﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28430"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling huwelijkse goederengemeenschap. Uitleg convenant. De vorderingen die zien op de partneralimentatie worden gesplitst en behandeld volgens de regels die gelden voor een verzoekschriftprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695857</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Kuipers</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6245"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging partneralimentatie. Beide partijen hebben vermogen. Zowel de vrouw (alimentatiegerechtigde) als de man (alimentatieplichtige) moeten interen op hun vermogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/586821</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. Atema</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7803"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Internationale bevoegdheid. Begrip gewone verblijfplaats. Van rechtswege verkrijging van gezag. Artikel 7 Brussel II-ter, artikel 9 Brussel II-ter, artikel 15 en 16 HKBV 1996. Relatieve bevoegdheid artikel 265 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449742 FA RK 26-3308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6695</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6695</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6695"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag voor vangen 5 wolven met strikval op Utrechtse Heuvelrug. Maatwerkvoorschrift gesteld door GS Utrecht voor vangen met strikval. Rechtbank stelt geen prejudiciële vragen, omdat de Habitatrichtlijn volgens juiste procedure is gewijzigd. Na wijziging van de beschermingsstatus van de wolf op Europees niveau gold geen specifieke vergunningplicht voor de wolf. De zorgplicht van artikel 11.27 Bal is geen juridische basis voor stellen van het maatwerkvoorschrift.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5929, UTR 26/5928, UTR 26/6350 en UTR 26/6348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Stijnen, A.R. Klijn, S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28997"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711633 / FA RK 26-8810</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C. van den Dries</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6932"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsplanactiviteit. Vergunningplichtige aanleg van oppervlakteverharding voor boomkwekerij. Wat is er aangevraagd? Verbeelding van oppervlakteverharding in aanvraag suggereert dat er ook uitwegen worden aangelegd. B&amp;W hebben niet beoordeeld of er sprake is van uitwegen. Uitwegvergunningplicht in APV is op grond van artikel 22.8 Ow een verbod om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. College had daarom in het kader van deze aanvraag moeten bezien of er (impliciet) uitwegen waren aangevraagd en zo ja, of deze vergunbaar zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1069</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.Y. Ifzaren</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5772"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo hangende beroep. Intrekkingsbesluit omgevingsvergunning. Zaaksgebonden omgevingsvergunning Eiser kan niet worden aangemerkt als vergunninghouder op grond van artikel 5.37 van de Omgevingswet (Ow). Heeft geen activiteiten verricht als bedoeld in dat artikel. Verder heeft college in redelijkheid kunnen komen tot intrekking van de omgevingsvergunning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2091_2094</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.P.K. van Rosmalen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5661"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo bezwaar. Mondelinge uitspraak. 2.22 Wabo en 5:34 Ow. Verweerder heeft geen voorschrift t.a.v. de sloop kunnen opnemen in de bouwvergunning. Betreft ook geen maatwerkvoorschrift. Eerdere sloopmelding. Verzoek toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P.W. Esmeijer</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5917"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 juli 2024 hebben de burgemeester van Stichtse Vecht en het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. [appellante] is de eigenaar van [café restaurant] aan het [locatie]. De burgemeester heeft [appellante] op 13 oktober 2023 een horeca-exploitatievergunning en alcoholvergunning verleend voor [café restaurant]. Op 25 april 2024 om 20.08 uur en op 21 juli 2024 om 17.31 uur hebben buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) controles uitgevoerd bij [café restaurant]. Zij hebben tijdens deze controles onder andere geconstateerd dat er waterpijpen werden verstrekt en dat er door de aanwezige gasten niet werd gedineerd. Volgens de burgemeester is dit in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening Stichtse Vecht (APV) en het Omgevingsplan Stichtse Vecht. De burgemeester en het college hebben [appellante] hierop op 30 juli 2024 een last onder dwangsom opgelegd, mede strekkende tot het binnen één week staken en gestaakt houden van het exploiteren van een shisha lounge, door de waterpijpen uit de horecagelegenheid te verwijderen en verwijderd te houden, of het aanbieden dan wel verstrekken van (waterpijp)rook- en tabakswaren te staken en gestaakt te houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505971/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5919"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 september 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) de aanvraag van [wederpartij] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) afgewezen. [wederpartij] heeft op 30 maart 2023 bij de CSG een aanvraag om een uitkering uit het Schadefonds ingediend. Hij heeft aan de aanvraag ten grondslag gelegd dat hij geboren is uit incestueus seksueel misbruik van zijn (destijds) minderjarige moeder door haar vader. Zijn biologische vader is dus ook zijn grootvader en de biologische vader van zijn moeder. Zowel [wederpartij] als zijn moeder hebben een leven vol psychische problemen hieraan overgehouden. De CSG heeft bij besluit van 7 september 2023, gehandhaafd bij besluit van 7 december 2023, de aanvraag afgewezen, omdat het seksueel misbruik van de moeder van [wederpartij] niet aangemerkt kan worden als een tegen [wederpartij] opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De Wet schadefonds geweldsmisdrijven voorziet volgens de CSG niet in recht op financiële compensatie voor een ongeboren kind. Ook kan [wederpartij] niet als waarnemer van het seksueel misbruik van zijn moeder worden aangemerkt, omdat hij niet vanuit eigen waarneming en/of herinnering kan verklaren wat zijn moeder is overkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504260/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6718"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, hzk-regeling, redelijke beslistermijn aanvraag hzk 6 maanden, igs prematuur</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3085</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28999</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28999</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28999"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling - Wvggz</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711623 / FA RK 26-8806</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C. van den Dries</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29798"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Volgberoep terugkeer Ethiopië – Eiser is eind 2025 de Unie ingereisd met een door Griekenland verleend visum en heeft vervolgens in Nederland asiel aangevraagd. Griekenland weigert de terugname omdat, naar eigen zeggen, de opvang sinds maart 2023 onder te grote druk staat – de asielaanvraag van eiser is buiten behandeling gesteld omdat eiser in juli 2026 ‘mob is gegaan’. Dit besluit omvat een TKB met IRV. Eiser wordt in bewaring gehouden om de terugkeer naar Ethiopië voor te bereiden en uit te voeren. Verweerder werkt weinig voortvarend maar de rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om de maatregel daarom op te heffen. Eiser verricht namelijk in het geheel geen inspanningen om een paspoort te verkrijgen of contact met IOM op te nemen. Zicht op uitzetting ontbreekt niet, eiser zit niet langer dan de maximaal toegestane duur vast, er is geen refoulementrisico, de tenuitvoerlegging is niet onevenredig bezwarend geworden. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58673</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29029"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">erfrecht. tussenvonnis. regie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.J. Alt-van Endt</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29042</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29042</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29042"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoekschrift tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht. Tussenbeschikking. Verweerster voert aan dat eerst aanvullende medische informatie moet worden verstrekt. Zij heeft ter zake (ook) een tegenverzoek gedaan. De rechtbank komt tot de conclusie dat aanvullende medische informatie moet worden verstrekt en houdt iedere verdere beslissing aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/693170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Dondorp</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29077"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot heropening van de vereffening van een B.V. vanwege de levering en doorhaling van een recht van hypotheek toegewezen met benoeming van een vereffenaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708135 / HA RK 26-434</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H.J. Vetter</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1315</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1315</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1315"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak. Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Motiveringsgebrek. Novum. De Raad is anders dan rechtbank, van oordeel dat het Uwv op onjuiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de conclusies van de deskundigen. De in dit rapport expliciet geformuleerde voorwaarde voor het sociaal functioneren in arbeid, wordt onvoldoende ondervangen. De Raad draag het Uwv op het vermelde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1745 WAJONG-T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29078"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Goedkeuring fusie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708818 / HA RK 26-461</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H.J. Vetter</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4382"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd is. Dit motiveringsgebrek komt voort uit de wisselwerking tussen de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een bouwplan en de toets aan redelijke eisen van welstand. De rechtbank komt in deze tussenuitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit gebreken bevat: het college heeft onvoldoende gemotiveerd dat de afwijkende bouwhoogte, in samenhang met de vorm en het volume van de gebouwen, niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Verder heeft het college het standpunt dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand niet mogen baseren op het welstandsadvies van de welstandscommissie Hûs en Hiem.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/1471, 25/1575, 25/1787 en 25/1788</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Lok</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1289"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad verklaart het verzet ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1258 PW-V</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verzet</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4383"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak na tussenuitspraak. De rechtbank is van oordeel dat het college de in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebreken in het besluit hersteld heeft. De rechtbank is van oordeel dat het college met de aanvullende motivering voldoende heeft gemotiveerd waarom het bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar is. Daarbij acht de rechtbank van belang dat in de omgeving feitelijk hogere bebouwing aanwezig is, zoals de [adres 2] en [adres 3] . Ook acht de rechtbank van belang dat planologisch hogere bebouwing gerealiseerd kan worden. Het argument van eisers dat bij bepaalde bestemmingen een goothoogte van maximaal 3,5 meter is toegestaan, doet hier niet aan af. Dit betekent namelijk niet dat er geen hoge bebouwing gerealiseerd kan worden. Het argument van eisers dat bij de bestemming ‘Gemengd’ één woning per bouwvlak is toegestaan en dat bij de bestemming ‘Wonen’ als hoofdgebouw alleen woonhuizen mogen worden gebouwd, doet hier ook niet aan af, omdat het college moest motiveren waarom de afwijkende bouwhoogte, in samenhang met vorm en volume, op deze locatie passend was. Dat bepaalde bestemmingen beperkingen opleggen op het punt van (het aantal) woningen, is voor die motivering niet relevant. Het college heeft verder voldoende gemotiveerd dat geen sprake is van een onevenredige ruimtelijke of visuele aantasting door het bouwplan, vanwege de positionering van de (gedeeltelijke) derde bouwlaag. De rechtbank oordeelt dat uit de aanvullende onderbouwing blijkt dat en waarom de welstandscommissie het bouwplan als een bijzondere functie en niet als een reguliere woning heeft beoordeeld. De rechtbank kan deze uitleg volgen. Dat het gebouw voor een groot deel uit woningen zal bestaan, doet hier niet aan af, omdat het hier niet gaat om grondgebonden woningen maar om appartementen in een complex. Er wordt bovendien een kinderopvang gerealiseerd in het complex. Uit de aanvullende onderbouwing blijkt ook waarom de welstandscommissie vindt dat het bouwplan voldoende aansluit op de omgeving. Eisers hebben hier niets tegen ingebracht, omdat zij in hun zienswijze aansluiting zoeken bij de criteria voor woningen en stellen dat het bouwplan daar niet aan voldoet. Omdat de welstandscommissie echter (op goede grond) niet getoetst heeft aan deze criteria, is het niet relevant dat het bouwplan niet aan die criteria zou voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/1471, 25/1575, 25/1787 en 25/1788</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Lok</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1268"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering IVA-uitkering omdat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. Het Uwv heeft onvoldoende gemotiveerd dat er nog een meer dan geringe kans op verbetering van de belastbaarheid valt te verwachten. Opdracht tot herstel motiveringsgebrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2335 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27809"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak zonder zitting met toepassing van artikel 8:54 van de Awb. Niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn. Bezwaar daarom terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Beroep kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/7281</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1269"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Definitieve vaststelling loonkostensubsidie op grond van de NOW-1 en NOW-2. Het subsidiebedrag is vastgesteld op €0,- omdat geen sprake is van een daling van de omzet van tenminste 20%. Geen strijd met evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel. Geen overschrijding ruime beoordelingsmarge.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2459 NOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1276</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1276</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1276"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Te laat beroep ingesteld tegen besluit op bezwaar. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1182 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1277</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1277</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1277"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald en het hogerberoepschrift is niet tijdig ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2023 BABW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29802"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMB-verordening – Kroatië – beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49895</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1284"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering een IVA-uitkering toe te kennen op de grond dat appellante niet duurzaam arbeidsongeschikt is. De Raad volgt het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op inzichtelijke en navolgbare wijze toegelicht dat wat betreft de handklachten en de psychische klachten nog behandelmogelijkheden zijn voor appellante en dat daardoor een meer dan geringe kans op verbetering van de functionele mogelijkheden bestaat. Dat de omstandigheid dat deze behandelingen – achteraf bezien – niet of niet voldoende resultaat hebben opgeleverd, doen niet af aan die conclusies. Appellante heeft in hoger beroep geen medische informatie heeft ingebracht die aanknopingspunten biedt voor een ander oordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2092 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29081"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erkenning buitenlandse adoptie (Brazilie)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/665090 / FA RK 24-2921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.L. Strop, mr. A. Emmens, mr. E.G. Nuboer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29803"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMB-verordening – Kroatië – voorlopige voorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49896</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29100"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Informele rechtsingang: wijziging gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken cq. omgangsregeling. Geen voogd aangewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/702103 / FA RK 26-2949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1285"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 16 april 2026 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1754 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6633"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet houdt stand. Nevenwerkzaamheden niet gemeld en gewerkt voor andere gemeente terwijl werkzaamheden verricht moesten worden voor de eerste gemeente. Geen toekenning gevraagde vergoedingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12267682 \ ME VERZ 26-78 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.R. van der Vos</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29094</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29094</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29094"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing vervangende toestemming vaccinatie van 12+ minderjarige. Minderjarige heeft zelf geen wens tot vaccinatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706537 / FA RK 26-5626</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9225"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind; verzoek wijziging bewindvoerder afgewezen, onvoldoende gewichtige redenen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12069224 OV VERZ 26-135</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9269"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Executiegeschil. Schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis tot ontruiming van de woning totdat in hoger beroep een beslissing is genomen wordt afgewezen. Geen kennelijke misslag. Belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12381711 VV EXPL 26-73 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9276</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9276</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9276"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging, schenking, meebetalen cadeau.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11900616 OV VERZ 25-3649 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7360"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneming van werk (7:750 BW). Opdrachtgever heeft werk aanvaard, want schriftelijk akkoord met oplevering en aanneemsom betaald. Vordering tot ontbinding van de aanneemovereenkomst en terugbetaling van de aanneemsom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12246225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13619</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13619</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13619"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van de handel in cocaïne en het aanwezig hebben van cocaïne op 16 oktober 2024. Veroordeling voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, de handel in cocaïne, het witwassen van een geldbedrag, het aanwezig hebben van cocaïne, het medeplegen van het zich verschaffen van toegang tot een haventerrein door middel van inklimming en het wederrechtelijk verblijven op een haventerrein en het plegen van voorbereidingshandelingen in het kader van artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daaraan verbonden bijzondere voorwaarden. De inbeslaggenomen telefoons en geldbedragen worden verbeurd verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/348341-25, 10/270999-25 en 09/035003-25 (gevoegd ter terechtzitting)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.I. Blagrove, mr. P. Joele , mr. J. Langeveld</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10305"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht. Gedaagde heeft niet voldaan aan de verplichting om de woning aan het einde van de huurovereenkomst op te leveren in de staat die partijen zijn overeengekomen. Herstelkosten en huurderving toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12045133 \ CV EXPL 26-14</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9374</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9374</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9374"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verwijzing naar kantonrechter o.g.v. art. 94 lid 2 Rv: de zaak betreft meerdere vorderingen waarvan ten minste één aardvordering (i.c. een vordering die voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst) en de samenhang tussen de vorderingen verzet zich tegen afzonderlijke behandeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/444420 / HA ZA 26-64</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10243"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering betaling advocatendeclaraties toegewezen. Beroep op verrekening wordt gepasseerd en de vordering in reconventie tot betaling van de kosten van de opvolgend advocaat worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12164474 \ CV EXPL 26-1538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10366"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoeken gebaseerd op de deelgeschillenprocedure. Een deel van de verzoeken wordt afgewezen omdat het niet gaat om zaken die partijen verdeeld houden en het andere deel wordt afgewezen omdat nader onderzoek is vereist en bovendien de onderhandelingen over de schadeafwikkeling nog niet van de grond zijn gekomen, omdat verzoekster de daartoe vereiste informatie niet verschaft. Omdat de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, worden de kosten niet begroot.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/354339/HA RK 26-121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9852</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9852</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9852"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bestaan huurkoopovereenkomst (financial lease) niet komen vast te staan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11841007 \ CV EXPL 25-3502</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10478</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10478</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10478"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overname onderneming. Succesvol beroep op ontbindende voorwaarde in koopovereenkomst. Vorderingen tot schadevergoeding afgewezen. Vaststelling redelijke gebruiksvergoeding voor gebruik goederen van eisers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/348990 / HA ZA 26-40</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10677</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10677</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10677"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 13b Opiumwet. Woningsluiting van zes maanden in verband met aantreffen harddrugs en softdrugs in de woning en loop naar de woning. Belangen minderjarig kind. Verzoekers hebben niet aannemelijk gemaakt dat er ernstige gevolgen zijn bij een verhuizing voor het zoontje van verzoekers. Afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 26/1767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9667"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">onbevoegd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12327895 \ CV EXPL 26-4026</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9525</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9525</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9525"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; Beroep ongegrond, bezwaar terecht niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6100</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9527</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9527</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9527"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-woning, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/74</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9529</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9529</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9529"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7567</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7567</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7567"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing WIA, omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische onderbouwing. Er zijn geen arbeidskundige gronden aangevoerd. Toepassing 6:22 Awb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3048</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): dr. mr. J.A. van Schagen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7583"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet-ontvankelijk. Intrekking kan niet ongedaan gemaakt worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/2143</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9528"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-woning, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4641</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9530</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9530</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9530"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-woning, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/8629</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9522"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; De rechtbank verklaart de beroepen wegens het uitblijven van een beslissing op de bezwaarschriften niet-ontvankelijk, omdat de bezwaren vallen onder de 'massaal bezwaar plus'-procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2428 en 26/2829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9523</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9523</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9523"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; De rechtbank verklaart de beroepen wegens het uitblijven van een beslissing op de bezwaarschriften niet-ontvankelijk, omdat de bezwaren vallen onder de 'massaal bezwaar plus'-procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2426 en 26/2830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7584</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7584</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7584"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking en terugvordering bijstand. Schoonmaakwerkzaamheden niet gemeld. Overgelegde administratie niet volledig. Hoefde niet in gelegenheid te worden gesteld om de administratie aan te vullen. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/1186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): dr. mr. J.A. van Schagen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29087</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29087</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29087"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">wijziging zorgregeling en aanpassing kinderalimentatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690515 / FA RK 25-6373</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6849"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich als feitelijke leidinggever schuldig gemaakt aan subsidiefraude, door een bedrag van € 141.385,14 aan ontvangen NOW- en TVL-subsidie anders te besteden dan waarvoor deze bedoeld waren. De rechtbank legt op een taakstraf voor de duur van 240 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-015385-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Palmboom, mr. M. Langstraat, mr. S.H.C. Merkx</contributor><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13620"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor twee diefstallen. Ten aanzien van het eerste feit wordt de verdachte partieel vrijgesproken van de ten laste gelegde geweldscomponent. Aan hem wordt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren zonder aftrek opgelegd. Na één jaar dient een tussentijdse beoordeling plaats te vinden. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/068043-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.I. Blagrove, mr. P. Joele , mr. J. Langeveld</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9378"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedaagden hebben onrechtmatig gehandeld door apparatuur te verwijderen van een schip. Eisers hebben hierdoor schade geleden, onder meer doordat zij een sleepboot hebben moeten inschakelen om op tijd op de plaats van bestemming aan te komen. Niet alle schadeposten zijn echter voldoende onderbouwd, dus de vordering wordt deels afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11900621 \ CV EXPL 25-3399</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6814"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser vordert nakoming van een tussen partijen gesloten overeenkomst waarin zij zijn overeengekomen dat gedaagde de schade vergoedt. Dit wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12303768 \ UV EXPL 26-172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.S. Koppert</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9379"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Een deel van de vorderingen leent zich niet voor behandeling in kort geding, omdat daarmee een constitutieve uitspraak zou worden gedaan. De andere vordering wordt afgewezen, omdat (zonder nadere bewijslevering) niet aannemelijk is geworden dat deze in een bodemprocedure zou worden toegewezen. Van een concreet aanbod tot verlenging van de arbeidsovereenkomst is vooralsnog niet gebleken. De werknemer mocht er vooralsnog ook niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij obv de intentiebepaling in haar arbeidsovereenkomst een verlenging zou krijgen, omdat de recente feedback over haar functioneren (nog steeds) niet even positief was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12257969 \ VV EXPL 26-35</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29107</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29107</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29107"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen. Overeenstemming over uitsluitend gebruik echtelijke woning i.v.m. geheime opvang moeder. Voorlopige videobelregeling en informatieregeling. Dwangsom afgewezen. Raadsonderzoek gelast voor de bodemprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709085 / FA RK 26-7214</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10628"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over een last onder dwangsom wegens de verkoop van ijsbolletjes (en aanverwante producten) voor directe consumptie zonder dat eiser hiervoor een vergunning heeft. Eiser is het niet eens met de opgelegde last onder dwangsom. Hij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Aan de hand van de door eiser aangevoerde gronden komt de voorzieningenrechter in deze uitspraak tot het oordeel dat het college een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en dat de voortzetting van de last onder dwangsom niet onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Er is namelijk geen sprake van concreet zicht op legalisatie en er zijn ook overigens geen omstandigheden die maken dat er sprake is van een bijzonder geval waarin van handhaving moet worden afgezien. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 26/2079 en 26/2080</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29098"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming verhuizing. Afwijzen wijziging reguliere zorgregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706465 / FA RK 26-5584</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:840"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Zorgmachtiging. Bereidheid betrokkene zich te doen horen (art. 6:1 lid 1 Wvggz)? Motiveringsklachten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01970</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:836"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Verlening van machtiging tot voortzetting van crisismaatregel (art. 7:7 Wvggz). Is wijze van totstandkoming van medische verklaring gebrekkig doordat medisch onderzoek van betrokkene door onafhankelijke psychiater heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van derden? Onpartijdigheid en onbevooroordeeldheid van onafhankelijke psychiater.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:317</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:841</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:841</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:841"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Maximale duur nieuwe zorgmachtiging. Sluit nieuwe zorgmachtiging aan op eerdere zorgmachtiging (art. 6:5, aanhef en onder b, Wvggz)? OvJ verzoekt nieuwe zorgmachtiging voorafgaand aan verstrijken van geldigheidsduur van zes maanden van eerdere zorgmachtiging en rechtbank beslist binnen beslistermijn (art. 6:2 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04601</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:350</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5284"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schorsingsincident in verzoekschriftprocedure. Verzoek toegewezen. Sprake van kennelijke misslag. Belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.769/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2026:2437</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29194"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Civiel recht, kort geding, verbintenissenrecht Kort geding. Procedure over de vraag of Zilveren Kruis c.s. gehouden is machtigingsaanvragen voor klinische verslavingszorgbehandelingen (in het buitenland) door tussenkomst van een Nederlandse zorginstelling in behandeling te nemen. Volgt toewijzing van het gevorderde</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 711632</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.L.M. Luiten</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29805"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, beroep, lichter middel, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.J. Adriaansen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29745"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM: rectificatie van ECLI:NL:RBDHA:2026:18150</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/8321 rectificatie</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Walderveen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:18150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:18150"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Rectificatie ECLI:NL:RBDHA:2026:29745: i.v.m. Conclusie 20. "Gelet op het weloverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard." Dit moet zijn: ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/8321</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. van Walderveen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29120</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29120</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29120"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verlenging ondertoezichtstelling 1:260 BW en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing 1:265c, tweede lid, BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710291 / JE RK 26-1384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. van der Harg</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29804"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, statushouder Griekenland, zelfredzaamheid, beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.46864</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29806"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, uitspraak op beroep, vovo afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.46865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7361"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Eiswijziging tijdens mondelinge behandeling niet toegestaan, wegens strijd met de goede procesorde. Voor de overige vorderingen is geen sprake van een spoedeisend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12300796</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27648</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27648</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27648"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens detentie werknemer (h-grond).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12250981 RP VERZ 26-50678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.D. Bom</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28655</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28655</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28655"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser vordert betaling van € 650 van gedaagde omdat hij meent dat zijn laptop (verder) beschadigd is geraakt in de periode dat gedaagde de laptop onder zich had. Niet is vast komen te staan dat gedaagde de laptop van eiser in slechtere staat aan hem heeft teruggestuurd dan zij hem heeft ontvangen. De kantonrechter wijst de vordering van eiser af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12166963</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M. de Kort</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28875"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6803</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28874"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6710</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28878"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13632"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. Hoogte WIA-maandloon. Geen bijzondere omstandigheden waardoor het UWV had moeten afwijken van de regels van het Dagloonbesluit. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/2752</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.N. Foppen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9382"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">IPR; Belgisch recht van toepassing ogv conflictenrecht in boek 10 BW. De Belgische verzendtheorie is van toepassing, dus het overleggen van het verzendbewijs is in dit geval voldoende om aan te nemen dat de boete inmiddels onherroepelijk is geworden. Gedaagde moet deze betalen. De overige vorderingen (invorderingskosten e.d.) worden gedeeltelijk afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11908912 \ CV EXPL 25-3325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:5875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:5875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:5875"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering aanwijzing stichting als briefadresgever op basis van artikel 2.42, aanhef en onder b, Wet BRP. Beroep gegrond, terugverwijzing. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:13635</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/4581</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J.R. Lautenbach</contributor><issued>2025-05-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9383"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Betreft een zaak tussen twee buren over een moeraseik, waarvan in deze procedure is gebleken dat deze in de verboden zone staat. Buurman B wordt veroordeeld tot verwijdering daarvan. De tegenvorderingen van buurman B over de beukenhaag worden afgewezen, omdat hij zijn schade onvoldoende heeft onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11907993 \ CV EXPL 25-3472</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13635</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13635</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13635"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Varia. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de door de rechtbank in de (onherroepelijke) uitspraak van 13 mei 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:5875) geconstateerde gebreken met het bestreden besluit heeft hersteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/7025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. T.M.J. Smits</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29811"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie, beroep, toetsingskader, ondertekening proces-verbaal toegangsweigering, de grondslag van de maatregel, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57051</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.J. Adriaansen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:1473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:1473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:1473"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 16 januari 2024 heeft de vreemdeling de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag van 13 april 2022 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag beroep ingesteld bij de rechtbank. De vreemdeling heeft de Chinese nationaliteit. Hij heeft verklaard dat hij van 2009 tot 2014 en van 2018 tot zijn vertrek in februari 2022 in Oekraïne heeft gewoond. De vreemdeling is op 5 mei 2012 gehuwd met een Oekraïense vrouw en zij hebben een zoon. De vreemdeling is op 7 maart 2022 samen met zijn vrouw en kind Nederland ingereisd. De vreemdeling heeft op 13 april 2022 een asielverzoek ingediend in de centrale aanmeldlocatie in Ter Apel. Zijn vrouw en kind maken geen deel uit van deze procedure. Partijen zijn het erover eens dat de vreemdeling in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de richtlijn tijdelijke bescherming, omdat de vreemdeling voor 24 februari 2022 met zijn Oekraïense vrouw en kind in Oekraïne verbleef.