﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:4778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:4778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:4778"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Eendaadse samenloop van roekeloosheid in het verkeer, waardoor een ander werd gedood en weer een ander zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, en rijden onder invloed van alcohol. Van roekeloosheid is sprake nu het verkeersgedrag als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, WVW kan worden aangemerkt. In gevoegde zaak ook schuldig aan rijden onder invloed. Oplegging gevangenisstraf van 42 maanden en OBM van 4 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/021824-23 en 09/080446-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.J. De Haan, N.F.R. de Rooij, A.M. de Wit</contributor><issued>2024-04-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2978</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2978</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2978</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2978"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 6 Wegenverkeerswet. Aanzienlijke snelheidsoverschrijding in combinatie met alcoholgebruik, waardoor een ander werd gedood en weer een ander zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht. Sprake van roekeloosheid, nu het verkeersgedrag als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, WVW kan worden aangemerkt. Ook in een tweede zaak schuldig aan rijden onder invloed. De verdachte neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn alcoholmisbruik. Bovendien heeft hij zich tijdens zijn schorsing onttrokken aan het reclasseringstoezicht en zich vervolgens onbereikbaar en onvindbaar gehouden voor zijn raadsman, politie en justitie. Oplegging van 4 jaar gevangenisstraf en een rijontzegging van 5 jaren, beide met aftrek, alsmede verbeurdverklaring van de auto. Voorts gevangenneming bevolen i.v.m. evident vluchtgevaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001599-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:4778</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:11911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:11911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:11911"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Nederlandse rechter onbevoegd o.g.v. HKBV 1996. Nederlandse rechter onbevoegd te beslissen op verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats van de minderjarige. De minderjarige is ernstig ziek en wordt in Nederland behandeld. Het feitelijk verblijf van de minderjarige in Nederland draagt (vooralsnog) een tijdelijk karakter. De minderjarige heeft van medio 2021 tot medio 2025 in Marokko verbleven. Minderjarige heeft ook de Marokkaanse nationaliteit. De minderjarige is bij een Marokkaanse onderwijsinstelling ingeschreven. De familie vaderskant van de minderjarige woont in Marokko. Onvoldoende gebleken dat de minderjarige zich langdurig in Nederland zal gaan vestigen Omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Marokko ligt, komt de internationale bevoegdheid om te beslissen over de ouderlijke verantwoordelijkheid op grond van artikel 5 lid 1 van het HKBV 1996 exclusief toe aan de Marokkaanse autoriteiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712998 / FA RK 26-171</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Lunenberg</contributor><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1558"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Incident. Vordering tot verdeling nalatenschap; processueel ondeelbare rechtsverhouding (HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411; HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:649). Hoge Raad geeft eiser tot cassatie gelegenheid om niet opgeroepen persoon alsnog op te roepen als partij (art. 118 jo. art. 418a Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04501</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2457</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:510</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:11351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:11351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:11351"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bestuurder verzoekt wijziging van de statuten van een stichting ex artikel 2:294 BW. De rechtbank wijst het verzoek toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/722440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12590"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de bestuurlijke boete van € 20.000,- die DNB eiser heeft opgelegd. Volgens DNB heeft eiser feitelijk leidinggegeven aan een overtreding van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) door zonder een vergunning voor dezelfde rechtspersonen werkzaamheden te verrichten die zijn gericht op het ter beschikking stellen van een post- of bezoekadres en op het verrichten van aanvullende werkzaamheden (trustdienst b), het zogenoemde “opknipverbod”. Dat staat in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wtt 2018. Eiser is het niet met deze boete eens. Volgens eiser blijkt uit de wetsgeschiedenis van de Wtt 2018 dat het opknipverbod niet voor de situatie geldt waarbij een cliënt alleen naar andere partijen wordt doorverwezen voor het verrichten van onderdelen van trustdienst b. Ook blijkt volgens eiser uit de wetsgeschiedenis dat er een inhoudelijke verwevenheid moet zitten tussen de partijen die deze onderdelen verrichten. Verder doet eiser een beroep op afwezigheid van alle schuld en stelt hij dat boeteoplegging onevenredig is. Volgens eiser had DNB hem er eerder op moeten wijzen dat hij in strijd met de wet handelde en had DNB hem moeten informeren over de invulling die DNB aan het opknipverbod geeft. Door dit niet te doen verkeerde hij in de overtuiging dat hij geen overtreding beging. Daarnaast stelt eiser dat de boete te hoog is, omdat de overtreding niet ernstig is, de overtreding hem niet te verwijten is, DNB de mate van eisers medewerking en transparantie onvoldoende heeft meegewogen en de hoogte niet in verhouding staat met de omzet van het bedrijf waaraan hij leiding gaf. De rechtbank komt in deze uitspraak tot de beslissing dat het beroep gegrond is, maar alleen omdat de behandeling van eisers zaak langer heeft geduurd dan wat redelijk is. De rechtbank verlaagt de boete daarom naar € 19.000,-. Verder krijgt eiser geen gelijk. Volgens de rechtbank blijkt uit de wetsgeschiedenis juist dat eisers situatie onder het opknipverbod valt. Ook hanteert DNB geen van de wet afwijkende eigen invulling van het opknipverbod, is het eisers eigen verantwoordelijkheid om van de wet- en regelgeving op de hoogte te zijn en had eiser van de wettelijk uitleg van het opknipverbod ook daadwerkelijk op de hoogte kunnen zijn. Daarnaast gaat het volgens de rechtbank om een ernstige en verwijtbare overtreding en ziet de rechtbank geen reden om de boete verder te verlagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/1891</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.G.L. Vette, E.J. Rutten, A. Douwes</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28086"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing van de verzoeken tot het bepalen van de hoofdverblijfplaats</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707103 / FA RK 26-5958</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Hees</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28096"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding met nevenvoorzieningen: benoeming bijzondere curator en vaststelling informatieregeling. Afspraken ten aanzien van de kinderalimentatie en verdeling huwelijksgemeenschap. Zorgregeling aangehouden in afwachting rapport bijzondere curator.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/677259 / FA RK 24-8950</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10024</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10024</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10024"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetting van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning. Beroep gegrond, ten onrechte in bezwaar niet aan nieuwe bestemmingsplan getoetst. Weliswaar zelfs binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, maar niet komen vast te staan dat sprake is van goede ruimtelijke ordening. Dus geen reden om rechtsgevolgen in stand te laten. Niet is voldaan aan de eisen die de Afdeling stelt aan (de volgorde van) het toetsen van de maximale planologische mogelijkheden voor de plattelandswoning omringende bedrijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 25/1750</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:513"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 217 Gemeentewet. Art. 11 AWR. Afvalstoffenheffing. Tweede aanslag mogelijk? Heffing naar verschillende grondslagen? HR BNB 1973/69 van toepassing? Belastingverordening onverbindend omdat zij niet alle essentialia vermeldt? Betekenis ‘het tijdstip van beëindiging van de heffing’ en ‘hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is’? Tijdvak- of tijdstipheffing een essentialium? Formalisering meerdere materiële belastingschulden bij één aanslag toegestaan? Aan belanghebbende zijn zowel voor de rioolheffing als voor de afvalstoffenheffing afzonderlijke aanslagen voor het vaste deel en voor het variabele deel van de heffing opgelegd. Het Hof heeft het standpunt van belanghebbende verworpen dat geen afzonderlijke aanslagen mogen worden opgelegd. Op de hoofdregel dat maar éénmaal een primitieve aanslag kan worden opgelegd, bestaat een hier van toepassing zijnde uitzondering voor het geval ter zake van hetzelfde belastbare feit wordt geheven naar verschillende grondslagen. Het Hof heeft niettemin de aanslag afvalstoffenheffing voor het variabele deel (het aantal ledigingen in 2019) vernietigd, omdat de Verordening afvalstoffenheffing 2019 (de Verordening) wat betreft het variabele deel onverbindend is jegens belanghebbende. Uit de Verordening volgt niet voldoende duidelijk of sprake is van een tijdvak- of tijdstipheffing. De Verordening voldoet niet aan de in art. 217 Gemeentewet vermelde essentialia ‘het tijdstip van beëindiging van de heffing’ en ‘hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is’. A-G Pauwels meent dat het incidentele cassatieberoep van belanghebbende ongegrond is. Het oordeel van het Hof dat afzonderlijke aanslagen mogen worden opgelegd, is juist gelet op HR BNB 1973/69. Het van toepassing zijn van de AWR op gemeentelijke belastingen brengt niet mee dat dit arrest is achterhaald. De A-G betoogt dat het principale cassatieberoep van het College gegrond is. De Verordening voldoet wel aan de eisen van art. 217 Gemeentewet ook wat betreft de belasting per lediging. Het essentialium ‘het tijdstip van beëindiging van de heffing’ heeft geen betrekking op de kwestie van een tijdvakheffing of een tijdstipheffing. De Verordening voldoet ook aan het vereiste ‘hetgeen overigens voor de heffing en invordering van belang is’. De Verordening bevat de gegevens waaruit de belastingplichtige de omvang van de materiële belastingschuld wat betreft de belasting per lediging kan afleiden. De Verordening vermeldt bovendien dat de heffing geschiedt bij wege van aanslag. Wat de wijze van heffing betreft stelt art. 217 Gemeentewet geen verdergaande eisen. Daarom is het niet in strijd met die bepaling dat de Verordening niet vermeldt dat de belasting per lediging wordt geformaliseerd door per jaar één aanslag op te leggen naar het aantal ledigingen in dat jaar. Wel rijst de vraag of deze wijze van formalisering in een geval als dit – waarin bij elke lediging een materiële belastingschuld ontstaat– mogelijk is. De A-G beantwoordt die AWR-vraag bevestigend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02119</description><issued>2024-05-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1534</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10050</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10050</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10050"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Besluit oplegging maatwerkvoorschriften naar aanleiding van beroepsprocedure en voorlopige voorziening over de weigering om handhavend op te treden tegen geluidsoverlast van bevoorrading apotheek in de nachtelijke uren. Maatwerkvoorschrift 1 over het gebruik van de toegangspoort wijkt af van de uitgangspunten die in de uitspraak van de voorzieningenrechter zijn opgenomen, maar dat maakt niet dat verweerder het maatwerkvoorschrift niet heeft mogen opleggen of in strijd heeft gehandeld met het rechtszekerheid- en vertrouwensbeginsel. Het maatwerkvoorschrift is naar het oordeel van de rechtbank ook niet te verstrekkend of onevenredig. Ook maatwerkvoorschrift 2 over piepgeluid bij achteruitrijden is niet onevenredig. Het beroep is ongegrond. De maatwerkvoorschriften blijven in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 24/4184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28078"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding met nevenvoorzieningen: overeenstemming over hoofdverblijfplaats, zorgregeling en kinderalimentatie. Partneralimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/679838 / FA RK 25-903</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28093</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28093</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28093"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en hoofdverblijfplaats.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706143 / FA RK 26-5399</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1536</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1536</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1536"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt, art. 11a Opiumwet. Vrijspraak in eerste aanleg na bewijsuitsluiting vanwege onrechtmatige bestuurlijke controle bij tuinbedrijf. Bewijsklacht. Verweer dat ertoe strekt dat bewijsuitsluiting moet plaatsvinden, omdat politie onrechtmatig is binnengetreden doordat misbruik is gemaakt van bestuursrechtelijke bevoegdheden voor strafvorderlijke doeleinden, art. 359a Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft in afwijking van standpunt van verdediging overwogen waarom het o.b.v. dossier van oordeel is dat niet vaststaat dat tijdens of na (eerste) controle (op 14-11-2018) reeds sprake was van redelijk vermoeden van schuld. Volgens hof omvat “p-v” te weinig informatie over deze controle en zijn de in p-v genoemde aangetroffen goederen niet zodanig dat op grond daarvan reeds evident sprake is van overtreding van art. 11a Opiumwet. Deze oordelen worden in cassatie niet betwist en dat geldt ook voor ‘s hofs oordeel dat het voorafgaand aan eerste controle op 9-11-2018 (door politie) noteren van kentekens van voertuigen die bij bedrijfspand te zien waren evenmin als opsporingshandeling kan worden aangemerkt. Verder overweegt hof dat “ook overigens” niet “uit procesdossier” blijkt dat er door politie handelingen zijn verricht die wijzen op verrichten van strafrechtelijk onderzoek op of na 14-11-2018. In dit oordeel ligt in voldoende mate besloten waarom beroep van raadsman op desbetreffende dossierpagina uit het door verbalisant opgemaakte p-v van bevindingen niet opgaat. Enkele omstandigheid dat uit informatie daarin blijkt dat doel van bestuursrechtelijke controle op 14-11-2018 was om aan te tonen dat tuinbedrijf een growshop is waar bewust materialen t.b.v. illegale hennepteelt worden verkocht, maakt ’s hofs oordeel dat niet vaststaat dat tijdens of na controle (op 14-11-2018) reeds sprake was van redelijk vermoeden van schuld aan art. 11a Opiumwet, niet onbegrijpelijk. Informatie maakt immers niet concreet duidelijk op grond waarvan men ertoe wilde overgaan om aan te tonen dat tuinbedrijf zodanige growshop is. Zelfs blijkt uit die informatie niet of reden voor controle is gevonden in f&amp;o die verdenking kunnen gronden dan wel hooguit in weinig concrete aanwijzingen. Daarnaast kan uit woorden dat “is getracht” om aan te tonen dat het om growshop ging, worden afgeleid dat dit aantonen toen niet is gelukt. Hof heeft dit kennelijk zo begrepen, en ook kunnen begrijpen, dat er ook bij of na controle nog onvoldoende was om redelijk vermoeden op te baseren. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01441 en 24/01442.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2216</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:605</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1539</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1539</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1539"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Bewijsklacht bekendmaking en inwerkingtreding van besluit van CBR tot schorsing van geldigheid van rijbewijs. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat besluit van CBR aan verdachte bekend is gemaakt en op moment van tlgd. van kracht was? Voor bewezenverklaring van een op art. 9.5 WVW 1994 toegesneden tll. moet uit bewijsvoering allereerst blijken dat geldigheid van rijbewijs van verdachte is geschorst en dat dit besluit op moment van tlgd. van kracht was. O.g.v. art. 3:40 Awb geldt dat besluit tot schorsing van geldigheid van rijbewijs niet in werking treedt voordat het is bekendgemaakt. Deze bekendmaking kan plaatsvinden d.m.v. toezending of uitreiking aan belanghebbende, dan wel (als bekendmaking niet kan geschieden d.m.v. toezending of uitreiking) op andere geschikte manier (art. 3:41 Awb). Bij toezending geldt terpostbezorging door CBR als moment van bekendmaking. Volgens Awb is het bij deze manier van bekendmaking niet uitgesloten dat in besluit wordt bepaald dat geheel besluit of bepaald onderdeel ervan pas enige tijd na bekendmaking in werking treedt (vgl. RVS:2022:243). Uit bewijsvoering zal naar voren moeten komen dat besluit aan verdachte is verzonden of is uitgereikt, dan wel op andere geschikte manier bekend is gemaakt a.b.i. art. 3:41.2 Awb en op welke datum het besluit van kracht werd. Daarnaast moet uit bewijsvoering kunnen worden afgeleid dat verdachte t.t.v. besturen van motorrijtuig ‘wist of redelijkerwijs moest weten’ dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Dit vereiste hangt ermee samen dat art. 9 WVW 1994 een misdrijf oplevert; zo’n vereiste geldt bijvoorbeeld niet bij overtreding van art. 107 WVW 1994. Het verdient in dit type zaken aanbeveling dat van processtukken deel uitmaken (a) mededeling van CBR aan verdachte met besluit tot schorsing waarin is bepaald wanneer besluit tot schorsing in werking treedt en (b) aantekening waaruit blijkt dat, wanneer en hoe verzending (dan wel andere manier van bekendmaking) van die mededeling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. OM is ervoor verantwoordelijk dat deze stukken, voordat zaak ttz. wordt behandeld, bij processtukken worden gevoegd (vgl. art. 149a.1 Sv), zo nodig door daartoe deze stukken (alsnog) op te vragen bij CBR. In voorkomend geval kan rechter (desnoods door aanhouding van behandeling van zaak) bewerkstelligen dat die stukken alsnog bij processtukken worden gevoegd. Als bewijs toch op andere manier door rechter wordt aangenomen, moet hij in beginsel in zaken waarin verdachte geen bekennende verklaring heeft afgelegd, nader motiveren hoe hij bewezenverklaring uit bewijs heeft afgeleid (vgl. HR:2025:826). Uit bewijsvoering kan niet zonder meer volgen dat besluit van CBR tot schorsing van geldigheid van rijbewijs van verdachte aan verdachte is bekendgemaakt en op moment van tlgd. van kracht was. Anders dan hof kennelijk heeft geoordeeld zijn (mede gelet op wat hiervoor is overwogen) voor bewijs gebruikte verklaring van verdachte en ‘s hofs vaststellingen over resultaten van raadpleging door verbalisanten van RDW-register daartoe niet voldoende. Wat betreft verklaring van verdachte is daarbij van belang dat daaruit weliswaar volgt dat verdachte op moment van verhoor op de hoogte was van schorsing, maar dat uit die verklaring niet kan worden afgeleid dat besluit tot schorsing van rijbewijs al op datum van tlgd. aan verdachte bekend was gemaakt en van kracht was. