﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:7815</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:7815</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:7815"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Man veroordeeld voor poging doodslag, wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling en bedreiging van zijn echtgenote. Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 399609.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Bonder</contributor><issued>2025-10-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6510</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2895</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2895</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2895"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Megastrafzaak Kanaga. Bevestiging vonnis. Vrijspraak. Onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het medeplegen van of medeplichtigheid bij een poging tot ontvoering met dodelijke afloop in Bergen aan Zee. De handelingen die kunnen worden toegeschreven aan een door het OM aan de verdachte gelinkt ANOM-account zijn onvoldoende voor het aannemen van medeplegen. Ook is geen sprake van medeplichtigheid nu niet kan worden bewezen dat de gebruiker van het ANOM-account op de hoogte was van de aard van de op handen zijnde criminele actie. Geen bewijs voor het voor medeplichtigheid vereiste dubbel opzet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001444-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Eichperger, mr. W.S. Ludwig, mr. dr. M.J.A. Plaisier</contributor><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:3856</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:3856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:3856"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mega Kanaga. Schietincident Bergen aan Zee. Vrijspraak van het medeplegen van, dan wel medeplichtigheid aan een poging ontvoering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/321244-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.D. Kleijne, mr. N. Boots, M. Hoendervoogt</contributor><issued>2023-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1706</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2895</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2898</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2898</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2898"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Megastrafzaak Kanaga. Poging tot ontvoering en schietincident op 16 februari 2021 te Bergen aan Zee. Bevestiging van het vonnis m.u.v. de kwalificatie en de strafoplegging. De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van doodslag en het medeplegen van een poging tot ontvoering, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft. Het hof acht het in hoger beroep door de verdediging ingebrachte alternatieve scenario onaannemelijk. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren met aftrek van voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15-064049-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Eichperger, mr. W.S. Ludwig, mr. dr. M.J.A. Plaisier</contributor><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:3814</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2896"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Megastrafzaak Kanaga. Poging tot ontvoering en schietincident op 16 februari 2021 te Bergen aan Zee. Bevestiging van het vonnis m.u.v. de kwalificatie en de strafoplegging. Het hof bespreekt (onder meer) in hoger beroep gevoerde verweren strekkende tot bewijsuitsluiting en diverse verzoeken van de verdediging omtrent SkyECC-data die zijn onderbouwd met een door de verdediging ingebracht Franse document D3450. Het hof bespreekt daarnaast in hoger beroep gevoerde bewijsverweren. De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van doodslag en het medeplegen van een poging tot ontvoering, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft, tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001401-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Eichperger, mr. W.S. Ludwig, mr. dr. M.J.A. Plaisier</contributor><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:3822</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:3814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:3814"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mega Kanaga. Schietincident Bergen aan Zee. Medeplegen van poging tot ontvoering, de dood tengevolge hebbend en medeplegen van doodslag (eendaadse samenloop). Vrijspraak van gekwalificeerde doodslag. Noodweerverweer verworpen. Initiator en organisator. Gevangenisstraf van 14 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/064049-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.D. Kleijne, mr. N. Boots, M. Hoendervoogt</contributor><issued>2023-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1706</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2898</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:3822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:3822"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mega Kanaga. Schietincident Bergen aan Zee. Medeplegen van poging tot ontvoering, de dood tengevolge hebbend en medeplegen van doodslag (eendaadse samenloop). Vrijspraak van gekwalificeerde doodslag. Verdachte was schutter van de fatale schoten. Gevangenisstraf van 14 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/083152-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.D. Kleijne, mr. N. Boots, M. Hoendervoogt</contributor><issued>2023-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1706</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2896</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6510</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6510</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6510"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring van poging tot doodslag, medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling van zijn echtgenote en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Oplegging van een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Aan de voorwaardelijke straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname en verbod op verdovende middelen en alcohol.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-004007-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7815</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6342"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging partneralimentatie op grond van eerder gesloten overeenkomst tussen partijen over ingangsdatum en duur van de verplichting, proceskostenveroordeling wegens nodeloos veroorzaakte kosten. terugbetalingsverplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/345718 / FA RK 25-2071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13126"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgregeling en kinderalimentatie. Geen contact want niet in belang minderjarige, wijziging Marokkaanse beslissing inzake kinderalimentatie, uitsluiten wettelijke indexering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/703855 / FA RK 25-5647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29198"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. De vordering strekkende tot het verlenen van onvoorwaardelijke toestemming door de eerste hypotheekhouder voor het vestigen van een derde hypotheek wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712044 / KG ZA 26-960</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. I.A.M. Kroft</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:8034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:8034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:8034"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">ambtshalve toetsing informatieplichten en oneerlijke bedingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11441616 \ CV EXPL 24-4108</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><issued>2025-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:2715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:2715"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">KG. Huur. Geen ontruiming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11994963 \ VV EXPL 25-181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9267"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Huur. Ontruiming. Structurele overlast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12244328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:14370</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14370</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:14370"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur. Ontbinding en ontruiming. Ambtshalve toetsing van de Algemnee voorwaarden huurovereenkomst februari 2020.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11894057 \ CV EXPL 25-6363</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2025-12-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:5718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:5718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:5718"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur. KG. Meewerken aan (herstel)werkzaamheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11619322 \ VV EXPL 25-45</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2025-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:3331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:3331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:3331"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur. Kort geding. Ontruiming wegens ernstige overlast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11532217 \ VV EXPL 25-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2025-04-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13177"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Oud wethouder heeft recht op uitkeringen onder de Appa wegens arbeidsongeschiktheid. De gemeente heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten om de uitkeringen te dekken. Voor uitkeringen onder de verzekering is een medische machtiging van de oud wethouder nodig. Zij weigert om deze te geven. De gemeente vordert dat zij wordt geboden om de machtiging te verlenen en stelt dat sprake is van een OD. Oud wethouder beroept zich op artikel 8 EVRM. De voorzieningenrechter wijst de vordering af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/380054</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29510</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29510</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29510"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening. Verzoekster heeft een verzoek gedaan op grond van de Woo. Verweerder heeft het verzoek afgewezen omdat de gevraagde informatie al openbaar is, of omdat de informatie niet is vastgelegd in documenten. Om verzoekster ter wille te zijn heeft hij een deel van de gevraagde informatie vervaardigd en opgenomen in de beslissing op het Woo-verzoek. Geen spoedeisend belang. Het bestreden besluit is niet evident onrechtmatig. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/3068</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13196"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot afgifte wijnvoorraad waarop gedaagde retentierecht uitoefent. Buitenproportioneel? Economische waarde of Executiewaarde?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/380570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2779</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2779</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2779"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzekeringsrecht; begrip arbeidsongeschiktheid in polis; verzekeraar weigert tot uitkering onder de polis over te gaan omdat niet kan worden vastgesteld de verzekerde “als gevolg van ziekte of een ongeval medisch vast te stellen stoornissen heeft”. Een door partijen gezamenlijke benoemde deskundige oordeelde dat geen diagnose [x] kon worden vastgesteld. Het hof oordeelt op basis van die bevindingen dat niet is voldaan aan het arbeidsongeschiktheidsbegrip. Het standpunt van verzekerde dat enkel op basis van een subjectief klachtenpatroon dat zou kunnen passen bij de diagnose [x] zou kunnen worden geconcludeerd dat is voldaan aan dat arbeidsongeschiktheidsbegrip omdat daarin het woord ‘objectief’ ontbreekt, miskent dat dat begrip wel een relatie met een ziekte vereist. Die relatie met een ziekte (specifiek x) is nu juist blijkens het rapport van de deskundige medisch niet vast te stellen. Volgt vernietigingen vonnissen Rb (ECLI:NL:RBAMS:2019:1882; ECLI:NL:RBAMS: 2019:3453; ECLI:NL:RBAMS:2020:3074; ECLI:NL:RBAMS:2021:2540)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.303.007/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29512"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om PKV na intrekking VOVO. Verzoekster heeft het verzoek om voorlopige voorziening van 20 augustus 2026 ingetrokken omdat verweerder heeft laten weten dat verzoekster en haar twee minderjarige kinderen op 14 augustus 2026 zijn geregistreerd in de Brp, met terugwerkende kracht tot 29 juni 2026. Op 20 augustus 2026 zijn de BSN's per post naar verzoekster gestuurd. Van een mondelinge weigering aan de balie van het gemeentehuis was volgens verweerder geen sprake. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is verweerder niet tegemoet gekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6622</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. D. Biever</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8733"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroepen ntb niet-ontvankelijk. Mediationtraject.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2377 BRE 25/2378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9645"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo - afwijzing: geen spoedeisend belang - gebiedsverboden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/4935</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8746"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Terugbetaling van de vordering in één keer, omdat eiser zich niet heeft gehouden aan de betalingsregeling. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het loonbeslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/1940 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8748"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep van vergunninghoudster is gegrond, omdat het college ten onrechte slechts ten dele op de aanvraag heeft beslist en dit pas in de beslissing op het bezwaar van de buren duidelijk wordt. Bovendien worden in die beslissing gericht aan de buren voorwaarden gesteld die kennelijk bedoeld zijn als wijziging van de vergunning, maar is er geen daadwerkelijke wijziging op de vergunning aan vergunninghoudster kenbaar gemaakt. Het is daarmee onduidelijk wat de rechtsgevolgen van de beslissing op bezwaar zijn en van welke vergunningvoorwaarden uitgegaan moet worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8758"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep te laat | niet verontschuldigbaar | niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2349</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8759</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8759</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8759"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep te laat | niet verontschuldigbaar | niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2846</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8806"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB Woo - kennelijk niet-ontvankelijk; voor het instellen van het beroep is al op de aanvraag beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/1073</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9146"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/5282</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13286</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13286</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13286"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">{Schuldenaar} heeft niet gesolliciteerd ondanks sollicitatieplicht. Bwv heeft daarom een tussentijds beeindigingdverzoek ingediend. Dit verzoek is afgewezen omdat er twijfel is of er wel geschikte vacatures zijn waarop saniet heeft kunnen sollicteren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/359092</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13319</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13319</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13319"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Peojectontwikkeling. Vorderingen met betrekking op afgifte van c.q. inzage in informatie en stukken prematuur, omdat nog geen sprake is van netto-winst als bedoeld in winstdelingsovereenkomst. Vordering tot voorschot schadevergoeding eveneens afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/379842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28855</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28855</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28855"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; samenhangende zaken; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6679</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7724</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7724</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7724"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank in Arnhem heeft een man veroordeeld voor bedreiging, laster en doxing van medewerkers van Jeugdbescherming, een wethouder en twee rechters. De man krijgt een taakstraf van 150 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en contactverboden met de slachtoffers (art. 38v Sr).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/119534-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Breimer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2856"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak ligt de vraag voor of appellant als bestuurder van een andere vennootschap aansprakelijk is voor de schade die is ontstaan doordat de andere vennootschap betalingsverplichtingen uit een met geïntimeerde gesloten leaseovereenkomst niet meer kon nagekomen en failliet is verklaard. Het hof is van oordeel dat dat niet het geval is. Wel is appellant als middellijk bestuurder aansprakelijk voor het feit dat een aantal geleaste zaken niet is teruggegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.340.570/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:93</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:93</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:93"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Terecht nagevorderd wegens nieuw feit respectievelijk kwade trouw. Terechte correcties privégebruik auto en omzetcorrectie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4037 tot en met 22/4040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-01-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:808</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13636"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Tussen partijen is niet in geschil dat werkgever de door werknemer gewerkte uren heeft betaald. Partijen zijn het er echter niet over eens of werknemer ook recht heeft op betaling van de uren die hij, uitgaande van zijn werkweek van 36 uur, ook had kunnen werken, maar niet heeft gewerkt. Of werknemer aanspraak heeft op het achterstallig loon dat hij vordert moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:628 lid 1 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11737958 CV EXPL 25-13227</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2857"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak ligt de vraag voor of appellant op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de schade die is ontstaan doordat een andere gelieerde vennootschap haar betalingsverplichtingen uit een met geïntimeerde gesloten leaseovereenkomst niet meer kon nakomen en failliet is verklaard. Het hof is van oordeel dat dat niet het geval is. Wel is appellant aansprakelijk voor het feit dat bepaalde geleaste zaken die zich in haar pand bevonden, niet zijn teruggegeven</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.340.567/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2443</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2443</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2443"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van stoffen en voorwerpen te koop aanbieden en voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002080-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.M. Hilverda, M.J.M.A. van der Put, R. Lonterman</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2767"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Beëindiging door Booking van overeenkomst met exploitant van accommodaties en verwijdering van die exploitant van het platform. In kort geding niet voldoende aannemelijk geworden dat een bodemrechter de beëindiging op grond van betrokkenheid van de exploitant bij (creditcard)fraude gerechtvaardigd zal achten. Voldoende aannemelijk dat de latere beëindiging op grond van onbetaald gelaten facturen in een bodemprocedure standhoudt. Beroep op die beëindigingsgrond niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.715/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29511"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beroepsaansprakelijkheid advocaat</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/685071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Dondorp</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1850"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Twee ex-echtgenoten zijn al sinds 2007 gescheiden, maar hebben de gemeenschappelijke woning pas in 2023 verkocht. Geschil over de uitkering van de aan de hypotheek gekoppelde meegroeiverzekering. Wettelijke rente. Partijen hebben in 2014 een overeenkomst gesloten met daarin onder meer een betalingsregeling. Geen sprake van onvoorziene omstandigheden op grond van artikel 6:258 BW of misbruik van omstandigheden op grond van artikel 3:44 lid 4 BW. Geen sprake van een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW e.v. Beroep op dwaling en de redelijkheid en billijkheid slagen eveneens niet. Geen gebruiksvergoeding vastgesteld omdat de man tegenover het exclusieve gebruik van de woning ook alle lasten van de woning voor zijn rekening heeft genomen. Een beroep op verrekening conform artikel 6:127 lid 1 BW faalt, omdat geen sprake is van een opeisbare vordering van de vrouw. Compensatie proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.087/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2906</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2906</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2906"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incidenteel verzoek tot schorsing van executie art 360 lid 2 Rv: afgewezen (misbruik van procesrecht)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.376.062/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:984"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt –vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband? Uitleg EU-recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon; art. 31 lid 2 Handvest; art 7 lid 1 Richtlijn 2003/88/EG (Arbeidstijdenrichtlijn); art. 52 lid 1 Handvest; HvJEU 22 november 2011, C-214/10, ECLI:EU:C:2011:761 (KHS/Schulte); HvJEU 22 september 2022, C-518/20 en C-727/20, ECLI:EU:C:2022:707 (Fraport)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00991</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2769</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2769</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2769"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht woonruimte. Huurprijsvermindering 40% wegens gebreken. Bekrachtiging vonnis kantonrechter. Artikelen 7:204 lid 2 en 207 lid 1 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.353.937/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30145"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AA, biseksuele geaardheid, gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.61072</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13742"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over wijziging van het ouderlijk gezag, een verlenging ondertoezichtstelling en een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/721985 / FA RK 26-5050 en C/10/723371 / JE RK 26-1408</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P.G. Rietbergen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29513"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorzienining. Verzoekster is werkzaam voor Defensie. Zij wil graag twee bruiloften bijwonen van familieleden in Iran, zij heeft daarom een verzoek om ontheffing van het reisverbod naar Iran gedaan. Dit verzoek is afgewezen. Verweerder is bij de afwijzing van het verzoek gebleven. Belangenafweging. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het persoonlijke belang van verzoekster bij het treffen van de gevraagde voorziening ondergeschikt is aan het belang van verweerder bij het afwijzen van het verzoek. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6552</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6962</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6962</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6962"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Treintje rijden. Vorderingen worden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12287367 \ MC EXPL 26-3451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. B.G.W.P. Heijne</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13135"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verstek. De verzochte transitievergoeding, vakantie-uren en salarisspecificaties komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden (dus) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12317730</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30147"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, vervolgberoep, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58778</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2771"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneming van werk. Overeenkomst gesloten buiten de verkoopruimte. Ambtshalve toetsing (pre)contractuele informatieplichten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.067/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4868</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4868</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4868"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 december 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant op grond van artikel 29 van de Wet bodembescherming vastgesteld dat ter hoogte van het perceel Oude Moerstraatsebaan 110 in Bergen op Zoom sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Het college heeft in dat besluit ook op grond van artikel 37 van de Wbb vastgesteld dat spoedige sanering van dit geval noodzakelijk is. Kemet is eigenaar van het perceel Oude Moerstraatsebaan 110 in Bergen op Zoom. Zij heeft daar sinds 1982 een handelsonderneming in apparatuur en technieken voor metaaloppervlaktebewerking. Kemet voert daar voor demonstratiedoeleinden oppervlaktebehandelingen uit. Daarbij wordt gewerkt met reinigings- en ontvettingsmiddelen. Op basis van onderzoeken heeft het college vastgesteld dat de grondwaterverontreiniging een geval van ernstige verontreiniging is, dat met spoed moet worden gesaneerd. Kemet is het niet eens met het besluit, hoofdzakelijk omdat volgens haar onvoldoende vaststaat dat de grondwaterverontreiniging van haar perceel afkomstig is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400447/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5328"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht de verzoeken van [appellant B] om over te gaan tot invordering van volgens haar verbeurde dwangsommen en om op grond van de Wet bodembescherming (Wbb) handhavend op te treden tegen werkzaamheden op het perceel [locatie 1] in Maastricht afgewezen. [partij] heeft een nieuwe woning gebouwd op het perceel [locatie 1] in Maastricht. In verband hiermee zijn werkzaamheden op en in de bodem uitgevoerd. [partij] moest zijn perceel saneren omdat de bodem ter plaatse verontreinigd is met zink. Hij heeft hiervoor een saneringsplan ingediend. Het saneringsplan gaat ervan uit dat de verontreinigde grond zoveel mogelijk wordt herschikt op het perceel en zo nodig wordt afgevoerd. Bij besluit van 25 maart 2020 heeft het college met dit saneringsplan ingestemd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400613/1/R1 en 202400686/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:789</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:789</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:789"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. 1. Opzettelijke overtreding van artikel 13 Wet bodembescherming door het illegaal dumpen van drugsafval. 2. Afwijzing verzoek horen van onbekend gebleven gebruikers EncroChat-accounts op grond van art. 288 lid 1 sub a Sv. Conclusie strekt tot vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 25/00337, 25/00383, 25/00384, 25/00386, 25/00460, 25/00461 en 25/00521.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00329</description><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6720</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6720</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6720"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Er is een omgevingsvergunning verleend aan het waterschap voor de herinrichting van het terrein van landgoed de Wildenborch bij Vorden. De omgevingsvergunning ziet onder andere op ophoging, egalisering van gronden en afgraven van de bodem en het aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen. Verzoekers vrezen dat de werkzaamheden wateroverlast en overlast van muggen en knutten tot gevolg zullen hebben. De wijzigingen in het watersysteem zijn vergund in een andere omgevingsvergunning die ziet op wateractiviteiten. Verzoekers zijn daarom opgekomen tegen het verkeerde besluit. Niet gebleken is dat de werkzaamheden zullen zorgen voor extra vernatting van het gebied, zodat ook niet aannemelijk is dat sprake zal zijn van een onevenredige aantasting van het perceel van verzoekers. De vrees van verzoekers dat de uitvoering van het project tot gevolg zal hebben dat sprake is van een uitbreiding van de habitat van muggen en knutten en daardoor een grotere kans op verspreiding van het West-Nijlvirus volgt de voorzieningenrechter niet. Niet gebleken is dat er een ander habitat wordt gecreëerd dan er al aanwezig is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/3620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:5990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:5990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:5990"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank beoordeelt aan twee eisers opgelegde lasten onder dwangsom vanwege overtreding van de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen. 1. Is de opslag van spuiwater in een winbag wel een milieubelastende activiteit? 2. Kan de milieubelastende activiteit nadelige gevolgen hebben? 3. Verrichten eisers de milieubelastende activiteit? 4. Wat is de omvang van de specifieke zorgplicht? 5. Is sprake van een evidente strijd met de specifieke zorgplicht? De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres 1 niet worden gezien als degene die de milieubelastende activiteit (het opslaan van bedrijfsafvalstoffen) heeft verricht omdat zij slechts de winbag heeft gevuld. De specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Bal rust dus niet op eiseres 1. De rechtbank vernietigt de aan eiseres 1 opgelegde last onder dwangsom. Eiseres 2 overtreedt naar het oordeel van de rechtbank wel de specifieke zorgplicht. Als een gedraging onder het oude recht was verboden, is dat een aanwijzing dat deze gedraging onder het nieuwe recht een evidente schending van de specifieke zorgplicht kan opleveren en de betrokkene dit redelijkerwijs kan weten. Het college heeft echter onvoldoende onderbouwd waarom moet worden teruggesaneerd tot waardes die zijn gebaseerd op één referentiemeting en daarom sneuvelt ook de aan eiseres 2 opgelegde last onder dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/934 en 26/554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.H.M. Verhoeven, J. Heijerman, R.H.W. Frins</contributor><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8754</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8754</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8754"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering IVA. Na raadpleging deskundige beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/12543 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8804"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB Woo - kennelijk niet-ontvankelijk; eiser is na overleg met verweerder in de beroepsfase akkoord met het niet opleggen van een termijn dus geen procesbelang meer; wel vergoeding griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4900</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2838</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2838</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2838"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wijze van procederen en indienen stukken; stuk te laat ingediend en tardief verklaard; wrakingsverzoek wordt niet aan de wrakingskamer van het Hof voorgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/156 tot en met 25/160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2839"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wijze van procederen en indienen stukken; stuk te laat ingediend en tardief verklaard; wrakingsverzoek wordt niet aan de wrakingskamer van het Hof voorgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/105 tot en met 25/109</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2675"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op 8:29-verzoek; wijze indiening 8:29-verzoek in hoger beroep (niet) in overeenstemming met artikel 4 van de Procesregeling belastingkamers gerechtshoven 2025; verzoek om beperkte kennisneming (gerechtvaardigd).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2000-GHK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13878"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">ontruiming afgewezen, geen belang ivm toewijzing in bodemzaak, wel deel h.a.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12356549 VV EXPL 26-511</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Vriezen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6975"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontruiming toegewezen. De woning is door de burgemeester gesloten nadat er drugs in de woning is aangetroffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12354908 \ UV EXPL 26-210</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.S. Koppert-van Beek</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30146"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dubin Portugal - niet-registertolk - interstatelijk vertrouwensbeginsel - hardheidsclausule - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32426</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.F. Vink</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13881</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13881</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13881"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">h.a. en ontbinding en ontruiming worden toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12250771 CV EXPL 26-13577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Vriezen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13884</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13884</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13884"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WIA. Hoewel sprake is van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak, zien die toegenomen beperkingen op een periode die buiten de Amber-periode valt. Om die reden wordt niet voldaan aan artikel 55, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet WIA. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/10951</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6976</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6976</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6976"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Loonvordering bij verstek in kort geding toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12358269 \ UV EXPL 26-213</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.S. Koppert-van Beek</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13885</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13885</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13885"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bestuurlijke boete van € 5.000,- opgelegd wegens overtreding van de Wet dieren. Verontreiniging van een kippenkarkas met inhoud uit het spijsverteringskanaal. Eiseres heeft niet of onvoldoende zorggedragen voor het voorkomen van verontreiniging van het vlees en het schoonmaken van geslachte dieren. Geen halvering van de boete op grond van artikel 2.3 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren, omdat verontreiniging van een kippenkarkas met inhoud uit het spijsverteringskanaal geen gering risico oplevert voor de volksgezondheid. De overtreding kan eiseres volledig worden verweten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/9405</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. Goossens</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13886</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13886</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13886"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WW. De weken die hebben geleid tot het ontstaan van een eerder recht op een WW-uitkering, mogen niet nogmaals worden meegenomen in de beoordeling van een nieuw recht op een WW-uitkering. Het UWV heeft daarom terecht besloten dat eiser niet voldoet aan de wekeneis. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/8424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8209"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/1452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2024-12-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13887</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13887</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13887"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WW. De rechtbank komt in deze uitspraak tot de conclusie dat het UWV het beleid juist heeft toegepast en het bestreden besluit heeft kunnen nemen. Niet is gebleken dat eiser een verschoonbare reden had voor het te laat aanleveren van de inkomstenopgave bij het UWV. Er is geen sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/4675</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Zoethout</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28868</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28868</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28868"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; samenhangende zaken; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5990</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28857"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; samenhangende zaken; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6687</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28887</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28887</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28887"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6543</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13882</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13882</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13882"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De man verzoekt het gezag van draagmoeder te beëindigen. Op grond van artikel 1:267 lid 1 BW kan het verzoek tot beëindiging van het gezag alleen worden uitgesproken op verzoek van de raad of het OM. Een dergelijk verzoek ligt (vooralsnog) niet voor. Omdat partijen een eigen draagmoederschapstraject hebben bewandeld, zonder vooraf of achteraf de raad erbij te betrekken en de raad om die reden (vooralsnog) het verzoek van de man niet kan steunen, zal de rechtbank de raad in de gelegenheid stellen tot het doen van onderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/709885 / FA RK 25-8608</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13889"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WIA. Er is geen sprake van volledige arbeidsongeschiktheid, zodat ook niet wordt toegekomen aan de duurzaamheidsbeoordeling. Daarnaast volgt de rechtbank eiser niet in zijn standpunt dat eiser meer beperkt is dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is aangenomen. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de in bezwaar geduide functies de belastbaarheid van eiser overschrijden. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/2518</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Zoethout</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13888</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13888</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13888"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">WHOA-zaak. Kop/staartbeschikking. Verzoek verlenging afkoelingsperiode afgewezen en aanstelling observator beëindigd”</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HO RK 26/515</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 376</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7108</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7108</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7108"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning milieu voor het tijdelijk verruimen van geluidsniveaus voor de graanhandel van [derde belanghebbende]. Het college was naar het oordeel van de rechtbank niet verplicht om een geluidbeheersplan voor te schrijven. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.J. Hutten, mr. M.J.H.M. Verhoeven, mr. dr. C.N. van der Sluis</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9680"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ woning, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3146</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13179"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak gaat over de vraag of de dochter medehuurder van de woning is geworden, dan wel dat zij de huurovereenkomst van haar overleden moeder met verhuurder mag voortzetten. De dochter heeft onvoldoende onderbouwd dat de samenwoning gericht was op het voeren van een gemeenschappelijke huishouding en zij heeft geen huisvestingsvergunning heeft overgelegd. Daarom moet de vordering gelet op artikel 7:268 lid 3 BW worden afgewezen. De in reconventie door verhuurder gevorderde ontruiming wordt toegewezen. Deze veroordeling wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12057495 \ CV EXPL 26-269</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4432</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4432</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4432"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">PW. Terugvordering energietoeslag over 2022. De rechtbank komt tot het oordeel dat het college ten onrechte heeft gesteld dat eiseres de inlichtingenverplichting heeft geschonden. Het college heeft daarom de energietoeslag over 2022 ten onrechte van eisers (mede)teruggevorderd. Het beroep is gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door te bepalen dat het college het bedrag van € 1.300,- aan energietoeslag aan eiser dient terug te betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/5232</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:194"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">[eiseres] is eind 2018 opgericht met [A] en [gedaagde sub 3] als indirecte grootaandeelhouders en bestuurders. [eiseres] is nu een lege vennootschap met alleen [A] als indirect bestuurder. Volgens [eiseres] hebben [gedaagde sub 4], [gedaagde sub 3] en zijn vennootschappen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ervoor gezorgd dat [eiseres] zonder product en middelen is achtergelaten en haar concrete ‘corporate opportunities’ (zakelijke kansen) heeft verloren. Zij vordert onder meer een voorschot op de schade die zij daardoor heeft geleden. [gedaagde sub 2] c.s. betwisten dat zij [eiseres] corporate opportunities hebben ontnomen. De rechtbank stelt hen hierna in het gelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 554951</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A.T. van Rens</contributor><issued>2024-02-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:4155</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2849"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur bedrijfsruimte. Ontbinding en ontruiming. Huurder heeft na het eindvonnis van de kantonrechter aangegeven dat hij in het gehuurde geen restaurant meer exploiteert waarbij hij actief en persoonlijk betrokken is en dat binnen afzienbare termijn ook niet zal gaan doen. Dat betekent dat huurder niet (langer) voldoet aan de (exploitatie)verplichtingen uit de huurovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.289/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1326"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad wijst het verzoek om schadevergoeding af. Bij zeer gering financieel belang wordt geen schadevergoeding toegekend en kan worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2979 BBZ-S</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Schadevergoedingsuitspraak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6940</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6940</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6940"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voor onderhandse verkoop van een woning; de eigenaar van de woning stelt dat de hypotheekhouder haar zorgplicht niet is nagekomen. De voorzieningenrechter verleent toestemming voor onderhandse verkoop.