﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:7580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:7580"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis. Eiser is met twee gedaagden tot overeenstemming gekomen. Tegen de andere twee gedaagden is verstek verleend. De primaire vorderingen van eiser worden tegen die laatste twee gedaagden grotendeels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/675214 / HA ZA 24-221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr B.J.M.P. Cremers</contributor><issued>2024-08-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2771"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het invoeren van respectievelijk 500 kg (+ de uitvoer daarvan), 812 kg en 100 kg cocaïne, voor het treffen van voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne en voor het witwassen van een geldbedrag van in totaal van ruim € 700.000,00. In verband met een geconstateerde normschending in het WOD-traject wordt 6 maanden gevangenisstraf in mindering gebracht en in verband met de schending van de redelijke termijn voor berechting 1 jaar. In hoger beroep wordt aan de verdachte een gevangenisstraf opgelegd van 8 jaren en 6 maanden, met aftrek van voorarrest. De onder de verdachte in beslag genomen boot en een geldbedrag van € 182.000,00 worden verbeurdverklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001352-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2876</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:2876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:2876"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het invoeren van respectievelijk 500 kg, 812 kg en 100 kg cocaïne, voor het treffen van voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne en voor het witwassen van een geldbedragen tot in totaal van ruim € 700.000,=. Verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van de invoer van 60 kg en 350 kg cocaïne. De rechtbank heeft het bewijs onder meer gebaseerd op communicatie via EncroChat en SkyECC. Het verweer dat het bewijs uit de onderschepte cryptodata van EncroChat en SkyECC onrechtmatig is verkregen, wordt verworpen. Ook wordt verworpen het niet-ontvankelijkheidsverweer met betrekking tot geconstateerde vormverzuimen in het WOD-traject. Wel wordt in verband met onvolkomenheden in het WOD-traject één jaar gevangenisstraf in mindering gebracht en wordt aan verdachte een gevangenisstraf opgelegd van 9 jaren, met aftrek van voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-820957-19 (onderzoek Lugo)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.A.E. Dekker, W.J.M. Fleskens, R.J.H. van der Linden</contributor><issued>2023-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2771</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29086"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">erkenning Amerikaanse adoptie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/671225 / FA RK 24-5950</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.L. Strop, mr. A. Emmens, mr. E.G. Nuboer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29081"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erkenning buitenlandse adoptie (Brazilie)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/665090 / FA RK 24-2921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.L. Strop, mr. A. Emmens, mr. E.G. Nuboer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11983</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11983</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11983"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter is voornemens om terug te komen op haar eerdere oordeel over de bevoegdheid, en de zaak alsnog te verwijzen naar de handelskamer van deze rechtbank. Daartoe is redengevend dat de rechtskeuze om toekomstige geschillen aan de kantonrechter voor te leggen, buiten de grenzen van artikel 96 Rv vaslt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12048710</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1143"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opvragen machtiging bij advocaat. Aanvragen om bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtsbijstand. Het uitgangspunt is dat bij een advocaat niet om een machtiging wordt gevraagd. Dit uitgangspunt is niet beperkt tot het voeren van rechtsgedingen en geldt ook voor de aanvraagfase. Niet in geschil is dat het dagelijks bestuur wist dat mr. Van Aken advocaat is. Aldus moet ervan worden uitgegaan dat mr. Van Aken de verzoeken om bijzondere bijstand namens betrokkene heeft gedaan. Dit laat onverlet dat het dagelijks bestuur van betrokkene een verklaring mag verlangen waaruit blijkt dat hij, bij inwilliging van de aanvraag, ermee instemt dat de bijzondere bijstand wordt overgemaakt aan mr. Van Aken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2148 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2887</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2887</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2887"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ woning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7438"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak gaat het om een alcoholverslaafde werkneemster (een beveiligster) van wie de Schipholpas en grijze pas zijn ingetrokken nadat zij vlak na afloop van haar dienst door de Koninklijke Marechaussee is aangehouden wegens rijden onder invloed. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever (Trigion) in de gegeven omstandigheden geen geslaagd beroep kan doen op het intreden van de ontbindende voorwaarde(n) uit de arbeidsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12182256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29628"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz; toewijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712021 / FA RK 26-9056</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L. Kelkensberg</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30225"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, vervolgberoep, inleiding, verzoek om zitting, zicht op uitzetting, lichter middel, slotsom beroepsgronden, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59280</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1339"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Geen toegenomen beperkingen uit dezelfde oorzaak binnen vijf jaar na de beëindiging van de WIA-uitkering per 19 april 2020. Zorgvuldig medisch onderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2242 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30226</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30226</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30226"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, beroep, toetsingskader, lichter middel, slotsom beroepsgronden, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29612"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz; toewijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711933 / FA RK 26-9008</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L. Kelkensberg</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1338"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald en het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/386 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30229"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, Georgische, eerste beroep, 59, eerste lid, aanhef en onder a Vw, alle gronden betwist, geen lichter middel, voldoende voortvarend, zicht op uitzetting, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58669</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6178"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Payroll; einde opdracht; geen h-grond: bankzitten staat niet vast en scholingsverplichting werkgever; ook geen andere redelijke ontslaggrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.574</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29578"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorzieningen - uitsluitend gebruik, toevertrouwing en zorgregeling, kinderalimentatie en partneralimentatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708039 / FA RK 26-6559</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12484"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Eiseres stelt dat zij lange tijd heeft moeten zoeken naar een parkeerplaats. Uit de foto’s van de scanauto blijkt echter dat eiseres daadwerkelijk geparkeerd stond voordat zij had betaald. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/8549</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C. Laukens</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13486"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemers zijn Australische professioneel rugbyspelers. De door werkgever gestelde afspraak dat werknemers genoegen zouden nemen met loon dat lager was dan het minimumloon, al dan niet tijdelijk, is nietig. Loonvordering deels toegewezen. Geen recht op loon voor 40 uur bij 20 uur werken. Geen misbruik.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12152695 CV EXPL 26-7810 - 12152702 CV EXPL 26-7811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12483"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Eiser stelt dat de parkeeractie eerder is gestart dan uit de systemen van de heffingsambtenaar blijkt. Dit heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/8285</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C. Laukens</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13918</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13918</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13918"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Wsnp toegewezen voor achttien maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615471:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2013:5043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:5043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2013:5043"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2013-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verhuurder beroept zich bij wege van verweer terecht op dwaling, als er in dit geval al een huurovereenkomst tot stand zou zijn gekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.112.290-01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2013-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25479"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatig handelen en inbreuk auteursrechten ex artikel 29a Aw door verhandelen MIG Switch Kaarten en MIG Switch Dumpers die bedoeld zijn om onrechtmatige kopieën van Nintendo videogames af te spelen en te maken en zodoende de technische beschermingsmaatregelen te omzeilen. Inbreuk auteursrechten ex artikel 12 Aw door aanbieden lijst met hyperlinks naar onrechtmatige kopieën van Nintendo videogames. Merkinbreuk ex artikel 9 lid 2 sub a, b en c UMVo door het aanbieden van een lijst met titels van videogames die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de merken en het tonen van de merken bij het aanbieden van MIG Switch Kaarten en MIG Switch dumpers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696247 HA ZA 25-1125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.T. van Walderveen</contributor><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29653"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Herstelvonnis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696247 / HA ZA 25-1125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.T. van Walderveen</contributor><issued>2026-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:25479</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13913</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13913</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13913"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstekvonnis. Toewijzing van de eisen tegen de huurders tot ontbinding huurovereenkomst, ontruiming woning en betaling van huur(achterstand). Afwijzing van de eis tegen de voormalige onderhuurder. Omdat die geen hoofdverblijf heeft in de woning is er geen sprake van een voortgezette huurovereenkomst als bedoeld in artikel 7:269 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11702330 CV EXPL 25-11615</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30243"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Somalië, problemen met Dhulbahante, discriminatie als Madhiban/Midgan, niveau willekeurig geweld in de regio Sool, uitstel van vertrek op medische gronden, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.39775</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13912"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vonnis in kort geding. Toewijzing eis tot ontruiming woning, na buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst volgend op een sluiting van de woning door de burgemeester in reactie op een explosie bij die woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12310432 VV EXPL 26-420</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. V.F. Milders</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6334</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6334</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6334"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep. Verzending uitspraak op bezwaar. Terugwijzing naar rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2481</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27920"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing Anw. Eiseres is geen nabestaande want er was geen sprake van een gezamenlijke huishouding (geen hoofdverblijf) met de overledene.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/10020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. van der Meer</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29080</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29080</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29080"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ex-samenwoners, gezamenlijke woning. Direct verdelen of uitstel van de verdeling? Artikel 3:178 BW. Belangen van de man bij uitstel verdeling zijn aanmerkelijk groter dan de belangen van de vrouw bij directe verdeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703597</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. I.A.M. Kroft</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29466</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29466</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29466"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening, kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/3259</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. D. Biever</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29467"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening, kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6085</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. D. Biever</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24636"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontkenning vaderschap naar Grieks recht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/686808 / FA RK 25-4433</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Witteman</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28214"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6053</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. van den Ende</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2023:6739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:6739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2023:6739"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overleveringswet. Prejudiciële verwijzing. De rechtbank Amsterdam stelt prejudiciële vragen over 1) de beslistermijnen van artikel 17 Kaderbesluit 2002/584/JBZ in het licht van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, 2) onderscheid op grond van nationaliteit bij de regeling van de garantie van terugzending van artikel 5, punt 3, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en 3) de samenhang tussen de artikelen 4, punt 1 en 5, punt 3, Kaderbesluit 2002/584/JBZ enerzijds en Kaderbesluit 2008/909/JBZ anderzijds bij de uitvoering van een garantie van terugzending</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/161114-23 (EAB II)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.P. Kijlstra, O.P.M. Fruytier, L. Sanders</contributor><issued>2023-11-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:251</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:3</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2681"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest. Prejudiciële verwijzing. Artikelen 2.24a en 2.24b Aanbestedingswet 2012. Teckal-criteria voor quasi-inbesteding. Uitleg Activiteitencriterium. Omzet op niveau gecontroleerde rechtspersoon of concernomzet? Omzet behaald bij derden bij uitvoering toevertrouwde taak?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.290.736/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:12395</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2989</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:310</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:4</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13901"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Ontruiming. Toewijzing. Naar voorlopig oordeel sprake van een huurovereenkomst die naar zijn aard slechts van korte duur is (short stay). Artikel 7:232 lid 2 BW. Belangenafweging leidt tot een langere ontruimingstermijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725734 / KG ZA 26-923</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2940</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2940</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2940"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">AMA. Verdachte N-O o.g.v. art. 416 lid 2 Sv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001722-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2942"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">AMA. Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. Straf: gevangenisstraf 1 week voorwaardelijk, met proeftijd 2 jaren. Benadeelde partij: N-O.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001296-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:60</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:60</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:60"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 10a, lid 1, aanhef en letter c, Wet Vpb 1969; recht op aftrek van rente die voldoet aan het at arm’s length beginsel; uitleg arrest HvJ 20 januari 2021, Lexel AB, ECLI:EU:C:2021:34 ; eindarrest na prejudiciële beslissing HvJ ECLI:NL:HR:2022:1121</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/03948 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Uitspraak na prejudiciële beslissing</description><issued>2026-01-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:8628</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:386</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:1121</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2022:1121</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1121</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2022:1121"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 10a, lid 1, aanhef en letter c, Wet Vpb 1969; recht op aftrek van rente die voldoet aan het at arm’s length beginsel; uitleg arrest HvJ 20 januari 2021, Lexel AB, ECLI:EU:C:2021:34; prejudiciële vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/03948</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2022-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2021:666</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:8628</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:60</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2024:238</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2024:822</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:236</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:236</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:236"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Partijen hebben een afspraak gemaakt over de beëindiging van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Geen sprake van een afspraak onder een opschortende voorwaarde. Niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat verhuurder een beroep doet op de beëindigingsovereenkomst. Vordering tot ontruiming toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.L. Wattel</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13914"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verklaring voor recht dat appartementseigenaar aansprakelijk is voor schade voortvloeiend uit de aansluiting van de keukenafvoer op de regenpijp. Verklaring voor recht dat tekortgeschoten is in de verplichting de aansluiting tijdig te verwijderen. Veroordeling tot betaling van schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11939668 CV EXPL 25-22964</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.K. Rapmund</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1128</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1128</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1128"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 36 IW 1990. Arrest na prejudiciële beslissing HvJ (C-613/23, ECLI:EU:C:2024:961). Discretionaire bevoegdheid ontvanger? Meldingsregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/03566 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-07-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1360</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:435</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:1371</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1371</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1371</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1371"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 36 IW 1990; bestuurdersaansprakelijkheid; bewijspositie bestuurder; evenredigheidsbeginsel; prejudiciële vragen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/03566</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1360</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:1128</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2024:961</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2941"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">AMA. Bewezenverklaarde: diefstal d.m.v. braak en diefstal (gevoegd). Gevangenisstraf 5 weken m.a.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001374-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2937</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2937</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2937"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">AMA. Vernietiging vonnis. Diefstal. Gevangenisstraf 10 dagen m.a.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000522-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13923</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13923</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13923"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over een betalingsregeling van een terugvordering van een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de bezwaren van eiseres tegen de terugvordering van haar ZW-uitkering terecht niet bij de heroverweging van de betalingsregeling heeft betrokken. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/11202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Zoethout</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2943"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Herstelarrest. Mishandeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000364-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1091</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1091</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1091"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking, herziening en terugvordering van bijstand. Boete. Schending inlichtingenverplichting. Crypto-activiteiten. Inkomen uit vermogen. Recht vaststellen. Opdracht nieuw besluit. Als een betrokkene incidenteel ten behoeve van zichzelf en met eigen middelen crypto’s koopt en deze nadien verkoopt is slechts sprake van een mutatie van eigen vermogen en niet van het verkrijgen van inkomsten. Het incidenteel aankopen of verkopen van crypto’s met eigen middelen valt onder het algemeen gangbaar vermogensbeheer van de betrokkene en kan niet worden geacht te zijn gericht op het verkrijgen van inkomsten uit vermogen. Dergelijke incidentele crypto-activiteiten, die in beginsel slechts vermogensmutaties behelzen, zijn op zichzelf dan ook niet van invloed op het recht op bijstand. Daarvan hoeft dus ook geen mededeling te worden gedaan aan de bijstandverlenende instantie. Als echter de aan- en verkoop van crypto’s met eigen middelen, gelet op de omvang, de duur en het terugkerende karakter ervan, het algemeen gangbaar vermogensbeheer van de betrokkene overstijgen, dan kunnen die crypto-activiteiten wel van invloed zijn op het recht op bijstand. Crypto-activiteiten die het algemeen gangbaar vermogensbeheer overstijgen kunnen immers worden geacht te zijn gericht op het verkrijgen van inkomsten uit vermogen en moeten daarom gemeld worden aan de bijstandverlenende instantie. Uit het transactieoverzicht volgt dat de aan- en verkoop van crypto’s door appellant het algemeen gangbaar vermogensbeheer overstegen, o.m. doordat appellant op ongeveer 600 verschillende tijdstippen aan- of verkooptransacties van crypto’s heeft verricht. Van het incidenteel aan- en verkopen van crypto’s was in het geval van appellant dan ook geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2773 PW-T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:1020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:1020"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Concurrerende werkzaamheden, ook tijdens ziekte. Ernstig verwijtbaar handelen werknemer die boete verschuldigd wordt. Pensioentoezegging is vormvrij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.732</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6552"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Uitleg pensioenovereenkomst. Werknemer stelt dat de pensioengrondslag niet juist is uitgelegd door werknemer maar heeft hierover te laat geklaagd. Aan de inhoudelijke beoordeling wordt niet toegekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11659357 \ CV EXPL 25-1395</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:394"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eisers zijn maaltijdbezorgers. Zij zijn verplicht deel te nemen aan bedrijfstakpensioenfonds Detailhandel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11716850 UC EXPL 25-4618 JH/1050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2086"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">uitleg werkingssfeerbepaling verplicht gesteld pensioenfonds</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.306.175/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7408"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afsluiten WIA-excedentverzekering, overgang van onderneming, pensioennadeel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11909920 CV EXPL 25-21187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F. Aukema-Hartog</contributor><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:946"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op ECLI:NL:GHDHA:2025:136 en ECLI:NL:GHDHA:2025:1542; het hof constateert dat Aon niet geheel aan de instructies van zijn tweede tussenarrest is voldaan en verzoekt Aon aanvullende informatie aan te leveren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.324.131/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6018"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Werkgever valt onder de verplichtstelling van PFZW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11961794 UC EXPL 25-8834 JH/1050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.A.M. Pinckaers</contributor><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:4486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:4486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:4486"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Prijsgeven van pensioen- en stamrechtaanspraken bij turboliquidatie. Waarde van de aanspraken terecht belast in box 1, terecht revisierente in rekening gebracht. Ook is terecht een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang in aanmerking genomen door het achterwege blijven van rentebetaling aan de vennootschap. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24_5532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, J.J. Westerbaan, P.J. Tikken</contributor><issued>2026-06-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:138</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:138</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:138"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">CURAÇAO. Einde pensioenverzekering. Ovk. Afwikkeling uitleg</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR2024H00250</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin, E.A. Saleh</contributor><issued>2026-06-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5804"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">vordering schadevergoeding als gevolg van nabetaling door PFZW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12102255 \ UC EXPL 26-1314</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1278</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1278</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1278"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vanuit privé betaalde pensioenpremies aan Luxemburgse verzekeraar zijn niet aftrekbaar. De door belanghebbende van zijn werkgever ontvangen vergoeding voor die premies is terecht tot het belastbaar loon gerekend. Geen sprake van negatief loon. Belanghebbende heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van uitgaven voor inkomensvoorzieningen (premie voor lijfrente). Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/834</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, W.W. Monteiro, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2026-06-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1667</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1283"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Belastingverdrag Nederland-Frankrijk. Splitsen van pensioen dat deels in publiekrechtelijke en deels in privaatrechtelijke dienstbetrekking is opgebouwd. Van eindloonregeling naar middenloonregeling. Tijdsevenredig of niet?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/866</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.W. Monteiro, C.W.M.M. Verkoijen, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-06-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3632</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2018:405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2018:405"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2018-01-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overgang van onderneming, aanbieden pensioenregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CV 17-6919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr.\'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'a0J.A.J.\'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'a0Peeters</contributor><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2653"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Pensioenzaak; geen indexering van de excedentpensioenregeling; uitleg van de basispensioenregeling; geen strijd met artikel 134 van de Pensioenwet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.046/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:5756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:5756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:5756"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Consumentenkoop, non-conformiteit tweedehands auto. Vastststellingsovereenkomst gesloten. Vorderingen en aangedragen feiten en omstandigheden zijn niet gebaseerd op de vaststellingsovereenkomst maar op de oorspronkelijke rechtsverhouding (de koopovereenkomst). Volgt afwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11994070 \ CV EXPL 25-5510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-07-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:10249</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10249</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:10249"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsongeschikte werknemer gaat zonder overleg met werkgever en bedrijfsarts naar Spanje. Werkgever heeft dit in de gegeven omstandigheden als vakantie-uren mogen afboeken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12055500 CV EXPL 26-1689</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C.J. Frikkee</contributor><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10877"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De vorderingen van de werknemer vallen onder de overeengekomen finale kwijting (aanbod en aanvaarding). De werknemer kan zich niet met succes op ontbinding van de vaststellingsovereenkomst beroepen, omdat geen sprake is van een beëindigingsovereenkomst. De werkgever had al aan de werknemer meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst na afloop van de bepaalde tijd zou eindigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12089685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:5929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:5929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:5929"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Ontruiming trainingswoning. Gedaagde is soeverein. Zij heeft geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen, maar is wel verschenen op de mondelinge behandeling, waar zij heeft aangegeven dat zij “niet mee doet” omdat voor deze kort gedingprocedure geen legitieme rechtsgrond zou bestaan. Gedaagde heeft zich beroepen op allerlei internationale verdragsrechtelijke bepalingen. Meer in het bijzonder heeft zij een beroep gedaan op de jus cogens norm (een vermeende strijdigheid met een dwingende norm van algemeen internationaal recht). Volgens gedaagde zal het toewijzen van de vordering tot ontruiming haar en haar twintigjarige dochter (die geen vaste woon- of verblijfplaats heeft) dakloos maken. Hierdoor worden zij direct geraakt in hun overlevingsbestaansrecht. De voorzieningenrechter overweegt dat het verweer van gedaagde op allerlei internationale verdragen, meer in het bijzonder op de jus-cogensnorm, er niet toe leidt dat gedaagde kan worden vrijgesteld van de Nederlandse wet- en regelgeving. Immers, als de vordering tot ontruiming wordt toegewezen, betekent dit op zichzelf niet dat sprake is van schending van een dwingende norm van algemeen internationaal recht, zelfs niet als gedaagde onverhoopt dakloos zal raken. Het beroep op de jus-cogensnorm is daarvoor onvoldoende geconcretiseerd en wordt daarom verworpen. De voorzieningenrechter vindt het voldoende aannemelijk dat de woonbegeleidingsovereenkomst onder de gegeven omstandigheden rechtsgeldig tussentijds is beëindigd. Gedaagde blijkt niet begeleidbaar te zijn en schiet structureel tekort in haar verplichting om voor de eerste van de betreffende maand een vergoeding te betalen voor het gebruik van de woonruimte. Afweging van de wederzijdse belangen leidt niet tot een ander oordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/426753 / KG ZA 26-175</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Tj. Zuidema</contributor><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19043"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Partijen hebben na het overlijden van hun moeder een overeenkomst met elkaar gesloten over compensatie van de bedragen waarmee de één ten opzichte van de ander is bevoordeeld (door schenkingen en erfenis moeder), zodat zij beiden uiteindeijk een gelijk aandeel in de nalatenschappen van hun ouders krijgen. De vordering is nog niet opeisbaar, omdat de nalatenschap van vader nog niet is afgewikkeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695736 / HA ZA 25-1095</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. Amperse</contributor><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:18257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:18257"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige daad. Negatieve review op het internet. Botsing van twee fundamentele rechten: het recht op bescherming van eer en goede naam (art. 10 Grondwet en art. 8 EVRM) en het recht op vrijheid van meningsuiting (art. 7 Grondwet en art. 10 EVRM). Een deel van de review is onrechtmatig. Het causaal verband met de schade is niet vast komen te staan. De vordering tot vergoeding van schade wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696574</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Voorrips</contributor><issued>2026-07-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8461"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">geen schorsing concurrentie- en relatiebeding in arbeidsovereenkomst en STAK-overeenkomst. Twee beoordelingskaders: art 7:653 BW en art 6:248 lid 2 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4001/12288694</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:4198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:4198"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">eenzijdige wijzigingen in franchiseformule; terugdraaien toegepaste wijzigingen o.s.v. dwangsommen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C-01-422185 - KG ZA 25-649</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. Schoorlemmer</contributor><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8587"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Negen werknemers zeggen in een zeer kort tijdsbestek hun arbeidsovereenkomsten op en treden in dienst van een concurrent van hun ex-werkgever. Nieuwe werkgever handelt niet onrechtmatig jegens de ex-werkgever door het in dienst nemen van de werknemers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11787294 CV EXPL 25-9390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak, Op tegenspraak</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5126"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Ontruiming huurwoning vanwege huurachterstand. Al meer dan een jaar geen huur betaald. Particuliere verhuurder. Huurder heeft minderjarig kind (1 jaar oud). Artikel 3 lid 1 IVRK. Verhuurder heeft niet voldaan aan zijn meldingsplicht op grond van Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening ( vroegsignalering). Belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.874</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5598</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5598</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5598"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wrakingszaak. Wraking afgewezen. De rechter heeft na het uitwisselen van standpunten een voorlopig oordeel gegeven. Hieruit vloeit naar het oordeel van de wrakingskamer geen objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid voort. De rechter heeft risico’s aan de zijde van verzoekster benoemd en getoetst of zij de gevolgen kon overzien.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 614360 HA RK 26-133</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.F. Haeck , I.L. Rijnbout, B.G.W.P. Heijne</contributor><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8292"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter wijst de door verhuurder gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning op dit moment af. Indachtig artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind wegen de belangen van de inwonende kinderen zwaarder dan het belang van de verhuurder. Hierbij weegt de kantonrechter nadrukkelijk mee dat huurder ter zitting heeft verklaard zich onder bewind te willen laten stellen en de kantonrechter gaat er vanuit dat hij deze toezegging gestand doet. Daarmee kan naar alle waarschijnlijkheid een structurele oplossing worden gevonden voor de huurachterstand en betaling van de lopende huur en worden daarmee de belangen van de kinderen van huurder, alsmede die van verhuurder afdoende beschermd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12200169 CV EXPL 26-5992</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3965"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gemengde huurovereenkomst voor bedrijfsruimte met bestemming 'bowlingcentrum'. Geen splitsing. 