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG: verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:479</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1540"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Belediging van politieambtenaar (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr), straatschenderij (art. 424.1 Sr) en niet voldoen aan identificatieplicht (art. 447e Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, gebrekkige volmacht (art. 450.3 Sv). Kon hof de verdachte n-o verklaren in zijn h.b. op de grond dat volmacht van advocaat aan griffiemedewerker Rb niet voldoet aan eisen van art. 450.3 Sv omdat daarin niet is vermeld dat verdachte instemt met het door griffiemedewerker dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. en daarin evenmin adres is opgegeven voor toezending van afschrift van dagvaarding in h.b.? In HR:2009:BJ7810 heeft HR eisen geformuleerd waaraan schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker om h.b. in te stellen moet voldoen. Zo moet die volmacht inhouden: a. verklaring van advocaat dat hij door verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot instellen van h.b. (art. 450.1.a Sv); b. verklaring van advocaat dat verdachte instemt met het door medewerker op griffie dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. (art. 450.3 Sv); en c. adres dat door verdachte is opgegeven voor toezending van afschrift van dagvaarding in h.b. (art. 450.3 Sv). Deze eisen moeten worden bezien tegen achtergrond van aanscherping van wettelijke regeling voor instellen van h.b. Die aanscherping heeft tot doel problemen m.b.t. betekening van dagvaardingen en oproepingen om in h.b. terecht te staan, te voorkomen althans te verminderen. Daarbij is van belang dat mogelijkheid van (met instemming van verdachte) dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. door griffiemedewerker in het licht van regeling van art. 432.1.a jo. 6:1:16.1 Sv bijdraagt aan voortvarende tul van rechterlijke uitspraken, nu deze uitreiking geldt als uitreiking in persoon aan verdachte (art. 450.5 Sv). Gelet op deze ratio van eisen waaraan volmacht moet voldoen die door advocaat is verstrekt, is in zaken waarin ttz. in h.b. noch verdachte noch door hem gemachtigde raadsman is verschenen, in de regel het h.b. dat advocaat door middel van schriftelijke volmacht aan griffiemedewerker heeft ingesteld, n-o als die volmacht niet aan al die voorwaarden voldoet. In het licht van diezelfde ratio heeft HR in eerdere rechtspraak geoordeeld dat onvoldoende grond bestaat voor niet-ontvankelijkverklaring van h.b. op de grond dat volmacht niet voldoet aan de onder a genoemde voorwaarde als ttz. in h.b. wel verdachte of gemachtigde raadsman is verschenen en deze daar (zo nodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd) heeft verklaard dat aan verlening van (onvolkomen) volmacht de wens van verdachte ten grondslag lag om (op geldige manier) h.b. te doen instellen, zodat dat verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR:2012:BV6999), en ook niet op de grond dat volmacht niet voldoet aan de onder b en c vermelde voorwaarden als verdachte of gemachtigde raadsman ttz. in h.b. is verschenen, omdat belang dat met die voorwaarden is gediend, in zo’n geval niet is geschaad, zodat verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR:2013:BY8357). Hof heeft geoordeeld dat namens verdachte ingesteld h.b. n-o moet worden verklaard. Daaraan heeft hof ten grondslag gelegd dat schriftelijke volmacht niet voldoet aan de in art. 450.3 Sv gestelde eisen, omdat hierin niet is vermeld dat verdachte instemt met het door griffiemedewerker dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. en hierin ook niet adres is vermeld dat door verdachte is opgegeven voor toezending van afschrift van dagvaarding in h.b. Hof heeft daarmee het oog op het niet voldoen aan hiervoor onder b en c bedoelde voorwaarden. Met dit oordeel heeft hof (gelet op wat hiervoor is vooropgesteld) miskend dat verzuim om te voldoen aan genoemde voorwaarden voor gedekt kan worden gehouden doordat verdachte is verschenen op eerste tz. in h.b. Door op die tz. te verschijnen is belang dat met betreffende voorwaarden is gediend, immers niet geschaad. Dat hof op eerste tz. de zaak niet inhoudelijk heeft behandeld maar onderzoek heeft geschorst en op volgende tz. de verdachte en ook niet gemachtigde raadsman zijn verschenen, leidt dan ook niet tot ander oordeel. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:930</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3524</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1534"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt, art. 11a Opiumwet. Vrijspraak in eerste aanleg na bewijsuitsluiting vanwege onrechtmatige bestuurlijke controle bij tuinbedrijf. Bewijsklacht. Verweer dat ertoe strekt dat bewijsuitsluiting moet plaatsvinden, omdat politie onrechtmatig is binnengetreden doordat misbruik is gemaakt van bestuursrechtelijke bevoegdheden voor strafvorderlijke doeleinden, art. 359a Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: P-v van tz. in hoger beroep houdt in dat raadsman zich aansluit bij het door raadsman van medeverdachte ingenomen standpunt over bewijsuitsluiting. P-v van tz. in h.b. houdt echter niet in dat hof in onderhavige zaak heeft ingestemd met het als herhaald en ingelast beschouwen van dit standpunt. Gelet daarop mist middel feitelijke grondslag v.zv. er daarbij van wordt uitgegaan dat hof ten onrechte niet desbetreffende pagina van p-v van verbalisant, waarop enkel door verdediging van medeverdachte een beroep is gedaan, in zijn overweging heeft betrokken. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01442 en 24/01443.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01441</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:607</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2217</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1535</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1535</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1535"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt, art. 11a Opiumwet. Vrijspraak in eerste aanleg na bewijsuitsluiting vanwege onrechtmatige bestuurlijke controle bij tuinbedrijf. Bewijsklacht. Verweer dat ertoe strekt dat bewijsuitsluiting moet plaatsvinden, omdat politie onrechtmatig is binnengetreden doordat misbruik is gemaakt van bestuursrechtelijke bevoegdheden voor strafvorderlijke doeleinden, art. 359a Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft in afwijking van standpunt van verdediging overwogen waarom het o.b.v. dossier van oordeel is dat niet vaststaat dat tijdens of na (eerste) controle (op 14-11-2018) reeds sprake was van redelijk vermoeden van schuld. Volgens hof omvat “p-v” te weinig informatie over deze controle en zijn de in p-v genoemde aangetroffen goederen niet zodanig dat op grond daarvan reeds evident sprake is van overtreding van art. 11a Opiumwet. Deze oordelen worden in cassatie niet betwist en dat geldt ook voor ‘s hofs oordeel dat het voorafgaand aan eerste controle op 9-11-2018 (door politie) noteren van kentekens van voertuigen die bij bedrijfspand te zien waren evenmin als opsporingshandeling kan worden aangemerkt. Verder overweegt hof dat “ook overigens” niet “uit procesdossier” blijkt dat er door politie handelingen zijn verricht die wijzen op verrichten van strafrechtelijk onderzoek op of na 14-11-2018. In dit oordeel ligt in voldoende mate besloten waarom beroep van raadsman op desbetreffende dossierpagina uit het door verbalisant opgemaakte p-v van bevindingen niet opgaat. Enkele omstandigheid dat uit informatie daarin blijkt dat doel van bestuursrechtelijke controle op 14-11-2018 was om aan te tonen dat tuinbedrijf een growshop is waar bewust materialen t.b.v. illegale hennepteelt worden verkocht, maakt ’s hofs oordeel dat niet vaststaat dat tijdens of na controle (op 14-11-2018) reeds sprake was van redelijk vermoeden van schuld aan art. 11a Opiumwet, niet onbegrijpelijk. Informatie maakt immers niet concreet duidelijk op grond waarvan men ertoe wilde overgaan om aan te tonen dat tuinbedrijf zodanige growshop is. Zelfs blijkt uit die informatie niet of reden voor controle is gevonden in f&amp;o die verdenking kunnen gronden dan wel hooguit in weinig concrete aanwijzingen. Daarnaast kan uit woorden dat “is getracht” om aan te tonen dat het om growshop ging, worden afgeleid dat dit aantonen toen niet is gelukt. Hof heeft dit kennelijk zo begrepen, en ook kunnen begrijpen, dat er ook bij of na controle nog onvoldoende was om redelijk vermoeden op te baseren. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01441 en 24/01443.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01442</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2215</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:606</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1541</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1541</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1541"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling van politieambtenaar, art. 300.1 jo. 304.1.3 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in zijn h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op appelschriftuur van raadsvrouw die zich bij stukken bevindt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: O.g.v. appelschriftuur die zich bij stukken bevindt en stukken die aan cassatieschriftuur zijn gehecht (ontvangstbevestigingen van Rb en OM, e-mailberichten van raadsvrouw aan hof en brief van griffier hof) moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat tijdig vóór tz. in h.b. een schriftuur houdende grieven is ingediend. Gelet hierop is ’s hofs oordeel dat verdachte ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1576"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opruiing door in 2020 tijdens coronapandemie een online oproep te plaatsen teneinde derden aan te sporen om deel te nemen aan verboden demonstratie in Den Haag, art. 131.1 Sr. Had hof in bewezenverklaring bedoelde uitlatingen moeten opvatten als oproepen tot vreedzaam protest en is veroordeling voor opruiing met daarbij oplegging van taakstraf van 60 uren verenigbaar met art. 10 en 11 EVRM? Bij beoordeling of door verdachte gedane uitingen aansporen tot enig strafbaar feit en dus ‘opruiend’ zijn a.b.i. art. 131 Sr, komt betekenis toe aan inhoud en strekking van gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien alsmede context waarin deze uitingen aan publiek zijn geopenbaard (vgl. HR:2020:2020). Onder omstandigheden kan ook indirecte aansporing tot enig strafbaar feit worden aangemerkt als opruiing (vgl. HR:2020:447). In begrip ‘opruiing’ a.b.i. art. 131.1 Sr ligt opzet besloten. Voor bewezenverklaring van opruiing is daarom ten minste vereist dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uitingen derden aansporen tot strafbaar gedrag of tot gewelddadig optreden tegen openbaar gezag (vgl. HR:2024:1573). HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:126, HR:2023:1743, HR:2024:1622 en HR:2025:1438, die van belang zijn voor beoordeling door rechter of veroordeling voor overtreding van art. 131.1 Sr geen ontoelaatbare inbreuk vormt op art. 10 en 11 EVRM. Hof heeft geoordeeld dat uitlatingen een duidelijke en directe oproep bevatten om te gaan demonstreren in Den Haag, ondanks verdachte bekend verbod, en dat hij daarmee opzettelijk heeft opgeroepen tot strafbaar feit a.b.i. art. 11.1.a WOM (deelnemen aan demonstratie waarvoor verbod is gegeven) en zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat strafrechtelijk optreden tegen verdachte is te kwalificeren als beperking van recht op vrijheid van meningsuiting en van recht op vrijheid van vergadering a.b.i. art. 10 en 11 EVRM, maar dat deze bij wet voorziene beperking noodzakelijk was in democratische samenleving. Die noodzakelijke beperking hield hier verband met zowel bescherming van gezondheid als voorkomen van wanordelijkheden. Waar het gaat om bescherming van gezondheid, heeft hof geoordeeld dat toen bestaande coronapandemie en daarmee gepaard gaande onzekerheden over verloop en gevolgen daarvan, ook voor ernstig onder druk staande gezondheidszorg, op zichzelf “pressing social need” opleverden voor (ter bescherming van gezondheid) opleggen van beperkingen t.a.v. de uit art. 10 en 11 EVRM voortvloeiende rechten, ook als het zou gaan om oproep tot vreedzame demonstratie. Hof heeft echter geoordeeld dat uitlatingen van verdachte “bepaald niet” kunnen worden opgevat als oproepen tot vreedzaam protest. Daarbij heeft hof betrokken dat verdachte zijn uitlatingen deed tegen achtergrond van wanordelijkheden die hadden plaatsgevonden tijdens eerdere demonstratie en dat verdachte in samenhang met de in bewezenverklaring opgenomen uitlatingen heeft gezegd: “Het is niet tegen te houden. Bouw in verzet die komt waarschijnlijk met 500 trekkers dus maak je geen zorgen. We openen snelwegen als dat moet”. Uitlatingen zijn door verdachte gedaan nadat demonstratie was verboden door plaatsvervangend voorzitter van Veiligheidsregio, terwijl daartoe strekkend besluit was gebaseerd op (naast risico’s voor gezondheid van bezoekers) wanordelijkheden tijdens eerdere demonstratie en informatie over aansluiten van andere groepen. Naar ’s hofs oordeel heeft verdachte, in deze specifieke toenmalige context, met zijn uitlatingen “dusdanig laakbaar gedrag (...) vertoond” dat tegen het doen van die uitlatingen strafrechtelijk optreden geboden was en dat daaruit voortvloeiende beperking in uitoefening van recht op vrijheid van meningsuiting en recht op vrijheid van vergadering dus ook met het oog op voorkomen van wanordelijkheden gerechtvaardigd en noodzakelijk was. Hierin ligt mede als ’s hofs oordeel besloten dat omstandigheid dat verdachte in zijn uitlatingen ook spreekt van “in liefde en geduld, natuurlijk non violent en non cooperation” niet eraan afdoet dat die uitlatingen als geheel beschouwd niet kunnen worden opgevat als oproepen tot vreedzaam protest. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat, nu het gaat om opruiing tot deelneming aan verboden demonstratie waarbij ernstig ermee rekening moest worden gehouden dat demonstratie waartoe werd opgeroepen gepaard zou gaan zowel met gevaar voor gezondheid als met wanordelijkheden, strafrechtelijk optreden als geheel, waaronder ook bestraffing, niet zo ingrijpend is dat daarvan “chilling effect” uitgaat op personen die, als organisator of als deelnemer, gebruik willen maken van hun recht op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vreedzame vergadering. Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat voor 2 bewezenverklaarde gevallen van opruiing wordt volstaan met oplegging van taakstraf van relatief beperkte duur. Ook heeft hof er in dat verband acht op geslagen dat door verdachte ondergane voorlopige hechtenis is bevolen tegen achtergrond van meeromvattende verdenking en relatief beperkt is gebleven. Uit overwegingen over straftoemeting volgt verder dat hof acht heeft geslagen op concrete gevolgen voor verdachte van strafrechtelijke vervolging. ‘s Hofs oordelen, die er in onderlinge samenhang toe strekken dat veroordeling voor opruiing met daarbij oplegging van taakstraf van 60 uren niet onverenigbaar is met art. 10 en 11 EVRM, geven in het licht van wat is vooropgesteld niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en zijn toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat verdachte (zonder nadere concretisering) heeft gesteld dat hij na uitspraak van voorzieningenrechter, waarin werd geoordeeld dat verbod op demonstratie van kracht bleef, nog oproep heeft gedaan om niet naar Den Haag te komen. Het gaat daarbij immers om omstandigheid die zich heeft voorgedaan nadat verdachte de in bewezenverklaring vermelde uitlatingen heeft gedaan, waarmee op dat moment opruiing had plaatsgevonden, terwijl ook niet is gesteld of is gebleken dat met genoemde oproep geen gevolg meer zou (kunnen) worden gegeven aan eerdere uitlatingen waarin verdachte opriep tot deelname aan verboden demonstratie. Volgt verwerping. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:199</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:482</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2025:4208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:4208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2025:4208"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep n.a.v. bestuurlijke boete o.g.v. Meststoffenwet. Beroep ongegrond. De vaststelling van de mestvoorraad en de mestproductie op de wijze zoals vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet heeft geen formele rechtskracht. Tegenbewijs leveren is mogelijk. In de door de Minister gehanteerde forfaits is een correctie voor stikstofvervluchtiging opgenomen. Ook worden in deze normen onnauwkeurigheidsmarges gehanteerd. Er is geen deugdelijke grond om aan te nemen dat de Minister niet mocht uitgaan van deze forfaitaire normen. Eiseres heeft geen bedrijfsspecifieke gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de situatie bij haar afwijkt van de gehanteerde normen. De Minister heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat gebruiksnormen zijn overschreden en dat gehandeld is in strijd met artikel 7 van de Meststoffenwet. De Minister was daarom bevoegd om een bestuurlijke boete op te leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_24_3371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster</contributor><issued>2025-07-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6632"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA-uitkering terecht geweigerd, want minder dan 35% arbeidsongeschikt. Inhoudsindicatie: zorgvuldig onderzoek. Medische situatie voldoende onderkend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/3126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.M. Kleijs</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9784</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9784</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9784"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">EAB Polen; de rechtbank wijst een tussenuitspraak en geeft uitleg over het arrest C.J.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/382530-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.Th.H. Zimmerman, O.P.M. Fruytier, E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5712"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij uitspraak van 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5286, heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Waadhoeke van 22 mei 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Tzummarum – [locatie]", voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijf - Vergistingsbedrijf", geschorst. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter vervolgens verzocht de bij de uitspraak van 5 november 2025 getroffen voorlopige voorziening op te heffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504309/3/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28110</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28110</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28110"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707251 / JE RK 26-1064</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. W.G. de Boer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6038"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Rectificatie. Compensatieregeling Wht. 1. Er zijn geen aanknopingspunten dat er stukken ontbreken. 