﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26070</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26070</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26070"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie. Samengesteld gezin. Draagkrachtvergelijking met zuivere draagkracht. Tekort om aan alle onderhoudsverplichtingen te voldoen. Duidelijk verschil in behoefte en verdeling naar rato eerder berekende aandelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697646 / FA RK 26-339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Krijtenburg</contributor><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5870</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5870</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5870"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Verstek. Ontruiming vanwege ernstige stankoverlast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12310464 \ CV EXPL 26-2294</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W. Eshuis</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6850"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Instelling bewind en mentorschap. Familieconflict. Levenstestament niet uitvoerbaar. Familieleden accepteren elkaars voorgestelde professionele uitvoerder niet. Benoeming door de rechtbank aangezochte professionele uitvoerder. Overwegingen kantonrechter in bijlage uit privacy-overweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12032490 en 12032491</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5840"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Naamrecht, gecombineerde geslachtsnaam, overgangsrecht, artikel 1:27 BW, artikel IIIB lid 1 WIGG, artikel 8 EVRM, evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, toetsingsverbod artikel 120 Grondwet</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.749</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2929"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Uitleg niet-wijzigingsbeding in echtscheidingsconvenant. Art. 1:159 lid 1 en lid 3 BW, Was het de bedoeling van partijen dat de alimentatieverplichting van de man niet zou eindigen in het geval dat de vrouw zou gaan samenwonen als ware zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW? Het hof beantwoordt die vraag bevestigend met toepassing van het Haviltex-criterium. Ook overigens geen sprake van een wanverhouding tussen wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond en de huidige financiële situatie van de man. Het hof wijst het verzoek om de partneralimentatie op grond van art. 1:159 lid 3 BW te wijzigen af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.127_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C.E. Ackermans-Wijn, C.M.J. Peters, M. Jonker</contributor><issued>2026-09-24</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 1 159</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 1 160</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29344</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29344</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29344"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Nakoming zorgregeling met opbouwregeling, tenzij contra-indicaties volgen uit onderzoek door Veilig Thuis. Verzoek dwangsom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707988 / KG ZA 26-728</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.J. Hoekstra-van Vliet</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29375"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Volgt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707779 / KG ZA 26-701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6329"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Schadefonds Geweldsmisdrijven - eigen aandeel - uitgaansgeweld - vrijspraak strafzaak wegens noodweer - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6082</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Keurentjes</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7007"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het betreft een mondeling vonnis in een bevoegdheidsincident dat namens de gemeente Maashorst is opgeworpen in een tegen haar aanhangig gemaakte aanbestedingszaak. Op grond van het forumkeuzebeding in de aanbestedingsstukken is de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam bevoegd om van geschillen mbt de aanbesteding kennis te nemen. De stellingen van Lumosa en Aerolux, dat zij tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen het forumkeuzebeding, en dat het forumkeuzebeding in kort gedingprocedures geen uitsluitende bevoegdheid van de gekozen rechter met zich brengt slagen niet. De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant verklaart zich onbevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/427626 / KG ZA 26-197</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. van Voorthuizen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7008</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7008</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7008"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De verhuurder vraagt om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de gehuurde woonruimte in verband met ernstige en structurele overlast veroorzaakt door huurder. De kantonrechter wijst de vorderingen toe. Verhuurder heeft haar stellingen uitgebreid onderbouwd. Ontbinding is gerechtvaardigd omdat omwonenden al lange tijd ernstige overlast ervaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12029324 \ CV EXPL 25-9953</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J.A. Donkersloot</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:14220</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:14220</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:14220"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres beheert en belegt in commercieel vastgoed. Ter financiering heeft zij leningen aangetrokken bij haar buitenlandse aandeelhouders tegen een rente van 10%. Verweerder stelt dat de rente die is overeengekomen voor deze leningen onzakelijk hoog is. In verband met de bovenmatige rentebetalingen legt verweerder naheffingsaanslagen dividendbelasting en vergrijpboetes op. De rechtbank wijst het beroep van verweerder op omkering en verzwaring van de bewijslast af. De rechtbank oordeelt dat de aandeelhoudersleningen zakelijke leningen zijn maar dat verweerder terecht stelt dat de hoogte van de rente onzakelijk is. Verweerder staat een zakelijke rente voor van 2,59% maar de rechtbank komt tot het oordeel dat een rente van 4,25% zakelijk is. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of het deel van de rentebetalingen dat de zakelijke rente te boven gaat kwalificeert als verkapte dividenduitkeringen. De rechtbank acht de dubbele bewustheidseis ook van toepassing in het kader van de heffing van dividendbelasting en komt tot het oordeel dat aan deze eis is voldaan. De rechtbank concludeert dat sprake is van verkapte dividenduitkeringen. Eiseres stelt zich op het standpunt dat twee aandeelhouders niet als opbrengstgerechtigde kunnen worden aangemerkt omdat de leningen toegerekend moeten worden aan de achterliggende pensioendeelnemers en polishouders. De rechtbank gaat daar niet in mee. Eiseres maakt aanspraak op een toezegging opgenomen in het Verrekenprijsbesluit 2013 voor ‘scondary adjustments’. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet in de op haar rustende bewijslast is geslaagd om aannemelijk te maken dat sprake is van een verschil in belastingsystemen dat ertoe leidt dat voor de aandeelhouders in het buitenland geen verrekening van dividendbelasting mogelijk is. De rechtbank vernietigt de vergrijpboetes omdat verweerder tegenover de gemotiveerde betwisting van eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd van de aanwezigheid van opzet of grove schuld. Daarbij neemt de rechtbank in haar overweging mee dat transfer-pricing problematiek complex is en dat eiseres transfer-pricing documentatie heeft opgesteld en benchmarkanalyses heeft laten uitvoeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/3992 t/m HAA 22/3995</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, G.H. de Soeten, C. Huisman</contributor><issued>2025-05-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29038"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft een asielaanvraag ingediend en is vervolgens met onbekende bestemming (MOB) vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft geen contact meer. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25689</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Smayel</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29041"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring art. 59 Vw. Gronden niet betwist, geen lichter middel, niet detentieongeschikt. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55199</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29043"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring art. 59a Vw. Gronden niet betwist, geen lichter middel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55373</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29045"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring art. 59 Vw. Gronden niet betwist, geen lichter middel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55508</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6339"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">In onderhavige zaak zijn in totaal tien arresten gewezen met dezelfde inhoud. Om deze reden wordt hiervan één arrest gepubliceerd. Demonstratie door Kick Out Zwarte Piet in de raadszaal van de gemeente (plaats) op 7 november 2022. De verdachte is door de politierechter veroordeeld wegens lokaalvredebreuk en ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat het feit in de gegeven omstandigheden niet strafbaar was. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter. Het openbaar ministerie heeft uiteindelijk de eigen niet-ontvankelijkheid in het hoger beroep gevorderd wegens gebrek aan belang om de vervolging voort te zetten. De verdediging heeft geen hoger beroep ingesteld in deze zaak, maar heeft betoogd dat er een belang bestaat bij voortzetting van het hoger beroep. Daartoe is bepleit dat het openbaar ministerie in niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Het hof wijdt overwegingen aan voormelde standpunten en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000895-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29057"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. Niet-ontvankelijk artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Griekse statushouder. IB 2026/1 zelfredzaamheid. Arrest Ibrahim. Artikel 4 Handvest. Artikel 3 EVRM. Beroep gegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister met IB 2026/1 en de overige overgelegde stukken niet heeft onderbouwd dat sprake is van een structurele verbetering voor Griekse statushouders ten opzichte van de situatie in 2021. Evenmin is voldoende gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Griekenland niet terechtkomt in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.46662 en NL26.46663</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Schaberg</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6120</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6120</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6120"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aankondiging prejudiciële vragen aan de HR. Erfpacht, canon, faillissement. Kwalificatie vordering als bestaand of toekomstig</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C-01-408352 - HA ZA 24-585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Boekhorst</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:481"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing verzoek om voorlopige voorziening. Het college van b en w heeft een ontheffing verleend aan een supermarkt om op zondag tussen 7.00 en 8.00 ’s ochtends geopend te zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college van b en w de Verordening winkeltijden onjuist heeft toegepast en schorst daarom de verleende ontheffing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/667</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proceskostenveroordeling, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. de Wildt</contributor><issued>2026-10-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Winkeltijdenwet</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6333"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Kap van 1.923 bomen in verband met woningbouw locatie. De voorzieningenrechter verwacht dat de bezwaren van Stichting SOS en verzoekers niet-ontvankelijk worden verklaard. Feitelijke werkzaamheden van Stichting SOS onvoldoende en verzoekers hebben geen zicht op de te kappen bomen. Daarom geen aanleiding een voorziening te treffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6479 en UTR 26/6593</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29188</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29188</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29188"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Visum kort verblijf. Beroep gegrond, bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond, ten onrechte de stukken van 12 december 2024 niet betrokken en eiser ten onrechte niet gehoord (schending hoorplicht).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 25/2334</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.A.R. Bleijendaal</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6334</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6334</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6334"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. VOG touringcarchauffeur. Objectief criterium niet in geschil. Subjectief criterium; persoonlijke ontwikkelingen deels onvoldoende onderbouwd, verkeersdelicten nog te recent om te zeggen dat risico voor samenleving voldoende is afgenomen. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1007</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29191"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Guatemala, zwaarwegendheid, zaken dienen in samenhang bezien te worden, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27027 en NL26.27029</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Smayel</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29195"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Verstekvonnis. Gedaagde is een ontbonden vennootschap. Opheffing executoriaal beslag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711762 / KG ZA 26-938</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. T.F. Hesselink</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6354"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar. De voorzieningenrechter heeft op dit moment onvoldoende informatie om te kunnen beoordelen of sprake is van een overtreding. Motiveringsgebrek. Verzoek toegewezen. Last onder dwangsom is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R. van Es-De Vries</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22170"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Civiel recht, kort geding, verbintenissenrecht Kort geding. Procedure over de vraag of Zilveren Kruis c.s. gehouden is machtigingsaanvragen voor klinische verslavingszorgbehandelingen (in het buitenland) door een buitenlandse zorginstelling (Zuid-Afrika) in behandeling te nemen. Volgt toewijzing van het gevorderde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/702088 / FA RK 26-2940</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.L.M. Luiten</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6341"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor mishandeling van een docent, door te duwen. Afwijzing vordering bp wegens ontbreken wettelijke grondslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000924-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29075"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar. Feitelijke overdracht aan Kroatië. Verweerder heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd. Het verzoek wordt toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.H.G. Odink</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29194"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Civiel recht, kort geding, verbintenissenrecht Kort geding. Procedure over de vraag of Zilveren Kruis c.s. gehouden is machtigingsaanvragen voor klinische verslavingszorgbehandelingen (in het buitenland) door tussenkomst van een Nederlandse zorginstelling in behandeling te nemen. Volgt toewijzing van het gevorderde</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 711632</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.L.M. Luiten</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7332"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Gedeeltelijke weigering overname private schuld. Bestaan van private schuld niet aannemelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7333"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking vergoeding rechtsbijstand. Beroep niet-ontvankelijk omdat eiser zonder goede reden niet eerst bezwaar heeft gemaakt bij de Raad voor Rechtsbijstand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.F. Vink</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7342"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM: ontvankelijkheid van het bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/84</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7366"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het niet inwilligen van het openbaarmakingsverzoek van eiser op grond van de Wet open overheid (Woo). De rechtbank is in haar tussenuitspraak van 21 mei 2026 tot het oordeel gekomen dat de staatssecretaris het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het beroep dus gegrond is. De rechtbank heeft in die tussenuitspraak de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak of de staatssecretaris erin is geslaagd om dat gebrek te herstellen. Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. De rechtbank beslist ook op het verzoek om schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/9025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.P.C.G. Derksen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13020"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over een door het college verleende omgevingsvergunning voor het realiseren van een ondergeschikte woning op een stuk grond bij het perceel. Verschillende bestemmingen. Er is geen mogelijkheid tot het als het ware vermengen van de regels horende bij de te onderscheiden bestemmingen Agrarisch en Bedrijf. De rechtbank komt in deze uitspraak tot de conclusie dat het college de omgevingsvergunning niet heeft kunnen verlenen door gebruik te maken van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Het beroep is daarom gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/4313</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.H. Lauryssen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13263"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor bedreiging en belaging/stalking ex-partner. Gevangenisstraf van 10 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijke met een proeftijd van 3 jaar, met bijzondere voorwaarden, een contact- en locatieverbod met elektronische monitoring, maatregel 38v Sr voor de duur van 5 jaar, en het betalen van een schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-127080-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6378"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">beroep, verzoek inzage Wet Politiegegevens, gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/5329</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Knijff</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29196"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. De Staat hoeft de tenuitvoerlegging van het resterende deel van de gevangenisstraf van eiser niet op te schorte totdat in een bodemprocedure is beslist over de vraag of de executiebevoegdheid van de Staat is verjaard. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat die bevoegdheid is verjaard. Een beroep op het vertrouwensbeginsel gaat niet op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711304 / KG ZA 26-919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.R. Glass</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6424</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6424</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6424"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">aanvragen voor bijzondere bijstand op grond van de Pw voor tandartskosten zijn terecht afgewezen. Het college heeft zich op standpunt mogen stellen dat er geen sprake is van dringende redenen. Er is niet met objectieve gegevens onderbouwd dat het achterwege laten van de behandeling leidt tot een acute noodsituatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6626 en UTR 25/5062</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.E.M. van Abbe</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13262"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koop van een schip: geen wilsovereenstemming tussen partijen; geen overeenkomst tot stand gekomen; onderhandelingen zijn niet onrechtmatig afgebroken; financiering is in dit geval essentieel element van de overeenkomst; afweging van belangen bij vordering tot opheffing conservatoir beslag; conservatoir beslag is niet opgeheven ondanks afwijzen van de vordering; voorwaardelijke zekerheid verhaal</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/716638/ HA ZA 26-252</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6318</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6318</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6318"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 35 Wjsg; afwijzing VOG. Subjectieve criterium. Staatssecretaris heeft aan de ernst van het delict meer gewicht mogen toekennen dan aan eisers jonge leeftijd ten tijde van de pleegdatum en het feit dat hij eenmalig de fout is ingegaan. Tijdsverloop sinds de veroordeling in eerste aanleg is ook te kort is om eisers persoonlijke ontwikkelingen op waarde te kunnen schatten en te kunnen vaststellen dat de risico’s voor de door eiser geambieerde functie in de zorg voldoende zijn afgenomen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/858</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.W. Wagenaar</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12177"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening. Afwijzing aanvraag om urgentieverklaring. Niet economisch of maatschappelijk gebonden aan de woningmarktregio. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/6389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Vrolijk</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2025:1200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2025:1200"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toekennen ZW-uitkering aan appellante per 23 september 2020 en toekennen WIA- uitkering per 8 december 2020 en voortzetting daarvan per 8 maart 2022. De rechtbank vernietigde de besluiten van het Uwv wegens onzorgvuldig onderzoek en gebrek aan beoordeling van een mogelijke benadelingshandeling. De Raad oordeelde dat het onderzoek wel zorgvuldig was en dat het Uwv niet verplicht was een maatregel te beoordelen zonder afzonderlijk besluit daarover. Het beroep van de werkgever tegen het WIA-voorschot is niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang. Het besluit tot beëindiging van de vervolguitkering is onzorgvuldig voorbereid en vernietigd. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1436 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Schadevergoedingsuitspraak</description><issued>2025-08-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6774"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst voor bepaalde tijd ex artikel 7:271 lid 2 BW. Einde huurovereenkomst is tijdig aangezegd. Toewijzing vordering tot ontruiming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12366758 \ UV EXPL 26-225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13065"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling van verhuurder in de proceskosten na intrekking van de tegen huurder gestarte procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11809116 CV EXPL 25-16086 en 11926100 CV EXPL 25-21919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1631"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêteprocedure; geschillenregeling; afwijzing enquêteverzoek; toewijzing uitstotingsverzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.982/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, M.N. Hoogendoorn RA, E. Eeftink RA, W.A.H. Melissen, K. Spruitenburg</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12563</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12563</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12563"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking in deelgeschil (1019w RV). X is gevallen over een lege palletwagen in een winkel van Kwamtum toen zij, met vier grote sierkussens voor zich in haar handen dragend, van de servicebalie naar de uitgang liep. Toetsing aan de Kelderluikcriteria. Als zij is gewaarschuwd voor de palletwagen door een medewerker, dan kan het laten staan van de lege palletwagen in de winkel niet als onrechtmatige gedraging worden aangemerkt. Kwantum is niet aansprakelijk omdat de onrechtmatigheid niet is bewezen. Voor een getuigenverhoor is in een deelgeschil geen plaats.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/715152/ HA RK 26-139</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1557"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheidsrecht. Geneeskundige behandelingsovereenkomst. Uitleg deskundigenbericht. Motiveringsklachten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:575</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3193</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27924</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27924</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27924"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">volgt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704794 / HA RK 26-320</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Dondorp</contributor><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1007"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêterecht; verzoek toegewezen; commissaris en beheerder van aandelen benoemd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.958/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, V.G. Moolenaar, A.P. Wessels , S.M. Zijderveld</contributor><issued>2026-06-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1742"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; uitkoop; 2:359c BW; toewijzing; depositary shares; depositary interests</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.192/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, M.N. Hoogendoorn RA, J.M. de Jongh, A.P. Wessels , F. Marring RA</contributor><issued>2026-06-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12857"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verhoging voorschot deskundige</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/697879 / HA RK 25-364</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.E. Molenaar</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9687</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9687</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9687"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Mondeling vonnis - WAM-verzekering - geschil over de vraag of eiser één van de inzittenden was van de auto die door een verzekerde is aangereden - verklaring voor recht toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/780656 / HA ZA 25-1845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proceskostenveroordeling, Proces-verbaal</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:6797</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6797</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:6797"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking. De verdachte heeft in een periode van 3,5 jaar als boekhouder ongeveer € 270.000,- van de rekening van het slachtoffer naar zijn eigen rekening weggesluisd. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een beroepsverbod voor de duur van drie jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-014021-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Hello, mr. P. Joele , mr. N. Shahani</contributor><issued>2025-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8111</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8111</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8111"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een reeks van 37 naheffingsaanslagen is opgelegd aan eiseres voor twee verschillende voertuigen, in een periode van minder dan twee maanden. 17 van deze aanslagen zijn uit coulance vernietigd. Eiseres beroept zich op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur voor de in stand gelaten aanslagen en stelt dat ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend ter zake van de vernietigde naheffingsaanslagen. Het beroep bevat geen enkele (feitelijke) onderbouwing. Dit beroep slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/8337 - ROT 24/8373</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2990"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtsbank heeft de verdachte veroordeeld ter zake van verduistering in dienstbetrekking. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001780-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:6797</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6342"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bevestiging met uitzondering van de straf, daaronder begrepen de vordering bp, en de vordering TUL.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000377-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12244"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneming, prijsafspraak, vaste prijs, specificatie factuur, geen nadere voorwaarde voor betaling, opschorting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/374087</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12852</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12852</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12852"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeken om voorlopige voorziening hangende de bezwaren van verzoekers tegen het besluit van het college om een omgevingsvergunning aan vergunningshoudster te verlenen voor het vellen van 12 bomen. Verzoek is afgewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college met het verweerschrift en de toelichting ter zitting voldoende uitgelegd waarom het de kap van de bomen noodzakelijk vindt, ondanks het feit dat sommige bomen in goede conditie zijn en ze een zekere natuurwaarde hebben.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/6265 en ROT 26/6585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V. van Dorst</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13059"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening; Participatiewet; maatregel geen bijstand voor periode van één maand; verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/6930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Vrolijk</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29199"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. De gevorderde verwijdering van de RG-status wordt afgewezen De selectiefunctionaris heeft met betrekking tot eiser in redelijkheid kunnen besluiten tot handhaving van de status van RG vanwege (vermoedens van) voortgezet crimineel handelen vanuit detentie. Voor ingrijpen door de voorzieningenrechter bestaat daarom geen aanleiding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708169 / KG ZA 26-741</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bordes</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10482</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10482</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10482"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het verwerven en in bezit hebben van kinderporno, dwang door bedreiging met smaad en met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt en buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Oplegging van een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.192138.23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Beije, mr. J. Linders, mr. M. el Jerrari</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12017"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht; uitleg van uiterste wil; artikel 4:46 BW; verhoudingen die de erflater heeft willen regelen. Met eisers, zusters van erflater, is rechtbank van oordeel dat het vervalbeding ter zake de tweetrapsmaking bij de uitleg van het testament buiten beschouwing moet worden gelaten. Dit is kennelijk abusievelijk opgenomen. Netto-opbrengst verkoop woning erflater komt toe aan zusters als verwachters en niet aan de erfgenaam van de na de erflater overleden bezwaarde, de (bij zijn dood) geregistreerd partner van erflater.