230a-huurregime van toepassing. Geen keuze voor 290-huurregime. Afwijzing verzoek tot verlenging ontruimingstermijn vanwege wanbetaling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12116508 \ ME VERZ 26-29 D/51246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.G.W.P. Heijne</contributor><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3607"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Geen spoedeisend belang en het kort geding leent zich er niet voor om te bezien of de huurovereenkomst ontbonden moet worden of niet, met eventueel alle gevolgen vandien waaronder die van een éénjarige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/259298 KG ZA 26-359</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J.R. De Locht</contributor><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4245"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">AVG verzoek voor het verwijderen van een BKR registratie. Het verzoek wordt afgewezen. De registratie had niets te maken met de Toeslagenaffaire, maar wel met onjuiste verklaringen bij de aanvraag van een hypothecaire geldlening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/604134 / HA RK 25-223</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.G. van Ommeren</contributor><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3963"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle het verzoek van [verzoeker] om handhavend op te treden op grond van de Wet goed verhuurderschap afgewezen. Bij brief van 25 september 2023 heeft [verzoeker] het college verzocht om op grond van de Wet goed verhuurderschap handhavend op te treden tegen de eigenaar en beheerder van het pand. Volgens [verzoeker] wordt er een te hoge huur gevraagd, wordt hij geïntimideerd en bedreigd met ontruiming. Het college heeft op 11 maart 2024 het handhavingsverzoek van [verzoeker] afgewezen, omdat privaatrechtelijk gezien niet vaststaat dat [verzoeker] als huurder kan worden aangemerkt. De overeenkomst die [verzoeker] met Camelot heeft gesloten is volgens het college een bruikleenovereenkomst. Als bruiklener is [verzoeker] geen huurder. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het alleen handhavend kan optreden op grond van de Wet goed verhuurderschap als privaatrechtelijk vaststaat dat [verzoeker] een huurder is en geen bruiklener.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505432/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2174</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2174</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2174"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanbestedingsrecht. Hoger beroep. Uitzondering op Xafax-arrest? Beoordeling in verband met proceskostenbeslissing rechtbank. Uitsluiting op grond van een ernstige beroepsfout wegens te laat deponeren jaarrekeningen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.266/01, 200.361.440/01 en 200.361.896/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><issued>2026-07-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:12058</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:5510</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5510</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:5510"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag omgevingsvergunning | weigering strijdig beoogd gebruik | beroep gegrond | college op de hoogte beoogd gebruik | geen strijdig gebruik | bindend adviesrecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/967</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-06-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:237</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:237</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:237"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling kinderalimentatie. Aangenomen wordt dat de alimentatieplichtige samenwoont waardoor zijn draagkracht toeneemt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600290</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2024:5258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:5258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2024:5258"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 september 2018 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan vreemdeling 1 verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Deze uitspraak gaat in de eerste plaats over de vraag of een terugkeerbesluit kan worden uitgevaardigd tegen een vreemdeling van wie weliswaar is vastgesteld dat hij illegaal in Nederland verblijft, maar die door de tenuitvoerlegging van een langdurige of levenslange gevangenisstraf niet vrijwillig aan zijn terugkeerverplichting kan voldoen en voor een lange periode niet fysiek uit Nederland en de Europese Unie kan worden verwijderd. Daarnaast zal aan de orde komen of op het uitvaardigen van een terugkeerbesluit het evenredigheidsbeginsel van toepassing is. Vreemdeling 1 heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit. Hij is op 19 januari 2015 onherroepelijk veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens meervoudige moord en doodslag, gepleegd in de periode van 12 mei 2011 tot 20 mei 2011. Vreemdeling 1 verblijft sinds 2011 in strafrechtelijke detentie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202201153/1/V2 en 202400407/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudicieel verzoek</description><issued>2024-12-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:37</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12876"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beroepsfout accountantskantoor: geen beroep op deelnemingsvrijstelling. Geschil over schadeomvang. Dat eiseressen door de beroepsfout de kans is ontnomen om te profiteren van een mogelijke omissie van de belastingdienst levert naar het oordeel van de rechtbank geen door het accountantskantoor ter zake van de gemaakte beroepsfout te vergoeden schade op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/711863 / HA ZA 25-1105</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Bouwman</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:914"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:983 Bedrijfsopvolgingsregeling erfbelasting; uitbreiding van subjectieve gerechtigdheid tot een objectieve onderneming. Indirecte bezitseis ex art. 35d(1)(c) SW. Art. 35c(5)(a) SW. Zijn liquide middelen en effecten in holding ondernemingsvermogen? Bewijslastverdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03967</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2811"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag afvalstofheffing. Belanghebbende is een nakomeling van een ex-militair van het Koninklijk Nederlands-Indonesische Leger (K.N.I.L.). De aanslag is terecht aan belanghebbende opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1952"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op een verzoek voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat in afwachting van een uitspraak in de hoofdzaak – gelet op de onderbouwing van het verzoek – een voorlopige voorziening niet het geschikte middel is om te beslissen op een getuigenaanbod en/of de stellingen van belanghebbende betreffende het ontbreken van dossierstukken en de schijn van vooringenomenheid in de bezwaarfase. Ook is van een spoedeisend belang niet gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Kromhout</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2726</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1644"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2321</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1641"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3078</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1637</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1637</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1637"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:1592</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1941"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende verricht zonder vergoeding werkzaamheden voor een BV, waarvan zijn kinderen de (middellijke) aandeelhouders zijn. De inspecteur heeft bij het vaststellen van de herziene verliesverrekeningsbeschikkingen en de navorderingsaanslag IB/PVV een ROW voor de jaren 2019 en 2020 in aanmerking genomen en een vergrijpboete opgelegd. Het hof laat de verliesverrekeningsbeschikking en de navorderingsaanslag in stand, maar vernietigt de vergrijpboete omdat sprake is van een pleitbaar standpunt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1443 en 24/1444</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, mr. drs. C.W.M.M. Verkoijen, mr. B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5462</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1638"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:739</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1792"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">67a AWR. De verzuimboete voor het niet doen van aangifte is terecht opgelegd. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat de aanmaning voor het doen van aangifte naar het juiste adres is verzonden. Aan de hand van – niet weerlegde - bewijsvermoedens wordt geconcludeerd dat de aanmaning op het adres van belanghebbende is ontvangen of aangeboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1353</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.T.P.M. Zandhuis, M.J.M. van der Weijden, W. de Wit</contributor><issued>2026-08-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5371</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1587"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2424</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6150"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24_7511</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.J. Tikken</contributor><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4499</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4499</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4499"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Verkoop onroerende zaak aan gelieerde partijen. Winstuitdeling?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/11 en 25/12</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:8158</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1590"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3595</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2869"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen extra vergoeding van immateriële schade. De in aanmerking te nemen termijn eindigt op het moment dat de rechtbank uitspraak doet en niet op het moment dat de rechtbank haar uitspraak bekendmaakt via verzending per post of plaatsing in het webportaal van de Rechtspraak. Met de uitspraak is het geschil en daarmee de door belanghebbende ondervonden spanning en frustratie ten einde gekomen. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3287</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3287</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3287"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Inkomstenbelasting 2001. IB/PVV 2019 en 2020. Dieetkosten moeder terecht niet meegenomen in aangifte dochter; geen sprake van fiscaalpartnerschap en ook niet van een systeemfout. Geen recht op giftenaftrek; geen sprake van afzien van vrijwilligersvergoeding. Belanghebbende heeft wel recht op ISV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/855 en LEE 26/858</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Brekelmans</contributor><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1846</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1846</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1846"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De geheimhoudingskamer wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van de namen, e-mailadressen en telefoonnummers van de medewerkers van het CLO en de bevoegde autoriteit van Malta toe in verband met de privacy van deze medewerkers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: : 25/15 9 tot en met 25/164 GHK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse</contributor><issued>2026-08-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:348</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1559"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00257</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:4091</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6244"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting. Grondslag erfbelasting. Partnervrijstelling bij bloedverwant in de rechte lijn - schending discriminatieverbod, recht op eerbiediging familie- en gezinsleven ('family life') en evenredigheidsbeginsel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7924</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:762"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG over o.a. daderschap rechtspersoon. Medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 Sr); telkens bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging. art. 341 (oud) Sr. N.a.v. onder meer recente rechtspraak ABRvS, wijdt AG voorafgaande opmerkingen aan daderschap van de rechtspersoon. AG doet diverse suggesties met het oog op versterking Drijfmest-kader (HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938). M1: falende bewijsklachten feitelijk leidinggeven bedrieglijke bankbreuk. M2: (a) falende deelklacht over motivering daderschap rechtspersoon en (b) falende deelklacht motivering feitelijke leidinggeven onttrekking i.d.z.v. art. 341 (oud) Sr. M3: klacht m.b.t. inzendtermijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 24/02051.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02050</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1565"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04717</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:2449</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2675"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op 8:29-verzoek; wijze indiening 8:29-verzoek in hoger beroep (niet) in overeenstemming met artikel 4 van de Procesregeling belastingkamers gerechtshoven 2025; verzoek om beperkte kennisneming (gerechtvaardigd).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2000-GHK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5748"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Aanspraak levensloopregeling terecht in 2021 tot het belastbaar loon uit werk en woning gerekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5195"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Schending hoorplicht. Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1152 en 25/1153</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5321"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat zowel de heffingsambtenaar als eiseres de waardes die zij voorstaan niet aannemelijk hebben gemaakt. Gelet hierop zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/1137</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:824</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:824</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:824"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3.101 en 3.104 Wet IB 2001. Is de bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV) belastbaar als periodieke uitkering? Is de BIV een publiekrechtelijke periodieke uitkering? Staat aan belastbaarheid van de BIV in de weg dat zij een immateriëleschadevergoeding betreft, gelet op het concept van bovenbronnelijkheid? Brengt het discriminatieverbod mee dat de BIV buiten de heffing moet blijven gelet op de fiscale behandeling van (i) artikel 2 Fonds-uitkeringen, (ii) Rietkerkuitkeringen, en (iii) vergoedingen van immateriële schade in de vorm van een uitkering ineens?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02821</description><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1533"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting; art. 4 Wet op belastingen van rechtsverkeer; art. 20, lid 2, AWR; opleggen naheffingsaanslag aan rechtspersoon na splitsing en fusie; bevestiging ECLI:NL:HR:2025:358</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00064</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3300</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:2403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:2403"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 26 AWR. Art. 6:22, 7:1, 7:2 en 7:4 Awb. Gesloten stelsel van rechtsbescherming. Een brief van de Inspecteur met daarin de mededeling dat hij de activiteiten van belanghebbende niet langer aanmerkt als bron van inkomen is geen voor bezwaar vatbare beschikking. Geen opgewekt vertrouwen. Geen dwangsom zonder ingebrekestelling. Geen schending hoorplicht. Schending inzagerecht gepasseerd. IB/PVV. Bron van inkomen. Bewijslast. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat sprake is van een objectieve voordeelsverwachting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-12-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1566</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1566</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1566"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:2448</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2576"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV 2014 in verband met correctie inkomen uit aanmerkelijk belang. Saneringskosten privé perceel zijn ten laste gebracht van de B.V. Geen omkering en verzwaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2022</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1839"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde. Art. 40 WOZ. Toepassing 6:22 Awb. Immateriëleschadevergoeding. Belanghebbende stelt dat de KOUDV-factoren niet in bezwaar zijn verstrekt, de WOZ-waarde voor 2022 te hoog is vastgesteld en de immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn verhoogd moet worden van € 50 naar € 500 per halfjaar. Het hof oordeelt dat artikel 40, lid 2 Wet waardering onroerende zaken is geschonden, maar passeert het gebrek op grond van artikel 6:22 Algemene wet bestuursrecht. De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten in (hoger) beroep. De WOZ-waarde is niet te hoog vastgesteld. De immateriëleschadevergoeding wordt vastgesteld op € 500. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1081</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.W. Monteiro</contributor><issued>2026-08-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet waardering onroerende zaken 40</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 6:22</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4009</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1950"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. De onroerende zaak is een gaswinnings- en gasbehandelingslocatie en bestaat uit grond en opstallen. De opstallen kunnen worden onderscheiden in drie onderdelen: putten, ‘utilities’ (ook wel: installaties) en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de waardering van de onroerende zaak heeft de Hoge Raad in een verwijzingsarrest beslist dat verwijzing moet volgen voor een nadere beoordeling met betrekking tot: (a) de abandonneringskosten; (b) de buiten beschouwing te laten werktuigen, en (c) de correctie wegens excessieve gebruikskosten. Het hof is van oordeel dat de abandonneringskosten alleen voor het onderdeel putten gelden en zijn aldus ten onrechte in aanmerking genomen ter zake van de onderdelen installaties en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de buiten beschouwing te laten werktuigen is het hof van oordeel dat belanghebbende na verwijzing niet heeft voldaan aan haar bewijslast en dat dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de uit te zonderen bestanddelen. Het hof oordeelt in goede justitie dat de excessieve gebruikskosten voor de utilities vastgesteld moeten worden op 12,5%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/855</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. J.K. Lanser</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2020:2812</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9184"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. In geschil is of de bedrijfsopvolgingsvrijstelling van toepassing is op de schenking van certificaten van vader aan zijn kinderen, waarbij eveneens in geschil is of sprake is van een onderneming op het niveau van de overgedragen BV en of is voldaan aan de voortzettingsvoorwaarden van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/4451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.C. van As, M.E. Kiers, J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4638"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ondernemerschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1652 en 24/1653</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2328"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag bpm. De auto is geproduceerd voor de Amerikaanse markt. Belanghebbende slaagt niet in bewijs dat verschil in CO2-uitstoot uitsluitend wordt veroorzaakt door de meetmethode. WOK-status. Ondanks de WOK-status laat het Hof belanghebbende toe tot het leveren van tegenbewijs. De aangedragen koerslijst is niet bruikbaar. Belanghebbende is er niet in geslaagd een lagere handelsinkoopwaarde aannemelijk te maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1855</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1855</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1855"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hij recht heeft op aftrek van omzetbelasting. De facturen bevatten gebreken en belanghebbende kan ook geen ander toereikend bewijs verschaffen dat duidelijkheid geeft over de aan haar verrichte diensten. Verzuimboete 67c AWR. De verzuimboete is terecht opgelegd. Vergrijpboetes 67f AWR. De inspecteur heeft overtuigend bewezen dat sprake is van grove schuld van belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/778 en 25/779</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.T.P.M. Zandhuis, M.J.M. van der Weijden, W. de Wit</contributor><issued>2026-08-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 67c</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 67f</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:2032</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1632"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns; art. 66, lid 1, aanhef en letter a, Wet op de accijns; art. 14, lid 1, letter c, Energiebelastingrichtlijn; in bunkertank van binnenvaartschip aangetroffen gasolie met te weinig Solvent Yellow; weigering van de accijnsvrijstelling; niet voldaan aan het formele vereiste voor vrijstelling maar wel aan de materiele voorwaarden; eindarrest na prejudiciële vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/05853 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Uitspraak na prejudiciële beslissing</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:9865</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1803"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Leges omgevingsvergunning. Belanghebbende heeft in 2021 een aanvraag voor een omgevingsvergunning gevraagd. Het betreft een zogenoemd tweede fase vergunning. De eerste fasevergunning is verleend in 2007. Toen is vrijstelling verleend van het destijds geldende bestemmingsplan ‘Kom [woonplaats]’. Het perceel van belanghebbende viel onder dit bestemmingsplan. Dat bestemmingsplan is in 2011 vervangen door het bestemmingsplan ‘Kern [woonplaats]’. Het perceel van belanghebbende viel niet onder dat nieuwe bestemmingsplan. Het perceel is sindsdien niet bestemd (witte vlek). Pas met ingang van 2024 is het perceel weer bestemd. Het hof is van oordeel dat aangezien na het verstrijken van de periode van tien jaar, niet opnieuw een bestemmingsplan is vastgesteld voor het perceel van belanghebbende, de legessanctie van artikel 3.1, lid 4, Wro van toepassing is indien de verstrekte diensten verband houden met een bestemmingsplan. Van dit laatste is sprake, aangezien in de tweede fase ook is getoetst aan de verleende omgevingsvergunning eerste fase. Ook een splitsing is niet aan de orde, omdat er sprake is van één dienst van de gemeentebestuur. Het hof vernietigt om die reden de aanslag leges.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:7442</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1582"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Fomeel recht. Unierecht. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1152</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1943"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aandeelhouder van een BV. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, omdat de BV uitdelingen aan belanghebbende heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen voor een gedeelte niet aannemelijk heeft gemaakt en daarom worden de navorderingsaanslagen door het hof verminderd. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1453 tot en met 24/1455</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5458</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1631"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 10, lid 1, letter j, Wet Vpb; art. 6:22 BW; aan werknemers onder opschortende voorwaarden verleende rechten op aandelen omgezet naar cashbonus; kan een voorziening worden gevormd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:685</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1096</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4493</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4493</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4493"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Inkomsten uit de zorgwerkzaamheden (persoonsgebonden budget). Winst uit onderneming of resultaat uit overige</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1028</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1845"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende maakt bezwaar tegen de aanslag leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan van zijn bedrijfswoning naar een plattelandswoning. Hij betwist dat de e-mail van 28 juli 2022 als aanvraag geldt en stelt dat deze slechts vooroverleg betreft. Tevens stelt hij dat een bestemmingsplanwijziging niet nodig is voor duurzame bewoning, omdat bewoning op basis van overgangsrecht mogelijk zou zijn. Het hof overweegt dat een aanvraag in iedere vorm kan worden gedaan, mits dit in een zelfstandig stuk gebeurt en duidelijk is dat het een aanvraag betreft. Gezien de context, waarin een aanvraag tot bestemmingsplanwijziging werd voorbereid, kwalificeert de e-mail als een aanvraag. Verder overweegt het hof dat er een verschil bestaat in rechtsbescherming tussen bewoning op grond van overgangsrecht en via een bestemmingsplanwijziging, waardoor deze situatie verschilt van legesheffing voor een vergunning die niet vereist is. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1912</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, C.W.M.M. Verkoijen, J Rietveld</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1561</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1561</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1561"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01505</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:704</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5793"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 5 februari 2021 heeft de minister van Financiën het verzoek van [appellant A] en [appellant B] op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) om inzage in hun persoonsgegevens toegewezen voor zover het gaat om gegevens die zijn verwerkt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De minister heeft het verzoek afgewezen voor zover het betrekking heeft op gegevens die zijn verwerkt in andere gegevensbestanden, applicaties en systemen dan de FSV. Naar aanleiding van de berichtgeving over de FSV van de Belastingdienst hebben [appellant A] en [appellant B] de minister gevraagd of hun gegevens voorkomen op ‘zwarte lijsten’. Zij vermoeden dat er sprake is van een dergelijke registratie, omdat de Belastingdienst hen zonder nadere motivering heeft laten weten dat er in hun geval geen ruimte is voor het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. [appellant A] en [appellant B] hebben toegelicht dat hun verzoek betrekking heeft op ‘zwarte lijsten’ in de ruimste zin van het woord; lijsten die op verschillende wijze kunnen zijn vormgegeven en die - in strijd met de privacywetgeving - al dan niet als doel hebben fraude op te sporen of andere door de Belastingdienst ongewenste constructies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300231/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1484"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 16 AWR; vereiste aangifte en verhouding tot omkering bewijslast; reikwijdte trustvraagarrest; kenbare fout.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01480</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:1586</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:130</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:200</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:5589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:5589"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende voldeed bij het aangaan van de dienstbetrekking aan de voorwaarden voor toepassing van de 30%-regeling. Dat belanghebbende in Nederland stage liep in het kader van zijn opleiding staat de kwalificatie als ingekomen werknemer niet in de weg. Belanghebbende voldeed ook aan de voorwaarde van specifieke deskundigheid, gelet op het door hem genoten fiscaal loon. Dat de arbeidsovereenkomst (per abuis) een lager loon vermeldde, doet daar niet aan af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/299</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades</contributor><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2577"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede navorderingsaanslag IB/PVV 2015 in verband met correctie inkomen uit aanmerkelijk belang. Bouwkosten van een loods/schuur op het privé perceel van belanghebbende zijn ten laste gebracht van de B.V. Tijdigheid aanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2024</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2874"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 16, lid 1, AWR. Navorderingsaanslag. Nieuw feit. De Inspecteur heeft het belastbare inkomen vastgesteld aan de hand van de beschikbare informatie uit de bankafschriften. De stellingen op grond waarvan de navorderingsaanslag zou moeten worden verminderd zijn ook in hoger beroep niet met enig bewijs onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:17300</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1798"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 28b Wet OB. Anders dan belanghebbende meent, wordt de aankoopprijs onder de margeregeling niet vastgesteld aan de hand van het door belanghebbende (wederverkoper) opgeofferde bedrag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Dongen, W. de Wit, L.D.M.A. Reijs</contributor><issued>2026-08-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 28b</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5230</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9643"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Objectvrijstelling. Uitleg overgangsregeling van artikel 33b Wet Vpb voor per 2012 nog openstaande bedragen aan in te halen buitenlandse verliezen. Voor het vervallen van de zogenoemde inhaalverplichting is (onder meer) vereist dat sprake is van een stakingsverlies in de zin van artikel 15i, tweede lid, Wet Vpb. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 25 _ 910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, M.E. Kiers, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2076"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende maakt bezwaar tegen de explootkosten van € 18 voor de betekening van een hernieuwd betalingsbevel van openstaande gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen 2021. In hoger beroep stelt hij onder meer geen uitnodiging voor de rechtbankzitting en geen aanmaning te hebben ontvangen en betwist dat invordering mag plaatsvinden zolang WOZ-zaken lopen. Het hof heeft geen aanleiding om aan de juistheid van de oproeping, zoals door de rechtbankgriffier is verklaard, te twijfelen. Bovendien is belanghebbende zonder kennisgeving niet verschenen bij de zitting van het hof en heeft hij niet toegelicht welke gevolgen een eventuele schending van het hoorrecht zou moeten hebben. Het hof oordeelt dat de invorderingsambtenaar terecht de explootkosten in rekening kon brengen. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de ontvangst van de aanmaning redelijkerwijs betwijfeld moet worden; dit strookt ook niet met het feit dat hij tegen de aanmaningskosten heeft geprocedeerd. De overige stellingen zijn onvoldoende onderbouwd. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1309</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5650</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1581"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; eindarrest na HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1297</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02707 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1641</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5068"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Aanmerkelijk belang?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1012</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1945"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2020 aan een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in een BV heeft de inspecteur het gebruikelijk loon niet volledig in aanmerking genomen. De inspecteur legt vervolgens bij belanghebbende als inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag loonheffingen op over het additionele (gebruikelijk) loon. Naar het oordeel van het hof was de inspecteur bevoegd om de naheffingsaanslag aan belanghebbende op te leggen voor het additioneel (gebruikelijk) loon. Uit het feit dat de inspecteur bij de regeling van de aanslag IB/PVV 2020 geen correctie voor het gebruikelijk loon heeft gemaakt kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij daarmee een ambtelijk verzuim beging. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen. De opgelegde vergrijpboete wordt door het hof gematigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1696</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6806</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:390"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Onderneming voldoet niet aan administratieplicht Speur- en Ontwikkelingswerk (S&amp;O). De S&amp;O-verklaringen zijn op goede gronden gemotiveerd. De boetes zijn passend en geboden. Hoger beroep ongegrond. Wel is de redelijke termijn overschreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1952</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Venekamp, M.M. Smorenburg, S.B. Smit-Colenbrander</contributor><issued>2026-08-25</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:9461</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4637</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4637</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4637"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Diverse (navorderings)aanslagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1422 t/m 24/1426</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1853</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1853</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1853"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">67a AWR. De verzuimboete voor het niet doen van aangifte is terecht opgelegd. Het niet ontvangen van de aanmaning tot het doen van aangifte komt voor rekening en risico van belanghebbende, nu hij wetende dat hij gedurende langere tijd regelmatig aan hem verzonden poststukken niet ontvangt, geen verdere actie heeft ondernomen om bereikbaar te zijn voor de ontvangst van poststukken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1806</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.T.P.M. Zandhuis, M.J.M. van der Weijden, W. de Wit</contributor><issued>2026-08-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 67a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7667</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29032"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis. Verhuisovereenkomst. Begroting schade als gevolg van niet afgeleverde en beschadigde items van te verhuizen inboedel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12064174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Van Der Lee</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1643"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen toeristenbelasting. Beroep op het gelijkheidsbeginsel: begunstigend beleid en de meerderheidsregel. Het beroep op begunstigend beleid slaagt ten aanzien van een van beide aanslagen. Belanghebbende heeft voldoende feiten aangevoerd die het vermoeden van begunstigend beleid rechtvaardigen. De heffingsambtenaar heeft tegenover de overtuigende kracht daarvan geen feiten en omstandigheden aangevoerd ter ontzenuwing daarvan. Het beroep op de meerderheidsregel is onvoldoende onderbouwd. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de heffingsambtenaar bekend is met vergelijkbare gevallen waarin geen of minder belasting is geheven en naheffing achterwege is gebleven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/994 en 24/995</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg, W.W. Monteiro, J. Wessels</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:2248</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2351"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmaningskosten NA parkeerbelasting terecht in rekening gebracht? Notificatiebericht verzonden?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/983</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2939</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2939</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2939"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijke leidinggeven aan het vervalsen van aangiftebescheiden alsmede het opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting en medeplegen van gewoontewitwassen. Procesafspraken in hoger beroep. Het hof komt in afwijking van de procesafspraken tot een iets andere bewezenverklaring dan de rechtbank zonder dat dit wijziging brengt in de kwalificatie. Deze afwijking valt binnen de door procespartijen ter zitting aangegeven aanvaardbare bandbreedte. In de procesafspraken is onder meer de buitenlandse veroordeling van verdachte tot een langjarige gevangenisstraf verdisconteerd. Het hof veroordeelt de verdachte overeenkomstig het afdoeningsvoorstel tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden alsmede een geldboete ter hoogte van € 5.000, - passend en geboden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002729-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8705</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8705</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8705"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Geen sprake van parkeren. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3142</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5878"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Margeregeling kringloopwinkels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1791"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 3.146 van de Wet IB 2001 Het hof heeft eerder geoordeeld dat belanghebbende verzekerd was voor de werknemersverzekeringen, in tegenstelling tot een eerder genomen besluit door de inspecteur. Het hof is van oordeel dat ondanks het van oorsprong onrechtmatig genomen besluit de ontvangen nabetaling van de werkeloosheidsuitkering belast is in het jaar 2020.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. de Tombe, J.M. van der Vegt, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-08-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 3.146</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:10</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1589"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3594</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6009</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6009</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6009"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV en Zvw; verzoek om ambtshalve vermindering is buiten de termijn ontvangen; termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/5828 en 24/5830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1793"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag accijns opgelegd. Haar bezwaar tegen deze naheffingsaanslag is gegrond verklaard. Het geschil betreft de vraag of belanghebbende recht heeft op een integrale vergoeding van de proceskosten. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/943 en 24/944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.W. Monteiro, E.P.A. Brakeboer, J. Wessels</contributor><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3491</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1944"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aandeelhouder van een BV. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, omdat de BV uitdelingen aan belanghebbende heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen voor een gedeelte niet aannemelijk heeft gemaakt en daarom worden de navorderingsaanslagen door het hof verminderd. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5459</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1580"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overschrijding van de redelijke termijn; vergoeding immateriële schade door Hof gematigd van € 500 naar € 50; verwijzing in hofuitspraak naar ECLI:NL:HR:2024:853.