2. Verweerder heeft mogen stellen dat er voor de berekeningsjaren 2010 en 2013 'evident geen recht'op kinderopvangtoeslag was. 3. beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt. 4. overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/1019</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:1996:68</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1996:68</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:1996:68"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1996-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Anticipatie NBW; Antilliaanse zaak (Aruba); Concordantiebeginsel; Cessie; Derdenbeslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 8813</description><contributor lang="nl">Advocaat-/procureur-generaal: Mr. Hartkamp</contributor><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:1997:ZC2280</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1997:ZC2280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1997:ZC2280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1997:ZC2280"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1997-02-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Anticipatie NBW; Antilliaanse zaak (Aruba); Concordantiebeginsel; Cessie; Derdenbeslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 8813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Heemskerk, Herrmann</contributor><issued>2026-10-02</issued><reference relation="citing" lang="nl">Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden 23</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 475h</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:1996:68</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9782</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9782</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9782"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">EAB Malta; gelijkstellingsverweer slaagt niet; de rechtbank stelt vast dat sprake is van een algemeen reëel gevaar dat vrouwelijke gedetineerden in Corradino Correctional Facility in een meerpersoonscel over minder dan 3 m² persoonlijke leefruimte exclusief sanitaire faciliteiten kunnen beschikken en dat de beperking van de persoonlijke leefruimte niet enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate is. De rechtbank wijst een tussenuitspraak, omdat zij behoefte heeft aan nadere informatie om te kunnen vaststellen of het algemene gevaar ook ziet op de niet-afgeschermde toiletten in een meerpersoonscel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-161866-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.Th.H. Zimmerman, O.P.M. Fruytier, E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6684</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6684</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6684"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing van eisers verzoek om vergoeding van de werkelijke schade die hij en zijn gezin hebben geleden als gevolg van de toeslagenaffaire. Einduitspraak na tussenuitspraak. De Dienst Toeslagen heeft alsnog voldoende onderzocht en gemotiveerd dat het causaal verband tussen de arbeidsongeschiktheid van de echtgenote van eiser en het (meeromvattende) handelen van de Dienst Toeslagen rondom de stopbrief van 24 december 2010, ontbreekt. Met de Dienst Toeslagen, ziet de rechtbank dat causale verband inderdaad ook niet terug in de aanvullende stukken die eiser heeft overgelegd. Dat de psychische klachten ongeveer gelijktijdig met de (aanloop naar) de stopbrief zijn ontstaan, is onvoldoende om van een causaal verband uit te gaan. Hetzelfde geldt voor de notitie in het huisartsenjournaal dat de echtgenote kampt met flauwvallen bij boosheid en onmacht. Waar deze boosheid en onmacht aan kunnen worden gelinkt staat er niet, zodat daar allerlei factoren daarbij een rol kunnen hebben gespeeld. De rechtbank laat (de rechtsgevolgen van) de afwijzing van eisers verzoek daarom in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/4334</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wolbrink, mr. A. de Snoo</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6685</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6685</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6685"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Standaard proceskostenveroordeling bij tegemoetkoming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1072</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. A. Rademaker</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7159</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7159</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7159"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. NSW-landgoed. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23/5928</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.L. van Benthem</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4639</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4639</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4639"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling boothuizen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1757 en 24/1758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9134"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/8353</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:866"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Art. 2, art. 6, art. 7 en art. 8 Bekendmakingswet; Besluit elektronische publicaties; Regeling elektronische publicaties. Is de bijlage (met onder meer aanwijzingen parkeergebieden en parkeerduur) bij de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt? Wat is het elektronisch uitgegeven Gemeenteblad: (i) de webpagina waarop het Gemeenteblad is gepubliceerd, of (ii) de pdf-uitgave van het Gemeenteblad op die webpagina?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04850</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04851</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04853</description><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6696"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT aanvraag cws gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2433</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. den Dulk</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6710"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig (BNT), gegrond, bestuurlijke dwangsom, vw moet binnen twee maanden beslissen op last van een dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28009</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28009</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28009"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring van meerdere bedreigingen waaronder van een politica. Eveneens bewezenverklaring van mishandeling (tweemaal), belaging en bezit van kinderporno. Groot deel van de bewezenverklaarde feiten vond plaats binnen de relationele sfeer. Oplegging van een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 5 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren onder meerdere bijzondere voorwaarden, waaronder een contact- en locatieverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/039134-26, 09/346769-25 (ttz.gev.), 09/270324-25 (ttz.gev.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.P.M. Meskers, M. Diepenhorst, C.D.V. Efstratiades</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6709"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Geen procesbelang meer bij de beoordeling van het oorspronkelijke besluit van het Uwv. Het beroep is wel terecht ingesteld omdat het Uwv ten onrechte een beoordeling heeft verricht per datum eerste ziekte dag (10 maart 2022) in plaats van per einde wachttijd (7 maart 2024). Dus wel pkv. Het beroep voor zover dat ziet op het nieuwe besluit van het UWV stuurt de Rb door naar het UWV ter behandeling als bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/4069</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8932"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing. Afwijzing verzoek vervangende toestemming hulpverlening voor de minderjarige nu er reeds een traject is ingezet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/396884 / FA RK 22-1797 en C/02/415834 / FA RK 23-5268</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. van Noort</contributor><issued>2025-01-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1553</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1553</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1553"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr), medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr), diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1.5 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr) en belediging van ambtenaar (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep en inhoud akte van uitreiking, art. 36h.1 Sv. Kon hof oordelen dat dagvaarding in h.b. rechtsgeldig is betekend, nu akte van uitreiking niet identificerende gegevens vermeldt van persoon aan wie dagvaarding is uitgereikt? Aan dagvaarding van verdachte om te verschijnen ttz. in h.b. is akte van uitreiking gehecht. Deze akte houdt in dat dagvaarding is uitgereikt op adres A aan ander dan verdachte die zich op dat adres bevond en die heeft beloofd dagvaarding onmiddellijk aan verdachte te geven. Akte vermeldt als naam van ontvanger voornaam en bevat handtekening van ontvanger. Gegevens (soort en nummer) van identiteitsbewijs van ontvanger zijn niet ingevuld. Als dagvaarding ex art. 36e.1.b.1 en 36e.2.a Sv Sv wordt uitgereikt aan degene die zich op het in die bepaling bedoelde adres bevindt en die zich bereid verklaart stuk onverwijld aan geadresseerde te doen toekomen, moet o.g.v. art. 36h.1 Sv in akte van uitreiking de persoon worden vermeld aan wie gerechtelijke mededeling is uitgereikt. Strekking van dit voorschrift is dat achteraf kan worden nagegaan wie dagvaarding onder zich heeft genomen. Als in akte van uitreiking niet persoon is vermeld aan wie dagvaarding is uitgereikt, heeft dat verzuim (in geval dat verdachte niet ttz. is verschenen) in beginsel nietigheid van betekening van dagvaarding tot gevolg. Rechter kan echter van die nietigverklaring afzien, als anderszins uit stukken kan worden afgeleid aan wie dagvaarding is uitgereikt (vgl. HR:2024:1738). Hof heeft geoordeeld dat dagvaarding in h.b. geldig is betekend. Dit oordeel is (mede gelet op wat hiervoor is vooropgesteld) niet zonder meer begrijpelijk. Akte van uitreiking vermeldt uitsluitend voornaam als naam van persoon aan wie dagvaarding in h.b. is uitgereikt. In handtekening van ontvanger op akte van uitreiking is geen naam leesbaar. Gegevens van identiteitsbewijs van ontvanger zijn niet ingevuld. Uit akte van uitreiking kan dan ook niet worden afgeleid wie persoon is aan wie dagvaarding in h.b. is uitgereikt. Hof heeft er ook geen blijk van gegeven te hebben onderzocht of dit anderszins uit stukken kan worden afgeleid. HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig. CAG (strekking) vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02300</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1543"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot zware mishandeling door medegedetineerde met aardappelschilmesje in buik te steken, art. 302.1 jo. 45.1 Sr. Noodweer, proportionaliteitseis (art. 41.1 Sr). Kon hof gelet op ontkennende houding van verdachte niet aannemelijk achten dat handelen van verdachte proportioneel was? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:456 m.b.t. proportionaliteitseis bij noodweer. Hof heeft beroep op noodweer verworpen omdat het niet aannemelijk heeft geacht dat handelen van verdachte proportioneel was, “nu verdachte ontkent te hebben gestoken - en daarmee niet duidelijk is geworden in welke situatie hij zich bevond en waarom hij genoodzaakt was om te steken”. Volgens hof is onvoldoende inzicht gegeven in feitelijk verloop van aanranding om proportionaliteit van handelen van verdachte aannemelijk te kunnen achten. ’s Hofs oordeel is in het licht van wat is vooropgesteld niet zonder meer begrijpelijk, gelet op wat hof heeft vastgesteld over feitelijke gang van zaken (waarbij aangever cel binnenkwam waarin verdachte zich bevond, deur achter zich dichttrok, verdachte in hoek van cel dreef en op hem begon in te slaan) en daardoor ontstane noodweersituatie waarin verdachte zich bevond, toen hij aangever door hem met aardappelschilmesje in buik te steken letsel heeft toegebracht zoals beschreven in letselbeschrijving. Daarbij is ook van belang dat hof niet kenbaar in zijn oordeel heeft betrokken wat door verdediging is aangevoerd, dat erop neerkomt dat verdachte in paniek was en fysiek niet was opgewassen tegen aangever die “al zo’n 3 à 4 jaar vecht in de ring”. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:8088</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:775</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1575"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gewoonte maken van mensensmokkel (meermalen gepleegd) door 5 personen te helpen met het (met valse documenten) verkrijgen van Nederlandse verblijfsvergunning bij IND, art. 197a.2 jo. 197a.4 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht “wederrechtelijk verblijf”. Kon hof oordelen dat in bewezenverklaring genoemde personen zich wederrechtelijk verblijf in Nederland hebben verschaft? 2. Bewijsklacht “winstbejag”. Kon hof oordelen dat verdachte t.a.v. de niet met naam in tll. genoemde personen uit “winstbejag” heeft gehandeld? Ad 1. Van “wederrechtelijk verblijf” a.b.i. art. 197a.2 Sr is sprake als verblijf plaatsvindt zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid. In art. 197a.2 Sr bedoelde behulpzaamheid moet zijn verleend aan iemand die tot verblijf in Nederland of Schengen-rechtsgebied aan geen rechtsregel (van nationale of internationale herkomst) enige titel kan ontlenen (vgl. HR:2008:BA8499). Hof heeft in zijn bewijsvoering o.m. vastgesteld dat 5 in tll. genoemde en 12 van 14 niet in tll. genoemde, maar wel in dossier vermelde, vreemdelingen een aanvraag voor verblijfsvergunning hebben gedaan o.b.v. valse documenten. O.g.v. deze vaststelling heeft hof geoordeeld dat die personen zich wederrechtelijk verblijf in Nederland hebben verschaft of geprobeerd hebben te verschaffen. Dat oordeel getuigt in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld niet van onjuiste rechtsopvatting en het is toereikend gemotiveerd. Daaraan staat niet in de weg dat IND (nog) geen consequenties heeft verbonden aan omstandigheid dat aanvraag is gedaan o.b.v. valse documenten, door intrekken van verblijfsvergunning van aantal in bewezenverklaring bedoelde personen. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft overwogen dat verdachte een geldelijk voordeel heeft behaald van minimaal € 87.560,57 vanwege smokkelen van 5 in bewezenverklaring met naam genoemde vreemdelingen. Kennelijk om te accentueren dat daarmee niet gezegd is dat dit het volledige voordeel van verdachte is geweest, heeft hof overwogen dat er “aanwijzingen” zijn dat verdachte er hoger bedrag aan over heeft gehouden en er daarbij ook op gewezen dat transacties in relatie tot 14 in tll. niet met naam genoemde koppels niet in dat bedrag zijn meegenomen. Op zichzelf is er daarmee geen direct bewijs geleverd dat verdachte ook voordeel heeft genoten uit zijn behulpzaamheid aan 14 andere koppels. Maar hof heeft o.g.v. gegeven dat verdachte bij 5 in tll. wel met naam genoemde personen zeer aanzienlijk bedrag heeft opgestreken, klaarblijkelijk geoordeeld dat zijn beroepsmatige handelen m.b.t. elk van de in bewezenverklaring betrokken vreemdelingen uit winstbejag (gericht op verrijking) plaatsvond. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat uit bewijsvoering volgt dat die beroepsmatige behulpzaamheid door verdachte steeds vergelijkbare vormen heeft aangenomen en gelet op ’s hofs overwegingen over georganiseerdheid van handelen van verdachte. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03086</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:656</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2547</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28146"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/661536 / FA RK 24-1177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Hees</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11075"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">vordering nakoming toegezegde functie-indeling na promotie afgewezen. Indeling gebaseerd op een eerdere foutieve functie-indeling. Niet gebleken dat werkgever met werknemer een van de standaard cao afwijkende hogere functie-indeling (en beloning) wilde overeenkomen. vordering terugbetaling verrekend salaris wordt wel toegewezen omdat verrekening in de gegeven omstandigheden in strijd met de redelijkheid en billijkheid is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12042505</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4758"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Verzoek eenhoofdig gezag toegewezen. Man terug geemigreerd naar Engeland. Man sinds een jaar uit beeld voor de minderjarigen. Maakt feitelijk geen deel meer uit van hun leven. Verzoeken kinder- en partneralimentatie als niet onderbouwd afgewezen. Rechtbank kan gegrondheid kinder- en partneralimentatie niet onderzoeken. Geen financiële stukken overgelegd. Op huwelijksvermogen Engels recht van toepassing. Het verzoek is niet gegrond op het Engelse recht. Afgewezen als onvoldoende onderbouwd. Verzoek tot aanhouding ook afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/371834 FA RK 20-2301 C/02/371883 FA RK 20-2333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.M.A.J. Bollen</contributor><issued>2024-07-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9778"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">EAB België; verweren met betrekking tot artikel 2 OLW en artikel 12 OLW verworpen; uitleg over de uitspraak Rugu en Aucroix; overlevering geweigerd op grond van artikel 6a OLW en de straf wordt overgenomen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-204642-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.Th.H. Zimmerman, O.P.M. Fruytier, E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26869"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Na benoeming van deskundigen blijft het bestreden besluit 2 (verhoging mate van arbeidsongeschiktheid in een WIA-zaak) in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/8310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. van der Meer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27932"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">vovo toegewezen. Gehandicaptenparkeerkaart bestuurder. Contra expertise.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5687</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6664"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">consumentenrecht. ambtshalve toetsing in verstek. gevorderde schadevergoeding vanwege niet geretourneerd uitgeleend boek. verzuim? omvang schade? tussenvonnis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11946879 UC EXPL 25-8479</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.G. Nicholson</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6716"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT aanvraag cws gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3349</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. den Dulk</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13356"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering verlenging TBS toegewezen, verlenging met twee jaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/224045-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Buiskool, mr. A.M.C. de Haan, mr. M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12027"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de meervoudige kamer over een gezagsbeëindiging van de vader, ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing. De minderjarige is opgegroeid in een situatie van jarenlange intieme terreur van de vader jegens de moeder, waarbij de minderjarige is blootgesteld aan structurele onveiligheid en chronische angst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/380972 / FA RK 26-4368</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6668"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schadevergoedingsvordering o.g.v. ongerechtvaardigde verrijking, door energiegebruik zonder contract. Deels toewijzing, want naast gedaagde woonden nog 5 andere personen op het adres.