﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:6958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:6958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:6958"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overheidsaansprakelijkheid. Was de Staat gehouden aan de pelagische vissers uit de BAR-gelden meer financiële compensatie te bieden dan de steun die zij hebben ontvangen en naar verwachting zullen ontvangen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/650593 / HA ZA 23-615</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. J-A.  Seinen</contributor><issued>2024-05-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2025:4208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:4208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2025:4208"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep n.a.v. bestuurlijke boete o.g.v. Meststoffenwet. Beroep ongegrond. De vaststelling van de mestvoorraad en de mestproductie op de wijze zoals vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet heeft geen formele rechtskracht. Tegenbewijs leveren is mogelijk. In de door de Minister gehanteerde forfaits is een correctie voor stikstofvervluchtiging opgenomen. Ook worden in deze normen onnauwkeurigheidsmarges gehanteerd. Er is geen deugdelijke grond om aan te nemen dat de Minister niet mocht uitgaan van deze forfaitaire normen. Eiseres heeft geen bedrijfsspecifieke gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de situatie bij haar afwijkt van de gehanteerde normen. De Minister heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat gebruiksnormen zijn overschreden en dat gehandeld is in strijd met artikel 7 van de Meststoffenwet. De Minister was daarom bevoegd om een bestuurlijke boete op te leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_24_3371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster</contributor><issued>2025-07-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:CBB:2026:483</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:7045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:7045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:7045"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Warenwet. Boete van € 525,- en last onder dwangsom vanwege het niet hebben van een geldig certificaat van goedkeuring voor een speeltoestel (schommeltoestel combinatie met zogeheten nestschommel). Niet in geschil is dat eiseres beschikt over een geldig certificaat van goedkeuring voor de speeltoestellen uit de series P, Q en S. Ook is niet in geschil dat de nestschommel een geldig certificaat van goedkeuring of een daarmee gelijkgesteld certificaat heeft. Het verschil van mening tussen partijen zit onder meer in de vraag of eiseres ook ten aanzien van de combinatie beschikt over een geldig certificaat van goedkeuring dan wel over een daarmee gelijkgesteld certificaat. De ratio van die eis is volgens de staatssecretaris gelegen in de afwijkende eigenschappen van de combinatie, onder meer het gewicht van de schommel, de totale belasting en de bodemvrijheid. Bij zo’n keuring worden de specifieke gevaren die uit de samenbouw voortvloeien bepaald. De rechtbank is van oordeel dat met de certificaten S 60102457 en S 60138925 in combinatie met de aan die certificaten ten grondslag liggende testrapporten wordt voldaan aan eerdergenoemde ratio, zoals die ook is weergegeven in besluit nummer 37 van de AKI-besluitenlijst waar de staatssecretaris zich op baseert. Ook moet worden aangenomen dat beide certificaten zijn afgegeven door een daartoe bevoegde instantie. Nu de staatssecretaris heeft erkend dat een met een certificaat van goedkeuring gelijkgesteld certificaat vormvrij is, concludeert de rechtbank dat hier sprake is van met een certificaat van goedkeuring gelijkgestelde certificaten die bovendien zien op de combinatie. Dit betekent dat van een overtreding van artikel 3a gelezen in verbinding met artikel 14a van het Was geen sprake is. De staatssecretaris was daarom niet bevoegd om aan eiseres een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom op te leggen. De beroepen zijn alleen al om deze reden gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 23/1244 en ROT 24/2699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. Goossens</contributor><issued>2025-06-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:CBB:2026:484</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:4330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:4330"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verkeersongeval met dodelijke afloop op 3 september 2022 te Oss. Vrijspraak ten aanzien van medeplegen artikel 6 WVW en vrijspraak ten aanzien van artikel 7 WVW. Veroordeling artikel 5a WVW 1994. Oplegging voorwaardelijke gevangenisstraf 4 weken, taakstraf 120 uren en deels voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk wegens vrijspraak 6 WVW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01/239686-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H.P.G. Wielders, mr. C.P.C. Kuijs, mr. A.E. de Kryger</contributor><issued>2024-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2698</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:4328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:4328"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verkeersongeval met dodelijke afloop op 3 september 2022 te Oss. Veroordeling artikel 6 WVW 1994, schuld in de gradatie van roekeloosheid. Geen straatrace als bedoeld in artikel 10 WVW1994. Oplegging van een gevangenisstraf van 24 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden, met aftrek. Toewijzing vorderingen benadeelde partij (restant affectieschade). Overige benadeelde partijen niet-ontvankelijk gelet op restrictieve uitleg artikel 6:108 BW, geen beroep op hardheidsclausule.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01/232857-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H.P.G. Wielders, mr. C.P.C. Kuijs, mr. A.E. de Kryger</contributor><issued>2024-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2699</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:484"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Hoger beroep. Bestuurlijke boete en last onder dwangsom. Geldig certificaat van goedkeuring of daarmee gelijk te stellen certificaat voor combinatieschommel. Bevestiging uitspraak rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Smorenburg, mr. dr. M.J. Jacobs, mr. dr. C. de Kruif</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:7045</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:483"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mestboete wegens overschrijding gebruiksnormen. Waardering eindvoorraad, stikstofcorrectie, gebruiksnorm, vertrouwensbeginsel. Randvoorwaardenkorting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/589 en 24/996</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. drs. M.P. Glerum, mr. dr. J.J. van der Helm</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Meststoffenwet</reference><reference relation="citing" lang="nl">Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:4208</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6363"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering in kortgeding tot ontruiming van huurwoningen van arbeidsmigranten op vakantiepark, nadat de gemeente de verhuurder een dwangsom heeft opgelegd strekkende tot beëindiging van de permanente bewoning van de huurwoningen. Anders dan de kantonrechter wijst het hof de vordering af. Het is volgens het hof niet evident dat in een eventuele bodemprocedure een vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst zal worden toegewezen. Bovendien valt een belangenafweging in het nadeel van de verhuurder uit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.073/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:1753</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:1753</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:1753</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:1753"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding ontruiming van het recreatiepark Van Harte in Echten. Er is geen sprake van een tussen partijen gesloten huurovereenkomst als ‘naar zijn aard van korte duur’, zoals bedoeld in artikel 7:232 lid 2 BW. Wel noopt de ontwikkeling van de gemeente De Wolden tot verwezenlijking van het omgevingsplan en bestaat de grond voor beëindiging van de huurovereenkomst ex artikel 7:274 lid 1 sub e BW. Het enkele feit dat er sprake is van de grond voor beëindiging ex artikel 7:274 lid 2 BW brengt met zich mee dat de rechter geen nadere marge heeft om toch te besluiten de beëindigingsvordering niet toe te wijzen. Ontruiming toegewezen. Veroordeling tot ontruiming niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11629961 \ VV EXPL 25-28</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J.R. De Locht</contributor><issued>2025-05-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6363</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2848"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Meermalen feitelijk leidinggeven aan schuldwitwassen. Taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-004448-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1624</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:473"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van schuldwitwassen, meermalen gepleegd (art. 420quater Sr). Middel over verjaring slaagt, zodat andere middelen geen bespreking behoeven. AG gaat in op geldigheid partiële intrekking cassatieberoep. Middel strekt tot vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/04688.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04637</description><issued>2026-06-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1624</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1378"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">- Geen sprake van strijd met het una via beginsel. - Beroep op strafuitsluitingsgrond op grond van artikel 69a, lid 3, AWR verworpen. - Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel (9a Sr.) Het hof is van oordeel dat er een aanzienlijk verschil bestaat tussen de aard en ernst van enerzijds de feiten die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een verzuimboete op grond van artikel 67c, lid 1, AWR en anderzijds het tenlastegelegde van het op artikel 69a, lid 1, AWR toegesneden feit. Dat komt onder meer tot uitdrukking in het in artikel 69a, lid 1, AWR neergelegde opzetvereiste en de in dat zelfde artikelgenoemde maximale straffen, waaronder een gevangenisstraf van maximaal zes jaren. Gelet hierop kunnen zulke feiten in beginsel niet worden aangemerkt als “hetzelfde feit” in de zin van artikel 68 Sr en artikel 243 lid 2 Sv in verbinding met artikel 255 lid 1 Sv. Het hof is van oordeel dat de verdachte geen beroep op een strafuitsluitingsgrond toekomt op grond van artikel 69a, lid 3, AWR. De verdachte, boekhouder van beroep, heeft nagelaten om op juiste wijze en op de juiste tijdstippen concreet en gespecificeerd uitstel van betaling te vragen. Het had op de weg van de verdachte gelegen om telkens voorafgaand aan het doen van de aangifte omzetbelasting voor de in de tenlastelegging genoemde kwartalen aan te geven dat hij voor die kwartalen uitstel van betaling verzocht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002251-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad, Op tegenspraak</description><issued>2024-04-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 69a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:1364</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1578</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1618</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1618</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1618"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen oplichting van woningbouwvereniging, begaan door rechtspersoon, art. 326.1 Sr. Bewijsklachten oplichting en medeplegen. Kon hof oordelen dat woningbouwvereniging het project ook rechtstreeks en tegen aanzienlijk lager bedrag had kunnen verwerven? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02204, 24/02228 en 24/02229. Vervolg op HR:2022:111.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1915</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:970</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1915"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000219-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:4216</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:111</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1618</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1620"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Faillissementsfraude melkproductenfabriek. Feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk door rechtspersoon, art. 341.a (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklachten “ter bedrieglijke verkorting” van rechten van schuldeisers van rechtspersoon en voorwaardelijk opzet op bedrieglijke bankbreuk. 2. Bewijsklacht feitelijk leiding geven. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Bewijsmotivering houdt in dat er t.t.v. overboeking al (groot) risico op faillissement bestond. Hof stelt vervolgens vast dat overboeking een aanmerkelijke kans op dat faillissement heeft doen ontstaan. Daarnaast overweegt hof dat van de door verdachte voorgehouden reden van overboeking (investering), niet binnen afzienbare tijd enig financieel resultaat viel te verwachten. Uit bewijsmotivering blijkt dat verdachte op de hoogte moet zijn geweest van penibele financiële situatie van melkproductenfabriek toen overboeking plaatsvond. Dat hof daaruit heeft afgeleid dat fabriek bij overboeking bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit zou leiden tot benadeling van rechten van een of meer schuldeisers, is niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. Oordeel getuigt ook niet van onjuiste rechtsopvatting. Ad 2. Hof heeft geoordeeld dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan overboeking op 3-6-2010. Vast staat dat verdachte t.t.v. overboeking ingeschreven stond als enig bevoegd directeur van melkproductenfabriek. Ook blijkt uit bewijsmotivering dat verdachte voor 3-6-2010 namens fabriek al 2 belangrijke financiële beslissingen had genomen, namelijk sluiten van overeenkomst met bedrijf en verkopen van vordering op dat bedrijf aan bank. Daarnaast heeft hof vastgesteld dat degene die sinds begin juni 2010 als interim manager werkte bij fabriek had verklaard dat alle bevoegdheden binnen bedrijf waren weggelegd voor verdachte en dat verdachte aan alles op financieel vlak zijn fiat moest geven. Uit deze omstandigheden heeft hof kennelijk afgeleid dat verdachte verantwoordelijk was voor deze overboeking. ‘s Hofs oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd. Daarover kan ook moeilijk twijfel bestaan, aangezien kern van verweer in hoger beroep juist was dat deze overboeking een investering was waarmee verdachte geld voor fabriek wilde verdienen. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02737</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4396</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:771</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4396"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor valsheid in geschrifte en bedrieglijke bankbreuk, gepleegd door rechtspersoon en waar verdachte feitelijk leiding aan gegeven heeft. Geen OVAR vanwege Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude en geen AVAS wegen dwaling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005362-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1620</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:771"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Fraude in aanloop naar faillisement melkfabriek Lyempf B.V. Middelen over bewezenverklaring, strafbaarheid daarvan en een beroep op AVAS falen. Middel over overschrijding inzendtermijn slaagt. De conclusie strekt tot vermindering van de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02737</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1620</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3405"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontnemingszaak. Overwegingen hof omtrent de toepasselijkheid van artikel 36e, derde lid oud of nieuw van het Wetboek van Strafrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001989-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-03-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1614</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1614</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1614</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1614"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. bestaande uit uitgaven die betrokkene heeft gedaan na veroordeling t.z.v. aanwezig hebben van cocaïne, medeplegen aanwezig hebben van hasj en medeplegen witwassen op 30-11-2011, art. 36e.3 Sr. Kon hof gelet op art. 1 Sr en art. 7 EVRM o.g.v. art. 36e.3 Sr, zoals bepaling luidt sinds 1-7-2011, w.v.v. vaststellen o.g.v. vermogensvergelijking die ziet op tijdvak dat zich deels uitstrekt over periode van voor 1-7-2011? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03822 P en 24/03921 P.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03922</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:779</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3405</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:779</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:779</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:779"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Kon het hof art. 36e lid 3 Sr toepassen zoals dat gold na 1 juli 2011? Conclusie strekt tot verwerping cassatieberoep. Samenhang met 24/03822 en 24/03921.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03922</description><issued>2026-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1614</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1578"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk niet betalen van omzetbelasting, art. 69a.1 AWR. 1. Ontvankelijkheid OM en hetzelfde feit, art. 243.2 en 255.1 Sv jo. art. 50 Handvest van grondrechten EU. Kon hof oordelen dat vervolging voor overtreding van art. 69a.1 AWR niet betrekking heeft op “hetzelfde feit” a.b.i. art. 255.1 Sv als waarvoor eerder aan verdachte een verzuimboete o.g.v. art. 67c AWR is opgelegd? 2. Verzoek om prejudiciële vraag te stellen aan HvJ EU over uitleg van art. 50 Handvest. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2011:BM9102 m.b.t. “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. Daarbij genoemde vergelijkingsfactoren zijn ook bepalend bij beoordeling of sprake is van “hetzelfde feit” a.b.i. art. 243.2 jo. 255.1 Sv. In geval dat bestuurlijke boete is opgelegd, gaat het bij toepassing van vergelijkingsfactor juridische aard van feiten om vergelijking van (i) in tll. omschreven en aan boete ten grondslag liggende verwijten, mede aan de hand van rechtsgoederen die worden beschermd door enerzijds toepasselijke bestuursrechtelijke norm en anderzijds delictsomschrijving, en (ii) bepalingen die betrekking hebben op maximale bestraffing van onderscheiden feiten (vgl. HR:2016:222). Zowel in rechtspraak van HR over art. 68 en 255.1 Sv als in rechtspraak van HvJ EU over art. 50 jo. 52 Handvest staat ne bis in idem-beginsel centraal. Dit beginsel beschermt tegen onevenredige bestraffing en ongerechtvaardigde cumulatie van procedures. Dat dit beginsel zowel nationaalrechtelijke als EU-rechtelijke uitwerking kent, betekent niet dat inhoud van begrip “hetzelfde feit” in art. 68 Sr en 255.1 Sv samenvalt met (en moet worden afgestemd op) betekenis van begrip “hetzelfde delict” in art. 50 Handvest. Daarmee houdt verband dat art. 50 Handvest een eigen beperkingssystematiek kent via art. 52 Handvest. Dat sprake is van “hetzelfde delict” a.b.i. art. 50 Handvest, betekent namelijk niet z.m. dat herhaalde berechting of bestraffing van bepaalde gedraging in strijd is met Handvest. Nationaalrechtelijke bepalingen waarin ne bis in idem-beginsel tot uitdrukking komt, kennen niet zo’n beperkingssystematiek. Oordeel dat sprake is van “hetzelfde feit” leidt er bij toepassing van art. 68 en 255.1 Sv (in beginsel) toe dat herhaalde berechting of bestraffing niet is toegestaan. Strafrechter moet in zaken die binnen werkingssfeer Handvest vallen, niet alleen nagaan of strafrechtelijke vervolging verenigbaar is met art. 68 Sr en art. 255.1 Sv, maar ook (als art. 68 Sr en/of art. 255.1 Sv niet al aan die vervolging in de weg staan) onder ogen zien of strafrechtelijke vervolging en bestraffing te verenigen zijn met art. 50 jo. 52 Handvest en, zo ja, welke straf in het licht van eventuele cumulatie van procedures nog passend is. M.b.t vervolgingsbeslissing geldt dat in fiscale zaken waarin zowel oplegging van bestuurlijke boete als strafrechtelijke afdoening openstaat, beleidsregels in Protocol AAFD 2023 (Stcrt. 2023, 16878) ertoe strekken dat afstemming plaatsvindt tussen Belastingdienst en OM over te kiezen afdoeningsmodaliteit(en). Hoewel protocol dat niet expliciet bepaalt, moet dit protocol zo worden toegepast dat afstemming ook plaatsvindt in gevallen waarin het gaat om gedragingen die (deels) dezelfde materiële feiten betreffen a.b.i. rechtspraak van HvJ EU. Hiermee wordt tegengegaan dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt als met (uitsluitend) bestuursrechtelijke handhaving kan worden volstaan. Ook afgezien van in beleidsregels neergelegde (afstemmings)voorschriften kan het aangewezen zijn dat afstemming plaatsvindt om te voorkomen dat cumulatie van procedures plaatsvindt die in het licht van de uit Handvest voortvloeiende vereisten niet kan worden gerechtvaardigd. Als in feitelijke instantie het verweer wordt gevoerd dat beslissing tot strafrechtelijke vervolging niet in overeenstemming met de o.g.v. art. 50 Handvest geldende vereisten voor onderlinge afstemming is genomen en dat daarom OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in vervolging, zal rechter hierop gemotiveerd moeten beslissen. Die motivering kan in cassatie worden getoetst. Daarnaast geldt in zaken waarin sprake is van (tweede) vervolging, terwijl (i) verdachte al eerder in straf- of bestuursrechtelijke procedure is bestraft voor gedragingen die (deels) dezelfde materiële feiten a.b.i. rechtspraak HvJ betreffen, maar (ii) geen sprake is van vervolging voor “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr en/of art. 255.1 Sv, dat strafrechter zich bij strafoplegging ervan zal moeten vergewissen dat nadelen die verdachte a.g.v. beide procedures lijdt niet onevenredig zijn (vgl. HR:2021:387, HR:2018:2350 en HR:2022:364). Hiervan zal uit motivering van (eventuele) strafoplegging moeten blijken. Opvatting dat in geval dat bestuurlijke boete is opgelegd voor inhoud van begrip “hetzelfde feit” in art. 255.1 Sv aansluiting moet worden gezocht bij betekenis van begrip “hetzelfde delict” in art. 50 Handvest, is onjuist gelet op wat hiervoor is overwogen. Ad 2. Gelet op wat hiervoor is overwogen, kan opgeworpen vraag worden beantwoord aan de hand van (in het bijzonder) hiervoor genoemde rechtspraak van HvJ EU. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor stellen van prejudiciële vraag aan HvJ EU. Volgt verwerping. Vervolg op HR:2022:1364.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1378</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:845</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:662"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep van ECLI:NL:RBAMS:2020:6337. Taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor, onder meer, medeplegen van witwassen van (de rechten op) luxebordeel. Verdachte heeft meegewerkt aan een schijnconstructie waarmee een ander buiten het zicht werd gehouden, terwijl die ander in feite mede-eigenaar was van (de rechten op) het luxebordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000008-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1621</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2847"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijk leidinggeven aan (het meermalen plegen van) valsheid in geschrift, oplichting en het medeplegen van witwassen. Taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-004447-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1622</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2699</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2699</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2699"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich samen met medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval waardoor het slachtoffer is komen te overlijden. De verdachte en medeverdachte hielden kort voorafgaand aan het ongeval een straatrace en reden daarbij met zeer hoge snelheid door een rood uitstralend verkeerslicht. Het voertuig van de verdachte is daardoor in botsing gekomen met het voertuig van het slachtoffer. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden alsmede een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest. Verder heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002580-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Riemens, mr. A.J.M. van Gink, mr. J. Platschorre</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:4328</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2698</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2698</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2698"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich samen met medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval waardoor het slachtoffer is komen te overlijden. De verdachte en medeverdachte hielden kort voorafgaand aan het ongeval een straatrace en reden daarbij met zeer hoge snelheid door een rood uitstralend verkeerslicht. Het voertuig van medeverdachte is daardoor in botsing gekomen met het voertuig van het slachtoffer. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden alsmede een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest. Verder heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002581-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Riemens, mr. A.J.M. van Gink, mr. J. Platschorre</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:4330</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3573</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3573</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3573"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheid financieel adviseur voor onjuist advies, causaal verband</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/429379 / HZ ZA 23-451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2024-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2152"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscale fraudezaak. Accijnsfraude. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van een grote hoeveelheid onveraccijnsde rooktabak. Het fiscaalstrafrechtelijke nadeel aan misgelopen accijns bedraagt € 8.850.000,00. De fiscale fraudekamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest. Het hof geeft in het arrest een toetsingskader voor de beoordeling van zaken waarin een strafrechtelijke verdenking van overtreding van artikel 5 van de Wet op de accijns aan de orde is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000279-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, J. Platschorre, K.J. van Dijk</contributor><issued>2024-07-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1625</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1625"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben van 54.990 kilogram rooktabak die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing is betrokken door aanwezig te zijn in loods met onveraccijnsde rooktabak, art. 5 Wet op accijns. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht opzet en voorhanden hebben. Kon hof oordelen dat voor opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen a.b.i. art. 97 jo. 5.1.b Wet op accijns voldoende is “dat persoon betrokken raakt bij voorhanden hebben”? 2. Bewijsklacht. Verweer dat verdachte als werknemer de onveraccijnsde rooktabak voorhanden had. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in HR:2026:1619 is klacht terecht voorgesteld. Om redenen vermeld in CAG leidt dat echter niet tot cassatie. CAG: In nadere bewijsoverwegingen heeft hof, na groot aantal belastende f&amp;o te hebben vastgesteld, overwogen dat verdachte door te handelen zoals hij heeft gedaan “naar oordeel van hof minstgenomen bewust aanmerkelijke kans (heeft) aanvaard dat rooktabak die hij voorhanden had, onveraccijnsd was.” Daarin ligt besloten dat hof uiteindelijk toch uitgaande van juiste rechtsopvatting heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. Uit ’s hofs bewijsvoering volgt dat verdachte de tabak met medeplegers voorhanden had (en niet slechts bij voorhanden hebben ervan betrokken was). Uit nadere bewijsoverwegingen kan worden afgeleid dat hof aan de hand van juiste maatstaf heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. In dat licht kan vaststelling van vermoeden dat verdachte bezig was in illegaliteit als overweging ten overvloede worden aangemerkt. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden klachten niet tot cassatie. CAG: Uit f&amp;o die n.a.v. rechtshulp verzoek naar voren zijn gekomen heeft hof kennelijk afgeleid en kunnen afleiden dat Duits bedrijf, v.zv. al van daadwerkelijk bestaande onderneming sprake is, geen rol heeft gespeeld in onderhavige strafzaak. Mede gelet op inhoud van bewijsvoering heeft hof kennelijk aangenomen en kunnen aannemen dat verdachte zich ervan bewust was dat overgelegde arbeidsovereenkomst met Duits bedrijf niet overeenkomstig werkelijkheid was. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02638 en 24/02639.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:972</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2152</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:663"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling van rechtspersoon voor medeplegen van witwassen van (de rechten op) luxebordeel. Verdachte heeft meegewerkt aan een schijnconstructie waarmee een ander buiten het zicht werd gehouden, terwijl die ander in feite mede-eigenaar was van (de rechten op) het luxebordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000007-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1623</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:689</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:689</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:689"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Witwassen Yab Yum. Veroordeling rechtspersoon wegens medeplegen witwassen, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon (art. 420bis Sr). M1 klaagt over onderscheid tussen optreden medeverdachte als verdachte in eigen zaak en als vertegenwoordiger van de verdachte ter terechtzitting en faalt. M2 klaagt over criminele herkomst van de bewezenverklaarde voorwerpen en faalt eveneens. M3 klaagt over oordeel hof over overschrijding redelijke termijn in feitelijke aanleg en faalt. Ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging t.a.v. de hoogte van de opgelegde geldboete, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 24/01170.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01146</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1623</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:690"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Witwassen Yab Yum. Veroordeling wegens 1. medeplegen witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis Sr), 2. witwassen (art. 420bis Sr) en 3. het door de bestuurder opzettelijk openbaar maken van een onware balans (art. 336 Sr). M1 klaagt over onderscheid tussen optreden verdachte als verdachte in eigen zaak en als vertegenwoordiger van de medeverdachte rechtspersoon ter terechtzitting en faalt. M2 klaagt over criminele herkomst van de onder 1 bewezenverklaarde voorwerpen en faalt eveneens. M3 komt met rechtsklacht op tegen oordeel hof dat verdachte met versturen van een balans aan Dienst Justis in het kader van een Bibob-procedure deze ‘openbaar heeft gemaakt’ a.b.i. art. 336 Sr en slaagt. Gelet daarop kan M4, dat klaagt over strafoplegging, onbesproken blijven. Conclusie strekt tot vernietiging t.a.v. bewezenverklaring feit 3 en de strafoplegging en tot terugwijzing. Samenhang met 24/01146.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01170</description><issued>2026-07-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1621</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:972</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:972</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:972"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben 54.990 kilogram rooktabak, terwijl die accijnsgoederen niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken (art. 5.1.b Wet op de Accijns). 1. Bewijsklachten m.b.t. bewijs niet gelden accijnsschorsingsregeling, niet in heffing betrokken zijn goederen en opzet. 2. Verwerping alternatief scenario. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 24/02638 en 24/02639.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02637</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1625</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2168"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscale fraudezaak. Accijnsfraude. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van een grote hoeveelheid onveraccijnsde rooktabak. Het fiscaalstrafrechtelijke nadeel aan misgelopen accijns bedraagt € 8.850.000,00. De fiscale fraudekamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest. Het hof geeft in het arrest een toetsingskader voor de beoordeling van zaken waarin een strafrechtelijke verdenking van overtreding van artikel 5 van de Wet op de accijns aan de orde is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000277-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, J. Platschorre, K.J. van Dijk</contributor><issued>2024-07-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1626</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:973"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben 54.990 kilogram rooktabak, terwijl die accijnsgoederen niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken (art. 5.1.b Wet op de Accijns). 1. Bewijsklachten m.b.t. bewijs niet gelden accijnsschorsingsregeling, niet in heffing betrokken zijn goederen en opzet. 2. Verwerping alternatief scenario. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 24/02637 en 24/02639.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02638</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1626</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1626</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1626</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1626"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben van 54.990 kilogram rooktabak die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing is betrokken door aanwezig te zijn in loods met onveraccijnsde rooktabak, art. 5 Wet op accijns. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht opzet en voorhanden hebben. Kon hof oordelen dat voor opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen a.b.i. art. 97 jo. 5.1.b Wet op accijns voldoende is “dat persoon betrokken raakt bij voorhanden hebben”? 2. Bewijsklacht. Verweer dat verdachte als werknemer de onveraccijnsde rooktabak voorhanden had. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in HR:2026:1619 is klacht terecht voorgesteld. Om redenen vermeld in CAG leidt dat echter niet tot cassatie. CAG: In nadere bewijsoverwegingen heeft hof, na groot aantal belastende f&amp;o te hebben vastgesteld, overwogen dat verdachte door te handelen zoals hij heeft gedaan “naar oordeel van hof minstgenomen bewust aanmerkelijke kans (heeft) aanvaard dat rooktabak die hij voorhanden had, onveraccijnsd was.” Daarin ligt besloten dat hof uiteindelijk toch uitgaande van juiste rechtsopvatting heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. Uit ’s hofs bewijsvoering volgt dat verdachte de tabak met medeplegers voorhanden had (en niet slechts bij voorhanden hebben ervan betrokken was). Uit nadere bewijsoverwegingen kan worden afgeleid dat hof aan de hand van juiste maatstaf heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. In dat licht kan vaststelling van vermoeden dat verdachte bezig was in illegaliteit als overweging ten overvloede worden aangemerkt. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden klachten niet tot cassatie. CAG: Uit f&amp;o die n.a.v. rechtshulp verzoek naar voren zijn gekomen heeft hof kennelijk afgeleid en kunnen afleiden dat Duits bedrijf, v.zv. al van daadwerkelijk bestaande onderneming sprake is, geen rol heeft gespeeld in onderhavige strafzaak. Mede gelet op inhoud van bewijsvoering heeft hof kennelijk aangenomen en kunnen aannemen dat verdachte zich ervan bewust was dat overgelegde arbeidsovereenkomst met Duits bedrijf niet overeenkomstig werkelijkheid was. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02637 en 24/02639.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02638</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:973</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2168</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:974</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:974</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:974"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben 54.990 kilogram rooktabak, terwijl die accijnsgoederen niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken (art. 5.1.b Wet op de Accijns). 1. Bewijsklachten m.b.t. bewijs niet gelden accijnsschorsingsregeling, niet in heffing betrokken zijn goederen en opzet. 2. Verwerping alternatief scenario. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 24/02637 en 24/02638.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02639</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1627</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2167</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2167</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2167"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscale fraudezaak. Accijnsfraude. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van een grote hoeveelheid onveraccijnsde rooktabak. Het fiscaalstrafrechtelijke nadeel aan misgelopen accijns bedraagt € 8.850.000,00. De fiscale fraudekamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest. Het hof geeft in het arrest een toetsingskader voor de beoordeling van zaken waarin een strafrechtelijke verdenking van overtreding van artikel 5 van de Wet op de accijns aan de orde is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000278-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, J. Platschorre, K.J. van Dijk</contributor><issued>2024-07-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1627</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1627</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1627</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1627"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben van 54.990 kilogram rooktabak die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing is betrokken door aanwezig te zijn in loods met onveraccijnsde rooktabak, art. 5 Wet op accijns. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht opzet en voorhanden hebben. Kon hof oordelen dat voor opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen a.b.i. art. 97 jo. 5.1.b Wet op accijns voldoende is “dat persoon betrokken raakt bij voorhanden hebben”? 2. Bewijsklacht. Verweer dat verdachte als werknemer de onveraccijnsde rooktabak voorhanden had. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in HR:2026:1619 is klacht terecht voorgesteld. Om redenen vermeld in CAG leidt dat echter niet tot cassatie. CAG: In nadere bewijsoverwegingen heeft hof, na groot aantal belastende f&amp;o te hebben vastgesteld, overwogen dat verdachte door te handelen zoals hij heeft gedaan “naar oordeel van hof minstgenomen bewust aanmerkelijke kans (heeft) aanvaard dat rooktabak die hij voorhanden had, onveraccijnsd was.” Daarin ligt besloten dat hof uiteindelijk toch uitgaande van juiste rechtsopvatting heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. Uit ’s hofs bewijsvoering volgt dat verdachte de tabak met medeplegers voorhanden had (en niet slechts bij voorhanden hebben ervan betrokken was). Uit nadere bewijsoverwegingen kan worden afgeleid dat hof aan de hand van juiste maatstaf heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. In dat licht kan vaststelling van vermoeden dat verdachte bezig was in illegaliteit als overweging ten overvloede worden aangemerkt. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden klachten niet tot cassatie. CAG: Uit f&amp;o die n.a.v. rechtshulp verzoek naar voren zijn gekomen heeft hof kennelijk afgeleid en kunnen afleiden dat Duits bedrijf, v.zv. al van daadwerkelijk bestaande onderneming sprake is, geen rol heeft gespeeld in onderhavige strafzaak. Mede gelet op inhoud van bewijsvoering heeft hof kennelijk aangenomen en kunnen aannemen dat verdachte zich ervan bewust was dat overgelegde arbeidsovereenkomst met Duits bedrijf niet overeenkomstig werkelijkheid was. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02637 en 24/02638.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02639</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:974</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2167</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1621"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen witwassen van nachtclub/prostitutiebedrijf (art. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr) en door bestuurder openbaar maken van onware balans door als vennoot van VOF zogenaamde leningen onterecht als schuld op te nemen op balans en deze balans i.h.k.v. Bibob-procedure te verzenden naar Dienst Justis van ministerie van Veiligheid en Justitie (art. 336 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg t.z.v. witwassen. 1. Bewijsklachten witwassen. Kon hof oordelen dat door ander ingebrachte gelden uit misdrijf afkomstig zijn op de grond dat deze persoon heeft geweigerd te verklaren over herkomst van gelden en zijn voor bewijs gebruikte verklaringen van getuigen met elkaar te verenigen? 2. Bewijsklacht openbaar maken van onware balans. Kon hof oordelen dat verdachte een onware balans “openbaar heeft gemaakt” a.b.i. art. 336 Sr, nu uit bewijsvoering enkel volgt dat verdachte de balans i.h.k.v. Bibob-procedure heeft verstrekt aan Dienst Justis? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft overwogen dat uit feit dat persoon die gelden heeft ingebracht, als eerder gestrafte en thans van strafbare feiten verdacht persoon die leiding geeft aan organisatie die van strafbare feiten wordt verdacht, kan beschikken over contant geldbedrag van 1.500.000 gulden en 400 kilogram hasj, sterke aanwijzing volgt dat dit geld van misdrijf afkomstig is. Bij gebreke van aannemelijke andersluidende verklaring heeft hof deze aanwijzingen voldoende geacht voor bewijs dat gelden inderdaad criminele herkomst hebben. Deze wijze van bewijsvoering is in overeenstemming met rechtspraak van HR over vaststelling van criminele herkomst van voorwerp bij onbekend gebleven gronddelict. Voorts heeft hof geoordeeld dat causaal verband bestaat tussen betaling van de uit misdrijf afkomstige 500.000 gulden en 400 kilogram hasj en verkrijging van onderneming en panden door verdachte en A, waardoor ook in zoverre activa van nachtclub middellijk door misdrijf zijn verkregen. Dat oordeel is gelet op de voor bewijs gebruikte verklaring van A niet onbegrijpelijk. Aan die begrijpelijkheid wordt niet afgedaan door ook voor gebruikte verklaring van B. Diens uitlatingen over afpersing onderbouwen immers ’s hofs vaststelling dat betaling noodzakelijke voorwaarde was voor verkrijging van onderneming en panden. Van tegenstrijdigheid is geen sprake. Ad 2. Mede gelet op wetsgeschiedenis van art. 336 Sr, is met strafbaarstelling van dit art. beoogd publiek te beschermen tegen misleiding d.m.v. publiceren van onware balans door onder meer bestuurder of beherende vennoot van rechtspersoon of vennootschap. Van het in deze bepaling bedoelde “openbaar maken” is daarom sprake als het gaat om handeling waarmee verdachte zich wendt tot publiek (vgl. HR:1923:51). Hof heeft vastgesteld dat verdachte en zijn vrouw i.h.k.v. Bibob-procedure een balans waarin ten onrechte schuld is opgenomen, hebben verzonden naar Dienst Justis. Die enkele vaststelling volstaat niet voor oordeel dat verdachte een onware balans “openbaar heeft gemaakt”. Hof heeft daarom bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/01146.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:690</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:662</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1623</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1623</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1623"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen witwassen van nachtclub/prostitutiebedrijf, begaan door rechtspersoon (art. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat door ander ingebrachte gelden uit misdrijf afkomstig zijn op de grond dat deze persoon heeft geweigerd te verklaren over herkomst van gelden en zijn voor bewijs gebruikte verklaringen van getuigen met elkaar te verenigen? Om redenen vermeld in CAG bij HR:2026:1621 leidt middel niet tot cassatie. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01170.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01146</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:689</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:663</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:566</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:566</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:566"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Valsheid in geschrift en oplichting door ten onrechte de indruk te wekken dat was voldaan aan de voorwaarden voor de verstrekking van een lening door de Staat in het kader van de Seed Capital regeling (art. 225 en 326 Sr). De vier middelen zijn gericht tegen de bewezenverklaring. Het derde middel richt zich specifiek op het feitelijk leiding geven door de verdachte aan het strafbare handelen van een vennootschap. Het vierde middel voert aan dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is geweest van een samenweefsel van verdichtsels. Alle middelen falen en de conclusie strekt tot verwerping van het beroep (deels 81 RO). Samenhang met 23/04637.