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/611564 / KG RK 26-306</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. M.S.T. Belt</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:6958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:6958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:6958"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overheidsaansprakelijkheid. Was de Staat gehouden aan de pelagische vissers uit de BAR-gelden meer financiële compensatie te bieden dan de steun die zij hebben ontvangen en naar verwachting zullen ontvangen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/650593 / HA ZA 23-615</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. J-A.  Seinen</contributor><issued>2024-05-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2969</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2969</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2969</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2969"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Pelagische visserijsector vordert verklaring voor recht en schadevergoeding omdat de Staat fondsen ter beschikking gesteld door de EU niet heeft aangewend om een speciale regeling te treffen voor de compensatie van de pelagische visserij voor de gevolgen van de Brexit. Hof wijst vordering af. Naar het oordeel van het hof paste het niet treffen van deze regeling binnen de beleidsvrijheid van de Staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.347.857/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:6958</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2912"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Machtiging kantonrechter voor voortzetting hoger beroep namens minderjarigen. Art. 1:253k BW en art. 1:349 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.321.103/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28865"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6438</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. de Winter</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28885</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28885</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28885"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28892</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28892</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28892"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28889"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6542</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1091</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1091</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1091"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking, herziening en terugvordering van bijstand. Boete. Schending inlichtingenverplichting. Crypto-activiteiten. Inkomen uit vermogen. Recht vaststellen. Opdracht nieuw besluit. Als een betrokkene incidenteel ten behoeve van zichzelf en met eigen middelen crypto’s koopt en deze nadien verkoopt is slechts sprake van een mutatie van eigen vermogen en niet van het verkrijgen van inkomsten. Het incidenteel aankopen of verkopen van crypto’s met eigen middelen valt onder het algemeen gangbaar vermogensbeheer van de betrokkene en kan niet worden geacht te zijn gericht op het verkrijgen van inkomsten uit vermogen. Dergelijke incidentele crypto-activiteiten, die in beginsel slechts vermogensmutaties behelzen, zijn op zichzelf dan ook niet van invloed op het recht op bijstand. Daarvan hoeft dus ook geen mededeling te worden gedaan aan de bijstandverlenende instantie. Als echter de aan- en verkoop van crypto’s met eigen middelen, gelet op de omvang, de duur en het terugkerende karakter ervan, het algemeen gangbaar vermogensbeheer van de betrokkene overstijgen, dan kunnen die crypto-activiteiten wel van invloed zijn op het recht op bijstand. Crypto-activiteiten die het algemeen gangbaar vermogensbeheer overstijgen kunnen immers worden geacht te zijn gericht op het verkrijgen van inkomsten uit vermogen en moeten daarom gemeld worden aan de bijstandverlenende instantie. Uit het transactieoverzicht volgt dat de aan- en verkoop van crypto’s door appellant het algemeen gangbaar vermogensbeheer overstegen, o.m. doordat appellant op ongeveer 600 verschillende tijdstippen aan- of verkooptransacties van crypto’s heeft verricht. Van het incidenteel aan- en verkopen van crypto’s was in het geval van appellant dan ook geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2773 PW-T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2929"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Geldvordering uit onrechtmatige daad onvoldoende aannemelijk voor toewijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.036/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2022:5250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:5250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2022:5250"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-12-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser is ontvankelijk in zijn beroep nadat zijn (voormalige) gemachtigde in de beroepsprocedure zonder zijn toestemming een schikking is aangegaan met de heffingsambtenaar en het beroep heeft ingetrokken. De rechtbank acht het beroep gegrond en stelt in goede justitie de waarde vast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M.S. Requisizione</contributor><issued>2025-01-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3483</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3582"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Het hoger beroep van de heffingsambtenaar is buiten de beroepstermijn ontvangen door het hof. De heffingsambtenaar heeft aangevoerd dat door een verschrijving in het postbusnummer het hoger beroepschrift door hem retour is ontvangen. De retournering vanwege de onjuiste adressering komt voor risico van de heffingsambtenaar. Er is geen sprake van verschoonbaarheid. Omdat het principaal hoger beroep niet-ontvankelijk is vanwege termijnoverschrijding, is het incidenteel hoger beroep van belanghebbende gelet op artikel 8:111, lid 1, letter a, Awb eveneens niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/60</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, M.E. Smorenburg, J.K. Lanser</contributor><issued>2025-02-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:111</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1645</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:3227</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3227</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:3227"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV 2014. In geschil is onder meer of de activiteiten van belanghebbende met betrekking tot een stuk grond een bron van inkomen zijn, hetzij als ondernemingsactiviteit, hetzij als resultaat uit overige werkzaamheden. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00528</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-11-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:6076</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1421</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2019:3987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:3987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2019:3987"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2019-01-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns; art. 2, lid 1, aanhef en letter b, en art. 80 Wet op de accijns; art. 34 Uitvoeringsbesluit accijns; art. 54 Uitvoeringsregeling accijns; Mededeling 61; motorbenzine in sloptanks van een tankschip; aantonen herkomst van inhoud sloptanks; resten van vervoerde ladingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-18/00670</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2021:1187</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1543"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot zware mishandeling door medegedetineerde met aardappelschilmesje in buik te steken, art. 302.1 jo. 45.1 Sr. Noodweer, proportionaliteitseis (art. 41.1 Sr). Kon hof gelet op ontkennende houding van verdachte niet aannemelijk achten dat handelen van verdachte proportioneel was? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:456 m.b.t. proportionaliteitseis bij noodweer. Hof heeft beroep op noodweer verworpen omdat het niet aannemelijk heeft geacht dat handelen van verdachte proportioneel was, “nu verdachte ontkent te hebben gestoken - en daarmee niet duidelijk is geworden in welke situatie hij zich bevond en waarom hij genoodzaakt was om te steken”. Volgens hof is onvoldoende inzicht gegeven in feitelijk verloop van aanranding om proportionaliteit van handelen van verdachte aannemelijk te kunnen achten. ’s Hofs oordeel is in het licht van wat is vooropgesteld niet zonder meer begrijpelijk, gelet op wat hof heeft vastgesteld over feitelijke gang van zaken (waarbij aangever cel binnenkwam waarin verdachte zich bevond, deur achter zich dichttrok, verdachte in hoek van cel dreef en op hem begon in te slaan) en daardoor ontstane noodweersituatie waarin verdachte zich bevond, toen hij aangever door hem met aardappelschilmesje in buik te steken letsel heeft toegebracht zoals beschreven in letselbeschrijving. Daarbij is ook van belang dat hof niet kenbaar in zijn oordeel heeft betrokken wat door verdediging is aangevoerd, dat erop neerkomt dat verdachte in paniek was en fysiek niet was opgewassen tegen aangever die “al zo’n 3 à 4 jaar vecht in de ring”. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:8088</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:775</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1576"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opruiing door in 2020 tijdens coronapandemie een online oproep te plaatsen teneinde derden aan te sporen om deel te nemen aan verboden demonstratie in Den Haag, art. 131.1 Sr. Had hof in bewezenverklaring bedoelde uitlatingen moeten opvatten als oproepen tot vreedzaam protest en is veroordeling voor opruiing met daarbij oplegging van taakstraf van 60 uren verenigbaar met art. 10 en 11 EVRM? Bij beoordeling of door verdachte gedane uitingen aansporen tot enig strafbaar feit en dus ‘opruiend’ zijn a.b.i. art. 131 Sr, komt betekenis toe aan inhoud en strekking van gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien alsmede context waarin deze uitingen aan publiek zijn geopenbaard (vgl. HR:2020:2020). Onder omstandigheden kan ook indirecte aansporing tot enig strafbaar feit worden aangemerkt als opruiing (vgl. HR:2020:447). In begrip ‘opruiing’ a.b.i. art. 131.1 Sr ligt opzet besloten. Voor bewezenverklaring van opruiing is daarom ten minste vereist dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uitingen derden aansporen tot strafbaar gedrag of tot gewelddadig optreden tegen openbaar gezag (vgl. HR:2024:1573). HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:126, HR:2023:1743, HR:2024:1622 en HR:2025:1438, die van belang zijn voor beoordeling door rechter of veroordeling voor overtreding van art. 131.1 Sr geen ontoelaatbare inbreuk vormt op art. 10 en 11 EVRM. Hof heeft geoordeeld dat uitlatingen een duidelijke en directe oproep bevatten om te gaan demonstreren in Den Haag, ondanks verdachte bekend verbod, en dat hij daarmee opzettelijk heeft opgeroepen tot strafbaar feit a.b.i. art. 11.1.a WOM (deelnemen aan demonstratie waarvoor verbod is gegeven) en zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat strafrechtelijk optreden tegen verdachte is te kwalificeren als beperking van recht op vrijheid van meningsuiting en van recht op vrijheid van vergadering a.b.i. art. 10 en 11 EVRM, maar dat deze bij wet voorziene beperking noodzakelijk was in democratische samenleving. Die noodzakelijke beperking hield hier verband met zowel bescherming van gezondheid als voorkomen van wanordelijkheden. Waar het gaat om bescherming van gezondheid, heeft hof geoordeeld dat toen bestaande coronapandemie en daarmee gepaard gaande onzekerheden over verloop en gevolgen daarvan, ook voor ernstig onder druk staande gezondheidszorg, op zichzelf “pressing social need” opleverden voor (ter bescherming van gezondheid) opleggen van beperkingen t.a.v. de uit art. 10 en 11 EVRM voortvloeiende rechten, ook als het zou gaan om oproep tot vreedzame demonstratie. Hof heeft echter geoordeeld dat uitlatingen van verdachte “bepaald niet” kunnen worden opgevat als oproepen tot vreedzaam protest. Daarbij heeft hof betrokken dat verdachte zijn uitlatingen deed tegen achtergrond van wanordelijkheden die hadden plaatsgevonden tijdens eerdere demonstratie en dat verdachte in samenhang met de in bewezenverklaring opgenomen uitlatingen heeft gezegd: “Het is niet tegen te houden. Bouw in verzet die komt waarschijnlijk met 500 trekkers dus maak je geen zorgen. We openen snelwegen als dat moet”. Uitlatingen zijn door verdachte gedaan nadat demonstratie was verboden door plaatsvervangend voorzitter van Veiligheidsregio, terwijl daartoe strekkend besluit was gebaseerd op (naast risico’s voor gezondheid van bezoekers) wanordelijkheden tijdens eerdere demonstratie en informatie over aansluiten van andere groepen. Naar ’s hofs oordeel heeft verdachte, in deze specifieke toenmalige context, met zijn uitlatingen “dusdanig laakbaar gedrag (...) vertoond” dat tegen het doen van die uitlatingen strafrechtelijk optreden geboden was en dat daaruit voortvloeiende beperking in uitoefening van recht op vrijheid van meningsuiting en recht op vrijheid van vergadering dus ook met het oog op voorkomen van wanordelijkheden gerechtvaardigd en noodzakelijk was. Hierin ligt mede als ’s hofs oordeel besloten dat omstandigheid dat verdachte in zijn uitlatingen ook spreekt van “in liefde en geduld, natuurlijk non violent en non cooperation” niet eraan afdoet dat die uitlatingen als geheel beschouwd niet kunnen worden opgevat als oproepen tot vreedzaam protest. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat, nu het gaat om opruiing tot deelneming aan verboden demonstratie waarbij ernstig ermee rekening moest worden gehouden dat demonstratie waartoe werd opgeroepen gepaard zou gaan zowel met gevaar voor gezondheid als met wanordelijkheden, strafrechtelijk optreden als geheel, waaronder ook bestraffing, niet zo ingrijpend is dat daarvan “chilling effect” uitgaat op personen die, als organisator of als deelnemer, gebruik willen maken van hun recht op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vreedzame vergadering. Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat voor 2 bewezenverklaarde gevallen van opruiing wordt volstaan met oplegging van taakstraf van relatief beperkte duur. Ook heeft hof er in dat verband acht op geslagen dat door verdachte ondergane voorlopige hechtenis is bevolen tegen achtergrond van meeromvattende verdenking en relatief beperkt is gebleven. Uit overwegingen over straftoemeting volgt verder dat hof acht heeft geslagen op concrete gevolgen voor verdachte van strafrechtelijke vervolging. ‘s Hofs oordelen, die er in onderlinge samenhang toe strekken dat veroordeling voor opruiing met daarbij oplegging van taakstraf van 60 uren niet onverenigbaar is met art. 10 en 11 EVRM, geven in het licht van wat is vooropgesteld niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en zijn toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat verdachte (zonder nadere concretisering) heeft gesteld dat hij na uitspraak van voorzieningenrechter, waarin werd geoordeeld dat verbod op demonstratie van kracht bleef, nog oproep heeft gedaan om niet naar Den Haag te komen. Het gaat daarbij immers om omstandigheid die zich heeft voorgedaan nadat verdachte de in bewezenverklaring vermelde uitlatingen heeft gedaan, waarmee op dat moment opruiing had plaatsgevonden, terwijl ook niet is gesteld of is gebleken dat met genoemde oproep geen gevolg meer zou (kunnen) worden gegeven aan eerdere uitlatingen waarin verdachte opriep tot deelname aan verboden demonstratie. Volgt verwerping. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:199</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:482</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:445"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">SDE-subsidie. Vaststelling van de correctiebedragen voor 2024 in strijd met artikel 14 van het Besluit SDE. Artikel 2 van de Regeling vaststelling definitieve correcties duurzame energieproductie en klimaattransitie onverbindend. Beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/697, 25/698, 25/719, 25/726, 25/731, 25/732, 25/733, 25/734, 25/735, 25/758, 25/806, 25/811, 25/830, 25/853 en 25/943</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.P. Glerum , J.L. Verbeek, J.L.W. Aerts</contributor><issued>2026-09-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1575"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gewoonte maken van mensensmokkel (meermalen gepleegd) door 5 personen te helpen met het (met valse documenten) verkrijgen van Nederlandse verblijfsvergunning bij IND, art. 197a.2 jo. 197a.4 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht “wederrechtelijk verblijf”. Kon hof oordelen dat in bewezenverklaring genoemde personen zich wederrechtelijk verblijf in Nederland hebben verschaft? 2. Bewijsklacht “winstbejag”. Kon hof oordelen dat verdachte t.a.v. de niet met naam in tll. genoemde personen uit “winstbejag” heeft gehandeld? Ad 1. Van “wederrechtelijk verblijf” a.b.i. art. 197a.2 Sr is sprake als verblijf plaatsvindt zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid. In art. 197a.2 Sr bedoelde behulpzaamheid moet zijn verleend aan iemand die tot verblijf in Nederland of Schengen-rechtsgebied aan geen rechtsregel (van nationale of internationale herkomst) enige titel kan ontlenen (vgl. HR:2008:BA8499). Hof heeft in zijn bewijsvoering o.m. vastgesteld dat 5 in tll. genoemde en 12 van 14 niet in tll. genoemde, maar wel in dossier vermelde, vreemdelingen een aanvraag voor verblijfsvergunning hebben gedaan o.b.v. valse documenten. O.g.v. deze vaststelling heeft hof geoordeeld dat die personen zich wederrechtelijk verblijf in Nederland hebben verschaft of geprobeerd hebben te verschaffen. Dat oordeel getuigt in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld niet van onjuiste rechtsopvatting en het is toereikend gemotiveerd. Daaraan staat niet in de weg dat IND (nog) geen consequenties heeft verbonden aan omstandigheid dat aanvraag is gedaan o.b.v. valse documenten, door intrekken van verblijfsvergunning van aantal in bewezenverklaring bedoelde personen. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft overwogen dat verdachte een geldelijk voordeel heeft behaald van minimaal € 87.560,57 vanwege smokkelen van 5 in bewezenverklaring met naam genoemde vreemdelingen. Kennelijk om te accentueren dat daarmee niet gezegd is dat dit het volledige voordeel van verdachte is geweest, heeft hof overwogen dat er “aanwijzingen” zijn dat verdachte er hoger bedrag aan over heeft gehouden en er daarbij ook op gewezen dat transacties in relatie tot 14 in tll. niet met naam genoemde koppels niet in dat bedrag zijn meegenomen. Op zichzelf is er daarmee geen direct bewijs geleverd dat verdachte ook voordeel heeft genoten uit zijn behulpzaamheid aan 14 andere koppels. Maar hof heeft o.g.v. gegeven dat verdachte bij 5 in tll. wel met naam genoemde personen zeer aanzienlijk bedrag heeft opgestreken, klaarblijkelijk geoordeeld dat zijn beroepsmatige handelen m.b.t. elk van de in bewezenverklaring betrokken vreemdelingen uit winstbejag (gericht op verrijking) plaatsvond. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat uit bewijsvoering volgt dat die beroepsmatige behulpzaamheid door verdachte steeds vergelijkbare vormen heeft aangenomen en gelet op ’s hofs overwegingen over georganiseerdheid van handelen van verdachte. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03086</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:656</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2547</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1488"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; art. 6.7, lid 1, letter a, en art. 2.10, lid 2 en lid 3, Wet IB 2001; art. 14 EVRM in samenhang met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM en art. 1 Twaalfde Protocol bij het EVRM; art. 26 IVBPR; arrest Boon/Van Loon en Wet VPS; tariefmaatregel voor belastingplichtige onder regime van Boon/Van Loon-arrest die leidt tot een hogere belastingdruk dan bij pensioenverevening volgens de hoofdregel van de wet VPS; schending verdragsrechtelijk gelijkheidsbeginsel?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02259</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:861</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:202</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1338"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 40, lid 2, Wet WOZ; gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde bij waardevaststelling van een niet-woning op grond van de huurwaardekapitalisatiemethode.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:8794</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5676</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5676</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5676"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 26 juni 2023 heeft de minister aan [appellant], [appellant A], [appellant], [appellant C], [appellant D}, [appellant E], [appellant F] en [appellant G] bestuurlijke boetes opgelegd van € 25.000,00 voor het schenden van de informatieplicht. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling het hoger beroep van de onderwijsaanbieders tegen aan hen opgelegde boetebesluiten voor één of meerdere overtredingen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: de WHW). De onderwijsaanbieders zijn onderdeel van [bedrijf].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501856/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5804"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 juli 2022 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een verzoek van [appellant sub 1] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) afgewezen. [appellant sub 1] heeft op 24 juni 2022 een verzoek gedaan op grond van de Woo. Het verzoek ziet op de openbaarmaking van de inventarislijst en de ‘Verklaring van Overbrenging’ bij de archieven van de persoonsdossiers van de voormalige Centrale Veiligheidsdienst (CVD) en Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) over de jaren 1946-1998. De minister heeft de gevraagde informatie op 19 juli 2022 gedeeltelijk openbaar gemaakt. De minister heeft in dit besluit toegelicht dat de overbrenging van het archief op dat moment nog niet was afgerond. Om die reden kon de minister op dat moment nog geen geanonimiseerde versie van de inventarislijst verstrekken. De minister heeft in plaats daarvan een concept van de inventarislijst openbaar gemaakt, met uitzondering van de beschrijving van de persoonsdossiers en persoonsgegevens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405005/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5810"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 oktober 2022 (het verkeersbesluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een geslotenverklaring ingesteld, met uitzondering van fietsers en bromfietsers, door het plaatsen van pollers tussen de wijken Vroondaal Noord 1 en Vroondaal Noord 2 op de kruising Nederhoflaan/Oostmadeweg. Vroondaal is een woonwijk in Den Haag, die deel uitmaakt van het stadsdeel Loosduinen. De wijk bestaat uit vier wijkdelen. Tussen de wijkdelen Vroondaal Noord 1 (Westmadepark) en Vroondaal Noord 2 (Hofstedepark) ligt de kruising Nederhoflaan/Oostmadeweg. Het verkeersbesluit voorziet op deze kruising in een verkeerskundige knip. Deze zaak gaat, onder meer, over de vraag of Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark belanghebbende is bij het verkeersbesluit van 24 oktober 2022. Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark is opgericht op 24 november 2022. Volgens haar statuten heeft zij tot doel de collectieve belangen van de eigenaren en huurders van woningen in het deelgebied Vroondaal Westmadepark in en buiten rechte te behartigen, de goede verstandhouding tussen deze eigenaren en huurders te bevorderen en de leefbaarheid, veiligheid, duurzaamheid en sociale cohesie in het woongebied en de woonwijk Vroondaal als geheel te bevorderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504509/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5793"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 5 februari 2021 heeft de minister van Financiën het verzoek van [appellant A] en [appellant B] op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) om inzage in hun persoonsgegevens toegewezen voor zover het gaat om gegevens die zijn verwerkt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De minister heeft het verzoek afgewezen voor zover het betrekking heeft op gegevens die zijn verwerkt in andere gegevensbestanden, applicaties en systemen dan de FSV. Naar aanleiding van de berichtgeving over de FSV van de Belastingdienst hebben [appellant A] en [appellant B] de minister gevraagd of hun gegevens voorkomen op ‘zwarte lijsten’. Zij vermoeden dat er sprake is van een dergelijke registratie, omdat de Belastingdienst hen zonder nadere motivering heeft laten weten dat er in hun geval geen ruimte is voor het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. [appellant A] en [appellant B] hebben toegelicht dat hun verzoek betrekking heeft op ‘zwarte lijsten’ in de ruimste zin van het woord; lijsten die op verschillende wijze kunnen zijn vormgegeven en die - in strijd met de privacywetgeving - al dan niet als doel hebben fraude op te sporen of andere door de Belastingdienst ongewenste constructies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300231/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5638"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 februari 2025 hebben de minister van Defensie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het inpassingsplan "Radar Herwijnen" vastgesteld. Al een aantal jaren wil het Ministerie van Defensie in de buurt van het Gelderse dorp Herwijnen een nieuw militair radarstation bouwen, op de plek waar in het verleden een civiele radar van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft gestaan. Om dat mogelijk te maken is in 2017 een ontwerpbestemmingsplan opgesteld, maar de gemeenteraad van de voormalige gemeente Lingewaal (tegenwoordig de gemeente West Betuwe) heeft in 2018 besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen. Daardoor was de bouw van het nieuwe radarstation niet mogelijk. Verweerders hebben vervolgens besloten om zelf een plan te maken - een zogenoemd rijksinpassingsplan - en vanwege de urgentie die volgens hen is gemoeid met het nieuwe radarstation, gelijktijdig ook de benodigde omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen en in werking hebben van het radarstation. Tegen beide besluiten zijn beroepen ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502316/5/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1218"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante als (bedrijfstak)pensioenfonds niet op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb als belanghebbende bij een aanvraag om uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW kan worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2782 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1553</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1553</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1553"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr), medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr), diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1.5 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr) en belediging van ambtenaar (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep en inhoud akte van uitreiking, art. 36h.1 Sv. Kon hof oordelen dat dagvaarding in h.b. rechtsgeldig is betekend, nu akte van uitreiking niet identificerende gegevens vermeldt van persoon aan wie dagvaarding is uitgereikt? Aan dagvaarding van verdachte om te verschijnen ttz. in h.b. is akte van uitreiking gehecht. Deze akte houdt in dat dagvaarding is uitgereikt op adres A aan ander dan verdachte die zich op dat adres bevond en die heeft beloofd dagvaarding onmiddellijk aan verdachte te geven. Akte vermeldt als naam van ontvanger voornaam en bevat handtekening van ontvanger. Gegevens (soort en nummer) van identiteitsbewijs van ontvanger zijn niet ingevuld. Als dagvaarding ex art. 36e.1.b.1 en 36e.2.a Sv Sv wordt uitgereikt aan degene die zich op het in die bepaling bedoelde adres bevindt en die zich bereid verklaart stuk onverwijld aan geadresseerde te doen toekomen, moet o.g.v. art. 36h.1 Sv in akte van uitreiking de persoon worden vermeld aan wie gerechtelijke mededeling is uitgereikt. Strekking van dit voorschrift is dat achteraf kan worden nagegaan wie dagvaarding onder zich heeft genomen. Als in akte van uitreiking niet persoon is vermeld aan wie dagvaarding is uitgereikt, heeft dat verzuim (in geval dat verdachte niet ttz. is verschenen) in beginsel nietigheid van betekening van dagvaarding tot gevolg. Rechter kan echter van die nietigverklaring afzien, als anderszins uit stukken kan worden afgeleid aan wie dagvaarding is uitgereikt (vgl. HR:2024:1738). Hof heeft geoordeeld dat dagvaarding in h.b. geldig is betekend. Dit oordeel is (mede gelet op wat hiervoor is vooropgesteld) niet zonder meer begrijpelijk. Akte van uitreiking vermeldt uitsluitend voornaam als naam van persoon aan wie dagvaarding in h.b. is uitgereikt. In handtekening van ontvanger op akte van uitreiking is geen naam leesbaar. Gegevens van identiteitsbewijs van ontvanger zijn niet ingevuld. Uit akte van uitreiking kan dan ook niet worden afgeleid wie persoon is aan wie dagvaarding in h.b. is uitgereikt. Hof heeft er ook geen blijk van gegeven te hebben onderzocht of dit anderszins uit stukken kan worden afgeleid. HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig. CAG (strekking) vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02300</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5814"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 1 oktober 2022 heeft de burgemeester van Haarlem aan [wederpartijen] lasten onder dwangsom opgelegd inhoudende dat zij demonstraties op niet-openbare plaatsen direct moeten beëindigen als de burgemeester daartoe opdracht geeft. Op 1 oktober 2022 hebben [wederpartijen] deelgenomen aan een demonstratie van Extinction Rebellion in de Albert Heijn aan het Soendaplein in Haarlem. Zij hebben geen gehoor gegeven aan het verzoek van de manager van de winkel om de winkel te verlaten. De burgemeester heeft daarom op 1 oktober 2022 aan [wederpartijen] een last onder dwangsom opgelegd op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht. De last houdt kort gezegd in dat [wederpartijen] een demonstratie op een niet-openbare plaats direct moeten beëindigen als de burgemeester daartoe de opdracht geeft op grond van artikel 8 van de Wet openbare manifestaties. [wederpartijen] verbeuren € 1.000,00 per keer dat zij geen gehoor geven aan de opdracht van de burgemeester, tot een maximum van € 5.000,00. In de besluiten op bezwaar heeft de burgemeester, in afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie, zich op het standpunt gesteld dat de last voldoende concreet en duidelijk is. Daarnaast is volgens de burgemeester geen begunstigingstermijn nodig, omdat de begunstigingstermijn afhankelijk zal zijn van de opdracht van de burgemeester.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405895/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1585"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Aansluitende zorgmachtiging. Art. 6:1 Wvggz. Had rechtbank moeten onderzoeken of betrokkene een mentor had?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:652</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5665"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij ongedateerde brief heeft de minister het verzoek van de vereniging om een instructie te geven aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden om het waterpeil in en om het Natura 2000-gebied "Kolland en Overlangbroek" (het gebied) te verhogen, doorgezonden aan het college van gedeputeerde staten van Utrecht. De vereniging komt op voor het landschap, de natuur en het leefmilieu in de omgeving van Wijk bij Duurstede. Volgens de vereniging is een verhoging van het waterpeil in het gebied nodig om (verdere) verslechtering van de staat van de natuur te voorkomen. Daarom heeft zij de minister verzocht om een instructie als bedoeld in artikel 2.34, derde lid, van de Omgevingswet te geven aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden om het waterpeil in en om het gebied te verhogen. Bij ongedateerde brief heeft de minister dit verzoek doorgezonden aan het college van gedeputeerde staten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501070/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5668"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 december 2024 heeft de burgemeester van Rijswijk een aanvraag van [appellant] om verlenging van de exploitatievergunning voor [eetcafé], gevestigd op het adres [locatie] te Rijswijk (het perceel), afgewezen. De burgemeester heeft de aanvraag om verlenging van deze vergunning op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rijswijk 2024 (APV) afgewezen, omdat de exploitatie volgens hem in strijd is met het Omgevingsplan gemeente Rijswijk (het omgevingsplan). De burgemeester heeft daarbij in aanmerking genomen dat vanaf 2020 meerdere overtredingen in de onderneming van [appellant] zijn geconstateerd. Bij verschillende controles in 2020 en 2023 is vastgesteld dat geen sprake is van een eetcafé, maar van een shisha-lounge (waterpijpcafé). [appellant] heeft ondanks het aanzeggen van handhaving zijn bedrijfsvoering niet in overeenstemming gebracht met de voor een eetcafé verleende exploitatievergunning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505108/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1539</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1539</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1539"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Bewijsklacht bekendmaking en inwerkingtreding van besluit van CBR tot schorsing van geldigheid van rijbewijs. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat besluit van CBR aan verdachte bekend is gemaakt en op moment van tlgd. van kracht was? Voor bewezenverklaring van een op art. 9.5 WVW 1994 toegesneden tll. moet uit bewijsvoering allereerst blijken dat geldigheid van rijbewijs van verdachte is geschorst en dat dit besluit op moment van tlgd. van kracht was. O.g.v. art. 3:40 Awb geldt dat besluit tot schorsing van geldigheid van rijbewijs niet in werking treedt voordat het is bekendgemaakt. Deze bekendmaking kan plaatsvinden d.m.v. toezending of uitreiking aan belanghebbende, dan wel (als bekendmaking niet kan geschieden d.m.v. toezending of uitreiking) op andere geschikte manier (art. 3:41 Awb). Bij toezending geldt terpostbezorging door CBR als moment van bekendmaking. Volgens Awb is het bij deze manier van bekendmaking niet uitgesloten dat in besluit wordt bepaald dat geheel besluit of bepaald onderdeel ervan pas enige tijd na bekendmaking in werking treedt (vgl. RVS:2022:243). Uit bewijsvoering zal naar voren moeten komen dat besluit aan verdachte is verzonden of is uitgereikt, dan wel op andere geschikte manier bekend is gemaakt a.b.i. art. 3:41.2 Awb en op welke datum het besluit van kracht werd. Daarnaast moet uit bewijsvoering kunnen worden afgeleid dat verdachte t.t.v. besturen van motorrijtuig ‘wist of redelijkerwijs moest weten’ dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Dit vereiste hangt ermee samen dat art. 9 WVW 1994 een misdrijf oplevert; zo’n vereiste geldt bijvoorbeeld niet bij overtreding van art. 107 WVW 1994. Het verdient in dit type zaken aanbeveling dat van processtukken deel uitmaken (a) mededeling van CBR aan verdachte met besluit tot schorsing waarin is bepaald wanneer besluit tot schorsing in werking treedt en (b) aantekening waaruit blijkt dat, wanneer en hoe verzending (dan wel andere manier van bekendmaking) van die mededeling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. OM is ervoor verantwoordelijk dat deze stukken, voordat zaak ttz. wordt behandeld, bij processtukken worden gevoegd (vgl. art. 149a.1 Sv), zo nodig door daartoe deze stukken (alsnog) op te vragen bij CBR. In voorkomend geval kan rechter (desnoods door aanhouding van behandeling van zaak) bewerkstelligen dat die stukken alsnog bij processtukken worden gevoegd. Als bewijs toch op andere manier door rechter wordt aangenomen, moet hij in beginsel in zaken waarin verdachte geen bekennende verklaring heeft afgelegd, nader motiveren hoe hij bewezenverklaring uit bewijs heeft afgeleid (vgl. HR:2025:826). Uit bewijsvoering kan niet zonder meer volgen dat besluit van CBR tot schorsing van geldigheid van rijbewijs van verdachte aan verdachte is bekendgemaakt en op moment van tlgd. van kracht was. Anders dan hof kennelijk heeft geoordeeld zijn (mede gelet op wat hiervoor is overwogen) voor bewijs gebruikte verklaring van verdachte en ‘s hofs vaststellingen over resultaten van raadpleging door verbalisanten van RDW-register daartoe niet voldoende. Wat betreft verklaring van verdachte is daarbij van belang dat daaruit weliswaar volgt dat verdachte op moment van verhoor op de hoogte was van schorsing, maar dat uit die verklaring niet kan worden afgeleid dat besluit tot schorsing van rijbewijs al op datum van tlgd. aan verdachte bekend was gemaakt en van kracht was. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG: verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:479</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1595"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Goederenrecht. Pandrecht (art. 3:246 BW). Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering? Kan pandhouder bevoegdheid tot schikking in pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking? Gesloten systeem van goederenrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02209</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:377</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:1553</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1494"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen. Formeel recht. Artt. 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; art. 6 EVRM. Vergoeding van immateriële schade als gevolg van overschrijding van de redeljke termijn; in aanmerking te nemen termijn en bedrag. Unierechtelijk verdedigingsbeginsel; geen verplichting tot mondeling horen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1555</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1232"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag. Eenmalige energietoeslag 2022. Beleid. Geen noodzaak tot overleggen energiecontract. Zelf voorzien. In de toepasselijke beleidsregels wordt niet de eis gesteld dat studenten een energiecontract over moeten leggen. Het is ook niet nodig om vast te kunnen stellen of appellante onder de doelgroep valt. Niet in geschil is immers dat appellante als alleenstaande een huishouding vormt. Ook een mogelijk verhoogd tarief is op grond van de beleidsregels geen vereiste voor toekenning van de energietoeslag. Omdat appellante voldoet aan de in de beleidsregels geformuleerde voorwaarden, kent de Raad alsnog de energietoeslag voor het jaar 2022 toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2176 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1487"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; art. 3.146 Wet IB 2001 en art. 18a, lid 4, Wet LB 1964 (tekst 2016); vorderbaar en inbaar pensioen; uiterste ingangsdatum.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00833</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:493</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1586"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering van bewakers van Nederlandse ambassade in Afghanistan tot overbrenging naar en toelating in Nederland. Internationaal privaatrecht, toepasselijk recht. Is sprake van uitoefening van openbaar gezag (art. 1 lid 1 Verordening Rome II?)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/05060</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Kort geding</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:640</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2256</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:464"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verordening (EG) nr. 834/2007. Nieuwe beslissing op bezwaar van Skal in vervolg op de uitspraak van het College van 22 juli 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:383). Intrekking van de biocertificaten van appellanten houdt stand. Misbruik van Unierecht door een kunstmatige constructie om de regels te omzeilen. Het College volgt appellanten niet in hun betoog dat feitelijk sprake is van een intrekking voor onbepaalde tijd. Het College ziet geen reden om de duur van de intrekkingen onevenredig te achten. De decertificering van een aantal partijen laat het College onbesproken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/931</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.W.L. Koopmans, A. van Gijzen, M.L. Noort</contributor><issued>2026-09-29</issued><reference relation="citing" lang="nl">Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1540"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Belediging van politieambtenaar (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr), straatschenderij (art. 424.1 Sr) en niet voldoen aan identificatieplicht (art. 447e Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, gebrekkige volmacht (art. 450.3 Sv). Kon hof de verdachte n-o verklaren in zijn h.b. op de grond dat volmacht van advocaat aan griffiemedewerker Rb niet voldoet aan eisen van art. 450.3 Sv omdat daarin niet is vermeld dat verdachte instemt met het door griffiemedewerker dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. en daarin evenmin adres is opgegeven voor toezending van afschrift van dagvaarding in h.b.? In HR:2009:BJ7810 heeft HR eisen geformuleerd waaraan schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker om h.b. in te stellen moet voldoen. Zo moet die volmacht inhouden: a. verklaring van advocaat dat hij door verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot instellen van h.b. (art. 450.1.a Sv); b. verklaring van advocaat dat verdachte instemt met het door medewerker op griffie dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. (art. 450.3 Sv); en c. adres dat door verdachte is opgegeven voor toezending van afschrift van dagvaarding in h.b. (art. 450.3 Sv). Deze eisen moeten worden bezien tegen achtergrond van aanscherping van wettelijke regeling voor instellen van h.b. Die aanscherping heeft tot doel problemen m.b.t. betekening van dagvaardingen en oproepingen om in h.b. terecht te staan, te voorkomen althans te verminderen. Daarbij is van belang dat mogelijkheid van (met instemming van verdachte) dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. door griffiemedewerker in het licht van regeling van art. 432.1.a jo. 6:1:16.1 Sv bijdraagt aan voortvarende tul van rechterlijke uitspraken, nu deze uitreiking geldt als uitreiking in persoon aan verdachte (art. 450.5 Sv). Gelet op deze ratio van eisen waaraan volmacht moet voldoen die door advocaat is verstrekt, is in zaken waarin ttz. in h.b. noch verdachte noch door hem gemachtigde raadsman is verschenen, in de regel het h.b. dat advocaat door middel van schriftelijke volmacht aan griffiemedewerker heeft ingesteld, n-o als die volmacht niet aan al die voorwaarden voldoet. In het licht van diezelfde ratio heeft HR in eerdere rechtspraak geoordeeld dat onvoldoende grond bestaat voor niet-ontvankelijkverklaring van h.b. op de grond dat volmacht niet voldoet aan de onder a genoemde voorwaarde als ttz. in h.b. wel verdachte of gemachtigde raadsman is verschenen en deze daar (zo nodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd) heeft verklaard dat aan verlening van (onvolkomen) volmacht de wens van verdachte ten grondslag lag om (op geldige manier) h.b. te doen instellen, zodat dat verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR:2012:BV6999), en ook niet op de grond dat volmacht niet voldoet aan de onder b en c vermelde voorwaarden als verdachte of gemachtigde raadsman ttz. in h.b. is verschenen, omdat belang dat met die voorwaarden is gediend, in zo’n geval niet is geschaad, zodat verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR:2013:BY8357). Hof heeft geoordeeld dat namens verdachte ingesteld h.b. n-o moet worden verklaard. Daaraan heeft hof ten grondslag gelegd dat schriftelijke volmacht niet voldoet aan de in art. 450.3 Sv gestelde eisen, omdat hierin niet is vermeld dat verdachte instemt met het door griffiemedewerker dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. en hierin ook niet adres is vermeld dat door verdachte is opgegeven voor toezending van afschrift van dagvaarding in h.b. Hof heeft daarmee het oog op het niet voldoen aan hiervoor onder b en c bedoelde voorwaarden. Met dit oordeel heeft hof (gelet op wat hiervoor is vooropgesteld) miskend dat verzuim om te voldoen aan genoemde voorwaarden voor gedekt kan worden gehouden doordat verdachte is verschenen op eerste tz. in h.b. Door op die tz. te verschijnen is belang dat met betreffende voorwaarden is gediend, immers niet geschaad. Dat hof op eerste tz. de zaak niet inhoudelijk heeft behandeld maar onderzoek heeft geschorst en op volgende tz. de verdachte en ook niet gemachtigde raadsman zijn verschenen, leidt dan ook niet tot ander oordeel. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:930</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3524</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1571"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Voorhanden hebben van valse Poolse verblijfskaart door in België verblijvende verdachte (Russische nationaliteit), art. 231.2 Sr. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging o.g.v. art. 31.1 Vluchtelingenverdrag. Kon hof oordelen dat zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat stelling dat verdachte een vluchteling is a.b.i. Vluchtelingenverdrag, ongegrond is en dat geen sprake is van situatie waarin verdachte het Poolse verblijfsdocument onmiskenbaar i.h.k.v. vlucht in haar bezit had? Uit strekking van art. 31 Vluchtelingenverdrag vloeit voort dat OM in de op art. 231 Sr gebaseerde vervolging van verdachte die vreemdeling is en zich tegen beschuldiging verweert met beroep op bescherming die deze verdragsbepaling beoogt te bieden, slechts dan ontvankelijk is als onmiddellijk en zonder nader onderzoek door strafrechter kan worden vastgesteld dat stelling van vreemdeling dat hij vluchteling is a.b.i. Vluchtelingenverdrag ongegrond is. Beslissing op asielaanvraag en dus ook oordeel over aannemelijkheid van het aan asielaanvraag ten grondslag liggende vluchtrelaas, is voorbehouden aan minister en (na ingesteld beroep) aan bestuursrechter. Met het oog op voorkomen van tegenstrijdige uitspraken van strafrechter en bestuursrechter, moet strafrechter zich in beginsel van zelfstandig oordeel over beroep van vreemdeling op zijn vluchtelingenstatus onthouden. Mede gelet op moeilijke bewijspositie die vreemdeling heeft bij onderbouwing van zijn beroep op vluchtelingenstatus, komt vreemdeling die wordt vervolgd voor overtreding van art. 231 Sr ook beroep op art. 31 Vluchtelingenverdrag toe als nog niet vaststaat dat hij aan alle voorwaarden voor erkenning als vluchteling voldoet. Tegen deze achtergrond moet met het oog op een voor praktijk van strafrechtspleging zo eenvoudig mogelijk te hanteren regel worden aangenomen dat vreemdeling niet behoort te worden vervolgd wegens onmiskenbaar i.h.k.v. zijn vlucht in bezit hebben of aangewend hebben van vervalste documenten zolang op de door vreemdeling gedane eerste asielaanvraag nog niet onherroepelijk is beslist. Daarom zal strafrechter in die gevallen waarin voor misdrijf van art. 231 Sr vervolgde vreemdeling zich op bescherming van art. 31 Vluchtelingenverdrag beroept en aangenomen moet worden dat op (eerste) door verdachte gedane asielaanvraag zal worden beslist, niet mogen aannemen dat verdachte aan voorwaarden voor kunnen inroepen van de door art. 31 Vluchtelingenverdrag geboden bescherming niet voldoet. In zo’n geval, waarin geen sprake is van onherroepelijke afwijzing van eerste door verdachte gedane asielaanvraag, is bij strafvervolging voor het in art. 231 Sr strafbaar gestelde misdrijf geen ruimte om te onderzoeken of aan overige voorwaarden van art. 31 Vluchtelingenverdrag is voldaan en kan daarom niet worden aangenomen dat stelling dat verdachte een vluchteling is a.b.i. Vluchtelingenverdrag evident ongegrond is. In dat geval zal OM niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in strafvervolging (vgl. HR:2013:BY4310). O.g.v. ‘s hofs overwegingen en van wat ttz. in h.b. aan de orde is gekomen, moet het ervoor worden gehouden dat verdachte een eerste asielaanvraag in Nederland heeft gedaan. Hof heeft niet onderzocht of op de door verdachte ingediende asielaanvraag onherroepelijk is beslist. Gelet daarop had hof in deze zaak, waarin verdachte wordt vervolgd voor het in art. 231 Sr strafbaar gestelde misdrijf, niet mogen aannemen dat niet aan voorwaarden is voldaan voor kunnen inroepen van bescherming die art. 31 Vluchtelingenverdrag biedt i.h.k.v. onrechtmatige binnenkomst of onrechtmatig verblijf, waaronder voorwaarde dat verdachte het betreffende document in bezit had of heeft aangewend i.h.k.v. vlucht. Dit brengt met zich dat hof het verweer dat namens verdachte is gevoerd, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04316</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:638</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3726</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4317"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting, verkrijging onroerende zaak na echtscheiding. De rechtbank is van oordeel dat artikel 3, lid 1, onderdeel b van de WBR niet van toepassing is omdat belanghebbende was gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, waarbij iedere gemeenschap was uitgesloten. Over de hoogte van de naheffingsaanslag is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur de waarde voor de hele onroerende zaak aannemelijk heeft gemaakt, maar dat hij de onderverdeling van deze waarde in waarden voor het woondeel, de bedrijfsopstallen respectievelijk de bedrijfsgrond niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank vermindert de naheffingsaanslag. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de verzuimboete moet worden verminderd tot een symbolisch bedrag van € 1.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/4585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A. Heidekamp</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6023</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6023</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6023"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Rechtsherstel box 3.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29441</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29441</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29441"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. In geschil is of verweerder terecht de factor uit artikel 30a Wet WOZ heeft toegepast. Niet voldaan aan de bewijslast van buiten redelijke twijfel komen vast te staan. Geen bijzonder geval.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 1957</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G. Scholten</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:911"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm; Awb; art. 7:15 Awb; kan in hoger beroep voor het eerst over de kostenvergoeding in bezwaarfase worden geklaagd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04289</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11005"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, omdat het door belanghebbende na het verstrijken van de bezwaartermijn is ingediend als gevolg van een haar niet toe te rekenen omstandigheid en belanghebbende het bezwaar tevens zo spoedig als redelijkerwijs kon worden verlangd heeft ingediend, nadat zij bekend was geworden met de inhoud van de aanslag Vpb 2019.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3761</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:981"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Art. 534 UCDW; regeling voor gezamenlijke opslag; ook voor opslag in verschillende tanks van hetzelfde entrepot? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01247</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:978</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:978</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:978"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Art. 534 UCDW; regeling voor gezamenlijke opslag; ook voor opslag in verschillende tanks van hetzelfde douane-entrepot? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01243</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6335"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2607</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6698</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:979"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Art. 534 UCDW; regeling voor gezamenlijke opslag; ook voor opslag in verschillende tanks van hetzelfde douane-entrepot? Art. 204 CDW; onregelmatige toepassing van regeling voor gezamenlijke opslag? Art. 203 CDW; wetenschap of bewustheid van onttrekking van niet-communautaire biodiesel aan douanetoezicht? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01245</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01238</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:187"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns; art. 2, lid 1, aanhef en letters a en b, art. 66, lid 1, aanhef en letter a, en art. 80 Wet op de accijns; art. 14, lid 1, letter c, Energiebelastingrichtlijn; artt. 7 en art. 8 Accijnsrichtlijn; in bunkertank van binnenvaartschip aangetroffen gasolie met te weinig Solvent Yellow; accijnsvrijstelling; belastbaar feit; aanwijzing schuldenaar; Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel; prejudiciële vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/05853</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-02-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:9865</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2020:1213</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2020:1223</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2024:697</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:179</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:685</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:685</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:685"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Toepassing van artikel 10, lid 1, aanhef en letter j, Wet Vpb (artikel 10-1-j) en werknemersoptiearresten? Het hof gaat uitgebreid in op de achtergrond en context van artikel 10-1-j. Het hof is van oordeel dat artikel 10-1-j in de context van (werknemers)opties slechts de aftrek verhindert van enig bedrag in verband met de toekenning van dergelijke opties. Als optierechten eenmaal zijn toegekend en er derhalve een optieverplichting is ontstaan, wordt de fiscale behandeling van (mutaties in de waarde van) beheerst door de rechtspraak inzake houders van optierechten en vergelijkbare rechten op aandelen. Toepassing van het juridisch kader op het onderhavige geval leidt tot het oordeel van het hof dat artikel 10-1-j niet de aftrek van enig bedrag verhindert. In het onderhavige geval heeft de (voorwaardelijke) toekenning van optierechten niet in het onderhavige jaar (2015 plaatsgevonden, maar in 2013 en 2014. Partijen zijn eenparig van mening dat de voorwaarden als opschortende voorwaarden moeten worden gekwalificeerd. Gelet daarop is in het onderhavige geval nimmer sprake geweest van een toekenning van optierechten in de in artikel 10-1-j bedoelde zin. Bij gebreke van een zodanige toekenning wordt evenmin toegekomen aan de werknemersoptiearresten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.A.M. Pijnenburg, T.A. Gladpootjes, P.C. van der Vegt</contributor><issued>2023-03-01</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de vennootschapsbelasting 1969 10</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:785</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1631</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2020:6076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:6076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2020:6076"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aankoop grond en bouwen pand. Bouwen pand wordt, mede door gevolgen economische crisis, gestaakt. Geen sprake van een bron van inkomen. Geen toepassing foutenleer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 19 _ 4703</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.W. Koenis</contributor><issued>2020-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:3227</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2321</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2020:1213</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2020:1213</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2020:1213"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-12-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">A-G Ettema heeft conclusie genomen in vijf accijnszaken, waaronder deze. Alle zaken spelen tegen de achtergrond dat van de belanghebbenden accijns is nageheven omdat bij hen partijen minerale olie zijn aangetroffen op hun schip. In een gemeenschappelijke bijlage onderzoekt zij hoe in het kader van artikel 2(1) b van de Wet op de accijns (WA) de bewijslast tussen partijen moet worden verdeeld en welke rol herkomstbescheiden daarbij spelen. In het bijzonder spelen in deze zaak de vragen of de inspecteur onderzoek had moeten verrichten naar de door belanghebbende overgelegde bunkerbonnen. Daarnaast speelt de vraag of de genomen monsters door hun geringe hoeveelheid als representatief kunnen worden beschouwd. A-G Ettema komt tot de slotsom dat de middelen slagen. Volgens de A-G rust op de Inspecteur de last te bewijzen dat het accijnsgoed buiten een accijnsschorsingsregeling voorhanden wordt gehouden zonder dat over dat goed accijns is geheven overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het Unierecht en de nationale wetgeving. Met het tonen van de bunkerbonnen heeft belanghebbende concrete bescheiden verstrekt die de Inspecteur op het spoor van een eerder belastbaar feit heeft kunnen brengen. Het enkel in twijfel trekken dat verstrekte informatie over de herkomst juist is, leidt dan niet zonder meer ertoe dat de bewijslast voor het belastbare feit van artikel 2(1)b WA naar een voorhandenhebber verschuift. Met betrekking tot monsterneming schrijft de A-G dat, om tot een onafhankelijke en goede analyse te komen, het niet alleen nodig lijkt dat het onderzoek volgens aangewezen wetenschappelijke methodes wordt uitgevoerd, maar ook dat het monster waarop dit onderzoek wordt gedaan daarvoor geschikt is. Bij gerede twijfel over een door het Douanelaboratorium toegepaste methode, zal volgens de A-G een inspecteur die twijfel naar vermogen moeten wegnemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/05853</description><issued>2021-01-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:187</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:785</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:785</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:785"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting / vorming van een voorziening?, toepassing van artikel 10, eerste lid, aanhef en letter j van de Wet Vpb (artikel 10-1-j) In eerdere jaren heeft de aandeelhouder van belanghebbende voorwaardelijke rechten op prestatie-gebonden aandelen in haar kapitaal toegekend aan 5 werknemers van belanghebbende. In het onderhavige jaar zijn deze (dan nog voorwaardelijke) rechten omgezet in rechten op cashbonussen (in 2 tranches uit te keren in latere jaren). Aan de uitbetaling van die bonussen zijn geen voorwaarden verbonden. De uitbetaling is direct ten laste van belanghebbende gekomen. Achteraf is gebleken dat niet zou zijn voldaan aan de prestatievoorwaarden om de rechten op prestatie-gebonden aandelen onvoorwaardelijk te laten worden. De vraag is of belanghebbende ter zake van de te betalen bonussen in het onderhavige jaar een voorziening mag vormen, of dat artikel 10-1-j hieraan in de weg staat. De rechtbank overweegt dat een cashbonus aan een werknemer als uitgangspunt aftrekbaar is van de fiscale winst. Als een recht is toegekend dat onder artikel 10-1-j valt, dan vindt de afwikkeling van dat recht echter plaats in de kapitaalsfeer, ook indien afwikkeling plaatsvindt door betaling van een geldbedrag dat gelijk is aan de waarde van het desbetreffende recht. In het onderhavige geval is het recht echter nimmer onvoorwaardelijk geworden (een essentieel verschil me de gevallen die aan de orde waren in de optiearresten en het conversierecht-arrest). Bovendien stond ten tijde van het aanbod tot omzetting van de rechten nog geenszins vast dat aan de prestatievoorwaarden zou worden voldaan. Daarom kan niet worden gezegd dat de rechten zijn afgewikkeld in een geldbedrag dat gelijk is aan die rechten. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 18 _ 2785</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.R.T. Pauwels, J.P.M. Kooijmans, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2021-03-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:685</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2021:1187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2021:1187"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns; art. 2, lid 1, aanhef en letter b, en art. 80 Wet op de accijns; art. 34 Uitvoeringsbesluit accijns; art. 54 Uitvoeringsregeling accijns; Mededeling 61; motorbenzine in sloptanks van een tankschip; aantonen herkomst van inhoud sloptanks; resten van vervoerde ladingen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/00789</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2021-08-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2020:1209</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2019:3987</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2020:1223</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2021:1348</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1348</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2021:1348"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns; art. 2, lid 1, aanhef en letter b, en art. 80 Wet op de accijns; art. 34 Uitvoeringsbesluit accijns; art. 54 Uitvoeringsregeling accijns; Mededeling 61; motorbenzine en gasolie in sloptanks van een tankschip; aantonen herkomst van inhoud sloptanks; resten van vervoerde ladingen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/02338</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2021-09-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2020:1212</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2019:3985</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2020:1223</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2021:7483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:7483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2021:7483"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De waarde van die panden is dan waarvan bij de overdracht van de aandelen is uitgegaan, over die hogere waarde is overdrachtsbelasting verschuldigd, voor zover de overgedragen aandelen die panden vertegenwoordigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 16 _ 3172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades, T.N. van Rijn, P.A. Caljé</contributor><issued>2021-09-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3301</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3300"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting; art. 4, lid 1, onderdeel a, WRB; verkrijging van aandelen in onroerend-goedlichaam? Zuivere splitsing van de verkrijger in twee vennootschappen, die nadien via een juridische fusie zijn verdwenen in [X] B.V. (belanghebbende) en [Y] B.V. De naheffingsaanslag is opgelegd aan (op naam gesteld van) belanghebbende. Het Hof vernietigt de naheffingsaanslag omdat belanghebbende niet de belastingplichtige verkrijger is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1663</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:7485</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1533</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2023:1096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2023:1096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2023:1096"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrekbeperking ex art. 10(1)(j) Wet Vpb, werknemers-aandelenoptierechten toegekend onder opschortende voorwaarden worden cash afgekocht; kapitaalsfeer? Onderscheid opschortende en ontbindende voorwaarden; art. 6:22 BW; verhouding tot werknemersoptie- en conversierechtarresten en tot de gesplitst-belangdoctrine (Falcons) en de schadevergoedingsjurisprudentie inzake de deelnemingsvrijstelling. Feiten: In 2013 en 2014 zijn aan vijf van belanghebbendes werknemers voorwaardelijk rechten op aandelen toegekend in het kapitaal van de moedervennootschap. Als zij vier jaar na de voorwaardelijke toekenning nog in dienst zijn én bepaalde prestaties hebben geleverd, verkrijgen zij een recht op levering van een vastgesteld aantal aandelen. In 2015 is twee derde van de aandelen in de moedermaatschappij verkocht aan een derde. De nieuwe grootaandeelhouder wil de resterende aandelen van de markt houden en heeft daarom de vijf werknemers een cashbonus geboden in ruil voor het afzien van de voorwaardelijk toegekende rechten op aandelen. Die afkoopsom is niet afhankelijk van voortdurend werknemerschap, prestaties of enige andere voorwaarde dan het afzien van de voorwaardelijk toegekende rechten. Zij hebben daarvan alle vijf gebruik gemaakt. Achteraf is gebleken dat als de voorwaardelijke rechten niet waren vervangen door de cashbonus, de voorwaarden voor toekenning niet zouden zijn vervuld en het recht op levering van aandelen dus nooit onvoorwaardelijk zou zijn geworden. In geschil is of de belanghebbende in 2015 een voorziening ad € 630.750 mag passiveren voor de half in 2016 en half in 2018 te betalen bonus, of art. 10(1)(j) Wet Vpb aan aftrek en dus ook aan een voorziening in de weg staat. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft belanghebbendes beroep gegrond verklaard. Volgens haar is geen sprake van afwikkeling of afkoop van een recht zoals bedoeld in art. 10(1)(j) Wet Vpb omdat nooit een onvoorwaardelijk recht op aandelen is ontstaan waardoor geen sprake is van pseudo-aandeelhouderschap. Volgens de rechtbank is de cash-bonus niet zozeer een bedrag ter afkoop van het voorwaardelijke recht maar een andere beloning die in de plaats komt van het eerder toegekende voorwaardelijke recht. Het Hof ‘s-Hertogenbosch komt tot een vergelijkbaar oordeel, mede op basis van het onderscheid tussen opschortende en ontbindende voorwaarden. Voorwaardelijke toekenning van optierechten valt volgens het Hof alleen onder art. 10(1)(j) Wet Vpb als vervulling van de voorwaarde de toekenning ontbindt. Die bepaling grijpt nog niet aan bij opschortend voorwaardelijke toekenning van een optierecht. Pas daadwerkelijke toekenning van opties creëert het pseudo-aandeelhouderschap bedoeld in de werknemers-optiearresten en de Falcons-rechtspraak c.a. De Staatssecretaris stelt één middel in drie onderdelen voor. Hij acht art. 10(1)(j) Wet Vpb geschonden omdat (i) art. 10(1)(j) Wet Vpb zijns inziens naar de bedoeling van de wetgever ook opties onder opschortende voorwaarde treft, (ii) het Hof de werknemersoptie- en conversierechtarresten ten onrechte niet heeft toegepast op opties onder opschortende voorwaarde en (iii) de gesplitst-belangdoctrine (Falcons) en de schadevergoedingsjurisprudentie inzake de deelnemingsvrijstelling (HR BNB 2003/34, HR BNB 2017/11 en HR BNB 2020/160) zijns inziens niet doorgetrokken kunnen worden naar de toepassing art. 10(1)(j) Wet Vpb. A-G Wattel meent ad (i) dat art. 10(1)(j) Wet Vpb naar zijn tekst niet van toepassing is. Er zijn immers geen aandelen of rechten om aandelen te verwerven (opties) toegekend of uitgekeerd. De toekenning is immers opgeschort tot de voorwaarden zijn vervuld. Pas na voldoening aan de opschortende voorwaarden voor toekenning – in dienst blijven en targets halen – zou een recht verkregen zijn om aandelen geleverd te krijgen zoals bedoeld in art. 10(1)(j) Wet Vpb. Dan rijst de vraag of de wetgever wel bedoelde die bepaling van toepassing te doen zijn op dit geval. Het aftrekverbod in art. 10(1)(j) Wet Vpb is ingevoerd bij de wet Werken aan winst om de grondslag te kunnen verbreden en daarmee het Vpb-tarief te kunnen verlagen. Het idee was dat uitreiking of toekenning van aandelen of opties aan werknemers geen ondernemingskosten zijn, maar aandeelhouders(verwaterings)lasten. De wetgever wilde de aftrekbaarheid van werknemersopties die voortvloeide uit HR BNB 1996/301 en HR BNB 1997/47 ongedaan maken en terugkeren naar het regime van HR BNB 1956/244: uitgifte van aandelen raakt de winst- en verliesrekening niet. Art. 10(1)(j) Wet Vpb moet daarom volgens de A-G restrictief worden uitgelegd: het is een inbreuk op het totaalwinstbeginsel. In casu is zijns inziens, anders dan in HR BNB 1956/244, wél sprake van kosten of verlies. De belanghebbende heeft onvoorwaardelijk loonkosten betaald in de winstsfeer omdat opschortend voorwaardelijke toekenning van rechten op levering van aandelen niet werkt zolang de opschortende voorwaarde niet is vervuld (zie art. 6:22 BW). Zij heeft dan evenmin fiscale gevolgen tot dat moment; en op dat moment grijpt art. 10(1)(j) aan, zodat ook op dat moment geen aftrek mogelijk is. A-G Wattel acht art. 10(1)(j) Wet Vpb daarom ook teleologisch niet van toepassing op belanghebbendes geval. Hij merkt op dat afkoop van een ontbindend voorwaardelijk recht op levering van aandelen niet aftrekbaar is omdat die afkoop zich wél in de kapitaalsfeer afspeelt doordat ook die toekenning (aldus art. 10(1)(j) Wet Vpb) al buiten de winstsfeer lag. De optiehouder onder ontbindende voorwaarde is immers wél pseudo-aandeelhouder als en zolang de ontbindende voorwaarde niet wordt vervuld, anders dan de opschortend voorwaardelijke optiehouder, die geen pseudo-aandeelhouder is zolang die opschortende voorwaarde niet is vervuld. Ad (ii): de verhouding tussen een optiehouder of converteerbare-obligatiehouder en de vennootschap op wier aandelen de opties of het conversierecht zien ligt in de kapitaalsfeer, althans buiten de winstsfeer. Volgens de Staatssecretaris ziet die doctrine ook op aandelenopties onder opschortende voorwaarde. Volgens A-G Wattel is die doctrine in casu niet relevant omdat de werknemers geen pseudo-aandeelhouders waren toen zij de cashbonus accepteerden. Er was toen geen enkele duidelijkheid of zij aan de voorwaarden voor toekenning zouden (kunnen) voldoen en die voorwaarden blijken achteraf ook bij geen van hen vervuld te zijn geworden. Anders dan de Staatssecretaris stelt, is geen recht op aandelen afgekocht, maar de opschortend voorwaardelijke toekenning van een recht op aandelen, welke toekenning niet in werking was getreden bij gebrek aan vervulling van die voorwaarde (zie art. 6:22 BW). Ad (iii): HR BNB 2003/34 (falcons) gaat over gesplist belang bij aandelen en HR BNB 2017/11 en HR BNB 2020/160 over de vraag of de deelnemingsvrijstelling geldt voor een (schade)vergoeding voor het niet-doorgaan van een beoogde aandelenoverdracht of voor de schending van een contractueel voorkeursrecht door een mede-aandeelhouder. A-G Wattel ziet niet waarom pseudo-aandeelhouderschap bij afkoop van een opschortend voorwaardelijk recht op aandelenlevering in de context van art. 10(1)(j) Wet Vpb anders moet worden opgevat dan in de context van afkoop van aansprakelijkheid voor schending van de precontractuele sfeer bij een voorgenomen aandelenverwerving of van aansprakelijkheid voor schending van een contractuele plicht tot aanbieding van aandelen Beslissend voor de vraag of voldoende aandeelhouderschap was ontstaan om de deelnemingsvrijstelling toepasselijk te achten, was of een onvoorwaardelijk, feitelijk en rechtens afdwingbaar recht op levering van de aandelen was ontstaan. Is dat niet het geval, dan is onvoldoende pseudo-aandeelhouderschap voorhanden voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Deze rechtspraak strookt met art. 6:22 BW: verbintenissen onder opschortende voorwaarde treden pas in werking met de vervulling van de voorwaarde. Ook in casu is nooit een recht op levering van aandelen ontstaan en is bij gebrek daaraan de verbintenis uit overeenkomst nooit in werking getreden. De A-G ziet niet welk zinvol doel gediend wordt door bij de toepassing van art. 10(1)(j) Wet Vpb af te wijken van deze met het burgerlijke recht strokende benadering van pseudo-aandeelhouderschap voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Conclusie: cassatieberoep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01315</description><issued>2023-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1631</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:12644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:12644"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij de oplegging van een aanslag inkomstenbelasting is een aan de oud werkgever betaalde schadevergoeding in aanmerking genomen als negatief loon. Naar het oordeel van de rechtbank is het betaalde bedrag terecht niet gebruteerd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_5077</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J. Pelinck</contributor><issued>2024-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:3115</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1385"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Incidenteel hoger beroep ontvanger gegrond. Na verjaring rechtsvordering tot betaling heeft belanghebbende geen belang bij voorzetting procedure tegen de kostenbeschikking. Misbruik van procesrecht door instellen beroep. Geen recht op door rechtbank toegekende imsv van € 8.485.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1642</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1394"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft geen belang bij instellen van beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar over een kostenbeschikking. Misbruik van procesrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/441</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1643</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8032"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV uitgaven voor specifieke zorgkosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2887 en 23/3908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-12-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:739</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28859</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28859</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28859"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; samenhangende zaken; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6628</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28860"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; samenhangende zaken; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6629</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28891"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6164</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9899"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van door huurder onverschuldigd betaalde huurverhogingen. Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard want dat is niet gevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11771489 CV ExPL 25-9010</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:478</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:478</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:478"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De maximumemissieniveaus van filtersigaretten moeten worden gemeten volgens de ISO-methoden uit de Europese Tabaksrichtlijn (richtlijn 2014/40/EU). Dit volgt uit de beantwoording van prejudiciële vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:EU:C:2026:327). De Stichting Rookpreventie Jeugd had de NVWA verzocht om de maximumemissieniveaus te meten met andere methoden dan de voorgeschreven ISO-meetmethoden. De ISO-meetmethoden zouden het beoogd gebruik van een sigaret volgens de Stichting onvoldoende benaderen, omdat die methoden er geen rekening mee houden dat de minuscule gaatjes in het filter van een sigaret in de praktijk worden afgesloten door de vingers en lippen van de roker. Hierdoor inhaleert die roker gehalten aan teer, nicotine en koolmonoxide die aanzienlijk hoger liggen dan de in Tabaksrichtlijn vastgestelde maximumemissieniveaus. De NVWA wees het handhavingsverzoek af, omdat zij van mening was dat een andere meetmethode niet was toegestaan, maar kreeg in beroep de opdracht van de rechtbank toch tot handhaving over te gaan. Uit de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie volgt dat de Stichting zich niet kan beroepen op andere meetmethoden dan de in de richtlijn voorgeschreven ISO-meetmethoden. De opdracht van de rechtbank aan de NVWA om over te gaan tot handhaven was dan ook onterecht. Het College vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2540, 22/2559, 22/2580, 22/2585, 22/2597, 22/2599 en 23/655</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. M.M. Smorenburg, mr. J.L.W. Aerts</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Tabaks- en rookwarenwet</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:488"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeken om handhaving wat betreft couperen van biggenstaarten. Aan de orde is de vraag of de staatssecretaris de verzoeken van Varkens in Nood om handhavend op te treden, terecht heeft afgewezen. Volgens de staatssecretaris kan hij, op grond van de geldende regelgeving, niet vaststellen of sprake is van een overtreding van het verbod op het couperen van biggenstaarten. Er is sprake van een overtreding van dit verbod als niet is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3, aanhef en onder b, van het Besluit diergeneeskundigen. Het College komt tot het oordeel dat de regelgeving wat betreft het verbod op het couperen van biggenstaarten de staatssecretaris voldoende handvatten biedt om toezicht te kunnen uitoefenen op de naleving van het verbod. En daarom ook om vast te kunnen vaststellen of sprake is van een overtreding van de daarin opgenomen verbodsbepaling. De weigering van de staatssecretaris om handhavend op te treden is onvoldoende gemotiveerd. De staatssecretaris moet binnen zes maanden nieuwe besluiten nemen over de handhavingsverzoeken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C. Stuldreher, mr. M. Schoneveld, mr. R.W.L. Koopmans</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13612"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723954 / JE RK 26-1482 en C/10/724049 / JE RK 26-1503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.L. Pöll</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9888</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9888</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9888"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Servicekostenbedingen voor glasbewassing zijn niet transparant. De bedingen zijn ook oneerlijk, omdat de verhuurder bij de toepassing daarvan geen onderscheid heeft gemaakt ten aanzien van ramen van woningen die alleen met een hoogwerker of glasbewassingsinstallatie te bereiken zijn. Dat is in strijd met het Besluit kleine herstellingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12149238 \ CV EXPL 26-4163</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1591"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/02367, ECLI:NL:HR:2026:1483</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02368</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1092</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9522"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; De rechtbank verklaart de beroepen wegens het uitblijven van een beslissing op de bezwaarschriften niet-ontvankelijk, omdat de bezwaren vallen onder de 'massaal bezwaar plus'-procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2428 en 26/2829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9523</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9523</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9523"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; De rechtbank verklaart de beroepen wegens het uitblijven van een beslissing op de bezwaarschriften niet-ontvankelijk, omdat de bezwaren vallen onder de 'massaal bezwaar plus'-procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2426 en 26/2830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2807"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2016 erfgena(a)m(en). Hoger beroep, ingesteld door de executeur testamentair van erflaatster en beweerdelijk tevens namens de (andere) erfgenamen, door Hof deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/128</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7639</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7639</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7639"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Een bv heeft diverse leningen verstrekt aan een zustervennootschap. De bv verkrijgt vervolgens de aandelen in de zustervennootschap en de zustervennootschap wordt daarna ontbonden. In geschil is of de bv een verlies op (een deel van) de leningen in aanmerking kan nemen, in het bijzonder of sprake is van onzakelijke leningen. Voor zover sprake is van onzakelijke leningen is in geschil of deze tot het opgeofferde bedrag voor de toepassing van de liquidatieverliesregeling kunnen worden gerekend. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/6046</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6022</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6022</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6022"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Tussenuitspraak. Soevereinenbeweging. Verzoek anoniem procederen Belastingdienst toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2451 tm 25/2453 en 26/416 tm 26/419</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak, Geheimhoudingsbeslissing</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2809"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douane. Verzoeken om terugbetaling (art. 239 CDW); betreft invoer van melkpermeaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/731 tot en met 25/734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:13416</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7297</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7297</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7297"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Werkgever vordert vanwege de houding en het gedrag van werknemer ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op grond van disfunctioneren, subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Dit gedrag bestaat volgens werkgever uit het veelvuldig en uitgebreid voeren van verstorende negatieve communicatie, het niet accepteren van (management)beslissingen, het (daarbij) betrekken van allerlei personen binnen werkgever tot en met de CEO aan toe, het ernstig en valselijk beschuldigen van managers en HR en het in strijd met de binnen werkgever geldende regels opnemen van gesprekken. Aanleiding voor het gedrag en de houding van werknemer is een officiële waarschuwing die hij in december 2024 heeft gekregen en waar hij het volstrekt niet mee eens is en waar hij steeds op blijft terugkomen. De kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is van disfunctioneren maar wel van een verstoorde arbeidsverhouding en ontbindt de arbeidsovereenkomst. Van ernstige verwijtbaarheid van werknemer is geen sprake zodat werknemer recht heeft op de wettelijke transitievergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4801/12200964</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.T.G. Roovers</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:3701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:3701"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24-5642 tot en met 24-5645</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><issued>2025-06-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3137</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3137</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3137"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, toepassing nultarief bij levering paard naar de Verenigde Staten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-05-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4400"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep van ECLI:NL:RBMNE:2024:194. Vordering betreffende het mislopen van corporate opportunities. Tussenarrest; uitlaten over eindarrest in parallelle zaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.360</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:194</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9912"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser stelt dat advocaat tekortgeschoten is in advisering bij opstellen van een vaststellingsovereenkomst en bij procederen bij het Hof, en vordert daarvoor schadevergoeding. Vorderingen van eiser afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/781460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13701"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724456 / JE RK 26-1560</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.L.H. Roebroek</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:494"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">GLB 2023. Beroep ingesteld omdat oppervlakte percelen kleiner is vastgesteld dan opgegeven. Hangende beroep is de minister alsnog gedeeltelijk tegemoetgekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/995</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. R.C. Stam, mr. M.L. Noort</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:489</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:489</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:489"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Algemene wet bestuursrecht (artikel 6:3 en artikel 8:4, eerste lid aanhef en onder d). Appellant heeft de minister van Financiën verzocht om handhavend op te treden en over te gaan tot vernietiging van meerdere besluiten, verordeningen en nadere voorschriften van (organen van) de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA). Met de brieven van 8 februari 2023 en 10 oktober 2023 heeft de minister de handhavingsverzoeken in beide zaken afgewezen. Verder heeft de minister de bezwaren van appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Het College begrijpt de handhavingsverzoeken zo dat appellant de minister heeft verzocht om een voordracht te doen bij de Kroon tot vernietiging van de in de handhavingsverzoeken genoemde besluiten van de NBA. Verder begrijpt het College de betreffende brieven van de minister zo dat de minister heeft geweigerd om een dergelijke voordracht tot vernietiging te doen bij de Kroon. Het College is van oordeel dat de betreffende brieven van de minister voorbereidingsbeslissingen tot een niet-appellabel besluit zijn waartegen geen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. De motivering van de bestreden besluiten is onjuist. Vernietiging bestreden besluiten met instandlating rechtsgevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1444 en 24/256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. W.J.A.M. van Brussel, mr. H.S.J. Albers</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:492"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">GLB 2023. Perceel terecht niet als subsidiabel landschapselement aangemerkt. Een ‘boomgroep’ moet op zichzelf staan. Het perceel maakt deel uit van een groter omliggend bos en is daarvan, gelet op de uiterlijke verschijningsvorm en volledige inbedding, niet te onderscheiden. Omdat het gehele bos meer dan 1,5 hectare beslaat is het niet subsidiabel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1089</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Proceskostenveroordeling</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. R.C. Stam, mr. M.L. Noort</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Uitvoeringsregeling GLB 2023</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:491"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Boetes en intrekking derogatievergunning vanwege overschrijding van de gebruiksnormen. De minister heeft aangetoond dat de maatschap in 2018 een samenwerkingsverband vormde met de eenmanszaak, waarbij koeien van de eenmanszaak bij de maatschap werden gehouden. Percelen waarover maatschap niet de feitelijke beschikkingsmacht had terecht niet betrokken bij oppervlakte landbouwgrond. Minister mocht forfaits gebruiken bij bepalen mineralengehalten in de voorraad. Matiging van de boetes met 50% nu de maatschap vanwege hoge schuldenlast en zwaar gefinancierd eigen vermogen niet draagkrachtig genoeg is om de boetes volledig te betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/451 en 25/696</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Proceskostenveroordeling</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. dr. H.L. van der Beek, mr. H.G. Rottier</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Meststoffenwet</reference><reference relation="citing" lang="nl">Uitvoeringsregeling Meststoffenwet</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9900"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Terecht gegeven ontslag op staande voet. Werknemer heeft 20 diepvries muffins uit de winkel meegenomen zonder daarvoor te betalen. Hoewel zij enkele dagen later alsnog voor betaling heeft zorggedragen is niet aannemelijk geworden dat zij de intentie had de muffins af te rekenen en dit onbewust heeft nagelaten. Wel moet werkgever de door haar in rekening gebrachte gefixeerde onderzoekskosten van € 200,00 aan werknemer terug betalen nu de ‘Winkelspelregels’ waarin deze bepaling is opgenomen geen onderdeel zijn van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst en werkgever niet heeft onderbouwd dat deze (eenzijdig bepaalde) regel ook door werknemer is aanvaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12185987 EA VERZ 26-439</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak, Beschikking</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:493</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:493</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:493"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:55 Awb: Verzet ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/736</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J. Jacobs</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet personenvervoer 2000</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2258"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-beschikking. Methode van indexering leidt tot lineaire waardestijging (een rechte lijn) van de woningen over de jaren 2020 en 2021 (het jaar voor en het jaar na de waardepeildatum). Belanghebbende maakt aannemelijk dat de waardestijging in 2021 veel groter is geweest dan in 2020 en dat de onjuiste indexeringsmethode tot een substantieel te hoge waardering leidt. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1906</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2023:5309</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13690"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712381 / JE RK 25-2683</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P.G. Rietbergen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1283"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, (navorderings)aanslagen en vergrijp- en verzuimboete(n) n.a.v. boekenonderzoek bij kaakchirurg</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/38 t/m 23/41</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-05-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1483"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:6 en 8:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; vertegenwoordiging in een beroepszaak; schriftelijk bewijs van machtiging; beroep niet bevoegdelijk ingesteld; het staat de rechter vrij geen acht te slaan op een machtiging die pas na afloop van een daartoe door de rechter gestelde redelijke termijn is overgelegd; niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van bewijs van machtiging is niet in strijd met Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1093</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1327"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening Wmo 2015 voor een elektrische rolstoel. Met de eerder verstrekte handbewogen rolstoel en de deeltaxipas wordt een passende bijdrage geleverd aan de zelfredzaamheid en participatie van appellant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1725 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6973"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, verstek. Werknemer is arbeidsongeschikt. Loonvordering toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12358720 \ MV EXPL 26-124 JD/51246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Verstek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13879"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zaak over onbetaalde facturen voor spuitwerkzaamheden. Vordering in conventie wordt toegewezen omdat deze niet wordt betwist. Vordering in reconventie ogv onrechtmatig handelen door de opdrachtnemer wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11745406 CV EXPL 25-13500</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6214"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging zorgregeling. Is er sprake van gewijzigde omstandigheden?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.832</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:285"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Sint Maarten. Naheffing griffierecht. Eigendom van een perceel met een aanzienlijke omvang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM2025H00042</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin, E.A. Saleh</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9904"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wanprestatie - vaststellen schade (winstderving)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/777020 / HA ZA 25-1586</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6215</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6215</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6215"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging zorgregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.669</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9905"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease; eega-zaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12086781 CV EXPL 26-1500</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2859</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2859</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2859"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 1:377e BW. Wijziging omgang; vaststelling tijdelijke omgangsregeling onder begeleiding van professionele instantie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.176/01 en 200.371.176/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6965"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kosten deskundige (ingeschakeld door opdrachtgever om toe te zien op de herstelwerkzaamheden) blijven voor rekening van opdrachtgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12214433 \ UC EXPL 26-3914</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9514</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9514</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9514"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering afgifte stukken belastingplichtige en medewerking boekenonderzoek. Artikelen 42, 47, 49, 50 en 52 AWR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/354509 / KG ZA 26-297</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13178"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneming van werk. Na oplevering van de werkzaamheden aan het dak ontdekt opdrachtgever een lekkage. Hij vordert in deze procedure vervangende schadevergoeding nadat hij de lekkage door een andere aannemer heeft laten verhelpen. Uitleg van de aannemingsovereenkomst. Werkzaamheden om de lekkage te verhelpen vallen niet onder de originele aannemingsovereenkomst. Vordering tot vervangende schadevergoeding wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12279913</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:966</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:966</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:966"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Ambtsbelemmering (art. 179 Sr). Weerlegging van verweer dat verdachte niet opzettelijk de ambtsverrichting heeft belemmerd ligt in b.m. besloten. Conclusie strekt tot verwerping van beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00922</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12835"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak na tussenuitspraak (zie voor de tussenuitspraak ECLI:NL:RBROT:2026:3923). Met de nader gegeven toelichting is de rechtbank van oordeel dat het UWV op goede gronden heeft geoordeeld dat geen sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen eiseres en haar zus in de jaren 2019, 2020 en 2021 en dat deze jaren voor 50% meetellen voor het arbeidsverleden van eiseres, gelet op het mantelzorgforfait uit artikel 42a van de WW. Eiseres heeft daardoor geen recht op meer dan drie maanden WW-uitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/8951</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.E.C. Debet</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:3923</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3923</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:3923"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank doet in deze zaak een tussenuitspraak. Aan de hand van de criteria uit artikel 7:610 BW dient het UWV te beoordelen of sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst tussen eiseres en haar zus, of eiseres daarmee is aan te merken als werknemer in de zin van de WW en of de betreffende jaren dienen mee te tellen voor het arbeidsverleden van eiseres. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:12835 (Einduitspraak)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/8951</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.E.C. Debets</contributor><issued>2026-04-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7555</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7555</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7555"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vernietigbare wilsbeschikking in testament ex art. 4:43 BW? Afwijzing vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/455383 / HZ ZA 25-219</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.E. van Engelenhoven</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9366"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2804</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9614</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9614</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9614"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6409</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12396"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het UWV heeft ruim een jaar en negen maanden voor het beroep niet-tijdig beslissen op de aanvraag om herbeoordeling beslist. Er is geen procesbelang meer. Het beroep is daarmee niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/1249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29517</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29517</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29517"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorzienining. Verzoekers komen op tegen de verleende vergunning voor het evenement 'Goud en fout' op 29 augustus 2026. Voorlopig rechtmatigheidsoordeel. De voorzieningenrechter overweegt onder meer dat met de geluidsmetingen door de Omgevingsdienst en door de ingehuurde professionele geluidstechnicus tijdens het evenement de geluidswaarden kunnen worden gemonitord, en dat het volume als dat nodig is kan worden aangepast. Zij ziet in wat is aangevoerd geen reden om het door verzoekers ingediende verzoek toe te wijzen. Zij ziet wel aanleiding om te bepalen dat verweerder het griffierecht aan verzoekers moet vergoeden, omdat verzoekers beperkt de mogelijkheid hebben gehad om zich te verweren. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6540</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:136"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding tussen ex-echtelieden over de werkzaamheden in en de verdeling van hun gezamenlijke vennootschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer:  SXM202600887-KG 82/2026</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. Saarloos</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9367</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9367</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9367"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB AVG</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3055</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13564"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing muhp (na intrekking) Afwijzing muhp gesloten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/720347 / JE RK 26-1016 en C/10/721242 / JE RK 26-1150</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.M. Stolk, mr. R. van den Wildenberg , mr. R.T.K. Davidse</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9615</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9615</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9615"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; Het beroep wegens het uitblijven van een dwangsombeschikking was op het moment van indiening al niet-ontvankelijk. Het beroep wegens het uitblijven van een dwangsombeschikking is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2700</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30155"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen nareis asiel. Aanbod minister tot vergoeding proceskosten. Dit aanbod is onvoorwaardelijk en eiser kan de minister aan dit aanbod houden. Daarvoor is een uitspraak niet nodig. De gemachtigde van eiser heeft het beroep niet ingetrokken. De rechtbank is hierdoor genoodzaakt tijd te besteden aan het doen van een uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.17520</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. M.M.L. Wijnen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13696"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">In stand laten voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, daarnaast verlengen machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725639 / JE RK 26-1714</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P.G. Rietbergen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13894"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurachterstand toegewezen. Rente afgewezen na ambtshalve toetsen, want AV niet meer beschikbaar. Uitgegaan van eerlijk huurprijswijzigingsbeding, want sociale huurwoning en in de huurovk geen oneerlijk beding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12166457 CV EXPL 26-8735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9368"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2998</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29515</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29515</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29515"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">volgt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/656220, C/09/662230, C/09/678535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13893</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13893</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13893"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tandartsrekening onbetaald gelaten. Gedaagde was ontevreden over de behandeling en heeft kosten elders gemaakt. Geen ingebrekestelling. Verweer slaagt niet. BIK afgewezen. Rente vanaf datum dagvaarding, omdat gedaagde niet eerder bekend was met de rekening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12036579 CV EXPL 25-28143</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.W.M. Laurijssens</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6217</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6217</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6217"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.028</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9613</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9613</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9613"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/5832</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:12076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:12076"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Openstellen tussentijds hoger beroep op grond van artikel 337 lid 2 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/450382 / HA ZA 25-155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A.L. van de Sande</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2902"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verjaring. Vordering tot schadevergoeding voor arbeid die in de periode van 1951 tot en met 1979 in kloosters is verricht. Geen verborgen schade of verborgen onrechtmatige daad. Geen uitzonderlijke situatie waarin de verjaring kan worden doorbroken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.332.514/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12379"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat een ingebrekestelling is verstuurd. Het beroepschrift kan evenmin worden aangemerkt als een ingebrekestelling. Het beroep niet-tijdig beslissen is niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/3929</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9380</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9380</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9380"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA - weigering toepassen uitspraken CRvB 30 juli 2024</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6057</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2269"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De heffingsambtenaar heeft een aanslag forensenbelasting 2021 opgelegd voor het beschikbaar houden van een gemeubileerde woning voor meer dan 90 dagen van het belastingjaar. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij haar hoofdverblijf in de woning heeft. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1913</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. J.K. Lanser</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8209</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30159</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30159</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30159"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie o.g.v. artikel 6, derde lid, van de Vw. Vreemdelingenbewaringsrechter mag het strafrechtelijk voortraject niet toetsen. Exact verloop strafrechtelijk voortraject en moment van uiten van de asielwens niet relevant voor beoordeling van de rechtmatigheid van de maatregel van vreemdelingenbewaring. Screening o.g.v. artikel 8, derde lid juncto artikel 5 van de Screeningsverordening onverwijld en tijdig voltooid (na de strafrechtelijke invrijheidsstelling). Verwijzing naar prejudiciële vragen rechtbank Amsterdam geen reden voor ander oordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58036</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.H. Broier</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30034"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Derdelander Oekraïne, terugkeerbesluit, beroep ongegrond en vovo afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.44350 en NL25.44352</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9828</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9828</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9828"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Werknemer die al ruim 10 jaar vanuit India is uitgeleend aan een dochtermaatschappij in Nederland vraagt verklaring voor recht dat hij een arbeidsovereenkomst heeft met de Nederlandse dochtermaatschappij. Vordering wordt toegewezen, onder meer vanwege het rechtsvermoeden dat een arbeidsovereenkomst met de Nederlandse dochter bestaat en dat vermoeden niet door Tata is weerlegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12089085 CV EXPL 26-1551</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7384"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Verzoek betaling transitievergoeding toegewezen. Tussen partijen is overeenstemming bereikt over verlenging van de arbeidsovereenkomst. Werkgever heeft daaraan ook uitvoering gegeven door loon te betalen en te voldoen aan de aanzegverplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12160961</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Weerkamp-Beens</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9472</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9472</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9472"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser was via een payrollonderneming bij gedaagde werkzaam. Eisers stelt op basis van een nietige afspraak met gedaagde loon van het payrollbedrijf te hebben terugbetaald aan gedaagde. Eiser vordert onterecht betaald loon aan gedaagde terug. Gedaagde betwist in dat kader bedragen te hebben ontvangen van eiser. In dit vonnis wordt gelegenheid gegeven voor bewijslevering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 442691 HA ZA 25-658 (T)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6044"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht, vergoedingen, beschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12093988 \ EJ VERZ 26-61</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.B. de Groot</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9829</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9829</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9829"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, deurwaardersrenvooi. De deurwaarder, belast met de executie van een beschikking, heeft in een proces-verbaal ex artikel 438 lid 5 Rv uiteengezet wat volgens hem partijen over en weer verschuldigd zijn, waarna een bedrag resteert dat door de werknemer aan werkgever verschuldigd is. Werknemer is het daar niet mee eens. De deurwaarder verzoekt daarom de kantonrechter in kort geding te beoordelen of de door hem opgestelde specificatie correct is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12258881 \ KK EXPL 26-347</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7386"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer heeft het concurrentiebeding geschonden door in dezelfde branche als zijn voormalig werkgever een eigen onderneming te starten. Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van een boete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11850380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6418"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot instemming met dwangakkoord (artikel 287a Fw). Ondanks dat het De Goede Woning vrijstaat om volledige betaling van haar vordering te verlangen, brengt de weging van haar belangen afgezet tegen de belangen van appellante en de overige schuldeisers dat de belangen van appellante en de overige schuldeisers zwaarder wegen dan de belangen van De Goede Woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.374.034</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:14671</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14671</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:14671"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Nu de last onder bestuursdwang op de juiste wijze is bekendgemaakt en ook anderszins geen sprake is van een uitzonderlijke situatie, komt de rechtbank slechts toe aan de beoordeling van de rechtmatigheid en de hoogte van de kostenverhaalbeschikking. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de in rekening gebrachte kosten voldoende gespecificeerd. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de situatie van [naam] en eiser niet gelijk en en het doorberekenen van 1873,08 euro onder de gegeven omstandigheden daarom niet leidt tot een evenredige uitkomst voor eiser. Beroep gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en bepaalt dat de op eiser te verhalen kosten worden vastgesteld op 500 euro.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/9080</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2025-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7005"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek aan de rechtbank voor het benoemen van een bestuurder bij een stichting zonder bestuur. De statuten van de stichting voorzien niet in een manier om in deze situatie zelf een nieuwe bestuurder te benoemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/618290 / HA RK 26-188</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P. van Tricht</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:969</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:969</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:969"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling wegens doodslag op 8 maart 2020 in Haarlem en het medeplegen van het wegmaken van het lijk door het in zeil te wikkelen en met stenen verzwaard in de Mooie Nel te laten waar het enkele dagen later is gevonden, art. 151 en 287 Sr (ECLI:NL:GHAMS:2025:593). Middelen over de verwerping beroep op noodweer(exces). AG: de verdachte heeft met een doorgeladen vuurwapen gericht geschoten op het ongewapende slachtoffer dat op de verdachte afliep terwijl hij “schiet dan, schiet dan” riep en hem daarbij met één schot in de hartstreek dodelijk getroffen. Het oordeel dat het met een vuurwapen schieten op een ongewapende tegenstander disproportioneel is, is onder de gegeven omstandigheden niet onbegrijpelijk. Daarbij heeft het hof ook het ‘fysiek handgemeen’ betrokken tussen de verdachte en het slachtoffer dat hieraan vooraf is gegaan waaronder wat in de schriftuur wordt gepresenteerd als ‘wurgen althans daar een poging toe’. In verband met het beroep op noodweerexces is het oordeel van het hof, dat het niet aannemelijk is geworden dat de dreigende aanranding bij de verdachte een hevige gemoedsbeweging heeft veroorzaakt, niet onbegrijpelijk en geldt hetzelfde voor het oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat het slachtoffer in de weken voorafgaand aan de confrontatie in toenemende mate fysiek agressief was jegens de verdachte of derden. Het slachtoffer was sowieso geregeld wat agressief en dat was in de periode kort voor zijn overlijden niet anders dan in de jaren ervoor. Middelen over de motivering van de opgelegde twaalf jaar gevangenisstraf, de redelijke termijn in hoger beroep en in cassatie. Strekt tot partiële vernietiging m.b.t. de opgelegde straf en strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, en verwerping voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00931</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9381"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak na een bestuurlijke lus.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/7863</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13700</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13700</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13700"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">beschikking over een ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724585 / JE RK 26-1575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.C.M. Persoon, mr. A. Verweij, mr. D.C.J. Peeck</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9618</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9618</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9618"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, kostenvergoeding bezwaarfase</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/1838 en BRE 26/1839</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5204"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Ontruiming bedrijfsruimte. Verstek. Boete deels afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12228824</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. van Leeuwen</contributor><issued>2026-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13399</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13399</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13399"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op een verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft geen beslissing ingetrokken, gewijzigd of herzien, dan wel een voorlopige maatregel getroffen naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat geen sprake is van tegemoetkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/5758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6085"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding. doorbetaling van loon toegewezen. verstek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12380044 \ CV EXPL 26-3039</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Louter</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30035"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Turkije, eiser en eiseres zijn echtgenoten van elkaar en betrokken bij de Gülenbeweging. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten. De rechtbank is van oordeel dat wat eiser is overkomen, gekwalificeerd moet worden als ‘rechtstreeks bedreigd met zulke vervolging’ als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatieverordening. De minister is daarmee uitgegaan van een verkeerde bewijslast. Ook heeft de minister bij de beoordeling van de politieke overtuiging van eisers een onjuiste toetsingsmaatstaf heeft gehanteerd, door een zekere mate van terughoudendheid te verwachten. De rechtbank is in het licht van het arrest Quotal van oordeel dat in het geval van eisers een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat zij bij terugkeer naar Turkije strafrechtelijk vervolgd zullen worden inzake Gülenisme. Beroepen gegrond. De rechtbank verwijst de zaken daarom terug naar de minister en draagt de minister op om de gevraagde internationale bescherming te verlenen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.42504 en NL24.42505</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.H. Waller, mr. Y. Moussaoui, mr. S.D. Arnold</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30160</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30160</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30160"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie o.g.v. artikel 6, derde lid, van de Vw. Vreemdelingenbewaringsrechter mag het strafrechtelijk voortraject niet toetsen. Exact verloop strafrechtelijk voortraject en moment van uiten van de asielwens niet relevant voor beoordeling van de rechtmatigheid van de maatregel van vreemdelingenbewaring. Screening o.g.v. artikel 8, derde lid juncto artikel 5 van de Screeningsverordening onverwijld en tijdig voltooid (na de strafrechtelijke invrijheidsstelling). Verwijzing naar prejudiciële vragen rechtbank Amsterdam geen reden voor ander oordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58031</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.H. Broier</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30039"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo – arbeidsmarktaantekening – de minister verzet zich niet tegen toewijzing – vovo toegewezen – verblijfssticker ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen met tewerkstellingsvergunning’</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35493</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2865"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">“Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.”</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.535/01 en 200.367.536/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13489</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13489</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13489"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op een verzoek om proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7214</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6483"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Geen sprake van een concreet en ondubbelzinnig handhavingsverzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6655</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. de Snoo</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:403"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gebreken aan uitgevoerd werk in een woning. Vervangende schadevergoeding voor niet betwiste gebreken. Wat betreft de betwiste gebreken mag eiser reageren op het deskundigenrapport van gedaagde. Vertragingsschade enkel over de periode van verzuim, dat wil zeggen vanaf intreden verzuim tot de omzettingsverklaring. De vordering van gedaagde tot betaling van meerwerk komt deels voor toewijzing in aanmerking, voor het overige heeft gedaagde onvoldoende onderbouwd dat sprake is geweest van meerwerk en dat hij eiser voor extra kosten heeft gewaarschuwd dan wel dat eiser de noodzaak van extra kosten had moeten begrijpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/320373 / HA ZA 24-352</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.O. Frentrop</contributor><issued>2026-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6096"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op ECLI:NL:RBOVE:2026:403. Resterende kostenposten i.v.m. vervangende schadevergoeding bouwzaak. In reconventie wordt niet teruggekomen op een bindende eindbeslissing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 320373</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.O. Frentrop</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:403</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6095"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker heeft het verzoekschrift eenzijdig ingetrokken voorafgaand aan de mondelinge behandeling. Verweerder heeft wel een verweerschrift ingediend en heeft na intrekking van het verzoekschrift zijn verzoek tot een proceskostenveroordeling gehandhaafd. De kantonrechter oordeelt dat verzoeker de proceskosten van verweerder moet betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12280497 \ EJ VERZ 26-116</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.W. van Tol</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:188</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:188</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:188"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Omvangrijke strafzaak, gelieerd aan de Themis-zaken. Het OM en de verdediging hebben procesafspraken gemaakt. Het Gerecht heeft vastgesteld dat de verdachte de inhoud van de gemaakte afspraken kent en dat hij de procesrechtelijke gevolgen van de afspraken begrijpt en hiermee instemt. Bewezen is verklaard handel in grote hoeveelheden drugs (600 kilo, 42 kilo, 14 kilo en 5 kilo), witwassen en de invoer van vuurwapens. Het Gerecht is van oordeel dat de tussen OM een verdediging overeengekomen afdoening in redelijke verhouding staat tot de ernst van de feiten, het tijdsverloop en de belangen van de maatschappij bij een doelmatige en tijdige afdoening van strafzaken. Opgelegd zijn een gevangenisstraf voor de duur van 68 maanden, met aftrek van voorarrest, en een geldboete van Cg 200.000. Dit is conform de procesafspraken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 500.00215-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29523</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29523</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29523"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorzienining. Verzoeker is het niet eens met de afwijzing van zijn verzoek om verwijdering van zijn gegevens uit het Register Paspoortsignaleringen (registratie wegens betalingsachterstand DUO). De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een spoedeisend belang, het bestreden besluit is ook niet evident onrechtmatig. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/3857</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. D. Biever</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2025:157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2025:157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2025:157"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Themis. Dat onderzoek richt zich op de No Limit Soldiers (NLS), een organisatie die zich schuldig zou hebben gemaakt aan grootscheepse handel in verdovende middelen, het plegen van geweldsdelicten en het witwassen van de criminele opbrengsten.. Als op 5 november 2015 een vrouw op Saint Martin, het Franse deel van Sint Maarten, wordt vermoord is dit het startschot voor een reeks van gewelddadige liquidaties op Sint Maarten en Saint Martin, die volgens het openbaar ministerie allemaal verband houden met haar moord. De verdachte zou als “moordmakelaar” bij deze moorden betrokken zijn. Daarnaast zou de verdachte zich schuldig hebben gemaakt aan uitlokking tot afpersing. Pgp-berichten. Uitgebreide overwegingen over pgp bewijs, ontvankelijkheid en equality of arms.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 500.00215-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29520</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29520</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29520"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering van zorgverzekeraar tot terugbetaling van declaraties voor aan verzekerden van de zorgverzekeraar verleende zorg wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/699609</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9400"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak. Gebrek is hersteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/6951 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9161</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9161</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9161"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Luchtvaart; Vertraging. Buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11789715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6490"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/8106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.W. Veenendaal</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29514</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29514</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29514"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 10:62 BW. Openbare orde-exceptie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/698417</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. R.C. Hartendorp</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13796"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeken om een voorlopige voorziening tegen de afwijzingen van een (herhaalde) aanvraag voor een standplaatsvergunning. Niet is gebleken van een spoedeisend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/6501 en ROT 26/6825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1942"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende geeft spinninglessen voor een sportschool en laat de opbrengst toekomen aan een BV waarvan haar kinderen de (middellijke) aandeelhouders zijn. De inspecteur heeft bij belanghebbende een resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen en navorderingsaanslagen opgelegd. Het hof laat de navorderingsaanslagen in stand. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1449 tot en met 24/1452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5463</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5874"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Inkomen uit sparen en beleggen. Rechtsherstel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/893</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5878"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Margeregeling kringloopwinkels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1946"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV 2020 aan een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in een BV heeft de inspecteur geen gebruikelijk loon in aanmerking genomen. De inspecteur legt vervolgens bij belanghebbende als inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag loonheffingen op over het gebruikelijk loon. Het hof oordeelt dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan door bij de navorderingsaanslag IB/PVV het gebruikelijk loon niet te betrekken in de heffing van de inkomstenbelasting en dat de inspecteur vanaf dat moment niet meer bevoegd was om over het gebruikelijk loon inkomstenbelasting na te vorderen. Omdat de naheffingsaanslag loonheffingen is vastgesteld na de vaststelling van de navorderingsaanslag IB/PVV bij de aandeelhouder dient deze te worden vernietigd. Anders dan de inspecteur meent, doet daar niet aan af dat de loonheffing in dit geval een eindheffing zou zijn. Het hoger beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1697</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6807</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1944"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aandeelhouder van een BV. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, omdat de BV uitdelingen aan belanghebbende heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen voor een gedeelte niet aannemelijk heeft gemaakt en daarom worden de navorderingsaanslagen door het hof verminderd. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5459</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8512"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2018. Inkomsten uit Amerikaanse LLC's. Vanwege nader standpunt verweerder in beroep verschillen partijen niet langer van mening over hoogte aanslag. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 1944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker, M.E. Kiers, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9837</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9837</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9837"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur van woonruimte met parkeerplaats. Oneerlijke bedingen. Eindvonnis. Zuivering van verstek. Minderjarig kind in de woning. Hoogte van de ontstane huurachterstand rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst. Ruimere ontruimingstermijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12147324 \ CV EXPL 26-4106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3573</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3573</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3573"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheid financieel adviseur voor onjuist advies, causaal verband</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/429379 / HZ ZA 23-451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2024-07-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6404</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6404</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6404</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6404"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep. In vervolg op: ECLI:L:RBGEL:2024:3573. Beroepsfout hypotheekadviseur. Geen causaal verband tussen beroepsfout en renteschade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.349.039</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:3573</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6409"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Prorogatie. Pensioenrecht. Nabetaling bijzonder partnerpensioen. Wettelijke rente over de nabetaling deels verjaard? Valt de wettelijke rente onder art. 3:310 BW of art. 70 Wvb in plaats van art. 3:308 BW? Is art. 3:321 lid 1 BW van toepassing?