtbank om te waarborgen dat het Unierecht zijn volle werking geniet. De rechtbank zal kennisnemen van de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht en van de informatie over de wijze waarop BuZa het onderzoek in Pakistan heeft verricht en bepaalt dat verweerder ook kennis moet nemen van deze stukken. De rechtbank willigt tevens het verzoek van eiser in om ‘een special advocate’ te benoemen en bepaalt dat BuZa inzage in de stukken aan deze ‘special advocate’ zal moeten verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL22.10458 tussenuitspraak</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2026-03-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19786"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Herziene aangifte aangemerkt als verzoek om ambtshalve vermindering en afgewezen. Beroep tegen de afwijzing is niet-ontvankelijk. Dat eiser tot de laatste dag van de beroepstermijn heeft gewacht en daarbij werd gehinderd door computerproblemen komen voor zijn rekening en risico.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 2438</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. Sahebali</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2024:678</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:678</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2024:678"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzingsuitspraak in verband met het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/562 en 21/903</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Prejudicieel verzoek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Venekamp, H.S.J. Albers, W.J.A.M. van Brussel</contributor><issued>2024-10-08</issued><reference relation="citing" lang="nl">Tabaks- en rookwarenwet</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:960</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:853</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:853</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:853"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding. Van werknemer mocht worden verwacht dat hij in gesprek ging met werkgever over wat er voor hem nodig was om terug te keren op de werkvloer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11994887 \ UE VERZ 25-370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Ramsaroep</contributor><issued>2026-03-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:11555</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11555</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:11555"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geen onrechtmatige perspublicatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11583331 \ CV EXPL 25-4087</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:89</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:89</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:89"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep staatssecretaris tegen uitspraak (ECLI:NL:RBROT:2021:3053) over boetes vanwege in de handel brengen navulverpakkingen vapes met onjuist nicotinegehalte. Prejudiciële vragen verwijzingsuitspraak (ECLI:NL:CBB:2024:678) beantwoord door Hof van Justitie van de Europese Unie bij arrest van 11 december 2025 in zaak C-665/24 (ECLI:EU:C:2025:960). Aangevallen uitspraak vernietigd. De ondernemingen hebben navulverpakkingen met een onjuist nicotinegehalte in de handel gebracht. Boetes terecht opgelegd. Geen omstandigheden om de boetes wegens de ernst van de overtreding of anderszins te matigen of te schrappen. Overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/562 en 21/903</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Venekamp, H.S.J. Albers, W.J.A.M. van Brussel</contributor><issued>2026-03-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Tabaks- en rookwarenwet</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:861"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Sociaal ontwikkelbedrijf valt niet onder het toepassingsbereik van de CAO Schoonmaak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/604799 / KG ZA 25-643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-03-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1749</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1749</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1749"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij verwijzingsuitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125, (verwijzingsuitspraak) heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de door haar gestelde vragen over het verlengen van de beslistermijn voor verzoeken om internationale bescherming in het licht van artikel 31, derde lid, derde volzin en onder b, van de Procedurerichtlijn. Dit artikelonderdeel is geïmplementeerd in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Laatstgenoemd artikelonderdeel geeft de minister de mogelijkheid om de beslistermijn van zes maanden uit artikel 42, eerste lid, van de Vw 2000, met hoogstens negen maanden te verlengen. De minister mag de beslistermijn verlengen als een groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt (asielverzoek), waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is om de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden. De minister heeft de beslistermijn met het Wijzigingsbesluit Vc 2000 van 21 september 2022, geldend vanaf 27 september 2022 (WBV 2022/22), met negen maanden verlengd. Dit besluit geldt voor alle asielverzoeken waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken op 27 september 2022 en die zijn ingediend tot 1 januari 2023. In deze einduitspraak beantwoordt de Afdeling met inachtneming van het arrest Zimir de vraag of de minister met WBV 2022/22 de beslistermijn voor asielzaken van zes maanden met negen maanden mocht verlengen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300717/2/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:136</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2023:4125</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2023:4125</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2023:4125"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 13 oktober 2022 heeft de vreemdeling de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag van 10 april 2022 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag beroep ingesteld bij de rechtbank. De staatssecretaris heeft bij Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire van 21 september 2022, geldend vanaf 27 september 2022, de wettelijke beslistermijn van zes maanden voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengd met negen maanden. Dit besluit geldt voor alle aanvragen waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken op 27 september 2022. Lidstaten kunnen de beslistermijn van zes maanden met ten hoogste negen maanden verlengen als sprake is van een groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen dat tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300717/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:136</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2024:1028</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:326</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:868</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:868</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:868"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op verzoek van werknemer. Er is sprake van een verstoorde arbeidsrelatie. Ook is sprake van ernstig verwijtbaar handelen door werkgever, waardoor werkgever een billijke vergoeding moet betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11986903 \ UE VERZ 25-368</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J.M. Hendriks</contributor><issued>2026-03-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6169"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 43-jarige man tot een gevangenisstraf van zes jaren. De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van en de handel in cocaïne.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.107618.25 en 08.222541.25 (gev. ttz.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M. van Vuure, mr. G.H. Meijer, mr. W.B. Bruins</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13891"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Varia, tijdelijke parkeervergunning afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/75</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4444"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. Als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken. Artikel 5 Wahv. Het rijden in een privévoertuig houdt doorgaans in dat middelen tot staandehouding, zoals een stoptransparant of optische en geluidssignalen, niet voorhanden zijn. Geen aanleiding om te twijfelen aan de bevoegdheid van de verbalisant. In de jurisprudentie is bepaald dat de akte van aanstelling of beëdiging van de verbalisant geen deel uitmaakt van de stukken in een Wahv-procedure en dat het ontbreken daarvan niet zonder meer de conclusie rechtvaardigt dat een verbalisant onbevoegd is om een boete op te leggen. De kantonrechter sluit zich niet aan bij het oordeel van de rechtbank Midden-Nederland over de verhoging van de boetebedragen per 1 maart 2024.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12133813 BU VERZ 26-525</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4441</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4441</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4441"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Ingebrekestelling prematuur, nu de beslistermijn met toepassing van artikel 7:24, derde lid, van de Awb is opgeschort. Ook een mobiel pinapparaat is een mobiel elektronisch apparaat dat kan worden gebruikt voor communicatie of informatieverwerking. Ook het vasthouden van een zo’n apparaat is dus niet toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12133833 BU VERZ 26-526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4443</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4443</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4443"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. 25 kilometer per uur harder rijden dan mag op een autoweg buiten de bebouwde kom. Verschoonbare termijnoverschrijding. Uit de Poolse RDW blijkt dat vóór pleegdatum afstand is gedaan van dit voertuig, waardoor het vanaf toen niet meer op naam van betrokkene stond. Gegrond beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12139201 BU VERZ 26-574</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13971"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Verdelingszaak. Toewijzing, Gedaagde verzet zich niet tegen verkoop van de woning. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen. Reconventie. Verdelingszaak. Deels toewijzing. De meer subsidiaire vordering, inhoudende de storting van de eventuele overwaarde op een depotrekening, wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/721187 / KG ZA 26-569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A.M. Cooijmans</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:2996</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2996</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:2996"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Pools vervolgings-EAB. Uitspraak na arrest Hof van Justitie van de EU (HvJ) in de zaak ‘Dubers’ (C-641/23, ECLI:EU:C:2026:3). De rechtbank heeft vastgesteld dat het niet betalen van alimentatie voor een minderjarig kind naar Nederlands recht niet strafbaar is, maar ziet aanleiding om van weigering van de overlevering af te zien. De raadsman heeft verzocht de Minister van Justitie en Veiligheid (MvJ&amp;V) om de garantie te vragen dat de verstrekte terugkeergarantie zal worden geëffectueerd, ook al is het feit naar Nederlands recht niet strafbaar. Het HvJ heeft in zijn arrest ‘Dubers’ een uitleg gegeven die meebrengt dat als de overlevering afhankelijk is gemaakt van de terugkeergarantie en de rechtbank heeft afgezien van weigering van de overlevering op grond van het ontbreken van de strafbaarheid naar Nederlands recht, de MvJ&amp;V in het kader van de terugkeer niet opnieuw mag beoordelen of het belang van maatschappelijke re-integratie zwaarder weegt dan het belang bij weigering op grond van het ontbreken van strafbaarheid naar Nederlands recht. De erkenning van het buitenlandse vonnis mag daarom in beginsel niet worden geweigerd vanwege het ontbreken van strafbaarheid naar Nederlands recht. Hierop bestaat naar het oordeel van het HvJ echter een uitzondering, namelijk als sprake is van gewijzigde omstandigheden in de juridische of feitelijke situatie van de opgeëiste persoon (het verzwakken of verdwijnen van de band met Nederland) die het niet uitvoeren van de terugkeergarantie rechtvaardigen. In dat geval mag de MvJ&amp;V wél een nieuwe beoordeling maken die ertoe kan leiden dat terugkeer naar Nederland achterwege blijft. Van doorkruising van de doelstelling van de terugkeergarantie is dan geen sprake, want terugkeer naar Nederland zou in een dergelijk geval niet meer die doelstelling dienen. Naar het oordeel van de rechtbank is met het door het HvJ geschapen kader voldoende gewaarborgd dat de MvJ&amp;V, behoudens de door het HvJ geschetste uitzonderingssituatie, het oordeel van de rechtbank over de weigeringsgrond van dubbele strafbaarheid zal volgen. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om op dit punt nadere garanties te vragen van de MvJ&amp;V, zoals door de raadsman verzocht. De MvJ&amp;V is immers gehouden de wet kaderbesluitconform uit te leggen, zodat er vanuit kan worden gegaan dat hij zich zal houden aan de uitspraak van het HvJ. Verder is een verweer ex art. 9-1-f OLW gevoerd. Dit verweer slaagt niet omdat het niet betalen van alimentatie naar Nederlands recht niet strafbaar en er daarom naar Nederlands recht geen sprake kan zijn van verjaring van het recht om te vervolgen. De rechtbank heropent het onderzoek ter zitting voor het stellen van nadere vragen i.k.v. art. 11 OLW betreffende het ‘remand regime’ in het Huis van Bewaring waar de OP na eventuele overlevering zal worden geplaatst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/161114-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.P. Kijlstra, O.P.M. Fruytier, L. Sanders</contributor><issued>2026-03-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30341"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Italië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, zienswijze.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2023:6739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:6739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2023:6739"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overleveringswet. Prejudiciële verwijzing. De rechtbank Amsterdam stelt prejudiciële vragen over 1) de beslistermijnen van artikel 17 Kaderbesluit 2002/584/JBZ in het licht van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, 2) onderscheid op grond van nationaliteit bij de regeling van de garantie van terugzending van artikel 5, punt 3, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en 3) de samenhang tussen de artikelen 4, punt 1 en 5, punt 3, Kaderbesluit 2002/584/JBZ enerzijds en Kaderbesluit 2008/909/JBZ anderzijds bij de uitvoering van een garantie van terugzending</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/161114-23 (EAB II)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.P. Kijlstra, O.P.M. Fruytier, L. Sanders</contributor><issued>2023-11-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:251</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:3</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1595"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Goederenrecht. Pandrecht (art. 3:246 BW). Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering? Kan pandhouder bevoegdheid tot schikking in pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking? Gesloten systeem van goederenrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02209</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:377</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:1553</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27211"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Faillietverklaring ontbonden vennootschap, baten summierlijk gebleken. Partijen hadden reeds regeling getroffen. Ontbindingsbesluit dag voor zitting. Verkoop en verdeling opbrengst activa niet inzichtelijk gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708474 / FT RK 26/399, C/09/26/332 F</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. Mundt</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12654</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12654</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12654"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Faillissementsverzoek afgewezen. Niet is gebleken dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: FT RK 26/475</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-25</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 1</reference><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 6</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27712"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek tot faillietverklaring door ontbreken steunvordering. Ook afwijzing subsidiair verzoek tot benoeming deskundige ex. artikel 371 lid 4 Fw. Benoeming van een deskundige op basis van artikel 371 lid 4 Fw kan slechts worden gedaan in het kader van de WHOA. Benoeming deskundige past niet in het summiere karakter van het onderzoek binnen de faillissementsprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: FT RK 26/466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. de Loor</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4089"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Surseance. Beschikking ex artikel 268a Fw. De rechter-commissaris stelt het akkoord vast als ware het aangenomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: S.18/26/1202-1203-1204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.C. Groenewegen</contributor><issued>2026-09-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 268a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1218"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante als (bedrijfstak)pensioenfonds niet op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb als belanghebbende bij een aanvraag om uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW kan worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2782 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6605</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6605</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6605"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Curator is q.q. aansprakelijk voor het leggen van een beslag zonder grondslag. Aansprakelijkheid pro se wordt afgewezen. Schadevergoeding wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/605946 / HL ZA 26-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Blanke</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6120</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6120</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6120"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aankondiging prejudiciële vragen aan de HR. Erfpacht, canon, faillissement. Kwalificatie vordering als bestaand of toekomstig</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C-01-408352 - HA ZA 24-585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Boekhorst</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6611"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een overgang van onderneming en een dynamisch incorporatiebeding. De cao van oude werkgever en het sociaal plan is van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12168648 \ UE VERZ 26-140</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.F.A. van Buitenen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13978</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13978</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13978"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onbetaalde factuur architect.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11617583 CV EXPL 25-7980</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.W. Langeler</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30343"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Dat in de gegevens van het zaakoverzicht geen melding wordt gemaakt van het afdoen via zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke weg geeft de kantonrechter geen aanleiding om de inleidende beschikking wegens strijd met de Aanwijzing te vernietigen. De officier van justitie kan bij het opleggen van een strafbeschikking en de strafrechter kan bij het opleggen van een straf immers rekening houden met de (hoogte van de) sanctie die langs administratiefrechtelijke weg is opgelegd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12145103 MB VERZ 26-20315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Schaaf</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30344</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30344</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30344"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, beroep, gronden, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60120</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30342"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onverzekerde bromfiets. Uit de BRP-gegevens van betrokkene is gebleken dat hij in een PI verbleef. Tevens blijkt uit deze gegevens dat betrokkene nu in België woont. Nu uit het RDW-uittreksel blijkt dat het voertuig voorafgaand aan de controle was geschorst en op 25 april 2025 alsnog opnieuw is geschorst, en tevens aannemelijk is geworden dat er niet met het voertuig is gereden, wordt de boete gematigd met de helft. Beroep deels gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12133328 MB VERZ 26-20299</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Schaaf</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13959</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13959</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13959"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Proces-verbaal van mondeling vonnis. Het gevorderde verbod tot verkoop van de vorderingen en daarmee het gebod om verder te onderhandelen met eisers over een minnelijke regeling worden afgewezen. Het staat de vereffenaar vrij om binnen de aan hem toekomende beleidsvrijheid te kiezen hoe hij de vorderingen van de ontbonden vennootschap te gelde maakt. In de gestelde gang van zaken ziet de rechtbank geen eenzijdige rechtshandelingen van de vereffenaar waaraan eisers rechten kunnen ontlenen. De vereffenaar heeft geen onvoorwaardelijke toezegging gedaan en hij heeft geen overeenkomst met hen gesloten. De redelijkheid en billijkheid brengen ook niet mee ervan uit te gaan dat de vereffenaar zich onvoorwaardelijk heeft gebonden ten opzichte van eisers en dit volgt ook niet uit wat volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/714594 / HA ZA 26-133</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29816"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedeeltelijke toewijzing vdo, voldoende belang bij benoeming huisartsgeneeskundige, vdo door deskundige vaatchirurg is prematuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 707172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30345"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, beroep, zicht op uitzetting, slotsom beroepsgrond, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58859</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13987"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Nakomingsvordering. Toewijzing. Gedaagde heeft de overeenkomst jegens eisers opgezegd. Dat brengt mee dat gedaagde zich moet uitschrijven uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Reconventie. Onder meer nakomingsvordering. Afwijzing. Gedaagde kan geen nakoming vorderen van afspraken die niet zijn gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/722197 / KG ZA 26-659</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Bouwman</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25374</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25374</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25374"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel, opvolgende aanvraag, geloofwaardigheid, homoseksualiteit, identiteitsgroei, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.46300</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13990"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Ontruiming. Afwijzing. In deze situatie is sprake van onderhuur die betrekking heeft op een zelfstandige woning waar de onderhuurder, gedaagde, haar hoofdverblijf heeft. Dat brengt op grond van artikel 7:269 lid 1 BW mee dat in geval van beëindiging van de huur tussen huurder en verhuurder de onderhuur wordt voortgezet door de verhuurder. Dat de hoofhuurovereenkomst nog voortduurt betekent niet zonder meer dat eiser nu in kort geding een ontruimingstitel tegen gedaagde behoort te krijgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726346 / KG ZA 26-962</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Bouwman</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2853</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2853</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2853"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 1022 Rv. Bevoegdheidsincident. Beroep op overeenkomst tot arbitrage. Uitleg van het arbitragebeding. Geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.460/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5849"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie, ouders niet samengewoond, beide ouders kinderen uit eerdere relatie. Afgeweken van uitgangspunt dat draagkracht gelijk wordt verdeeld omdat vast staat dat beide ouders met een vast (gemiddeld) bedrag per maand bijdragen in die kosten. Opgenomen bij extra lasten ipv bij alimentatie eerdere kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/344770 / FA RK 26-343</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Vodegel</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6028</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6028</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6028"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers verzoek om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. De rechtbank is van oordeel dat de commissie het verzoek van eiser mocht afwijzen. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Berlo</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29823"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep is ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte ongeloofwaardig gevonden dat eiser problemen heeft ondervonden, omdat zijn oom een stamgenoot heeft vermoord. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende deugdelijk gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als Hazara een gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Pakistan. Ten aanzien van de medische situatie van eisers broer is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat de broer van eiser enkel afhankelijk is van eiser.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.57620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.M. Brandwacht-Kampman</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6029"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de exploitatie- en terrasvergunning die de burgemeester heeft verleend aan Kaldi Deventer. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester de vergunning op goede gronden heeft verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/2150</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Berlo</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29824</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29824</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29824"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiseres geen procesbelang meer heeft bij haar aanvraag. Beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.51754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.M. Brandwacht-Kampman</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6037"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Bij de heffingsambtenaar is geen storing aan de bewuste parkeerautomaat op 7 maart 2026 bekend. Belanghebbende heeft de gestelde storing niet met (verifieerbare) gegevens onderbouwd evenmin als zijn stelling over beweerdelijke verklaringen van handhavers over een storing. Het is aan belanghebbende om daarvan (een begin van) bewijs te leveren. Dat de betaling niet is voltooid komt doordat de betaling is afgebroken - veelal doordat de pinpas te snel wordt teruggetrokken -. Als betaling van parkeergeld om welke reden ook wordt afgebroken ontslaat dit de parkeerder niet van de verplichting om de vereiste parkeerbelasting te voldoen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1111</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6059"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burengeschil, erfdienstbaarheid, recht van overpad. Tijdelijke beperkingen erfdienstbaarheid toegestaan, andere verboden. Dwangsommen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351499 / KG ZA 26-201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van Diggele</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6039"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De enkele ontkenning van belanghebbende dat sprake is van door belanghebbende gevoerde reclame op/aan beide panden worden door genoemde foto’s van de heffingsambtenaar onbetwist weerlegd en weersproken. [..] De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het belastbare feit zich (op meerdere dagen) heeft voorgedaan en dat de aanslag reclamebelasting van 31 mei 2025 terecht is opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/2405</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6040</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6040</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6040"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">PW. Het gaat in deze zaak om de afwijzing door het college van de door betrokkene aangevraagde bijzondere bijstand voor de kosten van mentorschap en bewindvoering over de jaren 2023, 2024 en 2025. Betrokkene is het daar niet mee eens. De beroepsgronden slagen niet, zodat de afwijzing van de gevraagde bijzondere bijstand in stand blijft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1467</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Eikelenboom</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6041"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WAO. Uitvoering beslag door deurwaarder en inhouding voor het CAK. Het UWV is gebleven binnen het kader van het door de deurwaarder gelegde beslag op de WAO-uitkering. Het UWV is bevoegd in te houden voor het CAK. Geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die maken dat anders zou moeten worden beslist. Het beroep slaagt niet. Wél heeft het UWV het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en voorziet zelf in de zaak door het bezwaar alsnog ongegrond te verklaren en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde bestreden besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1464</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.T. de Kwaasteniet</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6042</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6042</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6042"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wsf 2000. Verzoek om verlenging diplomatermijn afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat er wel een causaal verband is tussen de bijzondere omstandigheden en het niet halen van een diploma binnen de diplomatermijn. Beroep gegrond, vernietiging bestreden besluit, herroepen primair besluit en zelf voorzien.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/775</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Koster</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6471"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 1:251 lid 2 BW, artikel 1:253n in combinatie met artikel 1:251a lid 1 BW, artikel 1:377e BW, artikel 1:377a lid 3 BW Verdrag van Istanbul Gezag en omgang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.370.298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29844</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29844</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29844"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Maatregel van vreemdelingenbewaring ogv 50a. Eiser ten onrechte niet aangevoerd voor zitting. Geen andere mogelijkheid eiser nog ter zitting te horen. Termijn van 15 dagen kon niet meer worden gehaald, geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden. Beroep gegrond, opheffing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58024</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.P. van Eerde</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9904"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening over een omgevingsvergunning voor het kappen van de zomereik op het perceel nabij [adres]. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is [verzoekster] geen belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/4113</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6470</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6470</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6470"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">artikel 1:449 lid 2 BW Het gerechtshof wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af. Verzoeker heeft niet onderbouwd dat de noodzaak voor het bewind niet meer bestaat. Ook heeft hij niet onderbouwd dat het bewind niet zinvol is gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.370.211</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6152"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen zijn buren. Het perceel van partij A grenst niet aan de openbare weg en is alleen via de toegangsweg op het perceel van partij B (hierna te noemen: de weg) bereikbaar. Partij B staat partij A momenteel alleen toe om de weg te gebruiken te voet, per fiets of met een ander niet-gemotoriseerd voertuig. Partij A wil de weg ook met gemotoriseerde voertuigen gebruiken. Hij stelt primair dat een in 1963 gevestigde erfdienstbaarheid ten onrechte niet in een ruilverkavelingsakte van 2022 is opgenomen en subsidiair verzoekt hij om aanwijzing van een noodweg op grond van artikel 5:57 BW. Partij B vordert in voorwaardelijke reconventie, voor het geval de vorderingen van partij A geheel of gedeeltelijk worden toegewezen, dat het gebruik van de weg wordt beperkt tot niet-gemotoriseerd verkeer. Subsidiair vraagt partij B om een maximumsnelheid van 5 km per uur en een parkeerverbod op haar perceel. Ook vordert partij B een contactverbod. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van partij A toe op subsidiaire grondslag en wijst de bestaande weg van partij B aan als noodweg. Partij A en zijn bezoekers mogen daarvan ook met gemotoriseerde voertuigen gebruikmaken. Aan dat gebruik worden de door partij B in voorwaardelijke reconventie gevraagde voorwaarden verbonden. De proceskosten in conventie komen voor rekening van partij A. In reconventie worden de kosten gecompenseerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/347499 / KG ZA 26-111</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.F. van Aalst</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13883</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13883</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13883"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Stopzetting verrekening van ten onrechte ontvangen AIO-aanvulling met AOW-pensioen. Eiseres wendt haar vermogen in Turkije niet aan voor de aflossing. Invordering is ter executie overgedragen aan advocaat in Turkije. Dit betreft geen publiekrechtelijke rechtshandeling. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/4498</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.A. Hage</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6025</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6025</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6025"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Verlaagde tarief van toepassing bij sloop en herbouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2595 en 25/2596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:8187</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6023</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6023</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6023"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Rechtsherstel box 3.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6174</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6174</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6174"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak na verwijzing. OB. Vergrijpboete. Is het aan (voorwaardelijk) opzet van belanghebbende te wijten dat te weinig omzetbelasting is betaald?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/112</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-10-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:304</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1948"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat de inspecteur terecht en niet te hoge aanslagen vennootschapsbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd. Het hof acht het aannemelijk dat belanghebbende in onderhavige jaren voor haar rekening en risico het restaurant exploiteerde. Voor 2017 heeft de inspecteur op basis van een gemotiveerde schatting aannemelijk gemaakt dat de aanslag niet te hoog is. Voor 2018 geldt dat sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast, belanghebbende niet heeft doen blijken dat de aanslag te hoog is en dat voorts sprake is van een redelijk schatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/65 en 25/66</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8809</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7790"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Sky-ECC zaak. Veroordeling wegens meerdere Opiumwetdelicten tot een gevangenisstraf van 3 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-274962-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Breimer</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24322"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel (Turkije); Gülenist; landenbeleid en beleidswijziging; vrees voor vervolging onvoldoende geïndividualiseerd; toetsing aan politieke overtuiging en geloofsovertuiging; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.20508</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7791"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling wegens ontucht plegen met zijn minderjarige kind tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een 38v-maatregel inhoudende een contactverbod met het slachtoffer en een gebiedsverbod. Vrijspraak wegens bezit van kinder- en dierenporno wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-086736-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:11552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:11552"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Klaagschrift art. 98 en 552a Sv gedeeltelijk gegrond verklaard</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-008610</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:11554</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7792"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">veroordeling wegens het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van 700 kilogram lachgas tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een taakstraf van 200 uur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-106953-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24321"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">PKV; BNT; kennisgeving leeftijd; geen proecsbelang; beroep niet-ontvankelijk; premature ingebrekestelling; geen tegemoetkomen; PKV afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.20665</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2847"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident tot zekerheidstelling ex artikel 235 Rv; belangenafweging; vordering wordt afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.372.174/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29847"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak van de meervoudige kamer. Artikel 8 van het EVRM. Het bestreden besluit bevat zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken en de rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond. In de aanvullende motiveringen van verweerder ziet de rechtbank reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. De rechtbank sluit zich aan bij het oordeel van de Afdeling dat verweerder het economisch belang mag interpreteren als algeheel welvaartsbelang dat breder is dan de vraag of iemand mogelijk ten laste komt van de openbare kas.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.48991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, mr. B. van Dokkum, mr. F. Arichi</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7793"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">veroordeling wegens het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van 700 kilogram lachgas tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een taakstraf van 150 uur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-106960-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29849"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende asielaanvraag Sierra Leone - biseksuele gerichtheid niet aannemelijk gemaakt - beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.51943, NL26.17571 en NL26.17572</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. de Wit</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7887</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7887</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7887"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 41-jarige man uit Harderwijk voor bedreiging, het aanwezig hebben van een mes en huisvredebreuk. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op voor de duur van 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/179107-26; 05/322658-26 (gev. ttz)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26956"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel; Ivoorkust; derde opvolgende aanvraag; zelf procederende eiser; geloofwaardigheid; biseksualiteit; problemen met bazin; meerdere keren MOB; beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/10015</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7890</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7890</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7890"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">tussenvonnis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/219684-25 tussenvonnis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2944"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring aanranding van vier slachtoffers door een fysiotherapeut/manueel therapeut en het overtreden van artikel 98 wet BIG. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk. Oplegging van een beroepsverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002953-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9907"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter oordeelt dat twee zolderkamers van een appartement op de [adres] in [plaats] behoren tot het gehuurde. De zolderkamers staan niet genoemd in de huurovereenkomst, maar gelet op de gedragingen van de verhuurder vlak na sluiten van de huurovereenkomst en het feit dat de huurder de zolderkamers al 35 jaar gebruikt zonder dat de verhuurder hiervan eerder een punt heeft gemaakt, maakt dat de zolderkamers onderdeel zijn van het gehuurde. De huurder hoeft de zolderkamers niet te ontruimen. De huurprijsvermindering vanwege een gebrek in de zolderkamers blijft in stand. Beëindiging van de huurovereenkomst voor zover deze ziet op de zolderkamers vanwege dringend eigen gebruik door de dochter van de verhuurder wordt afgewezen omdat de opzegging plaatsvond binnen de wachttijd van drie jaar en omdat van dringend eigen gebruik geen sprake is. De verhuurder moet de proceskosten betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12051174 \ CV EXPL 26-507</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25364</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25364</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25364"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen terugkeerbesluit. Het beroep tegen het besluit van 21 februari 2024 is niet-ontvankelijk omdat de beroepsgronden te laat zijn ingediend. Het beroep tegen het besluit van 21 juli 2025 is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.13931</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25363"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">eerste beroep bewaring - 59a - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.48025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7075"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot ontbinding van de vaststellingsovereenkomst afgewezen. Ook vorderingen tot betaling van achterstallig loon, de wettelijke verhoging en de wettelijke rente afgewezen, gelet op ontbreken van voorbehoud in vaststellingsovereenkomst en de finale kwijting-bepaling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12102074 \ UC EXPL 26-1310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25359</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25359</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25359"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie - art. 6, derde lid - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.47989</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10148</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10148</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10148"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak witwassen van een geldbedrag van € 430.840,-, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte wetenschap heeft gehad van het geldbedrag dat is aangetroffen. Bewezenverklaring aanwezig hebben 700 kilogram hasjiesj. De rechtbank ziet geen aanleiding om artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen, nu de rechtbank van oordeel is dat de achterdeurproblematiek niet op verdachte van toepassing is. Ten eerste geldt dat verdachte geen coffeeshophouder of eigenaar is. Daarnaast is niet gebleken waarom het noodzakelijk was dat verdachte deze grote voorraad in bewaring had of dat verdachte een formele werkrelatie heeft met een coffeeshop. Verdachte heeft hierover geen enkele openheid van zaken gegeven door zich op zijn zwijgrecht te beroepen. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1334014825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Sipkens, mr. D.M.S. Gribling, mr. L.A.L. Wiersinga</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:976</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:976</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:976"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer doet beroep op bedenktermijn. Het niet tijdig bereiken van de verklaring tot ontbinding van de vaststellingsovereenkomst komt voor rekening en risico van de werkgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12044957 UV EXPL 26-4 CFd/63200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-03-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:974</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:974</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:974"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig gegeven. De enkele verdenking van diefstal is niet voldoende voor een dringende reden. Verklaring voor recht en toekenning transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11994949 \ AE VERZ 25-71 LvdH/1470</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.H. Charbon</contributor><issued>2026-03-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:681"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser wil met deze procedure bereiken dat niet-genoten vakantiedagen, althans het nog onbetaald gebleven deel daarvan, worden uitbetaald op grond van een met zijn voormalig werkgever (gedaagde) gesloten vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van zijn dienstverband. Ook vordert eiser de afgifte van een deugdelijke loonstrook, wettelijke verhoging, rente en kosten. Gedaagde is het hier niet mee eens. Volgens gedaagde leveren de in de vaststellingsovereenkomst gemaakte afspraken een overschrijding van de in de Wet normering topinkomens (WNT) genoemde normen op. Daardoor is zij volgens haar de betaling van de niet-genoten vakantiedagen niet verschuldigd. De kantonrechter wijst de vorderingen vaneiser af en zal hieronder uitleggen waarom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12050132</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.H. Charbon</contributor><issued>2026-03-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:995"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding van arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsrelatie afgewezen. De arbeidsreatie is weliswaar verstoord maar niet duurzaam verstoord. Werkgever heeft onvoldoende inspanningen verricht tot verbetering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11918993 \ ME VERZ 25-145 BW 31650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-03-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:1473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:1473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:1473"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 16 januari 2024 heeft de vreemdeling de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag van 13 april 2022 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag beroep ingesteld bij de rechtbank. De vreemdeling heeft de Chinese nationaliteit. Hij heeft verklaard dat hij van 2009 tot 2014 en van 2018 tot zijn vertrek in februari 2022 in Oekraïne heeft gewoond. De vreemdeling is op 5 mei 2012 gehuwd met een Oekraïense vrouw en zij hebben een zoon. De vreemdeling is op 7 maart 2022 samen met zijn vrouw en kind Nederland ingereisd. De vreemdeling heeft op 13 april 2022 een asielverzoek ingediend in de centrale aanmeldlocatie in Ter Apel. Zijn vrouw en kind maken geen deel uit van deze procedure. Partijen zijn het erover eens dat de vreemdeling in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de richtlijn tijdelijke bescherming, omdat de vreemdeling voor 24 februari 2022 met zijn Oekraïense vrouw en kind in Oekraïne verbleef.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402732/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudicieel verzoek</description><issued>2025-04-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:313</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1077"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot vernietiging proeftijdontslag afgewezen. Geen misbruik van recht of slecht werkgeverschap door werknemer niet van tevoren te googelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12026982 \ AE VERZ 25-78</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A.T. Werner</contributor><issued>2026-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1074"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gedaagde verblijft in opvanghuis en is van de ene op de andere dag met de kinderen vertrokken. Zij verwijt eiser drank- en drugsgebruik en beschuldigt hem van intieme terreur en/of dwingende controle. Zij heeft – mede in het licht van het verweer - naar het oordeel van de voorzieningenrechter te weinig feiten en omstandigheden gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat eiser geen omgang met zijn kinderen zou mogen hebben.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/605847 / KG ZA 26-27</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Heinemann</contributor><issued>2026-03-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29851</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29851</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29851"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Syrië - verweerder heeft niet goed gemotiveerd dat eiser bij terugkeer geen gegronde vrees voor vervolging heeft - beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.18097</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. de Wit</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7893</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7893</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7893"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Man veroordeeld voor doodslag, vrijspraak van moord. Opgelegd wordt een tbs-maatregel met verpleging van overheidswege, ondanks weigering observandus, en een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05.202446.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1126"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Nakoming. Ex-werknemer heeft recht op uitbetaling van bonus.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11858401 UC EXPL 25-6962 CFd/63200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-03-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6162</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6162</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6162"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen, woning, kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350765 / ES RK 26-2725</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. M.H. van Schaik</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30346"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek afgewezen. Aan het wrakingsverzoek heeft verzoeker onder meer door de rechter genomen beslissingen ten grondslag gelegd. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt echter mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nooit een grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing(en) van de rechter noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel (hoger beroep) belast is met de behandeling van de zaak. Verder valt uit het proces-verbaal van de zitting op geen enkele manier de vooringenomenheid van de rechter af te leiden. Uit de opmerkingen van de rechter en zijn beslissing op het preliminaire verweer, blijkt geenszins dat hij zich al een inhoudelijk oordeel over de schuld van verzoeker had gevormd. De aangevoerde grond dat de rechter op aanvallende toon tegen hem sprak betreft een klacht over de manier waarop hij door de rechter is bejegend. Voor een dergelijke klacht is de wrakingsprocedure niet bedoeld. Verzoeker kan over de wijze van bejegening door de rechter een klacht indienen bij het gerechtsbestuur. Concrete feiten en omstandigheden waaruit volgt dat in de bejegening door de rechter (de schijn van) partijdigheid van de rechter besloten ligt, zijn gesteld noch gebleken. De op de door verzoeker aangevoerde laatste grond gegeven toelichting bevat ten slotte geen concrete feiten waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713610 / KG RK 26-1400</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.W. Schippers, Mr. E.E. Schotte, mr. A.M.A. Keulen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10140"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte is – conform procesafspraken – veroordeeld tot een gevangenisstraf van 44 maanden voor de handel in vuurwapens en cocaïne.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 71/236910-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25358"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Kennisgeving - grensdetentie - artikel 6, derde lid, van de Vw 2000 - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.47686</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2023:453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2023:453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2023:453"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep. Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikelen 4 en 5 van de Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties. Driepartijenbetaalkaartschema met co-brandingpartner. Nettocompensatie. Omzeilingsverbod, gelijkwaardig oogmerk of effect aan de afwikkelingsvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1507 t/m 21/1509, 22/11, 22/846</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Prejudicieel verzoek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Stam, J.L.W. Aerts</contributor><issued>2023-08-29</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op het financieel toezicht</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:13747</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:152</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:295</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5772"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo hangende beroep. Intrekkingsbesluit omgevingsvergunning. Zaaksgebonden omgevingsvergunning Eiser kan niet worden aangemerkt als vergunninghouder op grond van artikel 5.37 van de Omgevingswet (Ow). Heeft geen activiteiten verricht als bedoeld in dat artikel. Verder heeft college in redelijkheid kunnen komen tot intrekking van de omgevingsvergunning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2091_2094</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.P.K. van Rosmalen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2570</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2570</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2570"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het hof stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over de uitleg van art. 8 lid 1 Verordening Brussel I bis in een follow-on kartelschadezaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.292.171/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:243</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:293</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2571"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het hof stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over de uitleg van art. 8 lid 1 Verordening Brussel I bis in een follow-on kartelschadezaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.301.892/01 en 200.301.895/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:243</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:293</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9944"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Aanranding van kind in de leeftijd van 12 tot 16 jaar. Veroordeling tot gevangenisstraf van 6 maanden met aftrek van voorarrest. Verdachte heeft al langer in voorarrest gezeten dan passend wordt geacht. Daarmee geen ruimte voor voorwaardelijk deel en ook niet voor de bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-274711-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2024:126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2024:126"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële verwijzing over de uitleg van de artikelen 3 en 4 van richtlijn 2014/40/EU (tabaksrichtlijn). Naar het oordeel van het College zijn de artikelen 3 en 4 van de richtlijn nog niet op alle punten duidelijk, ook niet met inachtneming van het eerdere arrest van het Hof van Justitie in deze zaak. Daarom kan niet met zekerheid worden vastgesteld of sprake is van een overschrijding van de in de richtlijn vastgestelde maximumemissieniveaus.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2540, 22/2559, 22/2580, 22/2585, 22/2597, 22/2599 en 23/655</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Prejudicieel verzoek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.L. van der Beek, M.M. Smorenburg, J.L.W. Aerts</contributor><issued>2024-02-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Tabaks- en rookwarenwet</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:9297</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:652</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:327</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10597</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10597</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10597"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Conventie en reconventie, over en weer straat- en contactverbod gevorderd. In conventie staat onweersproken onrechtmatig gedrag van de man jegens de vrouw vast, dus volgt toewijzing. Opleggen dwangsom afgewezen wegens ontbreken finanicele draagkracht. Lijfsdwang niet weersproken, dus toegewezen. Volgt proceskostenveroordeling. In reconventie onvoldoende aannemelijk dat de vrouw onrechtmatig gedrag jegens de man vertoont. Volgt afwijzing en proceskostenveroordeling nihil.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/355129 / KG ZA 26-322</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10015</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10015</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10015"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing als gevolg waarvan zijn collega is overleden. Gelet op de ernst van het feit en de gevolgen acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 365 dagen waarvan 361 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van drie jaar passend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-227617-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H.M. Pastoors, mr. P.E. van Althuis, A.K. Bloemendal</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:955"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Merkinbreuk en oneerlijke concurrentie wegens gebruik EAN-codes op bol.com. Afwijzing vorderingen wegens gebrek aan spoedeisend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/606429 / KL ZA 26-29</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Blanke</contributor><issued>2026-03-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7334</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7334</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7334"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Drie tenlastegelegde feiten. Vrijspraak diefstal met geweld en vrijspraak poging toebrengen van zwaar lichamelijk letsel subsidiair mishandeling. Veroordeling ter zake poging tot doodslag. Met een persoon gelegen op de motorkap van een auto met aanzienlijke snelheid door de stad rijden en daarbij trachten die persoon van de auto te laten vallen. Voorwaardelijk opzet bewezen. Noodweerverweer verworpen. Overweging ten aanzien van redelijke termijn na art. 12 Sv procedure. Gevangenisstraf van negen maanden met aftrek van voorarrest. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard. Art. 150 BR. Afwijzing verzoek om oplegging maatregel ex art. 36f.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-138102-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.A. Mandemakers, mr. W.B. Kok, mr. F. Kooijman</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:805"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak verzoekt verzoeker om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verweerder op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter wijst dit verzoek af, omdat er geen redelijke grond is voor ontbinding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12018277</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-03-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:9429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:9429"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak na arrest Multan van 29 januari 2026 / artikelen 23, eerste lid, en 46 eerste lid, van richtlijn 2013/32, artikel 5 van richtlijn 2008/115 / artikelen 4, 19, tweede lid, 47 van het Handvest / 8:29 Awb. De rechtbank heeft na het arrest Multan op 12 maart 2026 een tussenuitspraak gedaan. De rechtbank heeft in die uitspraak bepaald dat verweerder -zelf- kennis moet nemen van de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht en van de stukken die zien op de wijze waarop Buitenlandse Zaken in Pakistan het onderzoek heeft verricht. De rechtbank heeft tevens bepaald dat eiser door tussenkomst van een ‘special advocate’ kennis moet kunnen nemen van al deze stukken. Verweerder heeft medegedeeld dat hij niet zal voldoen aan de tussenuitspraak, zodat de rechtbank nu een einduitspraak doet. Omdat verweerder niet van de gehele inhoud van het dossier kennis heeft genomen, is de beschermingsbehoefte reeds hierdoor niet grondig genoeg onderzocht en is (het handhaven van) het besluit onzorgvuldig voorbereid en ontoereikend gemotiveerd. De rechtbank heeft in de verwijzingsuitspraak gedetailleerd beschreven wat de voor de onderhavige procedure relevante passages van de “Vakbijlage REK-check” zijn en heeft een deel van de inhoud van de “Werkinstructie Ambtsberichten van Buitenlandse Zaken” van juli 2023 weergegeven. Anders dan verweerder veronderstelt, blijkt uit de stukken niet dat overeenkomstig de Vakbijlage en de werkinstructie is gehandeld en blijkt evenmin dat is voldaan aan de REK-check-criteria. De rechtbank stelt na kennisname van de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht en van de stukken die zien op de wijze waarop Buitenlandse Zaken in Pakistan het onderzoek heeft verricht vast dat de inhoud van het individuele ambtsbericht niet voldoende wordt gedragen door deze stukken, dat niet inzichtelijk is hoe tot de (diverse deel)conclusies is gekomen, dat de vragen van de aanvrager onvoldoende worden beantwoord en dat de methode van onderzoek onvoldoende zorgvuldig en niet volledig is geweest. Dit betekent dat verweerder het individueel ambtsbericht niet ten grondslag kan leggen aan de afwijzing van de opvolgende aanvraag van eiser. De rechtbank overweegt voorts dat gelet op de wijze waarop het onderzoek in Pakistan heeft plaatsgevonden en zoals dit uit het onderzoeksverslag blijkt, niet kan worden uitgesloten dat het onderzoek op zichzelf, een risico voor eiser bij terugkeer tot gevolg heeft. De rechtbank kan dit thans onvoldoende grondig onderzoeken en kan thans ook niet beoordelen of eiser reeds vanwege deze wijze van onderzoek in aanmerking moet worden gebracht voor internationale bescherming. De rechtbank hecht daarbij nadrukkelijk betekenis aan de omstandigheid dat eiser zijn verdedigingsrechten niet volledig in overeenstemming met het Unierecht heeft kunnen uitoefenen. De beroepsgrond van eiser dat verweerder zijn opvolgende aanvraag niet in overeenstemming met het Unierecht heeft beoordeeld slaagt ook. De rechtbank acht het niet opportuun om nu de andere beroepsgronden te beoordelen. Beroep gegrond &amp; PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL22.10458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2026-04-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:9590</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:9590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:9590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:9590"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen Procedurerichtlijn en Terugkeerrichtlijn – 8:29 Awb. Eiser is een christen uit Pakistan en jegens hem is een Fatwa uitgevaardigd. Om de opvolgende asielaanvraag van eiser te beoordelen heeft verweerder een individueel ambtsbericht laten uitbrengen. Uit het arrest van het Hof van Justitie van 22 september 2022 in de zaak GM volgt reeds dat de 8:29 Awb-procedure niet verenigbaar is met het Unierecht omdat de verdedigingsrechten van eiser niet volledig worden gewaarborgd als de geheimhouding of beperking van de kennisname gerechtvaardigd wordt geacht. In het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2024 is bovendien bepaald dat de zaak wordt behandeld door een andere bestuursrechter dan degene door wie de beslissing is genomen, terwijl uit de Procedurerichtlijn volgt dat de rechter die de beslissing op de asielaanvraag beoordeelt kennis neemt van alle stukken. De vragen die de rechtbank thans voorlegt zien op het nader preciseren van welke informatie onder “de informatie in het dossier van de verzoeker op grond waarvan een beslissing is of zal worden genomen” zoals bedoeld is in artikel 23, eerste lid, richtlijn 2013/32 valt. Deze uitleg zal bepalen of eiser ook toegang moet krijgen tot gegevens over de wijze waarop Buitenlandse Zaken het onderzoek in het land van herkomst heeft verricht en of de rechtbank over die gegevens dient te beschikken op grond van richtlijn 2013/32. De rechtbank heeft er op gewezen dat in de gehele procedure geen (kenbare) beoordeling plaatsvindt van de vraag of het onderzoek dat Buitenlandse Zaken heeft verricht als zodanig gevolgen heeft voor het refoulementrisico en dat dit ook niet aan een rechterlijke controle is onderworpen. Buitenlandse Zaken beschikt niet over dezelfde expertise als verweerder om het refoulementrisico te kunnen beoordelen. De beoordeling van de onderliggende ongelakte stukken die plaatsvindt in de REK-check en in de geheimhoudingsprocedure die is neergelegd in artikel 8:29 van de Awb, zien niet op het beoordelen van het refoulementrisico. Indien eiser geen inzage heeft in het onderzoeksverslag op de wijze zoals in bepaald in artikel 23, lid 1 onder b, van richtlijn 2013/32, zal hij mogelijk niet ten volle in staat zijn om zijn verzoek om internationale bescherming te onderbouwen. Indien de rechterlijke instantie die in het hoofdgeding bevoegd is om zich uit te spreken over de rechtmatigheid van het besluit inzake internationale bescherming geen inzage heeft in het onderzoeksverslag, rijst ook de vraag of deze rechterlijke instantie ten volle in staat is om het beginsel van non-refoulement te waarborgen en ten volle in staat is een daadwerkelijk rechtsmiddel te bieden en een volledige en ex-nunc beoordeling van het refoulementrisico te verrichten zoals dit door richtlijn 2013/32 wordt vereist. Indien het Hof artikel 23, eerste lid, richtlijn 2013/32 aldus uitlegt dat de onderliggende ongelakte stukken niet kunnen worden beschouwd als de informatie in het dossier van eiser op grond waarvan de beslissing op zijn verzoek om internationale bescherming is genomen, zal de rechtbank aan die bepaling geen toegang tot deze stukken ontlenen. Dan komt de vraag op of artikel 5 richtlijn 2008/115 vereist dat de rechtbank kennis neemt van deze onderliggende ongelakte stukken. De rechtbank moet in het hoofdgeding immers tevens de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit controleren en de verplichting om bij de tenuitvoerlegging van richtlijn 2008/115 het beginsel van non-refoulement te eerbiedigen ziet ook op de rechterlijke instantie en vereist een zelfstandige beoordeling van alle relevante feiten en omstandigheden. Het Unierechtelijke verbod van refoulement heeft immers een absoluut karakter en dient in alle fases van de procedure te worden geëerbiedigd, terwijl in de gerechtelijke fase bovendien een doeltreffende voorziening in rechte is vereist. De rechtbank stelt vast dat de 8:29 Awb-procedure niet verenigbaar is met richtlijn 2013/32 en legt twee prejudiciële vragen aan het Hof voor om uitspraak te kunnen doen en te kunnen bepalen tot welke informatie eiser toegang moet krijgen om zijn verdedigingsrechten te kunnen effectueren en tot welke informatie de rechtbank toegang moet krijgen om het refoulementsrisico te kunnen beoordelen en om te kunnen waarborgen dat het refoulementverbod niet wordt geschonden. De procedure wordt geschorst totdat het Hof de vragen van de rechtbank heeft beantwoord.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL22.10458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2024-06-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:9429</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:53</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1230"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">loonstop onterecht; recht op loondoorbetaling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11969700 MV EXPL 25-188 BmR/842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-04-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2024:5258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:5258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2024:5258"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 september 2018 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan vreemdeling 1 verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Deze uitspraak gaat in de eerste plaats over de vraag of een terugkeerbesluit kan worden uitgevaardigd tegen een vreemdeling van wie weliswaar is vastgesteld dat hij illegaal in Nederland verblijft, maar die door de tenuitvoerlegging van een langdurige of levenslange gevangenisstraf niet vrijwillig aan zijn terugkeerverplichting kan voldoen en voor een lange periode niet fysiek uit Nederland en de Europese Unie kan worden verwijderd. Daarnaast zal aan de orde komen of op het uitvaardigen van een terugkeerbesluit het evenredigheidsbeginsel van toepassing is. Vreemdeling 1 heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit. Hij is op 19 januari 2015 onherroepelijk veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens meervoudige moord en doodslag, gepleegd in de periode van 12 mei 2011 tot 20 mei 2011. Vreemdeling 1 verblijft sinds 2011 in strafrechtelijke detentie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202201153/1/V2 en 202400407/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudicieel verzoek</description><issued>2024-12-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:37</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:397</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1232"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">vraag naar recht op transitievergoeding, billijke vergoeding en immateriële schadevergoeding na einde arbeidsovereenkomst</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12050220 ME VERZ 26-4 BmR/842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-04-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7967</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7967</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7967"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Contactregeling onder regie van de GI. Verzoek eenhoofdig gezag aangehouden. Vrouw moet werken aan verslavingsproblematiek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/430725 FA RK 25-177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1281</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1281</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1281"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Er is geen sprake van een overeenkomst tussen partijen. Daarom ook geen arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11959011 UE VERZ 25-342 CFd/63200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1035"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheid 7:658 lid 2 BW. Arbeidsrechtelijke omkeringsregeling. Werknemer heeft gewerkt onder gevaarlijke omstandigheden die (deel van) klachten konden veroorzaken. Werkgever niet voldoende onderbouwd dat zorgplicht niet is geschonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11766743 \ UC EXPL 25-5455</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.S.T. Belt</contributor><issued>2026-04-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7894"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een zware mishandeling en een mishandeling, terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had. Dit geweld was beide keren gericht tegen hulpverleners tijdens de uitoefening van hun beroep. De rechtbank volgt het advies van de deskundigen om de feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Zij legt de tbs-maatregel met voorwaarden op, alsmede een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel. De rechtbank beveelt dat de tbs-maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Tot slot moet de verdachte schadevergoeding aan de slachtoffers betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/267833-25 en 05/011938-26 (gev. ttz.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29873</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29873</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29873"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gerechtelijke vaststelling vaderschap en kinderalimentatie. verdeling draagkracht over alle kinderen. delen kosten deskundige onderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/688790 / FA RK 25-5490</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1293"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. Fundamenteel gebrek in de aanbestedingsprocedure. Vorderingen worden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/604070 / KG ZA 25-616</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.G. Nicholson</contributor><issued>2026-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6161</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6161</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6161"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming school en peuteropvang. Tijdelijke beslissing in afwachting raadsonderzoek hoofdverblijf en zorgregeling in echtscheidingszaak. Belang kind om met school te beginnen groter dan risico dat hij weer van school moet wisselen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349950 / FA RK 26-1770</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T. Hermans</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1321"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsovereenkomst ten onrechte opgezegd. geen loon verschuldigd omdat er sprake is van een oproeppvereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12027473 \ ME VERZ 25-184 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-04-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7971"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen, voorlopige zorgregeling bepaald en verzoeken tot toevertrouwen minderjarigen afgewezen. Doorverwijzing UHA.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449491 / FA RK 26-3196</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1745"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Duo-moeder adoptie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/598257 / FO RK 25-1027</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.G. van Doorn</contributor><issued>2026-04-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:247</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:247</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:247"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Herstelkosten woning na einde huurovereenkomst. Verstek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600324</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1343"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser vordert loon op grond van de cao. Eiser heeft te laat geklaagd over zijn loon. De vordering wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11883026 \ UC EXPL 25-7282</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-04-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25357"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vervolgberoep bewaring - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.47001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1354"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontslag op staande voet terecht gegeven</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12031162 \ UE VERZ 25-401</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-04-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7884</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7884</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7884"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tenlastegelegde feit primair bewezen: als watersporter zonder gebruik te maken van een schip (een bellyboat) watersport bedrijven in een gedeelte van de vaarweg dat bestemd is voor de doorgaande scheepvaart (de Waal bij Lent). Een bellyboat is naar zijn aard niet bestemd of geschikt als middel van vervoer te water en is daarom geen schip. Het beroep op toestemming van de Waterpolitie en het verweer dat bebording ontbrak, zijn verworpen. Het subsidiair ten laste gelegde is niet beoordeeld. Straf: schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. Hierbij is rekening gehouden met de persoon en omstandigheden van verdachte, het tijdsverloop en het feit dat de vriend die op dezelfde locatie in een bellyboat voer, niet is beboet. Artikelen: 9a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 1.01 en 8.08 van het Binnenvaartpolitiereglement.