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3363</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1588"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3593</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1564"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00529</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:182</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29748"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot betaling achtergestelde lening. Vanaf verzuim wettelijke rente verschuldigd, voor zover deze hoger is dan de contractuele rente van 5% per jaar. Vordering tegen bestuurder o.gv. bestuurdersaansprakelijkheid afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/702456 / HA ZA 26-333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A. Schueler</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7023</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7023</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7023"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wabo. Omgevingsvergunning voor de bouw van een horecapaviljoen in Amersfoort. Buitenplanse afwijking. Parkeernorm. Woon- en leefklimaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7812</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Y.N.M. Rijlaarsdam</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2022:3290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:3290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2022:3290"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns. Artikel 10 van de Richtlijn 2008/118/EG. Bij aankomst van onder schorsing van accijns verzonden goederen zijn tekorten geconstateerd. Onbekend is hoe de tekorten zijn ontstaan. Naar het oordeel van de rechtbank is de constatering van het tekort niet aan te merken als een onregelmatigheid in de zin van artikel 10, zesde lid, van de Richtlijn. De constatering van het tekort is er niet de oorzaak van dat de overbrenging niet op regelmatige wijze is geëindigd. Artikel 10, vierde lid, van de Richtlijn is van toepassing, waardoor de onregelmatigheid wordt geacht te hebben plaatsgevonden in de lidstaat van verzending (België). Er volgt een teruggaaf van de op aangifte voldane accijns.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/5247 en 20/5248</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, A.H.W. Steijn, V.A. Burgers</contributor><issued>2022-06-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:4071</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13925</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13925</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13925"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV het dagloon van eiser in het kader van zijn uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) juist heeft vastgesteld. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/2402</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Zoethout</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13900"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Geschil tussen voormalig maten over schending relatiebeding uit Maatschapsovereenkomst. De voorzieningenrechter verklaart zich gedeeltelijk onbevoegd vanwege overeengekomen arbitraal beding. Alle vorderingen tegen de andere twee gedaagden in de hoofdzaak worden afgewezen, omdat het in de gegeven omstandigheden onvoldoende is om voorlopige voorzieningen te rechtvaardigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724934 / KG ZA - 26-875</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:984"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt –vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband? Uitleg EU-recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon; art. 31 lid 2 Handvest; art 7 lid 1 Richtlijn 2003/88/EG (Arbeidstijdenrichtlijn); art. 52 lid 1 Handvest; HvJEU 22 november 2011, C-214/10, ECLI:EU:C:2011:761 (KHS/Schulte); HvJEU 22 september 2022, C-518/20 en C-727/20, ECLI:EU:C:2022:707 (Fraport)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00991</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6378"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen recht op dwangsommen. Beroep tegen verzuimboete niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4185 en 22/4186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2023-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29658"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling van een gemeenschappelijke vastgoedportefeuille. Partijen moeten opdracht geven aan een makelaar om alle onroerende zaken te taxeren en hieraan hun volledige medewerking verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/685815/ HA ZA 25-448</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Kuipers</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6085"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij tussenuitspraak van 24 december 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:6391) heeft de Afdeling de raad van de gemeente Oirschot opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 18 oktober 2022, waarbij het bestemmingsplan "Stapakker / Oude Grintweg 59a te Oirschot" is vastgesteld, te herstellen. Bij besluit van 26 mei 2026 (het herstelbesluit) heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Stapakker / Oude Grintweg 59a te Oirschot" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. [appellant] en anderen hebben daarover een zienswijze naar voren gebracht. Met het herstelbesluit heeft de raad het bestemmingsplan "Stapakker / Oude Grintweg 59a te Oirschot" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De raad heeft een motivering toegevoegd en onder andere uitgelegd hoe het plan zich verhoudt tot de "Omgevingsvisie Oirschot" en het "Actieplan Woningbouw Oirschot 2.0", met verwerking van het addendum van 19 december 2023.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300207/2/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6094</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6094</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6094"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bernheze aan [partij], handelend onder de naam [paardenhouderij] (vergunninghoudster), een omgevingsvergunning verleend voor een bedrijfswoning met bijgebouw aan het adres [locatie 1] in Heeswijk-Dinther. Vergunninghoudster heeft een paardenhouderij aan de [locatie 1]. Zij wil ten behoeve van haar bedrijf op het perceel een bedrijfswoning met bijgebouw bouwen. Het college heeft daarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en handelen in strijd met de regels van ruimtelijke ordening verleend. Omdat het bestemmingsplan "Buitengebied Bernheze 2012-1" geen mogelijkheden biedt om de bedrijfswoning met bijgebouw mogelijk te maken, heeft het college de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wabo verleend. De rechtbank heeft het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de bedrijfswoning en het bijgebouw gegrond verklaard en deze omgevingsvergunning vernietigd. Volgens de rechtbank is de noodzaak voor een bedrijfswoning op het perceel als bedoeld in artikel 3.70, eerste lid, van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) niet aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407880/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6081"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 september 2024 heeft de raad van de gemeente Noordoostpolder, voor zover nu van belang, het bestemmingsplan "Emmeloord, Rietstraat (noord)" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Emmeloord, Rietstraat (noord)" heeft betrekking op het woongebied rondom de Rietstraat ten noorden van de Moerasandijviestraat in Emmeloord. Woningbouwcorporatie Mercatus is initiatiefnemer van de woningbouwontwikkeling. In het plangebied zijn 41 grondgebonden woningen aanwezig, waarvan 36 sociale huurwoningen en vijf koopwoningen. De technische staat van de woningen is verouderd. Ook voldoen de woningen niet meer aan de hedendaagse duurzaamheidseisen en is de doelgroep van de woningcorporatie veranderd. Daarom wil Mercatus de woningen slopen en nieuwe woningen realiseren. De vijf koopwoningen blijven behouden. Huurwoningen die tegen bestaande koopwoningen zijn gebouwd worden niet gesloopt, maar gerenoveerd. Per saldo worden vier woningen toegevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407139/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6068"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van de nokhoogte van het bijgebouw aan de [locatie 1]. Het college heeft aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van de nokhoogte met een hoogte van 6,20 meter van een bijgebouw aan de [locatie 1] in Maastricht. [appellant sub 2] woont op het naburige perceel [locatie 2] en [appellante sub 1] was mede-eigenaresse van dit perceel. Volgens de erven van [appellante sub 1] en [appellant sub 2] is de nokhoogte van het bijgebouw aan de [locatie 1] meermaals verhoogd en zorgt dit voor een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat voor de bewoner(s) van het perceel [locatie 2]. Ook is volgens hen om verschillende redenen niet voldaan aan de redelijke eisen van welstand. te Maastricht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403895/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6075"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De erven hebben het college van burgemeester en wethouders van Putten op 1 januari 2023 verzocht om vergoeding van de schade die zij hebben geleden als gevolg van de aan [persoon B] en [persoon A] opgelegde last onder dwangsom. Het college heeft bij besluit van 20 oktober 2021 aan [persoon B] en [persoon A], de ouders van de erven, een last onder dwangsom opgelegd. De ouders bewoonden permanent een recreatiewoning op het perceel [locatie], wat in strijd was met het bestemmingsplan en waarvoor geen omgevingsvergunning was verleend. De last onder dwangsom beoogde het gebruiken van het perceel en de daarop aanwezige opstallen voor huisvesting van personen die het gebruiken als centrum van hun sociaal maatschappelijk leven te beëindigen. Bij besluit van 6 april 2022 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dat besluit is met de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 februari 2023 in rechte vast komen te staan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501858/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6073</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6073</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6073"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Druten het bestemmingsplan "Groenemorgen Afferden" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de bouw van 60 grondgebonden woningen mogelijk op het terrein aan de Driemorgen in Afferden. Het gaat om aaneengebouwde woningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen, voor zowel starters als doorstromers binnen bestaand stedelijk gebied. [appellant] en anderen zijn omwonenden. Zij kunnen zich om meerdere redenen niet met het plan verenigen. [appellant] en anderen betogen dat de wijze waarop de raad invulling heeft gegeven aan participatie, in het licht van de belangen van omwonenden, gebrekkig en onvoldoende is. [appellant] en anderen hebben bezwaren tegen de gekozen locatie waar (zwaar) bouwverkeer het plangebied zal betreden vanwege de mogelijke overlast daarvan. Zij willen dat (zwaar) bouwverkeer via een andere route naar het plangebied zal rijden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405264/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5962</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5962</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5962"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 september 2022 heeft de burgemeester van Nijmegen de sluiting bevolen van het door [appellante] geëxploiteerde lunchcafé onder oplegging van een last onder bestuursdwang. [appellante] exploiteerde sinds 2019 twee in hetzelfde pand gevestigde horecagelegenheden aan het Jorens Ivensplein in Nijmegen. Het gaat om een cafetaria genaamd [cafetaria] en om een lunchcafé genaamd [lunchcafé]. Tot 1 maart 2022 waren [vennoot A] en [vennoot C] de vennoten van de vof. Zij beschikten voor het lunchcafé over een alcoholvergunning van 28 oktober 2019. Op 1 maart 2022 is [vennoot C] als vennoot uit de vof getreden. Op 22 maart 2022 is de zoon van [vennoot A], [vennoot B], als vennoot tot de vof toegetreden. Met het besluit van 26 september 2022 heeft de burgemeester bevolen het lunchcafé te sluiten onder oplegging van een last onder bestuursdwang. Door het uittreden van [vennoot C] en het intreden van [vennoot B] tot de vof is volgens de burgemeester sprake van een gewijzigde exploitatie, waardoor de alcoholvergunning niet langer geldig is. Volgens de burgemeester is daarmee artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet overtreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501841/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5963"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft de burgemeester van Nijmegen, voor zover hier van belang, de sluiting bevolen van de door [vennoot] geëxploiteerde cafetaria onder oplegging van een last onder bestuursdwang. [vennoot] exploiteerde sinds 2019 twee in hetzelfde pand gevestigde horecagelegenheden aan het Jorens Ivensplein in Nijmegen. Het gaat om een cafetaria genaamd [cafetaria] en om een lunchcafé genaamd [lunchcafé]. Tot 1 maart 2022 waren [vennoot A] en [vennoot C] de vennoten van de vof. Zij hadden voor de cafetaria een exploitatievergunning van 10 januari 2019. Op 1 maart 2022 is [vennoot C] als vennoot uit de vof getreden. Op 22 maart 2022 is de zoon van [vennoot A], [vennoot B], als vennoot tot de vof toegetreden. Als gevolg van deze wijziging heeft de burgemeester op 21 juni 2022 aan [vennoot] het voornemen bekendgemaakt om de cafetaria onder oplegging van een last onder bestuursdwang te sluiten. Met het besluit van 18 augustus 2022 heeft de burgemeester de cafetaria gesloten, omdat [vennoot] niet langer in het bezit is van een exploitatievergunning. Volgens de burgemeester is de exploitatievergunning van [vennoot] door de uittreding van [vennoot C] uit de vof en de toetreding van de heer [vennoot] tot de vof van rechtswege vervallen in de zin van artikel 2.33b, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Algemene Plaatselijke Verordening Nijmegen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501847/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5965"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 juli 2023 heeft de burgemeester van Nijmegen de aanvraag van [appellante] voor een exploitatievergunning afgewezen. [appellante] exploiteerde sinds 2019 twee in hetzelfde pand gevestigde horecagelegenheden aan het Jorens Ivensplein in Nijmegen. Het gaat om een cafetaria genaamd [cafetaria] en om een lunchcafé genaamd [lunchcafé]. Tot 1 maart 2022 waren [vennoot A] en [vennoot C] de vennoten van de vof. Op 1 maart 2022 is [vennoot C] als vennoot uit de vof getreden. Op 22 maart 2022 is de zoon van [vennoot A], [vennoot B], als vennoot tot de vof toegetreden. Als gevolg van deze wijziging heeft de burgemeester de cafetaria bij besluit van 18 augustus 2022 gesloten, omdat [appellante] niet langer in het bezit was van een exploitatievergunning. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft onder meer geoordeeld dat de burgemeester de aanvraag mocht afwijzen op de grond dat aangenomen moest worden dat de inrichting de woon- en leefsituatie en de openbare orde in de omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig zal beïnvloeden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501844/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6099</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6099</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6099"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Sluis de aanvraag van Trusthave Management om een bestemmingsplan vast te stellen voor de realisatie van een hotel aan de Markt 3 en de Raamstraat 1 in Oostburg afgewezen. Trusthave Management is eigenaar van de gebouwen aan de Markt 3 en de Raamstraat 1 in Oostburg. Zij wil in deze gebouwen, die verbonden zijn door een luchtbrug, een hotel realiseren. Om de komst van het hotel mogelijk te maken, heeft zij de raad verzocht om het ontwerpbestemmingsplan "Markt 3 en Raamstraat 1, Oostburg" vast te stellen. In het ontwerpbestemmingsplan wordt aan de Raamstraat 1 de aanduiding "specifieke vorm van horeca - hotel" toegekend en wordt de maximale goothoogte van de achterzijde van de Markt 3 verhoogd tot 8 meter. In de bouwvlakken zijn maximaal 60 hotelkamers toegestaan. Aan het besluit om het plan niet vast te stellen heeft de raad ten grondslag gelegd dat het plan niet voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening, omdat het plan niet voorziet in het opvangen van de te verwachten parkeerbehoefte van het hotel. Trusthave Management betoogt dat de parkeerbehoefte onjuist is berekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402405/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6082"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort geweigerd om aan [persoon A] en [persoon B] een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van de garagegevel en het omzetten van het gebruik van de garage naar een logiesfunctie op het perceel [locatie 1] in Zandvoort, omdat voor de aangevraagde situatie geen omgevingsvergunning nodig was (de positieve weigering). [appellant] woont aan de [locatie 2] in Zandvoort. Haar buren, [persoon A] en [persoon B], hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor het wijzigen van de gevel van de garage van hun woning en het omzetten van het gebruik van die garage naar een logiesfunctie op het perceel [locatie 1]. Het college heeft geweigerd de vergunning te verlenen omdat er geen vergunning nodig is op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, van de Wabo. De aangevraagde situatie is volgens het college namelijk niet in strijd met het bestemmingsplan en voldoet aan de criteria van artikel 2, onderdeel 7, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) om als een geval te worden aangemerkt waarin geen omgevingsvergunning voor bouwen en planologische gebruiksactiviteiten vereist is. Inmiddels is de gevel gewijzigd en wordt de garage gebruikt als logiesruimte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400103/1/R</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6084</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6084</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6084"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 februari 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [bedrijf] een ontheffing verleend van de verboden in artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wet natuurbescherming (de Wnb) voor het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (de Wnb-ontheffing). [bedrijf] wil aan de [locatie] een kantoorpand renoveren, dit omvormen tot wooneenheden en twee nieuwe grondgebonden woningen bouwen die samen met het gerenoveerde kantoorpand als woonhofje zullen worden ingericht. Uit onderzoek is gebleken dat er een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het kantoorpand aanwezig is. Het college heeft ten behoeve van het project een Wnb-ontheffing verleend voor het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis. De ontheffing is verleend voor de periode tot en met 1 november 2028. [appellant A] en [appellant B] wonen direct naast het projectgebied en zijn het niet eens met de verleende ontheffing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502042/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6087</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6087</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6087"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel De Hem" vastgesteld. In de toelichting bij het bestemmingsplan staat dat Leeuwarden groeit. Er is vraag naar meer woningen. Daarom wordt ten zuidoosten van het dorp Goutum een aantal buurtschappen gerealiseerd, met de overkoepelende naam "Zuidlanden". In de afgelopen jaren zijn de buurtschappen Goutum-Súd, Techum, Wiarda en De Klamp gebouwd. Buurtschap Unia is in voorbereiding. Buurtschap De Hem is het laatste te ontwikkelen buurtschap in Zuidlanden-Oost. In De Hem komen maximaal 395 woningen in verschillende typen en segmenten, variërend van rij- tot vrijstaande woningen en van dure koop tot sociale huur. De raad heeft het bestemmingsplan vastgesteld om deze ontwikkeling in juridisch-planologische zin mogelijk te maken. Dorpsbelang Goutum, [appellant sub 2] en It Fryske Gea en anderen kunnen zich alle niet verenigen met het bestemmingsplan en hebben daarom beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202304894/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6086"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught het wijzigingsplan "[locatie] Helvoirt" vastgesteld. Het wijzigingsplan maakt de bouw van een nieuwe woning mogelijk. [appellant A]en [appellant B] hebben alle aanwezige bebouwing van een agrarisch bedrijf en een bedrijfswoning gesloopt en zijn van plan een nieuwe woning met bijgebouwen te bouwen. [appellant A]en [appellant B] zijn het niet eens met het wijzigingsplan, omdat de woning die mogelijk wordt gemaakt kleiner is dan zij wensen. Zij vinden dat een woning met een inhoud van 850 m3 mogelijk moet worden gemaakt in plaats van de 750 m3 die het college mogelijk maakt. [appellant A] en [appellant B] betogen dat het wijzigingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening omdat geen woning met een inhoud van 850 m3 mogelijk is gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402772/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6095"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland aan [VOF] omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk plaatsen van containers voor opslag, een kantoor en een toiletunit voor de exploitatie van een voedselbos op het perceel [locatie 1] in Brouwershaven. [appellant A] en [appellant B] wonen op het perceel [locatie 2] in Brouwershaven en exploiteren op datzelfde adres een camping onder de naam [camping]. Dit perceel ligt naast het perceel waar de omgevingsvergunning op ziet. [appellant A] en [appellant B] vinden het voedselbosconcept ten behoeve waarvan de bebouwing is aangevraagd alsook de bebouwing zelf niet passen binnen de omgeving en vrezen een aantrekkende werking van het voedselbos met negatieve ruimtelijke gevolgen. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college ten onrechte en ongemotiveerd van het advies van de bezwaarschriftencommissie is afgeweken. Zij wijzen erop dat in het advies van de bezwaarschriftencommissie is opgenomen dat het besluit nog niet voldoende duidelijk is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400460/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6071"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam beslist op een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Bij e-mail van 29 mei 2022, aangevuld op 1 juni 2022, heeft [appellant] het college verzocht om openbaarmaking van informatie die verband houdt met het beleid ten aanzien van onafhankelijke taxatiedeskundigen bij het vaststellen van een canonherziening einde tijdvak. Het college heeft 65 documenten aangetroffen die binnen de reikwijdte van het verzoek vallen en deze grotendeels openbaar gemaakt. [appellant] betoogt dat de rechtbank de mededeling van het college dat er niet meer documenten zijn die onder het verzoek vallen ten onrechte niet ongeloofwaardig heeft geacht en ten onrechte niet door hem aannemelijk gemaakt heeft geacht dat er toch meer documenten onder het college berusten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501123/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6078"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 september 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellante] een compensatie toe te kennen voor de jaren 2005 tot en met 2011. [appellante] heeft verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. Bij het besluit van 23 september 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellante] voor de jaren 2005 tot en met 2011 een compensatie toe te kennen, waarbij de Dienst het advies van de Commissie van Wijzen van 8 september 2021 heeft overgenomen. Volgens de Dienst Toeslagen zijn de herstelregelingen voor het jaar 2005 niet van toepassing en is voor de jaren 2006 tot en met 2011 geen sprake van institutioneel vooringenomen handelen. Voor de jaren 2006, 2007, 2009 en 2011 is het voorschot kinderopvangtoeslag meermaals herzien naar aanleiding van wijzigingen die [appellante] zelf heeft doorgegeven. De kinderopvangtoeslag is vervolgens definitief vastgesteld aan de hand van de stukken die [appellante] heeft verstrekt, informatie van de kinderopvanginstellingen en het toetsingsinkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401589/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5981"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405369/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6065"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 juli 2023 heeft de burgemeester van Heerlen besloten het bedrijfspand en de daarbij behorende loods aan Uterweg 123 in Heerlen te sluiten voor de duur van zes maanden. rinacria Trading B.V. exploiteert aan Uterweg 123 in Heerlen een winkel in tuin- en bouwmarktproducten, een bloemenwinkel en een pakkettenservicepunt. Goederen zijn ook via de website www.all4plants.com te bestellen. Archimede Real Estate B.V. is eigenaresse van het perceel. Archimede Holding is de bestuurder en enig aandeelhouder van zowel Trinacria Trading, als van Archimede Real Estate. Op 25 mei 2023 is in het bedrijfspand een bestuurlijke controle uitgevoerd. Bij deze controle werden veel goederen aangetroffen die gebruikt (kunnen) worden bij de teelt van hennep. Daarop is de politie gevraagd ter plaatse te komen. De politie heeft onderzoek verricht en naar aanleiding daarvan de bestuurlijke rapportage van 30 juni 2023 opgesteld. In de bestuurlijke rapportage staat dat het vermoeden is ontstaan dat [gemachtigde], die bestuurder en enig aandeelhouder is van Archimede Holding is, wist dan wel op zijn minst ernstige redenen had om te vermoeden dat de te koop aangeboden en voorhanden zijnde voorwerpen bestemd waren voor de beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepteelt. Daarmee bestaat de verdenking dat artikel 11a van de Opiumwet is overtreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403518/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5955"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij afzonderlijke besluiten van 17 november 2021 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover van belang, geweigerd aan [appellant] een compensatie toe te kennen voor de jaren 2007 tot en met 2010.[appellant] heeft op 4 december 2019 verzocht om een herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag. Bij besluit van 26 mei 2021 is aan hem een compensatie van € 30.000,00 toegekend op grond van de zogenoemde Catshuisregeling. Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een compensatie van € 9.002,00 toegekend vanwege vooringenomen handelen in de maanden november en december 2006. Omdat al een voorlopig compensatiebedrag van € 30.000,00 aan [appellant] is toegekend, heeft hij hiervoor geen aanvullend bedrag uitbetaald gekregen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403489/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6067</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6067</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6067"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 november 2024 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Zuidas - Zuidasdok 2023" vastgesteld. Op 18 maart 2016 heeft de toenmalige minister van Infrastructuur en Milieu het Tracébesluit 'Zuidasdok' vastgesteld. Hiertegen heeft onder andere de Vereniging van Eigenaars Zuidcirkel Pilotenstraat (de VvE) beroep ingesteld. Bij uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1141, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het beroep van de VvE over onder meer de beroepsgronden die van belang zijn voor de nu voorliggende procedure. Het gaat daarbij in het bijzonder over de beroepsgrond over geluid. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben in hun beroepen aangevoerd dat zij zich niet kunnen verenigen met de mogelijkheden die het plan biedt voor de oprichting van geluidschermen tegenover het bedrijfsgebouw. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben in hun beroepen aangevoerd dat zij zich niet kunnen verenigen met de mogelijkheden die het plan biedt voor de oprichting van geluidschermen tegenover het bedrijfsgebouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500993/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6076"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd twee private schulden van [appellant] over te nemen. [appellant] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister van Financiën gevraagd om een schuld van € 6.134,20 bij de ING Bank en een schuld van € 518,97 bij Intrum over te nemen. De minister heeft geweigerd om de schuld van € 6.134,20 bij de ING Bank over te nemen, omdat het een schuld betreft bij een financiële instelling en er geen betalingsachterstanden zijn ontstaan tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021, waardoor de schuld opeisbaar zou zijn geworden. Ook de schuld van € 518,97 bij Intrum heeft de minister geweigerd over te nemen, omdat het een schuld betreft, ontstaan uit een krediet, die opeisbaar is geworden ná 31 mei 2021.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501532/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6096"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) aan Vereniging Tennisclub Bergen N.H. (TC Bergen) omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van twee padelbanen op het adres Churchilllaan 2 in Bergen. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag in overeenstemming is met de op het perceel rustende bestemming "Doeleinden van sport en recreatie" en er verder geen andere weigeringsgronden zijn. Het college heeft op grond van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo een omgevingsvergunning verleend. Daarbij heeft het aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat een akoestisch onderzoek en lichtonderzoek noodzakelijk zijn als onderdeel van de melding Activiteitenbesluit milieubeheer. De vereniging en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan. Volgens hen is de evidente bedoeling van het bestemmingsplan om de aanleg van een sport of speelveld in de buitenlucht toe te staan met de daarbij horende voorzieningen, bestaande uit kantine, kleedkamers en dergelijke.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400393/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6079"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van het pand aan de [locatie 1] in Almere voor begeleid wonen. Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college [appellant sub 1], als huurder van het pand aan de [locatie 1] in Almere, een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van dat pand voor begeleid wonen van (jong)volwassenen met een verstandelijke beperking. Bij besluiten van 6 mei 2024 heeft het college [appellant sub 1], als huurder van het pand aan de [locatie 2] in Almere, en [appellant sub 2A], als (mede-)eigenaar van dat pand, elk een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van dat pand voor begeleid wonen van (jong)volwassenen met een verstandelijke beperking. Volgens het college staat het ter plaatse geldende bestemmingsplan het gebruik van de panden voor begeleid wonen niet toe, zodat zich een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voordoet. Bijzondere omstandigheden om af te zien van handhavend optreden zijn er volgens het college niet. De rechtbank is het college hierin gevolgd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503691/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6083"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 8 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht aan Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland (Natuurmonumenten) een omgevingsvergunning verleend voor het uitvoeren van legakkerherstel in de Tienhovense plassen. Natuurmonumenten wil grootschalig onderhoud uitvoeren in de Tienhovense plassen om het open legakkerlandschap te behouden en de fauna te ondersteunen. Hiervoor heeft het college haar een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo en het uitvoeren van werkzaamheden, als bedoeld in dat artikellid, onder b. De werkzaamheden omvatten onder meer het plaatsen van rasters en rietkorven voor ganzen, het aanbrengen van oeverbeschoeiing en het plaatsen van palen om afkalving van de legakkers tegen te gaan, het verwijderen van houtopstanden en het plaatsen van grasbetonstenen en damwanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500438/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6097</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6097</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6097"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de raad van de gemeente Oude IJsselstreek het "TAM-omgevingsplan "kern Varsseveld, locatie Essenkamp"" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Oude IJsselstreek (het wijzigingsbesluit) vastgesteld. Het wijzigingsbesluit gaat over de wijk Essenkamp. Stichting Wonion is een wooncorporatie. Zij bezit een aantal huurwoningen in deze wijk. In de motivering bij het wijzigingsbesluit staat dat de stichting haar woningen wil verduurzamen. Voor een deel van de woningen betekent dit dat deze worden gerenoveerd. Daarnaast zullen 54 woningen worden gesloopt. Ter vervanging van de gesloopte woningen worden 69 woningen gebouwd. Verder wordt een schoolgebouw dat niet langer in gebruik is gesloopt. Daarvoor in de plaats komt of een gebouw met maximaal 22 gewone woningen of 22 zorgwoningen, of er komen acht twee-aaneen gebouwde reguliere woningen. Tot slot wordt de openbare ruimte heringericht met meer groen en klimaatadaptieve maatregelen. Om dit mogelijk te maken, heeft de raad het wijzigingsbesluit genomen. [appellant] en anderen wonen in de wijk Essenkamp. Zij kunnen zich niet verenigen met de ontwikkelingen die de raad voor ogen heeft op de locatie van het schoolgebouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503916/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6002</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6002</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6002"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504538/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6069"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe een omgevingsvergunning verleend aan The Dutch Business Sport and Recreation Development II B.V. (The Dutch) voor het aanleggen van een tijdelijk waterbassin op de percelen met de kadastrale nummers [locatie 1] en [locatie 2] in Vuren. De vergunning is verleend tot en met 23 december 2028. The Dutch heeft in het verleden opdracht gegeven aan een grondbedrijf om een geluidwal aan te brengen, inclusief een ophoging van ongeveer 150 meter breed. Bij deze ophoging heeft het grondbedrijf staalslakken op de percelen gestort. Staalslakken zijn een restproduct van de staalproductie en mogen onder voorwaarden worden toegepast als bouwstof. De staalslakken zijn echter onjuist toegepast en in aanraking gekomen met grondwater waardoor een verontreiniging van de bodem en het grondwater is ontstaan. The Dutch moet maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat staalslakken niet meer met gronden of hemelwater in contact kunnen komen. Het verontreinigd raken van water moet daarmee worden beëindigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500779/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6077"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 december 2024 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag" vastgesteld. Het bestemmingsplan gaat onder meer over het gebied Boseilanden en is grotendeels conserverend van aard. De [locatie] ligt in het plangebied Boseilanden. Ten opzichte van het vorige ter plaatse geldende bestemmingsplan "Zwaanshoek Noord en Boseilanden 2e herziening" leidt het bestemmingsplan er onder meer toe dat een groter gedeelte van de [locatie] de bestemming "Tuin" heeft en een kleiner deel de bestemming "Wonen". [appellant] woont aan de [locatie] en vreest onder meer voor een beperking van de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van haar perceel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501499/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6074"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij afzonderlijke besluiten van 15 juni 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een schriftelijke waarschuwing preventieve stillegging van werk gegeven en een boete van € 8.100,00 opgelegd vanwege het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet (de Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit (het Arbobesluit). [appellante] is een gecertificeerd asbestsaneringsbedrijf. Op 29 november 2022 werden door werknemers van [appellante] asbesthoudende dak- en plafondplaten verwijderd van een pand aan de [locatie]. Arbeidsinspecteurs bij de Nederlandse Arbeidsinspectie zijn naar aanleiding van een melding van een toezichthouder van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant een onderzoek bij [appellante] gestart, waarvan de bevindingen zijn vastgelegd in het boeterapport van 14 maart 2023. In het boeterapport is vermeld dat een deskundig asbestverwijderaar in dienst van [appellante] op een steiger vanaf een hoogte van ca 6 m een asbesthoudende dakplaat naar beneden heeft gegooid. Dit terwijl uit het werkplan voor de asbestsaneringswerkzaamheden volgt dat de afkomende dakplaten voorzichtig in platenzakken op de steiger zouden worden gelegd en na afloop van de saneringswerkzaamheden in de containerbak zouden worden gehesen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502778/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5889"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503948/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6066</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6066</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6066"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 maart 2023 heeft de burgemeester van Breda besloten het winkelpand aan [locatie 1] in Breda te sluiten voor de duur van twaalf maanden. [wederpartij] is eigenaar van het bedrijfspand aan [locatie 1] in Breda. Hij heeft het pand verhuurd aan het bedrijf ENRW Trading B.V., dat in het pand een winkel in bloemen, planten, zaden en tuinbenodigdheden exploiteerde. Bij een eerder besluit, van 31 maart 2021, heeft de burgemeester besloten het bedrijfspand op grond van artikel 11a van de Opiumwet te sluiten. Het pand is feitelijk gesloten geweest voor zes maanden, namelijk van 7 mei 2021 tot 7 november 2021. Op 2 december 2022 heeft de politie samen met de afdeling Toezicht en Handhaving van de gemeente bij ENRW Trading een bestuurlijke nacontrole uitgevoerd. Daarbij zijn opnieuw verschillende middelen aangetroffen die geschikt zijn om een hennepplantage op te zetten, waaronder bestrijdingsmiddelen, strijkzakken, elektrische verwarmingen, ventilatoren. afzuigbuizen, (omvormers voor) assimilatielampen en stroomkabels. De bevindingen zijn opgenomen in de bestuurlijke rapportage van 6 december 2022. Daarnaast heeft een hoofdagent die expertise geniet op het gebied van hennepzaken over de situatie een proces-verbaal van bevindingen opgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502552/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5888</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5888</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5888"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 maart 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het Definitief plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers Bezuidenhout-Oost (buurt 66) Haagse Hout, Den Haag vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie 66-56, ter hoogte van de kruising van de Gerard Reijnststraat en de Bezuidenhoutseweg aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn eigenaar van woningen schuin tegenover de locatie die is aangewezen voor de plaatsing van de ORAC. Zij vrezen met name geuroverlast van de ORAC. Verder betogen zij dat het niet nodig is om een ORAC te plaatsen, omdat de huidige manier van aanbieden van huisvuil volstaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601480/2/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5980"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming uit het Schadefonds afgewezen. Het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven bij besluit van 3 januari 2025 ongegrond verklaard. De CSG heeft de aanvraag van [appellante] afgewezen omdat zij niet met objectieve informatie aannemelijk heeft gemaakt dat zij slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Uit de overgelegde medische informatie en foto’s kan niet worden opgemaakt hoe [appellante] het letsel heeft opgelopen, wat daarvoor de aanleiding was en wat de omstandigheden waren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504653/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5998"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de raad van de gemeente Echt-Susteren het bestemmingsplan "Woon-zorgcomplex Jozefstraat te Susteren" vastgesteld. Het plan voorziet in een woonzorgcomplex met 36 zorgappartementen met dagbesteding aan de Jozefstraat te Susteren. Daartoe is de bestemming "Maatschappelijk" en de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie 3" en "Waarde - Cultuurhistorie" en een bouwvlak aan de gronden toegekend. De maximaal toegestane bouw- en goothoogte is 7 m.