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29726"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring – 59b – kennisging niet onverwijld – gronden – lichter middel – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56874</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.B. Bruins</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29729"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring – overgedragen aan Kroatië – toegewezen vovo maar vrijwillig vertrokken – gronden – lichter middel – belangenafweging – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56517</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.B. Bruins</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29730"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring – eerste beroep – verblijfsrecht Italië – gronden – beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57309</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.B. Bruins</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5975"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo. Griffierecht niet betaald. Bij zitting niet verschenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2587</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.C. Rozeboom</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5995"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling veiligheidsregio’s; ontslag op grond van artikel 8:8. Verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is sprake van een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2338 en 26/2339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.P.K. van Rosmalen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6387"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Familierecht. Het hof volgt advies van de raad en handhaaft lopende zorgregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.839/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6392"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op tussenarrest ECLI:NL:GHARL:2025:3670. Verkoper van appartementen niet geslaagd in bewijsopdracht dat tussen partijen is overeengekomen dat koper verplicht was om een bepaald bedrag als onderdeel van de koopsom te betalen of aan te vullen indien aan verkoper voor verbouwingen geen subsidies werden toegekend. Vorderingen afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.337.909/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6393</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6393</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6393"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2026:3208. Benoeming deskundigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.335.773/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:3208</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3208"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Benoeming deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.335.773/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-05-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:4772</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6393</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6395"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over afwikkeling huurovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.271/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:2933</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2025:2933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:2933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2025:2933"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben een huurgeschil. Eiser vordert een verklaring voor recht, inhoudende dat de huur rechtsgeldig is opgezegd, althans ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van (achterstallige) huurverhoging, nutsvoorzieningen, en een gebruiksvergoeding. gedaagde is van mening dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd, althans dat deze niet ontbonden kan worden. Daarnaast meent gedaagde dat zij de huurverhoging, kosten voor nutsvoorzieningen en de gebruiksvergoeding niet verschuldigd is. De kantonrechter is van oordeel dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd en dat er geen grond is voor ontbinding van de huurovereenkomst. Ook de geldvorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11338691 CV EXPL 24-3579</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H. Margadant, M.J.C.M. Manders</contributor><issued>2025-05-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6395</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:2044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:2044"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">(Precontractuele) waarschuwingsplicht van art. 7:754 BW houdt in dit geval niet in dat aannemer had moeten waarschuwen voor mogelijk goedkopere opties voor oplossen van vochtprobleem. Geen onrechtmatige daad en geen toerekenbare tekortkoming. Tegenvordering (betaling van openstaande facturen) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11172676 \ MC EXPL 24-4037</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. Boonzaaijer</contributor><issued>2025-05-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6396</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6396"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dwaling bij opdracht tot werkzaamheden aan kelder. Vernietiging overeenkomst. Opdrachtnemer moet de betaalde vergoedingen terugbetalen. Artikel 6:228 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.623/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:2044</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6397"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak over visstekken. Arrest in verzet op verstekarrest (ECLI:NL:GHARL:2025:5698). Geen ruimte om de grieven in verstek opnieuw in verzet te behandelen. Verhuurster is niet tekortgeschoten en niet tegenover huurder schadeplichtig. Huurder moet achterstallige huur betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.960/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:5698</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:5698</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:5698</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:5698"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstekzaak. Exploitatie visstekken. Geen contractsoverneming zodat huurder de oorspronkelijke verhuurder kan aanspreken. Tekortkoming in verplichting om het overeengekomen aantal vissstekken ter beschikking te stellen. Geen reden voor hogere schadevergoeding dan al door de kantonrechter was toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.353.709/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verstek</description><issued>2025-09-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6397</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3281</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3281</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3281"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art 139 Rv, art 6:162 BW art 6:166 BW. Zijn er meerdere gedaagden in rechte betrokken en verschijnt tenminste één van hen niet in het geding maar de rest wel, dan brengen de regels die gelden voor subjectieve cumulatie mee dat hetgeen de wel verschenen gedaagden als verweer hebben gevoerd, in beginsel niet ten gunste kan strekken van de niet-verscheen gedaagden. De rechtbank had de tegen de niet verschenen gedaagden ingestelde vorderingen moeten beoordelen op grond van art. 139 Rv. Op grond van art. 139 Rv, dat involge art. 353 lid 1 Rv ook van toepassing is in hoger beroep, wijst het hof de vordering tegen de niet verschenen geïntimeerden bij verstek in toe, nu deze hem niet onrechtmatig (in de zin dat de vordering rechtens niet kan worden gedragen door de daaraan te grondslag gelegde feitelijke gronden) of ongegrond (in de zin dat de gestelde feitelijke gronden onaannemelijk lijken) voorkomt. Aan investeerders is een valse voorstelling van zaken gegeven over een uniek product dat een voorsprong gaf op de concurrentie en dat volgens een geheime receptuur zou worden gemaakt. Investeerders zijn daardoor misleid tot het doen van een forse investering. Bovendien heeft hun zakenpartner een deel van die investering weggesluisd en aangewend ter voldoening van schulden van zijn eigen concern. De zakenpartner is wegens onrechtmatig handelen aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade. Omdat de exacte omvang van de schade nog niet valt vast te stellen, wordt een deel toegewezen en de zaak voor het meerdere verwezen naar de schadestaat. De vorderingen tegen de overige geïntimeerden – die deel uitmaken van het concern en de familie van de zakenpartner – zijn gebaseerd op art 6:166 BW en worden afgewezen wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.316.553/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6398</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6398"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Herroepingsprocedure. Geen grond voor heropening van het geding dat tot ECLI:NL:GHARL:2024:3281 heeft geleid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.059/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:3281</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13643"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), intrekking beroepsgronden na vaststellingsovereenkomst met de Staat. Beroep en verzoek om schadevergoeding redelijke termijn zijn niet-ontvankelijk, voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/8481</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.P. Ferwerda</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13711"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering uitsluitend gebruik woning toegewezen. Gedaagde moet de woning verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12366368 VV EXPL 26-532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2907"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het hof stelt ambtshalve vast dat het rechtsmacht heeft ten aanzien van een internationaal geschil tussen partijen in verschillende EU en non-EU landen. Omdat het spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening met betrekking tot nakoming van een non-concurrentiebeding ontbreekt, wijst het hof wijst die voorziening net als de voorzieningenrechter af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.810/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9401"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Evident onredelijk. Gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1720 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30041"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Angola, herkomst uit Cabinda niet geloofwaardig, politieke overtuiging, beroepen ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.32542 en NL25.32525</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9406</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9406</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9406"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">PW - intrekking en terugvordering bijstandsuitkering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/822</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30059"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk, beroep ingetrokken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.28966</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ir. H.B. van Gijn</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:875"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling voor het medeplegen van i) gekwalificeerde doodslag, ii) poging tot woninginbraak met geweld, de dood ten gevolge hebbend en iii) poging tot woninginbraak. Falende klacht over verwerping van UOS dat verklaringen van één van de medeverdachten van het bewijs moeten worden uitgesloten. Slagende klacht over schending van de redelijke termijn in cassatie (inzendtermijn). Conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02769</description><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4471"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen woningoverval met dodelijke afloop in Breukelen. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 14 jaren met aftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005666-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A. Holland, D.M.I. De Waele, D.R. Sonneveldt</contributor><issued>2024-07-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30061</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30061</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30061"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk, beroep ingetrokken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.28069</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ir. H.B. van Gijn</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30062</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30062</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30062"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk, beroep ingetrokken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.28731</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ir. H.B. van Gijn</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1950"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. De onroerende zaak is een gaswinnings- en gasbehandelingslocatie en bestaat uit grond en opstallen. De opstallen kunnen worden onderscheiden in drie onderdelen: putten, ‘utilities’ (ook wel: installaties) en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de waardering van de onroerende zaak heeft de Hoge Raad in een verwijzingsarrest beslist dat verwijzing moet volgen voor een nadere beoordeling met betrekking tot: (a) de abandonneringskosten; (b) de buiten beschouwing te laten werktuigen, en (c) de correctie wegens excessieve gebruikskosten. Het hof is van oordeel dat de abandonneringskosten alleen voor het onderdeel putten gelden en zijn aldus ten onrechte in aanmerking genomen ter zake van de onderdelen installaties en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de buiten beschouwing te laten werktuigen is het hof van oordeel dat belanghebbende na verwijzing niet heeft voldaan aan haar bewijslast en dat dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de uit te zonderen bestanddelen. Het hof oordeelt in goede justitie dat de excessieve gebruikskosten voor de utilities vastgesteld moeten worden op 12,5%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/855</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. J.K. Lanser</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2020:2812</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30064"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk, beroep ingetrokken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.25107</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ir. H.B. van Gijn</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9424</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9424</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9424"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB WIA</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4973</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:2316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:2316"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verordening gebaseerd op Wet op de bedrijveninvesteringszones: belanghebbenden zijn de mening toegedaan dat de draagvlakmeting niet op correcte wijze is uitgevoerd en dat de Verordening onverbindend moet worden verklaard. De rechtbank komt tot een oordeel dat de Verordening op voldoende zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en per 1 januari 2020 in werking is getreden. Niet is gebleken dat de opbrengsten van de BIZ-heffingen onjuist worden besteed of dat de opbrengstlimit wordt overschreden. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 1314 tot en met 21/1320 en 21/5252 tot en met 21/5258</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T. Peters, L.P. Hertsig, R.P. Broeders</contributor><issued>2023-04-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30066</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30066</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30066"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 20 VWEU. Het daadwerkelijk genot van de rechten die artikel 20 van het VWEU biedt, moet worden gewaarborgd en procedurele regels die afbreuk doen aan het nuttig effect van deze bepaling zijn niet toegestaan. Daarom oordeelt de rechtbank dat de afhankelijkheidsverhouding ex nunc moet worden getoetst. De omstandigheden ten tijde van de bob wezen niet direct op een afhankelijkheidsverhouding. Maar die situatie is gewijzigd. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.49179 en NL24.49181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra, mr. P.L.C.M. Ficq, mr. C.A.R. Bleijendaal</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9162</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9162</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9162"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Luchtvaart; Vertraging. Buitengewone omstandigheden, namelijk de opschorting van de grondafhandeling. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11270121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30162</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30162</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30162"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor een poging tot het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing. Verdachte heeft getracht om in zijn woning een ontploffing teweeg te brengen door het gasfornuis open te draaien en kaarsen aan te steken. Daarmee heeft verdachte levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor omwonende en gemeen gevaar voor goederen veroorzaakt. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 360 dagen waarvan 282 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, daaraan verbindt de rechtbank een aantal bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/082436-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.R. Aaron, mr. F.X. Cozijn, mr. J.E. van Essen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30148</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30148</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30148"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Visum kort verblijf. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.45488</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9470</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9470</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9470"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak verzoek om proceskostenvergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/6226</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30163</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30163</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30163"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Syrië, 15c en artikel 3 EVRM. Adequate opvang - de minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat ten tijde van de minderjarigheid van eiser sprake was van adequate opvang. Beroep gegrond, vernietiging van het besluit voor zover dat ziet op het opleggen van een terugkeerbesluit en het weigeren van een vergunning regulier op grond van het buitenschuldbeleid amv. Voor het overige blijft het besluit in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8602</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8602</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8602"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ woning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1290</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. de Boer</contributor><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2677</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2677</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2677"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Enkelvoudige kamer. Vrijspraak van o.a. doorrijden na een ongeval. Een verbalisant herkent de verdachte als bestuurder aan de hand van een enkelvoudige fotoconfrontatie. Het hof acht die herkenning, vanuit juridisch perspectief, in beginsel bruikbaar voor het bewijs. Door bijzondere omstandigheden van de zaak ontbreekt evenwel de rechterlijke overtuiging, waardoor een bewezenverklaring achterwege blijft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001716-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9163</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9163</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9163"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Luchtvaart; Vertraging. De passagiers stellen dat zij voorbarig zijn omgeboekt. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11832333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:768"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04133</description><issued>2026-08-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27648</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27648</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27648"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens detentie werknemer (h-grond).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12250981 RP VERZ 26-50678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.D. Bom</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13303"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De werkgever heeft de werknemer op staande voet ontslagen wegens het onttrekken van meerdere accu’s van de werkgever. In deze zaak verzoekt de werkgever om toekenning van de zogenoemde gefixeerde schadevergoeding en vergoeding van overige schade. Hoewel werknemer heeft berust in het ontslag op staande voet en dit ontslag niet meer kan worden aangetast, kan de werknemer zich nog wel als verweer erop beroepen dat er geen sprake was van een dringende reden. De verzochte gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen, omdat de werkgever de gestelde dringende reden niet heeft onderbouwd. Daarom wordt ook de gevorderde overige schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/12294084</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13069"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vonnis in kort geding. Afwijzing eis tot nakoming concurrentiebeding en tot betaling van boetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12305311 VV EXPL 26-412</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6050</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6050</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6050"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12258867 \ EJ VERZ 26-166 en 12262424 \ EJ VERZ 26-169</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Marsman</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13338"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeschikking. Relatieve bevoegdheid. Plaats waar arbeid gewoonlijk werd verricht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12398484 VZ VERZ 26-3742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Vriezen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7379"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten de subsidair gestelde grondslag, een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie (g-grond). Voor zover het verzoek primair is gebaseerd op bedrijfseconomische omstandigheden (a-grond), wordt dit afgewezen. Anders dan het UWV heeft geoordeeld, is er naar het oordeel van de kantonrechter weliswaar sprake van een bedrijfseconomische noodzaak maar er is niet voldaan aan de herplaatsingsplicht. Het tegenverzoek tot betaling van de transitievergoeding en een aantal nevenverzoeken wordt toegewezen. De verzochte billijke vergoeding wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12161431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.W. de Groot</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30149</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30149</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30149"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV Oostenrijk. De rechtbank passeert het geconstateerde zorgvuldigheidsgebrek op grond van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht omdat eiser daardoor niet in zijn belangen is geschaad. Verder is geen reden voor het oordeel dat ten aanzien van Oostenrijk niet langer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het beroep is ongegrond en de vovo wordt afgewezen. Eiser krijgt wel een pkv-vergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38396 en NL26.38397</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Schaberg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30151"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een verblijfsvergunning. De rechtbank komt samengevat tot het oordeel dat verweerder een nieuw besluit moet nemen, omdat niet alle omstandigheden zijn meegenomen bij de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM en in het kader van de hardheidsclausule. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.35814 en NL25.8225 en NL25.8227</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.J.M. Baldinger</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9528"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht - ontbinding huurovereenkomst - verruiming ontruimingstermijn in verband met minderjarige kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12178569 \ CV EXPL 26-1697</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4569</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4569</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4569"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landerd het verzoek om een in twee fasen verleende omgevingsvergunning voor de activiteiten milieu en bouwen ten behoeve van het oprichten van een varkenshouderij aan de [locatie] in Zeeland (de varkenshouderij) in te trekken of te wijzigen, afgewezen. Deze zaak draait om een verzoek om de eerder verleende omgevingsvergunning van de varkenshouderij in te trekken of te wijzigen. [appellant A] is de exploitant van de varkenshouderij en maakt daarbij gebruik van een combiluchtwasser. Uit een onderzoek van de Wageningen University &amp;amp; Research (WUR) uit 2018 is gebleken dat combiluchtwassers een veel lager geurreductiepercentage hebben dan eerst werd aangenomen. Naar aanleiding van dit onderzoek is de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) gewijzigd. Het geurreductiepercentage van de combiluchtwasser BWL 2009.12.V4 is verlaagd van 85% naar 45% en de bijbehorende geuremissiefactoren zijn verhoogd. Het college is ervan uitgegaan dat op twee adressen in de directe omgeving van de varkenshouderij een geurbelasting zal optreden van meer dan 30 odour units per m3 (Ou/m3) (berekend met het toen geldige model V-stacks 2010). Volgens de verzoekers moet de omgevingsvergunning van de varkenshouderij worden ingetrokken of gewijzigd, omdat deze hoge geurbelasting een ontoelaatbaar milieugevolg is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202104300/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2020:5970</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30164</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30164</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30164"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing asiel Syrië. Afkomst uit regio Raqqa. Persoonlijke problemen met IS niet geloofwaardig vanwege tegenstrijdige en vage verklaringen. Deugdelijk gemotiveerd dat terugkeer niet in strijd is met 3 EVRM / 15c Kwalificatierichtlijn. Beroep ong.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.23872</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29528"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Jaarcontract van zieke werknemer is niet voortgezet. Werknemer heeft geen belang bij de verzochte verklaringen voor recht en rectificaties in haar re-integratiedossier. Ook op inhoudelijke gronden komen deze niet voor toewijzing in aanmerking. Het verzoek van werknemer tot betaling van een schadevergoeding, een billijke vergoeding en een Ziektewetuitkering wordt ook afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12172943 \ RP VERZ 26-50435</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.W. Schippers</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8600"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ woning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. de Boer</contributor><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:767"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04135</description><issued>2026-08-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:783"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Art. 36e lid 2 (oud) Sr. Falend middel over het oordeel dat er voldoende aanwijzingen zijn dat betrokkene een soortgelijk feit (mensenhandel, art. 273f Sr) heeft begaan. Conclusie strekt tot verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04242</description><issued>2026-08-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:945"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling wegens 1. doodslag (art. 287 Sr) en 2. poging wederrechtelijke vrijheidsberoving, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft (art. 282 lid 1 en lid 3 Sr). Falende middelen over het ontbreken van een beslissing van het hof op een verzoek getuigen te horen (M1), dat de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten niet naast elkaar kunnen bestaan (M2), over de bewezenverklaring van doodslag (M3) en de bewezenverklaring dat de poging wederrechtelijke vrijheidsberoving de dood ten gevolge heeft gehad (M4). AG gaat in op de vraag of toepassing kan worden gegeven aan de strafverzwarende omstandigheid uit art. 282 lid 3 Sr indien die vrijheidsberoving niet is voltooid. Het vijfde middel dat klaagt over het oordeel van het hof dat bij de bewezenverklaarde feiten sprake is van meerdaadse samenloop slaagt. Conclusie strekt tot vernietiging en tot terugwijzing, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging. Samenhang met 25/02515 en 25/02503.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02445</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:949"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling wegens poging wederrechtelijke vrijheidsberoving, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft (art. 282 lid 1 en lid 3 Sr). Falende middelen over het oordeel van het hof dat de verdachte opzet heeft gehad op de poging tot ontvoering en dat sprake is van medeplegen (M1) en over het oordeel van het hof dat ter uitvoering van wederrechtelijke vrijheidsberoving het slachtoffer met een vuurwapen in het lichaam is geschoten (M2). Het derde middel klaagt over de bewezenverklaring dat de poging wederrechtelijke vrijheidsberoving de dood ten gevolge heeft gehad. AG gaat in op de vraag of toepassing kan worden gegeven aan de strafverzwarende omstandigheid uit art. 282 lid 3 Sr indien die vrijheidsberoving niet is voltooid. Conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 25/02445 en 25/02515.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02503</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:782</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:782</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:782"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04245</description><issued>2026-08-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2855</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2855</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2855"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Uitleg overeenkomst (Haviltex): Partijen zijn een vaste looptijd en limitatieve beëindigingsgronden overeengekomen. Zij zijn geen geheimhouding en exclusiviteit overeengekomen met betrekking tot een te ontwikkelen koppeling met een online platform. Geen wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.345.943/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30152"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AA Syrië. De algemene veiligheidssituatie in Syrië. De humanitaire situatie in Syrië. Het beroep is gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.20569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Schaberg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30153"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Griekse statushouder. Eiser heeft een asielvergunning in Griekenland tot en met januari 2027. De minister heeft de asielaanvraag van eiser in Nederland ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank is namelijk van oordeel dat de minister met IB 2026/1 en de overige overgelegde stukken niet heeft onderbouwd dat sprake is van een structurele verbetering voor Griekse statushouders ten opzichte van de situatie in 2021. Evenmin is voldoende gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Griekenland niet terechtkomt in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44326 en NL26.44327</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Schaberg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6099</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6099</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6099"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geen verweer. Onterecht ontslag op staande voet, billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12306665</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.R.H. Lutjes</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6097</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6097</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6097"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing vordering incident in verzetprocedure tot schorsing van uitvaarbaarheid bij voorraad. Belangenafweging. Geschil over ontvankelijkheid verzet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349913 / HA ZA 26-273</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4040</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4040</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4040"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep niet tijdig beslissen kennis te nemen. Er is geen sprake van een aanvraag waarop de AP gehouden was een besluit te nemen omdat eiser niet kan worden aangemerkt als belanghebbende. Er is niet voldaan aan een voldoende persoonlijk belang en eiser onderscheidt zich onvoldoende van de belangen van willekeurige anderen. De wetgever heeft niet beoogd om een 'actio popularis' mogelijk te maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/1930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2022:8654</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:8654</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2022:8654"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-997527-13</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6098"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eisers vorderen van gedaagden betaling van de hoofdsom van € 35.000,00. Eisers hebben een koopovereenkomst gesloten met gedaagden betreffende een woning, die deel uitmaakt van de nalatenschap van de ouders van eisers. Gedaagden zijn tekortgeschoten in de nakoming van deze koopovereenkomst en zijn daarom de contractuele boete van € 35.000,00, zijnde 10% van de koopsom, verschuldigd aan eisers. Gedaagden zijn niet verschenen in deze procedure. Zij hebben geen verweer gevoerd tegen de vorderingen van eisers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351031 / HA ZA 26-321</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:2998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:2998"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eisers hebben beroep ingesteld omdat het college volgens hen niet op tijd heeft beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning van Sonac Burgum B.V. De rechtbank oordeelt dat het beroep van eiseres 5 en eiser 6 niet-ontvankelijk is. Het beroep van eisers 1 en 2 en eiseressen 3 en 4 is gegrond en het college wordt opgedragen binnen 21 weken na de dag van verzending van de uitspraak een besluit bekend te maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/1508</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W.C.M. van Emmerik</contributor><issued>2025-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6149</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6149</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6149"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 68-jarige man tot een taakstraf van 240 uren en ontzegt zijn bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor zes maanden. De verdachte heeft als bestuurder van een vrachtwagen zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval op een rotonde, waardoor een fietser is overleden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.009766.26 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Rikken, mr. E. Venekatte, A.N. Neumann</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:286</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:286</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:286"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeschikking. Artikel 3:200a e.v. BW BES. Voorschot en oproep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON2025H00060</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. de Boer, W.P.M. ter Berg, C.G. ter Veer</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1417"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; art. 15 AWR, art. 2.7, lid 1, Wet IB 2001, art. 25 en 25a Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, art. 63 VWEU, art. 14 EVRM, art. 1 EP, art. 1 Twaalfde Protocol bij het EVRM; volgorde toepassing heffingskortingen en regeling(en) ter voorkoming van dubbele belasting leidt tot onbenutte heffingskortingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:1758</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1097</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17038"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Verzoekster heeft het door haar gestelde causaal verband tussen haar gezondheidsklachten en het ongeval onvoldoende onderbouwd, waardoor de door haar verzochte verklaring voor recht en het bevel om mee te werken aan een verzekeringsgeneeskundige expertise worden afgewezen. Gelet op de looptijd van het dossier, de hoeveelheid medische expertises en de causaliteitsdiscussie tussen partijen, wordt de door verzoekster verzochte nadere bevoorschotting op de buitengerechtelijke kosten wel toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12066828 \ RP VERZ 26-50085</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Groeneveld-Stubbe</contributor><issued>2026-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:4080</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4080</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:4080"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. 1019w Rv. Partijen verschillen van mening over de vraag of er een oorzakelijk (csqn-)verband bestaat tussen een arbeidsongeval uit 2020 en de val van een vlizotrap in de privésfeer in 2022 en, zo ja, of de nadelige gevolgen van die val op grond van 6:98 BW toegerekend mogen worden aan het arbeidsongeval. De essentie van de stelling waarop verzoekster haar verzoeken heeft gebaseerd, is dat zij zonder het handletsel dat zij heeft opgelopen tijdens het eerste arbeidsongeval, waarvoor verweerster (haar voormalig werkgever) aansprakelijk is en waarvoor Achmea aansprakelijkheid namens verweerster heeft erkend, niet van de vlizotrap zou zijn gevallen. De kantonrechter vindt het echter niet voldoende waarschijnlijk dat zonder handletsel het tweede ongeval niet zou zijn gebeurd. Concrete aanknopingspunten om waarschijnlijk te kunnen achten dat verzoekster met een gezonde linkerhand haar val wel in voldoende mate had kunnen breken om letsel te voorkomen of aanzienlijk te beperken, ontbreken. De kantonrechter merkt de val van de vlizotrap aan als een zogenoemd huis-, tuin en keukenongeluk dat valt binnen de risicosfeer van verzoekster. Het voorgaande betekent dat de kantonrechter van oordeel is dat de val van de trap niet in een csqn-verband staat met het eerste arbeidsongeval. Voor het aannemen van een vermoeden dat dit anders is, ziet de kantonrechter onvoldoende grond. Omdat de aansprakelijkheid niet is komen vast te staan, zal de kantonrechter de kosten alleen begroten en verweerster en Achmea niet veroordelen tot betaling daarvan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11977582 EJ VERZ 25-659</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.C.W. Geurtsen-van Eeden</contributor><issued>2026-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1887</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1887</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1887"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vrachtafhandelaars moesten op Schiphol vijftien minuten voor de aanvang van hun dienstrooster aanwezig zijn. Zij kregen voor dat kwartier niet betaald. Het hof stelt vast dat het om een verplichting ging, op overtreding waarvan sancties zouden kunnen volgen. Hun loonvorderingen over dat kwartier worden door rechtbank en hof toegeweze</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.337.383/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8526"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft aan eiseres een eis tot naleving van Arbowetgeving opgelegd, over de manier waarop bagage wordt afgehandeld op Schiphol. In bezwaar heeft de minister geen acht geslagen op feiten en omstandigheden die zich na het opleggen van de eis hebben voorgedaan. Het beroep is daarom gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/3220</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J. van Keken, M. Jurgens, F.K. van Wijk</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8534"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft aan eiseres een last onder dwangsom opgelegd, vanwege overtreding van het Arbobesluit. Bij de afhandeling van bagage op Schiphol is volgens de minister sprake van een sterk verhoogd risico voor de gezondheid van eiseres, door fysieke belasting. In bezwaar heeft de minister geen feiten en omstandigheden meegewogen die zich na het opleggen van de last hebben voorgedaan. Het beroep is daarom gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/7207</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J. van Keken, M. Jurgens, F.K. van Wijk</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7438"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak gaat het om een alcoholverslaafde werkneemster (een beveiligster) van wie de Schipholpas en grijze pas zijn ingetrokken nadat zij vlak na afloop van haar dienst door de Koninklijke Marechaussee is aangehouden wegens rijden onder invloed. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever (Trigion) in de gegeven omstandigheden geen geslaagd beroep kan doen op het intreden van de ontbindende voorwaarde(n) uit de arbeidsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12182256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8529</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8529</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8529"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft aan eiseres een eis tot naleving van Arbowetgeving opgelegd, over de manier waarop bagage op Schiphol moet worden afgehandeld. In bezwaar heeft de minister geen acht geslagen op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan nadat de eis was opgelegd. Daarom is het beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/8331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J. van Keken, M. Jurgens, F.K. van Wijk</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:4821</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4821</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:4821"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eis tot naleving opgelegd door de arbeidsinspectie aan pakketdienst. Overtreding van artikel 5.3, aanhef en onder a, van het Arbobesluit. De minister heeft van zijn bevoegdheid gebruik kunnen maken om aan eiseres een eis tot naleving op te leggen met betrekking tot fysiek belastend werk. De rechtbank vindt de in de eis genoemde maatregelen niet onevenredig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/3479</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M.L. Wijnen, J. Krommendijk, L.M.H. Nelissen</contributor><issued>2026-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8532</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8532</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8532"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft aan eiseres een last onder dwangsom opgelegd, vanwege overtreding van het Arbobesluit. Bij de afhandeling van bagage op Schiphol is volgens de minister sprake van een sterk verhoogd risico voor de gezondheid van eiseres, door fysieke belasting. In bezwaar heeft de minister geen feiten en omstandigheden meegewogen die zich na het opleggen van de last hebben voorgedaan. Het beroep is daarom gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/8333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J. van Keken, M. Jurgens, F.K. van Wijk</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:934</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:934</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:934"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht. Dienstongeval. Het dagelijks bestuur had ten tijde van het tweede incident de maatregelen getroffen die in de gegeven situatie van hem konden worden gevergd en is niet aansprakelijk is voor de (rest)schade die het gevolg is van dat incident.