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 96/060841-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.C. Leemreize</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1356"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst toegewezen wegens een verstoorde arbeidsverhouding door ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Toekenning van transitievergoeding, billijke vergoeding en immateriële schadevergoeding. Intrekkingsmogelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12029044 \ UE VERZ 25-398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-04-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6163</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6163</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6163"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen, woning, kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350859 / ES RK 26-2755</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K.J. Haarhuis</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:248"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Voornaamwijziging minderjarige in verband met kennelijke vergissing tijdens aangifte geboorte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600490</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1451</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1451</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1451"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet houdt geen stand. Ontbiding op grond van een verstoring van de arbeidsrelatie. Toekenning billijke vergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12020773 \ LE VERZ 25-79 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-04-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1261</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1261</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1261"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer is in dienst bij Werkgever als functie. Uit hoofde van die functie heeft hij de dagelijkse leiding over de organisatie. Op 9 februari 2026 is Werknemer door de CEO van Werkgever, geschorst/op non-actief gesteld en is hem de toegang tot de bedrijfssystemen ontzegd. Werknemer is het hier niet mee eens en wil met deze procedure bereiken dat deze ordemaatregelen zo snel mogelijk worden opgeheven. Werkgever wil dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen helemaal eindigt en heeft daartoe een verzoek tot ontbinding ingediend bij de bevoegde kantonrechter in Arnhem. Dat verzoek zal al op 9 april 2026 mondeling behandeld worden. Werknemer wil die mondelinge behandeling niet afwachten en wil, mede ter voorbereiding van zijn verdediging tegen het ontbindingsverzoek, zo snel mogelijk toegelaten worden tot zijn werkzaamheden en tot de systemen. De voorzieningenrechter moet helaas constateren dat er op dit moment sprake is van een ernstige vertrouwenscrisis tussen partijen. Het is uitgesloten dat partijen daarvoor in de korte tijd die nog rest tot 9 april 2026 al een oplossing kunnen vinden. Dat betekent dat een vruchtbare samenwerking voorlopig niet mogelijk is en dat het belang van Werkgever bij een ongestoorde voortgang van de werkzaamheden op dit moment zwaarder weegt dan het belang van Werknemer om zijn werkzaamheden ter voorkoming van verdere schade aan zijn positie zo snel mogelijk te hervatten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 607284</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.A.M. Pinckaers</contributor><issued>2026-04-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10581"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Executiegeschil tijdens hoger beroep. Vonnis is zonder nadere motivering uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De advocaat van de vrouw heeft artikel 21 Rv geschonden door informatie over andere inkomsten achter te houden. De gevorderde schorsing van de executie en opheffing van het beslag wordt afgewezen. In reconventie wordt een dwangsom verbonden aan de in het bodemvonnis uitgesproken verdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/355158 / KG ZA 26-325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25356"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vervolgberoep bewaring - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.46465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7961"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Overeenstemming verhuizing en inschrijving school. Beslissingen genomen over geschillen omtrent halen en brengen i.h.k.v. omgang, extra contactmoment met vader en vakantieverdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447021 / FA RK 26-1860</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:249</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:249</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:249"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek gezamenlijk gezag wordt afgewezen. Omgangregeling van een dagdeel per week vastgesteld met mogelijkheid tot uitbreiding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202500504 en BON202500506</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6164</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6164</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6164"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding. Aanhouden hoofdverblijfplaats en zorgregeling voor raadsonderzoek. Verzoek afgifte sieraden afgewezen omdat niet vaststaat dat de man deze onder zich heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/347551 / ES RK 26-1721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T. Hermans</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25354"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.47249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:250"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling van een omgangsregeling en een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600123 &amp; BON202600124 &amp; BON202600125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1631"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 10, lid 1, letter j, Wet Vpb; art. 6:22 BW; aan werknemers onder opschortende voorwaarden verleende rechten op aandelen omgezet naar cashbonus; kan een voorziening worden gevormd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:685</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1096</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6333"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Jaarlijks indienen van bezwaar- en (hoger)beroepschriften met telkens dezelfde niet onderbouwde gronden en geregeld wraken levert geen misbruik van procesrecht op. Terugwijzing naar rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2389 en 25/2390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7358</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1952"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op een verzoek voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat in afwachting van een uitspraak in de hoofdzaak – gelet op de onderbouwing van het verzoek – een voorlopige voorziening niet het geschikte middel is om te beslissen op een getuigenaanbod en/of de stellingen van belanghebbende betreffende het ontbreken van dossierstukken en de schijn van vooringenomenheid in de bezwaarfase. Ook is van een spoedeisend belang niet gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Kromhout</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2726</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2222"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Klikbrief. Geen nieuw feit. Kwade trouw. Wel bijtelling privé gebruik auto. Geen bestelauto die door aard en inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijkt te zijn voor het vervoer van goederen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/115, 24/116, 24/271 en 24/272</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, Mr. M.E. Smorenburg, mr. B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:93</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7363"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vpb 2020. D BV is enig aandeelhouder van E BV. E BV huurkoopt in 2014 een onderneming voor €165.000 (€50.000 aanbetaling + 36 maandelijkse termijnen van €3.490,25). De huurkoopovereenkomst bevat een eigendomsvoorbehoud en de dga van D BV heeft zich borg gesteld. D BV financiert de huurkoop voor E BV via rc-verhouding. In februari 2020 verkoopt D BV de aandelen in E BV. In haar aangifte Vpb 2020 verwerkt D BV een boekverlies van €152.546 vanwege afwaardering van de rc-vordering op E BV. De inspecteur accepteert dit boekverlies niet en wijkt bij het opleggen van de aanslag Vpb af van de aangifte. De rechtbank is van oordeel dat D BV de rc-vordering niet kon afwaarderen ten laste van de winst. In geval de dga van D BV zich ook borg heeft gesteld voor de rc-vordering heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat een reëel risico bestaat dat de vordering niet zou worden terugbetaald. In geval de dga van D BV zich niet borg heeft gesteld, is sprake van een onzakelijke lening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7134</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.F. Kossen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10931"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag forensenbelasting Texel terecht opgelegd. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 635</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6870</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6870</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6870"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde van een woning op een NSW-landgoed. De heffingsambtenaar heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe hij de instandhoudingsfactor heeft berekend. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/81</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2269"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De heffingsambtenaar heeft een aanslag forensenbelasting 2021 opgelegd voor het beschikbaar houden van een gemeubileerde woning voor meer dan 90 dagen van het belastingjaar. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij haar hoofdverblijf in de woning heeft. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1913</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. J.K. Lanser</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8209</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7336</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7336</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7336"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. In geschil is of het pensioenfonds kan worden aangemerkt als een gemeenschappelijk beleggingsfonds, omdat de deelnemers beleggingsrisico dragen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/2362</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit, mr. B.J. Zippelius, mr. drs. R.W.J. van der Struijk</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4729"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende het verwijderen en verwijderd houden van een stacaravan en de opslag van hout in kratten op het perceel aan de [locatie 1] in Rijsbergen. Aan de [locatie 1] in Rijsbergen is een perceel gelegen dat wordt bewoond door [wederpartij]. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert" rust op het perceel de bestemming "Bos". [appellant] is bewoner van het perceel aan de [locatie 2] in Rijsbergen. Hij heeft een handhavingsverzoek gedaan vanwege de volgens hem met het bestemmingsplan strijdige aanwezigheid van een caravan en opslag van hout op het perceel [locatie 1]. Het college heeft op 2 november 2022 geconstateerd dat er een caravan stond op het perceel en dat vrijgekomen hout van de kap van bomen op het perceel werd opgeslagen in kratten en te koop werd aangeboden aan particulieren. Daarom heeft het college [wederpartij] op 17 januari 2023 een last onder dwangsom opgelegd wegens het aanwezig zijn van de caravan en het opslaan van hout in kratten op het perceel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504197/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4743"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Castricum het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeren en Wonen" vastgesteld. Het parapluplan beoogt onder andere te voorzien in een nieuwe parkeerregeling voor het gehele grondgebied van de gemeente Castricum Aanleiding hiervoor is volgens de plantoelichting dat in het voorgaande parapluplan "Standplaatsen, terrassen en parkeren" niet is geregeld dat bij een wijziging van het bestaande gebruik in voldoende parkeerbehoefte moet worden voorzien. Met de vaststelling van het voorliggende parapluplan wordt hierin wel voorzien en is de parkeerregeling aangevuld. Het parapluplan voorziet daarnaast in een regeling voor laden en lossen. Tot slot voorziet het parapluplan in definitiebepalingen voor de begrippen "wonen" en "huishouden". Symbion is eigenaresse van het winkelcentrum aan het Bakkerspleintje in Castricum en van meerdere (winkel)panden in het centrum van Castricum, waaronder het pand aan de Dorpsstraat 62. Symbion heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het parapluplan omdat zij zich niet kan verenigen met de in de planregels opgenomen bouw- en gebruiksregels voor laden en lossen en de gebruiksregels voor parkeren. Zij vreest dat deze regels haar bouw- en gebruiksmogelijkheden voor haar winkelpanden verregaand beperken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403439/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:190</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:190</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:190"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mensensmokkel via een cruisereis. Behulpzaam zijn bij illegale binnenkomst in Curaçao of Aruba. Wetenschap of ernstige reden te vermoeden dat de aanwezigheid van de ander wederrechtelijk is. Beroep of gewoonte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 500.00072/26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C.A.M. Los</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7972</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7972</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7972"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzen verzoek gezamenlijk gezag en vaststelling omgang. Kind zit klem tussen ouders. In overwegingen informatieregeling. Brief aan kind.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/396114 / FA RK 22-1413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10595"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot ontruiming van een schuur en deel van een perceel dat in een nalatenschap valt. Beroep op bezit en bevrijdende verjaring slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/353312 / KG ZA 26-225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6165</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6165</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6165"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak gaat over de vraag of de betaling van € 50.000,-- door betrokkene aan gedaagde terugbetaald moet worden aan Hoff q.q. Hoff q.q. stelt dat de betaling onverschuldigd is verricht, dan wel dat er sprake is van paulianeus handelen. Volgens gedaagde gaat het om de terugbetaling van een geldlening en is er geen sprake van onverschuldigde betaling of paulianeus handelen. De rechtbank oordeelt dat is voldaan aan de voorwaarden van paulianeus handelen en dat Hoff q.q. de betaling rechtsgeldig heeft vernietigd. Gedaagde moet het bedrag van € 50.000,00, vermeerderd met kosten, daarom terugbetalen aan Hoff q.q.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/341467 / HA ZA 25-412</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van Diggele</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6069"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe een omgevingsvergunning verleend aan The Dutch Business Sport and Recreation Development II B.V. (The Dutch) voor het aanleggen van een tijdelijk waterbassin op de percelen met de kadastrale nummers [locatie 1] en [locatie 2] in Vuren. De vergunning is verleend tot en met 23 december 2028. The Dutch heeft in het verleden opdracht gegeven aan een grondbedrijf om een geluidwal aan te brengen, inclusief een ophoging van ongeveer 150 meter breed. Bij deze ophoging heeft het grondbedrijf staalslakken op de percelen gestort. Staalslakken zijn een restproduct van de staalproductie en mogen onder voorwaarden worden toegepast als bouwstof. De staalslakken zijn echter onjuist toegepast en in aanraking gekomen met grondwater waardoor een verontreiniging van de bodem en het grondwater is ontstaan. The Dutch moet maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat staalslakken niet meer met gronden of hemelwater in contact kunnen komen. Het verontreinigd raken van water moet daarmee worden beëindigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500779/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7957"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking verzoek gezag, hoofdverblijf en omgang nav raadsonderzoek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/414557 / FA RK 23-4649</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25353"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">8 EVRM, mvv kort verblijf, Irak, economische en sociale binding, schending hoorplicht, beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.6295</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30356"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vervolgberoep vreemdelingenbewaring – 59a van de Vw – ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60939</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29867"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte (X) en voornaamswijziging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/682460 / FA RK 25-2261</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Brakel</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7964</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7964</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7964"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">G&amp;O - toewijzing verzoek eenhoofdig gezag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/398561 / FA RK 22-2626 en C/02/398628 / FA RK 22-2657</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7388"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. In geschil is of belanghebbende een gemeenschappelijk beleggingsfonds is, omdat de deelnemers beleggingsrisico dragen, en of de verzekeringsvrijstelling niet van toepassing en daardoor (een deel van) de premies zijn belast met btw. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 21/4431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit, mr. P.J. Tikken, mr. M.F. Kossen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2271"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar tegen inhoudingen loonheffing 2023 op ambtenarenpensioen en AOW-uitkering van inwoner van de Filipijnen. Niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, behalve het bezwaar voor december 2023, dat ongegrond is verklaard. Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Verschoonbaar? Zeer lange duur postbezorging in de Filipijnen: minstens zes weken. Belanghebbende acht dat niet zijn risico. Geen postadres in Nederland opgegeven tot nadat de rechtbank dat verlangde. Geen berichtenbox op mijnoverheid.nl geopend. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Belanghebbende heeft overigens alsnog aangifte 2023 gedaan en een voorlopige aanslag conform zijn standpunt ontvangen. Inspecteur verklaart ter zitting dat dat een automatische aanslag is die onjuist is en hersteld zal worden. Belanghebbende kondigt bezwaar en beroep aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/953, 25/954, 25/955 en 25/956</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, mr. B.J. Rubbens, prof. mr. P.J. Wattel</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3701</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2886</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2886</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2886"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag bpm. Schade niet aannemelijk gemaakt. De overgelegde koerslijst is niet bruikbaar. Belanghebbende is niet erin geslaagd een lagere handelsinkoopwaarde aannemelijk te maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/622</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:13356</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:287</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:287</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:287"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aruba. Landsverordening aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Verhaal verzekeraar op aansprakelijke persoon. Bestuurder is niet in het bezit van Arubaans rijbewijs, maar wel van buitenlands rijbewijs. Uitleg verzekeringsvoorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA201901042 – AUA2020H00016</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.C.C. Lewin, E.W.A. Vonk, C.G. ter Veer</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14080</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14080</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14080"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">MK Jeugdstraf. De rechtbank veroordeelt de jeugdige verdachte voor diefstal met geweld, schuldwitwassen, vernieling en het voorhanden hebben van een Vuurwerk Brandstof Combinatie (hierna te noemen: VBC) tot 180 uur werkstraf, waarvan 80 uur voorwaardelijk, onder de algemene en een reeks bijzondere voorwaarden. Met name de aanwezigheid van de VBC in de woning van de verdachte heeft veel impact gehad. Deze is (door een ander) aangestoken, waardoor een explosie en brand in het appartementencomplex is ontstaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/111639-25, 15/053593-26, 15/095805-25,15/183219-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7977</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7977</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7977"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek voor een zorgmachtiging. Betrokkene werkt op vrijwillige basis mee.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449881 / FA RK 26-3379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7985"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bekrachtiging ouderschapsplan</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447816 / FA RK 26-2293</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30354"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Richtlijn tijdelijke bescherming, Oekraïne, verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/16496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Janssen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7290"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling belastingfraude. Geldboete € 10.000</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82/063347-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Vermeulen, mr. G.M. Blanken, mr. A.H.J. Saes</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29869"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststellen geboortegegevens en voornaamswijziging. IPR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/689984 / FA RK 25-6098</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Brakel</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29852</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29852</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29852"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening - geen opvang COa - verzoekster heeft een reguliere verblijfsvergunning en is daarmee in beginsel aangewezen op voorzieningen die de gemeente verstrekt - verzoek afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/14461</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. D. Biever</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3507"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiedam aan de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 30 koop- en 119 huurappartementen op een commerciële onderbouw met daaronder een parkeergarage op de voormalige locatie Toernooiveld aan de A. Daalmeijerstraat in Schiedam. De omgevingsvergunning is verleend voor de realisatie van onder meer 149 woningen in twee torens op een onbebouwd deel van de Distillateursbuurt in Schiedam. Deze ontwikkeling is planologisch mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan "Toernooiveld". Huisman is gevestigd aan de Admiraal Trompstraat 2 in Schiedam en exploiteert op haar bedrijfslocatie een inrichting voor het ontwerpen en monteren van hijs- en hefwerktuigen, boorinstallaties en andere installaties voor de offshore industrie en pretparkattracties. De werktuigen en installaties worden gemonteerd op schepen die aan haar kade in de Wiltonhaven zijn afgemeerd. Huisman vreest door de realisatie van de woningen in haar bedrijfsvoering te worden belemmerd. Het gaat haar daarbij met name om de invloed die het zogenoemde nestgeluid van de afgemeerde schepen zal hebben op het geluidniveau in de woningen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401509/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:717</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:717</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:717</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:717"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning tbv de bouw van 30 koop- en 119 huurappartementen. Verweerder heeft op goede gronden aannemelijk kunnen achten dat het bouwplan voldoet aan het Bouwbesluit, met name voor wat betreft de geluidwering (artikel 3.3). Het door eiseres gestelde over het nestgeluid geeft de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder zich ten tijde van het bestreden besluit om die reden niet op het standpunt heeft mogen stellen dat het aannemelijk is dat het bouwplan aan de voorschriften van het Bouwbesluit voldoet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 20/6117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, mr. J. Fransen, mr. P.S.A. Overwater</contributor><issued>2024-02-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3507</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23381"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">opvolgende asielaanvraag - Ivoorkust - overgelegde documenten - asielmotieven niet terecht niet geloofwaardig</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27042</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.P.C.G. Derksen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2025:3499</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:3499</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2025:3499"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de weigering van het college om aan eiseres een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van appartementen in een kantoorgebouw. De aangevraagde appartementen voldoen namelijk niet aan de criteria uit de beleidsregels die het college heeft vastgesteld voor het omzetten van een kantoorfunctie naar een woon- of verblijfsfunctie. Verder heeft het behouden van kantoren in het gebied waarin het gebouw van eiseres ligt de voorkeur van het college. Ook om deze reden wil het college niet meewerken aan de plannen van eiseres. Volgens eiseres maakt het college een verkeerde afweging omdat zij niet onderkent dat sprake is van short stay appartementen en die elders ook zijn toegestaan. De rechtbank vindt dat het college de aanvraag om omgevingsvergunning heeft mogen afwijzen omdat niet gebleken is dat hij een verkeerd beoordelingskader heeft gehanteerd en alle relevante belangen zijn afgewogen. De rechtbank wijst het beroep van eiseres daarom af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_24_3544</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.C. Rozeboom</contributor><issued>2025-06-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3499</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3499</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3499</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3499"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo geweigerd om aan Holland Steen een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van 22 short stay-appartementen in het kantoorgebouw aan het Stationsplein 20 in Almelo. Holland Steen is eigenaar van het kantoorgebouw. De studio’s hebben een oppervlakte van maximaal 20 m2, met een aantal grotere appartementen, voornamelijk bedoeld voor expats. Nadat medewerkers van de gemeente negatief hebben geadviseerd over dat bouwplan, heeft Holland Steen in juni 2023 tekeningen voor een gewijzigd bouwplan laten opstellen en ingediend bij het college. Dit gewijzigde bouwplan betreft het realiseren van elf appartementen met een oppervlakte van 43 tot 60 m2. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning geweigerd. Het college wil niet meewerken aan het afwijken van het bestemmingsplan "Centrum", omdat het college aan het behoud van een kantoorfunctie in het gebouw de voorkeur geeft, en omdat niet is voldaan aan de voorwaarden over de gebruiksoppervlakte uit de Beleidsregels "Kamerbewoning, inwoning, woningsplitsing, herbestemmen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en verkleining oppervlaktemaat voor woningen".</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504032/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:3499</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1479"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">rechtsgeldig ontslag op staande voet</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11986349 \ UE VERZ 25-360 (JH/1050)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-04-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:12124</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:12124</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:12124"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verkeersongeval met lichamelijk letsel tot gevolg. Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Zeer onvoorzichtig rijgedrag. Onvoorwaardelijke taakstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/164711-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.J. Wijnnobel-van Erp, W.R. van Hattum, J.J. Balfoort</contributor><issued>2025-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1486"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Pensioenrecht. Aanspraken gehuwde werkneemsters na privatisering PTT. Art. 5 Personeelswet PTT. Uitleg Overgangsreglement. Klachtplicht. Samenlooptoeslag. Eerdere pensioenaanspraken bij ABP niet ten onrechte verlaagd of niet uitgekeerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11880238 \ UC EXPL 25-7211</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.M. Vanwersch</contributor><issued>2026-04-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10749</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10749</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10749"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Verzet. Ontruiming woonruimte en betaling huurachterstand. Ontruiming reeds plaatsgevonden. Meer dan drie maanden huurachterstand. Ontruiming gerechtvaardigd. Verzet deels gegrond ten aanzien van deel van de huurachterstand. Reconventie afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12402163 \ CV EXPL 26-5354</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Verzet</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3056"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bevestiging van het vonnis met aanvulling van de strafmotivering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002306-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:12124</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1648</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1648</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1648"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst, h-grond, afwijzing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12110889 \ ME VERZ 26-28</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G.F. van der Kraats</contributor><issued>2026-04-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7979"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Hoofdverblijf, contactregeling, kinderalimentatie, man is ondernemer, winst fors gedaald sinds einde relatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/443988 / FA RK 26/225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29864"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzen eenhoofdig gezag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697936 / FA RK 26-496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.S. Honée</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1395"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Loonstop terecht opgelegd. Niet verschijnen op afspraak bij de bedrijfsarts, geen toestemming voor contact met psycholoog en plan van aanpak niet ondertekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12077687 \ MV EXPL 26-11 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.R. van der Vos</contributor><issued>2026-04-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:1982</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1982</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:1982"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring van belaging van drie medewerksters van de gemeente Leiden, meermalen gepleegd. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 228 dagen, met aftrek van de tijd reeds in voorarrest doorgebracht, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis. Als bijzondere voorwaarde legt de rechtbank een contactverbod op met de drie aangeefsters en bepaalt dat deze voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is. De rechtbank legt voorts een drietal maatregelen ex artikel 38v Sr op, te weten contactverboden met de aangeefsters en beveelt dat bij elke overtreding vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van twee weken, met een maximum van zes maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/202065-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Rootring, R. Wieringa, G.A. van Essen</contributor><issued>2026-02-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1661"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">overeenkomst van opdracht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11835623 \ LC EXPL 25-1699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G.F. van der Kraats</contributor><issued>2026-04-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7992"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging ZR nav stagneren huidige ZR en inforegeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/446660 FA RK 26/1669</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1658"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">kort geding. IE. Art 2:20 lid 2 sub b en c BVIE en art 5 Hw. Geen inbreuk op woordmerk of handelsnaam. Beschrijvende namen, beperkt onderscheidend vermogen en dus beperkte bescherming. Geen verwarrinsggevaar geen bekend merk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/606711 / KG ZA 26-60</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N.A.J. Purcell</contributor><issued>2026-04-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5905"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Bernheze het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d, De Bunders, Heesch" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze vastgesteld. [appellant] heeft een melkveebedrijf in Vinkel. Ook is [appellant] eigenaar van een perceel in het gebied waar het wijzigingsbesluit op ziet. Hij teelt op dit perceel gras en mais, om zijn vee mee te voeren. Hij kan zich niet verenigen met het wijzigingsbesluit, omdat de gebruiksmogelijkheden van zijn perceel worden beperkt. Artikel 6.3, onder h, van de regels van het wijzigingsbesluit zorgt er namelijk voor dat op het grootste gedeelte van zijn perceel het verboden is gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407764/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5661"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo bezwaar. Mondelinge uitspraak. 2.22 Wabo en 5:34 Ow. Verweerder heeft geen voorschrift t.a.v. de sloop kunnen opnemen in de bouwvergunning. Betreft ook geen maatwerkvoorschrift. Eerdere sloopmelding. Verzoek toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P.W. Esmeijer</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1652"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Gemeente Dronten heeft in strijd gehandeld met art 10.2 van de vasstellingsovereenkomst door geen positieve referentie te verstrekken als gevolg waarvan eiseres een arbeidsovereenkomst met de Provincie is misgelopen. Gemeente Dronten aansprakelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11646140 \ LC EXPL 25-837 BW 31650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-04-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13956"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Bestuurdersaansprakelijkheid. De bestuurders hebben aannemelijk gemaakt dat het faillissement is veroorzaakt door externe omstandigheden. Zij hebben het bewijsvermoeden dat onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is, daarmee ontzenuwd. Dat de bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld en dat aan hen persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, heeft de curator onvoldoende onderbouwd. De vorderingen gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:248 BW, 2:9 BW en 6:162 BW) worden daarom afgewezen. Gedaagden moeten wel hun rekening-courantschuld aan de curator betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/709931 / HA ZA 25-996</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7988</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7988</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7988"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Restant voorlopige ondertoezichtstelling toegewezen. Spoedbeschikking niet herroepen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450295 / JE RK 26-1260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:288"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Plantage Vetter. Langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap bestaande uit een onroerende zaak. Toekenning van eigendom aan de woningbouwcorporatie Fundashon Kas Popular (FKP). Locatie van kavel is irrelevant uit solidariteits- en praktische overwegingen. Aanwijzing als gebruiker is</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR201601312 en CUR2020H00234 - CUR2020H00235 - CUR2020H00238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Bunt, J. de Boer, G.C.C. Lewin</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6505"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Familierecht. Informele rechtsingang minderjarig kind. Het hof volgt advies van de raad. Zorgregeling onder regie van de GI in belang van de minderjarige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.521/01 en 200.356.356/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1506"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Inzage in medisch dossier overleden vader afgewezen vanwege ontbreken zwaarwegend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/608090 / KG ZA 26-113</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.S.T. Belt</contributor><issued>2026-04-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13936</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13936</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13936"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Handlichtingsverzoek minderjarige om diverse bevoegdheden van een meerderjarige uit te kunnen oefenen toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12340326 VZ VERZ 26-3349</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11122</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11122</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11122"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte is vrijgesproken voor het medeplegen van bankhelpdeskfraude en het medeplegen van computervredebreuk. De verdachte heeft zijn telefoon uitgeleend aan anderen en wist dat die telefoon werd gebruikt om potentiële slachtoffers van bankhelpdeskfraude te bellen. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat twee aangevers met de telefoon van de verdachte zijn gebeld. De bijdrage van de verdachte is van onvoldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken. De medeplichtigheid aan bankhelpdeskfraude kan wel worden bewezen. Evenals het voorhanden hebben van leadslijsten met (persoons)gegevens, die werden gebruikt om slachtoffers van bankhelpdeskfraude te kunnen benaderen. De verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur. De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn met ruim 19 maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn grotendeels niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03/134683-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A.M.C. van de Winkel, mr. M.J.H. van den Hombergh, mr. I.T.H.L. van de Bergh</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7710"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">last onder dwangsom; opslag lactosepermeaat; in strijd met omgevingsplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/3795</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1887</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1887</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1887"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet houdt geen stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12042997 \ LE VERZ 26-4 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Blanke</contributor><issued>2026-04-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1886</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1886</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1886"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het gegeven ontslag op staande voet is rechtsgeldig. Het verzoek van de werknemer om een aantal vergoedingen wordt afgewezen. Het zelfstandig tegenverzoek van de werkgever om een gefixeerde schadevergoeding wordt voor een lager bedrag toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12050824 \ UE VERZ 26-16 en 12052922 \ UE VERZ 26-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3495</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3495</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3495"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden de omgevingsvergunning van 17 februari 2014 voor de veehouderij aan de [locatie] in Reusel ingetrokken voor wat betreft de activiteiten bouwen, milieu en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden voor stal C. [appellant] is eigenaar van de varkenshouderij aan de [locatie]. Het college heeft op 17 februari 2014 aan haar een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, milieu en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Deze omgevingsvergunning ziet onder andere op een nieuwbouwstal (stal C) voor het huisvesten van 1.920 vleesvarkens, 1.040 gespeende biggen en 84 fokzeugen. Stichting Milieuwerkgroep Kempenland en Stichting Groen Kempenland hebben bij het college een verzoek ingediend tot intrekking van deze omgevingsvergunning voor zover deze ziet op stal C, omdat volgens hen gedurende drie jaren geen gebruik is gemaakt van deze omgevingsvergunning. Na meerdere controles heeft het college geconstateerd dat stal C niet gebouwd is en heeft het de omgevingsvergunning in zoverre gedeeltelijk ingetrokken. [appellant] is het daar niet mee eens, onder meer omdat dit negatieve gevolgen heeft voor haar bedrijfsvoering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400298/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29948"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing voor het overige aangehouden deel van het verzoek. Niet langer voldaan aan het vereiste voor een machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/693922 / JE RK 25-1862</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. O.F. Bouwman</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3496"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouw van varkensstallen aan [locatie] in Reusel buiten behandeling gelaten. [appellanten] is eigenaar van de varkenshouderij aan [locatie] in Reusel. Zij wil daar onder andere nieuwe stallen bouwen voor 27.000 biggen. [appellanten] heeft hiervoor een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend. Omdat geen m.e.r.-beoordelingsbesluit was genomen, heeft het college de aanvraag buiten behandeling gelaten. [appellanten] is het hier niet mee eens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400299/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1896"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter wijst de vakantietoeslag, alle vakantiedagen, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke incassokosten toe. De overuren, materiële en immateriële schadevergoeding en vergoeding van werkelijke advocaatkosten worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11815311 \ UC EXPL 25-6178</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-05-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3059"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring van belaging van drie medewerksters van de gemeente Leiden, meermalen gepleegd. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 228 dagen, met aftrek van de tijd reeds in voorarrest doorgebracht, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Anders dan de rechtbank legt het hof, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, geen taakstraf op. Het hof ziet evenmin aanleiding voor oplegging van de 38v-maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000385-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:1982</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1522"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer was werkzaam als schoonmaker bij werkgever. Hij is op staande voet ontslagen nadat hij volgens werkgever onder werktijd een joint had gemaakt en gerookt. Werknemer erkent dat hij een joint heeft gemaakt, maar betwist dat hij dit onder werktijd deed. De joint zou namelijk in zijn eigen tijd, tijdens zijn pauze, zijn gemaakt. Werknemer betwist verder de joint te hebben gerookt. Ondanks dat werknemer meent dat het ontslag op staande voet om deze redenen niet rechtsgeldig was, berust hij daar wel in. Werknemer maakt in deze procedure aanspraak op een gefixeerde schadevergoeding van € 1.927,90, vermeerderd met 8% vakantietoeslag, en een transitievergoeding van € 384,76. Deze zullen worden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11926099</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.F.A. van Buitenen</contributor><issued>2026-04-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7989</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7989</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7989"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">vervangende toestemming</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/445433/ FA RK 26/1011 en C/02/445435/ FARK 26/1013</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking, Tussenbeschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3491"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de door [appellant] aangevraagde omgevingsvergunning voor een bootoverkapping in strijd met het bestemmingsplan op een eiland dichtbij het perceel Ringdijk 80 (kavel 430) in Rotterdam geweigerd. [appellant] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo ter legalisatie van een al gebouwde bootoverkapping. Omdat de bootoverkapping volgens het college in strijd is met het bestemmingsplan, heeft het college de aanvraag op grond van artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo mede aangemerkt als een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Het college wil geen medewerking verlenen aan het afwijken van het bestemmingsplan "Kern en Plassen" uit 2011, omdat er stedenbouwkundige bezwaren tegen bestaan. [appellant] betwist onder meer de strijdigheid van de aangevraagde activiteit met het bestemmingsplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402301/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:1702</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:1702</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:1702</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:1702"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wabo. Beroep tegen de afwijzing van de omgevingsvergunning voor het legaliseren van een overkapping voor het stallen van een boot bij een recreatiewoning. Beroep ongegrond. Bootoverkapping is in strijd met het bestemmingsplan, omdat deze als botenloods valt aan te merken welke volgens de planregels verboden is. Interpretatie van botenloods aan de hand van plantoelichting en Dikke van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal. Bouwplan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. College heeft zich daarbij op het Beeldkwaliteitsplan kunnen baseren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 23/4728</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.V. van Baaren</contributor><issued>2024-03-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3491</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1915"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen. Werknemer heeft zonder grondslag in klantdossiers gekeken en niet gemeld dat hij een eigen zorginstelling heeft opgericht, waardoor belangenverstrengeling is ontstaan met werkgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12028962 \ UE VERZ 25-397</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-04-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1916"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsverzoek van arbeidsovereenkomst afgewezen. Geen voldragen grond d en e en geen i grond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12063819 \ ME VERZ 26-8 BW 31650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-04-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2023:8330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:8330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2023:8330"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WAMCA-procedure in verband met vermeende inbreuk op de mededinging bij online verkoop platform. Verwijzingsvonnis met prejudiciële vragen aan het HvJEU over de uitleg van artikel 7, punt 2, Brussel I bis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/708095 / HA ZA 22-1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M.E. de Koning, mr. J.T. Kruis, mr. M.L.S. Kalff</contributor><issued>2023-12-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:212</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:936</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:10757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:10757"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak na arrest Tadmur over terugkeerbesluit en beginsel van non-refoulement / asiel / intrekking subsidiairebeschermingsstatus. Eiser is afkomstig uit Syrië en aan hem is, toen hij minderjarig was, een subsidiaire beschermingsstatus verleend. Nadat de op grond van deze status verleende vergunning aanvankelijk is verlengd, is vanwege een strafrechtelijke veroordeling de subsidiaire beschermingsstatus ingetrokken. In het intrekkingsbesluit is vermeld dat er geen terugkeerbesluit kan worden vastgesteld op grond van richtlijn 2008/115 vanwege het refoulementrisico. Wel is aan eiser een vertrekplicht opgelegd op grond van de vreemdelingenwet en is eiser gesignaleerd op grond van Verordening 2018/1861. De rechtbank heeft het Hof verzocht om uit te leggen waarom -kort gezegd- niet kan worden volstaan met uitsluitend het uitstellen van de verwijdering door verweerder en dus het handhaven van de terugkeerverplichting voor eiser. Eiser kan namelijk aan zijn terugkeerverplichting voldoen door naar elk land buiten de Unie te gaan en hoeft niet terug naar Syrië. De rechtbank heeft ook gevraagd of indien het Unierecht zo moet worden uitgelegd dat indien er geen terugkeerbesluit kan worden vastgesteld, op grond van nationaal recht dan wel een verplichting kan worden opgelegd om uit Nederland te vertrekken. Uit het arrest Tadmur van 26 maart 2026 volgt dat het terugkeerbesluit niet bestaat uit een zelfstandige terugkeerverplichting voor de derdelander en een zelfstandige terugkeerverplichting voor verweerder. Indien de derdelander niet kan terugkeren naar zijn land van herkomst vanwege het beginsel van non-refoulement en er geen ander derdeland is dat als land van terugkeer kan worden aangemerkt, kan er dus geen terugkeerbesluit worden vastgesteld. Dit staat ook in de weg aan het opleggen van een vertrekplicht op grond van nationale wet- en regelgeving. De rechtbank komt in de einduitspraak tot de conclusie dat de intrekking rechtmatig is. Verweerder zal wel opnieuw moeten beoordelen of hij ambtshalve een reguliere vergunning zal verlenen gelet op de omstandigheid dat aan eiser geen vertrekplicht kan worden opgelegd en hij op dit moment ook niet in staat is om (rechtmatig) Nederland te verlaten. In het besluit is namelijk er van uit gegaan dat eiser kan worden verplicht om Nederland te verlaten. De rechtbank heeft tot slot uitgelegd waarom de gronden tegen het besluit tot signalering niet slagen. Beroep deels gegrond, deels ongegrond, PKV waarbij de rechtbank aan elk punt een wegingsfactor van 1,5 toekent omdat de rechtbank een prejudiciële procedure aanmerkt als “zwaar”.