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/365463</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29198"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. De vordering strekkende tot het verlenen van onvoorwaardelijke toestemming door de eerste hypotheekhouder voor het vestigen van een derde hypotheek wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712044 / KG ZA 26-960</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. I.A.M. Kroft</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2803"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">wijziging kinderbijdrage. Vaststelling behoefte aan de hand van hoger inkomen van een van de ouders na het jaar van uiteengaan. Handelen in strijd met artikel 21 Rv komt voor rekening en risico van de vader. Het hof acht het onder deze omstandigheden redelijk om de draagkracht van de vader gelijk te stellen aan de draagkracht van de moeder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.955/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13264"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor bedreigen en mishandelen toenmalige partner en het overtreden van een gedragsaanwijzing. Taakstraf 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar, met bijzondere voorwaarde van een contactverbod en betaling van een schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-192238-25, 10-161169-25 en 10-019899-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7402</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7402</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7402"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt wegens een poging tot zware mishandeling van zijn partner – onder andere door haar hals dicht te knijpen – veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Verdachte wordt vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag, omdat onvoldoende duidelijkheid bestaat over de exacte duur van de door verdachte aangelegde verwurging en deze verwurging door verdachte meerdere keren werd onderbroken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/090210-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7403"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van betrokkene met één jaar. Bij betrokkene is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met dwangmatige en vermijdende kenmerken. De afgelopen jaren is sprake geweest van meerdere incidenten. De kliniek schat het risico op herhaling bij (voorwaardelijke) beëindiging van de tbs-maatregel dan ook in als hoog. Net als de kliniek is de rechtbank van oordeel dat het op basis van de beperkte tijdsduur van de (gemaximeerde) maatregel passend is om over één jaar opnieuw te toetsen hoe de vorderingen zijn in behandeling en vrijhedenkader.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/118730-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10387"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Participatiewet, vovo toegewezen, aanvraag buiten behandeling gesteld, verzoekers kunnen in bezwaar nog stukken aanleveren, dat kan leiden tot toekenning van bijstand, belangenafweging, minderjarig kind.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 26/2082</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12397"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Man heeft huis verkocht en moet het volgende week leveren aan koper. Nu blijkt dat ex echtgenote nog als mede-eigenaar geregistreerd staat. Zij is in 2011 vertrokken naar Cuba en partijen hebben sinds die tijd geen enkel contact meer gehad. Vonnis in de plaats van benodigde toestemming van de vrouw en verkorting termijn op grond van 3:301 lid 1 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381942</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29383"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14263</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10386"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Participatiewet, artikel 27, verlaging van de bijstand wegens wonen in een tent/geen woonkosten, 48% verlaging, verzoek toegewezen, voorlopig mag college 20% van de toepasselijke norm verlagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 26/2199</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6343"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige staande houding. Matiging strafoplegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005382-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29384"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12436"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening en beroep; toekenning leerlingenvervoer OV-abonnement; niet is gebleken dat aan de voorwaarden voor de toekenning van taxivervoer is voldaan; beroep ongegrond; verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/6925; ROT 26/6926</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Vrolijk</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2025:382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2025:382"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Werkneemster is op staande voet ontslagen, omdat ze niet op het werk is verschenen. Dit ontslag wordt nietig verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202500473</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Tubben</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9276</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9276</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9276"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Advocatenkosten voor consument. Vernietiging kostenbeding. Het met de consument overeengekomen kostenbeding is niet transparant en oneerlijk, en wordt door de rechtbank vernietigd. Daardoor komt de gehele opdracht te vervallen. Het advocatenkantoor kan op grond van onverschuldigde betaling vergoeding vorderen van de waarde van de reeds verrichte prestatie. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de sanctionerende werking van de richtlijn oneerlijke bedingen. De rechtbank zoekt daarbij aansluiting bij het sanctiemodel informatieplichten en vermindert het verschuldigde bedrag met 40%. Dat leidt tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering in reconventie. De specifieke bezwaren tegen (delen van) de facturen slagen gedeeltelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/777408 / HA ZA 25-1610</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13193"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ots</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712862 / JE RK 26-15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1031"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overschrijding van de redelijke termijn; vergoeding immateriële schade door Hof gematigd van € 500 naar € 50; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2024:853</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02822</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1524</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1242"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3.14 Wet IB 2001, art. 3.95 Wet IB 2001, art. 33a Sr, art. 14 EVRM; fiscaal onderscheid verbeurdverklaring en voordeelontneming, resultaat uit overige werkzaamheden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01717</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1037</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1361</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1299"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; eindarrest na tussenarrest HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:301</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03743 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:5495</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1016</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1016</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1016"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Informatiebeschikking; art. 47 en 52a AWR; Tax Information Exchange Agreement (TIEA), bevoegdheid inspecteur om informatie op te vragen niet territoriaal begrensd, geen verplichting eerst informatie op te vragen op basis van TIEA</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00129</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1358</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:4081</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1243"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verhuurderheffing 2014 e.v., Wet maatregelen woningmarkt 2014 II, strijd met het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel van art. 26 IVBPR en van art. 14 EVRM, ECLI:NL:HR:2018:846; terugwerkende kracht reparatiewetgeving WMW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03381</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:289</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1585</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8205"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2007-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Gemeentelijke Wvg-verordening onverbindend voor zover daarin is bepaald dat geen Wvg-voorziening wordt toegekend voor zover op grond van enige privaatrechtelijke verbintenis (in casu: onrechtmatige daad van veroorzaker verkeersongeval dat tot handicap leidde) aanspraak op de voorziening bestaat; terugkomen van eerdere rechtspraak; afbakening met weigeringsgrond “algemeen gebruikelijk”.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 04-4445 WVG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Simons, Berkel-Kikkert, Verhey</contributor><issued>2007-02-12</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet voorzieningen gehandicapten 1</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet voorzieningen gehandicapten 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet voorzieningen gehandicapten 5</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet maatschappelijke ondersteuning 2</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2007:BA2491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:BA2491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2007:BA2491"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2007-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Terugvordering en invordering bijstandsuitkering. Bij nader besluit verlaging teruggevorderde bedrag. Staat verjaring eraan in de weg dat een besluit tot invordering van de schulden wordt genomen? Verjaring. Stuiting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-1077 NABW 05-5763 NABW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): van Male, Kooijman, Bootsma</contributor><issued>2007-04-11</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene bijstandswet 86</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2007:BA7747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:BA7747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2007:BA7747"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2007-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toeslagenverordening. Niet voldaan aan opdracht wetgever. Bepaling mist verbindende kracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/7286 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Simons, Van der Wiel, Kooijman</contributor><issued>2007-06-21</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet werk en bijstand 8</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet werk en bijstand 30</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BK6570</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BK6570</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BK6570"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Onder verwijzing naar zijn uitspraken van 7 april 2009 (LJN BI0588) en 26 mei 2009 (LJN BI7121) geeft de Raad (...) als zijn oordeel te kennen dat (ook) de gevolgen van een onrechtmatige tijdelijke weigering van uitkering in beginsel zijn terug te voeren op de vertraagde uitbetaling van die uitkering, althans voor zover het gaat om kosten die zijn gemaakt als gevolg van het tijdelijk gemis aan geld door die weigering. De Raad is dan ook van oordeel dat het verzoek van appellant om vergoeding van kosten in verband met het verlies van woonruimte vanwege huurachterstand, betrekking heeft op vergoeding van schade wegens vertraging in de voldoening van een geldsom. Aangezien artikel 6:119, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek de schadevergoeding, verschuldigd wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, normeert in de wettelijke rente van die som over de tijd dat de schuldenaar in verzuim is geweest, is er geen plaats voor vergoeding van de door appellant gestelde schadeposten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-4985 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Schoemaker, J.M.A. van der Kolk-Severijns, O.L.H.W.I. Korte</contributor><issued>2009-12-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BK7220</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BK7220</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BK7220"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Naar het oordeel van de Raad had appellant belang bij beoordeling en vernietiging van het bestreden besluit. Met betrekking tot het beroep tegen het bestreden besluit is de Raad anders dan het College van oordeel dat appellant belang had bij een beoordeling van zijn bezwaar wegens het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek om verlenging van zijn postadres. Dat belang was niet komen te vervallen doordat aan appellant inmiddels wel een postadres was verstrekt. Nu appellant het College had verzocht om vergoeding van de aan het bezwaar verbonden kosten op grond van artikel 7:15 van de Awb, diende het College de gegrondheid van het bezwaar van appellant te beoordelen. Het bestreden besluit berust dan ook in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb niet op een deugdelijke grondslag. De Raad overweegt dat een reactie van het College op een verzoek om verlenging van een postadres als zodanig niet op zelfstandig rechtsgevolg is gericht en daarom niet kan worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Daarbij merkt de Raad op dat wanneer het College ertoe zou overgaan aan het al dan niet beschikken over een postadres gevolgen voor de verlening van bijstand te verbinden, de daartoe strekkende beslissing wel gericht zou zijn op rechtsgevolg. Nu een reactie op een verzoek om een postadres geen besluit is, kan het uitblijven daarvan niet met toepassing van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb met een besluit worden gelijkgesteld. Voorts is voor de Raad voldoende komen vast te staan dat Tjon, zij het achteraf en op basis van “no cure no pay”, bij zijn cliënten en ook bij appellant kosten in rekening brengt voor de door hem verleende rechtsbijstand. Ook overigens ziet de Raad in hetgeen daarover door het College is aangevoerd geen beletsel voor de vergoeding van de kosten van de door Tjon verleende rechtsbijstand. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluit. Rechtsgevolgen blijven in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-1004 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Van Vulpen-Grootjans, Mr. Kooijman, Mr. Van Waterschoot</contributor><issued>2009-12-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 1:3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 7:12</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:742"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering terug te komen van het eerder vastgestelde dagloon terecht. Weigering ZW-dagloon te verhogen blijft in stand. Anders dan appellant heeft betoogd, volgt uit artikel 29, zevende lid, van de ZW niet dat het dagloon voor de ZW-uitkering wordt gebaseerd op het voor de WW-uitkering vastgestelde dagloon. Uit deze bepaling volgt immers slechts dat de systematiek voor de vaststelling van het dagloon dezelfde is. Bij een juiste vaststelling van het WWdagloon volgt daaruit wel dat de ZWdagloon wordt vastgesteld conform het eerder vastgestelde WWdagloon. Deze werkwijze is ook beschreven in onderdeel 1.2 van de Wetsuitleg dagloonregels. Hieruit kan niet worden afgeleid dat het ZWdagloon moet worden gekoppeld aan het WWdagloon als dit WWdagloon onjuist – dat wil zeggen: niet in overeenstemming met de wettelijke bepalingen – is vastgesteld. Uit het feit dat het Uwv in dit geval uitsluitend vanwege het vertrouwensbeginsel de verhoging van het WWdagloon is stand heeft gelaten, volgt daarom niet dat ook het ZWdagloon moet worden verhoogd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/354 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BI0588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BI0588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BI0588"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-04-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige intrekking van uitkering. Verzoek om schadevergoeding: Incassokosten en kosten verband houdende met de beëindiging van de ziekenfondsverzekering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/7182 WWB + 08/2364 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Van der Ham, Van Viegen, Bootsma</contributor><issued>2009-04-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene bijstandswet 29</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene bijstandswet 30</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:73</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 1:3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Ziekenfondswet 3</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0890</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0890</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0890"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvang bezwaartermijn. Appellant heeft ontkend dat de besluiten hem destijds hebben bereikt. De besluiten zijn niet aangetekend verstuurd. De besluiten zijn gezonden aan een ander adres dan het adres waarop appellant in de GBA stond ingeschreven. De Raad verwijst de zaak terug naar de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-3726 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Van Viegen, Mr. Roelofs, Mr. Venema</contributor><issued>2009-07-01</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 3:41</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 6:7</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 6:8</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BI0244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BI0244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BI0244"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-03-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid bezwaar. Niet gebleken dat betrokkene door toedoen van het College op het verkeerde been is gezet ten aanzien van de in acht te nemen bezwaartermijn. Rechtbank heeft beroep gegrond verklaard. Raad vernietigt uitspraak rechtbank voor zover opdracht is gegeven een nieuw besluit te nemen. Het ter uitvoering van de uitspraak rechtbank genomen besluit wordt eveneens vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07-4374 WWB + 07-4376 WWB + 09-730 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. G.A.J. van den Hurk, J.J.A. Kooijman, J.F. Bandringa</contributor><issued>2009-04-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2009:BI0308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BI0308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2009:BI0308"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-03-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaalde aanvraag om een vergoeding van de kosten van verhuizing afgewezen. Tijdsverloop van meer dan 1 jaar. Verhuizing naar andere woning per andere datum. Ten onrechte is art.4:6 Awb toegepast. Indien een nieuwe aanvraag voorligt na een eerdere afwijzing van een bijstandsaanvraag, ligt het in het algemeen op de weg van de aanvrager om aan te tonen dat zich sedert die afwijzing een relevante wijziging in de omstandigheden heeft voorgedaan. Vernietiging besluit met in standlating rechtsgevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07-5734 WWB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. R.H.M. Roelofs, C. van Viegen, H.C.P. Venema</contributor><issued>2009-04-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13423"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak gaat om de afrekening van de kosten voor het individuele warmte- en waterverbruik over 2024 van een zelfstandige studentenwoning in een complex aan het adres in Alkmaar. De verhuurder heeft de berekeningswijze en omvang van de werkelijke kosten onderbouwd. Het verweer van de huurder daartegen is onvoldoende. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de jaarafrekening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11991446 \ CV EXPL 25-4599</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28183"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. Omgevingsvergunning voor een dakkapel is terecht verleend. Met het bouwplan wordt de maximaal toegestane goothoogte niet overschreden. Goothoogte wordt vastgesteld op het punt waar het water afwater naar de gevel. Geen ruimte voor een belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/8344</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2025:383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2025:383"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verzoekster is op staande voet ontslagen. Zij is het hier niet mee eens en vraagt het gerecht het ontslag te vernietigen en Nereida onder meer te veroordelen het (achterstallig) salaris te betalen. Nereida voert verweer, maar als het gerecht oordeelt dat het ontslag nietig is vraagt zij het gerecht de arbeidsovereenkomst te ontbinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202501557</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Tubben</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29386"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14318</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29389"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond – dubbel beroep – niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14261 en NL26.46545</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13071"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Consumentenkoop. Afwijzing eis verband houdend met de koop van een tweedehands auto waaraan nadien gebreken geconstateerd zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11807331 CV EXPL 25-15884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12126"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening. Afwijzing aanvraag voor opvang op grond van de WMO. Zelfredzaamheid. Artikel 8 EVRM. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7098</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Vrolijk</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29378"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, AMbV-verordening, voortvarend handelen, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55362</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Hello</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29390"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">regulier – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13201</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13201</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13201"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verlenging ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/714330 / JE RK 26-218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2022:8653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:8653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2022:8653"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-997512-13</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2022:8654</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:8654</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2022:8654"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-997527-13</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2871</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2871</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2871"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag bpm. Waardevermindering als gevolg van schade niet aannemelijk gemaakt. Vermindering naheffingsaanslag nu toepassing verbeterde koerslijst XRAY niet langer in geschil is en tot lagere verschuldigdheid van bpm leidt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12127"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening. Afwijzing aanvraag voor opvang op grond van de WMO. Zelfredzaamheid. Artikel 8 EVRM. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7099</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Vrolijk</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3833"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het bezwaar van belanghebbende tegen de informatiebeschikking ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. artikelen 6:7, 6:9 en 6:10 Awb)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/1910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.M. Geersheuvels</contributor><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29391"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asielgrensprocedure. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.47089</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Hello</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8461"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">geen schorsing concurrentie- en relatiebeding in arbeidsovereenkomst en STAK-overeenkomst. Twee beoordelingskaders: art 7:653 BW en art 6:248 lid 2 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4001/12288694</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:892</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:892</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:892"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling wegens o.a. medeplegen van diefstal d.m.v. valse sleutel. Middel klaagt over door hof toegewezen vordering benadeelde partij t.a.v. post 'sieraden', welke post door benadeelde partij is geschat met behulp van ChatGPT en welke schatting hof heeft gevolgd. AG staat stil bij vraag of en zo ja, op welke manier een 'AI-tool' kan worden gebruikt bij onderbouwing vordering benadeelde partij en of hof zijn schatting zonder nadere motivering op een berekening die is gebaseerd op een 'AI-tool' mag baseren. AG is van oordeel dat het hof toewijzing vordering benadeelde partij onvoldoende met redenen heeft omkleed en dat middel slaagt. De conclusie strekt tot vernietiging van uitspraak hof, maar uitsluitend m.b.t. beslissing op vordering benadeelde partij en oplegging schadevergoedingsmaatregel, tot partiële terugwijzing zaak, tot verwerping van beroep voor het overige en tot eventuele constatering van schending redelijke termijn berechting in cassatiefase.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02024</description><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5197"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet voormalig bestuurder. Samengestelde dringende reden. Wel dringende redenen, maar ontslag op staande voet niet rechtsgeldig omdat het niet onverwijld is gegeven. Billijke vergoeding. Geen transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.336.953</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:5497</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6949"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag op een medewerker van een zorginstelling voor mensen die geestelijke gezondheidszorg nodig hebben. De verdachte heeft meermalen tegen het hoofd van het slachtoffer geslagen waarna het slachtoffer het bewustzijn verloor. Vervolgens heeft de verdachte de nek van het slachtoffer vastgepakt en hem met zijn hoofd verschillende malen tegen een marmeren bank geslagen. De verdachte heeft toen het slachtoffer op de grond lag hem tegen het hoofd en de rug getrapt en vervolgens met twee handen de keel van het slachtoffer dichtgeknepen, terwijl het slachtoffer het bewustzijn al had verloren. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte het volle opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer en niet (slechts) voorwaardelijk opzet. De verdachte heeft niet meegewerkt aan een psychologisch onderzoek, maar wel aan een psychiatrisch onderzoek. Geadviseerd is door de psychiater om de verdachte als sterk verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Bij de strafoplegging houdt de rechtbank hiermee rekening, maar legt uit oogpunt van vergelding wel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op die de duur van de voorlopige hechtenis overstijgt. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast wordt aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd, zoals door de psychiater is geadviseerd. Beslissing op vordering benadeelde partij; toegewezen wordt een bedrag aan materiële schade en een bedrag van € 29.150,- aan immateriële schade. Bij de bepaling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding heeft de rechtbank acht geslagen op de Rotterdamse Schaal en de door het LOVS vastgestelde aanbevelingen. Anders dan gevorderd, zal de rechtbank de immateriële schadevergoeding niet verhogen met een percentage van 20%, maar met een percentage van 10%, omdat de verdachte als sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, wat een aanzienlijke invloed heeft op de mate van verwijtbaarheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-284176-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T. Kraniotis, mr. M. Kleijn Hesselink, mr. S.H. Schepers</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5514</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5514</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5514"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoofdzaak en vrijwaringszaak. In de hoofdzaak wordt door de curator nakoming gevorderd van een 403-verklaring die zou zijn afgegeven door de moedervennootschap van de gefailleerde vennootschap. De aangesproken moedervennootschap meent een vrijwaringsvordering te hebben op de gewezen aandeelhouders van de gefailleerde vennootschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/335359 / HA ZA 25-215</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. Marsman</contributor><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2025:157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2025:157"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schadestaat. Toewijzing gelijk aan de provisionele vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR201901074</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Tubben</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28231</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28231</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28231"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV Zwisterland, kwetsbaarheid, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44216 en NL26.44217</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Smayel</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10443</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10443</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10443"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten mocht aan eiseres een last onder bestuursdwang opleggen voor het aanwezig hebben van bouwwerken zonder omgevingsvergunning en het gebruik van gronden in strijd met het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Eijsden-Margraten. Beroep ongegrond en afwijzing van verzoek om voorlopige voorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 26/2071 en ROE 26/2073</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6777"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">KG: geen hoofdverbijf in het gehuurde. Gedaagde moet de woning ontruimen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12357163 \ LV EXPL 26-38</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.W. Nederveen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13147"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/715002 / JE RK 26-309</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3975"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis. Bewijsopdracht voor eiser dat gedaagde een namaakhorloge aan hem heeft gegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11990816 \ UC EXPL 25-9618 WMB/61313</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.S. Koppert</contributor><issued>2026-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2876"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Belanghebbende heeft schade aan de tussenbak ten tijde van de registratie van de auto, niet aannemelijk gemaakt. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/552</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7906</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7906</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7906"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Geen rechtens relevante wijziging van omstandigheden die tot herbeoordeling partneralimentatie leidt, beoordeling pf overeenkomst een 'overeenkomst over levensonderhoud' betreft</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/438755 / FA RK 25-4172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6345"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing ontnemingsvordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001710-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13126"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgregeling en kinderalimentatie. Geen contact want niet in belang minderjarige, wijziging Marokkaanse beslissing inzake kinderalimentatie, uitsluiten wettelijke indexering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/703855 / FA RK 25-5647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6344</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6344</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6344"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verwerping 359a Sv verweer. Geen sprake van onrechtmatige doorzoeking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001711-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6345</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2204"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Juridische kwalificatie van stortingen van (voormalig) aandeelhouders aan vennootschap. Doorslaggevend is de feitelijke fiscale en boekhoudkundige verwerking van de bedragen. Het hof neemt net als de rechtbank aan dat gelet daarop er geen sprake is van een (mondelinge) overeenkomst van geldlening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.809/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29387"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister stelt zich op het standpunt dat het asielmotief geloofwaardig is met uitzondering van de gestelde leeftijd van eiser. Eiser wordt meerderjarig geacht en komt daarom niet in aanmerking voor het buitenschuld beleid. Het beroep is gegrond omdat de minister in het bestreden besluit de leeftijdsbepaling onvoldoende zorgvuldig heeft onderzocht en ondeugdelijk heeft gemotiveerd door de Zwitserse autoriteiten niet te raadplegen over de wijze waarop de leeftijdsvaststelling heeft plaatsgevonden en omdat de minister heeft nagelaten om de afzonderlijke documenten in onderlinge samenhang te wegen en geen inzichtelijke weging heeft gemaakt van alle relevante documenten en verklaringen bij de beoordeling van eisers leeftijd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.6165</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.G.M. van Veen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2025:384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2025:384"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verandering van omstandigheden. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden onder toekenning van een vergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202502579</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Tubben</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6784</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6784</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6784"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verkoper heeft niet onrechtmatig gehandeld door op de NVM-vragenlijst in te vullen dat er volgens hen geen verschil is tussen de kadastrale en feitelijke erfgrens, terwijl dit verschil er wel was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/604208 / HA ZA 25-626</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. G. Boonzaaijer</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7911"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding, geen hoofdverblijf bij een co-ouderschapsregeling, inschrijving in het BRP, aanvrager kinderbijslag, kinderalimentatie en partneralimentatie met discussie over verdiencapaciteit en hogere woonlasten, overeenstemming over verdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/440235 / FA RK 25-4964 (echtscheiding) en C/02/442902 FA RK 25-</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1857"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling ter zake van 'diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak' (feit 1), 'medeplegen van opzetheling' (feit 2 en 3) en 'deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven' (feit 4) tot een gevangenisstraf ter hoogte van 24 maanden, met aftrek voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-003994-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29392"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening afgewezen, want dezelfde dag is uitspraak gedaan op het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.43008</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Catsburg</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7905"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Referteverklaring</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449861 / FA RK 26-3364</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5851</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5851</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5851"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verworven recht. Is gedurende enige tijd tussen partijen gevolgde gedragslijn een arbeidsvoorwaarde geworden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.372.021</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:181"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deze procedure gaat over de vraag of Aqualectra haar vorderingen op eiser nog kan afdwingen. Eiser beroept zich op verjaring en vraagt een verklaring voor recht dat Aqualectra en Blue Affinity die vorderingen niet meer geldend kunnen maken. Aqualectra betwist dit en vordert betaling van de openstaande bedragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202502313</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Tubben</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7919"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming paspoort</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447825 / FA RK 26-2299</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:11419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:11419"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Bpm is niet te hoog vastgesteld. Voor zover verweerder is uitgegaan van een te lage historische nieuwprijs doet hij een geslaagd beroep op interne compensatie. Gelet op het eigen aankoopcijfer acht de rechtbank aannemelijk dat de handelsinkoopwaarde van de auto hoger is dan waar verweerder bij de aanslagoplegging van uit is gegaan. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_8349</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2025-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2877"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Vertrouwensbeginsel faalt. Belanghebbende heeft onvoldoende aangedragen voor de stelling dat zij uit uitlatingen van DRZ of de Inspecteur na de schouw heeft mogen afleiden dat geen naheffingsaanslag zou volgen. Het tijdsverloop tussen de hertaxatie en het opleggen van de naheffingsaanslag rechtvaardigt evenmin de conclusie dat belanghebbende mocht menen dat geen naheffingsaanslag zou worden opgelegd. De Rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het de Inspecteur vrijstond met een beroep op interne compensatie te concluderen dat de naheffingsaanslag eerder te laag dan te hoog is vastgesteld, waardoor er geen reden is om de naheffingsaanslag te verminderen. Het Hof gaat voorbij aan de door belanghebbende pas in hoger beroep ingebrachte koerslijst XRAY.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/574</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:11419</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29393</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29393</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29393"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk. Eiseres heeft een nieuw inwilligend besluit gekregen. Niet is gesteld of gebleken dat zij nog belang heeft bij een inhoudelijk oordeel van haar beroep. Verder bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Dat eiseres alsnog een inwilligend besluit heeft gekregen, is niet te wijten aan een onrechtmatigheid van de kant van de minister.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.7225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:227</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:227</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:227"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag curator en benoeming bewindvoerder en mentor. Machtiging instellen bodemprocedure tot ontruiming woning door bewindvoerder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202400338, BON202600200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:17338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:17338"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser vordert een schadevergoeding van het Hoogheemraadschap in verband met het herstel van een kade op zijn perceel. Volgens eiser heeft het Hoogheemraadschap gezegd dat het de kade zou herstellen. Het Hoogheemraadschap betwist dat het dit aan eiser heeft toegezegd. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiser er niet in redelijkheid op heeft mogen vertrouwen dat het Hoogheemraadschap de kade zou herstellen. Het Hoogheemraadschap hoeft eiser daarom geen schadevergoeding te betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/666440 / HA ZA 24-436</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.J. Nomen</contributor><issued>2024-10-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:3019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:3019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:3019"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak. Artikel 8b Wet Vpb. Transfer pricing. Kredietfaciliteiten met ‘headroom’. Variabele rente over verstrekte bedragen en ‘commitment fees’ over totaalbedragen faciliteiten. Het Hof is van oordeel dat de headroom ter zake van de onderhavige kredietfaciliteiten niet als schijnhandeling kan worden aangemerkt, dat die op zichzelf beschouwd ook niet onzakelijk is, dat bij de toetsing van de vergoedingen aan het ‘at arm’s length-beginsel’ de totale-kostenbenadering mag worden gehanteerd en dat het aangaan van de faciliteiten geen wetsontduiking (fraus legis) oplevert. Vervolgens rijst de vraag of de prijsstelling zakelijk is, derhalve: of de hoogte van de totale kosten (rente en commitment fees) en de correctie daarvan door de Inspecteur voldoende wordt ondersteund door benchmarks. Aangezien eventuele inhoudelijke gebreken op het moment van het doen van de tussenuitspraak nog niet vaststaan, rust de bewijslast dienaangaande (vooralsnog) op de Inspecteur, die wil afwijken van de door belanghebbende contractueel overeengekomen verrekenprijzen. De verrekenprijsdocumentatie van belanghebbende is naar het oordeel van het Hof als zodanig niet gebrekkig als bedoeld in de arresten HR 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1086 en HR 13 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1336, zodat het standpunt van de Inspecteur dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard omdat door schending van de administratieplicht de vereiste aangifte niet is gedaan, faalt. Evenmin ziet het Hof aanleiding bij de beoordeling van de onderhavige verrekenprijscorrecties uit te gaan van het door de Inspecteur voorgestane (door belanghebbende te ontzenuwen) bewijsvermoeden van onzakelijkheid. Niet aannemelijk is geworden dat de door belanghebbende vastgestelde credit ratings hebben geresulteerd in prijzen die tussen onafhankelijke derden niet waren overeengekomen, met uitzondering van de credit rating voor één faciliteit (faciliteit 3a). De kritiek van de Inspecteur op de door belanghebbende aangedragen comparables is evenwel ten dele terecht. De onderbouwing door belanghebbende van de totale vergoedingen ter zake van faciliteiten 1, 3, 3a en 7bn kent belangrijke gebreken. Op grond van deze gebreken acht het Hof voorshands aannemelijk dat de vastgestelde vergoedingen niet at arm’s length zijn. De Inspecteur heeft echter geen bewijs aangevoerd waaruit kan worden afgeleid hoe hoog at arm’s length vergoedingen dan wel zouden zijn. Naar het oordeel van het Hof dient de Inspecteur in de gelegenheid te worden gesteld zijn bewijsaanbod op dat punt gestand te doen. Faciliteit 5 betreft geen geldlening (zoals de overige faciliteiten), maar een andersoortige kredietovereenkomst. Naar het oordeel van het Hof dient voor deze faciliteit bij het ontbreken van een verstrekte hoofdsom primair de hoogte van de commitment fee zelfstandig te worden getoetst. De kritiek van de Inspecteur op de vaststelling van de all-in rate, die dient als grondslag voor de berekening van de commitment fee, treft doel. Ook voor deze faciliteit wordt de Inspecteur in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren waaruit volgt wat een at arm’s length renteopslag ter zake van faciliteit 5 zou bedragen, uitgaande van de door belanghebbende vastgestelde credit rating, en wat op basis daarvan de hoogte van de verschuldigde rente en commitment fees waren geweest in de relevante jaren. Voor het jaar 2012/2013 heeft het geschil tussen partijen betrekking op een navorderingsaanslag en voor het jaar 2013/2014 op een navorderingsaanslag en een beschikking als bedoeld in artikel 20b, lid 1, Wet Vpb. Voor zover de Inspecteur erin zal slagen aannemelijk te maken dat een at arm’s length vergoeding ter zake van de faciliteiten 1, 3, 5 en 7bn lager zou zijn dan hetgeen is overeengekomen, is voor correcties in die jaren voorts de aanwezigheid van een nieuw feit of kwade trouw benodigd. Het Hof kan daarover in deze tussenuitspraak echter nog geen definitief oordeel geven. Voor het geval dat de correcties van de Inspecteur ter zake van faciliteiten 1, 3, 3a en 7bn (deels) in stand blijven, verwerpt het Hof het beroep op het vertrouwensbeginsel. Voor het geval dat de correcties van de Inspecteur niet geheel in stand kunnen blijven, doet hij een beroep op interne compensatie. In deze tussenuitspraak kan nog geen definitief oordeel worden geveld over de vergoeding ter zake van faciliteit 3a. Het beroep slaagt voor wat betreft een andere lening. Het Hof stelt de Inspecteur in de gelegenheid om het door hem aangeboden bewijs in te brengen waaruit volgt wat at arm’s length (totale) vergoedingen ter zake van faciliteiten 1, 3, 3a, 5 en 7bn zouden bedragen in de onderhavige jaren indien de credit ratings van belanghebbende (voor faciliteit 3a: na correctie) worden gevolgd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/836 tot en met BK-23/840-tus, en BK-23/845 tot en met BK-23/849-tus</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-09-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2462</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2019:9865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:9865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2019:9865"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2019-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns en voorraadheffing. Aanwezigheid gasolie in de bunkertanks van een motortankschip. Is de monstername correct verlopen en door bevoegde ambtenaren uitgevoerd? Voor de aandrijving van het schip gebruikte brandstof heeft een lager SY-gehalte dan het voorgeschreven gehalte. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/01125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2019-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:4871</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:187</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:685</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:685</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:685"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Toepassing van artikel 10, lid 1, aanhef en letter j, Wet Vpb (artikel 10-1-j) en werknemersoptiearresten? Het hof gaat uitgebreid in op de achtergrond en context van artikel 10-1-j. Het hof is van oordeel dat artikel 10-1-j in de context van (werknemers)opties slechts de aftrek verhindert van enig bedrag in verband met de toekenning van dergelijke opties. Als optierechten eenmaal zijn toegekend en er derhalve een optieverplichting is ontstaan, wordt de fiscale behandeling van (mutaties in de waarde van) beheerst door de rechtspraak inzake houders van optierechten en vergelijkbare rechten op aandelen. Toepassing van het juridisch kader op het onderhavige geval leidt tot het oordeel van het hof dat artikel 10-1-j niet de aftrek van enig bedrag verhindert. In het onderhavige geval heeft de (voorwaardelijke) toekenning van optierechten niet in het onderhavige jaar (2015 plaatsgevonden, maar in 2013 en 2014. Partijen zijn eenparig van mening dat de voorwaarden als opschortende voorwaarden moeten worden gekwalificeerd. Gelet daarop is in het onderhavige geval nimmer sprake geweest van een toekenning van optierechten in de in artikel 10-1-j bedoelde zin. Bij gebreke van een zodanige toekenning wordt evenmin toegekomen aan de werknemersoptiearresten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.A.M. Pijnenburg, T.A. Gladpootjes, P.C. van der Vegt</contributor><issued>2023-03-01</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de vennootschapsbelasting 1969 10</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:785</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:228</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:228</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:228"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Een resort heeft gedurende enige tijd tafelkleden van een verhuurder gehuurd. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de financiële afwikkeling. Partijen verschillen van mening over de huurprijs van de goederen en het aantal goederen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202500467</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12117</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12117</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12117"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedaagden zijn allebei strafrechtelijk veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing op een school in {plaats 1}. De gemeente is eigenaar van het pand waarin de school is gevestigd. Door de ontploffing is schade ontstaan aan het pand en de gemeente vordert in deze zaak schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW)). De vordering wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12059114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:229"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzet tegen dwangschriften n.a.v. belastingschulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202500488</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:134"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eigenaar wel ontvankelijk, beheerder niet. Toepassing Landsverordening uitgifte in erfpacht Sint Maarten; eigenaar moet kabels en transformatorhuis dulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202500873</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. Saarloos</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10582"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Drugspand in Amstenrade - De rechtbank heeft bewezenverklaard dat de verdachte op 13 juli 2024 opzettelijk 68,65 gram cocaïne en 1084,84 gram heroïne aanwezig heeft gehad. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 53 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.227340.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Beije, mr. C.G.A. Wouters, mr. L.H.M. Geuns</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1586"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Navorderingsbevoegdheid. Omkering en verzwaring van de bewijslast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:1215</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5743"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling reddingsstation.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2798"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:75 Awb. Art. 11, lid 1, onderdeel d Besluit tarieven in strafzaken 2003. Naheffingsaanslag parkeerbelasting vernietigd. Belanghebbende heeft recht op vergoeding van de reis- en verblijfkosten van de procedure in beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/584</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1385"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Incidenteel hoger beroep ontvanger gegrond. Na verjaring rechtsvordering tot betaling heeft belanghebbende geen belang bij voorzetting procedure tegen de kostenbeschikking. Misbruik van procesrecht door instellen beroep. Geen recht op door rechtbank toegekende imsv van € 8.485.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1394"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft geen belang bij instellen van beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar over een kostenbeschikking. Misbruik van procesrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/441</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3301</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3301</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3301"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting; art. 4, lid 1, onderdeel a, WRB; verkrijging van aandelen in onroerend-goedlichaam? Zuivere splitsing van de verkrijger in twee vennootschappen, die nadien via een juridische fusie zijn verdwenen in [Y] B.V. (belanghebbende) en [X] B.V. De naheffingsaanslag is opgelegd aan (op naam gesteld van) belanghebbende. Het Hof vernietigt de naheffingsaanslag omdat belanghebbende niet de belastingplichtige verkrijger is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1664</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:7483</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2863</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2863</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2863"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffing bpm. Interne compensatie. Hof verhoogt handelsinkoopwaarde. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/58</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2783"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">kinderbijdrage. Gedeeltelijke vernietiging bestreden beschikking. Het hof ziet aanleiding om, gelet op de minimale financiële mogelijkheden van de man, de vernietiging van de beslissing van de rechtbank om de kinderbijdrage op nihil te stellen niet met volledige terugwerkende kracht te laten ingaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.463/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12120</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12120</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12120"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft werkzaamheden verricht voor gedaagde en vordert in deze procedure betaling van twee facturen die onbetaald zijn gebleven. Gedaagde erkent de facturen, maar beroept zich voor een gedeelte van de facturen op verrekening. De kantonrechter wijst de vordering van eiseres toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12146736</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29397"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is beslist op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.7226</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:2321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:2321"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzingszaak. Activiteiten rondom onroerende zaak onderneming of werkzaamheid? Foutenleer. Omvang verlies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/902</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2025-12-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:6076</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12187"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zilveren Kruis. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden. Geen oneerlijke bedingen. Rentebeding niet oneerlijk, voor zover deze rente wordt berekend over de verschuldigde premie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11877211 \ CV EXPL 25-5983</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2878"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Waarde van de woning op een te hoog bedrag vastgesteld. Geen schending van het bepaalde in artikel 40, lid 2, Wet WOZ en de artikelen 7:4 en 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Geen sprake van een bijzonder geval bij de toepassing van artikel 30a Wet WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/628</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:156"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OZB. Opslag tarief in combinatie met retributieregeling vormt ongeoorloofde tariefdifferentiatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2546</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:2818</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5793"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 5 februari 2021 heeft de minister van Financiën het verzoek van [appellant A] en [appellant B] op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) om inzage in hun persoonsgegevens toegewezen voor zover het gaat om gegevens die zijn verwerkt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De minister heeft het verzoek afgewezen voor zover het betrekking heeft op gegevens die zijn verwerkt in andere gegevensbestanden, applicaties en systemen dan de FSV. Naar aanleiding van de berichtgeving over de FSV van de Belastingdienst hebben [appellant A] en [appellant B] de minister gevraagd of hun gegevens voorkomen op ‘zwarte lijsten’. Zij vermoeden dat er sprake is van een dergelijke registratie, omdat de Belastingdienst hen zonder nadere motivering heeft laten weten dat er in hun geval geen ruimte is voor het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. [appellant A] en [appellant B] hebben toegelicht dat hun verzoek betrekking heeft op ‘zwarte lijsten’ in de ruimste zin van het woord; lijsten die op verschillende wijze kunnen zijn vormgegeven en die - in strijd met de privacywetgeving - al dan niet als doel hebben fraude op te sporen of andere door de Belastingdienst ongewenste constructies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300231/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7669"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeeld verdachte wegens verkrachting van het destijds 15-jarige slachtoffer tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/086761-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9832"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak om de uitvaardigende justitiële autoriteit een vraag te stellen om te kunnen beoordelen of de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten als bedoeld in artikel 12 OLW heeft kunnen uitoefenen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-198674-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. D.L.S. Ceulen, mr. L. Sanders</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28369</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28369</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28369"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/699538 / JE RK 26-251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29400"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft de asielaanvraag van eiser terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister heeft de asielmotieven individueel beoordeeld en de juiste maatstaf toegepast. Daarbij heeft de minister niet de verklaringen van eiser over zijn vriendin doorslaggevend gevonden. Verder is niet gebleken dat Marokko voor eiser niet als veilig van herkomst kan worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43454</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. O. Veldman</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4563</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4563</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4563"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Venezolaanse nationaliteit. Zij heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij vreest voor de autoriteiten en de colectivos vanwege haar deelname aan een protestmars en de problemen die zij naar aanleiding daarvan heeft ondervonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504600/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4518</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4518</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4518"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:7271</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21749</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21749</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21749"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.25600</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Janssen, M. van der Knijff, E.R. Brouwer</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22093</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22093</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22093"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">CaseMatcher - Anders dan de minister heeft aangevoerd, oordeelt de rechtbank dat niet kan worden vastgesteld dat het besluit volledig wordt gedragen door de gegeven motivering, nu niet kan worden vastgesteld of CaseMatcher een AI-systeem is. Als gevolg daarvan kan evenmin worden vastgesteld of het vermelden van het gebruik van het algoritme in het besluit noodzakelijk is om het besluit deugdelijk te motiveren. Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.46374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.G.D. Overmars, R. Tesfai, L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21628"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Regulier, afwijzing visumaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de visumaanvraag heeft mogen afwijzen, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er voldoende economische en sociale binding is met het land van herkomst (Iran). Daarom bestaat redelijke twijfel over het voornemen van eiseres om het Schengengebied tijdig te verlaten. Verder oordeelt de rechtbank dat het gebruik van het algoritme Informatie Ondersteunend Beslissen in dit geval het besluit niet onrechtmatig maakt. Het is wel in strijd met het motiverings- en transparantiebeginsel dat de minister het gebruik van het algoritme niet in het besluit heeft vermeld. Ook oordeelt de rechtbank dat eiseres ten onrechte niet is gehoord. Het beroep is om die redenen gegrond, maar de rechtbank laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.36357</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Janssen, M. van der Knijff, E.R. Brouwer</contributor><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29402</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29402</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29402"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is beslist op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43455</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. O. Veldman</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21267"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">art 6 grensdetentie asielzoekers</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.40410</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. van Dokkum</contributor><issued>2026-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12246"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">achterstallig loon ogv rechtsvermoeden art 7:610b BW, rechter bepaalt andere referteperiode dan door werknemer gehanteerde referteperiode. Aanzeg- en transitievergoeding verschuldigd omdat de arbeidsovereenkomst op initiatief van werkgever niet is verlengd en niet tijdig is aangezegd. Geen sprake van opzegging door werknemer. Geen sprake van onverschuldigd betaald loon. Werknemer had tijdens ziekte recht op loon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12265831</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2018:12533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:12533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2018:12533"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2018-05-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking voorlopig deskundigenonderzoek. Artikel 202 lid 2 Rv. Koopovereenkomst woning. Benoeming deskundige in verband met onderzoek naar oorza(a)k(en) vochtproblematiek in souterrain woonhuis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/246183 / HA RK 18-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.V. Pelsser</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29406</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29406</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29406"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">59a, voortraject niet betwist, grondslag juist, geen lichter middel, meerdere malen MOB, psychische omstandigheden voldoende betrokken, voldoende voortvarend en zicht op overdracht, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10583"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Drugspand in Amstenrade - De rechtbank heeft bewezenverklaard dat de verdachte op 13 juli 2024 opzettelijk 68,65 gram cocaïne en 1084,84 gram heroïne aanwezig heeft gehad. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 53 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.227252-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Beije, mr. C.G.A. Wouters, mr. L.H.M. Geuns</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29405"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Eritrea, geloofwaardigheid identiteit, nationaliteit en herkomst, referentiekader, belangen van het kind. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.23089</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.E.M. van Abbe</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:135"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Straatrace Sint Maarten. Ongeval. Beperking dekking volgens artikel 10 lid 1 LAM Sint Maarten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202500392</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.J. Saarloos</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4793"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 10 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003664</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28338"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorzieningen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707692 / FA RK 26-6340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Hees</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4827"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 8 juni 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 10 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22370</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22370</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22370"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">MK Jemen. De rechtbank gaat in deze uitspraak in op het gewijzigde landgebonden asielbeleid voor Jemen (WBV 2025/20), en de vraag of het op dat beleid gebaseerde standpunt van de minister, dat zich in Sana’a een relatief hoger niveau van willekeurig geweld voordoet, houdbaar is. Hierbij betrekt de rechtbank het gebied van terugkeer in Jemen en de humanitaire omstandigheden, en de wijze waarop deze zijn betrokken in de beoordeling van de minister. Eiser krijgt geen gelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.17863 en NL25.20329</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Sijens, A.G.D. Overmars, L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-08-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28365"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710048 / JE RK 26-1355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22346"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen terugkeerbesluit niet-begeleide minderjarige – Jemen &amp; Egypte Eiser is geboren en opgegroeid in Jemen bij beide ouders. Eiser is samen met zijn moeder uit Jemen gevlucht en heeft een maand met zijn moeder in Egypte gewoond voordat hij alleen de Unie is ingereisd en zich in Nederland bij de autoriteiten heeft gemeld. De vader van eiser heeft de Jemenitische nationaliteit. De moeder van eiser heeft de Egyptische nationaliteit. Daarom heeft eiser zowel de Jemenitische als de Egyptische nationaliteit. De ouders van eiser zijn inmiddels gescheiden. De vader van eiser woont in Jemen en de moeder van eiser woont in Egypte. Eiser heeft op 21 mei 2023 in Nederland een verzoek om internationale bescherming ingediend. Eiser was ten tijde van het indienen van zijn verzoek om internationale bescherming een niet-begeleide minderjarige en was op dat moment 16 jaar, 2 maanden en 9 dagen oud. Verweerder heeft het verzoek om internationale bescherming op 6 maart 2025 afgewezen als ongegrond. Dit besluit van 6 maart 2025 omvat een terugkeerbesluit waarin Jemen en Egypte als landen van terugkeer zijn aangemerkt en een termijn van vier weken voor vrijwillig vertrek is bepaald. Eiser was ten tijde van de afwijzing van zijn verzoek om internationale bescherming een niet-begeleide minderjarige en was op dat moment 17 jaar, 11 maanden en 22 dagen oud. Vanaf het moment van de afwijzing van het verzoek om internationale bescherming is sprake van illegaal verblijf en is verweerder in beginsel verplicht om een terugkeerbesluit uit te vaardigen. De autoriteiten zijn ingevolge artikel 5 van richtlijn 2008/115 verplicht om bij de tenuitvoerlegging van deze richtlijn onder meer rekening te houden met het belang van het kind. Artikel 10, lid 2, van richtlijn 2008/115 bepaalt dat voordat de autoriteiten van een lidstaat een niet-begeleide minderjarige van hun grondgebied verwijderen, zij zich ervan overtuigen dat die minderjarige wordt teruggestuurd naar een familielid, een aangewezen voogd of naar adequate opvangfaciliteiten in het land van terugkeer. Het Hof heeft in het arrest van 14 januari 2021 in de zaak TQ verduidelijkt dat dit onderzoek naar adequate opvang moet plaatsvinden voorafgaand aan het uitvaardigen van een terugkeerbesluit. Het hoofdgeding spitst zich in deze fase van de procedure toe op de vraag of verweerder Egypte als land van terugkeer kon aanmerken. De rechtbank verzoekt het Hof om te verduidelijken of verweerder bij het onderzoek of er in het land van terugkeer adequate opvang aanwezig is, zich in wezen kan beperken tot de vaststelling dat een van de ouders verblijft in het derdeland waar de terugkeerverplichting op ziet en de niet-begeleide minderjarige contact heeft of kan krijgen met deze ouder die eerder de zorg heeft gedragen voor deze niet-begeleide minderjarige. De tweede prejudiciële vraag van de rechtbank heeft betrekking op de wijze waarop het belang van het kind moet worden vastgesteld en meer in het bijzonder of dit vereist dat dit niet op algemene aannames over minderjarigen berust, maar daadwerkelijk op onafhankelijke wijze wordt onderzocht door ter zake deskundigen. Het VN Comité voor de Rechten van het Kind is belast met de monitoring en verduidelijking van het Verdrag inzake de rechten van het kind. Het Comité voor de Rechten van het Kind heeft uitgebreid en gedetailleerd beschreven op welke wijze een ‘best interest of the child-assessment’ moet worden verricht en welke factoren in ogenschouw moeten worden genomen bij het onderzoeken en vaststellen van het belang van een kind. De rechtbank verzoekt het Hof te verduidelijken in hoeverre het onder de procedurele autonomie van de lidstaten valt om hun nationale procedure in te richten zonder het belang van het kind zoveel mogelijk vast te stellen op de wijze die het Comité voor de Rechten van het Kind in haar General Comments uiteen heeft gezet. Indien de lidstaten overeenkomstig het Verdrag inzake de rechten van het kind bij de uitvoering van richtlijn 2008/115 het belang van het kind voorop dienen te stellen, komt het de rechtbank voor dat het Unierecht de inhoud en reikwijdte van de bescherming die de internationale gemeenschap aan kinderen heeft geboden in het Verdrag inzake van de rechten van het kind, niet kan beperken. De twee prejudiciële vragen van de rechtbank hebben dus betrekking op de wijze waarop moet worden beoordeeld of sprake is van adequate opvang in het land van terugkeer en, indien adequate opvang beschikbaar en toegankelijk is voor de betreffende niet-begeleide minderjarige, op welke wijze het belang van het kind moet worden vastgesteld om vervolgens in aanmerking te worden genomen bij de beoordeling of het uitvaardigen van een terugkeerbesluit in het belang van het kind is. De behandeling van het beroep wordt aangehouden totdat het Hof van Justitie de prejudiciële vragen van de rechtbank heeft beantwoord.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.11348 verwijzingsuitspraak</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Prejudicieel verzoek, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2026-08-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28785</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28785</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28785"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de overdrachtstermijn op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. Met het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd dat sprake is van een causaal verband tussen de gevangenzetting en het niet kunnen uitvoeren van de overdracht binnen de overdrachtstermijn. Rechtsgevolgen in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P.W. Esmeijer</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5770</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5770</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5770"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening kort gesloten en uitspraak gedaan op beroep. Besluit van 30 april 2026 van verweerder waarin eiser is bericht dat hij op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO 2015) in aanmerking komt voor ‘begeleid wonen’ voor de periode van 11 april 2026 tot en met 10 augustus 2026 en dat hij daarna uitstroomt uit de begeleid wonen locatie en er dan geen verlenging meer mogelijk is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2163</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28787</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28787</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28787"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, grensdetentie, artikel 6, derde lid, Vw, iemand in transitie uit Rusland, ontbreken rechtsbijstand bij het gehoor, kwetsbaarheid als LHBTI, detentie is niet onevenredig bezwarend</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54464</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van Veelen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5772"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo hangende beroep. Intrekkingsbesluit omgevingsvergunning. Zaaksgebonden omgevingsvergunning Eiser kan niet worden aangemerkt als vergunninghouder op grond van artikel 5.37 van de Omgevingswet (Ow). Heeft geen activiteiten verricht als bedoeld in dat artikel. Verder heeft college in redelijkheid kunnen komen tot intrekking van de omgevingsvergunning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2091_2094</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.P.K. van Rosmalen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28788"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister op goede gronden geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Colombia een reëel risico loopt op ernstige schade. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.47540</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28789</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28789</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28789"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag aannemelijk heeft gemaakt. Eiseres heeft verder ook niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Colombia een reëel risico loopt op ernstige schade. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.47542</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28790"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak, MOB, beroepen niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32528 en NL26.32530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Wilts</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28791"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak; de verzoeken om een voorlopige voorziening worden afgewezen, omdat al op de beroepen is beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32529 en NL26.32531</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Wilts</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12975"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Varia, oplegging EMG. Eiser is zonder kennisgeving vooraf niet verschenen, terwijl hij deugdelijk is opgeroepen. Eiser is per aangetekende brief uitgenodigd. Uit de track-and-tracecode blijkt dat hij de brief op 3 september 2026 heeft ontvangen. De rechtbank stelt vast dat de beroepsgronden van eiser een herhaling zijn van zijn bezwaargronden. Er is geen rechtsregel die het CBR verplicht om te wachten tot de uitspraak in de strafzaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/3675</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.B. Plomp</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28947"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag visum voor kort verblijf. Onvoldoende economische en sociale binding met land van herkomst. Hoorplicht is niet geschonden. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/6898</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T. Boesman</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22342"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen terugkeerbesluit niet-begeleide minderjarige – Afghanistan. Eiser, die de Afghaanse nationaliteit heeft, was tijde van het indienen van het verzoek om internationale bescherming 15 jaar, 11 maanden en 22 dagen oud. Ten tijde van het besluit waarin dit verzoek is afgewezen was eiser 16 jaar, 8 maanden en 28 dagen oud. Eiser was ten tijde van zijn verzoek om internationale bescherming en ten tijde van de afwijzing van dat verzoek een niet-begeleide minderjarige zoals bedoeld in artikel 10 van richtlijn 2008/115. Het beslissen of een terugkeerbesluit moet worden uitgevaardigd of dat daarvan moet worden afgezien omdat er geen adequate opvang in het land van terugkeer is, is een verplichting die -uitsluitend- op verweerder rust. Deze verplichting ziet niet op de verlening van een verblijfsvergunning omdat geen enkele bepaling uit richtlijn 2008/115 de lidstaten verplicht tot het verlenen van een verblijfsvergunning of andere toestemming voor verblijf. Op het moment dat verweerder het verzoek om internationale bescherming heeft afgewezen, was in Afghanistan geen familielid, aangewezen voogd of adequate opvangfaciliteiten waar verzoeker naar kon worden teruggestuurd aanwezig. Verweerder heeft dit erkend, maar heeft hiervan geen schriftelijke bevestiging gegeven. Verweerder heeft na de afwijzing van het verzoek om internationale bescherming aanvullend onderzoek verricht naar de aanwezigheid van adequate opvangmogelijkheden in Afghanistan en heeft dus in wezen de beslissing of een terugkeerbesluit moest worden uitgevaardigd uitgesteld. Het onderzoek naar adequate opvang is stopgezet omdat eiser meerderjarig is geworden. De rechtbank meent dat het uitstellen van een beslissing over de uitvaardiging van een terugkeerbesluit indruist tegen het belang van het kind, niet verenigbaar is met het hoofddoel van richtlijn 2008/115 en niet wordt vereist door de aard en de omvang van het onderzoek naar adequate opvang zoals verweerder dat in het hoofdgeding heeft verricht en vraagt het Hof om dit nader te verduidelijken. De rechtbank verzoekt het Hof tevens om te verduidelijken of het verblijf van eiser in Nederland in de periode vanaf het moment dat zijn verzoek om internationale bescherming is afgewezen maar geen terugkeerbesluit kon worden vastgesteld vanwege het ontbreken van adequate opvangvoorzieningen, in aanmerking moet worden genomen bij de beoordeling of het privéleven in de weg staat aan de vaststelling van een terugkeerbesluit nu eiser meerderjarig is. De rechtbank verzoekt het Hof daarbij om te preciseren op welke wijze en in welke mate het belang van het kind bij deze beoordeling moet worden betrokken. De rechtbank schorst de behandeling van het beroep in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29184 Verwijzingsuitspraak</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2026-08-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2867"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Het Hof vermindert de naheffingsaanslag omdat geen rekening was gehouden met extra leeftijdskorting. De redelijke termijn voor de berechting van de zaak in beroep eindigt op het moment waarop de Rechtbank uitspraak deed. Het Hof laat daarom de door de Rechtbank toegekende vergoeding van immateriële schade in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2868</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6600"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Illminster. Rechtbank komt tot bewezenverklaring van feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrifte ten aanzien van verkoopfacturen en vrachtbrieven en tot bewezenverklaring van feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk doen van onjuiste kwartaalaangiften omzetbelasting. Beide feiten zijn begaan door een rechtspersoon. Rechtbank legt uit waarom de tenlastegelegde facturen vals zijn en een papieren werkelijkheid creëren ten behoeve van factoringfraude. Gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn en de oudheid van de gepleegde feiten legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf op voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-304493-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9143"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-woning, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/5874, 24/5875 en 24/5876</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28356"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711229 / JE RK 26-1497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Kramer</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6346"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest. Het hof acht zich onvoldoende voorgelicht over de persoon van verdachte. Op de volgende zitting zal alleen de strafoplegging worden besproken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001626-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22422"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">MK-uitspraak. Dublin/AMbV. Overdracht aan Duitsland. Overgangsrecht. Claimakkoord vóór 12 juni 2026. De verantwoordelijkheidscriteria uit de Dublinverordening zijn van toepassing. Geen reëel risico op schending van artikel 4 van het Handvest. Geen bijzondere kwetsbaarheid of medische omstandigheden die aan overdracht in de weg staan. Geen verplichting tot het houden van een persoonlijk onderhoud. Geen aanleiding voor toepassing van de discretionaire bevoegdheid. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W. Wassink, F. Sijens, L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-08-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22333"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMBV, Dublinverordening, overgangsrecht, Asiel- en Migratiebeheer verordening, interstatelijk vertrouwensbeginsel, Denemarken, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37274</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M.M. Heppe</contributor><issued>2026-08-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28368"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een I. verlenging ondertoezichtstelling en zelfstandige verzoeken van de vader; verwijzing meervoudige kamer II. opdracht tot deskundigenonderzoek; verwijzing meervoudige kamer</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709203 / JE RK 26-1249 en C/09/711530 / JE RK 26-1518</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23558"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublinverordening, Asiel- en Migratiebeheerverordening, overgangsrecht, toetsingskader, bepalen verantwoordelijkheid, overdrachtstermijnen, afhankelijk personen, gezinsleden in Nederland, discretionaire bevoegdheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.40654</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21241</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21241</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21241"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Kroatië; overgangsrecht AMP; Dublinverordening is van toepassing; uiterste overdrachtstermijn niet verstreken, de minister heeft deze tijdig verlengd; de minister mag van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan; de partner en dochter van eiser zijn geen ‘gezinslid’ in de zin van artikel 2 van de Dublinverordening; de minister heeft niet goed gemotiveerd waarom hij geen gebruik heeft hoeven maken van zijn discretionaire bevoegdheid onder artikel 17 van de Dublinverordening; de minister heeft zich onvoldoende rekenschap gegeven van de belangen van eisers dochter; beroep gegrond, vovo afgewezen, pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.13088</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.G. Vegter</contributor><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23217</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23217</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23217"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat IB 2025/38 in strijd is met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 augustus 2025. Er is onvoldoende gewaarborgd dat minderjarigen op de hoogte zijn van hun recht om te worden gehoord als zij hierover niet rechtstreeks worden geïnformeerd. Ook is het volledig uitsluiten van het fysiek horen van minderjarigen in de Dublinprocedure niet in overeenstemming met de voornoemde uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.23206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M.E. Schulmer</contributor><issued>2026-08-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22805"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ten aanzien van België van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De brief van Fedasil biedt onvoldoende onderbouwing voor de conclusie dat eiser als niet-kwetsbare alleenstaande mannelijke asielzoeker daadwerkelijk opvang zal krijgen. Bovendien volgt uit de AIDA-rapporten een ander beeld. Hieruit volgt dat er een grote kans bestaat dat eiser maandenlang op straat zal belanden. De rechtbank is ook van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat eiser als opvolgende aanvrager hiertegen een effectief rechtsmiddel kan aanwenden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.22000</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M.E. Schulmer</contributor><issued>2026-08-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4920"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003468</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4927"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10586"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Drugspand in Amstenrade - De rechtbank heeft bewezenverklaard dat de verdachte op 13 juli 2024 opzettelijk als pleger 1045,70 gram heroïne en als medepleger 68,65 gram cocaïne en 39,14 gram heroïne aanwezig heeft gehad en als medepleger 68,65 gram cocaïne en 39,14 gram heroïne heeft bewerkt. Ook heeft de rechtbank bewezenverklaard dat de verdachte op 11 juni 2024 opzettelijk als pleger 13,07 gram heroïne aanwezig heeft gehad. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van het voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.227267.24; 03.076581.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Beije, mr. C.G.A. Wouters, mr. L.H.M. Geuns</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23213</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23213</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23213"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat artikel 59a lid 1 Vw 2000 geen grondslag biedt voor de inbewaringstelling om een overdrachtsbesluit op grond van de Dublinverordening te effectueren. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een overdracht overeenkomstig de Asiel en migratiebeheerverordening. Daarom biedt artikel 44 lid 2 van deze verordening geen grondslag voor de bewaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.44848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M.E. Schulmer</contributor><issued>2026-08-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12128</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12128</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12128"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening gericht tegen ontheffing van ijscokar op 50 meter afstand van een ijssalon. Geen spoedeisend belang. Door het tegenvallende weer is tot nu toe geen gebruik gemaakt van de ontheffing en de ontheffing is nog twee weken geldig. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7124</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Vrolijk</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29415</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29415</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29415"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel “medische behandeling”. De minister heeft een besluit genomen op de aanvraag van eiseres en de aanvraag afgewezen. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar ingesteld. De minister een beslissing op het bezwaar genomen. Geen reactie, geen gronden Dictum: Niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.15420</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28373"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening: birdnestregeling blijft in stand, kinderalimentatie en partneralimentatie afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707345 / FA RK 26-6110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.G. Nuboer</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:668"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art 17, lid 3, letter b, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (tekst 2016); buitenlandse AB-regeling; misbruik; subjectieve en objectieve voorwaarden; EU–recht; omvang en verdeling bewijslast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04506</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-04-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2200</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:701</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29418"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag om een verblijfsdocument EU/EER (de aanvraag). Ingebrekestelling Prematuur Dictum: Niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.20759</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13082"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verlenen ondertoezichtstelling en verlengen machtiging uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723993 / JE RK 26-1489</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2881</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2881</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2881"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffing bpm. Interne compensatie. Essentiële gebreken. Beroep op vertrouwensbeginsel slaagt niet. Inspecteur heeft ten onrechte rekening gehouden met een waardevermindering wegens schade. Naheffingsaanslag niet naar een te hoog bedrag vastgesteld. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29420"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Herhaald verzoek bestuurlijke dwangsom, afgewezen. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27896, NL26.27897 en NL26.27898</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29422"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verzoek bestuurlijke dwangsom afgewezen. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27257</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28406</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28406</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28406"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gebod terugverhuizing afgewezen, verdeling van de zorg- en opvoeidngstaken, inschrijving school en afgifte paspoort</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705207 / FA RK 26-4846</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13095"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/722651 / JE RK 26-1321</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:15764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:15764"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ambtenarenrecht; verzoek tot herziening salaris op basis van het vertrouwensbeginsel; eiseres heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat haar is toegezegd dat zij bij haar aanstelling als burger geen financieel nadeel zou ondervinden, maar niet is gebleken dat deze aanspraak langer dan dat te gelden heeft; toepassing ECLI:NL:CRVB:2021:3219 voor verzoek herziening; voor de beoordeling voor het verleden is niet gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden; verweerder heeft ten onrechte geen beoordeling voor de toekomst gemaakt, dus motiveringsgebrek artikel 3:46 Awb; bestreden besluit vernietigd; beroep is gegrond; voor de beoordeling voor de toekomst is ook in beroep echter onvoldoende gebleken dat eiseres recht heeft op een ander salaris; rechtsgevolgen in stand gelaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/4402</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.D. Gunster</contributor><issued>2026-06-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13150"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de rechtbank over het ouderlijk gezag en de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dan wel de regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/722224 / FA RK 26-5189</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.A. van der Laan-Kuijt</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4823"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 27 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407310/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23872"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en draagt verweerder op aan eiser een verblijfsvergunning asiel te verlenen. De rechtbank vindt de problemen van eiser met Al-Shabaab geloofwaardig en komt tot de conclusie dat eiser in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming nu eiser een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. Verweerder heeft daarmee onterecht de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, en had ook geen terugkeerbesluit mogen uitvaardigen of een inreisverbod mogen opleggen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.8629, NL26.22830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Kos</contributor><issued>2026-08-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20524</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20524</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20524"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de asielaanvraag van eiser. Eiser is staatloos en komt uit Gaza. Hij geeft aan in Gaza bescherming en bijstand van het VN-orgaan UNRWA te hebben gehad maar hiervoor niet meer in Gaza terecht te kunnen. Daarom moet hij als vluchteling worden erkend. Volgens verweerder kan Egypte voor eiser worden aangemerkt als veilig derde land. Daarom heeft hij de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het hier niet mee eens en heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van verweerder en draagt verweerder op om een asielvergunning te verlenen. Naar het oordeel van de rechtbank genoot eiser kort voor het indienen van zijn asielaanvraag in Nederland in Gaza bescherming en bijstand van UNRWA, maar kan UNRWA die bescherming en bijstand nu niet meer bieden. Daarom moet eiser als vluchteling worden erkend op grond van het Vluchtelingenverdrag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34281</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.V.A. Corstens</contributor><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2577"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede navorderingsaanslag IB/PVV 2015 in verband met correctie inkomen uit aanmerkelijk belang. Bouwkosten van een loods/schuur op het privé perceel van belanghebbende zijn ten laste gebracht van de B.V. Tijdigheid aanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2024</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23962</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23962</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23962"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft in 2024 asiel gekregen en vervolgens mvv-nareis aangevraagd voor zijn echtgenote en vier kinderen, zodat zijn gezin naar Nederland kan komen. De minister heeft nog steeds niet op de aanvraag beslist, ondanks drie eerdere uitspraken van de rechtbank. De minister wil nu wachten op een richtinggevende uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de vraag of de per 12 juni 2026 ingevoerde strengere regels voor gezingshereniging ook mogen worden toegepast op ruim 19.000 lopende aanvragen, waaronder die van eiser. Eiser vindt dat onaanvaardbaar, omdat zijn vrouw en kinderen in Libanon verblijven in een onveilige situatie vanwege bombardementen. De rechtbank oordeelt dat de minister de zaak te lang heeft laten liggen en onvoldoende oog heeft voor de individuele omstandigheden, vooral de veiligheid en het welzijn van de kinderen. Dit heeft negatief effect op het recht op familie- en gezinsleven en het recht van kinderen op bescherming. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en draagt zij de minister op om binnen twee weken alsnog te beslissen. Als de minister weer niet beslist ondanks de opdracht van de rechtbank daartoe, dan moet eiser worden behandeld alsof de mvv voor zijn echtgenote en kinderen is verleend, zodat zij dan naar Nederland kunnen komen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.9581</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25113</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25113</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25113"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38587</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.H. van Marle</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4933"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003899</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24524</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24524</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24524"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, eerste beroep, onjuiste grondslag voor de maatregel, lichter middel, gewijzigde omstandigheden, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34765</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.N. Abdoelkadir</contributor><issued>2026-08-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5455</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5073</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5073</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5073"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001417</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5233"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.002521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25209"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel; Turkije; HDP; DEM; CaseMatcher geen AI, complex algoritme of blackbox; besluitvorming niet (gedeeltelijk) tot stand gekomen door CaseMatcher; motivering niet gestuurd door CaseMatcher; eisers zijn geen vluchtelingen in de zin van het Vluchtelingenverdrag; eisers lopen geen reëel risico op ernstige schade; beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.39228, NL25.39229, NL25.39230, NL25.39231</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.B. Klaus, T.N. van Rijn, H. Battjes</contributor><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13135"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap zonder DNA-onderzoek. De rechtbank acht de stellingen van de vrouw, die integraal zijn overgenomen door de bijzondere curator, voldoende om vast te kunnen stellen dat de man de biologische vader is van de minderjarige. Bulgaars recht van toepassing. Kinderbijdrage bij verstek vastgesteld</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/704676 / FA RK 25-6027</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:273"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Curaçao. Schorsing tenuitvoerlegging. Geldsommen. Restitutierisico.