﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4430"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad geweigerd aan [appellant sub 2A] een omgevingsvergunning te verlenen voor onder meer het realiseren van drie woongebouwen met in totaal 22 appartementen en een fietsenberging op het terrein aan de Noorderhoofdstraat 37a-45 in Krommenie. [appellant sub 2A] is eigenaar van het terrein dat bestaat uit drie kadastrale percelen. [appellant sub 2A] wil op het terrein appartementen voor ouderen realiseren. De bestaande opstallen op het terrein moeten daarvoor worden gesloopt. Het bouwplan voorziet aan de watergang de Durgsloot in twee woongebouwen met in totaal twintig appartementen. Verder heeft het bouwplan betrekking op een nieuw woongebouw aan de weg, waarin twee appartementen zijn voorzien. Ten tijde van het besluit gold ter plaatse het bestemmingsplan "Krommenie". Het terrein heeft de bestemming "Gemengd". Volgens het college is het bouwplan in strijd met de planregels, omdat het betrekking heeft op verschillende hoofdgebouwen op één perceel. Het college is niet bereid gebruik te maken van zijn bevoegdheid om met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo af te wijken van het bestemmingsplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202305502/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6595"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. [eisende partij c.s.] huurt een woning van NabijWonen in [woonplaats] . [eisende partij c.s.] stelt ernstige overlast, intimidatie en pesterijen te ervaren door buurtbewoners. Volgens [eisende partij c.s.] heeft dit te maken met zijn migratieachtergrond. [eisende partij c.s.] vordert in deze procedure – onder meer – herhuisvesting. De vorderingen van [eisende partij c.s.] worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12321242 \ UV EXPL 26-186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Ramsaroep</contributor><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9473"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst van opdracht voor uitvaartverzorging. Niet alle kosten door verzekering gedekt. Beroep op dwaling faalt. Niet alle kosten in kostenopgave vermeld, waarmee niet voldaan is aan de algemene voorwaarden. Aanvullende kosten worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12097567 CV EXPL 26-765</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12916"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding, verdeling beperkte gemeenschap van goederen, verdeling woning met voor het huwelijk ongelijke eigendomsverhouding, verzoeken inzake vergoedingsrechten daterend van voor het huwelijk niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/698662 / FA RK 25-3304</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.C.A. de Groot</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9395"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever is gevestigd in Nederland en werknemer woont in Belgie. Gelet op de woonplaats van werknemer, is de Belgische rechter de bevoegde rechter om van het geschil kennis te nemen. Partijen kunnen (onder voorwaarden) van die regel afwijken als zij dat overeenkomen. Dat is niet het geval. Het was evident dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is. Werkgever is een procedure bij de Nederlandse rechter gestart, enkel op basis van een eigen inschatting dat werknemer wel zou meewerken aan die procedure. Die inschatting was onjuist. Werkgever is een kansloze procedure gestart. Zij heeft werknemer genoodzaakt verweer te voeren in een kansloze procedure en daarvoor kosten te maken. Dat levert misbruik van procesrecht op. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de reele proceskosten van werknemer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12202576 AZ VERZ 26-32 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9980"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verstek. Loonvordering toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12320595 \ CV EXPL 26-3918</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Verstek</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5851</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5851</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5851"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verworven recht. Is gedurende enige tijd tussen partijen gevolgde gedragslijn een arbeidsvoorwaarde geworden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.372.021</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9904"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst op de d-grond. Werknemer is ruim dertig jaar in dienst. Drie jaar geleden intern gesolliciteerd en geplaatst op andere functie. Werknemer blijkt ongeschikt voor deze functie. Een langdurig en intensief verbetertraject volgt, maar verandert niets aan de situatie. Oude functie is niet langer passend en bovendien niet beschikbaar. Geen van partijen valt een verwijt te maken. Ontbinding wordt toegewezen, onder toekenning van de transitievergoeding. Verzochte billijke vergoeding wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12316267 AZ 26-131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9464"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek van werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer. De arbeidsovereenkomst wordt op grond van een verstoorde arbeidsverhouding ontbonden. Werknemer heeft recht op een transitievergoeding. De verzochte billijke vergoeding wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12101504 AZ VERZ 26-19 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6643"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen toegewezen. Herplaatsing. Wel transitievergoeding geen billijke vergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12232411 \ UE VERZ 26-212</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12034"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak verzoekt BumaStemra ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer wegens een verstoorde arbeidsverhouding (de ‘g-grond’). De kantonrechter wijst het verzoek toe. Het opzegverbod staat ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet in de weg. Werknemer ontvangt de transitievergoeding, maar geen billijke vergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12265824</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2694</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2694</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2694"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot beëindiging huurovereenkomst wegen weigeren redelijk voorstel door de huurder in hoger beroep alsnog afgewezen. Onvoldoende concreet en gespecificeerd voorstel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.349.863/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2781</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2781</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2781"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Vordering vanwege advisering door tussenpersoon en wetenschap advisering bij Dexia.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.201.199/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28457"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening. Overeenstemming over zorgregeling en echtelijke woning. Vaststellen kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707353 / FA RK 26-6114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Witteman</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2780"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Vordering vanwege advisering door tussenpersoon en wetenschap advisering bij Dexia.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.201.220/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2020:2812</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:2812</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2020:2812"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Gecorrigeerde vervangingswaarde gaswinnings- en gasbehandelingslocatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 17/3928</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.A.M. Kager, A. Heidekamp, M. van den Bosch</contributor><issued>2020-08-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:3651</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12576"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afgifte stukken met betrekking tot nalatenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/380628</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2726"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV 2017 t/m 2019 en Zvw 2018 en 2019, omkering bewijslast, vergrijpboetes gematigd ivm overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/2433 tot en met 22/2437</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-05-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13289"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Man wordt veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling. De voorzieningenrechter ziet geen reden om de zorgregeling te wijzigen, zoals de man vordert in reconventie. Vordering van de vrouw voor toekomstige oppaskosten wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724274 / KG ZA 26-827</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13342"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van medeplichtigheid aan een gewapende overval op een geldloper van een geldtransportbedrijf. Veroordeling voor het valselijk opmaken en gebruiken van een huurcontract van een personenauto. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd gelijk aan de duur van het voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-151543-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.L.M. Boek, mr. L. den Teuling , mr. M. van Andel</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28467"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijzigen hvp en vaststellen zorgregeling. Vervangende toestemming vakantie, inschrijving huisarts en zorgverzekering. Afwijzen lijfsdwang. Niet-ontvankelijk in verzoek vervangende toestemming omzetten kinderbijslag. Afgifte paspoort. Afwijzen kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704406 / FA RK 26-4364</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7208"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/1541</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Duifhuizen</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13343"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot 68 dagen onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en 17 bijbehorende kogelpatronen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-048906-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.L.M. Boek, mr. L. den Teuling , mr. M. van Andel</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13290"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzet tegen verstekvonnis in kort geding. Tevens executiegeschil in verband met geïncasseerde dwangsommen op basis van het verstekvonnis. Verstekvonnis vernietigd na overeenstemming van partijen op alle geschilpunten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724468 / KG ZA 26-839</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2847"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">ontbinding arbeidsovereenkomst, ernstig verwijtbaar handelen, billijk vergoeding, afschrikwekkend effect</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.714/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:11850</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6788"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">zwangerschapsdiscriminatie. Geen verboden onderscheid gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12263967 \ UE VERZ 26-256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.A.M. Pinckaers</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:14337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:14337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:14337"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling wet wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 353.180,97 en verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 300.000. Rest afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/996753-14 (ontneming)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7686</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7686</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7686"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaren voor de moord op zijn echtgenote. De rechtbank acht voorbedachte raad bewezen. Geen persoonlijkheidsonderzoek uitgevoerd naar aanleiding van trajectconsult. Vorderingen benadeelde partijen t.a.v. kosten van lijkbezorging en affectieschade toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05.340856.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C. Gerritsen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13116"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurachterstand bedrijfsruimte toegewezen. Erkend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12124219 CV EXPL 26-6013</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12590"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Merkenrecht. Maakt 'The Future Looks Bright' inbreuk op Beneluxmerk BRIGHT? Bestaand woord. Gangbaar taalgebruik.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381964</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13291</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13291</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13291"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vrouw wordt veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling, op straffe van een dwangsom. Vordering van vrouw tot vervangende toestemming voor het Goofyspreekuur wordt afgewezen. Vrouw wordt in de proceskosten veroordeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724748 / KG ZA 26-863</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13072"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">huurder moet herstelkosten betalen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11745756 CV EXPL 25-13538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28452"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Overeenstemming hoofdverblijfplaats. Vastleggen huidige co-ouderschapsregeling. Vaststelling kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696341 / FA RK 25-9594</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6236</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6236</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6236"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Spoed)machtiging tot uithuisplaatsing. Veel spanningen en conflicten op ouder-kind locatie. Wachten op opname. Onduidelijk of de moeder een veilig en stabiel opvoedingsklimaat kan bieden in de tussentijd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.370.082/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13075"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Autoverzekering. Verzekering vordert de uitgekeerde schade terug van haar verzekerde. Schade is ontstaan na een politie-achtervolging. Verzekerde heeft zich niet gehouden aan de voorwaarden. Dit is een grond om het schadebedrag dat aan anderen is uitgekeerd te vorderen van de verzekerde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12250433 CV EXPL 26-13471</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6802"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak twee feiten. De herkenning van de verdachte door de agent is onbetrouwbaar. Bewezenverklaring diefstal door middel van braak. Oplegging ISD-maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16-014402-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Reijnierse, mr. S.E. Garvelink, mr. L.L. Veendrick MSc.</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13345"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omdat eiseres zich door een gemachtigde (de gemachtigde) laat vertegenwoordigen, vindt naar vaste rechtspraak bekendmaking van het besluit op bezwaar plaats door dit in overeenstemming met artikel 6:17 in samenhang met artikel 7:12 lid 2 Awb aan de gemachtigde te verzenden (bijv. ECLI:NL:CBB:2023:109, punt 3). Voorts volgt uit vaste rechtspraak dat het bestuursorgaan een besluit op de juiste wijze bekend heeft gemaakt indien dit het besluit naar het laatst opgegeven adres van de belanghebbende heeft verzonden (bijv. ECLI:NL:RVS:2018:3445 en ECLI:NL:CRVB:2022:2056, punt 4.2). Die rechtsregel geldt naar het oordeel van de rechtbank op dezelfde wijze indien de belanghebbende zich – zoals in dit geval – laat vertegenwoordigen. Juist van een professioneel gemachtigde mag immers worden verlangd dat die zijn adreswijziging opgeeft in een lopende bezwaarprocedure. Indien de gemachtigde dit nalaat, komt dit voor risico van zijn cliënt (vgl. ECLI:NL:CRVB:2009:BK8344, punt 5.1 en ECLI:NL:CBB:2024:31, punt 5.1 en 5.2). Gesteld noch gebleken is dat de gemachtigde een adreswijziging heeft doorgegeven, terwijl dit wel van hem mocht worden verlangd. Evenmin zijn er bijzondere omstandigheden naar voren gekomen waaruit volgt dat de minister had kunnen weten dat het in het bezwaarschrift opgegeven adres van de gemachtigde was achterhaald (vgl. ECLI:NL:RVS:2026:4595, punt 2.1). De omstandigheid dat de gemachtigde het besluit pas heeft ontvangen nadat de minister dit opnieuw na adresverificatie heeft verzonden, brengt niet mee dat na die verzending opnieuw een beroepstermijn is aangevangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/6530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2991"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het plegen van ontuchtige handelingen, mede bestaande uit seksueel binnendringen, met een persoon jonger dan zestien jaren. Eendaadse samenloop. Voldoende ondersteunend bewijs voor verklaring slachtoffer. Hof legt een gevangenisstraf op van 93 dagen, waarvan negentig dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 120 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000106-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2992"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van verdenking van het opzettelijk aanwezig hebben in een auto van 2.895 gram van een materiaal bevattende MDMA.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002519-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13120</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13120</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13120"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Legitieme portie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/703281 / HA ZA 25-597</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. E.A. Vroom</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2993"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling in eerste aanleg voor het plegen van ontuchtige handelingen met zijn dochter, zijnde iemand die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, en voor ontucht plegen met zijn minderjarig kind. Het hof is van oordeel dat de getuigenverklaringen in dit dossier weliswaar zijn aan te merken als onderbouwing voor de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster, maar niet kunnen gelden als steunbewijs. De verklaringen zijn immers uiteindelijk allemaal afkomstig uit één bron, te weten aangeefster. Daarnaast is het hof van oordeel dat er zich in dossier geen verklaringen bevinden waarin over zelfstandige, eigen waarnemingen over het misbruik dat zou hebben plaatsgevonden, waargenomen gedragsveranderingen of emoties bij aangeefster gedurende of na de tenlastegelegde periode, wordt verklaard. De verdachte wordt vrijgesproken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001436-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6775"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker heeft primair een AVG verzoek gedaan, subsidiair een 195 Rv verzoek, voor afgifte/inzage van kopieën van e-mails en onderliggende metadata. Het verzoek voor afgifte van e-mails wordt toegewezen. Het verzoek voor afgifte van metadata om de stukken te kunnen controleren wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/608667 / HA RK 26-54</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. van 't Hof</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28501</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28501</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28501"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging tot doodslag. Oplegging van een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 12 voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09.070066.26, 05.313479.24 (tul) en 10.020101.24 (tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. K.C.J. Vriend, mr. F.C. Berg, mr. M.M. Koers</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2026:237</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:237</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2026:237"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Schorsing en toegangsontzegging - gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202602721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Saavedra, Dixon, Brussel van, W.</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12921"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">(mede)eigendom strandhuisje</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381293</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13114</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13114</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13114"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wabo - Omgevingsvergunning voor een bedrijfsgebouw en een bedrijfswoning – goede ruimtelijke ordening – beroep ongegrond, vovo afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/6541 (beroep) en ROT 26/6542 (vovo)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13344</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13344</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13344"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor een gewapende overval in vereniging op een geldloper van een geldtransportbedrijf. De rol van de verdachte bestond hierin dat hij de overvaller naar de plaats delict heeft vervoerd, op hem heeft gewacht tijdens de overval en na uitvoering van de overval met hem is gevlucht. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-146146-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.L.M. Boek, mr. L. den Teuling , mr. M. van Andel</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29458"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Verzoek om de erkenning en de tenuitvoerlegging van drie Italiaanse vonnissen te weigeren, afgewezen. De Staat heeft niet onrechtmatig gehandeld door vonnissen te erkennen en ten uitvoer te leggen, omdat geen sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 2:13 lid 1 sub h onder 2° WETS, omdat voldaan is aan één van de in dat artikel genoemde uitzonderingen. In het licht van de bewoordingen en het doel van het Kaderbesluit moeten de omstandigheden zo uitgelegd worden dat verzoeker voldoende informatie heeft gekregen over de mogelijkheid om een rechtsmiddel aan te wenden, maar dat hij dit niet binnen de voorgeschreven termijn heeft gedaan en dat hij dus niet in zijn verdedigingsrechten is geschaad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711544 KG ZA 26-930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.R. Glass</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13284"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">beroep ongegrond, Wht, private schulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/11228</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28469"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705461 en C/09/708004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. W.G. de Boer</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27116"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/7420</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13293"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst per brief van 8 mei 2025 buitengerechtelijk is ontbonden, wordt toegewezen, net als de terugbetaling van het aankoopbedrag. De tussen partijen gesloten overeenkomst kwalificeert als een gemengde overeenkomst van aanneming van werk (het monteren van de luiken) en een consumentenkoop (het leveren van tien luiken). Op grond van art 7:5 lid 4 BW heeft dit tot gevolg dat de bepalingen van koop en aanneming naast elkaar van toepassing zijn en dat de regels van consumentenkoop prevaleren boven de regels van aanneming van werk wanneer de regels met elkaar strijdig zijn. De regels van consumentenkoop bepalen onder andere dat de geleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden (conformiteit, art 7:17 BW). Een afgeleverde zaak is non-conform als die, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Als er sprake is van non-conformiteit heeft de consument de mogelijkheid de overeenkomst te ontbinden of de prijs te verminderen in evenredigheid met de mate van afwijking van wat partijen zijn overeengekomen (art 7:22 BW). Voordat de consument van deze mogelijkheid gebruik kan maken, moet hij eerst de verkoper verzoeken de zaak te herstellen of te vervangen. Pas als herstel of vervanging onmogelijk is, wordt geweigerd of van de verkoper niet gevergd kan worden, heeft de koper recht op ontbinding of prijsvermindering. Door het terughalen van de luiken in plaats van over te gaan tot herstel of een aanbod daartoe kan niet meer worden vastgesteld of de tien geleverde luiken conform zijn of niet. Dit komt voor rekening en risico van Eurolouvre. Nu koper Eurolouvre hiertoe wel in de gelegenheid heeft gesteld, is voldaan aan de voorwaarden van genoemd art 7:22 BW. Dat Eurolouvre later heeft aangeboden dat de luiken in haar fabriek bekeken kunnen worden, maakt dit niet ongedaan. Het voorbehoud van volledige betaling waarop Eurolouvre een beroep doet, maakt niet dat in consumentenzaken de regels van non-conformiteit opzij geschoven kunnen worden. Ook niet als Eurolouvre, zoals zij aanvoert, de indruk heeft dat het koper erom te doen is onder zijn betalingsverplichting uit te komen. Volledigheidshalve wordt overwogen dat een recht van retentie, waar Eurolouvre een beroep op doet, vervalt na levering van de goederen (zie art 3:294 BW) zodat zij na de levering daar geen beroep meer op kan doen, het terugnemen van de luiken doet dat recht niet herleven. Eurolouvre is door de terughaalactie tekort geschoten in de nakoming van haar leveringsverplichting uit de koopovereenkomst. Zij heeft immers niet gedaan wat zij op grond van die overeenkomst had moeten doen, namelijk tien luiken leveren. Dit betekent dat koper de overeenkomst op goede gronden buitengerechtelijk heeft mogen ontbinden. Een ontbinding bevrijdt partijen van de daardoor getroffen verbintenissen (art 6:271 BW)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11850963 CV EXPL 25-3281</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.R. Roukema</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6290"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbouwing woning op regiebasis. Geen richtprijs. Ongespecificeerde voorschotnota’s. Geen schriftelijke vastlegging afspraken. Deskundigenonderzoek ter bepaling van een redelijke prijs voor het daadwerkelijk uitgevoerde werk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.345.629/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28479"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling; na voorlopige ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711307 / JE RK 26-1503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13285"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">beroep gegrond, Wht, private schulden, schuld moet worden overgenomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/10165</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28477"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van een ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705402 / JE RK 26-854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13294</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13294</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13294"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Begrotingsbeslissing, beslissing inzake kostenvergoeding deskundige in zaak voorlopig deskundigenoordeel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11411898 VZ VERZ 24-220</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.R. Roukema</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7326"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Inspecter wijkt van de aangifte af en neemt een boekwinst in aanmerking in verband met een vermeende beëindiging van de terbeschikkingstellingsregeling. In beroep is onder meer in geschil in welk jaar het (vermeende) afrekenmoment plaatsvindt. De rechtbank oordeelt dat dit niet geval kan zijn in het jaar dat voorligt. De rechtbank kent een bovenforfaitaire proceskostenvergoeding toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/7189</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, P.J. Tikken, M.F. Kossen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6815</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6815</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6815"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneming van werk. Gebrekkige tegelvoer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/592119 / HA ZA 25-220</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A.T. van Rens</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25389"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep; art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000 (onrechtmatig verblijf); geen gronden; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45993</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1494"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen. Formeel recht. Artt. 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; art. 6 EVRM. Vergoeding van immateriële schade als gevolg van overschrijding van de redeljke termijn; in aanmerking te nemen termijn en bedrag. Unierechtelijk verdedigingsbeginsel; geen verplichting tot mondeling horen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1555</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28481"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot ondertoezichtstelling en verlening van machtigingen tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711223 / JE RK 26-1496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.E. Bierling</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13286</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13286</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13286"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">beroep ongegrond, Wht, private schulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/8456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6799"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">financiële afwikkeling van een dienstverband</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12133475 \ AC EXPL 26-570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13338"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeschikking. Relatieve bevoegdheid. Plaats waar arbeid gewoonlijk werd verricht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12398484 VZ VERZ 26-3742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Vriezen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25388"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie; artikel 6, derde lid, Vw 2000; lichter middel; grensbewakingsbelang; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6811"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot ontruiming in kort geding toegewezen wegens het niet voldoen aan exploitatieverplichting en een huurachterstand van 6 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12344338 \ AV EXPL 26-34</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Ramsaroep</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2940</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2940</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2940"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Voegingsincident. Toewijzing van in laat stadium ingediende vordering tot voeging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.317.472/01 + 200.317.474/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:5474</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2022:5474</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:5474</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2022:5474"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-07-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Summary in English below. Verplichting tot naleving van nieuwe Dockers’ Clause, behoudens voor zover COVID-19 maatregelen IMO, EU of nationale overheid daaraan in de weg staan. Clausule is resultaat van sociale dialoog tussen vakbonden en zeewerkgeversorganisaties en dient veiligheidsbelang van zeevarenden. Valt binnen Albany-uitzondering dus buiten bereik van toetsing aan Europees mededingingsrecht. Asymmetrie in de sociale dialoog doet daaraan niet af. Europese rechten en vrijheden, inroeping wilsgebrek door gevoegde partijen, afbakening betrokken schepen, onrechtmatig handelen jegens vakbond, gebod versterkt met dwangsom beperkt tot EU. Obligation to comply with new Dockers’ Clause, except in as far COVID-19 measures of IMO, EU of national government prohibit compliance. The clause is the result of the social dialogue between trade unions and seaferers’ employers’ organisations and serves the safety interests of seafarers. Falls within the Albany exception and therefore outside the scope of EU competition law. Asymmetry in the social dialogue does not alter this outcome. European rights and freedoms, tort against union, order restricted to EU ports, reinforced by a penalty in case of non-compliance.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/599847 / HA ZA 20-648</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan, mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, mr. C. Sikkel</contributor><issued>2022-07-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:648</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2026</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2940</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2860"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Funderingsgebrek. Vervangende schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.347.710/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:11474</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:11474</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:11474"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Inzage persoonsgegevens. AVG. Geen misbruik van inzagerecht. Geen beroep op de beperking die voortvloeit uit de Maltese UItvoeringswet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/703288 / KG ZA 25-729</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2025-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2861</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2861"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek op grond van de AVG om inzage in persoonsgegevens met betrekking tot de deelname aan online kansspelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.079/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:11474</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2889"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia / tussenpersoon / advisering / wetenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.242/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2890</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2890</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2890"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia / tussenpersoon / advisering / wetenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.522/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2883</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2883</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2883"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">incident ex artikel 194 en 195 Rv / aanbestedingsrecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.359.981/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:11370</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:35</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2888</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2888</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2888"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia / tussenpersoon / advisering / wetenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.804/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:11370</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11370</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:11370"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overheid/aanbesteding: wezenlijke wijziging in raamovereenkomst bemiddeling vertaaldiensten?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/674082 / HA ZA 24-889</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.R. Glass</contributor><issued>2025-06-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:35</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2883</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:35</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:35</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:35"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest. Aanbestedingszaak. Incident tot tussenkomst in een inzage-incident en tot voeging in de hoofdzaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.359.981/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:11370</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2883</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2936</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2936</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2936"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">huurovereenkomst woonruimte; moet huurder kosten stadsverwarming dragen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.359.121/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:12341</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:12341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:12341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:12341"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In geschil is de aanzegging van het einde van de huurovereenkomst door verhuurder, de verschuldigdheid van stookkosten door huurder, de redelijkheid van de huurprijs na uitspraak van de Huurcommissie en de ontstane huurachterstand. De kantonrechter is van oordeel dat niet tijdig is aangezegd, dat de gevorderde stookkosten niet verschuldigd zijn en dat de aanvangshuurprijs redelijk is omdat de kantonrechter de redelijkheid van de huurprijs moet toetsen aan dezelfde regels als de Huurcommissie en door de Huurcommissie uitspraak is gedaan. De vordering tot betaling van de huurachterstand wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11295139 \ CV EXPL 24-2910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.F. Dam</contributor><issued>2025-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2936</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:8945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:8945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:8945"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na deskundigenbericht. Causaal verband tussen werkomstandigheden en gezondheidsklachten is te onzeker en onbepaald voor toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel. Werkgever is proportioneel aansprakelijk voor 20% van de schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 9107603 CV EXPL 21-11169</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. K.J. Bezuijen</contributor><issued>2024-09-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2970</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2970</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2970</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2970"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest. Gezondheidsschade werknemer. Toepassing arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij werknemer met nek/schouder- en rugklachten. Zorgplicht werkgever. Het hof is van oordeel dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade die de werknemer heeft geleden en nog zal lijden door zijn nek/schouder- en rugklachten. Het hof houdt de zaak aan zich opdat de schade in deze procedure kan worden begroot.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.348.304/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:8945</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2021:12435</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:12435</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2021:12435"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2018:1038. Vonnis na bewijslevering. Er is sprake van eigen schuld. De schade die eiseres heeft gevolg als gevolg van de fraude is (ten aanzien van twee gedaagden) mede een gevolg van omstandigheden die aan eiseres kunnen worden toegerekend. De rechtbank stelt de bijdrage van eiseres vast op 15%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/505706 / HA ZA 16-691</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Damsteegt-Molier, mr. P.C. Santema, mr. C. Sikkel</contributor><issued>2021-12-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2937</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2938</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2937</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2937</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2937"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onttrekken van gelden aan onderneming door middel van valse facturen. Verweer dat directeur meedeed. Terugbetalingsverplichting, ook van degenen die bankrekening ter beschikking stelden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.308.374/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:12435</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2938</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2938"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onttrekken van gelden aan onderneming/werkgever door middel van valse facturen. Niet slagend verweer dat directeur meedeed.