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04688</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1622</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1624</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1624</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1624"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijk leidinggeven aan schuldwitwassen begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 420quater.1.b Sr. 1. Volgens daarvan opgemaakte akte is beroep o.m. niet gericht tegen onderdelen van het onder 2 primair, impliciet subsidiair, tlgd. feit waarvan verdachte werd vrijgesproken en beslissing over vordering benadeelde partij. Toelaatbare beperking cassatieberoep? 2. Verjaring, absolute verjaringstermijn (art. 70.1.2 jo. 72 Sr). Ad 1. Aan deze beperking moet worden voorbijgegaan om reden zoals uiteengezet in HR:2013:CA1610. V.zv. in akte is opgenomen dat beroep niet is gericht tegen vrijspraak van het onder 2 primair, cumulatief, tlgd. opdracht geven dan wel feitelijk leidinggeven aan schuldwitwassen door A B.V., is sprake van misslag omdat hof niet van dat feit heeft vrijgesproken. Ad 2. Hof heeft onder 2 primair, impliciet subsidiair, tlgd. bewezenverklaard en verdachte hiervoor veroordeeld, met vrijspraak van verdachte van overige onder 2 primair tlgd. Onder 2 primair, impliciet subsidiair, tlgd. opdracht geven dan wel feitelijk leiding geven aan (mede)plegen van schuldwitwassen is als misdrijf strafbaar gesteld in art. 420quater Sr jo. art. 47 en 51 Sr. Op schuldwitwassen was tot inwerkingtreding per 1-1-2015 van Wet tot verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit (Stb. 2014, 445) gevangenisstraf van 1 jaar gesteld. Sinds 1-1-2015 is op dat misdrijf gevangenisstraf van 2 jaren gesteld. Onder 2 primair, impliciet subsidiair, tlgd. is volgens tll. begaan: (i) in of omstreeks periode van 15-12-2011 tot en met 1-11-2016 wat betreft opdracht geven of feitelijk leiding geven aan het door B B.V. (mede)plegen van schuldwitwassen, en (ii) in of omstreeks periode van 21-8-02012 tot en met 1-11-2016, wat betreft opdracht geven of feitelijk leiding geven aan het door A B.V. (mede)plegen van schuldwitwassen. O.g.v. art. 70.1.2 jo. 72.2 Sr beloopt verjaringstermijn in dit geval ten hoogste 2 maal 6 jaren. Daarom is wat betreft onder 2 primair, impliciet subsidiair, tlgd. op datum van uitspraak van dit arrest het recht tot strafvordering wegens verjaring vervallen, v.zv. het periode vóór 6-10-2014 betreft. Volgt (partiële) vernietiging en n-o verklaring OM t.a.v. feitelijk leidinggeven aan schuldwitwassen, v.zv. het periode vóór 6-10-2014 betreft, en terugwijzing. Samenhang met 23/04688.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:2848</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:473</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6289"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Matiging contractuele boete wegens niet-nakoming koopovereenkomst t.z.v. woning. Standaardboetebeding uit Modelkoopakte. Weging van de omstandigheden van het geval. Gewijzigde verkeersopvatting t.a.v. de redelijkheid van de hoogte van (het percentage van 10% genoemd in) het standaardboetebeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.344.950/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6427</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6427</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6427"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt een 36-jarige verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden voor het plegen van ontucht met een meisje van (destijds) 13 jaar die bij zijn garagebedrijf werkte, welke ontucht onder meer bestond uit het meermaals seksueel binnendringen van het lichaam. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-002874-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6391"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt een 42-jarige verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden voor het plegen van ontucht met een meisje van (destijds) net 15 jaar, welke ontucht onder meer bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij wordt toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005342-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29494"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">MOB – geen procesbelang – niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.3431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6022</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6022</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6022"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Tussenuitspraak. Soevereinenbeweging. Verzoek anoniem procederen Belastingdienst toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2451 tm 25/2453 en 26/416 tm 26/419</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak, Geheimhoudingsbeslissing</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29496"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">MOB – geen procesbelang – niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29497</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29497</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29497"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, Kroatië, 8:54 Awb, juridische grondslag claimakkoord, artikel 20, vijfde lid van de Dublinverordening, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 17 Dublinverordening, garanties, beroep kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29498"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT – asiel – proceskostenvergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.13254 &amp; NL26.210</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29499</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29499</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29499"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT – asiel – gegrond – kruisjesformulier</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.17925</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6681"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het niet-ontvankelijk verklaren van eisers bezwaar. Eiser heeft een aanvraag gedaan bij het college om in te worden geschreven in de basisregistratie personen op adres 1 of adres 2 in woonplaats. Het college heeft eiser per mail laten weten dat de inschrijving in de BRP niet mogelijk is omdat het adres waarop eiser zich wil inschrijven niet in de basisregistratie adressen en gebouwen (bag) voorkomt. Eiser heeft tegen de mail bezwaar gemaakt. Het college heeft dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat zij stelt dat de mail een informatieve mededeling is en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Eiser is het daar niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de mail gelijk moet worden gesteld met een besluit in de zin van de Awb. Het college heeft het bezwaar daarom onterecht niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/5396</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.J. Woutersen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13398"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Moratorium afgewezen. Tweede verzoek. Eerder afgekondigde moratorium grotendeels verstreken. Geen bijzondere omstandigheden waarom er voor een tweede keer een moratorium zou moeten worden toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2600433:R-RK - NL:TZ:2600434:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13395"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Verdelingszaak. Afwijzing. De financiele situatie tussen partijen is in dit stadium nog te onduidelijk om vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure voorlopige voorzieningen te treffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724045 / KG ZA 26-814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2742"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WWZ. Melding Wet bescherming Klokkenluiders. Geen benadeling in de zin van art. 17e Wbk. Geen promotie onthouden en geen berisping opgelegd. Ook geen sprake van uitsluiting of isolatie. Geen ernstig verwijtbaar handelen werkgever</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.014/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6680"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden om een parkeerplaats ter hoogte van adres in plaats aan te wijzen als parkeerplaats die als specifiek doel heeft het opladen van elektrische voertuigen en dit kenbaar te maken met het bord E8c en het onderbord OB504. Eiser is het daar niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het verkeersbesluit niet mocht nemen zoals zij nu heeft gedaan omdat het besluit is genomen in strijd met de beleidsregel van de gemeente Vijfheerenlanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7772</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.J. Woutersen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6386"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt een 58-jarige man wegens ontucht met zes minderjarige meisjes van wie vijf aan zijn zorg en waakzaamheid waren toevertrouwd. Vijf slachtoffers waren vriendinnetjes van verdachtes (destijds) minderjarige dochter. De ontucht vond plaats bij verdachte thuis en in zijn auto. De ontucht heeft in één van die gevallen - mede - bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer. Het hof acht de aangiftes betrouwbaar, ziet voldoende steunbewijs en gebruikt de verklaringen van de slachtoffers over en weer als schakelbewijs. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het maken van kinderporno (zijnde foto’s) en het bezit van wapens en munitie. Het hof wijdt een overweging aan de eerlijkheid van het proces in zijn geheel (art. 6 EVRM) als gevolg van het niet kunnen ondervragen van één van de slachtoffers. Het hof veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 53 maanden, deze straf is hoger dan door de rechtbank was opgelegd. Het hof legt geen TBS op, omdat niet aan het gevaarscriterium van art. 37a lid 1 Sr is voldaan. Het hof is van oordeel dat niet aan alle criteria voor het opleggen van een tbs-maatregel is voldaan. Wel legt het hof aan verdachte een gedragsbeïnvloedende maatregel op. Het hof kent aan alle zes de slachtoffers schadevergoeding toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-002147-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29500"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT – asiel – gegrond – kruisjesformulier</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.17921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29502"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ambv Polen, buiten zitting, vrees discriminatie, beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29503</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29503</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29503"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, uitspraak op beroep, vovo afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29504</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29504</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29504"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, uitspraak op beroep, vovo afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55309</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2865"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.535/01 en 200.367.536/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1622</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1622</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1622"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225.2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat aandeelhoudersverslag een vals geschrift is a.b.i. art. 225.1 Sr? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft vastgesteld dat verdachte 2 maal per e-mail aan agentschap het aandeelhoudersverslag heeft toegestuurd. Hof heeft uit context van die e-mails afgeleid dat verdachte het document heeft verzonden om agentschap het gevraagde inzicht te verschaffen in uitvoering van fondsplan door B.V. Daarmee wijst hof onder andere op e-mail van verdachte waaruit volgt dat aandeelhoudersverslag door verdachte wordt opgestuurd als reactie op mededeling dat agentschap onvoldoende kon vaststellen dat door B.V. was voldaan aan haar verplichting tot volstorting van haar private aandeel. Hof heeft verder vastgesteld dat uit onderzoek naar voren is gekomen dat in aandeelhoudersverslag genoemde investeringen dan wel daarin genoemde participaties (nog) niet allemaal hadden plaatsgevonden. Deze vaststellingen, die in cassatie niet worden betwist, kunnen ‘s hofs oordeel dat aandeelhoudersverslag vals is en dat daarin vermelde informatie vals is, zelfstandig dragen. Aan begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel doet niet af hetgeen hof heeft overwogen over beoogd doel waarmee aandeelhoudersverslag door verdachte zou zijn opgesteld, in aanmerking genomen dat bewezenverklaring is toegesneden op art. 225.2 Sr en inhoudt dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het door BV opzettelijk gebruikmaken van vals geschrift. Volgt verwerping. Samenhang met 23/04637.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:566</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:2847</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6245"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging partneralimentatie. Beide partijen hebben vermogen. Zowel de vrouw (alimentatiegerechtigde) als de man (alimentatieplichtige) moeten interen op hun vermogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/586821</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. Atema</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:13416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:13416"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douane. Verzoeken om terugbetaling. Wijziging van de indeling geen bijzondere omstandigheid voor terugbetaling. Klaarblijkelijke nalatigheid. Procesrecht. Drie keer een uitspraak op bezwaar en drie keer een primair besluit. Hoorplicht op grond van artikel 22, zesde lid, DWU. Andere afloop criterium. Primaire afwijzingsbesluiten in bezwaar te voortvarend herroepen. Gegronde beroepen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1455, 22/2066, 22/2067, 24/1970</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A. Schreuder, C. Maas, E.M.R. Vennekens</contributor><issued>2025-02-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2809</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2809"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douane. Verzoeken om terugbetaling (art. 239 CDW); betreft invoer van melkpermeaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/731 tot en met 25/734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:13416</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2810"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; aftrek specifieke zorgkosten; uitgaven voor extra kleding en beddengoed.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2103</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2811"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag afvalstofheffing. Belanghebbende is een nakomeling van een ex-militair van het Koninklijk Nederlands-Indonesische Leger (K.N.I.L.). De aanslag is terecht aan belanghebbende opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2812</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2812</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2812"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 40, lid 2, Wet WOZ; WOZ-waarde woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1361</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2814"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag waterschapsbelasting; strijd met wettelijke bepalingen of rechtsbeginselen? Schending hoorrecht leidt niet tot toekenning proceskostenvergoeding vanwege bijzondere omstandigheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1648</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2813"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscaal procesrecht. Naheffingsaanslag parkeerbelasting bij ambtshalve beslissing door de heffingsambtenaar vernietigd; bezwaar tegen de aanslag wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof oordeelt onder meer dat de heffingsambtenaar van het horen in bezwaar heeft mogen afzien.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10362</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10362</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10362"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burenrecht. Het plaatsen van een hekje op eigen grond tussen twee opritten levert geen onrechtmatige hinder op voor de eigenaar van de andere oprit. Verder bestaat geen grond om aan te nemen dat sprake is van misbruik van recht. De gevorderde verwijdering van het hekje wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/355473 / KG ZA 26-340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6990"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eisers hebben gedurende meerdere jaren een vaste standplaats op een recreatieterrein gehuurd. In deze zaak is de vraag aan de orde of de 95 eisers op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden bij de (voormalige) huurovereenkomsten aanspraak maken op een tegemoetkoming, waarbij de vordering van één eiser tijdens de procedure is ingetrokken. Allereerst oordeelt de kantonrechter dat gedaagde wel partij is bij de (voormalige) huurovereenkomsten met eisers. De kantonrechter komt vervolgens tot het oordeel dat de vorderingen van meerdere eisers zijn verjaard, zodat hun vorderingen worden afgewezen. Daarnaast hebben meerdere eisers afstand gedaan van hun recht op een tegemoetkoming. Ook zijn meerdere vorderingen door verrekening geheel tenietgegaan en de vorderingen van 3 eisers zijn deels tenietgegaan. De vorderingen van in totaal 26 eisers worden toegewezen tot het bedrag van de gevorderde hoofdsom. De vorderingen van de voornoemde 3 eisers zijn gedeeltelijk toewijsbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11740015 \ CV EXPL 25-3133</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. van Voorthuizen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5809"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens gedeeltelijk toegewezen op grond van de Wet politiegegevens (Wpg).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406185/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29505"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheidsontnemende maatregel artikel 6, derde lid - uitgestelde grensweigering – voldoende gemotiveerd – geen lichter middel mogelijk – beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57319</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13036"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen omgevingsvergunningen waarmee de bouwhoogte van een dakopbouw op een garage wordt gelegaliseerd. Tevens beroep tegen gedeeltelijke handhaving van de afwijking van een eerder verleende omgevingsvergunning. In 2021 is omgevingsvergunning verleend voor een dakopbouw met dakkapel, op een garage die grenst aan de garage van eiseres. De vergunning is onherroepelijk. De dakopbouw blijkt over de perceelsgrens heen te zijn gebouwd en hoger te zijn uitgevoerd dan eerder vergund. Het verzoek om handhaving van eiseres wordt toegewezen voor wat betreft de afwijkende maatvoering van de dakopbouw. Gedurende de handhavingsprocedure worden twee legaliserende omgevingsvergunningen verleend. De stelling van eiseres dat sprake is van een evident privaatrechtelijke belemmering wordt niet gevolgd. Niet in geschil is dat sprake is van een overschrijding van de perceelsgrens. Omdat de omgevingsvergunning van 2021 onherroepelijk is, heeft deze formele rechtskracht. Van zeer bijzondere omstandigheden om die te doorbreken, is niet gebleken, mede omdat eiseres privaatrechtelijke kwesties bij de civiele rechter aan de orde kan stellen. De later aangebrachte dakgoot overschrijdt de perceelsgrens verder. De dakgoot is echter aan te merken als een ondergeschikt onderdeel. Artikel 22.27 van het Omgevingsplan beoogt de systematiek van artikel 3, bijlage II van het Bor voort te zetten. De dakgoot is daarom vergunningvrij. Het college hoefde (privaatrechtelijke) aspecten van de dakgoot niet in de etfal-toets van de gewijzigde maatvoering van de dakopbouw te betrekken. De dakkapel bevindt zich op een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak. Eiseres heeft niet gemotiveerd bestreden dat de dakkapel niet aan de vereisten voldoet om deze vergunningvrij te plaatsen. Het college is alleen bevoegd om handhavend op te treden bij een overtreding van de regels die onder zijn verantwoordelijkheid vallen. Het college is niet bevoegd om handhavend op te treden tegen privaatrechtelijke overtredingen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3645 en HAA 25/5347</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. de Vries</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:230"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bonairiaanse fraudezaak. De verdachte was bestuurder van ATP en hield zich beroepsmatig bezig met financiële en fiscale dienstverlening. Via zijn zakelijke rekening werden gedurende langere tijd aanzienlijke geldbedragen ontvangen van een bouwbedrijf dat belastingfraude pleegde. De bedragen werden overgeboekt naar verschillende bankrekeningen en vervolgens weer deels doorgestort of contant opgenomen. Door deze werkwijze heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen. Schending redelijke termijn, maar volstaan met de constatering. Oplegging van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor oplegging van het gevorderde beroepsverbod is geen wettelijke grondslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00161/24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2366"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 311, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van € 8.000,00 door middel van een valse sleutel. Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis waarvan 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Het hof legt bijzondere voorwaarden op en heft op het door de politierechter gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van deze bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht. Voorts legt het hof een vrijheidsbeperkende maatregel op en verklaart het hof dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000087-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.G. Smit, M.J.M.A. van der Put, N.I.B.M. Buljevic</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29495</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29495</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29495"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV. Spanje.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35394</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:231</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:231</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:231"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak witwassen. Echtgenote beheerde de rekening. Niet is komen vast te staan dat de verdachte wist of moest weten dat het geld van misdrijf afkomstig was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00102/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1611"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zedenzaak. Ontucht met 5-jarig buurmeisje door 62-jarige verdachte bij verdachte thuis, art. 247 (oud) Sr jo. 248.2 (oud) Sr. 1. Bewijsklachten niet redengevende feiten en omstandigheden in bewijsvoering en vaststelling in nadere bewijsoverwegingen. 2. Bewijsklacht “aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige”. 3. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade. Is sprake van aantasting in persoon “op andere wijze” a.b.i. art. 6:106.b BW? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:761</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13397"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever beëindigt met een beroep op een ontbindende voorwaarde de arbeidsovereenkomst met werknemer. Dit is niet rechtsgeldig, werkgever heeft beslissende invloed gehad op het intreden van de ontbindende voorwaarde. De opzegging wordt daarom vernietigd, met veroordeling van werkgever tot doorbetaling van loon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12200682 VZ VERZ 26-2110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C.J. Frikkee</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9766"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB Polen; artikel 11 OLW: algemene gevaar voor de opgeeiste persoon weggenomen met een individuele detentiegarantie; overlevering toestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-152388-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.R.P.J. Davids, mr. M.C.M. Hamer, mr. E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9770</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9770</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9770"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB Belgie; artikel 6 OLW: terugkeergarantie; artikel 11 OLW: verweer op de detentieomstandigheden verworpen; CPT-rapport van 8 september 2026 vormt geen aanleiding om het aangenomen algemene gevaar uit te breiden; overlevering toestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-172254-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Pahladsingh, mr. E.M. de Bie, mr. dr. W.A.J.P. van den Reek</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:1797</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1797</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:1797"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikelen 7:60 en 7:61 BW en 4:34 lid 1 Wft. Richtlijn consumentenkrediet. Consumentenkredietovereenkomst. Ambtshalve toets precontractuele en contractuele informatieplicht en kredietwaardigheidstoets. Verstek. Rechtsgeldig opeisen krediet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28675"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis (vervolg op: ECLI:NL:RBDHA:2025:16705). Beroep op dwaling (art. 6:228 BW) na koop aandelen bedrijf. Vaststelling dwalingsnadeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/659601</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H.J. Vetter, mr. A.M. Boogers, mr. M.H.J. Doornink</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9780"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">EAB Duitsland; verweer met betrekking tot de genoegzaamheid verworpen; overlevering toegestaan</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-200302-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.Th.H. Zimmerman, mr. O.P.M. Fruytier, mr. E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7341"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM; handelsinkoopwaarde; schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/2458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13409"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Wsnp afgewezen. Onvoldoende aannemelijk dat verzoeker zijn verplichtingen nakomt. Schulden niet te goeder trouw ontstaan. Geen saneringsgezinde houding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615433:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. van Eeden-van Harskamp</contributor><issued>2026-10-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13038"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VOORLOPIGE VOORZIENING. LAST ONDER DWANGSOM OVERTREDING 5:20, EERSTE LID, AWB. SPOEDEISEND BELANG. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het risico van verbeurte van dwangsommen voor verzoekster een financieel belang vertegenwoordigt. Een financieel belang zal in de regel op zichzelf onvoldoende reden vormen een voorlopige voorziening te treffen. Het staat verzoekster immers vrij financiële compensatie van het college te vorderen indien het dwangsombesluit achteraf onrechtmatig zou blijken te zijn. Het treffen van een voorlopige voorziening kan niettemin aangewezen zijn naarmate de financiële gevolgen voor verzoekster, gelet op haar financiële positie, ernstiger zijn, en verzoekster bovendien aannemelijk maakt dat zij in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren. Dat van een dergelijke situatie sprake is, is gesteld noch gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/4094</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M. Jurgens</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13408"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verlening schone lei. Schuldenaar is niet tekortgeschoten in de nakoming van één of meer verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. De vraag of een vordering onder de uitgezonderde schulden van artikel 358 lid 4 Fw valt, is niet ter beoordeling aan de rechter die beslist over het al dan niet verlenen van de schone lei.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: FT RK 25-738</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2026:240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2026:240"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarde, voor poging doodslag op zijn toenmalige partner. Beroep op psychische overmacht verworpen. Gelet op de houding van verdachte, het lage recidiverisico en de uitdrukkelijke wens van het slachtoffer om de duur van een gevangenisstraf te beperken, komt er in deze zaak minder gewicht toe aan de strafdoelen van vergelding en speciale preventie. Lagere straf opgelegd dan geeist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: P-2026/00357, 274 van 2026</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Gerrits</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7670</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7670</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7670"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag en van zware mishandeling. De rechtbank vindt de eendaadse samenloop van openlijke geweldpleging ten aanzien van personen en goederen en poging tot zware mishandeling bewezen. Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. Hij kan een geslaagd beroep op noodweer doen ten aanzien van de openlijke geweldpleging. De rechtbank vindt het handelen van verdachte niet proportioneel ten aanzien van de poging tot zware mishandeling (het schoppen en trappen tegen het hoofd van het slachtoffer), waardoor een beroep op noodweer niet slaagt. Ten aanzien van de poging tot zware mishandeling kan verdachte wel een geslaagd beroep op noodweerexces doen, omdat verdachte door een hevige gemoedsbeweging meerdere malen tegen het hoofd van het slachtoffer heeft getrapt. De vorderingen van de benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard, omdat de rechtbank geen straf of maatregel oplegt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/267164-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M.H. Pennings</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6127"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurders dienen een deel van de door hen aangebrachte veranderingen binnen één jaar ongedaan te maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10938160 CV EXPL 24-600 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Karsten-Badal</contributor><issued>2024-09-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9432</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9432</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9432"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tweede incident opgeworpen na rolverwijzing voor conclusie van antwoord. Incidentele vorderingen moeten zoveel mogelijk tegelijk worden ingesteld, artikel 208 lid 3 Rv. Strijd met goede procesorde. Afwijzing onbevoegdheidsincident, primaire vordering bij dagvaarding is meer dan de competentiegrens van € 25.00, artikel 93 sub a Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/783043 / HA ZA 26-105</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27112"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Schadevergoeding ivm overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/8285</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Meessen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2986"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zorgplicht bank. Bank opent bankrekening voor handelingsonbekwame man die onder curatele staat. De bank heeft deze bankrekening geopend zonder het Centrale curatele- en bewindregister te raadplegen. Het hof is van oordeel dat de bank, door na te laten het register te raadplegen, haar zorgplicht heeft geschonden en aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het openen van de rekening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.340.766/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2137</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2137</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2137"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezag, zorgregeling en alimentatie. Ipr. Wordt de Marokkaanse echtscheidingsbeslissing waarbij ook beslissingen over de kinderen zijn genomen, in Nederland erkend?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.786/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:10382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:10382"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Rechtsgeldigheid van in Pakistan gesloten huwellijk. Huwelijk met de handschoen. Huwelijk wordt naar Nederlands recht erkend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/694506 / FA RK 25-1221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.C.A. de Groot, mr. L. Berghuis-Knijff, mr. I.J. Pieters</contributor><issued>2026-08-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6143"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Huwelijksvermogensrecht, Engels recht, wagonstelstel, voorhuwelijks vermogen, nadere uitlating partijen over invloed Engels recht op de verzoeken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/427398 FA RK 24-4661 en C/02/440666/FA RK 25-5198</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5702</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5702</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5702"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding niet-ontvankelijk. Betekeningsexploot niet overgelegd, geen klemmende redenen. Eenzijdig echtscheidingsverzoek kan niet worden omgezet naar een gemeenschappelijk verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/600807 / FA RK 25-1960</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.S. Terporten-Hop</contributor><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20465"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding. De tweede betekening heeft plaatsgevonden conform artikel 55 lid 1 Rv en de bepalingen uit het Haags Betekeningsverdrag 1965, in het bijzonder artikel 10 onder c. De vrouw is niet in de procedure verschenen, zij is wel goed opgeroepen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/675722 / FA RK 24-8202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. Brakel, A.C. Olland, E.E. Kraan</contributor><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8342"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding. Afwijzing verzoek partneralimentatie. De vrouw wordt geacht in haar eigen behoefte te voorzien met (het rendement op) het vermogen dat haar na vaststelling van de verdeling toekomt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/758509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2212"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank en bepaalt de kinderalimentatie op een lager bedrag en beperkt deze in duur vanwege het gebrek aan draagkracht aan de zijde van de vader als gevolg van zijn detentie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.306/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2592"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben na het huwelijk afzonderlijk van elkaar aanspraak gemaakt op compensatie van de Dienst Toeslagen voor gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire en deze ook gekregen. Vallen deze compensaties in de ontbonden wettelijke algehele gemeenschap van goederen (oud)? En zo ja, is er aanleiding om af te wijken van de verdeling bij helfte?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.797/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5669"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De gemeente Soest mag doorgaan met het plaatsen van een tijdelijk dassenraster voor de eerste fase van een nieuwbouwproject in Soesterberg, zo luidt het oordeel van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland. De omgevingsvergunning ziet op bouw- en graafwerkzaamheden en niet op de mogelijke gevolgen voor de das. De bezwaren van Stichting SOS en twee omwonenden zien alleen op de belangen van de das, maar dat kan in deze procedure juridisch gezien niet aan de orde komen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6595 en UTR 26/6606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1136"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag. Bedrijf niet levensvatbaar. Deskundigenadvies. Afzonderlijk verslag hoorzitting niet vereist. Afwijzing schadevergoeding. In de beroepsgrond dat appellant geen schriftelijk verslag van de hoorzitting heeft gehad ziet de Raad geen aanleiding om het bestreden besluit om die reden te vernietigen. In art. 7:7 Awb is weliswaar de verplichting opgenomen om een verslag van de hoorzitting te maken, maar het is toegelaten dat in plaats van een afzonderlijk verslag, uit de beslissing op bezwaar, of zoals in dit geval uit het advies van de bezwaarschriftcommissie, blijkt van hetgeen tijdens de hoorzitting is verhandeld. Niet kan worden geëist dat het verslag een woordelijke weergave inhoudt van al hetgeen tijdens de hoorzitting is gezegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1582 PW-PV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1013"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten. Terugwerkende kracht. Onjuiste toepassing tegenwettelijk beleid. Zelf voorzien. Partijen zijn verdeeld over de vraag van welke datum of data moet worden uitgegaan voor het bepalen van de tijdigheid van de aanvraag. In dit geval gaat het om de situatie van vervanging van een bewindvoerder waarbij de kantonrechter de ingangsdatum van de benoeming heeft bepaald op 1 december 2019. Dat betekent dat die datum volgens de beleidsregel de ingangsdatum is voor de aanvraag van bijzondere bijstand voor de intakekosten. De aanvraag voor die kosten moet dus binnen drie maanden en één dag na die datum van 1 december 2019 door het college zijn ontvangen. Vaststaat dat de aanvraag op 18 februari 2020 en dus tijdig is ontvangen. De Raad is dan ook van oordeel dat het college de beleidsregel niet juist heeft toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/3947 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1101</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1101</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1101"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toekenning bijzondere bijstand. Woonkostentoeslag. Beleid. Onjuiste vaststelling draagkracht. Opdracht nieuw besluit. Het college heeft de draagkracht van appellant terecht met toepassing van de eerste volzin van art. 6.3 lid 11 van de toepasselijke beleidsregels vastgesteld voor zover het gaat om het loon van het fastfood bedrijf, maar niet voor zover het gaat om het loon van het vervoersbedrijf en de beschrijvingen van derden. In zoverre had het college de draagkracht moeten vaststellen met toepassing van de tweede volzin van dat artikellid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1578 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1135"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Inhouding vanwege derdenbeslag. Toetsingskader. Dat wat appellant ter zitting naar voren heeft gebracht over en in verband met het derdenbeslag, dient hij voor te leggen aan de civiele rechter. Toetsing van de geldigheid en de omvang van het beslag zijn namelijk voorbehouden aan die rechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2055 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1143"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opvragen machtiging bij advocaat. Aanvragen om bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtsbijstand. Het uitgangspunt is dat bij een advocaat niet om een machtiging wordt gevraagd. Dit uitgangspunt is niet beperkt tot het voeren van rechtsgedingen en geldt ook voor de aanvraagfase. Niet in geschil is dat het dagelijks bestuur wist dat mr. Van Aken advocaat is. Aldus moet ervan worden uitgegaan dat mr. Van Aken de verzoeken om bijzondere bijstand namens betrokkene heeft gedaan. Dit laat onverlet dat het dagelijks bestuur van betrokkene een verklaring mag verlangen waaruit blijkt dat hij, bij inwilliging van de aanvraag, ermee instemt dat de bijzondere bijstand wordt overgemaakt aan mr. Van Aken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2148 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1137</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1137</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1137"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Maatregel. Niet meewerken aan aangeboden voorziening. Feitelijke grondslag. Inkeerregeling. Afwijzing dwangsom. Plan van aanpak. (Aanvullende) schadevergoeding redelijke termijn. Het dagelijks bestuur heeft ten onrechte een maatregel opgelegd. Zo ontbreekt de verslaglegging van het gesprek waarin aan appellant kenbaar zou zijn gemaakt waar het traject bij het vervoersbedrijf concreet uit bestond en waarom dat traject in het geval van appellant was aangewezen. Bovendien heeft het dagelijks bestuur naar aanleiding van de e-mail van het vervoersbedrijf van 12 januari 2021, waar het standpunt van het dagelijks bestuur op is gebaseerd, geen navraag meer gedaan bij het vervoersbedrijf over het verloop van het gesprek met appellant. Omdat het dagelijks bestuur niet aan appellant op kenbare wijze duidelijk heeft gemaakt waar de voorziening concreet uit bestaat en waarom die voorziening in zijn geval is aangewezen, kan hem niet worden verweten dat hij daaraan niet heeft meegewerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3435 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8867"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 20-jarige man wordt vrijgesproken van het medeplegen van oplichting. Geen sprake van een voltooide oplichting, omdat het slachtoffer (een undercoveragent) niet door de door verdachte en zijn medeverdachte(n) gebruikte oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte van goederen en het ter beschikking stellen van gegevens. Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf wordt afgewezen. Opheffing van het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-074742-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Sipkens, mr. D.M.S. Gribling, G.J.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2683</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2683</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2683"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Shakenbabysyndroom. Verdachte is schuldig aan doodslag op zijn zoontje van ruim drie maanden oud. Gezien het zeer ernstige hersenletsel kan het niet anders dan dat de verdachte zijn zoontje krachtig heeft geschud. Eendaadse samenloop met in hulpeloze toestand brengen. Straf 8 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001850-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:8838</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24334</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24334</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24334"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek 26DeSoto. Rechtbank legt levenslange gevangenisstraf op voor het medeplegen van twee oorlogsmisdrijven, plundering en vernietiging, en voor het medeplegen van genocide jegens de Tutsi-bevolking in Mbazi, Rwanda in april 1994. Vrijspraak voor opruiing tot genocide wegens onvoldoende bewijs. Uitgebreide beoordeling betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen. Negen vorderingen tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard wegens een te grote belasting van de strafzaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 71/051384-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.C.J. Vriend, J. Snoeijer, E.R.F. van Engelen</contributor><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2281</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2281</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2281"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM-appel tegen de vrijspraak van het subsidiair tenlastegelegde rijden onder invloed van stoffen a.b.i. artikel 8, eerste lid, WVW 1994. Het hof bevestigt het vonnis, maar vult de overwegingen over de vrijspraak aan, vervangt de strafmotivering en voegt artikel 63 Sr toe aan de toepasselijke wetsartikelen. De speekseltest is slechts een voorlopig selectiemiddel dat een indicatie geeft van gebruik van stoffen en levert op zichzelf geen bewijs op dat verdachte onder invloed van stoffen verkeerde. Het dossier bevat daarnaast onvoldoende concrete aanwijzingen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat hij zodanig onder invloed van stoffen was dat hij niet behoorlijk een voertuig kon besturen. Geen overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg, wel in hoger beroep, maar dat leidt niet tot strafvermindering gelet op de hoogte en aard van de straffen. TS 40 uren en een voorwaardelijke OBM 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000414-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6056"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De FIOD heeft een dataroom ingericht waarin alle gegevens zijn opgenomen waaruit het onderzoeksteam heeft geput. De verdediging heeft gevraagd om toegang op afstand tot een dataroom en om verstrekking van de data uit de dataroom. De rechter-commissaris neemt op grond van de onderbouwde stelling van de officieren aan dat het verlenen van toegang op afstand tot de applicatie waarin de in dit onderzoek verzamelde data zijn opgeslagen (FTK / AdLab) niet mogelijk is zonder dat dit serieuze risico’s oplevert voor de waarborging van de veiligheid en de vertrouwelijkheid van deze gegevens. Het systeem van art. 34 Sv schrijft een getrapte volgorde voor: eerst inzien, dan verstrekken. Uit de eerste twee leden van dit artikel volgt dat eerst (gemotiveerd) om inzage in een of meer specifieke documenten moet worden gevraagd. De eerste stap is ten gunste van de verdediging overgeslagen, zij heeft door openstelling van de dataroom direct inzage verkregen in alle data waaruit het onderzoeksteam heeft geput. De volgende stap is dat de verdediging (mede) aan de hand van de kennis die zij bij de inzage heeft opgedaan een verzoek tot verstrekking van bepaalde stukken doet. Het verlenen van digitale toegang op afstand komt neer op het in een klap verstrekken van alle data, zonder dat daarvoor enige onderbouwing is gegeven. Toewijzing van het verzoek om toegang op afstand tot alle data staat dus ook op gespannen voet met de wettelijke regeling. Het verzoek om digitale toegang wordt op deze twee gronden afgewezen. De praktische bezwaren van de verdediging wegen daar niet tegen op. Uit het verzoek kan niet worden afgeleid dat een zinvolle inzage door de verdediging niet mogelijk is zonder digitale toegang op afstand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 00/000000-00</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beslissing RC</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. Fehmers</contributor><issued>2026-06-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24020"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, begaan jegens een anderszins aan de zorg en waakzaamheid toevertrouwd kind (meermalen gepleegd). Gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek. Beroepsverbod. Vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr. Toewijzing vordering BP met wettelijke rente, schadevergoedingsmaatregel en BEM-clausule.