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.24991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2026-05-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:3843</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:3843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:3843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:3843"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vraag over de plicht om een terugkeerbesluit op te leggen indien de verwijdering naar het land van bestemming moet worden uitgesteld vanwege het beginsel van non-refoulement. Eiser is als minderjarige Syriër naar Nederland gekomen en heeft subsidiaire bescherming gekregen. – Verweerder merkt eiser aan als gevaar voor de openbare orde omdat hij een ernstig misdrijf als bedoeld in artikel 17, eerste lid onder b, van de Kwalificatierichtlijn heeft gepleegd - Het bestreden besluit ziet op de intrekking van de subsidiaire beschermingsstatus. Verweerder neemt een 3 EVRM-risico aan als eiser zou moeten terugkeren naar Syrië – Het Hof van Justitie heeft in het arrest Bundesamt für Fremdenwesen und Asyl tegen A.A. van 6 juli 2023, artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn aldus uitgelegd dat er geen terugkeerbesluit mag worden opgelegd als de verwijdering naar het land van bestemming niet kan plaatsvinden vanwege het refoulementbeginsel. - Verweerder legt daarom geen Unierechtelijk terugkeerbesluit/inreisverbod op, maar draagt eiser wel op grond van de Vreemdelingenwet op om Nederland te verlaten. – De uitleg van het Hof heeft aanzienlijke gevolgen. Er ontstaat een intermediaire status, er ontstaat geen plicht om de Unie te verlaten waardoor het nuttig effect aan de uitsluitingsgronden in aanzienlijke mate komt te ontvallen – indien er geen terugkeerbesluit mag/moet worden genomen zijn de mogelijkheden om een registratie in het SIS te plaatsen zeer beperkt, terwijl het SIS ook beoogt om een hoog niveau van veiligheid te garanderen in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht in de Europese Unie. De rechtbank vraagt zich af of verweerder gelet op de systematiek van de Terugkeerrichtlijn, de ratio van de uitsluitingsgronden en de aanzienlijke gevolgen van de uitlegging van artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn als zelfstandige regel, verweerder een terugkeerbesluit moet opleggen en verzoekt het Hof daarom om een nadere uitlegging van artikel 6 van de Terugkeerrichtlijn, gelezen in samenhang met artikelen 3, 5, 8 en 9, eerste lid onder a, van de Terugkeerrichtlijn, en gelezen in samenhang met artikelen 17 en 19, tweede en derde lid onder a, van de Kwalificatierichtlijn. De rechtbank verzoekt het Hof tevens om deze procedure te voegen met de procedure waarin de Afdeling op 18 december 2024 drie prejudiciële vragen aan het Hof heeft gesteld. De vragen van de Afdeling zien ook op een nadere uitlegging van artikel 6 van de Terugkeerrichtlijn. De feiten die ten grondslag liggen aan de beide verwijzingen verschillen. De gestelde prejudiciële vragen zijn echter nauw verweven en betreffen andere aspecten van de plicht om een terugkeerbesluit uit te vaardigen en de omstandigheden die rechtvaardigen dat van deze plicht kan en moet worden afgeweken. De behandeling van het beroep wordt geschorst totdat het Hof de prejudiciële vraag heeft beantwoord.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.24991 verwijzing</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2025-03-12</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:10757</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:257</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1921"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontbinding g-grond, geen billijke vergoeding want drempel wordt niet gehaald</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12031213 \ AE VERZ 25-80</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J.M. Hendriks</contributor><issued>2026-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6466</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6466</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6466"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Hof wijst schorsingsverzoek ex art. 360 lid 2 Rv toe. Belang man bij schorsing beslissing kinderalimentatie weegt zwaarder dan belang vrouw bij directe tenuitvoerlegging. Voldoende aannemelijk dat onverkorte tenuitvoerlegging bij man tot aanzienlijke betalingsproblemen zal leiden en mogelijk tot problemen bij toelating tot schuldsaneringstraject.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.373.049/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2014:1</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:1</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2014:1"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2014-02-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 1234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.A. Jansen-van Leeuwen, M. Jansen, A.L.J.M.A. Janssens, P.J. Jansen, J.Y.B. Jansen, J.H. Janssen, M.E.H. Janssen, J.A.M. Jansen, P.A.M. Penders-Janssen, J.A.W. Jansen, T.S. Jansen, L. Janse, S. Jansen LL.M., S.C.E.F. Moulen Janssen, Testrechter, O.M. Jans, B.A.R. Janssen</contributor><reference relation="citing" lang="nl">Grondwet 12</reference><reference relation="citing" lang="nl">Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies</reference><reference relation="citing" lang="nl">Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7982</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7982</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7982"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenen vervangende toestemming vakantie en paspoort</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450301 FA RK 26-3610</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9703</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9703</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9703"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind. Verzoek schadeloosstelling en zelfstandig tegenverzoek afgewezen. Bezwaar (eind)rekening en verantwoording. Eerder genomen beslissing m.b.t. rekening en verantwoording gehandhaafd. Eindrekening en verantwoording goedgekeurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12133077 OV VERZ 26-677</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7713</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7713</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7713"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">13b Opiumwet; sluiting woning; burgemeester bevoegd om de woning te sluiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4905</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H.W. Bodt</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13991"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Nakomingsvordering. Afwijzing. De vorderingen zijn onvoldoende aannemelijk gemaakt om vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure daar voorlopige maatregelen aan te verbinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726538 / KG ZA 26-976</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Bouwman</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2142"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever vordert boete vanwege overtreding concurrentiebeding. Kantonrechter gaat over tot matiging van de boete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12015479 \ UC EXPL 25-10058</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29865"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeschikking vervangende toestemming erkenning, verwekkerschap in geschil. DNA-onderzoek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690581 / FA RK 25-6410</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.M. van der Vliet</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14089"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan mensenhandel van het destijds zeventienjarige slachtoffer. De verdachte heeft hierin een ondersteunende en faciliterende rol gespeeld. De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit in beginsel enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Rekening houdend met de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder haar jonge leeftijd ten tijde van het bewezenverklaarde, acht de rechtbank een gevangenisstraf waarbij de verdachte terug moet naar de gevangenis op dit moment niet meer passend. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen, waarvan 226 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Toewijzing vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/272600-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.M.L. Rogmans</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2151"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Pro forma ontbinding van arbeidsovereenkomst na schikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12102919 \ UE VERZ 26-67 WMB/61313</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:2300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:2300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:2300"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen artikel 20 VWEU - Verzoekster, die de Marokkaanse nationaliteit heeft en moeder is van een minderjarige Nederlandse zoon, heeft een aanvraag gedaan tot verlening van een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU. Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 20 VWEU en heeft betrekking op de vraag of verzoekster is uitgesloten van de verkrijging van een afgeleid verblijfsrecht in Nederland omdat zij een verblijfsrecht heeft in Spanje. De ratio van het in een zeer bijzondere situatie moeten verlenen van een afgeleid verblijfsrecht aan een derdelander ouder, is het waarborgen van het effectieve genot van de burgerschapsrechten van het minderjarige Unieburger kind. Doordat verzoekster een verblijfsrecht in Spanje heeft, hoeft verzoekster bij de niet-verlening van een afgeleid verblijfsrecht in Nederland de Unie als geheel niet te verlaten en haar minderjarige Nederlandse zoon dus ook niet en daardoor blijven zijn burgerschapsrechten behouden. Door de afhankelijkheidsverhouding tussen de minderjarige Nederlandse zoon en verzoekster, is deze zoon echter genoodzaakt gebruik te maken van zijn recht op vrij verkeer en verblijf en verzoekster naar de lidstaat te volgen waar zij een verblijfsrecht heeft. De rechtbank vraagt zich af of de beginselen die volgen uit de jurisprudentie van het Hof onverkort van toepassing moeten worden geacht in deze situatie. Een dergelijke uitleg van artikel 20 VWEU brengt mee dat niet behoeft te worden beoordeeld of het in het belang van het minderjarige Nederlandse kind is om gebruik te moeten maken van zijn recht op vrij verkeer en verblijf en brengt mee dat niet wordt onderzocht wat de gevolgen zijn voor het gezinsleven. Het belang van het kind en het recht op eerbiediging van het gezinsleven zijn neergelegd in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, maar zijn geen absolute rechten. Bij alle handelingen die de autoriteiten verrichten, dient het belang van het kind echter een essentiële overweging te zijn. De afwijzing van het verzoek om verlening van een afgeleid verblijfsrecht behelst bovendien de vaststelling van onrechtmatig verblijf. Verweerder is op grond van de Terugkeerrichtlijn gehouden illegaal verblijf te beëindigen en verzoekster op te dragen zich onmiddellijk naar Spanje te begeven. Indien verweerder de Terugkeerrichtlijn ten uitvoer legt is hij gehouden rekening te houden met het belang van het kind en het familie- en gezinsleven. De rechtbank verzoekt het Hof om nader uit te leggen of, nadat is vastgesteld dat de derdelander ouder die om de verlening van een afgeleid verblijfsrecht verzoekt een verblijfsrecht in een andere lidstaat heeft, en nadat is vastgesteld dat sprake is van een afhankelijkheidsverhouding, zoals deze die grond oplevert voor de toekenning van een afgeleid verblijfsrecht op basis van artikel 20 VWEU, er een nader onderzoek moet plaatsvinden naar het belang van het kind en het gezinsleven en dit moet worden betrokken bij de beoordeling of een afgeleid verblijfsrecht moet worden verleend. – de behandeling van het beroep wordt geschorst in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen, iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL22.11571</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2024-02-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:650</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:442</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7991"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken. Aan de wettelijke vereisten is voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450499 / FA RK 26-3737</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:3726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:3726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:3726"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asielzoeker uit Pakistan. Minister heeft asielrelaas grotendeels geloofwaardig geacht, maar meent dat geen sprake is van toegedichte afvalligheid en is bovendien van mening dat, ondanks ernstige schade in het verleden, er redenen zijn om aan te nemen dat eiser bij terugkeer niet heeft te vrezen voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. Daarbij heeft de minister de verklaringen van eiser over diens uitreis uit Pakistan en zijn vlucht in essentie niet geloofwaardig geacht. De rechtbank acht de motivering van de minister niet afdoende en meent dat de verklaringen van eiser geloofwaardig zijn en dat daaruit de noodzaak tot het verlenen van internationale bescherming blijkt. Uit rechtspraak van de Afdeling volgt evenwel dat de rechtbank een dergelijk inhoudelijk oordeel over het asielrelaas en de zwaarwegendheid ervan niet zou mogen geven. De rechtbank meent echter dat uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie voortvloeit dat de rechtbank die bevoegdheid wel degelijk heeft. De rechtbank gaat over tot het stellen van prejudiciële vragen: 1) Kan de rechtbank aan artikel 46, derde lid, van richtlijn 2013/32/EU, al dan niet in samenhang bezien met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU, dan wel aan enige andere bepaling of beginsel van EU-recht, de bevoegdheid ontlenen om een eigen oordeel over de geloofwaardigheid van een asielrelaas te geven, die in de plaats treedt van het oordeel dat de minister heeft gegeven? 2) Kan de rechtbank aan een van voornoemde bepalingen de bevoegdheid ontlenen om aan de hand van de door de minister geloofwaardig geachte onderdelen van het asielrelaas en, zo het antwoord op vraag 1 bevestigend is, de onderdelen van het asielrelaas die de rechtbank daarenboven geloofwaardig acht, een inhoudelijk en definitief oordeel te geven over het verzoek om internationale bescherming? Mag de rechtbank daarbij haar eigen oordeel over de aannemelijkheid van de vrees voor vervolging of het reële risico op ernstige schade in de plaats stellen van dat van de minister, met name als de rechtbank zich tegen de achtergrond van beschikbare voor het publiek toegankelijke landeninformatie voldoende geïnformeerd acht om een dergelijk oordeel te geven? 3) Kan de nationale rechtspraak, bijvoorbeeld op grond van de procedurele autonomie, de bevoegdheden als bedoeld onder vragen 1 en 2 inperken, in die zin dat die bevoegdheden alsnog exclusief aan de minister worden toebedeeld? 4) Mag de rechtbank informatie die in beroep naar voren is gebracht, maar in de bestuurlijke fase nog niet beschikbaar was, betrekken bij het oordeel over de vraag of hij over genoeg informatie beschikt om een inhoudelijk oordeel te geven? Is daarbij relevant of partijen schriftelijk, dan wel ter zitting zich volledig over de feiten hebben kunnen uitlaten?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.1518</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.J. Thurlings-Rassa</contributor><issued>2025-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:447</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:11958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:11958"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak betreft een asielverzoek van een Iraaks gezin met drie meerderjarige dochters. De dochters doen een beroep op vereenzelviging met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen vrouwen en mannen. De minister heeft een dag voor de zitting de besluiten ingetrokken. Deze handelswijze wordt door de rechtbank gekwalificeerd als misbruik van bevoegdheid en strijdig geacht met artikel 47 Handvest en artikel 46 van de Procedurerichtlijn, waarna de rechtbank de zaken alsnog inhoudelijk beoordeelt. De rechtbank oordeelt dat de motivering van de bestreden besluiten geen stand kan houden. In het beleid (paragraaf C2/3.2.5.2.1 Vreemdelingencirculaire 2000) dat door de minister wordt gehanteerd, wordt ten onrechte verwacht dat de vereenzelviging fundamenteel moet zijn voor de identiteit of morele integriteit van de vrouw en dermate fundamenteel moet zijn, dat van haar niet mag worden geëist dat zij dit opgeeft. Die eisen in het beleid van de minister zijn in strijd met het arrest K en L en worden daarom buiten toepassing gelaten. De rechtbank meent over voldoende informatie te beschikken om zowel een oordeel te geven over de geloofwaardigheid als de zwaarwegendheid van het asielrelaas. Omdat de rechtspraak van de Afdeling een dergelijk oordeel niet toelaat en de rechtbank twijfelt of die rechtspraak wel in overeenstemming is met het EU-recht, gaat de rechtbank over tot het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank stelt ook een prejudiciële vraag of de uitleg/definiëring van het begrip “gegrond vrees”. De vragen luiden als volgt: 1) Kan de rechtbank aan artikel 46, derde lid, van richtlijn 2013/32/EU, al dan niet in samenhang bezien met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU, dan wel aan enige andere bepaling of beginsel van EU-recht, de bevoegdheid ontlenen om een eigen oordeel over de geloofwaardigheid van een asielrelaas te geven, dat in de plaats treedt van het oordeel dat de minister heeft gegeven? 2) Kan de rechtbank aan een van voornoemde bepalingen de bevoegdheid ontlenen om aan de hand van de door de minister geloofwaardig geachte onderdelen van het asielrelaas en, zo het antwoord op vraag 1 bevestigend is, de onderdelen van het asielrelaas die de rechtbank daarenboven geloofwaardig acht, een inhoudelijk en definitief oordeel te geven over het verzoek om internationale bescherming? Mag de rechtbank daarbij haar eigen oordeel over de aannemelijkheid van de vrees voor vervolging of het reële risico op ernstige schade in de plaats stellen van dat van de minister, met name als de rechtbank zich tegen de achtergrond van beschikbare voor het publiek toegankelijke landeninformatie voldoende geïnformeerd acht om een dergelijk oordeel te geven? 3) Kan de nationale rechtspraak, bijvoorbeeld op grond van de procedurele autonomie, de bevoegdheden als bedoeld onder vragen 1 en 2 inperken, in die zin dat die bevoegdheden alsnog exclusief aan de minister worden toebedeeld? 4) Mag de rechtbank informatie die in beroep naar voren is gebracht, maar in de bestuurlijke fase nog niet beschikbaar was, betrekken bij het oordeel over de vraag of hij over genoeg informatie beschikt om een inhoudelijk oordeel te geven? Is daarbij relevant of partijen schriftelijk, dan wel ter zitting zich volledig over de feiten hebben kunnen uitlaten? 5) Dient onder ‘gegronde vrees’ als bedoeld in artikel 2 sub d van richtlijn 2011/95/EU te worden verstaan de situatie dat sprake is van een redelijke mate van waarschijnlijkheid dat bij terugkeer de asielzoeker zal worden vervolgd? Dient die redelijke mate van waarschijnlijkheid te worden ingevuld aan de hand van het criterium van een ‘nuchter en redelijk persoon’, waarbij doorslaggevend is of vanuit het perspectief van een nuchter en redelijk persoon in de positie van de asielzoeker, een terugkeer naar het thuisland onredelijk lijkt na afweging van alle bekende omstandigheden? Zo niet, welk criterium dient dan te worden gehanteerd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.29544, NL23.29546, NL23.29548</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.J. Thurlings-Rassa</contributor><issued>2025-07-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:939</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:448</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:4220</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4220</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:4220"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze verwijzingsuitspraak komt de rechtbank tot het oordeel dat aanleiding bestaat prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie in de spoedprocedure. Deze vragen gaan over het maken van de refoulementbeoordeling in bewaringszaken in de situatie dat de nationaliteit niet geloofwaardig of onduidelijk is en meer dan 1 land is aangegeven als land van terugkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.5956</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.L. Roubos</contributor><issued>2026-03-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:463</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14041"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft meermalen een kind mishandeld dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin. De verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde poging tot zware mishandeling van dit kind. Ook heeft de verdachte afbeeldingen en een video van seksuele aard van de moeder van het kind openbaar gemaakt. Daarnaast heeft de verdachte gepoogd om twee andere voormalige partners zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde poging tot doodslag van één van deze ex-partners. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 200 dagen, waarvan 83 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met bijzondere voorwaarden die dadelijk uitvoerbaar zijn. Daarnaast wordt de ongemaximeerde TBS-maatregel met voorwaarden opgelegd. Deze voorwaarden zijn gelijk aan de voorwaarden die ten aanzien van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf zijn gesteld en tevens dadelijk uitvoerbaar. Tot slot wordt de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-177622-21, 10-058145-22 (gev. ttz) en 10-001242-25 (gev. ttz)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van der Leeden, mr. D.M. Douwes, mr. M. van der Veer</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2025:15</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2025:15</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2025:15"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzingsuitspraak in verband met het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Bloembollentucht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/362</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Prejudicieel verzoek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.S.J. Albers, H.O. Kerkmeester, W.J.A.M. van Brussel</contributor><issued>2025-01-21</issued><reference relation="citing" lang="nl">Landbouwkwaliteitswet</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:461</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:4571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:4571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:4571"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De vreemdelingenrechter van de rechtbank Den Haag, nevenzittingsplaats Amsterdam, vraagt in deze zaak om uitleg aan de hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof), over de Terugkeerrichtlijn. Het gaat om een zaak van een vreemdeling die op Schiphol asiel heeft aangevraagd en in grensdetentie in Justitieel Complex Schiphol (JCS) is geplaatst. Tot die tijd houdt de rechtbank iedere beslissing over het verzoek aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.8606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2025-03-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:696</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:2628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:2628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:2628"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. In deze uitspraak is de vraag aan de orde of het onderscheid op grond van nationaliteit tussen vreemdelingen die moeten voldoen aan het inburgeringsvereiste in het buitenland en vreemdelingen die daarvan zijn vrijgesteld op grond van artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in overeenstemming is met de Gezinsherenigingsrichtlijn. 1.2. De vreemdelingen in beide zaken beogen verblijf bij een in Nederland verblijvend gezinslid met de Nederlandse nationaliteit. Deze gezinsleden hebben daarom een aanvraag ingediend voor een mvv in het kader van gezinshereniging. Volgens de minister zijn vreemdelingen met een nationaliteit waardoor zij zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste vrijgesteld van het inburgeringsvereiste in het buitenland</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202301122/1/V1 en 202402906/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudicieel verzoek</description><issued>2025-06-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:703</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2163</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2163</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2163"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">nakoming vastellingsovereenkomst</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12097081 \ MV EXPL 26-17</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M.J. Schoenaker</contributor><issued>2026-05-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7986"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming paspoort en inschrijving school met IPR aspecten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449666 / FA RK 26-3279</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2165</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2165</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2165"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Europese openbare aanbestedingsprocedure. Geen herbeoordeling. Geen voldoende belang bij vordering tot uitsluiting van de winnaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/607895 / KG ZA 26-105</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.M.M. Steenberghe</contributor><issued>2026-05-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6385"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Grieks vervolgings- en executie-EAB. Tussenuitspraak voor het stellen van prejudiciële vraag over de effectieve rechterlijke bescherming. Deze zaak is vergelijkbaar met de zaak waarin de rechtbank al prejudiciële vragen heeft gesteld over het vereiste van effectieve rechterlijke bescherming tegen de beslissing van een Griekse openbaar aanklager tot uitvaardiging van een EAB dat tot strafvervolging strekt (C-722/25 (Wertergen)). Verder wordt verzocht om een spoedprocedure omdat de opgeëiste persoon gedetineerd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-248279-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. van den Brink, M. Westerman, C.M.S. Loven</contributor><issued>2026-06-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:9057</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9057"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Grieks overleveringsverzoek ten behoeve van vervolging en de tenuitvoerlegging van vier straffen. HvJ EU 2 juli 2026, C-446/26 PPU, ECLI:EU:C:2026:551 (zaak Blerens). Tussen- en einduitspraak. Voor zover het EAB ziet op vervolging van de opgeëiste persoon in Griekenland verklaart de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering omdat in Griekenland niet is voldaan aan het vereiste van effectieve rechterlijke bescherming. Voor zover het EAB ziet op de tenuitvoerlegging van vier straffen in Griekenland weigert de rechtbank de overlevering ten aanzien van drie vonnissen. Ten aanzien van het vierde vonnis wordt het onderzoek ter zitting heropend en geschorst om de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid te stellen het met betrekking tot de penitentiaire inrichting in Drama aangenomen algemene gevaar van een vernederende of onmenselijke behandeling voor de opgeëiste persoon weg te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-248279-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.Th.H. Zimmerman, I. Verstraeten-Jochemsen, L. Baroud</contributor><issued>2026-09-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:6385</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29957"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712216 / FA RK 26-9177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.L. Sandberg-Crommelin</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3044"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling in een uitgaansgelegenheid. Veroordeelt de verdachte tot een geldboete. Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beroep op noodweer(exces) en eveneens het beroep op putatief noodweer(exces) verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003933-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2164</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2164</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2164"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">onterechte loonstop; geen waarschuwing vooraf gegeven; werknemer werkte voldoende mee aan re-integratie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12094954 \ MV EXPL 26-15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M.J. Schoenaker</contributor><issued>2026-05-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7993"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Informele rechtsingang. Aanhouden van de zaak in afwachting van het hulpverleningstraject.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/446797 / FA RK 26-1733</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:1977</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1977</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:1977"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Didam-zaak. De gemeente heeft bij de verkoop van een perceel grond in strijd met het gelijkheidsbeginsel en daarmee in strijd met de Didam-regels gehandeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/608504 / KL ZA 26-67</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): O.P. van Tricht</contributor><issued>2026-04-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2181"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzingsbeschikking, relatief onbevoegd in arbeidszaak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12137952 \ UE VERZ 26-105</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A.T. Werner</contributor><issued>2026-05-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9706</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9706</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9706"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding op verzoek van werknemer. Toewijzing vanwege onveilige sociale en fysieke werkomgeving en niet voldoen aan re-integratieverplichtingen door werkgever. Langdurig dienstverband. Billijke vergoeding van € 70.000,00 naast de transitievergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12033516 \ AZ VERZ 25-118</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2183"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer vraagt om billijke vergoeding of schadevergoeding na klokkenluidersmelding vanwege takenovedracht en beëindiging contract voor bepaalde tijd. Verzoeken worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12090287 \ UE VERZ 26-53</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.A.M. Pinckaers</contributor><issued>2026-05-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7973"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Benoeming bijzondere curator</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/446163 FA RK 26-1399</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2182"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Aan medewerker gegeven ontslag op staande voet is rechtsgeldig. Geen toestemming voor tussentijdse salarisverhoging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12067501 \ UE VERZ 26-32</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.M. Vanwersch</contributor><issued>2026-05-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14085"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan mensenhandel van het destijds zeventienjarige slachtoffer. De verdachte heeft hierin een coördinerende en bepalende rol vervuld. De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit in beginsel enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Rekening houdend met de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, acht de rechtbank een gevangenisstraf waarbij de verdachte terug moet naar de gevangenis op dit moment niet meer passend. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen, waarvan 318 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Toewijzing vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/273883-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7997"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling na voorlopige ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449994 / JE RK 26-1181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5729"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. Leges. Aanvraag TAM-omgevingsplan. Publiek belang. Er kunnen geen leges worden geheven, hoewel er wel indirect sprake is van een particulier belang, maar juist niet rechtstreeks en in overheersende mate. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. van Es-De Vries</contributor><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13980"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onbetaalde factuur medische behandeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12212306 CV EXPL 26-11246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.M. van Kalmthout</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4853</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4853</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4853"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Uitgesproken faillissementsvonnis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/26/137 F</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J. Hofman</contributor><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7995"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging OTS voor de duur van zes maanden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449322 / JE RK 26-1054</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3048"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opiumwet. De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het bereiden, bewerken, verwerken en opzettelijk aanwezig hebben van 50 liter van een materiaal bevattende morfine en meer dan 150 kilogram van een materiaal bevattende heroïne. Bevestiging vonnis van de rechtbank met aanvulling van overwegingen in verband met in hoger beroep gevoerde verweren. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 10 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002685-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7996</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7996</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7996"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging zorgmachtiging toegewezen. Het aanbrengen van beperkingen is ambtshalve toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450473 / FA RK 26-3721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2315</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2315</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2315"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser vordert in deze procedure betaling van achterstallig loon. Deze vordering wordt afgewezen, omdat niet aannemelijk is geworden dat eiser een dienstverband had van 100%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12088185 \ UV EXPL 26-31</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.M. Vanwersch</contributor><issued>2026-05-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6299"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Informatieverplichting. De minderjarigen willen dat de vader geen informatie meer over hen krijgt wegens o.a. pestgedrag door derden. De vader is gezaghebbend ouder en heeft recht op informatie. De informatie die hij nu krijg is summier en staat niet in verband met de onderwerpen van het pestgedrag. Bekrachtiging in stand laten van informatieverplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.771/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7733"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag van eiser op grond van de Woonhuisregeling voor het in stand houden van een rijksmonument. Eiser is het er niet mee eens dat de minister voor de kostenpost van het stucwerk geen subsidie heeft toegekend. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister het stucwerk voor een bedrag van € 71.875,73 terecht niet als subsidiabel heeft aangemerkt. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/1927</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.P.C.G. Derksen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2294</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2294</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2294"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Nalevingsonderzoek SNCU, bestuurdersaansprakelijkheid, forfaitaire schadevergoeding wegens het niet meewerken aan het nalevingsonderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11316748 UC EXPL 24-6403 (hoofdzaak) en 11623293 UC EXPL 25-2803</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-05-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2307</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2307</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2307"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Gedaagde heeft foto's en productnamen van de website van eiser op haar eigen website gebruikt. De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van auteursrechtinbreuk op de foto's, maar dat de productnamen beschrijvend zijn. Veroordeling schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11951135 \ MC EXPL 25-6015</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. Schuman</contributor><issued>2026-05-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9711"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurder huurt een woning van verhuurders. Verhuurder wil dat huurder de woning verlaat, omdat hij een forse huurachterstand heeft laten ontstaan. Ook heeft hij volgens de verhuurder zonder toestemming derden in het gehuurde laten verblijven en het gehuurde niet daadwerkelijk zelf gebruikt. Huurder ontkent de huurachterstand niet, maar stelt dat sprake is van achterstallig onderhoud en gebreken. Hij zou daarnaast alleen zijn neef hebben laten inwonen en er zou geen sprake zijn van onderverhuur. De kantonrechter oordeelt dat huurder de woning moet verlaten. Ook moet hij de achterstallige huur betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12106514 \ CV EXPL 26-1050 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7978</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7978</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7978"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming verhuizing en inschrijving adres, afwijzing verzoeken man tav wijziging hoofdverblijf en zorgregeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/443655 / FA RK 26-40</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7994</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7994</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7994"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vader gezag na overlijden moeder</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449514 / FA RK 26-3201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7337"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. In geschil is of het pensioenfonds is aan te merken als een gemeenschappelijk beleggingsfonds, omdat de deelnemers beleggingsrisico dragen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/5036</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit, mr. B.J. Zippelius, mr. drs. R.W.J. van der Struijk</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7734"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke weigering van de minister om informatie openbaar te maken naar aanleiding van het openbaarmakingsverzoek van eiseres op grond van de Wet open overheid (Woo). Dit Woo-verzoek gaat over de medische zorg voor asielzoekers. De vraag is of de minister op goede gronden een specifiek deel uit het calamiteitenrapport heeft gelakt, omdat op die passages de Woo niet van toepassing is. Eiseres is het niet eens met het lakken van dit specifieke deel uit het rapport. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister mocht weigeren om één van de twee passages openbaar te maken, omdat op die passage de Woo niet van toepassing is. Voor wat betreft de tweede passage mocht openbaarmaking niet geweigerd worden op die grond. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8785</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.P.C.G. Derksen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30375"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring; artikel 59a Vw; ophouding; kennisgeving; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59700</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7987"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging OTS en MUHP</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450327 / JE RK 26-1268</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:6879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:6879"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor de ten laste gelegde mishandeling. Wel is bewezen dat de verdachte, als buitengewoon opsporingsambtenaar, zich schuldig heeft gemaakt aan meineed. De verdachte heeft met opzet de gang van zaken onjuist weergegeven in het door hem ambtsedig opgemaakte proces-verbaal. Gelet op de ernst van het feit wordt een maand gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd voor de duur van een jaar. Deze voorwaardelijke straf heeft niet als doel om de verdachte te straffen, maar heeft ook als doel generale preventie waarbij als signaal wordt afgegeven dat het opzettelijk opnemen van onwaarheden in ambtsedig processen-verbaal niet onbestraft kan blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/268540-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Kroon, mr. H.J. de Kraker , mr. M. Mahmoudi</contributor><issued>2024-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30353"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep vreemdelingenbewaring – zicht op uitzetting Algerije – voortvarend handelen – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60032</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14090"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 13 jaar wegens poging tot moord. De verdachte heeft met een vuurwapen gericht op het slachtoffer geschoten. Het slachtoffer is daardoor geraakt in zijn bovenbeen. De verdachte probeerde hierna nogmaals te schieten maar het wapen blokkeerde. Het slachtoffer rende zigzaggend weg. De verdachte verhielp de storing aan het wapen en schoot al rennend een tweede keer in de richting van het slachtoffer. Voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer. De verdachte had zwavelzuur bij zich met de intentie om dit over het slachtoffer heen te gieten/gooien. Voorbedachte raad. Vrijspraak medeplegen. Geen ambtshalve oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Beslagbeslissingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/220166-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Jongkind, mr. N.M.L. Rogmans, mr. L.M. Nieuwenhuijs</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6389"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzen verzoek tot herroeping adoptie. Langdurige en bestendige wens. Voor- en achternaam inmiddels gewijzigd. Geen contact met adoptiefouders meer. Hechtingsproblematiek. Identiteit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.853/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7969</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7969</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7969"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgmachtiging voor de duur van zes maanden. Wanneer er sprake is van een terugval is zorg op vrijwillige basis niet voldoende bestendig. Een zorgmachtiging als vangnet is nodig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449916 / FA RK 26-3406</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7981"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Er is een verslechtering in het toestandsbeeld van betrokkene vanwege een toename in middelengebruik. Verplichte zorg is nodig omdat betrokkene niet vrijwillig mee wil werken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450239 / FA RK 26-3569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7764"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw; waarschuwing en opname in openbaar raadpleegbaar register; voorlopige voorziening; zaak leent zich niet voor afdoening in de voorlopige voorziening procedure; belangenafweging; voorzieningenrechter bepaalt dat de toelatingsorganisatie de waarschuwing uit het openbare register dient te verwijderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/1837</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.P.C.G. Derksen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8045"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 54-jarige man uit Zutphen voor wederrechtelijke vrijheidsberoving, bedreiging en poging tot dwang. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 365 dagen waarvan 300 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/188995-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7984"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken. Aan de wettelijke vereisten is voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450494 / FA RK 26-3732</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3061</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3061</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3061"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak meineed buitengewoon opsporingsambtenaar. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte in zijn proces-verbaal een valse verklaring heeft afgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002494-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:6879</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:191"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vorderingen van ambtenaren tegen het Land om in kort geding dwangsommen te verbinden aan uitspraken van de ambtenarenrechter. Tussenvonnis. Termijn voor Land om beslissingen op de verzoeken van de ambtenaren over te leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202602373/2539/2590/2595/2665/2667/2669/2837/2864/3010/3011/3012/3021/3196</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.E. de Kort</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7980"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449373 / JE RK 26-1063</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:239"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan groepsbelediging van Joden wegens hun ras en/of godsdienst. Verdachte heeft een artikel geschreven en op een website laten plaatsen met daarin zeer krenkende uitlatingen aan het adres van Joden. O.g.v. Internationaal verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie kunnen Joden op basis van ras worden beledigd. De beledigende uitlatingen behelzen een algemene en heftige aanval op één etnische groep. Dit is in strijd met de onderliggende waarden van het EVRM, te weten tolerantie, sociale vrede en non discriminatie. Derhalve kan verdachte zich niet beroepen op de bescherming van het EVRM. Ook heeft verdachte zich, samen met een ander, schuldig gemaakt aan het, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving, verspreiden van beledigende uitlatingen over een groep mensen, te weten Joden. Aan verdachte is opgelegd een taakstraf van 50 uur waarvan 20 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/177309-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2025-01-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2948</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2948"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Eendaadse samenloop van zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun ras en medeplegen van anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving een uitlating openbaar maken die, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, voor een groep mensen wegens hun ras beledigend is. Taakstraf van 50 uren,waarvan 20 uren voorwaardelijk proeftijd 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000158-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:239</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7983</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7983</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7983"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450628 / JE RK 26-1322</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7929"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de ontvankelijkheid van het bezwaar van eiser. Het beroep is ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat het college eiser terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt. Dat eiser naar eigen zeggen vrijwel dagelijks over de weg rijdt vanwaar het LED-scherm zichtbaar is, is naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheid die hem belanghebbende maakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4632</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Duifhuizen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7990"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449571 / JE RK 26-1089</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30381"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">plaatsingsbesluit en vrijheidsbeperkende maatregel, HTL en art. 56 Vw, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.39967 en AWB 26 11949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7998"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verleging machtigimg uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449395 / JE RK 26-1065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7762"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen. Afwijzing overname private schuld. Schuld niet opeisbaar. Geen twijfel aan bestaan schuld, maar omdat schuld niet opeisbaar was vóór 1 juni 2021, hoefde de minister niet op grond van de hardheidsclausule een uitzondering te maken op het vereiste van een notariële akte of rechterlijke uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23/7968</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.W.B. Heijmans</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8054</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8054</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8054"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgmachtiging 6 maanden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450212 / FA RK 26-3560</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:138</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:138</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:138"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling woning die in de nalatenschap valt. Artikel 3:178 BW, artikel 3:185 lid 5 BW. Geen gebruiksvergoeding verschuldigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202600177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.J. Saarloos</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6072"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 april 2020 heeft de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) afgewezen. Op 23 juli 2019 heeft [appellant] de minister op grond van (onder meer) de Wob verzocht om informatie te verstrekken. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van alle documenten die betrekking hebben op een aantal specifiek genoemde exportvergunningen voor zogenaamde dual-use goederen, zoals formulieren, check-lijsten, puntenlijsten, aanwijzingen, briefings, digitale communicaties, interne communicatie (waaronder e-mail), meldingen, mutaties, databestanden, registraties en andere documenten. Met het besluit van 16 april 2020 heeft de minister besloten om de 89 documenten die zijn aangetroffen niet openbaar te maken op grond van artikel 12 van Verordening (EU) 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (het DWU).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402898/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8047</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8047</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8047"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging hoofdverblijf en vervangende toestemming inschrijving school</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/448522 / FA RK 26-2674</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:5617</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5617</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:5617"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/434840 FA RK 25-2205</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8052</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8052</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8052"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Art. 1:253n jo 1:253a BW. Afwijzing verzoek eenhoofdig gezag. Vaststelling minimale zorgregeling. Uitbreiding onder regie van de GI, in kader van uitvoering ots.