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.308.486/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2937</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:12435</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2882</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2882</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2882"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bestuursdwang, Herstelkosten kademuur voor rekening van Hoomheemraadschap of eigenaar van de kademuur?, onrechtmatige daad, verstrekken van onjuiste/onvolledige inlichtingen (maatstaf 's-Hertogenbosch/Van Zoggel), niet nakomen van toezegging (maatstaf Amsterdamse Dakopbouw).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.831/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:17338</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:17338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:17338"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser vordert een schadevergoeding van het Hoogheemraadschap in verband met het herstel van een kade op zijn perceel. Volgens eiser heeft het Hoogheemraadschap gezegd dat het de kade zou herstellen. Het Hoogheemraadschap betwist dat het dit aan eiser heeft toegezegd. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiser er niet in redelijkheid op heeft mogen vertrouwen dat het Hoogheemraadschap de kade zou herstellen. Het Hoogheemraadschap hoeft eiser daarom geen schadevergoeding te betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/666440 / HA ZA 24-436</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.J. Nomen</contributor><issued>2024-10-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2882</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2892</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2892</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2892"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bestuurdersaansprakelijkheid. Overhevelen activiteiten gevolgd door turboliquidatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.693/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2894"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bestuurdersaansprakelijkheid jegens vennootschapsschuldeiser. Veroordelend vonnis na ontbinding van overeenkomst tussen vennootschap en schuldeiser. Overhevelen activiteiten van de vennootschap naar gelieerde vennootschap. Tuboliquidatie van vennootschap. Verhaalsfrustratie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.764/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2893</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2893</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2893"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bestuurdersaansprakelijkheid jegens vennootschapsschuldeiser. Veroordelend vonnis na ontbinding van overeenkomst tussen vennootschap en schuldeiser. Overhevelen activiteiten van de vennootschap naar gelieerde vennootschap. Tuboliquidatie van vennootschap. Verhaalsfrustratie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.857/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4270"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verleende watervergunning voor herinrichting recreatiepark aan de IJssel. Beleidsregels Grote Rivieren (BGR). Handreiking "Beleidslijn Grote Rivieren". Procedure op grond van de Waterwet. Inspraak op grond van de Habitatrichtlijn? Publicatie van de watervergunning. Wat is er vergund? Uitleg artikel 3, eerste lid, onder b, van de BGR. Artikel 3, eerste lid, onder b, van de BGR ziet op het vervangen van bestaande feitelijke bebouwing. Vergunde ophoging en toetsing aan artikel 6 BGR? Strijd met artikel 2, eerste lid, van de Waterwet? Specialiteitsbeginsel en belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26-947</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4271"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verleende watervergunning voor herinrichting recreatiepark aan de IJssel. Beleidsregels Grote Rivieren (BGR). Handreiking "Beleidslijn Grote Rivieren". Belanghebbenden. Procedure op grond van de Waterwet. Inspraak op grond van de Habitatrichtlijn? Publicatie van de watervergunning. Tijdige rivierkundige beoordeling? Chalets of stacaravans? Uitleg artikel 3, eerste lid, onder b, van de BGR. Artikel 3, eerste lid, onder b, van de BGR ziet op het vervangen van de bestaande feitelijke bebouwing. Ten onrechte toepassing gegeven aan artikel 3, eerste lid, onder b, van de BGR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25-1405, 25-1408 en 25-1409</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25387"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie; artikel 6, derde lid, Vw 2000; lichter middel; grensbewakingsbelang; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:729"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 53 AOW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-05-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:CRVB:2022:1239</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:586"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invordering; art. 36 IW, art. 69 AWR, art. 5:44 Awb; aansprakelijkstelling voor naheffingsaanslagen loonheffingen, is het aansprakelijk stellen voor de vergrijpboete naast de strafrechtelijke veroordeling in strijd met het una-viabeginsel?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01557</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-04-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:1602</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1399</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:564"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonbelasting; IB/PVV; art. 10, 11 en 13a Wet LB 1964; art. 3.146 Wet IB 2001; rijnvarende; op het brutoloon zijn Liechtensteinse socialezekerheidspremies ingehouden, terwijl de socialezekerheidswetgeving van Nederland van toepassing is; behoren de ingehouden premiebedragen tot het loon in de zin van art. 10 Wet LB 1964? Zo ja: vormen zij vrijgesteld loon? Wat is het genietingstijdstip? Is er grond voor verrekening van de ingehouden premiebedragen met de Nederlandse socialezekerheidspremies?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04536</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-04-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:6688</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1324</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1405</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:3633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:3633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:3633"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bouwleges. Voor de sloop en herbouw van het pand waarin belanghebbende een kinderdagverblijf uitoefent vraagt zij een omgevingsvergunning aan. Tijdens de behandeling van de aanvraag is een anterieure overeenkomst gesloten op grond waarvan belanghebbende € 15.300 aan de gemeente moest betalen als bijdrage in de gemeentelijke plankosten. In de anterieure overeenkomst is bepaald dat deze bijdrage niet in de plaats kwam van de legeskosten voor het in behandeling nemen van een aanvraag van de planologische maatregel. Aan belanghebbende wordt een aanslag leges opgelegd waarin een bedrag is begrepen van € 6.280,95 voor “Projectbesluit, uitgebreide procedure”. In geschil is of dit bedrag terecht is geheven. De rechtbank oordeelt dat dit legesbedrag in rekening is gebracht voor dezelfde diensten als die waarvoor de bijdrage in de anterieure overeenkomst in rekening is gebracht. Dit bedrag aan leges is dus ten onrechte in rekening gebracht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag met € 6.280,95.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten</contributor><issued>2026-06-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3792"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Paspoortleges. Geen procesbelang. Dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/2784</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W. Veenendaal</contributor><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1450"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op bezwaar niet op voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Beroepstermijn van zes weken vangt aan op dag dat belanghebbende een afschrift van de uitspraak onder ogen kreeg. Beroep ten onrechte wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. De waarde van de onroerende zaak is niet langer in geschil. Hoger beroep daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/31</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg</contributor><issued>2026-07-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:8187</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6184"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bouwleges. Legesaanslag is niet op de juiste wijze bekendgemaakt. Bezwaar alsnog tijdig en dus onterecht niet-ontvankelijk verklaard. De legesaanslag is niet te hoog vastgesteld. De heffingsambtenaar is uit coulance uitgegaan van de raming van belanghebbende van de bouwkosten in plaats van de normbedragen van de ROEB-lijst. Kwijtschelding is op grond van de legesverordening niet mogelijk. De gevolgen voor belanghebbende zijn niet onevenredig in verhouding tot de aard en het gewicht van de met de legesverordening te dienen belangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/6828</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. Loof</contributor><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1348</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1348</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1348"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde woning met een agrarisch grondgebonden bestemming. Het hof verklaart het hoger beroep gegrond. De heffingsambtenaar heeft de waarde niet aannemelijk gemaakt, omdat de gebruikte vergelijkingsobjecten met een algemene woonbestemming onvoldoende vergelijkbaar zijn met de woning. Het hof stelt de WOZ-waarde in goede justitie vast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1449</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4252</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4252</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4252"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen parkeerbelastingen; ruimte voor maatwerk; gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/5714, UTR 24/5715, UTR 24/5719, UTR 24/5720, UTR 24/5722, UTR 24/5723, 24/5726, 24/5727 en UTR 24/5729</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W. Veenendaal</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1244"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; formeel recht; artt. 19 en 20 AWR; art. 8:75 Awb; artt. 1, 2, 4, lid 3, en 19 VEU; art. 110 VWEU; art. 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; EVRM; Besluit proceskosten bestuursrecht; naheffing bpm ter zake van een in een andere lidstaat aangekocht gebruikt motorvoertuig na de registratie in het Nederlandse kentekenregister; verzuim Hof om naheffingsaanslag te handhaven zoals die luidde na ambtshalve vermindering; vaststelling schadevergoeding voor kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand vanwege het met succes aanvechten van een naheffingsaanslag vanwege strijd met het Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02706</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1640</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2872"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is het niet eens met de aan haar opgelegde aanslag forensenbelasting. Volgens haar is de aanslag onterecht omdat ze de woning niet meer dan negetig dagen per jaar ter beschikking heeft. De heffingsambtenaar stelt dat eiseres de woning wel minimaal negentig dagen ter beschikking heeft, omdat de woning voor de overige dagen ter beschikking is gesteld aan iemand die werkzaamheden uitvoert ten bate van het bedrijf van eiseres. Daar is eiseres het niet mee eens. Zij heeft daartoe een verklaring van gebruik overgelegd waaruit blijkt dat zij de woning niet mag betreden buiten de afgesproken dagen om. De rechtbank ziet niet in dat eiseres de woning voor negentig dagen ter beschikking heeft. De omstandigheden geven geen blijk van een situatie die zodanig is verbonden met de privésfeer dat dit valt aan te merken als het beschikbaar houden voor zichzelf of voor het gezin, zoals de heffingsambtenaar betoogt. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/2894</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2026-06-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:1907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:1907"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 229b Gemeentewet. Leges verhuurvergunning gemeente Leiden 2024. De Rechtbank heeft in redelijkheid gebruikgemaakt van de mogelijkheid tot terugwijzing naar de Heffingsambtenaar. Inhoudelijke behandeling in hoger beroep omdat belanghebbende dat uitdrukkelijk wenst. De geraamde legesopbrengsten overschrijden de geraamde kosten niet. Geen strijd met opbrengstlimiet. Heffingsambtenaar maakt niet inzichtelijk wat de belangenafweging is geweest om van een verhuurder met een klein aantal woningen hetzelfde legesbedrag te heffen als van een verhuurder met een groot aantal woningen. Beroep op evenredigheidsbeginsel slaagt wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Tarief buiten toepassing gelaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7227</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7227</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7227"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-woning, tardief-stelling gedingstukken, woning in aanbouw, toestandsdatum, gemachtigde gelieerd aan belanghebbende, beroep gegrond, goede justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/295</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1533"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Nadere stukken binnen de 10-dagentermijn van 8:58 Awb. Het hof oordeelt dat er geen sprake is van overschrijding van de kostenlimiet voor de naheffingsaanslag. Ook oordeelt het hof dat er geen sprake is van ongeoorloofd onderscheid tussen parkeren met- en zonder BezoekersApp.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1029 en 24/1030</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, J. Wessels, J Rietveld</contributor><issued>2026-07-15</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4027</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:2148</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2148</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:2148"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Leges omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwbouwwoning/ Algemeen belang-individueel belang/Het tarief voor de leges is in 2024 verlaagd, maar bijkomende kosten voor de kwaliteitsborging komen nu voor rekening van de aanvrager. Dit is toe te schrijven aan keuzes die de wetgever heeft gemaakt bij het wijzigen van de wetgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, waarmee bepaalde taken en kosten zijn verlegd van gemeenten naar de burger/ Geen willekeurige of onredelijke belastingheffing/Geen sprake van opgewekt vertrouwen. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet, gelet op wat er tijdens voorlichtingsbijeenkomsten door de gemeente omtrent de nieuwe wetgeving is aangegeven, er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij qua leges tot de helft goedkoper uit zou zijn bij het indienen van de aanvraag onder het nieuwe stelsel/Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB_24-4412</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Sanna</contributor><issued>2026-06-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4500"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Proceskostenvergoeding. Beroepsmatig verleende rechtsbijstand?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/119 t/m 25/121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:3364</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:3364</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:3364"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 122g Waterschapswet; artikel 6.12, vijfde lid, Waterschapsbesluit; Protocol T-correctie; paragraaf Protocol als kennelijk onredelijk buiten toepassing; beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_23_1958</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W.M. Bunt</contributor><issued>2026-06-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:3867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:3867"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Gegrond beroep. Bij het vaststellen van de waarde is onvoldoende rekening mee gehouden met de status bedrijfswoning in het bestemmingsplan. De woning kan alleen maar aan een zeer beperkte groep gegadigden, namelijk werknemers van de naastgelegen manege worden aangeboden. Waarde in goede justitie vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/219</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Ferrier</contributor><issued>2026-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1031"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overschrijding van de redelijke termijn; vergoeding immateriële schade door Hof gematigd van € 500 naar € 50; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2024:853</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02822</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1524</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3479"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Is het gelijkheidsbeginsel geschonden als voor een overnachting op een camping wel en op een camperplaats geen toeristenbelasting (artikel 224 Gemeentewet) wordt geheven?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/599</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.T.M. Hennevelt</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1447</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1447</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1447"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Een zonne-energieinstallatie, die is geplaatst op een dak van distributiecentrum, is een werk in de zin van artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek, omdat de installatie naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. De installatie vormt geen samenstel met het dak van het distributiecentrum, omdat beide eigendommen niet dezelfde eigenaar of beperkt gerechtigde hebben,</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/867</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, M.E. Smorenburg, J.K. Lanser</contributor><issued>2026-07-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 3</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2868</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6932"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsplanactiviteit. Vergunningplichtige aanleg van oppervlakteverharding voor boomkwekerij. Wat is er aangevraagd? Verbeelding van oppervlakteverharding in aanvraag suggereert dat er ook uitwegen worden aangelegd. B&amp;W hebben niet beoordeeld of er sprake is van uitwegen. Uitwegvergunningplicht in APV is op grond van artikel 22.8 Ow een verbod om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. College had daarom in het kader van deze aanvraag moeten bezien of er (impliciet) uitwegen waren aangevraagd en zo ja, of deze vergunbaar zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1069</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.Y. Ifzaren</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:716"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV en Zvw 2016. Omkering en verzwaring van de bewijslast. De Inspecteur heeft de correcties gebaseerd op een redelijke en niet willekeurige schatting. De verzuimboete is terecht opgelegd, maar wordt gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Vergoeding van immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/597 en BK-23/598</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:14153</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:14153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:14153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:14153"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bewijslast omgekeerd en verzwaard, omdat inkomsten niet volledig in de aangifte zijn verantwoord en daarmee de vereiste aangifte niet is gedaan. Geen beginselen van behoorlijk bestuur geschonden. Verweerder is uitgegaan van een redelijke schatting. Verzuimboete passend en geboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 1234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. van der Wel</contributor><issued>2023-09-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:716</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2939</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2939</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2939"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijke leidinggeven aan het vervalsen van aangiftebescheiden alsmede het opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting en medeplegen van gewoontewitwassen. Procesafspraken in hoger beroep. Het hof komt in afwijking van de procesafspraken tot een iets andere bewezenverklaring dan de rechtbank zonder dat dit wijziging brengt in de kwalificatie. Deze afwijking valt binnen de door procespartijen ter zitting aangegeven aanvaardbare bandbreedte. In de procesafspraken is onder meer de buitenlandse veroordeling van verdachte tot een langjarige gevangenisstraf verdisconteerd. Het hof veroordeelt de verdachte overeenkomstig het afdoeningsvoorstel tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden alsmede een geldboete ter hoogte van € 5.000, - passend en geboden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002729-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1589"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3594</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6020"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Verzuimboete wegens niet tijdig doen van aangifte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1751</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2438"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Uitkeringen op lijfrente verzekeringen terecht belast in box 1. Geen strijd met artikel 1 EP.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/244</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1588"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3593</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5873</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5873</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5873"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Verhaalbarekostenlimiet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/660</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1590"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3595</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9643"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Objectvrijstelling. Uitleg overgangsregeling van artikel 33b Wet Vpb voor per 2012 nog openstaande bedragen aan in te halen buitenlandse verliezen. Voor het vervallen van de zogenoemde inhaalverplichting is (onder meer) vereist dat sprake is van een stakingsverlies in de zin van artikel 15i, tweede lid, Wet Vpb. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 25 _ 910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, M.E. Kiers, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5748"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Aanspraak levensloopregeling terecht in 2021 tot het belastbaar loon uit werk en woning gerekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5878"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Margeregeling kringloopwinkels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3594</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3594</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3594"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het Hof kent niet alsnog een proceskostenvergoeding voor de beroepsfase toe, ook al is de Staat onherroepelijk veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn (isv) en heeft de Staat in hoger beroep geen verweer gevoerd. De isv-veroordeling is namelijk evident onjuist. Toekenning van een kostenvergoeding zou neerkomen op een nadere ongerechtvaardigde verrijking van belanghebbende. Bovendien heeft belanghebbende in verband met het isv-verzoek geen extra kosten gemaakt, althans geen kosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Afwijzing BOBOG-verzoek in beroep en hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, W.J. Blokland</contributor><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1589</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:131"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2025:200 Beoordelingscriteria vereiste aangifte en wijze van omkering van de bewijslast bij inhoudelijke gebreken. Onderzoek naar reikwijdte trustvraagarrest. Verlanglijstje met op te helderen kwesties. Herinnering voor aanmaning vereist? Afwezigheid van alle schuld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02200</description><issued>2025-02-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1556"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Aanneming van werk. Vervaltermijnen van art. 16.3 AVA 2013 oneerlijk/onredelijk bezwarend? Relevantie van betrokkenheid van consumentenorganisaties bij vergelijkbare algemene voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02205</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:308</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:666</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5412"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft de Marokkaanse nationaliteit. De minister heeft hem in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000, omdat er volgens hem een significant risico op onderduiken bestaat en omdat er concrete aanwijzingen bestaan dat appellant onder de werkingssfeer van de Dublinverordening valt. Deze aanwijzingen zijn gebaseerd op vier hits in de resultaten van een Eurodac-bevraging. Daaruit blijkt dat appellant in andere lidstaten van de EU geregistreerd staat met een asielverzoek. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 12 december 2022 die aan deze procedure ten grondslag ligt, was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft tussen 14 september 2022 en 12 december 2022 op strafrechtelijke titels vastgezeten. Uit het uittreksel van de Justitiële Informatiedienst blijkt dat de politierechter van de rechtbank Rotterdam appellant op 29 september 2022 heeft veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Appellant heeft na de strafrechtelijke detentie tot 9 januari 2023 in vreemdelingenbewaring gezeten en is toen overgedragen aan de Duitse autoriteiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202207346/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5455</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5455</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5455"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003501</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:24524</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1548</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1548</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1548"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Toestemming onderhandse verkoop (art. 3:268 lid 2 BW). Mededeling aan en oproeping van belanghebbenden (art. 548 lid 3 Rv). Doorbreking rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW wegens schending hoor en wederhoor? Oproeping in hoger beroep (art. 361 lid 1 Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:611</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3747</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1558"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Incident. Vordering tot verdeling nalatenschap; processueel ondeelbare rechtsverhouding (HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411; HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:649). Hoge Raad geeft eiser tot cassatie gelegenheid om niet opgeroepen persoon alsnog op te roepen als partij (art. 118 jo. art. 418a Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04501</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2457</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:510</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:429"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De ACM heeft terecht aan drie eiproductfabrikanten boetes opgelegd voor overtreding van het kartelverbod. De ACM heeft deze ondernemingen beboet omdat zij onderling inkoopprijzen hebben afgestemd, leveranciers hebben verdeeld en concurrentiegevoelige informatie hebben uitgewisseld. De ACM heeft terecht vastgesteld dat de ondernemingen in staat waren de concurrentie op de inkoopmarkt te beperken, omdat zij een voldoende sterke positie op de inkoopmarkt voor eieren hadden. Dat volgens de ondernemingen sprake is geweest van gebreken in het onderzoek en zij daardoor in hun rechten van verdediging zijn geschaad, volgt het College niet. Het College heeft de boetes, die door de rechtbank al waren gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn, van twee van de ondernemingen in stand gelaten. De boetes van de derde onderneming zijn verder gematigd, omdat deze onderneming twee keer is beboet voor dezelfde gedraging en de rechtbank daarvoor onvoldoende heeft gecorrigeerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/148, 25/149, 25/151 en 25/446</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.S.J. Albers, H.O. Kerkmeester, P. Glazener</contributor><issued>2026-09-15</issued><reference relation="citing" lang="nl">Mededingingswet</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:283</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:411</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:411</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:411"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aan een dierenhoudster is een last onder bestuursdwang opgelegd wegens overtredingen van het Besluit houders van dieren. Het College oordeelt dat de staatssecretaris het bezwaar tegen deze last terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Op het moment dat het besluit op bezwaar werd genomen was de looptijd van de last al verstreken zonder dat bestuursdwang was toegepast. Een lopende strafzaak tegen de dierenhoudster, een nieuw bewijsstuk, en negatieve media-aandacht leveren niet alsnog een procesbelang op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/401</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.C. Stuldreher</contributor><issued>2026-09-01</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5413"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft de Marokkaanse nationaliteit. De minister heeft appellant in bewaring gesteld, omdat hij geen rechtmatig verblijf heeft, er volgens de minister een risico bestaat dat appellant zich aan het toezicht zal onttrekken en hij de voorbereiding van het vertrek of uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 2 januari 2023 die aan deze procedure ten grondslag ligt, was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft tussen 1 september 2022 en 2 januari 2023 op strafrechtelijke titels vastgezeten. Op de zitting bij de Afdeling is gebleken dat appellant op 7 april 2023 is uitgezet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300511/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:413"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Last onder bestuursdwang. Kostenbeschikking. Het is voldoende aannemelijk dat de last onder bestuursdwang voor de dierhouder niet uitvoerbaar was. Het belang van het voorkomen van (de verspreiding van) dierziekten woog niet op tegen het voor de minister bij een zorgvuldige voorbereiding van de last onder bestuursdwang kenbare belang van de dierhouder om niet te worden geconfronteerd met een voor hem niet uitvoerbare last. Strijd met het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. De last onder bestuursdwang houdt geen stand en daarom de kostenbeschikking ook niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1995</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.L. van der Beek, M.M. Smorenburg, M.L. Noort</contributor><issued>2026-09-01</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:405"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep, Whc, last onder dwangsom, invordering en publicatie. Sprake van oneerlijke bedingen in de algemene voorwaarden door de beperkingen in de opzegmogelijkheden. Het informeren van de leden over deze oneerlijke handelspraktijk hangt samen met de (deels door de rechtbank vernietigde) overige lastonderdelen. Omdat de leden niet tijdig op de juiste manier zijn geïnformeerd. is niet aan de last voldaan en zijn de dwangsommen verbeurd. Dat deels aan de last is voldaan is in dit geval geen reden voor matiging. Hoger beroep slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.P. Glerum , R.C. Stam, J.L.W. Aerts</contributor><issued>2026-09-01</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet handhaving consumentenbescherming</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:1011</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5462"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 juni 2026 is aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1552"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Collectieve actie. Internationaal privaatrecht, bevoegdheid (art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis en art. 7 lid 1 Rv). Zelfstandig vereiste van voorzienbaarheid? Overgangsrecht Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (art. 3:305a (oud en nieuw) BW en titel 14A van Boek 3 Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04589</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:225</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2949</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1555</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1555</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1555"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Zorgmachtiging. Aansluitende zorgmachtiging? Digitale indiening verzoekschrift buiten kantoortijd, aanvangsmoment beslistermijn art. 6:2 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz. Verstrijken van deze beslistermijn terwijl geldigheidsduur eerdere zorgmachtiging nog niet is verstreken. Maximale duur nieuwe zorgmachtiging. Hoge Raad doet zelf af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:750</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:414"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen het besluit tot inbewaringneming van een partij vlees bij de onderneming is ongegrond. De staatssecretaris is op grond van artikel 137 van de Verordening 2017/625 overgegaan tot het in bewaring nemen van het vlees bij de onderneming vanwege het vermoeden van niet naleving van de hygiënevoorschriften. De staatssecretaris doet in het geval van zo’n vermoeden onderzoek om dat vermoeden te kunnen bevestigen of weg te nemen. Het College is van oordeel dat de staatssecretaris gelet op de bevindingen van de inspecteurs bevoegd was tot de officiële inbewaringneming. Het beroep tegen het besluit waarbij de onderneming is verplicht aangifte te doen van het vlees (ter vernietiging), is daarentegen gegrond. Het aangiftebesluit is voor de onderneming namelijk een belastend besluit. De staatssecretaris mag pas gebruikmaken van de bevoegdheden op grond van artikel 138 van Verordening 2017/625, waaronder het vernietigen van de goederen, als hij de niet-naleving van de hygiënevoorschriften heeft vastgesteld. Naar het oordeel van het College heeft de staatssecretaris de niet-naleving evenwel nooit (formeel) vastgesteld. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het aangiftebesluit herroepen. Geen sprake van een strijd met de goede procesorde en geen sprake van détournement de pouvoir.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/568 en 24/859</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.H.A. Knol, T. Pavicevic, M.J. Jacobs</contributor><issued>2026-09-01</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5411</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5411</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5411"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft de Poolse nationaliteit. De minister heeft bij besluit van 24 april 2019 zijn verblijfsrecht in Nederland beëindigd, bepaald dat hij Nederland meteen moet verlaten en hem ongewenst verklaard. Appellant is op 14 september 2021 vanuit bewaring verwijderd naar Polen. Na korte tijd is hij weer teruggekeerd naar Nederland. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 27 februari 2022, die aan deze procedure ten grondslag ligt, was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft tussen 19 februari 2022 en 27 februari 2022 op strafrechtelijke titels vastgezeten. De bewaring is met ingang van 11 maart 2022 opgeheven in verband met de uitzetting van appellant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202201713/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1551</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1551</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1551"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Collectieve actie. Internationaal privaatrecht, bevoegdheid (art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis). Overgangsrecht Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (art. 3:305a (oud en nieuw) BW en titel 14A van Boek 3 Rv). Reikwijdte van verlenging van dagvaardingstermijn (art. 1018d lid 2 Rv). Uitsluiting van hogere voorziening tegen beslissing over relatieve bevoegdheid (art. 110 lid 3 Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00198</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:224</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2941</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3593"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing BOBOG-verzoek in beroep en hoger beroep. Belanghebbende heeft onvoldoende inzicht gegeven in haar inkomens- en vermogenspositie ten tijde van de verschuldigdheid van griffierecht, alsmede in de inkomens- en vermogenspositie van haar beherend vennoot en dier bestuurder. Vermindering boete vanwege nieuw standpunt inspecteur. Gemachtigde geen derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/122</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, W.J. Blokland</contributor><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1588</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1557"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheidsrecht. Geneeskundige behandelingsovereenkomst. Uitleg deskundigenbericht. Motiveringsklachten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:575</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3193</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1560</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1560</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1560"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Aanneming van werk. Waterschap stelt aannemer aansprakelijk voor schade als gevolg van gebreken in bollenplaatvloer van hoofdkantoor. Klachten over uitleg van paragraaf 28 UAV-GC.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:272</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:186</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5498"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg het verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen het laden en lossen bij [tuincentrum] aan de [locatie] in Tilburg afgewezen. Tegenover de woning van [wederpartij] is enkele jaren geleden een nieuw tuincentrum gebouwd. [wederpartij] ervaart overlast van het tuincentrum door het laden en lossen tegenover zijn woning. Hij heeft het college gevraagd op te treden tegen het laden en lossen aan deze kant, omdat bij de vaststelling van het bestemmingsplan is afgesproken dat het laden en lossen aan de andere kant van het tuincentrum plaatsvindt. Volgens [wederpartij] mag hij op die afspraak vertrouwen. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of het college bevoegd is om te handhaven op de plek van het laden en lossen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502470/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3595"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenvergoeding. Toekenning van een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn (isv) in een ongegrond beroep rechtvaardigt enkel de vergoeding van extra kosten in verband met het isv-verzoek. Kosten die ongeacht het isv-verzoek voor de behandeling van het beroep zijn gemaakt en die vanwege de ongegrondheid van het beroep in beginsel ‘verloren’ zijn, blijven buiten beschouwing. Anders wordt in wezen onder de vlag van een kostenvergoeding een aanvullende schadevergoeding toegekend. Afwijzing BOBOG-verzoek in beroep en hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/124</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J. Hummel, W.J. Blokland</contributor><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1590</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:130"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2025:200 Beoordelingscriteria vereiste aangifte en wijze van omkering van de bewijslast bij inhoudelijke gebreken. Onderzoek naar reikwijdte trustvraagarrest. Verlanglijstje met op te helderen kwesties. Art. 16 AWR. Kenbare fout; beoordelingsmoment 30%-regel. Uitleg Renpaardenarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01480</description><issued>2025-02-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5216</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5216</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5216"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 maart 2025 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland het "Instructiebesluit Behoud test- en oefenruimte (on)bemande luchtvaartuigen MITC/NLR" vastgesteld (het instructiebesluit). In Marknesse ligt het (Smart) Mobiliteit en Infrastructuur Test Centrum (MITC). Het MITC is een bedrijventerrein waar bedrijven, onderzoeks-, onderwijs- en kennisinstellingen samenkomen voor onderzoek en hightech ontwikkelingen op het gebied van mobiliteiten en waar voer- en vliegtuigen voor de toekomst ontwikkeld en getest kunnen worden. Op het MITC exploiteert Stichting Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) het zogenoemde "NLR Drone Centre". Hier worden onbemande luchtvaartuigen getest en ontwikkeld. NLR beschikt over een zogenoemde Europese exploitatievergunning om vluchten met onbemande luchtvaartuigen tot 750 kg uit te voeren. Op ongeveer 1,5 km van het MITC exploiteert Lavendel B.V. aan de Leemringweg 19 in Kraggenburg recreatiepark Netl (Netl). Het recreatiepark biedt onder meer kampeerplaatsen, vakantiehuisjes, groepsaccommodaties, horecavoorzieningen en faciliteiten voor dagrecreatie aan. Daarnaast kan het park worden gebruikt voor bijeenkomsten en evenementen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502613/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5425</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5425</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5425"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bred aan Sabbia Dent B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit "wijzigen van gebruik" ten behoeve van de vestiging van een zelfstandige tandartsenpraktijk en voor de omgevingsplanactiviteit "het aanleggen van een uitweg/uitrit" op het perceel aan de Bremhorst 9 in Teteringen. Sabbia Dent B.V. heeft een tandartsenpraktijk aan de Bremhorst 9 in Teteringen. De praktijk is sinds de jaren ’70 ter plaatse aanwezig en verbonden met de woning op het perceel. Op 5 januari 2024 heeft Sabbia Dent B.V. een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit "wijzigen van gebruik" ten behoeve van de vestiging van een zelfstandige tandartsenpraktijk en voor de omgevingsplanactiviteit "aanleggen van een uitweg/uitrit". Sabbia Dent B.V. wil het kadastrale perceel splitsen in twee percelen, waardoor een nieuw bouwperceel ontstaat met daarop een eigen hoofdgebouw, de tandartsenpraktijk. De praktijk wordt dan losgekoppeld van de woning. Uit de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan "Teteringen" volgt dat aan het perceel de bestemming "Wonen" en de aanduiding "waarde-archeologie" is toegekend. Dit bestemmingsplan maakt op grond van artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder g, van de Invoeringswet Omgevingswet deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Breda als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet. Een zelfstandige tandartsenpraktijk is ter plaatse niet toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602080/2/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5718"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de beroepen tegen de verleende omgevingsvergunning voor de aanleg van vier padelbanen aan de Burgemeester van der Borchlaan 11 in Bilthoven. De rechtbank komt tot het oordeel dat het college terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van een gebonden beschikking. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend zonder voorschriften ter beperking van de geluidseffecten van het gebruik van de padelbanen op de directe omgeving op te nemen. Om die reden is naar het oordeel van de rechtbank in dit specifieke geval sprake van een uitkomst die in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank verklaart daarom het beroep gegrond en zal het besluit vernietigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/4943, UTR 25/6673, UTR 25/6715, UTR 25/6774, UTR 25/6781, UTR 25/6783, UTR 25/6807 en UTR 25/6856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Linde, A.R. Klijn, M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2007:AZ9098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2007:AZ9098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2007:AZ9098"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2007-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6:7 Awb; artikel 65 AWR; artikel 10 EG. Kan de belanghebbende die zich erop beroept dat in overeenstemming met een arrest van de Hoge Raad doch – blijkens latere jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG – in strijd met gemeenschapsrecht een heffing is opgelegd, worden tegengeworpen dat hij niet tijdig een rechtmiddel heeft aangewend tegen de heffing? Emmot- en Kühne en Heitzrechtspraak van het Hof van Justitie van de EG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 43268</description><issued>2007-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2007:AZ9098</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2007:AZ9098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ9098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2007:AZ9098"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2007-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6:7 Awb; artikel 65 AWR; artikel 10 EG. Kan de belanghebbende die zich erop beroept dat in overeenstemming met een arrest van de Hoge Raad doch – blijkens latere jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG – in strijd met gemeenschapsrecht een heffing is opgelegd, worden tegengeworpen dat hij niet tijdig een rechtmiddel heeft aangewend tegen de heffing? Emmot- en Kühne en Heitzrechtspraak van het Hof van Justitie van de EG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 43268</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Punt, Mr. van Amersfoort, Mr. Van Vliet, Mr. Lourens, Mr. Leemreis</contributor><issued>2007-10-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 6:7</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 65</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2007:AZ9098</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3170"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 oktober 2020 heeft het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. de subsidie voor het project ‘COILED’ vastgesteld op € 1.071.229,64, de subsidie voor Pivot vastgesteld op nihil en een bedrag van € 72.899,10 teruggevorderd. Pivot is een bedrijf dat zich toelegt op "extensive cellular and biochemical in-vitro screening experiments and High Throughput Screening services". De Stichting Katholieke Universiteit - Radboud Universiteit heeft als penvoerder een subsidieaanvraag ingediend voor het R&amp;amp;D-project ‘Center for Open Innovation in LEad Discovery’ (COILED), een systeeminnovatieproject in de productie van farmaceutische halffabricaten (het project). Het betreft een subsidie voor activiteiten gericht op experimentele ontwikkeling of het verrichten van industrieel onderzoek in combinatie met experimentele ontwikkeling. Naast voornoemde Stichting waren als subsidieontvangers bij het project betrokken: Stichting Katholieke Universiteit - Radboud universitair medisch centrum, Pivot, Inntrest Consultancy B.V., BioAxis Research B.V. en Pansynt B.V..</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307828/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4303"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De stichting heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een volgens hen van rechtswege gegeven omgevingsvergunning. Op 6 december 2022 heeft de stichting een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van vier sport- en speeltoestellen (een survivalrunbaan) met een maximumhoogte van 2,5 meter op het bosperceel met nr. B-1049 aan de Dongensebaan in Teteringen. Op 21 april 2023 heeft het college, nadat de beslistermijn op 16 februari 2023 is verlengd en op 29 maart 2023 met instemming van de stichting is opgeschort, aan de stichting medegedeeld dat ook een omgevingsvergunning is vereist voor het afwijken van het bestemmingsplan en dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure op de aanvraag van toepassing is. De stichting is het daar niet mee eens en vindt dat de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is op de aanvraag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202306494/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:5954</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:5954</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:5954"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland de subsidie aan ’t Smallert vastgesteld op nihil. Bij besluit van 4 april 2023 heeft het college de uitgekeerde voorschotten van € 74.127,67 teruggevorderd van ‘t Smallert. Het college is de Management Autoriteit Oost-Nederland van subsidies uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Het college heeft, op aanvraag van 18 juni 2020, aan Twentevis, ’t Smallert en twee andere bedrijven in totaal een subsidie van € 1.464.273,46 verleend voor het "Circulair samenwerkingsproject voor duurzame viskweek in Oost-Nederland". Het project is gericht op de ontwikkeling van een verwerkingsproces van visreststromen tot grondstof voor visvoer ten behoeve van circulair gekweekte forel. De projectperiode liep van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2023. Twentevis is de penvoerder van het project. Het bedrag van € 1.464.273,46 is onderverdeeld en verleend per subsidiepartner. De aan ’t Smallert verleende subsidie bedraagt € 293.452,28.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501435/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-12-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:491</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:2294</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2294</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:2294"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 23 december 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan FNV medegedeeld dat zij niet wordt toegelaten als belanghebbende in een eventuele bestuurlijke boeteprocedure die kan volgen op het boeterapport over de transportonderneming. FNV komt op voor de belangen van haar leden. Om die reden heeft zij de arbeidsomstandigheden en arbeidstijden van vrachtwagenchauffeurs onderzocht. Uit dat onderzoek is naar voren gekomen dat de regels over de rusttijden niet altijd worden gevolgd. Zo brengen chauffeurs onder meer de weekeinden in de cabine van hun voertuigen door. De resultaten van dit onderzoek heeft FNV neergelegd in de notitie [bedrijf] en aangeboden aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De ILT heeft de resultaten meegenomen in haar eigen onderzoek en geconcludeerd dat de transportonderneming boetes moet krijgen. FNV wil betrokken zijn bij de totstandkoming van het besluit tot boeteoplegging en bezwaar kunnen maken tegen de opgelegde boetes. De minister en de rechtbank vinden echter dat dat niet kan. In dit hoger beroep gaat het onder meer om de vraag of FNV belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb bij het besluit van de minister om aan de transportonderneming een bestuurlijke boete op te leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202203401/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-04-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:1823</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:2011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:2011"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Noodbevel burgemeester. Vrijspraak van overtreding artikel 184 sr. Verdachte heeft zich niet verwijderd na het noodbevel ‘spoedontruiming kraakpand Marnixstraat’ van de burgemeester op grond van artikel 175 Gemeentewet. Vervolging wegens niet opvolgen ambtelijk bevel (artikel 184 sr). Het hof wijdt overwegingen aan de vraag of het noodbevel rechtmatig is gegeven. Het hof oordeelt dat geen sprake is geweest van ernstige wanordelijkheden waardoor de burgemeester in redelijkheid niet tot het geven van een noodbevel heeft kunnen komen en daarmee het bevel onrechtmatig is gegeven. Het hof overweegt verder dat uit de tekst van het noodbevel volgt dat het erop gericht was om demonstranten bestuurlijk te kunnen verplaatsen. Naar het oordeel van het hof is het bestuurlijk verplaatsen van personen een vorm van vrijheidsbeneming. Het hof wijdt hier overwegingen aan in het licht van de rechtspraak van het EHRM. Het hof overweegt dat een vrijheidsbenemende maatregel op grond van artikel 5 EVRM en artikel 15 van de Grondwet slechts kan plaatsvinden overeenkomstig een wettelijke regeling. Het hof oordeelt dat artikel 175 Gemeentewet geen wettelijke grondslag biedt voor vrijheidsbeneming in de vorm van bestuurlijk verplaatsen. Ook om die reden had de burgemeester niet tot het geven van het noodbevel kunnen komen en daarmee is het bevel ook om deze reden onrechtmatig gegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001802-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:680"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Lokaalvredebreuk na verbod op politiebureau te komen (139 Sr). M1 over ontbreken vordering tot verwijdering faalt. M2 over onrechtmatigheid lokaalverbd faalt. AG gaat in op wijze van toetsing lokaalverbod door de strafrechter. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03898</description><issued>2025-07-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:1674</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25386"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie art 6, lid 3, Vw 2000; lichter middel; grensbewakingsbelang; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45694</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1187"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 27 mei 2025 heeft de Examencommissie van de Faculteit der Gedrags- en bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam het door [appellante] voor het vak Jeugddelinquentie en Antisociale Ontwikkeling gemaakte hertentamen wegens fraude ongeldig verklaard en haar verplicht aan te tonen dat zij op de hoogte is van de regels inzake plagiaat door middel van het aanleveren van een digitaal certificaat. [appellante] betoogt dat zij ten onrechte is beschuldigd van fraude. Volgens haar is niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat zij heeft gefraudeerd. Het CBE heeft in navolging van de examencommissie gesteld dat zij niet-bestaande bronnen en bronnen met onjuist gegevens heeft vermeld. Het is niet duidelijk om hoeveel en om welke bronnen het gaat. Ook is niet duidelijk wat in de nummering niet zou kloppen. Het CBE heeft ten onrechte niet onderkend dat de examencommissie niet in haar bewijslast is geslaagd. [appellante] betoogt verder dat onduidelijk is wat haar wordt verweten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505691/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-03-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:200"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 32 Rv; ontvankelijkheid van cassatieberoep tegen hersteluitspraak; verzoek om schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04454</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-02-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1215</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3396</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:4068</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:15129</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15129</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:15129"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechter wijst de voorlopige voorziening van Centraal Joods Overleg (CJO) die mogelijk maakt dat Kanye West wordt uitgezet af. De rechter oordeelt dat niet is gebleken dat zijn aanwezigheid in Nederland een concreet gevaar vormt voor de openbare orde</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.30669</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-06-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4294</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4294</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4294"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak heeft betrekking op twee hoger beroepen, twee verzoeken om herziening en één verzet waarin [appellant] onderscheidenlijk appellant, verzoeker en opposant is. De hoger beroepen, de verzoeken om herziening en het verzet zijn op verschillende momenten ingediend. De hoger beroepen zijn gericht tegen afzonderlijke uitspraken van de rechtbank Den Haag van 27 februari 2025 in gedingen over rechtsbijstand, waarbij de raad verweerder is. In het verzoek om herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 28 mei 2025 gaat het onderliggende geschil over een vermeend verzoek aan het Openbaar Ministerie van het parket Oost-Nederland op grond van de Wet open overheid. In het verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 8 november 2023 gaat het onderliggende geschil over de afwijzing door de raad van een verzoek om schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406064/5/A2, 202501491/1/A2, 202501494/1/A2, 202503357/1/A2 en 202504330/1/A2.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening, Hoger beroep</description><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1963"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Internationaal privaatrecht. Erkenning en tenuitvoerlegging. Caribische zaak. Vrouw verzoekt veroordeling van man in Curaçao tot hetgeen hij verschuldigd is o.g.v. uitspraak van Engelse rechter. Erkenningsprocedure op voet van art. 431 lid 2 Rv Curaçao. Klachten in principale en incidentele beroep over toepassing van Gazprombank-criteria (ECLI:NL:HR:2014:2838), o.a. over forum actoris en over stilzwijgende forumkeuze als bevoegdheidsgronden die naar internationale maatstaven al dan niet algemeen zijn aanvaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00061</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-12-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1014</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:155"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overdragen van wapen, art. 31.1 55 WWM. Bewijsklacht t.a.v. processen-verbaal van politie waarin delen van verklaringen van getuigen zijn “weggelakt”. Kunnen verklaringen voor bewijs worden gebruikt? HR gaat in op onderling samenhangend systeem voor omgang met en verantwoordelijkheid voor processtukken gedurende loop van strafproces. Dit systeem komt erop neer dat o.g.v. art. 149a.1 Sv OvJ tijdens opsporingsonderzoek verantwoordelijk is voor samenstelling van processtukken. Hij is in beginsel gehouden om alle stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de door rechter ttz. te nemen beslissingen bij processtukken te voegen, zo nodig met weglating van gegevens a.b.i. art. 149a.3 Sv. Het gaat hierbij om relevantie van die stukken. In (uitzonderlijk) geval dat bij relevant stuk zich omstandigheden voordoen a.b.i. art. 187d.1 Sv, schept art. 149b.1 Sv mogelijkheid dat OvJ voeging van (gedeelten van) stuk achterwege laat. OvJ heeft daarvoor machtiging van RC nodig. Gedurende vooronderzoek kan verdediging o.g.v. art. 34.1 Sv OvJ verzoeken om specifiek omschreven stukken bij processtukken te voegen. Om verzoek te kunnen onderbouwen, geeft art. 34.2 Sv verdediging daarnaast recht om eerst kennis te nemen van specifiek omschreven stukken. Als OvJ het verzoek tot voeging van stukken dan wel kennisneming weigert, heeft hij schriftelijke machtiging van RC nodig (art. 34.4 Sv). Met begin van onderzoek ttz. gaat verantwoordelijkheid voor samenstelling en volledigheid van processtukken over van OvJ naar zittingsrechter. In die fase kan zittingsrechter ambtshalve overlegging van stukken en voeging daarvan bij processtukken bevelen. Verdediging kan o.g.v. art. 328 Sv zittingsrechter verzoeken om toepassing te geven aan die bevoegdheid. Bij nemen van zijn beslissing moet rechter in aanmerking nemen dat o.g.v. art. 149a.2 Sv in beginsel alle stukken aan dossier worden toegevoegd die voor de ttz. door hem te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn. Ook hiervoor is bepalend relevantie van stukken (vgl. HR:2021:218). Voordat rechter (ambtshalve of op verzoek) beslist over voeging van stukken bij processtukken, stelt hij OvJ en (zo nodig) verdediging in gelegenheid hun standpunten kenbaar te maken. In geval dat OvJ zich verzet tegen voeging omdat hij zich op standpunt stelt dat stukken niet relevant zijn of dat belangen a.b.i. art. 187d.1 Sv hiertoe dwingen, kan zittingsrechter beslissen dat nader onderzoek door RC noodzakelijk is. RC beoordeelt dan of sprake is van niet-relevante stukken of dat zich omstandigheid a.b.i. art. 187d.1 Sv voordoet en geeft (zoals in wetsgeschiedenis van art. 34, 149a.1, 149a.2 en 149b Sv tot uitdrukking komt) t.b.v. zittingsrechter (nadere) onderbouwing. Uiteindelijk beslist zittingsrechter over het wel of niet voegen van verzochte stukken bij processtukken (vgl. HR:2022:900). Zittingsrechter neemt hierbij (gelet op beginsel van interne openbaarheid) geen kennis van stukken die aan verdediging worden onthouden (vgl. HR:1999:ZD5266). Uit ’s hofs vaststellingen in zijn bewijsvoering en procesverloop blijkt dat p-v’s zijn opgemaakt van verhoren van getuigen, waarna onderdelen van verklaringen op verzoek van OvJ zijn “weggelakt” omdat deze onderdelen “niet relevant” zouden zijn. ’s-Hofs oordeel dat met dit weglakken van onderdelen uit p-v’s in overeenstemming met wet en jurisprudentie is gehandeld, getuigt van onjuiste rechtsopvatting. OvJ kan eventueel wel in zo’n stuk door middel van aantekening of doorhaling aanduiden welk gedeelte van stuk naar zijn oordeel niet relevant is, mits dat gedeelte leesbaar blijft. Uit stukken blijkt niet dat van die mogelijkheid gebruik is gemaakt. Hof heeft, in afwijking van verweer, verklaringen van getuigen voor bewijs gebruikt, terwijl in onderliggende p-v’s delen waren weggelakt. Hof heeft geoordeeld dat weggelakte onderdelen van verklaringen “niet relevant zijn voor dossier van verdachte” en dat niet weggelakte onderdelen “op zichzelf duidelijk en ondubbelzinnig [zijn], waardoor niet gebleken is op welke manier deze uit hun verband kunnen zijn getrokken.” Deze oordelen zijn niet z.m. begrijpelijk, nu hof inhoud van weggelakte passages niet kan hebben gekend en ook niet blijkt dat hof over relevantie van deze passages oordeel RC of Rh-C heeft ingewonnen. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02619</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1139</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:3346</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:710"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen diefstal, meermalen gepleegd (art. 311.1.4 Sr). Dubbel verstek. Hof heeft verdachte (Poolse nationaliteit) n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Kan akte van uitreiking worden aangemerkt als omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is a.b.i. art. 408.2 Sv, nu in akte van uitreiking enkel parketnummer van vonnis Pr, persoonsgegevens van verdachte en tussenkomst van tolk in Poolse taal zijn vermeld maar daaraan geen mededeling uitspraak is gehecht? Verdachte is in eerste aanleg bij verstek veroordeeld, inleidende dagvaarding en oproepingen voor nadere tz. in e.a. zijn niet in persoon aan hem uitgereikt, vonnis Pr is uitgesproken op 26-8-2016 en namens verdachte is op 3-3-2023 h.b. ingesteld. Bij stukken bevindt zich akte van uitreiking van 31-10-2018 waarin parketnummer van strafzaak in e.a., persoonsgegevens van verdachte en tussenkomst van tolk in Poolse taal zijn vermeld maar waaraan geen stuk is gehecht. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:770 m.b.t. verstekmededeling a.b.i. art. 366 Sv en verstrekking van schriftelijke vertaling van die mededeling aan verdachte die Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst. Hof heeft vastgesteld dat vonnis Pr van 26-8-2016 op 31-10-2018 aan verdachte in persoon is betekend, in bijzijn van tolk in Poolse taal. O.g.v. deze overweging, waarin besloten ligt dat verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, heeft hof geoordeeld dat zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat verdachte toen bekend was met einduitspraak en dat h.b. daarom na verstrijken van beroepstermijn is ingesteld. Dit oordeel en daaraan voorafgaande vaststelling zijn niet z.m. begrijpelijk. In akte van uitreiking zijn immers slechts parketnummer van dat vonnis, persoonsgegevens van verdachte en enkele overige identificerende gegevens van verdachte (en dus niet alle in art. 366.3 Sv genoemde gegevens) vermeld. Uit die akte blijkt niet welk stuk aan verdachte is uitgereikt en dus ook niet of dat stuk “mededeling uitspraak” en/of schriftelijke vertaling daarvan a.b.i. art. 366.4 Sv betreft. Ook kan uit vermelding op akte van tussenkomst van tolk in Poolse taal met tolknummer, zonder dat is vermeld welke informatie door tolk is verstrekt, niet worden afgeleid of verdachte (mede gelet op eisen die voortvloeien uit art. 3.7 Richtlijn 2010/64/EU) door die tussenkomst op de hoogte is gekomen van wat voor hem van belang was met het oog op instellen van h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04730</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-04-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:168</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:97</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:97</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:97"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Algemene voorwaarden netbeheerder. Exoneratiebeding onredelijk bezwarend? Gebruiker geslaagd in weerleggen vermoeden art. 6:237, aanhef en onder f, BW? Eisen aan onderbouwing weerlegging door gebruiker.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-01-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1518</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1204</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1788"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv door voormalige advocaat tegen beslissing RC dat OM en politie mogen kennisnemen van fragmenten van geluidsbestanden met gesprekken tussen klager, toenmalige kantoorgenoot en kantoordirecteur, die door anonieme afzender per e-mail aan Rijksrecherche zijn verzonden, i.v.m. verdenking tegen klager t.z.v. (poging tot) oplichting van cliënt, dan wel (poging tot) omkoping van medewerker van Dienst Justitiële Inrichtingen. 1. Ontvankelijkheid beklag. Moest RC beslissing nemen overeenkomstig art. 98 Sv en staat tegen die beslissing beklag open? 2. Doorbreking verschoningsrecht o.g.v. zeer uitzonderlijke omstandigheden. Bescherming van belangen van andere cliënten van advocaat dan cliënten die betrokken zijn bij strafbaar feit. Heeft Rb nagelaten gemotiveerd te beslissen op wat is aangevoerd over vermelding in geluidsfragmenten van namen van andere cliënten? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2024:377 over procedure van art. 98 Sv en inschakelen van RC via art. 181 Sv. Uit vaststellingen van Rb volgt dat beklag betrekking heeft op 3 geluidsbestanden die anoniem aan Rijksrecherche zijn toegestuurd en ten aanzien waarvan redelijk vermoeden bestaat dat zij (deels) gegevens betreffen die onder verschoningsrecht vallen, dat (nu het gaat om gegevens) geen sprake is geweest van inbeslagneming van voorwerpen en dat ook niet sprake is geweest van doorzoeking van plaats met als doel vastlegging van gegevens die op deze plaats zijn opgeslagen of vastgelegd a.b.i. art. 125i Sv. Gelet op belangen die met verschoningsrecht zijn gemoeid, moet RC echter ook in zo’n geval beslissing nemen overeenkomstig art. 98 Sv. OvJ moet daartoe (zoals i.c. is gebeurd) vordering a.b.i. art. 181 Sv richten aan RC. Gegevens moeten in handen worden gesteld van RC, zodat deze kan beslissen of kennisneming is toegestaan. Tegen beslissing van RC dat kennisneming is toegestaan, staat voor verschoningsgerechtigde beklag open bij (raadkamer van) gerecht in feitelijke aanleg waarvoor zaak wordt vervolgd. Tegen beschikking van dit gerecht staat beroep in cassatie open. Beklag tegen beschikking van RC is daarom ontvankelijk. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2025:302 over doorbreking van verschoningsrecht en uit HR:1999:ZD7280 over betrachten van zorg om te voorkomen dat belangen van andere cliënten dan cliënten die betrokken zijn bij strafbaar feit onevenredig worden getroffen. Rb heeft overwogen dat zij in het midden laat of betreffende geluidsfragmenten onder verschoningsrecht van klager en kantoorgenoot vallen omdat, v.zv. sprake is van verschoningsgerechtigde informatie, zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen (verdenking tegen klager in hoedanigheid van (toenmalige) advocaat t.z.v. (poging tot) oplichting van cliënt, dan wel (poging tot) omkoping van medewerker van Dienst Justitiële Inrichtingen) waardoor belang van waarheidsvinding zwaarder moet wegen dan belang van verschoningsrecht. Gelet op wat is vooropgesteld en in het licht van wat is aangevoerd over vermelding in fragmenten van namen van verschillende (andere) cliënten en betrokkenen ‘die geen subject van onderzoek zijn’, is ongegrondverklaring van klaagschrift niet toereikend gemotiveerd. Rb heeft niet kenbaar in oordeel betrokken of belangen van bedoelde andere cliënten niet onevenredig worden getroffen door (ongeclausuleerd) ter beschikking stellen van fragmenten. Weliswaar houdt beschikking van RC in dat slechts (in beschikking genoemde) 3 geluidsbestanden aan OvJ beschikbaar worden gesteld wat betreft ‘passages die naar inschatting van RC kunnen dienen om waarheid aan het licht te brengen', terwijl ‘overige passages’ niet worden vrijgegeven. Uit beschikkingen van RC en Rb blijkt echter niet of en, zo ja, in hoeverre daarmee specifieke beperking is gesteld in relatie tot beschikbaar stellen van betreffende passages. Gelet daarop kan uit die beschikkingen niet z.m. volgen dat ook is voldaan aan wat is vooropgesteld over bescherming van belangen van andere cliënten. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00719 Bv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2025-12-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1098</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1897"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vermogensrecht. Goederenrecht. Pandrecht. Art. 3:83 lid 1 BW. Zijn vorderingen op overheid uit hoofde van coronasteunmaatregelen (NOW en TVL) overdraagbaar en daarmee verpandbaar?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03615</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-12-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1042</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:66</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:66</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:66"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen zware mishandeling met voorbedachte raad door aangever met auto naar afgelegen plek in bos te brengen en hem daar meermalen tegen zijn hoofd en lichaam te schoppen, trappen en slaan, waardoor aangever meerdere fracturen (in zijn gezicht en kuitbeen) en ontwrichting ter hoogte van zijn sleutelbeen oploopt, art. 302.1 jo. 303.1 Sr. Bewijsklacht zwaar lichamelijk letsel. Kunnen breuken van kaakholte, oogkasbodem, neusbijholte, jukbeen en kuitbeen (naast ontwrichting ter hoogte van sleutelbeen) worden aangemerkt als “zwaar lichamelijk letsel” a.b.i. art. 302.1 jo. 303.1 Sr? HR wijdt beschouwingen aan begrip zwaar lichamelijk letsel, waarbij HR nader ingaat op algemene gezichtspunten voor beantwoording van vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, te weten aard van letsel, eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en uitzicht op (volledig) herstel. Als het toebrengen of veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel wordt tlgd., kan het voor beoordeling door rechter van belang zijn dat zich bij processtukken gegevens bevinden die concreet informatie geven over (elk van) de hiervoor genoemde gezichtspunten. OM is ervoor verantwoordelijk dat hiervoor benodigde (medische) stukken, voordat zaak ttz. wordt behandeld, bij processtukken worden gevoegd (vgl. art. 149a.1 Sv). In voorkomende gevallen kan rechter (desnoods door aanhouding van behandeling van zaak) bewerkstelligen dat stukken met nadere informatie over letsel alsnog bij processtukken worden gevoegd. Hof heeft vastgesteld dat slachtoffer a.g.v. bewezenverklaarde geweldshandelingen van verdachte en zijn mededaders (naast ontwrichting ter hoogte van sleutelbeen) breuken in meerdere lichaamsdelen, te weten breuken op 2 plaatsen van kaakholte, oogkasbodem, neusbijholte, jukbeen en kuitbeen heeft opgelopen. Verder heeft hof vastgesteld dat slachtoffer op spoedeisende hulp van ziekenhuis is behandeld door chirurg. Op grond hiervan heeft hof kennelijk geoordeeld dat in dit specifieke geval de aard, samenstel en veelheid van de aan slachtoffer toegebrachte letsels zo ernstig zijn dat deze (ook zonder nadere/specifieke vaststellingen over noodzaak en aard van medisch ingrijpen en uitzicht op (volledig) herstel) als zwaar lichamelijk letsel a.b.i. art. 302.1 jo. 303.1 Sr moeten worden aangeduid. Dat oordeel getuigt in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03488</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-01-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2903</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1197</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1386"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Geldigheid studiekostenbeding in verband met beroepsopleiding advocatuur, art. 7:611a lid 4 BW. Verplichting werkgever tot verstrekken scholing, art. 7:611a lid 1 BW. Verhouding art. 7:611a lid 1 BW en art. 7:611a lid 2 BW, verplichting opleiding kosteloos te verstrekken, art. 13 Richtlijn transparante arbeidsvoorwaarden (EU 2019/1152). Toepassing bij permanente opleiding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03920</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-09-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1877</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:355</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23383"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, artikel 59, lichter middel, voortvarend handelen, ambtshalve toets, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45262</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8787</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8787</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8787"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">boete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/207</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28471"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing. Verzoek van de minderjarige om de uithuisplaatsing te beëindigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708101 / JE RK 26-1135</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. W.G. de Boer</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28475"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710182 / JE RK 26-1373</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23377"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, artikel 59a Vw, gronden van de maatregel, lichter middel, ambtshalve toets, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44917</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9756"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Over een verlenging van de ondertoezichtstelling, een wijziging van de zorgregeling en het vervallen verklaren van een schriftelijke aanwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793025 / JE RK 26-744 en C/13/793019 / JE RK 26-741 en C/13/793022 / JE RK 26-742 en C/13/792142 JE RK 26-680</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6330"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">LEMG - betrouwbaarheid PV - geen tegenbewijs geleverd - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7215</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Keurentjes</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23375"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, artikel 59 Vw 2000, grondslag van de maatregel, algehele motivering van de maatregel, ambtshalve toets, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44911</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2462"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8b Wet Vpb. Transfer pricing. Kredietfaciliteiten met ‘headroom’. Variabele rente over verstrekte bedragen en ‘commitment fees’ over totaalbedragen faciliteiten. Bij de toetsing van de vergoedingen aan het ‘at arm’s length-beginsel’ mag de totale-kostenbenadering worden gehanteerd, waarbij het Hof uitgaat van een ex-ante-invulling van de totale-kostenbenadering aan de hand van forward rates. Het Hof heeft in de tussenuitspraak het onderzoek heropend en de Inspecteur in de gelegenheid gesteld het door hem aangeboden bewijs in te brengen waaruit volgt wat at arm’s length (totale) vergoedingen ter zake van faciliteiten 1, 3, 3a, 5 en 7bn zouden bedragen in de onderhavige jaren indien de credit ratings van belanghebbende (voor faciliteit 3a: na correctie) worden gevolgd. Na heropening geeft het Hof een toetsingskader voor de selectie, correctie en eliminatie van door partijen na de tussenuitspraak aangedragen (nieuwe) comparables. Wat betreft faciliteiten 1, 3a, 5 en 7bn slaagt de Inspecteur voor een belangrijk deel in de op hem rustende bewijslast. Hoewel voor deze faciliteiten de zakelijke opslagen op een hoger percentage uitkomen dan waarvan de Inspecteur uitgaat, liggen deze telkens (ruimschoots) lager dan de door het Hof in het kader van de ex-ante-invulling van de totale-kostenbenadering herrekende kostenopslagen. In zoverre heeft de Inspecteur aan zijn bewijslast voldaan de omvang van de door hem bepleite correcties aannemelijk te maken. Het Hof acht aannemelijk dat voor ieder van de onderhavige jaren de volgens de aangiften verschuldigde belasting als gevolg van de geaccepteerde correcties verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting en dat deze verschillen ook op zichzelf bezien voor ieder jaar zeer aanzienlijk zijn. Tevens is voldaan aan het bewustheidsvereiste. De verrekenprijsdocumentatie (benchmarkanalyse) van belanghebbende vertoonde belangrijke gebreken, die maken dat zij onvoldoende grond bood om ervan uit te gaan dat de rekening gebrachte kosten zakelijk waren. Daar komt nog bij dat niet aannemelijk is dat kredietwaardigheidsanalyses beschikbaar waren op de momenten dat zij aangiften deed. Belanghebbende heeft gelet op het voorgaande op zijn minst lichtvaardig aangifte aangedaan en had zich van de onzakelijkheid van de door haar gehanteerde verrekenprijzen bewust moeten zijn. Het Hof merkt de primaire en subsidiaire standpunten van de Inspecteur niet aan als een redelijke schatting, omdat zij aansluiten bij de credit rating van de tophoudster, terwijl hij ook beschikte over de credit ratings van de schuldenaar. De thans (na de tussenuitspraak) voorgestelde correcties voldoen wel aan de eisen van een redelijke schatting. Belanghebbende slaagt gedeeltelijk in de op haar rustende verzwaarde bewijslast, in de zin dat de correcties voor faciliteit 3 komen te vervallen en die voor faciliteit 7bn verder worden beperkt. De Inspecteur beschikt over een navordering rechtvaardigend nieuw feit. De correcties die volgens het oordeel van het Hof standhouden berusten telkens op comparables die de Inspecteur pas in hoger beroep bekend zijn geworden en hij kon daar redelijkerwijs niet eerder mee bekend zijn. Verder oordeelt het Hof dat geen sprake is van een situatie waarin de Inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan door primitieve aanslagen op te leggen zonder de uitkomsten af te wachten van een onderzoek naar de aanvaardbaarheid van de aangifte. Belanghebbende heeft na de tussenuitspraak wel terecht betoogd dat aan haar te veel belastingrente in rekening is gebracht. De rentebeschikkingen dienen te worden verminderd voor zover vanaf 1 april 2014 een belastingrentepercentage van 8 (of hoger) is toegepast. De over deze periode verschuldigde belastingrente moet worden berekend naar een tarief van 4%, het in de vorenbedoelde periode voor andere belastingplichtigen dan vennootschapsbelastingplichtigen geldende belastingrentepercentage zoals neergelegd in artikel 30hb, lid 1, AWR. Om die reden is het hoger beroep van belanghebbende gegrond. Gelet op al het voorgaande is voorts het door de Inspecteur ingestelde hoger beroep gegrond, en het voorwaardelijke incidentele hoger beroep van belanghebbende ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/836, BK-23/837, BK-23/838, BK-23/839, BK-23/840, BK-23/845, BK-23/846, BK-23/847, BK-23/848 en BK-23/849</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:3019</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:12061</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8512"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2018. Inkomsten uit Amerikaanse LLC's. Vanwege nader standpunt verweerder in beroep verschillen partijen niet langer van mening over hoogte aanslag. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 1944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker, M.E. Kiers, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:482</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:482</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:482"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep mestboete. Overtreder. Overtreding begaan door natuurlijk persoon die het bedrijf exploiteerde in de vorm van een eenmanszaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. drs. M.P. Glerum, mr. dr. J.J. van der Helm</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Meststoffenwet</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:477"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Volgens de staatssecretaris stond de educatieve boodschap niet centraal tijdens een concert in het Dolfinarium en heeft het Dolfinarium daarmee de dierentuinvergunning overtreden. De staatssecretaris heef een last onder dwangsom opgelegd. Het College is van oordeel dat aan het dwangsombesluit geen deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag ligt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder c, van de dierentuinvergunning heeft overtreden. Schending zorgvuldigheidsbeginsel, vernietiging bestreden besluit, herroeping dwangsombesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. J.L.W. Aerts, mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:476"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De staatssecretaris heeft een last onder dwangsom opgelegd omdat het Dolfinarium de dierentuinvergunning zou overtreden, door dieren bij dierpresentaties op commando onnatuurlijke of antropomorfe gedragingen te laten uitvoeren. Het College is van oordeel dat aan het dwangsombesluit geen deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag ligt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder e, van de dierentuinvergunning heeft overtreden. Schending zorgvuldigheidsbeginsel, vernietiging bestreden besluit, herroeping dwangsombesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. J.L.W. Aerts, mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:475"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij een programma waarbij bezoekers bij dolfijnen in het water staan, kregen dolfijnen het commando om naar bezoekers toe te komen, zodat de bezoekers de dolfijnen konden aanraken. Dat staat de dierentuinvergunning niet toe. De staatssecretaris was daarom bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen aan het Dolfinarium.