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/322361-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.C. Kole, S. Pereth, A. Vink</contributor><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7947"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt vrijgesproken van criminele uitbuiting van een minderjarige. Hij wordt veroordeeld voor medeplegen van poging tot oplichting van een slachtoffer op leeftijd (zogenoemde helpdeskfraude). Oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met de oplegging van bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/038938-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Loots, mr. H.J. Bos, mr. I. Struijkenkamp</contributor><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:4843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:4843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:4843"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugddetentie van 108 dagen, waarvan 90 voorwaardelijk en een werkstraf van 150 uur voor het medeplegen van een poging tot afpersing met discriminatoir oogmerk (pedohunten), openlijk geweld in vereniging, en het voorhanden hebben van een nepvuurwapen, een gaspistool, knalvuurwerk (Cobra 6) en een stroomstootwapen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0520299125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-06-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:4701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:4701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:4701"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot een taakstraf van 80 uren en 6 maanden voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid met een proeftijd van 2 jaren voor het veroorzaken van een verkeersongeval dat aan de schuld van verdachte te wijten is en waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-329329/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Hoedeman</contributor><issued>2026-06-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2747"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vanwege administratief gebrek bij arrondissementsparket geen uitvoering gegeven aan bevel vervolging hof. Desondanks toewijzing bewilligingsverzoek door hof. Het wettelijk systeem voorziet niet in stuiting verjaring door het indienen van een klacht ex artikel 12 Sv of het geven van een bevel vervolging door het hof. Recht tot vervolging daarom vervallen door verjaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K26/220166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer, Beschikking</description><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:13212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:13212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:13212"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek 169-Borium (ontneming). Rechtspersoon. Ontvankelijkheidsverweer verworpen. Wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 1.662.700,00. Betalingsverplichting vastgesteld op € 748.215,00 in verband met overschrijding redelijke termijn en toepassing correcties in verband met achterdeurproblematiek coffeeshops.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/860016-11 (ontneming)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. van Essen, S. Pereth, J.R.K.A.M. Waasdorp</contributor><issued>2026-06-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4096"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Proeftijdontslag. Kantonrechter heeft dagvaardingsprocedure terecht omgewisseld naar een verzoekschriftprocedure omdat aan de gevraagde toewijzing van loon voorafgaat de vraag of het proeftijdontslag rechtsgeldig is geweest. De overschrijding van de vervaltermijn van artikel 7:686a lid 4 sub a BW, waarop werkgever in hoger beroep een beroep heeft gedaan, staat echter aan een beoordeling van de rechtsgeldigheid van dat ontslag in de weg; werknemer is te laat tegen het proeftijdontslag opgekomen. Ook geen reden voor schadevergoeding op grond van schending goed werkgeverschap door gebruik te maken van overeengekomen proeftijdbeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.209/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:3588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:3588"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Is sprake van een ontslag op staande voet? De kantonrechter oordeelt van niet en wijst de verzochte vergoedingen af. De als tegenverzoek verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt toegewezen op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) onder toekenning van de wettelijke transitievergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12087446 \ AZ VERZ 26-16</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-07-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:3018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:3018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:3018"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WWZ. Ontbinding arbeidsovereenkomst ogv 7:671b lid 1 en art 7:669 lid 3, aanhef en onder d, BW (disfunctioneren). Ontbindingsverzoek werkgever houdt geen verband met omstandigheden waarop opzegverbod van art 7:670 lid 1 BW betrekking heeft (art 7:671b lid 6, aanhef en onder a, BW). Geen schending herplaatsingsplicht werkgever (art 7:669 lid 1 BW). Geen billijke vergoeding ogv art 7:671b lid 9, aanhef en onder c, BW. Geen causaal verband tussen disfunctioneren en verzoek om gelijke behandeling werknemer (victimisatieverbod abi art 7:646 lid 14 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.332.132/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-06-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:4859</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7438"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak gaat het om een alcoholverslaafde werkneemster (een beveiligster) van wie de Schipholpas en grijze pas zijn ingetrokken nadat zij vlak na afloop van haar dienst door de Koninklijke Marechaussee is aangehouden wegens rijden onder invloed. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever (Trigion) in de gegeven omstandigheden geen geslaagd beroep kan doen op het intreden van de ontbindende voorwaarde(n) uit de arbeidsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12182256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13411</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13411</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13411"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Dwangakkoord afgewezen. Onvoldoende controleerbaar dat het aanbod goed en controleerbaar is gedocumenteerd. Onvoldoende aannemelijk dat het aangeboden akkoord het maximaal haalbare is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615419:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. van Eeden-van Harskamp</contributor><issued>2026-10-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1550"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dynamisch incorporatiebeding heeft zijn werking behouden. Werkgever was gehouden de huidige en toekomstige cao’s na te leven. De vordering van werkgever om voor recht te verklaren dat zij gerechtigd was de arbeidsovereenkomst met werknemer eenzijdig te wijzigen, wordt afgewezen. Bekrachtiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.353.171/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:5291</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:5291</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:5291"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak staat een Interest on Net Equity (IoNE) uitkering door een Braziliaanse vennootschap aan een Nederlandse vennootschap (eiseres) centraal. Een IoNE uitkering is een specifieke uitkering waartoe de aandeelhouders kunnen besluiten, berekend als percentage van het eigen vermogen van een Braziliaanse vennootschap. In geschil is of over deze uitkering 25% bronbelasting of 20% bronbelasting als tax sparing credit kan worden verrekend met de door eiseres verschuldigde Vpb over 2018. Eiseres bepleit dat de IoNE dient te worden gekwalificeerd als dividend voor de toepassing van het verdrag, zodat 25% tax sparing credit in aanmerking dient te worden genomen. Verweerder betoogt dat de IoNE uitkering kwalificeert als rente voor de toepassing van het verdrag, zodat terecht 20% bronbelasting is verrekend. De rechtbank stelt vast dat op het moment van het sluiten van het verdrag in 1990 de IoNE nog niet bestond en er ook geen definitie van de IoNE in het belastingverdrag tussen Nederland en Brazilië (het verdrag) is opgenomen. Naar Nederlands fiscaal recht kwalificeert de IoNE uitkering als inkomsten uit aandelen. Dit betekent dat, nu de IoNE niet gedefinieerd is in het verdrag, Nederland met toepassing van artikel 3, tweede lid, van het verdrag, de betaling ook onder het verdrag dient te kwalificeren als dividend, en eiseres op die grond in aanmerking komt voor een tax sparing credit van 25%. Hierbij oordeelt de rechtbank dat de gezamenlijke uitleg van de kwalificatie van IoNE die Nederland en Brazilië in 2022 zijn overeengekomen, namelijk dat de IoNE uitsluitend onder het interestartikel van het verdrag valt, niet tot een andere uitkomst leidt. Deze overeenstemming is immers pas ná de sluiting van een belastingverdrag en na het onderhavige belastingjaar gepubliceerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/677</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades, J. Snitker, G.H. de Soeten</contributor><issued>2025-05-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2131"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervolg van HR 20 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1278 over de klachtplicht ex art. 6:89 BW. Werknemer vordert betaling van gewerkte, maar niet betaalde overuren. De vordering is door het hof Amsterdam afgewezen op de grond dat werknemer niet heeft voldaan aan zijn klachtplicht. Na cassatie en verwijzing komt het hof Den Haag tot dezelfde uitkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.748/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-07-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2130</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6434</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6434</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6434"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Gedaagden zijn oud medewerkers van eiseres. Voorshands is aannemelijk dat gedaagden zich hebben beziggehouden met onrechtmatig concurrerende activiteiten. De vorderingen van eiseres worden toegewezen. De stukken waarvan afgifte wordt gevorderd zijn van belang voor het in kaart brengen van de omvang daarvan en de schade die als gevolg daarvan is geleden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/787825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4244"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">bevoegdheidsincident statutair bestuurder, opzegverbod bij ziekte</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12194832 \ UE VERZ 26-162</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4186"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Toekenning van een billijke vergoeding en vergoeding van daadwerkelijk gemaakte advocaatkosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12125049 \ UE VERZ 26-88</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.H. Charbon</contributor><issued>2026-07-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3742"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De aanzegging dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet zal worden verlengd kon door de werknemer niet ook worden opgevat als een opzegging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12125252 \ UE VERZ 26-89</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.A.M. Pinckaers</contributor><issued>2026-07-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17844</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17844</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17844"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen. Autismespectrumstoornis van werknemer is een handicap in de zin van de Wgbh/cz. Ontbindingsverzoek is gegrond op gedragingen van werknemer die voortkomen uit deze handicap. Werkgever heeft onvoldoende onderbouwd dat na het nemen van redelijke maatregelen gericht op de beperkingen van werknemer een onwerkbare situatie zal bestaan. Bovendien is niet aan de verzwaarde herplaatsingsverplichting voor werknemers met een handicap voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12120642 RP VERZ 26-50199</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N.B. Verkleij</contributor><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3728</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3728</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3728"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eenzijdige functiewijziging door werkgever niet rechtsgeldig. Wedertewerkstelling in oude functie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12024680 \ MC EXPL 25-7003</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-06-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5462"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019 en 2020, ROW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _3369 en 23 _ 3370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1941</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7235</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7235</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7235"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting Vermogensetikettering. Verhuur van een pand door de dga aan een met hem verbonden vennootschap. Verkoop van de aandelen van deze vennootschap aan een derde leidt er niet toe dat belanghebbende genoemd pand mag heretiketteren naar privévermogen. Afwaardering van het pand naar lagere bedrijfswaarde is niet mogelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8501 en 24/8532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5875"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Specifieke zorgkosten. Hulpmiddelen en vervoerskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1267 en 25/235</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1483"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:6 en 8:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; vertegenwoordiging in een beroepszaak; schriftelijk bewijs van machtiging; beroep niet bevoegdelijk ingesteld; het staat de rechter vrij geen acht te slaan op een machtiging die pas na afloop van een daartoe door de rechter gestelde redelijke termijn is overgelegd; niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van bewijs van machtiging is niet in strijd met Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1093</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2574</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2574</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2574"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag erfbelasting met vergrijpboete terecht opgelegd? Is voldaan aan de voortvarendheidseis? Zijn de inspecteur inkomstenbelasting en de inspecteur erfbelasting één bestuursorgaan? Heropening in verband met vragen Hof aan inspecteur. Schending algemene beginselen behoorlijk bestuur?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/726</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:13856</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:845"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Tweede cassatieronde, vervolg op ECLI:NL:HR:2022:1364. Opzettelijk de belasting welke op aangifte moet worden voldaan niet betalen, meermalen gepleegd, art. 69a.1 AWR. 1. Hetzelfde feit i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 243 en 255 Sv, ontvankelijkheid van het OM. 2. Beroep op strafuitsluitingsgrond i.v.m. tijdig verzoek tot uitstel van betaling a.b.i. art. 69a.3 AWR? De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01620</description><issued>2026-09-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1578</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6133"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In een eerder jaar niet afgetrokken negatief loon kan niet in een later jaar alsnog worden afgetrokken. Van een gestelde regresvordering is niet gebleken, afwaardering van een zodanige vordering is daarom niet mogelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/6045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12395"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Onroerendezaakrechtspersoon. Maatstaf van heffing in geval van economisch eigendom? Samenloopvrijstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/7655</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Kiers, C. Huisman, K.B. Woe</contributor><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1570</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1570</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1570"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03419</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2185</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2259</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2259</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2259"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Proces-verbaal. Prejudiciële vraag in het onderzoek Trailers. De meervoudige kamer voor strafzaken die de in dit proces-verbaal vermelde beslissingen heeft genomen, bestaat uit mr. H.A. Stalenhoef, mr. W.J. Blokland en mr. L.F. Roseval.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000799-24, 23-000800-24, 23-000801-24, 23-000820-24, 23-003296-22, 23-003297-22, 23-003298-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6202"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing, waarde economisch verkeer hoger dan de tegenprestatie. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8136</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1840"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat de directeur-grootaandeelhouder die werkruimtes in zijn woning ter beschikking stelt aan zijn BV, ondernemer is voor de omzetbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/852</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, W.J. Blokland, J. Wessels</contributor><issued>2026-08-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3509</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2793"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 2:14 Awb. Bekendmaking uitspraak op bezwaar. De Rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard, nu de uitspraak op bezwaar op de juiste wijze is bekendgemaakt en belanghebbende vervolgens niet binnen de wettelijke termijn beroep heeft ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/50</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:13033</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:279</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:279</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:279"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aruba. Omvang van de nalatenschap. Deelvonnis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202203288 – AUA2024H00194</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin, C.G. ter Veer</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:184"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident ex artikel 122 Rv. Geen van de uitzonderingen is van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202600216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Tubben</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7672"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot zware mishandeling en mishandeling. De rechtbank vindt openlijke geweldpleging bewezen en spreekt verdachte vrij van poging tot zware mishandeling en mishandeling. Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat verdachte een geslaagd beroep kan doen op noodweer ten aanzien van de openlijke geweldpleging. De vorderingen van de benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard, omdat de rechtbank geen straf of maatregel oplegt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/331295-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M.H. Pennings</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13414"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Dwangakkoord toegewezen. Voorstel het uiterste waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Voorstel gunstiger voor de schuldeisers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615749:R-RK – NL:TZ:2616111:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. van Eeden-van Harskamp</contributor><issued>2026-10-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12713</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12713</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12713"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak. Geweigerde omgevingsvergunning voor een bed &amp; breakfast. De rechtbank volgt het college erin dat wordt voldaan aan de definitie van 'zelfstandige woonruimte' en dat dus geen sprake is van een bed &amp; breakfast. In het kader van etfal baseert het college zich op een advies van economische adviseurs, maar om meerdere redenen mocht het college dat advies niet aan het bestreden besluit ten grondslag leggen. Het argument dat het toestaan van de activiteit leidt tot de ongewenste onttrekking van een woning aan de woningvoorraad acht de rechtbank te generiek en onvoldoende onderbouwd. Ook ontbreekt een belangenafweging in de besluitvorming. Conclusie: zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken waarvoor het college de gelegenheid krijgt die via de bestuurlijke lus kan herstellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/1687 T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M. Jurgens</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7673</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7673</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7673"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt vrijgesproken van zware mishandeling. De rechtbank vindt de eendaadse samenloop van openlijke geweldpleging ten aanzien van personen en goederen en poging tot zware mishandeling bewezen. Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. Hij kan een geslaagd beroep op noodweer doen ten aanzien van de openlijke geweldpleging. De rechtbank vindt het handelen van verdachte niet proportioneel ten aanzien van de poging tot zware mishandeling (het schoppen en trappen tegen het hoofd van het slachtoffer), waardoor een beroep op noodweer niet slaagt. Ten aanzien van de poging tot zware mishandeling kan verdachte wel een geslaagd beroep op noodweerexces doen, omdat verdachte door een hevige gemoedsbeweging meerdere malen tegen het hoofd van het slachtoffer heeft getrapt. De vorderingen van de benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard, omdat de rechtbank geen straf of maatregel oplegt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/331294-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M.H. Pennings</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13413"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Tussentijdse beëindiging toegewezen. Tekortkoming in de info- en afdrachtverplichting. Ook zijn er nieuwe schulden ontstaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: FT RK 25-107 en FT RK 25-108</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 350</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7420"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank legt een ISD-maatregel voor twee jaar met een tussentijdse beoordeling na één jaar voor diefstal. De vordering tenuitvoerlegging wordt afgewezen, omdat de tenuitvoerlegging de ISD-maatregel zou doorkruisen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-150608-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:185"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gokzaken. Cessie. Vrijwaring. Onrechtmatig handelen. Schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202403173 (hoofdzaak) en CUR2025I00006 (vrijwaringszaak)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Tubben</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28807"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">ASR. Toepassing jeugdstrafrecht. Veroordeling gekwalificeerde opzetaanrandingen (art. 241 Sr). DUT bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-060276-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. van der Harg, mr. M.M.C. Limbeek, mr. N.B. Haverhoek</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2020:2012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:2012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2020:2012"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gewelddadige woningoverval in IJmuiden in 2014. Medeplegen diefstal met geweld, art. 312.2.2 Sr. 1. Vordering b.p., immateriële schade. Is sprake van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106b BW a.g.v. bewezenverklaard feit, nu hof niet heeft vastgesteld dat b.p. geestelijk letsel heeft opgelopen? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2019:793 en ECLI:NL:HR:2019:376 m.b.t. gevallen waarin sprake kan zijn van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW. Uitgangspunt middel dat hof aantasting in persoon van b.p. mede heeft gebaseerd op stress die zijn echtgenote heeft ervaren, berust op onjuiste lezing van ’s hofs overwegingen, zodat middel in zoverre feitelijke grondslag mist. Hof heeft bewezenverklaard dat b.p. en zijn vriendin door verdachte en zijn mededaders in hun woning zijn overvallen, terwijl uit ‘s hofs overwegingen o.m. volgt dat slachtoffers zijn vastgebonden, hun monden zijn vastgeplakt en zij beiden met vuurwapen zijn bedreigd, terwijl b.p. klap in zijn nek heeft gekregen en is bedreigd met afsnijden van zijn penis. Hof heeft mede op grond hiervan geoordeeld dat op intimiderende wijze zeer ernstige inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van b.p. en dat daardoor sprake is van aantasting in persoon op andere wijze a.b.i. art. 6:106.b BW. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 2. Hof heeft verdachte verplichtingen opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemde slachtoffers in arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest telkens genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak vernietigen v.zv. daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/02202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2020-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2020:1018</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:3282</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2020:2020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:2020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2020:2020"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Blokkeerfriezen bij landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum in 2017. Medeplegen opruiing (art. 131.1 Sr), uitlokking van medeplegen versperring van snelweg, terwijl daarvan gevaar voor veiligheid van verkeer te duchten is (art. 162.1 Sr) en uitlokking van medeplegen door bedreiging met geweld geoorloofde betoging verhinderen (art. 143 Sr). 1. Heeft verdachte ‘opgeruid’ tot versperring snelweg, verhindering geoorloofde betoging en dwang a.b.i. art. 131 Sr? 2. Uitleg woorden ‘terwijl daarvan gevaar voor veiligheid van verkeer te duchten was’ a.b.i. art. 162 Sr. 3. Leveren bewezenverklaarde gedragingen ‘bedreiging met geweld’ a.b.i. art. 143 Sr op? 4. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. Bij beoordeling of door verdachte gedane uitingen aansporen tot enig strafbaar feit en dus ‘opruiend’ zijn in de zin van art. 131 Sr, komt betekenis toe aan inhoud en strekking van gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien en context waarin deze uitingen aan publiek zijn geopenbaard. Hof heeft bij beoordeling van opruiend karakter van op Facebook geplaatst bericht tot uitgangspunt genomen dat herkenbare omschrijving van feit waartoe wordt opgeruid volstaat en dat daarbij kan worden gekeken naar gehele inhoud van geschrift, strekking daarvan en context waarin uiting is gedaan. Hof heeft vastgesteld dat in oproep van verdachte anderen rechtstreeks worden aangespoord om zich op specifiek genoemde locaties en op concreet tijdstip te verzamelen, om vervolgens massaal (snel)wegen op te rijden om bussen met demonstranten te vertragen en/of te verjagen en te voorkomen dat zij in Dokkum zouden aankomen. Op grond hiervan heeft hof geoordeeld dat oproep opruiende strekking heeft, omdat onmiskenbaar wordt opgeroepen tot verhinderen van (geoorloofde) betoging en oproep niet anders kan worden begrepen dan als aanmoediging om demonstranten weg te versperren en hen zo te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Ad 2. In art. 162 Sr is straf bedreigd tegen o.a. degene die opzettelijk enige openbare land- of waterweg verspert terwijl daarvan gevaar voor veiligheid van verkeer te duchten is. Om gevaar voor veiligheid van verkeer te kunnen aannemen, is vereist dat uit inhoud van wettige b.m. volgt dat t.t.v. versperren van openbare land- of waterweg naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest dat gevaar voor veiligheid van verkeer (verkeersdeelnemers en/of hun voertuigen) te duchten was. Dat dader zelf dat gevaar wellicht niet heeft voorzien, is in dat verband dus niet van belang. ‘s Hofs bewijsvoering houdt in dat mededaders hun voertuigen zodanig opstelden dat beide rijstroken en vluchtstrook werden geblokkeerd en andere voertuigen niet konden passeren, zonder dat het ging om aangekondigde en/of vooraf aangeduide beperking of belemmering van doorstroming van verkeer, dat meerdere mededaders vervolgens hun voertuig hebben verlaten en op A7 zijn gaan staan en lopen, waardoor verkeer op A7 volledig tot stilstand is gekomen en file is ontstaan. Op grond hiervan heeft hof geoordeeld dat t.t.v. versperring naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest dat gevaar voor veiligheid van verkeer te duchten was en dat dit gevaar ook gevaar voor schade aan voertuigen omvat. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Ad 3. Voor veroordeling wegens het door ‘bedreiging met geweld’ verhinderen van geoorloofde openbare vergadering of betoging is vereist dat bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij betrokkene in redelijkheid vrees kon ontstaan dat geweld zou worden gepleegd. Dat geweld kan zowel geweld tegen personen als geweld tegen goederen betreffen. Hof heeft vastgesteld dat mededaders met ongeveer 15 voertuigen snelweg op zijn gekomen, dat zij bussen met daarin demonstranten hebben ingehaald en hebben omsloten, dat zij snelheid hebben geminderd en op die manier bussen gedwongen tot stilstand hebben gebracht, waardoor A7 was geblokkeerd, dat vervolgens ‘met (gebalde) vuisten en/of omhoog geheven armen’ richting bussen is gezwaaid en dat tegen 1 of meerdere autobussen is geslagen. Op grond hiervan heeft hof geoordeeld (mede in het licht van eerdere gebeurtenissen op A6) dat door deze gedragingen van mededaders bij demonstranten in redelijkheid vrees kon ontstaan dat geweld zou worden gebruikt. Dit oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting over begrip ‘bedreiging met geweld’ a.b.i. art. 143 Sr en is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 4. HR ambtshalve: HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Samenhang met 19/05178, 19/05179, 19/05180, 19/05181 en 19/05204.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00124</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2020-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:9290</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2020:941</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7419"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wmo. Huishoudelijke hulp verlaagd. Terecht geen tijd voor (klaarzetten en opbergen) was. Basismodule passend. In beroep pas zorgvuldig onderzoek. Beroep ongegrond. Wel proceskostenvergoeding en griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/933</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): dr. mr. J.A. van Schagen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:5521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:5521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:5521"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 82/347383-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Bernsen, mr. A.H.J.J. van de Wetering, mr. S.H. Schepers</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7339"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">TS van 12 maanden, wv 8 maanden voorwaardelijk voor mishandeling (iemand bij de keel grijpen) en bedreiging (met auto op personen afrijden). Vrijspraak poging doodslag en poging tot zware mishandeling. Door op een druk marktplein met meer dan geringe snelheid rond te rijden, bestond een aanmerkelijke kans dat personen op dat plein zouden overlijden of zwaar letsel zouden oplopen. Verdachte heeft die kans echter niet aanvaard, omdat op beelden te zien is dat hij remt, bijna stilstaat, of uitwijkt als hij in de buurt van personen komt. Geen opzet. BP niet-ontvankelijk, wegens onvoldoende ernstige normschending.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/408023-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.C.P. Goossens, mr. M.C. Gerritsen, mr. J.M. Graat</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5923</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5923</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5923"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 27 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het handhavingsverzoek van [wederpartij] van 2 juni 2022 tegen een geplaatste zeecontainer in de nabijheid van [locatie 1] afgewezen. [wederpartij] woont aan het [locatie 2] in Den Haag. Op 2 juni 2022 heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen een zeecontainer die op het gras in de nabijheid van [locatie 1] was geplaatst. Bij een controle op 8 juli 2022 heeft het college geconstateerd dat de zeecontainer verwijderd was en er daarom geen sprake was van een overtreding. Het college heeft het verzoek van [wederpartij] daarom afgewezen. Bij besluit van 10 november 2022 heeft het college het door [wederpartij] hiertegen gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] ongegrond verklaard en het college veroordeeld in de proceskosten omdat het college volgens de rechtbank ten onrechte zelfstandig heeft beslist om [wederpartij] niet te horen. Het college heeft hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500968/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5833"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202205665/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5911"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 23 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Ooststellingwerf het bestemmingsplan "Bruggelaan 62, Appelscha" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om een caravanstalling en 15 camperstandplaatsen met bijbehorende voorzieningen te realiseren op het perceel Bruggelaan 62 in Appelscha. Daarnaast voorziet het plan in de mogelijkheid om binnen de bestaande bebouwing een kampeerwinkel en een werkplaats voor onderhoud en reparatie van caravans en campers te vestigen, elk met een vloeroppervlak van maximaal 150 m2. Eerder gold voor een gedeelte van de gronden aan de noordwestelijke kant van het plangebied het bestemmingsplan "Buitengebied 2016" dat de bestemming "Agrarisch" en "Waarde - Cultuurhistorie 1" aan die gronden toekende. Op de overige gronden van het plangebied was de beheersverordening "Appelscha 2014" (de beheersverordening) van toepassing. De beheersverordening kende de besluitsubvlakken "randen" en "Bestaand" aan de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en het omliggende erf toe. Op 2 augustus 2022 heeft het college een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de duur van vijf jaar voor het realiseren van 5 camperstandplaatsen en een kampeerwinkel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202304490/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5831"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504731/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5899"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel het wijzigingsplan "The Green Villa, Sint-Michielsgestel" .Villa Servatius wil aan het Adrianusplein 2 tot en met 16 in Sint-Michielsgestel een appartementencomplex realiseren met zeven wooneenheden, inclusief parkeervoorzieningen, verdeeld over de kelder en de begane grond met daarboven vier verdiepingen (The Green Villa). Om de ontwikkeling mogelijk te maken is het wijzigingsplan vastgesteld en de omgevingsvergunning verleend. Met het wijzigingsplan is voorzien in een wijziging van het bouwvlak voor wat betreft de ligging en een vergroting van het bouwvlak. De omgevingsvergunning gaat over de activiteiten het bouwen van appartementen, een planologische afwijking en het realiseren van een inrit/uitweg.vastgesteld. [appellant] woont aan het [locatie] in Sint-Michielsgestel. Hij kan zich niet verenigen met het wijzigingsplan en de omgevingsvergunning, omdat hij met name vreest voor parkeeroverlast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401677/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5915"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 7 juli 2022, zoals gewijzigd met het besluit van 16 januari 2023, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle aan [appellanten sub 2] een last onder dwangsom opgelegd omdat in het pand op het perceel [locatie] in Zwolle drie zelfstandige wooneenheden zijn gerealiseerd, elk afzonderlijk bewoond door één huishouden, zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. De last onder dwangsom ziet op het ongedaan maken van de splitsing van de woning en strekt ertoe het gebruik van het pand terug te brengen tot één woning die bewoond wordt door één huishouden. [appellanten sub 2] zijn sinds 2019 eigenaar van het pand. Op 7 juli 2022 heeft het college aan hen op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 2.3a van de Wabo een last onder dwangsom opgelegd. Het gebruik van de woning is in strijd met het bestemmingsplan "Assendorp", omdat er alleen eengezinswoningen zijn toegestaan. [appellanten sub 2] hebben in een brief van 14 augustus 2025 gesteld dat het college geen procesbelang meer heeft bij het hoger beroep. Het gebruik van de woning is namelijk met de op 24 maart 2020 van rechtswege gegeven omgevingsvergunning gelegaliseerd en het handhavingsbesluit van 7 juli 2022 is met het besluit van 23 juli 2025 volledig ingetrokken omdat er geen sprake was van een overtreding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401253/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5922</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5922</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5922"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 mei 2023 heeft de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers het verzoek van [appellant] om herstel van gegevens in de Basisregistratie Kadaster (BRK) op grond van artikel 7t van de Kadasterwet (Kw) afgewezen. [appellant] is samen met zijn partner eigenaar van een woning op [locatie]. Op 26 april 2006 is er een vonnis gewezen in een civiele procedure tussen de buren van [appellant] en de vorige eigenaar van de woning. In dat vonnis heeft de rechtbank bepaald dat een voormalige betonnen schutting de erfgrens vormt tussen het perceel van de woning die gekocht is door [appellant] en het perceel daarnaast. Daarna heeft er op 5 oktober 2006 een aanwijsprocedure plaatsgevonden. In het relaas van bevindingen dat daarvan is opgemaakt, staat dat [appellant] en zijn partner bij de aanwijs aanwezig waren. Het resultaat van de aanwijsprocedure is vervolgens bijgewerkt in de BRK.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406699/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5931"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum de aanvraag van [appellante] om een omgevingsvergunning voor het gebruik van een monumentaal kantoorpand als woonhuis op het adres [locatie] in Hilversum afgewezen. [appellante] is de beheerder van het pand aan de [locatie] en heeft een aanvraag ingediend om het pand te verbouwen naar een woonhuis met kantoorruimte. Deze verbouwing is in strijd met het bestemmingsplan. Op grond van het bestemmingsplan "Noordwestelijk Villagebied" rust op de gronden de bestemming "Kantoordoeleinden". Volgens de bestemmingsregels mag in het pand niet worden gewoond. Het college vindt de aanvraag in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Uit het coalitieakkoord 2018-2020 volgt dat er voldoende werklocaties moeten blijven in Hilversum. In beginsel verleent het college geen medewerking aan transformatie van kantoorvilla's met economisch toekomstperspectief. Het economisch toekomstperspectief wordt bepaald door onder meer de ligging ten opzichte van andere villa's en kantoren, de bereikbaarheid, de zichtbaarheid en de nabijheid van centrumvoorzieningen. Het pand aan de [locatie] heeft als kantoor economisch toekomstperspectief. Daarom heeft het college de aanvraag afgewezen. Dit besluit heeft het in bezwaar gehandhaafd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404100/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5926"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Maasdriel het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan" vastgesteld. Met het reparatieplan is voor een aantal percelen in het buitengebied van Maasdriel een aangepaste planologische regeling getroffen na het besluit van 26 juni 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2016" (het moederplan). In de toelichting staat dat het alleen gaat om aanpassingen van geringe omvang om de juridische regeling in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. De Scheepswerf exploiteert een scheepswerf in de Maas, ter hoogte van de Steeg 1 en 2 in Heerewaarden. De Scheepswerf heeft beroep ingesteld tegen het reparatieplan omdat zij zich niet kan vinden in de aan- en afmeermogelijkheden voor vaartuigen die het reparatieplan biedt en vreest dat haar bedrijfsvoering hierdoor ernstig wordt belemmerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300079/2/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5929"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellante], handelend onder de naam [naam bedrijf], een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom opgelegd. [appellante] is sinds 2017 eigenaar van zes arken. De arken hebben met toestemming van de gemeente Vijfheerenlanden tot medio juni 2020 in de passantenhaven van Vianen gelegen. [appellante] heeft de arken vervolgens in de Industriehaven in Utrecht afgemeerd. Zij had tot 1 oktober 2020 toestemming om de arken daar af te meren. Ook na deze datum heeft [appellante] de arken in de Industriehaven laten liggen. Het college heeft [appellante] daarop gelast om de arken uit de Industriehaven te verwijderen. De procedure hierover heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2471. Met deze uitspraak staat in rechte vast dat de arken na 1 oktober 2020 niet in de Industriehaven mochten liggen. Op de zitting van de Afdeling heeft [appellante] toegelicht dat de arken inmiddels zijn weggesleept en vernietigd. In geschil is of het college aan [appellante] een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom mocht opleggen. Ook is in geschil of het college mocht overgaan tot invordering van de verbeurde dwangsom. Op 9 november 2023 hebben handhavers van het college geconstateerd dat in totaal zes units in de [arken] ([naam ark A] tot en met [naam ark B]) en [naam ark C] zonder registratienummer worden aangeboden voor toeristische verhuur. Op het moment van de controle was unit [naam ark A] verhuurd via Airbnb en werd unit [naam ark C] bewoond door de zoon van [appellante].