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402732/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudicieel verzoek</description><issued>2025-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5916"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel een vergunning voor de huisvesting van 400 arbeidsmigranten op de locatie [locatie 1] verleend. De gemeente Boxtel kent een tekort aan huisvesting voor arbeidsmigranten. Op grond van de Verordening huisvesting arbeidsmigranten Boxtel 2022 (Vha 2022) geldt een verdelingsprocedure voor de huisvestingvergunningen voor arbeidsmigranten. Na de inschrijvingen voldeed één aanvraag aan de gronden voor verlening van de vergunning en is de keuze gevallen op SBA Euro B.V op de locatie [locatie 1]. [appellant sub 1] en anderen wonen in de nabije omgeving van dit perceel en vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid. De rechtbank heeft het beroep van [appellant sub 1] en anderen gegrond verklaard en de vergunning herroepen voor zover deze aan SBA Euro B.V. is verleend. De rechtbank heeft daarnaast bepaald dat de vergunning wordt verleend aan Flex Housing B.V. en heeft de vergunning voor het overige in stand gelaten. Daartoe overweegt de rechtbank dat de brief met daarin de vergunning is gericht aan SBA Euro B.V. en zij daarin wordt aangemerkt als de aanvrager, maar dat het college volgens het bestreden besluit de vergunning had willen verlenen aan Flex Housing B.V., die één van de aanvragers was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405463/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2151"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd, met aanvulling van de gronden waarop dit berust en met uitzondering van de opgelegde straf, de strafmotivering en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Het hof heeft de verdachte ter zake van 'overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994' veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 1.500,00, subsidiair 15 dagen hechtenis (te betalen in 3 termijnen van € 500,00) en heeft de verdachte de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van 4 maanden met aftrek van de tijd gedurende welke het rijbewijs van de verdachte is ingevorderd of ingehouden geweest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001808-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T. van de Woestijne, M.J.M.A. van der Put, M.A.M. Wagemakers</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13420"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding tot nakoming zorgregeling. Voldoende aannemelijk dat de man de zorgregeling niet stipt nakomt. Vordering tot veroordeling tot stipte nakoming op straffe van een dwangsom wijst de voorzieningenrechter toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381531</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6179"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Anders dan kantonrechter oordeelt hof dat werkgever niet is geslaagd in bewijs van opzegging door werknemer. Hof bepaalt einde arbeidsovereenkomst. Risicoregeling 7:628 BW. Aanhouding financiële afwikkeling omdat algemeen verbindend verklaarde cao’s hoogte loon beïnvloeden. Extra procespartij door overname onderneming ten tijde van hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.370.089</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2808"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst tot reinigen en schoon retourneren van bedrijfskleding. Geen opzegging maar ontbinding wegens tekortkoming in de nakoming. Tekortkoming niet van onvoldoende gewicht om ontbinding te rechtvaardigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.090</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28883</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28883</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28883"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, loonsanctie, gegrond; art 8:55d lid 1 Awb: beslistermijn 4 weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6917</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:614</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:614</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:614"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingsrecht. Procesrecht. Curaçaose zaak. Toerekening van wetenschap aan rechtspersoon. Tegenstrijdig belang en (maatstaf voor) interne bestuurdersaansprakelijkheid. Eindvonnis in plaats van nieuwe mondelinge behandeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02803</description><issued>2026-06-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1634</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1634"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Interne bestuurdersaansprakelijkheid. Tegenstrijdig belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02803</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:614</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3264"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht WWZ. Rechtsvermoeden arbeidsomvang artikel 7:610b BW. Recht op billijke vergoeding na opzegging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.682_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M.T. Quaadvliet, mr. M. van der Schoor, mr. B. Kloppert</contributor><issued>2026-10-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 7 610b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:457"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Boete wegens fecale bezoedeling van een biggenkarkas. Het College oordeelt dat de hogerberoepsgronden tegen de uitspraak van de rechtbank niet slagen. Het College ziet aanleiding om uitsluitend vanwege overschrijding van de redelijke termijn, de boete te matigen met 10% tot een bedrag van € 2.250,-. Het College vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het de hoogte van de boete betreft en stelt de boete vast op € 2.250,-.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1988</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.C. Stuldreher</contributor><issued>2026-09-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference><reference relation="citing" lang="nl">Regeling dierlijke producten</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1203"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toegekende jeugdhulp bestaande uit jeugdhulp met verblijf onterecht. Belanghebbende. Anders dan de rechtbank komt de Raad tot de conclusie dat artikel 7.3.5, eerste lid, van de Jw onjuist is toegepast. Appellante is de gezaghebbende ouder en zij heeft haar toestemming voor de jeugdhulp ingetrokken. Daarom kon de toegekende jeugdhulp met verblijf niet zonder meer worden voortgezet. Het besluit van het college is daarom onrechtmatig en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden in stand gelaten om te voorkomen dat de kosten van de jeugdhulp op appellante of haar dochter worden verhaald. De Raad acht het aannemelijk dat dit besluit en het daarmee feitelijk mogelijk maken van het verblijf van haar dochter bij de stichting een grote impact op appellante heeft gehad. Zij heeft daardoor ernstige onrust, spanning en frustratie gehad. Daarom kent de Raad een schadevergoeding van € 5.000,- toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/76 JW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:456"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Besluit op bezwaar niet tijdig verdaagd. Ingebrekestelling. Toekenning verbeurde dwangsommen. Boete gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Met een e-mail en brief van 18 oktober 2022 heeft de staatssecretaris de ontvangst van het bezwaarschrift aan de gemachtigde van appellante bevestigd. Daarbij heeft hij er op gewezen dat de gronden van het bezwaar ontbreken en de gemachtigde in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Ook heeft hij er op gewezen dat hierdoor de termijn om te beslissen op het bezwaar wordt opgeschort totdat het verzuim is hersteld of de daarvoor gegeven termijn ongebruikt is verstreken. Omdat de beslistermijn niet eerder kan worden opgeschort dan met ingang van de datum waarop die beslistermijn is aangevangen, is deze opschorting niet rechtsgeldig en kan daarmee dus geen rekening worden gehouden (zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 november 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4204)). Ook met het per e-mail van 22 november 2022 verstuurde bericht tot verlenging van de termijn voor het nemen van het besluit op bezwaar met zes weken kan geen rekening worden gehouden. Niet in geschil is dat de volgens genoemde e-mail in briefvorm bijgevoegde verdagingsbeslissing de gemachtigde van appellante niet tegelijk met die e-mail heeft bereikt. Vast staat dat de die brief eerst na het verzenden van het op 19 januari 2023 genomen besluit op bezwaar aan de gemachtigde van appellante is toegestuurd en daarmee bekend is gemaakt. Die brief heeft dus niet tot tijdige verdaging geleid. De door een senior adviseur bestuursrecht van de NVWA ondertekende e-mail van 22 november 2022 kan op zichzelf al niet als een rechtsgeldige verdagingsbeslissing worden aangemerkt, omdat de gemachtigde van de staatssecretaris op zitting heeft toegegeven dat ervan moet worden uitgegaan dat deze ambtenaar niet bevoegd was tot het (namens de staatssecretaris) nemen van verdagingsbeslissingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/537</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.C. Stuldreher</contributor><issued>2026-09-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference><reference relation="citing" lang="nl">Regeling dierlijke producten</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:3677</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1243"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om nadeelcompensatie. Afbouwperiode. Appellante is toestemming verleend om nevenwerkzaamheden te verrichtten als tolk/vertaler binnen de eigen organisatie in zijn eigen tijd als zzp'er. De korpschef heeft deze toestemming ingetrokken vanwege aanpassing in het beleid. Het verrichten van nevenwerkzaamheden binnen de organisatie was niet langer toegestaan. De Raad is van oordeel dat de door appellant gestelde schade niet uitgaat boven het normale maatschappelijke risico of het normale ondernemersrisico.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2770 POL</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:426</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:426</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:426"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. Bezwaar had niet-ontvankelijk moeten worden verklaard omdat het niet was gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Feitelijke constatering van een keurmeester in een inspectierapport dat gekeurde planten niet voldoen aan de basisnorm is niet op zelfstandig rechtsgevolg gericht en dus geen besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/141</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. Brugman, A. van Gijzen, M.L. Noort</contributor><issued>2026-09-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Zaaizaad- en plantgoedwet 2005</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1229"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk beroep. Griffierecht niet tijdig voldaan. Aanbieding poststuk kan redelijkerwijs worden betwijfeld. Intrekking van bijstand. Schending inlichtingenverplichting. Op geld waardeerbare werkzaamheden in restaurant. Houden aan eigen verklaring. Uit de gegevens van PostNL blijkt dat de bezorger heeft geprobeerd om de aangetekende brief door uitreiking te bezorgen op het kantoor van de gemachtigde van appellant, maar dat dit niet gelukt is. Gelet op o.m. het gegeven dat uit de informatie van PostNL niet blijkt dat een afhaalbericht is achtergelaten en het traceeroverzicht een foutmelding meldt bij de bezorging van de zending kan redelijkerwijs worden betwijfeld dat de brief op regelmatige wijze op het adres van de gemachtigde is aangeboden. Aangenomen moet daarom worden dat appellant niet in de gelegenheid is gesteld om het griffierecht te betalen. Het beroep is dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/405 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5790"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Westerwolde het "TAM-omgevingsplan Westerwolde, Jan Westerlaan 1" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Westerwolde vastgesteld (het besluit tot wijziging). In de motivering van het besluit tot wijziging staat dat de gemeente Westerwolde een woningbouwopgave heeft. De gemeente Westerwolde wil daarom negen eigen grondposities ontwikkelen voor woningbouw. Op grond van het omgevingsplan zijn deze woningbouwplannen niet toegestaan. [appellant] betoogt dat de participatie rondom het besluit tot wijziging niet overeenkomstig de wettelijke vereisten heeft plaatsgevonden. [appellant] voert aan dat de gemeente heeft aangegeven bewoners actief bij de besluitvorming te betrekken door gesprekken, bewonersavonden en straatinterviews te houden en de uitkomsten daarvan mee te nemen in de besluitvorming. Volgens hem is hiervan geen sprake te geweest. Er heeft slechts één gesprek plaatsgevonden en daarbij was het besluit tot wijziging al uitgewerkt, zodat van daadwerkelijke inbreng geen sprake was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502157/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4395"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] om verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens ten behoeve van verzameldoeleinden, afgewezen. [appellant] heeft op 5 januari 2021 een aanvraag ingediend bij de korpschef voor een verlof voor het voorhanden hebben van vuurwapens ten behoeve van verzameldoeleinden. De korpschef heeft deze aanvraag afgewezen. Daarna heeft de minister het administratief beroep ongegrond verklaard, omdat [appellant] niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 3.1.1. ad b, van de Circulaire wapens en munitie (Cwm). De minister heeft aan dat besluit een verklaring van 10 februari 2021 ten grondslag gelegd van de Nederlandse Vereniging ter Bevordering en Instandhouding van Wapenverzamelingen, Edouard de Beaumont (EdB). Volgens die verklaring kan zij geen positief advies geven over [appellant]. Daarnaast beschikt [appellant] niet over een goedgekeurd verzamelplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500804/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14212</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3815</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3815</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3815"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 april 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het verzoek van [appellant] en anderen om de aan [bedrijf] verleende revisievergunning van 18 december 2012 in te trekken, afgewezen voor zover deze vergunning betrekking heeft op het houden van 16.896 vleesvarkens in de verdiepingsstallen 8 en 9. Op 18 december 2012 heeft verweerder aan vergunninghoudster een revisievergunning verleend voor de exploitatie van een varkenshouderij en een mestbe- en verwerkingsinstallatie op het adres. Deze revisievergunning is onder meer verleend voor een uitbreiding van de varkenshouderij van 3.952 vleesvarkens naar 16.896 vleesvarkens. Voor die uitbreiding is de bouw van twee verdiepingsstallen (stallen 8 en 9) vergund voor de huisvesting van alle vleesvarkens. Op 18 augustus 2020 hebben [appellant] en anderen verzocht de revisievergunning van 18 december 2012, voor de bouw en het in werking hebben van de vergunde veehouderij, in te trekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307134/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-07-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:5787</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:5787</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:5787"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Betrokkenen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om betrokkene 1 een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000946</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-12-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4988</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4988</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4988"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij tussenuitspraak van 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6191, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Weert opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, de gebreken in het besluit gedateerd op 31 november 2022 te herstellen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het college onbevoegd was om een besluit te nemen op het verzoek van [partij] op grond van de Woo, voor zover dat verzoek ziet op aangelegenheden die alleen de burgemeester betreffen. Ook heeft zij geoordeeld dat het college de besluiten onzorgvuldig heeft voorbereid, omdat het college het Woo-verzoek ten onrechte niet heeft doorgezonden aan de burgemeester, nu het verzoek uitsluitend betrekking heeft op e-mails die zich in de functionele mailbox van de burgemeester bevinden en deze e-mails kan bevatten die betrekking hebben op de burgemeester anders dan als deel van het college, op andere bestuurlijke activiteiten of op privézaken. De burgemeester, dat wil zeggen de persoon die dit ambt op dat moment vervult, had een inventarisatie van de inhoud van de mails moeten maken om te bepalen welke informatie onder welk orgaan berust.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502847/4/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:2510</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:2510</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:2510"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 20 september 2024 heeft het college van bestuur van het ROC Da Vinci College [appellant] verwijderd van de opleiding Pedagogisch Werk en van het Da Vinci College, inclusief ontzegging van de toegang tot de schoolgebouwen en terreinen van het Da Vinci College. [appellant] volgt sinds augustus 2023 de opleiding Pedagogisch Werk aan het Da Vinci College. Vanwege ontoelaatbaar gedrag heeft het college bij beslissing van 20 september 2024 [appellant] verwijderd van de opleiding Pedagogisch Werk en van het Da Vinci College, inclusief ontzegging van de toegang tot de schoolgebouwen en terreinen van het Da Vinci College. Hiermee is zijn recht om onderwijs te volgen, inspraak op het onderwijs te leveren en toegang tot de fysieke en digitale voorzieningen te hebben komen te vervallen. In deze beslissing heeft het college ook opgenomen dat [appellant] zich in de toekomst niet kan inschrijven voor andere opleidingen bij het Da Vinci College. Zijn verzoek tot herinschrijving voor de opleiding Pedagogisch Werk in augustus 2025 heeft het college daarom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500236/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2025-06-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:3619</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:3619</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:3619"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[verzoeker] heeft administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens (hierna: het CBE) van de Universiteit van Amsterdam tegen de beslissing van 15 oktober 2024 van de examencommissie Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Tevens heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening hangende administratief beroep te treffen. [verzoeker] heeft het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken en de voorzieningenrechter verzocht een veroordeling uit te spreken over de bij hem opgekomen proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406440/2/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2025-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4741</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4741</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4741"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee aan [appellante] twee lasten onder dwangsom opgelegd vanwege het overtreden van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). [appellante] exploiteert een landbouwbedrijf aan de [locatie] in Dirksland. Aannemingsbedrijf [naam bedrijf] voerde eind 2019 wegwerkzaamheden uit aan het tracé van de provinciale weg N215 tussen Dirksland en Melissant. [bedrijf] gebruikte het landbouwperceel - met toestemming van [appellante] - om vrijgekomen materialen van de wegwerkzaamheden op te slaan. Naar aanleiding van een klacht constateerden toezichthouders van de gemeente dat op het landbouwperceel asfaltschollen en funderingsmateriaal waren opgeslagen. Volgens het verslag van de toezichthouders gaat het om meer dan 45.000 m3 aan bouw- en sloopafval, terwijl [appellante] niet beschikt over de vereiste vergunning om dit te mogen opslaan op haar landbouwperceel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202302533/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4803"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen, beroep vanwege niet tijdig beslissen, rechterlijke dwangsom. De rechtbank wijkt af van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 juni 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3192). Het achterwege laten van een rechterlijke dwangsom bij niet tijdig beslissen is in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en staat op gespannen voet met het beginsel van effectieve rechtsbescherming. De rechtbank geeft een nadere beslistermijn van 66 weken en verbindt daaraan een dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/3275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. Schnitzler, I. Helmich, P.J. Blok</contributor><issued>2026-07-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0929"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het zonder waarschuwing buiten behandeling stellen van een aanvraag is in strijd met de in acht te nemen zorgvuldigheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07-6506 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H.M. Roelofs mr. C. van Viegen mr. H.C.P. Venema</contributor><issued>2009-06-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 3:2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 4:5</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BI1806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BI1806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BI1806"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-03-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering op de grond dat diens recht op bijstand niet is vast te stellen omdat betrokkene niet naar de sociale dienst is gekomen naar aanleiding van uitnodigingen voor een gesprek op data hier in geding in het kader van een onderzoek naar zijn woonsituatie. Verwijtbaarheid. Schending inlichtingenverplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07-5917 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Van Vulpen-Grootjans, Mr. Van der Kolk-Severijns, Mr. Bandringa</contributor><issued>2009-04-23</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet werk en bijstand</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet werk en bijstand 17</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet werk en bijstand 53a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2390"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking WAO-uitkering: minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Intrekking IOAW-uitkering. Beroep op vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel faalt. De Raad is van oordeel dat in het besluit van 16 februari 2006 niet de toezegging kan worden gelezen dat de IOAW-uitkering van appellant blijvend wordt voortgezet zolang hij in het genot blijft van zijn WAO-uitkering. Anders dan appellant betoogt, verzet geen rechtsregel zich tegen het in bezwaar handhaven van een besluit op een andere of aanvullende grond. Bovendien is gebleken dat de nieuwe rechtsgrond niet tot materiële benadeling leidt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-3328 IOAW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. R.M. van Male, R.H.M. Roelofs, W.F. Claessens</contributor><issued>2009-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BI1015</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BI1015</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BI1015"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-03-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Alleenstaande ouder. Sollicitatieplicht. Gemeentelijk beleid: De artikelen 3.3 en 3.4 van de Beleidsregels, voor zover daarin is neergelegd dat men zich altijd een aantal dagdelen per week beschikbaar dient te stellen, zijn onverbindend wegens strijd met artikel 9, tweede en vierde lid, van de WWB. Nu van een individuele beoordeling van de situatie van appellante geen sprake is geweest, komt ook het besluit van 1 november 2005 wegens strijd met de wet voor vernietiging in aanmerking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07-4677 WWB + 07-4679 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M. van Male mr. A.B.J. van der Ham mr. J.N.A. Bootsma</contributor><issued>2009-04-16</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet werk en bijstand</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet werk en bijstand 9</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BI6946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BI6946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BI6946"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzwegen bankrekening. Anders dan de rechtbank, is de Raad met het College van oordeel dat betrokkene de inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen opgave te doen van de op zijn naam staande rekening bij Robeco. De afschriften van deze rekening, die op naam van betrokkene en zijn vader stonden, werden verstuurd naar het ouderlijk huis van betrokkene waar hij ten tijde hier van belang woonde. Toetsing terugvorderingsbeleid: De Raad bepaalt dat het College ter zake van de terugvordering een nieuw besluit op bezwaar neemt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07-4350 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. J.J.A. Kooijman, J.F. Bandringa, C.G. Kasdorp</contributor><issued>2009-06-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BI0242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BI0242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BI0242"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-03-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering bijstandsuitkering. Incomplete aanvraag. Slechts 2 dagen de gelegheid gekregen om aanvraag aan te vullen. Vernietiging bestreden besluit. College dient appellante alsnog in de gelegenheid te stellen binnen een redelijke termijn haar aanvraag te completeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-5444 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A.J. van den Hurk mr. J.J.A. Kooijman mr. J.F. Bandringa</contributor><issued>2009-04-14</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 4:5</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen 28</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BH8257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BH8257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BH8257"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Nu het geschil betrekking had op de vraag of appellanten nog wat van het College te vorderen hadden, is de Raad van oordeel dat appellanten (voldoende) procesbelang hadden om tot een inhoudelijke beoordeling van het beroep te kunnen komen. De rechtbank heeft het beroep dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbrekend procesbelang. Nu het beroep ontvankelijk was, is de Raad voorts van oordeel dat de rechtbank ten onrechte de vraag in het midden heeft gelaten of het College het bezwaar van appellanten terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens termijnoverschrijding. Het gaat hierbij immers om een vraag die het bestuursorgaan en de bestuursrechter ambtshalve moeten beoordelen, nu deze de bevoegdheid van het bestuursorgaan bepaalt om het primaire besluit op grondslag van het bezwaar te heroverwegen. Ook om deze reden kan de aangevallen uitspraak niet in stand blijven. Niet verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift. Vernietiging aangevallen uitspraak. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07-4628 WWB + 07-4629 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. R.M. van Male, R.H.M. Roelofs, H.C.P. Venema</contributor><issued>2009-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6259</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6259</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6259"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-02-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag (sport-)driewielligfiets als voorziening Wmo. De voortzetting door B en W van het beleid onder de Wvg, om slechts een sportrolstoel als sportvoorziening te verlenen en overige sportvoorzieningen van de Wmo uit te sluiten, strookt niet met artikel 4 van de Wmo. Ondeugdelijk onderzoek CIZ: CIZ dient de beperkingen te onderzoeken en de mogelijkheden om de beperkingen te compenseren. B en W dienen de resultaten van dat onderzoek te toetsen aan de Wmo. In casu mochten B en W niet op het advies van het CIZ afgaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 08/175 WMO</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. J.P. Smit, C.F. de Lemos Benvindo, C.A.E. Wijnker</contributor><issued>2009-03-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BH9982</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BH9982</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BH9982"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Buiten behandeling stelling aanvraag om bijstand. Appellant heeft niet tijdig de gevraagde gegevens met betrekking tot zijn bank- en girorekening overgelegd. Naar het oordeel van de Raad heeft het College zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat deze gegevens van wezenlijk belang waren voor een goede beoordeling van appellants financiële positie en daarmee van zijn recht op bijstand. Het faillissement van appellant doet hieraan niet af, reeds omdat dit ten tijde hier van belang nog niet was afgewikkeld. De aan appellant geboden hersteltermijn kan niet als onredelijk worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07-5087 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. R.C. Schoemaker, R. Kooper, J.F. Bandringa</contributor><issued>2009-04-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2007:BB1394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:BB1394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2007:BB1394"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2007-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing van het voorschot; bevoegdheid tot het nemen van besluiten; redelijke termijn; intrekking; terugvordering; nieuwe aanvraag; proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 06/4796 NABW t/m 06/4800 NABW + 06/4802 NABW t/m 06/4806 NABW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Th.C. van Sloten, G. van der Wiel, C. van Viegen</contributor><issued>2007-08-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1159</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1159</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1159"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Online gokken. Verbod om zonder vergunning gelegenheid te geven om via internet deel te nemen aan kansspelen; art. 1 lid 1, aanhef en onder a, Wet op de kansspelen (Wok). Deelnemers vorderen van exploitanten op diverse gronden vergoeding voor geleden verliezen. Prejudiciële vragen over eventuele nietigheid of vernietigbaarheid van overeenkomsten tussen deelnemers en zonder vergunning opererende exploitanten; art. 3:40 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00202</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Prejudiciële beslissing</description><issued>2026-07-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1302</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:369</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1360"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Anders dan t.b.v. zakelijke berichtgeving ter verspreiding in voorraad hebben van zelfgemaakte afgietsels van gegipste replica‘s met daarop afbeelding van adelaar met in zijn klauwen een hakenkruis, art. 137e.1.2 Sr. Beroep op HR:1987:AC9968. Kon hof oordelen dat aan bewezenverklaring van het in art. 137e.1.2 Sr bedoelde strafbare feit, niet in de weg staat dat verdachte de voorwerpen uitsluitend in voorraad had om die te verspreiden onder verzamelaars? Uit bewijsvoering van hof volgt dat bij verdachte gipsen afgietsels zijn aangetroffen van adelaar met in zijn klauwen een hakenkruis. Hof heeft overwogen dat uit verklaring van verdachte over deze gipsafdrukken, die inhoudt dat hij deze afdrukken heeft gemaakt voor verzamelaars die ernaar vragen en dat hij 2 van 14 afdrukken heeft verkocht, volgt dat verdachte gipsafdrukken ter verspreiding in voorraad heeft gehad en dat hij wist dat uitlating die is vervat in voorwerp (adelaar met hakenkruis) beledigend kan zijn en kan aanzetten tot haat of discriminatie van Joodse mensen. Hof heeft verder overwogen dat gipsafdrukken niet kunnen worden beschouwd als militaire curiosa. Hof heeft hierop zijn oordeel gebaseerd dat verdachte, anders dan t.b.v. zakelijke berichtgeving, voorwerpen ter verspreiding in voorraad heeft gehad, waarbij in die voorwerpen uitlating was vervat die, naar verdachte wist, voor groep mensen wegens hun ras beledigend was of aanzette tot haat tegen en/of discriminatie van mensen en/of gewelddadig optreden tegen mensen. Aan dit oordeel staat niet in de weg dat door verdachte is verklaard dat hij gipsafdrukken uitsluitend in voorraad had om die te verspreiden onder verzamelaars. Uit HR:1987:AC9968, dat is gewezen toen (inmiddels vervallen) art. 430 Sv cassatie tegen vrijspraak alleen mogelijk maakte als hof grondslag van tll. had verlaten en van iets anders had vrijgesproken dan was tlgd., volgt slechts dat niet uitgesloten is dat bij oordeel of sprake is van voorwerp waarin de in art. 137e.1 Sr bedoelde ‘uitlating’ is vervat, wordt betrokken dat het gaat om voorwerp dat kan worden gezien als ‘militair curiosum’. Daarmee wordt bedoeld: oorspronkelijk voorwerp dat binnen context van bepaalde verzameling van historische voorwerpen specifieke betekenis heeft. In dit geval heeft hof echter niet onbegrijpelijk vastgesteld dat aangetroffen, nieuw vervaardigde, gipsafdrukken niet dergelijke curiosa betreffen. Beroep op genoemd arrest stuit al daarop af. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00324</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:517</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:260</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:650"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van harddrugs (art. 10a.1.2 Opiumwet) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. Betekenis van EncroChat-uitspraak van HvJ EU voor toetsingskader dat is uiteengezet in HR:2023:913 over gebruik van resultaten van in buitenland verricht onderzoek voor bewijs. 2. Afwijzing van verzoeken tot voegen van stukken en horen van getuigen met het oog op toetsing van inzet van interceptietool door Frankrijk. 3. Verzoeken tot stellen van prejudiciële vragen. Ad 1. HR gaat in op betekenis van EncroChat-uitspraak van HvJ EU voor juridisch kader zoals opgenomen in HR:2023:913. Daarbij besteedt HR aandacht aan (i) uitvaardiging van Europees onderzoeksbevel, (ii) art. 31.1 Richtlijn 2014/41/EU, (iii) beoordeling van rechtmatigheid van het door EOB verkregen bewijsmateriaal en toepassing van art. 359a Sv, en (iv) prejudiciële vraag van Cour de cassation. Ad 2. Hof heeft verzoeken van verdediging afgewezen op de grond dat: (i) aan die verzoeken door verdediging als uitgangspunt ten grondslag is gelegd dat (mede gelet op EncroChat-uitspraak van HvJ EU) art. 31.1 Richtlijn 2014/41/EU met zich brengt dat Franse autoriteiten interceptie van mede zich in Nederland bevindende EncroChat-toestellen vooraf hadden moeten melden aan Nederlandse autoriteiten en dat, nu dit is uitgebleven, verdediging in gelegenheid moet worden gesteld om onderzoek te (doen) verrichten naar rechtmatigheid van die interceptie, (ii) gelet op art. 3 Richtlijn 2014/41/EU verkrijgen van bewijs en uitwisseling en overdracht daarvan tussen 2 lidstaten die gemeenschappelijk onderzoeksteam vormen, niet door Richtlijn 2014/41/EU worden beheerst, en dat genoemde uitspraak van HvJ EU niet tot ander resultaat leidt, en (iii) ook anderszins zich geen grond heeft voorgedaan op grond waarvan moet worden geoordeeld dat bij werken met gemeenschappelijk onderzoeksteam, notificatieverplichting is geschonden i.v.m. interceptie van zich in Nederland bevindende (telefoon)toestellen. Deze afwijzing door hof van verzoeken, waarin besloten ligt dat door verdediging verzocht onderzoek in redelijkheid niet van belang is voor enige in strafzaak te nemen beslissing, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Uit ’s hofs vaststellingen volgt dat interceptie van EncroChat-toestellen niet heeft plaatsgevonden o.g.v. (door Nederland uitgevaardigd) EOB maar op eigen initiatief van Franse autoriteiten. Verder volgt uit die vaststellingen dat Nederland en Frankrijk overeenkomst voor gemeenschappelijk onderzoeksteam hebben gesloten met het oog op uitwisseling van EncroChat-gegevens. Deze uitwisseling van gegevens (en dus ook verkrijging daarvan door Nederland) heeft niet plaatsgevonden o.g.v. (door Nederland uitgevaardigd) EOB. Art. 3 Richtlijn 2014/41/EU houdt in dat EOB alle onderzoeksmaatregelen omvat “met uitzondering van instellen van gemeenschappelijk onderzoeksteam en bewijsgaring i.h.k.v. dergelijk onderzoeksteam zoals voorzien in art. 13 Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen lidstaten van Europese Unie (...) en in Kaderbesluit 2002/465/JBZ van Raad, behalve met het oog op toepassing van art. 13.8 van overeenkomst en art. 1.8 van kaderbesluit”. Deze laatstgenoemde uitzondering heeft betrekking op (zich hier niet voordoend) geval waarin gemeenschappelijk onderzoeksteam rechtshulp nodig heeft van andere lidstaat dan lidstaten die dat onderzoeksteam hebben ingesteld. Gelet hierop zijn voorschriften van Richtlijn 2014/41/EU over EOB niet van toepassing op verkrijging van bewijsmateriaal door Nederland a.g.v. uitwisseling van EncroChat-gegevens i.h.k.v. het door Nederland en Frankrijk ingestelde gemeenschappelijk onderzoeksteam. Voorgaande neemt op zichzelf niet weg dat in geval dat in ene lidstaat wordt overgegaan tot aftappen van telecommunicatie, terwijl telecommunicatieadres van af te tappen of afgetapte persoon in gebruik is op grondgebied van andere lidstaat, voorschriften van art. 20 EU-Rechtshulpovereenkomst en art. 31 Richtlijn 2014/41/EU van belang kunnen zijn. In zo’n geval ontstaan immers verplichtingen voor ene lidstaat om andere lidstaat bepaalde informatie te verstrekken, terwijl andere lidstaat voortzetten van aftappen kan toestaan of kan doen beëindigen (vgl. HR:2023:913). Deze regelingen strekken ertoe dat betreffende andere lidstaat in staat wordt gesteld om te beslissen of (voorzetten van) aftappen kan worden toegestaan, al dan niet onder bepaalde voorwaarden. Nederlandse regelingen van art. 5.1.13 en 5.4.18 Sv houden in dat, als in dit verband kennisgeving wordt gedaan door bevoegde autoriteiten van andere (lid)staat, door OvJ machtiging van R-C wordt gevorderd tot verlenen van instemming met (voornemen tot) aftappen, of door R-C wordt beslist of met (voornemen tot) aftappen kan worden ingestemd. Deze regelingen strekken er dus toe dat aftappen van telecommunicatie, terwijl telecommunicatieadres van af te tappen of afgetapte persoon in gebruik is op grondgebied van Nederland, niet plaatsvindt zonder dat Nederland in gelegenheid is om te beslissen of dit aftappen al dan niet (verdere) doorgang mag vinden. Van belang daarbij is of in soortgelijke Nederlandse strafzaak opnemen van telecommunicatie ook zou worden toegestaan. Hof heeft vastgesteld dat in Nederland door OM machtiging van R-C is gevorderd voor geven van bevel tot binnendringen en doen van onderzoek in geautomatiseerd werk a.b.i. art. 126uba Sv en tot opnemen van (tele)communicatie a.b.i. art. 126t Sv, waarop die machtiging door R-C is verleend. Dit heeft plaatsgevonden voordat in Frankrijk is overgegaan tot interceptie van EncroChat toestellen, waaronder ook EncroChat-toestellen die zich in Nederland bevonden. Daarnaast is met het oog op uitwisseling van de door inzet van interceptietool verkregen EncroChat-gegevens door Nederland en Frankrijk een overeenkomst gesloten voor gemeenschappelijk onderzoeksteam. Hierbij was Nederland ook ervan op de hoogte dat communicatie van zich in Nederland bevindende EncroChat-toestellen zou worden onderschept. Uit dit alles volgt dat interceptie van EncroChat-toestellen, v.zv. deze zich in Nederland bevonden, niet heeft plaatsgevonden buiten wetenschap en instemming van Nederlandse autoriteiten om, en dat zich daarmee dus geen onregelmatigheden hebben voorgedaan die rechtmatigheid van gebruik van de aan Nederlandse autoriteiten overgedragen onderzoeksresultaten raken. Ad 3. In schriftuur worden verzoeken gedaan tot stellen van prejudiciële vragen aan HvJ EU, i.h.b. over uitleg van art. 31.1 Richtlijn 2014/41/EU en over beoordeling van rechtmatigheid van verkrijging van bewijsmateriaal in het licht van Unierecht. V.zv. opgeworpen vragen relevant zijn voor uitkomst van geschil, kan voorleggen van die vragen aan HvJ EU achterwege blijven omdat deze kunnen worden beantwoord aan hand van rechtspraak van HvJ EU (waaronder EncroChat-uitspraak) of geen twijfel kan bestaan over wijze waarop deze vragen over betrokken Unierechtelijke rechtsregel moeten worden opgelost. Ook verzoek van Cour de cassation om prejudiciële beslissing geeft geen aanleiding tot stellen van vragen, nu door Cour de cassation gestelde vragen geen betrekking hebben op beoordeling van onderzoeksresultaten die zijn verkregen door toepassing van opsporingsbevoegdheden in buitenland onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten, en die aan Nederland zijn overgedragen i.h.k.v. samenwerking in verband van gemeenschappelijk onderzoeksteam. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02511, 24/02523 en 24/02659.