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502660/3/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6098"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de burgemeester van Echt-Susteren onder aanzegging van bestuursdwang gelast het lokaal aan de Rangeerweg 6 in Susteren (het bedrijfspand) te sluiten voor de duur van zes maanden. Archimede Real Estate B.V. is eigenaar van en gevestigd in het bedrijfspand. Op 10 september 2024 hebben toezichthouders van de gemeente Echt-Susteren een bestuurlijke controle uitgevoerd in het bedrijfspand. Uit een bestuurlijke rapportage daarover volgt dat op 5 december 2023 in een ander pand in de gemeente Echt-Susteren een growshop is aangetroffen. Dit pand is gesloten op grond van de Opiumwet. De eigenaar van deze growshop heeft verklaard dat hij de spullen, die te relateren zijn aan hennepteelt, heeft gekocht bij Archimede. Tijdens de bestuurlijke controle van 10 september 2024 zijn in het bedrijfspand van Archimede grote handelshoeveelheden van stoffen en producten aangetroffen die gebruikt kunnen worden bij de teelt van hennepplanten. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Zij heeft geoordeeld dat de burgemeester het pand mocht sluiten. Archimede betoogt dat de burgemeester niet bevoegd was om het bedrijfspand te sluiten. Archimede stelt dat zij geen growshop voert, maar een groothandel voor tuinartikelen met een zeer ruim assortiment.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504710/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6080</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6080</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6080"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 december 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2010 en de daarop gebaseerde uitvoeringsregeling van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een stuk karton, dat op 10 december 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] het stuk karton verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam- en adresgegevens op het stuk karton staan. [appellant] betoogt dat hij het stuk karton niet heeft achtergelaten op de wijze waarop het is aangetroffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601518/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6089"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 12 maart 2026 heeft de examencommissie het verzoek van [appellant] om te mogen deelnemen aan de graduation internschip afgewezen. [appellant] volgt de bacheloropleiding International Business aan de HZ University of Applied Sciences (HZ). In het derde studiejaar van deze bacheloropleiding moet in het buitenland een minor met een studielast van 30 ECTS worden gevolgd. Het was de bedoeling van [appellant] om vanaf september 2024 een minor te volgen aan CTU Prague. Vanwege een storm is zijn geplande vlucht naar Praag geannuleerd. [appellant] is ook daarna niet afgereisd naar Praag en hij heeft de minor niet gevolgd. Om aan de graduation internship in het vierde studiejaar van de bacheloropleiding te beginnen, moet de minor uit het derde studiejaar zijn afgerond. [appellant] heeft de examencommissie verzocht om de graduation internship te mogen starten, ondanks dat hij de minor niet heeft afgerond. Hij heeft daarbij een beroep gedaan op de hardheidsclausule. De toepassing van de instroomvoorwaarden voor de graduation internship leidt volgens [appellant] in zijn geval tot onevenredige studievertraging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602162/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5978</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5978</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5978"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 december 2025 heeft de raad van de gemeente Hattem het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan ’t Veen" vastgesteld. Het plan voorziet in de transformatie van een bestaand bedrijventerrein naar een gebied met deels wonen en deels bedrijvigheid. Daarnaast voorziet het plan in het ondergronds brengen van een deel van een 150 kV hoogspanningsverbinding (verkabelen), waarvoor ongeveer 130 bomen langs de Koeweg en Veldweg in Hattem moeten worden gekapt. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het plan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Volgens hen bestaat spoedeisend belang, omdat de kap van ongeveer 130 bomen op zeer korte termijn is voorzien. Zij stellen dat de kap vooruitloopt op de uitvoering van onderdelen van het plan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600412/4/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6070</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6070</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6070"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren een aanvraag van [appellant sub 1] om vergoeding van de over de jaren 2016 tot en met 2023 aan de Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG) betaalde contributie afgewezen. [appellant sub 1] is raadslid in de gemeente Echt-Susteren. Hij is lid van de VPPG en is daarvoor jaarlijks contributie verschuldigd. [appellant sub 1] heeft het college bij e-mailbericht van 28 december 2022 verzocht om vergoeding van de contributie over de jaren 2016 tot en met 2023. Het college heeft dit geweigerd. Volgens het college is voor het jaar 2016 al eerder om een vergoeding van de contributie verzocht en is de afwijzing van die aanvraag in rechte onaantastbaar. Voor zover [appellant sub 1] opnieuw om vergoeding van de contributie over dat jaar heeft verzocht, heeft het college de aanvraag met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht afgewezen onder verwijzing naar het eerdere besluit van 11 mei 2016.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505045/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6091</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6091</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6091"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 4 november 2025 heeft de examinator het door [appellant] gemaakte tentamen Inleiding Criminologie met het cijfer 6 beoordeeld. [appellant] volgt de masteropleiding Nederlands recht, specialisatie strafrecht, aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is het niet eens met zijn cijfer voor het vak Inleiding Criminologie en het verloop van de nabespreking van het tentamen voor dit vak. Het CBE heeft de beoordeling in stand gelaten en geconcludeerd dat de inzage en nabespreking van het tentamen voldoende zorgvuldig is verlopen. [appellant] betoogt dat het CBE niet heeft onderkend dat hij recht heeft op een individuele bespreking van het door hem gemaakte tentamen en dat die bespreking moet zijn gericht op het duidelijk maken van onjuistheden of gebreken in de gegeven antwoorden. Hoewel er een individuele bespreking is georganiseerd, was die bespreking niet gericht op het duidelijk maken van onjuistheden of gebreken in de gegeven antwoorden. Het CBE heeft ook niet onderkend dat de examinator uitgewerkte modelantwoorden beschikbaar had moeten stellen. Verder is het CBE ten onrechte voorbijgegaan aan zijn stelling dat de individuele nabespreking maar heel kort heeft geduurd, aldus [appellant].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602043/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5942"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 3 november 2025 van de rechtbank Oost-­Brabant waarbij het beroep van [appellant] tegen het besluit van 3 september 2020 ongegrond is verklaard. De Dienst Toeslagen heeft bij voorschotbeschikking het kindgebonden budget voor 2020 voorlopig berekend op € 2.487. Daarna heeft [appellant] op 11 februari 2020 het kindgebonden budget gestopt. Vervolgens heeft de Dienst Toeslagen bij nieuwe voorschotbeschikking het kindgebonden budget voor 2020 berekend op € 0 en het bedrag van € 2.487 bij beschikking van 19 maart 2020 teruggevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506222/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5951"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 21 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001022</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5876"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan van appellant ingetrokken en vastgesteld dat zij geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001725</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5880"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.000726</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5885</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5885</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5885"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001891</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5857"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 december 2025, aangevuld bij besluit van 26 december 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001083</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6040</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6040</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6040"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 september 2026 heeft de burgemeester van Rotterdam op grond van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) aan [verzoeker] een huis- en contactverbod opgelegd voor een periode van tien dagen, eindigend op 3 oktober 2026 om 22:21 uur. [verzoeker] is het niet eens met de oplegging en verlenging van het huis- en contactverbod. [verzoeker] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van een dreiging van gevaar of ernstig vermoeden daarvan. [verzoeker] betwist met klem dat hij de gedragingen die ten grondslag liggen aan het huis- en contactverbod heeft begaan. Hij stelt dat hij zijn vrouw niet heeft geslagen. De rechtbank is ten onrechte niet ingegaan op zijn alternatieve verklaring voor de rode vlek en de zwelling op de kaak van zijn vrouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202603048/1/A3 en 202603048/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5979"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep richt zich tegen de beslissing van het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht van 15 juni 2026, waarbij het beroep van [appellant] tegen de beslissing van 24 februari 2026 van de examinator van de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen (de examinator) ongegrond is verklaard. Daarbij is het paper van [appellant] voor het vak Research and Writing II (het vak) beoordeeld met het cijfer 6. De Afdeling stelt vast dat de examinator het paper van [appellant] heeft beoordeeld aan de hand van het in het coursebook kenbaar gemaakte beoordelingsformulier. In het coursebook staan ook de eindtermen van het vak waaraan de student moet voldoen. De eindtermen komen terug als beoordelingscriteria in het beoordelingsformulier. Hieruit volgt dat het voor [appellant] voldoende duidelijk was of kon zijn aan welke beoordelingscriteria het paper moest voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602265/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5863</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5863</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5863"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002316</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5865"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5855</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5855</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5855"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.002625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5940</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5940</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5940"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 29 augustus 2025 van de rechtbank Noord­-Nederland waarbij het beroep van [appellante] tegen het besluit van 8 augustus 2024 ongegrond is verklaard. De Dienst Toeslagen heeft voor het jaar 2022 verschillende voorschotbeschikkingen voor zorgtoeslag voor [appellante] genomen. Uiteindelijk is de zorgtoeslag vanwege een hoger gezamenlijk toetsingsinkomen definitief vastgesteld op € 111. Van de terug te betalen € 1.032 is € 585 opgenomen in een minnelijke schuldenregeling en kwijtgescholden. De resterende € 447 is op oninbaar gesteld. Feitelijk hoeft [appellante] dus niets actief terug te betalen, maar kan het resterende bedrag van € 447 wel worden verrekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505425/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5943"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 3 november 2025 van de rechtbank Oost­-Brabant waarbij het beroep van [appellant] tegen het besluit van 18 november 2020 ongegrond is verklaard. Het Landelijk Incasso Centrum heeft op 12 oktober 2020 verschillende betalingsbrieven aan [appellant] verzonden. De betalingsbrieven hebben betrekking op de terugvordering van huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over verschillende jaren. De Dienst Toeslagen heeft het bezwaar van [appellant] tegen deze brieven op 18 november 2020 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de betalingsbrieven geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506221/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5939</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5939</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5939"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 3 november 2025 van de rechtbank Oost-Brabant waarbij het beroep van [appellant] tegen het besluit van 3 september 2020 ongegrond is verklaard. De Dienst Toeslagen heeft bij voorschotbeschikking de huurtoeslag voor 2020 voorlopig berekend op € 1.167. Daarna heeft [appellant] op 10 februari 2020 de toeslag gestopt. Vervolgens heeft de Dienst Toeslagen bij nieuwe voorschotbeschikking de huurtoeslag voor 2020 berekend op € 0 en het bedrag van € 1.167 bij beschikking van 19 maart 2020 teruggevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506224/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5941"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 3 november 2025 van de rechtbank Oost­-Brabant waarbij het beroep van [appellant] tegen het besluit van 3 september 2020 ongegrond is verklaard. De Dienst Toeslagen heeft bij voorschotbeschikking de zorgtoeslag voor 2020 voorlopig berekend op € 751. Daarna heeft [appellant] op 10 februari 2020 de toeslag gestopt. Vervolgens heeft de Dienst Toeslagen bij nieuwe voorschotbeschikking de zorgtoeslag voor 2020 berekend op € 0 en het bedrag van € 751 bij beschikking van 19 maart 2020 teruggevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505983/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6093</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6093</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6093"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 16 december 2025 heeft de directeur van het Instituut voor Recht van de Hogeschool Utrecht het verzoek van [appellante] om verlaging van het instellingscollegegeldtarief afgewezen. [appellante] heeft in april 2025 de bacheloropleiding HBO-Rechten aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen afgerond. In september 2025 heeft zij zich ingeschreven voor de bacheloropleiding HBO-Rechten aan de Hogeschool Utrecht (HU), omdat zij de afstudeerrichting kandidaat-gerechtsdeurwaarder wil volgen. Door haar eerdere opleiding hoeft zij niet de volledige opleiding van in totaal 240 ECTS te volgen. Om de opleiding aan de HU met de afstudeerrichting kandidaat-gerechtsdeurwaarder af te ronden, moet zij in totaal 120 ECTS halen. Het college van bestuur van de Hogeschool Utrecht heeft in de beslissing van 16 april 2026 geconcludeerd dat het besluit van 16 december 2025 ten onrechte door de directeur van het Instituut voor Recht is genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601622/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6090"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 1 oktober 2025 heeft de examencommissie van de faculteit der Tandheelkunde van de Vrije Universiteit het verzoek van [appellante] om de geldigheidsduur van de resultaten van haar bacheloropleiding Tandheelkunde te verlengen afgewezen.[appellante] is in 2013 aan de Vrije Universiteit begonnen aan de bacheloropleiding Tandheelkunde. Tot en met 2015 heeft zij twee praktische vakken afgerond. In studiejaar 2018-2019 heeft [appellante] de studie opnieuw opgepakt. Door persoonlijke omstandigheden heeft zij vanaf 2021 geen resultaten meer behaald. Zij heeft op 25 september 2025 de examencommissie verzocht om de geldigheid van de door haar tot 2021 behaalde resultaten te verlengen. De examencommissie heeft het verzoek van [appellante] afgewezen, omdat vrijwel alle resultaten die [appellante] heeft behaald door tijdsverloop zijn vervallen. [appellante] moet de vakken daarom over doen, zoals is bepaald in de vastgestelde overgangsregeling. De resultaten voor de onderwijsonderdelen Cellen en weefsels, Introductie, Orgaansystemen en Wetenschappelijke stage kunnen worden verlengd of vrijgesteld, omdat de inhoud van deze vakken niet veel veranderd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601610/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6092</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6092</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6092"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de groenstrook aan de Daan Hoeksemastraat ter hoogte van de Flipjestraat in Almere, aangewezen voor het plaatsen van vier ondergrondse inzamelcontainers. Bij tussenuitspraak van 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3164, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen zes weken na verzending van die tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 29 december 2025 te herstellen en een eventueel nieuw of gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. In overweging 9.3 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het college het besluit van 29 december 2025 onvoldoende heeft gemotiveerd waar het gaat om de vraag waarom de alternatieve locatie aan de Jochem Jofelstraat niet zodanig geschikter is dan de aangewezen locatie dat geoordeeld moet worden dat het college niet heeft mogen vasthouden aan zijn keuze voor de aangewezen locatie, maar had moeten kiezen voor de alternatieve locatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600061/3/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5877"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6088</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6088</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6088"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 6 mei 2026 heeft de examencommissie de scriptie van [appellant] ongeldig verklaard en hem tot en met 29 juli 2026 uitgesloten van deelname aan het bachelorscriptietraject en enig ander tentamen van een door de faculteit Rechtsgeleerdheid verzorgde opleiding. Bij beslissing van 29 januari 2026 heeft de examencommissie de scriptie van [appellant] ongeldig verklaard en hem tot en met 28 januari 2027 uitgesloten van deelname aan het bachelorscriptietraject en enig ander tentamen van een door de faculteit Rechtsgeleerdheid verzorgde opleiding. De examencommissie heeft deze sanctie opgelegd omdat in het verwijzingsapparaat van zijn bachelorscriptie een aantal niet bestaande bronnen is opgenomen. Volgens de examencommissie duiden deze fictieve bronvermeldingen op ongeoorloofd gebruik van generatieve AI en dus fraude. Omdat [appellant] zich al twee keer eerder schuldig heeft gemaakt aan fraude, acht de examencommissie de opgelegde sanctie passend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602163/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5964</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5964</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5964"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005258</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5952"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat betrokkene geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005083</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5954</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5954</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5954"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 augustus 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar de aanvraag van [appellante] voor een briefadres op het adres van de gemeente Alkmaar afgewezen. [appellante] woont vanaf het voorjaar van 2026 op [locatie] in Alkmaar. Zij mag daar tijdelijk verblijven tot mei 2027, maar mag zich van de hoofdbewoner niet op dit adres inschrijven in de basisregistratie personen. [appellante] heeft het college daarom verzocht om een briefadres op het adres van de gemeente Alkmaar in de basisregistratie personen op te nemen. Dat is volgens haar nodig voor haar zorgverzekering en om een bijstandsuitkering te kunnen krijgen. Het college heeft haar verzoek afgewezen. Het college neemt op grond van artikel 2.23 van de Wet basisregistratie personen (Wet brp) alleen een briefadres op als een woonadres ontbreekt. Die situatie doet zich niet voor, omdat [appellante] een woonadres heeft. Het college ziet ook geen reden om de hardheidsclausule uit de Regeling briefadres van de gemeente Alkmaar 2017 toe te passen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602968/1/A3 en 202602968/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5953</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5953</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5953"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004013</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5971"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002914</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5997"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005132</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5884</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5884</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5884"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004645</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5887</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5887</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5887"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister een inreisverbod tegen verzoekster uitgevaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004998</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5854"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5869"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004741</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5870</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5870</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5870"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005062</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5886</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5886</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5886"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005008</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5946"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005073</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5961"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij uitspraak van 4 juni 2026 heeft de rechtbank bepaald dat de minister van Asiel en Migratie binnen zes weken na de dag van de verzending van de uitspraak een nieuw besluit neemt op de aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen met inachtneming van de uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004958</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5988</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5988</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5988"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005098</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5995"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004980</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5864"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004664</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5945"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005044</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5861"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004393</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5875"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat zij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005147</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5882</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5882</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5882"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5975"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005086</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5944"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004929</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5879"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004881</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5881</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5881</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5881"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005227</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5938"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5890</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5890</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5890"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 31 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004849</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5958"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5968"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft de minister geweigerd om appellant ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004777</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5986"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, verzoeker laten weten dat op hem een vertrekplicht rust en hem in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004694</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5860"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004824</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5947"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13929"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de herhaalde (laattijdige) aanvraag van eiseres van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wet Wajong) heeft afgewezen, omdat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/1085</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Zoethout</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5949"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004940</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5972</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5972</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5972"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005165</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5974</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5974</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5974"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005322</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5878"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004874</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5859</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5859</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5859"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004892</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13919"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzet; verrekening factuur met vergoeding voor geannuleerde diensten; beroep op overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11831729 CV EPXL 25-17145</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30253</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30253</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30253"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">MK WIA. Herziening en terugvordering. Inkomsten Marktplaats vanwege handel in fietsen. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat sprake was van structurele handel. Schatting verweerder voldoende zorgvuldig tot stand gekomen. Achteraf kunnen de inkomsten niet meer worden vastgesteld. Geen beroep op dringende redenen gedaan door eiser,. Terecht de uitkering herzien en teruggevorderd. Beroep ongegrond wel pkv vanwege gewijzigd besluit in bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/4949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19443</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19443</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19443"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Maandenlange gevangenisstraf voor pleger autodiefstallen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/071718-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1629"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 220f, lid 1, Gemeentewet; gelijkelijke vaststelling; opslag op tarief; retributieregeling leidt tot tariefdifferentiatie; taak belastingrechter; verordening onverbindend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00666</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00668</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00669</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00670</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00671</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00672</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00673</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00674</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00675</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00677</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00678</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00679</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00680</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00681</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00682</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00683</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:156</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:320</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13927"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de herhaalde aanvraag van eiser om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wet Wajong) heeft afgewezen. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/2852</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29560</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29560</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29560"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging tot zware mishandeling, overtreding van artikel 5a Wvw, beschadiging van een politieauto en het aanwezig hebben van lachgas. Gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. Bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar. Ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van een motorrijtuig voor de duur van 12 maanden. Opheffing geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Verbeurdverklaring inbeslaggenomen auto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/310525-25 en 09/298106-25 (ttz. gev.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Dantuma-Hieronymus, mr. W.R. van Hattum, mr. J. Schaaf</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9956"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">VCM toegewezen. Namens en door betrokkene verzocht om afwijzing. Betrokkene herkent zich niet in de diagnose.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793946 / FA RK 26/7216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9950"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM toegewezen. Lange wachtlijst voor goede behandelplek voor betrokkene ivm eetstoornis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793131 / FA RK 26/6719</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1336</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1336</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1336"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking en terugvordering toeslag. Het Uwv heeft terecht het teveel betaalde aan toeslag teruggevorderd omdat de totale inkomsten van appellante en haar partner hoger waren dan het sociaal minimum. Geen dringende reden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1736 TW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9955"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">VCM toegewezen. Betrokkene niet eens met diagnose en verzocht om afwijzing. Betrokkene recht op second opinion als hij daarvoor open staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793948 / FA RK 26/7218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6508"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Precariobelasting. Uitleg overgangsrecht heffing openbare werken van algemeen nut</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1187 en 24/1188</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:1556</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13915"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Huur bedrijfsruimte. Ontruimen vanwege herhaalde betalingsachterstand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12347789 VV EXPL 26-479</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Fiege</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1337"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar gemaakt in 2023 tegen drie besluiten uit 2008. Appellante stelt onder meer dat zij die besluiten nooit heeft gezien. Er kan gelet op het tijdsverloop van bijna 15 jaar niet meer in redelijkheid van het bestuursorgaan worden gevraagd de verzending van de besluiten uit 2008 aannemelijk te maken. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante op de hoogte moet zijn geweest van de rechtsgevolgen of in ieder geval de feitelijke gevolgen van de besluiten moet hebben ondervonden. In dit geval geen verschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2513 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1342"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toekennen WIA-uitkering aan werkneemster en vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant stelt dat de feitelijke verrichtte werkzaamheden passend zijn. Praktische schatting niet van toepassing. Appellante heeft niet duidelijk kunnen maken welke werkzaamheden werkneemster uitvoerde en in welke omvang. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in navolging van de arbeidsdeskundige geconcludeerd dat werkneemster ongeschikt is voor de maatgevende arbeid op 16 februari 2023 wegens overschrijding op de aspecten zitten en staan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1011 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1340</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1340</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1340"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling hoogte WIA-dagloon. Juiste referteperiode. Net als de rechtbank is de Raad van oordeel dat het Uwv de stagevergoeding die appellante heeft ontvangen van werkgever 2 terecht heeft aangemerkt als sv-loon en heeft meegenomen bij de berekening van het WIA-dagloon. Toepassing Dagloonregels niet onevenredig. Geen sprake van bijzondere omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1246 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9964</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9964</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9964"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Voortzetting huurovereenkomst na overlijden. De kantonrechter oordeelt dat tussen de samenwoner en de huurder een duurzaam gemeenschappelijke huishouding bestond. Verhuurder mag zich nog uitlaten over de huisvestingsvergunning. Tegenover het verweer van verhuurder dat de samenwoner niet in aanmerking komt voor de woning omdat deze niet passend is, heeft de samenwoner aangevoerd dat deze criteria enkel gelden voor woningzoekenden en niet bij voortzetting van een huurovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12089068 \ CV EXPL 26-1550 - T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30250"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, uitleg splitsingsakte, het is onvoldoende aannemelijk dat het gebruik voor begeleid wonen in strijd is met de splitsingsakte op grond waarvan het appartement de bestemming van bedrijfsruimte heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710114 / KG ZA 26-862</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H.J. Vetter</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10012"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolging-EAB België: De opgeëiste persoon beroept zich op de terugkeergarantie. De verweren t.a.v. de detentieomstandigheden en artikel 13 OLW worden verworpen. De overlevering is toegestaan en de afgifte van de in beslag genomen voorwerpen wordt bevolen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-147412-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L.S. Ceulen, mr. L. Baroud, mr. drs. E. van den Brink</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10014</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10014</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10014"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolging-EAB Polen: Tussenuitspraak om de officier van justitie in gelegenheid te stellen een vraag voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit betreffende de detentieomstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-194888-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L.S. Ceulen, mr. L. Baroud, mr. drs. E. van den Brink</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13920"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever heeft het loon van werknemer terecht stopgezet vanwege het weigeren van passende werkzaamheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12340002 VZ VERZ 26-3343</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1333"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering omdat appellant geschikt wordt geacht voor zijn eigen maatgevende arbeid. Beoordeling EZWb. Zorgvuldig medisch onderzoek en juiste medische beoordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1881 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:238"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling huwelijksgemeenschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600152</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1948"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat de inspecteur terecht en niet te hoge aanslagen vennootschapsbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd. Het hof acht het aannemelijk dat belanghebbende in onderhavige jaren voor haar rekening en risico het restaurant exploiteerde. Voor 2017 heeft de inspecteur op basis van een gemotiveerde schatting aannemelijk gemaakt dat de aanslag niet te hoog is. Voor 2018 geldt dat sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast, belanghebbende niet heeft doen blijken dat de aanslag te hoog is en dat voorts sprake is van een redelijk schatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/65 en 25/66</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8809</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2507"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Levering van een paard, toepassing nultarief. Het hof oordeelt dat belanghebbende met haar afnemer een levering van het paard naar de Verenigde Staten is overeengekomen, dat niet in geschil is dat het paard daadwerkelijk aan deze afnemer is geleverd en dat het paard zoals overeengekomen het douanegebied van de Unie heeft verlaten. Enig tussentijds gebruik door de afnemer staat de toepassing van het tarief niet in de weg. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat sprake is van fraude, belastingontwijking of misbruik. Belanghebbende mocht daarom het nultarief op deze levering toepassen. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/936</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, prof. mr. dr. H.W.M. van Kesteren</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3137</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1332"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering omdat appellant geschikt wordt geacht voor zijn eigen maatgevende arbeid. Beoordeling EZWb. Zorgvuldig medisch onderzoek en geen twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/23 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12372"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV eisers dagloon in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) terecht heeft vastgesteld op € 201,47. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/4000</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Zoethout</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:239"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling kinderalimentatie. Alimentatieplichtige wordt verondersteld een minimuminkomen te kunnen verdienen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600241</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30251"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, vordering tot opheffing conservatoir beslag afgewezen, omdat de vordering waarvoor het beslag is gelegd niet summierlijk ondeugdelijk is. De subsidiaire vordering tot medewerking aan een constructie waarbij de beslagen vordering door de beslagdebiteur op een escrowrekening wordt gestort wordt afgewezen, omdat onvoldoende aannemelijk is dat de weigering van gedaagde op dit moment misbruik van bevoegdheid oplevert.