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202503117 – CUR2026H00189</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.C.C. Lewin, E.W.A. Vonk, E.A. Saleh</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27101</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27101</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27101"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingsrecht. Tussenvonnis. Hoofdzaak en incidenten, waaronder een voorlopige voorziening. Beëindiging jarenlange samenwerking voormalig zakenpartners. Partijen hebben een overeenkomst gesloten en een bindend adviesprocedure gevolgd voor de verdeling en ontvlechting van hun gezamenlijke ondernemingen. De vorderingen zien op nakoming van de overeenkomst en de geldigheid van het bindend advies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/691239 / HA ZA 25-778</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Hartendorp, A.M. Boogers, C.J. Seinen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25226</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25226</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25226"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft de Jemenitische nationaliteit en heeft asiel aangevraagd. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Verweerder gelooft weliswaar terecht niet dat eiseres is bedreigd door haar broer. Verweerder heeft echter onvoldoende onderzocht of eiseres als alleenstaande, verwesterde vrouw en moeder bij terugkeer geen risico loopt. Ook heeft verweerder de veiligheidssituatie in Jemen, in het bijzonder in Aden, onvoldoende onderzocht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.39841</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Kraefft, T.N. van Rijn, H. Battjes</contributor><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5311</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5311</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5311"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Herstelexploot i.v.m. onjuiste naam van gedaagde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12018931 \ UC EXPL 25-10099</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.M. Vanwersch</contributor><issued>2026-08-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24351"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen de afwijzing van een asielaanvraag. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat eiseres – een christelijke vrouw van 67 jaar – in Aleppo geen gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade, omdat zij christen of een vrouw is. De rechtbank is van oordeel dat alleen humanitaire omstandigheden die momenteel worden veroorzaakt en/of in stand worden gehouden door het handelen en/of nalaten van de partijen die actief zijn in het gewapende conflict betrokken moeten worden bij de 15c-beoordeling. Hoewel de door verweerder in het bestreden besluit verrichte beoordeling van de gradatie van het willekeurige geweld niet volledig was, heeft verweerder in beroep voldoende gemotiveerd dat er in Aleppo sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Verweerder heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres met de door haar aangevoerde persoonlijke omstandigheden niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Aleppo een verhoogd risico op ernstige schade als gevolg van willekeurig geweld loopt. Beroep gegrond met instandlating van de rechtsgevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.26100</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Hoekstra, M. van Veelen, T.M. Weeda</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5077"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Betrokkene is een staatloze Palestijn. Hij is op 6 juli 2026 per vliegtuig vanuit Turkije op Schiphol aangekomen, waar hij asiel heeft aangevraagd. De minister heeft hem in grensdetentie geplaatst op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw 2000. Op 13 juli 2026 heeft de minister betrokkene gehoord over zijn asielmotieven. Op 15 juli 2026 heeft betrokkene correcties en aanvullingen ingediend. Op 17 juli 2026 heeft de minister de asielaanvraag ingewilligd, de grensdetentie uit eigen beweging opgeheven en betrokkene toegang tot Nederland verleend. De minister heeft de werkwijze die hij hanteert in een geval als dat van betrokkene opgenomen in werkinstructie (WI) 2026/23. Daarin staat dat het uitgangspunt is dat de asielaanvraag van iedere vreemdeling die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden uit de Schengengrenscode aanvankelijk in de asielgrensprocedure wordt behandeld, tenzij een van de genoemde uitzonderingen van toepassing is. Gedurende de behandeling van de aanvraag wordt de vreemdeling in grensdetentie geplaatst. Wanneer de minister concludeert dat de aanvraag niet verder kan worden behandeld in de asielgrensprocedure, wordt de vreemdeling toegang tot Nederland verleend en wordt de grensdetentie opgeheven. De Afdeling constateert dat deze werkwijze in feite ongewijzigd is gebleven bij het van toepassing worden van het Asiel- en migratiepact op 12 juni 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003777</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5134"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in vreemdelingenbewaring gesteld. Betrokkene heeft op 25 juni 2026 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend. Bij besluit van 13 juli 2026 heeft de minister deze aanvraag na behandeling in de versnelde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit besluit is ook een terugkeerbesluit. Betrokkene heeft hiertegen beroep ingesteld en om een voorlopige voorziening verzocht. Op 15 juli 2026 heeft de minister betrokkene in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. Deze uitspraak gaat over de vraag of betrokkene na de afwijzing van de asielaanvraag rechtmatig verblijf had tijdens de beroepstermijn en tijdens de behandeling van zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Het antwoord is bepalend voor de vraag of hij op de juiste grondslag in bewaring is gesteld. Anders dan de rechtbank komt de Afdeling in deze uitspraak tot de conclusie dat betrokkene na de afwijzing van zijn asielaanvraag geen rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8, aanhef en onder h, onder 2°, van de Vw 2000 tijdens de beroepstermijn en tijdens de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening. Dit volgt uit artikel 68, derde lid, aanhef en onder a, gelezen in samenhang met artikel 68, vijfde lid, onder d, van de Procedureverordening (Verordening (EU) 2024/1348). Dit betekent dat de minister betrokkene terecht op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in bewaring heeft gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5232"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000770</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5304"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5292"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 april 2025 heeft een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001438</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5440"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407963/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4184"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte is vrijgesproken van het plegen van seksuele handelingen terwijl de wil bij het slachtoffer daartoe ontbrak. Wegens een gebrek aan steunbewijs is niet voldaan aan de bewijsminimumregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.012502.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.S. Sikkema, mr. J. Teertstra, mr. K. Bunk</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26975"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen over het Handvest, de Opvangrichtlijn en de Procedureverordening. Het gaat om een zaak van een vreemdeling die op Schiphol asiel heeft aangevraagd en in grensdetentie is geplaatst. De rechtbank vraagt zich af of, en zo ja in hoeverre de door de minister gegeven noodzaak van grensdetentie, de door de minister gehanteerde werkwijze ‘grensdetentie, tenzij…’, het standaard niet toepassen van een lichter middel, de screening door de minister met betrekking tot het toepassen van de asielgrensprocedure en het onderzoek van de minister naar de evenredigheid van de grensdetentie, als ook het ontbreken van rechtsbijstand bij dit onderzoek, zich verhoudt tot het unierechtelijk beginsel van detentie als ultimum remedium, de artikelen 1, 6, 7 en 52, eerste lid van het Handvest, artikel 10, eerste en tweede lid, en artikel 11, eerste lid van de Opvangrichtlijn en artikel 54, eerste en vierde lid van de Procedureverordening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.H.G. Odink</contributor><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27252</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27252</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27252"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen Asiel- en Migratiebeheer Verordening - Overname / omvang rechtsmiddel / belang van het kind / aanvang overdrachtstermijn. Verzoekers zijn een gehuwde man en vrouw en hun baby. Zij zijn afkomstig uit Libië en hebben op 7 juli 2026 een verzoek om internationale bescherming in Nederland ingediend. De Italiaanse autoriteiten hebben erkend verantwoordelijk te zijn voor de behandeling hiervan omdat zij visa aan verzoekers hebben verleend. De rechtbank moet uitspraak doen op het overdrachtsbesluit en op het verzoek om een voorlopige voorziening. De Uniewetgever lijkt in de regeling van de rechtsmiddelen, die is neergelegd in artikel 43 van Verordening 2024/1351, de draagwijdte van de omvang van het rechtsmiddel te hebben beperkt tot drie concreet opgesomde situaties. De rechtbank vraagt het Hof of deze beperking geldig is indien de Uniewetgever daadwerkelijk heeft beoogd dat verzoekers geen beroep kunnen doen op het belang van het kind en heeft beoogd om het belang van het kind uit te sluiten van de rechterlijke controle van de overdrachtsbesluiten. De rechtbank vraagt het Hof voorts om te verduidelijken op welke wijze de rechtbank invulling moet geven aan haar eigen verplichting om het belang van het kind een eerste overweging te laten zijn. De rechtbank vraagt zich af of zij gehouden is om, in dit geval ambtshalve omdat partijen dit niet hebben gedaan, zich nader te vergewissen wat het belang van het kind is en te onderzoeken, op grond van het dossier en mogelijk door het benoemen van een deskundige, of een mogelijke overdracht aan Italië indruist tegen dit belang. Tot slot rijst de vraag wanneer in het hoofdgeding de overdrachtstermijn aanvangt. Verzoekers hebben door het enkele verzoeken om een voorlopige voorziening reeds opschortende werking verkregen en bereikt dat zij niet kunnen worden overdragen aan Italië. Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet toegewezen door de rechtbank en kan niet worden toegewezen met als doel om de overdrachtstermijn veilig te stellen omdat dit een rechtsmiddel is dat uitsluitend aan verzoekers toekomt. De rechtbank vraagt het Hof om te verduidelijken of in deze situatie de overdrachtstermijn aanvangt als de rechtbank uitspraak doet op het beroep of dat de overdrachtstermijn verloopt als zes maanden na de aanvaarding van de overnameverzoeken verstrijken voordat de rechtbank uitspraak doet. Indien het Hof arrest wijst na deze termijn wordt Nederland mogelijk verantwoordelijk vanwege het enkele tijdsverloop. De rechtbank stelt het Hof drie prejudiciële vragen en verzoekt het Hof om de vragen in de spoedprocedure te behandelen (PPU). De behandeling van het beroep wordt geschorst totdat het Hof de vragen heeft beantwoord.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49371 en NL26.49369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Prejudicieel verzoek, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7210</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7210</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7210"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Doorschuifregeling aanmerkelijk belang. Gemengd gebruik. Keuzevermogen voor de inkomstembelasting. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbenden aannemelijk hebben gemaakt dat een tot het vermogen van de vennootschap behorende onroerende zaak in gemengd gebruik is, en – ware sprake van een IB-onderneming – als keuzevermogen zou hebben te gelden. Gelet op de parlementaire geschiedenis bij de bedrijfsopvolgingsregeling voor de Successiewet en het standpunt van de kennisgroepen aanmerkelijk belang en Successiewet mag de onroerende zaak in dat geval ook voor de toepassing van de doorschuifregeling tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2053</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P. Vaatstra, L.L. van Benthem, W. Loof</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7211"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Doorschuifregeling aanmerkelijk belang. Gemengd gebruik. Keuzevermogen voor de inkomstembelasting. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbenden aannemelijk hebben gemaakt dat een tot het vermogen van de vennootschap behorende onroerende zaak in gemengd gebruik is, en – ware sprake van een IB-onderneming – als keuzevermogen zou hebben te gelden. Gelet op de parlementaire geschiedenis bij de bedrijfsopvolgingsregeling voor de Successiewet en het standpunt van de kennisgroepen aanmerkelijk belang en Successiewet mag de onroerende zaak in dat geval ook voor de toepassing van de doorschuifregeling tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2055</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P. Vaatstra, L.L. van Benthem, W. Loof</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1483"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:6 en 8:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; vertegenwoordiging in een beroepszaak; schriftelijk bewijs van machtiging; beroep niet bevoegdelijk ingesteld; het staat de rechter vrij geen acht te slaan op een machtiging die pas na afloop van een daartoe door de rechter gestelde redelijke termijn is overgelegd; niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van bewijs van machtiging is niet in strijd met Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1093</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1591"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/02367, ECLI:NL:HR:2026:1483</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02368</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1092</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1581"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; eindarrest na HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1297</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02707 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1641</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1582"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Fomeel recht. Unierecht. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1152</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1580"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overschrijding van de redelijke termijn; vergoeding immateriële schade door Hof gematigd van € 500 naar € 50; verwijzing in hofuitspraak naar ECLI:NL:HR:2024:853.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3363</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1587"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2424</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1589"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3594</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9184"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. In geschil is of de bedrijfsopvolgingsvrijstelling van toepassing is op de schenking van certificaten van vader aan zijn kinderen, waarbij eveneens in geschil is of sprake is van een onderneming op het niveau van de overgedragen BV en of is voldaan aan de voortzettingsvoorwaarden van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/4451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.C. van As, M.E. Kiers, J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9134"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/8353</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9141"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft verzocht om de toepassing van de doorschuifregeling van artikel 4.17c van de Wet IB 2001 in verband met de schenking van aandelen in een BV. De inspecteur heeft het verzoek gedeeltelijk afgewezen en heeft in verband hiermee een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd. Tussen partijen is in geschil welk deel van de overdrachtsprijs van de aandelen toerekenbaar is aan het ondernemingsvermogen van de vennootschap. Naar het oordeel van de rechtbank moet één vermogensbestanddeel alsnog tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Met betrekking tot de overige in geschil zijnde vermogensbestanddelen is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van ondernemingsvermogen. De navorderingsaanslag en de daarmee samenhangende belastingrentebeschikking worden daarom verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/1496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9142"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft verzocht om de toepassing van de doorschuifregeling van artikel 4.17c van de Wet IB 2001 in verband met de schenking van aandelen in een BV. De inspecteur heeft het verzoek gedeeltelijk afgewezen en heeft in verband hiermee een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd. Tussen partijen is in geschil welk deel van de overdrachtsprijs van de aandelen toerekenbaar is aan het ondernemingsvermogen van de vennootschap. Naar het oordeel van de rechtbank moet één vermogensbestanddeel alsnog tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Met betrekking tot de overige in geschil zijnde vermogensbestanddelen is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van ondernemingsvermogen. De navorderingsaanslag en de daarmee samenhangende belastingrentebeschikking worden daarom verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/1497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9643"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Objectvrijstelling. Uitleg overgangsregeling van artikel 33b Wet Vpb voor per 2012 nog openstaande bedragen aan in te halen buitenlandse verliezen. Voor het vervallen van de zogenoemde inhaalverplichting is (onder meer) vereist dat sprake is van een stakingsverlies in de zin van artikel 15i, tweede lid, Wet Vpb. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 25 _ 910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, M.E. Kiers, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2777"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 9.6 Wet IB 2001; art. 45 AA UR IB2001. Het Brandweermanarrest (HR 25 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:444) is geen “nieuwe jurisprudentie” ten opzichte van het Smeerkuilarrest (HR 29 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AW9439).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/751</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5874"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Inkomen uit sparen en beleggen. Rechtsherstel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/893</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27926"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Deze fiscale eenheid bestaat uit zes vennootschappen waaronder R. Eiseres heeft optometristen en orthoptisten in dienst. Zij biedt onder meer optometristische diensten aan zorgverleners aan. Eiseres detacheert de optometristen bij de afnemers, waar de optometristen medische diensten aan de patiënten van de afnemers verrichten. R sluit hiertoe een overeenkomst met de afnemers. Eiseres heeft in haar aangifte omzetbelasting 21% omzetbelasting aangegeven over de door R verleende diensten aan de afnemers. Zij heeft een bezwaarschrift ingediend tegen deze voldoening op aangifte. Primair is in geschil of het beroep ontvankelijk is. Subsidiair is in geschil of de dienstverlening van R onder de medische vrijstelling valt van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten eerste, onder a van de Wet op de Omzetbelasting 1968. De rechtbank acht het beroep van eiseres ontvankelijk. Met betrekking tot het subsidiaire geschilpunt oordeelt de rechtbank dat eiseres zélf geen dienst verricht die meer omvat dan het ter beschikking stellen van de optometristen aan de afnemers. De dienstverlening van eiseres valt niet onder de medische vrijstelling. Eiseres heeft terecht 21% omzetbelasting afgedragen over de diensten. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, D.M. Drok, J.J. Arts</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9007"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Foutenleer kan niet worden toegepast ten aanzien van correcties wat betreft de volgens belanghebbende vermeende te hoge in rekening gebrachte en bijgeschreven rente op de aandeelhouderslening. Vertrouwensbeginsel niet geschonden. Aandeelhoudersvordering en pensioenvoorziening terecht op de balans.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 25 _ 2868</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, C. Huisman, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2134"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV 2017; stakingswinst garagebedrijf; premie-aftrek lijfrenteverzekering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7235</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7235</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7235"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting Vermogensetikettering. Verhuur van een pand door de dga aan een met hem verbonden vennootschap. Verkoop van de aandelen van deze vennootschap aan een derde leidt er niet toe dat belanghebbende genoemd pand mag heretiketteren naar privévermogen. Afwaardering van het pand naar lagere bedrijfswaarde is niet mogelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8501 en 24/8532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8512"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2018. Inkomsten uit Amerikaanse LLC's. Vanwege nader standpunt verweerder in beroep verschillen partijen niet langer van mening over hoogte aanslag. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 1944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker, M.E. Kiers, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6020"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Verzuimboete wegens niet tijdig doen van aangifte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1751</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2874"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 16, lid 1, AWR. Navorderingsaanslag. Nieuw feit. De Inspecteur heeft het belastbare inkomen vastgesteld aan de hand van de beschikbare informatie uit de bankafschriften. De stellingen op grond waarvan de navorderingsaanslag zou moeten worden verminderd zijn ook in hoger beroep niet met enig bewijs onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:17300</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7140"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Giftenaftrek . Anbi-status. Niet in Nederl;and gevestigd goed doel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/5464 en 25/1431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2438"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Uitkeringen op lijfrente verzekeringen terecht belast in box 1. Geen strijd met artikel 1 EP.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/244</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5745"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Uitgaven voor specifieke zorgkosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1601 en 25/1602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7240"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV TOZO toerekenen aan belanghebbende. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 7884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.F. Kossen</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7271"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Zorgkosten. De kosten zijn niet aannemelijk gemaakt en zijn niet hoger dan het drempelbedrag. Ook is het vertrouwensbeginsel niet geschonden. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2529</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13104"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Palatka. Valsheid in geschrift en witwassen. Procesafspraken. De verdachte heeft zich samen met anderen gedurende meerdere jaren schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en witwassen van grote geldbedragen met behulp van buitenlandse vennootschappen en bankrekeningen voor het faciliteren van geldstromen. Veroordeling tot een geldboete van 2 miljoen euro.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 81/073232-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2939</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2939</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2939"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijke leidinggeven aan het vervalsen van aangiftebescheiden alsmede het opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting en medeplegen van gewoontewitwassen. Procesafspraken in hoger beroep. Het hof komt in afwijking van de procesafspraken tot een iets andere bewezenverklaring dan de rechtbank zonder dat dit wijziging brengt in de kwalificatie. Deze afwijking valt binnen de door procespartijen ter zitting aangegeven aanvaardbare bandbreedte. In de procesafspraken is onder meer de buitenlandse veroordeling van verdachte tot een langjarige gevangenisstraf verdisconteerd. Het hof veroordeelt de verdachte overeenkomstig het afdoeningsvoorstel tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden alsmede een geldboete ter hoogte van € 5.000, - passend en geboden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002729-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8617</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8617</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8617"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanekamer - Douanerecht, Accijns en Omzetbelasting over rooktabak meegenomen via het groene kanaal op Schiphol.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA-24_121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A. Schreuder</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6848"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte valse inkoopfacturen opgemaakt, op basis waarvan in de jaren 2020 tot en met 2022 onjuiste kwartaalaangiften omzetbelasting zijn gedaan. Daarnaast is door hen een betaalbewijs vervalst, en toegezonden aan de Belastingdienst. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-102990-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Palmboom, mr. M. Langstraat, mr. S.H.C. Merkx</contributor><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6019"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kansspelbelasting. Nederlandse kansspelbelasting over in Duitsland gewonnen geldprijs. Geen belemmering vrijedienstenverkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1674</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2869"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen extra vergoeding van immateriële schade. De in aanmerking te nemen termijn eindigt op het moment dat de rechtbank uitspraak doet en niet op het moment dat de rechtbank haar uitspraak bekendmaakt via verzending per post of plaatsing in het webportaal van de Rechtspraak. Met de uitspraak is het geschil en daarmee de door belanghebbende ondervonden spanning en frustratie ten einde gekomen. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2135"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 16, onderdeel c, art. 17 Wet WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/979</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8981"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/8240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29423"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, opgeheven, schadevergoeding + PKV, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55926</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13090"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verlenen ondertoezichtstelling, verzoek deels afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724565 / JE RK 26-1571</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7254"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht, toepassing artikel 77c Sr. Veroordeling tot 4 dagen jeugddetentie met aftrek van het voorarrest en een werkstraf van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk wegens een straatroof.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05.287582.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5411</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5411</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5411"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft de Poolse nationaliteit. De minister heeft bij besluit van 24 april 2019 zijn verblijfsrecht in Nederland beëindigd, bepaald dat hij Nederland meteen moet verlaten en hem ongewenst verklaard. Appellant is op 14 september 2021 vanuit bewaring verwijderd naar Polen. Na korte tijd is hij weer teruggekeerd naar Nederland. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 27 februari 2022, die aan deze procedure ten grondslag ligt, was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft tussen 19 februari 2022 en 27 februari 2022 op strafrechtelijke titels vastgezeten. De bewaring is met ingang van 11 maart 2022 opgeheven in verband met de uitzetting van appellant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202201713/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5413"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft de Marokkaanse nationaliteit. De minister heeft appellant in bewaring gesteld, omdat hij geen rechtmatig verblijf heeft, er volgens de minister een risico bestaat dat appellant zich aan het toezicht zal onttrekken en hij de voorbereiding van het vertrek of uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 2 januari 2023 die aan deze procedure ten grondslag ligt, was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft tussen 1 september 2022 en 2 januari 2023 op strafrechtelijke titels vastgezeten. Op de zitting bij de Afdeling is gebleken dat appellant op 7 april 2023 is uitgezet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300511/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5412"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft de Marokkaanse nationaliteit. De minister heeft hem in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000, omdat er volgens hem een significant risico op onderduiken bestaat en omdat er concrete aanwijzingen bestaan dat appellant onder de werkingssfeer van de Dublinverordening valt. Deze aanwijzingen zijn gebaseerd op vier hits in de resultaten van een Eurodac-bevraging. Daaruit blijkt dat appellant in andere lidstaten van de EU geregistreerd staat met een asielverzoek. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 12 december 2022 die aan deze procedure ten grondslag ligt, was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft tussen 14 september 2022 en 12 december 2022 op strafrechtelijke titels vastgezeten. Uit het uittreksel van de Justitiële Informatiedienst blijkt dat de politierechter van de rechtbank Rotterdam appellant op 29 september 2022 heeft veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Appellant heeft na de strafrechtelijke detentie tot 9 januari 2023 in vreemdelingenbewaring gezeten en is toen overgedragen aan de Duitse autoriteiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202207346/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:182"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwikkeling nalatenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202504633</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Tubben</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5385"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001866</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5455</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5455</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5455"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003501</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:24524</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5462"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 juni 2026 is aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26863</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26863</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26863"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft in de zaak van eiseres geen voornemen- en zienswijzeprocedure gevolgd, zoals gebruikelijk was vóór de inwerkingtreding van het Asiel- en Migratiepact op 12 juni 2026. De rechtbank is van oordeel dat de minister dit ook niet hoefde te doen. Uit de wet volgt dat vanaf 12 juni 2026 voor alle asielaanvragen – ook die van vóór 12 juni 2026 – geen voornemen hoeft te worden uitgebracht. Alleen in geval van lopende asielaanvragen waarin al een voornemen is uitgebracht, blijft het recht van toepassing zoals dat gold op het moment waarop het voornemen is uitgebracht. Daarvan is in het geval van eiseres geen sprake. Verder ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat in het geval van eiseres toch een voornemen had moeten worden uitgebracht. Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag gaat toch gegrond. Uit het besluit waarin de asielaanvraag van eiseres is afgewezen, blijkt onvoldoende hoe de minister de verklaringen van eiseres heeft beoordeeld. Niet duidelijk is welke verklaringen van eiseres precies geloofwaardig worden geacht en welke niet. Daarbij heeft de minister niet alle asielmotieven uit de verklaringen van eiseres gehaald en als zodanig beoordeeld. De minister moet dit alsnog doen in een nieuw besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Skerka</contributor><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27550"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Syrië, Hama, 15c, willekeurig geweld, Alawitische afkomst</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.63006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27562</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27562</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27562"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Syrië, Aleppo, 15c, willekeurig geweld</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.9088</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7117</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7117</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7117"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Rechtbank komt tot bewezenverklaring van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van twee jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-103551-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Palmboom, mr. M. Langstraat, mr. S.H.C. Merkx</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27492"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen Asiel- en Migratiebeheer Verordening – Terugname / grondrecht op behoorlijk bestuur &amp; omvang rechtsmiddel / motiveren afzien persoonlijk onderhoud in terugnameprocedures bij minderjarigen / belang van het kind / aanvang overdrachtstermijn. Verzoekster is een alleenstaande moeder die afkomstig is uit Nigeria. Zij heeft mede namens haar drie kinderen, een baby van zes maanden en een tweeling van 4 jaar oud, die in België zijn geboren en net als verzoekster de Nigeriaanse nationaliteit hebben, een verzoek om internationale bescherming in Nederland ingediend. Verweerder heeft een kennisgeving terzake terugname ingediend bij de Belgische autoriteiten en de Belgische autoriteiten hebben deze kennisgeving bevestigd en daarmee erkend verantwoordelijk te zijn voor het verzoek om internationale bescherming van verzoekster en haar kinderen. De rechtbank moet uitspraak doen op het overdrachtsbesluit en op het verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekster maakt bezwaar tegen de overdracht aan België en legt hieraan met name ten grondslag dat verweerder essentiële procedurele waarborgen die Verordening 2024/1351 bevat niet heeft nageleefd en dat haar verdedigingsrechten zijn geschonden. De Uniewetgever lijkt in de regeling van de rechtsmiddelen, die is neergelegd in artikel 43 van Verordening 2024/1351, de draagwijdte van de omvang van het rechtsmiddel te hebben beperkt tot drie concreet opgesomde situaties. De rechtbank vraagt het Hof of deze beperking geldig is indien de Uniewetgever daadwerkelijk heeft beoogd dat verzoekster geen beroep kan doen op haar grondrecht op behoorlijk bestuur en heeft beoogd dat verzoekster de niet-naleving van essentiële procedurele waarborgen waarin Verordening 2024/1351 voorziet niet kan aanvoeren om het overdrachtsbesluit te betwisten. De Uniewetgever heeft de lidstaten in Verordening 2024/1351 niet verplicht om in terugnameprocedures een persoonlijk onderhoud te voeren. Verweerder voert beleid dat hij dit daarom ook niet doet, tenzij de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is. De rechtbank vraagt het Hof of de verplichting voor de lidstaten om het belang van (elk) minderjarig kind een eerste overweging te laten zijn meebrengt dat de beslissing om af te zien van een persoonlijk onderhoud in een terugnameprocedure moet worden gebaseerd op een beoordeling van de individuele omstandigheden van de verzoeker, indien deze verzoeker, of een van deze verzoekers, minderjarig is en vereist dat deze beslissing moet worden gemotiveerd. De rechtbank vraagt het Hof voorts om te verduidelijken op welke wijze de rechtbank invulling moet geven aan haar eigen verplichting om het belang van het kind een eerste overweging te laten zijn. De rechtbank vraagt zich af of zij gehouden is om, in dit geval ambtshalve omdat partijen dit niet hebben gedaan, zich nader te vergewissen wat het belang van het kind is en te onderzoeken, op grond van het dossier en mogelijk door het benoemen van een deskundige, of een mogelijke overdracht aan België indruist tegen dit belang. Tot slot rijst de vraag wanneer in het hoofdgeding de overdrachtstermijn aanvangt. Verzoekster heeft door het enkele verzoeken om een voorlopige voorziening reeds opschortende werking verkregen en bereikt dat zij en haar kinderen niet kunnen worden overdragen aan België totdat de rechtbank (eind)uitspraak doet. Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet toegewezen door de rechtbank en kan niet worden toegewezen met als doel om de overdrachtstermijn veilig te stellen omdat dit een rechtsmiddel is dat uitsluitend aan verzoekster toekomt. De rechtbank vraagt het Hof om te verduidelijken of in deze situatie de overdrachtstermijn aanvangt als de rechtbank uitspraak doet op het beroep of dat de overdrachtstermijn verloopt als zes maanden na de bevestiging van de kennisgeving van de terugname verstrijken voordat de rechtbank uitspraak doet. Indien het Hof arrest wijst na deze termijn wordt Nederland mogelijk verantwoordelijk vanwege het enkele tijdsverloop. De rechtbank stelt het Hof vier prejudiciële vragen en verzoekt het Hof om de vragen in de spoedprocedure te behandelen (PPU). De rechtbank verzoekt het Hof tevens om deze verwijzing te voegen met de verwijzing van 18 september 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:27252, C-1023/26 (PPU) – Midsen), omdat de vragen in de verwijzingen deels gelijkluidend zijn. In de onderhavige procedure stelt de rechtbank een aanvullende vraag over de beslissing om af te zien van een persoonlijk onderhoud als de verzoeker, of een van de verzoekers, minderjarig is. De behandeling van het beroep en het verzoek wordt geschorst totdat het Hof de vragen heeft beantwoord.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51454</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Prejudicieel verzoek, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7118</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7118</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7118"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk wegens schending van het ne bis in idem beginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 84-005447-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Palmboom, mr. M. Langstraat, mr. S.H.C. Merkx</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7304"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tenlastegelegde feit W&amp;O bewezen: het medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. Straf: toepassing jeugdstrafrecht. 11 maanden jeugddetentie waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest en oplegging van bijzondere voorwaarden. Daarnaast de oplegging van een leerstraf van 40 uur (de training So Cool Regulier). Artikelen: 36f, 47, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht. De vordering van benadeelde 1: de benadeelde is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De vordering van benadeelde 2: de vordering tot smartengeld is toegewezen tot een bedrag van 2.000 euro. Voor het overige is de benadeelde niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/076415-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Jansen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12290"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Geschil over de uitleg van de bepaling over de duur van de arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter moeten deze worden uitgelegd in het nadeel van de werkgever. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met daarin een specifieke einddatum opgesteld en in de correspondentie met werknemer daarna meermaals gerefereerd aan die specifieke einddatum. Werknemer mocht er daarom gerechtvaardigd op vertrouwen dat de einddatum van de overeenkomst 30 april 2026 was (en daarmee dat de overeenkomst niet voor twaalf maar voor dertien maanden was aangegaan). Werkgever wordt daarom veroordeeld tot betaling van het achterstallig loon en de niet-genoten vakantiedagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12299228</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13175"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vorderingen vervangende toestemming vakantie. Vakantie vrouw beperkt in tijd door consequenties zorgdagen man. Vordering vakantie man afgewezen vanwege afspraken partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725333 / KG ZA 26-898</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Berghuis-Knijff</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12475"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was om een eis tot naleving op te leggen. De Arbeidsinspectie heeft tijdens de inspecties over een langere periode ernstige overschrijdingen geconstateerd van normen voor fysieke belasting en het ontbreken van een risico-inventarisatie en -evaluatie. Mede gelet op die lange historie van contact over overschrijdingen meent de rechtbank dat een termijn van drie maanden om maatregelen te treffen niet te kort is en ook uitvoerbaar. Voorts meent de rechtbank dat verweerder de toegepaste rekenmethode ten grondslag kon leggen aan het bestreden besluit. Ten slotte overweegt de rechtbank dat, omdat in bezwaar al voldaan was aan de individuele eis van een risico-inventarisatie en -evaluatie, deze eis niet meer gesteld kon worden en in het bestreden besluit herroepen had moeten worden. Het overige deel van het besluit blijft in stand. Het beroep is dus gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. de Vries, M.H. Affourtit-Kramer, R. Brouwer</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13069"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vonnis in kort geding. Afwijzing eis tot nakoming concurrentiebeding en tot betaling van boetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12305311 VV EXPL 26-412</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6786"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis: Gestolen (gehuurde) ladderlift van eiser. Opdracht informatieverstrekking eisende partij van de shade. Honorering bewijsaanbod van gedaagde partij dat is voldaan aan regels van vergeoding bij diefstal</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12170943 \ MC EXPL 26-1819</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9483"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Procesafspraken. Veroordeling voor zich in georganiseerd verband bezighouden met bewerken, vervoeren en afleveren van cocaïne en met witwassen. Straf conform procesafspraken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-253762-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9482</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9482</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9482"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf voor zich in georganiseerd verband bezighouden met bewerken, verwerken, vervoeren en afleveren van cocaïne en met witwassen. Verdachte was koerier. Overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-273639-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7314</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7314</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7314"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">primair tl-gelegde W&amp;O bewezen: het medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. Straf: 24 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met aftrek van voorarrest en oplegging van bijzondere voorwaarden. Artikelen: 14a, 14b, 14c, 36f, 47 en 157 van het Wetboek van Strafrecht. De vordering van benadeelde 1: de benadeelde is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De vordering van benadeelde 2: de vordering tot smartengeld is toegewezen tot een bedrag van 2.000 euro. Voor het overige is de benadeelde niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/076417-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Jansen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28375"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling van staatloosheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696818 / HA RK 25-759</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9484"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Procesafspraken. Veroordeling voor zich in georganiseerd verband bezighouden met bewerken, vervoeren en afleveren van cocaïne. Straf conform procesafspraken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-299469-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29424</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29424</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29424"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMBV Terugname Frankrijk - 4 Handvest – motiveringsvereiste. De rechtbank beoordeelt de beroepsgronden, maar controleert ook of verweerder alvorens het terugkeerbesluit vast te stellen méér heeft gedaan dan te verwijzen naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de Afdeling. Of in het geval van eiser ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwen kan worden uitgegaan is de inzet van deze concrete procedure. Verweerder moet dus meer motiveren dan dat dit beginsel het uitgangspunt van elke procedure is. Verweerder heeft ten onrechte naar een niet-actuele en niet-inhoudelijk gemotiveerde uitspraak op een hoger beroep van een niet-gemotiveerde rechtbankuitspraak van de Afdeling verwezen. Verweerder heeft in het besluit bovendien geen enkele individuele omstandigheid van eiser benoemd behalve zijn naam, geboortedatum en nationaliteit. De rechtbank overweegt dat de terugnameprocedure zoals die is neergelegd in Verordening 2024/1351, met minimale waarborgen voor eiser is omkleed en slechts minimale verplichtingen voor verweerder kent. Dit laat onverlet dat verweerder gebonden is aan algemene bestuursrechtelijke beginselen. Verweerder dient namelijk ook indien de grondslag van zijn besluit gelegen is in het Unierecht, zijn besluit ‘gewoon’ zorgvuldig voor te bereiden en ‘gewoon’ deugdelijk te motiveren zoals de Awb daartoe verplicht. De rechtbank heeft de indruk dat de overdrachtsbesluiten zoals deze nu worden vastgesteld, in wezen de standaardvoornemens zoals die voorheen werden genomen voor 12 juni 2026 zijn, maar nu als titel ‘besluit’ hebben gekregen. De rechtbank is verplicht en in staat om zelf een actuele refoulementbeoordeling te verrichten en om daarbij de beroepsgronden te beoordelen. De rechtbank gaat daartoe echter thans niet over omdat verweerder eerst een fatsoenlijk overdrachtsbesluit moet nemen waarin aan eiser wordt uitgelegd waarom hij eiser aan Frankijk wil overdragen en waarom hij daartoe, volgens verweerder, bevoegd is. Beroep gegrond, PKV. Hersteluitspraak omdat verweerder terecht heeft verzocht om rectificatie in verband met een onjuist opgenomen termijn om hoger beroep in te stellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51271 hersteluitspraak</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9480</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9480</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9480"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel € 1.320.000,-. Vordering toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-253770-22 (ontneming)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9481"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf voor zich in georganiseerd verband bezighouden met bewerken, verwerken, vervoeren en afleveren van cocaïne en met witwassen. Verdachte gaf leiding aan criminele organisatie. Verdachte is procesafspraken niet nagekomen. Geen overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-253770-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9622</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9622</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9622"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">TBS verlenging met verpleging van overheidswege met twee jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02.258421.21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27075"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">octrooirecht; indirecte inbreuk; geldigheid octrooi; toegevoegde materie; nieuwheid; inventiviteit. HatchTech is houdster van EP 611 over een incubator met voertrog en lichtbron voor early feeding van kuikens. Giordano bracht de HCS+-kratten op de markt. De rechtbank verwerpt de nietigheidsverweren: geen toegevoegde materie, het octrooi is nieuw en inventief. Giordano maakt wel indirecte inbreuk doordat zij HCS+ aanbiedt terwijl zij in advertenties wijst op toepassing van verlichting in broedkamers. Verklaring voor recht, verbod, opgave, schadevergoeding/winstafdracht en dwangsommen toegewezen; reconventionele vernietigingsvordering afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/691254</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.D. Overbeek, H.F.R. baron van Heemstra, M.C. Kruis</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8427</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8427</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8427"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Bezoekersvergunning. Een storing in de parkeerapplicatie van de gemeente Amsterdam. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/7329</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. de Vos</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6792"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">TEAM heeft haar zorgplicht geschonden bij advisering over vso eiseres met bedrijf; causaal verband met de schade is onvoldoende onderbouwd. Verklaring voor recht toegewezen, schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/604022 / HA ZA 25-609</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A. Schuman</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7320"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor eendaadse samenloop van het medeplegen van voorbereidingshandelingen en produceren van amfetamine-olie. Opgelegd wordt een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, met een proeftijd van 1 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05.175152.22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2884</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2884</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2884"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Premium of Premium Plus? Hof gaat uit van voertuig als geheel bij zoeken naar referentievoertuigen. Complex-aanpak maakt vergelijking van voertuigen en dus uitvoeren van toets 110 VWEU gemakkelijker, omdat discussie over verschil tussen standaard uitrusting en fabrieksopties wordt voorkomen. Hof komt tot conclusie dat de Premium Plus-uitvoering het meest vergelijkbaar is met de auto van belanghebbende. Koerslijst XRAY die belanghebbende pas in hoger beroep heeft overgelegd en uitgaat van Premium-uitvoering kan niet dienen. Taxatierapport belanghebbende kan niet dienen ter bepaling van waardevermindering wegens schade. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat met hoger bedrag aan schade dan door DRZ gecalculeerd bedrag rekening moet worden gehouden. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat Inspecteur afschrijvingspercentage – zelfs als zou worden uitgegaan van 72% schadeaftrek – te laag heeft vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/595</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28445"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging vastgestelde geboortegegevens ex artikel 1:25d BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/688054 / FA RK 25-5101</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Witteman</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2025:385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2025:385"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak staat de vraag centraal of verzoekster op 26 september 2024 terecht op staande voet is ontslagen. Volgens verzoekster is het ontslag nietig en heeft zij nog aanspraak op betaling van salaris. Concentrix is het hier niet mee eens. Het gerecht zal het ontslag op staande voet nietig verklaren en het gevorderde salaris toewijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202501220</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Tubben</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6016</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6016</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6016"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Kenbaarheid betaald parkeren. er heeft een herstel plaatsgevonden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8425</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8425</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8425"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Het aanmelden van het kenteken op de bezoekersvergunning is buiten de redelijke tijd van 10 minuten gedaan. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/5823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. de Vos</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5732"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken. [appellant sub 2] is op [geboortedatum] 1987 geboren in Nederland. Hij heeft via zijn ouders de Marokkaanse nationaliteit verkregen. Op 27 augustus 1996 heeft hij samen met zijn ouders het Nederlanderschap verkregen. Hij heeft de Marokkaanse nationaliteit behouden. In juli 2013 is [appellant sub 2] via Turkije uitgereisd naar Syrië. Daar heeft hij zich in de periode tot en met 31 december 2015 als strijder aangesloten bij de jihadistische terroristische organisaties Ahrar al-Sham en later Jund al-Aqsa. De minister heeft het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de RWN, omdat hij onherroepelijk is veroordeeld wegens terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht (WvSr). De minister verwijst daarvoor naar het strafvonnis van de rechtbank Rotterdam van 29 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2420. Die rechtbank heeft [appellant sub 2] veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden voor het medeplegen van het deelnemen aan een terroristische organisatie, meermalen gepleegd, en het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op het plegen van terroristische aanslagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502611/1/V6</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29010</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29010</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29010"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Sierra Leone – het belang van het kind moet een eerste overweging vormen, deze verplichting ziet ook op de rechterlijke autoriteit – indien aan eiseres geen verblijfsvergunning wordt verleend heeft dit gevolgen voor haar twee kinderen en voor het kind dat haar partner met een andere vrouw heeft, die ook kinderen van een andere partner heeft. Verweerder heeft ter zitting op vragen van de rechtbank te kennen gegeven het niet noodzakelijk te achten dat het belang van het kind in deze fase van de procedure nader wordt onderzocht en dat hij niet van plan is om zelf nader onderzoek te (laten) verrichten. Eiseres heeft geen BIC-rapportages overgelegd. De rechtbank heeft partijen medegedeeld dat zij het belang van het kind niet kan betrekken in de beoordeling van het geschil als dit belang niet eerst is vastgesteld. De vaststelling van het belang van het kind vereist expertise waarover de rechtbank niet beschikt. De rechtbank zal daarom een deskundige benoemen om het belang van de twee kinderen van eiseres en het Nederlandse kind van de partner van eiseres (de halfzus van de twee kinderen van eiseres) te onderzoeken en vast stellen en te beoordelen wat de gevolgen voor deze kinderen zijn als aan eiseres geen verblijfsvergunning wordt verleend. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.35148T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28894"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen over de toepassing van artikel 43, derde lid, van de Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMBV). Eiser heeft op 18 januari 2026 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is op grond van de AMBV. Eiser heeft op 13 juli 2026 beroep ingediend tegen dit besluit. Op 29 juli 2026 heeft eiser een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, omdat de minister handelingen had verricht om eiser over te dragen aan Kroatië. De voorlopige voorziening is bij uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats op 28 augustus 2026 toegewezen. Het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zijn niet gelijktijdig ingediend, terwijl artikel 43, derde lid, van de AMBV en artikel 69, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) dat wel voorschrijven. Naar het oordeel van de rechtbank is met het claimakkoord van 14 maart 2026 de overdrachtstermijn van zes maanden begonnen te lopen. Dat betekent dat de overdrachtstermijn in beginsel op 14 september 2026 zou zijn verlopen. De vraag die beantwoordt dient te worden is of met de toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening ook de overdrachtstermijn is opgeschort óf dat alleen de uitvoering van het overdrachtsbesluit is opgeschort en de overdrachtstermijn is blijven doorlopen. De rechtbank kan deze vraag niet zelf beantwoorden en ziet zich genoodzaakt om de volgende prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen: Dient artikel 43, derde lid, van de AMBV zo gelezen te worden dat indien een lidstaat gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om te bepalen dat het verzoek om de uitvoering van het overdrachtsbesluit op te schorten samen met het beroep moet worden ingediend, alléén aan een gelijktijdig ingediende en vervolgens toegewezen verzoek opschortende werking toekomt aan de overdrachtstermijn en dat aan een later ingediend en vervolgens toegewezen verzoek dergelijke opschortende werking niet toekomt?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38960 (T)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29426</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29426</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29426"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMBV Zweden - overgangsrecht / omvang rechtsmiddel AMBV / opkomen tegen niet gebruikmaken van discretionaire bevoegdheid. Asielaanvraag en voornemen vóór 12 juni 2026, overdrachtsbesluit na 12 juni 2026. Het overgangsrecht in Verordening 2024/1351 ziet op de verantwoordelijkheidsvaststelling en niet op de procedureregels. Verweerder heeft verzuimd om eiser te horen – omdat eiser had moeten worden gehoord voorafgaand aan het uitbrengen van het voornemen, houdt dit gebrek verband met de verantwoordelijkheidsbepaling en kan eiser zich beroepen op dit gebrek. Verordening 2024/1351 biedt geen mogelijkheid om beroep in te stellen tegen de beslissing van de beslisautoriteit om geen gebruik te maken van de bevoegdheid om een asielaanvraag onverplicht inhoudelijk te behandelen. De rechtbank neemt aan dat de Uniewetgever in Verordening 2024/1351 het arrest van 18 april 2024 in de zaak AHY heeft willen codificeren. De beperking van de omvang van het rechtsmiddel zoals bepaald in artikel 43, lid 1, van Verordening 2024/1351 voor zover dit ziet op het niet omvatten van een mogelijkheid om te klagen over het niet toepassen van de discretionaire bevoegdheid, is niet in strijd met het Unierecht, omdat de toepassing van het beleid en het beslissen om al dan niet toepassing te geven aan de discretionaire bevoegdheid in een concrete procedure gebaseerd is op een nationale grondslag. De rechtbank ziet om deze reden dan ook geen aanleiding om een geldigheidsvraag aan het Hof te stellen, zoals de rechtbank die aanleiding wel heeft gezien met betrekking tot de vraag of het rechtsmiddel kan worden onderbouwd met een beroep op het belang van het kind of een beroep op het grondrecht op behoorlijk bestuur. Eiser kan niet op grond van Verordening 2024/1351 opkomen tegen de beslissing van verweerder om de asielaanvraag niet onverplicht te behandelen. Dat laat echter onverlet dat eiser wel een rechtsmiddel moet kunnen aanwenden tegen een besluit dat verweerder neemt op grond van vastgesteld en gepubliceerd beleid. Dit volgt immers uit algemeen bestuurs(proces)recht. In het Nederlandse bestuursprocesrecht is op dit moment geen zelfstandige procedure ingericht waarin een rechtsmiddel wordt toegekend aan een verzoeker wiens asielverzoek niet in behandeling wordt genomen en die het niet eens is met de beslissing van verweerder om geen gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid. Verweerder neemt bovendien één besluit op een asielaanvraag, dat zowel een overdrachtsbesluit omvat als een beslissing om geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om de asielaanvraag onverplicht inhoudelijk te behandelen. De rechtbank overweegt daarom dat een verzoeker die een rechtsmiddel aanwendt tegen een overdrachtsbesluit, ook de mogelijkheid heeft om zich in datzelfde rechtsmiddel te beroepen op het door verweerder niet gebruikmaken van de bevoegdheid om de asielaanvraag onverplicht te behandelen. Het rechtsmiddel is dan, net als het besluit waarin een asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen en een overdrachtsbesluit wordt vastgesteld, deels gegrond op het Unierecht en deels gegrond op het nationale bestuursprocesrecht. Verweerder voert niet langer het beleid dat hij een asielaanvraag onverplicht inhoudelijk behandelt als de overdracht van onevenredige hardheid getuigt, maar doet dit uitsluitend als het onverplicht inhoudelijk behandelen van de asielaanvraag in het belang van verweerder is. Verweerder is bevoegd om dit beleid zo te voeren, reeds omdat er geen enkele verplichting bestaat om gebruik te maken van de in artikel 35, lid 1, van Verordening 2024/1351 neergelegde bevoegdheid en omdat het Hof in het eerder genoemde arrest van 18 april 2024 in de zaak AHY heeft verduidelijkt dat het gebruik maken van de facultatieve bepaling aan geen enkele specifieke voorwaarde is onderworpen. De beroepsgronden slagen niet, de aanvullend verrichte ambtshalve beoordeling van het refoulementrisico leidt ook niet tot het verbieden van de overdracht. Beroep ongegrond. Hersteluitspraak omdat de rechtbank aanvankelijk ten onrechte een beroepstermijn van 1 week had vermeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45259 hersteluitspraak</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6794"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding waaring verwijdering uit het Extern Verwijzingsregister, Incidentenregister en Intern Verwijzingsregister gevorderd wordt. Verdenking van zorgfraude door opzettelijk verstrekken van onjuiste informatie om tot vergoeding te komen van thuiszorg die zou zijn verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/615910 / KG ZA 26-495</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Koning</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8430"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Gegrond. Onjuiste objectafbakening. Onjuiste adresaanduiding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/5122</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.S. Man</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6805"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de tbs-maatregel met twee jaar. Betrokkene staat nog aan het begin van zijn resocialisatietraject. Het is belangrijk dat hij de vrijheden en verantwoordelijkheden geleidelijk opbouwt, zodat zijn stabiliteit kan worden gemonitord en het traject succesvol kan worden afgerond. Daarom wordt niet verwacht dat de tbs-maatregel binnen één jaar voorwaardelijk kan worden beëindigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/296836-21 (vordering verlenging tbs)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H. den Haan, mr. L.L. Veendrick, mr. J.A. Koorevaar</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6796"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incidenteel verzoek tot inzage afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/615800 / HL ZA 26-217</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.J. Baken</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6803"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdzaak. Vrijspraak poging tot moord (alternatief scenario) en wapenbezit; vrijspraak wapenbezit in tweede zaak; veroordeling diefstal met geweld en openlijk geweld tegen personen in de derde zaak (zaken gevoegd). Straf: jeugddetentie gelijk aan voorarrest (208 dagen) + voorwaardelijke werkstraf van 60 uren en oplegging van bijzondere voorwaarden. Vordering BP N-O. Vordering TUL afgewezen. Geëiste voorwaardelijke PIJ-maatregel te verstrekkend vanwege vrijspraken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/049491-25, 10/389397-24, 13/001092-25 (t.t.z. gevoegd); 10/235593-23 (vord. tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.F. Hammerle, mr. M. Wolfrat, mr. drs. T. van Haaren-Paulus</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2021:6992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2021:6992"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Politierechter. Mishandeling. Veroordeling. Een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht en een proeftijd van 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16-039865-21; 16-034367-21 (gev. ttz)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M.M. Heppe</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5904"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 52-jarige man tot betaling van een geldboete van € 1.000,00 en een voorwaardelijke rijontzegging van drie maanden met een proeftijd van twee jaren. De verdachte heeft zich als beroepsmatig bestuurder van een vrachtwagen schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval door aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam te rijden. Als gevolg hiervan heeft het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.154922.25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.T.C. Jordaans, mr. M.A.H. Heijink, mr. H.H. de Boef</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:1473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:1473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:1473"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 16 januari 2024 heeft de vreemdeling de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag van 13 april 2022 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag beroep ingesteld bij de rechtbank. De vreemdeling heeft de Chinese nationaliteit. Hij heeft verklaard dat hij van 2009 tot 2014 en van 2018 tot zijn vertrek in februari 2022 in Oekraïne heeft gewoond. De vreemdeling is op 5 mei 2012 gehuwd met een Oekraïense vrouw en zij hebben een zoon. De vreemdeling is op 7 maart 2022 samen met zijn vrouw en kind Nederland ingereisd. De vreemdeling heeft op 13 april 2022 een asielverzoek ingediend in de centrale aanmeldlocatie in Ter Apel. Zijn vrouw en kind maken geen deel uit van deze procedure. Partijen zijn het erover eens dat de vreemdeling in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de richtlijn tijdelijke bescherming, omdat de vreemdeling voor 24 februari 2022 met zijn Oekraïense vrouw en kind in Oekraïne verbleef.