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505029/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5903</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5903</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5903"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 9 oktober 2025 heeft de commissie voor de examens (de examencommissie) het door [appellante] gemaakte thuistentamen PB0214, Psychologie van arbeid en gezondheid (het tentamen), ongeldig verklaard met verlies van drie tentamenkansen. Verder heeft de examencommissie haar het recht ontnomen op het judicium (summa) cum laude en met ingang van 9 oktober 2025 gedurende zes maanden het recht op deelname aan tentamen ontnomen voor alle cursussen uit het aanbod van de Open Universiteit. [appellante] volgt de bacheloropleiding Psychologie aan de Open Universiteit. Op 22 september 2025 heeft zij het tentamen afgelegd, waarbij surveillance via proctoring plaatsvond. Bij het terugkijken van de opname heeft de surveillant geconstateerd dat niet is voldaan aan twee vereisten, zoals opgenomen in bijlage 7 van Examenreglement 2025-2026, namelijk het maken van een 360 graden roomscan, en het alleen aanwezig zijn in de ruimte. Naar aanleiding van een melding van een surveillant van een vermoeden van onregelmatigheden/fraude heeft de examencommissie een onderzoek ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600816/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5909</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5909</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5909"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 juli 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming het verzoek van [appellant sub 2] om een kopie van zijn dossier bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en een afschrift van alle overige gegevens die de RvdK over hem heeft opgeslagen, gedeeltelijk afgewezen. Deze zaak gaat over het verzoek van [appellant sub 2] op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) om inzage in zijn persoonsgegevens die de RvdK verwerkt. De minister heeft [appellant sub 2] zijn zogenoemde raadsdossier verstrekt, maar daarin de gegevens van derden weggelakt. Andere persoonsgegevens van [appellant sub 2] heeft de minister niet gevonden. De minister vindt dat [appellant sub 2] volledige inzage heeft gehad. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling of de minister [appellant sub 2] alles heeft laten zien waar hij recht op heeft. De rechtbank heeft de besluiten op bezwaar vernietigd en de minister opgedragen opnieuw op het bezwaar van [appellant sub 2] te beslissen. Volgens de rechtbank heeft de minister het verzoek van [appellant sub 2] te beperkt opgevat door alleen te zoeken naar gegevens in het raadsdossier en niet naar persoonsgegevens van hem daarbuiten. Verder overweegt de rechtbank dat de minister moet zoeken naar het volgens hem verwijderde e-mailbericht van 13 januari 2021. Tot slot oordeelt de rechtbank dat [appellant sub 2] geen recht heeft op schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400680/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5898</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5898</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5898"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 december 2021 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] heeft het college op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van informatie over de gevolgen van de realisatie van een Multifunctionele Accommodatie (MFA) aan de Spoorlaan in Zwammerdam voor de waterafvoer en watercompensatie uit de jaren 2017 - 2021. Daarbij heeft [appellant] erop gewezen dat hij in ieder geval interne correspondentie van medewerkers van het Hoogheemraadschap Rijnland, correspondentie van die medewerkers met de gemeente Alphen aan den Rijn en interne documentatie over de bouw van de MFA wenst. Het college heeft het verzoek afgewezen, omdat het niet over de gevraagde documenten beschikt. Naar aanleiding van het gemaakte bezwaar, heeft het college een nieuw besluit genomen en het verzoek opnieuw afgewezen. Daarbij heeft het college aangegeven dat het ondanks een uitgebreidere zoekslag geen documenten heeft aangetroffen. Verder heeft het college het standpunt ingenomen dat het weliswaar verplicht is om redelijkerwijs al het mogelijke te doen om documenten te achterhalen die bij haar zouden moeten berusten, maar dat dat niet meer nodig is omdat [appellant] al over die documenten zou beschikken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307992/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5912"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn aan [appellante] een bouwstop en een last onder dwangsom opgelegd vanwege bouwwerkzaamheden zonder een daarvoor benodigde omgevingsvergunning op het perceel [locatie] in Uithoorn. [appellante] is eigenaar geweest van het perceel [locatie] in Uithoorn. Op dat perceel was vroeger een hotel gevestigd. Eind 2023 is [appellante] zonder omgevingsvergunning begonnen met het realiseren van een aanbouw aan het hoofdgebouw op het perceel. Volgens het college was dit niet toegestaan, omdat daarmee de maximale oppervlakte aan vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken op het perceel werd overschreden. Het college heeft daarom een bouwstop en een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft geconstateerd dat [appellante] vervolgens verder is gegaan met de bouwwerkzaamheden en heeft daarom een besluit tot invordering van de dwangsom genomen. [appellante] heeft het perceel inmiddels verkocht en is niet langer eigenaar van het perceel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505036/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5910</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5910</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5910"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde aan [partij] een vergunning verleend voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg. [partij] heeft in de jaren 2015 tot en met 2018 een uitbouw gerealiseerd aan de horecagelegenheid [horecagelegenheid] aan de [locatie 1]. Bij brief van 3 september 2019 heeft zij een ontheffing aangevraagd op grond van artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg, om de reeds voltooide werkzaamheden te legaliseren. Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college de vergunning verleend. [appellant] is eigenaar van twee panden aan de [locatie 2], en heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. Bij besluit van 24 juni 2021 heeft het college dat bezwaar gegrond verklaard. Vervolgens heeft het college bij brief van 15 juli 2021 aan [partij] laten weten dat zij een vergunning van rechtswege heeft. Het college heeft het bezwaar van [appellant] tegen die vergunning van rechtswege bij brief van 20 september 2021 doorgezonden aan de rechtbank als onderdeel van het aanhangige beroep tegen het besluit van 24 juni 2021.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303861/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5914"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In de tussenuitspraak van 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4654, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 3 oktober 2023 te herstellen. In dat besluit heeft het college locatie RE499 en RE500 ter hoogte van de woning Pauwenkamp 210 in Maarssen aangewezen voor het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s). In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het college het besluit van 3 oktober 2023 voor zover dat betrekking heeft op de aanwijzing van locatie RE499 en RE500 niet deugdelijk heeft gemotiveerd. De Afdeling heeft het college opgedragen om de onder 8.2, 9.2 en 11.3 geconstateerde gebreken te herstellen. [appellant] en anderen hebben in hun zienswijze aangevoerd dat een ruimtelijke onderbouwing ontbreekt en dat het ontwerp van het aan te leggen pad niet past in het uitgewerkte bomenplan dat de afdeling Groen in 2025 heeft opgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202306891/3/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5916"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel een vergunning voor de huisvesting van 400 arbeidsmigranten op de locatie [locatie 1] verleend. De gemeente Boxtel kent een tekort aan huisvesting voor arbeidsmigranten. Op grond van de Verordening huisvesting arbeidsmigranten Boxtel 2022 (Vha 2022) geldt een verdelingsprocedure voor de huisvestingvergunningen voor arbeidsmigranten. Na de inschrijvingen voldeed één aanvraag aan de gronden voor verlening van de vergunning en is de keuze gevallen op SBA Euro B.V op de locatie [locatie 1]. [appellant sub 1] en anderen wonen in de nabije omgeving van dit perceel en vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid. De rechtbank heeft het beroep van [appellant sub 1] en anderen gegrond verklaard en de vergunning herroepen voor zover deze aan SBA Euro B.V. is verleend. De rechtbank heeft daarnaast bepaald dat de vergunning wordt verleend aan Flex Housing B.V. en heeft de vergunning voor het overige in stand gelaten. Daartoe overweegt de rechtbank dat de brief met daarin de vergunning is gericht aan SBA Euro B.V. en zij daarin wordt aangemerkt als de aanvrager, maar dat het college volgens het bestreden besluit de vergunning had willen verlenen aan Flex Housing B.V., die één van de aanvragers was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405463/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5905"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Bernheze het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d, De Bunders, Heesch" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze vastgesteld. [appellant] heeft een melkveebedrijf in Vinkel. Ook is [appellant] eigenaar van een perceel in het gebied waar het wijzigingsbesluit op ziet. Hij teelt op dit perceel gras en mais, om zijn vee mee te voeren. Hij kan zich niet verenigen met het wijzigingsbesluit, omdat de gebruiksmogelijkheden van zijn perceel worden beperkt. Artikel 6.3, onder h, van de regels van het wijzigingsbesluit zorgt er namelijk voor dat op het grootste gedeelte van zijn perceel het verboden is gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407764/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5927"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In de brief van 23 september 2022 heeft [appellant] het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht om handhavend op te treden tegen de afsluiting van de Assumburgweg. Op 1 en 8 november 2022 heeft het college aan [appellant] laten weten hem niet als belanghebbende aan te merken. [appellant] woont aan het [locatie] in Den Haag. Tussen 1 augustus 2022 en 1 december 2022 zijn aan de Assumburgweg werkzaamheden uitgevoerd waardoor delen van de straat niet toegankelijk waren. Omdat volgens [appellant] geen vergunning voor deze werkzaamheden is verleend, heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen deze werkzaamheden. [appellant] betoogt dat hij, anders dan de rechtbank heeft overwogen, belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Daarover heeft hij op de zitting gezegd dat hij door de werkzaamheden moet omfietsen, mede omdat de werkzaamheden op de weg naar zijn huisarts plaatsvinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405286/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5928"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Gooise Meren het bestemmingsplan "1e herziening bestemmingsplan Buitengebied - Huizerstraatweg 113 b, Naarden" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 30 woningen mogelijk aan de Huizerstraatweg, op gronden waarop voorheen een tuincentrum was gevestigd. Het plangebied grenst aan de overzijde van de Huizerstraatweg aan een gezoneerd bedrijventerrein. In de directe omgeving van het plangebied liggen woningen en kantoren: ten noordwesten, aan de overzijde van de Huizerstraatweg, ligt een lint met in totaal tien woningen; ten zuidwesten van het plangebied liggen twee vrijstaande woningen, een kantoorgebouw, en een dubbele woning; en ten noordoosten en oosten van het plangebied liggen een vrijstaande woning, vijf geschakelde woningen en een kantoorgebouw. Givaudan is gevestigd op het aangrenzende bedrijventerrein. Zij vreest dat haar bedrijfsvoering door de woningbouw wordt beperkt, en betoogt dat de raad geen rekening heeft gehouden met haar actuele en geldende omgevingsvergunning. Volgens Givaudan heeft de raad onvoldoende gemotiveerd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woningen. Het college van GS heeft beroep ingesteld tegen het plan omdat het volgens hem in strijd is met instructieregels van de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 (OVNH 2020).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202306498/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5901"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant A] wegens permanente bewoning van een recreatiewoning op het adres Hoogerwerfsweg “De elf Boompjes” [nummer] in Bruinisse in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college heeft aan [appellant A] twee lasten onder dwangsom opgelegd wegens permanente bewoning van een recreatiewoning in strijd met het geldende bestemmingsplan op het adres Hoogerwerfsweg “De elf Boompjes” [nummer] in Bruinisse. Op 22 december 2022 heeft het college onder verwijzing naar het rapport over de verrichte controle op 21 september 2022 het volgens het hem verbeurde bedrag van de eerste last onder dwangsom ingevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405437/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5918</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5918</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5918"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland aan United O.G. B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een hotel met restaurant en de aanleg van een uitweg op het perceel Laone 32 in Renesse. Het bouwplan voorziet in de bouw van een hotel met restaurant op het adres Laone 32 in Renesse. Dit hotel met 25 kamers en 33 appartementen met bijbehorende voorzieningen zal een bestaand restaurant vervangen. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar vernietigd, omdat daarin naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende is gemotiveerd dat afgeweken kan worden van de planregels uit het Parapluplan. Omdat het college dit naar het oordeel van de rechtbank na het besluit alsnog voldoende heeft gemotiveerd, heeft de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. [appellant A] en anderen wonen of hebben een vakantiehuis aan de Laone in de directe nabijheid van het voorziene hotel-restaurant. Zij verzetten zich tegen de verleende omgevingsvergunning. Zij vrezen voor aantasting van hun woongenot.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407967/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5715"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een verzoek van de Stichting om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels ingewilligd. De Stichting heeft verzocht om openbaarmaking van alle documenten over het dossier dat is gevormd naar aanleiding van de verzoeken tot handhaving van 19 oktober 2017 met betrekking tot een kaaswinkel en een aantal margarinemerken met dierlijke ingrediënten die zich presenteren als plantaardig. Met het besluit van 15 februari 2022 heeft de minister het verzoek deels ingewilligd. De minister heeft geweigerd bepaalde persoonsgegevens openbaar te maken, omdat het om medische gegevens van een persoon gaat en dit bijzondere persoonsgegevens zijn. Ook heeft de minister geweigerd om informatie openbaar te maken die herleidbaar is naar de burger en de organisatie namens wie hij de handhavingsverzoeken heeft gedaan, omdat volgens hem het belang van inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. Verder heeft de minister openbaarmaking van namen van ambtenaren die werken bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit geweigerd, omdat het belang van openbaarheid volgens hem niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Ook heeft de minister openbaarmaking geweigerd van informatie over ondernemers, zoals bedrijfsnamen, productnamen en websites waar sprake zou zijn van misleidende voedselinformatie, omdat het belang van openbaarmaking volgens hem niet opweegt tegen het belang van voorkoming van onevenredige benadeling van de ondernemingen waarover de informatie gaat. Tot slot heeft de minister openbaarmaking geweigerd van persoonlijke beleidsopvattingen in documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500013/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5856"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft gehad. Appellant heeft de Bulgaarse nationaliteit. De minister heeft haar bezwaar tegen het besluit van 22 maart 2023 niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant het bezwaarschrift niet binnen de in artikel 69 van de Vw 2000 voorgeschreven termijn van vier weken heeft ingediend en deze overschrijding van de bezwaartermijn volgens de minister niet verschoonbaar is in de zin van artikel 6:11 van de Awb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406893/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5872"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 3 oktober 2024 van de rechtbank Noord­-Nederland. Binnen de bestemming "Groen" mag een pad worden aangelegd zonder omgevingsvergunning. De Afdeling constateert dat de rechtbank terecht tot de conclusie is gekomen dat er geen sprake is van een overtreding. Het verzoek om handhaving is daarom terecht afgewezen. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406856/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5924</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5924</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5924"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 7 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen scootmobielbergingen op het [locatie 1] in Den Haag afgewezen. [appellant] woont aan het [locatie 2] in Den Haag. In 2011 en 2014 heeft woningcorporatie Stichting Staedion onder meer 20 betonnen scootmobielbergingen geplaatst bij het [locatie 1]. Op 4 mei 2018 heeft [appellant] het college verzocht om tegen de twintig scootmobielbergingen handhavend op te treden, omdat volgens hem de eerder verleende tijdelijke omgevingsvergunningen inmiddels waren verlopen en een deel van de gebruikers van de scootmobielbergingen was verhuisd of overleden. Het college heeft het handhavingsverzoek bij besluit van 7 juni 2018 afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406517/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5900"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning aan [bedrijf A] verleend voor onder meer het maken en hebben van een uitweg, het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht en het bouwen van een toegangspoort op het perceel aan de [locatie 1] in Weesp. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Weesp. Zij houdt op dat adres ook haar kantoor. [bedrijf A] is eigenaar van het perceel [locatie 1]. Op dat perceel staat een kerkgebouw dat onder meer in gebruik is als horecagelegenheid, brouwerij en yogastudio. Daarvoor heeft het college op 22 februari 2017 een omgevingsvergunning verleend. Ten noorden van het kerkgebouw staan ten tijde hier van belang twee woningen in het zogenoemde Laurentiushof. Aan de westzijde daarvan ligt de Kerklaan met parallel daaraan een historische kerktuinmuur. [bedrijf A] heeft op 24 oktober 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor onder meer het maken van een opening in de kerktuinmuur en de bouw van een afsluitbare toegangspoort, zodat voertuigen vanaf de Kerklaan toegang hebben tot het perceel en de daarop aanwezige parkeerplaatsen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504532/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5913</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5913</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5913"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Rijswijk hogere geluidgrenswaarden vastgesteld voor het bestemmingsplan "De Havenmeester". Het bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van een gedeelte van het Havenkwartier in Rijswijk, waar voorheen een gemengd bedrijventerrein aanwezig was, naar een gemengd gebied met een mix van werken en wonen. Het plan maakt een gebouw met maximaal 199 woningen mogelijk op het perceel Burgemeester Elsenlaan 325. Daarnaast voorziet het plan in 350 m2 niet-woonfuncties in de plint van het gebouw, waaronder bedrijven, dienstverlening en horeca. Het parkeren is voorzien in de nabijgelegen bestaande parkeergarage op het perceel Steenplaetsstraat 6. Het voormalige kantoorgebouw zal worden gesloopt. ZER en Atsa Infra zijn het niet eens met het bestemmingsplan. Zij zijn eigenaar en gebruiker van verschillende bedrijfspanden op korte afstand van het plangebied aan de Koopmansstraat en de Steenplaetsstraat en vrezen nadelige gevolgen voor de bedrijfsvoering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407867/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5919"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 september 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) de aanvraag van [wederpartij] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) afgewezen. [wederpartij] heeft op 30 maart 2023 bij de CSG een aanvraag om een uitkering uit het Schadefonds ingediend. Hij heeft aan de aanvraag ten grondslag gelegd dat hij geboren is uit incestueus seksueel misbruik van zijn (destijds) minderjarige moeder door haar vader. Zijn biologische vader is dus ook zijn grootvader en de biologische vader van zijn moeder. Zowel [wederpartij] als zijn moeder hebben een leven vol psychische problemen hieraan overgehouden. De CSG heeft bij besluit van 7 september 2023, gehandhaafd bij besluit van 7 december 2023, de aanvraag afgewezen, omdat het seksueel misbruik van de moeder van [wederpartij] niet aangemerkt kan worden als een tegen [wederpartij] opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De Wet schadefonds geweldsmisdrijven voorziet volgens de CSG niet in recht op financiële compensatie voor een ongeboren kind. Ook kan [wederpartij] niet als waarnemer van het seksueel misbruik van zijn moeder worden aangemerkt, omdat hij niet vanuit eigen waarneming en/of herinnering kan verklaren wat zijn moeder is overkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504260/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5925</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5925</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5925"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, omdat hij zonder omgevingsvergunning een berging, een vlonder en een schuilhut heeft opgericht op een eilandje in de Reeuwijkse plassen. [appellant] is eigenaar van een eilandje in het Reeuwijkse plassengebied, op het perceel kadastraal bekend gemeente Reeuwijk, sectie G, nummer 3131. Op 23 juni 2021 en op 15 september 2021 heeft een toezichthouder van de Omgevingsdienst Midden-Holland geconstateerd dat op het perceel een houten huisje op een houten vlonder en een vervallen schuilhut staan. Het huisje, wat door het college in de besluiten is aangeduid als een berging, heeft volgens het inspectierapport van de controle op 15 september 2021 een afmeting van 3,33 m breed, 1,67 m diep en de nokhoogte is 2,5 m. De vlonder heeft een afmeting van 4,08 m bij 4,2 m. De vervallen schuilhut is ongeveer 2,60 m breed en ongeveer 2,10 m diep en heeft een nokhoogte van ongeveer 1,85 m.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404541/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5849"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief, ingekomen op 17 september 2026, heeft [verzoekster] verzocht om wraking van staatsraad mr. A.B. Blomberg (de staatsraad) als lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202404787/1/A3. [verzoekster] heeft aan haar verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraad eerder uitspraak heeft gedaan in een andere zaak waarin zij hoger beroep bij de Afdeling had ingesteld. Volgens [verzoekster] gaat het om een met zaak nr. 202404787/1/A3 nauw samenhangend geschil, omdat het hetzelfde geschilcomplex betreft en opnieuw raakt aan het handelen van het college van burgemeester en wethouders van Breda.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404787/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5897"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij uitspraak van 10 april 2024, in zaak nr. 202204323/1/A3 (ECLI:NL:RVS:2024:1438) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 juni 2022 in zaak nr. 21/2456 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. [verzoeker] heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in [woonplaats], Bulgarije. Zijn Bulgaarse verblijfsvergunning is geldig tot 27 februari 2030. [verzoeker] heeft een aanvraag gedaan om zijn Nederlandse paspoort te vernieuwen. De minister van Buitenlandse Zaken heeft de aanvraag afgewezen omdat [verzoeker] staat vermeld in het Register Paspoortsignaleringen van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is in het Register opgenomen op verzoek van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) omdat hij een betalingsachterstand van zijn studieschuld zou hebben. [verzoeker] heeft aangevoerd dat dat niet klopt, omdat zijn studieschuld inmiddels verjaard is en de DUO dus geen vordering meer heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505152/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening, Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5893</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5893</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5893"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de bedrijfspanden en het bijbehorende terrein aan de [locatie] in Rotterdam (het terrein), met onmiddellijke ingang gesloten voor de duur van twee weken (het noodbevel). In de bestuurlijke rapportage van de politie van 12 oktober 2023 en de aanvullende rapportage deel 1 van 13 oktober 2023, staat dat de politie op die dagen bij het terrein een persoon heeft aangehouden die een explosief bij zich droeg met respectievelijk 1300 en 1000 gram flitspoeder. Daarbij is ter vergelijking opgemerkt dat een Cobra tussen de 25 en 30 gram flitspoeder bevat. Verder heeft de politie beide keren alle benodigdheden om het explosief tot ontploffing te brengen op het terrein aangetroffen. In de aanvullende rapportage deel 2 van 23 oktober 2023 staat dat de politie op 14 oktober 2023 opnieuw een persoon heeft aangehouden, nadat op het terrein een explosief was afgegaan. De politie meent dat de dreiging ongewijzigd is. In de bestuurlijke rapportage van 26 oktober 2023 staat dat de politie op 8 maart 2021 een schriftelijke mededeling van de Amerikaanse opsporingsautoriteiten heeft ontvangen die de dagelijks bestuurder van [wederpartij] mogelijk in verband brengt met handel in cocaïne.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503765/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5895</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5895</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5895"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de bedrijfspanden en het bijbehorende terrein aan de [locatie] in Rotterdam (het terrein), met onmiddellijke ingang gesloten voor de duur van twee weken (het noodbevel). [bedrijf A] is eigenaar van het terrein en heeft daar met [bedrijf B] een recyclingbedrijf. SHEI huurt een aantal van de panden op het terrein, waarin het speciale zware staalconstructies fabriceert voor verschillende industriële toepassingen. [wederpartij sub 1] huurt een gedeelte van een van de panden en heeft ter plaatse een scheepswerf. In de bestuurlijke rapportage van de politie van 12 oktober 2023 en de aanvullende rapportage deel 1 van 13 oktober 2023, staat dat de politie op die dagen bij het terrein een persoon heeft aangehouden die een explosief bij zich droeg met respectievelijk 1300 en 1000 gram flitspoeder. Daarbij is ter vergelijking opgemerkt dat een Cobra tussen de 25 en 30 gram flitspoeder bevat. Verder heeft de politie beide keren alle benodigdheden om het explosief tot ontploffing te brengen op het terrein aangetroffen. In de aanvullende rapportage deel 2 van 23 oktober 2023 staat dat de politie op 14 oktober 2023 opnieuw een persoon heeft aangehouden, nadat op het terrein een explosief was afgegaan. De politie meent dat de dreiging ongewijzigd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503759/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5716"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 maart 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een verzoek van [appellante] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels afgewezen. Op 28 juli 2021 heeft [appellante] op grond van de Wob de minister verzocht om openbaarmaking van informatie over een handhavingsverzoek dat haar zoon [persoon] op 8 december 2017 heeft ingediend bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). In het besluit van 11 maart 2022 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de informatie die [appellante] heeft gevraagd al openbaar is gemaakt met het besluit van 15 februari 2022, kenmerk 20-0393, dat is genomen op grond van een Wob-verzoek van 27 mei 2020 van de Stichting Diervriendelijk Nederland/Een Dier Een Vriend (de Stichting) dat gaat over handhavingsverzoeken van 19 oktober 2017.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407975/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5894"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv het verzoek om inzage van [appellant] gedeeltelijk afgewezen. Op 15 augustus 2023 heeft [appellant] het formulier ‘Verzoek persoonsgegevens’ bij het Uvw ingediend. Niet in geschil is dat dit een verzoek is op grond van de artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming. Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv naar aanleiding van zijn inzageverzoek en ingebrekestelling aan [appellant] meegedeeld: "[…]. Uit onderzoek is inmiddels echter gebleken dat wij niet meer beschikken over fysieke dossiers van u. Dit is in overeenstemming met de geldende bewaartermijn voor medische stukken. De niet medische stukken met betrekking tot uw Bezwaarzaak die in ons Elektronisch Archief beschikbaar waren hebben wij u tijdens uw bezoek aan ons kantoor overhandigd. Zodra een cliënt voor inzage op kantoor komt is het niet meer nodig om een brief te sturen omdat het inzage verzoek met het bezoek als afgedaan wordt beschouwd. Gezien de afwezigheid van fysieke dossiers, kunnen wij deze gegevens ook niet meer aan u doen toekomen. Op grond hiervan beschouwen wij uw inzage verzoek van 15 augustus 2023 vanaf 15 november 2023 als afgehandeld […]." In het besluit op bezwaar van 14 januari 2025 heeft het Uwv zich primair op het standpunt gesteld dat de brief van 17 juli 2024 geen besluit is, maar een mededeling van feitelijke aard. Subsidiair heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat als de brief wel is aan te merken als een besluit, [appellant] te laat bezwaar heeft gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503321/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5930</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5930</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5930"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers het verzoek van [appellant] om herstel van gegevens in de Basisregistratie Kadaster (BRK) op grond van artikel 7t van de Kadasterwet (Kw) afgewezen. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Luyksgestel (het perceel). De kadastrale aanduiding van het perceel is Lukysgestel F 309. Er heeft een meting van het perceel plaatsgevonden waarvan de resultaten zijn vastgelegd in het relaas van bevindingen F 53 (hierna: brondocument F 53), dat op 15 december 1978 in de BRK is ingeschreven. In het relaas van bevindingen F 53 is vastgelegd dat de achtergrens van het perceel 17,14 meter bedraagt. Deze gegevens zijn opgenomen in de BRK. Op 13 januari 2023 heeft er op verzoek van [appellant] een grensreconstructie plaatsgevonden, die is vastgelegd in het relaas van bevindingen F 508. Naar aanleiding van een klacht van [appellant] hierover heeft er op 17 december 2023 opnieuw een grensreconstructie plaatsgevonden. De resultaten daarvan zijn vastgelegd in het relaas van bevindingen F 517.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502163/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5921"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 23 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning aanbrengen van twee muurschilderingen op de gevels van de appartementencomplexen op de locaties [locatie 1] en [locatie 2] afgewezen. [appellant] woont aan het [locatie 3] in Den Haag. Op 9 juni 2022 en 7 oktober 2022 zijn aan de zuidkant van appartementencomplexen met de huisnummers 107-202 en 210-305 aan het [locatie 1] twee muurschilderingen aangebracht. [appellant] heeft het college op 11 november 2022 tweemaal verzocht om tegen deze muurschilderingen handhavend op te treden omdat daar geen omgevingsvergunning voor is verleend. Het college heeft besloten niet handhavend op te treden, omdat er volgens het college geen omgevingsvergunning voor de muurschilderingen vereist is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501422/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5908</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5908</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5908"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk de aanvraag van [appellant] voor een onttrekkingsvergunning voor de woning aan de [locatie 1] afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] in Rijswijk. Deze woning heeft hij via een constructieve doorbraak samengevoegd met de naastgelegen woning van [persoon] aan de [locatie 1]. Deze woningen maken onderdeel uit van een Vereniging van Eigenaren (VvE). [appellant] en [persoon] wonen daar nu samen met hun kinderen. Voor de legalisering daarvan heeft [appellant] een onttrekkingsvergunning aangevraagd. Maar de VvE heeft [appellant] geen toestemming gegeven voor het samenvoegen van de woningen. Ook heeft hij voor de doorbraak een omgevingsvergunning aangevraagd. Daarover gaat de zaak met nr. 202501393/1/R3. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat op grond van artikel 5:1, eerste lid, en artikel 5:2, aanhef en onder a, van de Huisvestingsverordening Rijswijk 2023 (de Huisvestingsverordening) een vergunningplicht geldt voor het onttrekken van een woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501083/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5891"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 februari 2024 heeft de directeur-generaal van de statistiek een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] heeft een eenmansbedrijf met accommodaties voor recreatie op het adres [locatie]. Deze procedure is gaan lopen omdat [appellant] de vragenlijst Inventarisatie Logiesaccommodaties 2024 niet aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft teruggestuurd. Hij is daartoe verplicht op grond van artikel 33, derde en vierde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek. Het geschil gaat over de vraag of het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 9 februari 2024 (de last onder dwangsom) ontvankelijk is. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift liep tot en met 25 maart 2024. [appellant] heeft op 9 april 2024 bezwaar gemaakt tegen de last onder dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505758/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5906</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5906</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5906"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [verzoeker] om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) afgewezen. Op 1 oktober 2024 heeft de staatssecretaris de aanvraag om een VOG afgewezen. In het Justitieel Documentatie Systeem heeft de staatssecretaris aangetroffen dat [verzoeker] in aanraking is gekomen met de politie wegens diefstal in vereniging met braak en gewoonteheling. Op het moment dat de aanvraag werd afgewezen was de zaak nog niet inhoudelijk behandeld. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt en na de ongegrond verklaring daarvan beroep ingesteld. De rechtbank heeft met de uitspraak van 22 augustus 2025 het beroep van [verzoeker] ongegrond verklaard. De staatssecretaris heeft op 21 november 2025 kennisgenomen van het feit dat het Openbaar Ministerie (OM) de zaak tegen [verzoeker] heeft geseponeerd. Nadat [verzoeker] op 6 oktober 2025 hoger beroep had ingesteld heeft de staatssecretaris alsnog een VOG aan [verzoeker] toegekend. [verzoeker] heeft vervolgens zijn hoger beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505333/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5907"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het persoonlijk plan inburgering en participatie (het PIP) van [appellant] vastgesteld en bepaald dat zij de B1-leerroute gaat volgen. [appellant] heeft de Filipijnse nationaliteit en is sinds november 2023 inburgeringsplichtig. Het college heeft op 23 augustus 2024 het PIP vastgesteld en bepaald dat [appellant] de B1-leerroute moet volgen. De B1-route heeft als doel dat de inburgeringsplichtige binnen drie jaar de Nederlandse taal beheerst op B1-niveau. Daarnaast heeft het college in het PIP vastgelegd dat [appellant] gedurende 12 uur moet deelnemen aan een participatieverklaringstraject (PVT) bij Vluchtelingenwerk Eindhoven en dat zij de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) moet volgen. Die module bestaat uit theoretische lessen over de Nederlandse arbeidsmarkt. Daarnaast moet [appellant] 40 uur werkervaring op de Nederlandse arbeidsmarkt opdoen. [appellant] moet binnen een termijn van drie jaar aan haar verplichtingen uit het PIP voldoen. Omdat zij stelt niet aanwezig te kunnen zijn bij deze verplichte onderdelen van het PIP, heeft [appellant] tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Volgens [appellant] is haar echtgenoot namelijk volledig afhankelijk van haar, omdat hij door zijn ziekte 24 uur per dag door haar verzorgd moet worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505885/1/V6</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5917"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 juli 2024 hebben de burgemeester van Stichtse Vecht en het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. [appellante] is de eigenaar van [café restaurant] aan het [locatie]. De burgemeester heeft [appellante] op 13 oktober 2023 een horeca-exploitatievergunning en alcoholvergunning verleend voor [café restaurant]. Op 25 april 2024 om 20.08 uur en op 21 juli 2024 om 17.31 uur hebben buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) controles uitgevoerd bij [café restaurant]. Zij hebben tijdens deze controles onder andere geconstateerd dat er waterpijpen werden verstrekt en dat er door de aanwezige gasten niet werd gedineerd. Volgens de burgemeester is dit in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening Stichtse Vecht (APV) en het Omgevingsplan Stichtse Vecht. De burgemeester en het college hebben [appellante] hierop op 30 juli 2024 een last onder dwangsom opgelegd, mede strekkende tot het binnen één week staken en gestaakt houden van het exploiteren van een shisha lounge, door de waterpijpen uit de horecagelegenheid te verwijderen en verwijderd te houden, of het aanbieden dan wel verstrekken van (waterpijp)rook- en tabakswaren te staken en gestaakt te houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505971/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5621"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan appellant een bestuurlijke boete van in totaal € 1.800,00 opgelegd voor overtredingen als bedoeld in artikel 55a van de Vw 2000. De IND en de Inspectie SZW (nu: de Nederlandse Arbeidsinspectie) hebben in 2020 een controlebezoek bij appellant afgelegd. De bevindingen uit de administratieve controle en het bedrijfsbezoek zijn neergelegd in een rapport van bevindingen van 4 mei 2021. In dit rapport staat dat appellant haar informatieplicht als erkend referent heeft geschonden. Zij heeft namelijk niet tijdig de informatie verstrekt dat zij de kennismigrant in de periode van juni 2017 tot en met februari 2021 te weinig loon heeft uitbetaald. Daarmee voldoet zij volgens het rapport niet aan het looncriterium voor de tewerkstelling van een kennismigrant. Ook staat in het rapport van bevindingen dat appellant haar administratieplicht heeft geschonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505307/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5698</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5698</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5698"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder een verzoek van Omroep Flevoland om informatie gedeeltelijk toegewezen. Omroep Flevoland heeft op 21 oktober 2019 verzocht om openbaarmaking van: "1. Alle verslaglegging van overleggen, gesprekken en alle correspondentie over de gevolgde procedure(s) en de keuze(s) daarvan bij het onderzoek naar klachten, zowel in- als extern, over het mogelijk grensoverschrijdend gedrag van ex-burgemeester [appellant] en; 2. Enkel en alleen de eindconclusies uit de verslagen van de vertrouwenspersonen dan wel klankbordgroep dan wel de commissie die het onderzoek heeft gedaan." Het college heeft naar aanleiding van het verzoek 25 documenten aangetroffen. Het college heeft eerder besloten die documenten gedeeltelijk openbaar te maken, met dien verstande dat in de betreffende documenten heel veel passages zijn weggelakt. Voor de precieze voorgeschiedenis verwijst de voorzieningenrechter naar de tussenuitspraak van de Afdeling van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:894, en de einduitspraak van 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6388.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601387/1/A3 en 202601387/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5848"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vereniging Milieudefensie heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Klimaat en Groene Groei van 2 februari 2026 om haar bezwaar tegen het instemmingsbesluit met de wijziging van het winningsplan "Noordwolde" ongegrond te verklaren. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. De minister heeft ter motivering van het verzoek, onder verwijzing naar onder andere de uitspraak van de Afdeling van 31 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3051, aangevoerd dat deze bijlagen bij het winningsplan vertrouwelijk meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder I, van het Mijnbouwbesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600838/2/R4</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5892</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5892</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5892"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 april 2025 heeft de burgemeester van Oudewater op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten om de woning van [appellant A] en [appellant B] aan de [locatie] in Oudewater voor de duur van drie maanden te sluiten. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaren van het perceel [locatie] in Oudewater. Op het perceel staan verschillende gebouwen, waaronder een hoofdwoning, een seniorenwoning en een kattenpension. [appellant A] en [appellant B] wonen in de seniorenwoning en exploiteren het kattenpension. Hun zoon maakte sinds 2022 met zijn gezin gebruik van de hoofdwoning. In een bestuurlijke rapportage van 7 maart 2025 staat dat de politie op 22 februari 2025 de hoofdwoning heeft doorzocht. Daarbij zijn 112,20 gram amfetamine, 804,10 gram hennep en twee luchtbuksen en wapentoebehoren aangetroffen. De burgemeester heeft daarom bij besluit van 16 april 2025 besloten om op grond van artikel 13b van de Opiumwet de hoofdwoning vanaf 29 april 2025 om 10:00 uur voor de duur van drie maanden te sluiten. De sluiting van de woning heeft tot op heden niet plaatsgevonden, omdat de voorzieningenrechter van de rechtbank en later de voorzieningenrechter van de Afdeling de burgemeester heeft opgedragen niet over te gaan tot sluiting van de woning totdat uitspraak is gedaan op het (hoger) beroep van [appellant A] en [appellant B].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504863/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5904"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de burgemeester van Arnhem geweigerd om Maansteen een terrasvergunning te verlenen. Maansteen heeft sinds 14 december 2021 een exploitatievergunning voor het exploiteren van een inrichting in het pand aan de Korenmarkt 42 in Arnhem. In dit pand, dat is gelegen aan het middenplein, was voorheen een filmhuis gevestigd dat geen terras had. Maansteen was voornemens om terrasruimte in gebruik te nemen, maar de volledige terrasruimte aan het middenplein was op dat moment al vergund aan exploitanten van andere openbare inrichtingen gevestigd aan het middenplein van de Korenmarkt. Om in het kader van de verdeling van schaarse vergunningen ruimte te maken voor Maansteen, startte de burgemeester in november 2021 een traject om samen met de exploitanten op de Korenmarkt te komen tot een nieuwe verdeling van de beschikbare terrasruimte. Dit traject moest leiden tot het nieuwe terrassenbeleid. Omdat het traject niet leidde tot een algeheel gedragen uitkomst, heeft de burgemeester zelf het nieuwe terrassenbeleid vastgesteld. Dit beleid is op 17 oktober 2023 in werking getreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505747/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5920"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] wegens fysieke schade aan zijn boerderij een vergoeding van € 18.003,46, inclusief een vergoeding van € 845,00 voor bijkomende kosten en € 448,08 aan wettelijke rente, toegekend. Deze uitspraak gaat over de vraag of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Tussen partijen staat vast dat het besluit van 30 maart 2022 op diezelfde dag aan [appellant] is verzonden. Verder is niet in geschil dat de termijn voor het maken van bezwaar op grond van de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) is geëindigd op 11 mei 2022. Uit het besluit van 2 april 2024 volgt dat het Instituut in de praktijk een ruimere termijn van twaalf weken hanteert. Het Instituut heeft het bezwaarschrift, dat is gedateerd op 22 april 2022, op 8 maart 2023 voor ontvangst ingeboekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502457/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5752</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5752</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5752"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij] afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00. MOB en Leefmilieu betogen dat het college niet heeft voldaan aan de uitspraak van 13 maart 2026 en verzoeken de Afdeling hun beroep daarom gegrond te verklaren. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling ook het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit te vernietigen en een maatregel te treffen die bevordert dat het besluit alsnog zo spoedig mogelijk genomen wordt, zoals een voldoende stimulerend dwangsombedrag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602121/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5767"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de vertrouwelijke versie van de presentatie en de e-mail kennis zal nemen. De gewichtige reden voor het gedeeltelijk niet verstrekken van de presentatie is volgens de minister dat de betrekkingen van Nederland met andere landen en internationale organisaties kunnen worden geschaad als de weggelakte informatie wordt verstrekt. Uit het e-mailbericht bericht volgt dat EASA erop rekent dat de minister deze informatie vertrouwelijk behandelt. Van dit e-mailbericht heeft de minister de namen en telefoonnummers weggelakt om de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen te beschermen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600392/2/A3, 202600393/2/A3, 202600394/2/A3, 202600395/2/A3, 202600396/2/A3, 202600397/2/A3, 202600399/2/A3 en 202600401/2/A3</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5896"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 december 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft op 15 oktober 2024 een VOG aangevraagd. De staatssecretaris heeft dit afgewezen, omdat [appellant] binnen de terugkijktermijn meerdere keren in aanraking is gekomen met justitie voor delicten die zich niet verhouden met de gewenste functie van bezorger. Volgens de rechtbank heeft de staatssecretaris hierbij alle feiten en omstandigheden betrokken en deugdelijk gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van [appellant] uitvalt. De drie door de rechtbank betrokken antecedenten, die zijn gepleegd toen [appellant] meerderjarig was, zijn te recent om te kunnen vaststellen dat het risico voor de samenleving voldoende is afgenomen en [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen ander werk kan verrichten, aldus de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600755/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5932"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 21 oktober 2025 heeft de examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid het verzoek van [appellant] om bij tentamens gebruik te mogen maken van voorleessoftware en een digitale wettenbundel tijdens tentamens afgewezen en zijn verzoek voor extra tentamentijd toegewezen. [appellant] volgt sinds 1 september 2025 de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft bij de examencommissie vanwege zijn Non-Verbal Learning Disabilities (NLD) verschillende tentamenvoorzieningen aangevraagd. NLD is een visueel-motorische functiebeperking die problemen geeft bij het verwerken van informatie die niet door middel van gesproken taal wordt aangeboden. Bij beslissing van 20 oktober 2025 heeft de examencommissie het verzoek van [appellant] om gebruik te maken van een digitale wettenbundel afgewezen, omdat het leren werken met wettenbundels en het doorgronden van de systematiek hiervan een van de pijlers gedurende de hele rechtenstudie is. Daarnaast biedt gebruik van een digitale wettenbundel volgens de examencommissie een niet te rechtvaardigen voordeel tegenover andere studenten. Bij beslissing van 20 februari 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam het administratief beroep tegen de afwijzing van het verzoek om het gebruik van een digitale wettenbundel ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600740/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5933"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 9 januari 2026 van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant waarbij de beroepen van [appellant] tegen de herziene besluiten van 3 november 2022 en 12 oktober 2022 ongegrond zijn verklaard. De Dienst Toeslagen heeft aan [appellant] voor het jaar 2019 voorschotten huur- en zorgtoeslag toegekend. Vanwege een latere wijziging in de Basisregistratie inkomen (Bri) heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag voor het jaar 2019 definitief berekend op € 1.169 en hij heeft € 1.210 teruggevorderd. De huurtoeslag voor het jaar 2019 heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld op nihil en hij heeft € 2.920 teruggevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600219/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5714</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5714</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5714"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 19 september 2025 in zaak nr. NL25.30647.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001579</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5751</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5751</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5751"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij], afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602117/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5840"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 9 oktober 2025 heeft de commissie voor de examens (de examencommissie) het door [appellante] gemaakte thuistentamen met kenmerk PB0332, Inleiding in de arbeids- en organisatiepsychologie (het tentamen), ongeldig verklaard met verlies van een tentamenkans, wegens fraude en onregelmatigheden. [appellante] volgt de bacheloropleiding Psychologie aan de Open Universiteit. Op 20 september 2025 heeft zij het tentamen afgelegd, waarbij surveillance via proctoring plaatsvond. Bij het terugkijken van de opname heeft de surveillant geconstateerd dat niet is voldaan aan twee vereisten, zoals opgenomen in bijlage 7 van Examenreglement 2025-2026, namelijk het maken van een 360 graden roomscan en het alleen aanwezig zijn in de ruimte. Naar aanleiding van een melding van een surveillant van een vermoeden van onregelmatigheden/fraude heeft de examencommissie een onderzoek ingesteld. De examencommissie is tot de conclusie gekomen dat [appellante] fraude heeft gepleegd in de zin van artikel 2.3.2, eerste lid van het Examenreglement. Daarnaast zijn er onregelmatigheden in de zin van artikel 2.4.2, eerste en tweede lid, van het Examenreglement waargenomen, omdat er geen correcte roomscan is gemaakt, inclusief het tonen van het hele schone bureaublad en de ruimte daaronder, en de tweede camera niet goed gepositioneerd is. Op grond van artikel 2.3.6, eerste lid, en artikel 2.3.6, tweede lid, onder a, van het Examenreglement heeft de examencommissie het tentamen ongeldig verklaard met verlies van een tentamenkans.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600813/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5846</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5846</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5846"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 maart 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het Definitief plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers Bezuidenhout-Oost (buurt 66) Haagse Hout, Den Haag vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie 66-59, ter hoogte van de [locatie] aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). [verzoeker] woont tegenover de locatie die is aangewezen voor de ORAC. Hij vreest met name aantasting van zijn uitzicht en geuroverlast van de ORAC.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601477/2/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5847"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek richt zich tegen het besluit van de burgemeester van Oosterhout van 6 juli 2026, waarbij opnieuw een exploitatievergunning voor een restaurant aan [locatie] in Oosterhout is geweigerd. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoeker] huurde het pand aan [locatie], waarin hij een restaurant wil exploiteren en waarvoor hij een exploitatievergunning heeft aangevraagd. De huurovereenkomst liep op 8 maart 2026 af. In het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6831, is een vordering van de verhuurder tot ontruiming toegewezen. De gerechtsdeurwaarder heeft [verzoeker] aangezegd dat de ontruiming van het pand zal plaatsvinden op 3 september 2026. [verzoeker] wil met zijn verzoek, kort gezegd, bereiken dat de voorzieningenrechter bepaalt dat hij moet worden behandeld als ware hij in bezit van een horecaexploitatievergunning, al dan niet onder voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601425/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5740"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5741</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5741</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5741"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.000040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5748"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij], afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602123/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5749</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5749</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5749"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij], afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602118/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5758"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 8 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004775</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5837</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5837</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5837"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001781</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5708</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5708</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5708"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 27 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5761</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5761</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5761"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004797</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5839"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5721"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 27 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5768"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004581</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5731</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5731</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5731"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5730"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5612"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001936</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5763</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5763</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5763"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004858</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5753</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5753</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5753"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004717</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5739"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 10 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellanten meegedeeld dat hij de termijn voor de overdracht aan Kroatië heeft verlengd tot achttien maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.002131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5702</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5702</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5702"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, appellant opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004806</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5762"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.002032</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5902"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 23 april 2026 heeft de vakcoördinator [appellant] een onvoldoende gegeven voor het vak Quantitative Methods II. [appellant] volgt een bachelor opleiding aan de School of Business and Economics van de Universiteit van Maastricht. Bij beslissing van 23 april 2026 is zijn resultaat voor het tentamen Quantitative Methods II gepubliceerd via het Student Portal. [appellant] heeft op 24 april 2026 de vakcoördinator gemaild met het verzoek compensatiepunten toe te kennen, in het bijzonder aan studenten die net geen voldoende hadden gehaald. Het tentamen vertoonde namelijk een aantal gebreken. Na het uitblijven van een reactie heeft [appellant] op 15 juni 2026 administratief beroep ingesteld bij het CBE (het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht). Het CBE heeft vastgesteld dat het administratief beroep buiten de wettelijke beroepstermijn is ingesteld. De door [appellant] aangevoerde omstandigheid - het uitblijven van een reactie op zijn e-mailbericht aan de vakcoördinator van 24 april 2026 - is niet aangemerkt als een verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602325/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5821</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5821</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5821"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002817</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5765</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5765</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5765"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004870</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5820</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5820</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5820"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5826"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004743</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5744"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5818</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5818</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5818"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om appellant een faciliterend visum te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003091</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5723"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004693</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5724</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5724</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5724"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004988</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5834"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005150</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5844</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5844</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5844"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5766"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005090</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5824</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5824</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5824"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5819"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5822"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5603"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000697</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5736</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5736</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5736"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5755</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5755</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5755"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003878</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5757"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 12 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005066</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5737</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5737</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5737"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004454</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5746"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten (terugkeerbesluit), omdat zijn recht op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming na die datum eindigt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004439</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5747"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004434</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5867"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De minister heeft het verzoek om internationale bescherming van 30 januari 2026 van appellant niet in behandeling genomen, omdat Zweden daarvoor op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Appellant heeft eerder, op 29 augustus 2025, ook een verzoek om internationale bescherming ingediend in België. Het besluit waarin de Belgische autoriteiten hebben bepaald dat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van dit verzoek is in rechte vast komen te staan. Appellant is op 30 oktober 2025 door de Belgische autoriteiten overgedragen aan Zweden. Vervolgens is hij naar Nederland gereisd en heeft hij voorliggend verzoek om internationale bescherming ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004097</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5827"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:186"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiseres was als bestuurder van een personenauto betrokken bij een aanrijding waarvoor de bestuurder van een andere auto aansprakelijk was. Die auto was tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Citizens. Eiseres vordert van Citizens vergoeding van zowel materiële schade aan haar auto als letselschade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202503913</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Tubben</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7436"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten beheer persoonsgebonden budget. Kosten niet noodzakelijk want niet aannemelijk gemaakt zorg in natura niet mogelijk is. Beroep op hardheidsclausule slaagt ook niet. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/515</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Hollebrandse</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7340</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7340</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7340"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Voorwaardelijke GS van 12 maanden en TS 240 uren i.v.m. voorbereiding drugshandel, bezit hasjies en voorhanden hebben munitie. Vrijspraak handel in harddrugs. 359a-verweer afgewezen (Landeck-jurisprudentie).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/134056-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:232"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bonairiaanse fraudezaak. De verdachte heeft zich gedurende een periode van meerdere jaren schuldig gemaakt aan belastingfraude, gewoontewitwassen en het plegen van valsheid in geschrift. De verdachte verzorgde de administratie van een bouwbedrijf. Zij heeft samen met het bouwbedrijf gedurende een groot aantal belastingtijdvakken niet tijdig aangifte gedaan of bewust te lage bedragen in de aangiften opgenomen. Daarnaast heeft de verdachte geld dat uit deze belastingfraude afkomstig was via verschillende bankrekeningen laten lopen en zo de herkomst daarvan verborgen en verhuld. Ten slotte heeft de verdachte verschillende valse documenten opgemaakt. Oplegging van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Strafkorting wegens schending redelijke termijn. Voor oplegging van het gevorderde beroepsverbod is geen wettelijke grondslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00160-24 &amp; 400.00180-25 &amp; 400.00072-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13418"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Wsnp toegewezen. Achttien maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615954:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13416"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eisers zijn het niet eens met de wijziging van de mogelijkheden om te parkeren op het parkeerterrein achter het gemeentehuis in Heerhugowaard. De rechtbank komt tot het oordeel dat de nadelige gevolgen van de wijziging voor eisers niet onevenredig zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3263</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. de Vries</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7685</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7685</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7685"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">GS 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk i.v.m. bezit kinderporno voor een lange periode en het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk in zijn woning. Verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht t.a.v. de feiten die zien op kinderporno.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/163612-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2997"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia / Spaar Select / Advisering / Wetenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.227.190/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:16395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:16395"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond en vergoeding schade wegens overschrijden redelijke termijn, ingevolge artikel 6 EVRM. Verzoek om inzage en rectificatie van registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Het verzoek om inzage is gedeeltelijk toegewezen en het verzoek om rectificatie is afgewezen. Op de naam van een medewerker van de Belastingdienst na, zijn alle gegevens die over eiser in de FSV staan, verstrekt. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het verzoek om inzage. Er is eiser een overzicht verstrekt van de van eiser opgenomen gegevens in de FSV. De verplichting een ‘kopie van de persoonsgegevens’ te verstrekken op grond van artikel 15, derde lid, AVG, betekent niet dat een bestuursorgaan in alle gevallen verplicht is een kopie te verstrekken van de onder verweerder berustende documenten waarin die persoonsgegevens voorkomen. Het verzoek om wissing van de van eiser in de FSV geregistreerde gegevens heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte afgewezen. Omdat de persoonsgegevens van eiser onrechtmatig zijn verwerkt, heeft eiser op grond van artikel 17, eerste lid, onder d, van de AVG recht op wissing van zijn persoonsgegevens. Er is geen sprake van een van de uitzonderingsgevallen op grond waarvan niet tot wissing van persoonsgegevens over hoeft te worden gegaan. Voor zover verweerder heeft bedoeld een beroep te doen op artikel 17, derde lid, aanhef en onder d of e, van de AVG, is de rechtbank van oordeel dat verweerder het niet in redelijkheid noodzakelijk heeft kunnen achten om de persoonsgegevens van eiser in verband met archivering, onderzoek of juridische procedures te bewaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/3146</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.H. Lauryssen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:187"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwikkeling huurovereenkomst van een woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202504429</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Tubben</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9839"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak. Ambtshalve toetsing Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen). Omdat er kinderen in de huurwoning verblijven, wordt een langere ontruimingstermijn aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12356091 CV EXPL 26-10596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13420"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Dwangakkoord toegewezen. Nulaanbod. Aangeboden akkoord is het maximaal haalbare.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616309:R-RK – NL:TZ:2616310:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9671</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9671</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9671"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf van 10 jaar voor doodslag gepleegd in 2017. Forse overschrijding redelijke termijn. Vrijspraak van moord en medeplegen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-821533-17</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Hamburger, mr. L.W. Louwerse, mr V.M. Schotanus</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6552"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Kopstaartvonnis. Wakker Dier wil in aanloop naar Werelddierendag een reclame-uiting tonen op NS-treinstations. NS weigert dat. Volgens Wakker Dier is dat onrechtmatig en moet NS dit alsnog toestaan. De voorzieningenrechter wijst de vordering toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/617764 / KG ZA 26-569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. Wachter</contributor><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7691</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7691</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7691"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De militaire kamer veroordeelt een 25-jarige matroos wegens het (medeplegen van) opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigen van een visuele weergave van seksuele aard van een persoon en het openbaar maken daarvan tot een taakstraf van 160 uur, subsidiair 80 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke militaire detentie van 2 maanden, inclusief bijzondere voorwaarden. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, inclusief wettelijke rente en hoofdelijke schadevergoedingsmaatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/242903-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Hoedeman</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13394"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Nakomingsvordering. Afwijzing. Er zijn kostenverhogende omstandigheden die het gevolg zijn van door de opdrachtgever (eisende partij) verschafte onjuiste informatie (artikel 7:753 lid 2 BW). Zo lang de volledige kosten niet zijn betaald, mag gedaagde gebruik maken van haar retentierecht en de auto achterhouden (artikel 3:290 BW). Reconventie. Geldvordering. Afwijzing. De (hoogte) van de geldvordering is onvoldoende komen vast te staan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725870 / KG ZA 26-934</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:957"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00946</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28808"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Vrijspraak diefstal met geweld in vereniging van een scooter, veroordeling opzetheling en andere diefstal met geweld in vereniging van een scooter. (312, 416 Sr)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-199081-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. Rochat, mr. drs. W.G. de Boer, mr. M.J. Bouwman</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2998"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia / Spaar Select / Advisering / Wetenschap /</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.201.177/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1544</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1544</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1544"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beklag, beslag ex art. 94 Sv op telefoon onder klager t.z.v. verdenking van bezitten van kinderporno en afdreiging. Rb heeft beklag gegrond verklaard onder voorwaarde dat verboden materiaal van telefoon kan worden en wordt verwijderd. Kon Rb klaagschrift voorwaardelijk gegrond verklaren? Wet voorziet niet in mogelijkheid van voorwaardelijke beslissing over strafvorderlijk inbeslaggenomen voorwerpen. Als rechter van oordeel is dat belang van strafvordering zich (nog) verzet tegen teruggave van inbeslaggenomen voorwerp, dan moet hij klaagschrift waarin teruggave van dat voorwerp wordt verzocht ongegrond verklaren. Is daarvan geen sprake, dan moet in regel teruggave worden gelast (vgl. HR:2019:1692). Rb heeft dit miskend. Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op 25/00465 B (niet gepubliceerd; art. 80a RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:700</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1467"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een buurmeisje van destijds 5 jaar oud, die aan zijn zorg was toevertrouwd. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000327-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1611</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2774"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">“geschil over vroegtijdig beëindigde aannemingsovereenkomst”</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.347.441/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:280"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Sint Maarten. Spoedappel in kort geding. Verzoek om verdere verkorting van de termijnen. Beoordelingskader. Betekening. Hybride zitting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202600707 – SXM2026H00119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.C.C. Lewin</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7693"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De militaire kamer veroordeelt een 24-jarige matroos wegens het medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigen van een visuele weergave van seksuele aard van een persoon tot een taakstraf van 140 uur, subsidiair 70 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Vrijspraak van het openbaar maken van die visuele weergave. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, inclusief wettelijke rente en hoofdelijke schadevergoedingsmaatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/242862-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Hoedeman</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7439</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7439</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7439"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om omzetting prestatiebeurs in een gift vanwege bijzondere omstandigheden (artikel 4.14 Wsf 2000). Verklaring onderwijsinstelling ontbreekt. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3291</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): dr. mr. J.A. van Schagen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29516</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29516</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29516"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Doorprocederen, beroep te laat ingesteld. Aan eiser is eerder een asielvergunning verstrekt op de b-grond. Op dat moment golden voor een vergunning op de a- en b-grond dezelfde rechten en voorzieningen. Gelet op rechtspraak van de Afdeling had een vreemdeling destijds geen procesbelang bij een procedure tegen de verleningsgrond, omdat de wijziging van de verleningsgrond niet zou leiden tot een andere rechtspositie. Eiser heeft na 12 juni 2026 alsnog beroep ingesteld. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank is van oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank stelt vast dat met ingang van 12 juni 2026 door het invoeren van het tweestatusstelstel en het ontbreken van overgangsrecht niet langer sprake is van dezelfde rechten en voorzieningen voor vergunningen op de a-grond en de b-grond. Vanaf 12 juni 2026 kan daarom niet langer de uitzondering van artikel 46, tweede lid, van de Procedurerichtlijn gelden en moet men een effectief rechtsmiddel kunnen aanwenden tegen een beslissing om geen vluchtelingenstatus toe te kennen. De rechtbank is van oordeel dat het indienen van een nieuwe asielaanvraag, een verzoek om herziening en het opkomen tegen de weigering in een nareisprocedure niet kunnen worden aanmerkt als een daadwerkelijk rechtsmiddel in de zin van 46, derde lid, van de Procedurerichtlijn. De rechtbank ziet aanleiding om artikel 6:11 van de Awb richtlijnconform te interpreteren. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet eerder dan 12 juni 2026 een daadwerkelijk rechtsmiddel kon aanwenden tegen de weigering om een vergunning op de a-grond aan hem te verlenen en dat uitsluitend het instellen van beroep tegen het bestreden besluit kan worden aangemerkt als een daadwerkelijk rechtsmiddel. De rechtbank is van oordeel dat eiser zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd beroep heeft ingesteld. Het beroep is ontvankelijk. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij geweigerd is om aan eiser een asielvergunning op de a-grond te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34098</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Skerka, mr. I. Helmich, mr. J.N. Mons</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:11796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:11796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:11796"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koop van een appartement / beroep verkoper op ontbindingsbepaling wegens ontbreken splitsingsvergunning slaagt / geen boete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/714985 / HA ZA 26-149</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7707"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">opzetverkrachting, opzetaanranding en vervaardigen van foto’s van seksuele aard. Aangifte betrouwbaar. GEV 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05.278677.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3208"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Benoeming deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.335.773/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-05-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:4772</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28809"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Vrijspraak diefstal met (bedreiging met) geweld. Veroordeling 4 andere diefstallen met (bedreiging met) geweld, waarvan 3 in vereniging gepleegd. Handelingen in context aangemerkt als bedreigingen met geweld. (312 Sr) DUT bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-304899-25 en 09-278150-25 (ttz. gev.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. Rochat, mr. M.J. Bouwman, mr. T.P. Sarneel</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3009</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3009</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3009"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat er sprake is van een ontzeggingsgrond ex artikel 1:377a lid 3 sub a BW. Er is bij de minderjarige sprake van ernstige gezondheidsproblematiek. Contactherstel met de vader zal onvermijdelijk in meer of mindere mate spanning bij de moeder en/of bij de minderjarige met zich brengen. Dit maakt dat er geen sprake kan zijn van een succesvolle behandeling en herstel van de minderjarige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.064_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.M.J. Peters, E.M.C. Dumoulin, S.P.A. Wensink-Vergunst</contributor><issued>2026-10-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 1 377a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7450"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning pottenveld met boompalen. Beroep ontvankelijk. Relativiteitsvereiste staat niet aan inhoudelijke beoordeling in de weg. Geen sprake van wijziging bestemmingsplan. Onvoldoende gemotiveerd of wordt voldaan aan Omgevingsvisie. Ten onrechte besloten dat boompalen in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan. Ten onrechte geen locatiespecifiek onderzoek. Archeologie onvoldoende gemotiveerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8632</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Harten</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29518</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29518</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29518"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Doorprocederen, beroep te laat ingesteld. Aan eiser is eerder een asielvergunning verstrekt op de b-grond. Op dat moment golden voor een vergunning op de a- en b-grond dezelfde rechten en voorzieningen. Gelet op rechtspraak van de Afdeling had een vreemdeling destijds geen procesbelang bij een procedure tegen de verleningsgrond, omdat de wijziging van de verleningsgrond niet zou leiden tot een andere rechtspositie. Eiser heeft na 12 juni 2026 alsnog beroep ingesteld. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank is van oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank stelt vast dat met ingang van 12 juni 2026 door het invoeren van het tweestatusstelstel en het ontbreken van overgangsrecht niet langer sprake is van dezelfde rechten en voorzieningen voor vergunningen op de a-grond en de b-grond. Vanaf 12 juni 2026 kan daarom niet langer de uitzondering van artikel 46, tweede lid, van de Procedurerichtlijn gelden en moet men een effectief rechtsmiddel kunnen aanwenden tegen een beslissing om geen vluchtelingenstatus toe te kennen. De rechtbank is van oordeel dat het indienen van een nieuwe asielaanvraag, een verzoek om herziening en het opkomen tegen de weigering in een nareisprocedure niet kunnen worden aanmerkt als een daadwerkelijk rechtsmiddel in de zin van 46, derde lid, van de Procedurerichtlijn. De rechtbank ziet aanleiding om artikel 6:11 van de Awb richtlijnconform te interpreteren. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet eerder dan 12 juni 2026 een daadwerkelijk rechtsmiddel kon aanwenden tegen de weigering om een vergunning op de a-grond aan hem te verlenen en dat uitsluitend het instellen van beroep tegen het bestreden besluit kan worden aangemerkt als een daadwerkelijk rechtsmiddel. De rechtbank is van oordeel dat eiser zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd beroep heeft ingesteld. Het beroep is ontvankelijk. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij geweigerd is om aan eiser een asielvergunning op de a-grond te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Skerka, mr. I. Helmich, mr. J.N. Mons</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7709"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">poging tot doodslag en een bedreiging. Onder invloed van psychose, niet volledig ontoerekeningsvatbaar ivm culpa in causa. GEV 24 maanden en tbs met voorwaarden. Dadelijke uitvoerbaarheid (DUT) van de tbs-voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05.334517.23 en 05.264281.24 (reeds gev. ttz.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9840"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak. Verstek. Artikel 2 Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Verhuurder heeft een melding bij de gemeente overgelegd die dateert van 15 maanden voor het moment van dagvaarden. Verhuurder dient hierop een toelichting te geven, dan wel een nieuwe (recente) melding bij de gemeente te doen. Verder dient verhuurder in het kader van de ambtshalve toetsing in de zin van Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn Oneerlijke Bedingen) de bijlage die de inhoud van het servicekostenbeding specificeert over te leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12283928 CV EXPL 26-8305</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2994</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2994</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2994"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzekeringsovereenkomst; de clausule waarop verzekeraar zich beroept is niet in de polisvoorwaarden opgenomen, zodat de verzekeraar daar geen beroep op kan doen; de verzekeraar heeft niet voldoende onderbouwd dar de elektrische installatie niet aan NEN 1010 voldeed; geen opzettelijke misleiding door de verzekerde; nakomen verzekeringsovereenkomst niet in strijd met redelijkheid en billijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.344.229/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2023:3863</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:3863</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2023:3863"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koopovereenkomst aandelen makelaarskantoor; beroep op vernietiging koopovereenkomst op grond van bedrog (art. 3:44 lid 3 BW) althans dwaling (art. 6:228 BW); bewijsopdracht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/287182 / HA ZA 22-362</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.E. Zweers</contributor><issued>2023-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7732"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">handhavingsverzoek vanwege vermeende oppervlakteverontreiniging door gebruik gewasbeschermingsmiddelen/ bestrijdingsmiddelen, niet in behandeling genomen, geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, te algemeen en onvoldoende specifiek/ concreet, geen besluit, bezwaar terecht niet-ontvankelijk, beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/4264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Emaus</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9843"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Handel in landbouwgrond, koopovereenkomst. Rechtsvordering (buitengerechtelijke) vernietiging koopovereenkomst vanwege oneerlijke handelspraktijken dan wel dwaling verjaard. Artikel 3:52, tweede lid, BW. Gevorderde verklaring voor recht afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/783724 / HA ZA 26-152</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28810"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Vrijspraak diefstal met (bedreiging met) geweld, onvoldoende bewijs voor het ‘in vereniging plegen’. Veroordeling 3 andere diefstallen met (bedreiging met) geweld in vereniging. Handelingen in context aangemerkt als bedreigingen met geweld. (312 Sr) DUT bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-304935-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. Rochat, mr. M.J. Bouwman, mr. T.P. Sarneel</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28811"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Egypte - veilig derde land Tunesie - verweerder heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de problemen die eiser stelt te hebben in Tunesië en heeft zonder dat onderzoek niet kunnen concluderen dat Tunesië veilig is voor eiser - beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.61435</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. Smeets</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7475"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">MRB; naheffingsaanslagen en verzuimboete. Motorrijtuig voldoet niet (meer) aan de inrichtingseisen voor een bestelauto. Belanghebbende heeft geen aanvullende aangifte gedaan van dit gegeven. Voor het opleggen van de naheffingsaanslagen MRB en de verzuimboete is niet vereist dat met het motorrijtuig gebruik is gemaakt van de openbare weg. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/9048 en 24/9065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. Vaatstra</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7680"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden en een werkstraf van 120 uur voor het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal met geweld in vereniging, medeplegen van mishandeling en diefstal met behulp van een valse sleutel in vereniging. Ondanks de ernst van de feiten hoeft verdachte niet terug naar de jeugdgevangenis. Dit heeft te maken met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, de overschrijding van de redelijke termijn en een zeer positief verloop van de schorsingsperiode. Gezien de positieve ontwikkelingen in het leven van verdachte is er geen reden om het reclasseringstoezicht te verlengen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0510335024</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9850"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afgezien van leveren bewijs en tegenbewijs. Vorderingen afgewezen. Vervolg op: ECLI:NL:RBAMS:2026:8619.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4001/12042033 / CV EXPL 26-51</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1300"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad wijst het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 14 januari 2026 af. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/295 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5799"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 32-jarige vrouw tot een taakstraf van 150 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. De vrouw heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het bezit van cocaïne en ketamine.