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. J.L.W. Aerts, mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6598</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6598</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6598"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Achterstallige loonaanspraken na einde arbeidsovereenkomst worden toegewezen met wettelijke verhoging. Fout in verzoekschrift wordt door de kantonrechter aangepast, omdat werkneemster in redelijkheid kon twijfelen over wie haar werkgever was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12291824 \ UE VERZ 26-287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5719</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5719</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5719"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet rechtsgeldig gegeven, geen vergoedingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12280413 \ EJ VERZ 26-115</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Horsthuis</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5814"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 1 oktober 2022 heeft de burgemeester van Haarlem aan [wederpartijen] lasten onder dwangsom opgelegd inhoudende dat zij demonstraties op niet-openbare plaatsen direct moeten beëindigen als de burgemeester daartoe opdracht geeft. Op 1 oktober 2022 hebben [wederpartijen] deelgenomen aan een demonstratie van Extinction Rebellion in de Albert Heijn aan het Soendaplein in Haarlem. Zij hebben geen gehoor gegeven aan het verzoek van de manager van de winkel om de winkel te verlaten. De burgemeester heeft daarom op 1 oktober 2022 aan [wederpartijen] een last onder dwangsom opgelegd op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht. De last houdt kort gezegd in dat [wederpartijen] een demonstratie op een niet-openbare plaats direct moeten beëindigen als de burgemeester daartoe de opdracht geeft op grond van artikel 8 van de Wet openbare manifestaties. [wederpartijen] verbeuren € 1.000,00 per keer dat zij geen gehoor geven aan de opdracht van de burgemeester, tot een maximum van € 5.000,00. In de besluiten op bezwaar heeft de burgemeester, in afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie, zich op het standpunt gesteld dat de last voldoende concreet en duidelijk is. Daarnaast is volgens de burgemeester geen begunstigingstermijn nodig, omdat de begunstigingstermijn afhankelijk zal zijn van de opdracht van de burgemeester.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405895/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10117</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10117</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10117"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Civiel recht. Proceskostenveroordeling na intrekking kort geding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/354704 / KG ZA 26-307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:13227</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13227</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:13227"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm. Klacht over historische nieuwprijs slaagt en kostenvergoeding voor het bezwaar te laag vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 8494</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13281</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13281</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13281"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingswet. Verzoeken om voorlopige voorziening hangende de beroepen tegen de oplegging van lasten onder dwangsom aan eisers in verband met de bewoning door arbeidsmigranten in een conferentiehotel. Van rechtswege ook beroep ontstaan tegen de wijzigingsbesluiten en invorderingsbesluiten. Kortsluiting. Beroepen zijn gegrond. Dwangsommen zijn te hoog. Besluiten zijn vernietigd. Zelf voorzien door de dwangsommen te halveren. Om deze geen reden om een voorziening te treffen. Wel toekenning proceskosten en griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/6277 en ROT 25/5518 en ROT 26/6281 en ROT 25/5519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Vrolijk</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9792"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Heeft de verwarmingsinstallatie voldoende vermogen om het gehuurde te verwarmen? Kantonrechter is voornemens een deskundige aan te stellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12102997 CV EXPL 26-1937</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13032"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging MUHP bij vader met gezag voor de duur van de ots. Overweging ten aanzien van niet noodzakelijke beperking contact met moeder en financiering van de jeugdhulp.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/713795 / JE RK 26-142</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. van den Wildenberg</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:866"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Art. 2, art. 6, art. 7 en art. 8 Bekendmakingswet; Besluit elektronische publicaties; Regeling elektronische publicaties. Is de bijlage (met onder meer aanwijzingen parkeergebieden en parkeerduur) bij de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt? Wat is het elektronisch uitgegeven Gemeenteblad: (i) de webpagina waarop het Gemeenteblad is gepubliceerd, of (ii) de pdf-uitgave van het Gemeenteblad op die webpagina?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04850</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04851</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04853</description><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5874"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Inkomen uit sparen en beleggen. Rechtsherstel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/893</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9765</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9765</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9765"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verzoek onderbewindstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2621456:IVB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9793"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het huurprijswijzigingsbeding geeft verschillende alternatieven voor hoe de huur kan worden verhoogd. Verhuurder stelt dat de huur is verhoogd met het wettelijk toegestane percentage voor woonruimte met een niet-geliberaliseerde huurprijs. Kantonrechter is niet overtuigd dat de huurprijs daadwerkelijk met alleen dit percentage is verhoogd. Verhuurder wordt in de gelegenheid gesteld haar vordering nader te onderbouwen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12064128 CV EXPL 26-848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12647</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12647</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12647"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In een verzetzaak vordert oppossant de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis te schorsen in afwachting van de uitkomst van de verzetzaak. Deze vordering wordt toegewezen. De vordering om aan geopposeerde om gelegde beslagen ook op te heffen wordt afgewezen, bij gebrek aan belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/379578</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9701"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot faillietverklaring. Niet summierlijk gebleken van vorderingsrecht aanvrager. Tussen partijen is een hoger beroepsprocedure aanhangig. De rechtbank kan na summier onderzoek in de faillissementsprocedure niet vaststellen of aanvrager een vordering heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793190 / FT RK 26/397</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23380</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23380</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23380"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, artikel 59b, geen gebrek in voortraject, ambtshalve toets, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44745</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13038"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging MUHP pleeggezin voor de duur van de ots en niet-ontvankelijk verklaring verzoek vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing i.v.m. overschrijding wettelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723263 / JE RK 26-1396</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. van den Wildenberg</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4315</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4315</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4315"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Intieme terreur onverenigbaar met handhaven gezamenlijk gezag? De rechtbank betrekt bij de beoordeling van het gezamenlijk gezag de verklaringen van de moeder en een voormalige partner van de vader over liegen, kleineren, het verdraaien van gebeurtenissen en intimiderend gedrag. Als het beschreven patroon zich heeft voorgedaan, wijzen deze verklaringen niet slechts op moeizame communicatie tussen de ouders, maar mogelijk op intieme terreur. Dat kan eraan in de weg staan dat de moeder vrij en gelijkwaardig met de vader over het kind overlegt. De rechtbank betrekt dit aspect van intieme terreur in de beoordeling van alle feiten en omstandigheden van het geval en beslist dat de moeder voortaan alleen het gezag over het kind uitoefent.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/259081</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4273"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van betrokkenheid bij moord en doodslag. Er kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij het om het leven brengen van het slachtoffer. Voor wat betreft het medeplegen geldt dat niet is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de schutter. Ook medeplichtigheid kan niet worden bewezen, nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen aan een ander heeft verschaft. Verdachte wordt eveneens vrijgesproken van uitlokking. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte een ander heeft willen aanzetten tot het begaan van een misdrijf, dan wel dat verdachte enig opzet op de dood van het slachtoffer heeft gehad. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.171133.23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.S. Sikkema, mr. H.P. Eckert, mr. E.S. Van den Berg</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:276</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:276</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:276"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Aruba. Omvang van de nalatenschap. Deelvonnis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA2024H00194</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin, C.G. ter Veer</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:OGEAA:2023:191</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2023:191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2023:191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2023:191"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Civiel. Nalatenschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202203288</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A.M. Tijhuis</contributor><issued>2023-09-12</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2026:276</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:822"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Einde arbeidsovereenkomst met VSO, verzoek van werkneemster tot nakoming van de gemaakte afspraken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11957309 \ LE VERZ 25-74</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-03-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9171"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 3 juni 2026 geconstateerd dat de besluitvorming van de dienst om ouders voor hun werkelijke schade te compenseren volledig is vastgelopen en dat de alternatieve hersteltrajecten, die bedoeld zijn als versnelling, op gespannen voet staan met het doel en de strekking van de Wet hersteloperatie toeslagen. De rechtbank onderschrijft dit in de kern, maar vindt niet dat er sprake is van een noodsituatie waardoor in het geheel geen beslistermijn kan worden vastgesteld. Uit de toelichting van de dienst blijkt dat er met name sprake is van een capaciteitsprobleem. Dit kan, wat daar ook van zij, niet voor rekening van de ouders komen. De rechtbank is van oordeel dat de dwangsommen nodig zijn om de wettelijk voorgeschreven rechtsbescherming af te dwingen. De rechtbank sluit aan bij de rechtbanken Midden-Nederland en Gelderland en bepaalt dat in beroepen waar niet tijdig is beslist op aanvragen om de werkelijke schade vast te stellen een nadere termijn geldt van 66 weken na afloop van de beslistermijn. Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom sluit de rechtbank aan bij door de rechtspraak ontwikkelde (basis-)richtlijn van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank bepaalt dat deze dwangsom ook wordt opgelegd bij opvolgende beroepen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26 / 604 ea</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.H. Waller, H.J. Tijselink, K.S. Man</contributor><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1415</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1415</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1415"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen. Formeel recht. Artt. 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; art. 6 EVRM. Vergoeding van immateriële schade als gevolg van overschrijding van de redeljke termijn; in aanmerking te nemen termijn en bedrag. Unierechtelijk verdedigingsbeginsel; geen verplichting tot mondeling horen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02827</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1554</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28430"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling huwelijkse goederengemeenschap. Uitleg convenant. De vorderingen die zien op de partneralimentatie worden gesplitst en behandeld volgens de regels die gelden voor een verzoekschriftprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695857</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Kuipers</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6790"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Goederen bestemd voor [eiseres] zijn zoekgeraakt. [gedaagde sub 1] c.s. hebben deze zonder titel gehouden en verhandeld, wat verduistering/onrechtmatige daad oplevert. Zij zijn hoofdelijk aansprakelijk voor schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/604931 / HA ZA 26-13</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P. van Tricht</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23373"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgkennisgeving vreemdelingenbewaring; geen gronden aangevoerd; ambtshalve toets leidt niet tot zitting; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44687</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13068"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstekvonnis in huurzaak. Ontbinding huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming woning en betaling achterstallige en lopende huur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12253213 CV EXPL 26-13837</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6018"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over toetsingskader nieuwe jurisprudentie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/354 en 25/355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:9107</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9007"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Foutenleer kan niet worden toegepast ten aanzien van correcties wat betreft de volgens belanghebbende vermeende te hoge in rekening gebrachte en bijgeschreven rente op de aandeelhouderslening. Vertrouwensbeginsel niet geschonden. Aandeelhoudersvordering en pensioenvoorziening terecht op de balans.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 25 _ 2868</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, C. Huisman, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28530</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28530</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28530"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek onderbewindstelling en instelling mentorschap van een betrokkene met Nederlandse nationaliteit die momenteel nog in Sri Lanka verblijft maar waarvan verhuizing naar Nederland geanticipeerd wordt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615545:IVBM</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Nederhoed</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23374</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23374</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23374"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie, artikel 6, derde lid, Vw 2000, screeningsverordening, onderduikrisico, loungemaatregel, ambtshalve toets, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44343</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22828</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22828</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22828"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie; artikel 6 lid 3 Vw 2000; lichter middel; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44214</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4145"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijk weigering van het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel (het college) om informatie openbaar te maken naar aanleiding van het verzoek van eiser op grond van de Wet open overheid (de Woo). Eiser is het daar niet mee eens. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen de gedeeltelijke weigering op zitting behandeld en het onderzoek gesloten. Zij heeft vervolgens het onderzoek heropend om nadere vragen te stellen aan het college. (In deze uitspraak is weergegeven hoe dat onderzoek is verlopen.) De rechtbank heeft daaraan de volgende conclusies verbonden. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de zoekslag in eerste instantie te beperkt heeft uitgevoerd. Daarom heeft zij het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verder heeft de rechtbank het college opgedragen nog een paar documenten openbaar te maken. Voor het overige heeft de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. Verder zal eiser zijn griffiegeld terugkrijgen en is hem een vergoeding toegekend omdat hij te lang heeft moeten wachten op deze uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/3463</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12987"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening tussen twee ex-echtelieden over de nakoming van in een beschikking vastgelegde afspraken m.b.t. o.a. de verdeling van de voormalige echtelijke woning. De vrouw wordt veroordeeld mee te werken aan de taxatie van de woning per een datum waardoor zij geen nadeel ondervindt van de in beginsel door de man veroorzaakte vertraging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/379364</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:5291</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:5291</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:5291"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak staat een Interest on Net Equity (IoNE) uitkering door een Braziliaanse vennootschap aan een Nederlandse vennootschap (eiseres) centraal. Een IoNE uitkering is een specifieke uitkering waartoe de aandeelhouders kunnen besluiten, berekend als percentage van het eigen vermogen van een Braziliaanse vennootschap. In geschil is of over deze uitkering 25% bronbelasting of 20% bronbelasting als tax sparing credit kan worden verrekend met de door eiseres verschuldigde Vpb over 2018. Eiseres bepleit dat de IoNE dient te worden gekwalificeerd als dividend voor de toepassing van het verdrag, zodat 25% tax sparing credit in aanmerking dient te worden genomen. Verweerder betoogt dat de IoNE uitkering kwalificeert als rente voor de toepassing van het verdrag, zodat terecht 20% bronbelasting is verrekend. De rechtbank stelt vast dat op het moment van het sluiten van het verdrag in 1990 de IoNE nog niet bestond en er ook geen definitie van de IoNE in het belastingverdrag tussen Nederland en Brazilië (het verdrag) is opgenomen. Naar Nederlands fiscaal recht kwalificeert de IoNE uitkering als inkomsten uit aandelen. Dit betekent dat, nu de IoNE niet gedefinieerd is in het verdrag, Nederland met toepassing van artikel 3, tweede lid, van het verdrag, de betaling ook onder het verdrag dient te kwalificeren als dividend, en eiseres op die grond in aanmerking komt voor een tax sparing credit van 25%. Hierbij oordeelt de rechtbank dat de gezamenlijke uitleg van de kwalificatie van IoNE die Nederland en Brazilië in 2022 zijn overeengekomen, namelijk dat de IoNE uitsluitend onder het interestartikel van het verdrag valt, niet tot een andere uitkomst leidt. Deze overeenstemming is immers pas ná de sluiting van een belastingverdrag en na het onderhavige belastingjaar gepubliceerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/677</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades, J. Snitker, G.H. de Soeten</contributor><issued>2025-05-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13012"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verlening eerste ots, afwijzing muhp</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725218 / JE RK 26-1654</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.L. Pöll</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22683</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22683</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22683"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring; 59a Vw 2000; voortvarendheid; ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44195</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13353"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 12212384 VZ VERZ 26-2216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28521"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Toelating tot de Wsnp. Toewijzing verzoek eerdere ingangsdatum, waarbij de afdracht onder beslag geldt als eerste aflossing tijdens het minnelijk traject. In de periode voorafgaand aan het beslag beschikte verzoeker over afloscapaciteit, maar heeft hij niets afgelost. In die periode is geen sprake van een eerste aflossing of van maximaal aflossen tijdens het minnelijk traject. Die periode is niet betrokken bij het bepalen van de eerdere ingangsdatum.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616545:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Nederhoed</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9726"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser stelt non-conformiteit woning, gebouwd in 1925, door onjuist uitgevoerde herstel van brandschade in 2010. Ouderdomslausule in koopovereenkomst wordt uitgelegd dat dit niet betreft de herstelwerkzaamheden van de brandschade. Benoeming deskundige voor advies of de gestelde onjuist uitgevoerde herstelwerkzaamheden leiden tot non-conformiteit van de woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/777481 HA ZA 25-1627</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22819"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; 59 lid 1 sub a Vw 2000; strafrechtelijke aanhouding; grondslag van de maatregel; gronden van de maatregel; lichter middel; zicht op uitzetting; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5713</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5713</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5713"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Uitzendovereenkomst of payrollovereenkomst?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12025073 \ CV EXPL 25-372</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.S. Kuipers</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9679</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9679</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9679"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Rechtsgeldige opzegging van arbeidsovereenkomst door werknemer? Vordering tot wedertewerkstelling toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12285244 \ KK EXPL 26-403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6429"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">geen rechtsgeldige opzegging arbeidsovereenkomst, opzegging wordt vernietgd en werkgever moet werknemer weer toelaten tot de werkzaamheden met doorbetaling van het loon</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12291110 \ ME VERZ 26-86</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2742"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WWZ. Melding Wet bescherming Klokkenluiders. Geen benadeling in de zin van art. 17e Wbk. Geen promotie onthouden en geen berisping opgelegd. Ook geen sprake van uitsluiting of isolatie. Geen ernstig verwijtbaar handelen werkgever</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.014/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10118</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10118</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10118"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2026 is verlengd. Loonvordering in kort geding toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12320712 \ CV EXPL 26-3920</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9854"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever zegt arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW op, nadat werknemer heeft opgezegd. Vernietiging ontslag. Doorbetaling salaris.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12169317 \ AZ VERZ 26-53</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:5961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:5961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:5961"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De werkneemster vordert om de werkgever te veroordelen haar functie met terugwerkende kracht in te delen in schaal 15. De kantonrechter wijst die vordering af omdat de werkgever in redelijkheid heeft kunnen besluiten om de functie in schaal 14 in te delen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12061518 \ CV EXPL 26-323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8901"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank ontvangt een verzoek/brief met het verzoek om de arbeidsovereenkomst van twee zieke medewerkers te ontbinden. Ondanks meerdere verzoeken vult verzoeker de verzoeken niet aan. Ook ontbreekt de personalia van verweerders. Werkgever wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek(en).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12230969 \ AZ VERZ 26-37 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12033"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak verzoekt UWV ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer met een langdurig dienstverband (35 jaar). De kantonrechter wijst het verzoek toe wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding (de ‘g-grond’), die zowel horizontaal als verticaal is. De directe collega’s van werknemer ervaren door het gedrag van werknemer een angstcultuur en een onveilige werkomgeving. Mediation is niet mogelijk gebleken. Werknemer ontvangt de transitievergoeding van € 62.537,19. De verzochte billijke vergoeding van € 682.859,07 wordt door de kantonrechter afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12228523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27841</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27841</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27841"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding; loonvordering; betwisting kwitantie; geen ruimte voor bewijsvoering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12294200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.M.G. van den Boorn</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27844</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27844</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27844"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding; loonvordering; betwisting kwitantie; geen ruimte voor bewijsvoering in kort geding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12294111</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.M.G. van den Boorn</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27839"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">kort geding; loonvordering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12294160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.M.G. van den Boorn</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27842"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">kort geding; loonvordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12294232</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.M.G. van den Boorn</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9816"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 58-jarige man heeft zich schuldig gemaakt aan de onder 1 primair ten laste gelegde zware mishandeling en de onder 2 ten laste gelegde mishandeling van zijn levensgezel. De rechtbank legt hem op een gevangenisstraf waarvan een deel voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en de 38v-maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-079024-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.C. Langendoen, mr. H.B.W. Beekman, mr. C.S. Groefsema</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28629"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. van der Ven</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9821</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9821</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9821"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor mishandeling. Verdachte niet strafbaar en ontslag van alle rechtsvervolging vanwege volledige ontoerekeningsvatbaarheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-092821-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.C. Langendoen, mr. H.B.W. Beekman, mr. C.S. Groefsema</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:5318</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5318</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:5318"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiseressen vorderen dat de nalatenschap van de vader van partijen wordt verdeeld. Op grond van een verblijvingsbeding in het samenlevingscontract van erflater, is het saldo op de gemeenschappelijke betaalrekening echter verbleven aan zijn partner (de moeder van gedaagde), zodat eiseressen daarop geen aanspraak kunnen maken. Het saldo op de spaarrekening valt wel in de nalatenschap van erflater en moet daarom worden verdeeld. Daarbij moeten giften van vóór 1 januari 2003 ingebracht worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/362288</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9826"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor diefstal in een hotel en een diefstal met braak in een garage. De 40-jarige man heeft zich ook begeven op Nederlands grondgebied terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling is verklaard. Tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-174903-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Smit, mr. H.B.W. Beekman, mr. C.S. Groefsema</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9803"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verzet ex artikel 29 lid 6 Rv ongegrond verklaard. Kort gezegd heeft opposant in dit geval geen recht op afschriften van dagvaardingen die aan vonnissen zijn gehecht of afschriften van dagvaardingen waarnaar wordt verwezen in het vonnis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/788116 / KG RK 26-779</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Verzet, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Beukenhorst</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22818</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22818</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22818"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie; artikel 6 lid 3 Vw 2000; voorwaarden voor oplegging maatregel; behandeling asielaanvraag in asielgrensprocedure; lichter middel; onveiligheid in detentiecentrum; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43644</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13341"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben informeel samengeleefd en zijn het niet eens over de financiele afwikkeling van hun samenleving. Over en weer hebben zij diverse vorderingen. Over een aantal vorderingen hebben zij ter zitting een schikking bereikt. Over de andere vorderingen beslist de rechtbank in dit vonnis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/707030/HA ZA 25-833</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28508"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eisers (consumenten) hebben een aanbetaling gedaan voor de verbouwing van hun woning, maar er zijn geen werkzaamheden uitgevoerd. Tussen partijen is in geschil wie de contractspartij is van eisers en wie aansprakelijk is/zijn voor de geleden schade: de eigenaar van de eenmanszaak of de man met wie alle contacten tussen eisers en de eenmanszaak zijn verlopen en die de aannemingsovereenkomst heeft ondertekend. Volgens de man heeft hij gehandeld namens de eenmanszaak, zodat de eigenaar aansprakelijk is. De rechtbank is van oordeel dat door de verklaringen en gedragingen van de man bij eisers het gerechtvaardigd vertrouwen is ontstaan dat de man contractspartij is bij de aannemingsovereenkomst. Aangezien niet is komen vast te staan dat de man beschikte over een door de eigenaar van de eenmanszaak verstrekte volmacht, slaagt zijn verweer niet. De man is aansprakelijk voor terugbetaling van de betaalde aanbetaling. De vorderingen van eisers worden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/698644</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H.J. Doornink</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:12644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:12644"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij de oplegging van een aanslag inkomstenbelasting is een aan de oud werkgever betaalde schadevergoeding in aanmerking genomen als negatief loon. Naar het oordeel van de rechtbank is het betaalde bedrag terecht niet gebruteerd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_5077</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J. Pelinck</contributor><issued>2024-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28631"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. van der Ven</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:3115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:3115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:3115"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet IB/PVV. Aftrek als negatief loon van gefixeerde schadevergoeding artikel 7:677 BW. Geen verrekening loonheffing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:12644</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28632"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5791</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. van der Ven</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9807"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koop woning met vochtproblemen in kelder. Uitleg garantiebepaling in de koopovereenkomst. Verkopers zijn garantieverplichting in de koopovereenkomst niet nagekomen en zijn daarom aansprakelijk voor de schade die kopers daardoor lijden. Rechtbank begroot schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/783939 HA ZA 26-180</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22816"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie; artikel 6 lid 3 Vw 2000; voorwaarden voor oplegging maatregel; behandeling asielaanvraag in asielgrensprocedure; lichter middel; onveiligheid in detentiecentrum; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43624</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6289"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Matiging contractuele boete wegens niet-nakoming koopovereenkomst t.z.v. woning. Standaardboetebeding uit Modelkoopakte. Weging van de omstandigheden van het geval. Gewijzigde verkeersopvatting t.a.v. de redelijkheid van de hoogte van (het percentage van 10% genoemd in) het standaardboetebeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.344.950/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28634"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5772</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. van der Ven</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28635</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28635</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28635"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. van der Ven</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9818</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9818</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9818"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Kort Geding. Vordering tot staken merkinbreuk (en plaatsen rectifcatie en verstrekken gegevens) afgewezen. Merk van eiseres heeft een gering onderscheidend vermogen en er is onvoldoende gevaar voor verwarring met het teken van gedaagde. Vordering op basis van handelsnaaminbreuk (via artikel 6:162 BW) eveneens afgewezen wegens een gebrek aan verwarringsgevaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/791217 / KG ZA 26-657 LV/EV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22670</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22670</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22670"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring 59a Vw 2000; grondslag ophouding (50 lid 3 Vw 2000); al dan niet rechtmatig verblijf i.v.m. MOB-melding; lichter middel; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3975"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis. Bewijsopdracht voor eiser dat gedaagde een namaakhorloge aan hem heeft gegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11990816 \ UC EXPL 25-9618 WMB/61313</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.S. Koppert</contributor><issued>2026-07-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:6783</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6783"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser is er niet in geslaagd om te bewijzen dat gedaagde een namaakhorloge aan hem heeft gegeven. Ook als dat wel was gelukt had de dwaling en/of non-conformiteit voor zijn rekening moeten blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11990816 \ UC EXPL 25-9618 WMB/61313</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.S. Koppert</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:3975</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:11911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:11911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:11911"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Nederlandse rechter onbevoegd o.g.v. HKBV 1996. Nederlandse rechter onbevoegd te beslissen op verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats van de minderjarige. De minderjarige is ernstig ziek en wordt in Nederland behandeld. Het feitelijk verblijf van de minderjarige in Nederland draagt (vooralsnog) een tijdelijk karakter. De minderjarige heeft van medio 2021 tot medio 2025 in Marokko verbleven. Minderjarige heeft ook de Marokkaanse nationaliteit. De minderjarige is bij een Marokkaanse onderwijsinstelling ingeschreven. De familie vaderskant van de minderjarige woont in Marokko. Onvoldoende gebleken dat de minderjarige zich langdurig in Nederland zal gaan vestigen Omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Marokko ligt, komt de internationale bevoegdheid om te beslissen over de ouderlijke verantwoordelijkheid op grond van artikel 5 lid 1 van het HKBV 1996 exclusief toe aan de Marokkaanse autoriteiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712998 / FA RK 26-171</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Lunenberg</contributor><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:4965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:4965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:4965"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt over de vraag of de inspecteur bij het opleggen van de aanslag inkomstenbelasting terecht de afkoopsom van een lijfrenteverzekering als belaste inkomsten in aanmerking genomen heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/5205</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2025-02-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:10150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:10150"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Hoofdverblijfplaats en inschrijving BRP. Onjuiste oproeping. Gelet op spoedeisendheid neemt rb. een beslissing over de voorlopige hoofdverblijfplaats en de inschrijving.