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/415434 / FA RK 23-5075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2930</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2930</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2930"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor belaging tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de oplegging van een contact- en locatieverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002000-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:2190</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2190</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:2190"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding met nevenvoorzieningen en alimentatie voor de jongmeerderjarige Hersteluitspraak 10-9-2026: ECLI:NL:RBDHA:2026:29926</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/674621 / FA RK 24-7650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-02-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8037"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot gezamenlijk gezag toegewezen. Minimale zorgregeling vastgesteld, uitbreiding op aanwijzing van hulpverlening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447617 FA RK 26/2192</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2935</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2935</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2935"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bevestiging vonnis behalve t.a.v. opgelegde taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf, en met dien verstande: - aanvulling bewijsoverweging en bespreking voorwaardelijk verzoek van verdediging; en bewijsmiddelen vonnis vervangen. Bedrijfsinbraak in vereniging d.m.v. braak van elektronische apparatuur. Gevangenisstraf 3 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met aftrek; proeftijd 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-003038-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:289"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vereenvoudigde behandeling; niet tijdige motivering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR2024H00255 en CUR2024H00256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Vereenvoudigde behandeling</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. van Ettekoven</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8039"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontzeggen contact tussen mj en vader. Vader dient inzicht te verschaffen in persoonlijke en verstandelijke vermogens en opvoedkundige capaciteiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447352 FA RK 26/2050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30383"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">plaatsingsbesluit en vrijheidsbeperkende maatregel, HTL en art. 56 Vw, de minister heeft ten onrechte niet nader advies ingewonnen bij GZA, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38444 en AWB 26 11450</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8044"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450517 / FA RK 26-3748</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13989</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13989</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13989"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Nakomingsvordering. Eiser vordert afgifte van een schip door gedaagden. Deels toewijzing. Reconventie. Opheffing beslag. Eiser heeft voorafgaand aan dit kort geding ten laste van gedaagden conservatoir scheepsbeslag gelegd tot afgifte van het schip aan haar. Gedaagden vorderen de opheffing van het beslag en nakoming van afspraken in een overeenkomst tussen partijen. Afwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724117 / KG ZA 26-819</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. de Bruin</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8048"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek eenhoofdig gezag wegens onvoldoende onderbouwing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/446873 FA RK 26/1773</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8038"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Nadere beschikking wijziging verdeling van zorg- en opvoedingstaken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/440641 / JE RK 25-1816</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9922</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9922</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9922"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Schenkbelasting. Het in de huwelijkse voorwaarden opgenomen te betalen bedrag vormt een schenking. Er is geen sprake van de voldoening aan een natuurlijke verbintenis. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/6758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2874"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige voorziening; artikel 8:42 Awb</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/683 t/m 26/688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:16031</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10998"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek om toekenning van de verhuisboedelvrijstelling (in de zin van artikel 14 van de Wet bpm en artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit bpm) is terecht afgewezen, omdat belanghebbende niet aan de voorwaarden voldoet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/2535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9630</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9630</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9630"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonbelasting, beroepen niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/5575, BRE 24/5576 en BRE 24/5577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9709"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Artikel 3.102 Wet IB 2001.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9710"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting / negatief jaarsaldo margeregeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2371 tpt en met 25/2373</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8046"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449924 / FA RK 26-3412</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8053</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8053</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8053"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">VCM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450555 / FA RK 26-3766</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9714</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9714</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9714"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Minderjarige. Machtiging ondertekenen vaststellingsovereenkomst verleend. Doorlopende machtiging opname van reeds geopende BEM-rekening verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12281876 OV VERZ 26-1425 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29877"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzen eenhoofdig gezag. Wijzigen omgangsregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697762 / FA RK 26-402</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.S. Honée</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13808"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter verwijst de avg zaak naar een kamer voor andere zaken dat kantonzaken van de rechtbank</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/12003576</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:290"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Curaçao. Raad van commissarissen. Bezoldiging. Bevoegdelijk vastgesteld? Rechtsgeldig kwijtgescholden?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR2025H00029</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.C.C. Lewin, E.A. Saleh, M.W. Scholte</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2794"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA's dividendbelasting 2016 en 2017 met vergrijpboetes. Dubbel hoger beroep. Nieuwe transferpricingrapporten tardief. Wraking. Vereiste aangifte. Onzakelijke aandeelhoudersleningen (o.b.v. eerdere Vpb-procedures). Verkapt dividend. Pleitbaar standpunt. Rol bestuurders/adviseur t.a.v. onzakelijke leningen. Feiten en omstandigheden voor grove schuld overtuigend aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/706 25/707 25/718 25/719</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14223</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29953</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29953</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29953"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712213 / FA RK 26-9174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.L. Sandberg-Crommelin</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9715"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koopovereenkomst caravan, maar vanwege gebreken en onduidelijkheid over de vraag of de caravan volledig nieuw was hebben partijen gekeken naar een mogelijke oplossing. Vast is komen te staan dat partijen een schikkingsovereenkomst zijn overeengekomen. De gevorderde nakoming hiervan wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12146598 CV EXPL 26-1556 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9704</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9704</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9704"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind. Machtiging schenking verleend. Wil betrokkene.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000359413:B001 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9707"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind. Beloning extra minuten. Uitzonderlijke omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000448622:B001 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9712"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind. Machtiging schenkingen verleend. Wil betrokkene.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000198088:B001 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9713</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9713</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9713"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind. Machtiging profiel belegd bedrag wijzigen van defensief naar neutraal afgewezen. Kantonrechter kan niet beoordelen of toewijzing verzoek in belang is van betrokkene. Machtiging ophogen belegd bedrag afgewezen. Ruim helft vermogen betrokkene is al belegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000509856:B001 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9979"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind - Ontslag gevraagd vanwege onaangename communicatie en geen medewerking meer. Voortzetting bewind is wel in het belang van betrokkene. Opvolgend bewindvoerder is bereid en als zodanig benoemd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000277961:B001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9760</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9760</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9760"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte en bedrijfsruimte. Huur bedrijfsruimte is afgelost, vordering ontbinding en ontruiming ingetrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12131156 \ CV EXPL 26-890 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9985"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind; ambtshalve ontslag bewindvoerders ivm nalatigheid bij indienen stukken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000274106:B001 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29942"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing, met toetsing opvoedbesluit</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/702708 / JE RK 26-569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole, mr. M.J.L. van der Waals, mr. M.M.C. Limbeek</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2799"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof stelt voorop dat voor de vraag of de verdachte opzettelijk drugs heeft vervoerd onder omstandigheden een gelijksoortige afweging dient plaats te vinden als ter zake van de bestendige jurisprudentie aangaande het aanwezig hebben van drugs. Op grond van die jurisprudentie is niet doorslaggevend aan wie de drugs toebehoren. Ook is niet vereist dat bij de verdachte sprake is van beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de drugs. Voor het tenlastegelegde opzettelijk vervoeren (en daarmee aanwezig hebben) van verdovende middelen is vereist dat deze zich a) in de machtssfeer van de verdachte bevinden, dat wil zeggen dat de verdachte feitelijke macht over de verdovende middelen kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. De verdovende middelen hoeven zich daarvoor niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. Daarnaast is vereist dat de verdachte b) wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Daarbij geldt dat ook de bewuste aanvaa</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001790-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): prof. dr. mr. A.R. Hartmann, mr. G.J. Hanssen, mr. P.J.D.J. Muijen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2022:5456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:5456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2022:5456"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Gerdesia. Veroordeling voor het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, medeplegen van mishandeling, afpersing in vereniging, gekwalificeerde diefstal, opzetheling en diefstal tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij. Afwijzing vordering TUL.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/661049-18 / TUL VV: 10/741244-17</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D. van Putten, mr. R.J.A.M. Cooijmans, mr. G.P. van de Beek</contributor><issued>2022-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2022:5452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:5452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2022:5452"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Gerdesia. Veroordeling voor het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, medeplegen van mishandeling, afpersing in vereniging en gekwalificeerde diefstal tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/661055-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D. van Putten, mr. R.J.A.M. Cooijmans, mr. G.P. van de Beek</contributor><issued>2022-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5867"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De minister heeft het verzoek om internationale bescherming van 30 januari 2026 van appellant niet in behandeling genomen, omdat Zweden daarvoor op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Appellant heeft eerder, op 29 augustus 2025, ook een verzoek om internationale bescherming ingediend in België. Het besluit waarin de Belgische autoriteiten hebben bepaald dat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van dit verzoek is in rechte vast komen te staan. Appellant is op 30 oktober 2025 door de Belgische autoriteiten overgedragen aan Zweden. Vervolgens is hij naar Nederland gereisd en heeft hij voorliggend verzoek om internationale bescherming ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004097</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2022:5453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:5453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2022:5453"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Gerdesia. Veroordeling voor het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, medeplegen van mishandeling, afpersing in vereniging, gekwalificeerde diefstal en poging tot zware mishandeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden met aftrek van voorarrest. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/661048-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D. van Putten, mr. R.J.A.M. Cooijmans, mr. G.P. van de Beek</contributor><issued>2022-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5324"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse Mployment onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van de woning aan de Heereweg 384A in Lisse door meer dan één huishouden te beëindigen en blijvend beëindigd te houden. Naar aanleiding van handhavingsverzoeken van [partij A] en andere omwonenden heeft het college controles uitgevoerd naar de bewoning van de woning aan de Heereweg 384A in Lisse (de woning). Tijdens deze controles is geconstateerd dat Mployment in de woning woonruimtes verhuurde aan verschillende huishoudens. Dit gebruik is volgens het college in strijd met artikel 2.12 onder b van het bestemmingsplan "Herziening begrippen", in samenhang met de bestemmingsplannen "Lisse Dorp" en "Eerste herziening Lisse Dorp". Daardoor overtreedt Mployment artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Het college heeft daarom een last onder dwangsom opgelegd, waarin Mployment is opgedragen om de overtreding voor 20 april 2022 te beëindigen en beëindigd te houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300277/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5169"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk aan [appellant] en anderen medegedeeld dat een door hen ingediende ingebrekestelling ten aanzien van het niet tijdig beslissen op hun handhavingsverzoek prematuur is en daarom niet in behandeling zal worden genomen. Bij besluit van 10 december 2020 heeft het college het verzoek om handhaving van [appellant] en anderen met betrekking tot de aanleg van een verharding en een aarden wal met een kunststofbuis op het perceel aan de [locatie A] in Beverwijk afgewezen. Op het perceel aan de [locatie A] werd voorheen een agrarisch bedrijf geëxploiteerd. [partij A] en [partij B] zijn eigenaar van dit perceel. [appellant] en anderen wonen aan de Creutzberglaan in Beverwijk aan de oostzijde van het perceel. [partij A] en [partij B] hebben ter hoogte van de percelen van [appellant] en anderen een verharding, een aarden wal en een kunststof buis aangelegd en bomen en coniferen aangeplant. [appellant] en anderen zijn het daar niet mee eens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307677/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5143"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Arnhem de aanvraag van Zorgwonen Bronbeek om een bestemmingsplan vast te stellen voor de wijziging van de bestemming "Maatschappelijk" van het perceel Bronbeeklaan 66 naar de bestemming "Wonen" afgewezen. De gemeente Arnhem is eigenaar van het perceel Bronbeeklaan 66. Dit perceel is, met ingangsdatum 17 augustus 1964, in erfpacht uitgegeven. De einddatum is 17 augustus 2039. Het erfpachtrecht is tot een gebruik als ‘bejaardentehuis’ beperkt. Zorgwonen Bronbeek is sinds 31 augustus 2018 erfpachter. Op de locatie was tot in 2017 een zorgcomplex voor senioren (de Paasbergflat) operationeel. Het gebouw staat nu zo goed als leeg. Zorgwonen Bronbeek heeft om vaststelling van een bestemmingsplan voor de locatie verzocht om hier maximaal 59 zelfstandige wooneenheden en vijf onzelfstandige wooneenheden mogelijk te maken. De bouw daarvan paste niet binnen het toentertijd geldende bestemmingsplan "Velperweg e.o.". De raad heeft in bezwaar vastgehouden aan de afwijzing van deze aanvraag omdat deze volgens hem strijdig is met een goede ruimtelijke ordening en de erfpachtakte een evidente privaatrechtelijke belemmering voor de uitvoerbaarheid van een dergelijke bestemming oplevert. Na het besluit op bezwaar heeft de raad voor de locatie een bestemmingsplan vastgesteld. Dit voorziet in 54 zelfstandige woningen. De raad heeft ook een exploitatieplan vastgesteld omdat het erfpachtcontract niet voorziet in publiekrechtelijk kostenverhaal en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202302956/1/R4, 202306976/1/R4 en 202307114/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14039"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eisers hebben via een bemiddelaar een investering gedaan in een vastgoedproject dat niet bleek te bestaan. Vraag of zij de bemiddelaar en diens onderneming kunnen aanspreken op grond van wanprestatie dan wel onrechtmatig handelen. Rechtbank oordeelt dat eisers geen overeenkomst hebben gesloten met de bemiddelaar in persoon en ook niet met diens onderneming. De bemiddelaar heeft ook niet onrechtmatig gehandeld jegens eisers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/709892 HA ZA 25-994</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. van Drongelen</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2947"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wraking. Verzoeksters niet-ontvankelijk in verzoek tot wraking van griffiers en verklaart het verzoek tot wraking van raadsheren kennelijk ongegrond. Wrakingsverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.374.238 en 200.374.240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9817</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9817</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9817"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker volgde een BBL-opleiding en was in het kader daarvan in dienst van gedaagde. Werkgever zegde het dienstverband op omdat verzoeker zich wederom had misdragen op de werkvloer en de school van verzoeker de opleiding zou beëindigen. Verzoeker stelt dat hij het slachtoffer was van grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer en dat hij werd ontslagen omdat hij er wat van zou hebben gezegd. Uit overgelegde verklaringen van collega's van verzoeker blijkt echter het tegenovergestelde. Het gedrag van verzoeker liet te wensen over. Het verzoek wordt afgewezen aangezien werkgever de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd, omdat de school de opleidingsovereenkomst met verzoeker zou beëindigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12240070 \ AZ VERZ 26-24 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29933"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel - Wvggz</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712150 / FA RK 26-9144</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.L. Sandberg-Crommelin</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13804"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter verwijst deze AVG zaak naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/11962779</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30389"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring; artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a; effectieve beëindiging van het verblijf; lichter middel; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59976</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13797</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13797</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13797"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter verwijst de avg zaak naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/11948838</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10170"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, noodopvang, niet voldaan aan bindingseis, belangenafweging, belangen van de kinderen, IVRK, inwoning, afwijzing voorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/5846</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. van Haeften</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13796"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter verwijst de avg-zaak naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/11943277</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30265"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet – BNT – asiel – gegrond – besluitmoratorium Iran.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.63202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30266"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Buiten zitting – Ambv – Duitsland – interstatelijk vertrouwensbeginsel – ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54377</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30269"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">plakvovo – verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30270"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ambv Italië; interstatelijk vertrouwensbeginsel; beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.47413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30272</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30272</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30272"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">plakvovo; afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.47414</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13795"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter verwijst de avg-zaak naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/11943052</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30390"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek opheffing inreisverbod / ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21807</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2755</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2755</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2755"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het onthouden van zorg aan meerdere honden, terwijl hij houder was van deze honden. Namens de verdachte is bepleit dat sprake was van een overmachtssituatie, die bovendien slechts tijdelijk van aard was. Het hof acht deze verklaring niet aannemelijk geworden. Daarnaast blijkt uit de verslagen van de dierenarts dat de honden in een toestand verkeerden die erop wijst dat zij op die dag en minstgenomen kort voordien niet de nodige verzorging van hun houder kregen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002145-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. C.M. Hilverda, mr. P.J.D.J. Muijen, mr. I.R Rigter</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11142"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van het voorarrest voor het meermaals medeplegen van bankhelpdeskfraude, het medeplegen van een poging daartoe, het meermaals medeplegen van computervredebreuk en het medeplegen van het voorhanden hebben en overdragen van leadslijsten met (persoons)gegevens, die werden gebruikt om slachtoffers van bankhelpdeskfraude te kunnen benaderen. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte mogelijk niet de leidende rol had maar wel een aansturende en coördinerende rol en dat hij daarmee van aanzienlijke en cruciale betekenis was. Zijn rol was van voldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken. De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn met ruim 19 maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn grotendeels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03/160815-22, 05/067436-21 (TUL)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30392"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring ex artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw + Aanvullend terugkeerbesluit Marokko. Beide beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59663</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url></urlset>