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 71-057820-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Melaard, S.M.M. Bordenga, W.B. Bruins</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12967</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12967</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12967"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering. Beroep gegrond vanwege strijd met zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Rechtsgevolgen blijven in stand vanwege herstel van de gebreken door een nieuwe verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige beoordeling. Tweede ziekmelding leidt niet tot toename van beperkingen. Met de nieuwe onderbouwing is ook besloten op een eerder bezwaar tegen de beëindiging van de ZW-uitkering als gevolg van een EZWb. Het beroep tegen dat nieuwe bestreden besluit is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/795</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.P. Heijne</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9428"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur bedrijfsruimte. De huurder mocht de huurovereenkomst ontbinden vanwege gebreken. Huurder is tot zij het gehuurde heeft verlaten huur verschuldigd. Vanwege de gebreken toepassing van huurvermindering en toewijzing van schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12053237 \ CV EXPL 26-367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5833"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de weigering van het college om een omgevingsvergunning te verlenen aan eisers voor het plaatsen van 154 zonnepanelen tegen (een deel van) de (zuid)gevel van de grijze silo in Deventer. Het college volgt het advies van de Planadviesraad ruimtelijke kwaliteit van het Oversticht (hierna: de PAR) die aangeeft dat de manier waarop de zonnepanelen geplaatst worden niet in overeenstemming is met de welstandseisen, omdat de karakteristieke verticale ribben van de grijze silo na plaatsing van de zonnepalen niet meer voldoende zichtbaar zouden zijn. Eiser is het niet eens met de weigering van de omgevingsvergunning. Hij voert daartoe onder meer aan dat het advies van de PAR ondeugdelijk is, dat de zonnepanelen niet op een andere manier geplaatst kunnen worden en dat de besluitvorming door het college onzorgvuldig is. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht en op goede gronden heeft kunnen besluiten om de omgevingsvergunning te weigeren, dat het advies van de PAR deugdelijk is en dat het bestreden besluit niet onzorgvuldig is. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 24/4447</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5832"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning vanwege de verslechterende toestand overeenkomstig artikel 18, derde lid, onder c, van de wet WOZ bepaald naar de toestand op 1 januari 2023 (toestandsdatum). De oude/actuele foto’s zijn van voor de inpandige opname van 23 februari 2023. Volgens de heffingsambtenaar kent de woning bouwtechnische gebreken. De taxateur heeft de woning daarom qua Kwaliteit en Onderhoud gewaardeerd als matig (2) en qua Voorzieningen als slecht (1). Hierdoor is de prijs per vierkante meter (ppe-prijs) verlaagd. Anders dan belanghebbende stelt, is de woning wat betreft Kwaliteit en Onderhoud niet ‘sloopwaardig’ of ‘slecht’ (afgezien van de Voorzieningen). De overgelegde foto’s van voor de inpandige opname zijn als waarnemingen en bevindingen door de WOZ-taxateur meegenomen [..].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/4304</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5840"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is onbevoegd. De rechtbank heeft geen kennis kunnen nemen van een appellabel besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3615</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.P.K. van Rosmalen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5836"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen besluiten tot verlenen verlof van de leerplicht. Het beroep is niet-ontvankelijk. Geen procesbelang. De rechtbank overweegt dat eiser met dit beroep niet kan bereiken dat het genoten verlof van zijn dochter wordt teruggedraaid. Ook acht de rechtbank het niet aannemelijk dat zich in de toekomst besluitvorming voordoet waar het inhoudelijke oordeel in deze zaak kan worden betrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.P.K. van Rosmalen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5838</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5838</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5838"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over twee bestuurlijke boetes van in totaal € 600,- die de minister aan eiseres heeft opgelegd vanwege het als leverancier bevestigen van gegevens die niet naar waarheid zijn vastgelegd en opgenomen in het realtime en digitaal Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (rVDM). Eiseres is het niet eens met deze twee boetes. Volgens haar zijn de boetes onterecht omdat er geen sprake is van overtredingen. De rechtbank oordeelt dat de minister de boetes onterecht heeft opgelegd omdat er aanleiding is om te twijfelen aan de bevindingen die zijn neergelegd in het rapport van de toezichthouder. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3557</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5837</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5837</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5837"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de vraag of de staatssecretaris het naturalisatieverzoek van eiser heeft mogen afwijzen gelet op de twijfel over zijn identiteit en nationaliteit naar aanleiding van een taalanalyse. Beoordeeld wordt of de staatssecretaris voldoende heeft onderzocht of de gerezen twijfel met de door eiser overgelegde documenten wordt weggenomen. Er is in deze zaak al een eerdere procedure bij deze rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gevoerd. Die hebben ertoe geleid dat het besluit van de staatssecretaris is vernietigd en de staatssecretaris is opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser. De staatssecretaris heeft op 18 juni 2025 dit nieuwe besluit genomen en het naturalisatieverzoek opnieuw afgewezen. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe onder meer aan dat de gerezen twijfel over zijn identiteit en nationaliteit wordt weggenomen met de door hem overgelegde documenten. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris het naturalisatieverzoek van eiser in redelijkheid heeft kunnen afwijzen omdat niet buiten twijfel staat dat uit de overgelegde documenten blijkt dat de daarin vermelde identiteit en nationaliteit juist zijn. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/2143</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5839"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Volgens vaste rechtspraak moet de belastingplicht inzake forensenbelasting worden vastgesteld per persoon, en niet per woning. Indien een gemeubileerde woning gemeenschappelijk eigendom is van meerdere eigenaren, kunnen zij allen belastingplichtig zijn voor de forensenbelasting, mits zij buiten de gemeente hun hoofdverblijf houden en ieder de woning meer dan 90 dagen voor zich of zijn gezin beschikbaar houden. Belanghebbende heeft de woning in 2025 op meer dan 90 dagen voor zich beschikbaar gehouden, los van de vraag of hij er daadwerkelijk verbleef. Op grond van de Verordening maakt het niet uit of een woning een of meerdere eigenaren heeft; iedere belastingplichtige eigenaar van een woning kan voor de gehele aanslag worden aangesproken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1689</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5835"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvragen van Stadstheater om subsidie. Zij heeft bij het college verzocht om een overbruggings- en afbouwsubsidie en een investeringssubsidie. Het college heeft afwijzend beslist op deze aanvragen. Stadstheater is het niet eens met deze afwijzingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3275 en 25/3277</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van Berlo</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4332"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de uitvoering van twee lasten onder bestuursdwang gericht op het verwijderen van een noodwoning en een vouwwagen op het perceel. De uitspraak gaat ook over de afwijzing van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het voortzetten van gebruik van de noodwoning op dat perceel. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verweerschrift in deze verzoekschriftprocedure in strijd met de goede procesorde is ingediend. Voor zover het verzoek om voorlopige voorziening betrekking heeft op de brief van de burgemeester 18 augustus 2026 is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voldaan aan het connexiteitsvereiste. Het samenhangende beroep is ingetrokken. De voorzieningenrechter was ook anderszins niet bevoegd om een voorziening te treffen om de uitvoering van bestuursdwang te voorkomen. De brieven van de burgemeester daarover zijn geen besluiten. Verder is de voorzieningenrechter, afgezien van de vraag over de feitelijke aanwezigheid van de noodwoning, van oordeel dat de belangen van verzoeker bij het treffen van een voorlopige voorziening minder zwaar wegen dan de belangen van het college bij het niet treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/2802</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Knuttel</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7681"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, medeplichtigheid aan diefstal met geweld in vereniging en medeplichtigheid aan diefstal door middel van een valse sleutel in vereniging tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en taakstraf van 140 uur. Verdachte moet zich gedurende twee jaar houden aan bijzondere voorwaarden. Bij de bepaling van de straf is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. Ten aanzien van de wederrechtelijke vrijheidsberoving had verdachte wel opzet op het gronddelict. Een kwalificatie als gijzeling is niet mogelijk. De gijzelaar is niet tegelijkertijd de 'ander' als bedoeld in 282a Sr.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0512759124</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9874"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Intellectueel eigendom. Burgerlijk procesrecht, obscuur libel: de dagvaarding voldoet niet aan de minimale eisen van leesbaarheid en begrijpelijkheid. Gedaagde heeft in de geluidsstudio van eiser de vocalen ingezongen voor een remake van een muzieknummer. Volgens eiser zijn partijen overeengekomen dat de exploitatie-inkomsten gelijk worden verdeeld en heeft hij auteurs- en naburige rechten op het nummer. Eiser heeft niet voldaan aan de stelplicht en bewijslast ten aanzien van vermeende verdelingsafspraken; de onderbouwing van auteursrechtelijke aanspraken is zodanig gebrekkig geformuleerd dat onduidelijk is waaraan de vorderingen moeten worden getoetst en gedaagden zijn geschaad in hun belang om adequaat verweer te kunnen voeren. De vorderingen worden afgewezen, met veroordeling van eiser in de volledige proceskosten van gedaagden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/767652 / HA ZA 25-933</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6156"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en mishandeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Bevel tot tenuitvoerlegging van eerder aan verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week. Overwegingen met betrekking tot eerlijk proces bij gebruik voor het bewijs van getuigenverklaring van een getuige die niet door de verdediging kon worden ondervraagd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005314-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1299"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging verdragsrecht per 30 juni 2020 omdat appellant geen WAO-uitkering meer uit Nederland ontvangt. Het geschil betreft de vraag of het CAK terecht niet eerder dan per 30 juni 2020 het verdragsrecht van appellant heeft beëindigd, waardoor hij pas vanaf die datum geen verdragsbijdrage meer verschuldigd is. Naar het oordeel van de Raad bestaat geen aanleiding voor een eerdere beëindiging van het verdragsrecht dan per 30 juni 2020, omdat appellant vóór die datum nog verdragsgerechtigde was. Dat hij in Spanje in 2020 geen medische zorg heeft afgenomen die door het Spaanse wettelijke stelsel wordt gedekt, doet niet af aan het feit dat hij als verdragsgerechtigde een verdragsbijdrage moet betalen. Dit vloeit voort uit artikel 30 van Verordening (EG) nr. 883/2004 in verbinding met artikel 69 van de Zorgverzekeringswet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1149 ZVW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2999</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2999</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2999"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia / Spaar Select / Advisering / Weteschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.253.578/03</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7682</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7682</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7682"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, medeplegen van diefstal met geweld, medeplegen van mishandeling, wederspanningheid en vernieling. Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden en een werkstraf van 80 uur. Er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte leidt inmiddels een stabiel en gestructureerd leven. Als bijzondere voorwaarden worden een behandeling voor oorlogstrauma, een meldplicht en delictanalyse opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0515930224</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5878"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Margeregeling kringloopwinkels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6155"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor dwang (284 Sr) door onverhoeds vastpakken van de borst van aangeefster. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Toewijzing van de vordering benadeelde partij tot € 400,- met wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel. Overwegingen m.b.t. aantasting in persoon op andere wijze als bedoeld in art. 6:106, aanhef en onder b, BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001699-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9847"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik wordt afgewezen. Er is onvoldoende vast komen te staan dat er op dit moment een dringende noodzaak is voor verhuurder en zijn gezin om terug te keren naar de verhuurde woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12159930 \ CV EXPL 26-4680</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28812</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28812</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28812"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Zimbabwe - veilig derde land Zuid-Afrika - voldoende gemotiveerd dat eiseres weer toegang zal krijgen tot Zuid-Afrika, ook gelet op haar eerdere verblijfsrecht - verweerder heeft ten onrechte niet ambtshalve beoordeeld of eiseres uitstel van vertrek moet worden verleend op medische gronden - het gehoor van eiseres en de door haar overgelegde informatie over HIV hadden aanleiding moeten geven voor verweerder om te onderzoeken of de medische omstandigheden aanleiding geven tot uitstel van vertrek - beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.54697</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. Smeets</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9531"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10995"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen Vpb n.a.v. boekenonderzoek. Niet de vereiste aangiften Vpb gedaan. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Schattingen van verweerder zijn redelijk. Voor een (klein) deel van de inkoopkosten heeft belanghebbende voldaan aan de verzwaarde bewijslast. Voor het overige zijn de gestelde (contante) inkoopkosten terecht buiten aanmerking gelaten, nu daarvan administratie ontbreekt en belanghebbende daarover geen verklaring kan (of wil) verstrekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3733, HAA 25/3742 en HAA 25/3787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, C. Huisman, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9848"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek afgewezen. Voor zover het verzoek betrekking heeft op de gang van zaken bij de mondelinge behandeling, is het niet tijdig gedaan. Het verzoek ziet voorts op een rechterlijke beslissing die geen grond tot wraking kan vormen. Ook uit de motivering van die beslissing blijkt geen (objectief gerechtvaardigde schijn van) vooringenomenheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/791501 / HA RK 26-273</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Wraking</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6137</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6137</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6137"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging doodslag op toenmalige partner. Volledige ontoerekeningsvatbaarheid, OVAR. Geen tbs. RM in strafprocedure toegewezen, maar niet uitgevoerd. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, behalve wat betreft de door de rechtbank opgelegde tbs met dwangverpleging, nu dat niet noodzakelijk en niet passend is, gelet op het huidige (vrijwillge) zorgkader van verdachte. Het hof vult de gronden aan ten aanzien van de ontoerekeningsvatbaarheid van verdachte. Overweging ten overvloede met betrekking tot het procesverloop in deze zaak door het niet aansluiten van de strafrechtelijke mogelijkheden op de zorgbehoefte van verdachte en het zorgaanbod in reguliere en forensische zorg- en behandelinstellingen. Het (geschrapte) art. 37 Sr had uitkomst kunnen bieden in deze zaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001215-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9852</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9852</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9852"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek afgewezen. Toepassing anti-misbruikbepaling. Een rechterlijke beslissing is geen grond tot wraking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/792921 / HA RK 26-328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. van Es</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6019"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kansspelbelasting. Nederlandse kansspelbelasting over in Duitsland gewonnen geldprijs. Geen belemmering vrijedienstenverkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1674</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5879"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Margeregeling kringloopwinkels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29519</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29519</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29519"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel- en Migratiebeheerverordening. België. De minister heeft, ook met zijn nadere toelichting en de meest recente cijfers over de ‘doorstroomlijst’ tot september 2026, nog steeds onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ten aanzien van België van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan voor zover het alleenstaande mannelijke niet-kwetsbare asielzoekers betreft. De rechtbank blijft daarom bij haar uitspraken van 13 augustus 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:22821 en ECLI:NL:RBDHA:2026:22805).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.39800</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M.E. Schulmer</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4264"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Veroordeling voor medeplegen art. 2 onder B OW en art. 2 onder C OW, deels vrijspraak van middelen, omdat alleen een indicatieve test onvoldoende is om vast te stellen wat voor middel het is. Verkeerde pleegplaats aangemerkt als kennelijk verschrijving tenlastelegging. Ontslag van alle rechtsvervolging voor het middel ketamine. Inbeslaggenomen goederen zijn verbeurd verklaard en onttrokken aan het verkeer. Ook de kogelpatronen, waarmee geen verband is met het bewezenverklaarde zijn onttrokken aan het verkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.287762.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.A. Vlietstra, mr. A. de Jong, mr. L.S. Langius</contributor><issued>2026-10-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 63</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 13a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:793"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht; rentederivaat. Beroep op dwaling (art. 6:228 BW) en (bijzondere) bancaire zorgplicht. Omvang en inhoud mededelingsplicht. Informatieverstrekking over rentevisie van bank. Motivering. Passeren bewijsaanbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01528</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:155</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:103</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28813"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Syrië - onvoldoende gemotiveerd dat eiser niet te vrezen heeft vanwege toegedichte afvalligheid, nu de ervaringen van zijn echtgenote en kinderen niet zijn betrokken in de beoordeling - onvoldoende gemotiveerd dat er in Latakia sprake is van de laagste gradatie van willekeurig geweld (15c) - onvoldoende gemotiveerd dat er geen sprake is van schending artikel 3 EVRM - beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.54576</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. Smeets</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29524</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29524</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29524"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, België, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37582</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4269"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Minderjarige verdachte. Vrijspraak van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Veroordeling voor diefstal voorafgegaan van geweld om deze makkelijk te maken, medeplegen art. 2 onder B OW, meerdere malen voor art. 2 onder C OW, voor art. 2a eerste lid OW en overtreding art. 8 WVW1994. Van een deel van de dealperiode is vrijgesproken. De indicatieve test in samenhang met de verklaring van verdachte voor het vaststellen van de middelen is in deze voldoende om vast te stellen om wat voor middelen het gaat. Inbeslaggenomen goederen zijn verbeurd verklaard, onttrokken aan het verkeer en teruggegeven aan verdachte. Ook een pistool en een cobra, waarmee geen verband is met het bewezenverklaard zijn onttrokken aan hete verkeer. De vordering van de benadeelde partij is deels hoofdelijk toegewezen met de schadevergoedingsmaatregel. Gijzeling op nihil. Materiële schade is door de rechtbank geschat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.012333.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.A. Vlietstra, mr. A. de Jong, mr. L.S. Langius</contributor><issued>2026-10-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 63</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 77a</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 77g</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 77i</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 77n</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 77m</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 77y</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 77x</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 77z</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 77za</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 77aa</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 77gg</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 2a</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10b</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 13a</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wegenverkeerswet 1994 8</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wegenverkeerswet 1994 176</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6329"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Meervoudig arrest. Overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Het hof ziet geen aanleiding om de lijn waarbij het sanctiebedrag wordt gematigd bij overschrijding van de redelijke termijn van berechting los te laten. Het hof maakt in Wahv-zaken een andere afweging dan de afweging die is gemaakt in de jurisprudentie in andere soorten procedures, waarbij de boete onder de € 1000,- niet wordt verminderd als de redelijke termijn van berechting met niet meer dan 12 maanden is overschreden. Het hof benoemt daarbij verschillende factoren die maken dat in Wahv-zaken de enkele vaststelling dat de redelijke termijn van berechting is overschreden onvoldoende compensatie biedt voor de gevoelens van onbehagen, irritatie en frustratie die daardoor zijn ontstaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: WAHV 200.361.798/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29525</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29525</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29525"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, vovo, België.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:11552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:11552"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beklag gedeeltelijk gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-008610</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29526"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, Duitsland, met onbekende bestemming vertrokken, niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32968</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29521"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling wegens medeplegen van gewoontewitwassen en medeplegen van valsheid in geschrifte. Gedeeltelijke vrijspraak witwassen en valsheid in geschrifte. Gefingeerd dienstverband dat ten grondslag aan hypotheek ligt, is onvoldoende vast te stellen. Gevangenisstraf van één jaar, 264 dagen voorwaardelijk, en 240 uren taakstraf. Verbeurdverklaring panden en huurpenningen, ex artikel 33, 33a en 34 Sr.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/157565-23 en 09/105695-26 (t.t.z. gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.L.E. Bakels, mr. A. Tsjapanova, mr. R. Wieringa</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29527</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29527</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29527"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Duitsland, vovo, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32969</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7337"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 21/5036</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit, mr. B.J. Zippelius, mr. drs. R.W.J. van der Struijk</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3000</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3000</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3000"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia / Spaar Select / Advisering / Wetenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.188.977/03</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9663"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gekwalificeerde opzetaanranding (2 maal), leerstraf Tools 4U Verlengd Plus seksueel grensoverschrijdend gedrag, voorwaardelijke jeugddetentie 2 maanden met proeftijd van 2 jaar, bijzondere voorwaarden waaronder een contactverbod met de slachtoffers, gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-025340-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7157"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak art. 6 WVW (primair) en art. 5 WVW (subsidiair). Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier onvoldoende informatie om de feitelijke toedracht van het ongeval met voldoende mate van zekerheid te reconstrueren. Meer in het bijzonder kan de rechtbank niet vaststellen op welke wijze verdachte met haar auto en het slachtoffer met haar fiets met elkaar in aanraking zijn gekomen. De rechtbank kan niet zonder gerede twijfel vaststellen dat verdachte tegen de fietsster is aangereden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-363258-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.A. Mandemakers, mr. F. Kooijman, mr. R. Grimbergen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28815</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28815</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28815"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Jordanië - afvalligheid en bekering naar christendom - verweerder vindt het terecht niet geloofwaardig dat eiser problemen zou hebben vanwege het tonen van interesse in het christendom - verweerder heeft ook terecht gevonden dat de bekering naar het christendom niet geloofwaardig is - eiser heeft geen inzicht kunnen geven in het innerlijke proces van de bekering, hoe hij zijn nieuwe geloof beleeft en waarom dat voor hem van belang is - beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.62379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Dokkum</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:955"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Onderzoek Rykiel. Aanbieden online kansspelen in Nederland zonder vergunning. Leidinggeven aan criminele organisatie (feit 1), (medeplegen van) feitelijk leidinggeven aan (medeplegen) gewoontewitwassen door een rechtspersoon (meermalen gepleegd) (feiten 2, 3 en 4), medeplegen valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) (feit 5), feitelijk leidinggeven aan (medeplegen) valsheid in geschrift door een rechtspersoon (meermalen gepleegd) (feiten 7 en 9), feitelijk leidinggeven aan opzettelijk medeplegen overtreding voorschrift gesteld bij art. 1 lid 1 onder a Wet op de kansspelen door een rechtspersoon (feit 14). M1 klaagt terecht dat onder 14 tenlastegelegde feit inmiddels is verjaard. Overige klachten uit het middel, over oordeel hof dat onder 14 tenlastegelegde feit in hoger beroep nog niet (gedeeltelijk) was verjaard, falen. M2 bevat tevergeefs voorgestelde klachten over doorwerking verjaring feit 14 in tenlastegelegde witwasdelicten (feiten 2, 3 en 4) en deelneming criminele organisatie (feit 1). M3 klaagt terecht over schending inzendtermijn. Ook ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot n-o verklaring van het OM in de vervolging van feit 14, tot vermindering van de opgelegde taakstraf naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met de zaken 24/000921, 24/00946, 24/01045, 24/01117, 24/01118, 24/01119, 24/01120, 24/01121 en 24/01126.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00947</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1005"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak heeft de kantonrecht beslist op het verzoek van het waterschap van 18 juli 2024 tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen appellante en het waterschap. Per 1 januari 2020 is de Wnra in werking getreden en als gevolg hiervan is de ambtelijke aanstelling van appellante van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst naar civiel recht. Appellante kan tegen de aangevallen uitspraak uitsluitend hoger beroep instellen bij de civiele rechter. De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2360 AW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28814"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Syrië - mondelinge uitspraak - verweerder had moeten beoordelen of eiser een risico loopt vanwege de werkzaamheden van zijn vader (in een hoge functie) bij een aan Assad-gelieerd bedrijf - beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.19942</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M.A. Vinken</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1626</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1626</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1626"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beslissing van de wrakingskamer. Wrakingsverzoek afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.748/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6850"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingszaak. Buiten zitting beslissing. Het wrakingsverzoek is ingesteld zonder dat er een zaak aanhangig is bij deze rechtbank. Omdat er (nog) geen zaak aanhangig is bij de rechtbank, is er dus ook geen rechter die de zaak behandelt. Verzoekster is daarom niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 617509 HA RK 26-176</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.A.J. van Yperen, mr. J.G. Nicholson, mr. L.C. Michon</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27107</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27107</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27107"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van bedrijfseconomische redenen. Verzoek afgewezen. Geen redelijke grond. Niet voldaan aan herplaatsingsverplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12171574</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. Nobel</contributor><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4400"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 20 september 2023 een urgentieverklaring aangevraagd. Hij is in 2010 gescheiden van zijn ex-partner. Na de scheiding is hun woning aan zijn ex-partner toegewezen. Samen met zijn ex-partner heeft hij drie kinderen. De kinderen wonen bij zijn ex-partner. [appellant] heeft diabetes. In 2018 heeft hij een beroerte gehad. Verder is hij bij De Waag onder behandeling geweest voor psychische klachten. Het college heeft de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen, omdat hij niet voldoet aan de eis dat hij voorafgaand aan de aanvraag minimaal vier jaar onafgebroken in Amsterdam heeft gewoond. In de periode 13 juni 2019 tot en met 27 mei 2020 stond [appellant] namelijk niet geregistreerd in de basisregistratie personen (BRP) van Amsterdam.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502507/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:1750</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:1750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:1750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:1750"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing van aanvraag voor een urgentieverklaring. Eiser is alleenstaande man. Eiser heeft drie kinderen, maar die wonen bij hun moeder. Eiser is onder behandeling voor zijn psychische klachten. Volgens eiser kan de bindingseis niet worden tegengeworpen. De rechtbank is van oordeel dat dit wel mocht. Eiser stond nog niet vier jaar onaffgebroken in Amsterdam ingeschreven ten tijde van de aanvraag. Geen sprake van hardheid. Artikel 4:84 Awb is niet van toepassing op de beoordeling die het college maakt. Het is de rechtbank niet gebleken van bijzondere omstandigheden. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2976</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.D. Belcheva</contributor><issued>2025-07-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4400</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4401"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 1 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen de aan [partij] van rechtswege gegeven omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning op het perceel aan de [locatie 1] in Santpoort-Zuid bekend gemaakt. De omgevingsvergunning is gegeven voor de bouw van een nieuwe woning op het perceel de [locatie 1]. De woning is inmiddels gebouwd. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Santpoort-Zuid" hebben de gronden waarop het bouwplan is voorzien de bestemming "Wonen". Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de woning gedeeltelijk buiten het bouwvlak komt te liggen en de maximaal toegestane goothoogte wordt overschreden. Verder steekt de voor een klein deel buiten het bouwvlak liggende serre boven de vloer van de eerste verdieping uit en wordt het atelier voor een deel op gronden met de bestemming "Tuin" gebouwd. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie 2]. Zij verzetten zich tegen de gegeven omgevingsvergunning. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307404/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4402</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4402</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4402"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen de aan [appellante] verleende schuldhulp beëindigd. [appellante] is met ingang van 1 januari 2018 toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Zij had op dat moment een schuld van € 11.655,23. De tien schuldeisers zijn akkoord gegaan met het plan dat [appellante], tegen finale kwijting, in drie jaar tijd 14,88% van de schuld aflost. In het eerste jaar heeft [appellante] € 600,00 afgelost en in het tweede jaar € 612,00. Over het derde jaar zou zij nog € 477,00 moeten aflossen. De rechtbank heeft in uitspraak van 30 mei 2025 overwogen dat het college met de aanvullende motivering in de brief van 27 februari 2025 nog steeds geen objectief onderbouwd overzicht heeft overgelegd van de schulden van [appellante] per 7 juli 2020 en per 5 november 2020.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503535/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:594</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:594</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:594"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verklaart het beroep van de gemeente Enschede gegrond. De gemeente ging in beroep tegen een opgelegde bestuurlijke boete van 600.000 euro van de Autoriteit Persoonsgegevens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 22/775</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4403</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4403"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 maart 2021 heeft de Autoriteit persoonsgegevens aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede een bestuurlijke boete opgelegd. Om inzicht te krijgen in de bezoekersaantallen in de binnenstad van Enschede heeft het college besloten om een voortdurende passantentelling te houden. Uit het naar aanleiding van een handhavingsverzoek ingestelde onderzoek van de AP blijkt dat het college vanaf 25 mei 2018 hiervoor gebruik heeft gemaakt van in ieder geval tien sensoren in de binnenstad die het MAC-adres opvingen van apparaten waarop de wifi stond ingeschakeld. Een MAC-adres is een in beginsel uniek identificatienummer van twaalf hexadecimale karakters (0-9, A-F) dat is toegewezen aan de netwerkkaart van een apparaat. De AP heeft het college een boete opgelegd van € 600.000, omdat het college van 25 mei 2018 tot en met 30 april 2020 zonder grondslag persoonsgegevens heeft verwerkt van eigenaren/gebruikers van mobiele apparaten waarop de wifi stond ingeschakeld in de binnenstad van Enschede. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de AP niet heeft bewezen dat het college met de door haar gebruikte methode persoonsgegevens heeft verwerkt van eigenaren/gebruikers van mobiele apparaten waarop de wifi stond ingeschakeld in de binnenstad van Enschede.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401622/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:594</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4406</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4406</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4406"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede aan Harcom Projectontwikkeling B.V. (Harcom) een omgevingsvergunning verleend. Op 13 juli 2021 heeft Harcom een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van drie bedrijfsverzamelgebouwen op het perceel Het Eeftink in Enschede. Het perceel grenst aan de westzijde aan Het Eeftink en aan de oostzijde aan de Gasfabriekstraat. Ten zuiden grenst het aan het perceel van [appellant] en andere, gelegen aan Eeftink-1, en aan de noordzijde aan Allglas Veldman. Het bouwplan voorziet in twee even grote gebouwen die parallel naast elkaar zijn gelegen tussen Het Eeftink en de Gasfabriekstraat (de gebouwen A en B), en een kleiner gebouw (gebouw C) dat is gesitueerd aan de kant van de Gasfabriekstraat. Tussen de gebouwen A en B is aan de kant van Het Eeftink een poort voorzien. [appellant] en andere betogen dat het college ten onrechte niet (kenbaar) heeft getoetst of aan alle in artikel 3, lid 3.4, van de planregels neergelegde zes algemene voorwaarden voor het verlenen van een vergunning voor afwijking van het aantal meters gevel dat in de gevellijn zou moeten worden gerealiseerd is voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402336/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:1160</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:1160</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:1160</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:1160"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verklaart het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van drie bedrijfsverzamelgebouwen in Enschede ongegrond. Het college was bevoegd om af te wijken van de verplichting om over minimaal 80% van de gevellijn een gevel in de gevellijn te bouwen. Het bouwplan doet geen afbreuk aan het bestaande of beoogde stedenbouwkundig beeld en de bestaande of beoogde ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Het college heeft de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in redelijkheid kunnen gebruiken. Daarnaast heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van strijd met redelijke eisen van welstand. Het college mocht afgaan op het welstandsadvies. Dat een gevel representatief moet zijn, betekent niet dat deze gevel zich moet onderscheiden van de andere gevels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB_22_1159</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.T. de Kwaasteniet</contributor><issued>2024-03-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4406</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:209"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op de tussenuitspraak van 29 mei 2024 (ECLI:NL:RBOBR:2024:2258) Het college heeft de gebreken in de omgevingsvergunning voor de huisvesting van 100 logiesverblijven voor arbeidsmigranten hersteld. De rechtbank brengt enkele verbeteringen aan, mede omdat in het herstelbesluit het aanvangstijdstip van de looptijd van de vergunning ten onrechte was gewijzigd (hiertegen was geen beroep ingesteld).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3262E en 23/3264E</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.H.M. Verhoeven, D.J. de Lange, C.N. van der Sluis</contributor><issued>2025-02-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4407</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4407"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad aan Het Knokert Kwartier een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan bouwen van 100 vier- tot zespersoons logiesverblijven en een ontvangstgebouw voor tijdelijke huisvesting gedurende maximaal vijftien jaar van shortstay internationale medewerkers op een perceel aan de Dorshout in Veghel. Het Knokert Kwartier wil op een perceel in Veghel, sectie L, nummers 412, 4458, 4459 en 4367, 100 vier- tot zespersoons logiesverblijven (tiny houses) en een ontvangstgebouw realiseren voor tijdelijke huisvesting gedurende vijftien jaar van maximaal 500 arbeidsmigranten. De aanvraag betreft de activiteiten bouwen, planologische afwijking en uitweg. Op het perceel was voorheen een agrarisch bedrijf gevestigd. Omdat de ter plaatse geldende agrarische bestemming zich tegen de bouw verzet, heeft het college toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo. [appellant sub 2] en [appellant sub 1] en anderen zijn omwonenden en eigenaren van gronden in de nabijheid van het perceel. Zij vrezen voor negatieve gevolgen van de huisvesting van arbeidsmigranten voor met name hun woon- en leefklimaat. Het Knokert Kwartier is de initiatiefnemer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501189/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:209</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2280"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Mishandeling. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd. Wederspannigheid, meermalen gepleegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002269-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.G.A. Beaujean, A.C. Bosch, Y. van Setten</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4408"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 november 2022 heeft de raad van de gemeente Nijmegen het pand aan het Stationsplein 26 in Nijmegen (het pand) aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. De commissie Beeldkwaliteit van de gemeente Nijmegen heeft op 27 januari 2022 een beschermingsprogramma besproken. De commissie heeft in een advies van dezelfde datum aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (het college) geconcludeerd dat de monumentwaarde van het pand van voldoende niveau wordt geacht om een status als gemeentelijk monument te kunnen rechtvaardigen. Het college heeft op 8 maart 2022 aan de vastgoedbeheerder van Souchong Beleggingen C.V. en Stichting Bewaarder Souchong laten weten dat de gemeente het pand als beschermd monument op de monumentenlijst wil gaan plaatsen. Het college heeft daarbij gewezen op de mogelijkheid om een zienswijze te geven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503143/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:3013</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:3013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:3013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:3013"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen aanwijzing gemeentelijk monument. Economisch eigenaar geen belanghebbende. Economisch eigenaar geen belanghebbende. Commissie Beeldkwaliteit mocht advies geven. Beleidsruimte. Zorgvuldig besluit. Belangenafweging. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/6014</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van Harten</contributor><issued>2025-04-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4408</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4409"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw besloten tot invordering van een verbeurde dwangsom van € 28.000,00. [appellant] is sinds 16 mei 2003 eigenaar van de recreatiewoning op het adres [locatie] in Heel. Bij besluit van 12 maart 2018 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd met een begunstigingstermijn van twee jaar, omdat hij de recreatiewoning in strijd met het bestemmingsplan Heel-Panheel gebruikt. [appellant] gebruikt de recreatiewoning als hoofdverblijf. Het college heeft aan het niet beëindigen en beëindigd houden van de overtreding een dwangsom verbonden van € 4.000,00 per kalendermaand, met een maximum van € 48.000,00. Dit besluit staat in rechte vast. Het college heeft na afloop van de begunstigingstermijn geconstateerd dat het gebruik van de recreatiewoning als hoofdverblijf niet is beëindigd. Bij besluit van 19 oktober 2020 heeft het college de verbeurde dwangsommen ingevorderd. Dit gaat om een bedrag van € 28.000,00.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504805/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4410</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4410</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4410"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar verzoek aan het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland om handhavend op te treden op grond van de Monumentenverordening gemeente Smallingerland 2010. Het college heeft de Noorderbegraafplaats, gelegen aan de Stationsweg 1446 te Drachten, op 26 april 2001 aangewezen als monument. De Protestantse Gemeente te Drachten is eigenaar van de begraafplaats. De Protestantse Gemeente heeft de gedenksteen van het graf van de oma van [appellant] verwijderd van de begraafplaats op 1 januari 2023. Volgens [appellant] heeft het college de gedenksteen (mede) aangewezen als monument en mocht de Protestantse Gemeente daarom niet de gedenksteen verwijderen zonder een vergunning van het college.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501680/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:522</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:522"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft een handhavingsverzoek gedaan op grond van de gemeentelijke monumentenverordening. De gedenksteen van het graf van haar oma is verwijderd door de eigenaar van de begraafplaats. Volgens eiseres mag dat niet zonder omgevingsvergunning, omdat de begraafplaats een gemeentelijk monument is. De rechtbank verklaart zich niet bevoegd om kennis te nemen van het geschil. Dat komt omdat eiseres geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Zij is geen rechthebbende op het graf en onderscheidt zich daarom niet voldoende van anderen om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/3024</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2025-02-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4410</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4412"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan ProRail B.V. een last onder dwangsom opgelegd, wegens overschrijding van de geluidgrenswaarden voor het maximaal geluidsniveau die op grond van de omgevingsvergunning van 24 mei 2011 gelden voor haar inrichting aan de Atoomweg in Utrecht. ProRail heeft een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een spoorwegemplacement aan de Atoomweg op het industrieterrein Lage Weide in Utrecht. Het emplacement heeft een laad- en loskade aan de Uraniumweg. In deze procedure is van belang dat [bedrijf]. gebruik maakt van het emplacement voor de overslag van stenen. [appellant] woont aan de [locatie], tegenover de laad- en loskade, en exploiteert daar een autogarage. Hij heeft last van geluid- en stofhinder als gevolg van de overslag van stenen van treinstellen op vrachtwagens. Op 27 juli 2021 heeft hij het college verzocht om daartegen handhavend op te treden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300680/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4413"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 september 2022 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellant] om een vergoeding van waardedaling van zijn woning afgewezen. De Afdeling heeft op de zitting van 12 juni 2026 vier door [appellant] aanhangig gemaakte zaken behandeld. De vier zaken gaan over: 1. de fysieke mijnbouwschade aan de woning (zaak 202403009/1/A2); 2. de afgewezen vergoeding voor de waardedaling van de woning (onderhavige zaak 202403011/1/A2); 3. de beslissing om de woning in aanmerking te laten komen voor een beoordeling aan de veiligheidsnorm (zaak 202403017/1/A2); en de daaropvolgende 4. feitelijke toevoeging van het adres van de woning aan het Lokaal Plan van Aanpak ten behoeve van de uitvoering van de inhoudelijke beoordeling aan de veiligheidsnorm (zaak 202403015/1/A2). Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag om vergoeding van waardedaling van de woning van [appellant]. De Afdeling doet vandaag ook uitspraak in de drie andere in nummer 1 genoemde zaken. [appellant] is sinds 1991 eigenaar van de vrijstaande woning aan de [locatie] in Groningen. De woning is in zijn opdracht gebouwd. Hij verricht vanuit de woning ook beroepsmatig werkzaamheden. Op 2 augustus 2022 heeft het Instituut de aanvraag van [appellant] om vergoeding van de waardedaling van zijn woning ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403011/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:1224</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1224"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mijnbouwschade. Waardedaling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het IMG geen aanleiding hoeven zien om af te wijken van de modelmatige berekening van waardedaling van eisers woning. Eiser heeft geen concrete punten naar voren gebracht waaruit blijkt dat de beleidsmatige keuze in zijn geval niet redelijk en aanvaardbaar zou zijn. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/1499</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.Y.B. Jansen, L.E.A. Jonkers-Vellinga, P. van der Stroom</contributor><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4413</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1218"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Fysieke mijnbouwschade. Het IMG heeft in deze zaak niet moeten kiezen voor een integrale aanpak samen met de NCG. De schadevergoeding dient hoger te zijn dan waartoe het IMG had besloten in het bestreden besluit. Om die reden is het beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 21/3388</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.Y.B. Jansen, L.E.A. Jonkers-Vellinga, P. van der Stroom</contributor><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4414</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4414"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 juli 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een vergoeding van € 18.572,66, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, voor fysieke mijnbouwschade aan zijn woning toegekend. De Afdeling heeft op de zitting van 12 juni 2026 vier door [appellant] aanhangig gemaakte zaken behandeld. De vier zaken gaan over: 1. de fysieke mijnbouwschade aan de woning (onderhavige zaak 202403009/1/A2); 2. de afgewezen vergoeding voor de waardedaling van de woning (zaak 202403011/1/A2); 3. de beslissing om de woning in aanmerking te laten komen voor een beoordeling aan de veiligheidsnorm (zaak 202403017/1/A2); en de daaropvolgende 4. feitelijke toevoeging van het adres van de woning aan het Lokaal Plan van Aanpak ten behoeve van de uitvoering van de inhoudelijke beoordeling aan de veiligheidsnorm (zaak 202403015/1/A2). Deze uitspraak gaat over de beoordeling van de fysieke mijnbouwschade en de vraag of [appellant] recht heeft op een hogere schadevergoeding dan is toegekend door de rechtbank (€ 29.246,38). De Afdeling doet vandaag ook uitspraak in de drie andere in nummer 1 genoemde zaken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403009/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:1218</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4415</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4415</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4415"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 24 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg op verzoek van [wederpartij] een dossier toegestuurd dat het college heeft opgesteld in het kader van de Wet basisregistratie personen. Bij brief van 20 januari 2023 heeft het college aan [wederpartij] laten weten dat het op grond van een adresonderzoek voornemens is om haar uit te schrijven uit de basisregistratie persoonsgegevens. Daarop heeft [wederpartij] verzocht om inzage in dat adresonderzoek. Omdat het college volgens [wederpartij] niet alle informatie over dat adresonderzoek naar haar heeft opgestuurd in de brief van 24 maart 2023, heeft zij tegen die brief bezwaar gemaakt. Bij besluit van 21 augustus 2023 heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het volgens het college in het bezwaarschrift niet duidelijk is omschreven waartegen het bezwaar is gericht. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat het bezwaarschrift een voldoende omschrijving bevat van het besluit waartegen het is gericht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500724/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8729</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8729"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van een bezwaarschrift.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10017</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.L.E. Ides Peeters</contributor><issued>2024-12-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4415</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4416"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 juli 2023 heeft de burgemeester van Zeewolde de loods aan de [locatie] in Zeewolde voor zes maanden gesloten. [bedrijf] verricht (ver)bouwwerkzaamheden en verhuurt marktkramen voor dagmarkten, weekmarkten en kerstmarkten. [bedrijf] huurt een loods gelegen aan de [locatie] in Zeewolde, die gebruikt wordt als opslag voor de marktkramen. De burgemeester heeft de loods met spoed voor de duur van 6 maanden gesloten omdat hij op 20 juli 2023 een bestuurlijke rapportage heeft ontvangen van de politie waarin staat dat op 11 juli 2023 in totaal 235 kilo cocaïne is aangetroffen in de loods en in een vrachtwagen en dat de eigenaar van de loods met een vuurwapen is bedreigd. In het besluit op bezwaar van 17 januari 2024 heeft de burgemeester de sluiting drie dagen eerder opgeheven. Er waren sinds het besluit van 21 juli 2023 geen nieuwe meldingen of verdachte situaties die sluiting van de loods ten tijde van het besluit op bezwaar nog rechtvaardigde. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was de loods te sluiten en deze sluiting evenredig was, maar niet voor de duur van zes maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501126/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:7762</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:7762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:7762"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1869</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A.M. Elzakkers</contributor><issued>2026-04-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4416</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1220</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1220</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1220"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen de toevoeging van zijn woning aan het Lokaal Plan van Aanpak, in het kader van de beoordeling of de woning versterkt moet worden, terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/4442</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.E.A. Jonkers-Vellinga, P. van der Stroom, J.E. Jansen</contributor><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4417</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4417"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij mutatie van 10 maart 2022 heeft de Lokale Stuurgroep (LSG) het adres van de woning van [appellant A] toegevoegd aan de werkvoorraad van het Lokaal Plan van Aanpak (LPA) van de gemeente Groningen. Bij besluit van 17 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen het door [appellant A] daartegen gemaakte bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling heeft op de zitting van 12 juni 2026 vier door [appellant A] aanhangig gemaakte zaken behandeld. De vier zaken gaan over: 1. de fysieke mijnbouwschade aan de woning (zaak 202403009/1/A2); 2. de afgewezen vergoeding voor de waardedaling van de woning (zaak 202403011/1/A2); 3. de beslissing om de woning in aanmerking te laten komen voor een beoordeling aan de veiligheidsnorm (zaak 202403017/1/A2); en de daaropvolgende 4. feitelijke toevoeging van het adres van de woning aan het LPA ten behoeve van de uitvoering van de inhoudelijke beoordeling aan de veiligheidsnorm (onderhavige zaak 202403015/1/A2). Deze uitspraak gaat over de feitelijke toevoeging van de woning aan de werkvoorraad van het LPA ten behoeve van de uitvoering van de inhoudelijke beoordeling aan de veiligheidsnorm. De Afdeling doet vandaag ook uitspraak in de drie andere in nummer 1 genoemde zaken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403015/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:1220</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4419"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht aan Merwestreek Projecten B.V. (vergunninghoudster) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfsruimte aan de Carneool 148 in Dordrecht. Het bouwplan van Merwestreek Projecten B.V. ziet op realisatie van een bedrijfsruimte van 9 meter hoog op het perceel, waarbij voor zowel de achtergevel als de (noordelijke) zijgevel van de bedrijfsruimte wordt afgeweken van artikel 4, lid 4.2.2, aanhef en onder c, van de planregels. [appellant] woont aan de [locatie] in Dordrecht. Zijn perceel grenst aan het perceel en hij kijkt vanuit de achterzijde van zijn woning tegen de achtergevel van de bedrijfsruimte aan, die tot op zijn perceelsgrens is voorzien.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402095/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:2517</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:2517</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2517</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:2517"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wabo. Beroep tegen het in stand laten van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsruimte. Eiser is het hier niet mee eens, omdat hij vanuit zijn achtertuin uitkijkt op een 9 meter hoge muur. Beroep is ongegrond. Binnen het bestemmingsplan is al een bedrijfsgebouw van 9 meter mogelijk. Gebouw is in afwijking van het bestemmingsplan 2,5 meter dichter bij de perceelgrens van eiser gebouwd. Het college heeft hiervoor gebruik gemaakt van zijn afwijkingsbevoegdheid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat eisers woon- en leefklimaat niet onaanvaardbaar wordt aangetast. Het college heeft zich daarbij (anders dan het oordeel van de rechtbank in de uitspraak van 22 april 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:3107) gebaseerd op een bezonningsonderzoek en stedenbouwkundig advies en alle belangen tegen elkaar afgewogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 22/4518</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. T.M.J. Smits</contributor><issued>2024-03-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4419</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:258"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing handhavend op te treden tegen twee varkensbedrijven in Raalte; installaties van de VOF en de BV behoren niet tot eenzelfde onderneming of instelling en beide bedrijven liggen (nog steeds niet) in elkaars onmiddellijke nabijheid; rechtbank verklaart beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_22_1476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.M. Hesseling</contributor><issued>2024-01-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4420</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4420"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 8 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Raalte het verzoek van [appellant] van 23 december 2021 om handhavend op te treden tegen de uitwisseling van materieel tussen de varkenshouderijen aan de [locatie 1] en aan de [locatie 2] in Raalte, afgewezen. [appellant] en zijn familie wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Raalte. Op ongeveer 60 m ten zuiden daarvan ligt de varkenshouderij aan de [locatie 2] en op ongeveer 180 m ten noordoosten ligt de varkenshouderij aan de [locatie 1]. Op dit adres woont ook [gemachtigde A] en is [bedrijf] gevestigd. [appellant] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen beide varkenshouderijen, omdat hij overlast ervaart doordat tussen de bedrijven materieel wordt uitgewisseld. Volgens hem wordt dagelijks materieel dat toebehoort aan één van beide varkenshouderijen, in het bijzonder beide shovels, een verreiker, een tractor met bijbehorende werktuigen, een mestscheider en een zitmaaier, ingezet op beide bedrijven, waardoor dit materieel steeds over de weg langs de woningen van [appellant] heen en weer wordt verplaatst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401262/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:258</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6848"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt veroordeeld voor het overtreden van artikel 6 WVW waarbij een ander is gedood. De verdachte heeft in Lelystad meegedaan aan een bijeenkomst waarbij verschillende driftmotoren op de openbare weg hebben gedrift. Bij de laatste drift is de verdachte op een tegemoetkomende motorcrosser gebotst ten gevolge waarvan de motorcrosser is overleden. De rechtbank kwalificeert het gedrag van de verdachte niet als roekeloos, omdat zijn gedrag eerder op de dag en de omstandigheid dat er wel enige voorzorgsmaatregelen waren getroffen blijk geeft van enige terughoudendheid van de verdachte bij het aanvaarden van de risico’s voor andere weggebruikers en hemzelf. Er kan niet geoordeeld worden dat de verdachte die dag de instelling had om in ernstige mate de verkeersregels te schenden. Aan de verdachte wordt een taakstraf voor de duur van 240 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 1 jaar opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.152008.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Sanders, mr. F.D.M. Osinga, mr. drs. H. den Haan</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4422"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij twee afzonderlijke brieven van 20 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Raalte het verzoek van [appellant] van 25 mei 2022 om handhavend op te treden tegen de aanvoer, opslag en afvoer van CCM bij de varkenshouderijen aan de [locatie A] en de [locatie B] in Raalte gedeeltelijk toegewezen en aan [vleesvarkensbedrijf] een last onder dwangsom opgelegd wegens het vaker dan één keer per dag vullen van de sleufsilo’s aan de [locatie A]. Voor het overige is het handhavingsverzoek afgewezen. Deze twee brieven vormen samen het besluit van 20 september 2022. [appellant] en zijn familie wonen aan de [locatie C] in Raalte. Op ongeveer 60 m ten zuiden daarvan ligt de varkenshouderij aan de [locatie A] en op ongeveer 180 m ten noordoosten ligt de varkenshouderij aan de [locatie B]. Op dit adres woont ook [persoon B] en is [varkenshandel] gevestigd. Beide varkenshouderijen beschikken over sleufsilo’s voor de opslag van CCM, zetmeelrijk veevoer gemaakt van mais. [appellant] ervaart geluidsoverlast door de aanvoer van CCM naar de varkenshouderijen, het volrijden van de sleufsilo’s en het uitrijden van CCM vanuit de sleufsilo’s naar de voerkeuken. Volgens hem is de opslag van CCM aan de [locatie A] niet toegestaan en vinden er aan de [locatie B] vaker en langer activiteiten met CCM plaats dan is toegestaan. Om die reden heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen beide varkenshouderijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401496/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:360</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:360"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Handhavingsverzoek gericht tegen varkensbedrijf gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen; geen reden om te oordelen dat verweerder het onderzoek van de ODIJ en de conclusies en uitkomsten daarvan niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen; onderzoek evenmin onvoldoende geweest; rechtbank verklaart beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_23_805</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.M. Hesseling</contributor><issued>2024-01-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4422</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6849"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Er is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel of verbod op willekeur. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. De verdachte wordt vrijgesproken van het primaire feit dood door schuld en het subsidiaire feit gevaarzetting. Er is geen sprake geweest van een straatrace als bedoeld in artikel 10 WVW en ook kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat verdachte het startsein heeft gegeven voor de drift met fatale afloop.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.305737.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H. den Haan, mr. T.M. Sanders, mr. F.D.M. Osinga</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4423"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Raalte het verzoek van [appellant] van 7 oktober 2021 om handhavend op te treden tegen het gebruik van de weegbrug bij de inrichting aan de [locatie A] in Raalte voor vrachtwagens die elders laden of lossen, afgewezen. [appellant] en zijn familie wonen aan de [locatie B] in Raalte. Op ongeveer 60 m ten zuiden daarvan ligt de varkenshouderij aan de [locatie C] en op ongeveer 180 m ten noordoosten ligt de varkenshouderij aan de [locatie A]. Op dit adres woont ook [persoon B] en is [varkenshandel] gevestigd. De varkenshouderij aan de [locatie A] beschikt over een weegbrug, waarvoor op 28 maart 2017 een omgevingsvergunning is verleend. De weegbrug ligt verzonken in het wegdek aan het begin van de toegangsweg van het perceel, zodat alle verkeer dat het terrein op of af rijdt over de weegbrug moet rijden. Naast de weegbrug staat een wachtershuisje waarin het logboek van de weegbrug ligt en van waaruit de weegbrug kan worden ingeschakeld om een vrachtwagen te wegen. Volgens [appellant] wordt de weegbrug ook gebruikt voor vrachtwagens die producten laden en lossen aan de [locatie C].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401635/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:498</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:498"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing handhavingsverzoek gebruik weegbrug; rechtbank niet gebleken dat voorschriften worden overtreden; rechtbank verklaart beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_22_2148</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.M. Hesseling</contributor><issued>2024-01-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4423</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:4575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:4575"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over een last onder dwangsom die de burgemeester aan eiser heeft opgelegd in verband met een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden. Eiser is het niet eens met deze beslissing. Hij stelt dat hij artikel 2:74 van de APV niet heeft overtreden, zodat de burgemeester niet bevoegd was om hem een last onder dwangsom op te leggen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester bevoegd was om eiser de last onder dwangsom op te leggen en dat hij in redelijkheid van die bevoegdheid heeft gebruikgemaakt. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/3473</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-11-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4425</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4425</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4425</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4425"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 april 2024 heeft de burgemeester van Leeuwarden aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Volgens een bestuurlijke rapportage van de politie heeft [appellant] gehandeld in drugs op straat. De burgemeester heeft hierop aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om te voorkomen dat hij nogmaals handelt in strijd met artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden. Volgens dit artikel is het verboden je op de openbare weg te begeven met de kennelijke bedoeling om in verdovende middelen te handelen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester op basis van de bestuurlijke rapportage terecht heeft geconcludeerd dat aannemelijk is dat [appellant] artikel 2:74 van de APV heeft overtreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505838/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:4575</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6364</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6364</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6364"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM ontvankelijk in vervolging; geen strijd met het verbod van willekeur, het gelijkheidsbeginsel of een ander beginsel van goede strafvorderlijke procesorde. Door verdachte verkochte mondmaskers boden minder bescherming dan mocht worden verwacht gelet op de o.a. PPF2 aanduiding (ten tijde van Covid 19-pandemie), maar zijn op zichzelf bezien niet schadelijk voor het leven of de gezondheid zoals bedoeld in artikel 174 Sr. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de strafbaarstelling van artikel 174 Sr ziet op waren die ‘in haar wezen’ dus op zichzelf schadelijk zijn voor het leven of de gezondheid. In latere jurisprudentie en/of literatuur is dat uitgangspunt niet verlaten. Voor een ruimere uitleg bieden noch de tekst van de wet, noch de wetgeschiedenis, noch jurisprudentie en literatuur houvast of aanknopingspunten. Vrijspraak voor art. 174 Sr.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000417-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:1616</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1616</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:1616"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren en 6 maanden wegens poging tot doodslag (en mishandeling) van zijn vriendin. Extreem geweld, waaronder het met een metalen pijp op haar hoofd slaan en het schoppen tegen haar hoofd. Zij heeft hierdoor blijvend ernstig hersenletsel opgelopen en zal de rest van haar leven hulpbehoevend blijven. Daarnaast is ook TBS met dwangverpleging opgelegd, ondanks dat de gedragsdeskundigen geen advies over de mate van toerekenbaarheid hebben kunnen geven. Wel sprake van een chronische persoonlijkheidsstoornis, die ook aanwezig was tijdens het plegen van de feiten. Vordering benadeelde partij (vriendin) integraal toegewezen (€ 1.237.875,56). Immateriële schade bepaald op € 350.000,--. Materiele schade vastgesteld op € 887.875,56. Deze schade bestaat grotendeel uit hetgeen als “verlies verdienvermogen” wordt gevorderd, waaronder ook “verlies verdienvermogen (eigen bijdrage WLZ)”. Wet langdurige zorg (WLZ). Hof overweegt dat de aanspraken die de benadeelde partij heeft op basis van de WLZ niet mindering worden gebracht op de geleden schade. Artikel 10.2.1 WLZ is namelijk geen imperatieve bepaling. Daarnaast vorderingen van de benadeelde partijen moeder en vader integraal toegewezen (beiden in totaal € 15.656,--).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002101-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:6727</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1243"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om nadeelcompensatie. Afbouwperiode. Appellante is toestemming verleend om nevenwerkzaamheden te verrichtten als tolk/vertaler binnen de eigen organisatie in zijn eigen tijd als zzp'er. De korpschef heeft deze toestemming ingetrokken vanwege aanpassing in het beleid. Het verrichten van nevenwerkzaamheden binnen de organisatie was niet langer toegestaan. De Raad is van oordeel dat de door appellant gestelde schade niet uitgaat boven het normale maatschappelijke risico of het normale ondernemersrisico.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2770 POL</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6464"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019. Belanghebbende is vennoot in een vof die een pandjeshuis exploiteert. Vanaf de oprichting in 2014 draait het pandjeshuis verlies. Pas vanaf 2022 zijn er (beperkte) positieve resultaten. Belanghebbende heeft bij zijn aangifte IB/PVV 2019 verlies in aftrek gebracht. De inspecteur heeft dat niet geaccepteerd. De rechtbank oordeelt dat de activiteiten van het pandjeshuis in 2019 geen bron van inkomen vormen. De verliezen van 2019 en de jaren ervoor zijn groot en ook in 2019 zijn de vaste kostenposten nog zodanig hoog dat ze de opbrengsten ruim overtreffen. Daarom kan niet worden gezegd dat objectief gezien voordeel kon worden verwacht. Feiten en omstandigheden uit de jaren 2022 tot en met heden zijn zodanig onduidelijk dat ze geen ander licht kunnen werpen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4061</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7059"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo. In geschil is de rechtmatigheid van de Verordening reclamebelasting 2026 van de gemeente Renkum, meer in het bijzonder de tariefstelling. Het verzoek is niet-ontvankelijk, wegens gebrek aan connexiteit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4013</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6958"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging Ziektewetuitkering. Was eiser in staat om zijn eigen arbeid te verrichten?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/3523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1203"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toegekende jeugdhulp bestaande uit jeugdhulp met verblijf onterecht. Belanghebbende. Anders dan de rechtbank komt de Raad tot de conclusie dat artikel 7.3.5, eerste lid, van de Jw onjuist is toegepast. Appellante is de gezaghebbende ouder en zij heeft haar toestemming voor de jeugdhulp ingetrokken. Daarom kon de toegekende jeugdhulp met verblijf niet zonder meer worden voortgezet. Het besluit van het college is daarom onrechtmatig en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden in stand gelaten om te voorkomen dat de kosten van de jeugdhulp op appellante of haar dochter worden verhaald. De Raad acht het aannemelijk dat dit besluit en het daarmee feitelijk mogelijk maken van het verblijf van haar dochter bij de stichting een grote impact op appellante heeft gehad. Zij heeft daardoor ernstige onrust, spanning en frustratie gehad. Daarom kent de Raad een schadevergoeding van € 5.000,- toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/76 JW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7058"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo. In geschil is de rechtmatigheid van de Verordening reclamebelasting 2026 van de gemeente Renkum, meer in het bijzonder de tariefstelling. Het verzoek is niet-ontvankelijk, wegens gebrek aan connexiteit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4055</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1830"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5812</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5812</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5812"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikelen 7:60 en 7:61 BW,4:34 lid 1 Wft en 237 lid 1 Rv. Richtlijn consumentenkrediet en Richtlijn 93/13 EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. In vervolg op: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1797. Consumentenkredietovereenkomst. Ambtshalve toets precontractuele en contractuele informatieplicht, kredietwaardigheidstoets en vertragingsvergoedingsbeding. Verstek. Rechtsgeldig opeisen krediet. Gedeeltelijke proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:1797</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7363"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vpb 2020. D BV is enig aandeelhouder van E BV. E BV huurkoopt in 2014 een onderneming voor €165.000 (€50.000 aanbetaling + 36 maandelijkse termijnen van €3.490,25). De huurkoopovereenkomst bevat een eigendomsvoorbehoud en de dga van D BV heeft zich borg gesteld. D BV financiert de huurkoop voor E BV via rc-verhouding. In februari 2020 verkoopt D BV de aandelen in E BV. In haar aangifte Vpb 2020 verwerkt D BV een boekverlies van €152.546 vanwege afwaardering van de rc-vordering op E BV. De inspecteur accepteert dit boekverlies niet en wijkt bij het opleggen van de aanslag Vpb af van de aangifte. De rechtbank is van oordeel dat D BV de rc-vordering niet kon afwaarderen ten laste van de winst. In geval de dga van D BV zich ook borg heeft gesteld voor de rc-vordering heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat een reëel risico bestaat dat de vordering niet zou worden terugbetaald. In geval de dga van D BV zich niet borg heeft gesteld, is sprake van een onzakelijke lening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7134</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.F. Kossen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13436"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot het treffen van voorlopige voorziening, strekkende tot schorsing van het besluit van 29 september 2026, waarbij de burgemeester van Rotterdam aan verzoeker op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet een gebiedsverbod voor het centrum van Rotterdam heeft opgelegd dat ingaat op donderdag 1 oktober 2026 om 20:00 uur en geldt tot maandag 5 oktober 2026, 08:00 uur. Ter zitting is namens verzoeker betoogd dat het gebiedsverbod hem niet enkel in zijn bewegingsvrijheid beperkt, maar ook een beperking van zijn grondrechten tot gevolg heeft. Nu het hem feitelijk onmogelijk wordt gemaakt om op 2 oktober 2026 op te treden in Club Villa Thalia, wordt hij onder meer beperkt in zijn artistieke vrijheid, onderdeel van het recht op vrije meningsuiting van artikel 7, derde lid, van de Grondwet, en het recht op vrije arbeidskeuze en beroepsuitoefening van artikel 19, derde lid, van de Grondwet. De voorzieningenrechter stelt vast dat als gevolg van het gebiedsverbod het voor verzoeker feitelijk onmogelijk is om – tegen betaling – op te treden als artiest op 2 oktober 2026 in Club Villa Thalia. De voorzieningenrechter is er niet van overtuigd dat er met dit feitelijk onmogelijk maken van een concreet optreden van verzoeker, géén sprake zou zijn van een inperking van de grondrechten van verzoeker. Artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet biedt naar voorlopig oordeel dan ook geen grondslag om het gebiedsverbod op te leggen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 29 september 2026 per direct wordt geschorst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7757</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:8048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:8048"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeschikking. Erkenning en omgangsregeling. Het hof houdt de behandeling aan, omdat nog veel onduidelijk is. De verwekker, de moeder en de bijzondere curator krijgen de gelegenheid geven aanvullende informatie aan het hof over te leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.057</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5695</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5695</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5695"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Eindbeschikking. Artikel 21 Rv. De verwekker heeft geen enkele informatie overgelegd, ook niet de informatie die uitsluitend door hem kan worden overgelegd. Het hof beschikt hierdoor niet over alle informatie die het hof nodig acht. Bekrachtiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.057</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:8048</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29529</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29529</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29529"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eerste beroep grensdetentie – uitgestelde grensweigering - beroep op uitspraken Amsterdam en Roermond – lichter middel – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4433"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een aanvraag van [appellante] om erkenning van haar beroepskwalificaties om te mogen werken als leraar voortgezet onderwijs in het vak Engels en als docent beroepsonderwijs en volwasseneneducatie afgewezen. [appellante] heeft het bezwaarschrift gedagtekend op 14 september 2023 en het op 18 september 2023 per aangetekende post verzonden. Nadat de minister het bezwaarschrift op 20 september 2023 had ontvangen, heeft hij, bij brief van 15 december 2023, aan [appellante] verzocht om uit te leggen waarom zij het bezwaarschrift na het verstrijken van de termijn van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht heeft ingediend. [appellante] heeft hierop bij brief van 28 december 2023 te kennen gegeven dat zij het besluit heeft ontvangen in de tweede helft van juli 2023 en dat zij, gerekend vanaf het moment dat het besluit bij haar bekend was, het bezwaarschrift binnen de wettelijke termijn heeft ingediend. De minister heeft aan zijn besluit van 23 januari 2024 ten grondslag gelegd dat [appellante] het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na de bekendmaking van het besluit van 22 juni 2023 heeft ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503490/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:1963</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:1963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:1963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:1963"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Varia. Awb. Procesrecht. Niet verschoonbare termijnoverschrijding. NO verklaring bezwaar is terecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Bastin</contributor><issued>2025-05-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4433</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9526"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-woning, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/6243</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29530</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29530</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29530"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheidsontnemende maatregel art 6 Vw – screening – noodzaak – beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57346</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6957"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging Ziektewetuitkering. Ondanks zijn medische beperkingen kan eiser de voorbeeldfuncties verrichten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1239</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4432</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4432</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4432"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de aanvraag van [partij] om een vergunning voor kamerbewoning door maximaal zes personen in de woning aan de [locatie 1] ingewilligd. Het college heeft aan [partij] een vergunning verleend voor kamerbewoning door maximaal zes personen in de woning aan de [locatie 1] in Rotterdam. Er wonen zes studenten in de woning. [partij] wenst met een vergunning de bestaande kamerbewoning te legaliseren. [appellante] woont naast deze woning aan de [locatie 2]. Zij is het oneens met het verlenen van de vergunning omdat zij overlast ervaart van kamerbewoning door studenten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504405/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:7321</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:7321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:7321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:7321"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Varia - Beroep tegen het verlenen van een verkameringsvergunning. Eiseres stelt dat de vergunning ten onrechte is verleend. Zij ervaart overlast. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 23/6740</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.V. van Baaren</contributor><issued>2025-07-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4432</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4431"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 28 april 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht het verzoek van de vereniging om in het Natura 2000-gebied "Kolland en Overlangbroek" (het gebied) het waterpeil te laten verhogen, essenhakhoutbeheer te laten plaatsvinden en braamopslag te laten verwijderen, afgewezen. Het college van gedeputeerde staten heeft dit verzoek opgevat als een verzoek om een aanschrijving in de zin van artikel 2.4, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. Vereniging Natuur en Milieu komt op voor het landschap, de natuur en het leefmilieu in de omgeving van Wijk bij Duurstede. Volgens de vereniging zijn maatregelen in het gebied nodig om (verdere) verslechtering van de staat van de natuur te voorkomen. Daarom heeft zij het college van gedeputeerde staten verzocht om drie maatregelen te treffen, namelijk het laten plaatsvinden van essenhakhoutbeheer door de terreinbeheerders van het gebied, het onmiddellijk effectief verwijderen van braamopslag door de terreinbeheerders van het gebied en het onmiddellijk verhogen en actief monitoren van het waterpeil in en rondom het gebied door het college van dijkgraaf en hoogheemraden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401481/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:145</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:145"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet natuurbescherming, passende maatregelen in de zin van de Habitatrichtlijn. Verzoek tot toepassing van de provinciale aanschrijvingsbevoegdheid in Natura 2000-gebied Kolland &amp; Overlangbroek, dat in slechte staat verkeert. Kunnen Staatsbosbeheer en het waterschap als terrein- en waterbeheerder worden verplicht tot het uitvoeren van hakhoutbeheer en het verhogen van het waterpeil als passende maatregelen? Hoe verhoudt de essentaksterfte als natuurlijke ontwikkeling zich tot het verslechteringsverbod uit de Habitatrichtlijn? En hoe verhoudt de provinciale aanschrijvingsbevoegdheid uit de Wet natuurbescherming zich tot de positie van het waterschapsbestuur en diens bevoegdheden uit de Waterwet en inmiddels de Omgevingswet?