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712998 / FA RK 26-171</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C. Woudstra, mr. K.C.J.M. Hageraats-Bouwens, mr. E.M. Moerman</contributor><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9819"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort Geding. Ontruiming krakers toegewezen. Na gewijzigde renovatieplannen heeft eiseres voldoende aannemelijk gemaakt dat de woning op korte termijn weer in de reguliere (sociale) verhuur wordt gebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/792139 / KG ZA 26-711 NB/EV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28633"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. van der Ven</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:10944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:10944"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Signalen grensoverschrijdend gedrag; vordering stopzetting persoonsgericht onderzoek afgewezen; belang werkgever bij voortzetting onderzoek groter dan belang wn bij stopzetting ervan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12177812 VV EXPL 26-199</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.J. Willemsen</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23386"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Werknemer van (fiscaal) dienstverlener heeft zonder toestemming of medeweten van werkgever haar vergunningen, systeemtoegang en btw-nummer gebruikt om 1.126 inklaringen in te voeren in het systeem van de Douane ten behoeve van een andere, mede door werknemer zelf opgerichte B.V. Werknemer heeft het nevenwerkzaamhedenbeding uit de arbeidsovereenkomst geschonden en is een contractuele boete verschuldigd. Daarnaast heeft hij onrechtmatig tegenover zijn werkgever gehandeld (artikel 6:162 BW). De door werknemer opgerichte Holding is hoofdelijk aansprakelijk (artikel 6:166 BW). Begroting van de schade verwezen naar de schadestaatprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11969895 RL EXPL 25-21635</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.D. Bom</contributor><issued>2026-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2698</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2698</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2698"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontbinding, g- grond, - grond, niet goed tijdschrijven op advocaten- en notariskantoor</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.415/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:12984</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10877"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De vorderingen van de werknemer vallen onder de overeengekomen finale kwijting (aanbod en aanvaarding). De werknemer kan zich niet met succes op ontbinding van de vaststellingsovereenkomst beroepen, omdat geen sprake is van een beëindigingsovereenkomst. De werkgever had al aan de werknemer meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst na afloop van de bepaalde tijd zou eindigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12089685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6033"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag statutair bestuurder. De h-grond levert een redelijke grond op voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld, maar de opzegging is hier niet het gevolg van. Daarom geen recht op een billijke vergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/614332 / HA RK 26-132</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.H. Charbon</contributor><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8968"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht, loonvordering. Uitleg artikel 44 van de CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf over contractswisseling en verplichte overname van personeel. Toepassing arrest Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:3634). Partij die het object heeft verworven moet in dit geval het loon van werkneemster doorbetalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12290557 \ KK EXPL 26-413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8449"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Betreft vordering tot terugbetaling opleidingskosten. Sprake van een arbeidsovereenkomst ten tijde van het sluiten van de opleidingsovereenkomst, zodat de opleidingsovereenkomst is uitgesloten van toetsing van toetsing aan het consumentenrecht. Geen sprake van een nietig beding in de zin van artikel 7:611a BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11098571 \ CV EXPL 24-4532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8588"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer is een van de negen werknemers die bij een concurrent van de ex-werkgever in dienst is getreden. Geen schending van het geheimhoudingsbeding en het wervingsverbod. Wel schending van het relatiebeding: € 25.000,00 boete. Tussen ex-werkgever en werknemer gesloten vaststellingsovereenkomst onder invloed van dwaling tot stand gekomen. Werknemer moet ex-werkgever beëindigingsvergoeding van € 500.000,00 terugbetalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12121509 CV EXPL 26-2979</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Schadevergoedingsuitspraak, Op tegenspraak</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8587"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Negen werknemers zeggen in een zeer kort tijdsbestek hun arbeidsovereenkomsten op en treden in dienst van een concurrent van hun ex-werkgever. Nieuwe werkgever handelt niet onrechtmatig jegens de ex-werkgever door het in dienst nemen van de werknemers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11787294 CV EXPL 25-9390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak, Op tegenspraak</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5314</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5314</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5314"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht, Wwz. Hof deelt oordeel kantonrechter dat werknemer met leer-arbeidsovereenkomst terecht op staande voet is ontslagen. Bewijswaardering. Werkgever is bij bewijs van de dringende reden niet beperkt tot bewijsmiddelen waarover hij bij het geven van ontslag beschikte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.232/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2332"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over toeslagbeding in oude pensioenregeling na wijziging van de bestaande middelloonregeling in een premieregeling; kwalificatie van mededeling pensioenverzekeraar dat toeslagregeling is geëindigd wegens ontbreken van middelen in het bij de verzekeraar aangehouden toeslagdepot als besluit van de ondernemer in de in van artikel 27 lid 1 WOR; voortdurende verplichting voor de ondernemer op grond van de toeslagregeling tot overleg met de OR over duurzaam en toekomstbestendig indexatiebeleid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.882</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22827"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek van Shell om de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden wegens bedrijfseconomische redenen wordt afgewezen omdat Shell de effecten van de herstructurering in het buitenland onvoldoende heeft toegelicht, en daarnaast ook onvoldoende toegelicht waarom het fictief virtueel maken van arbeidsplaatsen ten dienste staat van een doelmatige bedrijfsvoering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12193398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.D. Bom</contributor><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7936</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7936</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7936"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkingssfeer cao particuliere beveiliging, voor het begrip ‘werkgever’ als bedoeld in de cao PB is niet vereist dat de betreffende (rechts)persoon werknemers in dienst heeft, onvoldoende medewerking aan een onderzoek naar de naleving van de cao, toewijzing forfaitaire schadevergoeding (bevroren), geen criminal charge, algemeen verbindend verklaarde cao materieel recht, ver(nietig)ging niet mogelijk, geen aanleiding voor buiten toepassing verklaren</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11809246 \ CV EXPL 25-3683 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5325"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Arbeidsovereenkomst is op goede grond ontbonden maar werkgeefster treft daarvan wel een ernstig verwijt zodat zij aan werknemer een billijk vergoeding is verschuldigd. Arbeidsverhouding is verstoord geraakt doordat de zakelijke samenwerking tussen statutair bestuurster en titulair directeur door hun persoonlijke omgang in een impasse is geraakt. Doordat werkgeefster zonder nader onderzoek naar mogelijkheden van een herstel van de samenwerking onmiddellijk het eindigen van de samenwerking en een ontslag heeft aangezegd, heeft zij ernstig verwijtbaar gehandeld. Billijke vergoeding met name bedoeld als signaal dat zij in zaken als deze anders behoort te handelen; geen inkomens- of pensioenschade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.040/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:704</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26027"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Geldvordering. Bezoldiging topfunctionaris. Artikel 1.6 WNT. Onverschuldigde betaling. Niet kan worden uitgesloten dat het CIBG naar aanleiding van de zienswijze van de topfunctionaris tot een herziene conclusie komt. Belangenafweging. Afwijzing vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707845/ KG ZA 26-714</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.L.M. Luiten</contributor><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28639</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28639</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28639"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6055</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22672"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie, geschiktheid lounge (Screeningsverordening), lichter middel, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43310 en NL26.43339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9761</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9761</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9761"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">EAB België; overlevering toegestaan</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/182539-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.Th.H. Zimmerman, mr. O.P.M. Fruytier, mr. E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1233"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering van appellant omdat hij meer dan 65% kan verdienden van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellant voor de toepassing van artikel 19aa van de ZW is te beschouwen als een verzekerde zonder werkgever en dat dus terecht toepassing is gegeven aan de artikelen 19aa en 19ab van de ZW. Appellant heeft geen recht op 104 weken ziekengeld. De Raad overweegt verder dat het Uwv gelet op de datum van de ziekmelding van appellant op 5 januari 2024 terecht heeft vastgesteld dat 4 januari 2024 de datum in geding betreft wat betreft de EZWb. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Voldoende zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Het Uwv heeft voldoende gemotiveerd dat de geduide functies passend zijn voor appellant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2265 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28637</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28637</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28637"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5784</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5784</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5784"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een Hoog persoonlijk kilometerbudget (Hoog PKB). Eiser stelt dat Argonaut ten onrechte geen rekening houdt met zijn dementieklachten, waardoor hij niet zelfstandig met het openbaar vervoer kan reizen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1282</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5787</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5787</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5787"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvragen van eiseres op grond van de Participatiewet (PW). Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de bijstandbehoevendheid van eiseres niet vastgesteld kan worden omdat zij een huisbezoek heeft geweigerd waardoor haar woonsituatie onduidelijk is gebleven. Gronden voor een huisbezoek, geen zwaarwegende redenen die rechtvaardigen dat het huisbezoek wordt geweigerd. Ramadan onvoldoende reden. Gebruik van de tolkentelefoon. Jurisprudentie informed consent niet van toepassing. Geen reden voor toepassing kostendelersnorm, onduidelijk gebleven of zoon bij eiseres inwoonde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5786"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering van eiser over de maand januari 2025 en de daarmee samenhangende boete die aan eiser is opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1268</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5792"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo bezwaar. Mondelinge uitspraak. Weigering opleggen aanlijn- en muilkorfgebod hond en contact en gebiedsverbod eigenaar en derde op grond van de APV .Geen bestuurlijke rapportages van politie of andere betrokken instanties.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_26_2457</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P.W. Esmeijer</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6253</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6253</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6253"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstek. Vorderingen niet toewijsbaar. Hoedanigheid procespartij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.544</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verstek</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6251"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep, tussenarrest. Kredietovereenkomst voor aankoop auto. Consument of niet? Nadere informatie nodig voor ambtshalve toets. Begrip consument: art. 7:57 lid 1 sub a BW en Richtlijn 2008/48/EG, inzake kredietovereenkomsten voor consumenten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6178"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Payroll; einde opdracht; geen h-grond: bankzitten staat niet vast en scholingsverplichting werkgever; ook geen andere redelijke ontslaggrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.574</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6233"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Overeenstemming partijen naar aanleiding van verzoek moeder tot het verlenen van vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.974/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5847"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het medeplegen van brandstichting. De medeverdachte heeft de brandstichtingshandelingen uitgevoerd, maar de verdachte heeft het ontsteken van de brandbom in alle opzichten gefaciliteerd. Daarmee heeft hij een wezenlijk materiële bijdrage aan de brandstichting geleverd die van voldoende gewicht is om de kwalificatie medeplegen te rechtvaardigen. Vrijspraak voorbereidingshandelingen, omdat de verdachte die voorbereidingshandelingen niet in de gemeente Hengelo (O) heeft gepleegd zoals ten laste is gelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.105137.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Venekatte, M.S. de Waard, A.N. Neumann</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6228</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6228</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6228"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 1:251a BW. Verzoek vrouw eenhoofdig gezag toegewezen. Ouders hebben jarenlang strijd gevoerd. Inzet hulpverlening heeft niet tot verbetering geleid. Door gedrag en handelwijze van de man kan van de vrouw inmiddels niet meer worden verwacht dat zij samen met de man het gezamenlijk gezag over de kinderen uitoefent.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.466/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6241</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6241</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6241"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bekrachtiging verlenging ondertoezichtstelling. Zorgen vader over kindermishandeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.439/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6234</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6234</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6234"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeken beëindiging gezamenlijk gezag, ontzegging recht op omgang en informatieregeling (artikel 1:253n BW, artikel 1:377a BW en artikel 1:377b lid 1 BW). Hof vernietigt de bestreden beschikking en wijst de verzoeken toe. Mening 15-jarige minderjarige weegt mee. Van belang dat minderjarige rust en duidelijkheid krijgt, ook voor de nog in te zetten therapie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.605/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6235</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6235</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6235"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Hof houdt definitieve beslissing over gezagsbeëindiging aan en gelast NIFP-onderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.847/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6292"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verkoop van grond door gemeente. Volgens de koper is ten onrechte de grondprijs van bouwgrond gehanteerd. Beroep op onrechtmatige daad. Vordering koper wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.423/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6295"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident tot schorsing tenuitvoerlegging in hoger beroep. De rechtbank heeft de man veroordeeld om 3,22 bitcoins af te geven aan de vrouw. Na het vonnis zijn nieuwe feiten aan het licht gekomen. De vrouw is gearresteerd voor het beramen van een moordaanslag op de man. De vrouw zit in voorlopige hechtenis en de omgang met de dochter is door de rechter opgeschort. Het belang van de vrouw bij een vlotte uitvoering van het vonnis is hierdoor verminderd. Het belang van de man om de uitkomst van het hoger beroep af te wachten is juist toegenomen, onder meer omdat er twijfels zijn of de vrouw zou kunnen terugbetalen. Het hof heeft de verdere uitvoering van het vonnis daarom geschorst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.372.393/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:485"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is beoordelingsverslag van het Ctgb geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb en zijn het de beslissingen op de aanvragen om (verlengde) toelating door Ierland en Duitsland die de definitieve rechtspositie van verzoeker bepalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22671</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22671</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22671"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring 59-1-a; al dan niet rechtmatig verblijf; één grond bestreden; lichter middel i.v.m. meewerken aan vertrek; voortvarendheid; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43284</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28640"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6296</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6296</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6296"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incidentele vordering ex art. 351 Rv. Tenuitvoerlegging veroordeling man om mee te werken aan verkoop en levering gezamenlijke woning wordt geschorst, mede op grond van art. 3 IVRK, tot het hof in de hoofdzaak in kort geding zal hebben beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.374.078</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28641"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13292"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">KG. Vordering tot opheffing conservatoir beslag wordt toegewezen vanwege strijd met artikel 21 Rv en summierlijke ondeugdelijkheid van de vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725111 / KG ZA 26-890</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2020:1956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:1956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2020:1956"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Belaging van ex- vriend gedurende een periode van meer dan een jaar (art. 285b.1 Sr) en opzettelijk in strijd handelen met een in dat kader opgelegde gedragsaanwijzing (art. 184a Sr). 1. Vordering b.p., immateriële schade. Is sprake van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106b BW a.g.v. bewezenverklaard feit, nu sprake is van langdurige en intensieve belaging die heeft geleid tot ernstige aantasting van persoonlijke levenssfeer en persoonlijke vrijheid van b.p.? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2019:793 en ECLI:NL:HR:2019:376 m.b.t. gevallen waarin sprake kan zijn van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW. In ‘s hofs overwegingen ligt als zijn oordeel besloten dat aard en ernst van normschending en gevolgen daarvan voor b.p. meebrengen dat van de hier bedoelde aantasting in persoon ‘op andere wijze’ sprake is. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk, gelet op de door hof in aanmerking genomen omstandigheden, die o.m. inhouden dat sprake is van langdurige en intensieve belaging die heeft geleid tot ernstige aantasting van persoonlijke levenssfeer en persoonlijke vrijheid van b.p. waardoor deze imagoschade heeft ervaren, sociale contacten heeft moeten beëindigen en zijn vertrouwen in anderen is verloren. Ad 2. HR ambtshalve: HR zal ’s hofs uitspraak vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/02450</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2020-12-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2020:936</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28644"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6043</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28496"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar. Machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van vier maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709939 / JE RK 26-1343, C/09/710856 / JE RK 26-1449 &amp; C/09/711143 / JE RK 26-1482</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Visser</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28645"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28643"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6037</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1059"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Dumpen drugsafval. Bezit vuurwapen en munitie. 14 maanden gevangenisstraf met aftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-109309-23 en 15-032365-22 (TUL)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van de Wetering, A.B. Scheltema-Beduin, C.T. den Uil</contributor><issued>2025-02-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2026:238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2026:238"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verklaring omtrent het goed gedrag terecht afgewezen. De aard en ernst van de strafbare feiten wegen zwaar. De veroordelingen zijn nog recent.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202602915</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.J.A.M. van Brussel</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28648</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28648</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28648"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. D.A.J. Overdijk</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28647</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28647</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28647"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6021</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. D.A.J. Overdijk</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28650"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5998</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6347"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Kantonrechter wijst verzochte uitbetaling van een transitievergoeding en een tegoed aan verlofuren toe, onder afwijzing van het beroep door werkgeefster op verrekening met een schuld uit geldlening. De bewindvoerster van werkneemster komt in hoger beroep omdat zij een andere motivering van dezelfde beslissing wil. Daarbij heeft de bewindvoerster geen rechtens te respecteren belang zodat het hoger beroep wordt verworpen. Hoger beroep van ECLI:NL:RBMNE:2026:822.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.504/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:822</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12655</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12655</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12655"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Werkgever heeft bij niet voortzetten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een verboden onderscheid gemaakt. Aan werknemer wordt een billijke vergoeding toegekend. Verder heeft werknemer recht op transitievergoeding, aanzegvergoeding en achterstallig loon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11988261 VZ VERZ 25-7044</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27676</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27676</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27676"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheid werkgever op grond van artikel 7:658 lid 2 BW en artikel 7:611 BW – scooter ongeval – letselschade – voorschot schadevergoeding – immateriële schade/smartengeld op basis van de Rotterdamse Schaal</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12101667 \ RL EXPL 26-4230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. Jongsma</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27835"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">kort geding; loonvordering; bestaan van arbeidsverhouding?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12294002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.M.G. van den Boorn</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9192"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis. Werkneemster heeft tijdens haar werk een onverwachte klap tegen het hoofd gekregen van een psychiatrische bewoner binnen de zorginstelling van werkgever. Zorgplichtschending door werkgever en daardoor aansprakelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11335185/CV EXPL 24-4953 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9693"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">opzegging arbeidsovereenkomst, reintegratie traject niet naar behoren verlopen, geen handelingen van werkgever die herstel werknemer hebben belemmerd, geen ernstig verwijtbaar handelen werkgever en dus geen billijke vergoeding; opbouw vakantiedagen na loonbetalingsverplichting, artikel 7:634 lid 1 BW niet in strijd met Europese wetgeving</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4001/12094575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6731</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6731</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6731"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstek, arbeid, loon, kennisgevingsvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12376073 \ MV EXPL 26-130</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Verstek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Blanke</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6641"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen toegewezen. Herplaatsing. Wel transitievergoeding geen billijke vergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12232500 \ UE VERZ 26-213</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28652"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6044</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. D.A.J. Overdijk</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13288"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6:21 BW. Uitleg koopovereenkomst binnenschip. Partijen sloten een voorwaardelijke overeenkomst. Nu de voorwaarde niet is vervuld, is de koopovereenkomst niet defintief geworden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/715722/HA ZA 26-202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28651</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28651</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28651"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6048</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. D.A.J. Overdijk</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13071"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Nakoming mondelinge overeenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/371011</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:4133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:4133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:4133"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overweging over de politieverkenner. Veroordeling voor het meermalen verlengd invoeren van cocaïne, het voorbereiden van de invoer van cocaïne, witwassen en deelname aan een criminele organisatie tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-705054-18 hoofdzaak</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.M.J. Kok, A. Hello, E.G.F. Vliegenberg</contributor><issued>2023-06-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28654</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28654</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28654"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5918</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. D.A.J. Overdijk</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:970</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:970</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:970"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen van oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder, begaan door rechtspersoon. Volgens AG falen de bewijsklachten. Tweede middel over bewezenverklaarde medeplegen betreft volgens AG geen middel i.dz.v. de wet. Conclusie strekt tot verwerping (art. 81.1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02230</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1618</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1891"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van oplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000220-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1594</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:808"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen van oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder. Volgens AG falen de bewijsklachten. Conclusie strekt tot verwerping (art. 81.1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02228</description><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1594</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:943"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder, tezamen en in vereniging met anderen. Volgens AG falen de bewijsklachten van het middel, waaronder klacht over oordeel dat verdachte de “valse hoedanigheid” van betrouwbare en integere directeur/bestuurder heeft aangenomen. Conclusie strekt tot verwerping (art. 81.1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02204</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1593</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1862</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1862</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1862"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen oplichting door directeur woningbouwvereniging bij het acquireren en verwerven van vastgoedprojecten. Door het aannemen van een valse hoedanigheid, zijnde die van betrouwbaar bestuurder heeft verdachte een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen, waardoor de woningbouwvereniging waar hij directeur was, is bewogen tot de afgifte van genoemde geldbedragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000221-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:3407</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:107</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1593</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1593"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder, art. art. 326.1 Sr. Bewijsklachten t.a.v. bewegen tot, valse hoedanigheid en omkering van bewijslast. Heeft verdachte “valse hoedanigheid” van betrouwbare en integere bestuurder aangenomen? HR: art. 81.1 RO.  Samenhang met 24/02228, 24/02229 en 24/02230. Vervolg op HR:2022:107.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1862</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:943</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1594</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1594</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1594"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder, art. art. 326.1 Sr. Bewijsklachten oplichting, valse hoedanigheid en medeplegen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02204, 24/02229 en 24/02230. Vervolg op HR:2022:108.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02228</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1891</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:808</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:809"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen van oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder, begaan door rechtspersoon. Volgens AG falen de bewijsklachten. Tweede middel over bewezenverklaarde medeplegen betreft volgens AG geen middel i.dz.v. de wet. Conclusie strekt tot verwerping (art. 81.1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02229</description><issued>2026-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1617</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1946"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000218-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-12</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1617</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1617</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1617</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1617"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen oplichting van woningbouwvereniging begaan door rechtspersoon, art. 326.1 Sr. Bewijsklachten bewegen tot, valse hoedanigheid en medeplegen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02204, 24/02228 en 24/02230. Vervolg op HR:2022:109.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02229</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1946</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:809</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:761</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:761</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:761"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige (art. 247 (oud) Sr). M1: falende bewijsklachten. M2: falende klacht m.b.t. oordeel dat minderjarige slachtoffer (van i.c. vijf jaar) aan verdachtes “zorg en waakzaamheid” was toevertrouwd. M3: falende klacht m.b.t. toewijzing vordering op grond dat BP op andere wijze in de persoon is aangetast. M4: slagende klacht over inzendtermijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02602</description><issued>2026-09-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1611</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1611"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zedenzaak. Ontucht met 5-jarig buurmeisje door 62-jarige verdachte bij verdachte thuis, art. 247 (oud) Sr jo. 248.2 (oud) Sr. 1. Bewijsklachten niet redengevende feiten en omstandigheden in bewijsvoering en vaststelling in nadere bewijsoverwegingen. 2. Bewijsklacht “aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige”. 3. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade. Is sprake van aantasting in persoon “op andere wijze” a.b.i. art. 6:106.b BW? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:761</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3392"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank heeft de ontnemingsvordering gebaseerd op artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr), zoals dit luidt sinds de wetswijziging van 1 juli 2011, omdat betrokkene in de onderliggende strafzaak is veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne op 30 november 2011. Omdat de vermogensvergelijking, op grond waarvan het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel is geschat, betrekking heeft op de periode van 1 januari 2010 tot 1 juli 2011, is volgens de verdediging artikel 36e Sr (oud) van toepassing, zoals dat gold vóór 1 juli 2011. Het hof verwerpt gemotiveerd de stelling van de verdediging dat de toepasselijkheid van artikel 36e, derde lid (nieuw), Sr niet alleen afhangt van de pleegdatum van het gronddelict, maar ook van het tijdvak waarbinnen de vermogensvergelijking is uitgevoerd. Deze opvatting vindt naar het oordeel van het hof geen steun in het recht. Naar het oordeel van het hof betreft het al dan niet van toepassing zijn van het wettelijk bewijsvermoeden aangaande de herkomst van het vermogen, zoals neergelegd in artikel 36e, derde lid (nieuw), Sr onder a en b een uitvloeisel van de toepasselijkheid van artikel 36e, derde lid (nieuw), Sr en redigeert het bewijsvermoeden niet de toepassingsvoorwaarden van het artikel. Het gaat in de kern om een wijziging van het bewijsregime. Er wordt aldus geen afbreuk gedaan aan de beginselen die liggen besloten in artikel 1 Sr en artikel 7 EVRM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002057-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1613</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3502"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Cassatie ontnemingszaak. Bevestiging van het vonnis waarvan beroep, zulks onder aanvulling dan wel verbetering van de gronden waarop het berust, met uitzondering van de opgelegde betalingsverplichting. Deze wordt verminderd, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001988-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1612</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1612"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. bestaande uit voorwerpen die aan betrokkene zijn gaan toebehoren (helft van aankoopprijs van een aan VOF toebehorende personenauto) na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van vuurwapen, art. 36e.3 Sr. Toerekening w.v.v. van VOF aan vennoot. Kan voordeel van onderneming worden vereenzelvigd met voordeel van vennoot in die onderneming? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03921 P en 24/03922 P.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03822</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3502</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:777</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:777"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Kon het hof w.v.v. uit vennootschap onder firma toerekenen aan firmant? Conclusie strekt tot verwerping cassatieberoep. Samenhang met 24/03921 en 24/03922.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03822</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1612</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:778"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Kon het hof art. 36e lid 3 Sr toepassen zoals dat gold na 1 juli 2011? Conclusie strekt tot verwerping cassatieberoep. Samenhang met 24/03822 en 24/03922.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03921</description><issued>2026-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1613</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:4305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:4305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:4305"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overtreding van artikel 58b, Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002449-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-07-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1577</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1544</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1544</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1544"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beklag, beslag ex art. 94 Sv op telefoon onder klager t.z.v. verdenking van bezitten van kinderporno en afdreiging. Rb heeft beklag gegrond verklaard onder voorwaarde dat verboden materiaal van telefoon kan worden en wordt verwijderd. Kon Rb klaagschrift voorwaardelijk gegrond verklaren? Wet voorziet niet in mogelijkheid van voorwaardelijke beslissing over strafvorderlijk inbeslaggenomen voorwerpen. Als rechter van oordeel is dat belang van strafvordering zich (nog) verzet tegen teruggave van inbeslaggenomen voorwerp, dan moet hij klaagschrift waarin teruggave van dat voorwerp wordt verzocht ongegrond verklaren. Is daarvan geen sprake, dan moet in regel teruggave worden gelast (vgl. HR:2019:1692). Rb heeft dit miskend. Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op 25/00465 B (niet gepubliceerd; art. 80a RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:700</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1577"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zich voordoen als verkeersregelaar, art. 58b Besluit administratieve bepalingen inzake wegverkeer. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht pleegplaats. 2. Strafoplegging. Voldoet opgelegde geldboete van € 500 aan strafmaximum? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit bewijsmiddelen die hof in zijn arrest heeft opgenomen kan niet worden opgemaakt dat feit is gepleegd in A (op rijksweg). Het is de vraag of dat tot cassatie moet leiden. Een blik over papieren muur leert dat in p-v overtreding (dat hof als b.m. heeft gebruikt) als pleegplaats staat opgenomen: A (op rijksweg). Gelet hierop zal vernietiging van arrest en terugwijzing naar hof niet tot andere uitkomst leiden, zodat verdachte geen belang heeft bij cassatie, in aanmerking genomen dat uit verhandelde ttz. in hoger beroep niet blijkt dat bij verdachte enige onduidelijkheid heeft bestaan over plaats waar verweten gedraging zich heeft voorgedaan. Ad 2. HR ambtshalve: N.a.v. CAG merkt HR op dat o.g.v. art. 177.2.d WVW 1994 jo. art. 58b en 59 BABW voor het door hof bewezenverklaarde feit hechtenis van ten hoogste 2 maanden of geldboete van tweede categorie worden opgelegd. T.t.v. bewezenverklaarde was in art. 23.4 Sr bepaald bedrag van tweede categorie € 4.350. Door hof opgelegde geldboete van € 500, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, valt binnen dit strafmaximum. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. strafoplegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:4305</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:701</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:700</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:700</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:700"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Beklag ex art. 552a Sv tegen beslag ex art. 94 Sv op telefoon. Middel klaagt over oordeel rechtbank dat beklag gegrond wordt verklaard onder de voorwaarde dat het strafbare materiaal van de telefoon kan worden en wordt verwijderd. Middel slaagt. Opmerkingen over belang bij cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02004</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1544</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2022:304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2022:304"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-01-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 7547</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2022-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:3097</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5785</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5785</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5785"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de hoogte van het maandbedrag van eisers’ terug te betalen studieschuld. Eiser is het niet eens met de hoogte van het maandbedrag over de periode van oktober tot en met december 2026 zoals door de Minister vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17141"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 9250</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. Sahebali</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9399</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9399</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9399"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Belaging (artikel 285b Sr). Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar. Strafoplegging: een taakstraf van 200 uur, waarvan 140 uur voorwaardelijk, met oplegging van bijzondere voorwaarden. Tevens oplegging van een contact- en locatieverbod in de vorm van een 38v maatregel. De maatregelen worden dadelijk uitvoerbaar verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-305819-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9616</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9616</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9616"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring 4 feiten (mishandeling van 2 voormalige partners, belaging en vernieling). Veroordeling tot een taakstraf van 200 uren met aftrek van het voorarrest naar rato van 2 uur per dag, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met oplegging van bijzondere voorwaarden en een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht ten hoeve van de 2 voormalige partners.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-165022-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9617</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9617</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9617"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring artikel 6 Wegenverkeerswet, meermalen gepleegd, en identiteitsfraude. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 1 jaar met aftrek van het voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-165079-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2023:1559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:1559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2023:1559"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaalde WW-aanvragen. Verzoek om terug te komen van het besluit van 2 februari 2021, waarin is beslist dat appellant geen WW-uitkering krijgt per 1 november 2020; geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Appellant heeft niet alsnog aannemelijk gemaakt dat hij beschikbaar was voor arbeid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2535 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9609"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Oneerlijke handelspraktijk door te adverteren met ‘100%-geld-terug-garantie’ voor het verwijderen van een BKR-registratie, maar vervolgens geen geld terug te betalen als de verwijdering niet is gelukt. Buitengerechtelijke vernietiging. Afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12169633 \ CV EXPL 26-5042</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1252</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1252</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1252"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Zorgvuldig medisch onderzoek en voldoende arbeidskundige onderbouwing De geselecteerde functies zijn passend voor appellant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2258 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:24042</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:24042</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:24042"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaken hebben verweerders beslist op de verzoeken om kwantitatieve gegevens te verstrekken over de inzet door de AIVD en MIVD van de aan hen toegekende bevoegdheden. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard en is daarbij ingegaan op het EVRM, de Wiv 2017 als de van toepassing zijnde wet, de weigering van gegevens in het belang van de nationale veiligheid, afwezigheid van gegevens en verstrekking van gegevens op alternatieve wijze.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 21/8019</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.L. van der Waals, mr. M.D. Gunster, mr. H.G. Molenaar-Geurtsen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7357"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Herstelvonnis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05.126954.26.hv</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C.H. van Breevoort-de Bruin</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8688"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Verzoek tot ontbinding op e-grond en subsidiair op g-grond. Werknemer heeft niet voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen maar in dit geval is er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van het ‘zonder deugdelijke grond’ niet meewerken aan de re-integratieverplichtingen. Door ingrijpende gebeurtenis in de privé situatie speelden zijn beperkingen door een taalontwikkelingsstoornis en een stoornis in het autismespectrum hem parten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12187394 AZ VERZ 26-26 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27255"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Intellectueel Eigendomsrecht, modelrecht. Eiser heeft modelrecht op onderdelen van een vervangbare kweekschaal voor gebruik in een incubatiemachine voor menselijke embryo's. Gedaagde verweert zich door stelling dat het model uitsluitend technisch is bepaald, althans dat het vervangingsonderdeel de modelrechtelijk beschermde trekken identiek moet overnemen om de kweekschaal in de incubatiemachine te laten werken ('must fit'-exceptie). De voorzieningenrechter stelt gedaagde voorshands in het gelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709951</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.D. Overbeek</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5462"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019 en 2020, ROW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _3369 en 23 _ 3370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1941</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1943"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aandeelhouder van een BV. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, omdat de BV uitdelingen aan belanghebbende heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen voor een gedeelte niet aannemelijk heeft gemaakt en daarom worden de navorderingsaanslagen door het hof verminderd. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1453 tot en met 24/1455</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5458</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1944"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aandeelhouder van een BV. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, omdat de BV uitdelingen aan belanghebbende heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen voor een gedeelte niet aannemelijk heeft gemaakt en daarom worden de navorderingsaanslagen door het hof verminderd. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5459</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1945"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2020 aan een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in een BV heeft de inspecteur het gebruikelijk loon niet volledig in aanmerking genomen. De inspecteur legt vervolgens bij belanghebbende als inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag loonheffingen op over het additionele (gebruikelijk) loon. Naar het oordeel van het hof was de inspecteur bevoegd om de naheffingsaanslag aan belanghebbende op te leggen voor het additioneel (gebruikelijk) loon. Uit het feit dat de inspecteur bij de regeling van de aanslag IB/PVV 2020 geen correctie voor het gebruikelijk loon heeft gemaakt kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij daarmee een ambtelijk verzuim beging. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen. De opgelegde vergrijpboete wordt door het hof gematigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1696</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6806</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1946"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV 2020 aan een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in een BV heeft de inspecteur geen gebruikelijk loon in aanmerking genomen. De inspecteur legt vervolgens bij belanghebbende als inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag loonheffingen op over het gebruikelijk loon. Het hof oordeelt dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan door bij de navorderingsaanslag IB/PVV het gebruikelijk loon niet te betrekken in de heffing van de inkomstenbelasting en dat de inspecteur vanaf dat moment niet meer bevoegd was om over het gebruikelijk loon inkomstenbelasting na te vorderen. Omdat de naheffingsaanslag loonheffingen is vastgesteld na de vaststelling van de navorderingsaanslag IB/PVV bij de aandeelhouder dient deze te worden vernietigd. Anders dan de inspecteur meent, doet daar niet aan af dat de loonheffing in dit geval een eindheffing zou zijn. Het hoger beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1697</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6807</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1947"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-beschikking winkelpand. De heffingsambtenaar heeft de huurwaarde onderbouwd met transacties die niet vergelijkbaar zijn met het winkelpand, omdat deze een veel kleinere oppervlakte hebben. Hierdoor is de waarde niet aannemelijk gemaakt. Belanghebbende heeft de door haar bepleite waarde ook niet aannemelijk gemaakt. Het hof stelt de waarde in goede justitie vast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1797 tot en met 24/1804</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9876"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van vervolging voor hetzelfde feit (moord/doodslag) in Nederland. De opgeëiste persoon is eerst in Nederland is aangehouden op grond van artikel 287/289 Wetboek van Strafrecht. Hij is daarna in vrijheid gesteld en vervolgens aangehouden op grond van de OLW. Uit hetgeen de officier van justitie op de zitting naar voren heeft gebracht, blijkt dat het Nederlandse Openbaar Ministerie niet voornemens is om de zaak waarvoor de opgeëiste persoon eerst in Nederland was aangehouden, te vervolgen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een algemeen gevaar ten aanzien van de detentieomstandigheden in Duitsland voor gedetineerden met psychische problematiek, zoals de opgeëiste persoon. De rechtbank ziet geen reden om aan de Duitse autoriteiten garanties te vragen over de detentieomstandigheden waarin de opgeëiste persoon na overlevering terecht zal komen. De rechtbank komt tot de conclusie dat er geen weigeringsgronden en beletselen zijn en staat de overlevering aan Duitsland toe. De opgeëiste persoon heeft een beroep gedaan op de terugkeergarantie die inhoudt dat hij na een eventuele veroordeling in Duitsland zijn straf in Nederland kan uitzitten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/214625-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1948"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat de inspecteur terecht en niet te hoge aanslagen vennootschapsbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd. Het hof acht het aannemelijk dat belanghebbende in onderhavige jaren voor haar rekening en risico het restaurant exploiteerde. Voor 2017 heeft de inspecteur op basis van een gemotiveerde schatting aannemelijk gemaakt dat de aanslag niet te hoog is. Voor 2018 geldt dat sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast, belanghebbende niet heeft doen blijken dat de aanslag te hoog is en dat voorts sprake is van een redelijk schatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/65 en 25/66</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8809</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1949"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat belanghebbende inhoudingsplichtige is ten aanzien van het personeel dat werkzaam is in het restaurant; het restaurant wordt immers voor rekening en risico van belanghebbende gedreven en belanghebbende heeft loon uitbetaald aan het personeel. Verder is het hof van oordeel dat belanghebbende niet met succes een beroep kan doen op gewekt vertrouwen; nog daargelaten of belanghebbende vertrouwen kan ontlenen aan een bij een andere rechtspersoon ingesteld onderzoek, heeft die rechtspersoon de inspecteur juiste dan wel volledige inlichtingen onthouden. De inspecteur heeft terecht het anoniementarief toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/67 tot en met 25/87</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8810</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1950"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. De onroerende zaak is een gaswinnings- en gasbehandelingslocatie en bestaat uit grond en opstallen. De opstallen kunnen worden onderscheiden in drie onderdelen: putten, ‘utilities’ (ook wel: installaties) en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de waardering van de onroerende zaak heeft de Hoge Raad in een verwijzingsarrest beslist dat verwijzing moet volgen voor een nadere beoordeling met betrekking tot: (a) de abandonneringskosten; (b) de buiten beschouwing te laten werktuigen, en (c) de correctie wegens excessieve gebruikskosten. Het hof is van oordeel dat de abandonneringskosten alleen voor het onderdeel putten gelden en zijn aldus ten onrechte in aanmerking genomen ter zake van de onderdelen installaties en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de buiten beschouwing te laten werktuigen is het hof van oordeel dat belanghebbende na verwijzing niet heeft voldaan aan haar bewijslast en dat dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de uit te zonderen bestanddelen. Het hof oordeelt in goede justitie dat de excessieve gebruikskosten voor de utilities vastgesteld moeten worden op 12,5%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/855</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. J.K. Lanser</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2020:2812</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1952"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op een verzoek voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat in afwachting van een uitspraak in de hoofdzaak – gelet op de onderbouwing van het verzoek – een voorlopige voorziening niet het geschikte middel is om te beslissen op een getuigenaanbod en/of de stellingen van belanghebbende betreffende het ontbreken van dossierstukken en de schijn van vooringenomenheid in de bezwaarfase. Ook is van een spoedeisend belang niet gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Kromhout</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2726</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7914"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing ZM - 12 maanden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449969 / FA RK 26-3436</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:727</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:727</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:727"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheidsbeoordeling bij ECLI:NL:PHR:2026:604</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: bijlage 26/00575 PJV</description><issued>2026-07-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1615</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13017"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging MUHP voor de duur van een maand om te werken naar thuisplaatsing, (her)benoeming bijzonder curator voor de duur van drie maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/713446 / JE RK 26-91</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.L. Pöll</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:604</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:604</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:604"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG over de prejudiciële vraag of voor het maken van een kopie (image) van een smartphone een voorafgaande rechterlijke machtiging is vereist volgens HvJ EU arrest Landeck (van 4 oktober 2024, zaak C 548/21). De conclusie bevat uiteenzettingen over o.m. het Landeck-arrest van het HvJ EU, het arrest post-Landeck van de Hoge Raad (HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:409), de uitleg van deze arresten door het openbaar ministerie, het wetsvoorstel in de Tweede Aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering en bevindingen van de Commissie-Koops. Volgens de AG kan het risico van een ernstige of zelfs zeer ernstige inmenging in de privacygrondrechten van de betrokkene door het enkel maken van een kopie/image van de digitale inhoud van een smartphone voldoende worden ingeperkt, zodat daarvoor geen voorafgaande rechterlijke toetsing en machtiging is vereist en evenmin een rechterlijke toetsing en machtiging achteraf. Voor het duiden c.q. indexeren van de gegevens op de verkregen kopie geldt in essentie hetzelfde met dien verstande dat het daarvoor – anders dan voor het enkel maken van een kopie/image – lijkt te zijn aangewezen om als aanvullende waarborg een bevel van de officier van justitie te vereisen. Een rechterlijke toetsing en machtiging is ook hier niet vereist, noch vooraf noch achteraf. Bij het selecteren (filteren) van de gegevens op de verkregen kopie kan – ervan uitgaande dat inhoudelijke kennisneming door personen van de gegevens tot het selectieproces kan behoren – sprake zijn van een ernstige inbreuk op de privacy grondrechten van de betrokkene en is er daarbij in elk geval een risico daarop. In de visie van de AG vereist selectie dan een voorafgaande rechterlijke toetsing en machtiging. Alleen indien een meer dan beperkte inhoudelijke kennisneming van gegevens algemeen van het selectieproces zou worden uitgesloten – zo dat mogelijk en wenselijk is – zal voor selectie niet in een voorafgaande rechterlijke toetsing en machtiging hoeven te worden voorzien. De AG merkt verder op dat voor zover de HR zou overwegen om het maken van kopieën/images van smartphones zonder voorafgaande rechterlijke machtiging algemeen toe te staan op grond van de “spoedeisende gevallen”-uitzondering het aangewezen is om aan het HvJ EU bij wijze van prejudiciële vraag voor te leggen of die uitzonderingsgrond op zodanige algemene manier kan worden toegepast. bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:727</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00575</description><issued>2026-06-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1615</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2026:239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2026:239"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het gerecht acht een voldoende spoedeisend belang aanwezig om de onderscheiden verzoeken tot schorsing van de aan verzoekers afzonderlijk opgelegde last onder dwangsom inhoudelijk te beoordelen. Verzoekers hebben aangevoerd dat er concreet zicht op legalisatie is, nu zij op 22 mei 2026 de vereiste vergunning hebben aangevraagd en verweerder hier nog niet op heeft beslist. Van concreet zicht op legalisatie is sprake als de verzochte vergunning moet worden verleend. In dit geval hebben verzoekers primair verzocht om hun aanvragen af te wijzen, en heeft verweerder in een eerder schrijven al te kennen gegeven dat er geen zicht is op legalisatie van elektrische steps. Van een concreet zicht op legalisatie is dan ook geen sprake. Het gerecht onderkent dat de uitvoering van de bestreden beschikkingen ingrijpende financiële gevolgen voor verzoekers kan hebben. Dit belang van verzoekers weegt echter niet op tegen het algemeen belang dat is gediend met handhaving van de vergunningplicht en de verkeersveiligheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202602228 en AUA202602229</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N.K. Engelbrecht</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13534"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op beklag ex artikel 98, vierde lid jo. artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen documenten geen voorwerp van het strafbare feit uitmaken en niet zijn aan te merken als een voorwerp dat tot het begaan van het strafbare feit heeft gediend. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die maken dat het verschoningsrecht in dit geval moet worden doorbroken. Daarbij speelt onder meer een rol dat het niet gaat om een verdenking jegens de verschoningsgerechtigde. Het beklag wordt gegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/224872-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Jongkind, mr. A. Talmricht, mr. S.J. Riem</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:3522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:3522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:3522"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank beoordeelt of het inkomen van eiser terecht is aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden, en niet als winst uit onderneming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/5551 en 23/5553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2025-02-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29473"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Dubbel parkeren: Op de pleeglocatie is geen parkeergelegenheid aanwezig. Bij gebrek aan foto’s van de gedraging valt daarom niet in te zien op welke wijze de betrokkene dubbel geparkeerd zou zijn. De kantonrechter kan de gedraging niet vaststellen en de boete dient dan ook te worden vernietigd. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12201204 MB VERZ 26-2213</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Tsjapanova</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7902"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking beeindiging gezamenlijk gezag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/430710 / FA RK 25-169</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7123</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7123</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7123"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van art 242 (oud) Sr. Dwang op basis van dossier niet vast te stellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-254303-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Bernsen, mr. A. van der Hilst, A.M. Koning</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7122</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7122</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7122"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 897.428,91 in verband met lachgashandel. Geen strijd met vertrouwensbeginsel. Verwerping draagkrachtverweer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-217840-25 36e</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Bernsen, mr. A.E. de Kryger, A.M. Koning</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7121</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7121</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7121"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor lachgashandel en het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 646 kilogram lachgas tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Vrijspraak van art. 209 Sr.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-217840-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Bernsen, mr. A.E. de Kryger, A.M. Koning</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGAACMB:2026:66</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2026:66</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGAACMB:2026:66"><country>NL</country><court>OGAACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">GAZA - Inpassing douaneambtenaren (einduitspraak)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202300163</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N.K. Engelbrecht</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7913</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7913</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7913"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM na VCM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450122 / FA RK 26-3514</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13010</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13010</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13010"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Adoptie. Keuze geslachtsnaam 1:5.3 BW. Koppelteken bij dubbele achternaam is niet mogelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/717945 / FA RK 26-2893</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Moerman</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9851</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9851</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9851"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo; Wet voortgezet onderwijs (Wvo); verwijdering leerling van school; gedrag ouder(s); andere school beschikbaar?; overleg met inspectie; “ultimum remedium”; belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 26/1700</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E.J. Sprakel</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13536</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13536</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13536"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring dreigen verspreiden van beeldmateriaal van seksuele aard, het daadwerkelijk verspreiden daarvan, doxing en identiteitsfraude. Overweging over verkorten pleegperiode in verband met inwerkingtreding WSM. Oplegging gevangenisstraf 5 maanden voorwaardelijk en taakstraf 200 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/335571-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Jongkind, mr. A. Talmricht, mr. S.J. Riem</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7921"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing (resterend) verzoek MUHP</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447312 / JE RK 26-674</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9822"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kredietovereenkomst. Borg. Betalingsregeling. Geen hoofdelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/784308 / HA ZA 26-214</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6098"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Artikelen 349a lid 2 en 354 Fw. Beëindiging wnsp zonder schone lei, geen tweede verlenging van de looptijd om boedelachterstand alsnog in te lossen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.259</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2869"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen extra vergoeding van immateriële schade. De in aanmerking te nemen termijn eindigt op het moment dat de rechtbank uitspraak doet en niet op het moment dat de rechtbank haar uitspraak bekendmaakt via verzending per post of plaatsing in het webportaal van de Rechtspraak. Met de uitspraak is het geschil en daarmee de door belanghebbende ondervonden spanning en frustratie ten einde gekomen. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9142"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft verzocht om de toepassing van de doorschuifregeling van artikel 4.17c van de Wet IB 2001 in verband met de schenking van aandelen in een BV. De inspecteur heeft het verzoek gedeeltelijk afgewezen en heeft in verband hiermee een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd. Tussen partijen is in geschil welk deel van de overdrachtsprijs van de aandelen toerekenbaar is aan het ondernemingsvermogen van de vennootschap. Naar het oordeel van de rechtbank moet één vermogensbestanddeel alsnog tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Met betrekking tot de overige in geschil zijnde vermogensbestanddelen is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van ondernemingsvermogen. De navorderingsaanslag en de daarmee samenhangende belastingrentebeschikking worden daarom verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/1497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2777"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 9.6 Wet IB 2001; art. 45 AA UR IB2001. Het Brandweermanarrest (HR 25 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:444) is geen “nieuwe jurisprudentie” ten opzichte van het Smeerkuilarrest (HR 29 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AW9439).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/751</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7158"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Leges. Beroep gegrond. Niet beoordeeld kan worden of tarief voor belanghebbende voldoende kenbaar was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/9392</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.L. van Benthem</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2135"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 16, onderdeel c, art. 17 Wet WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/979</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7720</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7720</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7720"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om doorverwijzing wrakingsverzoek naar andere rechtbank afgewezen, geen wettelijke grondslag. Wrakingsverzoek afgewezen. Gewraakte rechter is betrokken geweest bij twee eerdere wrakingszaken van verzoeker. Uitgangspunt is dat de onpartijdigheid van een rechter niet reeds te lijden heeft enkel door de omstandigheid dat die rechter al eerder in een of meer andere gedingen heeft geoordeeld over de rechtsvraag die in geschil is (ECLI:NL:CRVB:2008:BG8693). In de door verzoeker gestelde feiten en omstandigheden wordt geen aanleiding gezien om daar anders over te oordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/470862 / KG RK 26-650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Vogel, Mr. S.H. Keijzer, mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7917"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing ZM - 12 maanden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449982 / FA RK 26-3445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7428"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor computervredebreuk, schending ambtsgeheim en meineed. Oud vrijwillige politieambtenaar zocht veelvuldig informatie op in politiesystemen en heeft over de bevraagde informatie ook met derden gecommuniceerd. Ook deelde hij informatie met derden. De man heeft daarnaast meermalen processen-verbaal valselijk opgemaakt en ondertekend. Hij schreef bekeuringen uit van feiten die hij niet zelf had waargenomen en verklaarde in meerdere gevallen dat hij gebruik had gemaakt van een lasergun of gekalibreerd dienstvoertuig, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is. Gelet op de lange periode en de ernst van de feiten is enkel oplegging van een gevangenisstraf passend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/250692-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7440"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag leges. In geschil is of de opbrengstlimiet is overschreden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar voldoende inlichtingen verstrekt om de twijfel over de raming weg te nemen. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7658</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. Vaatstra</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9767"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB Roemenie; voortzetting na tussenuitspraak; artikel 12 OLW: geen aanleiding om af te zien van de weigeringsgrond; overlevering geweigerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-178833-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.R.P.J. Davids, mr. M.C.M. Hamer, mr. E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29461"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Integrale vrijspraak voor het medeplegen van: wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing en een poging tot afpersing. Beslissingen t.a.v. beslag: teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp. Vordering tenuitvoerlegging afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/290732-21 en 96/279573-20 (tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. H.M. Braam, mr. drs. M. Diepenhorst, mr. J. Herfkens</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29460"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Veroordeling voor (de eendaadse samenloop van) het medeplegen van afpersing en een poging tot afpersing. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 250 dagen, met aftrek van de tijd reeds in voorarrest doorgebracht. Overschrijding redelijke termijn. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. Beslissingen t.a.v. beslag: verbeurdverklaring van inbeslaggenomen voorwerpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/290719-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. H.M. Braam, mr. drs. M. Diepenhorst, mr. J. Herfkens</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29459"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Veroordeling voor (de eendaadse samenloop van) het medeplegen van afpersing en een poging tot afpersing. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 250 dagen, met aftrek van de tijd reeds in voorarrest doorgebracht. Overschrijding redelijke termijn. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. Beslissingen t.a.v. beslag: verbeurdverklaring van inbeslaggenomen voorwerp.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/290727-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. H.M. Braam, mr. drs. M. Diepenhorst, mr. J. Herfkens</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5939</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5939</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5939"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak. De verdachte was ten laste gelegd dat hij samen met anderen slachtoffers had beroofd en mishandeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.335237.25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Holten, mr. W.B. Bruins, mr. J. van Bruggen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5940</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5940</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5940"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 19-jarige jongen tot een taakstraf van 240 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en betaling van schadevergoeding aan de slachtoffers. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van diefstal en diefstal vergezeld van geweld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.335236.25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Holten, mr. W.B. Bruins, mr. M. van Bruggen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5941"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld en een diefstal. Hij krijgt daarom een straf opgelegd: drie maanden voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf, in de vorm van een werkstraf van 120 uren met aftrek. Dit betekent dat verdachte de jeugddetentie nu niet hoeft uit te zitten, op voorwaarde dat hij binnen twee jaren niet weer een strafbaar feit pleegt en dat hij zich ook houdt aan de andere voorwaarden die de rechtbank aan het einde van dit vonnis heeft geformuleerd. De werkstraf moet verdachte wel direct uitvoeren. Ook moet hij schadevergoedingen betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.335235.25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Holten, mr. W.B. Bruins, mr. J. van Bruggen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7901"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking over een zorgregeling, de hoofdverblijfplaats en het Uniform Hulp Aanbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/446912 / FA RK 26-1791 (voorlopige voorziening) C/02/446904 / FA RK 26-1798 (bodemprocedure)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:793"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht; rentederivaat. Beroep op dwaling (art. 6:228 BW) en (bijzondere) bancaire zorgplicht. Omvang en inhoud mededelingsplicht. Informatieverstrekking over rentevisie van bank. Motivering. Passeren bewijsaanbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01528</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:155</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:103</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28686</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28686</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28686"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking zorgmachtiging - Wvggz</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710692 / FA RK 26-8226</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.L. van der Waals</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9798"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB Belgie. Verweer m.b.t. bevoegdheid uitvaardigende rechter verworpen. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/106122-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. O.P.M. Fruytier, mr. L. Baroud</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4261</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4261</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4261"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak t.a.v. medeplegen van gekwalificeerde opzetverkrachting. Bewezenverklaring van opzetaanranding door (meermalen) met hand bovenbeen te betasten. Veroordeling tot taakstraf 100 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-122674-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M.L. Wolters, mr. dr. H.H. Kielman, mr. T.R. Bosker</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 241</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9802"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB Polen. Verweer m.b.t. art. 11 OLW verworpen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen wordt door deze garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon, omdat de Poolse autoriteiten hebben gegarandeerd dat zij minimaal twee uur per dag buiten haar cel kan verblijven. Om die reden slaagt het betoog van de raadsman niet. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen ziet bovendien niet op de 3m2 aan persoonlijke ruimte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1320128126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. O.P.M. Fruytier, mr. L. Baroud</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28680"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling - Wzd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711373 / FA RK 26-8637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.L. van der Waals</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7920"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Intrekkingsbeschikking</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/448751 / FA RK 26-2787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2023:7837</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:7837</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2023:7837"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing na voorwaardelijke veroordeling. De politierechter verlengt de proeftijd, bepaald bij vonnis van de politierechter te Midden-Nederland d.d. 28 mei 2021, gewezen onder parketnummer 16-039865-21, met één jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16-039865-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S.M. Schothorst</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9903</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9903</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9903"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht. vordering huurachterstand toegewezen ook t.a.v. medehuurder (tot datum opzegging huur)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12300117 \ CV EXPL 26-3463</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28682</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28682</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28682"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende rechterlijke machtiging - Wzd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710566 / FA RK 26-8142</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.L. van der Waals</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4260</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4260</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4260"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Integrale vrijspraak t.a.v. medeplegen van gekwalificeerde opzetverkrachting en -aanranding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-122677-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M.L. Wolters, mr. dr. H.H. Kielman, mr. T.R. Bosker</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1615</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1615</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1615"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Post-Landeck, maken van “image” zonder rechterlijke machtiging en onderzoek aan digitale-gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Staat Unierecht eraan in de weg dat na inbeslagneming van (digitale-gegevensdrager of geautomatiseerd werk, waaronder) smartphone (voor mensen niet leesbare en niet analyseerbare) kopie van inhoud van smartphone wordt gemaakt (of poging daartoe wordt ondernomen) zonder dat aan maken van die kopie of poging daartoe rechterlijke toetsing voorafgaat? HR stelt prejudiciële vraag aan HvJ EU en geeft i.v.m. lopende strafzaken voorlopig oordeel. HR komt tot voorlopig oordeel dat werkwijze van politie en justitie waarbij zonder voorafgaande machtiging van RC kopie wordt gemaakt van inhoud van inbeslaggenomen smartphone (of poging daartoe wordt gedaan), niet onverenigbaar is met Unierecht, en dat eerste prejudiciële vraag van RC daarom ontkennend zou moeten worden beantwoord. Overige prejudiciële vragen van RC kunnen onbesproken blijven, maar HR ziet niettemin aanleiding om het volgende op te merken. In rechtspraak stelt HvJ EU, voor gevallen waarin toegang van bevoegde nationale autoriteiten tot persoonsgegevens het risico van ernstige of zelfs zeer ernstige inmenging in grondrechten van betrokkene met zich brengt, voorop dat deze toegang afhankelijk wordt gesteld van voorafgaande toetsing door rechter of onafhankelijk bestuursorgaan. Volgens diezelfde rechtspraak moet deze onafhankelijke toetsing plaatsvinden voorafgaand aan elke poging tot verkrijgen van toegang tot betrokken gegevens, “behalve in naar behoren gemotiveerde spoedeisende gevallen, waarin die toetsing op korte termijn dient plaats te vinden”. Naar voorlopig oordeel van HR is werkwijze van politie en justitie waarbij zonder voorafgaande machtiging van RC kopie wordt gemaakt van inhoud van inbeslaggenomen smartphone, niet onverenigbaar met Unierecht. Kopiëren van inhoud van smartphone kan daarom vooralsnog plaatsvinden zonder voorafgaande rechterlijke toetsing. Tegen die achtergrond zal slechts in uitzonderlijke situaties sprake kunnen zijn van spoedeisend geval waarin toegang tot betrokken gegevens wordt verkregen en inhoudelijk kennis wordt genomen van die gegevens zonder voorafgaande toetsing door rechter of onafhankelijk bestuursorgaan. Daarbij kan worden gedacht aan onmiddellijke bedreiging voor leven, fysieke integriteit of veiligheid van persoon of voor kritieke infrastructuur, terwijl voorafgaande mondelinge machtiging van RC (vgl. HR:2025:409) niet kan worden afgewacht. HR houdt iedere verdere beslissing aan totdat HvJ EU uitspraak zal hebben gedaan over prejudiciële vraag. CAG (strekking): beantwoording door HR van eerste prejudiciële vraag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:604</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:727</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7726"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek afgewezen. Mondelinge uitspraak. Verzoek om de mondelinge behandeling van de wrakingszitting digitaal bij te wonen vanwege gezondheid is onvoldoende onderbouwd en afgewezen. De door verzoeker aangevoerde gronden kunnen niet leiden tot wraking van de rechter omdat deze niet zien op de onpartijdigheid van de rechter maar op procesbeslissingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/471960 KG RK 26-722</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Vogel, mr. drs. Th.P.E.E. van Groeningen, mr. S.A.L. van de Sande</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7912"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing IBS - minder bezwarende alternatieven mogelijk doordat in de thuissituatie nog geen hulp is ingezet</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450429 / FA RK 26-3698</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13537</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13537</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13537"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering onttrekking aan het verkeer (552f Sv) en klaagschrift beslag (552a SV) hond. Ondanks sepot strafzaak wel sprake van verband met een begaan strafbaar feit a.b.i. artikel 425 Sr. Vordering onttrekking aan het verkeer toegewezen en klaagschrift beslag ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15-031941-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Buiskool</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7443</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7443</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7443"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vergunningvrij bouwen. Perceel met groenbestemming valt niet onder achtererfgebied.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4517</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7922</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7922</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7922"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449511 / JE RK 26-1077</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4313</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4313</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4313"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank spreekt verdachte vrij van het medeplegen van brandstichting. De verklaring van de medeverdachte dat verdachte hier (mede) voor verantwoordelijk is wordt niet ondersteund door andere wettige bewijsmiddelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/022775-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H. de Ruijter, mr. J. Faber, mr. R.A. Valk</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28681"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">I. Beschikking zorgmachtiging II. Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710259 / FA RK 26-7928</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.L. van der Waals</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9423"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging opzegging van de arbeidsovereenkomst. Arbeidsovereenkomst kon niet worden opgezegd omdat na de derde (stilzwijgende) verlenging een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Verweerder dient te worden aangemerkt als opvolgend werkgever, nu de feitelijke arbeidsrelatie niet is veranderd na overname door verweerder. Werkneemster is haar werkzaamheden continuerend blijven uitvoeren vanaf dezelfde werkplek en behalve dat zij haar loon nu van verweerder ontving, veranderde er voor haar niets. Verklaring voor recht en doorbetaling loon worden daarom toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12259343 AZ VERZ 26-27 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27491"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsovereenkomst bij een gemeenteraadsfractie. Opzegging door de werkgever. De opzegging is niet rechtsgeldig. Toewijzing van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. Art. 7:669, 7671a, 7:672 en 7:673 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12290230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Groeneveld-Stubbe</contributor><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9131"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Uitleg vaststellingsovereenkomst bij einde dienstverband (Havilex norm). Ondanks letterlijke bewoordingen in de vaststellingsovereenkomst heeft werknemer wel aanspraak op een jubileumgratificatie. Overige vorderingen van werknemer zijn niet toewijsbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11995467 CV EXPL 25-6173 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9420"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens (ernstig) verwijtbaar handelen. Werknemer is, ondanks door heb gedane toezeggingen toezeggingen en waarschuwingen van werkgever, herhaaldelijk onaangekondigd niet op het werk verschenen. Dit kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen, zodat werkgever geen transitievergoeding verschuldigd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1225587 AZ VERZ 26-42 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4314</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4314</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4314"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van brandstichting, terwijl daarvan gevaar voor goederen en personen te duchten was. Er is een molotovcocktail gegooid in een (woon)boot waar op dat moment iemand lag te slapen. Gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/022818-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H. de Ruijter, mr. J. Faber, mr. R.A. Valk</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 63</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 157</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7445"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4255</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. G.A. van der Straaten</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28687</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28687</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28687"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling - Wzd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711352 / FA RK 26-8628</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.L. van der Waals</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9824</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9824</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9824"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort Geding. Geldvordering afgewezen voor zover deze bestaat uit terugvordering van een korting van 4,5% op de franchisefee. Ten aanzien van de opgeschorte marketingfee wordt de geldvordering toegewezen vanaf 16 juni 2026, omdat gedaagde na die tijd niet langer gerechtigd is die betaling op te schorten. Gedaagde heeft, anders dan overeengekomen, vreemd ingekocht en is daar meerdere malen door eiseres op gewezen. De vordering tot nakoming van de overeenkomt, meer specifiek de bepaling die gedaagde verplicht uitsluitend producten af te nemen bij eiseres, wordt derhalve toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/790046 / KG ZA 26-555 MK/EV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10629"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor bedreiging door te schieten met een vuurwapen op een woonkamerraam van een woning. Tevens veroordeling voor bedreiging en mishandeling van toenmalige partner en opiumwetfeiten. Oplegging van een gevangenisstraf van vier jaren met een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03-080937-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. Bax, mr. S.L.M. van Venrooij, mr. R.M.M. Menting</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6190</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6190</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6190"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie. Nihilstelling bij WSNP niet nodig. In het VTLB is rekening gehouden met kosten voor omgang met de kinderen, terwijl de vader die kosten niet (in die mate) heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.981/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2859</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2859</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2859"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.176/01 en 200.371.176/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4662"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Curatele. Geen belang meer bij verzoeken die samenhangen met curatele, omdat curatele inmiddels is opgeheven. Zie ook: 200.342.553</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29475"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afghanistan / problemen met Taliban niet geloofwaardig / het besluit is met betrekking tot de geloofwaardigheid van de problemen die de vader van eiser zou ondervinden, en de doorwerking daarvan op eiser, niet deugdelijk gemotiveerd / gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.4662</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2827"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêteprocedure; benoeming; onderzoeker; beheerder van aandelen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.950/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W.H. Vink, mr. E. Loesberg, mr. J.M. de Jongh, mr. D.E.M. Aleman, mr. G. Dubbeld</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9828</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9828</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9828"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Werknemer die al ruim 10 jaar vanuit India is uitgeleend aan een dochtermaatschappij in Nederland vraagt verklaring voor recht dat hij een arbeidsovereenkomst heeft met de Nederlandse dochtermaatschappij. Vordering wordt toegewezen, onder meer vanwege het rechtsvermoeden dat een arbeidsovereenkomst met de Nederlandse dochter bestaat en dat vermoeden niet door Tata is weerlegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12089085 CV EXPL 26-1551</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28684</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28684</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28684"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">I. Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf II. Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling Wzd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711388 / FA RK 26-8644</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.L. van der Waals</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28708</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28708</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28708"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de beslissing van het Uwv dat hij met ingang van 15 januari 2025 42,11% arbeidsongeschikt is. Eiser is het daar niet mee eens. Hij stelt onder andere dat zijn medische beperkingen zijn onderschat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/2283</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Verloop</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29476"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34903</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.E.M. Wilbers - Taselaar</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29477"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35150</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2826"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêteverzoek; onmiddellijke voorziening; tijdelijk bestuurder; voorlopig oordeel; gegronde redenen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.374.339/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W.H. Vink, mr. C.C. Meijer, mr. J.M. de Jongh, dr. M.J.R. Broekema, drs. M.J.J. van Prooijen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9707"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">overeenkomst in het kader van incassodienstverlening. Gedaagde heeft facturen onbetaald gelaten. Gedaagde is aan te merken als consument. Incassodienstverlener hanteert een oneerlijk prijsbeding, zodat het prijsbeding wordt vernietigd. Zonder het prijsbeding kan de overeenkomst niet voortbestaan. Vorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12156270 \ CV EXPL 26-4413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29478</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29478</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29478"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">59-1-a, burger EU, Polen, ongewenstverklaring, geen bestendig verblijf, geen melding gemaakt bij de Korpschef, geen lichter middel, voldoende voortvarend handelen, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:16031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:16031"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Aan belanghebbende zijn voor meerdere jaren navorderingsaanslagen opgelegd. Belanghebbende is advocaat en aandeelhouder van een BV. Belanghebbende claimt aftrek van loonkosten die door de BV in aftrek zijn gebracht. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat niet de BV maar hijzelf de inhoudingsplichtige van de desbetreffende werknemers was, onder meer omdat belanghebbende geen arbeidsovereenkomsten heeft overgelegd. De rechtbank oordeelt verder dat voor een van de jaren omkering van de bewijslast geldt en de beschikkingen belastingrente juist zijn. Het beroep van belanghebbende op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur wijst de rechtbank op feitelijke gronden af. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/5388</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, C. Huisman, C. Snoek-Bakker</contributor><issued>2026-08-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9829</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9829</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9829"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, deurwaardersrenvooi. De deurwaarder, belast met de executie van een beschikking, heeft in een proces-verbaal ex artikel 438 lid 5 Rv uiteengezet wat volgens hem partijen over en weer verschuldigd zijn, waarna een bedrag resteert dat door de werknemer aan werkgever verschuldigd is. Werknemer is het daar niet mee eens. De deurwaarder verzoekt daarom de kantonrechter in kort geding te beoordelen of de door hem opgestelde specificatie correct is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12258881 \ KK EXPL 26-347</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13519</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13519</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13519"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling van zijn toenmalige partner en mishandeling van een arrestantenverzorgster. De verdachte is vrijgesproken van mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 214 dagen, waarvan 40 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van het voorarrest. Gedeeltelijke toewijzing vordering van de benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/068724-26 en 02/222677-25 (TUL)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.M.L. Rogmans, mr. S. Mac Donald, mr. R.V. Loeve</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9833"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kostenveroordeling nadat eis tot nihil is gewijzigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/782354</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1243"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om nadeelcompensatie. Afbouwperiode. Appellante is toestemming verleend om nevenwerkzaamheden te verrichtten als tolk/vertaler binnen de eigen organisatie in zijn eigen tijd als zzp'er. De korpschef heeft deze toestemming ingetrokken vanwege aanpassing in het beleid. Het verrichten van nevenwerkzaamheden binnen de organisatie was niet langer toegestaan. De Raad is van oordeel dat de door appellant gestelde schade niet uitgaat boven het normale maatschappelijke risico of het normale ondernemersrisico.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2770 POL</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29480</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29480</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29480"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">59-1-a, voortraject, registertolk, verkeerd tolkennummer vermeld, alle gronden betwist, eerder terugkeerbesluit opgelegd, onttrokken aan het toezicht, geen aanleiding voor een lichter middel, voldoende voortvarend handelen, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56859</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1177"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging rio-opleiding en ontslag uit zijn functie. De Raad oordeelt dat een op 9 november 2023 aan een rechter in opleiding gedane mondelinge mededeling geen besluit is. Verder oordeelt de Raad dat de tussentijdse beëindiging van de opleiding en het ontslag uit de functie van rio standhoudt. Het ontslag is niet in strijd met de Wgbh/cz.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1181 RM</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1180"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De aan appellant opgelegde disciplinaire maatregel van plaatsing in een andere functie met verlaging van het salaris is niet onevenredig aan de ernst van het door appellant in zijn functie van ploegchef gepleegde plichtsverzuim, ondanks de financiële gevolgen daarvan voor zijn FLO- en pensioenuitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/699 AW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28724</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28724</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28724"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Na wijziging van eis worden nog slechts verklaringen voor recht gevorderd. Gezien het faillissement van gedaagde en de schikking tussen eisers en de curator hebben eisers onvoldoende belang bij de verklaringen voor recht, waardoor zij niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/681084</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.T.H. Janssen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1005"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak heeft de kantonrecht beslist op het verzoek van het waterschap van 18 juli 2024 tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen appellante en het waterschap. Per 1 januari 2020 is de Wnra in werking getreden en als gevolg hiervan is de ambtelijke aanstelling van appellante van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst naar civiel recht. Appellante kan tegen de aangevallen uitspraak uitsluitend hoger beroep instellen bij de civiele rechter. De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2360 AW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13383"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich als feitelijke leidinggever (samen met anderen) schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en fraude met coronasubsidies. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van twaalf maanden en een bestuursverbod voor vijf jaren. De vordering van de benadeelde partij het ministerie van VWS wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83-212391-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Flikweert, mr. D.C.J. Peeck, mr. R.P.W. van de Meerakker</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4650"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie. Man is onderhoudsplichtig voor kinderen uit verschillende relaties. Het hof houdt bij de berekening van draagkracht van de man voor 1 kind (van zijn 1e partner) geen rekening met de volledige bijdrage voor kind 2 en 3 die de man met zijn 2e ex-partner is overeengekomen. Proceskostenveroordeling voor de man door wijze van procederen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.461</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9834"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder. De kinderrechter doet een dringend beroep op alle betrokken instanties om alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat voor de minderjarige zo snel mogelijk een passende plek wordt gevonden in (de omgeving van) [plaats]. Deze situatie mag niet veel langer duren. Pas wanneer een geschikte plek is gevonden, kan ook individuele hulpverlening – waarvoor de minderjarige nu geen tijd en ruimte heeft – starten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793278</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1189</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1189</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1189"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling definitief budget 2022. Exceptieve toetsing verdeelmodel. Opdracht nieuw besluit. Anders dan de Raad heeft geoordeeld in ECLI:NL:CRVB:2021:1608, kan de rechtmatigheid van het in het Besluit PW neergelegde verdeelmodel exceptief worden getoetst in de procedure over een besluit op grond van art. 71 lid 2 PW. Omdat de minister dit, ondanks de bezwaargronden die daarop zagen, heeft nagelaten, komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1149 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7666"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 58-jarige man voor aanranding tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast legt de rechtbank een beroepsverbod op voor de duur van 5 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/312624-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13384"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte rechtspersoon heeft zich (samen met anderen) schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en fraude met coronasubsidies. De rechtbank legt een geldboete op van € 60.000,-. De vordering van de benadeelde partij het Ministerie van VWS wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83-177827-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Flikweert, mr. D.C.J. Peeck, mr. R.P.W. van de Meerakker</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1195"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening en terugvordering van bijstand. Lening. Geen inkomen. Tussen partijen is niet in geschil dat betrokkene het bedrag van € 500,- contant had geleend van X. Alleen in geschil is of de lening als inkomen in mindering moet worden gebracht op de bijstand van betrokkene. Dat mocht het dagelijks bestuur niet, want in dit geval is het als lening ontvangen bedrag geen inkomen. Daarbij staat voorop dat het een eenmalig verkregen geleend bedrag betreft, dat niet voortkwam uit een bron die periodiek of bij herhaling middelen voor de voorziening in het levensonderhoud opleverde. Daarnaast is de eenmalige lening hier ook naar zijn aard niet gelijk te stellen met periodieke inkomsten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2763 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9835"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing vordering. Gevolmachtigde van verzekeraar is geen partij bij verzekeringsovereenkomst</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12003694 \ CV EXPL 25-16994</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2140"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscale fraudezaak. Accijnsfraude. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen opzettelijk voorhanden hebben van een grote hoeveelheid onveraccijnsde tabaksproducten (sigaretten en rooktabak) en als medeplichtige aan het vervaardigen daarvan buiten een accijnsgoederenplaats. In de loods van de verdachte is door derden een illegale sigarettenfabriek opgebouwd en is een groot aantal tabaksproducten vervaardigd. Met het ter beschikking stellen van zijn loods is de verdachte opzettelijk behulpzaam geweest bij het vervaardigen daarvan. Het fiscaalstrafrechtelijke nadeel aan misgelopen accijns bedraagt € 499.037,57. De fiscale fraudekamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Het hof geeft in het arrest een toetsingskader voor de beoordeling van zaken waarin een strafrechtelijke verdenking van overtreding van artikel 5 van de Wet op de accijns aan de orde is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001604-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, J. Platschorre, K.J. van Dijk</contributor><issued>2024-07-02</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de accijns 5</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1619</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1619</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1619</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1619"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk voorhanden hebben van grote hoeveelheid tabaksproducten (sigaretten en rooktabak) die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing zijn betrokken (meermalen gepleegd) door aanwezigheid van illegale sigarettenfabriek met onveraccijnsde tabaksproducten in loods achter zijn woning, art. 5 Wet op accijns. Bewijsklacht opzet en voorhanden hebben. Kon hof oordelen dat verdachte als pleger kan worden aangemerkt van “opzettelijk voorhanden hebben” van accijnsgoederen a.b.i. art. 5.1.b jo. 97 Wet op accijns? O.g.v. art. 97 jo. 5.1.b Wet op accijns kan degene worden bestraft die “opzettelijk” accijnsgoed dat niet overeenkomstig bepalingen van Wet op accijns in heffing is betrokken, “voorhanden heeft”. Op deze strafbaarstelling zijn gelet op art. 91 Sr ook bepalingen van dat wetboek over deelneming aan strafbare feiten van toepassing, zodat ook personen strafrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn die op andere manier dan als pleger betrokken zijn bij overtreden van het in art. 5.1.b Wet op accijns opgenomen verbod. In art. 97 Wet op accijns bedoeld opzet moet allereerst zijn gericht op voorhanden hebben van accijnsgoed. Daarnaast moet dat opzet erop zijn gericht dat dit goed niet overeenkomstig bepalingen van Wet op accijns in heffing is betrokken. Onder dit opzet is ook voorwaardelijk opzet begrepen. Dat voorwaardelijk opzet is aanwezig als verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg (zoals hier: voorhanden hebben van een niet overeenkomstig wet in heffing betrokken accijnsgoed) zal intreden (vgl. HR:2003:AE9049 en HR:2018:718). Voor uitleg van “voorhanden hebben” in art. 5.1.b Wet op accijns is van belang dat tekst en totstandkomingsgeschiedenis van die wet geen aanwijzing bevatten dat daaraan andere betekenis moet worden toegekend dan aan “voorhanden hebben” in art. 2.1.b (omschrijving van belastbaar feit) en in 51.1.b (aanwijzing schuldenaren t.z.v. belastbaar feit) Wet op accijns. In HR:2022:659 en HR:2026:282 heeft HR uiteengezet dat in geval dat voor goederen accijns o.g.v. art. 2.1.b Wet op accijns is verschuldigd, art. 51.1.b Wet op accijns als belastingplichtige aanwijst zowel “persoon die accijnsgoederen voorhanden heeft” als “enig ander persoon die bij voorhanden hebben betrokken is” en dat met die bepaling uitvoering is gegeven aan wat art. 8.1.b Richtlijn 2008/118/EG (oud) voorschrijft. Art. 51.1.b Wet op accijns moet daarom overeenkomstig die richtlijnbepaling worden uitgelegd. HR heeft in HR:2022:659 verder overwogen dat “persoon die accijnsgoederen voorhanden heeft” a.b.i. art. 8.1.b Richtlijn 2008/118/EG (oud) in gewoon spraakgebruik ziet op persoon die deze goederen fysiek tot zijn beschikking heeft. Daarbij is niet relevant is of betreffende persoon een recht of enig belang kan doen gelden m.b.t. die goederen en ook niet of deze persoon weet of redelijkerwijs had behoren te weten dat voor die goederen accijns wordt verschuldigd. Hof heeft voor toepassing van art. 97 Wet op accijns tot uitgangspunt genomen dat als degene die “voorhanden heeft” a.b.i. art. 5.1.b Wet op accijns ook moet worden aangemerkt degene die “betrokken is bij voorhanden hebben” van accijnsgoederen die niet overeenkomstig bepalingen van Wet op accijns in heffing zijn betrokken. Daarbij heeft hof kennelijk aansluiting gezocht bij de in art. 51.1.b Wet op accijns aangewezen personen van wie accijns kan worden geheven t.z.v. belastbaar feit “voorhanden hebben”. Gelet op wat hiervoor is overwogen, getuigt dat oordeel van onjuiste rechtsopvatting omdat met “voorhanden hebben” in art. 5.1.b Wet op accijns hetzelfde is bedoeld als met “voorhanden hebben” in art. 2.1.b Wet op accijns en laatstbedoelde bepaling (ter uitvoering van art. 7.2.b Richtlijn 2008/118/EG) niet omvat “betrokken zijn bij voorhanden hebben”. Met art. 97 Wet op accijns wordt dus niet strafbaar gesteld “betrokken zijn bij voorhanden hebben” van accijnsgoederen die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing zijn betrokken. Dat leidt echter niet tot cassatie, nu hof heeft vastgesteld dat (i) in loods een illegale productielijn voor sigaretten is aangetroffen met onveraccijnsde tabaksproducten die niet waren voorzien van accijnszegels, waaronder 1.692.500 sigaretten en 1.680 kilogram rooktabak, (ii) verdachte economisch eigenaar is van deze loods, die zich bevindt direct achter zijn woonhuis, (iii) verdachte deze loods niet heeft verhuurd, en (iv) verdachte toegang had tot alle ruimten van loods en ook in loods is geweest. Deze vaststellingen (in samenhang met de in cassatie niet bestreden veroordeling van verdachte voor medeplichtigheid aan vervaardigen van accijnsgoederen (tabaksproducten) buiten accijnsgoederenplaats door ruimte in loods ter beschikking te stellen waar dat vervaardigen plaatsvond) dragen bewezenverklaring v.zv. die inhoudt dat verdachte op dag waarop niet in heffing betrokken tabaksproducten in betreffende ruimte van loods zijn ontdekt, die tabaksproducten fysiek tot zijn beschikking en zodoende voorhanden heeft gehad a.b.i. art. 5.1.b Wet op accijns. Ook heeft hof daaruit kunnen afleiden dat verdachte “minstgenomen bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard om onveraccijnsde tabaksproducten voorhanden te hebben”, en dat verdachte dus in art. 5.1.b Wet op accijns opgenomen verbod opzettelijk a.b.i. art. 97 Wet op accijns heeft overtreden. Volgt verwerping. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02636</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:962</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2140</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:962</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:962</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:962"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Opzettelijk voorhanden hebben grote hoeveelheid tabaksproducten, terwijl die accijnsgoederen niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken (art. 5.1.b Wet op de Accijns) en medeplichtigheid aan het opzettelijk vervaardigen van accijnsgoederen buiten een accijnsgoederenplaats (art. 5.1.a Wet op de accijns). 1. Afwijzing getuigenverzoeken en bewijsklacht plegen voorhanden hebben tabaksproducten. 2. Kwalificatie meermalen gepleegd. De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02636</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1619</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1196"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opgelegde maatregel. Niet meewerken aan voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Geen dringende redenen. Toetsing aan evenredigheidsbeginsel. Geen bijzondere omstandigheden. Geen exceptieve toetsing aan verordening. Schadevergoeding redelijke termijn. Bij het opleggen van een maatregel a.b.i. art. 18 lid 4 onder h i.s.m. art. 18 lid 5 PW gaat het om een gebonden bevoegdheid. De uitoefening van die bevoegdheid kan niet worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. Daarom moet eerst onderzocht worden of de opgelegde maatregel m.t.v. art. 18 lid 10 PW moet worden afgestemd. Het college heeft tot het oordeel kunnen komen dat niet is gebleken van dringende redenen die ertoe noodzaken om de opgelegde maatregel af te stemmen. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt ook niet. Appellant heeft gesteld noch onderbouwd dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die de wetgever niet of niet ten volle in zijn afweging heeft verdisconteerd en ook niet geconcretiseerd dat sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden waardoor toepassing van deze wettelijke bepaling zozeer in strijd is met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht dat die toepassing achterwege moet blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2597 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28685</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28685</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28685"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">I. Aanhouding verzoek beëindiging ouderlijk gezag vader II. Beëindiging ouderlijk gezag moeder III. Schorsing ouderlijk gezag vader IV. Benoeming voogdij GI</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704704 / FA RK 26-4542</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. Rochat, mr. H.J.M. Bellekom, mr. T.M.M.P. Westbroek</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:4782</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4782</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:4782"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">geen schending zorgplicht waterschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/629563 / HA ZA 21-1039</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, mr. B. van Velzen, mr. S.V. Hardonk</contributor><issued>2024-05-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9615</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9615</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9615"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet blijft in stand. Onterecht thuiswerkvergoeding gedeclareerd tijdens ziekte. Wel toekenning transitievergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12153858 / EA VERZ 26-357</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak, Beschikking</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8893</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8893</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8893"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Partijen zijn het met elkaar over eens dat de arbeidsverhouding duurzaam is verstoord. Er is sprake van een opzegverbod, maar dat staat in dit geval niet in de weg aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12299304 \ AZ VERZ 26-32</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6629"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer treedt in dienst bij tweede werkgever zonder dit te melden bij eerste werkgever en meld zich daarna ziek bij eerste werkgever. Rechtsgeldig ontslag op staande voet. Werknemer moet ontvangen loon terugbetalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12041616 UE VERZ 26-8 en 12046952 \ UE VERZ 26-10</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9027"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever verleent werknemer ontslag op staande voet vanwege een poging om twee boxershorts van het inlenende bedrijf weg te nemen. De dringende reden voor het ontslag is niet komen vast te vast te staan. Werknemer heeft recht op vergoedingen. Werkgever stelt onvoldoende feiten en omstandigheden die het scenario van werknemer dat de boxershots van hem waren en hij die eerder op een sample sale heeft gekocht, weerleggen. De door werknemer aangevoerde en onweersproken omstandigheid dat hij geen toegang had tot kleding zonder verzegeling, biedt des te meer aanwijzing voor het scenario van werknemer dat de boxershorts van hem waren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12219817 AZ VERZ 26-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6612"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever ontkent ziekte werknemer, maar heeft geen bedrijfsarts ingeschakeld. Vergoedingen na einde arbeidsovereenkomst toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12302489 \ AE VERZ 26-40</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13116"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontbindingsverzoek op de h-grond wordt toegewezen onder toekenning van een billijke vergoeding aan de werknemer,.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12148787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9865"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor drie (schriftelijke) bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling. De bewezenverklaarde feiten worden verdachte in verminderde maten toegerekend. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van voorarrest, opgelegd. Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, wordt aan verdachte geen TBS- en GVM-maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/239163-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.H. Broesterhuizen, mr. M.A.E Somsen, mr. D.A. Segbedzi</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6633"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet houdt stand. Nevenwerkzaamheden niet gemeld en gewerkt voor andere gemeente terwijl werkzaamheden verricht moesten worden voor de eerste gemeente. Geen toekenning gevraagde vergoedingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12267682 \ ME VERZ 26-78 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.R. van der Vos</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6640"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek werkneemster tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671c BW afgewezen. Omstandigheden die verzoekster benoemt leiden niet tot het laten einndigen van de arbeidsovereenkomst</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12256161 \ ME VERZ 26-72</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G.F. van der Kraats</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5729"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Ontbindingsverzoek wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12199364 \ EJ VERZ 26-125 hersteld</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.N.R. Wegerif</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12609"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Veroordeling werkgever tot betaling aan werknemer van billijke vergoeding, transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding, loon en wettelijke verhoging, met toewijzing van nevenverzoeken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12144413 VZ VERZ 26-1054</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8895</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8895</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8895"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer laat niets meer van zich horen en verricht ook geen werkzaamheden meer. De werkgever heeft geprobeerd nadere afspraken te maken, maar werknemer reageert daar niet op of verschijnt niet op de afspraak. Arbeidsovereenkomst wordt ontbonden vanwege verwijtbaar handelen dan wel nalaten van de werknemer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12205877 \ AZ VERZ 26-35 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13385"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan fraude met coronasubsidies en eenvoudig witwassen. De verdachte wordt vrijgesproken van valsheid in geschrift. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 180 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 84-186116-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Flikweert, mr. D.C.J. Peeck, mr. R.P.W. van de Meerakker</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7667"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot een taakstraf van 80 uur met aftrek van voorarrest voor mishandeling gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling, omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat verdachte met zijn handelen een aanmerkelijke kans op het overlijden dan wel zwaar lichamelijk letsel bij de politieagent in het leven heeft geroepen. Verdachte moet een schadevergoeding betalen aan de politieagent wegens de mishandeling. Verder worden de vorderingen tenuitvoerlegging afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/131891-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13386"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van € 21.342,50. De veroordeelde is in de strafzaak veroordeeld voor het in voorraad hebben, te koop aanbieden en afleveren van afslankpillen (geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenwet) die amfetamine bevatten zonder dat daarvoor een handelsvergunning gold (was verleend). De verdachte heeft ook gehandeld in strijd met de Opiumwet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83-320951-23 (ontneming)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Flikweert, mr. D.C.J. Peeck, mr. R.P.W. van de Meerakker</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28768"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, aanlijn- en muilkorfgebod naar aanleiding van handhavingsverzoek vanuit grote groep buurtbewoners, niet onderbouwd dat sprake is van gevaarlijke of hinderlijke honden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5935</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. D. Biever</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:944"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Beklag, verschoningsrecht (art. 98 jo. 125i Sv). Beslissing rechter-commissaris tot vrijgave van bestanden waarover advocaten het standpunt hebben ingenomen dat hun verschoningsrecht zich daarover uitstrekt omdat aannemelijk is dat deze bestanden daadwerkelijk aan hen zouden worden toevertrouwd. Beklag ongegrond omdat oordeel van de rechter-commissaris, daarop gebaseerd dat deze bestanden bij filtering niet door zoektermen worden geraakt, niet onbegrijpelijk is. Middel klaagt terecht dat de rechtbank blijk geeft van een te beperkt toetsingskader en dat het oordeel van de rechtbank niet begrijpelijk is. Conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00478</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2927"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beide partijen hebben geen spoedeisend belang meer bij hun wederzijdse vorderingen nu zij zelf orde op zaken hebben gesteld. Of er tussen partijen een nadere overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot de verdeling van de certificaten van de BV leent zich niet voor een kortgedingprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.991/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7151"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening. Woningsluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester heeft de sluiting van de woning voor de duur van drie maanden noodzakelijk en evenwichtig mogen vinden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SHE 26/2712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M.H. de Koning</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29184"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eerste beroep vrijheidsontnemende maatregel – artikel 6, eerste en tweede lid – beroep tegen besluit grensweigering – beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57391, NL26.57393, NL26.58042 en NL26.58043</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2928"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Internationale kinderontvoering. Niet-verdragsland. Artikel 3 HKOV; geen ongeoorloofde achterhouding. Moeder heeft toestemming gegeven voor een permanent verblijf in Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.308/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:20887</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10246"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vorderingen tot schorsing van de bewindvoerder en mentor, het verstrekken van een afschrift van het dossier en het ontslaan van de bewindvoerder en mentor worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12253631 \ CV EXPL 26-3015, 12232394 \ CV EXPL 26-2734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7668"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot een taakstraf van 100 uur met aftrek van voorarrest voor mishandeling gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, mishandeling en bedreiging tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling, omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat verdachte met zijn handelen een aanmerkelijke kans op het overlijden dan wel zwaar lichamelijk letsel bij de politieagente in het leven heeft geroepen. Verdachte moet een schadevergoeding betalen aan de politieagente wegens de mishandeling. Verder wordt de bij verdachte in beslag genomen helm verbeurd verklaard en wordt de vordering tenuitvoerlegging afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/131887-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9855</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9855</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9855"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het college heeft eiser een omgevingsvergunning geweigerd voor het bouwen van een bouwwerk bij een reeds vergunde nieuwbouwwoning. Eiser is het hier niet mee eens. Het beroep slaagt. Ten aanzien van de berekening van het college van de bebouwde oppervlakte, overeenkomstig artikel 2, aanhef en derde lid onder f, ten derde, van bijlage II bij het Bor, is gebleken van een gebrek. Vast is komen te staan dat eiser het beoogde bouwwerk vergunningvrij kan realiseren, zodat reeds daarom het bestreden besluit geen stand kan houden. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. Bij gebrek aan een grondslag daartoe, wordt het verzoek tot betaling van een dwangsom afgewezen. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is geen sprake. Eiser krijgt wel zijn griffierecht vergoed.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 25/2168</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:923</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:923</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:923"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Caribische zaak. Veroordeling wegens doodslag en overtreding Vuurwapenverordening te Sint Maarten. M1 dat is gericht tegen verwerping van betrouwbaarheidsverweer, berust op onjuiste veronderstelling dat 'driestappentoets' ook van toepassing is indien geen verzoek is gedaan tot horen van getuigen. M2 dat zich keert tegen oordeel Hof dat geen sprake is van een 'enkelvoudige fotoconfrontatie' faalt eveneens. Tot slot faalt ook M3 dat klaagt dat Hof verklaring van verdachte als steunbewijs voor verklaringen van getuigen heeft aangemerkt. AG wijst ambtshalve op ORT. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03781</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28772"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/1678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2931"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinder- en partneralimentatie. Draagkracht man laat na betaling kinderalimentatie geen ruimte voor partneralimentatie, ingangsdatum, forfaitaire woonlast, twee conclusieregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.339/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7458"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen omgevingsvergunning realisatie radartoren. Beroep kennelijk ongegrond. Relativiteitsvereiste.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/2969</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Duifhuizen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7465"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): dr. mr. J.A. van Schagen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2933"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof acht de vermeerdering van de verzoeken in hoger beroep niet in strijdt met een goede procesorde. Aan de orde is onder meer hoofdverblijfplaats van de kinderen, zorgregeling en kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.011/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:17508</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7359</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7359</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7359"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een man voor 6 feiten, te weten het voorhanden hebben van een wapen en twee valse identiteitsbewijzen, het doen binnenkomen van een stroomstootwapen, het aanwezig hebben van harddrugs, en het dragen van een klapmes. Hij krijgt een gevangenisstraf van 10 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek. Tevens een geldboete van € 5,970,0</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05.324707.22.vs</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2737</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2737</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2737"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Internationale Kinderontvoering. Beroepschrift vanwege overschrijding beroepstermijn uit artikel 13 lid 7 van de Uitvoeringswet niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.540/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:20884</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1075"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering A1-verklaring af te geven. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij in 2021 niet alleen vanuit Polen (en Duitsland) werkte maar ook – meer dan marginaal – vanuit Nederland. De Raad is net als de rechtbank van oordeel dat de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat eiseres werkzaamheden in Nederland heeft uitgeoefend, laat staan dat zij een substantieel gedeelte van haar werkzaamheden in Nederland verrichtte. De Nederlandse socialezekerheidswetgeving over de periode in geding is niet op appellante van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/330 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1134"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak gaat het om de vraag of de Svb terecht heeft aangenomen dat betrokkene en zijn in Turkije wonende echtgenote vanaf de huwelijkssluiting niet duurzaam gescheiden leven en dus het AOW-pensioen van betrokkene moet worden verlaagd naar de norm voor een gehuwde. De Raad volgt niet het oordeel van de rechtbank dat de Svb onvoldoende onderzoek heeft gedaan en het bewijsrisico moet dragen. Uit de door betrokkene aangedragen feiten en omstandigheden blijkt niet ondubbelzinnig dat vanaf de huwelijkssluiting sprake was van duurzaam gescheiden leven. De Svb heeft het AOW-pensioen van betrokkene terecht herzien naar de norm voor een gehuwde en het teveel betaalde bedrag van betrokkene teruggevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/58 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2018:4047</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:4047</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2018:4047"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2018-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheidingsprocedure. Principaal hoger beroep ingetrokken. Incidenteel hoger beroep gehandhaafd. Partijen bereiken overeenstemming over kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.211.205/01 en 200.211.205/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2934</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2934</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2934"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Internationale kinderontvoering. Artikel 3 HKOV; gewone verblijfplaats. Weigeringsgronden artikel 13 lid 1 sub b en lid 2 en artikel 20 HKOV. Kostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.372.054/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:22227</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6682</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6682</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6682"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak. Verzoek om handhaving omwonenden van een transportonderneming met betrekking tot geluid. Beroep gegrond omdat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan. Uit het gevraagde StAB-advies blijkt dat geen sprake is van een overtreding. Daarom is het verzoek om handhaving terecht afgewezen. Rechtsgevolgen blijven in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 21/3053 en 21/3022</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9705</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9705</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9705"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Betreft beroep tegen een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een bestaande stal en de nieuwbouw van een stal. De rechtbank stelt ambtshalve vast dat eisers procesbelang hebben bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) omdat de OBM nadat die onherroepelijk is geworden gaat gelden als een omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteit, de rechtbank is van oordeel dat de aanvraag ziet op een volwaardig agrarisch bedrijf als bedoeld in het geldend bestemmingsplan en in zoverre daarmee niet in strijd is. De rechtbank stelt vast dat in dit geval terecht een vormvrije m.e.r.-beoordeling is uitgevoerd en dat eisers tegen de beslissing van verweerder dat geen milieueffectrapportage noodzakelijk is, geen gronden hebben aangevoerd. Voor zover eisers hebben aangevoerd dat een verklaring van geen bedenkingen van het college van Gedupeerde Staten van Limburg ontbreekt in verband met de vereiste natuurtoestemming, staat het relativiteitsvereiste aan een eventuele vernietiging van het bestreden besluit in de weg. Ook de beroepsgrond dat verweerder bij de berekening van de emissie niert mocht uitgaan van de Rav-emissiefactoren, slaagt niet. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 24/4058</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2849"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">zorgplicht Waterschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.348.994/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:4782</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1942"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende geeft spinninglessen voor een sportschool en laat de opbrengst toekomen aan een BV waarvan haar kinderen de (middellijke) aandeelhouders zijn. De inspecteur heeft bij belanghebbende een resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen en navorderingsaanslagen opgelegd. Het hof laat de navorderingsaanslagen in stand. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1449 tot en met 24/1452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5463</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9789</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9789</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9789"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot 5 maanden gevangenisstraf voor het feitelijke leidinggeven aan het onjuist doen van aangiften omzetbelasting door een onderneming, het gebruikmaken van valse geschriften (aanvragen coronasubsidie) en witwassen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 81/062940-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H.E. van der Pol, mr. M.R.J. van Wel, mr. G.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1941"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende verricht zonder vergoeding werkzaamheden voor een BV, waarvan zijn kinderen de (middellijke) aandeelhouders zijn. De inspecteur heeft bij het vaststellen van de herziene verliesverrekeningsbeschikkingen en de navorderingsaanslag IB/PVV een ROW voor de jaren 2019 en 2020 in aanmerking genomen en een vergrijpboete opgelegd. Het hof laat de verliesverrekeningsbeschikking en de navorderingsaanslag in stand, maar vernietigt de vergrijpboete omdat sprake is van een pleitbaar standpunt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1443 en 24/1444</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, mr. drs. C.W.M.M. Verkoijen, mr. B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5462</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10995"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen Vpb n.a.v. boekenonderzoek. Niet de vereiste aangiften Vpb gedaan. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Schattingen van verweerder zijn redelijk. Voor een (klein) deel van de inkoopkosten heeft belanghebbende voldaan aan de verzwaarde bewijslast. Voor het overige zijn de gestelde (contante) inkoopkosten terecht buiten aanmerking gelaten, nu daarvan administratie ontbreekt en belanghebbende daarover geen verklaring kan (of wil) verstrekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3733, HAA 25/3742 en HAA 25/3787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, C. Huisman, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13387"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft afslankpillen (geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenwet) die amfetamine bevatten in voorraad gehad, te koop aangeboden en afgeleverd zonder dat daarvoor een handelsvergunning gold (was verleend). De verdachte heeft daarmee ook in strijd met de Opiumwet gehandeld. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83-320951-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Flikweert, mr. D.C.J. Peeck, mr. R.P.W. van de Meerakker</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28801"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopig deskundigenonderzoek. Tussenbeschikking. Partijen krijgen de gelegenheid om deskundigen aan te dragen en zich uit te laten over de concept-vraagstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/700638 / HA RK 26/130</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.R. Glass</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6362</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6362</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6362"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof verklaart erfvredebreuk bewezen. Wegens een geslaagd beroep op art. 10 EVRM en de door het hof gestelde schending van dit artikel, ontslaat het hof verdachte van alle rechtsvervolging. Art. 11 EVRM niet van toepassing, omdat sprake is van een ‘eenmansprotest’. Vegan streaker.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005055-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13389"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek, voor overval kassamedewerker Kruidvat. De verdachte heeft de medewerker door bedreiging met een nepwapen gedwongen om contant geld uit twee kassa’s af te geven. Benadeelde partij: Toewijzing vordering immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Parketnummer: 10-111827-26 Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-180753-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:941"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Beklag, conservatoir beslag op verschuldigde en toekomstige huurpenningen. Klacht dat rechtbank bij beoordeling proportionaliteit beslag niet is ingegaan op argument dat klaagster schade lijdt doordat OM huurpenningen onder huurders laat rusten, faalt volgens AG (art. 81.1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03721</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29421</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29421</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29421"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister mocht de gezinsherenigingsaanvraag van een moeder een haar dochter afwijzen omdat daardoor een polygame situatie zou ontstaan. In het geval van de moeder was de minister niet gehouden eerst nog een belangenafweging te maken, omdat de Gezinsherenigingsrichtlijn hier geen ruimte voor biedt. De minister had in het geval van de dochter wel een belangenafweging moeten maken. Dat heeft de minister ten onrechte niet gedaan in het bestreden besluit, maar later heeft de minister dat alsnog gedaan. De minister heeft deze belangenafweging in het nadeel van de dochter kunnen laten uitvallen. Het beroep is daarom gegrond, maar de rechtbank laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.29347</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.E.J.M. Gielen, mr. M.H. van Haeften, mr. C.A.R. Bleijendaal</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29414"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring artikel 59b lid 1 onder a en b, a-grond ingetrokken, b-grond voldoende, juridische grondslag, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55952</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29416"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">P-v mondelinge uitspraak, bewaring artikel 59a, lichter middel, voortvarendheid, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56527</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2047</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2047</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2047"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; uitstoting; verzoek toegewezen; schorsing bestuurder; schorsing stemrecht op aandelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.471/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, D.E.M. Aleman, C.C. Meijer, F. Marring RA</contributor><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29417"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">P-v mondelinge uitspraak, artikel 6 lid 3, lichter middel, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56272</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29419"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">P-v mondelinge uitspraak, bewaring artikel 59 lid 1 onder a, (on)juiste kennisgeving, gronden betwist, voldoende voortvarend, lichter middel, gegrond vanaf datum zitting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1258"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering om terug te komen van het besluit van 25 oktober 2018 tot beëindiging van de ZW-uitkering van appellant. Zorgvuldige medische beoordeling. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1984 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29409"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Peru. Opvolgende aanvraag niet-ontvankelijk. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35126 en NL26.35127</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1613</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1613</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1613"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. bestaande uit uitgaven die betrokkene heeft gedaan na veroordeling t.z.v. medeplegen witwassen in periode van 1-1-2011 tot en met 30-11-2011, aanwezig hebben van cocaïne op 30-11-2011 en medeplegen aanwezig hebben van hasj op 30-11-2011, art. 36e.3 Sr. Kon hof gelet op art. 1 Sr en art. 7 EVRM toepassing geven aan art. 36e.3 Sr zoals bepaling luidt sinds 1-7-2011, nu 1 van feiten waarop veroordeling berust die aan ontnemingsvordering ten grondslag ligt deels vóór die datum is begaan? In onderliggende strafzaak is betrokkene o.m. veroordeeld voor een op 30-11-2011 begaan strafbaar feit waarvoor geldboete van vijfde categorie kan worden opgelegd. ’s Hofs oordeel dat in zo’n geval art. 36e.3 Sr, zoals die bepaling luidt sinds 1-7-2011, kan worden toegepast, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting. Hier doet zich niet geval voor waarop art. 1.2 Sr en art. 7.1 EVRM zien, omdat art. 36e.3 Sr, in redactie zoals hof daaraan toepassing heeft gegeven, t.t.v. begaan van strafbaar feit op 30-11-2011 al van toepassing was. Volgt verwerping. Samenhang met 24/03822 P en 24/03922 P.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:778</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3392</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5877"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Belastbaarheid ontvangen betalingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2268 en 25/2269</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7273</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29410</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29410</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29410"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, vervolgberoep, stelling dat vreemdeling bij familie kan verblijven niet onderbouwd, ook geen volledige medewerking, daarom geen lichter middel, duur LP-procedure nog niet zodanig lang dat zicht op uitzetting ontbreekt, ook niet gebleken maatregel onevenredig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.53886</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H.G. Odink</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29412"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, vervolgberoep, cijfers Egypte over januari t/m juni 2026, zicht op uitzetting ontbreekt niet, voldoende voortvarend</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52855</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H.G. Odink</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29413"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, moeder en minderjarige zoon, diverse aanknopingspunten voor oordeel dat besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54822 en NL26.54823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H.G. Odink</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6386"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt een 58-jarige man wegens ontucht met zes minderjarige meisjes van wie vijf aan zijn zorg en waakzaamheid waren toevertrouwd. Vijf slachtoffers waren vriendinnetjes van verdachtes (destijds) minderjarige dochter. De ontucht vond plaats bij verdachte thuis en in zijn auto. De ontucht heeft in één van die gevallen - mede - bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer. Het hof acht de aangiftes betrouwbaar, ziet voldoende steunbewijs en gebruikt de verklaringen van de slachtoffers over en weer als schakelbewijs. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het maken van kinderporno (zijnde foto’s) en het bezit van wapens en munitie. Het hof wijdt een overweging aan de eerlijkheid van het proces in zijn geheel (art. 6 EVRM) als gevolg van het niet kunnen ondervragen van één van de slachtoffers. Het hof veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 53 maanden, deze straf is hoger dan door de rechtbank was opgelegd. Het hof legt geen TBS op, omdat niet aan het gevaarscriterium van art. 37a lid 1 Sr is voldaan. Het hof is van oordeel dat niet aan alle criteria voor het opleggen van een tbs-maatregel is voldaan. Wel legt het hof aan verdachte een gedragsbeïnvloedende maatregel op. Het hof kent aan alle zes de slachtoffers schadevergoeding toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-002147-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2997"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Klaagt consument terecht over de kwaliteit van een houtskeletbouw woning? Het hof is van plan een deskundige te benoemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.322.823_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van Ham, J.J.M. van Lanen, E.L. Traag</contributor><issued>2024-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:1357</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:7987</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1256</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:11550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:11550"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis, vervolg: ECLI:NL:RBAMS:2026:3267.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11505022 \ CV EXPL 25-2008</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29490"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring; artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, c en e van de Vw; inspanningsplicht; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29491"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring; artikel 59a, eerste lid, van de Vw; overdrachtsbesluit; lichter middel; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56219</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1847"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Belanghebbende neemt als vennoot deel in een vof waarin agrarische activiteiten plaatsvinden. In geschil is of de activiteiten van de vof voor belanghebbende in onderhavige jaren nog steeds een bron van inkomen vormen. Het hof is van oordeel dat dat het geval is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: : 24/1237 tot en met 24/1239</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg, C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4475</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5444"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Correcties n.a.v. boekenonderzoek. Gebreken aan administratie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2088 tot en met 24/2092</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1587"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2424</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:819"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Negatief loon, aan werkgever betaalde wettelijke rente vanwege terugbetaling ontslagvergoeding, art. 3.81 Wet IB jo. art. 10(1) Wet LB.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04836</description><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:15475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:15475"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, gegrond, invaliditeitspensioen, ESA</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/7584</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J.M. Arends, M.J. Pelinck, K.G. Scholten</contributor><issued>2026-08-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8414"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Voorbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2118 en 25/2119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2011"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douane. Douaneschuld ontstaan omdat goederen in het vrije verkeer zijn gebracht zonder dat de daarvoor vereiste aangifte is gedaan. Verlengde verjaringstermijn vanwege strafrechtelijk vervolgbaar handelen. Douaneschuld komt niet (op grond van het evenredigheidsbeginsel) voor rekening van het Rijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3416 en 24/3417</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, H.E. Kostense, C.J. Hummel</contributor><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:8620</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:8619</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2775"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 11, lid 1, onder b, c, en f, Wet OB: kwalificatie prestatie low care hospice; vrijstellingen niet van toepassing; recht op teruggaaf; naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/157 en BK-25/158</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:4635</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:5674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:5674"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douane. Verzoeken om terugbetaling van aanvullende rechten voor staalproducten uit India. Uitputting van tariefcontingent. Geen toepassing van artikel 119, eerste lid, van het DWU, want geen te laag meegedeelde douaneschuld. Verbindendheid van Verordening 2019/159. Geen uitzonderlijke situatie ten opzichte van andere marktdeelnemers die dezelfde activiteit verrichten: eiseres bevindt zich in dezelfde situatie als andere importeurs van Indiaas staal. Verplichting tot voorlegging aan Commissie (artikel 116, derde lid, van het DWU). Sturing door de Commissie? Vertrouwensbeginsel. Afwijzing blijft in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 1700</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A. Schreuder, W.M.C. Schipper, P.H. Lauryssen</contributor><issued>2026-08-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7352"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Belastbare periodieke uitkering ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5154"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">MRB. Naheffing motorrijtuig met buitenlands kenteken. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/159</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17551</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17551</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17551"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Met tussen partijen bereikte overeenstemming is een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Eiseres maakt niet aannemelijk dat sprake is van dwaling die zou kunnen leiden tot vernietiging van deze overeenkomst. Uitgaande van de overeenkomst heeft verweerder bij het vaststellen van het belastbaar inkomen uit werk en woning voor het jaar 2019 terecht een vrijval van de FOR in aanmerking genomen en is aftrek van bepaalde kosten bij het vaststellen van het belastbaar inkomen uit werk en woning voor de jaren 2020 en 2021 terecht niet geaccepteerd. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26_986 26_987 26_990 26_996</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2026-08-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5442</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5442</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5442"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ondernemingsactiviteiten. Urencriterium</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1234 en 24/1235</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1580"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overschrijding van de redelijke termijn; vergoeding immateriële schade door Hof gematigd van € 500 naar € 50; verwijzing in hofuitspraak naar ECLI:NL:HR:2024:853.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3363</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1581"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; eindarrest na HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1297</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02707 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1641</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1718"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afkoop pensioenrechten. Heffingsrecht. Belanghebbende woonde in Spanje en heeft in 2018 zijn pensioenrechten bij zijn [A BV] afgekocht. De afkoopsom is in beginsel op grond van de Wet IB 2001 belast in Nederland. In geschil is of het heffingsrecht op grond van het belastingverdrag met Spanje is toegewezen aan Spanje. Relevant is of belanghebbende is onderworpen aan de belastingheffing in Spanje. Daarvan is geen sprake indien belanghebbende minder dan 183 dagen in Spanje verbleef. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij 183 dagen of meer in Spanje verbleef in 2018 en dus niet aannemelijk gemaakt dat hij in Spanje aan belastingheffing is onderworpen. Om die reden kan hij geen beroep doen op het belastingverdrag met Spanje. Het hof is voorts van oordeel dat de inspecteur kan navorderen op grond van artikel 16, lid 2, letter c, AWR. Er is sprake van een ambtelijk verzuim van de inspecteur, maar tevens van een fout in de zin van deze bepaling, doordat de inspecteur lopende de discussie over het tijdstip van afkoop en het tijdstip van emigratie uit Spanje, heeft verzuimd de automatische aanslagoplegging te blokkeren. Belanghebbende heeft geen feiten en/of omstandigheden gesteld die meebrengen dat hij in redelijkheid kon menen dat de aanslag op goede gronden is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1054</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, W.W. Monteiro, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-08-12</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 16</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3945</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1483"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:6 en 8:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; vertegenwoordiging in een beroepszaak; schriftelijk bewijs van machtiging; beroep niet bevoegdelijk ingesteld; het staat de rechter vrij geen acht te slaan op een machtiging die pas na afloop van een daartoe door de rechter gestelde redelijke termijn is overgelegd; niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van bewijs van machtiging is niet in strijd met Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1093</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29492"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring; artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw; lichter middel; ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7763</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7763</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7763"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is pas zeer recent onder behandeling gegaan voor zijn gokverslaving; persoonlijke situatie is onvoldoende stabiel. Gegronde vrees dat verzoeker zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zal nakomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2611673:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O. Nijhuis</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:701"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Overtreding art. 58b Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW). M1 klaagt dat hof in strijd met art. 55 lid 2 Sr ten onrechte toepassing heeft gegeven aan algemene strafbaarstelling uit art. 58b BABW terwijl betreffende gedrag specifieker strafbaar is gesteld in art. 58a lid 3 BABW. Middel miskent dat feit dat bepaald handelen eventueel ook onder andere strafbepaling valt niet betekent dat die bepaling systematische specialis is van algemenere bepaling. Bovendien geen aanknopingspunten in wetsgeschiedenis voor specialiteitsverhouding tussen bepalingen. Oordeel hof dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van art. 58b BABW en dat daaraan niet afdoet dat hij zich ook schuldig heeft gemaakt aan art. 58a lid 3 BABW getuigt dus niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. M2 klaagt terecht dat bewezen verklaarde pleegplaats niet uit bewijsmiddelen volgt, maar behoeft niet tot cassatie te leiden. Ambtshalve opmerking dat hogere geldboete is opgelegd dan wettelijk was toegestaan. Hoge Raad kan zaak op dit punt zelf afdoen. Conclusie strekt tot vernietiging bestreden uitspraak voor zover daarbij geldboete van € 500,- is opgelegd, tot vermindering geldboete tot bedrag € 435,- (subsidiair 8 dagen hechtenis) en tot verwerping cassatieberoep voor overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04685</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1577</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29479"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">beroep, geen procesbelang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/9234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2025:6</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:6</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2025:6"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Originele vonnis. Aruba Flamingozaak. Passieve ambtelijke omkoping. Oplichting. Spookambtenaren. Misbruik van functie. Herstelde vonnis is ECLI:NL:OGEAA:2025:7.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: P-2022/04047</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.E. van der Spoel</contributor><issued>2025-01-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:277</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:277</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:277"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Flamingo. Zaakdossier Malmok: vrijspraak van (poging tot) oplichting bij de uitgifte van erfpachtpercelen. Wel bewezen is misbruik van functie doordat de verdachte als minister ingreep in het aan de DIP voorbehouden uitgifteproces en een wijziging van de perceelverdeling afdwong om anderen te bevoordelen. Zaakdossier Spookambtenaren: veroordeling wegens medeplegen van oplichting en misbruik van functie. De verdachte droeg twee personen voor als liaison officer en hield hun arbeidsovereenkomsten in stand, terwijl hij wist dat zij de overeengekomen werkzaamheden niet zouden verrichten. Hierdoor werd het Land Aruba bewogen tot betaling van salarissen en toelagen. Vrijspraak van passieve omkoping. Zaakdossier [medeverdachte 2]: veroordeling wegens passieve ambtelijke omkoping, deels in vereniging, en misbruik van functie. De verdachte aanvaardde politieke steun en campagneactiviteiten in ruil voor hulp bij het verkrijgen van banen. Daarnaast bevorderde hij buiten de bestaande procedures de plaatsing van personen bij overheidsdiensten en Serlimar. Gevangenisstraf van twee jaar. Ontzetting van het recht om het ambt van ambtenaar te bekleden en van het passieve kiesrecht, beide voor vijf jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: H-19/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.P.C.M. Waarts, Y.C. Bours, M.L.A. Angela</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:OGEAA:2025:6</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4444"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Houten aan [appellant B] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een overkapping en een fietsenberging met kliko-ombouw (de fietsenberging) op het adres [locatie 1] in Houten (het perceel). Het perceel is een voormalig boerenerf. Op het perceel staat een monumentale dwarshuisboerderij met de naam "De Grote Geer". Verder staat aan de voorzijde van het perceel een gebouw dat "het Bouwhuys" heet. [appellant B] is eigenaar van het perceel en heeft in De Grote Geer een gezinshuis gevestigd. Zijn aanvraag om omgevingsvergunning heeft betrekking op het realiseren van de fietsenberging aan de voorzijde van het perceel en een overkapping met zonnecollectoren in het achtererfgebied van het perceel. Volgens het bouwplan komt de overkapping aan de zuidzijde van het perceel te staan. [appellant A] woont op het adres [locatie 2]. Vanuit zijn woning kijkt hij recht op de overkapping. In bezwaar heeft hij zich verzet tegen de vergunning voor beide bouwwerken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400129/1/R4 en 202400181/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2861"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontuchtige handelingen mede bestaand uit seksueel binnendringen, gepleegd bij destijds minderjarige slachtoffers. Overwegingen ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaringen en steunbewijs. Het hof acht een hogere straf op zijn plaats dan de rechtbank aan de verdachte heeft opgelegd, en legt een gevangenisstraf op voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Toewijzing vorderingen van de benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002824-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url></urlset>