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402732/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudicieel verzoek</description><issued>2025-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6798"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vorderingen tot nakoming van verplichtingen uit arbeidsovereenkomst en leaseovereenkomst (auto) na arbeidsongeschiktheid toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12282987 \ UV EXPL 26-155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6017"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">hersteluitspraak ECLI:NL:GHARL:2026:6016</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6016</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1081"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen. Is proceskostenbeding oneerlijk? Zo ja, kan consument na vernietiging van proceskostenbeding worden veroordeeld in proceskosten met toepassing van art. 237 Rv? Hoge Raad stelt over dat laatste prejuciële vraag aan Hof van Justitie van Europese Unie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02783</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Prejudiciële beslissing</description><issued>2025-07-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12966</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12966</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12966"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onteigening. Overeenstemming over de schadeloosstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/708695 / HA ZA 25-924</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Velzen, mr. A.F.L. Geerdes, mr. J.M.J. Arts</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6808"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging omdat hem een geslaagd beroep op noodweer toekomt. De verdachte is op oudjaarsnacht door een grote groep jongens belaagd, nadat hij zelf met vuurwerk had gegooid. Hij is tweemaal op de grond geduwd en is al liggend op de grond getrapt. De tweede keer heeft hij een mes getrokken en met afwerende zwaaibewegingen twee jongens geraakt. De rechtbank overweegt dat sprake is van noodweersituatie, dat de verdachte niet anders kon dan zich verdedigen en dat zijn afwerende zwaaibewegingen met een mes in deze specifieke situatie ook proportioneel is geweest. Het eerder zelf gooien met vuurwerk naar twee jongens van de grote groep die hem later belaagde, maakt niet dat sprake is van een omstandigheid die een beroep op noodweer in de weg staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/000059-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.A. Brouwer, mr. J.P. Verboom, jonkheer mr. G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteyn</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13034"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Ook bij akte onvoldoende gesteld over bestelknop. Sanctie. Vernietiging oneerlijk beding dat afwijkt van wettelijke vereisten voor ontbinding. Afwijzing ontbindingsvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12014371 \ CV EXPL 25-3786</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verstek</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8545</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8545</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8545"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening. Afwijzing aanvraag aangepast groepsvervoer. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/4633</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Haeften</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7244"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om op grond van artikel 15 van de AVG inzage te geven in en kopieën te verstrekken van persoonsgegevens die zijn verwerkt in documenten die zijn vermeld op de drie lijsten behorend bij het heroverwegingsbesluit. De rechtbank oordeelt dat het college aan zijn inzageplicht heeft voldaan en dat voor documenten die ten tijde van het bestreden besluit waren overgebracht naar de archiefbewaarplaats het bijzondere inzagerecht van artikel 45 van de UAVG, in samenhang met de Archiefwet, geldt. Het beroep is gegrond omdat eiser document B12 pas in de beroepsprocedure heeft ontvangen; de rechtsgevolgen blijven in stand en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/5198</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.W.B. Heijmans</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8429"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag waterschapsbelasting. Geen recht op een dwangsom. Schending van de hoorplicht, het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Gegrond. Aanslag is bevoegd, terecht en naar de juiste hoogte opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/55</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.S. Man</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:4330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:4330"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verkeersongeval met dodelijke afloop op 3 september 2022 te Oss. Vrijspraak ten aanzien van medeplegen artikel 6 WVW en vrijspraak ten aanzien van artikel 7 WVW. Veroordeling artikel 5a WVW 1994. Oplegging voorwaardelijke gevangenisstraf 4 weken, taakstraf 120 uren en deels voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk wegens vrijspraak 6 WVW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01/239686-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H.P.G. Wielders, mr. C.P.C. Kuijs, mr. A.E. de Kryger</contributor><issued>2024-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8547</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8547</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8547"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing aanvraag WIA-uitkering. Eiser is het niet eens met de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank heeft de zaak heropend en nadere vragen gesteld waarna er door het Uwv een nieuw besluit is genomen. Toepassing artikel 6:19 Awb. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 23/6484</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.M.A. van der Heijden</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8568</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8568</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8568"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing urgentieverklaring. Schimmelvorming. Geen urgent huisvestingsprobleem. Voorliggende voorziening. Medische toets. Hardheidsclausule en belangen kinderen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/1338</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Haeften</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9626</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9626</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9626"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering verlenging tbs afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-800837-14</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.F.C. Janssen , mr. K.H.P. Bovend'Eerdt</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:274"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aruba. Landsverordening aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Verhaal verzekeraar op aansprakelijke persoon. Bestuurder is niet in het bezit van Arubaans rijbewijs, maar wel van buitenlands rijbewijs. Uitleg verzekeringsvoorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA201900370 – AUA2020H00024</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.C.C. Lewin, E.W.A. Vonk, C.G. ter Veer</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8580"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening AOW; gezamenlijke huishouding gaat verder dan zakelijke onderhuurrelatie; gezamenlijk huurcontract; huur niet consistent betaald; beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.D. Belcheva</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2047</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2047</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2047"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; uitstoting; verzoek toegewezen; schorsing bestuurder; schorsing stemrecht op aandelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.471/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, D.E.M. Aleman, C.C. Meijer, F. Marring RA</contributor><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29433"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28432</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9627</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9627</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9627"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt veroordeeld voor een ramkraak bij een juwelier en overtreding van artikel 5a WVW. Aan hem wordt opgelegd een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-248291-25, 13-098168-26 (gev.ttz)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28405"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">wvggz zorgmachtiging toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710885 / FA RK 26-8342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29434</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29434</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29434"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28949"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Intellectueel eigendomsrecht, modelrecht. Eiser maakt pluche figuren van onder meer een honkbal, een tafeltennisbatje, en een taart. Gedaagde maakt eveneens dit soort figuren en beroept zich op het bestaan van een stijl (de kawaii-stijl). Nietigheidsverweer slaagt niet. Voorzieningenrechter neemt modelrechtinbreuk aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709087</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.J. Alt-van Endt</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13154"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgmachtiging toegewezen. Rechtbank doet beroep op niet-verschenen curator om te werken aan de wensen van betrokkene.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725226 / FA RK 26-6820</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A. van Egmond</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29435</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29435</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29435"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29791</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29436"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV Oostenrijk, mondelinge uitspraak, terugkeer land van herkomst, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35132</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.E.M. Wilbers - Taselaar</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9524</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9524</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9524"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (Woo). De staatssecretaris heeft voor een aantal Woo-documenten de toepassing van de uitzonderingsgrond artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo (het goed functioneren van de Staat) onvoldoende gemotiveerd. Het beroep is gegrond. De openbaarmaking van de overige Woo-documenten mocht de staatssecretaris wel weigeren op basis van de toegepaste uitzonderingsgronden en de daarbij gegeven motivering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 23/1692</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:139"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">CURAÇAO. Ontbinding. Doorbrekingsgrond. Pensioenleeftijd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR2025H00206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.C.C. Lewin, E.A. Saleh, J.A. van Voorthuizen</contributor><issued>2026-06-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2025:386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2025:386"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In het geschil staat centraal de vraag of de arbeidsovereenkomst is geëindigd met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202501097</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Tubben</contributor><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2026:139</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13151"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgmachtiging. Het verweer dat de medische verklaring een gebrek zou vertonen omdat de betrokken behandelaar ook aanwezig was bij het onderzoek van de onafhankelijk psychiater wordt verworpen. Zorgmachtiging toegewezen voor zes maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725278 / FA RK 26-6854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A. van Egmond</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13225"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgmachtiging, referte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725268 / FA RK 26-6846</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A. van Egmond</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29438"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV Spanje, verlenging overdrachtstermijn, MOB, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34987 en NL26.35062</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.E.M. Wilbers - Taselaar</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8600"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep en voorlopige voorziening kortgesloten. Intrekking erkenning bedrijfsvoorraad en erkenning [erkenning]. Spoedeisend belang aangenomen. Toezichthouder van verweerder heeft ten onrechte de cautie niet gegeven. De verklaringen van verzoeker kunnen daarom niet worden gebruikt als bewijs voor de feiten die aan de sanctie ten grondslag zijn gelegd. Het terugdraaien van kilometerstanden wordt aangemerkt als fraude en is een overtreding. Verzoeker is verantwoordelijk voor zijn werknemers en fouten van deze werknemers komen voor zijn rekening en risico, ongeacht of verzoeker wist van de fraude of niet. Geen sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Beroep gegrond want in strijd met de cautieplicht. Rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand want verweerder mocht de erkenning bedrijfsvoorraad en [erkenning] intrekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/3981 en AMS 26/3982</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H.W. Franssen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9149</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9149</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9149"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) en de beëindiging van de uitkering die hij op grond van de Ziektewet (ZW) ontving. De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV terecht de WIA-aanvraag heeft afgewezen en de ZW-uitkering van eiser heeft beëindigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/5437 en 25/5445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.E.C. Debets</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8602</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8602</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8602"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag Bbz -uitkering en bijstand voor bedrijfskapitaal geweigerd. Bezwaar geen redelijke kans van slagen. Verzoek voorlopige voorziening afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/4499</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W. Vriethoff</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13101</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13101</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13101"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling, verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en benoeming bijzondere curator</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724352 / JE RK 26-1549</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13242"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724050 / JE RK 26-1504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1149</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1149</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1149"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Herziening besluiten ZW- en WIA-uitkering. Het herzieningsverzoek van appellant ziet op een periode vóór 1 mei 2020 en valt daarmee onder de reikwijdte van de vaststellingsovereenkomst. Dat staat in de weg aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. Het Uwv had op grond van artikel 1:3, derde lid, Awb een besluit moeten nemen op het herzieningsverzoek, maar heeft dat ten onrechte nagelaten. De rechtbank heeft hierover geoordeeld zonder dat er een besluit van het Uwv voorlag. De Raad vernietigt daarom de aangevallen uitspraak en draagt het Uwv op alsnog een besluit te nemen op het verzoek om herziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1652 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:4328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:4328"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verkeersongeval met dodelijke afloop op 3 september 2022 te Oss. Veroordeling artikel 6 WVW 1994, schuld in de gradatie van roekeloosheid. Geen straatrace als bedoeld in artikel 10 WVW1994. Oplegging van een gevangenisstraf van 24 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden, met aftrek. Toewijzing vorderingen benadeelde partij (restant affectieschade). Overige benadeelde partijen niet-ontvankelijk gelet op restrictieve uitleg artikel 6:108 BW, geen beroep op hardheidsclausule.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01/232857-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H.P.G. Wielders, mr. C.P.C. Kuijs, mr. A.E. de Kryger</contributor><issued>2024-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1083"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het gaat in deze zaak om de vraag of het Uwv op goede gronden heeft geweigerd om appellante met ingang van 25 april 2024 of in ieder geval 1 mei 2024 een WW-uitkering toe te kennen omdat ze niet voldoet aan de wekeneis. Het geschil spitst zich daarbij toe op de vraag welke dag de eerste werkloosheidsdag is. De Raad onderschrijft het standpunt van het Uwv dat dit 25 april 2024 is. Daarvan uitgaande voldoet appellante niet aan de wekeneis. Dit betekent dat het Uwv terecht heeft beslist dat appellante geen recht heeft op een WW-uitkering. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Algemene voorlichting op een website is niet aan te merken als een toezegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1693 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8603"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Schrapping [functie] uit het BIG register terecht niet ongedaan gemaakt. Redelijke termijn van twee jaar niet overschreden. Beroep ongegrond. Geen overige schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/1964</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.M. Delstra</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1082"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het gaat in deze zaak om de vraag of het Uwv terecht op de WW-uitkering van appellant de helft in mindering heeft gebracht gedurende 26 weken, omdat appellant zijn verplichting te voorkomen dat hij verwijtbaar werkloos wordt niet is nagekomen en dit hem niet in overwegende mate kan worden verweten. Het Uwv is niet gebonden aan de vaststellingsovereenkomst tussen appellant en ex-werkgever. Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2748 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1218"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante als (bedrijfstak)pensioenfonds niet op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb als belanghebbende bij een aanvraag om uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW kan worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2782 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28431"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Scheiding met verdeling. vergoedingsrechten. beleggingsleer</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/678432 / FA RK 25-212</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6807"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">het college heeft niet hoeven afzien van het invorderen van verbeurde dwangsommen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2795</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. V.E.H.G. Visser</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12271"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de toewijzing van de aanvraag van eiser om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 54,98%. Eiser is het niet eens met de vastgestelde mate van zijn arbeidsongeschiktheid. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/10353</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.E.C. Debets</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13241</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13241</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13241"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over het horen op een spoedbeslissing en een machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725593 / JE RK 26-1712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10593"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">veroordeling voor mishandeling, terwijl het letsel zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, diefstal en poging tot diefstal. Oplegging PIJ-maatregel. Afwijzing tenuitvoerlegging tul. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.264419.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A.M.C. van de Winkel, mr. I.T.H.L. van de Bergh, mr. N.D. Geraads</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9623</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9623</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9623"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Belaging van twee personen in de periode van 1 jaar. Een gevangenisstraf van twaalf (12) maanden, waarvan drie (3) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie (3) jaar met als bijzondere voorwaarden: ambulant behandelen door de forensische GGZ [kliniek] (de module voor stalkers), locatieverbod en contactverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-244723-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.F.C. Janssen , mr. K.H.P. Bovend'Eerdt</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1221"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering om terug te komen van het besluit van 12 maart 2001 tot weigering van een WAO-uitkering per 19 februari 1983. De aan het besluit van 12 maart 2001 ten grondslag liggende stukken heeft het Uwv op grond van de Archiefwet vernietigd. Daardoor niet meer (verantwoord) is vast te stellen van welke medische situatie destijds is uitgegaan voor rekening van appellant. Appellant is er niet in geslaagd om aan te tonen dat sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1822 WAO</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10588"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Drugspand in Amstenrade - De rechtbank heeft bewezenverklaard dat de verdachte op 13 juli 2024 opzettelijk 68,65 gram cocaïne en 1084,84 gram heroïne aanwezig heeft gehad. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 53 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.227327.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Beije, mr. C.G.A. Wouters, mr. L.H.M. Geuns</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1109</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1109</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1109"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling hoogte Wajong-uitkering over het jaar 2021. Het Uwv heeft terecht geen garantiebedrag vastgesteld omdat betrokkene niet voldoet aan de voorwaarde dat hij in zowel december 2020 als in januari 20221 inkomen moet hebben gehad, nu uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat hij in 2020 een negatief bedrijfsresultaat heeft gehad. Terugvordering van de ten onrechte uitbetaalde voorschotten per januari 2021. Betrokkene heeft een fiscale winst genoten uit zijn onderneming over het belastingjaar 2021.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/567 WAJONG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:9383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:9383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:9383"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm, geen aanvullende aftrek wegens schade; er bestaat geen aanleiding de in de wettelijke bepalingen vastgelegde 31%-regel buiten toepassing te verklaren. (Beroep ongegrond)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/6964</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven</contributor><issued>2026-04-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2880"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Hof laat taxatierapport belanghebbende buiten beschouwing omdat het niet de staat van de auto van belanghebbende weergeeft op het moment van het doen van aangifte. Belanghebbende mag zich ter zake van de schade aan de auto beroepen op het rapport van DRZ. Gelet op de verschillen tussen de auto en het referentievoertuig zijn de door partijen in aanmerking genomen netto catalogusprijs en handelsinkoopwaarde niet zonder meer bruikbaar voor het bepalen van de afschrijving van de auto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/491</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:9383</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1157"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellante kan haar eigen maatgevende arbeid verrichten met inachtneming van de beperkingen die zijn vastgelegd in de FML van 8 november 2024. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1910 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1114</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1114</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1114"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het Uwv heeft terecht geweigerd om appellant een vergoeding meerkosten verzekering en meerkosten motorrijtuigenbelasting en een kilometervergoeding toe te kennen. De door appellante gewenste vervoersvoorzieningen zijn in beginsel inkomensafhankelijk. Dit is uitsluitend anders als het gaat om vervoersvoorzieningen die gezien de aard van die voorziening, ongeacht het inkomen, niet algemeen gebruikelijk zijn. In dit geval is de auto van appellant, een stationwagon, algemeen gebruikelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1439 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29432</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29432</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29432"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV Duitsland, overgangsrecht, interstatelijk vertrouwensbeginsel, discretionaire bevoegdheid art. 35 AMbV, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.33964</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Hello</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10594</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10594</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10594"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank heeft de verdachte integraal vrijgesproken van het tenlastegelegde aanwezig hebben en bewerken van cocaïne en heroïne</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.227373-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Beije, mr. C.G.A. Wouters, mr. L.H.M. Geuns</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1233"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering van appellant omdat hij meer dan 65% kan verdienden van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellant voor de toepassing van artikel 19aa van de ZW is te beschouwen als een verzekerde zonder werkgever en dat dus terecht toepassing is gegeven aan de artikelen 19aa en 19ab van de ZW. Appellant heeft geen recht op 104 weken ziekengeld. De Raad overweegt verder dat het Uwv gelet op de datum van de ziekmelding van appellant op 5 januari 2024 terecht heeft vastgesteld dat 4 januari 2024 de datum in geding betreft wat betreft de EZWb. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Voldoende zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Het Uwv heeft voldoende gemotiveerd dat de geduide functies passend zijn voor appellant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2265 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13235</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13235</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13235"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over de verlenging van de ondertoezichtstelling, een machtiging tot uithuisplaatsing in een weekendpleeggezin en de bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzijng.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723887 / JE RK 26-1473 en C/10/724868 / JE RK 26/1616</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28432</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28432</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28432"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Partneralimentatie. Nihilstelling omdat de alimentatiegerechtigde volledig in haar huwelijksgerelateerde behoefte kan voorzien. Terugbetalingsverplichting. Geen proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/691178 / FA RK 25-6742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.S. Hogendoorn-Matthijssen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9512"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben en het verkopen van harddrugs. Aan verdachte wordt de ISD-maatregel opgelegd voor de duur van 2 jaren. Zonder oplegging van de ISD-maatregel bestaat het risico dat verdachte opnieuw in zijn vreemdelingrechtelijke, perspectiefloze situatie terechtkomt en doorgaat met het plegen van strafbare feiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/167861-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.M. Berkhout, H.E. Hoogendijk, Q.M.J.A. Crul</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13104"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/721946 / JE RK 26-1243</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13240"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling en een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723947 / JE RK 26-1480</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4224"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">IE-recht. Inbreuk op handelsnaamrecht. Volledige proceskostenvergoeding ex artikel 1019h Rv deels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11971342 / CV EXPL 25-4744</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.B. van Baalen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9625"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Einde WSNP, verlengd om inspanningsverplichting na te komen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: R.02/25/278</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28435</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28435</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28435"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzen verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats of vaststellen zorgregeling. Mj inmiddels OTS en UHP.