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2044</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Linde, K. de Meulder, V.E.H.G. Visser</contributor><issued>2024-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8774"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/781388 HA ZA 26-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4430"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad geweigerd aan [appellant sub 2A] een omgevingsvergunning te verlenen voor onder meer het realiseren van drie woongebouwen met in totaal 22 appartementen en een fietsenberging op het terrein aan de Noorderhoofdstraat 37a-45 in Krommenie. [appellant sub 2A] is eigenaar van het terrein dat bestaat uit drie kadastrale percelen. [appellant sub 2A] wil op het terrein appartementen voor ouderen realiseren. De bestaande opstallen op het terrein moeten daarvoor worden gesloopt. Het bouwplan voorziet aan de watergang de Durgsloot in twee woongebouwen met in totaal twintig appartementen. Verder heeft het bouwplan betrekking op een nieuw woongebouw aan de weg, waarin twee appartementen zijn voorzien. Ten tijde van het besluit gold ter plaatse het bestemmingsplan "Krommenie". Het terrein heeft de bestemming "Gemengd". Volgens het college is het bouwplan in strijd met de planregels, omdat het betrekking heeft op verschillende hoofdgebouwen op één perceel. Het college is niet bereid gebruik te maken van zijn bevoegdheid om met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo af te wijken van het bestemmingsplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202305502/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:330</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:10135</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:10135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:10135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:10135"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak over geweigerde omgevingsvergunning voor het bouwen van 22 appartementen op het perceel Noorderhoofdstraat 37a-45 in Krommenie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4191</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Jochem</contributor><issued>2023-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4430</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:330"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-01-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak over geweigerde omgevingsvergunning voor het bouwen van 22 appartementen op het perceel Noorderhoofdstraat 37a-45 in Krommenie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4191</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Jochem</contributor><issued>2023-10-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4430</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13415</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13415</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13415"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident ex artikel 225 Rv. Vordering afgewezen omdat aanzegging tot schorsing niet juist was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/717602 / HA ZA 26-307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29531"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheidsontnemende maatregel artikel 6 Vw – screening – noodzaak – beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57317</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4429"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 januari 2024 heeft korpschef van politie een aanvraag van Securitas Nederland om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te mogen laten verrichten voor dat bedrijf afgewezen. Op 2 december 2023 heeft Securitas Nederland aan de korpschef toestemming verzocht als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus om [appellant] beveiligingswerkzaamheden voor haar te laten verrichten. De korpschef heeft deze toestemming onthouden, omdat [appellant] volgens hem niet beschikt over de betrouwbaarheid die nodig is voor het verrichten van beveiligerswerk. De korpschef heeft aan de afwijzing meerdere verkeersovertredingen ten grondslag gelegd. De korpschef beschouwt het structureel overtreden van de rechtsregels in samenhang met de verdenkingen van recalcitrant gedrag als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde. Hierdoor zijn de betrouwbaarheid en de integriteit van [appellant] volgens de korpschef niet boven iedere twijfel verheven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505021/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7877</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:7877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:7877"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van onzorgvuldige besluitvorming, omdat in het bestreden besluit zowel feit 1 als feit 2 onder de b-grond van paragraaf 3.3 van de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus aan eiser worden tegengeworpen. De rechtbank overweegt dat de korpschef de strafbeschikking niet heeft kunnen tegenwerpen onder de a-grond van paragraaf 3.3 van de Beleidsregels omdat dit feit buiten de terugkijktermijn van vier jaren valt. De rechtbank is van oordeel dat de korpschef dan vervolgens niet kan kiezen om de onderliggende gedragingen van de strafbeschikking alsnog onder de b-grond tegen te werpen. Dit omdat de b-grond een andere terugkijktermijn heeft en de korpschef via deze weg de terugkeertermijn van de a-grond (vier jaar bij een strafbeschikking) in wezen omzeilt. Het beroep is gegrond, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 24/3832</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.F.J. Bernt</contributor><issued>2025-11-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4429</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28847"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6759</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. van den Ende</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4428"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 maart 2024, op schrift gesteld op 12 maart 2024, heeft de burgemeester van Utrecht besloten om het pand aan de [locatie] per direct, te weten 6 maart 2024, en gedurende zes maanden in zijn geheel te sluiten. [appellante] huurde de woning aan de [locatie] in Utrecht. Op 5 maart 2024 is een inspecteur binnengetreden in deze woning, vanwege een melding van de politie dat hier een hennepkwekerij was aangetroffen. De inspecteur heeft geconstateerd dat er drie verschillende kweekruimtes voor hennep waren en dat er op een gevaarlijke manier stroom werd gestolen. De politie heeft in de woning 115 hennepplanten aangetroffen. De burgemeester heeft daarop op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a van de Opiumwet de woning van [appellante] gesloten voor de duur van zes maanden. [appellante] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De burgemeester heeft dit bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk is, vanwege het ontbreken van procesbelang, en heeft het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat [appellante] haar schade onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505653/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:5219</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:5219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:5219"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woningsluiting, beroep niet-ontvankelijk, onvoldoende aannemelijk dat eiseres schade heeft geleden in het betalen van de huur gedurende de sluiting, procesbelang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/6101</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Moed</contributor><issued>2025-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4428</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9522"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2428 en 26/2829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6099</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6099</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6099"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Het beroepschrift voldoet niet aan de eisen van artikel 285 lid 1 Fw wegens het ontbreken van de 285-verklaring. Het hof verklaart verzoeker daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.372.231</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4427</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4427</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4427"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de burgemeester de sluitingstijd van [café] voor de duur van één maand teruggebracht met drie uur. [appellant] is de exploitant van [café], gelegen aan de [locatie] in Rotterdam. In de op 15 december 2019 verleende exploitatievergunning zijn voorschriften gesteld aan de openingstijden en geluidsnormen. Ook is in de exploitatievergunning een waarschuwing opgenomen naar aanleiding van een eerdere overtreding van de geluidsnormen. Op 20 november 2022 zijn politieagenten om 01:11 uur ter plaatse geweest naar aanleiding van een melding van geluidsoverlast. Zij constateerden dat er op dat moment zonder ontheffing livemuziek werd gespeeld. Om 02:20 uur bleek het café nog niet gesloten, ondanks de verplichte sluitingstijd van 02:00 uur, en was de muziek nog steeds buiten hoorbaar. De politie heeft de constateringen van die avond opgenomen in de bestuurlijke rapportage van 29 november 2022. De burgemeester heeft bij het besluit van 9 maart 2023 [café] geheel gesloten voor de duur van één maand, omdat geen gevolg is gegeven aan de eerder opgelegde bestuurlijke maatregel van 26 januari 2023.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500628/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:12955</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:12955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:12955"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De burgemeester heeft in redelijkheid de sluitingstijd van het café kunnen terugbrengen en het café kunnen sluiten voor de duur van één maand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 23/6984</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.J.M. de Grave</contributor><issued>2025-01-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4427</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5400"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging ondercuratelestelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13412"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vonnis in incident. Vrijwaring. Toewijzing. Artikel 210 lid 1 Rv. Uit de stellingen van eiseres in het incident is voldoende af te leiden dat voor de in vrijwaring op te roepen partij mogelijk een verplichting bestaat om de nadelige gevolgen van een mogelijke veroordeling van eiseres in het incident in de hoofdzaak te dragen. De proceskosten worden gecompenseerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/717653 / HA ZA 26-311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6870</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6870</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6870"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde van een woning op een NSW-landgoed. De heffingsambtenaar heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe hij de instandhoudingsfactor heeft berekend. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/81</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27927"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bieraccijns en verbruiksbelasting glutenvrije dranken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2168</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, D.M. Drok, J.J. Arts</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29493</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29493</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29493"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vertrek uit advocatenmaatschap; vernietiging vaststellingsovereenkomst in de bodemzaak voldoende aannemelijk?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711705 / KG ZA 26-936</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.R. Glass</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2025:2933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:2933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2025:2933"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben een huurgeschil. Eiser vordert een verklaring voor recht, inhoudende dat de huur rechtsgeldig is opgezegd, althans ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van (achterstallige) huurverhoging, nutsvoorzieningen, en een gebruiksvergoeding. gedaagde is van mening dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd, althans dat deze niet ontbonden kan worden. Daarnaast meent gedaagde dat zij de huurverhoging, kosten voor nutsvoorzieningen en de gebruiksvergoeding niet verschuldigd is. De kantonrechter is van oordeel dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd en dat er geen grond is voor ontbinding van de huurovereenkomst. Ook de geldvorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11338691 CV EXPL 24-3579</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H. Margadant, M.J.C.M. Manders</contributor><issued>2025-05-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1259</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1259</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1259"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 68,55%. Zorgvuldig medisch onderzoek en voldoende arbeidskundige onderbouwing. De geselecteerde functies overschrijden de medische belastbaarheid van appellante niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1475 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5881</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5881</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5881"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben een ruilovereenkomst gesloten. Eiser heeft de overeenkomst ontbonden. Gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtigen ook ten aanzien van de ongedaanmakingsverbintenis. Schadevergoeding toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11774767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Berends</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:2044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:2044"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">(Precontractuele) waarschuwingsplicht van art. 7:754 BW houdt in dit geval niet in dat aannemer had moeten waarschuwen voor mogelijk goedkopere opties voor oplossen van vochtprobleem. Geen onrechtmatige daad en geen toerekenbare tekortkoming. Tegenvordering (betaling van openstaande facturen) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11172676 \ MC EXPL 24-4037</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. Boonzaaijer</contributor><issued>2025-05-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6819"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde van woning. De WOZ-waarde blijft in deze zaak in stand. Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2024:8078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2024:8078"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf van 42 maanden voor meerdere vermogensdelicten, geweldsdelicten en rijden onder invloed.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0306598023</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. Bax, mr. K.G. Witteman, mr. P.J.C.M. Vervuren</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5877"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Belastbaarheid ontvangen betalingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2268 en 25/2269</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7273</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1944"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aandeelhouder van een BV. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, omdat de BV uitdelingen aan belanghebbende heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen voor een gedeelte niet aannemelijk heeft gemaakt en daarom worden de navorderingsaanslagen door het hof verminderd. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5459</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1943"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aandeelhouder van een BV. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, omdat de BV uitdelingen aan belanghebbende heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen voor een gedeelte niet aannemelijk heeft gemaakt en daarom worden de navorderingsaanslagen door het hof verminderd. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1453 tot en met 24/1455</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5458</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2807"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2016 erfgena(a)m(en). Hoger beroep, ingesteld door de executeur testamentair van erflaatster en beweerdelijk tevens namens de (andere) erfgenamen, door Hof deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/128</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1948"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat de inspecteur terecht en niet te hoge aanslagen vennootschapsbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd. Het hof acht het aannemelijk dat belanghebbende in onderhavige jaren voor haar rekening en risico het restaurant exploiteerde. Voor 2017 heeft de inspecteur op basis van een gemotiveerde schatting aannemelijk gemaakt dat de aanslag niet te hoog is. Voor 2018 geldt dat sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast, belanghebbende niet heeft doen blijken dat de aanslag te hoog is en dat voorts sprake is van een redelijk schatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/65 en 25/66</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8809</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1949"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat belanghebbende inhoudingsplichtige is ten aanzien van het personeel dat werkzaam is in het restaurant; het restaurant wordt immers voor rekening en risico van belanghebbende gedreven en belanghebbende heeft loon uitbetaald aan het personeel. Verder is het hof van oordeel dat belanghebbende niet met succes een beroep kan doen op gewekt vertrouwen; nog daargelaten of belanghebbende vertrouwen kan ontlenen aan een bij een andere rechtspersoon ingesteld onderzoek, heeft die rechtspersoon de inspecteur juiste dan wel volledige inlichtingen onthouden. De inspecteur heeft terecht het anoniementarief toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/67 tot en met 25/87</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8810</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2747"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag forensenbelasting 2023 opgelegd aan leden van volkstuinparken in de gemeente Ouder-Amstel. Is de verhoging van het tarief in strijd met het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1453</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:3259</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5834"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een bewonersvergunning kan worden verleend voor maximaal twee auto’s, maar is geldig voor één auto tegelijk en wel voor die auto waarvan het kenteken in het systeem is geactiveerd. De parkeerder dient vooraf zelf het juiste kenteken te activeren. Volgens de heffingsambtenaar bestaat de regeling dat met een bewonersvergunning het betaald parkeren voor niet meer dan één kenteken kan worden geactiveerd al lang en is die niet gewijzigd. Alle informatie hierover is te vinden in het ‘Parkeerloket’. Belanghebbende is hierover bovendien [..] per e-mail geïnformeerd. Belanghebbende had als vergunninghouder van de voorwaarden van de vergunning op de hoogte kunnen en moeten zijn. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3268</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1945"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2020 aan een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in een BV heeft de inspecteur het gebruikelijk loon niet volledig in aanmerking genomen. De inspecteur legt vervolgens bij belanghebbende als inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag loonheffingen op over het additionele (gebruikelijk) loon. Naar het oordeel van het hof was de inspecteur bevoegd om de naheffingsaanslag aan belanghebbende op te leggen voor het additioneel (gebruikelijk) loon. Uit het feit dat de inspecteur bij de regeling van de aanslag IB/PVV 2020 geen correctie voor het gebruikelijk loon heeft gemaakt kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij daarmee een ambtelijk verzuim beging. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen. De opgelegde vergrijpboete wordt door het hof gematigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1696</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6806</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1946"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV 2020 aan een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in een BV heeft de inspecteur geen gebruikelijk loon in aanmerking genomen. De inspecteur legt vervolgens bij belanghebbende als inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag loonheffingen op over het gebruikelijk loon. Het hof oordeelt dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan door bij de navorderingsaanslag IB/PVV het gebruikelijk loon niet te betrekken in de heffing van de inkomstenbelasting en dat de inspecteur vanaf dat moment niet meer bevoegd was om over het gebruikelijk loon inkomstenbelasting na te vorderen. Omdat de naheffingsaanslag loonheffingen is vastgesteld na de vaststelling van de navorderingsaanslag IB/PVV bij de aandeelhouder dient deze te worden vernietigd. Anders dan de inspecteur meent, doet daar niet aan af dat de loonheffing in dit geval een eindheffing zou zijn. Het hoger beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1697</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6807</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7388"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. In geschil is of belanghebbende een gemeenschappelijk beleggingsfonds is, omdat de deelnemers beleggingsrisico dragen, en of de verzekeringsvrijstelling niet van toepassing en daardoor (een deel van) de premies zijn belast met btw. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 21/4431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit, mr. P.J. Tikken, mr. M.F. Kossen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7336</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7336</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7336"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. In geschil is of het pensioenfonds kan worden aangemerkt als een gemeenschappelijk beleggingsfonds, omdat de deelnemers beleggingsrisico dragen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/2362</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit, mr. B.J. Zippelius, mr. drs. R.W.J. van der Struijk</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5886</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5886</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5886"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser is koper van een paard en stelt dat het paard non-conform is. Vordering tot betaling van de waarde dat het paard volgens eiser zou hebben op grond van vermindering van de koopprijs, partiële ontbinding met wijziging van de koopovereenkomst, schadevergoeding en tot slot dwaling, slaagt niet. Gedaagde (verkoper) heeft namelijk voldoende aangetoond dat het paard voldoet aan het doel dat eiser met het paard voor ogen heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12035911</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W. Eshuis</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28851</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28851</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28851"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig besissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6772</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. van den Ende</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29532</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29532</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29532"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afghanistan, provincie Nangarhar. Problemen met Taliban ongeloofwaardig bevonden. Landgebonden beleid met betrekking tot willekeurig geweld (artikel 15c) voldoende actueel. De afwijzing van de asielaanvraag omvat geen terugkeerbesluit omdat nog besluit over toegangsweigering moet worden genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.48252</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.T.C. Wijsman</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27848"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verklaring voor recht huurovereenkomst; artikel 7:262 BW; uitspraak huurcommissie; geen vaststelling huurprijs kantonrechter; afwijzen vorderingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12086561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.M.G. van den Boorn</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8624</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8624</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8624"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter wijkt af van de voorkeur van betrokkene met betrekking tot het benoemen van een bewindvoerder en mentor gelet op de verstoorde familieverhoudingen. Belangen van betrokkene zullen onder die omstandigheden niet op evenwichtige en passende wijze worden behartigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12150773 BM VERZ 26-611 / 12150774 MB VERZ 26-162 ZK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7770</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7770</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7770"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, rijbewijs</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4682</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.P.C.G. Derksen</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:5698</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:5698</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:5698"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstekzaak. Exploitatie visstekken. Geen contractsoverneming zodat huurder de oorspronkelijke verhuurder kan aanspreken. Tekortkoming in verplichting om het overeengekomen aantal vissstekken ter beschikking te stellen. Geen reden voor hogere schadevergoeding dan al door de kantonrechter was toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.353.709/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verstek</description><issued>2025-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1262"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 51,44%. Praktische schatting. Feitelijk verrichte arbeid. Geen gecombineerde schatting (praktisch en theoretisch). Ex-werkneemster werkte ten tijde van de beoordeling veertien uur per week als senior therapeut bij een andere werkgever. Het Uwv heeft op basis van een theoretische schatting berekend dat ex-werkneemster 53,34% arbeidsongeschikt is. Een praktische schatting leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 51,44% en op dit percentage is het bestreden besluit gebaseerd. Appellante, de werkgever, stelt in hoger beroep dat ex-werkneemster in staat is om veertig uur per week te werken, maar er zelf voor heeft gekozen om slechts veertien uur te werken. De Raad acht de wijze waarop de arbeidskundige beoordeling is verricht, in overeenstemming met het Schattingsbesluit. In het kader van een praktische schatting kan slechts rekening worden gehouden met verdiensten uit feitelijk verrichte (passende) arbeid. De Raad heeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de werkzaamheden van senior therapeut die ex-werkneemster op de datum in geding verrichtte haar belastbaarheid overschrijden. Niet in geschil is dat ex-werkneemster deze werkzaamheden ook al gedurende langere tijd, namelijk meer dan twee jaar, heeft verricht. De Raad kan zich daarom vinden in het standpunt van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep dat de werkzaamheden passend geacht kunnen worden voor ex-werkneemster. Voor de door appellante geopperde gecombineerde schatting (praktisch en theoretisch) is in het Schattingsbesluit geen basis te vinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/122 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1290"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/712 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29535</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29535</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29535"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29538</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29538</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29538"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.23266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29536</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29536</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29536"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Maatregel van bewaring. Volgberoep. De minister werkt voldoende voortvarend aan de uitzetting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57566</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. Tesfai</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2886</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2886</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2886"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Invoer cocaïne. Hoger beroep OM tegen afwijzing vordering gevangenhouding. Het hof neemt de twaalfjaarsgrond aan en wijst de vordering toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15-232786-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29539</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29539</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29539"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.24872</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29541</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29541</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29541"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29542</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29542</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29542"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28098</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29540"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Maatregel van bewaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58023</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. Tesfai</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13423"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor langdurige belaging van de ex-partner door veelvuldig te bellen, langs te gaan bij haar woning, brieven en kaarten te sturen, aangiftes te doen tegen haar en op sociale media en in de media berichten over haar te plaatsen. Aan de verdachte is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 14 maanden. Daarnaast legt de rechtbank de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op zoals bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contact- en locatieverbod. De maatregel wordt dadelijk uitvoerbaar verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-044868-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. van Esch, mr. A. Kortrijk, mr. J.C. Oord</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6799"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vergoeding voor indienen van taxatierapport in WOZ-zaak. De rechtbank vindt een vergoeding van € 35,70 redelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/3502</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29544</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29544</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29544"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.24871</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29545</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29545</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29545"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22763</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29546</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29546</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29546"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt mvv aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28080</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13661"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Klaagschrift (552a Sv) beslag personenauto. Voertuig (vermoedelijk) toebehorende aan een Belgische leasemaatschappij door lessee verkocht aan Duitse autohandelaar. Auto door klager te goeder trouw gekocht van Duitse autohandelaar. Uitzondering artikel 3:86, derde lid, BW niet aan de orde omdat er sprake is van verduistering. Auto is vervolgens in het kader van waarheidsvinding in beslag genomen n.a.v. een SIS melding waarin werd verzocht om opsporing en identificatie bezitter. Daaraan is voldaan. Handhaving beslag enkel ter waarborg voor de (tot nu toe nog onbekende Belgische) aangever in een nog aanhangig te maken civiele procedure is geen belang dat valt onder de reikwijdte van artikel 94 Sv. Klaagschrift gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-019390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Buiskool</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29547</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29547</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29547"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.6691</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29549</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29549</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29549"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.6687</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1257"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WAO-uitkering toe te kennen. Terecht geen toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak aangenomen. Geen redenen aanwezig om een onafhankelijke deskundige te benoemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2199 WAO</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29550"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.6565</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29551</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29551</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29551"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt mvv-aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.26650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4343"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ordemaatregel einde opvangvoorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7454</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7454</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7454"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Besluit tot intrekking wapenverlof en omgevingsvergunning voor jachtgeweeractiviteit. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3411</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Emaus</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1260</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1260</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1260"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Zorgvuldig medisch onderzoek. Aanpassing FML. Geen redenen aanwezig om een onafhankelijke deskundige te benoemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2198 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1261</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1261</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1261"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Mate van arbeidsongeschiktheid terecht vastgesteld op 48,52%. Zorgvuldig medisch onderzoek. Medische beperkingen appellant niet onderschat. Geduide functies overschrijden de vastgestelde medische belastbaarheid niet. Maatmanomvang niet onjuist vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2174 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29552"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">pkv verzoek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.8304</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6735</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6735</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6735"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Moet de Ziektewetuitkering van eiseres eerder ingaan vanwege het vertrouwensbeginsel? Stappenplan en belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2454</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:1805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:1805"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Doorverwijzing Europees Betalingsbevel. Vordering ten aanzien van een gedaagde wordt toegewezen en ten aanzien van de overige twee gedaagden afgewezen omdat de vaststellingsovereenkomst slechts een met een gedaagde gesloten is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11955638 \ CV EXPL 25-4779</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H.M.J.F. Piëtte</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2842"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens huurachterstand</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.342.940/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29533"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vw 2000. Bewaring. Grondslag. Asiel- en migratiebeheerverordening. Overdrachtsbesluit. Dublinverordening. De rechtbank ziet in dit geval geen grondslag voor het opleggen van de maatregel als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de Vw. In dit artikel is immers bepaald dat de maatregel van bewaring in overeenstemming moet zijn met artikel 44 van de AMBV. In artikel 44, tweede lid, van de AMBV is bepaald dat de bewaring is bedoeld om overdrachtsprocedures overeenkomstig deze verordening veilig te stellen. De minister heeft eiser daarentegen in bewaring gesteld om een overdrachtsbesluit op grond van de Dublinverordening te effectueren. Uit geen enkele bepaling in de AMBV volgt dat een overdrachtsbesluit of overdracht op grond van de Dublinverordening gelijk moet worden gesteld met een overdrachtsbesluit dan wel een overdracht als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de AMBV. De rechtbank ziet dus geen grondslag voor het standpunt van de minister. Dit betekent dat de maatregel van bewaring ten onrechte is opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.57709</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M.E. Schulmer</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13663"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Geweldpleging in 2022 in het uitgaansgebied van Volendam na voetbalwedstrijd. Poging tot zware mishandeling door vanaf de kade te schoppen tegen het hoofd van een persoon die in het water stond. Overweging met betrekking tot voorwaardelijk opzet. Tevens bewezenverklaring openlijke geweldpleging. Overschrijding redelijke termijn. Taakstraf 120 uur en voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/003094-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Boonstra, mr. M.S. Neervoort, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:10816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:10816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:10816"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">op verzoek gepubliceerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24_1662, 24_1664, 24_1665, 24_1666</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. Vaatstra</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22233"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Internationale kinderontvoering; gewone verblijfplaats</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705188 / FA RK 26-4835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. Brakel, M.F. Baaij, E.G. Nuboer</contributor><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3450"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de afwijzing van een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Daarbij gaat het om de aanvraag voor de kosten van kinderopvang. De rechtbank overweegt dat de kosten van deze voorziening alleen financieel kunnen worden gedragen met een inkomen op minimumniveau in het geval de betrokkene ook een kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst ontvangt. Voor een dergelijke toeslag komen alleen werkenden in aanmerking. Daarom kan niet worden gesproken van een voorziening die naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen onder de gehele bevolking gangbaar is. Voor deze zaak betekent dit dat het college de aanvraag ten onrechte heeft afgewezen op de grond dat kinderopvang is aan te merken als een algemeen gebruikelijke voorziening. Het beroep is gegrond. Het college moet een nieuw besluit nemen. (Opmerking: deze uitspraak is op 3 juli 2026 door de rechter gecorrigeerd in de zin dat in rechtsoverwegingen 7.1 en 7.2 'Uwv' is vervangen door 'college')</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9384"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag leges. De Awb biedt geen mogelijkheid om nogmaals bezwaar te maken tegen dezelfde aanslag. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Beroep ongegrond. Wel aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9387"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">tot en met 25/926. De beroepen met zaaknummer 25/924 en 25/925 zijn niet-ontvankelijk. Het beroep met zaaknummer 25/926 is gegrond omdat de heffingsambtenaar zich ter zitting op het standpunt heeft gesteld dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/924</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9388"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/212</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9386"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kostenvergoeding bezwaarfase. In eerdere uitspraken van de rechtbank is geoordeeld dat de Verordening onverbindend dient te worden verklaard. Het bestreden besluit is genomen ná de voorgenoemde uitspraken, en daarom onrechtmatig. Belanghebbende komt in aanmerking voor een kostenvergoeding in bezwaar. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29553</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29553</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29553"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vw 2000. Bewaring. Hoorplicht. Minderjarige. Lichter middel. De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte de minderjarige vreemdeling van 13 jaar niet heeft gehoord. Weliswaar was zij aanwezig bij het gehoor voorafgaand aan de maatregel van bewaring van haar moeder, maar niet is aan haar gevraagd haar zienswijze te geven over de voorgenomen maatregel. Ook is onvoldoende gemotiveerd dat niet kon worden volstaan met een lichter middel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.58279 &amp; 26.58302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M.E. Schulmer</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:961"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Hennepteelt in huurwoning, diefstal van elektriciteit en vernieling. 1. Heeft het hof een verklaring van de verdachte als kennelijk leugenachtig voor het bewijs gebruikt? 2. en 3. Heeft het hof in de bewijsmotivering voldoende aandacht besteed aan de diefstal van de elektriciteit en de vernieling van de woning? 4. Middel over inzendtermijn. Conclusie strekt vermindering van de taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn en tot verwerping voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00861</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1265"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. De geselecteerde functies zijn passend voor appellant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1941 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1417"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; art. 15 AWR, art. 2.7, lid 1, Wet IB 2001, art. 25 en 25a Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, art. 63 VWEU, art. 14 EVRM, art. 1 EP, art. 1 Twaalfde Protocol bij het EVRM; volgorde toepassing heffingskortingen en regeling(en) ter voorkoming van dubbele belasting leidt tot onbenutte heffingskortingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:1758</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1097</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13666"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling wegens bedreiging van (ex)partner, diefstal met geweld (voltooid delict, geen poging) en mishandeling van PIW-er in JCS Schiphol. Gedeeltelijke toewijzing vergoedingen immateriële schade aan de hand van de Rotterdamse Schaal</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/125054-26 en 15/232542-26 (t.t.z. gev.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.S. Neervoort, M. van Doesburg, mr. L.. Boonstra</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4664"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingswet. Het college heeft de omgevingsvergunning voor de buitenplans omgevingsplanactiviteit, het bouwen van twee geschakelde woningen, in redelijkheid kunnen verlenen. Het college was niet gehouden in plaats daarvan een procedure tot wijziging van het omgevingsplan te volgen. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het bouwplan niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2010</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. de Snoo</contributor><issued>2026-07-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13667"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Invoer van cocaïne in reizigersbagage via Schiphol. Overweging met betrekking tot opzet op de invoer. Verklaring van verdachte onaannemelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/227216-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Boonstra, mr. M.S. Neervoort, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5874"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Inkomen uit sparen en beleggen. Rechtsherstel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/893</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9184"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. In geschil is of de bedrijfsopvolgingsvrijstelling van toepassing is op de schenking van certificaten van vader aan zijn kinderen, waarbij eveneens in geschil is of sprake is van een onderneming op het niveau van de overgedragen BV en of is voldaan aan de voortzettingsvoorwaarden van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/4451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.C. van As, M.E. Kiers, J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2888</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2888</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2888"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêterecht; wijst het verzoek om een enquête te gelasten af; heft met ingang van 1 januari 2027 de onmiddellijke voorzieningen op die in de beschikking van 19 januari 2026 in deze zaak zijn getroffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.194/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Loesberg, mr. W.A.H. Melissen, drs. V.G. Moolenaar, mr. drs. A.P. Wessels, mr. drs. F. Marring RA</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1139"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De aanvraag om een maatwerkvoorziening in de vorm van een tandemfiets is terecht door het college afgewezen. Niet is gebleken dat appellante zonder tandemfiets niet in aanvaardbare mate kan participeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2134 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9353"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Belvilla moet een man die een vakantiewoning boekte 677 euro terugbetalen. Er was namelijk sprake van een oneerlijke handelspraktijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12048320 \ CV EXPL 26-401</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url></urlset>