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02527</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-04-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:48</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1105</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1278</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1278</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1278"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Internationaal privaatrecht. Conflictenrecht. Personen- en familierecht. Relatievermogensrecht. Leidt toepassing van bepalingen van Iraans echtscheidingsrecht in samenhang met hetgeen partijen in hun huwelijksakte zijn overeengekomen over bruidsgave, tot resultaat dat kennelijk onverenigbaar is met openbare orde (art. 10:6 BW)?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01295</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:382</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:266</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1376"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Aanwezig hebben van 1,5 gram cocaïne op Schiphol door verdachte die buiten vertrekhal 1 in auto zit te wachten, art. 2.C Opiumwet. Verweer dat verdachte onrechtmatig is gefouilleerd, zodat vondst van cocaïne bij die fouillering niet voor bewijs kan worden gebruikt. Was Koninklijke marechaussee bevoegd verdachte te fouilleren o.g.v. art. 52.5 WWM? Art. 52.5 WWM bepaalt dat daarin opgenomen fouilleringsbevoegdheid geldt t.a.v. “persoon die zich bevindt op een bij regeling van Onze Minister aangewezen luchthaven”. Art. 1 Regeling fouilleerbevoegdheid luchthavens wijst Schiphol aan als zo’n luchthaven. Wet en regeling bevatten daarbij geen beperking tot bepaald deel van terrein van Schiphol. Ook uit totstandkomingsgeschiedenis van art. 52 WWM volgt dat fouilleringsbevoegdheid geldt op “geheel luchtvaartterrein”. Daaronder vallen o.g.v. art. 1.2.1.1 Luchthavenindelingbesluit Schiphol en bijlage 1 bij dat besluit ook plekken die bestemd zijn voor direct ophalen of afzetten van passagiers ter hoogte van vertrekhal 1. Hof heeft vastgesteld dat verdachte is staande gehouden ter hoogte van vertrekhal 1 nadat hij daar enige tijd stilstond op plek bestemd voor direct ophalen of afzetten van passagiers. ‘s Hofs oordeel dat verdachte op die plaats mocht worden gefouilleerd o.g.v. art. 52 lid 5 WWM getuigt (in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld) niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00664</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:499</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:802</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1293"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Internationaal privaatrecht. Conflictenrecht. Personen- en familierecht. Relatievermogensrecht. Afwijzing van aanspraak op bruidsgave naar Iraans recht op grond dat Nederlands recht geen khul echtscheiding kent. Toepassing van bepaling in door Iraans recht beheerste huwelijkse voorwaarden kennelijk onverenigbaar met openbare orde (art. 14 Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en art. 10:6 BW)?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02838</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:509</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1020</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1110</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1110</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1110"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Economische zaak. Medeplegen feitelijk leidinggeven aan opzettelijk uitvoeren van project zonder omgevingsvergunning (in werking hebben van inrichting voor inzameling van afvalstoffen) begaan door rechtspersoon, art. 2.1.1.e.3 (oud) Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending van beginselen van goede procesorde (gelijkheidsbeginsel), art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht opzet. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. opzet van verdachte, art. 359.2 Sv. 3. Bewijsklacht medeplegen. Kon hof oordelen dat sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking en van dubbel opzet? 4. Bewijsklacht feitelijk leidinggeven, art. 51.2.2 Sr. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03860 E en 24/03873 E en met 24/03859 P, 24/03868 P en 24/03872 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03869</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3147</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:553</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1337"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Economische zaak. Opzettelijk afvalstoffen buiten inrichting (op trottoir van doorgaande weg) storten, art. 10.2.1 Wet milieubeheer jo. art. 1a.1 WED. Bewijsklacht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid van verklaring van verbalisant, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04567</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:572</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1350</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1350</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1350"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. uit witwassen en medeplegen voorhanden hebben van grote hoeveelheden professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik. Economische zaak. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Motivering schatting w.v.v. Verweer dat door betrokkene contant ontvangen lening moet worden meegenomen bij berekening van voordeel en verweer t.a.v. uitgaven voor boodschappen en brandstof. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02907 E en 24/02853 P.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02906</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:594</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3036</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1391"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van vals identiteitsbewijs, art. 231.2 Sr. Aanwezigheidsrecht. Verstekverlening in hoger beroep na betekening van dagvaarding op BRP-adres van verdachte (opvanglocatie voor vluchtelingen uit Oekraïne) aan huisgenoot a.b.i. art. 36e.1.b.1 jo. 36e.2.a Sv. Was hof gehouden behandeling van zaak aan te houden, nu dagvaarding in h.b. niet aan verdachte in persoon is uitgereikt en ondubbelzinnig had moeten worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk weet heeft gehad van tz in h.b.? Opvatting dat rechter niet tot oordeel kan komen dat verdachte afstand heeft gedaan van aanwezigheidsrecht, in geval dat verdachte niet ttz. verschijnt en ook geen gemachtigde raadsman aanwezig is, terwijl betekening heeft plaatsgevonden door uitreiking aan degene die zich op betreffend adres bevindt en die zich bereid verklaart om stuk onverwijld aan geadresseerde te doen toekomen, is in het algemeen onjuist. Zoals in HR:2022:1469 is overwogen, volgt uit art. 8 en 9 Richtlijn (EU) 2016/343 niet dat verdachte daadwerkelijk weet moet hebben gehad van tz. van zaak in h.b. Het gaat erom dat verdachte daadwerkelijk in kennis is gesteld van die tz., dat wil zeggen: dat manier waarop informatie over tijdstip en plaats van tz. wordt verstrekt, het voor verdachte mogelijk maakt kennis te krijgen van die tz. Ook uit rechtspraak van EHRM volgt niet dat art. 6 EVRM een specifieke manier voorschrijft waarop verdachte in kennis wordt gesteld van tz. Die rechtspraak houdt ook niet in dat verdachte daadwerkelijk weet moet hebben gehad van tz. Bij beoordeling of manier van kennisgeving (mede in het licht van verplichtingen die voortvloeien uit Unierecht en EVRM) voldoende waarborgen biedt dat verdachte daadwerkelijk in kennis is gesteld van tz., komt betekenis toe aan zorgvuldigheid die overheidsinstanties in acht hebben genomen bij doen van kennisgeving, maar ook aan zorgvuldigheid die verdachte heeft betracht om aan hem gerichte informatie in ontvangst te nemen (vgl. HR:2024:842). Waar het gaat om inspanningen die van overheid mogen worden verlangd om verdachte die over BRP-adres beschikt, op de hoogte te stellen van datum van tz., volstaat (behoudens bijzondere omstandigheden) betekening aan BRP-adres, ook als verdachte niet zelf dagvaarding of oproeping in ontvangst neemt. Enkel gegeven dat BRP-adres een locatie betreft waar ook veel andere mensen (kunnen) verblijven, brengt niet met zich dat van zo’n bijzondere omstandigheid sprake is. Rechtspraak van HvJ EU en EHRM geeft (mede gelet op wat in CAG over (reikwijdte van) deze rechtspraak wordt opgemerkt) geen aanleiding tot andere opvatting (vgl. HR:2022:1469). Gelet op voorgaande heeft hof zonder schending van aanwezigheidsrecht kunnen beslissen om zaak buiten aanwezigheid van verdachte te behandelen. Hierbij is van belang dat namens verdachte h.b. is ingesteld, zodat verdachte zich ook via zijn raadsman op de hoogte had kunnen laten houden van plaats en tijdstip van tz. Ook is van belang dat verdachte o.g.v. art. 36g.1 Sv mogelijkheid had afschriftarrest (anders dan BRP-adres en adres van raadsman) op te geven, om zo ontvangst van informatie over plaats en tijdstip van tz. te waarborgen. Van stellen van prejudiciële vragen aan HvJ EU kan worden afgezien, omdat (gelet op wat hiervoor is overwogen) in schriftuur genoemde vragen kunnen worden beantwoord aan de hand van rechtspraak van HvJ EU of redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over manier waarop deze vragen over betrokken Unierechtelijke rechtsregel moet worden opgelost. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00555</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:477</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1362</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1362</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1362"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mishandeling van ambtenaar door verpleegkundige van zorginstelling (met kracht) meermalen tegen haar gezicht te slaan, art. 300.1 jo. art. 304.1.3 Sr. Kan verpleegkundige die werkzaam was in zorgstelling voor verplichte en gedwongen zorg, waar verdachte was opgenomen o.g.v. zorgmachtiging i.h.k.v. Wvggz, worden aangemerkt als ‘ambtenaar’ a.b.i. art. 304.1.3 Sr? Term ‘ambtenaar’ in art. 304.1.3 Sr moet zo worden uitgelegd dat daaronder ook is begrepen degene die onder toezicht en verantwoording van overheid is aangesteld in functie waaraan openbaar karakter niet kan worden ontzegd (vgl. HR:2009:BJ6793). Hof heeft vastgesteld dat in bewezenverklaring bedoelde verpleegkundige t.t.v. bewezenverklaard feit werkzaam was in zorginstelling voor verplichte en gedwongen zorg, waar verdachte was opgenomen o.g.v. zorgmachtiging i.h.k.v. Wvggz. Hof heeft hiervoor weergegeven toetsingskader tot uitgangspunt genomen en geoordeeld dat verpleegkundige kan worden aangemerkt als ‘ambtenaar’ a.b.i. art. 304.1.3 Sr. Hof heeft daartoe o.m. overwogen dat verplichte en gedwongen zorg van persoon die o.g.v. rechterlijke beslissing i.h.k.v. Wvggz is opgenomen in zorginstelling een overheidstaak is en dat inhoud en reikwijdte van taken van verpleegkundigen die deze taak uitvoeren i.h.k.v. Wvggz van overheidswege zijn bepaald. Hof heeft verder bij zijn oordeel betrokken dat werkzaamheden van die verpleegkundigen worden uitgevoerd onder toezicht en controle van Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, die over vergaande bevoegdheden beschikt betreffende bestuur van en toezicht op zorginstelling waar die taak wordt uitgevoerd. Dit oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:628</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2608</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1361"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verkopen van cocaïne, art. 2.B Opiumwet. Verbeurdverklaring 3 telefoons, art. 33a.1.c Sr. Kon hof oordelen dat bewezenverklaarde met behulp van 3 inbeslaggenomen telefoons is begaan of voorbereid? Onder “feit” in art. 33a.1.c Sr moet bewezenverklaard feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat 1 van de in art. 33a.1 Sr genoemde gronden zich voordoet t.a.v. bewezenverklaard feit. (vgl. HR:2020:9). In aanmerking genomen wat is bewezenverklaard en gelet op wat hof in bewijsvoering daarover heeft vastgesteld en wat hof in zijn overwegingen over beslag heeft vastgesteld, is ‘s hofs oordeel dat bewezenverklaarde met behulp van 3 inbeslaggenomen telefoons is begaan of voorbereid, niet toereikend gemotiveerd. Hof heeft immers geen vaststellingen gedaan waaruit kan volgen dat deze telefoons zijn gebruikt bij (voorbereiden van) dit bewezenverklaarde feit. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. verbeurdverklaring telefoons en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03410</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:600</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1410</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1410</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1410"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Deelneming aan criminele organisatie (art. 140 Sr), medeplegen uitlokking van medeplegen voorbereiding van moord (meermalen gepleegd) door afspraken te maken met huurmoordenaar (art. 289 Sr jo. 47.1 en 46 Sr), en medeplegen poging tot uitlokking van medeplegen moord (meermalen gepleegd) door contact te leggen met huurmoordenaars (‘tattookillers’) (art. 289 Sr jo. 47 en 46a Sr). 1. Bewijsklacht medeplegen uitlokking van medeplegen voorbereiding van moord t.a.v. medeplegen uitlokking. 2. Bewijsklacht medeplegen uitlokking van medeplegen voorbereiding van moord. Heeft uitlokking ‘door giften’ plaatsgevonden indien groot geldbedrag ‘in het vooruitzicht’ is gesteld? 3. Bewijsklacht medeplegen poging tot uitlokking van medeplegen moord. Kan overdracht van € 75.000 zowel worden gekwalificeerd als ‘gift’ als worden gekwalificeerd als ‘belofte’? 4. Bewijsklacht deelneming aan criminele organisatie t.a.v. ‘deelneming’. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03864 en met 24/03971 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03938</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2869</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:694</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1374</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1374</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1374"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Eendaadse samenloop van medeplegen poging tot doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen diefstal met geweld (art. 312.2 Sr) door in 2022 in Woerden ’s nachts naar woning van ander te gaan teneinde hem te beroven van paar dozen hasj en daarbij meermalen op ander te schieten, waardoor deze zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen aan zijn benen. Geen middelen ingediend, verdachte n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00716</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Peek</description><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1408"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal, art. 310 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 1 week). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over strafoplegging, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03610 en met 24/03609 (niet gepubliceerd; art. 80a RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:661</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1377"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal, art. 310 Sr. Eventuele opname in zorginstelling als bijzondere voorwaarde, art. 14c.2.10 en 14c.2.11 Sr en art. 6:6:19.1.b Sv. Is gestelde bijzondere voorwaarde dat verdachte zich “na goedkeuring door rechter” laat opnemen in zorginstelling voor kortdurende klinische opname als reclassering daartoe indicatie aanvraagt en deze verkrijgt, verenigbaar met art. 14c.2.10 Sr? O.g.v. art. 14c.2.10 Sr kan als bijzondere voorwaarde bij (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf de opneming van veroordeelde in zorginstelling worden gesteld. Beslissing of zich noodzaak voordoet van opneming van veroordeelde in zorginstelling en voor welke duur, is voorbehouden aan rechter (vgl. HR:2018:946). Dat is niet anders als rechter als onderdeel van bijzondere voorwaarde van ambulante behandelverplichting (a.b.i. art. 14c.2.11 Sr) heeft bepaald dat in geval bij verdachte sprake is van terugval in middelengebruik of verslechtering van psychiatrisch ziektebeeld, hij zich kortdurend klinisch moet laten opnemen. Ook in zo’n geval is beslissing of zich noodzaak van zo’n opneming voordoet, voorbehouden aan rechter. Daarvoor is dan in art. 6:6:19 Sv bedoelde procedure aangewezen, waarin rechter alsnog opneming van veroordeelde in zorginstelling als bijzondere voorwaarde kan stellen. In de door hof gestelde bijzondere voorwaarde ligt besloten dat, als reclassering een indicatiestelling voor kortdurende klinische opname aanvraagt en verkrijgt, die opname pas kan plaatsvinden als bijzondere voorwaarden door rechter o.g.v. art. 6:6:19 Sv in die zin zijn gewijzigd dat opneming van veroordeelde in zorginstelling als bijzondere voorwaarde wordt gesteld. Gelet hierop is door hof gestelde bijzondere voorwaarde, v.zv. deze inhoudt dat verdachte zich gedurende proeftijd bij terugval in middelengebruik of verslechtering van psychiatrisch ziektebeeld voor duur van maximaal 7 weken (of zo veel korter als reclassering nodig vindt) laat opnemen in geïndiceerde zorginstelling “na goedkeuring door rechter”, niet onverenigbaar met art. 14c.2.10 Sr. Dat neemt niet weg dat formulering van die voorwaarde aan bepaaldheid zou winnen als daarin uitdrukkelijk wordt verwezen naar procedure van art. 6:6:19 Sv. Volgt verwerping. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:899</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:518</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1363"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Burenruzie. Poging tot doodslag door met hockeystick op hoofd van buurman te slaan (art. 45 jo. art. 287 Sr). 1. Noodweerexces, onttrekkingsvereiste (subsidiariteitsvereiste), art. 41.2 Sr. Kon hof oordelen dat verdachte zich had moeten en kunnen onttrekken aan dreigende aanranding? 2. Vordering benadeelde partij t.a.v. immateriële schade, eigen schuld. Is sprake van eigen schuld a.b.i. art. 6:101 BW, nu aangever dreigende aanval heeft veroorzaakt en zich ook niet onbetuigd heeft gelaten? 3. Schriftuur b.p. Kan betoog dat ’s hofs arrest (wat betreft verwerping van beroep op noodweerexces en beroep op eigen schuld) in stand kan blijven, worden aangemerkt als middel a.b.i. wet? Ad 1. en 2. HR: art. 81.1 RO. Ad 3. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen middelen a.b.i. wet. Dat geldt ook voor middelen a.b.i. art. 437.3 Sv. Als zo’n middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over rechtspunt betreffende haar vordering. Schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:677</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1825</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1366"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot zware mishandeling door tijdens coronarellen in Urk een 'kotterpijl' (noodvuurwerk) af te schieten op politieagent, art. 302 Sr. 1. Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet, feit van algemene bekendheid, art. 339.2 Sv. Kon hof oordelen dat het een feit van algemene bekendheid is dat kotterpijl na ontsteking in korte tijd hoge snelheid bereikt en zeer heet wordt? 2. Bewijsklacht opzet op toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Kon hof oordelen dat het gericht afvuren van kotterpijl op politieagenten kan leiden tot zwaar lichamelijk letsel? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02243</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:686</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3492</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1372"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag door in 2021 in Utrecht n.a.v. ruzie over drugs en geld meermalen met mes in hartstreek en schouder van ander te steken, art. 287 Sr. Geen middelen ingediend, verdachte n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Peek</description><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1409"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplichtigheid aan medeplegen poging tot uitlokking van moord door contact te leggen met huurmoordenaars (‘tattookillers’), art. 289 jo. 48, 47 en 46a Sr. Grondslagverlating. Heeft hof grondslag van tll. verlaten door in het midden te laten of sprake is van medeplichtigheid aan medeplegen van 1 of 2 pogingen tot uitlokking van moord? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03938 en met 24/03971 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03864</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2870</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:693</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29813"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mvv – dochter van Turkse kennismigrant – Geen strijd met het Turks Associatierecht of het Unierecht – Belangenafweging artikel 8 EVRM. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.35289</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.A. Groeneveld</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1352"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen voorhanden hebben van grote hoeveelheid professioneel vuurwerk voor particulier gebruik. Economische zaak. Motivering schatting w.v.v. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over schatting w.v.v., inhoudende dat € 48.377,60 moet worden afgetrokken van te ontnemen bedrag. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02906 P en 24/02907 E.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02853</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:597</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3034</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1356"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen bewerken (art. 2.B Opiumwet) en aanwezig hebben (art. 2.C Opiumwet) van heroïne. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht hoeveelheid heroïne. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat stof bedoeld in bewezenverklaring “ongeveer 681 gram heroïne” betreft? Klacht faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag omdat hof bewezen heeft verklaard “ongeveer 681 gram, van materiaal bevattende heroïne” en dus niet (zoals in middel wordt gesteld) “ongeveer 681 gram heroïne”. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01299.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:622</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2957</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1378"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen groepsbelediging Armeniërs tijdens demonstratie bij Armeense ambassade in Den Haag (art. 137c.1 Sr) en medeplegen aanzetten tot discriminatie en gewelddadig optreden tegen mensen wegens hun ras (art. 137d.1 Sr). Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet op beledigend en discriminatoir karakter van gedane uitlatingen. Hof heeft vastgesteld dat verdachte hem onbekende vrouw heeft toegestaan tijdens door hem georganiseerde demonstratie het woord te voeren in Russisch. Hij heeft daartoe megafoon voor haar vastgehouden. Vrouw heeft in Russisch gescandeerd dat Armeniërs terroristen en agressors zijn en dat zij Karabach moeten verlaten, omdat dit gebied anders van Armeniërs zal worden afgepakt. Hof heeft overwogen dat het niet kan vaststellen dat verdachte de uitlatingen verstond en begreep. Hof heeft desondanks geoordeeld dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op beledigend en discriminatoir karakter van gedane uitlatingen. Hiervoor door hof kennelijk als doorslaggevend in aanmerking genomen omstandigheid dat verdachte, gelet op context van demonstratie en getoonde borden met zeer negatieve uitspraken jegens Armeense gemeenschap “minst genomen had moeten vermoeden” wat aard en strekking van uitspraken was, kan dat oordeel echter niet dragen. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02108</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1342</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:658</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1359</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1359</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1359"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdzaak. Voortgezette handeling van openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) en beschadiging van auto (art. 350.1 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht opzet op geweldshandelingen. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft geoordeeld dat verdachte niet enkel groep getalsmatig heeft versterkt maar dat hij ook opzet heeft gehad op geweldshandelingen en daaraan voldoende significante bijdrage heeft geleverd. Uit de voor bewijs gebruikte verklaring van ex-vriendin van verdachte blijkt dat verdachte (na het kapot slaan van ruiten) 3 maal met zijn vuist in gezicht van aangever heeft geslagen. Mede op grond daarvan volgt in voldoende mate uit bewijsvoering dat verdachte een voldoende significante bijdrage aan geweldpleging van aangever (door 2 anderen) heeft geleverd. In bewijsvoering ligt besloten dat ook geweldshandelingen tegen (willekeurige) inzittenden van auto door verdachte en medeverdachten niet werden geschuwd en daarmee eveneens dat verdachte niet enkel (passief) aanwezig was bij openlijk gepleegd geweld, in aanmerking genomen dat in cassatie niet wordt betwist ’s hofs oordeel dat sprake is van voortgezette handeling en daarmee dus van 1 ongeoorloofd wilsbesluit. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:577</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:3114</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1371</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1371</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1371"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">(Medeplegen) diefstal (meermalen gepleegd), art. 310 en 311.1.4 Sr. Strafmotivering (taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis). Kon hof bij strafmaat letten op nieuwe verdenkingen en nog niet onherroepelijke uitspraken? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:588</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1351"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Economische zaak. Witwassen van geldbedrag (art. 420bis.1.b Sr), medeplegen voorhanden hebben van grote hoeveelheden professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik (art. 1.2.2.1 Vuurwerkbesluit jo. 9.2.2.1 Wet milieubeheer), voorhanden hebben van munitie (art. 26.1 WWM) en voorhanden hebben van jammer (art. 10.9.1 (oud) Telecommunicatiewet). Cumulatie van straffen. Strafoplegging in strijd met art. 9.4 Sr, nu aan verdachte gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, is opgelegd in combinatie met taakstraf van 240 uren? Opvatting dat bij beantwoording van vraag of combinatie van straffen in strijd is met art. 9.4 Sr niet van belang is hoe lang verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, is juist. Onder “onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel” wordt verstaan onvoorwaardelijk deel van de door rechter opgelegde gevangenisstraf. Voor het bepalen of “onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel” ten hoogste 6 maanden bedraagt, is dus niet van belang of en, zo ja, in hoeverre bij tul van dat onvoorwaardelijke deel o.g.v. art. 27.1 Sr tijd die eventueel in inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering zal worden gebracht. Hof heeft aan verdachte een gevangenisstraf van 20 maanden opgelegd, waarvan 10 maanden voorwaardelijk. Daarnaast heeft hof de verdachte een taakstraf van 240 uren opgelegd. Totale strafoplegging is in strijd met art. 9.4 Sr. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging. Samenhang met 24/02906 P en 24/02853 P.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02907</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:599</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3035</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1364</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1364</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1364"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Witwassen van geldbedragen (€ 131.055 en 13.105 Britse en Schotse ponden) in woning van verdachte, art. 420bis.1.b Sr. 1. Bewijsklacht “afkomstig uit enig misdrijf”. Kon hof oordelen dat het niet anders kan zijn dan dat in tll. genoemde geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn? 2. Bewijsklacht opzet. Kon hof oordelen dat verdachte wist dat geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf? 3. Beroep op kwalificatie-uitsluitingsgrond. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03857 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03756</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:709</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3171</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1358"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen afpersing, art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht, innerlijke tegenstrijdigheid ‘s hofs arrest. Strookt ’s hofs vaststelling in bewijsvoering “medeverdachte zei op dreigende toon dat aangever niet thuis zou komen als hij niet zou betalen” met vrijspraak van “(dreigend)” gezegd zijn van die soortgelijke tlgd. bewoordingen? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: In ’s hofs oordeel en daarbij betrokken feiten en omstandigheden ligt besloten dat tlgd. bewoordingen “dat hij dan niet thuis zou komen” niet (zoals is tlgd.) “dreigend” (door medeverdachte) tegen aangever gezegd. Daarom moet worden aangenomen dat ten gevolge van kennelijke vergissing in bewijsvoering is opgenomen dat medeverdachte “op dreigende toon” zei “dat aangever niet thuis zou komen als hij niet zou betalen”, terwijl hof kennelijk slechts heeft bedoeld duidelijk te maken dat deze door medeverdachte gebruikte bewoordingen aan bedreigende sfeer hebben bijgedragen. Verdachte is door ongelukkige formulering van hof niet in zijn belangen geschaad, omdat uit ’s hofs vaststellingen in bewijsvoering in voldoende mate kan worden afgeleid dat sprake is geweest van bedreiging met geweld a.b.i. art. 317 Sr. Uit samenstel van vastgestelde uitlatingen en gedragingen heeft hof immers kunnen afleiden dat vrees van aangever voor geweld gerechtvaardigd was. Dat bewezenverklaarde bewoordingen niet op dreigende wijze zijn gezegd doet daar niet af, in aanmerking genomen dat hof blijkens arrest is uitgegaan van lezing van aangever over hetgeen is gebeurd en hof ook heeft vastgesteld dat aangever zich bedreigd voelde en gevoel had dat hij geen kant op kon. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03531</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:571</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1373"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Eendaadse samenloop van medeplegen diefstal met geweld (art. 312.2.2 Sr) en poging tot doodslag (art. 287 Sr) en voorhanden hebben van pistool en munitie (art. 26.1 WWM) door in 2023 in Leeuwarden een ander m.b.v. vuurwapen te beroven van zijn telefoon en daarbij schot te lossen in richting van ander. Geen middelen ingediend, verdachte n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04895</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Peek</description><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1109</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1109</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1109"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Economische zaak. Medeplegen feitelijk leidinggeven aan opzettelijk uitvoeren van project zonder omgevingsvergunning (in werking hebben van inrichting voor inzameling van afvalstoffen) begaan door rechtspersoon, art. 2.1.1.e.3 (oud) Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending van beginselen van goede procesorde (gelijkheidsbeginsel), art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht opzet. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. opzet van verdachte, art. 359.2 Sv. 3. Bewijsklacht medeplegen. Kon hof oordelen dat sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking en van dubbel opzet? 4. Bewijsklacht feitelijk leidinggeven, art. 51.2.2 Sr. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03869 E en 24/03873 E en met 24/03859 P, 24/03868 P en 24/03872 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03860</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:552</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3146</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1404</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1404</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1404"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen mensenhandel door slachtoffer in prostitutie te laten werken (meermalen gepleegd), art. 273f.1.1, 273f.1.4, 273f.1.6 en 273f.1.9 jo. 273f.3.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht medeplegen. 2. Vordering benadeelde partij t.a.v. materiële schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Is toewijzing vordering b.p. toereikend gemotiveerd, aangezien hof bij begroting van materiële schade niet in aanmerking heeft genomen dat b.p. € 100 heeft ontvangen voor kleding en schoenen? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft aan oordeel dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt ten grondslag gelegd dat (i) verdachte de medeverdachte en slachtoffer in huis heeft genomen, (ii) verdachte heeft voorgesteld om slachtoffer via website met mannen af te laten spreken en daar geld voor te krijgen, (iii) verdachte profijt heeft gehad van de door slachtoffer verkregen inkomsten en (iv) verdachte de rol van medeverdachte heeft overgenomen op moment dat medeverdachte in ziekenhuis lag en werksituatie van slachtoffer toen niet anders was. Op deze vaststellingen gegrond oordeel van hof dat sprake is van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG is klacht gegrond. CAG: Uit gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat slachtoffer € 100 heeft ontvangen voor kleding en schoenen. Hof heeft bij schatting van materiële geleden schade gebruikgemaakt van die tot bewijs gebezigde verklaringen van slachtoffer. Gelet daarop is niet zonder meer begrijpelijk dat hof niet ook rekening houdt met, uit diezelfde verklaringen blijkende, € 100. Dat brengt mee dat ook oplegging van de in art. 36f Sr voorziene maatregel niet in stand kan blijven (vgl. HR:2019:901). HR doet zaak zelf af en vermindert t.a.v. materiële schade toegewezen vordering b.p. en opgelegde schadevergoedingsmaatregel van € 11.590 met € 100. Samenhang met 24/00368 P.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:262</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:592</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1349</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1349</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1349"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot zware mishandeling door met auto op ander in te rijden, art. 302.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet op toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Kon hof oordelen dat verdachte met bewezenverklaarde gedraging aanmerkelijke kans dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou bekomen in het leven heeft geroepen? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs op zijn vaststellingen in bewijsvoering gebaseerde oordeel dat aanmerkelijke kans aanwezig was dat aangeefster door handelen van verdachte zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Uit ‘s hofs bewijsvoering volgt genoegzaam dat snelheid waarmee verdachte vooruit is gereden dusdanig was dat bestaan van aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel kon worden aangenomen. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03878</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:687</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1353"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Voorhanden hebben van pistool en munitie, art. 26.1 WWM. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht “voorhanden hebben”. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit de in bewijsvoering vastgestelde feiten en omstandigheden heeft hof kunnen afleiden dat verdachte op 11-11-2021 wapen en munitie zowel bewust aanwezig heeft gehad als daarover feitelijke macht kon uitoefenen op de wijze zoals is vereist voor het als pleger voorhanden hebben van wapen en munitie. Uit die f&amp;o blijkt immers dat verdachte op 1-11-2021 pistool in bergingscomplex van zijn woning bewaarde en verdachte op 11-11-2021 (nadat hij in berging behorende bij zijn woning was geweest) is gelokaliseerd bij woning van (destijds) goede vriend, waar in bewezenverklaring bedoeld wapen en bijbehorende munitie op een via balkon te bereiken dak van woning zijn aangetroffen, terwijl op moment dat politie die woning binnentrad 1 van personen die daar voorafgaand aan binnentreden nog aanwezig was woning (gelet op aanwezige politie op niet gebruikelijke wijze) heeft verlaten. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03446</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:562</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2687</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1367</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1367</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1367"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 2 schilderijen die in 1998 zijn gestolen uit bedrijfspand van klaagster. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134.2.a Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klaagster niet in behandeling nemen. CAG: Nu Rb t.a.v. schilderijen 2 beschikkingen heeft gewezen (1 t.a.v. klaagster en 1 t.a.v. belanghebbende die tevens klaagschrift heeft ingediend) en beschikking waarin teruggave is gelast aan belanghebbende onherroepelijk is, is cassatieberoep klaagster niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang. Door onherroepelijke beschikking waarin teruggave is gelast is beslag op schilderijen immers beëindigd. Klaagster n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00022</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:688</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1108</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1108</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1108"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Aanwezig hebben van hennep in woning waar verdachte ingeschreven staat, art. 3.C Opiumwet. Bewijsklacht aanwezig hebben. Kon hof oordelen dat hennep zich in machtssfeer van verdachte bevond? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03604</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:747</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1412"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen diefstal d.m.v. braak, art. 310.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1 Sv. Kon hof de verdachte n-o verklaren in zijn h.b., nu p-v van tz. in eerste aanleg en vonnis Pr niet zijn uitgewerkt? Hof heeft geoordeeld dat h.b. binnen 14 dagen na einduitspraak in e.a. had moeten worden ingesteld, nu op aantekening van mondeling vonnis Pr is vermeld dat vonnis op 9-10-2015 “op tegenspraak” is gewezen. Daarmee heeft hof kennelijk tot uitdrukking gebracht dat uit die vermelding volgt dat zich een van de in art. 408.1 Sv bedoelde omstandigheden heeft voorgedaan. Dit oordeel is niet begrijpelijk. Uit enkele vermelding dat vonnis op 9-10-2015 “op tegenspraak” is gewezen, volgt niet dat zich in art. 408.1 Sv bedoelde omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat dag van tz. van 9-10-2015 tevoren aan verdachte bekend was. Met verschijnen van gemachtigde raadsvrouw op zitting van 22-8-2014 gold behandeling van zaak immers al voor gehele procesfase in e.a. als procedure op tegenspraak, ongeacht of verdachte dan wel gemachtigde raadsvrouw of raadsman op (1 van) latere zittingen is verschenen (vgl. HR:2003:AG3022). Ook anderszins kan uit procesverloop niet worden afgeleid dat zich een van de in art. 408.1 Sv bedoelde omstandigheden heeft voorgedaan. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04319</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:503</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1336</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1336</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1336"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mishandeling door buurman met stoel tegen zijn gezicht te slaan, art. 300.1 Sr. Noodweerexces, art. 41.2 Sr. Kon hof oordelen dat niet aannemelijk is geworden dat klap van aangever tot zodanige gemoedsbeweging leidde dat verdachte daarom aangever de klap met stoel heeft gegeven? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:7012</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:596</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1368"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM) en voorhanden hebben van veerdrukpistool en luchtdrukwapen (art. 13.1 WWM). Strafmotivering (gevangenisstraf van 2 maanden). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat hof bij strafoplegging rekening moet houden met zeer forse overschrijding van redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00419 en 24/00421 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00418</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:318</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:570</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1357"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen bewerken (art. 2.B Opiumwet) en aanwezig hebben (art. 2.C Opiumwet) van heroïne en medeplegen voorbereidingshandelingen bewerken van heroïne (art. 10a.1.3 Opiumwet). Vrijspraak in eerste aanleg. Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door gemachtigde raadsvrouw gedaan op de grond dat verdachte tot voor kort niet op de hoogte was van zitting en dat hij niet aanwezig kan zijn i.v.m. verdeling van erfenis, door hof afgewezen o.g.v. overweging dat uit opmerkingen van raadvrouw kan worden afgeleid dat verdachte op de hoogte is van zitting en dat niet is onderbouwd dat hij niet aanwezig kan zijn wegens verplichtingen elders. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01260.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01299</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:619</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1335"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Witwassen van geldbedrag (€ 831.929,50) bij verkoop van voetballer aan voetbalclub in Turkije (art. 420bis.1.b Sr) en voorhanden hebben van vuurwapen (art. 26.1 WWM). 1. Wijziging aanvangstijdstip tz. Kon hof oordelen dat verdachte rechtsgeldig is geïnformeerd over gewijzigde zittingstijd? 