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711991 / KG ZA 26-955</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.R. Glass</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2022:2680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:2680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2022:2680"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-07-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar moeder tegen aan dochter gericht besluit niet-ontvankelijk verklaard, want geen belanghebbende. Gegrond. Moeder blijft ondanks 7.3.5 JW met gezag belaste ouder tot 18de verjaardag van dochter. Eigen belang en dus belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/3843</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:240"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek partneralimentatie tussen niet met elkaar gehuwde partners afgewezen. Er wordt niet voldaan aan de redelijkheidsmaatstaf ex art. 1:408b BW BES. Verzoek zekerheidsstelling afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600253</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.L. Wattel</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2824</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2824</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2824"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor brandstichting met levensgevaar/gevaar voor goederen. Oplegging van een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren en bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001980-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:241</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:241</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:241"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot levering recht van erfpacht. Vonnis treedt in de plaats van leveringsakte (3:300 BW BES). Verstek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600265</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13938"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de toekenning van een IVA[1]-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV bij de vaststelling van de hoogte van eisers IVA-uitkering terecht is uitgegaan van 3 oktober 2020 als eerste arbeidsongeschiktheidsdag. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/10508</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Zoethout</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:242"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing ondercuratelestelling en toewijzing bewind en mentorschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600320</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:243"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling kinderalimentatie. Alimentatieplichtige wordt verondersteld een minimuminkomen te kunnen verdienen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600321</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10061</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10061</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10061"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB Polen. Tussenuitspraak. Artikel 12 OLW. Heropening van het onderzoek ter zitting om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-039300-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P.M. Fruytier, mr. E. de Rooij, mr. L. Sanders</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10072"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB uit Polen. Tussenuitspraak. Artikel 6 OLW: Opgeeiste persoon doet een beroep op de gegeven terugkeergarantie. Artikel 11 OLW: de aanvullende informatie roept vragen op over of de gegeven garanties die betrekking hebben op het Poolse remand regime. De rechtbank houdt de behandeling aan om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om een aanvullende vraag te stellen aan de Poolse autoriteiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-199676-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Baroud, mr. M. Westerman, mr. C.M.S. Loven</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2828</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2828</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2828"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor huisvredebreuk door een woning op de Waldeck Pyrmontlaan te kraken. De verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €200,-. Ten aanzien van de daarnaast ten laste gelegde vernieling verklaart het hof de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging vanwege schending van het gelijkheidsbeginsel. Het dossier en de behandeling van de zaak hebben onvoldoende uitgewezen waarom twee verdachten niet, en zes verdachten wel zijn vervolgd voor de vernieling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000313-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9674"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/7</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30252</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30252</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30252"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, executiegeschil over de verdeling van een woning en medewerking afkoop levensverzekering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712023 / KG 26-959</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.R. Glass</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1331"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene op 80 tot 100%. Betrokkene is niet geschikt voor haar laatste werk. De geselecteerde functies overschrijden de belastbaarheid van betrokkene. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Appellante is het niet een met de arbeidskundige beoordeling. De Raad verwijst naar zijn uitspraken van 2 maart 2023 waarin is geoordeeld dat uit door het Uwv verstrekte algemene informatie afdoende blijkt hoe het functiebestand in het CBBS wordt gevuld en geactualiseerd en hoe de automatische voorselectie werkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/721 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9637</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9637</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9637"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht: belanghebbende heeft het griffierecht niet betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4994</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1328"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3255 WAD</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:244"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident tot tussenkomst. Toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600175 en BON202600409</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9635</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9635</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9635"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting. De ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift tegen de dwangsombeschikking is prematuur. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9927"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CIZ de aanvraag voor zorg uit de Wlz op de juiste gronden heeft afgewezen. Het beroep is dus ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/5997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Kos</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2023:1173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:1173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2023:1173"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot 4,5 jaar gevangenisstraf voor onder meer deelname aan een criminele organisatie, het in vereniging handelen in cocaïne, het aanwezig hebben van cocaïne en een geldbedrag witwassen. Verdachte had een leidende rol in de criminele organisatie, hij stuurde dealers aan, leverde zelf met grote regelmaat cocaïne af aan afnemers en gebruikte zijn woning als afhaal- en verkooplocatie van cocaïne. Ook wordt verdachte veroordeeld voor het beïnvloeden van een getuige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16-013184-21 en 16-033814-22 (gev. ttz) (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Reijnierse, C. van de Lustgraaf, H.A. Brouwer</contributor><issued>2023-03-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2625"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A en B en C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A en B en C van de Opiumwet gegeven verbod. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10 derde lid, artikel 10 vierde lid, artikel 10 vijfde lid en artikel 11 vierde lid van de Opiumwet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-003132-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. Riemens, A.J.M. van Gink, J. Platschorre</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13983</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13983</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13983"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak afdreiging (feit 7). Veroordeling voor het medeplegen van vier diefstallen met geweld, waarvan drie feiten gepaard gingen met wederrechtelijke vrijheidsberoving, gepleegd in het kader van zogenoemd ‘pedohunting’. Geen toepassing ASR. Oplegging van een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar en een (onvoorwaardelijke) taakstraf van 240 uren. Vorderingen benadeelde partijen deels (hoofdelijk) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/043414-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2862</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2862</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2862"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6 WVW 1994. De verdachte heeft zich aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedragen. Het opgelopen letsel door het slachtoffer heeft geleid tot tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden. Het hof legt aan de verdachte een rijontzegging voor de duur van zes maanden op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001096-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1203"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toegekende jeugdhulp bestaande uit jeugdhulp met verblijf onterecht. Belanghebbende. Anders dan de rechtbank komt de Raad tot de conclusie dat artikel 7.3.5, eerste lid, van de Jw onjuist is toegepast. Appellante is de gezaghebbende ouder en zij heeft haar toestemming voor de jeugdhulp ingetrokken. Daarom kon de toegekende jeugdhulp met verblijf niet zonder meer worden voortgezet. Het besluit van het college is daarom onrechtmatig en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden in stand gelaten om te voorkomen dat de kosten van de jeugdhulp op appellante of haar dochter worden verhaald. De Raad acht het aannemelijk dat dit besluit en het daarmee feitelijk mogelijk maken van het verblijf van haar dochter bij de stichting een grote impact op appellante heeft gehad. Zij heeft daardoor ernstige onrust, spanning en frustratie gehad. Daarom kent de Raad een schadevergoeding van € 5.000,- toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/76 JW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:4995</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:4995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:4995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:4995"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">MK. ongegrond, afwijzen verzoek schadevergoeding. Aan dochter eiseres is op verzoek van dochter jeugdhulp toegekend, vrijwillige crisisplaatsing + IT Ambulante spoedhulp vanwege. Eiseres is de met gezag belaste ouder. Eiseres stelt dat ze geen toestemming heeft gegeven voor toekenning jeugdhulp. De rechtbank is van oordeel dat toestemming geen vereiste is voor mogen toekennen jeugdhulp. Artikel 7.3.5 Jw (lex posterior). College heeft voldoende onderbouwd hoe het is gekomen tot de aan dochter toegekende voorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:CRVB:2026:1203</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9959</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9959</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9959"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak bedrijfsruimte. Huurders stellen dat zij geen toegang hadden tot de parkeerplaats, zodat sprake is van een gebrek en/of zij huur onverschuldigd hebben betaald. De mogelijkheid tot huurprijsverlaging wegens een gebrek is echter in de algemene bepalingen uitgesloten, zodat huurders daar geen aanspraak op kunnen maken. Evenmin hebben huurders de huur onverschuldigd betaald, omdat aan de betalingen een huurovereenkomst ten grondslag ligt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12119004 \ CV EXPL 26-2893</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7330"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Handlichting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12237634 TD VERZ 26-302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1329"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Tegemoetkoming studiekosten op grond van de Wtos. Hoger beroep minister. Aanspraken op grond van de Wtos zijn uitsluitend bedoeld voor (bepaalde) opleidingen in Nederland. Er is, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, in het voorliggende geval geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule. De minister hoefde geen onderzoek te doen naar de financiële situatie van betrokkene. Betrokkene heeft daartoe onvoldoende individuele bijzondere omstandigheden gesteld en onderbouwd. De gevolgen van de keuze voor onderwijs in het buitenland komen voor rekening van betrokkene.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1240 WSFBSF</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13926"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vonnis in bevoegdheidsincident. Niet-exclusieve forumkeuze voor de rechter in Singapore. Procesrechtelijke aspecten van een forumkeuze worden beheerst door NL recht als de lex fori. Op grond van artikel 8 lid 2 Rv is de bevoegdheid van de Nederlandse rechter uitgesloten als het beding de buitenlandse rechter “bij uitsluiting” heeft aangewezen. De rechtbank is bevoegd op grond van artikel 2 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/708636 / HA ZA 25-919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L. Spierings</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5844</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5844</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5844"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Benoeming bijzondere curator art. 1:250 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/345851 / FA RK 26-604</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.T. Bos</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6038"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In 2026 heeft Rova een aanbestedingsprocedure georganiseerd. Eiser heeft de opdracht ter zake het perceel waarop zij had ingeschreven niet gegund gekregen en is daarom dit kort geding gestart. Eiser heeft diverse bezwaren geuit tegen (de uitkomst van) de beoordeling van de (twee) kwalitatieve subgunningscriteria die zien op (kort gezegd) de praktijkbeoordeling. Het verweer van Rova dat eiser niet-ontvankelijk is in haar vorderingen slaagt niet. Na inhoudelijke beoordeling komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de beoordelingscommissie van Rova niet in redelijkheid tot haar beoordeling heeft kunnen komen en de beoordeling zodanig aperte onjuistheden of onduidelijkheden bevat dat de daarop gebaseerde gunningsbeslissing niet zou deugen. Dit betekent dat de vorderingen van eiser worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349882 KG ZA 26-174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29738</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29738</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29738"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of Benin kan worden aangemerkt als een veilig derde land gelet op de medische situatie van minderjarige. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende beoordeeld of eiseres en haar kinderen in Benin volgens de beginselen, genoemd in artikel 3.106a, eerste lid, van het Vb zullen worden behandeld. Ook heeft de minister in de beoordeling onvoldoende kenbaar rekening heeft gehouden met en zorgvuldig onderzoek gedaan naar het belang van alle kinderen. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.57806</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.M. Brandwacht-Kampman</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6003</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6003</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6003"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ, waarde woning, dwangsombeschikking, premature ingebrekestelling. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/1176</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6006</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6006</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6006"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ, dwangsombeschikking, premature ingebrekestelling. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/1203</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6023</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6023</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6023"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze einduitspraak gaat over de besluiten van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over een verzoek van eiser op grond van de Wet open overheid (hierna: de Woo). In deze zaak is eerder een tussenuitspraak gedaan. De rechtbank oordeelt in deze einduitspraak dat de minister het in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebrek heeft hersteld. Verder oordeelt de rechtbank dat de mededeling van de minister dat hij niet meer documenten heeft die onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen niet ongeloofwaardig voorkomt en dat eiser het tegendeel niet aannemelijk heeft gemaakt. Ook oordeelt de rechtbank dat de redelijke termijn is overschreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 24/2938</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P.W. Esmeijer</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29817</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29817</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29817"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking verblijfsvergunning asiel (subsidiaire bescherming), wegens gevaar voor de openbare orde. Geen terugkeerbesluit opgelegd. Uit het arrest Tadmur volgt dat de minister geen vertrekplicht op grond van een nationale regel kon opleggen. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat intrekking van de verblijfsvergunning een geschikt middel is om het daarmee beoogde doel, de bescherming van de samenleving, te bereiken en daarmee onvoldoende gemotiveerd dat de intrekking van de verblijfsvergunning evenredig is. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.45328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29819"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verlengingsbesluit; kennisgeving niet onverwijld, belangenafweging in het voordeel van de minister; meewerkplicht, zicht op uitzetting, voortvarendheid; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.P. van Eerde</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6024</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6024</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6024"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wabo. Omgevingsvergunning voor het realiseren van een kleinschalig kampeerterrein en vijf plattelandskamers. Voor een deel van de eisers geldt dat zij niet als belanghebbende zijn aan te merken omdat zij geen gevolgen van enige betekenis ondervinden van de omgevingsvergunning. Voor de overige eisers heeft de rechtbank een inhoudelijke toets verricht. De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft getoetst of het plan voldoet aan de voorwaarden van het bestemmingsplan. Verder blijkt volgens de rechtbank onvoldoende of en hoe de belangenafweging heeft plaatsgevonden. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/844</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.C. Rozeboom, mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, mr. L.H.J. Baars</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6025</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6025</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6025"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aan de (ex-werknemer). Werkgever beroep. In geschil is of de eerste ziektedag juist is vastgesteld en of er sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Werkgever betoogt dat ex-werknemer nooit geschikt is geweest voor de maatgevende arbeid. Rechtbank volgt dit niet. Langdurig dit werk verricht. Geen verslagen van ARBO of anderszins die duiden op ongeschiktheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6020"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het vastgestelde WIA-maandloon[1] (dagloon) waarop het UWV de hoogte van haar IVA-uitkering[2] heeft gebaseerd. Volgens eiser is het dagloon te laag vastgesteld. Hiertoe voert zij aan dat het besluit onevenredig is, omdat de berekeningswijze in haar situatie tot een resultaat leidt dat geen reële afspiegeling vormt van haar daadwerkelijke verdiencapaciteit en arbeidspositie op het moment van haar uitval. Ook heeft het UWV onvoldoende rekening gehouden met haar specifieke omstandigheden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Om het welvaartsniveau vast te stellen is dwingend voorgeschreven dat niet bepalend is het loon dat werd genoten op het moment van intreden van het verzekerde risico (de ziekmelding), maar het loon dat daadwerkelijk is genoten tijdens de gehele referteperiode (het zogenaamde historisch dagloon). De door eiser naar voren gebrachte omstandigheden leiden niet tot de conclusie dat het bestreden besluit voor haar onredelijk bezwarend is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/976</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6017"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 55 van de Participatiewet. Ongegrond beroep. Deze uitspraak gaat over de verplichting die het college aan eiseres heeft opgelegd om haar deel van het vermogen uit de woning voor zichzelf op te eisen. Eiseres heeft tijdens de zitting toegelicht dat zij de verplichting die aan haar is opgelegd op zichzelf begrijpt, maar dat de vermogensgrens niet wordt overschreden, omdat de schuld aan haar ex-partner hoger is dan haar deel van de overwaarde van de woning. Verder heeft zij sinds 2012 niet heeft meebetaald aan de hypotheekkosten en de onderhoudskosten van de woning, omdat haar ex-partner die kosten betaalde sinds het jaar dat zij uit elkaar zijn gegaan. Zij waren niet getrouwd en haar ex-partner heeft meerdere keren aangegeven dat zij hem geld verschuldigd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/952</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9907"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koopovereenkomst rechtsgeldig. Geen strijd met de goede zeden en/of de openbare orde. Geen derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. Leningsovereenkomst rechtsgeldig en vervroegd opeisbaar. Geen onbevoegde vertegenwoordiging. Beroep op verrekening slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/435585 / HA ZA 25-302 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6012"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak na tussenuitspraak. Beroep gegrond, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand. Het UWV heeft de ZW-uitkering van eiseres per 6 mei 2024 terecht beëindigd. Het UWV heeft de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken hersteld. De rechtbank is van oordeel dat het UWV met de in rechtsoverweging 7.1. van de tussenuitspraak genoemde rapporten aangevuld met de rapporten van 20 mei 2026 en 28 juli 2026 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende heeft gemotiveerd dat de FML van 26 maart 2024 de belastbaarheid van eiseres op 6 mei 2024 correct weergeeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/2110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Koster</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5910</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5910</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5910"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde aan [partij] een vergunning verleend voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg. [partij] heeft in de jaren 2015 tot en met 2018 een uitbouw gerealiseerd aan de horecagelegenheid [horecagelegenheid] aan de [locatie 1]. Bij brief van 3 september 2019 heeft zij een ontheffing aangevraagd op grond van artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg, om de reeds voltooide werkzaamheden te legaliseren. Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college de vergunning verleend. [appellant] is eigenaar van twee panden aan de [locatie 2], en heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. Bij besluit van 24 juni 2021 heeft het college dat bezwaar gegrond verklaard. Vervolgens heeft het college bij brief van 15 juli 2021 aan [partij] laten weten dat zij een vergunning van rechtswege heeft. Het college heeft het bezwaar van [appellant] tegen die vergunning van rechtswege bij brief van 20 september 2021 doorgezonden aan de rechtbank als onderdeel van het aanhangige beroep tegen het besluit van 24 juni 2021.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303861/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6440"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WAMCA, grondrechten gebruikers sociale media platform, ontvankelijkheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/755497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak, Tussenuitspraak</description><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12871</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12871</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12871"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/4551</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.H.A.C. Everaerts</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13922</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13922</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13922"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wegvervoer. Aansprakelijkheid van de (papieren) vervoerder voor gestolen lading. Het CMR-verdrag is niet van toepassing, want het is binnenlands vervoer en niet is gebleken dat partijen het CMR-verdrag van toepassing hebben verklaard. De beperkingslimiet van artikel 8:1105 BW geldt en het bedrag wordt berekend aan de hand van het op de vrachtbrief genoemde gewicht, artikel 2 van het Besluit ex artikel 1105 van Boek 8 van het BW. Geen belang bij inzage in de verdere vervoerovereenkomsten in de keten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/707009 / HA ZA 25-824</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.C. Santema</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2858</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2858</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2858"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">eindarrest na ECLI:NL:GHAMS:2025:851; verzekeringsrecht; vervoersverzekering; niet aangetoond dat beschadigde bonen behoorden tot verzekerde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.315.671/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9631"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Beroepen m.b.t. 2013 en 2017 ongegrond. Beroepen m.b.t. 2018 tot en met 2021 niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1429, BRE 25/1430, BRE 25/1431, BRE 25/1432, BRE 25/1433 en BRE 25/1434</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29669"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het verlenen van een omgevingsvergunning aan de gemeente Zuidplas voor het verbouwen van een boerderij aan de Bredeweg 182 in Zevenhuizen (thans: Bredeweg 1 in Cortelande). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door alsnog een parkeervoorschrift aan de verleende omgevingsvergunning te verbinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/8640</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.K. Oomkes</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2819"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van verdovende middelen en aan voorbereidingshandelingen voor de handel van deze middelen. Verweer vormverzuim verworpen. Oplegging van een taakstraf van 120 uren waarvan 40 uren voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001815-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30259</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30259</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30259"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. AMB-verordening. Spanje. Draagwijdte van het beroep. Toegang tot gezondheidszorg. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL.26.55953</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9709"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Artikel 3.102 Wet IB 2001.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:2250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:2250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:2250"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag rioolheffing. Beroep ongegrond. De opbrengstlimiet is niet overschreden. Eiser heeft geen twijfel gezaaid over de omvang van de baten van de Rioolheffing. De rechtbank sluit met betrekking tot de hoogte van de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn aan bij de rechtspraak hierover in WOZ-zaken. De rioolheffing is een eenmalige belastingaanslag die niet doorwerkt in de toekomst. Het belang van het voeren van een procedure is een laag financieel bedrag. Er is aanleiding is om een lagere immateriële schadevergoeding toe te kennen tot een bedrag van € 50 per halfjaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/598</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M.S. Requisizione</contributor><issued>2024-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2820</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2820</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2820"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Besturen van een personenauto onder invloed van cannabis. Bespreking van een verweer tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in het kader van de recidiveregeling ex artikel 123b WVW 1994. Oplegging van een voorwaardelijke geldboete van € 450,- en een voorwaardelijke rijontzegging van twee maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000760-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9630</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9630</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9630"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonbelasting, beroepen niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/5575, BRE 24/5576 en BRE 24/5577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9945"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling gedaagde tot uitvoeren van herstelwerkzaamheden na gebrekkige montage keuken. Beroep van gedaagde op de klachtplicht (art 6:89 BW) gaat niet op. Materiële schadevergoeding toegewezen. Gevorderde immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12118437 \ CV EXPL 26-2839</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1352"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant is vanaf 7 mei 2024 niet meer verzekerd voor de Wlz. De Raad is van oordeel dat de Svb terecht handhaaft dat appellant vanaf 7 mei 2024 niet verzekerd is op grond van de Wlz, omdat hij geen duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft op grond waarvan hij nog als ingezetene van Nederland kan worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1091 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29679</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29679</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29679"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de rechtmatigheid van een aan eisers opgelegde last onder dwangsom die ziet op het in strijd met het bestemmingsplan laten gebruiken van een pand aan de Hanzeweg 19 in Gouda. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/5466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.K. Oomkes</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12874"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de dwangsom heeft mogen invorderen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.H.A.C. Everaerts</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13924</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13924</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13924"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst voor de bouw van een duw/werkboot. De overeenkomst wordt eerst partieel en vervolgens algeheel buitengerechtelijk ontbonden, omdat de definitieve opleverdatum niet wordt gehaald en het schip ernstige gebreken vertoont. De aanneemsom moet worden terugbetaald en de gevorderde schadevergoeding wordt gedeeltelijk toegewezen. Geen bestuurdersaansprakelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/715263 / HA ZA 26-180</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2869"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdzaak. Zware mishandeling door het slachtoffer met een kapotte fles in het gezicht te slaan, waardoor het slachtoffer diepe snijwonden in het gezicht heeft opgelopen. Mishandeling door een slachtoffer te slaan, waardoor deze ten val is gekomen. Diefstal van een bromfiets. Vorderingen benadeelde partij. Toewijzing vordering tot tenuitvoerlegging. Oplegging van een werkstraf en deels voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001067-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9947"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Mondeling vonnis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12261348 \ CV EXPL 26-7849</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proceskostenveroordeling, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7988</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7988</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7988"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheid taxateur voor taxatie herbouwwaarde bedrijfspand. Klachtplicht. Voornemen inwinnen deskundigenbericht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/460669 / HA ZA 25-525</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A.L. van de Sande</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9419"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de bijstandsuitkering per 24 juni 2025. Eiseres is het hier niet mee eens en stelt dat zij zich genoodzaakt voelde om de bijstandsuitkering te beëindigen, omdat zij vanwege de privacy van haar familie en vrienden niet wenste mee te werken aan een domicilie-onderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/4354</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. de Vries</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2931"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor zware mishandeling en verkrachting tot een gevangenisstraf voor de duur van 58 maanden. Oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel. Overschrijding van de redelijke termijn. Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-003238-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29675"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over een door eisers ingediend handhavingsverzoek. Volgens eisers hebben op het perceel van belanghebbenden aan de [adres] meerdere overtredingen plaatsgevonden. De overtredingen komen er volgens hen op neer dat belanghebbenden op het perceel in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft het handhavingsverzoek afgewezen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en niet toereikend is gemotiveerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/3646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.K. Oomkes</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1347"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Uitgaande van de juistheid van de FML van 9 april 2025, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de geselecteerde functies voor appellante geschikt zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2318 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:6730</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:6730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:6730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:6730"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA. Beëindiging uitkering, omdat eiseres ondanks toegenomen beperkingen minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres stelt dat haar beperkingen zijn onderschat, maar onderbouwt dat niet met medische informatie. Eiseres stelt ook dat haar belastbaarheid in de geselecteerde functies wordt overschreden, maar gaat daarbij uit van meer beperkingen dan door het UWV is aangenomen. Voor dat laatste is geen grond, zodat ook niet kan worden geoordeeld dat de functies ongeschikt zouden zijn. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2025-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:CRVB:2026:1347</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10322"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de tijdsomvang van de huishoudelijke ondersteuning die aan eiseres op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) is toegekend. Eiseres is het niet eens met de omvang van de toegekende voorziening en stelt dat het aantal toegekende minuten ontoereikend is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/6133</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. de Vries</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30255"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Eiser heeft voldoende mogelijkheden gehad om zijn bezwaren tegen overdracht aan Spanje kenbaar te maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49882</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Ramondt</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30256"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag niet in stand blijft. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten aanzien van Italië niet heeft mogen uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49283</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Ramondt</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:4972</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:4972</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:4972"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afvalstoffenheffing. Eiser stelt ten onrechte dat zijn woning geen “perceel” is in de zin van de toepasselijke verordening. Eiser zegt ook dat hij nauwelijks gebruikmaakt van de gemeentelijke afvalinzameling en dat hij door betaling van servicekosten aan zijn verhuurder in feite tweemaal betaalt voor afvalinzameling. Dit doet aan zijn belastingplicht niet af. Uit het feit dat eisers bezwaar door de heffingsambtenaar ongegrond is verklaard kan niet worden afgeleid dat de heffingsambtenaar vooringenomen was bij het doen van uitspraak op bezwaar. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1289</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2025-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2023:5306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:5306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2023:5306"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Waardering woning. Voldoende en inzichtelijk rekening gehouden met de verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten. De heffingsambtenaar is niet verplicht om de door eiser aangedragen vergelijkingsobjecten over te nemen, al is het maar omdat eiser niet inzichtelijk maakt wat hij daarmee wil aantonen. Eiser bepleit een slechtere toestand van zijn woning, maar onderbouwt dat niet terwijl de heffingsambtenaar al in de bezwaarfase om foto’s heeft verzocht. Aan het uitblijven van de onderbouwing mag in dit geval de conclusie worden verbonden dat van de gestelde gebreken niet is gebleken. Rechtbank kan taxatietechnische waardering zoals een correctiefactor niet op ‘juistheid’ beoordelen, maar bijvoorbeeld wel op begrijpelijkheid. De gegeven toelichtingen van de taxateur op de correctiefactoren kan de rechtbank volgen. Indexering voldoende onderbouwd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2645</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2024-01-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30257"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres komt uit Jemen en is met haar gezin naar Turkije gevlucht. Zij verblijft daar momenteel nog met haar twee jongste zoons. Haar man en de twee oudste zoons zijn via Griekenland naar Nederland gevlucht en hebben hier asiel gekregen. De man van eiseres heeft daarna namens eiseres en hun twee jongste zoons een aanvraag voor nareis ingediend, zodat het gezin in Nederland weer herenigd kon worden. De man van eiseres is voordat verweerder op deze aanvraag had beslist, plotseling overleden. Verweerder heeft de nareisprocedure vanwege het overlijden van de man van eiseres beëindigd. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij vindt dat M., één van haar oudste zoons die naar Nederland is gevlucht samen met zijn vader, de nareisprocedure kan voortzetten. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hereniging van het gezin niet door middel van deze nareisprocedure kan worden bereikt. M. kan de nareisprocedure namelijk niet van zijn vader overnemen. Daarom wil verweerder geen machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) verlenen aan eiseres en haar twee jongste zoons. De rechtbank is van oordeel dat het standpunt van verweerder, gezien de vergaande gevolgen daarvan voor de hereniging van het kerngezin en de zeer bijzondere omstandigheden van deze zaak, in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Omdat de procedure al lang loopt en de situatie schrijnend is voor alle gezinsleden vanwege het overlijden van de vader, draagt de rechtbank verweerder op om een mvv te verlenen aan eiseres en de twee jongste zoons van het gezin.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.19643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. van Putten</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30197"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, vervolgberoep, voortvarendheid, geen sprake van periode van langdurig stilzitten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56422</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C.E. Krikke</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:2396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:2396"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich in de nacht van 7 op 8 februari 2025 schuldig gemaakt aan aanranding van het destijds dertienjarige slachtoffer . De verklaring van het slachtoffer wordt voldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 91 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarden een contact- en locatieverbod. Voorts een taakstraf opgelegd van 240 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/242664-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Flikweert, mr. L. den Teuling , mr. I.M. Braam</contributor><issued>2026-03-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:1027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:1027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:1027"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Waardering woning. Vergelijkingsmethode. Gebruiksoppervlakte woning voldoende onderbouwd. Vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar. Voldoende rekening gehouden met de verschillen. Klacht over onderbouwing van correcties van het voorzieningenniveau van de vergelijkingsobjecten, gehanteerde verkoopdate en het niet overleggen van bepaalde stukken is in strijd met de goede procesorde pas op de zitting ingebracht. Beroep ongegrond. Toewijzing verzoek om immateriële schadevergoeding i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn tot € 50.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/317</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2024-03-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30199"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, vervolgberoep, zicht op uitzetting en voortvarendheid, kennisgeving ten overvloede</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57516 en NL26.58339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C.E. Krikke</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30203"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, grensdetentie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C.E. Krikke</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30205"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, grensdetentie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58015</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C.E. Krikke</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1350</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1350</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1350"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/464 PW-S</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Schadevergoedingsuitspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30187"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar. De minister verzet zich niet tegen de toewijzing van het verzoek. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.A.R. Bleijendaal</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30184"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak na tussenuitspraak. De minister is er niet in geslaagd om het gebrek te herstellen, nu de minister het standpunt blijft innemen dat de homoseksuele gerichtheid van eiser ongeloofwaardig is. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.17904</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7024</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7024</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7024"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verkrachten van de 40-jaar jongere oppas van zijn kinderen. De eerste verkrachting heeft plaatsgevonden toen het slachtoffer 16 jaar oud was en in de daaropvolgende jaren heeft hij haar vaak verkracht. Niet alleen was de verdachte de vader van de oppaskinderen en bestond er een zeer groot leeftijdsverschil, maar hij was ook een ouderling in haar kerk. Verdachte heeft onder meer, door het verschil in, autoriteit, leeftijd en levenservaring, een reeds daaruit voortvloeiende afhankelijkheidsrelatie welbewust gebruikt, verstevigd en in stand gehouden. Nadat het slachtoffer duidelijk afstand van de verdachte had genomen en het voor hem volstrekt helder moet zijn geweest dat zij zich aan zijn machtssfeer wilde onttrekken, heeft de verdachte het slachtoffer gestalkt. Een van deze ongewenste contacten was een door de verdachte verstuurd bericht aan de examencommissie van haar school. Uit dit bericht volgt dat hij haar in een kwaad daglicht wilde zetten, maar ook dat hij haar wilde laten voelen dat hij nog steeds invloed kon uitoefenen op haar leven en ook haar toekomst kon frustreren. Aan de verdachte is een gevangenisstraf opgelegd van 54 maanden en ook is een contact- en locatieverbod opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij deels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/318160-25 en 16/000465-26 (t.t.z. gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.E. van den Brink, mr. M.J. Westerink, mr. drs. J. Edgar</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22662"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, artikel 59a Vw, handboeien, artikel 5. 12 Vb, ophouding, binnen 24 uur naar het DTC, ongegrond, pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42692</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:912"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:983 AB-heffing; fictieve vervreemding bij overgang krachtens erfrecht; doorschuiffaciliteit; art. 4.17a(5) Wet IB; zijn liquide middelen en effecten in holding ondernemingsvermogen? Bewijslastverdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03966</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6464"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019. Belanghebbende is vennoot in een vof die een pandjeshuis exploiteert. Vanaf de oprichting in 2014 draait het pandjeshuis verlies. Pas vanaf 2022 zijn er (beperkte) positieve resultaten. Belanghebbende heeft bij zijn aangifte IB/PVV 2019 verlies in aftrek gebracht. De inspecteur heeft dat niet geaccepteerd. De rechtbank oordeelt dat de activiteiten van het pandjeshuis in 2019 geen bron van inkomen vormen. De verliezen van 2019 en de jaren ervoor zijn groot en ook in 2019 zijn de vaste kostenposten nog zodanig hoog dat ze de opbrengsten ruim overtreffen. Daarom kan niet worden gezegd dat objectief gezien voordeel kon worden verwacht. Feiten en omstandigheden uit de jaren 2022 tot en met heden zijn zodanig onduidelijk dat ze geen ander licht kunnen werpen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4061</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2900"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 48 Sr; art. 3 onder B Ow jo. art. 11 Ow; art. 311 Sr; Vrijspraak voor (medeplichtigheid aan) telen van hennep en voor diefstal door middel van verbreking. Het hof is van oordeel dat er onvoldoende belastend bewijs is dat de verdachte daadwerkelijke betrokkenheid had bij de hennepkwekerij of daar wetenschap van heeft gehad en dat er evenmin voldoende bewijs is dat hij betrokken is geweest bij de diefstal van stroom. De enkele omstandigheid dat de verdachte de huurder was van de woning waarin de hennepkwekerij is aangetroffen, is daarvoor onvoldoende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001794-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13961"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep van eiseres 2 is niet-ontvankelijk. De rechtbank komt verder tot het oordeel dat er geen strijd is met het Parapluplan wonen en dat het college de toepassing van artikel 3.2.4 van het Parapluplan parkeerregels - partiële herziening en de afwijking van het bestemmingsplan deugdelijk heeft gemotiveerd. Het beroep van de andere eisers is dus ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3536</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. de Vries</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1335"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging Wajong-uitkering na vertrek uit Nederland. Een Wajong-uitkering kan in beginsel niet worden geëxporteerd. Dat levert weliswaar een beperking op om vrij te reizen en te verblijven binnen de Unie, maar die beperking is gerechtvaardigd. Er was geen zwaarwegende reden om te verhuizen. Voor toepassing van de hardheidsclausule hoefde het Uwv geen aanleiding te zien. De gevolgen van een verhuizing zijn immers door de wetgever voorzien en bedoeld. Geen sprake van onevenredige gevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1323 WAJONG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2899"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 420quater Sr. Veroordeling voor schuldwitwassen door eigen bankrekening ter beschikking te stellen en daarop gestort geldbedrag grotendeels over te maken naar een ander, terwijl de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geld van misdrijf afkomstig was. Taakstraf 24 uren. Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk, omdat onvoldoende gebleken is dat de vordering door een vertegenwoordigingsbevoegde persoon is ingesteld</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002282-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29673</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29673</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29673"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het afwijzen van een handhavingsverzoek ten aanzien van het zonder omgevingsvergunning bouwen van een aanbouw. Volgens het college is de die aanbouw omgevingsvergunningvrij. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de aanbouw omgevingsvergunningvrij is en het college het handhavingsverzoek van eisers dus terecht heeft afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/1406</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.K. Oomkes</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9967</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9967</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9967"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging TBS met één jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12-715098-09</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, mr. G.H. Nomes, mr. J. Bergen</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9968"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van het teweeg brengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden en daarnaast een taakstraf van 240 uren. Benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-224247-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, mr. J. Bergen, mr. H. Skalonjic</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9969</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9969</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9969"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van het teweeg brengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. Gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Benadeelde partijen. OvJ niet-ontvankelijk in vordering tot tenuitvoerlegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-227338-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, mr. J. Bergen, mr. H. Skalonjic</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2903</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2903</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2903"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag op partner en ongeboren vrucht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002757-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:2117</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:2117</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:2117"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk, de belaging van zijn ex-vrouw en het overtreden van een gedragsaanwijzing. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek, een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege en een GVM ex 38z Sr. Verzoek tot aanhouding voor aanvullend onderzoek naar de geestesvermogens van verdachte wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01/261252-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.S.M. Morel, mr. C.A. Mandemakers, mr. C.W.H. Houg</contributor><issued>2025-04-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13976</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13976</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13976"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van vier diefstallen met geweld, waarvan drie feiten gepaard gingen met wederrechtelijke vrijheidsberoving, gepleegd in het kader van zogenoemd ‘pedohunting’. Overschrijding redelijke termijn. Oplegging van een jeugddetentie van 200 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een (onvoorwaardelijke) werkstraf van 200 uren. Vorderingen benadeelde partijen deels (hoofdelijk) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/004565-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30262"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, eerste beroep, Egyptische, 59, eerste lid, aanhef en onder a Vw, verkeerde datum rechtsmiddelenclausule, kennelijke verschrijving, geen rechtmatig verblijf door uiten asielwens, onrechtmatig gebruik handboeien, belangenafweging, 6:22 Awb, gronden deels bestreden, geen lichter middel, voldoende voortvarend, zicht op uitzetting, beroep ongegrond, wel PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58883</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13972</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13972</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13972"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van drie diefstallen met geweld, waarvan twee feiten gepaard gingen met wederrechtelijke vrijheidsberoving, gepleegd in het kader van zogenoemd ‘pedohunting’. Overschrijding redelijke termijn. Oplegging van een jeugddetentie van 168 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een (onvoorwaardelijke) werkstraf van 140 uren. Vorderingen benadeelde partijen deels (hoofdelijk) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/005539-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1949"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat belanghebbende inhoudingsplichtige is ten aanzien van het personeel dat werkzaam is in het restaurant; het restaurant wordt immers voor rekening en risico van belanghebbende gedreven en belanghebbende heeft loon uitbetaald aan het personeel. Verder is het hof van oordeel dat belanghebbende niet met succes een beroep kan doen op gewekt vertrouwen; nog daargelaten of belanghebbende vertrouwen kan ontlenen aan een bij een andere rechtspersoon ingesteld onderzoek, heeft die rechtspersoon de inspecteur juiste dan wel volledige inlichtingen onthouden. De inspecteur heeft terecht het anoniementarief toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/67 tot en met 25/87</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8810</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5877"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Belastbaarheid ontvangen betalingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2268 en 25/2269</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7273</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7388"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. In geschil is of belanghebbende een gemeenschappelijk beleggingsfonds is, omdat de deelnemers beleggingsrisico dragen, en of de verzekeringsvrijstelling niet van toepassing en daardoor (een deel van) de premies zijn belast met btw. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 21/4431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit, mr. P.J. Tikken, mr. M.F. Kossen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2809"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douane. Verzoeken om terugbetaling (art. 239 CDW); betreft invoer van melkpermeaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/731 tot en met 25/734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:13416</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2807"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2016 erfgena(a)m(en). Hoger beroep, ingesteld door de executeur testamentair van erflaatster en beweerdelijk tevens namens de (andere) erfgenamen, door Hof deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/128</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13995"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van drie diefstallen met geweld, gepaard met wederrechtelijke vrijheidsberoving, en eenmaal medeplichtigheid aan diefstal met geweld. Feiten gepleegd in het kader van zogenoemd ‘pedohunting’. Verdachte was ten tijde van 1 feit minderjarig. Berechting volgens het sanctiestelsel voor volwassenen. Oplegging gevangenisstraf van 300 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 255 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een (onvoorwaardelijke) taakstraf van 240 uren. Vorderingen benadeelde partijen deels (hoofdelijk) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/392834-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9964</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9964</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9964"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor zware mishandeling van zijn toenmalig echtgenote door met een glas tegen haar hoofd te gooien en voor het bezit van professioneel vuurwerk, te weten zeven stuks Super Cobra 6. Oplegging van een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met bijzondere voorwaarden. Daarnaast oplegging van 240 uur taakstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-033404-26 en 02-154205-26 (ttz gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9970</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9970</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9970"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor zes geweldsfeiten tijdens het uitgaan. Oplegging van een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast oplegging van een taakstraf van 240 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-333400-24 en 02-245987-24 (ttz gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.E.I. Beudeker, mr. R. Combee, drs. mr. M. Koek</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30263"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening bij beroep afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55954</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2268"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende woont in Roemenië, geniet inkomsten verkregen van het UWV en bezit een onroerende zaak in Nederland. In zijn Nederlandse aangifte IB/PVV 2019 voert belanghebbende een aftrek wegens zorgkosten op. De inspecteur corrigeert de aangifte en legt een verzuimboete op. Belanghebbende stelt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beslist of de aanslag IB/PVV 2019 juist is en zo ja, of de aanslag en de verzuimboete terecht en tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Het hof oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft geoordeeld over de aanslag IB/PVV 2019. Na akkoord van partijen beslist het hof zelf over de juistheid van de aanslag. Het hof oordeelt vervolgens dat de aanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Ten aanzien van de verzuimboete oordeelt het hof dat de verzuimboete terecht is opgelegd en tevens passend en geboden is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, E.P.A. Brakeboer, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7496</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9971"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor medeplegen van een diefstal van een scooter, voor verzet bij zijn aanhouding, voor belediging van een politieambtenaar en voor diefstal van een fatbike. Oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) voor een duur van twee jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-175326-26, 02-049166-26 (TUL), 02-228561-25 (TUL) en 20-000471-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1349</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1349</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1349"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant is vanaf 9 augustus 2020 niet meer verzekerd voor de Wlz. De Raad is net als de rechtbank van oordeel dat de Svb terecht heeft aangenomen dat appellant vanaf 9 augustus 2020 geen duurzame band van persoonlijke aard met Nederland meer had en daarom geen ingezetene meer was van Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2533 WLZ</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7363"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vpb 2020. D BV is enig aandeelhouder van E BV. E BV huurkoopt in 2014 een onderneming voor €165.000 (€50.000 aanbetaling + 36 maandelijkse termijnen van €3.490,25). De huurkoopovereenkomst bevat een eigendomsvoorbehoud en de dga van D BV heeft zich borg gesteld. D BV financiert de huurkoop voor E BV via rc-verhouding. In februari 2020 verkoopt D BV de aandelen in E BV. In haar aangifte Vpb 2020 verwerkt D BV een boekverlies van €152.546 vanwege afwaardering van de rc-vordering op E BV. De inspecteur accepteert dit boekverlies niet en wijkt bij het opleggen van de aanslag Vpb af van de aangifte. De rechtbank is van oordeel dat D BV de rc-vordering niet kon afwaarderen ten laste van de winst. In geval de dga van D BV zich ook borg heeft gesteld voor de rc-vordering heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat een reëel risico bestaat dat de vordering niet zou worden terugbetaald. In geval de dga van D BV zich niet borg heeft gesteld, is sprake van een onzakelijke lening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7134</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.F. Kossen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7300"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het meermalen plegen van valsheid in geschrifte (feit 1), en het beschikbaar stellen van valse stukken aan de Belastingdienst (feit 2). De rechtbank houdt rekening met overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-216909-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.H.E. Boerma, mr. S.J.H. van de Kant, mr. M. Langstraat</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29736</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29736</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29736"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering. Erven niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/4223, 24/24 en 24/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.R. van der Meer</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10931"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag forensenbelasting Texel terecht opgelegd. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 635</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30264"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">doorprocederen, subsidiaire beschermingstatus, vluchtelingenstatus, procesbelang, te laat beroep ingesteld, verschoonbaarheid, beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34232</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10090"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Italiaans vervolgings-EAB. Genoegzaamheid en onschuldverweer verworpen. Lijstfeit. Terugkeergarantie. Artikel 9 OLW: ne bis in idem. Detentieomstandigheden. Artikel 8 EVRM (family life). Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW niet toegepast. Overleverig toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-180247-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, mr. L. Sanders, mr. M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22661"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie, artikel 6, derde lid Vw, duur grensdetentie, lichter middel, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42182</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10088</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10088</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10088"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overlevering. Griekenland. Na vaststelling van een algemeen reëel gevaar in de detentie-instelling in Chios stelt de rechtbank nu ook een individueel gevaar vast. De zaak wordt voor korte tijd aangehouden o.g.v. art. 11 lid 2 OLW zodat op de volgende zitting kan worden nagegaan of een wijziging van omstandigheden is opgetreden binnen een redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-094759-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L.S. Ceulen, mr. L. Baroud, mr. drs. E. van den Brink</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6072"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 april 2020 heeft de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) afgewezen. Op 23 juli 2019 heeft [appellant] de minister op grond van (onder meer) de Wob verzocht om informatie te verstrekken. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van alle documenten die betrekking hebben op een aantal specifiek genoemde exportvergunningen voor zogenaamde dual-use goederen, zoals formulieren, check-lijsten, puntenlijsten, aanwijzingen, briefings, digitale communicaties, interne communicatie (waaronder e-mail), meldingen, mutaties, databestanden, registraties en andere documenten. Met het besluit van 16 april 2020 heeft de minister besloten om de 89 documenten die zijn aangetroffen niet openbaar te maken op grond van artikel 12 van Verordening (EU) 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (het DWU).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402898/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22660"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, art 59 Vw, gronden van bewaring, voldoende voortvarend, medische toestand, refereren, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42115</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29716"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling van gemeenschappelijke vastgoedportefeuille tussen vader en zoon. Wijziging van voorgenomen verdeling in tussenvonnis zodat partijen in de toekomst geen zakelijke banden meer met elkaar hebben. De rechtbank acht de door de taxateur gehanteerde uitgangspunten en de toegepaste taxatiemethode geschikt om tot een juiste waardebepaling van de onroerende zaken te komen. Partijen zijn gewezen op het risico van het niet of onvolledig verstrekken van de door de taxateur opgevraagde informatie over de onroerende zaken en hebben dit risico aanvaard. De inhoudelijke bezwaren tegen de taxatierapporten zijn onvoldoende zwaarwegend. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het benoemen van een tweede of een andere deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/668249 HA ZA 25-448</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Kuipers</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:985"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01285</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6870</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6870</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6870"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde van een woning op een NSW-landgoed. De heffingsambtenaar heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe hij de instandhoudingsfactor heeft berekend. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/81</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6158"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">GI acht voortzetting van de machtiging tot uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk. Kinderrechter toetst desondanks het aangehouden verzoek tot verlenging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/345091 / JE RK 26-260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Flos</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22651</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22651</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22651"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring, ambtshalve toets, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42035</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11056"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank Limburg heeft een 30-jarige man veroordeeld voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval in Maastricht. Bij dit ongeval kwam een jongetje van 4 jaar om het leven en raakte zijn moeder zwaar gewond. De rechtbank is van oordeel dat roekeloos rijden de oorzaak is van het fatale ongeval en legt een gevangenisstraf op van 5 jaar en een ontzegging van de rijbevoegdheid, ook voor de duur van 5 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.097230.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22652"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42033</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7337"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. In geschil is of het pensioenfonds is aan te merken als een gemeenschappelijk beleggingsfonds, omdat de deelnemers beleggingsrisico dragen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/5036</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit, mr. B.J. Zippelius, mr. drs. R.W.J. van der Struijk</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2269"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De heffingsambtenaar heeft een aanslag forensenbelasting 2021 opgelegd voor het beschikbaar houden van een gemeubileerde woning voor meer dan 90 dagen van het belastingjaar. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij haar hoofdverblijf in de woning heeft. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1913</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. J.K. Lanser</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8209</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7336</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7336</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7336"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. In geschil is of het pensioenfonds kan worden aangemerkt als een gemeenschappelijk beleggingsfonds, omdat de deelnemers beleggingsrisico dragen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/2362</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit, mr. B.J. Zippelius, mr. drs. R.W.J. van der Struijk</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9629"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, bezwaren terecht niet-ontvankelijk, beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/5573, BRE 24/5574 en BRE 25/3409</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29743"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo; omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit; gewone dwergvleermuis; verleende omgevingsvergunnig heeft geen betrekking op de kap van 23 Canadapopulieren; verzoeker kan daarom niet het door hem beoogde resultaat bereiken; geen procesbelang; verzoek niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. de Winter</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6562</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6562</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6562"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt verdachte voor het medeplegen van opzettelijk gebruikmaken van een vals geschrift. Het hof legt aan verdachte op een geldboete van € 5.000.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-003498-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6575"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest naar aanleiding van onderzoekswensen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-003541-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30079"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag voor machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij referent’. Eisers voeren allereerst aan dat de vluchtsituatie onvoldoende is betrokken in de beoordeling van het jongvolwassenenbeleid. De rechtbank is van oordeel dat de toepassing van het criterium van ‘niet in eigen onderhoud voorzien’ niet onrechtmatig is. Ook is de rechtbank is verder van oordeel dat niet is gebleken dat de situatie rondom het vertrek van referent uit Saudi-Arabië onvoldoende betrokken heeft. Tot slot is rechtbank van oordeel dat de minister terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM tussen referent en eisers. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.16673</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6577"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest naar aanleiding van onderzoekswensen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-003602-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9710"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting / negatief jaarsaldo margeregeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2371 tpt en met 25/2373</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22654</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22654</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22654"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie artikel 6, derde lid, van de Vw 2000, lichter middel, detentie(on)geschiktheid, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41998</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6578"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest naar aanleiding van onderzoekswensen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-003525-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30090"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. Kennelijk ongegrond (aanvraag niet zo snel als mogelijk ingediend). Beroep ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister eisers verklaringen over zijn gestelde problemen met de autoriteiten en zijn oom terecht ongeloofwaardig heeft geacht. De rechtbank stelt vast dat de Koninklijke Marechaussee bericht heeft ontvangen van de Belgische autoriteiten dat eiser zijn asielaanvraag daar heeft ingetrokken en dat de Belgische autoriteiten een terugkeerbesluit aan eiser hebben uitgevaardigd. De rechtbank ziet geen reden om aan deze informatie te twijfelen. De minister had niet moeten afzien van het opleggen van een TKB en IRV op de grond dat eisers asielaanvraag in België niet zou zijn ingetrokken. Eisers asielaanvraag is verder terecht kennelijk ongegrond verklaard op de grond dat eiser zijn aanvraag niet zo snel als mogelijk heeft ingediend. Eiser verblijft al ongeveer een jaar in Nederland en heeft al die tijd geen asiel aangevraagd. Zoals hierboven overwogen blijkt uit informatie van de Koninklijke Marechaussee dat eiser zijn asielaanvraag in België heeft ingetrokken. De rechtbank volgt daarom niet dat eiser in de veronderstelling verkeerde dat zijn asielaanvraag in België nog doorliep. Dat eiser niet eerder is voorgehouden dat hij niet over de juiste verblijfsdocumenten beschikte, maakt niet dat de minister zijn asielaanvraag niet kennelijk ongegrond heeft mogen verklaren. Dat eiser te goeder trouw in Nederland was volgt de rechtbank niet, nu eiser na zijn aanhouding bij de politie verklaard heeft dat hij ‘her en der’ had geïnformeerd over het aanvragen van asiel in Nederland, maar dat zijn aanvraag hier weinig kans maakt omdat hij al asiel in België had aangevraagd.[1] De rechtbank maakt hieruit op dat eiser zich bewust was van de noodzaak van een (asiel)verblijfsvergunning en dat hij enkel geen aanvraag hiertoe heeft ingediend wegens een vermeende geringe slagingskans.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.19647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30092</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30092</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30092"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Visum kort verblijf voor familiebezoek. Na het instellen van het beroep niet tijdig beslissen heeft de minister alsnog beslist op de aanvraag van eisers. Dat betekent dat eisers geen inhoudelijk belang meer hebben bij een beoordeling van hun beroep tegen het niet tijdig beslissen. Het beroep is voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit dan ook niet-ontvankelijk. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister de hoorplicht heeft geschonden en eisers in de gelegenheid had moeten stellen om gehoord te worden in de bezwaarfase. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.21369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2872"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.912/01 0K</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:1847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:1847"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het plegen van schennis van de eerbaarheid op de snelweg leidt tot een taakstraf van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het hof maakt gebruik van een schakelbewijsconstructie met betrekking tot de feiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-003027-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14033"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De RC wijst de vordering tot ontruiming ex artikel 551a Sv toe. Overwegingen mbt de verhouding tussen het kort geding en de procedure van artikel 551a Sv, de noodzaak van een spoedeisend belang van de rechthebbenden en de belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15.285166.26 en 15.285171.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beslissing RC</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10094</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10094</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10094"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak (poging tot) grooming (feit 2 primair en subsidiair) en seksuele benadering (feit 3). Bewezenverklaring in bezit hebben van kinderporno en dierenporno (feit 1 en 4). Verdachte heeft de bewezenverklaarde feiten bekend en het schorsingstoezicht van ruim een jaar is positief verlopen. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou vervolg behandeling doorkruizen. Gelet op recidivegevaar in verband mogelijke terugval middelengebruik forse voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. GEV 300 dgn ma wv 297 dgn vw prft 3 jrn met bijz vw en TS 240 urn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-190868-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.K. Glerum, mr. G. Oldekamp, mr. C.S. Groefsema</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30181"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AA Marokko. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser bij terugkeer naar Marokko geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De rechtbank is van oordeel dat de minister de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27322 en NL26.27323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.E. van Bruggen</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10144"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Duits executie-EAB. Genoegzaamheidsverweer verworpen. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW niet van toepassing. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-157622-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, mr. L. Sanders, mr. M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30091</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30091</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30091"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Ethiopië. Beroep gegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de geloofwaardig bevonden asielmotieven geen vervolging opleveren in de zin van het Vluchtelingenverdrag dan wel een reëel risico opleveren op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM[1] en artikel 15 van de Kwalificatierichtlijn</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.22528</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.E. van Bruggen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29744"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo; BOPA; vergroten en veranderen van woning door het plaatsen van een dubbellaagse uitbouw; Bkl; evenwichtige toedeling van functies aan locaties; woon- en leefomgeving; stedenbouwkundige uitstraling; precedentwerking; verzoek afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5586</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. de Winter</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5189</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5189</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5189"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 1500,- ineens, gelast om voor 1 mei 2022 de zonder omgevingsvergunning op het perceel [locatie A] in Helmond gerealiseerde erfafscheiding (inclusief begeleidende palen) te verlagen tot een hoogte van 1 meter, dan wel deze te verwijderen. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie A] in Helmond. Bij een controle door een toezichthouder van de gemeente is geconstateerd dat bij de woning op het hoekperceel zonder omgevingsvergunning een erfafscheiding van 2 m hoog is geplaatst. De erfafscheiding staat op de grens met het openbaar gebied en loopt van voor de woning, langs de zijkant tot aan de achterzijde van de woning. De rechtbank heeft [appellant] niet gevolgd in het betoog dat de erfafscheiding, voor zover gelegen achter de voorgevelrooilijn, zonder omgevingsvergunning kon worden gebouwd, gelet op artikel 2, aanhef en onder 12, van Bijlage II van het Bor. Zij is dan ook van oordeel dat voor de erfafscheiding als geheel een omgevingsvergunningplicht bestaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404589/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6540"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank met aanvulling van gronden. Verdachte wordt veroordeeld voor culpoze wederechtelijke vrijheidsberoving. Het slachtoffer is door medeverdachte naar zijn woning gelokt en daar mishandeld en opzettelijk en wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd. Verdachte was in de woning aanwezig en heeft gehoord dat het slachtoffer door medeverdachte werd geslagen en heeft hem om hulp horen roepen. Ook is zij in de woning aanwezig geweest toen medeverdachte met een spijkerpistool op het slachtoffer schoot en dat spijkerpistool maakte veel lawaai. Verdachte wist dat het slachtoffer van zijn vrijheid werd beroofd en heeft aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld door na te laten hulp in te schakelen. Het verweer dat verdachte in bevroren toestand verkeerde en hierdoor niet anders had kunnen handelen, wordt verworpen. Uit het dossier blijkt dat verdachte wel degelijk tot een bepaald handelen in staat was en zij had ook voldoende tijd om hulp in te schakelen. Het hof houdt rekening met het belangenconflict waarvoor verdachte zich gesteld zag. Ook houdt het hof rekening met de omstandigheid dat zij, door de handelwijze van haar partner en de grote media-aandacht voor deze zaak, grote nadelige gevolgen heeft ondervonden in haar werk en haar privéleven. Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur met een proeftijd van 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-004534-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30176</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30176</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30176"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Kennisgeving artikel 6, derde lid, van de Vw. De rechtbank is van oordeel dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. In het proces-verbaal van gehoor is opgenomen dat om 9:50 uur, meteen bij aanvang van het gehoor, aan eiser wordt medegedeeld dat aan hem een vrijheidsontnemende maatregel wordt opgelegd en dat eiser gedurende de behandeling van zijn aanvraag wordt ingesloten in een vreemdelingendetentiecentrum. De beslissing tot oplegging van de maatregel is dus genomen, terwijl het gehoor waarin eiser zijn persoonlijke omstandigheden en bezwaren tegen de grensdetentie naar voren kan brengen, nog moest plaatsvinden. Niet is gebleken dat eiser voorafgaand aan deze mededeling al gehoord was over zijn persoonlijke omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de beoordeling of de grensdetentie voor hem onevenredig bezwarend is. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58359</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5186"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij afzonderlijke besluiten van 13 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast om voor 1 oktober 2020 de zonder omgevingsvergunning op de percelen [locatie A] en [locatie B] in Helmond gerealiseerde erfafscheidingen te verwijderen, te verlagen tot 1 m, of te verplaatsen tot achter de voorgevelrooilijn. [appellanten] zijn eigenaren van respectievelijk de percelen [locatie A] en [locatie B] in Helmond. In september 2019 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat aan de voorzijde van deze percelen zonder omgevingsvergunning erfafscheidingen zijn geplaatst. Het college heeft hen in verband daarmee bij brieven van 15 januari 2020 een voornemen tot handhaving toegestuurd. Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van een overtreding en het college bevoegd was om handhavend op te treden. [appellanten] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het door het college gevoerde handhavingsbeleid zoals neergelegd in de "Beleidsregel handhaving particuliere bouwwerken Helmond 2013" in algemene zin onevenredig is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202305140/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6541</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6541</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6541"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt – na wijziging van de tenlastelegging – veroordeeld voor mishandeling, poging tot afpersing en opzettelijk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven en beroofd houden. Verdachte heeft het slachtoffer met een list naar zijn woning gelokt en heeft hem hier vervolgens opzettelijk van zijn vrijheid beroofd. Terwijl het slachtoffer in zijn woning was, heeft verdachte hem mishandeld en beschoten met een spijkerpistool. Verdachte heeft met dit geweld geprobeerd om het slachtoffer te dwingen tot betaling van een aanzienlijk geldbedrag. Het verweer dat de geweldshandelingen niet gericht waren op het verkrijgen van geld wordt verworpen. Vrijspraak van poging doodslag omdat het opzet op de dood niet kan worden bewezen. Vrijspraak van zware mishandeling omdat het letsel van het slachtoffer niet aan de eisen voldoet die de Hoge Raad stelt aan de kwalificatie van zwaar lichamelijk letsel. Ook vrijspraak van poging tot zware mishandeling bij gebrek aan bewijs dat het tenlastegelegde handelen voornoemd zwaar letsel zou kunnen veroorzaken. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat het bewezenverklaarde verdachte ten volle is toe te rekenen. Het hof zal in het kader van de strafoplegging rekening houden met de persoons- en middelenproblematiek van verdachte. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met bijzondere voorwaarden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-004659-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30177"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Kennisgeving artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Eiser verbleef bij oplegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring langer dan zes maanden in bewaring. Hoewel op 25 september 2026 een verzwaarde belangenafweging is gemaakt, zo volgt uit de M120, ontbreekt de verzwaarde belangenafweging in de maatregel zelf. Niet is gebleken dat de verzwaarde belangenafweging is betrokken bij het opleggen van de maatregel. Gelet op het voorgaande is sprake van een motiveringsgebrek. Dit motiveringsgebrek kan niet achteraf worden hersteld en maakt de maatregel van vreemdelingenbewaring dan ook onrechtmatig. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58911</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5185"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 november 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan [appellante] een tegemoetkoming in faunaschade van € 12.815,39 toegekend. [appellante] exploiteert een melkveehouderij in Wijdewormer. Op 4 juli 2021 heeft zij een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wnb, ingediend voor de schade die voornamelijk door grauwe ganzen aan haar percelen grasland is toegebracht. De tegemoetkoming is aangevraagd voor de periode van 1 maart 2021 tot en met 1 september 2021. Het college heeft aan [appellante] een tegemoetkoming in faunaschade toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 15.815,52 en heeft hierbij een eigen risico van 20% ingehouden. Dit percentage is ontleend aan artikel 5, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 6a, van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (de Beleidsregel), zoals die sinds 1 mei 2021 luidde. Vóór deze datum werd een eigen risico van 5% gehanteerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500113/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:12096</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12096"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">GS heeft in deze zaken besloten om op basis van nieuwe beleidsregels niet langer 95%, maar slechts 80% van de vraatschade veroorzaakt door ganzen te vergoeden. Verweerder is bevoegd om de afhandeling van vraatschade te standaardiseren, maar de gekozen standaard dient dan wel passend te zijn. Daarvoor dient deze standaardisering te zijn gebaseerd op inzicht in de schadelast van de individuele grondeigenaar. Dat inzicht ontbreekt in dit geval geheel. De standaardisering is daarom onvoldoende gemotiveerd en niet passend. Verweerder heeft de tegemoetkoming in de schade daarom niet onder verwijzing naar zijn beleidsregels kunnen vaststellen op 80% van de getaxeerde schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.A.C. Everaerts</contributor><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5185</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9764"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5183"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân de aanvraag van de maatschap om een omgevingsvergunning voor onder meer het verplaatsen van 15 stuks jongvee buiten behandeling gesteld. De maatschap heeft een veehouderij op het adres [locatie A] in Augsbuurt. Zij heeft een aanvraag ingediend om de inrichting milieuneutraal te wijzigen. De wijzigingen zijn het verplaatsen van 15 stuks jongvee, het bouwen van een wagenberging, het ombouwen van het jongveegedeelte naar melkvee in de melkveestal en het verplaatsen van de dieseltank, de vaste mestopslag en de kunstmestsilo. In de toelichting bij de aanvraag heeft ze geschreven dat een m.e.r.-beoordelingsbesluit niet nodig is. Dit is een besluit waarin wordt beoordeeld of vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteiten voor het milieu kunnen hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Er is namelijk, zo wordt aangegeven in de toelichting, geen sprake van het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een installatie. De veehouderij moet volgens de maatschap als één installatie worden gezien en binnen de veehouderij wijzigt het aantal stuks jongvee niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404703/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2850"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Huurachterstand. Ontbinding en ontruiming. Structureel betalingsgedrag. Huurachterstand die is opgelopen tot zeven maanden rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.873/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1348</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1348</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1348"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1998 TBSH</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5182"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een aanbouw op het perceel [locatie A] in Groningen. De omgevingsvergunning is ter legalisatie van de al gerealiseerde aanbouw verleend voor de activiteiten bouwen en gebruiken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. [appellante] woont op het naastgelegen adres aan de [locatie B] en is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning, omdat volgens haar de afwijkingen van het bestemmingsplan onvoldoende zijn gemotiveerd en haar woon- en leefklimaat door de aanbouw onevenredig wordt aangetast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404202/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6551</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6551</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6551"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt een 67-jarige man voor het plegen van schennis op de openbare weg. Het hof oordeelt in het arrest dat de verklaringen van de getuige, die melding heeft gemaakt van het feit, betrouwbaar zijn en de kern vormen van het bewijs. Het hof gebruikt delen van de verklaring van de verdachte en een door de getuige gemaakte geluidsopname als steunbewijs.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001388-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12091</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12091</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12091"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">GS heeft in deze zaken besloten om op basis van nieuwe beleidsregels niet langer 95%, maar slechts 80% van de vraatschade veroorzaakt door ganzen te vergoeden. Verweerder is bevoegd om de afhandeling van vraatschade te standaardiseren, maar de gekozen standaard dient dan wel passend te zijn. Daarvoor dient deze standaardisering te zijn gebaseerd op inzicht in de schadelast van de individuele grondeigenaar. Dat inzicht ontbreekt in dit geval geheel. De standaardisering is daarom onvoldoende gemotiveerd en niet passend. Verweerder heeft de tegemoetkoming in de schade daarom niet onder verwijzing naar zijn beleidsregels kunnen vaststellen op 80% van de getaxeerde schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/5693</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.A.C. Everaerts</contributor><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5181</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5181"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 december 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan [wederpartij] een tegemoetkoming in faunaschade van € 4.114,19 toegekend. [wederpartij] heeft een veehouderij in Zuidoostbeemster. Op 18 juni 2021 heeft zij een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wnb, ingediend voor de schade die grauwe ganzen en brandganzen aan haar percelen grasland hebben toegebracht. De tegemoetkoming is aangevraagd voor de periode van 1 maart 2021 tot en met 1 september 2021. Het college heeft aan [wederpartij] een tegemoetkoming van € 4.114,19 toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 5.142,72, en heeft hier een eigen risico van 20% op ingehouden. Dit percentage is ontleend aan artikel 5, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 6a, van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (de Beleidsregel), zoals die sinds 1 mei 2021 luidde. Vóór deze datum werd een eigen risico van 5% gehanteerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500133/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:12091</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22659</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22659</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22659"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie artikel 6, derde lid, van de Vw 2000, grensdetentie kan samengaan met de screening op grond van de Screeningsverordening, motivering van de maatregel, lichter middel, geschiktheid locatie internationale lounge Schiphol, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41587 NL26.41527 en NL26.41523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9767"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/1215</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5180"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij afzonderlijke besluiten van 9 december 2021 heeft het college aan [wederpartij] tegemoetkomingen in faunaschade van respectievelijk € 14.400,00, € 2.000,00 en € 64.000,00 toegekend. [wederpartij] exploiteert een vollegrondsgroentebedrijf in Heerhugowaard. Op 6 juli 2021, 22 juli 2021 en 22 september 2021 heeft zij aanvragen om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wnb, ingediend voor de schade die grauwe ganzen aan haar percelen sla en spitskool hebben toegebracht. De tegemoetkomingen zijn aangevraagd voor de periode van 1 maart 2021 tot en met 1 september 2021. Het college heeft aan [wederpartij] tegemoetkomingen in faunaschade toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van schadebedragen van € 18.000,00, € 2.500,00 en € 80.000,00 en heeft op elk van deze bedragen een eigen risico van 20% ingehouden. Dit percentage is ontleend aan artikel 5, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 6a van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (de Beleidsregel), zoals die sinds 1 mei 2021 luidde. Vóór deze datum werd een eigen risico van 5% gehanteerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500120/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:12089</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12089"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">GS heeft in deze zaken besloten om op basis van nieuwe beleidsregels niet langer 95%, maar slechts 80% van de vraatschade veroorzaakt door ganzen te vergoeden. Verweerder is bevoegd om de afhandeling van vraatschade te standaardiseren, maar de gekozen standaard dient dan wel passend te zijn. Daarvoor dient deze standaardisering te zijn gebaseerd op inzicht in de schadelast van de individuele grondeigenaar. Dat inzicht ontbreekt in dit geval geheel. De standaardisering is daarom onvoldoende gemotiveerd en niet passend. Verweerder heeft de tegemoetkoming in de schade daarom niet onder verwijzing naar zijn beleidsregels kunnen vaststellen op 80% van de getaxeerde schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/5937, 22/5962, 22/5963</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.A.C. Everaerts</contributor><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5180</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5179"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 9 december 2021, 22 december 2021 en 13 januari 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan [wederpartij] tegemoetkomingen in faunaschade van respectievelijk € 22.800,00, € 5.100,00 en € 60.000,00 toegekend. [wederpartij] exploiteert een vollegrondsgroentebedrijf in Warmenhuizen. Op 7 juli 2021, 2 augustus 2021 en 11 oktober 2021 heeft zij aanvragen om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wnb, ingediend voor de schade die grauwe ganzen aan haar percelen spitskool en sla hebben toegebracht. De tegemoetkomingen zijn aangevraagd voor de periode van 1 maart 2021 tot en met 1 september 2021. Het college heeft aan [wederpartij] tegemoetkomingen in faunaschade toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van schadebedragen van € 28.500,00, € 6.375,00 en € 75.000,00 en heeft op elk van deze bedragen een eigen risico van 20% ingehouden. Dit percentage is ontleend aan artikel 5, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 6a, van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (de Beleidsregel), zoals die sinds 1 mei 2021 luidde. Vóór deze datum werd een eigen risico van 5% gehanteerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500117/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:12088</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12088</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12088</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12088"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">GS heeft in deze zaken besloten om op basis van nieuwe beleidsregels niet langer 95%, maar slechts 80% van de vraatschade veroorzaakt door ganzen te vergoeden. Verweerder is bevoegd om de afhandeling van vraatschade te standaardiseren, maar de gekozen standaard dient dan wel passend te zijn. Daarvoor dient deze standaardisering te zijn gebaseerd op inzicht in de schadelast van de individuele grondeigenaar. Dat inzicht ontbreekt in dit geval geheel. De standaardisering is daarom onvoldoende gemotiveerd en niet passend. Verweerder heeft de tegemoetkoming in de schade daarom niet onder verwijzing naar zijn beleidsregels kunnen vaststellen op 80% van de getaxeerde schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5961, 23/803, 23/812</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.A.C. Everaerts</contributor><issued>2025-07-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5179</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9763</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9763</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9763"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29746"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroepen tegen het besluit om een voetbalkooi te verwijderen en een kunstgras trapveldje vooralsnog te behouden; last onder bestuursdwang; één beroep niet-ontvankelijk, omdat deze eisers niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, nu zij niet worden geraakt in een aan een zakelijk recht of fundamenteel recht ontleend zelfstandig belang; andere beroep ongegrond omdat geen grondslag bestond om handhavend op te treden tegen het trapveldje; evenwichtige toedeling van functies aan locaties; artikelen 3.29 en 3.30 van de Vfl; artikel 2:47, eerste lid, onder d, van de APV</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/3015 en 25/3022</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5178"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 november 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan de maatschap een tegemoetkoming in faunaschade van € 44.623,81 toegekend. De maatschap exploiteert een melkveebedrijf in Den Ilp. Op 28 juni 2022 heeft zij een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wnb, ingediend voor de schade die (voornamelijk) grauwe ganzen aan haar percelen grasland hebben toegebracht. De tegemoetkoming is aangevraagd voor de periode van 1 maart 2022 tot en met 1 september 2022. Het college heeft aan de maatschap een tegemoetkoming in faunaschade toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 56.918,12 en heeft hierop een eigen risico van 20% ingehouden. Dit percentage is ontleend aan artikel 5, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 6a, van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (de Beleidsregel), zoals die sinds 1 mei 2021 luidde. Vóór deze datum werd een eigen risico van 5% gehanteerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500125/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:12092</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12092</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12092</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12092"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">GS heeft in deze zaken besloten om op basis van nieuwe beleidsregels niet langer 95%, maar slechts 80% van de vraatschade veroorzaakt door ganzen te vergoeden. Verweerder is bevoegd om de afhandeling van vraatschade te standaardiseren, maar de gekozen standaard dient dan wel passend te zijn. Daarvoor dient deze standaardisering te zijn gebaseerd op inzicht in de schadelast van de individuele grondeigenaar. Dat inzicht ontbreekt in dit geval geheel. De standaardisering is daarom onvoldoende gemotiveerd en niet passend. Verweerder heeft de tegemoetkoming in de schade daarom niet onder verwijzing naar zijn beleidsregels kunnen vaststellen op 80% van de getaxeerde schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Haa 23/7328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.A.C. Everaerts</contributor><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5178</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12090"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">GS heeft in deze zaken besloten om op basis van nieuwe beleidsregels niet langer 95%, maar slechts 80% van de vraatschade veroorzaakt door ganzen te vergoeden. Verweerder is bevoegd om de afhandeling van vraatschade te standaardiseren, maar de gekozen standaard dient dan wel passend te zijn. Daarvoor dient deze standaardisering te zijn gebaseerd op inzicht in de schadelast van de individuele grondeigenaar. Dat inzicht ontbreekt in dit geval geheel. De standaardisering is daarom onvoldoende gemotiveerd en niet passend. Verweerder heeft de tegemoetkoming in de schade daarom niet onder verwijzing naar zijn beleidsregels kunnen vaststellen op 80% van de getaxeerde schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/5936</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.A.C. Everaerts</contributor><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5177</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5177"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 december 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan [wederpartij] een tegemoetkoming in faunaschade van € 31.894,64 toegekend. [wederpartij] exploiteert een melkveebedrijf in Den Ilp. Op 21 juni 2021 heeft zij een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb), ingediend voor de schade die grauwe ganzen en brandganzen aan haar percelen grasland hebben toegebracht. De tegemoetkoming is aangevraagd voor de periode van 1 maart 2021 tot en met 1 september 2021. Het college heeft aan [wederpartij] een tegemoetkoming in faunaschade toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 40.173,84 en heeft hierop een eigen risico van 20% ingehouden. Dit percentage is ontleend aan artikel 5, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 6a van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (de Beleidsregel), zoals die sinds 1 mei 2021 luidde. Vóór deze datum werd een eigen risico van 5% gehanteerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500122/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:12090</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22650"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring, duur ophouding, rechtmatigheid inreisverbod, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41419</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1334</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1334</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1334"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/324 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:8786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:8786"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging van de beslissing van de rechtbank. Het hof is van oordeel dat het gevaar voor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen tot een zodanig aanvaardbaar niveau is teruggebracht dat beëindiging van de verpleging van overheidswege onder de in de beslissing genoemde voorwaarden kan plaatsvinden. Gelet op de omstandigheid dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd zal worden, ziet het hof aanleiding om de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van twee jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: P26-113</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2826"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch spreekt de verdachte vrij van het in een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringen, nu de reden voor het locatieverbod te summier is gemotiveerd en het hof het aannemelijk acht dat wegens het ontbreken van een dergelijke motivering het locatieverbod onrechtmatig is opgelegd. Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van ‘belaging’ en ‘opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering’ tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van het voorarrest. Ten aanzien van de belaging gelast het hof de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van de verdachte voor de duur van maximaal vier jaren en legt het hof aan de verdachte de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking op. Ten slotte heeft het hof beslist op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001118-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Riemens, mr. A.J.M. van Gink, mr. J. Platschorre</contributor><issued>2026-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:2117</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30271"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">: Verweerder heeft de aanvraag van verzoekster om een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen, omdat verweerder twijfelt aan de Nederlandse nationaliteit van het minderjarige kind van verzoekster. Volgens verweerder is sprake geweest van een schijnerkenning. Verzoekster is het hier niet mee eens en verzoekt daarom om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Ondanks de terugmelding aan het college zal verweerder zich ook een eigen oordeel moeten vormen. Dit houdt ook in dat verweerder verzoekster in de gelegenheid zal moeten stellen om te reageren op het standpunt dat sprake is van een schijnerkenning. Het had dan ook op de weg van verweerder gelegen om verzoekster hierover te horen. De stelling van verweerder dat de Chavez-procedure hiervoor geen ruimte biedt, verwerpt de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter volgt verweerder dan ook niet in de stelling dat verzoekster het standpunt van verweerder over de schijnerkenning slechts kan betwisten in een procedure tot vaststelling van het Nederlanderschap (artikel 17 van de RWN). Dit standpunt impliceert namelijk dat verzoekster zich, in tegenstelling tot verweerder, wel eerst tot de civiele rechter zou moeten wenden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.15764</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10065"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak. Spaans vervolgings-EAB. De rechtbank heropent het onderzoek om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een terugkeergarantie op te vragen. Verweer ten aanzien van de detentieomstandigheden verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-217397-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P.M. Fruytier, mr. E. de Rooij, mr. L. Sanders</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10064"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Hongarije. Tussenuitspraak. Er is sprake van de situatie als bedoeld in artikel 12, onder b, OLW. Artikel 6a OLW: voldaan aan de eerste voorwaarde voor gelijkstelling met een Nederlander. De rechtbank heropent en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd om informatie bij de IND, het certificaat en het veroordelende vonnis op te vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-099141-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P.M. Fruytier, mr. E. de Rooij, mr. L. Sanders</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25385"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">amb-verordening; België; Frankrijk; persoonlijk onderhoud; terugname; overgangsrecht niet van belang; juiste vaststelling verantwoordelijkheid; artikel 4 EU Handvest; artikel 35 amb-verordening; beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.40958</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9938"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verstek, greenwheels, online abonnement 'soms' aangegaan. Zoveel schendingen van informatieplichten dat sanctiemodel niet goed toepasbaar is en gehele vordering wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11691053 / CV 25-6940</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:12878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:12878"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid van bezwaren tegen verleende opsporingsvergunningen voor aardwarmte. Eiseres is een drinkwaterbedrijf. Zij heeft onweersproken gesteld dat de gebieden waar de opsporingsvergunningen betrekking op hebben (deels) overlap vertonen met gebieden waar eiseres drinkwater wint en/of gebieden waar eiseres zoekt naar drinkwater voor de toekomst. Gelet op de statutaire doelstellingen van eiseres en de door haar verrichte feitelijke werkzaamheden is de rechtbank van oordeel dat het belang van eiseres rechtstreeks is betrokken bij de besluiten tot verlening van de opsporingsvergunningen. Eiseres is daarom belanghebbende bij die besluiten. Door een rechtspersoon behartigde belangen kunnen rechtstreeks zijn betrokken bij een besluit dat geen fysieke ingrepen mogelijk maakt of waarvan (nog) geen feitelijke gevolgen zijn aan te wijzen. Beroepen gegrond. Verweerder moet alsnog inhoudelijk op de bezwaren beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4522, 22_4523, 22_4524 en 22_4525</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V. van Dorst, R.H. Smits, S.H. van den Ende</contributor><issued>2024-08-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5167</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:12884</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12884</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:12884"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid van bezwaren tegen verleende opsporingsvergunningen voor aardwarmte. Aan een bestuursorgaan toevertrouwde belangen. Eiser heeft onweersproken gesteld dat de gebieden waar de opsporingsvergunningen betrekking op hebben (deels) zijn gelegen binnen een milieubeschermingsgebied voor grondwater, zoals vastgelegd in de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het aan eiser toevertrouwde drinkwaterbelang rechtstreeks is betrokken bij de besluiten tot verlening van de opsporingsvergunningen. Eiser is daarom belanghebbende bij die besluiten. Aan een bestuursorgaan toevertrouwde belangen kunnen rechtstreeks zijn betrokken bij een besluit dat geen fysieke ingrepen mogelijk maakt of waarvan (nog) geen feitelijke gevolgen zijn aan te wijzen. Beroepen gegrond. Verweerder moet alsnog inhoudelijk op de bezwaren beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_4504, 22_4507, 22_4508 en 23_4509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V. van Dorst, R.H. Smits, S.H. van den Ende</contributor><issued>2024-08-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5167</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5167</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5167</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5167"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 augustus 2021 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (nu: de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, beiden: de staatssecretaris) een opsporingsvergunning aardwarmte verleend aan Shell Geothermal B.V. (nu: OMV GeoTherm NL B.V. (OMV)) en aan D4 B.V. (D4) voor het gebied Rijnland. Bij besluiten van 8 juni 2022 heeft de staatssecretaris de bezwaren van Zuid-Holland en Dunea niet-ontvankelijk verklaard, omdat er geen feitelijke gevolgen zouden zijn voor hun belangen of voor de aan hen toevertrouwde belangen. Volgens de staatssecretaris zijn zij daarom geen belanghebbenden. De rechtbank heeft geoordeeld dat Zuid-Holland en Dunea wel belanghebbenden zijn. Zij heeft hun beroepen daarom gegrond verklaard, de besluiten van 8 juni 2022 vernietigd en de staatssecretaris de opdracht gegeven om binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren. De staatssecretaris, Wayland en Yeager zijn van mening dat Zuid-Holland en Dunea geen belanghebbenden zijn en hebben daarom hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405625/1/R4 en 202405628/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:12878</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:12884</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:2990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:2990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:2990"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ongeldigverklaring rijbewijs. Beroep ongegrond. Rapport van psychiater is specialistisch rapport, ondanks dat een deel van het onderzoek is uitgevoerd door een psychodiagnostisch medewerker. Telefonische anamnese is niet onzorgvuldig. Diagnose alcoholmisbruik in ruime zin. Psychiater mocht anamnestische gegevens gebruiken als basis voor zijn diagnose, omdat verklaring van eiser betrouwbaar is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3537</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.B. Plomp</contributor><issued>2025-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5168</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5168"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] met ingang van 30 oktober 2023 ongeldig verklaard. De politie heeft op 13 maart 2023 aan het CBR meegedeeld dat een vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of lichamelijke en/of geestelijke gesteldheid om motorrijtuigen te besturen. Daarbij is onder meer vermeld dat [appellant] artikel 8, tweede lid en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 (de Wvw) heeft overtreden, omdat op 12 maart 2023 bij hem een ademalcoholgehalte is geconstateerd van 630 µg/l. Verder is in het proces-verbaal vermeld dat sprake is van herhaald plegen binnen vijf jaar, nu op 21 en 22 november 2022 bij hem ademalcoholgehaltes zijn geconstateerd van respectievelijk 690 µg/l en 605 µg/l. Het CBR heeft naar aanleiding hiervan bij besluit van 23 maart 2023 bepaald dat [appellant] een onderzoek moet laten doen naar zijn alcoholgebruik en heeft de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503397/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:2990</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22664"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">MOB; niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.40766</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5169"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk aan [appellant] en anderen medegedeeld dat een door hen ingediende ingebrekestelling ten aanzien van het niet tijdig beslissen op hun handhavingsverzoek prematuur is en daarom niet in behandeling zal worden genomen. Bij besluit van 10 december 2020 heeft het college het verzoek om handhaving van [appellant] en anderen met betrekking tot de aanleg van een verharding en een aarden wal met een kunststofbuis op het perceel aan de [locatie A] in Beverwijk afgewezen. Op het perceel aan de [locatie A] werd voorheen een agrarisch bedrijf geëxploiteerd. [partij A] en [partij B] zijn eigenaar van dit perceel. [appellant] en anderen wonen aan de Creutzberglaan in Beverwijk aan de oostzijde van het perceel. [partij A] en [partij B] hebben ter hoogte van de percelen van [appellant] en anderen een verharding, een aarden wal en een kunststof buis aangelegd en bomen en coniferen aangeplant. [appellant] en anderen zijn het daar niet mee eens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307677/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5170"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 september 2022 heeft de Dienst Toeslagen de hoogte van de aanvullende werkelijke schadevergoeding van [appellant] vastgesteld op € 4.223,00. [appellant] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Op 31 januari 2020 heeft zij een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2012 en 2013 is sprake geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft daarom bij besluit van 12 oktober 2021 het definitieve compensatiebedrag op € 27.181,00 vastgesteld, waarvan € 6.000,00 is toegekend voor geleden immateriële schade. Volgens [appellant] is de werkelijke schade die zij heeft geleden hoger dan het definitieve compensatiebedrag. Zij heeft daarom een verzoek ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) om aanvullende compensatie voor de werkelijk geleden schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502744/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:4726</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:4726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:4726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:4726"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Aanvullende compensatie via de Commissie Werkelijke Schade. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen het bedrag van de aanvullende compensatie juist vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/2656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra, mr. R.J.P. Ferwerda , mr. C.A. Hage</contributor><issued>2025-04-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5170</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5171"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 juli 2021 heeft het college an burgemeester en wethouders van Oude IJsselstreek het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen plaatsing van een buitenunit van een airco-installatie (de airco-unit) aan de gevel van de woning aan de [locatie] in Ulft, afgewezen. [appellant] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de airco-unit op de zijmuur van de woning van zijn buren [persoon A] en [persoon B]. Volgens [appellant] veroorzaakt de airco-unit geluidoverlast. Het college heeft het verzoek om handhaving afgewezen bij het besluit van 15 juli 2021. Bij besluit van 13 januari 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. In haar uitspraak van 28 juni 2023 in zaak nr. 22/1100 heeft de rechtbank (kort gezegd) geoordeeld dat het college ten onrechte geen geluidmeting heeft gedaan. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit neemt met inachtneming van haar uitspraak. Naar aanleiding van deze uitspraak heeft het college geluidmetingen laten uitvoeren. De conclusie daarvan is dat de airco-unit in de maximale bedrijfsstand in de nachtperiode een te hoog geluidsniveau op de gevel van de woning van [appellant] veroorzaakt, namelijk 42 dB(A), inclusief een correctie voor de gevelreflectie en een toeslag voor tonaal geluid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502716/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:2506</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:2506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:2506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:2506"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Naar aanleiding van een handhavingsverzoek in verband met de geluidsoverlast van een airco-unit, heeft het college na een herziene beslissing op bezwaar, een last onder dwangsom opgelegd die ziet op het gebruik van de airco tussen 23.00 – 07.00 uur. Het betoog van eiser dat de last te beperkt is opgelegd, houdt geen stand. Het college heeft voor de geluidsnormering kunnen aansluiten bij het Activiteitenbesluit. Daarnaast heeft eiser onvoldoende aangedragen om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies naar aanleiding van het geluidsonderzoek, de deskundigheid van de opstellers van de rapportages van de geluidsonderzoeken en de uitkomsten van de geluidsmetingen. Uit de geluidsmetingen blijkt dat alleen gedurende de nachtelijke uren de geluidsnormen overtreden kunnen worden, zodat het college de last terecht tot die periode heeft beperkt. De rechtbank gaat niet in op de vraag of de later aangebrachte omkasting van de airco-unit een overtreding oplevert, omdat de reikwijdte van een handhavingsverzoek na het primaire besluit niet meer kan worden uitgebreid. Het verzoek om schadevergoeding door overschrijding van de redelijke termijn (artikel 6, eerste lid van het EVRM), wijst de rechtbank toe. Daarbij wordt de schadevergoeding naar evenredigheid uitgesproken ten laste van zowel het college als de Staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN23/6216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-04-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5171</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29778"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710287 / JE RK 26-1383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5172"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 februari 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een bedrijfswoning op het adres [locatie] in Beltrum afgewezen. [appellant] wil een nieuwe bedrijfswoning bouwen. Op het perceel waarop [appellant] de bedrijfswoning wil bouwen geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Berkelland 2020". In artikel 3.2.3, onder b, van de planregels is bepaald dat een bedrijfswoning niet groter mag zijn dan 1000 m3. Het college heeft de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een bedrijfswoning afgewezen, mede omdat de bedrijfswoning groter is dan 1000 m3. Het college wil niet afwijken van deze planregel. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag mocht afwijzen, omdat de woning groter is dan 1000 m3. [appellant] heeft betoogd dat de zolder niet moet worden meegerekend bij het berekenen van de inhoud, omdat deze niet voor bewoning is bestemd, maar in de planregels wordt voor de wijze van meten van de inhoud geen onderscheid tussen de verschillende functies van ruimten gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501396/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:507</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:507"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omdat vaststaat dat het college de vergunning vanwege strijd met het bestemmingsplan mocht weigeren, staat daarmee tevens vast dat het college ook de vergunning voor het bouwen mocht weigeren. Het betoog over de redelijke eisen van welstand hoeft daarom niet meer te worden besproken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23_2022</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2025-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5172</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24332"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel, AMB-verordening, Frankrijk, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 43(1) AMBV, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38827</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5173"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 30 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht het door de Stichting de Faunabescherming, Stichting Fauna4Life en Stichting Animal Rights daartegen gemaakte bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard. Bij besluit van 13 augustus 2020 heeft het college aan de Stichting Faunabeheereenheid Utrecht op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) een ontheffing verleend voor het doden van vossen in de provincie Utrecht. Deze zaak gaat over een ontheffing die het college op 13 augustus 2020 heeft verleend aan de Faunabeheereenheid Utrecht voor het doden van vossen in weidevogelgebieden en bij biologische kippenbedrijven binnen de provincie Utrecht. De Stichtingen zijn het om verschillende redenen niet eens met de ontheffing. De rechtbank heeft overwogen dat de landelijke vrijstelling van artikel 3.1 van de Regeling natuurbescherming (Rnb) onverbindend is, omdat de Wnb aan de minister geen bevoegdheid geeft om een vrijstelling in een ministeriële regeling op te nemen, zoals wel is gebeurd. Volgens de rechtbank is het gevolg daarvan dat de algemene vrijstelling van het verbod om de vos te doden, niet geldt en dat de ontheffing in volle omvang moet worden getoetst aan alle wettelijke vereisten. De rechtbank heeft op basis van de aanvullende motivering die het college heeft gegeven in het verweerschrift beoordeeld of aan de wettelijke vereisten is voldaan. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat het doden van vossen noodzakelijk is ter bescherming van weidevogelgebieden en pluimvee en dat geen andere bevredigende oplossingen bestaan. De rechtbank heeft het college daarom opgedragen om nieuwe besluiten te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202202020/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:552</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2022:552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2022:552"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet natuurbescherming, ontheffing voor nachtelijk afschot van vossen. De rechtbank verklaart de Regeling natuurbescherming onverbindend, voor zover daarin een algemene vrijstelling voor het doden van vossen is opgenomen. Een bepaling in een ministeriële regeling moet uitdrukkelijk berusten op een wet of een algemene maatregel van bestuur en die ontbreekt. Verder is ontoereikend gemotiveerd dat ontheffingverlening nodig is om schade aan Freilandbedrijven en weidevogels te voorkomen. Vernietiging van de beslissing op bezwaar en schorsing van de ontheffing in afwachting van een nieuw besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 21/1854 en UTR 21/2143</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Linde, K. de Meulder, A. Rademaker</contributor><issued>2022-02-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5173</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5175"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 maart 2023 heeft het college het verzoek om handhaving van [appellante] afgewezen. [apppellante] woont aan de [locatie] in Deurningen. Op het perceel achter haar woning is de horecagelegenheid Pelle’s Eten &amp;amp; Drinken (Pelle’s) gevestigd. Pelle’s organiseert jaarlijks een Weizenmiddag. Bij besluit van 27 februari 2023 heeft de burgemeester Pelle’s een vergunning verleend voor het organiseren van het evenement ‘Weizenmidddag 2023’ (het evenement) op 7 mei 2023. Aan de evenementenvergunning heeft de burgemeester voorschriften verbonden, waaronder voorschriften voor het toegestane geluid en het voorkomen van ernstige geluidsoverlast. [appellante] heeft het college op 6 maart 2023 verzocht om preventief handhavend op te treden tegen de te verwachten geluidshinder als gevolg van de activiteiten tijdens het evenement van 7 mei 2023. Dat verzoek heeft het college afgewezen en vervolgens heeft het college het bezwaar van [appellante] daartegen ongegrond verklaard. [appellante] is ook tegen de evenementenvergunning opgekomen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het handhavingsverzoek van [appellante] terecht heeft afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406591/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5174</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5174</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5174"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 februari 2023 heeft de burgemeester van Dinkelland aan Pelle’s Eten &amp;amp; Drinken (Pelle’s) een evenementenvergunning verleend en een ontheffing op grond van artikel 3 van de Zondagswet. Het college heeft bij datzelfde besluit op grond van artikel 4.6 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Dinkelland (APV) ontheffing aan Pelle’s verleend. [appellante] woont aan de [locatie] in Deurningen. Op het perceel achter haar woning is de horecagelegenheid Pelle’s Eten &amp;amp; Drinken gevestigd. Pelle’s organiseert jaarlijks een Weizenmiddag. Volgens de aanvraag van Pelle’s van 1 februari 2023 vindt de ‘Weizenmiddag 2023’ plaats op het terras van Pelle’s waarbij (weizen-)bieren worden getapt en achtergrondmuziek wordt gespeeld. Op dat terras wordt een tent en een bar geplaatst. De blaaskapel zal zesmaal gedurende tien à vijftien minuten spelen en het gaat daarbij om onversterkte muziek. Het evenement vindt plaats van 13.00 tot 21.30 uur, waarbij tot 21.00 uur achtergrondmuziek op het terras ten gehore wordt gebracht, en er worden maximaal 250 bezoekers verwacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406590/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:4783</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:4783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:4783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:4783"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen de door de burgemeester verleende vergunning voor het houden van het evenement ‘Weizenmiddag 2023’ bij derde. In tegenstelling tot wat eiseres betoogt, is de vergunning niet in strijd verleend met de SMB-richtlijn, het Verdrag van Aarhus, het Activiteitenbesluit of het bestemmingsplan. De beroepsgronden van eiseres dat de burgemeester een geluidsmeting had moeten uitvoeren bij het evenement en had moeten controleren bij het stallen van de fietsen tijdens het evenement, is een kwestie van handhaving op de verleende evenementenvergunning en vallen daarom buiten het bestek van de procedure. De rechtbank oordeelt tot slot dat er geen aanleiding is om te concluderen dat de bezwaarschriftencommissie niet onafhankelijk zou zijn of met vooringenomenheid heeft geadviseerd. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de burgemeester de evenementenvergunning voor het evenement ‘Weizenmiddag 2023’ had kunnen verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_23_1369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van Veelen</contributor><issued>2024-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5174</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5176</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5176</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5176"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 november 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan [wederpartij] een tegemoetkoming in faunaschade van € 8.985,47 toegekend. [wederpartij] exploiteert een melkveehouderij in Amstelveen. Op 27 mei 2021 heeft hij een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wnb, ingediend voor de schade die (voornamelijk) grauwe ganzen aan zijn percelen grasland hebben toegebracht. De tegemoetkoming is aangevraagd voor de periode van 1 maart 2021 tot en met 1 september 2021. Het college heeft aan [wederpartij] een tegemoetkoming in faunaschade toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 11.296,32 en heeft hierop een eigen risico van 20% ingehouden. Dit percentage is ontleend aan artikel 5, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 6a, van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (de Beleidsregel), zoals die sinds 1 mei 2021 luidde. Vóór deze datum werd een eigen risico van 5% gehanteerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500235/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7053</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7053</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7053"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontruiming woning schade geweldsincidenten sluiting burgemeester en buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12341858 \ LV EXPL 26-36</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.W. Nederveen</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25384"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel, Marokko, opvolgende aanvraag, niet-ontvankelijk, geen nieuwe elementen en/of bevindingen, beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38764</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2696"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld ter zake van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan (feiten 1 en 2) tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000722-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.F. Koolen, mr. J.C. Gillesse, prof. dr. mr. A.R. Hartmann</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29747"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben (in elk geval) een affectieve relatie gehad en met elkaar samengewoond. De man heeft de administratie van de eenmanszaak van de vrouw gedaan en partijen hebben een aantal jaren samen een maatschap gehad. In deze zaak staan centaal de vragen of de man de door hem aan de eenmanszaak van de vrouw verstrekte lening nog kan terugvorderen of dat zij deze reeds heeft voldaan en 2. welke vordering de eenmanszaak van de vrouw op de maatschap van partijen heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/671623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.J. Alt-van Endt</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9655</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9655</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9655"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2183</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29779</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29779</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29779"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710375 / JE RK 26-1394</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25383"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38628</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29750"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gerechtelijke vaststelling vaderschap.Gelasting DNA-onderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695160 / FA RK 25-8911</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.M. van der Vliet</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2874"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige voorziening; artikel 8:42 Awb</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/683 t/m 26/688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:16031</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29781</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29781</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29781"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710799 / JE RK 26-1440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9758"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Buiten zitting afgedaan. Verzoek toegewezen. Geen zwaarwegend belang om gevraagde informatie hangende bezwaarprocedure openbaar te maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/4206 WOO VV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6507"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Navordering. Nieuw feit? Vereiste aangifte. Redelijke schatting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1182 t/m 24/1185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:1283</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9750"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting / negatief ROW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/8131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:5407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:5407"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een reeks van 57 naheffingsaanslagen is opgelegd aan eiser, in een periode van 4 maanden. 42 aanslagen zijn uit coulance vernietigd. In het beroep tegen de overgebleven 15 zaken beroept eiser zich op de evenredigheid. Deze beroepsgrond is vervolgens op geen enkele wijze toegelicht of uitgebreid. Het beroep slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/10984 - ROT 24/11006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C. Laukens</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9975"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing van de raadkamer met betrekking tot schorsing van de voorlopige hechtenis ter executie van een onherroepelijke gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-120998-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25382"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening; mvv; nareis; spoedeisend belang; onomkeerbare gevolgen; afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13983</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13983</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13983"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geldlening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11889502 CV EXPL 25-20071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29784</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29784</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29784"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">RM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711137 / FA RK 26-8503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29776"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">IBS</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711295 / FA RK 26-8600</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:4945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:4945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:4945"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-05-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Vermindering (afschrijving). Proceskostenvergoeding bezwaar- en beroepsfase.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/00547 en 19/00672</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-06-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:1746</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9659</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9659</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9659"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/1567</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3034"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest. Schorsing van de voorlopige hechtenis ten behoeve van de tenuitvoerlegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf(fen). Belangenafweging. Aan het strafvorderlijk belang van het voorkomen van recidive kan in voldoende mate tegemoet worden gekomen. Geen wettelijke regeling die zich verzet tegen schorsing. Praktische bezwaren tegen wisseling van vrijheidsbenemende titel niet aannemelijk geworden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002895-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:11082</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25381"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel- en migratiebeheerverordening; Roemenië; interstatelijk vertrouwensbeginsel; beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38038</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9664"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/1773</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10006</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10006</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10006"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">mondeling vonnis. Verkoper heeft informatie over de fundering van een woning niet met koper gedeeld. Schending mededelingsplicht. Vordering van verkoper dat verkoopmakelaar hem vrijwaart en schadeloosstelt voor alles wat hij in de hoofdzaak moet betalen, wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/775780 / HA ZA 25-1499 en C/13/785946 HA ZA 26-327</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proceskostenveroordeling, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13982</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13982</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13982"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Experimentele regelrechterprocedure, geldvordering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12166918 RR FORM 26-53</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1322"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Geen spoedeisend belang. Aan verzoekster is een tijdelijke maatwerkvoorziening verstrekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1472 WMO15-VV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13827"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383069</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25380</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25380</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25380"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel (Verenigde Staten); vrees voor vervolging/ernstige schade vanwege transgenderidentiteit; bescherming door Amerikaanse autoriteiten; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.26939 en NL26.26940</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2266"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2016. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in 2016 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft haar activiteiten overgedragen aan een andere groepsvennootschap, waarna zij is geliquideerd. Belanghebbende heeft in haar aangifte Vpb 2016 een belastbare winst van nihil aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag opgelegd, omdat belanghebbende niet heeft afgerekend over de goodwill. Het hof oordeelt dat de inspecteur de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk heeft gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4726</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13988</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13988</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13988"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor medeplichtigheid aan een diefstal met geweld. Daarnaast heeft hij gedurende meerdere weken een voertuig verduisterd. De verdachte krijgt hiervoor een gevangenisstraf opgelegd van vijf maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-027753-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.M. van Beckhoven, mr. J. van de Klashorst , mr. A.M. Borel Rinkes</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:628"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke gemachtigde weigert ondanks herhaaldelijke verzoeken van het Hof een nieuwe machtiging bij belanghebbende op te vragen. Hoger beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/14</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-05-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13958"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het voorbereiden van het teweegbrengen van een ontploffing, het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing en het medeplegen van een diefstal met geweld waarbij twee Rolexen zijn weggenomen. Zij krijgt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-050521-24 en 10-372321-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.M. van Beckhoven, mr. J. van de Klashorst , mr. A.M. Borel Rinkes</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25379"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">geloofwaardigheid; Ebilum; gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.26309</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8819"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8820</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8820</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8820"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2857</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8821</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8821</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8821"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8927"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Een verleende omgevingsvergunning voor het realiseren van 33 bedrijfsunits | Limitatief-imperatief | Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/5496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8946"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wettelijke rente over ten onrechte geheven griffierecht | Schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/558</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8947"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eigen bijdrage voor gas, water en licht vanwege verblijf in de gemeentelijke opvang en beëindigen van leefgeld op grond van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne. Huwelijksvoorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9156"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid. Einduitspraak na bestuurlijke lus.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/7353</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9166</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9166</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9166"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak na bestuurlijke lus.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2096</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9173"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de herroeping van een last onder dwangsom (LOD). Het college heeft bij zijn primaire besluit een LOD opgelegd en in het bestreden besluit deze last herroepen. Daarnaast heeft het college een tijdelijke gedoogverklaring aan eiseres verstrekt. Eisers en eiseres zijn het niet eens met de herroeping van de LOD. Eiseres is het ook niet eens met de gedoogverklaring. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college vanwege de onevenredige gevolgen voor bewoonster heeft mogen afzien van handhavend optreden tegen bewoning van de woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/4065 en 24/4066</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9174</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9174</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9174"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijkheid van bezwaar. Termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6343</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9175"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering aanvraag WIA-uitkering. Eiseres is minder dan 35% arbeidsongeschikt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4455 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9179"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NO, geen beroepsgronden ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2263</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9180"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NO, geen griffierecht betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6594</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9181"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NO, geen griffierecht betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9222"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA-dagloon. Nabetaling na de referteperiode in de polisadministratie verantwoord. Niet gebleken van vorderbaar maar niet inbaar loon in de referteperiode.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4804 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9275</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9275</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9275"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning voor het verbouwen van een pand tot vijf appartementen; Wabo.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6011</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9283"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opleggen preventieve last onder dwangsom en invordering van twee verbeurde dwangsommen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3945</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:9876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:9876"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek rijvaardigheid | Rijbewijs ongeldig verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/8299 WVW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9360"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen een omgevingsvergunning voor het bouwen van een garage en een omgevingsvergunning voor het creëren van een uitweg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/140 en 26/2677</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9362</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9362</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9362"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2672</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9363"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9361"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/5057</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9364</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9364</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9364"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2816</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30154"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21537</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9365"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2815</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30156"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21550</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30157"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21593</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30183"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asielg gegrond samenhang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21600 en NL26.21668</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30188</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30188</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30188"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21868</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30192"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21875</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13257"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De werkgever heeft een bedrag aan de onderneming van de werknemer uitgeleend. Een deel van deze lening is bij de eindafrekening van het dienstverband verrekend. Het overige deel van de lening is opeisbaar en de vordering tot terugbetaling daarvan wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12220016</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30195"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21613</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30196"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21768</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30198"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21759</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30201</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30201</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30201"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21924</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30204"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21898</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30207"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21933</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30208"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.19242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30210</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30210</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30210"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21968</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13941"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor medeplichtigheid aan een diefstal met geweld. Daarnaast heeft hij een oudere vrouw opgelicht en met weggenomen betaalpassen gepind. De verdachte krijgt hiervoor een gevangenisstraf opgelegd van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-158621-24 en 02-315472-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.M. van Beckhoven, mr. J. van de Klashorst , mr. A.M. Borel Rinkes</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2264"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2017. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in oktober 2017 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft aangifte Vpb 2017 gedaan onder horizontaal toezicht en daarbij geen winst ter zake van goodwill aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag Vpb opgelegd tot het belastbaar bedrag plus de goodwill. Het hof oordeelt dat sprake is van een nieuw feit. De inspecteur heeft de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4728</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2265"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2016. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in 2016 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft haar activiteiten overgedragen aan een andere groepsvennootschap, waarna zij is geliquideerd. Belanghebbende heeft in haar aangifte Vpb 2016 een belastbare winst van nihil aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag Vpb 2016 opgelegd omdat belanghebbende niet heeft afgerekend over de goodwill. Het hof oordeelt dat de inspecteur de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk heeft gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4725</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:837</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:837</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:837"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Bewijsrecht. Hoor en wederhoor. Art. 19 lid 1 Rv. Wijziging verzoek voorlopig getuigenverhoor na mondelinge behandeling. Gelegenheid om na toelaten wijziging te reageren op het gewijzigde verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02738</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:237</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1821</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1295"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Geschil over ontwikkeling van sportapplicatie. Vervolg op HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:437. Wanprestatie en verzuim. Art. 6:83 BW. Voor voldoening bepaalde termijn? Beroep op ontbreken van verzuim naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Nakoming blijvend onmogelijk? Beroep op exoneratie. Verhouding tussen op wanprestatie en onrechtmatige daad gebaseerde vorderingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01368</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:206</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:10</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7127"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort Geding. Vordering tot ontruiming woning. Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten. Gedaagde voert aan dat een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen, omdat er feitelijk sprake is geweest van huur. Lijn Hoge Raad 31 januari 2025 (ECLI:NL:HR:2025:167) wordt gevolgd: eigenaar heeft bewoner uitstel gegund terwijl hij de bewoner tot ontruiming kon dwingen. Vaststellingsovereenkomst is gesloten om einde te maken aan illegale bewoning, geen huur beoogd. Geen huurovereenkomst tot stand gekomen: ontruiming wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/788488 / KG ZA 26-445 MK/EV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2131"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervolg van HR 20 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1278 over de klachtplicht ex art. 6:89 BW. Werknemer vordert betaling van gewerkte, maar niet betaalde overuren. De vordering is door het hof Amsterdam afgewezen op de grond dat werknemer niet heeft voldaan aan zijn klachtplicht. Na cassatie en verwijzing komt het hof Den Haag tot dezelfde uitkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.748/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-07-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2130</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1552"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geen opzegging arbeidsovereenkomst door werkgever. Geen recht op doorbetaling van loon ex art. 7:628 BW. Niet verrichten van arbeid komt voor rekening van werknemer. Primaire oorzaak niet-werken gelegen in conflict. Ziekmelding brengt daar geen verandering in</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.350/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7586"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 2 Wet flexibel werken (Wfw). Werknemer vordert vermindering van de arbeidsduur. De kantonrechter wijst de vordering af. Werkgever heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat zij zwaarwegende belangen heeft bij afwijzing van het verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12168659</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-07-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:977</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:977</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:977"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad wijst het verzoek om wraking af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1051 PW-W</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25377"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel; Koerdische etniciteit; problemen vanwege HDP-lid en -activist; risico op vervolging of ernstige schade; medische omstandigheden; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.7306</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4729"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende het verwijderen en verwijderd houden van een stacaravan en de opslag van hout in kratten op het perceel aan de [locatie 1] in Rijsbergen. Aan de [locatie 1] in Rijsbergen is een perceel gelegen dat wordt bewoond door [wederpartij]. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert" rust op het perceel de bestemming "Bos". [appellant] is bewoner van het perceel aan de [locatie 2] in Rijsbergen. Hij heeft een handhavingsverzoek gedaan vanwege de volgens hem met het bestemmingsplan strijdige aanwezigheid van een caravan en opslag van hout op het perceel [locatie 1]. Het college heeft op 2 november 2022 geconstateerd dat er een caravan stond op het perceel en dat vrijgekomen hout van de kap van bomen op het perceel werd opgeslagen in kratten en te koop werd aangeboden aan particulieren. Daarom heeft het college [wederpartij] op 17 januari 2023 een last onder dwangsom opgelegd wegens het aanwezig zijn van de caravan en het opslaan van hout in kratten op het perceel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504197/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1079"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. De belasting in de geselecteerde functies overschrijden de mogelijkheden van appellant niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2374 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1128</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1128</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1128"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Uitgaande van de juistheid van de FML zijn de geduide functies in medisch opzicht passend voor appellante.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1797 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1272</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1272</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1272"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opgelegde boete wegens schenden inlichtingenplicht terecht. Appellant heeft de inlichtingenverplichting geschonden door zijn huwelijk niet tijdig te melden aan de Svb. De boete is bepaald op basis 50% van het benadelingsbedrag. De Svb heeft vervolgens rekening gehouden met de draagkracht van appellant en de boete verlaagd tot het bedrag dat appellant in twaalf maandelijkse termijnen kan betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1369 ANW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7005"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek aan de rechtbank voor het benoemen van een bestuurder bij een stichting zonder bestuur. De statuten van de stichting voorzien niet in een manier om in deze situatie zelf een nieuwe bestuurder te benoemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/618290 / HA RK 26-188</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P. van Tricht</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7289"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling feitelijk leidinggeven belastingfraude. Taakstraf 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, proeftijd 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82/063333-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Vermeulen, mr. G.M. Blanken, mr. A.H.J. Saes</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url></urlset>