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/877 AW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:770</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8533"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft aan eiseres een last onder dwangsom opgelegd, vanwege overtreding van het Arbobesluit. Bij de afhandeling van bagage op Schiphol is volgens de minister sprake van een sterk verhoogd risico voor de gezondheid van eiseres, door fysieke belasting. In bezwaar heeft de minister geen feiten en omstandigheden meegewogen die zich na het opleggen van de last hebben voorgedaan. Het beroep is daarom gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/3383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J. van Keken, M. Jurgens, F.K. van Wijk</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7660"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontslag op staande voet wegens onbevoegd overnemen en vervolgens gebruiken van telefoonnummers van collega's en/of het hen vervolgens ongevraagd toesturen van seksueel materiaal niet rechtsgeldig; billijke vergoeding; studiekosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12068366 VZ VERZ 26-245</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Vriezen</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1886</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1886</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1886"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vrachtafhandelaars moesten op Schiphol vijftien minuten voor de aanvang van hun dienstrooster aanwezig zijn. Zij kregen voor dat kwartier niet betaald. Het hof stelt vast dat het om een verplichting ging, op overtreding waarvan sancties zouden kunnen volgen. Hun loonvorderingen over dat kwartier worden door rechtbank en hof toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.337.382/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20559"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige overheidsdaad? Kort geding. Collectieve actie tbv omwonenden Tata Steel mbt (mogelijke) maatwerkafspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704299 / KG ZA 26-452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass</contributor><issued>2026-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:3460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:3460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:3460"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van € 72.500,- waarvan € 27.500,- voorwaardelijk en het betalen van een schadevergoeding aan het slachtoffer. De verdachte is schuldig bevonden aan overtreding van voorschriften gesteld bij artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan, begaan door een rechtspersoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 84.227243.24 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. Manuel, D. ten Boer, R.P. van Campen</contributor><issued>2026-06-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8531"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft aan eiseres een last onder dwangsom opgelegd, vanwege overtreding van het Arbobesluit. Bij de afhandeling van bagage op Schiphol is volgens de minister sprake van een sterk verhoogd risico voor de gezondheid van eiseres, door fysieke belasting. In bezwaar heeft de minister geen feiten en omstandigheden meegewogen die zich na het opleggen van de last hebben voorgedaan. Het beroep is daarom gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/3218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J. van Keken, M. Jurgens, F.K. van Wijk</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:12061</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12061</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:12061"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De militaire kamer veroordeelt verdachte omdat het aan zijn schuld te wijten was dat hij een dienstvoorschrift niet heeft opgevolgd, terwijl daardoor gemeen gevaar voor personen of goederen ontstond tot een voorwaardelijke geldboete van € 750,- met een proeftijd van 2 jaar. Ongewild schot.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-327332-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17844</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17844</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17844"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen. Autismespectrumstoornis van werknemer is een handicap in de zin van de Wgbh/cz. Ontbindingsverzoek is gegrond op gedragingen van werknemer die voortkomen uit deze handicap. Werkgever heeft onvoldoende onderbouwd dat na het nemen van redelijke maatregelen gericht op de beperkingen van werknemer een onwerkbare situatie zal bestaan. Bovendien is niet aan de verzwaarde herplaatsingsverplichting voor werknemers met een handicap voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12120642 RP VERZ 26-50199</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N.B. Verkleij</contributor><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:18633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:18633"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontslag op staande voet onterecht, heimelijk onderzoek naar in- en uitlogtijden in strijd met AVG, transitie- en billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12156440 \ RP VERZ 26-50366</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.A.M. Veraart</contributor><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8530</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8530</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8530"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft aan eiseres een eis tot naleving van Arbowetgeving opgelegd, over de manier waarop bagage op Schiphol moet worden afgehandeld. In bezwaar heeft de minister geen acht geslagen op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan nadat de eis was opgelegd. Daarom is het beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/3376</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J. van Keken, M. Jurgens, F.K. van Wijk</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:22394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:22394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:22394"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De OR weigert te stemmen met de (aangepaste) Regeling Hybride Werken. De kantonrechter wijst het verzoek om vervangende toestemming op grond van artikel 27 lid 4 WOR af. De beslissing van de OR om geen instemming te geven is namelijk niet onredelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10175428 RP VERZ 22-50508</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.W. Schippers</contributor><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4270"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De raadkamer van de rechtbank Overijssel oordeelt in de strafzaak tegen verdachte B.V. dat het recht tot strafvordering voor de verdenkingen van doodslag niet door verjaring is vervallen en dat het bezwaarschrift tegen de dagvaarding ongegrond is. Het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad is afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83-213690-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Holten , M.A.H. Heijink, M.S. de Waard</contributor><issued>2026-07-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:5395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:5395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:5395"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtspersoon heeft zich schuldig gemaakt aan: 1) Meermalen overtreding van het bepaalde bij artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet en 2) Aan haar schuld de dood van een ander te wijten zijn, begaan door een rechtspersoon. Oplegging van een geldboete ter hoogte van 50.000,00 euro.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-251959-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Vermeulen, mr. S.J.H. van de Kant, mr. M.W.M. Bankers</contributor><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:4876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:4876"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Helena. Veroordeling voor mensenhandel (arbeidsuitbuiting) en dwang tot een grotendeels onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Verdachte heeft het slachtoffer ruim 11 jaar uitgebuit door haar in die periode (onder andere) te huisvesten en op te nemen met het oogmerk van uitbuiting, dagelijks (zwaar) fysiek werk te laten verrichten zonder haar daarvoor te betalen en haar te laten wonen onder erbarmelijke omstandigheden. Vrijspraak van de verdenking van overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet. Toewijzing van de vordering benadeelde partij tot een bedrag van (in totaal) € 201.523,71. Overwegingen over overbeslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-017856-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Bernsen, mr. A.E. de Kryger, mr. M.J.C. van der Vegte</contributor><issued>2026-07-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8528"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft aan eiseres een eis tot naleving van Arbowetgeving opgelegd, over de manier waarop bagage op Schiphol moet worden afgehandeld. In bezwaar heeft de minister geen acht geslagen op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan nadat de eis was opgelegd. Daarom is het beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/7205</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J. van Keken, M. Jurgens, F.K. van Wijk</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17701"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag wegens plichtsverzuim. Leidinggevende. Onderzoek door de Centrale Organisatie Integriteit Defensie naar vermeende gedragingen bestaande uit agressief, intimiderend en/of ongepast gedrag en meermaals niet opvolgen van regelgeving en dienstopdrachten. Met verklaringen van collega's moet voorzichtig worden omgegaan. Al met al voldoet het verrichte onderzoek aan de daaraan te stellen eisen. Gelet op aard en ernst van de vastgestelde verweten gedragingen die als plichtsverzuim zijn aan te merken acht de rechtbank de disciplinaire straf van ontslag daaraan niet onevenredig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/7962</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.C. Schuurman-Kleijberg, D. Biever, A.M. de Wit</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4304"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 februari 2024 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 13.500,00. Bij een inspectie op 5 november 2022 hebben twee inspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie geconstateerd dat een 12-jarig kind bij [appellante] arbeid verrichtte. Dat is een overtreding van artikel 3:2, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet. De arbeidsinspecteurs hebben een verklaring van het kind afgenomen en de eigenaar van [appellante] bevolen de arbeid van het kind te staken. De inspecteurs hebben verder op basis van eigen waarnemingen en gesprekken met de vennoot en medewerkers van [appellante] geconstateerd dat [appellante] geen deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden heeft bijgehouden. Dit is een overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Atw. De inspecteurs hebben op 15 september 2023 een boeterapport opgesteld. De boete is volgens de rechtbank ook terecht berekend aan de hand van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit 2013 en is niet onevenredig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502858/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4528"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag statutair bestuurder. Ontslag besluit niet rechtsgeldig genomen, voldongen feit. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever, billijke vergoeding toegekend aan werknemer. Wel voldragen ontslaggrond aanwezig. Geen recht op toekenning bonus.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/346868 / HA RK 26-44</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.W.G. Wijnands</contributor><issued>2026-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5817</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5817</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5817"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet. Rechtsgeldig ontslag op basis van één zelfstandig dragende dringende reden uit een samengesteld feitencomplex. Ernstig verwijtbaar handelen wegens verbale agressie richting familie werkgever, waardoor geen recht bestaat op een transitievergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12206808</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. van der Boon</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:5888</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:5888</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:5888"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever en inlener zijn niet aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW voor een bedrijfsongeval waarbij een werknemer van een podium is gevallen. Geen schending zorgplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11761408 CV EXPL 25-2699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:681"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Schending zorgplichten door werkgever? Causaal verband tussen normschendingen van werkgever en schade van werknemer? Werkgever verplicht om op grond van art. 7:611 BW een verzekering voor ongevallen af te sluiten?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02764</description><issued>2026-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4062</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4062</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4062"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft aan eiseres een eis tot naleving opgelegd op grond van artikel 27 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 5.3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Eiseres moest van de minister zijn Risico- Inventarisatie en Evaluatie (RI&amp;E) document aanpassen en moest verschillende maatregelen doorvoeren om de fysieke belasting voor haar werknemers in haar depots zoveel als redelijkerwijs mogelijk te beperken. Eiseres vindt dat zij aan de eis heeft voldaan en dat de eis moet worden ingetrokken. De rechtbank oordeelt allereerst dat als eiseres aan de eis heeft voldaan, de minister gehouden is de eis in te trekken. De rechtbank oordeelt vervolgens dat eiseres in ieder geval haar RI&amp;E document heeft aangepast en dat deel van de eis dus moet worden ingetrokken. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres niet aan het tweede onderdeel van de eis voldoet, namelijk het nemen van maatregelen ter bescherming van de fysieke belasting van haar werknemers. Het beroep is gegrond en de minister zal opnieuw moeten beslissen op het bezwaar van eiseres.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Catsburg, G. Schnitzler, J.A.J. Woutersen</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7586"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 2 Wet flexibel werken (Wfw). Werknemer vordert vermindering van de arbeidsduur. De kantonrechter wijst de vordering af. Werkgever heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat zij zwaarwegende belangen heeft bij afwijzing van het verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12168659</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-07-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:4877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:4877"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Helena. Wederrechtelijk verkregen voordeel uit arbeidsuitbuiting. Toewijzing van de ontnemingsvordering tot een bedrag van € 249.937,14.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-017856-23 en 82-323236-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-07-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2454</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2454</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2454"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Werkgeversaansprakelijkheid in verband met schade bij uitvoering van de werkzaamheden. Schadevergoeding nader op te maken bij staat, aannemelijkheid van schade, aansprakelijkheid en causaal verband.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.341.166/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29557"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schending concurrentiebeding na bedrijfsovername. Beperking van het concurrentiebeding op grond van de redelijkheid en billijkheid. Matiging van de verbeurde contractuele boete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.T.H. Janssen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9913</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9913</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9913"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst van opdracht voor ontwikkeling presentatiecentrum. Vordering tot betaling slotfactuur zal bij eindvonnis worden toegewezen, omdat het project is opgeleverd en het beroep op opschorting van gedaagde niet slaagt. Vordering uit onrechtmatige daad deels afgewezen. Bewijsopdracht aan eiser om te bewijzen dat gedaagde een wederpartij van eiser heeft geïnstrueerd de factuur van eiser niet te betalen. Vordering werkelijke proceskosten toewijsbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/782323 HA ZA 26-71</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30170"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep bewaring – voortvarend handelen – zicht op uitzetting – meewerkplicht – beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59343</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9987"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Overtreding gemaakt door de huurder van het motorvoertuig. De boete kan echter op grond van artikel 8 Wahv niet worden verlegd aan de huurder. De huurder is houder van een buitenlands rijbewijs. Het Parket CVOM kan aan de hand van buitenlandse rijbewijzen niet de adresgegevens van een huurder in het buitenland achterhalen. In het geval van een huurder met een buitenlands rijbewijs moeten dus minimaal de naam van de huurder en het volledige adres worden aangeleverd. Dat is in de onderhavige zaak niet het geval, omdat het huisnummer ontbreekt. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12224504 WM VERZ 26-5722</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30172"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep bewaring – zicht op uitzetting Somalië – meewerkplicht - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9978</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9978</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9978"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Snelheidsovertreding, geconstateerd met een flexflitser, in 30 km zone. Schouwrapporten niet in orde. Naar het oordeel van de kantonrechter is het proces-verbaal van de schouwing van de bebording in combinatie met de schouwlijst onvoldoende om in dit geval te kunnen vaststellen dat de bebording in orde was kort voor de gedraging en kort na de gedraging, rekening houdend met het gegeven dat de flexflitser op een andere plek is geplaatst rond 25 maart 2025. De gedraging kan niet worden vastgesteld. Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12023913 WM VERZ 25-22680</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2899"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Megastrafzaak Kanaga. Schietincident op 16 februari 2021 te Bergen aan Zee. Vernietiging van het vonnis omdat het hof de verdachte – anders dan de rechtbank die medeplichtigheid bewezen heeft verklaard - veroordeelt voor het medeplegen van een poging tot ontvoering, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft. Vrijspraak van doodslag. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001438-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Eichperger, mr. W.S. Ludwig, mr. dr. M.J.A. Plaisier</contributor><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:3850</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30166</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30166</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30166"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor het beroepsmatig/ uit gewoonte transformeren, uitwisselen en verhandelen van meerdere wapens en het voorhanden hebben van meerdere wapens en munitie in zijn woning. De recht legt aan de verdachte tot een gevangenisstraf op voor de duur van 4 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/167341-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.R. Aaron, mr. F.X. Cozijn, mr. J.E. van Essen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30171"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMB-verordening, Italië, beroep gegrond. Gelet op de uitspraken van de Afdeling van 26 april 2023 is het aan de minister is om aannemelijk te maken dat weer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan ten aanzien van Italië. De eerdere opvangproblematiek lijkt echter onveranderd. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor het standpunt van de minister dat Italië inmiddels weer structureel in opvang voorziet. Bij overdracht aan Italië zou eiser een reëel risico lopen op schending van zijn of haar grondrechten die neerkomt op onmenselijke of vernederende behandelingen in de zin van artikel 4 van het Handvest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.46734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Catsburg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4258"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte is vrijgesproken van mishandeling van zijn kinderen vanwege onvoldoende bewijs. Daarnaast is hij vrijgesproken van het plegen van ontucht met één van zijn kinderen wegens het gebrek aan steunbewijs waardoor niet is voldaan aan de bewijsminimumregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.336381.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.S. Sikkema, mr. J. Teertstra, mr. K. Bunk</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9432</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9432</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9432"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">PKV uitspraak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/4895</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9979"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Pensioenrecht, indexering. Deelnemers aan een bij een verzekeraar ondergebracht executive pensioen hebben geen recht op dezelfde indexering als het bij een pensioenfonds ondergebrachte pensioen van andere gepensioneerden van dezelfde werkgever. Verschillende regelingen, geen bestendig beleid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11822664 CV EXPL 25-10407</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7729"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. Wht. Verzoek om overname private schulden deels afgewezen. Te laat bezwaar gemaakt en geen verschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4448</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.F. Vink</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29558"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">HARP zaak. Veroordeling voor de (verlengde) uitvoer van 4,95 kilo MDMA en het aanwezig hebben van 1,3 kilo hennep. Gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. (Opnieuw) schorsen voorlopige hechtenis vanaf datum einduitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/125110-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Dantuma-Hieronymus, mr. W.R. van Hattum, mr. J. Schaaf</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10055</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10055</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10055"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolging-EAB Hongarije. De opgeëiste persoon beroept zich op de terugkeergarantie. De terugkeergarantie is voldoende. Verweer ten aanzien van de detentieomstandigheden verworpen. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-345334-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, Mr. A.R.P.J. Davids, mr. O.P.M. Fruytier</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9485"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om ordemaatregel afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/5474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:12333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:12333"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Afwijzing vorderingen tot nakoming en schorsing zorgregeling. Verwijzing naar omgangsbegeleiding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/699392 / KG ZA 26-151</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Hoekstra-van Vliet</contributor><issued>2026-05-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:10492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:10492"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding - verwijzing UHA</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/699131 / KG ZA 26-134</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Hoekstra-van Vliet</contributor><issued>2026-05-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:9760</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9760</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:9760"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">volgt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/699840 / KG ZA 26-182</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Hoekstra-van Vliet</contributor><issued>2026-04-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13768"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft bijna anderhalf jaar lang video’s gedeeld waarin wordt opgeroepen tot het deelnemen aan de gewelddadige jihadistische strijd en waarin het martelaarschap wordt verheerlijkt. Daarmee heeft hij zich schuldig gemaakt aan verspreiding van gedachtegoed dat opruit tot het plegen van een terroristisch misdrijf. De verdachte wordt vrijgesproken van deelname aan een terroristische organisatie. Alleen het plaatsen van de video’s is van onvoldoende gewicht om te kunnen concluderen dat de verdachte heeft deelgenomen aan IS of een andere terroristische organisatie. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 187 dagen, waarvan 50 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/030950-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H. de Jonge van Ellemeet, mr. H. Bakker, mr. N. Culafic</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13921"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zijn minderjarige stiefdochter toen zij tussen de 10 en 12 jaar oud was gedurende een periode van ruim een jaar veelvuldig en vergaand seksueel misbruikt. Daarbij was sprake van seksueel binnendringen bij het slachtoffer. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, en het betalen van een schadevergoeding aan het slachtoffer tot een bedrag van € 19.286,30.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/226279-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H. Bakker, mr. N. Culafic, mr. drs. C.H. de Jonge van Ellemeet</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7907"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">8 jaar gevangenisstraf en tbs met dwang voor elf strafbare feiten. Poging tot doodslag, verkrachting en diefstal met geweld (woninginbraak) oude vrouw. Opzetaanranding vrouw in het bos en minderjarig meisje in het park. Diverse diefstallen, wederspannigheid en vernieling ruit. De rechtbank volgt het advies van het Pieter Baan Centrum (PBC). Door meerdere psychische stoornissen moet verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar worden geacht. Sprake van o.a. een manisch-psychotische episode. Verweer dat geen sprake was van opzet vanwege de stoornissen wordt verworpen. Het is niet zo dat bij verdachte ieder inzicht in zijn gedragingen ontbrak. Smartengeld en materiële schade (grotendeels) toegekend aan bp’s.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/261842-25, 05/253566-25, 05/351725-25 en 05/265983-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7731</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7731</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7731"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de weigering van de minister om de schuld van eiseres bij Intrum Justitia over te nemen. Eiseres is het niet eens met deze weigering. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister mocht weigeren om de schuld over te nemen. De minister concludeert terecht dat de schuld niet voldoet aan de voorwaarden voor overname en ook het beroep op de hardheidsclausule slaagt niet. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/1235</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.P.C.G. Derksen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4189</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4189</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4189"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor medeplegen ontploffing teweegbrengen door afsteken vuurwerkbom bij woning (artikel 157 Sr), geen wettig en overtuigend bewijs voor gezamenlijke uitvoering of daderschap van verdachte alleen; twee benadeelde partijen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1820665725</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.V. Nolta, mr. A. van den Oever, mr. G. Veenstra</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6101</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6101</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6101"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding e-grond, wel transitievergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12276653 \ EJ VERZ 26-180</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Horsthuis</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10039"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezen is verklaard de eendaadse samenloop van medeplegen poging zware mishandeling en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, en openlijke geweldpleging tegen goederen. Verdachte heeft samen met anderen onder andere tegen het hoofd van de slachtoffers geschopt terwijl zij zich op de grond bevonden. Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen en een taakstraf van 200 uren. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met het tijdsverloop en de jonge leeftijd van verdachte (18) ten tijde van het feit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/011820-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.M.S. Gribling, mr. E. Biçer, mr. L.A.L. Wiersinga</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7908</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7908</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7908"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor (medeplegen van)(poging tot) afdreiging in sextortionzaak. Gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden voor het meermalen plegen van witwassen. Vordering tenuitvoerlegging van gevangenisstraf van 8 maanden toegewezen. Vorderingen benadeelde partijen toegewezen, voor zover deze gaan over de naar de bij verdachte in gebruik zijnde rekeningen overgemaakte bedragen, voor het overige niet-ontvankelijk. De telefoon waarmee verdachte tikkies verstuurde wordt verbeurd verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/274981-25 + 18/067651-23 (tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13886</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13886</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13886"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">CAT-zaak. Afwijzing van het aanhoudingsverzoek van de raadsman. De rechtbank ziet geen aanleiding of noodzaak om in de onderhavige zaak de conclusie van de advocaat-generaal, dan wel de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, in de Franse zaak C-625/25 (Prudniez) over de uitleg van artikel 14 lid 1 van de EOB-richtlijn af te wachten. De bepalingen van de EOB-richtlijn zijn in deze zaak niet van toepassing en de verdediging heeft de noodzaak tot aanhouding verder ook niet gemotiveerd onderbouwd. Afwijzing van het voorwaardelijk verzoek tot het horen van een getuige. Gevangenisstraf van 69 maanden (5 jaar en 9 maanden) opgelegd. De verdachte heeft zich, samen met anderen, bezig gehouden met het verhandelen van ruim 1100 kilogram hennep en ongeveer 180 kilogram cocaïne. Daarnaast heeft hij ongeveer 30 kilogram hennep uitgevoerd naar Noorwegen. Ook heeft hij, eveneens samen met anderen, voorbereidingshandelingen gepleegd voor het (laten) uithalen van ongeveer 125 kilogram cocaïne en het verhandelen van cocaïne en methamfetamine door deze middelen te koop aan te bieden. Tot slot heeft hij zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van vier vuurwapens en munitie. Overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/161624-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9474</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9474</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9474"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag voor een WW-uitkering is afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de referte-eis. Gegrond beroep. Het ontbreken van een BRP-inschrijving staat toekenning van een WW-uitkering niet in de weg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/1664</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13938"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">CAT-zaak. Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in hennep. Ontnemingsbedrag van € 23.756,67.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/161624-24 (ontneming)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.K. Korteweg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13754</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13754</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13754"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezag, omgang en wijziging geslachtsnaam.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/682296 / FA RK 24-5156</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A. Wesdorp</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29563</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29563</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29563"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705988 / FA RK 26-5296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4427</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4427</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4427"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van zedenfeiten (art. 240, 242 en 246 Sr).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-037323-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.S. van der Kuijl, mr. H.C.L. Vreugdenhil, E.S. Van den Berg</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 240</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 242</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 246</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6539</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6539</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6539"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval veroordeelt het hof verdachte wegens doodslag. Het hof legt verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 6 jaar met aftrek van voorarrest en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 10 jaar met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd of ingehouden is geweest</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005059-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9971"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM afgewezen. Betrokkene is voldoende opgeknapt en blijft vrijwillig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793415 / FA RK 26/6885</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9672"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, kostenvergoeding bezwaarfase.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/1841</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6102</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6102</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6102"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vraag is of huurder zonder recht of titel in het gehuurde verblijft (huurovereenkomst voor bepaalde tijd ex artikel 7: 271 lid 2 BW) Meer specifiek gaat het om de vraag of de huurovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd. Kantonrechter wijst vordering woningbouwvereniging toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12344382 \ CV EXPL 26-2735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Marsman</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13969</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13969</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13969"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Eendaadse samenloop van art. 6 WVW en art. 8 lid 2 WVW. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een verkeersongeval, waarbij sprake is geweest van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Daarbij heeft een van de inzittenden zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid van vier jaar, waarvan twee jaar voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/001297-25, 13/164364-19 (TUL) en 96/114159-22 (TUL)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.M.L. Rogmans, mr. S. Mac Donald, mr. R.V. Loeve</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30096"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">MK-uitspraak, 8 EVRM. De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat er geen sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen eiseres en haar zoon en diens echtgenote, zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Ook heeft de minister ten onrechte geen familie- of gezinsleven aangenomen tussen eiseres en haar kleinkinderen. Het beroep is daarom gegrond. De minister moet opnieuw een besluit nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.29352</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.E.J.M. Gielen, mr. M.H. van Haeften, mr. C.A.R. Bleijendaal</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:232"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bonairiaanse fraudezaak. De verdachte heeft zich gedurende een periode van meerdere jaren schuldig gemaakt aan belastingfraude, gewoontewitwassen en het plegen van valsheid in geschrift. De verdachte verzorgde de administratie van een bouwbedrijf. Zij heeft samen met het bouwbedrijf gedurende een groot aantal belastingtijdvakken niet tijdig aangifte gedaan of bewust te lage bedragen in de aangiften opgenomen. Daarnaast heeft de verdachte geld dat uit deze belastingfraude afkomstig was via verschillende bankrekeningen laten lopen en zo de herkomst daarvan verborgen en verhuld. Ten slotte heeft de verdachte verschillende valse documenten opgemaakt. Oplegging van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Strafkorting wegens schending redelijke termijn. Voor oplegging van het gevorderde beroepsverbod is geen wettelijke grondslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00160-24 &amp; 400.00180-25 &amp; 400.00072-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:231</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:231</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:231"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak witwassen. Echtgenote beheerde de rekening. Niet is komen vast te staan dat de verdachte wist of moest weten dat het geld van misdrijf afkomstig was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00102/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:230"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bonairiaanse fraudezaak. De verdachte was bestuurder van ATP en hield zich beroepsmatig bezig met financiële en fiscale dienstverlening. Via zijn zakelijke rekening werden gedurende langere tijd aanzienlijke geldbedragen ontvangen van een bouwbedrijf dat belastingfraude pleegde. De bedragen werden overgeboekt naar verschillende bankrekeningen en vervolgens weer deels doorgestort of contant opgenomen. Door deze werkwijze heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen. Schending redelijke termijn, maar volstaan met de constatering. Oplegging van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor oplegging van het gevorderde beroepsverbod is geen wettelijke grondslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00161/24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:229"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzet tegen dwangschriften n.a.v. belastingschulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202500488</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6018"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over toetsingskader nieuwe jurisprudentie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/354 en 25/355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:9107</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:233"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzet tegen dwangschriften n.a.v. belastingschulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202500301</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9486"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Pw. Intrekking en terugvordering. Account op NextDoor. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/1843</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6103</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6103</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6103"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzet tegen verstekvonnis in kort geding. Niet ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Geen strijd met artikel 6 EVRM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12315710 \ CV EXPL 26-2336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.R.H. Lutjes</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8536</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8536</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8536"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft aan eiseres een eis tot naleving van Arbowetgeving gesteld. De eis gaat over de manier waarop voorkomen kan worden dat werknemers van eiseres op Schiphol worden blootgesteld aan dieselmotoremissie. In bezwaar heeft de minister geen feiten en omstandigheden meegewogen die zich na het opleggen van de eis hebben voorgedaan. Het beroep is daarom gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/3578</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J. van Keken, M. Jurgens, F.K. van Wijk</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30094</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30094</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30094"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo hangende bezwaar toegewezen. Bezwaar redelijke kans van slagen, nu minister inmiddels aanneemt dat sprake is van samenwonen en dat een nieuw feit is. Onvoldoende gemotiveerd waarom nieuwe stukken onvoldoende zijn voor aannemen duurzame relatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44036</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Schaberg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30095"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet-ontvankelijk. Voldoende concrete aanknopingspunten om ervan uit te gaan dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Gemachtigde van eiser heeft geen contact meer met eiser en eiser kwam niet naar de zitting. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.12151 en NL26.12152</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Schaberg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9697</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9697</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9697"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3066</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30178"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In Jemen doet zich niet de hoogste gradatie van willekeurig geweld voor (15c). Eiser is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hij vanwege persoonlijke individuele omstandigheden een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Medewerkers van humanitaire organisaties zijn niet opgenomen als risicoprofiel in het landenbeleid voor Jemen. Dat hij tot doelwit gemaakt zou zijn door leider van de veiligheidsgordel is niet geloofwaardig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.7643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Sijens</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30091</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30091</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30091"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Ethiopië. Beroep gegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de geloofwaardig bevonden asielmotieven geen vervolging opleveren in de zin van het Vluchtelingenverdrag dan wel een reëel risico opleveren op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM[1] en artikel 15 van de Kwalificatierichtlijn</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.22528</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.E. van Bruggen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29559"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het voorhanden hebben van een handgranaat, het voorhanden hebben van een (geladen) revolver met bijbehorende munitie, het voorhanden hebben van munitie en het aanwezig hebben van 23,5 gram amfetamine. Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek voorarrest. Onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen revolver, honkbalknuppel en vlindermes. Toewijzing vordering tenuitvoerlegging van 1 maand gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/166326-26, 10/095471-26 (ttz.gev.) en 10/268161-25 (tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Dantuma-Hieronymus, mr. W.R. van Hattum, mr. J. Schaaf</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10970</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10970</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10970"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Achtervolging A2. Insturen op voertuig KMar. Poging zware mishandeling. Art. 5a WVW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.055038.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. Bax, mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. K. Bruns</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11001</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11001</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11001"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mislukte ripdeal op 6 februari 2025 in Noorbeek waarbij een ander dan de verdachte met een vuurwapen heeft geschoten op het slachtoffer. Veroordeling voor medeplichtigheid poging tot gekwalificeerde doodslag en medeplichtigheid poging tot diefstal met geweld in vereniging. Gevangenisstraf van 3 jaar met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van €19.989,59 (Rotterdamse schaal voor vaststellen immateriële schade, psychische schade o.a. door tandletsel). Voorwaardelijk opzet op de dood? Nee. Gebruik vuurwapen geen onderdeel van plan. Dat de verdachte voorwaardelijk opzet op een vorm van gebruik van het vuurwapen (bedreigen) heeft, impliceert niet noodzakelijkerwijs dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft op elke vorm van gebruik van een vuurwapen. Onvoldoende aanwijzingen dat er over verdergaand gebruik van vuurwapen is gesproken. De verdachte was zelf niet bewapend en vervulde geen rol bij vuurwapengeweld. Getrapte tenlastelegging waarbij medeplichtigheid poging tot doodslag meer subsidiair en medeplichtigheid poging tot gekwalificeerde doodslag meest subsidiair ten laste is gelegd. Specialis. Enkelvoudige kwalificatie. OVAR ten aanzien van medeplichtigheid poging tot doodslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03/126715-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.P.W. van Well, mr. B. de Groot, mr. N.D. Geraads</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11000</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11000</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11000"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Witwassen. Overschrijding redelijke termijn met vier jaar. Voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.252714.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. Bax, mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. K. Bruns</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11006</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11006</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11006"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging doodslag. Mishandeling. Volledig ontoerekeningsvatbaar. TBS voorwaarden en 38V-maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.040273.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. Bax, mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. K. Bruns</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11012"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mislukte ripdeal op 6 februari 2025 in Noorbeek waarbij een ander dan de verdachte met een vuurwapen heeft geschoten op het slachtoffer. Veroordeling voor medeplichtigheid poging tot gekwalificeerde doodslag en medeplegen poging tot diefstal met geweld. Gevangenisstraf van 4 jaar met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van €19.989,59 (Rotterdamse schaal voor vaststellen immateriële schade, psychische schade o.a. door tandletsel). Voorwaardelijk opzet op de dood? Nee. Gebruik vuurwapen geen onderdeel van plan. Dat de verdachte voorwaardelijk opzet op een vorm van gebruik van het vuurwapen (bedreigen) heeft, impliceert niet noodzakelijkerwijs dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft op elke vorm van gebruik van een vuurwapen. Onvoldoende aanwijzingen dat er over verdergaand gebruik van vuurwapen is gesproken. De verdachte was zelf niet bewapend en vervulde geen rol bij vuurwapengeweld. Getrapte tenlastelegging waarbij medeplichtigheid poging tot doodslag meer subsidiair en medeplichtigheid poging tot gekwalificeerde doodslag meest subsidiair ten laste is gelegd. Specialis. Enkelvoudige kwalificatie. OVAR ten aanzien van medeplichtigheid poging tot doodslag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03/313566-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.P.W. van Well, mr. B. de Groot, mr. N.D. Geraads</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11017"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor gekwalificeerde opzetverkrachting. Masseur. Onverhoeds binnendringen tijdens massage. Dwang. 24 maanden gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.336620.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.L.M. van Venrooij, mr. D.J.E. Hamers-Aerts, mr. R.M.M. Menting</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30180"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie; gronden vrijheidsontnemende maatregel; lichter middel; voortvarend handelen; ambtshalve toetsing; ogg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Bouter - Rijksen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9621"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke verstrekking van één document naar aanleiding van een verzoek in de zin van de Wet open overheid (Woo). Verzoeker is het daarmee niet eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij voert een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de voorzieningenrechter of het college in redelijkheid het document gedeeltelijk heeft verstrekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26_3521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4429"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van opzettelijk brand stichten en vernieling; opzet niet bewezen; veroordeling voor culpoze brandstichting met gemeen gevaar voor goederen (158 Sr); verminderde toerekeningsvatbaarheid zonder rapportage; gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen met aftrek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-137800-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Zwarts, mr. J. Faber, mr. T.R. Bosker</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 158</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9695</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9695</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9695"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3077</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7292"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling medeplegen belastingfraude. Taakstraf 60 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, proeftijd 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82/302690-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Vermeulen, mr. G.M. Blanken, mr. A.H.J. Saes</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7291</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7291</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7291"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling medeplegen belastingfraude. Taakstraf 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, proeftijd 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82/302711-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Vermeulen, mr. G.M. Blanken, mr. A.H.J. Saes</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7290"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling belastingfraude. Geldboete € 10.000</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82/063347-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Vermeulen, mr. G.M. Blanken, mr. A.H.J. Saes</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9636"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB WIA</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4973</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2515</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2515</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2515"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Recreatiewoning valt niet onder woondelenvrijstelling. Artikel 30a, vierde en vijfde lid, van de Wet WOZ heeft onmiddellijke werking, ook als voor 1 januari 2024 tussen belanghebbende en gemachtigde een cessie is overeengekomen. Verpandingsverbod is niet onrechtmatig. De wetgever heeft met de weergegeven toelichting in de wetsgeschiedenis een voldoende objectieve en redelijke rechtvaardiging gegeven voor de gewijzigde regeling van de uitbetaling van te vergoeden (proces)kosten en heeft in redelijkheid tot het gemaakte onderscheid kunnen komen. Er is geen aanleiding om te oordelen dat die regeling in strijd is met een discriminatieverbod of een ongeoorloofd onderscheid maakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 21 _ 3599</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2024-04-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7289"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling feitelijk leidinggeven belastingfraude. Taakstraf 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, proeftijd 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82/063333-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Vermeulen, mr. G.M. Blanken, mr. A.H.J. Saes</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1316"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak. Appellant heeft voldoende bewijsstukken verschaft over zijn verblijf vanaf 2006 tot 2011 in Marokko. De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door het besluit van 24 april 2019 te herroepen en te bepalen dat appellant met ingang van 9 september 2006 recht heeft op een WAO-uitkering. Deze uitspraak treedt in zoverre in de plaats van het vernietigde bestreden besluit. Het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak 2 (verzoek om terug te komen op) is niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/2908 WAO</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9687</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9687</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9687"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9694</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9694</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9694"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4430"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag (vol opzet) en winkeldiefstal. Gevangenisstraf van 5 jaren met aftrek. Aangever niet-ontvankelijk in vordering benadeelde partij nu niet is gebleken dat de indiener daartoe gemachtigd was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/188035-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M.B. Soppe, mr. R. Baluah, mr. R. Depping</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 310</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 287</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 63</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30186"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; lichter middel; ambtshalve toetsing; ogg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Bouter - Rijksen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9688"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3000</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9690"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2702</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9692"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1347"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Uitgaande van de juistheid van de FML van 9 april 2025, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de geselecteerde functies voor appellante geschikt zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2318 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9691</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9691</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9691"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2806</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9693"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2886</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1345"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking en terugvordering toeslag op Wajong. Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat de ex-partner van appellante per 1 april 2018 is gaan werken, dat appellante vanaf 1 november 2018 alleenstaand is en de totale inkomsten van appellante (en haar ex-partner) hoger zijn dan het sociaal minimum. Het Uwv heeft het bedrag van de terugvordering in bezwaar reeds verlaagd. Geen dringende reden geheel van terugvordering af te zien. Oorzaak van terugvordering aan appellante te wijten. Handelen en nalaten bewindvoerder voor rekening appellante. Bewind geen reden voor deels of geheel afzien terugvordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/810 WAJONG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29564"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Omgang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/698403 / FA RK 26-771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1343"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het Uwv heeft het dagloon van de toegekende WIA-uitkering terecht vastgesteld op € 98,58. Juiste referteperiode en aangiftetijdvak. Het Uwv heeft het dagloon overeenkomstig de artikelen 13 en 16 van het Dagloonbesluit vastgesteld. Toepassing van die artikelen niet onevenredig. Geen sprake van bijzondere omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1983 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30194"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor het meermaals aanwezig hebben van harddrugs, het voorhanden hebben van een balletjespistol en munitie en mishandeling van zijn stiefzus. De rechtbank spreekt verdachte vrij van de bedreiging van zijn stiefzus. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk en een taakstraf voor de duur van 240 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/266739-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.R. Aaron, mr. F.X. Cozijn, mr. J.E. van Essen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9940</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9940</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9940"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van haar drie minderjarige kinderen gedurende een periode van zestien maanden. Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur met aftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-387756-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.L. Hoekstra, mr. M.H.M. Collombon, mr C.E.M. Marsé</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9941"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn drie minderjarige kinderen gedurende een periode van zestien maanden. Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur met aftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-387746-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4257"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">IE-recht in internationaal geschil. Stakingsvordering in kort geding afgewezen. Geen inbreuk op auteursrecht. Algemene voorwaarden, waarin wordt afgeweken van artikel 8 Auteurswet, niet van toepassing vanwege ontbreken aanbod en aanvaarding. Afdeling 6.5.3. BW niet van toepassing bij internationale overeenkomst (artikel 6:247 lid 2 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/259165</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. S.B. van Baalen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5874"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontruiming gekraakte woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351386 / KG ZA 26-199</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9946"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikelen 184a Sr en 285b Sr. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging en heeft een gedragsaanwijzing overtreden. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 143 dagen, waarvan 45 dagen voorwaardelijk, met oplegging van bijzondere voorwaarden. Daarnaast wordt aan verdachte opgelegd een contact- en locatieverbod in de vorm van een 38v-maatregel. De bijzondere voorwaarden en de 38v-maatregelen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-183810-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Hamburger, mr. A.R. van Triest, mr. J.P.E. Mullers</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9949"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Naast aangifte voldoende steunbewijs. Veroordeling voor verkrachting (in de vagina brengen van zijn vinger) van het vriendinnetje van zijn dochter tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0207345123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7021</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7021</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7021"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling van verdachte voor een gewapende overval op een juwelier en een poging tot zware mishandeling. De feiten kunnen licht verminderd aan de verdachte worden toegerekend. Oplegging van een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en vaststelling van bijzondere voorwaarden. Gedeeltelijke toewijzing van vorderingen van benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.325400-25 en 05.149671-25 (gev. ttz) (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.F. Hammerle, mr. V.A. Groeneveld, mr. M. Wolfrat</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30168"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor art. 6 WVW, aanmerkelijke schuld aan veroorzaken verkeersongeval tijdens dienst als politieagent. Taakstraf voor de duur van 80 uren opgelegd, geen OBM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/250534-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. H.M. Braam, mr. dr. B.J. van de Griend, mr. W.E. Povel</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9696"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Regelrechter. Koopovereenkomst auto tussen particulieren. Eiser is bij tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat sprake was van (ernstig) overmatig olieverbruik ten tijde van aflevering van de auto en hij is daarin geslaagd. De auto is non-conform en daarmee bestaat er een grondslag voor ontbinding van de koopovereenkomst. Vordering tot terugbetaling van de aankoopsom van de auto wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12054795 RR FORM 26-6 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1341"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het CIZ heeft de aanvraag van appellant om zorg op grond van de Wlz terecht afgewezen. Voor de somatische problematiek is geen sprake van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1345 WLZ</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10038"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezen is verklaard de eendaadse samenloop van medeplegen poging zware mishandeling en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, en openlijke geweldpleging tegen goederen. Verdachte heeft samen met anderen onder andere tegen het hoofd van de slachtoffers geschopt terwijl zij zich op de grond bevonden. Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen en een taakstraf van 200 uren. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met het tijdsverloop en de jonge leeftijd van verdachte (18) ten tijde van het feit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/011818-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.M.S. Gribling, mr. E. Biçer, mr. L.A.L. Wiersinga</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29592"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">(Wijziging) voorlopige voorzieningen. Toewijzing uitsluitend gebruik aan vrouw. Afwijzing verzoek voor vaststelling voorlopige partneralimentatie. Vrouw is niet-ontvankelijk voor overige verzoeken, omdat die niet vallen onder de limitatieve opsomming van artikel 822 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710222 / FA RK 26-7904</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10052</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10052</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10052"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezen is verklaard de eendaadse samenloop van medeplegen poging zware mishandeling en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, en openlijke geweldpleging tegen goederen. Verdachte heeft samen met anderen onder andere tegen het hoofd van het slachtoffer geschopt terwijl het slachtoffer zich op de grond bevond. Aan verdachte is een voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen en een taakstraf van 180 uren opgelegd. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met het tijdsverloop en de jonge leeftijd (18) van verdachte ten tijde van het feit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/011822-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.M.S. Gribling, mr. E. Biçer, mr. L.A.L. Wiersinga</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13896"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurachterstand ontstaan door niet betalen van huurprijsverhoging. In conventie is de huurachterstand gevorderd alsook een energie afrekening. In reconventie een schadevergoeding vanwege geestelijk lijden. Eis in conventie toegewezen. In reconventie afgewezen. Schade komt niet vast te staan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12164182 CV EXPL 26-8535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9699</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9699</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9699"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling nalatenschap. Geen processueel ondeelbare rechtsverhouding. De rechtbank gelast de wijze van verdeling van de nalatenschap. Spoorboekje met betrekking tot verkoop en ontruiming onroerende zaak waarin één van de erfgenamen woont. Beslissing over gebruikers- en eigenaarslasten. Overweging met betrekking tot betaling moederlijke erfdelen als zijnde schuld in de nalatenschap van vader.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/441758 / HA ZA 25-611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29579</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29579</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29579"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wzd; toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van drie weken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711245 / FA RK 26-8568</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L. Kelkensberg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6147"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanhoudingsbeschikking; verwijzing geemeentelijk hulpverleningstraject voor begeleide omgang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/283109 / FA RK 22-1685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Mul</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6145"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorzieningen en bodemprocedure omgang, doorverwijzing UHA in de bodemprocedure</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350111 / FA RK 26-1819</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Bruggen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3731</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3731</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3731"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arrest in kort geding. Toevertrouwing van de kinderen en het voortgezet gebruik van de gemeenschappelijke huurwoning. Artikel 130 lid 1 Rv en artikel 353 lid 1 Rv, eiswijziging of -vermeerdering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.612</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6146"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zelfstandige verzoeken van vader tot opheffing OTS, vervangende toestemming paspoort, inschrijving school, wijziging hoofdverblijfplaats en vaststellen omgang. Niet-ontvankelijkheid omdat niet is ingediend met advocaat + afwijzing verzoek opheffing OTS.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350049 FA RK 26-1804</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Mul</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4259</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4259</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4259"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring t.a.v. voorhanden hebben (vuur)wapens, opzettelijk aanwezig hebben hard- en softdrugs en in voorraad hebben valse bankbiljetten met oogmerk om deze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven. Veroordeling tot gevangenisstraf 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-102962-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M.L. Wolters, mr. dr. H.H. Kielman, mr. T.R. Bosker</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 209</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 11</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 13</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 26</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 55</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5432</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5432</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5432"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek tot opheffing vereffening nalatenschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12378082\ EJ VERZ 26-266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.S. Kuipers</contributor><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2844</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2844</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2844"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur van woonruimte. Artikel 7:268 lid 2 BW. Kleinzoon wil huurovereenkomst grootmoeder voortzetten na haar overlijden. Hof oordeelt dat kleinzoon onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding had met grootmoeder</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.347.376/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5372"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Terugvordering van door de SVB van het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De SVB heeft dit tot circa 5 jaar na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde nog onverschuldigd uitbetaald. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de SVB het onverschuldigd uitgekeerde ouderdomspensioen op grond van artikel 24 van de AOW mag terugvorderen van eiser, de zoon van de uitkeringsgerechtigde die tevens één van de erfgenamen is, op grond van het feit dat het onverschuldigd betaalde in het vermogen van die erfgenaam is gevallen. Dat eiser de erfenis heeft verworpen maakt dat niet anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/2553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster, A.T. de Kwaasteniet, A. Stockmann-Dutkusu</contributor><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1558"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Incident. Vordering tot verdeling nalatenschap; processueel ondeelbare rechtsverhouding (HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411; HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:649). Hoge Raad geeft eiser tot cassatie gelegenheid om niet opgeroepen persoon alsnog op te roepen als partij (art. 118 jo. art. 418a Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04501</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2457</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:510</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2645"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Klacht tegen drie (kandidaat-)notarissen. Wijziging testament en herroeping notariële volmacht door moeder klager. Communicatie met klager. Belanghebbende-begrip; art. 99 lid 1 Wna. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.016</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2675"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erflaatster heeft bij leven tegen een te lage prijs onroerende goederen aan dochter A verkocht. Dochter A gebruikte bij leven van erflaatster haar pinpas. Erflaatster heeft dochter A tot enig erfgenaam benoemd. Dochter B doet een beroep op haar legitieme rechten. Dochter A wordt in de proceskosten veroordeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.258.958/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:1327</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1244</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12479"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Geen gewichtige redenen om verweerder te ontslaan als executeur en afwikkelingsbewindvoerder. Wantrouwen onvoldoende te objectiveren als het gaat om het optreden van verweerder als executeur en afwikkelingsbewindvoerder. Het wantrouwen lijkt vooral zijn grond te vinden in eerdere keuzes van de ouders en, na moeders overlijden, van vader. Eerdere keuzes ouders staan niet ter beoordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11971370 VZ VERZ 25-216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. P.G.J. van den Berg</contributor><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2549</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2549</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2549"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Procesbevoegdheid. Gezamenlijke bevoegdheid vereffenaars (art. 4:198 BW). Oproeping ex 118 Rv ontbrekende vereffenaar. Onrechtmatig geld onttrokken aan bankrekening erflaatster (tijdens haar leven)?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.880_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.J. Mellema-Kranenburg, J.J.M. van Lanen, S.M.J. Korthuis-Becks</contributor><issued>2026-09-24</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 4 198</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 118</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5646</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5646</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5646"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag afwikkelingsbewindvoerder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12126767 \ EJ VERZ 26-42</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): U. van Houten</contributor><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9526"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident afgifte stukken onweersproken toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/354477 HA ZA 26-322</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5634"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dochter moet meewerken aan de vestiging van vruchtgebruik op de woning en inboedel ten behoeve van moeder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12288423 \ EJ VERZ 26-187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.S. Kuipers</contributor><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11207"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Vordering nalatenschap op erfgenaam vanwege lening erflaatster aan die erfgenaam. Gedwongen toerekening ex artikel 4:228 lid 1 BW en verrekening op grond van 4:217 lid 1 BW. Toedeling resterende vordering van nalatenschap op de erfgenaam aan de betreffende erfgenaam met bepaling dat de schulden van de nalatenschap in de onderlinge verhouding tussen de erfgenamen voor haar rekening komen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/374200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:7832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:7832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:7832"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geen opheffing van het beslag, omdat niet is gebleken dat het ingeroepen recht summierlijk ondeugdelijk is of het beslag onnodig is gelegd. Afweging wederzijdse belangen leidt niet tot een ander oordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/351528 / HA ZA 26-175</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11222"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Wettelijke verdeling. Vaststelling vordering zoon uit eerste huwelijk op langstlevende tweede vrouw van erflater. De rechtbank oordeelt dat in dit specifieke geval de aangifte erfbelasting een juiste weergave is van de omvang van de nalatenschap van erflater, omdat de nalatenschap vrijwel uitsluitend bestaat uit banktegoeden waarbij waardering geen rol speelt. De vordering van de zoon is opeisbaar, omdat stiefmoeder in een verzorgingshuis is opgenomen. Als gevolg van schenkingen van de langstlevende aan haar kinderen uit haar eerste huwelijk is er onvoldoende vermogen om de vordering van de zoon te voldoen. De gevorderde vernietiging van de schenkingen op grond van de Pauliana (3:45 BW) slaagt deels. Geen wetenschap van benadeling wat betreft de schenkingen die zijn in de periode waarin de langstlevende nog over (ruim) voldoende vermogen beschikte om de vordering van de zoon van erflater te kunnen voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/361845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26017"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">erfrecht - verdeling nalatenschap - eindvonnis - verdeling woning en vakantiehuis - rechtbank komt niet terug op bindende eindbeslissing ten aanzien van de gebruiksvergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/670590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Hartendorp</contributor><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9124</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9124</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9124"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Afwikkeling nalatenschap tussen twee broers. Medewerking verkoop perceel en vordering tot inzage en afgifte administratie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/790083 / KG ZA 26-557</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5801"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Vaststellen erfdeel in nalatenschap eerder overleden ouder en vaststellen legitieme portie. Bewijslevering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.304.790</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening, Hoger beroep</description><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:1721</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:5436</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9081"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing vordering zus tot afleggen rekening en verantwoording door broer over het door hem gevoerde beheer over het vermogen van moeder. Tweetrapsmaking testament vader. Levenstestament moeder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12037748 \ CV EXPL 25-18236</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5510</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5510</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5510"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">erfrecht vonnis in incident</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/343704 / HA ZA 26-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.F. van Aalst</contributor><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5490"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedaagden zijn deelgenoten in de nalatenschap van hun echtgenoot/vader, die in 2024 is overleden. In deze zaak vordert eiseres ontbinding van de hoevepachtovereenkomst, omdat het gepachte niet langer voor de bedrijfsmatige uitoefening van de landbouw wordt gebruikt en aanvullend omdat het gepachte in het verleden niet persoonlijk is gebruikt. De pachtkamer is van oordeel dat niet komt vast te staan dat sprake is (geweest) van een tekortkoming in de nakoming en wijst de vordering tot ontbinding af. Daarnaast vordert eiseres betaling van achterstallige pacht, maar ook die vordering wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12013186 \ CV EXPL 25-4071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Louter, D.N.R. Wegerif, M.W.A. graaf Van Rechteren Limpurg, R.M.C.M. Bogers</contributor><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9031"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Een Amsterdammer die een rekening voor een uitvaart in juli 2022 maar deels betaalde, hoeft de uitvaartonderneming niets meer te betalen omdat bepaalde informatieplichten zijn geschonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12143151 \ CV EXPL 26-3871</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10056"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden en maatregel 38v Sr (dadelijk uitvoerbaar) voor bedreiging en mishandeling levensgezel. Vrijspraak dwang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/077070-26, 05/128985-25 (tul), 13/220806-23 (tul), 16/033748-25 (tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H.E. van der Pol, mr. G. Oldekamp, mr. J.O. Rutten</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30206"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Maatregel van bewaring</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. Tesfai</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9702</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9702</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9702"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind. Machtiging schenking afgewezen. Geen schenkingstraditie en geen bijzondere omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12140409 OV VERZ 26-754 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29583"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">herstelbeschikking, gezamenlijk gezag in dictum opgenomen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/682156 / FA RK 25-2075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Brakel</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:24439</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24439</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24439</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24439"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">overeenstemming kinderalimentatie en zorgregeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/682156 / FA RK 25-2075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. Brakel</contributor><issued>2026-09-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:29583</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29576"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Omgangsregeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696319 / FA RK 25-9577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.G. Nuboer</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30209"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek afgewezen. Aan het wrakingsverzoek heeft verzoeker onder meer door de rechter genomen procedurele beslissingen ten grondslag gelegd. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt echter mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nooit een grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing(en) van de rechter noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Dit is alleen anders in het geval waarin de motivering van de beslissingen in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten - bijvoorbeeld door de in de motivering gebruikte bewoordingen - niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die de beslissingen heeft genomen. Daarvan is hier geen sprake, het betreft immers strikt procedurele, ongemotiveerde beslissingen. Nu een motivering van de beslissingen ontbreekt, kan deze dan ook geen grond voor wraking vormen. De overige stellingen zijn door verzoekster niet onderbouwd met concrete feiten of omstandigheden waaruit de vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzing voor de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor zijn af te leiden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713576 / KG RK 26-1395</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.W. Schippers, Mr. E.E. Schotte, mr. A.M.A. Keulen</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2818</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2818</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2818"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mensenhandel (medeplegen seksuele uitbuiting minderjarige). Overwegingen non-punishmentbeginsel. OM ontvankelijk in de vervolging; niet gehandeld in strijd met de Aanwijzing mensenhandel. Bewijsoverwegingen t.a.v. medeplegen. Verwerping beroep op psychische overmacht. Strafoplegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-003131-2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:7245</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2023:7245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:7245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2023:7245"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte, een 23-jarige vrouw, wordt veroordeeld voor mensenhandel ten aanzien van het minderjarige slachtoffer (artikel 273f, eerste lid, sub 5 Sr). Zij heeft, samen met de medeverdachte, de prostitutiewerkzaamheden van het slachtoffer gefaciliteerd door seksafspraken te maken en samen met het slachtoffer naar een seksafspraak te gaan. Verdachte werd in de bewezen verklaarde periode zelf ook seksueel uitgebuit door de medeverdachte. In die zin is zij niet alleen dader, maar ook slachtoffer. De rechtbank is echter van oordeel dat verdachte niet heeft gehandeld uit psychische overmacht, omdat niet kan worden geconcludeerd dat verdachte in het geheel geen weerstand kon en ook niet hoefde te bieden aan de druk van de medeverdachte om een bijdrage te leveren aan de uitbuiting van het slachtoffer. Wel wordt dit in strafmatigende zin in grote mate meegewogen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 70 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Zij moet zich gedurende de proeftijd aan een aantal bijzondere voorwaarden houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/046088-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.T.C. de Vries, mr. A.M. Gruschke, mr C. Klomp</contributor><issued>2023-11-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2818</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9953</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9953</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9953"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">officier van justitie niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-997524-13</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9956"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">officier van justitie niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-997508-12</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9954</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9954</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9954"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">officier van justitie niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-997517-13</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30211"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie, artikel 6 derde lid, beoordeling asielmotieven los van de beoordeling in vreemdelingenbewaring, lichter middel, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58436</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29596"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz; toewijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712016 / FA RK 26-9052</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L. Kelkensberg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30212"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie, artikel 6 derde lid, beoordeling asielmotieven los van de beoordeling in vreemdelingenbewaring, lichter middel, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58437</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:14083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:14083"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor verkrachting. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en deze vindt daarnaast steun in het dossier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/382200-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.C. Oosterbroek</contributor><issued>2025-12-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2933</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2837</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2837</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2837"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wijze van procederen en indienen stukken; stuk te laat ingediend en tardief verklaard; het ter zitting gedaan wrakingsverzoek wordt niet aan de wrakingskamer van het Hof voorgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2804"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-26/318</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verzet</description><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2367</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13484"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor het opzettelijk niet of onjuist en onvolledig doen van aangiftes omzetbelasting en inkomstenbelasting en premies Volksverzekeringen over de jaren 2019 tot en met 2022 (artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen). De verdachte wordt een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12164276 CV FORM 26-4861</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Kroon, mr. S.W.H. Bootsma , mr. A.C.M. Klaasse</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2271"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar tegen inhoudingen loonheffing 2023 op ambtenarenpensioen en AOW-uitkering van inwoner van de Filipijnen. Niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, behalve het bezwaar voor december 2023, dat ongegrond is verklaard. Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Verschoonbaar? Zeer lange duur postbezorging in de Filipijnen: minstens zes weken. Belanghebbende acht dat niet zijn risico. Geen postadres in Nederland opgegeven tot nadat de rechtbank dat verlangde. Geen berichtenbox op mijnoverheid.nl geopend. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Belanghebbende heeft overigens alsnog aangifte 2023 gedaan en een voorlopige aanslag conform zijn standpunt ontvangen. Inspecteur verklaart ter zitting dat dat een automatische aanslag is die onjuist is en hersteld zal worden. Belanghebbende kondigt bezwaar en beroep aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/953, 25/954, 25/955 en 25/956</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, mr. B.J. Rubbens, prof. mr. P.J. Wattel</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3701</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2268"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende woont in Roemenië, geniet inkomsten verkregen van het UWV en bezit een onroerende zaak in Nederland. In zijn Nederlandse aangifte IB/PVV 2019 voert belanghebbende een aftrek wegens zorgkosten op. De inspecteur corrigeert de aangifte en legt een verzuimboete op. Belanghebbende stelt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beslist of de aanslag IB/PVV 2019 juist is en zo ja, of de aanslag en de verzuimboete terecht en tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Het hof oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft geoordeeld over de aanslag IB/PVV 2019. Na akkoord van partijen beslist het hof zelf over de juistheid van de aanslag. Het hof oordeelt vervolgens dat de aanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Ten aanzien van de verzuimboete oordeelt het hof dat de verzuimboete terecht is opgelegd en tevens passend en geboden is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, E.P.A. Brakeboer, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7496</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30161</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30161</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30161"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De leeftijdsschouw van de AVIM is niet inzichtelijk en concludent. De minister mocht deze leeftijdsschouw daarom niet betrekken bij haar standpunt dat twijfel bestaat over de leeftijd die eiser heeft opgegeven. De schouwers leggen in het proces-verbaal niet uit waarom de lichamelijke kenmerken en het gedrag van eiser typerend zijn voor een meerderjarige en waarom juist niet voor een minderjarige. Ook heeft de minister het vermoeden van minderjarigheid niet op overtuigende wijze weggenomen en niet inzichtelijk gemotiveerd waarom doorslaggevend gewicht wordt toegekend aan de leeftijdsregistratie in Italië. De minister heeft niet gemotiveerd waarom hij eisers verklaring voor het verschil tussen de in Italië geregistreerde geboortedatum en de in Nederland opgegeven geboortedatum niet plausibel acht. Ook met het standpunt tijdens de zitting dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over of hij al dan niet in het bezit is geweest van identiteitsdocumenten heeft de minister het vermoeden van minderjarigheid niet ontzenuwd. Het enkel plaatsen van kanttekeningen bij het indicatieve document is eveneens niet voldoende om het vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen. Eiser kan met dit document weliswaar zijn minderjarigheid niet aantonen maar het document ontzenuwt zijn minderjarigheid ook niet. De rechtbank vernietigt daarom het besluit voor zover daarin de geboortedatum van eiser is vastgesteld op [datum 1] 2001.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25.14101</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.B.H. Hebbink</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30213</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30213</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30213"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie, artikel 6 derde lid, geen tegenstrijdigheden in de tijdlijn, toegangsvoorwaarden, lichter middel, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58435</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7558"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">handlichting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12300121 \ AZ VERZ 26-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Engelbert-Clarenbeek</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7302"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Handlichting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12324852 TE VERZ 26-342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30216</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30216</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30216"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheidsontnemende maatregel – artikel 6, lid 3, van de Vw – medische situatie van de vreemdeling – lichter middel – beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58975</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30215</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30215</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30215"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vreemdelingenbewaring – artikel 59, eerste lid onder a – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2933"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor verkrachting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002655-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:14083</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30218"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV - Duitsland - terugname.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44820</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30219"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Plakvovo AMbV - afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44821</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30220</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30220</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30220"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV - Bulgarije - terugname.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45066</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30221"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Plakvovo AMbV - afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45067</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10040</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10040</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10040"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Pools executie-EAB. Genoegzaamheidsverweer verworpen. Sprake van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. De raadsman heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd waaruit blijkt dat een algemeen gevaar bestaat van schending van grondrechten voor veroordeelde gedetineerden in Polen die kampen met medische problemen. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-143510-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, Mr. A.R.P.J. Davids, mr. O.P.M. Fruytier</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30222"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV - Duitsland - terugname.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45483</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30223</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30223</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30223"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Plakvovo AMbV - afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45484</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10041"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Pools executie-EAB. Voor vonnis 1 is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing, de omzettingsbeslissing valt niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW en de rechtbank ziet af van de weigeringsgrond van artikel 12 OWL voor vonnis 2. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-162790-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, Mr. A.R.P.J. Davids, mr. O.P.M. Fruytier</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:12077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:12077"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">beroep vernietiging genomen besluit tot statutenwijziging STAK. Afwijzing. Vervaltermijn 2:15 lid 5 BW is verstreken, maar ook geen sprake van handelen in strijd met statuten of administratievoorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/448594 / HA ZA 25-100</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A. van den Toorn</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2934</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2934</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2934"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bevestiging vonnis behalve t.a.v. strafoplegging en beslissing BP. Twee diefstallen met braak van motoren in vereniging, en twee pogingen tot diefstal met braak van elektrische bakfietsen in vereniging. Taakstraf 150 uren m.a. en voorwaardelijke gevangenisstraf voor 1 maand met proeftijd van 3 jaren. Benadeelde partij: stallingskosten N-O.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000317-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29590"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz; toewijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg voor de duur van zes maanden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711291 / FA RK 26-8597</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L. Kelkensberg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9895</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9895</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9895"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Treintje rijden; geen oneerlijke bedingen in de algemene voorwaarden. Gedaagde erkent de garage te hebben verlaten zonder te betalen, maar geeft als reden daarvoor aan dat de betaalautomaat niet werkte. Eisende partij heeft echter voldoende onderbouwd dat in de parkeerfaciliteit meer betaalautomaten aanwezig zijn en dat de klantenservice via meerdere 'help-knoppen' te allen tijde bereikbaar is. Er is niet gebleken dat gedaagde daarvan gebruik heeft gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11985672 CV EXPL 25-16533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5390"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen zijn erfgenamen in de nalatenschap van erflater. Onderdeel van deze nalatenschap is de onverdeelde helft van een woning. Partij A vordert in de hoofdzaak toedeling van deze onverdeelde helft. Partij B vorderen in incident dat partij A niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering tot verdeling van de nalatenschap, omdat de vereffeningsprocedure nog niet is afgerond. De rechtbank wijst de vordering in incident toe en wijst daarmee ook de vordering in de hoofdzaak af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/345914 / HA ZA 26-91</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): U. van Houten</contributor><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:10900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:10900"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Benoeming vereffenaar. Verwijzing naar rechtbank Den Haag. Artikel 269 Rv. De overledene is niet overleden in Nederland en er zijn geen aanwijzingen dat Nederland de gewone verblijfplaats was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/722570 / HA RK 26-652</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Steenderen-Koornneef</contributor><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:10897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:10897"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Incident. Artikel 4:178 BW. Erfgenaam vraagt stukken aan de executeur. De executeur wordt veroordeeld om bepaalde stukken te verstrekken. Zaak naar parkeerrol in verband met mediation.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/721685 / HA ZA 26-539 incident</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C. van Steenderen-Koornneef</contributor><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2025:207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2025:207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2025:207"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Revindicatie goederen nalatenschap. Handgeschreven verklaring erflater is geen uiterste wilsbeschikking, maar wel een geldige eigendomsoverdracht bij leven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202400612</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6242"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Geschil tussen blooteigenaar/erfgenaam en vruchtgebruiker/weduwe. Onderhoudskosten woning, verjaring van verrekenvordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/605335 / BE ZA 26-2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.A.A.T. Engbers</contributor><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:255"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Sint Maarten. Verdeling nalatenschap. Overbedeling. Vonnis in plaats van akte (art. 3:300 lid 1 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM2024H00110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. de Boer, W.P.M. ter Berg, E.P. van Unen</contributor><issued>2026-09-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:OGEAM:2024:40</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5716"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Vaststellen legitieme portie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11862576 \ UC EXPL 25-6996</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.A.A.T. Engbers</contributor><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5641"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Opeisbaarheid geldlening. Verdeling nalatenschap. Onttrekkingen door (latere) erfgenamen. Art. 21 Rv. Gevolgen verbonden aan onwaarachtige verklaringen op eerdere zitting en niet verschijnen op tweede zitting erfgename.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.341.172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:490"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Accountantstuchtrecht. Hoger beroep. Klacht tegen accountant, inhoudende dat de accountant als bestuurslid van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) in strijd heeft gehandeld met de geldende gedrags- en beroepsregels. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant en het bestuur van de NBA wat de klachtonderdelen betreft in strijd hebben gehandeld met wet- en regelgeving. Daardoor heeft appellant geen feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt die tot het oordeel kunnen leiden dat de accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Naar het oordeel van het College heeft de accountantskamer terecht de klachtonderdelen ongegrond verklaard. Verder heeft de accountantskamer terecht de nieuwe klachtonderdelen die appellant op de zitting van de accountantskamer naar voren heeft gebracht buiten behandeling gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Ook is het College met de accountantskamer van oordeel dat appellant met zijn verwijzingen naar een brief van het bestuur en het handhavingsverzoek dat hij aan de minister van Financiën heeft verstuurd, niet duidelijk heeft gemaakt wat hij de accountant, naast de klachtonderdelen a tot en met d, concreet verwijt. Daarom voldoet het klaagschrift met de enkele verwijzing naar deze stukken niet aan artikel 22, derde lid, van de Wtra. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. W.J.A.M. van Brussel, mr. H.S.J. Albers</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet tuchtrechtspraak accountants</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29565"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezagsuitoefening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706782 / FA RK 26-5771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29600"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling geboortegegevens. Onder de zeer uitzonderlijke omstandigheden van dit geval is het voor verzoekster onmogelijk om haar geboorteakte te verkrijgen. De rechtbank houdt in het bijzonder rekening met de traumatische persoonlijke geschiedenis van verzoekster en haar kwestbare positie als transgender persoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/676551 / FA RK 24-8609</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2936</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2936</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2936"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bevestiging vonnis m.u.v. 3 beslissingen TUL, en met dien verstande dat de kwalificatie wordt aangevuld ("meermalen gepleegd") en artt. 57 en 63 Sr worden toegevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-003044-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:12078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:12078"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ingetrokken verzet tegen fusie ex artikel. 2:316 lid 2 BW. Proceskostenveroordeling: geen afwijking van standaard liquidatietarief.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/455190 / HA RK 25-106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A. van den Toorn</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1344</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1344</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1344"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1997 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13847"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Spoorwisselbeschikking. Absolute en relatieve onbevoegdheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12398976 VZ VERZ 26-3745</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C. van der Kolk</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29620"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz; toewijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg voor de duur van zes maanden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711297 / FA RK 26-8602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L. Kelkensberg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29605</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29605</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29605"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz; afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712013 / FA RK 26-9049</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L. Kelkensberg</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:536</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:536</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:536"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8:24, lid 2 Awb. Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen recente volmacht overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/12</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Meervoudige Belastingkamer</contributor><issued>2025-04-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1948"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat de inspecteur terecht en niet te hoge aanslagen vennootschapsbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd. Het hof acht het aannemelijk dat belanghebbende in onderhavige jaren voor haar rekening en risico het restaurant exploiteerde. Voor 2017 heeft de inspecteur op basis van een gemotiveerde schatting aannemelijk gemaakt dat de aanslag niet te hoog is. Voor 2018 geldt dat sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast, belanghebbende niet heeft doen blijken dat de aanslag te hoog is en dat voorts sprake is van een redelijk schatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/65 en 25/66</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8809</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1945"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2020 aan een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in een BV heeft de inspecteur het gebruikelijk loon niet volledig in aanmerking genomen. De inspecteur legt vervolgens bij belanghebbende als inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag loonheffingen op over het additionele (gebruikelijk) loon. Naar het oordeel van het hof was de inspecteur bevoegd om de naheffingsaanslag aan belanghebbende op te leggen voor het additioneel (gebruikelijk) loon. Uit het feit dat de inspecteur bij de regeling van de aanslag IB/PVV 2020 geen correctie voor het gebruikelijk loon heeft gemaakt kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij daarmee een ambtelijk verzuim beging. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen. De opgelegde vergrijpboete wordt door het hof gematigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1696</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6806</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6333"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Jaarlijks indienen van bezwaar- en (hoger)beroepschriften met telkens dezelfde niet onderbouwde gronden en geregeld wraken levert geen misbruik van procesrecht op. Terugwijzing naar rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2389 en 25/2390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7358</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2777"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 9.6 Wet IB 2001; art. 45 AA UR IB2001. Het Brandweermanarrest (HR 25 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:444) is geen “nieuwe jurisprudentie” ten opzichte van het Smeerkuilarrest (HR 29 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AW9439).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/751</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8400"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Omkering en verzwaring bewijslast. Afwaardering vorderingen ten laste van resultaat. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 25 _ 3621</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, C. Huisman, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3968"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, uitzendregeling eigen woning na afloop tijdelijke verhuur, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/1474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5889"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2022. Navordering van de eerder uitbetaalde heffingskortingen is terecht. Als gevolg van een ab-verlies dat is omgezet in een belastingkorting is de partner geen inkomensheffing verschuldigd. De belastingrechter is niet bevoegd om over de gevraagde betalingsregeling te oordelen. Beroep ongegrond. Wel IMSV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/8187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.F. Kossen</contributor><issued>2026-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7165</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7165</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7165"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2020, gegrond te lage kostenvergoeding bezwaar, schending hoorplicht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1082</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6005"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8370 en 24/8370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. Loof</contributor><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2135"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 16, onderdeel c, art. 17 Wet WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/979</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:6295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:6295"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Ongegrond; aftrek kosten; managementvergoeding; prestatievergoeding; bewijslast; zorgvuldigheidsbeginsel; belastingrente; massaal bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/4770</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, J.C. Brouwer, K.B. Woe</contributor><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1638"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:739</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6202"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing, waarde economisch verkeer hoger dan de tegenprestatie. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8136</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26734"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting. De rechtbank oordeelt dat eiseres recht heeft op aftrek van omzetbelasting die aan haar in rekening is gebracht ter zake van verleende juridische diensten. De kosten voor de juridische diensten zijn gemaakt ten behoeve van de algemene economische activiteiten van eiseres. De omzetbelasting op de juridische kosten is daarom pro rata aftrekbaar. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de kosten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met absoluut verboden handelingen. Ook is niet aannemelijk geworden dat een deel van die kosten van aftrek is uitgesloten op grond van het BUA.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 1983</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, D.M. Drok, J.J. Arts</contributor><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1633"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 16 AWR; vereiste aangifte en verhouding tot omkering bewijslast; reikwijdte trustvraagarrest; kenbare fout; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2026:1484</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:716</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:131</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:200</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1644"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2321</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1632"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns; art. 66, lid 1, aanhef en letter a, Wet op de accijns; art. 14, lid 1, letter c, Energiebelastingrichtlijn; in bunkertank van binnenvaartschip aangetroffen gasolie met te weinig Solvent Yellow; weigering van de accijnsvrijstelling; niet voldaan aan het formele vereiste voor vrijstelling maar wel aan de materiele voorwaarden; eindarrest na prejudiciële vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/05853 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Uitspraak na prejudiciële beslissing</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:9865</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1652"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01989</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:2744</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:18709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:18709"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting, box 3-heffing. De inkomstenbelasting wordt geheven over het in een kalenderjaar genoten inkomen uit sparen en beleggen. Dit inkomen wordt forfaitair bepaald naar de grondslag sparen en beleggen per 1 januari van het kalenderjaar (de peildatum). De heffingsgrondslag is hiermee duidelijk. Anders dan eiser stelt, is een afzonderlijke bepaling voor het genietingsmoment niet nodig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/7270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27927"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bieraccijns en verbruiksbelasting glutenvrije dranken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2168</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, D.M. Drok, J.J. Arts</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9029"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroepen niet-ontvankelijk/ongegrond; parkeerbelasting; naheffingsaanslag; gehandicaptenparkeerkaart; digitale gehandicaptenparkeervergunning; onderzoeksplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 5605</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:866"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Art. 2, art. 6, art. 7 en art. 8 Bekendmakingswet; Besluit elektronische publicaties; Regeling elektronische publicaties. Is de bijlage (met onder meer aanwijzingen parkeergebieden en parkeerduur) bij de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt? Wat is het elektronisch uitgegeven Gemeenteblad: (i) de webpagina waarop het Gemeenteblad is gepubliceerd, of (ii) de pdf-uitgave van het Gemeenteblad op die webpagina?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04850</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04851</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04853</description><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7164</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7164</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7164"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">verschoonbare termijnoverschrijding, beroep gegrond, aanslag IB/PVV 2018 wordt vernietigd omdat deze buiten de termijn is opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8468"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB / Formeel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2182"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In 2019 en 2020 woonde belanghebbende in Nederland en ontving hij onder meer een Duitse Altersrente en een Duits ambtenarenpensioen. De inspecteur heeft beide Duitse pensioenen vrijgesteld hoewel Nederland ter zake van het – premievrije - ambtenarenpensioen nationaal- en verdragsrechtelijk exclusief heffingsbevoegd was en ter zake van de Altersrente voor 55,56% omdat voor dat deel de premies aftrekbaar waren. Het hof is daarom van oordeel dat de belastingaanslagen lB/PVV 2019 en 2020 eerder te laag dan te hoog zijn vastgesteld. Belanghebbende heeft geen recht op een schadevergoeding of een dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1357 en 25/1358</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, B.J. Rubbens, P.J. Wattel</contributor><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:4268</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1650"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:384</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1533"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting; art. 4 Wet op belastingen van rechtsverkeer; art. 20, lid 2, AWR; opleggen naheffingsaanslag aan rechtspersoon na splitsing en fusie; bevestiging ECLI:NL:HR:2025:358</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00064</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3300</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1582"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Fomeel recht. Unierecht. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1152</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1642"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1385</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1630</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1630</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1630"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting; art. 4 Wet op belastingen van rechtsverkeer; art. 20, lid 2, AWR; opleggen naheffingsaanslag aan rechtspersoon na splitsing en fusie; bevestiging ECLI:NL:HR:2025:358</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00063</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3301</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6584</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6584</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6584"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV beroepen niet-ontvankelijk. Belanghebbende heeft niet tijdig beroep ingesteld</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7922</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. Loof</contributor><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1629"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 220f, lid 1, Gemeentewet; gelijkelijke vaststelling; opslag op tarief; retributieregeling leidt tot tariefdifferentiatie; taak belastingrechter; verordening onverbindend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00666</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00668</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00669</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00670</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00671</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00672</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00673</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00674</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00675</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00677</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00678</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00679</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00680</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00681</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00682</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00683</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:156</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:320</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7356"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV. Belastingverdrag met Belgie, artikelen 18 en 19.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4832 tot en met BRE 25/4835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1949"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat belanghebbende inhoudingsplichtige is ten aanzien van het personeel dat werkzaam is in het restaurant; het restaurant wordt immers voor rekening en risico van belanghebbende gedreven en belanghebbende heeft loon uitbetaald aan het personeel. Verder is het hof van oordeel dat belanghebbende niet met succes een beroep kan doen op gewekt vertrouwen; nog daargelaten of belanghebbende vertrouwen kan ontlenen aan een bij een andere rechtspersoon ingesteld onderzoek, heeft die rechtspersoon de inspecteur juiste dan wel volledige inlichtingen onthouden. De inspecteur heeft terecht het anoniementarief toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/67 tot en met 25/87</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8810</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2264"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2017. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in oktober 2017 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft aangifte Vpb 2017 gedaan onder horizontaal toezicht en daarbij geen winst ter zake van goodwill aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag Vpb opgelegd tot het belastbaar bedrag plus de goodwill. Het hof oordeelt dat sprake is van een nieuw feit. De inspecteur heeft de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4728</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2265"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2016. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in 2016 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft haar activiteiten overgedragen aan een andere groepsvennootschap, waarna zij is geliquideerd. Belanghebbende heeft in haar aangifte Vpb 2016 een belastbare winst van nihil aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag Vpb 2016 opgelegd omdat belanghebbende niet heeft afgerekend over de goodwill. Het hof oordeelt dat de inspecteur de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk heeft gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4725</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2266"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2016. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in 2016 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft haar activiteiten overgedragen aan een andere groepsvennootschap, waarna zij is geliquideerd. Belanghebbende heeft in haar aangifte Vpb 2016 een belastbare winst van nihil aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag opgelegd, omdat belanghebbende niet heeft afgerekend over de goodwill. Het hof oordeelt dat de inspecteur de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk heeft gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4726</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2267"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2017. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in oktober 2017 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft aangifte Vpb 2017 gedaan onder horizontaal toezicht en daarbij geen winst ter zake van goodwill aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag Vpb opgelegd tot het belastbaar bedrag plus de goodwill. Naar het oordeel van het hof beschikt de inspecteur niet over een nieuw feit. Dat de aangifte is ingediend onder horizontaal toezicht maakt dat oordeel niet anders. Naar het oordeel van het hof is wel sprake van kwade trouw van de zijde van de gemachtigde. De inspecteur was zodoende bevoegd om een navorderingsaanslag op te leggen. De inspecteur heeft de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4729</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2507"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Levering van een paard, toepassing nultarief. Het hof oordeelt dat belanghebbende met haar afnemer een levering van het paard naar de Verenigde Staten is overeengekomen, dat niet in geschil is dat het paard daadwerkelijk aan deze afnemer is geleverd en dat het paard zoals overeengekomen het douanegebied van de Unie heeft verlaten. Enig tussentijds gebruik door de afnemer staat de toepassing van het tarief niet in de weg. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat sprake is van fraude, belastingontwijking of misbruik. Belanghebbende mocht daarom het nultarief op deze levering toepassen. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/936</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, prof. mr. dr. H.W.M. van Kesteren</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3137</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1952"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op een verzoek voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat in afwachting van een uitspraak in de hoofdzaak – gelet op de onderbouwing van het verzoek – een voorlopige voorziening niet het geschikte middel is om te beslissen op een getuigenaanbod en/of de stellingen van belanghebbende betreffende het ontbreken van dossierstukken en de schijn van vooringenomenheid in de bezwaarfase. Ook is van een spoedeisend belang niet gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Kromhout</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2726</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6508"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Precariobelasting. Uitleg overgangsrecht heffing openbare werken van algemeen nut</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1187 en 24/1188</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:1556</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2222"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Klikbrief. Geen nieuw feit. Kwade trouw. Wel bijtelling privé gebruik auto. Geen bestelauto die door aard en inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijkt te zijn voor het vervoer van goederen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/115, 24/116, 24/271 en 24/272</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, Mr. M.E. Smorenburg, mr. B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:93</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5923</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5923</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5923"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 27 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het handhavingsverzoek van [wederpartij] van 2 juni 2022 tegen een geplaatste zeecontainer in de nabijheid van [locatie 1] afgewezen. [wederpartij] woont aan het [locatie 2] in Den Haag. Op 2 juni 2022 heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen een zeecontainer die op het gras in de nabijheid van [locatie 1] was geplaatst. Bij een controle op 8 juli 2022 heeft het college geconstateerd dat de zeecontainer verwijderd was en er daarom geen sprake was van een overtreding. Het college heeft het verzoek van [wederpartij] daarom afgewezen. Bij besluit van 10 november 2022 heeft het college het door [wederpartij] hiertegen gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] ongegrond verklaard en het college veroordeeld in de proceskosten omdat het college volgens de rechtbank ten onrechte zelfstandig heeft beslist om [wederpartij] niet te horen. Het college heeft hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500968/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8798"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Een verzoek om voorlopige voorziening wegens twee lasten onder dwansommen die zijn opgelegd omdat arbeidsmigranten gehuisvest worden op een wijze die volgens het college daar niet mag. De vraag is of de wijze van huisvesten valt onder het verstrekken van nachtverblijf. Onduidelijk blijft of sprake is van een overtreding. De voorziening wordt daarom toegewezen en de lasten onder dwansom worden geschorst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/4385 en 26/4386</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6605</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6605</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6605"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Curator is q.q. aansprakelijk voor het leggen van een beslag zonder grondslag. Aansprakelijkheid pro se wordt afgewezen. Schadevergoeding wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/605946 / HL ZA 26-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Blanke</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1484"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 16 AWR; vereiste aangifte en verhouding tot omkering bewijslast; reikwijdte trustvraagarrest; kenbare fout.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01480</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:1586</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:130</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:200</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1631"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 10, lid 1, letter j, Wet Vpb; art. 6:22 BW; aan werknemers onder opschortende voorwaarden verleende rechten op aandelen omgezet naar cashbonus; kan een voorziening worden gevormd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:685</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1096</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1636"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen op voet van art. 392 Rv. Vermogensrecht. Consumentenrecht. Verzekeringsrecht. Online gesloten schadeverzekering auto. Moet civiele rechter ambtshalve onderzoeken of in Wft en BGfo omgezette informatieplichten van Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten (inmiddels Richtlijn consumentenrechten) en Richtlijn verzekeringsdistributie zijn nageleefd en schending daarvan sanctioneren? Vgl. ECLI:NL:HR:2021:1677 (Arvato I). Is art. 78 lid 2 onder a (oud) BGfo in lijn met Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten? Verstrekken van informatie op duurzame drager.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1093</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:6633</reference></metadata></document></url></urlset>