2. Openbaarheid onderzoek ttz. en kernroljurisprudentie. Lijdt onderzoek ttz. in hoger beroep aan nietigheid, nu raadsman niet fysiek aanwezig is geweest maar communiceerde via telefonische verbinding? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03658</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:602</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1347"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Belaging door gedurende periode van bijna 2 maanden veelvuldig (seksueel getinte) berichten via e-mail, Instagram en Facebook naar aangeefster te sturen, art. 285.1 Sr. TBS met dwangverpleging en maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking opgelegd. Motivering oplegging van maatregelen. Kon hof oordelen dat bij verdachte sprake is van stoornis a.b.i. art. 37a Sr en dat is voldaan aan “gevaarscriterium” a.b.i. art. 37b.1 Sr en art. 38z Sr? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01349</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:684</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:2016</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1370</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1370</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1370"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. deugdelijkheid van kasopstelling (onjuist beginsaldo en niet opnemen van aantal inkomsten en uitgaven), art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01018.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01422</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1762</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:666</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1413"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Belaging van zijn ex-partner (art. 285b.1 Sr) en poging tot doodslag door in 2024 in gevangenis in Alphen aan den Rijn zijn celgenoot aan te vallen, te slaan en met scheermes te steken (art. 287 Sr). Geen middelen ingediend, verdachte n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Peek</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2570</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1354"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Economische zaak. Zich met motorvoertuig bevinden in stiltegebied buiten voor gemotoriseerd verkeer opengestelde wegen of terreinen, art. 2.44.1 jo. 9.1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en art, 1.2.1 (oud) Wet milieubeheer. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Verweer dat verdachte geen schuld heeft aan tlgd. en niet verwijtbaar heeft gehandeld omdat hij niet wist dat hij in stiltegebied reed. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft verdachte vrijgesproken van “opzettelijk” overtreden van art. 2.44 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, omdat hof niet heeft kunnen vaststellen dat verdachte opzettelijk stiltegebied is ingereden. Het is volgens hof immers niet duidelijk geworden of stiltegebied met bord bij toegangsweg was aangeduid. Bewezenverklaarde levert daarmee geen misdrijf maar overtreding op en bevat geen “schuld” als bestanddeel. Verwijtbaarheid wordt in dit geval verondersteld en slechts aannemelijkheid van afwezigheid van alle schuld leidt tot niet aansprakelijkheid. Vaststelling dat verdachte met zijn motorfiets in stiltegebied is aangetroffen, is daarom in beginsel voldoende voor bewezenverklaring van overtreding. Verder heeft hof in reactie op verweer overwogen dat verdachte wel degelijk iets te verwijten viel, omdat hij vanaf verharde weg een onverhard zandpad in bos is ingereden en hij er op bedacht had moeten zijn dat hij zich toen niet z.m. in gebied bevond waar hij met zijn motorrijtuig mocht rijden, terwijl toen hij vervolgens bij verbodsbord voor toegang met motorrijtuig kwam, is doorgereden. Daarmee heeft hof kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat van afwezigheid van alle schuld geen sprake was. Hof heeft gelet op voorgaande voorbij mogen gaan aan verweer. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03630</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:601</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2982</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1365"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag door ander meermalen tegen zijn hoofd te slaan en tegen zijn lichaam te schoppen, terwijl deze op de grond ligt, art. 287 Sr.  Bewijsklacht opzet. Kon hof oordelen dat verdachte willens en wetens aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangever a.g.v. geweldshandelingen van verdachte zou komen te overlijden? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00870</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:512</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1369</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1369</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1369"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gewoontewitwassen van geldbedragen (in totaal € 585.997,77), art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr. Bewijsklachten “afkomstig uit enig misdrijf”. Kon hof oordelen dat het niet anders kan zijn dan dat in tll. genoemde geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01422 P.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01018</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2413</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:665</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1405"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen mensenhandel door slachtoffers in prostitutie te laten werken. Hoofdelijke betalingsverplichting ex art. 36e.7 Sr. Kon hof aan betrokkene betalingsverplichting opleggen voor geheel bedrag aan w.v.v.? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2015:878 m.b.t. opleggen hoofdelijke betalingsverplichting bij ‘gemeenschappelijk voordeel’. Tegen deze achtergrond is ’s hofs oordeel dat betalingsverplichting hoofdelijk moet worden opgelegd, niet toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit bewijsvoering in strafzaak volgt dat opbrengst van mensenhandel van slachtoffer A deels is overgeboekt naar bankrekeningen van medebetrokkene, terwijl hof in ontnemingsprocedure niet heeft vastgesteld dat betrokkene en medebetrokkene daarover gezamenlijk beschikking hebben of gedurende zekere tijd gezamenlijk beschikking hebben gehad. Aan die bewijsvoering kan daarom niet zonder meer worden ontleend dat betrokkene daadwerkelijk gezamenlijk met medebetrokkene de beschikking heeft of gedurende zekere tijd de beschikking heeft gehad over gehele opbrengst van bewezenverklaarde feiten en dat op die grond wederrechtelijk voordeel voor geheel als gemeenschappelijk voordeel aan betrokkene kan worden toegerekend. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/00367.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00368</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:593</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:263</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1406</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1406</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1406"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Witwassen van geldbedrag (€ 12.950), art. 420bis.1.b Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht “afkomstig uit enig misdrijf”. Kon hof oordelen dat verklaring van verdachte over herkomst van geldbedrag op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs mede op zijn vaststellingen in nadere bewijsoverwegingen gebaseerde oordeel dat door verdachte in hoger beroep afgelegde verklaring hoogst onwaarschijnlijk is, is niet onbegrijpelijk. Dat verdachte deze verklaring net als in eerste aanleg heeft onderbouwd met schriftelijke en ondertekende verklaring van ander en dat hij zijn neef ttz. in h.b. als getuige heeft meegebracht, waar deze een gelijkluidende verklaring heeft afgelegd, maakt dat niet anders. Opvatting dat door HR aan verklaring van verdachte gestelde eisen als communicerende vaten fungeren (in die zin dat hoe concreter en verifieerbaarder die verklaring is, hoe minder snel deze als “op voorhand hoogst onwaarschijnlijk” kan worden aangemerkt) vindt geen steun in recht. Bovendien heeft hof niet onbegrijpelijk geoordeeld dat het geen geloof hecht aan verklaringen van ander en van neef van verdachte. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02165</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:691</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1111</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1111</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1111"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Economische zaak. Medeplegen opzettelijk uitvoeren van project zonder omgevingsvergunning (in werking hebben van inrichting voor inzameling van afvalstoffen) begaan door rechtspersoon, art. 2.1.1.e.3 (oud) Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending van beginselen van goede procesorde (gelijkheidsbeginsel), art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht opzet. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. opzet van verdachte, art. 359.2 Sv. 3. Bewijsklacht medeplegen. Kon hof oordelen dat sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking en van dubbel opzet? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03860 E en 24/03869 E en met 24/03859 P, 24/03868 P en 24/03872 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03873</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:550</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3107</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1348</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1348</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1348"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen opzettelijke invoer van grote hoeveelheid hennep (ongeveer 125 kilogram) vanuit Spanje (art. 3.A jo. 11.4 en 11.5 Opiumwet) en medeplegen witwassen van geldbedrag (€ 120.250) (art. 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklacht invoer van hennep t.a.v. opzet. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte wist dat verdovende middelen vanuit Spanje binnen grondgebied van Nederland zijn gebracht? 2. Kwalificatieklacht witwassen, beroep op kwalificatie-uitsluitingsgrond. Kon hof het bewezenverklaarde kwalificeren als witwassen, nu geldbedrag, dat verdachte heeft verworven en voorhanden heeft gehad, onmiddellijke opbrengst vormde van (mede) door hem zelf begaan misdrijf? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02883</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:752</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2557</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1407"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal, art. 310 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 7 dagen). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over strafoplegging, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03611 en met 24/03609 (niet gepubliceerd; art. 80a RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03610</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:662</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1411</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1411</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1411"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Voorhanden hebben van pistolen, munitie en stroomstootwapen (art. 26.1 WWM) en voorhanden hebben van ploertendoder, veerdrukpistool en veerdrukmachinepistool (art. 13.1 WWM). 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep (voorwaardelijk) gedaan verzoek tot horen van getuige, op de grond dat hof de verklaring van getuige niet voor bewijs gebruikt. 2. Schending ondervragingsrecht. Heeft hof het verzoek om getuige te horen kunnen opvatten als voorwaardelijk verzoek? 3. Bewijsklacht alternatief scenario dat DNA van verdachte door secundaire overdracht via handschoen op wapen terecht is gekomen. 4. Strafmotivering (gevangenisstraf van 5 maanden). Heeft hof door verdediging aangevoerde persoonlijke omstandigheden van verdachte in zijn beoordeling betrokken? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00420</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:669</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:306</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2008:BD8847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2008:BD8847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2008:BD8847"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2008-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Rechtmatigheid van verblijf van EU-onderdaan vloeit rechtstreeks voort uit gemeenschapsrecht, EG-verdrag. Op bestuursorgaan rustte onderzoeksplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07-2699 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Van Sloten, Van der Ham, Kooper</contributor><issued>2008-07-31</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 4:5</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 3:2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet werk en bijstand 11</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1355"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot uitlokking van moord in 2023 in Nieuwegein, art. 46a jo. 289 Sr. Bewijsklacht “begin van uitvoering” a.b.i. art. 46a Sr. Kan uit bewijsvoering een begin van uitvoering van uitlokking van moord worden afgeleid? Het gaat in art. 46a Sr om tot ander gerichte gedragingen die er niet toe leiden dat het tot voorbereiding (a.b.i. art. 46 Sr) of begin van uitvoering (a.b.i. art. 45 Sr) komt (door die ander of derde) van misdrijf waarop die gedragingen waren gericht. Verder kan mede uit totstandkomingsgeschiedenis van art. 46a Sr worden afgeleid dat voor strafbare poging om ander te bewegen (tot begaan van misdrijf) a.b.i. art. 46a Sr is vereist dat gedragingen zijn verricht die kunnen worden beschouwd als begin van uitvoering van bewegen van ander door een of meer van de in art. 47.1.2 Sr genoemde “uitlokkingsmiddelen”. Dat is het geval bij gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op voltooiing van dat bewegen. Vraag of sprake is van zulke gedragingen, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Het komt aan op beoordeling van concrete omstandigheden van geval. Algemene regels kunnen daarvoor niet worden gegeven. Belangrijke beoordelingsfactor daarbij is hoe dicht vastgestelde gedragingen bij voltooiing van dat bewegen lagen, bijvoorbeeld in tijd en/of plaats, en hoe concreet deze daarop waren gericht (vgl. HR:2026:1030). Hof heeft in zijn bewijsvoering vastgesteld dat verdachte als gedetineerde 2 brieven heeft geschreven die waren gericht aan en bedoeld voor B. Een van brieven, voorzien van postzegel en retouradres, is onderschept in postkamer van penitentiaire inrichting en was door verdachte aangeboden om te worden verstuurd. Die brief houdt onder meer in dat A aangifte heeft gedaan tegen verdachte en “gepakt” moet worden, dat het “afgelopen” moet zijn met hem, dat het “goed gedaan” moet worden, dat er geen bewijs moet zijn en dat neef van verdachte de geadresseerden betaalt. Verder houdt die brief in dat A in bepaalde stad woont, in jeugdgevangenis werkt, in zwarte auto rijdt en altijd werkt op donderdagochtend van 7 tot 3: “In de ochtend is het beste. Weinig mensen.” Nadat deze brief was onderschept, is andere brief (die klaar was voor verzending) aangetroffen in cel van verdachte. Die brief houdt o.m. in dat tegen B gezegd moet worden dat A “afgemaakt moet worden”, dat A aangifte heeft gedaan tegen verdachte en dat verdachte door hem vastzit. Verder houdt deze brief in dat het snel moet “gebeuren”, dat “die jong” de geadresseerde vertelt hoe onder anderen A kan worden gepakt, dat “alle spullen bij die jong zijn” en dat hij die kan pakken, en “niet over de telefoon. Daarom stuur ik een brief.” Kort voor zijn aanhouding heeft verdachte op internet geïnformeerd naar kopen van vuurwapen. In bericht aan website heeft hij gevraagd of hij voor kopen van vuurwapen vergunning nodig heeft. Op zijn telefoon zijn meerdere zoekopdrachten naar A aangetroffen en verdachte heeft vlak voor zijn aanhouding gesprek gehad waarin hij zegt dat A moet worden “gepakt” omdat hij verdachte heeft verraden. O.g.v. deze vaststellingen heeft hof overwogen dat verdachte in zijn (in postkamer onderschepte) brief concrete informatie verschaft over zijn doelwit, door aan te geven waar A woont, waar hij werkt, op welke tijden hij werkt en in welke auto hij rijdt. Verder heeft hof overwogen dat doen van belofte dat B geld zal krijgen, net als verschaffen van concrete informatie over doelwit aan B, kunnen worden aangemerkt als uitlokkingsmiddel a.b.i. art. 47.1.2 Sr. Op dit alles heeft hof zijn oordeel gebaseerd dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan tlgd. “poging tot uitlokking van moord”. In het licht van wat is vooropgesteld getuigt dit oordeel niet van onjuiste rechtsopvatting. Oordeel (waarin besloten ligt dat aan post aanbieden van eerste brief met genoemde inhoud concreet was gericht op bewegen van geadresseerde tot vermoorden van A, en in tijd dicht bij voltooiing van dat bewegen lag) is, mede in het licht van ‘s hofs andere vaststellingen, toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03708</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:589</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:8374</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1375"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen diefstal met valse sleutel, art. 311.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht gebruik voor bewijs van p-v’s van herkenning en DNA-match. 2. Bewijsklacht strafverzwarende omstandigheid dat medeplegen van diefstal “d.m.v. valse sleutel” heeft plaatsgevonden. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Gelet op selectie- en waarderingsvrijheid van feitenrechter en in aanmerking genomen hetgeen door verdediging is aangevoerd over betrouwbaarheid van p-v’s van herkenning, is ‘s hofs oordeel dat het geen reden heeft te twijfelen aan betrouwbaarheid van betreffende herkenningen niet onbegrijpelijk. Voorts is ’s hofs oordeel dat door verdediging geschetst alternatief scenario (mogelijkheid dat DNA van verdachte op bakje terecht is gekomen bij bezoek aan winkel) niet aannemelijk is geworden, evenmin onbegrijpelijk, gelet op wat door verdediging is aangevoerd en motivering die hof aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG is klacht terecht voorgesteld. Dit leidt echter bij gebrek aan belang niet tot cassatie. Bij weglating uit bewezenverklaring van gedeelte dat ziet op “d.m.v. valse sleutel”, worden aard en ernst van bewezenverklaarde niet wezenlijk aangetast, gelet op ‘s hofs strafmotivering en mede in aanmerking genomen dat ook is bewezenverklaard dat diefstal is begaan onder strafverzwarende omstandigheid “door 2 of meer verenigde personen” en dat die door hof opgelegde straf ver onder strafmaximum van art. 311.1 Sr ligt. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03834</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:507</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1402</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1402</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1402"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM-cassatie en cassatie opgeëiste persoon. Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Montenegrijnse nationaliteit) naar Montenegro t.z.v. verdenking van oprichten van criminele organisatie, betrokkenheid bij uitvoer van 991,895 kilogram cocaïne van Ecuador naar België en betrokkenheid bij uitvoer van 272 kilogram cocaïne van Ecuador via België naar Nederland. Rb heeft uitlevering toelaatbaar verklaard t.z.v. oprichten van criminele organisatie en uitvoer van 991,895 kilogram cocaïne van Ecuador naar België en uitlevering voor het overige ontoelaatbaar verklaard. 1. OM-cassatie. Ne bis in idem-beginsel t.a.v. tweede drugsfeit, art. 9.1 EUV en 9.1 UW. Kon Rb oordelen dat niet kan worden uitgesloten dat opgeëiste persoon in Nederland al (onherroepelijk) is berecht voor ditzelfde feit? 2. Cassatie opgeëiste persoon. Beroep op ne bis in idem-beginsel t.a.v. eerste drugsfeit en toelaatbaarverklaring van uitlevering t.a.v. oprichten van criminele organisatie. Ad 1. Uit stukken volgt dat opgeëiste persoon door autoriteiten van Montenegro wordt verdacht van verkoop van partij cocaïne van 272 kilogram, afkomstig uit Ecuador, die op 14-12-2020 in Antwerpen is aangekomen en die vervolgens op 19-12-2020 naar Nederland is vervoerd en daar aan opgeëiste persoon is overhandigd, waarna verkoop van partij door opgeëiste persoon heeft plaatsgevonden in periode van medio december 2020 tot en met begin februari 2021. Uit stukken volgt verder dat opgeëiste persoon in Nederland is vervolgd en (onherroepelijk) berecht i.v.m. gedragingen m.b.t. partij cocaïne die op 17-12-2020 in Antwerpen is aangekomen. Rb heeft uitlevering van opgeëiste persoon aan Montenegro ontoelaatbaar verklaard voor strafvervolging voor “ongeoorloofde productie, in bezit hebben en in het verkeer brengen van verdovende middelen, v.zv. dit feit ziet op verkoop van partij cocaïne in Nederland in periode van december 2020 tot en met februari 2021”. Daartoe heeft Rb overwogen dat “niet kan worden uitgesloten” dat opgeëiste persoon in Nederland al (onherroepelijk) is berecht voor hetzelfde feit als waarvoor uitlevering is verzocht. Dat oordeel is niet begrijpelijk. O.g.v. wat in CAG is vermeld, moet worden aangenomen dat feit waarvoor opgeëiste persoon in Nederland onherroepelijk is berecht niet hetzelfde feit is als een van feiten waarvoor zijn uitlevering is verzocht, met uitzondering van gedragingen t.a.v. (minimaal) 1 blok cocaïne op of omstreeks 29-12-2020 en (minimaal) 4 blokken cocaïne op of omstreeks 4-2-2021. Nu verder niet is gebleken van bestaan van feiten en omstandigheden die (behalve m.b.t. gedragingen t.a.v. (minimaal) 1 blok cocaïne op of omstreeks 29-12-2020 en (minimaal) 4 blokken cocaïne op of omstreeks 4-2-2021) aan toelaatbaarheid van verzochte uitlevering in de weg zouden staan, kan HR de zaak zelf afdoen. HR doet wat Rb had moeten doen en verklaart uitlevering ook toelaatbaar voor betrokkenheid bij uitvoer van 272 kilogram cocaïne van Ecuador via België naar Nederland. Ad 2. HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00836</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:657</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7440"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag leges. In geschil is of de opbrengstlimiet is overschreden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar voldoende inlichtingen verstrekt om de twijfel over de raming weg te nemen. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7658</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. Vaatstra</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6464"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019. Belanghebbende is vennoot in een vof die een pandjeshuis exploiteert. Vanaf de oprichting in 2014 draait het pandjeshuis verlies. Pas vanaf 2022 zijn er (beperkte) positieve resultaten. Belanghebbende heeft bij zijn aangifte IB/PVV 2019 verlies in aftrek gebracht. De inspecteur heeft dat niet geaccepteerd. De rechtbank oordeelt dat de activiteiten van het pandjeshuis in 2019 geen bron van inkomen vormen. De verliezen van 2019 en de jaren ervoor zijn groot en ook in 2019 zijn de vaste kostenposten nog zodanig hoog dat ze de opbrengsten ruim overtreffen. Daarom kan niet worden gezegd dat objectief gezien voordeel kon worden verwacht. Feiten en omstandigheden uit de jaren 2022 tot en met heden zijn zodanig onduidelijk dat ze geen ander licht kunnen werpen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4061</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1945"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2020 aan een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in een BV heeft de inspecteur het gebruikelijk loon niet volledig in aanmerking genomen. De inspecteur legt vervolgens bij belanghebbende als inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag loonheffingen op over het additionele (gebruikelijk) loon. Naar het oordeel van het hof was de inspecteur bevoegd om de naheffingsaanslag aan belanghebbende op te leggen voor het additioneel (gebruikelijk) loon. Uit het feit dat de inspecteur bij de regeling van de aanslag IB/PVV 2020 geen correctie voor het gebruikelijk loon heeft gemaakt kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij daarmee een ambtelijk verzuim beging. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen. De opgelegde vergrijpboete wordt door het hof gematigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1696</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6806</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2814"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag waterschapsbelasting; strijd met wettelijke bepalingen of rechtsbeginselen? Schending hoorrecht leidt niet tot toekenning proceskostenvergoeding vanwege bijzondere omstandigheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1648</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5834"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een bewonersvergunning kan worden verleend voor maximaal twee auto’s, maar is geldig voor één auto tegelijk en wel voor die auto waarvan het kenteken in het systeem is geactiveerd. De parkeerder dient vooraf zelf het juiste kenteken te activeren. Volgens de heffingsambtenaar bestaat de regeling dat met een bewonersvergunning het betaald parkeren voor niet meer dan één kenteken kan worden geactiveerd al lang en is die niet gewijzigd. Alle informatie hierover is te vinden in het ‘Parkeerloket’. Belanghebbende is hierover bovendien [..] per e-mail geïnformeerd. Belanghebbende had als vergunninghouder van de voorwaarden van de vergunning op de hoogte kunnen en moeten zijn. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3268</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1946"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV 2020 aan een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in een BV heeft de inspecteur geen gebruikelijk loon in aanmerking genomen. De inspecteur legt vervolgens bij belanghebbende als inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag loonheffingen op over het gebruikelijk loon. Het hof oordeelt dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan door bij de navorderingsaanslag IB/PVV het gebruikelijk loon niet te betrekken in de heffing van de inkomstenbelasting en dat de inspecteur vanaf dat moment niet meer bevoegd was om over het gebruikelijk loon inkomstenbelasting na te vorderen. Omdat de naheffingsaanslag loonheffingen is vastgesteld na de vaststelling van de navorderingsaanslag IB/PVV bij de aandeelhouder dient deze te worden vernietigd. Anders dan de inspecteur meent, doet daar niet aan af dat de loonheffing in dit geval een eindheffing zou zijn. Het hoger beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1697</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6807</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6332"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ontvangst uitnodiging zitting rechtbank. Terugwijzing naar rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1889 en 24/1890</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:3522</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2810"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; aftrek specifieke zorgkosten; uitgaven voor extra kleding en beddengoed.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2103</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1943"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aandeelhouder van een BV. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, omdat de BV uitdelingen aan belanghebbende heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen voor een gedeelte niet aannemelijk heeft gemaakt en daarom worden de navorderingsaanslagen door het hof verminderd. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1453 tot en met 24/1455</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5458</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9384"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag leges. De Awb biedt geen mogelijkheid om nogmaals bezwaar te maken tegen dezelfde aanslag. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Beroep ongegrond. Wel aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1944"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aandeelhouder van een BV. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, omdat de BV uitdelingen aan belanghebbende heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen voor een gedeelte niet aannemelijk heeft gemaakt en daarom worden de navorderingsaanslagen door het hof verminderd. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5459</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28884</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28884</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28884"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; artikel 6, derde lid, Vw; voldaan is aan de voorwaarden voor toepassing van de maatregel; de rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de screening afgerond had moeten zijn alvorens eiser in de grensprocedure werd geplaatst; lichter middel is voldoende onderzocht; de rechtbank verwijst onder andere naar de uitspraak van de Afdeling ECLI:NL:RVS:2026:5077; geen aanleiding voor aanhouding; ook ambtshalve niet gebleken dat de maatregel onrechtmatig is; beroep is ongegrond; verzoek om schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARN:2012:BV1139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2012:BV1139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARN:2012:BV1139"><country>NL</country><court>GHARN</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2012-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanbestedingsrecht; Private aanbesteding door zorgverzekeraars. Beroep op rechtsverwerking verworpen. Inhoud aanbestedingsprocedure voor CPAP-apparatuur voldoet niet aan gelijkheids-en transparantiebeginsel. Gevorderde en door de voorzieningenrechter toegewezen heraanbesteding wordt afgewezen nu er geen wettelijke plicht tot aanbesteding rust op aanvragers van de offerte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.095.489</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Wattel, Mr. Van Ginkel, mr. Evers</contributor><issued>2012-01-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBARN:2011:BT2628</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2007:BV2302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2007:BV2302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2007:BV2302"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2007-11-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot schorsing van de aanbestedingsprocedure is afgewezen. De in het bestek opgenomen 15 dagen termijn wordt aangemerkt als vervaltermijn waarbinnen een kort geding aanhangig moet zijn gemaakt. Compass heeft niet tijdig een kort geding aanhangig gemaakt door Compass Holding, die zelf geen inschrijver is en daarnaast geen zelfstandig belang heeft bij haar vordering, het kort geding te laten beginnen. De voeging door Compass maakt dat niet anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 381209 / KG ZA 07-1919 AB/BB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Beukenhorst</contributor><issued>2012-01-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGRO:2012:BV3104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2012:BV3104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGRO:2012:BV3104"><country>NL</country><court>RBGRO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Groningen</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2012-02-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">'Uit het Grossmann-arrest en de mede daarop gebaseerde jurisprudentie volgt dat in het belang van een snelle en effectieve aanbestedingsprocedure, van een meedingende onderneming een pro-actieve houding mag worden verwacht: als deze inschrijver onduidelijkheden of onvolkomenheden in de aanbestedingsstukken signaleert in een stadium waarin deze nog ongedaan kunnen worden gemaakt, dient hij daarin in dat stadium tegen op te komen. Onder omstandigheden - zoals in het onderhavige kort geding - op straffe van rechtsverwerking. Weliswaar heeft eiseres in diverse vragenrondes vragen gesteld aan de aanbestedende dienst omtrent enige voor haar bestaande onduidelijkheden, doch waar kennelijk onduidelijkheden bleven bestaan, had het op de weg van eiseres gelegen in een eerder stadium, te weten vóór de inschrijving, nadere actie te ondernemen. In casu in dat stadium geen aanvullende vragen gesteld, geen nadere bezwaren aangevoerd en geen kort geding aanhangig gemaakt. Evenmin is gesteld of gebleken dat de inschrijving onder protest en/of voorbehoud is gedaan.'</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 130386 KG ZA 11-356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Dijkers</contributor><issued>2012-02-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Besluit aanbestedingen speciale sectoren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9901"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Duits vervolgings-EAB. Genoegzaamheidsverweer. Weigeringsgrond art 13: onvoldoende aanleiding om deze weigeringsgrond toe te passen. Overlevering toegestaan. Verzoek tot afgifte van de in beslag genomen voorwerp toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-201770-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, mr. L. Sanders, mr. M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9898</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9898</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9898"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Pools vervolgings-EAB. Dubbele strafbaarheid. Art. 11 OLW: Poolse detentieomstandigeden in remand prisons. De aanvullende informatie op dit moment onvoldoende om algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon weg te nemen. Onderzoek heropend om vraag voor te leggen aan de UJA.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-198133-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, mr. L. Sanders, mr. M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5927"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In de brief van 23 september 2022 heeft [appellant] het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht om handhavend op te treden tegen de afsluiting van de Assumburgweg. Op 1 en 8 november 2022 heeft het college aan [appellant] laten weten hem niet als belanghebbende aan te merken. [appellant] woont aan het [locatie] in Den Haag. Tussen 1 augustus 2022 en 1 december 2022 zijn aan de Assumburgweg werkzaamheden uitgevoerd waardoor delen van de straat niet toegankelijk waren. Omdat volgens [appellant] geen vergunning voor deze werkzaamheden is verleend, heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen deze werkzaamheden. [appellant] betoogt dat hij, anders dan de rechtbank heeft overwogen, belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Daarover heeft hij op de zitting gezegd dat hij door de werkzaamheden moet omfietsen, mede omdat de werkzaamheden op de weg naar zijn huisarts plaatsvinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405286/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2154"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof heeft de verdachte ter zake van het 'opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst' veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met een proeftijd van 2 jaren en een geldboete ter hoogte van € 2.000,00, subsidiair 20 dagen hechtenis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002005-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T. van de Woestijne, M.J.M.A. van der Put, M.A.M. Wagemakers</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1720</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1720</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1720"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geschil over 2013 t/m 2016. Kinderen hebben via een STAK certificaten met strikte voorwaarden van een vordering op een BV van vader. Het hof oordeelt dat in 2013 t/m 2015 sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling als bedoeld in artikel 3.92, lid 3, Wet IB 2001. Het hof ziet geen reden tot afwaardering van de bijgeschreven rente. De inspecteur heeft niet in strijd met het vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel gehandeld. Eind 2015 lost de BV de vordering af en leent de STAK het geld door aan de ouders. Verder wijzigt de structuur. De kinderen schenken de vordering op de ouders aan een SPF op Curaçao. Het hof oordeelt dat voor 2016 de kinderen over het vermogen in de SPF hebben kunnen beschikken als ware het hun eigen vermogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/553 tot en met 24/556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, J.M. van der Vegt, J Rietveld</contributor><issued>2026-08-12</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 3.92</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2012</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2322"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">art. 10a Vpb; In 2017 heeft een investeringsonderneming een internationale retailketen overgenomen. Vanwege deze overname is belanghebbende opgericht en heeft in de groep een herstructurering plaatsgevonden. Onderdeel van de herstructurering is de interne acquisitie door belanghebbende van de Nederlandse werkmaatschappij van de retailketen. Voor deze acquisitie wordt een lening aangetrokken bij een verbonden lichaam (de aandeelhouderslening). Het Hof beoordeelt de vraag of aftrek van de rente van de aandeelhouderslening beperkt wordt door artikel 10a van de Wet Vpb. Met name de tegenbewijsregeling van het derde lid is daarvoor van belang. Het Hof overweegt dat voor de beoordeling daarvan de concrete overwegingen van belanghebbende (en haar concern) van belang zijn, waarbij de bewijslast op belanghebbende rust. Belanghebbende slaagt niet in het bewijs dat de overwegingen voor de interne acquisitie zakelijk waren. Voor beoordeling van de zakelijkheid van de schuld is van belang of de aandeelhouderslening materieel verschuldigd is aan derden (een bankensyndicaat dat een banklening heeft verstrekt). Het Hof acht relevant of die banklening bedoeld en/of aangewend is voor de aandeelhouderslening. Dat is volgens het Hof niet het geval. Ook voldoende paralellen tussen de banklening en de aandeelhouderslening ontbreken. Mogelijk is wel sprake van een compenserende heffing bij de crediteur van de aandeelhouderslening, maar dit baat belanghebbende niet want de inspecteur slaagt in het bewijs dat de interne acquisitie en de aandeelhouderslening fiscaal gedreven zijn. De tegenbewijsregeling slaagt niet en de rente op de aandeelhouderslening is niet aftrekbaar. De kosten van de banklening kunnen niet ten laste van de winst van belanghebbende worden gebracht. Belanghebbende heeft de vereiste aangifte niet gedaan door de daarin gestelde ‘10a-vraag’ ten onrechte niet met “ja” te beantwoorden. Het Hof past hierom de sanctie van (omkering en) verzwaring van de bewijslast toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4638"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ondernemerschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1652 en 24/1653</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7168"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2023, box 3, kerstarrest, werkelijk rendement over spaarrekening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7348</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7348</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7348"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">(navorderings)aanslagen IB/PVV, inkomen uit eigen woning, woning in het buitenland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4236</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2292"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 12a Wet LB. Navorderingsaanslagen IB/PVV. Gebruikelijk loon. De Inspecteur maakt aannemelijk dat belanghebbende in de onderhavige jaren substantiële werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de vennootschap waar belanghebbendes echtgenote 100% aandeelhouder en enig bestuurder van was. Daarmee is aan de voorwaarden voor het in aanmerking nemen van een gebruikelijk loon voldaan. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat het gebruikelijk loon lager moet worden vastgesteld. De navorderingsaanslagen zijn terecht en naar de juiste bedragen vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/1106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5891"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 februari 2024 heeft de directeur-generaal van de statistiek een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] heeft een eenmansbedrijf met accommodaties voor recreatie op het adres [locatie]. Deze procedure is gaan lopen omdat [appellant] de vragenlijst Inventarisatie Logiesaccommodaties 2024 niet aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft teruggestuurd. Hij is daartoe verplicht op grond van artikel 33, derde en vierde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek. Het geschil gaat over de vraag of het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 9 februari 2024 (de last onder dwangsom) ontvankelijk is. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift liep tot en met 25 maart 2024. [appellant] heeft op 9 april 2024 bezwaar gemaakt tegen de last onder dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505758/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:3282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:3282"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tiwos heeft de huurovereenkomst met huurder na sluiting van de woning door de burgemeester buitengerechtelijk ontbonden op grond van artikel 7:231 lid 2 BW. De kantonrechter moet in dit kort geding beoordelen of het gebruiken van die ontbindingsbevoegdheid door Tiwos proportioneel en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar was. De hierbij horende belangenafweging valt in het nadeel van huurder uit, zodat de ontruiming wordt toegewezen. De ruimere belangenafweging die hoort bij het beoordelen van de uitvoerbaar-bij-voorraadverklaring valt in het voordeel van huurder uit, zodat het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12137950 \ VV EXPL 26-30</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-05-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3324"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht. Art. 7:264 lid 1 onder c en lid 5 BW. Eerste huuropzegging niet rechtsgeldig. Latere huuropzegging kan in hoger beroep worden meegenomen. Woning niet nodig voor dringend eigen gebruik en belangenafweging valt uit in voordeel van huurder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.319</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3090"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht. Huur van woonruimte. Verhuurder vordert beëindiging van de huurovereenkomst vanwege dringend eigen gebruik. Verhuurder wil het pand namelijk slopen vanwege de gebrekkige bouwkundige staat van het pand. Plan van de verhuurder is niet ingegeven door overwegend financiële motieven. De voorgenomen sloop levert in die situatie dringend eigen gebruik op, zonder dat ook sprake dient te zijn van een structurele wanverhouding tussen exploitatiekosten en huuropbrengsten (Herenhuis-arrest). Die wanverhouding bestaat overigens wel en wordt meegenomen in de belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.217/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:3801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:3801"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het gaat in deze procedure met name om de vraag of eiser de huurovereenkomst mag voortzetten. Daarvoor is van belang dat voor het huren van de woning een huisvestigingsvergunning nodig is. Die vergunning ontbreekt en de kantonrechter is niet bevoegd om verhuurder tot afgifte daarvan te veroordelen. Daarom mag eiser de huurovereenkomst niet voortzetten. Eiser moet de woning ontruimen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11826211 \ CV EXPL 25-10662</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-04-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:619</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:619</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:619"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.339.506/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1240"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht woonruimte. Art. 7:268 lid 2 BW. Voortzetting van huurovereenkomst door achterblijvende samenwoner na overlijden van huurder. Kan ontruimingsvordering in kort geding worden toegewezen als nog niet onherroepelijk is beslist op vordering van achterblijvende samenwoner tot voortzetting van huur?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01531</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:526</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:191</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:3762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:3762"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Kortdurende huurovereenkomst bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:301 BW. Opzegging door verhuurder is rechtsgeldig. Ontruiming wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12104519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.L. Braaksma</contributor><issued>2026-05-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:9883</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9883</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:9883"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur van winkelruimte in pand van golfvereniging. Bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW of overige bedrijfsruimte ex artikel 7:230a BW? In de ruimte is een verkooppunt aanwezig, niet alleen voor leden van de Golfclub, maar ook voor derden, waaronder "nieuwe bezoekers", "bedrijven", en "andere belangstellenden". Er is sprake van rechtstreekse levering van roerende zaken en dienstverlening. De gehuurde ruimte voldoet aan het gestelde in artikel 7:290 BW. Dat de ruimte niet beschikt over een eigen hoofdingang maakt dit niet anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10961865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J.M. van Breevoort</contributor><issued>2026-01-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2072"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Ambtshalve toetsing van bedingen over huurverhoging, boeterente en proceskosten. Hof komt niet terug van in eerder tussenarrest gegeven oordeel dat opslagbeding (maximaal 5% bovenop CPI) oneerlijk is. Ook boeterentebeding is oneerlijk. Oordeel over proceskosten in hoger beroep wordt aangehouden totdat de Hoge Raad antwoord heeft gekregen op zijn vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de gevolgen van de vernietiging van het proceskostenbeding. Wetsartikelen: artikel 3 Richtlijn 93/13/EEG (Richtlijn oneerlijke bedingen), artikelen 6:231 e.v. BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.349.868</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:2636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:2636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:2636"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Een golfvereniging moet als gevolg van de uitbreiding van het hoogspanningsstation van een netbeheerder een deel van het golfterrein dat zij van de netbeheerder huurt per 1 januari 2026 ontruimen, nu de huurovereenkomst door de netbeheerder is opgezegd. Het resterende golfterrein moet de golfvereniging herinrichten. Daarvoor heeft de golfvereniging advies moeten inwinnen bij diverse deskundigen. Volgens de golfvereniging is het uitoefenen van de opzeggingsbevoegdheid van de netbeheerder en de daaropvolgende ontruiming zonder betaling van een schadevergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Daarom vordert de golfvereniging een schadevergoeding van € 660.290,-- van de netbeheerder. De netbeheerder voert aan dat de golfvereniging geen recht heeft op een schadevergoeding, omdat de golfvereniging geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld waaruit volgt dat zij op basis van de redelijkheid en billijkheid daar recht op heeft. De kantonrechter oordeelt dat de netbeheerder een redelijke opzegtermijn in acht heeft genomen en dat er ook overigens geen omstandigheden zijn gesteld die een aanspraak op schadevergoeding, gegrond op eisen van redelijkheid en billijkheid, kunnen rechtvaardigen, zodat de vordering van de golfvereniging wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11612627 \ CV EXPL 25-2181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.C.W. Geurtsen-van Eeden</contributor><issued>2026-04-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:4175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:4175"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vaststellingsovereenkomst inzake einde huur heeft tot gevolg dat de huur werd voortgezet en dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd is verlengd. Ontbinding en ontruiming afgewezen. Afwijzing contractuele boetes i.v.m. oneerlijke boetebedingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11816917</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-04-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1283"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Huurrecht. Opzegging en beëindiging huur bedrijfsruimte. Schadevergoeding. Art. 7:299 lid 1 BW. Was wil aanwezig om gehuurde persoonlijk duurzaam in gebruik te nemen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00796</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:28</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:7471</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5715"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een verzoek van de Stichting om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels ingewilligd. De Stichting heeft verzocht om openbaarmaking van alle documenten over het dossier dat is gevormd naar aanleiding van de verzoeken tot handhaving van 19 oktober 2017 met betrekking tot een kaaswinkel en een aantal margarinemerken met dierlijke ingrediënten die zich presenteren als plantaardig. Met het besluit van 15 februari 2022 heeft de minister het verzoek deels ingewilligd. De minister heeft geweigerd bepaalde persoonsgegevens openbaar te maken, omdat het om medische gegevens van een persoon gaat en dit bijzondere persoonsgegevens zijn. Ook heeft de minister geweigerd om informatie openbaar te maken die herleidbaar is naar de burger en de organisatie namens wie hij de handhavingsverzoeken heeft gedaan, omdat volgens hem het belang van inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. Verder heeft de minister openbaarmaking van namen van ambtenaren die werken bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit geweigerd, omdat het belang van openbaarheid volgens hem niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Ook heeft de minister openbaarmaking geweigerd van informatie over ondernemers, zoals bedrijfsnamen, productnamen en websites waar sprake zou zijn van misleidende voedselinformatie, omdat het belang van openbaarmaking volgens hem niet opweegt tegen het belang van voorkoming van onevenredige benadeling van de ondernemingen waarover de informatie gaat. Tot slot heeft de minister openbaarmaking geweigerd van persoonlijke beleidsopvattingen in documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500013/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4270"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verleende watervergunning voor herinrichting recreatiepark aan de IJssel. Beleidsregels Grote Rivieren (BGR). Handreiking "Beleidslijn Grote Rivieren". Procedure op grond van de Waterwet. Inspraak op grond van de Habitatrichtlijn? Publicatie van de watervergunning. Wat is er vergund? Uitleg artikel 3, eerste lid, onder b, van de BGR. Artikel 3, eerste lid, onder b, van de BGR ziet op het vervangen van bestaande feitelijke bebouwing. Vergunde ophoging en toetsing aan artikel 6 BGR? Strijd met artikel 2, eerste lid, van de Waterwet? Specialiteitsbeginsel en belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26-947</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5894"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv het verzoek om inzage van [appellant] gedeeltelijk afgewezen. Op 15 augustus 2023 heeft [appellant] het formulier ‘Verzoek persoonsgegevens’ bij het Uvw ingediend. Niet in geschil is dat dit een verzoek is op grond van de artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming. Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv naar aanleiding van zijn inzageverzoek en ingebrekestelling aan [appellant] meegedeeld: "[…]. Uit onderzoek is inmiddels echter gebleken dat wij niet meer beschikken over fysieke dossiers van u. Dit is in overeenstemming met de geldende bewaartermijn voor medische stukken. De niet medische stukken met betrekking tot uw Bezwaarzaak die in ons Elektronisch Archief beschikbaar waren hebben wij u tijdens uw bezoek aan ons kantoor overhandigd. Zodra een cliënt voor inzage op kantoor komt is het niet meer nodig om een brief te sturen omdat het inzage verzoek met het bezoek als afgedaan wordt beschouwd. Gezien de afwezigheid van fysieke dossiers, kunnen wij deze gegevens ook niet meer aan u doen toekomen. Op grond hiervan beschouwen wij uw inzage verzoek van 15 augustus 2023 vanaf 15 november 2023 als afgehandeld […]." In het besluit op bezwaar van 14 januari 2025 heeft het Uwv zich primair op het standpunt gesteld dat de brief van 17 juli 2024 geen besluit is, maar een mededeling van feitelijke aard. Subsidiair heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat als de brief wel is aan te merken als een besluit, [appellant] te laat bezwaar heeft gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503321/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6594</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6594</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6594"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">8:88 Awb. Verzoek schadevergoeding. Onrechtmatig boetebesluit en voornemen van Autoriteit Persoonsgegevens. Causaal verband tussen schadeoorzaak en gestelde schade. Hypothetische situatie dat er wel een rechtmatig besluit zou zijn genomen. Omvang schade. Bewijsaanbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/6084</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W. Wagenaar, J.J. Catsburg, S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26100"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Financieel recht. Bankgarantieovereenkomst is rechtsgeldig tot stand gekomen. Ondertekening met een geavanceerde elektronische handtekening via een betrouwbare ondertekeningsmethode. Gedaagde is gehouden tot terugbetaling van de uitgekeerde bankgarantie. Vrijwaring verstek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 672497 (hfd)+ 692287 (vw)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Vetter</contributor><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29127"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/693045 / JE RK 25-1760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. W.G. de Boer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13770</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13770</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13770"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis. Vaststelling tijdelijke zorgregeling en voorlopige bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381213 / KG ZA 26-482</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29086"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">erkenning Amerikaanse adoptie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/671225 / FA RK 24-5950</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.L. Strop, mr. A. Emmens, mr. E.G. Nuboer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6335"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2607</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6698</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6336</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6336</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6336"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2613</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6490</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:984"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt –vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband? Uitleg EU-recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon; art. 31 lid 2 Handvest; art 7 lid 1 Richtlijn 2003/88/EG (Arbeidstijdenrichtlijn); art. 52 lid 1 Handvest; HvJEU 22 november 2011, C-214/10, ECLI:EU:C:2011:761 (KHS/Schulte); HvJEU 22 september 2022, C-518/20 en C-727/20, ECLI:EU:C:2022:707 (Fraport)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00991</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29131"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verlenigng ondertoezichtstelling 1:260 BW en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing 1:265c, tweede lid, BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709618 / JE RK 26-1297</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. van der Harg</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:320"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 220f(1) Gemeentewet. Betekenis ‘gelijkelijk’. OZB-opslag voor allen met retributieregeling voor sommigen toegestaan? Verzet art. 220f(1) Gemeentewet zich tegen tariefdifferentiatie? Indirecte tariefdifferentiatie als gevolg van retributieregeling geoorloofd? Mag de belastingrechter bij exceptieve toetsing van een OZB-verordening aan art. 220f(1)Gemeentewet ook een ‘geprivatiseerde’ retributieregeling betrekken?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00666</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00668</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00669</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00670</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00671</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00672</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00673</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00674</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00675</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00677</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00678</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00679</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00680</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00681</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00682</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00683</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00684</description><issued>2026-04-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1629</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:156"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OZB. Opslag tarief in combinatie met retributieregeling vormt ongeoorloofde tariefdifferentiatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2546</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:2818</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1629</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:130"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2025:200 Beoordelingscriteria vereiste aangifte en wijze van omkering van de bewijslast bij inhoudelijke gebreken. Onderzoek naar reikwijdte trustvraagarrest. Verlanglijstje met op te helderen kwesties. Art. 16 AWR. Kenbare fout; beoordelingsmoment 30%-regel. Uitleg Renpaardenarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01480</description><issued>2025-02-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1484</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1586"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Navorderingsbevoegdheid. Omkering en verzwaring van de bewijslast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:1215</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1484</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29721"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft op 20 juni 2026 asiel aangevraagd. Hij was vervolgens uitgenodigd voor een gehoor om zijn asielrelaas toe te lichten. Eiser is echter niet verschenen op het gehoor. Eiser heeft ook niet binnen drie dagen aan verweerder laten weten waarom hij niet was gekomen. Verweerder heeft eisers asielaanvraag daarom buiten behandeling gesteld. Dit kan verweerder doen op grond van de nieuwe Procedureverordening. Eiser is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. Hij heeft argumenten gegeven voor zijn beroep. Dat zijn de beroepsgronden. De rechtbank heeft het besluit van verweerder getoetst op basis van eisers beroepsgronden. De rechtbank volgt verweerders besluit en verklaart het beroep van eiser ongegrond. Dit betekent dat eiser ongelijk krijgt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52839 en NL26.52840</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.P.W. van de Ven</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29741</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29741</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29741"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser komt uit Algerije. Hij heeft om asiel gevraagd. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen. Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert aan dat hij bij terugkeer naar Algerije een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. De omstandigheden in Algerije zijn dusdanig slecht dat eiser daar geen zicht heeft op een menswaardig bestaan. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Algerije een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser dan ook terecht afgewezen. Het beroep van eiser is daarom ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.50291 (beroep) en NL26.50292 (verzoek om een voorlopige voorziening)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.N. van Rijn</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7364</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7364</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7364"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koopovereenkomst bedrijfspand ten behoeve van herontwikkeling. Nakoming. Ontbindende voorwaarde. Dwaling. Non-conformiteit. Boete en schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/462148</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A.L. van de Sande</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6611"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een overgang van onderneming en een dynamisch incorporatiebeding. De cao van oude werkgever en het sociaal plan is van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12168648 \ UE VERZ 26-140</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.F.A. van Buitenen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6127"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep: verzoek afgewezen omdat de ontbrekende stukken die bij de rechtbank waren ingediend, niet zijn aangeleverd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.878/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29096"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding. Pensioenverweer (1:153 BW) faalt. Partneralimentatie afgewezen. Verdeling waarde aandelen. Pensioenverevening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690289 / FA RK 25-6254</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone, mr. C.L. Strop, mr. E.M. Visser</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1286</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1286</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1286"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering omdat omdat appellante meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1629 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7368"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schadevordering Q-park in verband met 'treintje rijden' uit de parkeergarage toegewezen. Geen sprake van overmacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12282351</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. M.D.R. Joppe</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6134"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">art. 1:253a lid 1 BW; zorgregeling; geschil over de locatie waar moeder de kinderen brengt voor het weekend met vader.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.479/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8756"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">KINDER. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres niet-ontvankelijk is in beroep, omdat zij geen belanghebbende is bij het bestreden besluit. In het beroep van eiser komt de rechtbank tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen de hoogte van de toegekende compensatie voor de toeslagjaren 2007, 2008 en 2009 juist heeft vastgesteld. Het beroep van eiser is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4720</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1291</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1291</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1291"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Geen gronden ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1098 RM</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3268"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzet tegen griffierecht, artikel 29 lid 1 Wet griffierechten burgerlijke zaken. Vordering van onbepaalde waarde of met een beloop van een bepaald bedrag?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.099_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.R.M. de Moor, dr. mr. K.J.H. Hoofs, mr. R.L.G. Kraaijvanger</contributor><issued>2026-10-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet griffierechten burgerlijke zaken 29</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1081"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen. Is proceskostenbeding oneerlijk? Zo ja, kan consument na vernietiging van proceskostenbeding worden veroordeeld in proceskosten met toepassing van art. 237 Rv? Hoge Raad stelt over dat laatste prejuciële vraag aan Hof van Justitie van Europese Unie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02783</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Prejudiciële beslissing</description><issued>2025-07-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13461"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich op 8 november 2025 schuldig gemaakt aan medeplegen van poging tot doodslag. De verdachte en zijn medeverdachten zijn met een doordacht plan en bewapend met een vuurwapen naar Hoon gereisd om een gewelddadige confrontatie aan te gaan met een onbekende groep jongeren, kennelijk naar aanleiding van een incident eerder die week tussen een medeverdachte en een jongen uit Hoorn. Terwijl de drie verdachten wachtten op de confrontatie met de groep met wie zij een afspraak hadden, diende zich onverhoeds het slachtoffer aan, dat op zoek was naar de gestolen fatbike van zijn zoon. Vervolgens heeft een medeverdachte het slachtoffer vrijwel direct zevenmaal in de richting van het bovenlichaam beschoten, waarbij het slachtoffer in zijn rechterzij is geraakt. De rechtbank legt jeugddetentie op, evenals een gedragsbeïnvloedende maatregel en een vrijheidsbeperkende maatregel. Verder wordt de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en wordt de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1532254025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr E.C.M. van Mierlo</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5843"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 1:265b lid 1 BW, bekrachtiging beslissing kinderrechter om het verzoek van de gecertificeerde instelling tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing, af te wijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.774</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29111</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29111</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29111"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen. Uitsluitend gebruik echtelijke woning en toevertrouwing minderjarige - geen verweer. Vaststelling voorlopige zorgregeling. Vaststelling minimale voorlopige kinderalimentatie, geen draagkracht voor voorlopige partneralimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708206 / FA RK 26-6668</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8757"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">KINDER De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie heeft toegekend voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/5166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29125</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29125</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29125"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verlenging ondertoezichtstelling en afwijzing verlenging tot ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710802 / JE RK 26-1441</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. van der Harg</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2019:9865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:9865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2019:9865"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2019-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns en voorraadheffing. Aanwezigheid gasolie in de bunkertanks van een motortankschip. Is de monstername correct verlopen en door bevoegde ambtenaren uitgevoerd? Voor de aandrijving van het schip gebruikte brandstof heeft een lager SY-gehalte dan het voorgeschreven gehalte. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/01125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2019-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:4871</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:187</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1632</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:983</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:983</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:983"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 september 2026 inzake: 25/03966 ECLI:NL:PHR:2026:912 , 25/03967 ECLI:NL:PHR:2026:914 , 25/03968 ECLI:NL:PHR:2026:915 en 25/03969 ECLI:NL:PHR:2026:916</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Bijlage 25/03966 25/03967 25/03968 en 25/03969</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:739"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6.17 Wet IB 2001 Belanghebbende trekt kosten af als specifieke zorgkosten, maar maakt deze niet aannemelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1888 en 24/1889</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, C.W.M.M. Verkoijen, J Rietveld</contributor><issued>2026-04-16</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 6.17</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8032</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1638</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:6109</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6109</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:6109"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55; Verzet ongegrond. Een WOZ-beschikking wordt, behoudens uitzonderingen die in de Wet WOZ zijn gemaakt, alleen ambtshalve gegeven. De rechtbank is van oordeel dat buiten de in de Wet WOZ genoemde gevallen geen aanvraag tot een WOZ-beschikking kan worden gedaan. Het verzoek kan ook niet worden gezien als aanvraag tot vermindering van belasting, omdat het verzoek werd gedaan op een moment waarop de WOZ-waarde voor dat jaar nog niet (ambtshalve) was bepaald en daarom ook de hoogte van de belasting nog niet was vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/6113</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1640</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1640"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03818</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:6109</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1385"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Incidenteel hoger beroep ontvanger gegrond. Na verjaring rechtsvordering tot betaling heeft belanghebbende geen belang bij voorzetting procedure tegen de kostenbeschikking. Misbruik van procesrecht door instellen beroep. Geen recht op door rechtbank toegekende imsv van € 8.485.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1642</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:2321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:2321"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzingszaak. Activiteiten rondom onroerende zaak onderneming of werkzaamheid? Foutenleer. Omvang verlies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/902</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2025-12-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:6076</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1644</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3483"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Het hoger beroep van de heffingsambtenaar is buiten de beroepstermijn ontvangen door het hof. De heffingsambtenaar heeft aangevoerd dat door een verschrijving in het postbusnummer het hoger beroepschrift door hem retour is ontvangen. De retournering vanwege de onjuiste adressering komt voor risico van de heffingsambtenaar. Er is geen sprake van verschoonbaarheid. Omdat het principaal hoger beroep niet-ontvankelijk is vanwege termijnoverschrijding, is het incidenteel hoger beroep van belanghebbende gelet op artikel 8:111, lid 1, letter a, Awb eveneens niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/61</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, M.E. Smorenburg, J.K. Lanser</contributor><issued>2025-02-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:111</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2022:5250</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1646</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1646</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1646</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1646"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04651</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3483</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:388"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:24, lid 2, Awb. Ontvankelijkheid hoger beroep. Artikel 4:145, lid 2 BW, artikel 44 AWR en artikel 72 SW. Reeds omdat belanghebbende geen erfgenaam is, is de verklaring van executele geen toereikend bewijs dat de beweerdelijk gemachtigde bevoegd is belanghebbende te vertegenwoordigen in de procedure. Omdat geen gevolg is gegeven aan het verzoek een recente machtiging te verstrekken, verbindt het Hof aan het uitblijven ervan de gevolgtrekking dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Bk-24/1010 en BK-24/1011</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1648</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1648</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1648</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1648"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01175</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:388</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:384"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:24, lid 2, Awb. Ontvankelijkheid hoger beroep. Artikel 4:145, lid 2, BW, artikel 44 AWR en artikel 72 SW. De verklaring van executele is niet toereikend om te mogen procederen namens belanghebbende. Het Hof heeft, gelet op de omstandigheden van dit geval, gerede twijfel aan de bevoegdheid van de beweerdelijk gemachtigde om namens belanghebbende hoger beroep in te stellen. Het Hof verbindt aan het uitblijven van een recente, gedagtekende machtiging de gevolgtrekking dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/1001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1650</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:2744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:2744"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wfsv. Sectorindeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1652</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1654</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1654</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1654"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01518</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5845"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 1:265b lid 1 BW, bekrachtiging beslissing kinderrechter om het verzoek van de gecertificeerde instelling tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing, af te wijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1655</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1655</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1655"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7377"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Executiegeschil. Geen sprake van een kennelijke fout of misslag als gevolg waarvan de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van het bestreden vonnis moet worden opgeschort. De belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Niet gesteld of gebleken is dat de executie van het vonnis lijdt tot onomkeerbare gevolgen. De schadestaatprocedure kan worden opgestart hangende een hoger beroepsprocedure, dat enkele gegeven is onvoldoende voor toewijzing van de gevorderde schorsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/472131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. M.D.R. Joppe</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1656</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1656</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1656"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01522</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1657</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1657</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1657"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01525</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6789</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6789</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6789"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Herstel partijaanduiding na herstelexploot. Verhuurder moet waarborgsom terugbetalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12018931 \ UC EXPL 25-10099</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.E.J.A. Boots</contributor><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:5311</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5311</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5311</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5311"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Herstelexploot i.v.m. onjuiste naam van gedaagde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12018931 \ UC EXPL 25-10099</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.M. Vanwersch</contributor><issued>2026-08-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:6789</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:24043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:24043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:24043"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht; concurrentiebeding; contractuele boetebedingen; tekortkomingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/658128 / HA ZA 23-1083</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W. Duijnstee</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6131"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">1:441 lid 2 onder a BW; geen schenkingstraditie; wel sprake van bijzondere omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.787/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1658"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1659</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1659</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1659"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01527</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29110</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29110</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29110"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verhuiszaak, inschrijving middelbare school en huisarts (toewijzing verzoeken vervangende toestemming), afwijzing zelfstandig verzoek wijziging hoofdverblijfplaats, wijziging zorgregeling, uitvoerbaar bij voorraad verklaard wegens belang zsm te starten op nieuwe school.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707785 / FA RK 26-6401</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1660"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1661"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01531</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:6468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:6468"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder heeft zijn stelling dat de door eiseres voor het vrije verkeer aangegeven biodiesel niet in Bosnië en Herzegovina is vervaardigd, tegenover de gemotiveerde betwisting door eiseres, niet aannemelijk gemaakt. Dit geldt ook wanneer de verschillende door OLAF vastgestelde feiten in onderlinge samenhang worden bezien. Hieruit volgt dat verweerder ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat de biodiesel van oorsprong is uit de VS. De utb kan niet in stand blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/2384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, W.M.C. Schipper, S.J. Richters</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1662"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9920"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Polen. Geen sprake van artikel 12, onder b, OLW nu niet kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de tijd en plaats van de zitting. Afgezien van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. Poolse detentieomstandigheden: Geen algemeneen gevaar ten aanzien van executie-EAB's. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-130053-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. de Bie, mr. drs. E. van den Brink, mr. I. Verstraeten</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1663"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9926"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB uit Duitsland. Beroep op terugkeergarantie. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-178976-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. de Bie, mr. drs. E. van den Brink, mr. I. Verstraeten</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7378"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht. Verhuurder heeft de gebreken aan de woning hersteld zodat het beroep op opschorting van de huurder niet slaagt. Dat huurder de woning niet in gebruik heeft genomen als gevolg van de gebreken, leidt niet tot de conclusie dat huurder het recht had om geen huur te betalen. De woonfunctie is in stand gebleven. Niet is verzocht om huurprijsverlaging. Verhuurder is aan huurder een vergoeding verschuldigd voor de schade die is veroorzaakt als gevolg van de gebreken aan het gehuurde (artikel 7:208 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12089956</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A.L. van de Sande</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1664"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01534</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9923</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9923</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9923"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB uit Hongarije. Gaan uit van EAB waarin sprake is van een EAB ter vervolging van de opgeëiste persoon en niet van het A-formulier. Overlevering toegestaan</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-203376-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. de Bie, mr. drs. E. van den Brink, mr. I. Verstraeten</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6135"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bekrachtiging ondertoezichtstelling 1:255 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.066/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6174</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6174</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6174"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak na verwijzing. OB. Vergrijpboete. Is het aan (voorwaardelijk) opzet van belanghebbende te wijten dat te weinig omzetbelasting is betaald?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/112</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-10-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:304</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5877"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Belastbaarheid ontvangen betalingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2268 en 25/2269</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7273</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1665"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01536</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1666"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01537</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9927"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Polen. De rechtbank overweegt dat de aanbeveling waarnaar door de raadsman is verwezen geen rechtstreekse werking heeft, zodat het lidstaten niet verplicht om te onderzoeken of aan deze aanbeveling is voldaan. De aanbeveling biedt in het kader van de overleveringsprocedure bovendien geen grondslag om hiernaar hierover navraag te doen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit. Geplaatst in het kader van artikel 11 OLW, komt de vraag waar de opgeëiste persoon na overlevering zal worden geplaatst pas aan de orde indien een algemeen en reëel gevaar bestaat. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-070102-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. de Bie, mr. drs. E. van den Brink, mr. I. Verstraeten</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1667"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8798"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/4385 en 26/4386</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29155"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overheidsaansprakelijkheid. Geschil over uitleg van vonnis waarin dwangsom is opgelegd. Ontbreken belang bij vordering. Veroordeling eisers in de werkelijk gemaakte proceskosten wegens misbruik van procesrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/700324</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Boogers</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6396"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.623/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:2044</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1668"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01539</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1669"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01540</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29180"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Relaas deels geloofwaardig, maar onvoldoende voor een asielvergunning. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.54131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P.W. Esmeijer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29178"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Duitsland. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het belang van de kinderen niet in het besluit betrokken. Beroep gegrond. Rechtsgevolgen in stand omdat de minister met het verweerschrift het motiveringsgebrek heeft hersteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.15563</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P.W. Esmeijer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29181"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Relaas ongeloofwaardig. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.51817</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P.W. Esmeijer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29183"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op verzet. Verzet is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.8409_v</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P.W. Esmeijer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9469"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om bekrachtiging | bedenkingen | gewijzigd inzicht in loop minnelijk overleg | belang, noodzaak en urgentie aanwezig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/663, 26/788 en 26/289</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6282"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Overeenstemming tussen partijen vastgelegd in beschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.269 en 200.367.286</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13643"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kanton deelgeschil. Schouderletsel na val met fiets. Gefietst over twee slangen die gekoppeld waren aan een tankwagen. Die slangen waren gelegd over de gehele rijbaan ivm onkruidbestrijdingswerkzaamheden aan de overkant. Vraag over eigen schuld van het slachtoffer. De kantonrechter oordeelt dat het slachtoffer 25% van de schade zelf moet dragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12281721 \ EJ VERZ 26-240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6026</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6026</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6026"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aangehouden deel verzoek ondertoezichtstelling toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/348651 / JE RK 26-938</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13463"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich in de schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een (geladen) vuurwapen en munitie. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid, met lichamelijk letsel van een politieambtenaar tot gevolg. De verdachte heeft zich met geweld verzet tegen een ambtenaar tijdens zijn aanhouding. Hierbij heeft hij de ambtenaar gebeten in zijn arm. De rechtbank legt een jeugddetentie op. Verder wordt de vordering van de benadeelde partij en de vordering tot tenuitvoerlegging toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1510918326</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6027"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar toegewezen. Er zijn onder andere zorgen over zelfbepalend, agressief en crimineel gedrag van beide kinderen. Het verzoek machtiging tot uithuisplaatsing wat betreft de ene minderjarige is afgewezen. Het verzoek machtiging tot uithuisplaatsing wat betreft de andere minderjarige voor de duur van zes maanden is toegewezezen voor de duur van drie maanden en voor het overige aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350993 / JE RK 26-1408</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8807"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2779</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29175"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bevoegdsheidsincident, Erfrechtverordening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bordes</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6894"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verwijderen aanbouw (zonder toestemming) ivm grootschalig project afgewezen. In strijd met redelijkheid en billijkheid omdat er kort na uitbrengen dagvaarding nieuwe informatie beschikbaar is waaruit blijkt dat er een kans is voor gedaagden de uitbouw te laten staan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12370343 \ UV EXPL 26-229</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.G. Nicholson</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13417"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/382810</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13662"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp in het kader van voogdij</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/382964</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4104"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarig nichtje, verweving en bezit van kinderpornografisch materiaal van het slachtoffer en het aan haar toesturen van seksueel beeldmateriaal. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een aantal bijzondere voorwaarden en wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 11.548,36 (bestaande uit € 1.548,36 materiële schade en € 10.000,00 immateriële schade).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1822887225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H. van der Werff, mr. H.C.L. Vreugdenhil, mr. A. van den Oever</contributor><issued>2026-10-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 247</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 251</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 252</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29182"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak poging tot doodslag (primair) en poging tot zware mishandeling (subsidiair). Bewezenverklaring bedreiging (meer subsidiair). Oplegging gevangenisstraf. Vordering tot schadevergoeding, immateriële schade: aantasting persoon op andere wijze.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-253868-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. van Essen, mr. F. Bouman, mr. S. Kara-Huijgen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29176</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29176</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29176"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bevoegdsheidsincident, Erfrechtverordening, verwijzing parkeerrol</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bordes</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13693"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/382973</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7379"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten de subsidair gestelde grondslag, een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie (g-grond). Voor zover het verzoek primair is gebaseerd op bedrijfseconomische omstandigheden (a-grond), wordt dit afgewezen. Anders dan het UWV heeft geoordeeld, is er naar het oordeel van de kantonrechter weliswaar sprake van een bedrijfseconomische noodzaak maar er is niet voldaan aan de herplaatsingsplicht. Het tegenverzoek tot betaling van de transitievergoeding en een aantal nevenverzoeken wordt toegewezen. De verzochte billijke vergoeding wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12161431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.W. de Groot</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29179"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">informeel samenlevenden, verdeling woning, schenking, gebruiksvergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695024</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. I.A.M. Kroft</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:947"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Onderzoek Rykiel. Aanbieden online kansspelen in Nederland zonder vergunning. Leidinggeven aan criminele organisatie (feit 1), feitelijk leidinggeven aan medeplegen gewoontewitwassen door rechtspersoon (meermalen gepleegd) (feiten 2, 3 en 4), medeplegen gewoontewitwassen (feit 3), medeplegen valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) (feit 5), feitelijk leidinggeven aan medeplegen valsheid in geschrift en opzettelijk voorhanden hebben valse geschriften door rechtspersoon (meermalen gepleegd) (feiten 7, 8 en 9), feitelijk leidinggeven aan faillissementsfraude door rechtspersoon (feit 11), feitelijk leidinggeven aan medeplegen opzettelijk overtreden voorschrift gesteld bij art. 1 lid 1 onder a Wet op de kansspelen door rechtspersoon (feit 13). M1 klaagt terecht dat onder 13 tenlastegelegde feit inmiddels is verjaard. Overige klachten uit het middel klagen over oordeel hof dat onder 13 tenlastegelegde feit in hoger beroep nog niet (gedeeltelijk) was verjaard. AG schetst kader verjaring bij voortdurende delicten, deelneming en feitelijk leidinggeven. Hof heeft de tenlastelegging zo opgevat dat het gaat om het voortdurend geven van gelegenheid (tot het meedoen aan online kansspelen) en heeft niet ten aanzien van iedere afzonderlijke rechtspersoon of website waarop die kansspelen zijn aangeboden zelfstandige vervulling van art. 1 lid 1 onder a Wok aangenomen. Uitleg tenlastelegging niet strijdig met bewoordingen. M2 en M3 bevatten tevergeefs voorgestelde klachten over doorwerking verjaring feit 13 in tenlastegelegde witwasdelicten (feiten 2, 3 en 4) en deelneming criminele organisatie (feit 1). M4 richt zich met negen deelklachten tegen verwerping hof van verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens schending vertrouwensbeginsel. AG gaat in op vertrouwensbeginsel in het kader van vervolging. Alle klachten falen. M5-M9 bevatten verschillende falende bewijsklachten en klachten over grondslagverlating. M10 komt tevergeefs op tegen verwerping verweer strekkende tot ontslag alle rechtsvervolging wegens verontschuldigbare rechtsdwaling ten aanzien van feit 11. M11 klaagt terecht over schending inzendtermijn. Ook ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot n-o verklaring van het OM in de vervolging van feit 13, tot vermindering van de opgelegde taakstraf naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met de zaken 24/000921, 24/00946, 24/00947, 24/01045, 24/01117, 24/01119, 24/01120, 24/01121 en 24/01126.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01118</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7384"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Verzoek betaling transitievergoeding toegewezen. Tussen partijen is overeenstemming bereikt over verlenging van de arbeidsovereenkomst. Werkgever heeft daaraan ook uitvoering gegeven door loon te betalen en te voldoen aan de aanzegverplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12160961</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Weerkamp-Beens</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5878"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Margeregeling kringloopwinkels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10995"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen Vpb n.a.v. boekenonderzoek. Niet de vereiste aangiften Vpb gedaan. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Schattingen van verweerder zijn redelijk. Voor een (klein) deel van de inkoopkosten heeft belanghebbende voldaan aan de verzwaarde bewijslast. Voor het overige zijn de gestelde (contante) inkoopkosten terecht buiten aanmerking gelaten, nu daarvan administratie ontbreekt en belanghebbende daarover geen verklaring kan (of wil) verstrekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3733, HAA 25/3742 en HAA 25/3787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, C. Huisman, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29200"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitlevering ontoelaatbaar verklaard, geen dubbele strafbaarheid, Turkije.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/319034-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Zandbergen, mr. dr. K.C.J. Vriend, mr. L.J. van den Herik</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5879"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Margeregeling kringloopwinkels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27926"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Deze fiscale eenheid bestaat uit zes vennootschappen waaronder R. Eiseres heeft optometristen en orthoptisten in dienst. Zij biedt onder meer optometristische diensten aan zorgverleners aan. Eiseres detacheert de optometristen bij de afnemers, waar de optometristen medische diensten aan de patiënten van de afnemers verrichten. R sluit hiertoe een overeenkomst met de afnemers. Eiseres heeft in haar aangifte omzetbelasting 21% omzetbelasting aangegeven over de door R verleende diensten aan de afnemers. Zij heeft een bezwaarschrift ingediend tegen deze voldoening op aangifte. Primair is in geschil of het beroep ontvankelijk is. Subsidiair is in geschil of de dienstverlening van R onder de medische vrijstelling valt van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten eerste, onder a van de Wet op de Omzetbelasting 1968. De rechtbank acht het beroep van eiseres ontvankelijk. Met betrekking tot het subsidiaire geschilpunt oordeelt de rechtbank dat eiseres zélf geen dienst verricht die meer omvat dan het ter beschikking stellen van de optometristen aan de afnemers. De dienstverlening van eiseres valt niet onder de medische vrijstelling. Eiseres heeft terecht 21% omzetbelasting afgedragen over de diensten. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, D.M. Drok, J.J. Arts</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7385"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Eindafrekening na einde dienstverband vrachtwagenchauffeur. Functieinschaling, uurloon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11331114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.W. de Groot</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4150"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor mensenhandel (273f Sr) en gekwalificeerde opzetverkrachting in vereniging (243 jo 254 Sr); verklaringen aangeefster betrouwbaar; gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/157290-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B.W. Venema, mr. C. Brouwer, mr. A. Jongsma</contributor><issued>2026-10-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 243</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 254</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 273f</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:3822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:3822"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mega Kanaga. Schietincident Bergen aan Zee. Medeplegen van poging tot ontvoering, de dood tengevolge hebbend en medeplegen van doodslag (eendaadse samenloop). Vrijspraak van gekwalificeerde doodslag. Verdachte was schutter van de fatale schoten. Gevangenisstraf van 14 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/083152-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.D. Kleijne, mr. N. Boots, M. Hoendervoogt</contributor><issued>2023-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1706</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9892</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9892</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9892"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor poging doodslag en zware mishandeling; poging zware mishandeling bewezen. Het beroep op noodweer is verworpen, omdat geen noodweersituatie aannemelijk is geworden. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 98 dagen, waarvan 51 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Anders dan de reclassering geadviseerd heeft, verbindt de rechtbank geen bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijk strafdeel, gelet op de gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/142013-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. B. Vogel, mr. A.E. Wilbrink, mr. G.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9925</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9925</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9925"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Roemenië. Roemeense detentieomstandigheden: recente CPT-rapport onderschrijft het aangenomen algemeen gevaar. Detentiegarantie afdoende. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-167672-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. de Bie, mr. drs. E. van den Brink, mr. I. Verstraeten</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9928"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Polen. Verweer ten aanzien van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW onnavolgbaar. Geen sprake van de stituatie zoals bedoeld als in artikel 12, onder b, OLW, nu niet kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de tijd en plaats van de zitting. Afgezien van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. De rechtbank overweegt dat de aanbeveling waarnaar door de raadsman is verwezen geen rechtstreekse werking heeft, zodat het lidstaten niet verplicht om te onderzoeken of aan deze aanbeveling is voldaan. De aanbeveling biedt in het kader van de overleveringsprocedure bovendien geen grondslag om hiernaar hierover navraag te doen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit. Geplaatst in het kader van artikel 11 OLW, komt de vraag waar de opgeëiste persoon na overlevering zal worden geplaatst pas aan de orde indien een algemeen en reëel gevaar bestaat. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-242056-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. de Bie, mr. drs. E. van den Brink, mr. I. Verstraeten</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7386"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer heeft het concurrentiebeding geschonden door in dezelfde branche als zijn voormalig werkgever een eigen onderneming te starten. Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van een boete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11850380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:971"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Witwassen (WhatsAppfraude). Verdachte heeft geld gepind waarop het slo geld had gestort. Middelen over te weinig gespecificeerde tenlastelegging, bewijs van het pinnen en over het niet kunnen ondervragen van Keskin-getuige. Hof had de oproeping van de getuige afgewezen op de grond dat de getuigenverklaring niet doorslaggevend was voor het bewijs. Beschouwingen over Keskin en de driestappentoets, met name over steunbewijs als compenserende factor en dubbeltelling van steunbewijs. De conclusie strekt tot verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02348</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29209"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">gezagsbeëindiging, geen verweer</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696813 / FA RK 25-9867</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:963"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Falende klacht dat betrokkene uit in strafzaak bewezen verklaarde voorbereidingshandelingen (art. 10 lid 4 Opiumwet) geen wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Slagende klacht over overschrijding inzendtermijn. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04041</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:3856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:3856"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mega Kanaga. Schietincident Bergen aan Zee. Vrijspraak van het medeplegen van, dan wel medeplichtigheid aan een poging ontvoering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/321244-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.D. Kleijne, mr. N. Boots, M. Hoendervoogt</contributor><issued>2023-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1706</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29177"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Inbreuk modelrecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.D. Overbeek</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29210</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29210</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29210"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">gezagsbeëindiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696002 / FA RK 25-9390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7387"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering tot volledige schorsing van het concurrentiebeding wordt afgewezen. De vordering wordt wel gedeeltelijk toegewezen, te weten voor zover het beding een langere duur heeft dan één jaar na einde dienstverband.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12104172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.W. de Groot</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9815</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9815</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9815"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Uit zijn zeer omvangrijke strafblad blijkt dat eerdere veroordelingen tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen voor soortgelijke feiten verdachte niet hebben weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Aan alle eisen die de wet aan het opleggen van een ISD-maatregel stelt is voldaan. Verdachte krijgt een allerlaatste kans, gelet op positieve ontwikkelingen en stappen. Oplegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel voor de maximale duur van twee jaar met een proeftijd van twee jaar, met voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-131397-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.E.I. Beudeker, mr. R.J.H. de Brouwer , mr. H. Faouzi</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9816"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich gedurende elf maanden schuldig gemaakt aan belaging van aangeefster en haar in die periode bedreigd met de dood. Verdachte heeft aangeefster niet alleen telefonisch - direct en indirect - lastig gevallen, maar ook haar werkplek en woonadres te bezocht. Oplegging van een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 124 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast zal aan verdachte een maatregel worden opgelegd op grond van artikel 38v Sr, namelijk een contactverbod met aangeefster voor de duur van twee jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-105375-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9902"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 33-jarige man is veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf omdat hij betrokken was bij het beheren van grote hoeveelheden harddrugs op verschillende locaties.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/271702-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9841</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9841</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9841"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening. Noodopvang. Regiobinding. Belang van kinderen weegt zwaarder, toewijzen vovo. Wijzen op mogelijkheid beeindiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/5547</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9842"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Weggesleepte auto. Mondelinge uitspraak. Auto mocht van laad- en losplaats weggesleept worden, ondanks dat andere auto's niet weg zijn gehaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/4034</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29206"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek verklaring voor recht uitspraak voogdij in Eritrea afgewezen, subsidiair verzoek uitspreken voogdij wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/698771 / FA RK 26-1000</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Witteman</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9734"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">appartementsrecht; pand met twee appartementrsrechten; dakterrasaanspraak in splitsingsakte; kantonrechter weigert vervangende machtiging ex artikel 5:121 BW voor het plaatsen van zonnepanelen op het gemeenschappeilijke dak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12281885 \ EA VERZ 26-740</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:3861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:3861"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mega Kanaga. Schietincident Bergen aan Zee. Medeplegen van poging tot ontvoering, de dood tengevolge hebbend en medeplegen van doodslag (eendaadse samenloop). Vrijspraak van gekwalificeerde doodslag. Noodweerverweer verworpen. Organiserende rol. Gevangenisstraf van 14 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/201776-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.D. Kleijne, mr. N. Boots, M. Hoendervoogt</contributor><issued>2023-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1706</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29807"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een woningoverval. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren (met aftrek van het voorarrest).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/227155-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, mr. C.A.W. Zijlstra, mr. T.W. van Gessel</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29808"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een woningoverval. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren (met aftrek van het voorarrest).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/118539-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, mr. C.A.W. Zijlstra, mr. T.W. van Gessel</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29810"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een woningoverval. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren (met aftrek van het voorarrest).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/118446-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, mr. C.A.W. Zijlstra, mr. T.W. van Gessel</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29812</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29812</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29812"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van verboden vuurwerk. Overtreding en geen misdrijf. De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 80 uren op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83/126460-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, mr. C.A.W. Zijlstra, mr. T.W. van Gessel</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29218"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling staatloosheid - relevante landen: Palestijnse Gebieden, Turkije, Griekenland en België</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704173 / HA RK 26-273</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29825"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT – asiel – kruisjesformulier – 21-maanden – gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.39885</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29201</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29201</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29201"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak zware mishandeling. Veroordeling mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft. Oplegging van een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vijf voorwaardelijk. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/179428-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Zandbergen, mr. dr. K.C.J. Vriend, mr. L.J. van den Herik</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29826"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, uitspraak op beroep, vovo afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.46870</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9992"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 69 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar voor o.a. mishandeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/177250-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1293"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging WIA-uitkering omdat betrokkene minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft het beroep vanwege een motiveringsgebrek gegrond verklaard en het Uwv opdracht gegeven een nieuw besluit te nemen. Hoger beroep van het Uwv. De Raad heeft twee onafhankelijk deskundigen ingeschakeld. Hun rapporten leidden tot wijziging van de FML en de voor betrokkene geselecteerde functies. De Raad oordeelt dat geen aanleiding bestaat voor een verdergaande urenbeperking. De meest recente FML moet gelet op het standpunt van de deskundige juist worden geacht. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft, na overleg met de verzekeringsarts bezwaar en beroep, inzichtelijk en navolgbaar geconcludeerd dat de eerder geselecteerde functies onveranderd passend zijn te achten, zodat de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene minder dan 35% blijft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/21 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29827"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende BNT – beroep ingetrokken – verzoek PKV – toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.40883</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1294</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1294</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1294"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De mate van arbeidsongeschiktheid van appellant is per 20 augustus 2020 vastgesteld op 64,33%. De Raad oordeelt met de rechtbank dat sprake is van een toereikende medische en arbeidskundige onderbouwing. De geselecteerde functies zijn passend voor appellante.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1329 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:3814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:3814"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mega Kanaga. Schietincident Bergen aan Zee. Medeplegen van poging tot ontvoering, de dood tengevolge hebbend en medeplegen van doodslag (eendaadse samenloop). Vrijspraak van gekwalificeerde doodslag. Noodweerverweer verworpen. Initiator en organisator. Gevangenisstraf van 14 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/064049-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.D. Kleijne, mr. N. Boots, M. Hoendervoogt</contributor><issued>2023-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1706</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29831"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT na uitspraak rechtbank – besluit op bezwaar – verzoek PKV – ingebrekestelling prematuur – verzoek afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.41004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29219"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling staatloosheid - relevante landen: Palestijnse gebieden, Oman, Turkije, Egypte en Griekenland</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704163 / HA RK 26-272</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.L. Strop</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4376"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In afwachting van het onderzoek in het kader van de aanvraag voor een nieuwe ondertoezichtstelling is een straat- en contactverbod opgelegd aan de ex-partner van de moeder van de betrokken minderjarige. Na een eerder straat- en contactverbod gaat het beter met de minderjarige. Voldoende is gebleken dat de situatie van de minderjarige achteruit gaat sinds er weer contact is tussen de minderjarige en de ex-partner.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/260893 / KG ZA 26-435</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Kattenberg</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1295"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering omdat appellante in staat is haar eigen werk te verrichten. Beoordeling EZWb. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1972 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7165</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7165</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7165"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt ervan verdacht dat hij twee vrouwen, waarmee hij een relatie heeft gehad, heeft gestalkt. Verdachte heeft ontkend dat hij zich hieraan schuldig heeft gemaakt. De rechtbank acht bewezen dat verdachte de feiten heeft gepleegd. Wel spreekt de rechtbank de verdachte vrij voor een deel van de periode waarin hij een van de slachtoffers heeft gestalkt omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte toen moest begrijpen dat het slachtoffer op geen enkele wijze contact met hem wenste. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 15 maanden op. Daarnaast mag de verdachte geen contact hebben met de slachtoffers en de moeder van een van de slachtoffers of in de straat komen waar zij wonen. Dit verbod gaat direct in. Een eerder door de rechtbank aan verdachte opgelegde voorwaardelijke straf, voor de stalking van dezelfde vrouwen, zal verdachte alsnog gedeeltelijk moeten uitzitten in de gevangenis. Aan het andere deel van die straf zijn voorwaarden verbonden, zoals het volgen van een verplichte ambulante behandeling. Verdachte moet zich aan die voorwaarden houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-103693-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.R. van Ginneken, mr. M.M.L.A.T. Doll, mr. W. Heijninck</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7197"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Op 5 augustus 2025 vond op de A2 een aanrijding plaats tussen een motor en een personenauto. Door de aanrijding is de bestuurder van de motor ten val gekomen en heeft daardoor ernstig letsel opgelopen. De bestuurder is na de aanrijding doorgereden en bleek onder invloed van alcohol. Verdachte heeft verklaard dat hij niets van een aanrijding heeft gemerkt. De rechtbank vindt dat ongeloofwaardig. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich zodanig onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen dat het aan zijn schuld is te wijten dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden en waardoor het slachtoffer zwaar gewond is geraakt. Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte onder invloed van alcohol was en is doorgereden na het ongeval. De rechtbank leg een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden op. Daarnaast mag verdachte 36 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk niet rijden (ontzegging rijbevoegdheid).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-223715-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.R. van Ginneken, mr. W. Heijninck, mr. J.G. Vos</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29203"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling staatloosheid - relevante landen: palestijnse gebieden, libanon, turkije en verenigde arabische emiraten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697029 / HA RK 25-786</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Brakel</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9984"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Rechtbank gaat na - eerdere afwijzing - akkoord met procesafspraken OM/verdediging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/157222-24 (ontneming)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H.E. van der Pol, mr. M. Vaandrager, mr. C. Wildeman</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4345"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Handlichting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4303/12376334 VZ VERZ 26-41</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.K. Hoogslag</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4372"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koopovereenkomst hotel/horeca-aangelegenheid. Wilsovereenstemming. Verkoper komt geen beroep toe op nieuwe essentiële voorwaarde na sluiten overeenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/260434 / KG ZA 26-405</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. drs. M. Kremer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:951"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Onderzoek Rykiel. Aanbieden online kansspelen in Nederland zonder vergunning. Medeplegen witwassen, begaan door rechtspersoon. M1 richt zich met negen falende deelklachten tegen verwerping hof van verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens schending vertrouwensbeginsel. M2 klaagt terecht over schending inzendtermijn. Ook ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft hoogte aan verdachte opgelegde geldboete, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping beroep voor het overige. Samenhang met de zaken 24/000921, 24/00946, 24/00947, 24/01045, 24/01117, 24/01118, 24/01120, 24/01121 en 24/01126.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01119</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7724</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7724</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7724"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank in Arnhem heeft een 63-jarige man uit Elburg veroordeeld voor bedreiging, laster en doxing van medewerkers van Jeugdbescherming, een wethouder en twee rechters. De man krijgt een taakstraf van 150 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en contactverboden met de slachtoffers (art. 38v Sr).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/119534-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Breimer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29834"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende BNT – regulier – gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.41279</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6489</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6489</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6489"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt verdachte voor doodslag op zijn vriendin tot een gevangenisstraf van elf jaren en zes maanden. Het hof is van oordeel dat de door de rechtbank in 2024 opgelegde gevangenisstraf van acht jaren geen recht doet aan de aard en de ernst van het feit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-003758-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:953</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:953</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:953"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Onderzoek Rykiel. Aanbieden online kansspelen in Nederland zonder vergunning. Medeplegen gewoontewitwassen, begaan door rechtspersoon. M1 richt zich met negen falende deelklachten tegen verwerping hof van verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens schending vertrouwensbeginsel. M2 bevat slagende klacht over beslissing hof tot verbeurdverklaring twee computers. M3 klaagt terecht over schending inzendtermijn. Ook ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing ten aanzien van de beslissing tot verbeurdverklaring van de computers, tot vermindering van de opgelegde geldboete naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met de zaken 24/000921, 24/00946, 24/00947, 24/01045, 24/01117, 24/01118, 24/01119, 24/01121 en 24/01126.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01120</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29839"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT – regulier – verweer – beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.41424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1296</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1296</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1296"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag dubbele kinderbijslag vanaf eerste kwartaal 2023. Voldoende gemotiveerd dat geen sprake is van een zodanig intensieve zorgbehoefte als bedoeld in artikel 11 van het BUK dat wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor dubbele kinderbijslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2494 AKW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1652"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01989</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:2744</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5744"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling woonzorgcentra.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1459 tm 24/1462</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:2189</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29205"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">vervangende toestemming verandering basis school</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706012 / FA RK 26-5314</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29233"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging erkenning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/692130 / FA RK 25-7258</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.F. Baaij</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29634"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het medeplegen van het beschadigen van een garagedeur van een flat, het bedreigen van de huismeester van deze flat door met een vuurwapen in zijn richting te schieten en het voorhanden hebben van een omgebouwde alarmrevolver, een gaspistool en bijbehorende munitie. Toepassing volwassenenstrafrecht. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden. Beslissingen over de vorderingen van benadeelde partijen en beslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/179399-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Bouman, mr. H.P.M. Meskers, mr. dr. C. Hofman</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29740"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hierbij de inhoudsindicatie: Veroordeling voor diefstal. Oplegging van een ISD-maatregel voor de duur van twee jaren. De rechtbank ziet geen reële andere mogelijkheid om overlast en recidive te voorkomen. Aan verdachte is reeds een ISD-maatregel opgelegd in voorwaardelijke vorm, en dat weerhield hem niet van het opnieuw plegen van strafbare feiten. Een voorwaardelijke straf of maatregel met reclasseringstoezicht zal bovendien onvoldoende waarborgen bieden, gelet op de verblijfsstatus van de verdachte. De verdachte kan immers geen aanspraak maken op sociale voorzieningen in Nederland, terwijl de reclassering in de uitvoering van toezicht juist van die voorzieningen afhankelijk is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/169398-26 en 01/355771-24 (tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Bouman, mr. H.P.M. Meskers, mr. dr. C. Hofman</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29843"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, uitspraak op beroep, vovo afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.48590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29841</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29841</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29841"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbVo Italië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.48589</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1950"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. De onroerende zaak is een gaswinnings- en gasbehandelingslocatie en bestaat uit grond en opstallen. De opstallen kunnen worden onderscheiden in drie onderdelen: putten, ‘utilities’ (ook wel: installaties) en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de waardering van de onroerende zaak heeft de Hoge Raad in een verwijzingsarrest beslist dat verwijzing moet volgen voor een nadere beoordeling met betrekking tot: (a) de abandonneringskosten; (b) de buiten beschouwing te laten werktuigen, en (c) de correctie wegens excessieve gebruikskosten. Het hof is van oordeel dat de abandonneringskosten alleen voor het onderdeel putten gelden en zijn aldus ten onrechte in aanmerking genomen ter zake van de onderdelen installaties en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de buiten beschouwing te laten werktuigen is het hof van oordeel dat belanghebbende na verwijzing niet heeft voldaan aan haar bewijslast en dat dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de uit te zonderen bestanddelen. Het hof oordeelt in goede justitie dat de excessieve gebruikskosten voor de utilities vastgesteld moeten worden op 12,5%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/855</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. J.K. Lanser</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2020:2812</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:3850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:3850"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mega Kanaga. Schietincident Bergen aan Zee. Medeplichtigheid van poging tot ontvoering, de dood tengevolge hebbend. Vrijspraak van het medeplegen van de poging ontvoering en het medeplegen van, dan wel medeplichtigheid aan doodslag. Gevangenisstraf van 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/090618-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Hoendervoogt</contributor><issued>2023-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1706</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29809"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Algemeen ambtsbericht Ethiopië; geloofwaardigheid; gedwongen rekrutering; referentiekader; adequate opvang; gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.46473</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29274"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Onvrijwillige zorg Wvggz. Wijziging zorgmachtiging. Andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, te weten Elektroconvulsietherapie (ECT)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711755 / FA RK 26-8889</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. W.G. de Boer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13645"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor brandstichting in een woning en vernieling van de tuinpoort en achterdeur, belaging van zijn ex-partner en vernieling van de ruiten van haar woning, het weigeren mee te werken aan een bloedonderzoek in het kader van de Wegenverkeerswet 1994 en het verlaten van de plaats van een ongeval, meermalen gepleegd. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. Daarnaast wordt voor de verkeersfeiten een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden met aftrek opgelegd. Ook wordt een art. 38v-maatregel opgelegd. De bijzondere voorwaarden en art. 38v-maatregel zijn dadelijk uitvoerbaar. Een deel van de vorderingen van de benadeelde partijen wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/238948-25, 10/265350-25, 10/243656-25 en 10/239027-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boersma, mr. J.A. Terstegge , mr. B.R.D. Hoebeke</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1297</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1297</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1297"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Inhouding derdenbeslag op ANW-uitkering. De Raad is van oordeel dat de Svb steeds rekening heeft gehouden met de door de deurwaarder vastgestelde beslagvrije voet en is binnen de kaders van het beslag gebleven. Bezwaren betreffende een beslag kunnen worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2757 ANW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1298</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1298</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1298"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing ANW-uitkering. De echtgenoot van appellante was op de datum van overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Ook was hij niet verzekerd volgens de Marokkaanse wetgeving.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2331 ANW-PV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29221"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorzieningen - toevertrouwing minderjarige, voorlopige zorgregeling en uitsluitend gebruik echtelijke woning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706808 / FA RK 26-5785</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9986"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor (poging tot zware) mishandeling (van een levensgezel) en voorhanden hebben van een wapen en/of munitie. Veroordeling voor mishandeling van zijn toenmalige vriendin en uitoefenen van dwang ten aanzien van zijn ex-vriendin. TS voor de duur van 240 uren. Gev 2 maanden geheel vw met pt 2 jrn en bijzondere voorwaarden. Dadelijk uitvoerbaar. Vordering BP N-O, gelet op vrijspraak en TUL N-O (2x)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/064179-26 (A), 13/089335-26 (B), 10/340155-24 (C), 10/348003-25 (D), 10/090672-24 (TUL) en 10/191276-23 (TUL)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.H. Broesterhuizen, mr. B. van Galen, mr. A.M. Timorason</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:281</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:281</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:281"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Curaçao. Boedelscheiding. Waardering van woning op grond van het Land.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR2026H00007</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.C.C. Lewin</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29204"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige zorgregeling, raadsonderzoek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706345 / FA RK 26-5509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29267"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Rechterlijke machtiging Wzd. Consistent verzet (dagelijks verbaal verzet en regelmatig terugkerend gedragsmatig verzet, zoals naar de deur lopen en bonzen op deur). Vrijwillig verblijf op dit moment niet aan de orde</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711252 / FA RK 26-8573</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. W.G. de Boer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21749</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21749</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21749"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.25600</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Janssen, M. van der Knijff, E.R. Brouwer</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13658"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Moratorium toegewezen voor zes maanden. Lopende huur wordt betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616844:R-RK + NL:TZ:2616845:R-RK &amp; NL:TZ:2616846:R-RK + NL:TZ:2616847:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13652"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Moratorium toegewezen. Er is sprake van budgetbeheer dus betaling van de lopende huur is gewaarborgd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616870:R-RK - NL:TZ:2616872:R-RK - NL:TZ:2616873:R-RK - NL:TZ:2616874:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29289"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/702271 / FA RK 26-3059</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.D.A. Geleijns</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29301</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29301</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29301"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">definitieve vaststelling kinderalimentatie, aanhouding in verband met raadsonderzoek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/680793 / FA RK 25-1393</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1556"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen precariobelasting over een viertal jaren. In geschil is of aan eiseres terecht en tot de juiste bedragen aanslagen precariobelasting zijn opgelegd. Ten aanzien van de jaren 2016 en 2017 is de rechtbank van oordeel dat, omdat de verordeningen voor deze jaren niet onder het overgangsrecht vallen, de gemeente na 1 juli 2017 geen precariobelasting meer mag heffen. Omdat de aanslagen 2016 en 2017 ná 1 juli 2017 zijn opgelegd, zijn deze ten onrechte aan eiseres opgelegd. Ten aanzien van de jaren 2019 en 2020 is de rechtbank van oordeel dat, omdat de verordeningen voor deze jaren niet onder het overgangsrecht vallen, de grondslag waarop de aanslagen zijn gebaseerd dienen te worden verlaagd met de strekkende meters die zijn gelegen in de voormalige gemeente Ferwerderadiel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/52 tot en met 23/55</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, P.P.D. Mathey-Bal, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-04-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6049"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Machtiging deeltijduithuisplaatsing verleend omdat de netwerkpleegouders een structurele verzorgings- en opvoedrol hebben.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349934 / JE RK 26-1211</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Hoeven</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6875"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor stalking dmv AirTag in auto gedurende drie maanden en mishandeling. Partiële vrijspraak van het belagen van aangeefster door haar veelvuldig berichten te sturen, te vragen naar haar locatie en haar te bellen. Dossier geeft incompleet beeld van communicatie tussen verdachte en aangeefster. Ongezonde en instabiele, maar ook wederkerige relatie, ondanks contactverbod. Feiten rechtvaardigen tbs met dwangverpleging niet. Gevangenisstraf van 280 dagen met aftrek van voorarrest. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij met toepassing Rotterdamse Schaal. Verlenging proeftijd van vonnis waarvan tenuitvoerlegging is gevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/001810-26; 13/181639-24 (vord. tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Reitsma, mr. H.C. Piet, mr. J.A. Koorevaar</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13665"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Wsnp toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616298:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. E.A. Vroom</contributor><issued>2026-10-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6045"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Buitenlands huwelijk, kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/346690 / ES RK 26-1420</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.T. Bos</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6051</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6051</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6051"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek vader tot verlenging ondertoezichtstelling dochter, GI had dat niet verzocht. Ots eerst met een half jaar verlengd. Resterende termijn alsnog afgewezen. Ontwikkelingsbedreigingen zijn niet weggenomen, maar ondertoezichtstelling niet doelmatig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/345734 / JE RK 26-370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Hoeven</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2748"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ 2019 niet-woning. Kinderdagverblijf. Gecorrigeerde vervangingswaarde. Na verwijzing door Hoge Raad zijn alleen de restwaarden nog in geschil. Heffingsambtenaar maakt restwaarden aannemelijk met taxatierapport met drie vergelijkingsobjecten, waarvan er één is verkocht vrij van huur en gebruik en na verkoop voor andere doeleinden is aangewend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13666"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Dwangakkoord afgewezen, niet maximaal haalbare.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616295:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. E.A. Vroom</contributor><issued>2026-10-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9977</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9977</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9977"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor diefstal met geweld en driemaal diefstal door middel van verbreking. Vrijspraak voor diefstal met geweld, poging tot diefstal en driemaal heling. Toepassing volwassenstrafrecht, wel aansluiting gezocht bij LOVS jeugd voor de feiten die zijn begaan toen verdachte minderjarig was. GEV voor de duur van 177 dagen wv 90 dagen vw met pt 2 jrn en een taakstraf voor de duur van 200 uren. Beslag en vordering BP.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/134807-26 (A), 13/032065-26 (B), 13/255628-24 (C), 13/402274-24 (D) en 13/377342-24 (E) (ter terechtzitting gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.E. Mildner, mr. H.H.J. Zevenhuijzen, mr. A.M. Timorason</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6806"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Geweigerde omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg. College heeft de aanvraag vanwege gevaar voor verkeersveiligheid mogen weigeren. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2729</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. V.E.H.G. Visser</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13576"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging zorgregeling. Verzoek vader om ook hele weekenden met de minderjarigen door te brengen. Minderjarigen en moeder willen oude regeling handhaven. Belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/720606 / FA RK 26-4356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6046"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De raad verzoekt een verlenging van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter wijst het verzoek af omdat er binnen de gevraagde termijn geen concrete doelen zijn waaraan de GI kan werken om de ontwikkelingsbedreigingen nog verder weg te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351158 / JE RK 26-1435</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Couperus-van Kooten</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6937</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6937</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6937"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor aanranding en indringend mondeling seksueel benaderen van het 5/6 jarige halfzusje van de verdachte. Gevangenisstraf van 420 dagen met aftrek, waarvan 418 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden. Daarnaast taakstraf van 200 uur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/105528-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wiersma, mr. H.C. Piet, mr. J.A. Koorevaar</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6044"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht, vergoedingen, beschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12093988 \ EJ VERZ 26-61</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.B. de Groot</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6050</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6050</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6050"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12258867 \ EJ VERZ 26-166 en 12262424 \ EJ VERZ 26-169</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Marsman</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13667"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Moratorium toegewezen voor zes maanden. Lopende huur wordt betaald en schuldhulpverleningstraject bevindt zich in een gevorderde stadium.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616854:R-RK - NL:TZ:2616855:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. E.A. Vroom</contributor><issued>2026-10-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29297</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29297</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29297"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Internationale kinderontvoering. Afwijzing verzoek tot teruggeleiding naar Frankrijk. Gewone verblijfplaats kinderen was in Nederland, dus geen onrechtmatige overbrenging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709080 / FA RK 26-7211</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland, mr. H.M. Boone, mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29302"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">machtiging gesloten jeugdhulp</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711177 / JE RK 26-1487</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. van der Harg</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29666"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Kroatië. Geschil over welk recht van toepassing is. Beroep ongegrond, AMbV van toepassing omdat claimakkoord en bestreden besluit van na 12 juni 2026 zijn. Eiser hoefde niet te worden gehoord en heeft voldoende gelegenheid gehad zijn bezwaren tegen overdracht naar voren te brengen. Minister heeft terecht geen gebruik gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41626 + NL26.41627</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Jansen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13668"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verschoningsrecht: het “grijzen” van geheimhoudingsstukken staat gelijk aan vernietigen wanneer de rechtbank heeft kunnen toetsen onder welke waarborgen dit proces heeft plaatsgevonden. Welke waarborgen zijn voldoende om het zogenaamde ontgrijzen van geheimhoudingsstukken te voorkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-022773</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. van de Beek, mr. B. Vaz, mr. A.J. van der Velden</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27045"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Hersteluitspraak; rechtsmiddelenclausule.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45319</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7580"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA. Mate van arbeidsongeschiktheid. Geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling. Functies geschikt. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): dr. mr. J.A. van Schagen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29670</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29670</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29670"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ophouding n-o. Toegangsweigering, recht op rechtsbijstand, juridische grondslag, blanco beschikking, begrijpelijke taal, ongegrond. Bewaring artikel 6 lid 1 en 2, recht op rechtsbijstand, lichter middel, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55449 en NL26.55945</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29296</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29296</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29296"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen. Toevertrouwing kind aan vrouw. Afwijzing verzoek kinderalimentatie, omdat man in voorlopige hechtenis zit en nu geen inkomen genereert.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706015 / FA RK 26-5317</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Emmens</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27058"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Plakvovo bij NL23.29650 &amp; NL23.29639</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.29651 &amp; NL23.29640</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7594</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7594</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7594"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak over de afwijzing van de aanvraag om een AIO-aanvulling. De aanvraag is terecht afgewezen. Niet in geschil is dat eiser een woning heeft in Turkije. De waarde van de woning overstijgt de grens van het vrij te laten vermogen. De bepalingen uit de Pw hebben een dwingendrechtelijk karakter en latengeen ruimte voor de benadering van eiser die ervan uitgaat dat recht op een AIO-aanvulling kan bestaan indien er weliswaar daadwerkelijk in aanmerking te nemen vermogen is, maar de fictie wordt gehanteerd dat op dat vermogen is ingeteerd. Het beroep slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2802</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.J. Post</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6033"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 180 uren. De verdachte is schuldig bevonden aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.281808.23 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.H. Heijink, mr. A.F. Germs-de Goede, mr. P.J.P. Beker</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7601</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7601</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7601"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van de Dienst Toeslagen om aan eiseres compensatie toe te kennen in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie aan eiseres heeft toegekend. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/6000</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H.W. Bodt</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9467"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek van wekgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer wegens een verstoorde arbeidsverhouding toegewezen. Het zelfstandig verzoek van werknemer tot betaling van loon wordt toegewezen. De door werknemer verzochte wedertewerkstelling wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12191382 AZ VERZ 26-42 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29676</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29676</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29676"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMP Asiel India, Tibetaan, beroep ongegrond, vovo afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44701 NL26.44702</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C.E. Krikke</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9981"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging tot doodslag (vol opzet). Elementen van eerwraak. GEV 6 jaren + GVM. Vordering BP gedeeltelijk toegewezen, rest n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/210631-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.H.J. Zevenhuijzen, mr. G. Oldekamp, mr. A.M. Timorason</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9468"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Benoeming deskundige</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11946151 CV EXPL 25-5568 (T)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9465"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Benoeming deskundige</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10931647 CV EXPL 24-581 (T)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9634"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">[verhuurder] B.V. vordert ontruiming van de door haar verhuurde woning, omdat de huurder volgens haar ernstige geluidsoverlast veroorzaak voor omwonenden. Daardoor zijn al twee elkaar opvolgende bovenburen verhuisd. Hoewel de huurder heeft erkend dat hij enkele keren geluidsoverlast heeft veroorzaakt, gaat het volgens de kantonrechter om incidenten en kan niet zonder meer gesproken worden van ernstige en structurele overlast. De periode waarin is geklaagd is beperkt en de klachten komen alleen van de bovenburen, niet van andere omwonenden. Bovendien is niet uit te sluiten dat de huurder en de bovenbuurvrouw over en weer last hadden van elkaar. De kantonrechter houdt er ook rekening mee dat het woongenot van huurder langdurig is verstoord als gevolg van een zeer lang durende renovatie van het complex waar de gehuurde woning onderdeel van is. De kantonrechter wijst daarom de vordering tot ontruiming af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12335895 \ VV EXPL 26-82</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29278</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29278</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29278"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Eenhoofdig gezag, geen verweer</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697879 / FA RK 26-461</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.S. Honée</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9472</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9472</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9472"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser was via een payrollonderneming bij gedaagde werkzaam. Eisers stelt op basis van een nietige afspraak met gedaagde loon van het payrollbedrijf te hebben terugbetaald aan gedaagde. Eiser vordert onterecht betaald loon aan gedaagde terug. Gedaagde betwist in dat kader bedragen te hebben ontvangen van eiser. In dit vonnis wordt gelegenheid gegeven voor bewijslevering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 442691 HA ZA 25-658 (T)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7605</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7605</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7605"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering omgevingsvergunning voor vervangen van glas in voorgevel van monument. Gemeentelijke beoordelingsruimte. Rijksbeleid over beglazing in monumenten niet van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4446</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Harten</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9476"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot verkrijgen van inlichtingen omtrent inkomens- en vermogenspositie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12345729 VV EXPL 26-65</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9487"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Marketingwerkzaamheden. Eiseres vordert betaling facturen. Gedaagde wil niet betalen wegens wanprestatie. Kantonrechter wijst de vorderingen toe. Er is niet komen vast te sttaan dat eiseres tekortgeschoten is in de nakoming van haar inspanningsverbintenis, waardoor een grond voor opschorting van de betaling door gedaagde ontbreekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12129427 CV EXPL 26-837 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25614</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25614</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25614"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel- en Migratiebeheerverordening. Italië. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat thans weer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Beroep gegrond. Hersteluitspraak; hoger beroepstermijn na AMP twee weken in plaats van één week.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38587 hersteluitspraak</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.H. van Marle</contributor><issued>2026-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29846</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29846</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29846"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring asielzoeker, art. 59b Vw 2000. Ambtshalve toetsing. Vanwege de door eiser in het bewaringsgehoor geuite vrees in geval van terugkeer naar zijn land van herkomst mocht eiser bij de inbewaringstelling als asielzoeker worden beschouwd. Nadien heeft eiser echter geen asielaanvraag ondertekend, waarbij onduidelijk is gebleven op welke precieze dag eiser voor het eerst een asielaanvraag ter ondertekening is voorgehouden. Termijn van drie dagen om te beslissen of wel of niet een asielaanvraag wordt ingediend is naar het oordeel van de rechtbank redelijk. Indien na ommekomst van die drie dagen geen asielaanvraag is ondertekend, kan de 59b-maatregel niet langer voortduren. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.53550</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.T.C. Wijsman</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29232"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming erkenning, gezag, zorg- c.q. omgangsregeling en kinderalimentatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690809 / FA RK 25-6549</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.F. Baaij</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9975"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor een aantal diefstallen uit een auto, omdat het niet mogelijk is om vast te stellen dat verdachte degene is die de diefstallen heeft gepleegd en éénmaal omdat er sprake is van een voltooide diefstal en niet een poging. Veroordeling voor overige, te weten driemaal diefstal uit een auto en vijf pogingen daartoe. Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. BP N-O gelet op vrijspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/122269-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.F. Bögemann, mr. M.E. Kleinherenbrink, mr. drs. S.F. van Merwijk</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9610</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9610</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9610"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor vuurwapenbezit. Verdachte niet strafbaar en ontslag van alle rechtsvervolging vanwege volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Geen culpa in causa (psychotische stoornis en middelengebruik).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/017932-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.H. Broesterhuizen, A.H.E. van der Pol, B. van Galen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1613</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1613</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1613"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. bestaande uit uitgaven die betrokkene heeft gedaan na veroordeling t.z.v. medeplegen witwassen in periode van 1-1-2011 tot en met 30-11-2011, aanwezig hebben van cocaïne op 30-11-2011 en medeplegen aanwezig hebben van hasj op 30-11-2011, art. 36e.3 Sr. Kon hof gelet op art. 1 Sr en art. 7 EVRM toepassing geven aan art. 36e.3 Sr zoals bepaling luidt sinds 1-7-2011, nu 1 van feiten waarop veroordeling berust die aan ontnemingsvordering ten grondslag ligt deels vóór die datum is begaan? In onderliggende strafzaak is betrokkene o.m. veroordeeld voor een op 30-11-2011 begaan strafbaar feit waarvoor geldboete van vijfde categorie kan worden opgelegd. ’s Hofs oordeel dat in zo’n geval art. 36e.3 Sr, zoals die bepaling luidt sinds 1-7-2011, kan worden toegepast, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting. Hier doet zich niet geval voor waarop art. 1.2 Sr en art. 7.1 EVRM zien, omdat art. 36e.3 Sr, in redactie zoals hof daaraan toepassing heeft gegeven, t.t.v. begaan van strafbaar feit op 30-11-2011 al van toepassing was. Volgt verwerping. Samenhang met 24/03822 P en 24/03922 P.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:778</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3392</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1620"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Faillissementsfraude melkproductenfabriek. Feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk door rechtspersoon, art. 341.a (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklachten “ter bedrieglijke verkorting” van rechten van schuldeisers van rechtspersoon en voorwaardelijk opzet op bedrieglijke bankbreuk. 2. Bewijsklacht feitelijk leiding geven. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Bewijsmotivering houdt in dat er t.t.v. overboeking al (groot) risico op faillissement bestond. Hof stelt vervolgens vast dat overboeking een aanmerkelijke kans op dat faillissement heeft doen ontstaan. Daarnaast overweegt hof dat van de door verdachte voorgehouden reden van overboeking (investering), niet binnen afzienbare tijd enig financieel resultaat viel te verwachten. Uit bewijsmotivering blijkt dat verdachte op de hoogte moet zijn geweest van penibele financiële situatie van melkproductenfabriek toen overboeking plaatsvond. Dat hof daaruit heeft afgeleid dat fabriek bij overboeking bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit zou leiden tot benadeling van rechten van een of meer schuldeisers, is niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. Oordeel getuigt ook niet van onjuiste rechtsopvatting. Ad 2. Hof heeft geoordeeld dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan overboeking op 3-6-2010. Vast staat dat verdachte t.t.v. overboeking ingeschreven stond als enig bevoegd directeur van melkproductenfabriek. Ook blijkt uit bewijsmotivering dat verdachte voor 3-6-2010 namens fabriek al 2 belangrijke financiële beslissingen had genomen, namelijk sluiten van overeenkomst met bedrijf en verkopen van vordering op dat bedrijf aan bank. Daarnaast heeft hof vastgesteld dat degene die sinds begin juni 2010 als interim manager werkte bij fabriek had verklaard dat alle bevoegdheden binnen bedrijf waren weggelegd voor verdachte en dat verdachte aan alles op financieel vlak zijn fiat moest geven. Uit deze omstandigheden heeft hof kennelijk afgeleid dat verdachte verantwoordelijk was voor deze overboeking. ‘s Hofs oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd. Daarover kan ook moeilijk twijfel bestaan, aangezien kern van verweer in hoger beroep juist was dat deze overboeking een investering was waarmee verdachte geld voor fabriek wilde verdienen. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02737</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4396</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:771</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1615</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1615</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1615"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Post-Landeck, maken van “image” zonder rechterlijke machtiging en onderzoek aan digitale-gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Staat Unierecht eraan in de weg dat na inbeslagneming van (digitale-gegevensdrager of geautomatiseerd werk, waaronder) smartphone (voor mensen niet leesbare en niet analyseerbare) kopie van inhoud van smartphone wordt gemaakt (of poging daartoe wordt ondernomen) zonder dat aan maken van die kopie of poging daartoe rechterlijke toetsing voorafgaat? HR stelt prejudiciële vraag aan HvJ EU en geeft i.v.m. lopende strafzaken voorlopig oordeel. HR komt tot voorlopig oordeel dat werkwijze van politie en justitie waarbij zonder voorafgaande machtiging van RC kopie wordt gemaakt van inhoud van inbeslaggenomen smartphone (of poging daartoe wordt gedaan), niet onverenigbaar is met Unierecht, en dat eerste prejudiciële vraag van RC daarom ontkennend zou moeten worden beantwoord. Overige prejudiciële vragen van RC kunnen onbesproken blijven, maar HR ziet niettemin aanleiding om het volgende op te merken. In rechtspraak stelt HvJ EU, voor gevallen waarin toegang van bevoegde nationale autoriteiten tot persoonsgegevens het risico van ernstige of zelfs zeer ernstige inmenging in grondrechten van betrokkene met zich brengt, voorop dat deze toegang afhankelijk wordt gesteld van voorafgaande toetsing door rechter of onafhankelijk bestuursorgaan. Volgens diezelfde rechtspraak moet deze onafhankelijke toetsing plaatsvinden voorafgaand aan elke poging tot verkrijgen van toegang tot betrokken gegevens, “behalve in naar behoren gemotiveerde spoedeisende gevallen, waarin die toetsing op korte termijn dient plaats te vinden”. Naar voorlopig oordeel van HR is werkwijze van politie en justitie waarbij zonder voorafgaande machtiging van RC kopie wordt gemaakt van inhoud van inbeslaggenomen smartphone, niet onverenigbaar met Unierecht. Kopiëren van inhoud van smartphone kan daarom vooralsnog plaatsvinden zonder voorafgaande rechterlijke toetsing. Tegen die achtergrond zal slechts in uitzonderlijke situaties sprake kunnen zijn van spoedeisend geval waarin toegang tot betrokken gegevens wordt verkregen en inhoudelijk kennis wordt genomen van die gegevens zonder voorafgaande toetsing door rechter of onafhankelijk bestuursorgaan. Daarbij kan worden gedacht aan onmiddellijke bedreiging voor leven, fysieke integriteit of veiligheid van persoon of voor kritieke infrastructuur, terwijl voorafgaande mondelinge machtiging van RC (vgl. HR:2025:409) niet kan worden afgewacht. HR houdt iedere verdere beslissing aan totdat HvJ EU uitspraak zal hebben gedaan over prejudiciële vraag. CAG (strekking): beantwoording door HR van eerste prejudiciële vraag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:604</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:727</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1544</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1544</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1544"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beklag, beslag ex art. 94 Sv op telefoon onder klager t.z.v. verdenking van bezitten van kinderporno en afdreiging. Rb heeft beklag gegrond verklaard onder voorwaarde dat verboden materiaal van telefoon kan worden en wordt verwijderd. Kon Rb klaagschrift voorwaardelijk gegrond verklaren? Wet voorziet niet in mogelijkheid van voorwaardelijke beslissing over strafvorderlijk inbeslaggenomen voorwerpen. Als rechter van oordeel is dat belang van strafvordering zich (nog) verzet tegen teruggave van inbeslaggenomen voorwerp, dan moet hij klaagschrift waarin teruggave van dat voorwerp wordt verzocht ongegrond verklaren. Is daarvan geen sprake, dan moet in regel teruggave worden gelast (vgl. HR:2019:1692). Rb heeft dit miskend. Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op 25/00465 B (niet gepubliceerd; art. 80a RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:700</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1627</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1627</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1627"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben van 54.990 kilogram rooktabak die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing is betrokken door aanwezig te zijn in loods met onveraccijnsde rooktabak, art. 5 Wet op accijns. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht opzet en voorhanden hebben. Kon hof oordelen dat voor opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen a.b.i. art. 97 jo. 5.1.b Wet op accijns voldoende is “dat persoon betrokken raakt bij voorhanden hebben”? 2. Bewijsklacht. Verweer dat verdachte als werknemer de onveraccijnsde rooktabak voorhanden had. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in HR:2026:1619 is klacht terecht voorgesteld. Om redenen vermeld in CAG leidt dat echter niet tot cassatie. CAG: In nadere bewijsoverwegingen heeft hof, na groot aantal belastende f&amp;o te hebben vastgesteld, overwogen dat verdachte door te handelen zoals hij heeft gedaan “naar oordeel van hof minstgenomen bewust aanmerkelijke kans (heeft) aanvaard dat rooktabak die hij voorhanden had, onveraccijnsd was.” Daarin ligt besloten dat hof uiteindelijk toch uitgaande van juiste rechtsopvatting heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. Uit ’s hofs bewijsvoering volgt dat verdachte de tabak met medeplegers voorhanden had (en niet slechts bij voorhanden hebben ervan betrokken was). Uit nadere bewijsoverwegingen kan worden afgeleid dat hof aan de hand van juiste maatstaf heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. In dat licht kan vaststelling van vermoeden dat verdachte bezig was in illegaliteit als overweging ten overvloede worden aangemerkt. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden klachten niet tot cassatie. CAG: Uit f&amp;o die n.a.v. rechtshulp verzoek naar voren zijn gekomen heeft hof kennelijk afgeleid en kunnen afleiden dat Duits bedrijf, v.zv. al van daadwerkelijk bestaande onderneming sprake is, geen rol heeft gespeeld in onderhavige strafzaak. Mede gelet op inhoud van bewijsvoering heeft hof kennelijk aangenomen en kunnen aannemen dat verdachte zich ervan bewust was dat overgelegde arbeidsovereenkomst met Duits bedrijf niet overeenkomstig werkelijkheid was. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02637 en 24/02638.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02639</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:974</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2167</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1642"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1385</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2901"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêterecht; vaststellen budget onderzoekskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.668/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.A.H. Melissen, D.E.M. Aleman, drs. V.G. Moolenaar, mr. J.M. de Jongh, mr. G.P. Oosterhoff</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:982</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:982</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:982"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 september 2026 inzake: 25/01234 en 25/01239 ECLI:NL:PHR:2026:920 , 25/01237 en 25/01240 ECLI:NL:PHR:2026:921 , 25/01243 ECLI:NL:PHR:2026:978 , 25/01245 en 25/01238 ECLI:NL:PHR:2026:979 , 25/01246 ECLI:NL:PHR:2026:980 , 25/01247 ECLI:NL:PHR:2026:981</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Bijlage 25/01234 25/01237 25/01238 25/01239 25/01240 25/01243 25/01245 25/01246 en 25/01247</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1632"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns; art. 66, lid 1, aanhef en letter a, Wet op de accijns; art. 14, lid 1, letter c, Energiebelastingrichtlijn; in bunkertank van binnenvaartschip aangetroffen gasolie met te weinig Solvent Yellow; weigering van de accijnsvrijstelling; niet voldaan aan het formele vereiste voor vrijstelling maar wel aan de materiele voorwaarden; eindarrest na prejudiciële vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/05853 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Uitspraak na prejudiciële beslissing</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:9865</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1650"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:384</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4317"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting, verkrijging onroerende zaak na echtscheiding. De rechtbank is van oordeel dat artikel 3, lid 1, onderdeel b van de WBR niet van toepassing is omdat belanghebbende was gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, waarbij iedere gemeenschap was uitgesloten. Over de hoogte van de naheffingsaanslag is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur de waarde voor de hele onroerende zaak aannemelijk heeft gemaakt, maar dat hij de onderverdeling van deze waarde in waarden voor het woondeel, de bedrijfsopstallen respectievelijk de bedrijfsgrond niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank vermindert de naheffingsaanslag. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de verzuimboete moet worden verminderd tot een symbolisch bedrag van € 1.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/4585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A. Heidekamp</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1629"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 220f, lid 1, Gemeentewet; gelijkelijke vaststelling; opslag op tarief; retributieregeling leidt tot tariefdifferentiatie; taak belastingrechter; verordening onverbindend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00666</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00668</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00669</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00670</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00671</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00672</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00673</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00674</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00675</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00677</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00678</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00679</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00680</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00681</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00682</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00683</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:156</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:320</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11005"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, omdat het door belanghebbende na het verstrijken van de bezwaartermijn is ingediend als gevolg van een haar niet toe te rekenen omstandigheid en belanghebbende het bezwaar tevens zo spoedig als redelijkerwijs kon worden verlangd heeft ingediend, nadat zij bekend was geworden met de inhoud van de aanslag Vpb 2019.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3761</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:915"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:983 Bedrijfsopvolgingsregeling erfbelasting; uitbreiding van subjectieve gerechtigdheid tot een objectieve onderneming. Indirecte bezitseis ex art. 35d(1)(c) SW. Art. 35c(5)(a) SW. Zijn liquide middelen en effecten in holding ondernemingsvermogen? Bewijslastverdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03968</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:916"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:983 Bedrijfsopvolgingsregeling erfbelasting; uitbreiding van subjectieve gerechtigdheid tot een objectieve onderneming. Indirecte bezitseis ex art. 35d(1)(c) SW. Art. 35c(5)(a) SW. Zijn liquide middelen en effecten in holding ondernemingsvermogen? Bewijslastverdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03969</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:912"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:983 AB-heffing; fictieve vervreemding bij overgang krachtens erfrecht; doorschuiffaciliteit; art. 4.17a(5) Wet IB; zijn liquide middelen en effecten in holding ondernemingsvermogen? Bewijslastverdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03966</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:914"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:983 Bedrijfsopvolgingsregeling erfbelasting; uitbreiding van subjectieve gerechtigdheid tot een objectieve onderneming. Indirecte bezitseis ex art. 35d(1)(c) SW. Art. 35c(5)(a) SW. Zijn liquide middelen en effecten in holding ondernemingsvermogen? Bewijslastverdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03967</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1644"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2321</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1638"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:739</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:920"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Art. 534 UCDW; regeling voor gezamenlijke opslag; ook voor opslag in verschillende tanks van hetzelfde douane-entrepot? Art. 204 CDW; onregelmatige toepassing van regeling voor gezamenlijke opslag? Art. 203 CDW; wetenschap of bewustheid van onttrekking van niet-communautaire biodiesel aan douanetoezicht? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01234</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01239</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:978</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:978</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:978"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Art. 534 UCDW; regeling voor gezamenlijke opslag; ook voor opslag in verschillende tanks van hetzelfde douane-entrepot? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01243</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:979"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Art. 534 UCDW; regeling voor gezamenlijke opslag; ook voor opslag in verschillende tanks van hetzelfde douane-entrepot? Art. 204 CDW; onregelmatige toepassing van regeling voor gezamenlijke opslag? Art. 203 CDW; wetenschap of bewustheid van onttrekking van niet-communautaire biodiesel aan douanetoezicht? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01245</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01238</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:980"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Bewijs van oorsprong? Bewijs van eerdere onttrekking aan douanetoezicht? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01246</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:981"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Art. 534 UCDW; regeling voor gezamenlijke opslag; ook voor opslag in verschillende tanks van hetzelfde entrepot? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01247</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:911"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm; Awb; art. 7:15 Awb; kan in hoger beroep voor het eerst over de kostenvergoeding in bezwaarfase worden geklaagd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04289</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6939</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6939</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6939"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling verkrachting van een minderjarige in de leeftijdscategorie 12 tot 16 jaar (artikel 248 Sr) en onttrekking aan het ouderlijk gezag (artikel 280 Sr). De verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden. Daarnaast legt de rechtbank de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op zoals bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contact- en locatieverbod. De maatregel wordt dadelijk uitvoerbaar verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/047856-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P.K. van Riemsdijk, mr. J.T. Pouw, mr. J.A. Koorevaar</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29294</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29294</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29294"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte naar "X" en voornaamswijziging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/688631 / FA RK 25-5413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9991"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB Polen. Tussenuitspraak. Artikel 12 OLW. Heropening van het onderzoek ter zitting om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen. De rechtbank kan namelijk niet vaststellen of de opgeëiste persoon in het kader van de procedure ook daadwerkelijk een adres heeft opgegeven en zo ja, of de oproep voor de zitting vervolgens naar het adres dat hij opgegeven had, is verzonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-240016-26 (EAB II)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. drs. E. van den Brink, mr. B.M. Vroom-Cramer</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5920"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] wegens fysieke schade aan zijn boerderij een vergoeding van € 18.003,46, inclusief een vergoeding van € 845,00 voor bijkomende kosten en € 448,08 aan wettelijke rente, toegekend. Deze uitspraak gaat over de vraag of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Tussen partijen staat vast dat het besluit van 30 maart 2022 op diezelfde dag aan [appellant] is verzonden. Verder is niet in geschil dat de termijn voor het maken van bezwaar op grond van de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) is geëindigd op 11 mei 2022. Uit het besluit van 2 april 2024 volgt dat het Instituut in de praktijk een ruimere termijn van twaalf weken hanteert. Het Instituut heeft het bezwaarschrift, dat is gedateerd op 22 april 2022, op 8 maart 2023 voor ontvangst ingeboekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502457/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29855</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29855</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29855"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring – artikel 6, derde lid Vw – ongegrond – grensdetentie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13527</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13527</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13527"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzet. De huurder krijgt een terme de grâce van een maand om de huurachterstand en kosten te betalen aan de verhuurder. Als hij niet (tijdig) betaalt, dan wordt de huurovereenkomst alsnog ontbonden en moet hij de woning ontruimen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11941107 CV EXPL 25-23082</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4413"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo. Regeling opvang ontheemden Oekraïners. Interne verhuizing binnen dezelfde locatie. Geen spoedeisend belang. verzoek is k-o en vovo wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3289</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13523</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13523</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13523"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding huurovereenkomst, ontruiming woning en betaling huurachterstand toegewezen. Rente en incassokosten afgewezen wegens een oneerlijk boetebeding in de algemene voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11947918 CV EXPL 25-23512</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13433"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering betaling openstaande facturen voor een groot deel toegewezen. De kantonrechter oordeelt dat gedaagden zes van de acht openstaande facturen van eiseres moeten betalen met kosten en rente. Twee facturen zijn afgewezen omdat de werkzaamheden na de opzegging van de opdracht niet meer waren uitgevoerd en er geen recht bestond op vergoeding voor niet-gemaakte uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11760653 CV EXPL 25-14088</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:232"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bonairiaanse fraudezaak. De verdachte heeft zich gedurende een periode van meerdere jaren schuldig gemaakt aan belastingfraude, gewoontewitwassen en het plegen van valsheid in geschrift. De verdachte verzorgde de administratie van een bouwbedrijf. Zij heeft samen met het bouwbedrijf gedurende een groot aantal belastingtijdvakken niet tijdig aangifte gedaan of bewust te lage bedragen in de aangiften opgenomen. Daarnaast heeft de verdachte geld dat uit deze belastingfraude afkomstig was via verschillende bankrekeningen laten lopen en zo de herkomst daarvan verborgen en verhuld. Ten slotte heeft de verdachte verschillende valse documenten opgemaakt. Oplegging van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Strafkorting wegens schending redelijke termijn. Voor oplegging van het gevorderde beroepsverbod is geen wettelijke grondslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00160-24 &amp; 400.00180-25 &amp; 400.00072-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:231</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:231</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:231"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak witwassen. Echtgenote beheerde de rekening. Niet is komen vast te staan dat de verdachte wist of moest weten dat het geld van misdrijf afkomstig was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00102/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:230"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bonairiaanse fraudezaak. De verdachte was bestuurder van ATP en hield zich beroepsmatig bezig met financiële en fiscale dienstverlening. Via zijn zakelijke rekening werden gedurende langere tijd aanzienlijke geldbedragen ontvangen van een bouwbedrijf dat belastingfraude pleegde. De bedragen werden overgeboekt naar verschillende bankrekeningen en vervolgens weer deels doorgestort of contant opgenomen. Door deze werkwijze heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen. Schending redelijke termijn, maar volstaan met de constatering. Oplegging van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor oplegging van het gevorderde beroepsverbod is geen wettelijke grondslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00161/24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6018"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over toetsingskader nieuwe jurisprudentie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/354 en 25/355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:9107</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:229"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzet tegen dwangschriften n.a.v. belastingschulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202500488</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:921"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:982 Douanerechten. Bewijs van oorsprong? Bewijs van eerdere onttrekking aan douanetoezicht? Art. 203 CDW; wetenschap of bewustheid van onttrekking van niet-communautaire biodiesel aan douanetoezicht? Verordening (EG) nr. 599/2009; geldige instelling van definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de VS?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01237</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01240</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1626</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1626</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1626"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben van 54.990 kilogram rooktabak die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing is betrokken door aanwezig te zijn in loods met onveraccijnsde rooktabak, art. 5 Wet op accijns. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht opzet en voorhanden hebben. Kon hof oordelen dat voor opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen a.b.i. art. 97 jo. 5.1.b Wet op accijns voldoende is “dat persoon betrokken raakt bij voorhanden hebben”? 2. Bewijsklacht. Verweer dat verdachte als werknemer de onveraccijnsde rooktabak voorhanden had. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in HR:2026:1619 is klacht terecht voorgesteld. Om redenen vermeld in CAG leidt dat echter niet tot cassatie. CAG: In nadere bewijsoverwegingen heeft hof, na groot aantal belastende f&amp;o te hebben vastgesteld, overwogen dat verdachte door te handelen zoals hij heeft gedaan “naar oordeel van hof minstgenomen bewust aanmerkelijke kans (heeft) aanvaard dat rooktabak die hij voorhanden had, onveraccijnsd was.” Daarin ligt besloten dat hof uiteindelijk toch uitgaande van juiste rechtsopvatting heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. Uit ’s hofs bewijsvoering volgt dat verdachte de tabak met medeplegers voorhanden had (en niet slechts bij voorhanden hebben ervan betrokken was). Uit nadere bewijsoverwegingen kan worden afgeleid dat hof aan de hand van juiste maatstaf heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. In dat licht kan vaststelling van vermoeden dat verdachte bezig was in illegaliteit als overweging ten overvloede worden aangemerkt. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden klachten niet tot cassatie. CAG: Uit f&amp;o die n.a.v. rechtshulp verzoek naar voren zijn gekomen heeft hof kennelijk afgeleid en kunnen afleiden dat Duits bedrijf, v.zv. al van daadwerkelijk bestaande onderneming sprake is, geen rol heeft gespeeld in onderhavige strafzaak. Mede gelet op inhoud van bewijsvoering heeft hof kennelijk aangenomen en kunnen aannemen dat verdachte zich ervan bewust was dat overgelegde arbeidsovereenkomst met Duits bedrijf niet overeenkomstig werkelijkheid was. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02637 en 24/02639.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02638</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:973</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2168</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1622</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1622</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1622"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225.2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat aandeelhoudersverslag een vals geschrift is a.b.i. art. 225.1 Sr? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft vastgesteld dat verdachte 2 maal per e-mail aan agentschap het aandeelhoudersverslag heeft toegestuurd. Hof heeft uit context van die e-mails afgeleid dat verdachte het document heeft verzonden om agentschap het gevraagde inzicht te verschaffen in uitvoering van fondsplan door B.V. Daarmee wijst hof onder andere op e-mail van verdachte waaruit volgt dat aandeelhoudersverslag door verdachte wordt opgestuurd als reactie op mededeling dat agentschap onvoldoende kon vaststellen dat door B.V. was voldaan aan haar verplichting tot volstorting van haar private aandeel. Hof heeft verder vastgesteld dat uit onderzoek naar voren is gekomen dat in aandeelhoudersverslag genoemde investeringen dan wel daarin genoemde participaties (nog) niet allemaal hadden plaatsgevonden. Deze vaststellingen, die in cassatie niet worden betwist, kunnen ‘s hofs oordeel dat aandeelhoudersverslag vals is en dat daarin vermelde informatie vals is, zelfstandig dragen. Aan begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel doet niet af hetgeen hof heeft overwogen over beoogd doel waarmee aandeelhoudersverslag door verdachte zou zijn opgesteld, in aanmerking genomen dat bewezenverklaring is toegesneden op art. 225.2 Sr en inhoudt dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het door BV opzettelijk gebruikmaken van vals geschrift. Volgt verwerping. Samenhang met 23/04637.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:566</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:2847</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1577"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zich voordoen als verkeersregelaar, art. 58b Besluit administratieve bepalingen inzake wegverkeer. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht pleegplaats. 2. Strafoplegging. Voldoet opgelegde geldboete van € 500 aan strafmaximum? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit bewijsmiddelen die hof in zijn arrest heeft opgenomen kan niet worden opgemaakt dat feit is gepleegd in A (op rijksweg). Het is de vraag of dat tot cassatie moet leiden. Een blik over papieren muur leert dat in p-v overtreding (dat hof als b.m. heeft gebruikt) als pleegplaats staat opgenomen: A (op rijksweg). Gelet hierop zal vernietiging van arrest en terugwijzing naar hof niet tot andere uitkomst leiden, zodat verdachte geen belang heeft bij cassatie, in aanmerking genomen dat uit verhandelde ttz. in hoger beroep niet blijkt dat bij verdachte enige onduidelijkheid heeft bestaan over plaats waar verweten gedraging zich heeft voorgedaan. Ad 2. HR ambtshalve: N.a.v. CAG merkt HR op dat o.g.v. art. 177.2.d WVW 1994 jo. art. 58b en 59 BABW voor het door hof bewezenverklaarde feit hechtenis van ten hoogste 2 maanden of geldboete van tweede categorie worden opgelegd. T.t.v. bewezenverklaarde was in art. 23.4 Sr bepaald bedrag van tweede categorie € 4.350. Door hof opgelegde geldboete van € 500, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, valt binnen dit strafmaximum. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. strafoplegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:4305</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:701</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2711"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 jaren met aftrek van voorarrest voor het meermalen in eendaadse samenloop medeplegen van het (verlengd) invoeren en vervoeren van cocaïne, het voorbereiden daarvan, het medeplegen van eenvoudig witwassen en deelneming aan een criminele organisatie. Het hof wijdt een uitvoerige overweging aan de inzet van een zogenoemde politieverkenner. Het hof is van oordeel dat daarbij sprake is geweest van een onherstelbaar (voortgezet) vormverzuim in de zin van art. 359a Sv, doordat in meerdere perioden sprake is geweest van stelselmatige inwinning van informatie zonder dat daarvoor een bevel op grond van art. 126j Sv was afgegeven. Hierdoor is een beperkte inbreuk gemaakt op het in art. 8 EVRM gegarandeerde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. Het hof komt echter tot de conclusie dat dit niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging, bewijsuitsluiting of strafvermindering. Het hof volstaat met de constatering dat sprake is geweest van een onherstelbaar (voortgezet) vormverzuim.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002014-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.I.B.M. Buljevic, mr. M. van der Horst, mr. A.M.G. Smit</contributor><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:4133</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:587"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt verdachte ter zake van het vervaardigen, verspreiden en verwerven van kinderporno en een gewoonte maken van het bezit van kinderporno (feit 1) en het bezit van dierenporno (feit 2) tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Controle aan gegevensdragers als bijzondere voorwaarde. Het hof bevestigt de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring met aanvulling van gronden. Tot slot bevestiging van de beslissing ten aanzien van het beslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001940-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-02-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1942"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende geeft spinninglessen voor een sportschool en laat de opbrengst toekomen aan een BV waarvan haar kinderen de (middellijke) aandeelhouders zijn. De inspecteur heeft bij belanghebbende een resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen en navorderingsaanslagen opgelegd. Het hof laat de navorderingsaanslagen in stand. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1449 tot en met 24/1452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5463</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9526"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">tenuitvoerlegging Marokkaanse kinderalimentatiebeschikking wordt geschorst omdat in Nederland al kinderalimenatie is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793121 / KG ZA 26-778</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9524</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9524</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9524"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; Beroep ongegrond, bezwaar terecht niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6101</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9836"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overheidsaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Aan B&amp;B opgelegde boete op grond van Huisvestingsverordening is achteraf verlaagd. Geen voldoende causaal verband. Schade niet toerekenbaar aan de gemeente. Vorderingen afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/774430</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28864"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29833"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. Nigeria. Seksuele gerichtheid. De minister heeft deugdelijk gemotiveerd uiteengezet waarom eiser niet is gevolgd in zijn verklaringen over de gestelde seksuele geaardheid. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.11003</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W. Wassink</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29837</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29837</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29837"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">plakvovo</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.11005</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W. Wassink</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29838</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29838</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29838"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. Syrië. 15c. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de minister niet deugdelijk gemotiveerd heeft dat er geen sprake is van het hoogste niveau van willekeurig geweld. Daarbij heeft de minister voldoende uiteengezet waarom eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als individu een reëel risico loopt op ernstige schade zoals is weergegeven in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatieverordening. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.16036</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W. Wassink</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29840"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. Nigeria. Identiteit. Mensensmokkelaars. Geloofwaardigheid. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.11009</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W. Wassink</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29842"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Zwaar inreisverbod. De rechtbank is van oordeel dat de minister kenbaar alle omstandigheden bij de beoordeling van het zwaar inreisverbod voor de duur van tien jaren heeft betrokken en deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het besluit daartoe is genomen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.12997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W. Wassink</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29845"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Zwaar inreisverbod. Artikel 8 EVRM. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.18909</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W. Wassink</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9995"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich tezamen en in vereniging schuldig gemaakt aan een reeks ernstige feiten. Hij heeft vier verschillende slachtoffers wederrechtelijk van hun vrijheid beroofd en afgeperst. Bij twee slachtoffers heeft verdachte zich daarnaast schuldig gemaakt aan computervredebreuk door zonder toestemming in te loggen in hun online bankieromgeving. Ten slotte heeft verdachte zich ten aanzien van één slachtoffer schuldig gemaakt aan diefstal met geweld. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren opgelegd, waarvan een jaar voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en een proeftijd voor de duur van drie jaren</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/111759-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9994</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9994</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9994"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich tezamen en in vereniging schuldig gemaakt aan een reeks ernstige feiten. Hij heeft vier verschillende slachtoffers wederrechtelijk van hun vrijheid beroofd en afgeperst. Bij twee slachtoffers heeft verdachte zich daarnaast schuldig gemaakt aan computervredebreuk door zonder toestemming in te loggen in hun online bankieromgeving. Ten slotte heeft verdachte zich ten aanzien van één slachtoffer schuldig gemaakt aan diefstal met geweld. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren opgelegd, waarvan een jaar voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en een proeftijd voor de duur van drie jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/111769-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:11095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:11095"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gevorderd wordt een gebod aan een verzekeraar tot het verstrekken van een polis. Die vordering wordt afgewezen. Het kan zo zijn dat een voorwaarde als vervuld geldt als de partij die bij niet-vervulling belang heeft, de vervulling heeft belet, maar de redelijkheid en billijkheid moeten dat dan wel verlangen. Dat laatste is hier niet het geval. Bovendien lijkt het erop dat de lening die eiseres nodig heeft voor de te verzekeren activiteiten niet zal worden verstrekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/768067 / KG ZA 25-296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.C.H. Blankevoort</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:950"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Onderzoek Rykiel. Aanbieden online kansspelen in Nederland zonder vergunning. Medeplegen gewoontewitwassen (feit 3) en opzetheling (feit 7). M1 richt zich met negen falende deelklachten tegen verwerping hof van verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens schending vertrouwensbeginsel. M2 bevat tevergeefs voorgestelde bewijsklachten over oordeel hof dat verdachte wist dat vastgoed uit misdrijf afkomstig was (feit 3) en dat creditcarduitgaven en gebruik boot de opbrengst van door misdrijf verkregen goederen betrof (feit 7). M3 klaagt over strafoplegging en faalt eveneens. M4 klaagt terecht over schending inzendtermijn. Ook ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft hoogte aan verdachte opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping beroep voor het overige. Samenhang met de zaken 24/000921, 24/00946, 24/00947, 24/01045, 24/01117, 24/01118, 24/01119, 24/01120, en 24/01126.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01121</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:11552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:11552"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beklag gedeeltelijk gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-008610</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:11554</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:11554</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11554</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:11554"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeslissing klaagschrift ex art. 98 en 552a</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-008610</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:11552</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:956"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Onderzoek Rykiel. Aanbieden online kansspelen in Nederland zonder vergunning. Deelneming criminele organisatie (feit 1), medeplegen overtreden voorschrift gesteld bij art. 1 lid 1 onder a Wet op de kansspelen, opzettelijk begaan (feit 2), medeplegen gewoontewitwassen (meermalen gepleegd) (feiten 3 en 4). M1 klaagt terecht dat onder 2 tenlastegelegde feit inmiddels is verjaard. Overige klachten uit het middel, over oordeel hof dat onder 2 tenlastegelegde feit in hoger beroep nog niet (gedeeltelijk) was verjaard, falen. M2 klaagt tevergeefs over doorwerking verjaring feit 2 in witwasdelicten (feiten 3 en 4) en deelneming criminele organisatie (feit 1). M3 klaagt terecht over schending inzendtermijn. Ook ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot n-o verklaring van het OM in de vervolging van feit 2, tot vermindering van de opgelegde taakstraf naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met de zaken 24/000921, 24/00946, 24/00947, 24/01045, 24/01117, 24/01118, 24/01119, 24/01120 en 24/01121.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01126</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:6360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:6360"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Slovenië. Gegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat ten aanzien van de opvangvoorzieningen in Slovenië nog steeds zonder meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.56026</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Munsterman</contributor><issued>2026-03-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4383</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4383"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001490</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:6360</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:15869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:15869"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, zware en lichte gronden, grondslag voor de maatregel, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22295</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Hello</contributor><issued>2026-06-12</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4381</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4381"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 april 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 6 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.M.V. Bandhoe, advocaat in Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002314</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:15869</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4379"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003394</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4377"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 1 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001762</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28506"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VK; aanvraag EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen; ontvangst herstelverzuimbrief; artikel 8 van het EVRM; ogg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.19706</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4369</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4369</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4369"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 10 juli 2025 in zaak nr. NL25.23233. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij verzoeker opgekomen proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001028</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4375"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001581</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:18966</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:18966</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18966</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:18966"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Slovenië, verweerder had naar aanleiding van het recente AIDA-rapport onderzoek moeten doen naar de onduidelijkheden omtrent de opvangomstandigheden en de toeging tot rechtsbijstand, beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.38678 en NL25.38679</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Q.M.J.A. Crul</contributor><issued>2025-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4375</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27693"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VK; feitelijke uitzetting; ogg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.4919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Bouter-Rijksen</contributor><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4337"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002994</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:19581</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19581"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, eerste beroep, grondslagwijziging van de maatregel, gronden voor de maatregel, overschrijding van de maximale termijn in bewaring (Aroja-arrest), zicht op uitzetting en voortvarend handelen, lichter middel en belangenafweging, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.N. Abdoelkadir</contributor><issued>2026-07-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4337</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:18241</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18241</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:18241"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asielaanvraag. Iran. Eiser heeft niet onderbouwd waarom de minister zijn bekering tot het christendom en zijn problemen met zijn leidinggevende op zijn werk geloofwaardig had moeten vinden. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer naar Iran vanwege zijn afvalligheid van de islam te vrezen heeft voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade loopt. De minister heeft daarbij voldoende onderzocht op welke wijze eiser uiting wil geven aan zijn afvalligheid bij terugkeer naar Iran.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.24690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.G.M. van Veen</contributor><issued>2025-10-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4367</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4367</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4367</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4367"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 19 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F. Aziz Maleki-Khodajoo, advocaat in Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505248/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:18241</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:959</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:959</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:959"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Art. 81 lid 1 RO. Het middel stelt de vraag aan de orde of een tijdens het incident gevoerd WhatsApp-gesprek, waarvan de uitingen afkomstig zijn van de aangeefster zelf, als steunbewijs in de zin van artikel 342 lid 2 Sv kan worden aangemerkt. Het middel faalt. Het hof kon aan het WhatsApp-gesprek betekenis toekennen als steunbewijs, mede gelet op het tijdstip en de spontane wijze waarop de uitingen zijn vastgelegd en in samenhang met de overige bewijsmiddelen, waaronder de reisbewegingen van de bestelbus en de waarnemingen van getuigen kort na het incident. Ambtshalve opmerking over de redelijke termijn in cassatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03666</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4185"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 9 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat in Berkel en Rodenrijs, hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:15543</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:15543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:15543"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eerste beroep bewaring, buiten zitting, artikel 59a Vw, grondslag ophouding, bevoegdheid ondertekenaar, gronden niet betwist, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29812</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-06-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4185</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6025</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6025</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6025"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Verlaagde tarief van toepassing bij sloop en herbouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2595 en 25/2596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:8187</reference></metadata></document></url></urlset>