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690631 / FA RK 25-6440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28444"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/693672 / FA RK 25-8110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.L. Strop</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29452"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep – asiel – ongegrond – geen pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.51116</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1240"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 voor individuele begeleiding in de vorm van een pgb en vaststelling maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp. De Raad is van oordeel dat het medisch advies van de gemeente-arts voldoende is toegespitst op de medische situatie van appellant en de beperkingen die daaruit voorkomen. De Raad is van oordeel dat de verstrekte drie uur aan individuele begeleiding voor de periode van 12 februari 2024 tot en met 11 februari 2025 passend is bij de hulpvraag van appellant en dat appellant in die tijd voldoende kan worden begeleid bij zijn doelen. Het HHM Normenkader 2019 kan echter niet als uitgangspunt worden gebruikt bij het bepalen het aantal minuten voor de wasverzorging en het college heeft hiervoor te weinig minuten verstrekt. De Raad voorziet zelf in de zaak en verstrekt aan appellant voor de periode 12 februari 2024 tot en met 11 februari 2025 41 minuten per week huishoudelijke hulp voor de wasverzorging, zodat de totale omvang van de huishoudelijke hulp in deze periode 204 minuten per week bedraagt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1452 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28433"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking over kinderalimentatie en proceskosten na mondelinge uitspraak over overige verzoeken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705597 / FA RK 26-5067</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5887</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5887</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5887"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Lekkage bedrijfsruimte is gebrek, verweven elektrische installatie niet. Oordeel over kosten (schadevergoeding). Voorschotbedragen nutsvoorzieningen terecht opgeschort. Gelegenheid om bij akte: 1) uit te laten over aangekondigde deskundigenbericht over herstelwerkzaamheden, 2) omzetverlies te onderbouwen, en 3) uit te laten over tot welke partij vorderingen in reconventie zich richten. Voorlopige huurprijsvermindering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12073440 \ CV EXPL 26-137</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.B. de Groot</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2024:10297</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:10297</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2024:10297"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring van het (opzettelijk) voorhanden hebben van meerdere (vuur)wapens, een grote hoeveelheid munitie en professioneel vuurwerk en het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne. Vrijspraak van het onder feit 2 van parketnummer 03/307873-22 ten laste gelegde dwang (primair) en bedreiging (subsidiair). Artikel 1.2.2., derde lid, Vuurwerkbesluit is als systematische specialis ten opzichte van het eerste lid te beschouwen, waardoor OVAR volgt ten aanzien van het onder feit 4 van parketnummer 03/307873-22 tenlastegelegde eerste lid. De rechtbank komt tot oplegging van een gevangenisstraf van 24 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03/307873-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Bastiaans, mr. M.J.H. van den Hombergh, mr. B. de Groot</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:727</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:727</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:727"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheidsbeoordeling bij ECLI:NL:PHR:2026:604</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: bijlage 26/00575 PJV</description><issued>2026-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:604</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:604</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:604"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG over de prejudiciële vraag of voor het maken van een kopie (image) van een smartphone een voorafgaande rechterlijke machtiging is vereist volgens HvJ EU arrest Landeck (van 4 oktober 2024, zaak C 548/21). De conclusie bevat uiteenzettingen over o.m. het Landeck-arrest van het HvJ EU, het arrest post-Landeck van de Hoge Raad (HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:409), de uitleg van deze arresten door het openbaar ministerie, het wetsvoorstel in de Tweede Aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering en bevindingen van de Commissie-Koops. Volgens de AG kan het risico van een ernstige of zelfs zeer ernstige inmenging in de privacygrondrechten van de betrokkene door het enkel maken van een kopie/image van de digitale inhoud van een smartphone voldoende worden ingeperkt, zodat daarvoor geen voorafgaande rechterlijke toetsing en machtiging is vereist en evenmin een rechterlijke toetsing en machtiging achteraf. Voor het duiden c.q. indexeren van de gegevens op de verkregen kopie geldt in essentie hetzelfde met dien verstande dat het daarvoor – anders dan voor het enkel maken van een kopie/image – lijkt te zijn aangewezen om als aanvullende waarborg een bevel van de officier van justitie te vereisen. Een rechterlijke toetsing en machtiging is ook hier niet vereist, noch vooraf noch achteraf. Bij het selecteren (filteren) van de gegevens op de verkregen kopie kan – ervan uitgaande dat inhoudelijke kennisneming door personen van de gegevens tot het selectieproces kan behoren – sprake zijn van een ernstige inbreuk op de privacy grondrechten van de betrokkene en is er daarbij in elk geval een risico daarop. In de visie van de AG vereist selectie dan een voorafgaande rechterlijke toetsing en machtiging. Alleen indien een meer dan beperkte inhoudelijke kennisneming van gegevens algemeen van het selectieproces zou worden uitgesloten – zo dat mogelijk en wenselijk is – zal voor selectie niet in een voorafgaande rechterlijke toetsing en machtiging hoeven te worden voorzien. De AG merkt verder op dat voor zover de HR zou overwegen om het maken van kopieën/images van smartphones zonder voorafgaande rechterlijke machtiging algemeen toe te staan op grond van de “spoedeisende gevallen”-uitzondering het aangewezen is om aan het HvJ EU bij wijze van prejudiciële vraag voor te leggen of die uitzonderingsgrond op zodanige algemene manier kan worden toegepast. bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:727</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00575</description><issued>2026-06-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1248"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering omdat appellante meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante niet 104 weken arbeidsongeschikt is geweest. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Uitgaande van de juistheid van de FML van 19 september 2024 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep inzichtelijk en afdoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellante.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2065 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28449"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">vaststelling kinderalimentatie/alimentatie voor jong-meerderjarige. Gedeeltelijk overeenstemming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/691931 / FA RK 25-7147</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:779</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:779</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:779"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Kon het hof art. 36e lid 3 Sr toepassen zoals dat gold na 1 juli 2011? Conclusie strekt tot verwerping cassatieberoep. Samenhang met 24/03822 en 24/03921.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03922</description><issued>2026-08-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3405"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontnemingszaak. Overwegingen hof omtrent de toepasselijkheid van artikel 36e, derde lid oud of nieuw van het Wetboek van Strafrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001989-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:778"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Kon het hof art. 36e lid 3 Sr toepassen zoals dat gold na 1 juli 2011? Conclusie strekt tot verwerping cassatieberoep. Samenhang met 24/03822 en 24/03922.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03921</description><issued>2026-08-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6291</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6291</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6291"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Woning met gebreken? Koopster van een in 1911 gebouwde woning stelt verkoopster aansprakelijk voor gebreken in een aanbouw die in 1987 door een indirecte rechtsvoorgangster van de verkoopster is gerealiseerd. Het hof verwerpt het beroep op de klachtplicht dat verkoopster heeft gedaan. De vorderingen van koopster worden afgewezen: geen schending van een medelingsplicht door verkoopster, geen tekortkoming op basis van uitleg van de koopovereenkomst en geen (wederzijdse) dwaling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.689/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3392"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank heeft de ontnemingsvordering gebaseerd op artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr), zoals dit luidt sinds de wetswijziging van 1 juli 2011, omdat betrokkene in de onderliggende strafzaak is veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne op 30 november 2011. Omdat de vermogensvergelijking, op grond waarvan het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel is geschat, betrekking heeft op de periode van 1 januari 2010 tot 1 juli 2011, is volgens de verdediging artikel 36e Sr (oud) van toepassing, zoals dat gold vóór 1 juli 2011. Het hof verwerpt gemotiveerd de stelling van de verdediging dat de toepasselijkheid van artikel 36e, derde lid (nieuw), Sr niet alleen afhangt van de pleegdatum van het gronddelict, maar ook van het tijdvak waarbinnen de vermogensvergelijking is uitgevoerd. Deze opvatting vindt naar het oordeel van het hof geen steun in het recht. Naar het oordeel van het hof betreft het al dan niet van toepassing zijn van het wettelijk bewijsvermoeden aangaande de herkomst van het vermogen, zoals neergelegd in artikel 36e, derde lid (nieuw), Sr onder a en b een uitvloeisel van de toepasselijkheid van artikel 36e, derde lid (nieuw), Sr en redigeert het bewijsvermoeden niet de toepassingsvoorwaarden van het artikel. Het gaat in de kern om een wijziging van het bewijsregime. Er wordt aldus geen afbreuk gedaan aan de beginselen die liggen besloten in artikel 1 Sr en artikel 7 EVRM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002057-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13083"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Geen gesloten-MUHP na eerdere VOTS en spoed-MUHP omdat de onafhankelijke gedragswetenschapper niet instemt. Plaats op een open groep is wenselijk, maar niet beschikbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724650 / JE RK 26-1586</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Doorduijn</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29450"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring; vervolgberoep; zicht op uitzetting; voortvarend handelen; lichter middel; ambtshalve toetsing; ogg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3502"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Cassatie ontnemingszaak. Bevestiging van het vonnis waarvan beroep, zulks onder aanvulling dan wel verbetering van de gronden waarop het berust, met uitzondering van de opgelegde betalingsverplichting. Deze wordt verminderd, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001988-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28478</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28478</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28478"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van een ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/698712 / JE RK 26-163</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:777"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Kon het hof w.v.v. uit vennootschap onder firma toerekenen aan firmant? Conclusie strekt tot verwerping cassatieberoep. Samenhang met 24/03921 en 24/03922.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03822</description><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:1753</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:1753</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:1753"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding ontruiming van het recreatiepark Van Harte in Echten. Er is geen sprake van een tussen partijen gesloten huurovereenkomst als ‘naar zijn aard van korte duur’, zoals bedoeld in artikel 7:232 lid 2 BW. Wel noopt de ontwikkeling van de gemeente De Wolden tot verwezenlijking van het omgevingsplan en bestaat de grond voor beëindiging van de huurovereenkomst ex artikel 7:274 lid 1 sub e BW. Het enkele feit dat er sprake is van de grond voor beëindiging ex artikel 7:274 lid 2 BW brengt met zich mee dat de rechter geen nadere marge heeft om toch te besluiten de beëindigingsvordering niet toe te wijzen. Ontruiming toegewezen. Veroordeling tot ontruiming niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11629961 \ VV EXPL 25-28</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J.R. De Locht</contributor><issued>2025-05-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:275</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:275</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:275"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Sint Maarten. Echtscheiding. Scheiding van tafel en bed. Duurzame ontwrichting. Goede procesorde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM2026H00036</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Lewin, Gerard</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10504</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10504</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10504"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ouderlijk gezag. Verzoek vader om gezag, voorwaardelijk OTS en vastlegging omgang tussen kind en moeder. Gezag moeder is beëindigd. GI is voogd. RvdK verzoekt op zitting OTS. Art. 1:253c lid 4, 1:281 en 1:255 BW. Toewijzing gezag aan vader, toewijzing OTS en deels toewijzing omgang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/353676 / FA RK 26-1513</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28442</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28442</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28442"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om gezamenlijk gezag afgewezen ivm belaste voorgeschiedenis. Omgangsregeling vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696058 / FA RK 25-9424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.S. Hogendoorn-Matthijssen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:771"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Fraude in aanloop naar faillisement melkfabriek Lyempf B.V. Middelen over bewezenverklaring, strafbaarheid daarvan en een beroep op AVAS falen. Middel over overschrijding inzendtermijn slaagt. De conclusie strekt tot vermindering van de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02737</description><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4396"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor valsheid in geschrifte en bedrieglijke bankbreuk, gepleegd door rechtspersoon en waar verdachte feitelijk leiding aan gegeven heeft. Geen OVAR vanwege Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude en geen AVAS wegen dwaling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005362-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29454</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29454</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29454"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29821</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:761</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:761</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:761"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige (art. 247 (oud) Sr). M1: falende bewijsklachten. M2: falende klacht m.b.t. oordeel dat minderjarige slachtoffer (van i.c. vijf jaar) aan verdachtes “zorg en waakzaamheid” was toevertrouwd. M3: falende klacht m.b.t. toewijzing vordering op grond dat BP op andere wijze in de persoon is aangetast. M4: slagende klacht over inzendtermijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02602</description><issued>2026-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28450"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding met nevenvoorzieningen zonder verweer. Huwelijksvermogensrechtverordening van toepassing, Nederland nauwst verbonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/700421 / FA RK 26-2004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9057"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet-ontvankelijk. Griffierecht niet betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/3475 en ROT 26/3489</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C. Laukens</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9517</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9517</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9517"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ten aanzien van zaak A heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, het voorhanden hebben van een revolver en vijf patronen. Verdachte wordt vrijgesproken van de drugsverdenking. Ten aanzien van zaak B heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het rijden met een geschorst rijbewijs en het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen. Verdachte wordt vrijgesproken van rijden onder invloed. De rechtbank past het volwassenenstrafrecht toe, omdat de pedagogische mogelijkheden beperkt zijn en de inschatting is dat verdachte baat heeft bij een volwassen aanpak. Aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan de proeftijd worden de bijzondere voorwaarden verbonden zoals door de reclassering is geadviseerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/224565-25 (zaak A) en 13/146212-26 (zaak B)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. Vogel, B. Kuppens, G.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1915"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000219-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:4216</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:111</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29455</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29455</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29455"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring; vervolgberoep; zicht op uitzetting; ambtshalve toetsing; ogg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57044</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:1234</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1234</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:1234"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 25/573 tot en met 25/575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29456"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">59-1-a, op de zitting meerdere gronden laten vallen, voortraject niet bestreden, meerdere malen MOB, asielaanvraag ingetrokken, geen vrees bij terugkeer, geen aanleiding voor een lichter middel, voldoende voortvarend handelen, zicht op uitzetting ontbreekt niet, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1946"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000218-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6018"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over toetsingskader nieuwe jurisprudentie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/354 en 25/355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:9107</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5878"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Margeregeling kringloopwinkels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:809"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen van oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder, begaan door rechtspersoon. Volgens AG falen de bewijsklachten. Tweede middel over bewezenverklaarde medeplegen betreft volgens AG geen middel i.dz.v. de wet. Conclusie strekt tot verwerping (art. 81.1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02229</description><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1254"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering omdat appellant meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. Onjuiste indexering. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Uitgaande van de juistheid van FML heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voldoende gemotiveerd dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies voor appellant geschikt zijn. De Raad stelt vast dat indexering tot en met de maand december 2023 geen gevolgen heeft voor de uitkomst van dit besluit. Appellant is hierdoor niet benadeelt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1864 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1494"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen. Formeel recht. Artt. 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; art. 6 EVRM. Vergoeding van immateriële schade als gevolg van overschrijding van de redeljke termijn; in aanmerking te nemen termijn en bedrag. Unierechtelijk verdedigingsbeginsel; geen verplichting tot mondeling horen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1555</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3832"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het bezwaar van belanghebbenden tegen de informatiebeschikkingen ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. artikelen 6:7, 6:9 en 6:10 Awb)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2536 en 25/2537</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.M. Geersheuvels</contributor><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9182"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening en op het beroep van verzoekseter tegen de aan haar opgelegde last onder dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/4499</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:808"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen van oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder. Volgens AG falen de bewijsklachten. Conclusie strekt tot verwerping (art. 81.1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02228</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1891"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van oplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000220-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1255"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. De geselecteerde functies zijn passend voor appellante.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1902 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9431"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek niet ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/4740</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9430"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing van een verzoek om voorlopige voorziening wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Verzoeker heeft niet onderbouwd wat de extra overlast is van het bredere terras en het college kan gewoon blijven controleren naar aanleiding van meldingen van een overtreding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/4800</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1256"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. De geselecteerde functies zijn passend voor appellant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2850 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9218"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA-dagloon. Geen loonloze periodes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/53 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6712"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening van verschillende belangenorganisaties voor agrariërs af. Zij willen voorkomen dat gegevens van agrariërs vanaf 1989 openbaar worden gemaakt. De minister heeft echter terecht beslist dat de huisvestingsgegevens openbaar gemaakt worden, omdat het milieugegevens zijn die over emissie gaan. De minister heeft ook terecht beslist om de landbouwtellingsgegevens openbaar te maken, omdat het milieugegevens zijn en de belangenafweging die de minister vervolgens heeft gemaakt in het voordeel van openbaarheid mocht uitvallen. Daarmee hebben de beroepen van verzoekers geen redelijke kans van slagen. Ook de belangenafweging die de voorzieningenrechter zelf maakt, pakt niet in het voordeel van verzoekers uit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1642, 26/1848 en 26/3103</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Catsburg</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9219"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening en terugvordering WAZO. Voorlopig dagloon gebaseerd op eigen opgave verwachte inkomsten van eiseres. Na ontvangst van de definitieve inkomensgegevens van de Belastingdienst bleek het inkomen lager dan door eiseres opgegeven en heeft het UWV het dagloon definitief (lager) vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3257 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:866"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Art. 2, art. 6, art. 7 en art. 8 Bekendmakingswet; Besluit elektronische publicaties; Regeling elektronische publicaties. Is de bijlage (met onder meer aanwijzingen parkeergebieden en parkeerduur) bij de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt? Wat is het elektronisch uitgegeven Gemeenteblad: (i) de webpagina waarop het Gemeenteblad is gepubliceerd, of (ii) de pdf-uitgave van het Gemeenteblad op die webpagina?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04850</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04851</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04853</description><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2875"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. De Rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het taxatierapport van belanghebbende niet kan dienen. Historische nieuwprijs. Gelet op het geringe verschil in CO2-uitstoot is het aannemelijk dat het referentievoertuig vergelijkbaar is met de auto van belanghebbende. Handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat. De Inspecteur onderbouwt niet voldoende waarom het referentievoertuig ondanks het verschil in CO2-uitstoot niet vergelijkbaar zou zijn. Belanghebbende maakt schade aan een scherm ten tijde van de aangifte niet aannemelijk en maakt ook niet aannemelijk dat met aftrek ter zake van het schadeverleden van de auto rekening dient te worden gehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/494</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:7341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:7341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:7341"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffing overdrachtsbelasting. Verbouwing onroerende zaak tot appartementen. Is de vereiste aangifte gedaan? Daarnaast zijn in geschil de heffingsgrondslag, het tarief en de maatstaf van heffing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23_6460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P. Vaatstra, L.L. van Benthem, J. Kluft</contributor><issued>2025-09-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9220</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9220</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9220"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA-dagloon en WIA-uitkering herberekend naar aanleiding van de uitspraak van de CRvB van 30 juli 2024 en verhoogd met ingang van deze datum.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2669 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9704</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9704</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9704"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding. Relatieve bevoegdheid als er nevenverzoeken zijn gedaan ten aanzien van minderjarige kinderen die in een ander arrondissement wonen. In dit geval geldt de hoofdregel van artikel 262 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/787503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Tussenbeschikking</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:4305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:4305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:4305"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overtreding van artikel 58b, Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002449-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2471"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001249-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.M. Hilverda, M.J.M.A. van der Put, C.M.A. Ellens-Veenhof</contributor><issued>2026-10-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:2522</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2895</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2895</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2895"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Terugbetaling lening. Beroep op dwaling en beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid faalt. Bestuurdersaansprakelijkheid indirect bestuurder? Faillissement van bestuurder-rechtspersoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.341.042/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:14158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:14158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:14158"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling medeplegen voorbereiden teweegbrengen ontploffing terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was en opzettelijk voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. Geen vrijwillige terugtred. Gevangenisstraf 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met proeftijd 3 jaren. De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard, nu het hier gaat om voorbereiding van het delict en het aandeel van de verdachte in het grotere geheel van de delicten niet zonder nader onderzoek vast is te stellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/007991-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Stevens, mr. J. de Lange, mr. J.C. de Vries</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:5416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:5416"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aannemingsovereenkomst. Geschil over kwaliteit van verrichte stucwerkzaamheden in nieuwbouwwoning. De rechtbank verwerpt het betoog dat eisers die werkzaamheden al hebben aanvaard. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:13039</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/704788 / HA ZA 25-662</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Th. Veling</contributor><issued>2026-06-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13039"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kwaliteit stucwerkzaamheden in nieuwbouwwoning. Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2026:5416. Benoeming deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/704788 / HA ZA 25-662</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29066</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29066</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29066"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14335</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29068"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29070</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29070</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29070"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14341</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29074"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14448</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9744"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Eiser is niet ontvankelijk in zijn vordering omdat de verkeerde partij is gedagvaard. De door hem aangevoerde argumenten maken dat niet anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/792640 / KG ZA 26-747</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7326"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Inspecter wijkt van de aangifte af en neemt een boekwinst in aanmerking in verband met een vermeende beëindiging van de terbeschikkingstellingsregeling. In beroep is onder meer in geschil in welk jaar het (vermeende) afrekenmoment plaatsvindt. De rechtbank oordeelt dat dit niet geval kan zijn in het jaar dat voorligt. De rechtbank kent een bovenforfaitaire proceskostenvergoeding toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/7189</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, P.J. Tikken, M.F. Kossen</contributor><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5748"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Aanspraak levensloopregeling terecht in 2021 tot het belastbaar loon uit werk en woning gerekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9464"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Het Dexia Aanbod is een vaststellingsovereenkomst. De overeengekomen afstand van aanspraak op schadevergoeding geldt niet voor de effectenleaseovereenkomst die op het aanmeldformulier van het Dexia Aanbod staat vermeld onder “Overeenkomst die niet in aanmerking komt voor het Dexia Aanbod”.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12093056 CV EXPL 26-1607</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6101</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6101</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6101"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2025:395. Schade aan woon-bedrijfspand in aardbevingsgebied Groningen. Begroting diverse schadeposten na uitgebracht deskundigenbericht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.304.907/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9747"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bevoegdheidsincident, relatieve bevoegdheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/789922 / HA ZA 26-590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:11351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:11351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:11351"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bestuurder verzoekt wijziging van de statuten van een stichting ex artikel 2:294 BW. De rechtbank wijst het verzoek toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/722440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url></urlset>