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12148993 \ UC EXPL 26-2376</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Verkuijlen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6718"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, hzk-regeling, redelijke beslistermijn aanvraag hzk 6 maanden, igs prematuur</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3085</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9777"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">EAB Griekenland; de rechtbank is van oordeel dat gelet op de aanvullende informatie wel voldaan is aan het vereiste van effectieve rechtsbescherming; tussenuitspraak gewezen in afwachting van de beantwoording van de vragen ten aanzien van de detentieomstandigheden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/203132-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6720</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6720</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6720"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar gegrond, nadere beslistermijn 2 weken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3435</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7129</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7129</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7129"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Schadevergoeding op grond van artikel 44 Wzd. Verblijf in zorginstelling zonder geldige titel. Rechtbank wijst verzoek gedeeltelijk toe en matigt de hoogte van de schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/470416</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.S. van Nijen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9034"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Consumentenkoop. Occasion. Buitengerechtelijke ontbinding niet rechtsgeldig. Auto is verkocht “as is, where is”, zonder garantie. Koper krijgt ook geen vergoeding voor na aankoop gemaakte kosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11920050 \ CV EXPL 25-5182</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28098"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming erkenning. Vaststelling opbouwende omgangsregeling. Afsplitsing kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696452 / FA RK 25-9648</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Witteman</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29022</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29022</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29022"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mvv. Aanvulling van het bezwaarschrift niet betrokken. Het had in dit specifieke geval op de weg van verweerder gelegen om voorafgaand aan het nemen van het bestreden besluit navraag te doen. Zorgvuldigheidsgebrek. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/12498</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6722</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6722</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6722"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Duurzaamheid. De rechtbank voorziet zelf in de zaak met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb, door het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat eiseres met ingang van 27 juli 2024 recht heeft op een IVA-uitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1679</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R. van Es-De Vries</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6667"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Non-conformiteit en ongedaanmaking. De koopovereenkomst is door eiser terecht ontbonden en gedaagde moet aan eiser het aankoopbedrag van € 2.000 terugbetalen en de inruilauto teruggeven. Ook moet gedaagd de schade van eiser vergoeden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12105966 \ AC EXPL 26-391</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A. van Dijk-Overmars</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28091</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28091</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28091"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige omgangsregeling en kinderalimentatie. Aanhouden gezag in afwachting van registratie erkenning door de man.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/671282 / FA RK 24-5978</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Witteman</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6723"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank acht het in strijd met de goede procesorde om de onderbouwing van de beroepsgrond in de beoordeling te betrekken. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2681</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6729"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7209</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12599</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12599</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12599"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzekeringsrecht. Evenementenverzekering voor meerdaags festival. Dekking voor (extreme) weersomstandigheden. Regenval in dagen voorafgaand aan start festival. Maatregelen om festival (in afgeslankte vorm) te kunnen laten doorgaan. Geen sprake van organisatorische gebreken als grond voor beroep op uitsluiting. Begroting schade; nadere uitlating over een specifieke schadepost.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/709433 / HA ZA 25-958</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7156"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wet basisregistratie personen en artikel 1:253a BW (inschrijving brp, vervangende toestemming verhuizing/school, hoofdverblijfplaats en zorgregeling). Verzoek van de moeder om de minderjarige in te schrijven in het brp valt niet onder de reikwijdte van artikel 1:253a BW omdat dit geen geschil is over de uitvoering van het gezag. De rechtbank verklaart de moeder daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek. De rechtbank verleent vervangende toestemming voor het inschrijven van de minderjarige op een basisschool en wijst de overige verzoeken af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/467019</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.S.M. Bak, E.L. de Jongh, K. Van der Lee</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2802"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging vonnis. Vrijspraak mishandeling levensgezel en vrijspraak mishandeling (schoonvader). Vorderingen benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000437-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:870</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:870</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:870"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Jaddoe. Mishandeling van drie kinderen (opzettelijke benadeling van de gezondheid, art. 300 lid 4 Sr) door de ouders. Drie middelen. Middel 1 richt zich tegen de kwalificatie van de strafverhogende omstandigheid van art. 304 onder 1 Sr (‘haar kind’). Middel 2 komt op tegen het oordeel dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op de benadeling van de gezondheid van haar kinderen. Beide middelen falen volgens de AG. Middel 3 klaagt terecht over een overschrijding van de inzendtermijn, maar hoeft niet tot strafvermindering te leiden, omdat een voorwaardelijke taakstraf is opgelegd. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 25/00418.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00417</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:1475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:1475"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie. Samengesteld gezin. De rechtbank ziet geen aanleiding om de draagkracht van de man te verdelen over zijn kinderen, omdat hij een dusdanige hoge draagkracht heeft en daardoor in de behoefte van zijn drie kinderen kan voorzien.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/365963 / FA RK 25-2773</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6104"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 7:900 BW; het hof oordeelt dat afspraken in het echtscheidingsconvenant met betrekking tot de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden een vaststellingsovereenkomst zijn. Het hof komt niet toe aan beoordeling van beroep op artikel 3:196 lid 1 BW. Voor zover een beroep is gedaan op artikel 6:228 BW, is dat onvoldoende onderbouwd. Artikel 611 Rv; het hof wijst aanvullende vordering tot oplegging van een dwangsom af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.359.918/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2646</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2646</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2646"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Diversen. Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Het verzoek is onvoldoende bepaald (artikel 196 lid 2 onder a Rv). Verzoeker heeft bovendien niet toegelicht hoe hetgeen hij wil bewijzen zou kunnen leiden tot de door hem gewenste herroeping van twee arresten. Daarmee ontbreekt het vereiste belang (artikel 196 lid 2 onder b Rv). Ook is het verzoek zo ongericht van aard, dat het indienen ervan misbruik van bevoegdheid oplevert (artikel 196 lid 2 onder d Rv). Wetsartikelen: Art. 20 lid 1, 196 lid 2 en 384 lid 1 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.978</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2671</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2671</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2671"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Verhuurders hebben in 2020 een woning in Amsterdam aan huurders verhuurd in verband met hun emigratie naar China. Inmiddels zijn verhuurders teruggekeerd in Nederland. Zij hebben de huurovereenkomst opgezegd op grond van dringend eigen gebruik. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat verhuurders de huurovereenkomst op deze grond konden opzeggen. Wetsartikelen: 7:272 lid 1, 7:274 lid 1 aanhef en onder c en 7:275 lid 1 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.819</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1189</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1189</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1189"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling definitief budget 2022. Exceptieve toetsing verdeelmodel. Opdracht nieuw besluit. Anders dan de Raad heeft geoordeeld in ECLI:NL:CRVB:2021:1608, kan de rechtmatigheid van het in het Besluit PW neergelegde verdeelmodel exceptief worden getoetst in de procedure over een besluit op grond van art. 71 lid 2 PW. Omdat de minister dit, ondanks de bezwaargronden die daarop zagen, heeft nagelaten, komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1149 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1218"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante als (bedrijfstak)pensioenfonds niet op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb als belanghebbende bij een aanvraag om uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW kan worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2782 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5638"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 februari 2025 hebben de minister van Defensie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het inpassingsplan "Radar Herwijnen" vastgesteld. Al een aantal jaren wil het Ministerie van Defensie in de buurt van het Gelderse dorp Herwijnen een nieuw militair radarstation bouwen, op de plek waar in het verleden een civiele radar van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft gestaan. Om dat mogelijk te maken is in 2017 een ontwerpbestemmingsplan opgesteld, maar de gemeenteraad van de voormalige gemeente Lingewaal (tegenwoordig de gemeente West Betuwe) heeft in 2018 besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen. Daardoor was de bouw van het nieuwe radarstation niet mogelijk. Verweerders hebben vervolgens besloten om zelf een plan te maken - een zogenoemd rijksinpassingsplan - en vanwege de urgentie die volgens hen is gemoeid met het nieuwe radarstation, gelijktijdig ook de benodigde omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen en in werking hebben van het radarstation. Tegen beide besluiten zijn beroepen ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502316/5/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:441</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:441</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:441"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Subsidiemodule vestiging voor jonge landbouwers; afwijzing subsidieaanvraag omdat de vestiging (overname) van het landbouwbedrijf voor 1 januari 2023 heeft plaatsgevonden (artikel 5.9.5, eerste lid, aanhef en onder f, van de Regeling). Deze datum volgt uit de systematiek van Verordening (EU) 2115/2021. Het verstrekken van subsidie in strijd met de vestigingsvoorwaarde, zou leiden tot ongeoorloofde staatssteun als bedoeld in artikel 107 van het VWEU. Dit volgt uit artikel 145, tweede lid, van Verordening (EU) 2021/2115. Geen toetsing aan het evenredigheidsbeginsel vanwege Europees staatssteunkader.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/55</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.L.W. Aerts, B. Bastein, P. Glazener</contributor><issued>2026-09-15</issued><reference relation="citing" lang="nl">Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5665"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij ongedateerde brief heeft de minister het verzoek van de vereniging om een instructie te geven aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden om het waterpeil in en om het Natura 2000-gebied "Kolland en Overlangbroek" (het gebied) te verhogen, doorgezonden aan het college van gedeputeerde staten van Utrecht. De vereniging komt op voor het landschap, de natuur en het leefmilieu in de omgeving van Wijk bij Duurstede. Volgens de vereniging is een verhoging van het waterpeil in het gebied nodig om (verdere) verslechtering van de staat van de natuur te voorkomen. Daarom heeft zij de minister verzocht om een instructie als bedoeld in artikel 2.34, derde lid, van de Omgevingswet te geven aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden om het waterpeil in en om het gebied te verhogen. Bij ongedateerde brief heeft de minister dit verzoek doorgezonden aan het college van gedeputeerde staten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501070/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5680"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld aan [appellante sub 1] een legaliserende omgevingsvergunning verleend voor twee paddocks, een buitenrijbaan, hekwerken en lichtmasten op het perceel [locatie 1] in Kootwijk (het perceel). appellante sub 1] exploiteert een paardenhouderij op het perceel, dat grenst aan Natura 2000-gebied de Veluwe. Op het perceel zijn in elk geval sinds 2005/2006 onder meer twee paddocks, een buitenrijbaan van 5.555 m², hekwerken en lichtmasten aanwezig, zonder de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. Bij het besluit van 10 maart 2022 heeft het college een legaliserende omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202205260/1/R4 en 202205261/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:111</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:111</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:111"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Boete opgelegd aan exploitant van een biogasinstallatie, omdat deze niet voldeed aan de eisen van de registratie van de bewakingsresultaten. Cautie is tijdig gegeven. Voorafgaand aan verhoor ten onrechte niet gewezen op recht op rechtsbijstand door een raadsman. Omdat tijdens het verhoor geen verklaring is afgelegd, zijn er ook geen bewijsmiddelen verkregen die aan het boetebesluit ten grondslag zijn gelegd. Hierdoor is er ook geen verklaring die uitgesloten zou kunnen worden van het bewijs. Hoger beroepsgronden slagen niet. Wel wordt de boete gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.P. Glerum , J.L.W. Aerts, P. Glazener</contributor><issued>2026-03-17</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20559"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige overheidsdaad? Kort geding. Collectieve actie tbv omwonenden Tata Steel mbt (mogelijke) maatwerkafspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704299 / KG ZA 26-452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass</contributor><issued>2026-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:2738</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2738</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:2738"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 december 2020 heeft de burgemeester van Heerlen RTTG een vergunning verleend voor de exploitatie van een speelautomatenhal in het pand van de Beitel 90 te Heerlen voor de duur van tien jaar met als ingangsdatum 1 januari 2021. Met het besluit van 30 april 2021 is de burgemeester bij zijn eerdere besluit gebleven. RTTG is het niet eens met 1 januari 2021 als ingangsdatum van de exploitatievergunning en heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat uit de ‘Aankondiging aanvraagtijdvak exploitatievergunningen speelautomatenhallen’ van 10 februari 2020 (Aankondiging) volgt dat de uiterste ingangsdatum van de exploitatievergunning bij RTTG bekend was, dat er voor de exploitatie van de speelautomatenhal nog andere vergunningen nodig waren en dat de burgemeester, gelet op de transparantie die hij moet bieden bij verdeling van schaarse vergunningen, van deze datum niet kon afwijken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400859/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:2045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:2045"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 2 december 2025 tot vaststelling van het Natura 2000-beheerplan Nieuwkoopse Plassen &amp;amp; De Haeck 2025-2031. Het Natura 2000-beheerplan Nieuwkoopse Plassen &amp;amp; De Haeck 2025-2031 is een plan als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de Omgevingswet (Ow). In het beheerplan zijn de instandhoudings- en passende maatregelen beschreven die volgens het college nodig zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen in het Natura 2000-gebied. Het beroep van [appellant] is gericht tegen het gehele beheerplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600282/2/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-04-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1400"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij koninklijk besluit van 6 mei 2025 heeft de Kroon, op voordracht van de minister van Infrastructuur en Waterstaat, besloten tot wijziging van artikel 4.2.3a van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol in verband met de invoering van een maximumaantal vliegtuigbewegingen voor het etmaal en wijziging van het maximumaantal vliegtuigbewegingen voor de nacht. Luchthaven Schiphol wordt gereguleerd door in het bijzonder titel 8.2 van de Wet luchtvaart. Uit deze titel volgt dat in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) het luchthavengebied en het beperkingengebied worden vastgesteld en in het luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) luchtverkeerwegen worden beschreven en regels omtrent het luchthavenluchtverkeer worden opgenomen voor zover die regels nodig zijn met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting. Het besluit van 6 mei 2025 is in werking getreden met ingang van 1 november 2025. Dat betekent dat RSG in de capaciteitsdeclaratie van slots voor het winterseizoen 2025/2026 op grond van het Besluit Slotallocatie rekening dient te houden met het maximumaantal vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar dat in het besluit van 6 mei 2025 is vastgelegd. Appellanten kunnen zich om uiteenlopende redenen niet met het besluit verenigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502813/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-03-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:676</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:676</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:676"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 augustus 2017 heeft de burgemeester van Sluis de exploitatievergunning van [appellant sub 1] gewijzigd, deze voor onbepaalde tijd verleend, en daaraan voorschriften verbonden. Bij datzelfde besluit heeft de burgemeester ook een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd verleend aan [appellant sub 2]. De zaak heeft een lange voorgeschiedenis. [appellant sub 2] exploiteert sinds 2012 onder de naam Vlieger &amp;amp; Zee een winkel, waarin onder meer strand-, cadeau- en woondecoratieartikelen worden verkocht, met een terras dat direct aansluit op de voorgevel van haar winkel, een zogenoemd voorgevelterras. [appellant sub 1] exploiteert sinds 2013 haaks op de winkel van [appellant sub 2], onder de naam Elsje Fiederelsje, een pannenkoekenrestaurant met twee terrassen. Het eerste terras van is ook een voorgevelterras en sluit dus direct aan op de gevel van het pannenkoekenrestaurant. Het tweede terras ligt aan de overzijde van de zogenoemde looplijn, een looplijnterras. Zowel [appellant sub 2] als [appellant sub 1] wil de ruimte voor de winkel en het pannenkoekenrestaurant als terras gebruiken. Daarover is door [appellant sub 2] en [appellant sub 1] al meerdere keren tot aan de Afdeling geprocedeerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202200668/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:36</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:1925</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:1925</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:1925"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 december 2019 heeft de burgemeester van Heerlen de aan [appellant] verleende ‘horeca-exploitatievergunning coffeeshop’ gewijzigd. [appellant] heeft sinds 22 september 2008 een ‘horeca-exploitatievergunning coffeeshop’ voor onbepaalde tijd voor een coffeeshop, [naam], aan de [locatie] te Heerlen. In deze vergunning is onder meer opgenomen dat [appellant] vanuit de coffeeshop eetwaren en alcoholvrije dranken mag verstrekken en dat er een handelsvoorraad softdrugs van 500 gram aanwezig mag zijn. Op grond van het Softdrugsbeleid gemeente Heerlen 2002 waren in de gemeente Heerlen maximaal drie (thans twee) coffeeshops toegestaan. Naar aanleiding van een vrijgekomen ‘horeca-exploitatievergunning coffeeshop’ en de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, over de verdeling van schaarse rechten, heeft de burgemeester besloten om de wijze van afgeven van de geïmpliceerde gedoogverklaringen te veranderen om andere gegadigden in de gelegenheid te stellen om mee te dingen naar een schaarse geïmpliceerde gedoogverklaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202105857/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-04-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:5692</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:215</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:215</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:215"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verklaart zich (grotendeels) onbevoegd om van de beroepen tegen een tweetal Natura-2000 beheerplannen kennis te nemen. De reden hiervoor is dat eisers in beroep aanvoeren dat in de beheerplannen diverse vrijstelling van de natuurvergunningplicht hadden moeten worden opgenomen die er niet in staan. De weigering om een vrijstelling op te nemen is naar het oordeel van de rechtbank geen besluit in de zin van de Awb. De rechtbank is dan ook onbevoegd om van de beroepen kennis te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 24/2331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-01-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:1874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:1874"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">is een koopovereenkomst tot stand gekomen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.347.160/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:12974</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9218"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Twee Poolse uitzendkrachten, bijgestaan door CNV, vorderen een reiskostenvergoeding op grond van de CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf, omdat zij gedurende een langere periode tweemaal per week 280 kilometer met een eigen auto heen en weer hebben gereden naar een schoonmaaklocatie. Het verweer van de uitzendonderneming dat zij niet op de hoogte was van het juiste woonadres van de twee uitzendkrachten, houdt geen stand. De vordering in de hoofdzaak wordt toegewezen. De vordering in de vrijwaringszaak wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/11885614</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1905"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eigenaresse van een woning vordert veroordeling van de makelaar tot verstrekking van gespecificeerde gegevens en bescheiden. Het hof wijst deze vordering af wegens gebrek aan belang. Geen misbruik van procesrecht. Ten onrechte veroordeling in reële (werkelijke) proceskosten in eerste aanleg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.087/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17208"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De woning die eisers van gedaagden hebben gekocht vertoont gebreken. Partijen verschillen van mening over de vraag of gedaagden aansprakelijk zijn voor de herstelkosten en of, als dat zo zou zijn, eisers een spoedeisend belang hebben bij de vaststelling van een voorschot op schadevergoeding, vooruitlopend op de uitkomst van een bodemprocedure. De voorzieningenrechter beantwoordt deze twee vragen bevestigend. Voor wat betreft de hoogte van het te betalen voorschot kan de voorzieningenrechter uitsluitend een globale inschatting maken van het bedrag dat het herstel in ieder geval zal kosten. Dat resulteert in een toe te kennen voorschot van € 10.000.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705477 / KG ZA 26-527</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Vetter</contributor><issued>2026-06-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3098"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst bankzitter. Kantonrechter oordeelt dat de werkgever ten onrechte ontbinding op de h-grond heeft verzocht omdat in dit geval het niet kunnen herplaatsen van de werknemer onder de a-grond valt. Verwijzing naar de Shell-beschikking HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:64.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12074238 AR VERZ 26-6</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R. Giltay</contributor><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6365"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Leegstandsbeheer voormalig klooster. De voorzieningenrechter is in kort geding voorlopig van oordeel dat de overeenkomst tussen partijen kwalificeert als een huurovereenkomst. Gedaagde kan echter geen beroep op huurbescherming doen, nu er sprake is van een huurovereenkomst die naar zijn aard als van korte duur kan worden aangemerkt. De vordering tot ontruiming van eiser wordt toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, mede vanwege de wijze van procesvoering door eiser.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447982/KG ZA 26-238 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3796"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst tussen buren rechtsgeldig buitengerechtelijk vernietigd. Misleidende omissie. Oneerlijke handelspraktijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11984575 \ UC EXPL 25-9502</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G.F. van der Kraats</contributor><issued>2026-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5086"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">incassowerkzaamheden op 'no cure no pay'-basis? informatie op website en uitzonderingen in algemene voorwaarde. dwaling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11990883 \ UC EXPL 25-9620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4013"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dwaling bij de koop van een huis vanwege de aanwezigheid van lekkages. Uitleg ouderdomsclausule. Vernietiging of wijziging van de gevolgen van de overeenkomst op grond van artikel 6:230 lid 2 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.889/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:1406</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3217</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3217</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3217"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsverzoek op h-grond. Aan werknemer is sinds 2018 politiek verlof verleend. Werknemer is van mening dat werkgever hem na zijn benoeming in 2025 als burgemeester in een andere gemeente, opnieuw politiek verlof had moeten verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12169890 AR VERZ 26-33</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. van Rossum</contributor><issued>2026-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:5359</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5359</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:5359"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Jachthaven Biesbosch B.V. heeft voor het zomerseizoen van 2024 een ligplaats verhuurd. De huurder heeft zijn boot in de winter daarna in de jachthaven laten liggen en daarvoor een bedrag betaald. Voor het zomerseizoen van 2025 wilde hij de ligplaats niet meer huren. Jachthaven Biesbosch B.V. vordert toch betaling voor het zomerseizoen, omdat de huurder de overeenkomst niet op tijd en niet schriftelijk heeft opgezegd. De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst inderdaad is voortgezet en wijst de vordering toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11956892 \ CV EXPL 25-3692</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:4255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:4255"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil letselschade. Tussenbeschikking. Overeenkomstig de tussen partijen gemaakte procesafspraak beslist de rechtbank alleen over het verzoek om te oordelen dat tussen hen geen (geldige) vaststellingsovereenkomst met finale kwijting is gesloten. De rechtbank oordeelt dat dit verzoek in een deelgeschil kan worden behandeld en wijst het verzoek toe. Wilsvertrouwensleer. Aanbod en aanvaarding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712603 HA RK 25-1264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2026-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7338"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 7:22 BW, art. 7:24 BW, art. 6:265 BW. Consument koopt voor een bedrag van € 130.000 een tweedehands auto. Na levering blijkt dat het navigatiesysteem van de auto niet functioneert. De verkoper laat het probleem onderzoeken en het navigatiesysteem reperareren. Reparatie neemt twee maanden in beslag. Koper ontbindt in deze periode de koopovereenkomst wegens non-conformiteit. Het gebrek aan het navigatiesysteem maakt dat de auto non-conform is. Koper kan de koopovereenkomst niet ontbinden, omdat verkoper binnen redelijke termijn tot herstel is overgegaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12206606\CV EXPL 26-11086</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K. Baetsen</contributor><issued>2026-07-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27926"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Deze fiscale eenheid bestaat uit zes vennootschappen waaronder R. Eiseres heeft optometristen en orthoptisten in dienst. Zij biedt onder meer optometristische diensten aan zorgverleners aan. Eiseres detacheert de optometristen bij de afnemers, waar de optometristen medische diensten aan de patiënten van de afnemers verrichten. R sluit hiertoe een overeenkomst met de afnemers. Eiseres heeft in haar aangifte omzetbelasting 21% omzetbelasting aangegeven over de door R verleende diensten aan de afnemers. Zij heeft een bezwaarschrift ingediend tegen deze voldoening op aangifte. Primair is in geschil of het beroep ontvankelijk is. Subsidiair is in geschil of de dienstverlening van R onder de medische vrijstelling valt van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten eerste, onder a van de Wet op de Omzetbelasting 1968. De rechtbank acht het beroep van eiseres ontvankelijk. Met betrekking tot het subsidiaire geschilpunt oordeelt de rechtbank dat eiseres zélf geen dienst verricht die meer omvat dan het ter beschikking stellen van de optometristen aan de afnemers. De dienstverlening van eiseres valt niet onder de medische vrijstelling. Eiseres heeft terecht 21% omzetbelasting afgedragen over de diensten. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, D.M. Drok, J.J. Arts</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7209"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Belanghebbende maakt hogere historische nieuwprijs in verband met hogere CO2-uitstoot aannemelijk. De inspecteur maakt hogere handelsinkoopwaarde dan volgt uit het rapport van DRZ niet aannemelijk. Anders dan gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2024:1852 en ECLI:NL:GHARL:2024:3914) is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat een hogere CO2-uitstoot in zijn algemeenheid een waardeverhogend effect op de handelsinkoopwaarde zal hebben.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/2450</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2869"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen extra vergoeding van immateriële schade. De in aanmerking te nemen termijn eindigt op het moment dat de rechtbank uitspraak doet en niet op het moment dat de rechtbank haar uitspraak bekendmaakt via verzending per post of plaatsing in het webportaal van de Rechtspraak. Met de uitspraak is het geschil en daarmee de door belanghebbende ondervonden spanning en frustratie ten einde gekomen. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9163</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9163</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9163"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onbevoegdheidsincident. Grondslag vordering bepalend. Arbitragebeding hierdoor niet van toepassing, zodat vordering wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449443 / HA ZA 26-339 (T)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9183"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koop van een hond; consumentenkoop; non-conformiteit (artikel 7:18a lid 2 BW); de hond voldeed niet aan de overeenkomst en de verkoper moet de koopprijs en schadevergoeding betalen aan de koper.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12042930 \ CV EXPL 26-68 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6695</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6695</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6695"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag voor vangen 5 wolven met strikval op Utrechtse Heuvelrug. Maatwerkvoorschrift gesteld door GS Utrecht voor vangen met strikval. Rechtbank stelt geen prejudiciële vragen, omdat de Habitatrichtlijn volgens juiste procedure is gewijzigd. Na wijziging van de beschermingsstatus van de wolf op Europees niveau gold geen specifieke vergunningplicht voor de wolf. De zorgplicht van artikel 11.27 Bal is geen juridische basis voor stellen van het maatwerkvoorschrift.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5929, UTR 26/5928, UTR 26/6350 en UTR 26/6348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Stijnen, A.R. Klijn, S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:871</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:871</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:871"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Jaddoe. Mishandeling van drie kinderen (opzettelijke benadeling van de gezondheid, art. 300 lid 4 Sr) door de ouders. Drie middelen. Middel 1 richt zich tegen de kwalificatie van de strafverhogende omstandigheid van art. 304 onder 1 Sr (‘zijn kind’). Middel 2 komt op tegen het oordeel dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op de benadeling van de gezondheid van zijn kinderen. Beide middelen falen volgens de AG. Middel 3 klaagt terecht over een overschrijding van de inzendtermijn, maar hoeft niet tot strafvermindering te leiden, omdat een voorwaardelijke taakstraf is opgelegd. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 25/00417.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00418</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9192"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis. Werkneemster heeft tijdens haar werk een onverwachte klap tegen het hoofd gekregen van een psychiatrische bewoner binnen de zorginstelling van werkgever. Zorgplichtschending door werkgever en daardoor aansprakelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11335185/CV EXPL 24-4953 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9193"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vrijwaring. Vordering wordt toegewezen voor het deel dat ziet op nakoming. Het deel van de vordering dast gericht is op betaling (van datgene waartoe in de hoofdzaak zal worden veroordeeld) stuit af op het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden van gedaagde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/427617 HA ZA 24-574 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13368"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderbijdrage: samengesteld gezin.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/342741 / FA RK 23-3764</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6647</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6647</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6647"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Herroeping van de echtscheiding. Bedrog artikel 382 RV. De door de man verzwegen fieten hadden tot een voor de vrouw meer gunstig verloop ven afloop van de procedure kunnen leiden. De procedure wordt heropend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/611519 / FL RK 26-602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.G. de Jong</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28107</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28107</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28107"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Aanhouding gezag en zorgregeling c.q. omgangsregeling in afwachting van mediation. Voorlopige omgangsregeling en kinderalimentatie beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/688577 / FA RK 25-5380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:5433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:5433"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Zakelijke kosten? Op grond van een onderzoek van de FIOD is de inspecteur van mening dat sprake is van valselijk opgemaakte facturen die ten laste van de winst van belanghebbende zijn gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van zakelijke kosten. De winstcorrectie van de inspecteur zoals die na bezwaar luidt is terecht. De rechtbank vermindert nog wel de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn, en kent een hogere proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase toe. In zoverre is het beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22_3739</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, L.Y. Gramsbergen, D. Liem</contributor><issued>2024-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9127"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoofdzaak en vrijwaring. Eiser in de hoofdzaak vordert verwijdering van overbouw (schutting en carport). Vordering wordt afgewezen op grond van misbruik van bevoegdheid. In reconventie toewijzing vordering op grond van artikel 5:54, overdracht of erfdienstbaarheid naar keuze van eiser. Schadeloosstelling € 3.000, te betalen door gedaagde in vrijwaring op basis van gemaakte afspraken. Vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/438746 HA ZA 25-458 en C/02/442800/HA ZA 25-667 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:640"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Overheidsprivaatrecht. IPR. Zorgplicht ex art. 7:658 lid 4 BW. Rechtsmacht ex art. 1 EVRM. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Art. 4:84 Awb. Werknemers van Afghaans beveiligingsbedrijf dat ambassade in Kaboel beveiligde, vorderen dat de Staat hen evacueert naar Nederland. Toepasselijk recht. Uitleg buitenlands recht. Verplichting o.g.v. EVRM of IVBPR of naar Nederlands recht?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/05060</description><issued>2026-06-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1586</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:2256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:2256"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De Afghaanse eisers stellen dat zij voor de machtsovername door de Taliban door een lokale dienstverlener waren ingehuurd om de Nederlandse ambassade in Afghanistan te bewaken. Zij willen dat de Staat hen naar Nederland overbrengt. Het hof wijst de vorderingen af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.823/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1586</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1586"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering van bewakers van Nederlandse ambassade in Afghanistan tot overbrenging naar en toelating in Nederland. Internationaal privaatrecht, toepasselijk recht. Is sprake van uitoefening van openbaar gezag (art. 1 lid 1 Verordening Rome II?)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/05060</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Kort geding</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:640</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2256</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:676</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:676</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:676"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Ontvankelijkheid tussentijds cassatieberoep na verkregen verlof daartoe. Is weigeren akte niet-dienen hier een rolbeslissing of een beslissing die dusdanig ingrijpt in de belangen van geïntimeerde dat daartegen cassatieberoep open staat?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01866</description><issued>2026-07-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1584</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1584</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1584</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1584"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Onder meer klachten over ambtshalve doorhaling van procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01866</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:676</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9130"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Loonvordering van werknemer in kort geding. Onterechte verrekening van kosten leaseauto aan einde dienstverband. Het door werkgever verrekende bedrag is dan ook toewijsbaar. Overige gevorderde loonbedragen zijn grotendeels niets toewijsbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12271677 VV EXPL 26-50 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6678</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6678</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6678"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/615255 / JL RK 26-471</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Weistra</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5873</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5873</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5873"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Verhaalbarekostenlimiet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/660</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28103</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28103</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28103"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening uitsluitend gebruik echtelijke woning. Aanhouding partneralimentatie tot nader te bepalen zitting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710119 / FA RK 26-7839</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5875"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Specifieke zorgkosten. Hulpmiddelen en vervoerskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1267 en 25/235</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5870</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5870</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5870"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Verstek. Ontruiming vanwege ernstige stankoverlast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12310464 \ CV EXPL 26-2294</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W. Eshuis</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13198"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">MK Jeugdstraf. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor diefstal met geweld in vereniging tot jeugdetentie en een voorwaardelijke werkstraf. Het slachtoffer heeft zich niet in het strafproces gevoegd als benadeelde partij. De rechtbank ziet geen aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De rechtbank doet ook uitspraak in de zaak van de medeverdachte: ECLI:NL:RBNHO:2026:13199</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/105010-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. van Beek</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6736</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6736</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6736"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/614063 / JL RK 26-413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Beukers-Brouwer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28122</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28122</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28122"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709480 / JE RK 26-1280</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. W.G. de Boer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9754</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9754</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9754"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank legt een 36-jarige man een maatregel op tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor 2 jaar. Op 22 juni 2026 sloeg hij in een supermarkt in Amsterdam-Oost na een ruzie een man met een hak tegen zijn gezicht. Het slachtoffer hield daaraan een wond aan zijn wenkbrauw over.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/178045-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:188</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:188</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:188"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding, vaststelling partneralimentatie en afwikkeling huwelijksvermogen (verdelen, verrekenen en vergoedinsgrechten)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/403757 / FA RK 22-5320 en C/02/410431 / FA RK 23-2684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Holierhoek</contributor><issued>2024-01-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9779</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9779</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9779"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De gemeente Amsterdam moet binnen twee weken medisch advies inwinnen bij de GGD over de 6-jarige verstandelijk beperkte zoon van een Amsterdamse vrouw die voor zichzelf en haar kinderen een urgentieverklaring aanvroeg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/5459</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9661"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Energieleverancier Vattenfall mag, als daarover in de terugleverovereenkomst niets is afgesproken, niet eenzijdig terugleverkosten vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11912544 \ CV EXPL 25-13758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10482</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10482</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10482"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.192138.23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Beije, mr. J. Linders, mr. M. el Jerrari</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9131"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Uitleg vaststellingsovereenkomst bij einde dienstverband (Havilex norm). Ondanks letterlijke bewoordingen in de vaststellingsovereenkomst heeft werknemer wel aanspraak op een jubileumgratificatie. Overige vorderingen van werknemer zijn niet toewijsbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11995467 CV EXPL 25-6173 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26535</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26535</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26535"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Gedaagden zijn schadeplichtig jegens eiseres op grond van externe bestuurdersaansprakelijkheid. In het tussenvonnis ECLI:NL:RBDHA:2025:20438 heeft de rechtbank eiseres in de gelegenheid gesteld haar herziene standpunt over de omvang van de schade toe te lichten. Eindvonnis met schadebegroting. Het beroep van gedaagde 2 op eigen schuld slaagt niet. Geen matiging van de schadevergoeding op grond van artikel 6:109 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/659611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.M. de Bruijn, A.M. Boogers, M.A. Schueler</contributor><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9138</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9138</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9138"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden. Gedaagde heeft een huurachterstand laten ontstaan, als gevolg waarvan gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Gedaagde heeft echter stappen ondernomen om onder bewind te gaan, wat vertrouwen biedt voor de betalingen van de toekomstige huurtermijnen. Daarnaast heeft gedaagde onbewist gesteld dat hij alleenstaande vader is en derhalve de zorg heeft over zijn zesjarige zoontje. Dit aspect weegt zwaar mee.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12204766 CV EXPL 26-1527</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9139"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geldleningsovereenkomst. Vordering wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12080003 CV EXPL 26-433</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6742"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Complexe problematiek: diverse contactbreuken tussen kind en vader, seksueel misbruik van moeder. Kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling, en verlengt de muhp voor de duur van vier maanden. De kinderrechter wil van alle betrokkenen een actuele stand van zaken over het verloop van het traject dat ouders gaan doorlopen, hoe de omgang tussen kind en beide ouders verloopt plus de ontwikkelingen bij vader en moeder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/614942 / JE RK 26-1105</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W.V. van Duursen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13199"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">MK Jeugdstraf. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor diefstal met geweld in vereniging tot jeugddetentie en een deels voorwaardelijke werkstraf. De rechtbank beslist tot het niet opleggen van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer. De rechtbank doet ook uitspraak in de zaak van de medeverdachte: ECLI:NL:RBNHO:2026:13198</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/105011-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. van Beek</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9423"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging opzegging van de arbeidsovereenkomst. Arbeidsovereenkomst kon niet worden opgezegd omdat na de derde (stilzwijgende) verlenging een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Verweerder dient te worden aangemerkt als opvolgend werkgever, nu de feitelijke arbeidsrelatie niet is veranderd na overname door verweerder. Werkneemster is haar werkzaamheden continuerend blijven uitvoeren vanaf dezelfde werkplek en behalve dat zij haar loon nu van verweerder ontving, veranderde er voor haar niets. Verklaring voor recht en doorbetaling loon worden daarom toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12259343 AZ VERZ 26-27 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9394"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot vernietiging / nietigverklaren besluit VvE. Het verzoek wordt afgewezen, omdat de beslissing van de VvE geen rechtsgevolg heeft en daarom niet aan te merken is als besluit in de zin van 2:14 of 2:15 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12156526 \ OV VERZ 26-655</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9420"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens (ernstig) verwijtbaar handelen. Werknemer is, ondanks door heb gedane toezeggingen toezeggingen en waarschuwingen van werkgever, herhaaldelijk onaangekondigd niet op het werk verschenen. Dit kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen, zodat werkgever geen transitievergoeding verschuldigd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1225587 AZ VERZ 26-42 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4076"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Brandstichting (art. 157 Sr), gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar. Brand in tussenwoning. Onttrekking aan bevoegd opzicht (art. 279 Sr). Verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 12 voorwaardelijk, proeftijd 3 jaren. Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-071374-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, J. Teertstra, E.S. Van den Berg</contributor><issued>2026-10-02</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 279</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 157</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29152"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheidsontnemende maatregel art. 6, derde lid, Vw 2000 (grensdetentie). Asielaanvraag aan de buitengrens op Schiphol Airport. Gestelde Iraanse nationaliteit. Ingereisd zonder geldige identiteitsdocumenten en/of Schengenvisum. Eiser verklaarde meermaals minderjarig te zijn, maar Koninklijke Marechaussee twijfelde aan de gestelde minderjarigheid. Naar het oordeel van de rechtbank is er twijfel ontstaan over de gang van zaken rondom het invullen van de nationaliteitsverklaring en de leeftijd van eiser. De minister heeft deze twijfel niet weg kunnen nemen, ook niet met het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van een medewerker van de Koninklijke Marechaussee. Omdat minderjarigen niet in grensdetentie geplaatst mogen worden, eiser mogelijk minderjarig is en de minister de twijfel over de leeftijd niet heeft kunnen wegnemen, heft de rechtbank de vrijheidsontnemende maatregel op. Beroep gegrond, toekenning schadevergoeding, proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54381</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.D. Kock</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6743"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor pogingen zware mishandeling van zijn (toenmalige) echtgenoot, poging zware mishandeling van zijn kind (baby), bedreiging van een verbalisant en het dragen van een mes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/161215-25 en 16/330710-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.P. den Otter, mr. J.P. Verboom, M. Coenen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2789</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2789</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2789"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling wegen bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000387-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:896"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep. Termijnoverschrijding verontschuldigbaar? Aangevoerd wordt onder meer dat aan verdachte die geen Nederlands spreekt ten onrechte geen schriftelijke vertaling van dagvaarding in eerste aanleg is verstrekt a.b.i. art. 260 lid 5 Sv. AG acht oordeel hof dat overschrijding beroepstermijn niet verontschuldigbaar is en verdachte daarom niet-ontvankelijk is in hoger beroep, niet zonder meer begrijpelijk. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01183</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29153"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheidsontnemende maatregel art. 6, derde lid, Vw 2000 (grensdetentie). Asielaanvraag aan de buitengrens op Schiphol Airport. Gestelde Iraanse nationaliteit. Ingereisd zonder geldige identiteitsdocumenten en/of Schengenvisum. Eiser verklaarde meermaals minderjarig te zijn, maar Koninklijke Marechaussee twijfelde aan de gestelde minderjarigheid. Naar het oordeel van de rechtbank is er twijfel ontstaan over de gang van zaken rondom het invullen van de nationaliteitsverklaring en de leeftijd van eiser. De minister heeft deze twijfel niet weg kunnen nemen, ook niet met het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van een medewerker van de Koninklijke Marechaussee. Omdat minderjarigen niet in grensdetentie geplaatst mogen worden, eiser mogelijk minderjarig is en de minister de twijfel over de leeftijd niet heeft kunnen wegnemen, heft de rechtbank de vrijheidsontnemende maatregel op. Beroep gegrond, toekenning schadevergoeding, proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.D. Kock</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3363"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Matiging vergoeding immateriële schade</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1263</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1580</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:1152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:1152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:1152"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet bpm. VWEU. Voldoening op aangifte. Hoorplicht. Bevoegdheid van de nationale rechters om het Unierecht uit te leggen. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. Ex-rental. Historische nieuwprijs. Het vooraf heffen van griffierecht is niet in strijd met het Unierecht. Geen aanpassing van in beroep toegekende vergoeding van immateriële schade en proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/388 tot en met BK-24/390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-06-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:4148</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1582</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2424</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2424</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2424"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 67d en 67e Algemene wet inzake rijksbelastingen. Aan belanghebbende zijn (navorderings)aanslagen IB/PVV opgelegd vanwege niet opgegeven inkomsten uit feesten en partijen. Belanghebbende valt (voorwaardelijk) opzet te verwijten, derhalve zijn de vergrijpboetes terecht opgelegd. Boetegrondslag verlaagd. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/262, BK-24/264 en BK-24/265</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:713</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1587</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3594</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3594</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3594"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het Hof kent niet alsnog een proceskostenvergoeding voor de beroepsfase toe, ook al is de Staat onherroepelijk veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn (isv) en heeft de Staat in hoger beroep geen verweer gevoerd. De isv-veroordeling is namelijk evident onjuist. Toekenning van een kostenvergoeding zou neerkomen op een nadere ongerechtvaardigde verrijking van belanghebbende. Bovendien heeft belanghebbende in verband met het isv-verzoek geen extra kosten gemaakt, althans geen kosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Afwijzing BOBOG-verzoek in beroep en hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, W.J. Blokland</contributor><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1589</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:1092</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:1092</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:1092"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Machtiging niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verzet</description><issued>2025-06-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1591</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1592"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01026</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:1068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:1068"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55 Verzet ongegrond. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende het griffierecht niet heeft betaald. Belanghebbende is in verzet gekomen, maar heeft geen gronden aangevoerd die zien op de betaling van griffierecht. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om de gronden aan te vullen, maar heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om anders te oordelen dan in de in verzet bestreden uitspraak is geoordeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/4999</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-03-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1597</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1597</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1597</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1597"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1068</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1599</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1599</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1599"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1067</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:1067</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1067</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:1067"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55 Verzet ongegrond. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende het griffierecht niet heeft betaald. Belanghebbende is in verzet gekomen, maar heeft geen gronden aangevoerd die zien op de betaling van griffierecht. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om de gronden aan te vullen, maar heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om anders te oordelen dan in de in verzet bestreden uitspraak is geoordeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/5000</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-03-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1599</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:1064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:1064"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55 Verzet ongegrond. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende het griffierecht niet heeft betaald. Belanghebbende is in verzet gekomen, maar heeft geen gronden aangevoerd die zien op de betaling van griffierecht. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om de gronden aan te vullen, maar heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om anders te oordelen dan in de in verzet bestreden uitspraak is geoordeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/4776</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-03-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1601</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1601</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1601</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1601"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1064</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:1066</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1066</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:1066"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55 Verzet ongegrond. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende het griffierecht niet heeft betaald. Belanghebbende is in verzet gekomen, maar heeft geen gronden aangevoerd die zien op de betaling van griffierecht. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om de gronden aan te vullen, maar heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om anders te oordelen dan in de in verzet bestreden uitspraak is geoordeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/4861</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-03-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1603</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1603"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1066</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:1063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:1063"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55 Verzet ongegrond. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende het griffierecht niet heeft betaald. Belanghebbende is in verzet gekomen, maar heeft geen gronden aangevoerd die zien op de betaling van griffierecht. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om de gronden aan te vullen, maar heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om anders te oordelen dan in de in verzet bestreden uitspraak is geoordeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/3404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-03-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1605</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1605</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1605</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1605"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1063</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:1061</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1061</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:1061"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55 Verzet ongegrond. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende het griffierecht niet heeft betaald. Belanghebbende is in verzet gekomen, maar heeft geen gronden aangevoerd die zien op de betaling van griffierecht. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om de gronden aan te vullen, maar heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om anders te oordelen dan in de in verzet bestreden uitspraak is geoordeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/3931</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-03-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1607</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1607"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01127</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1061</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29154"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheidsontnemende maatregel art. 6, derde lid, Vw 2000 (grensdetentie). Asielaanvraag aan de buitengrens op Schiphol Airport. Gestelde Iraanse nationaliteit. Ingereisd zonder geldige identiteitsdocumenten en/of Schengenvisum. Eiser verklaarde meermaals minderjarig te zijn, maar Koninklijke Marechaussee twijfelde aan de gestelde minderjarigheid. Naar het oordeel van de rechtbank is er twijfel ontstaan over de gang van zaken rondom het invullen van de nationaliteitsverklaring en de leeftijd van eiser. De minister heeft deze twijfel niet weg kunnen nemen, ook niet met het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van een medewerker van de Koninklijke Marechaussee. Omdat minderjarigen niet in grensdetentie geplaatst mogen worden, eiser mogelijk minderjarig is en de minister de twijfel over de leeftijd niet heeft kunnen wegnemen, heft de rechtbank de vrijheidsontnemende maatregel op. Beroep gegrond, toekenning schadevergoeding, proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.D. Kock</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2790"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikelen 163 lid 6 &amp; 9 lid 2 Wegenverkeerswet. Voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, proeftijd 2 jaren. Taakstraf voor de duur van 100 uren. 10 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid. Verlenging proeftijd vordering tenuitvoerlegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000444-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:845"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Tweede cassatieronde, vervolg op ECLI:NL:HR:2022:1364. Opzettelijk de belasting welke op aangifte moet worden voldaan niet betalen, meermalen gepleegd, art. 69a.1 AWR. 1. Hetzelfde feit i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 243 en 255 Sv, ontvankelijkheid van het OM. 2. Beroep op strafuitsluitingsgrond i.v.m. tijdig verzoek tot uitstel van betaling a.b.i. art. 69a.3 AWR? De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01620</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1378"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">- Geen sprake van strijd met het una via beginsel. - Beroep op strafuitsluitingsgrond op grond van artikel 69a, lid 3, AWR verworpen. - Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel (9a Sr.) Het hof is van oordeel dat er een aanzienlijk verschil bestaat tussen de aard en ernst van enerzijds de feiten die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een verzuimboete op grond van artikel 67c, lid 1, AWR en anderzijds het tenlastegelegde van het op artikel 69a, lid 1, AWR toegesneden feit. Dat komt onder meer tot uitdrukking in het in artikel 69a, lid 1, AWR neergelegde opzetvereiste en de in dat zelfde artikelgenoemde maximale straffen, waaronder een gevangenisstraf van maximaal zes jaren. Gelet hierop kunnen zulke feiten in beginsel niet worden aangemerkt als “hetzelfde feit” in de zin van artikel 68 Sr en artikel 243 lid 2 Sv in verbinding met artikel 255 lid 1 Sv. Het hof is van oordeel dat de verdachte geen beroep op een strafuitsluitingsgrond toekomt op grond van artikel 69a, lid 3, AWR. De verdachte, boekhouder van beroep, heeft nagelaten om op juiste wijze en op de juiste tijdstippen concreet en gespecificeerd uitstel van betaling te vragen. Het had op de weg van de verdachte gelegen om telkens voorafgaand aan het doen van de aangifte omzetbelasting voor de in de tenlastelegging genoemde kwartalen aan te geven dat hij voor die kwartalen uitstel van betaling verzocht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002251-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad, Op tegenspraak</description><issued>2024-04-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 69a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:1364</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28134"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in voorziening voor (netwerk)pleegzorg. Afwijzen zelfstandig verzoek tot opheffing OTS.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709051 / JE RK 26-1224</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Emmens</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29156"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister de leeftijd van eiser terecht niet geloofwaardig heeft gevonden en de minister bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers verklaringen voldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.9268</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29157"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.9270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:5251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:5251"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verhuiskostenvergoeding op grond van de Wmo 2015. Eiseres is niet verhuisd naar een voor haar passende woning. Het is te verwachten dat eiseres op termijn een gelijkvloerse en rolstoeltoegankelijke woning nodig zal hebben. Met het toekennen van een voorwaardelijke verhuiskostenvergoeding biedt het college voldoende compensatie zodra eiseres verhuist naar een voor haar geschikte woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/2036</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Zoethout</contributor><issued>2026-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1985:AW8284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1985:AW8284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1985:AW8284"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1985-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">begrip ondernemingsvermogen, spaardeposito, liquide middelen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22 738</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Vroom; Stol; Jansen; Linde, Van Der; Roelvink</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13228</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13228</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13228"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De kinderrechter verleent een ondertoezichtstelling voor de twee broers en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing voor één minderjarige. De kinderrechter wijst het verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing van de andere minderjarige af, vanwege de mening van deze minderjarige. De kinderrechter informeert de minderjarigen in de beschikking middels een kindbrief.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381573</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4179"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling ter zake artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Als bestuurder van een vrachtwagen een wielrenner niet gezien waardoor deze in botsing is gekomen met de vrachtwagen. De wielrenner is als gevolg hiervan overleden. Er is geen sprake van recidive. Oplegging van een taakstraf en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.301909.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. de Jong, mr. J.V. Nolta, mr. E.S. Van den Berg</contributor><issued>2026-10-02</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wegenverkeerswet 1994 6</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wegenverkeerswet 1994 175</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wegenverkeerswet 1994 179</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1960:AY0698</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1960:AY0698</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1960:AY0698"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1960-02-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">begrip vervreemding, aanmerkelijk belang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 14 162</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Smits; Boltjes; Rijn Van Alkemade, Van; Loos, Van Der; Korthals Altes</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2791"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvnakelijkheid. 416 lid 2 Sv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000718-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:6479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:6479"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">instelling bewind en mentorschap ondanks levenstestament, vanwege verstoring van de onderlinge relatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11360628 TD VERZ 24-1674 en 11360629 TD VERZ 24-1675</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2024-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6712"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening van verschillende belangenorganisaties voor agrariërs af. Zij willen voorkomen dat gegevens van agrariërs vanaf 1989 openbaar worden gemaakt. De minister heeft echter terecht beslist dat de huisvestingsgegevens openbaar gemaakt worden, omdat het milieugegevens zijn die over emissie gaan. De minister heeft ook terecht beslist om de landbouwtellingsgegevens openbaar te maken, omdat het milieugegevens zijn en de belangenafweging die de minister vervolgens heeft gemaakt in het voordeel van openbaarheid mocht uitvallen. Daarmee hebben de beroepen van verzoekers geen redelijke kans van slagen. Ook de belangenafweging die de voorzieningenrechter zelf maakt, pakt niet in het voordeel van verzoekers uit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1642, 26/1848 en 26/3103</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Catsburg</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1985:AW8269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1985:AW8269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1985:AW8269"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1985-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">bewijslast, ondernemingsvermogen, vraag van rechtskundige aard</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22 549</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Soest, van</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13392"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis. Voorlopige omgangsregeling voor baby. Ouders hebben gezamenlijk gezag. Ouders hebben mediation afgesproken voor het vervolg, de procedure wordt aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/382147 / KG ZA 26-536</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:1985:AW8269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1985:AW8269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:1985:AW8269"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1985-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">bewijslast, ondernemingsvermogen, vraag van rechtskundige aard</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22 549</description><contributor lang="nl">Advocaat-/procureur-generaal: Mr. Van Soest</contributor><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:1985:AW8269</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28145"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz; toewijzing zorgmachtiging na terugwijzing van de Hoge Raad</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/680695 / FA RK 25-1341</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. E.E. Schotte</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2792"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Weigeren bloedproef. Voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week. Taakstraf voor de duur van 40 uren. Ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 10 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000813-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28143"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz; toewijzing aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg voor de duur van twaalf maanden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710938 / FA RK 26-8375</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. E.E. Schotte</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28104"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708784 / JE RK 26-1198</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. W.G. de Boer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:8187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:8187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:8187"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Verlaagd tarief voor woningen niet van toepassing bij sloop van een woning na aankoop, gevolgd door de bouw van een nieuwe woning. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23/3609 en ARN 24/1998</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.J. Tikken</contributor><issued>2025-10-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1488"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ambtelijke omkoping door gevangene in penitentiaire inrichting door geld aan te bieden aan de kapster in ruil voor onder meer alcohol, hasj en sigaretten. Toepassing artikel 9a Sr wegens recentelijk opgelegde TBS-maatregel in andere strafzaak en overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001029-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4036"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgmachtiging. De onafhankelijk psychiater en de psychiater die het zorgplan heeft opgesteld verschillen van mening over de proportionaliteit en doelmatigheid van verplichte zorg. Dat de behandeling van betrokkene veel weerstand bij hem op zal leveren, maakt voor de rechtbank niet dat niet geprobeerd moet worden om het ernstig nadeel voor betrokkene en anderen te verminderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/610667</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.A. van Kalveen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7140"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Giftenaftrek . Anbi-status. Niet in Nederl;and gevestigd goed doel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/5464 en 25/1431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2134"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV 2017; stakingswinst garagebedrijf; premie-aftrek lijfrenteverzekering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5796"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 september 2024 heeft de Dienst Toeslagen het kindgebonden budget van [appellante] over 2023 definitief berekend, vastgesteld op nihil en het betaalde voorschot inclusief rente van € 2.487,00 teruggevorderd. De Dienst Toeslagen heeft aan [appellante] voor het jaar 2023 een voorschot kindgebonden budget verleend van € 2.468,00. Bij het vaststellen van het voorschot is de Dienst Toeslagen uitgegaan van een geschat inkomen van € 70.000,00 en een vermogen van nihil. De Dienst Toeslagen heeft op 3 juni 2024 een melding ontvangen vanuit de Basisregistratie Inkomen dat de inspecteur van de Belastingdienst het toetsingsinkomen van [appellante] over 2023 heeft vastgesteld op € 90.444,00 en de rendementsgrondslag op € 235.129,00. Op basis van deze gegevens heeft de Dienst Toeslagen het kindgebonden budget voor het jaar 2023 definitief bepaald op nihil en van [appellante] een bedrag van € 2.487,00 inclusief € 19,00 rente aan teveel ontvangen voorschot teruggevorderd. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505115/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29159</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29159</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29159"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VK; visum kort verblijf; twijfel over tijdige terugkeer; doel en omstandigheden van het voorgenomen verblijf; gg</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/11125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5778"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 januari 2024 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Zwolle het verzoek van [appellant] om herziening van een besluit afgewezen. Bij brief van 6 november 2023 heeft [appellant] het college verzocht een besluit te herzien. Bij besluit van 23 januari 2024 heeft het college dat verzoek afgewezen. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft op 9 juli 2024 dat bezwaar ongegrond verklaard en heeft dat besluit op 10 juli 2024 per e-mail verzonden aan de gemachtigde van [appellant]. Volgens het college is het besluit daarmee op de juiste wijze bekendgemaakt, waardoor de beroepstermijn op 10 juli 2024 is gaan lopen. Het college stelt zich op het standpunt dat het door [appellant] op 6 september 2024 tegen dit besluit ingediende beroepschrift te laat is ingediend. [appellant] stelt zich op het standpunt dat het college dit besluit niet per e-mail bekend had mogen maken en dat daarom de beroepstermijn niet is gaan lopen. De vraag die hier voorligt is of het college ervan uit mocht gaan dat de gemachtigde kenbaar heeft gemaakt langs elektronische weg voldoende bereikbaar te zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503772/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening, Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5815</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5815</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5815"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Medemblik een volgens het college door [appellant] verbeurde dwangsom van € 15.000,00 ingevorderd. Het college heeft bij besluit van 11 augustus 2022, verzonden op diezelfde datum, gelast het huisvesten van arbeidsmigranten op het perceel [locatie] in Wervershoof, te beëindigen en beëindigd te houden, onder aanzegging van een dwangsom van €1.500,00 per week met een maximum van €15.000,00. De begunstigingstermijn van de last is gesteld op acht weken na de verzenddatum. Naar aanleiding van de brief van [appellant] van 6 september 2022 heeft het college op 11 oktober 2022 de begunstigingstermijn verlengd tot en met 1 januari 2023. Het besluit tot oplegging van de dwangsom van 11 augustus 2022 is in rechte onaantastbaar geworden. Het college heeft meermaals geconstateerd dat niet aan de last is voldaan en heeft op 21 november 2023 een besluit tot invordering van de dwangsom genomen. Volgens het college is de volledige dwangsom verbeurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505725/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7321"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning voor het wijzigen en uitbreiden van een veehouderij met een nieuwe stal die beschikt over meetsensoren. Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Milieueffectrapport. BBT. De rechtbank oordeelt dat de vergunning voor wat betreft de doelsturing deugt. De meetsensoren zijn geschikt om de ammoniakuitstoot te meten en met de voorschriften is geborgd dat de meetsensoren goed blijven functioneren. Op een punt dient de vergunning nog wel te worden aangepast. Uit onderzoek blijkt dat de meetsensor na verloop van tijd slechter kan functioneren. Daarom dient in de voorschriften te zijn geborgd dat de meetsensor niet na 3 jaar maar na 1 jaar wordt vervangen. Het beroep is gegrond voor wat betreft de motivering van het additionaliteitsvereiste. De rechtbank ziet geen aanleiding om naar aanleiding van de nieuwe motivering de rechtsgevolgen in stand te laten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/581 en 25/608</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Duifhuizen, S.H. Koopmans, M. van Harten</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5328"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van een verzoek van eisers om geluidsvoorschriften die zijn verbonden aan één van de omgevingsvergunningen voor de inrichting van PreZero te wijzigen. Eisers zijn het niet eens met deze afwijzing. De rechtbank oordeelt dat het college het verzoek niet te beperkt heeft uitgelegd. Het verzoek ziet alleen op het wijzigen van de geluidsvoorschriften en niet ook op het wijzigen van andere voorschriften of het (gedeeltelijk) intrekken van de vergunningen van PreZero. Verder oordeelt de rechtbank dat het college het bestreden besluit, voor zover daarbij is beslist op het gedeelte van het verzoek dat is gebaseerd op artikel 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), onvoldoende heeft gemotiveerd. Daarom is het beroep gegrond en wordt dit gedeelte van het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit echter in stand, omdat zij oordeelt dat het college dit deel van het verzoek wel terecht heeft afgewezen. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het college het verzoek, voor zover dit is gebaseerd op artikel 2.31, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wabo, in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. De verzochte wijzigingen van de voorschriften zouden zo ingrijpend zijn dat deze ertoe zouden leiden dat de grondslag van de aanvragen om de onderliggende vergunningen zou worden verlaten en zo ver kan een wijziging niet strekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/706</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.M. Hesseling</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28234</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28234</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28234"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Casematcher, beoordelingskader. Het beroep is gegrond, omdat de minister in de besluitvorming niet voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.53960</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.W.H. Oude Aarninkhof</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5702</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5702</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5702"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ziektewet; het UWV heeft geweigerd terug te komen van het besluit tot toekenning van een ZW-uitkering aan een ex-werknemer; geen nova; beroep ongegrond; motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb gepasseerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1059</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Eikelenboom</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5700</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5700</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5700"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank volgt de beoordeling van het UWV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/316</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Hoekstra</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5704</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5704</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5704"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1615</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.T. de Kwaasteniet</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5705</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5705</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5705"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA-uitkering. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende gemotiveerd dat op de datum in geding nog verbetering van de benutbare mogelijkheden te verwachten is en dat er daarom geen reden is om uit te gaan van de duurzaamheid van de beperkingen. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/817</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.T. de Kwaasteniet</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5779</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5779</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5779"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft het beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder al een beslissing op bezwaar had genomen voordat eiser het beroep instelde. Tegen die uitspraak heeft eiser verzet gedaan. De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder voor de verzending van de beslissing op bezwaar het adres uit de Basisregistratie Personen mocht gebruiken. Ook heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat de beslissing op bezwaar op dat adres is ontvangen. De beslissing op bezwaar was daarom op de juiste wijze bekendgemaakt voordat het beroep niet tijdig beslissen werd ingediend. Het verzet is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3571</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Piksen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5780"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen invordering van een dwangsom van € 2.500,- wegens het niet voldoen aan een opgelegde last onder dwangsom. Beroep gegrond. Verweerder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de last is overtreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/2133</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.C. Rozeboom</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7285"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT; omgevingsvergunning twee padelbanen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/2694</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.P.C.G. Derksen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5793"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 5 februari 2021 heeft de minister van Financiën het verzoek van [appellant A] en [appellant B] op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) om inzage in hun persoonsgegevens toegewezen voor zover het gaat om gegevens die zijn verwerkt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De minister heeft het verzoek afgewezen voor zover het betrekking heeft op gegevens die zijn verwerkt in andere gegevensbestanden, applicaties en systemen dan de FSV. Naar aanleiding van de berichtgeving over de FSV van de Belastingdienst hebben [appellant A] en [appellant B] de minister gevraagd of hun gegevens voorkomen op ‘zwarte lijsten’. Zij vermoeden dat er sprake is van een dergelijke registratie, omdat de Belastingdienst hen zonder nadere motivering heeft laten weten dat er in hun geval geen ruimte is voor het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. [appellant A] en [appellant B] hebben toegelicht dat hun verzoek betrekking heeft op ‘zwarte lijsten’ in de ruimste zin van het woord; lijsten die op verschillende wijze kunnen zijn vormgegeven en die - in strijd met de privacywetgeving - al dan niet als doel hebben fraude op te sporen of andere door de Belastingdienst ongewenste constructies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300231/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5784</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5784</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5784"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 4 augustus 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellant] laten weten dat zijn persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) stonden. De minister van Financiën heeft [appellant] bij brief van 4 augustus 2023 laten weten dat zijn persoonsgegevens in de FSV stonden. In die brief staat vermeld dat [appellant]’ gegevens daarin stonden, omdat het Landelijke Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, een overheidsorganisatie, zijn belastinggegevens bij de Belastingdienst had opgevraagd. Verder staat daarin dat wordt onderzocht of de opname van de persoonsgegevens in de FSV gevolgen heeft gehad voor [appellant]. De minister heeft het door [appellant] tegen de brief van 4 augustus 2023 gemaakte bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De brief is geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De brief bevat slechts algemene informatie over de FSV en een feitelijke mededeling dat en waarom de persoonsgegevens daarin waren opgenomen. Deze informatie en mededeling is niet gericht op rechtsgevolg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506063/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5791"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 december 2024 heeft de minister van Financiën het verzoek om schadevergoeding van [appellant] afgewezen. De minister heeft [appellant] laten weten dat zijn persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) waren geregistreerd. [appellant] heeft de minister vervolgens verzocht om schadevergoeding vanwege de onrechtmatige FSV-registratie. Hij stelt daardoor materiële en immateriële schade te hebben geleden. De minister heeft het verzoek om schadevergoeding afgewezen. [appellant] heeft met de door hem overgelegde gegevens onvoldoende onderbouwd dat hij schade heeft geleden en hoe hoog die schade is. Ook heeft hij niet aangetoond dat de gestelde schade het gevolg is van de FSV-registratie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505449/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2793"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijkheid. 416 lid 2 Sv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000585-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29161</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29161</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29161"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VK; verzoek opheffing inreisverbod; redelijkheid handhaving inreisverbod; evenredigheidstoets; ogg; overschrijding redelijke termijn</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.39091</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6679</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6679</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6679"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het tijdelijk huisverbod dat de burgemeester van de gemeente Utrecht aan eiser heeft opgelegd van 10 dagen voor de [adres] in [woonplaats] omdat de burgemeester een ernstig vermoeden had dat eisers aanwezigheid in die woning ernstig en onmiddellijk gevaar opleverde voor de veiligheid van belanghebbende en hun kinderen. Eiser is het niet eens met het tijdelijk huisverbod. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester het tijdelijk huisverbod aan eiser mocht opleggen. Maar de burgemeester heeft onvoldoende de belangen van eiser afgewogen bij het nemen van dat besluit. Het besluit tot het opleggen van het tijdelijk huisverbod bevat daarom een motiveringsgebrek. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het beroep dus gegrond is. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het besluit echter wel in stand. Dat betekent dat de rechtbank vindt dat het tijdelijk huisverbod wel terecht aan eiser is opgelegd, ondanks het motiveringsgebrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6048</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.J. Woutersen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28139"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verl muhp</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709847 / JE RK 26-1327</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. Rochat</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6021</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6021</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6021"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2057</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2822"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; geschillenregeling; terugkomen bindende eindbeslissing; afwijzing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.943/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Loesberg, mr. W.A.H. Melissen, prof. dr. mr. S. ten Have, mr. drs. A.P. Wessels, drs. P.G. Boumeester</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9081"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing vordering zus tot afleggen rekening en verantwoording door broer over het door hem gevoerde beheer over het vermogen van moeder. Tweetrapsmaking testament vader. Levenstestament moeder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12037748 \ CV EXPL 25-18236</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3960</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3960</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3960"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking op verzoek van het Openbaar Ministerie tot benoeming van het Rijksvastgoedbedrijf als vereffenaar van een twintig jaar onbeheerde nalatenschap waarvan de twee erfgenamen niet vindbaar zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/256733</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.T. de Jonge</contributor><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5372"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Terugvordering van door de SVB van het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De SVB heeft dit tot circa 5 jaar na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde nog onverschuldigd uitbetaald. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de SVB het onverschuldigd uitgekeerde ouderdomspensioen op grond van artikel 24 van de AOW mag terugvorderen van eiser, de zoon van de uitkeringsgerechtigde die tevens één van de erfgenamen is, op grond van het feit dat het onverschuldigd betaalde in het vermogen van die erfgenaam is gevallen. Dat eiser de erfenis heeft verworpen maakt dat niet anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/2553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Koster, A.T. de Kwaasteniet, A. Stockmann-Dutkusu</contributor><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5390"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen zijn erfgenamen in de nalatenschap van erflater. Onderdeel van deze nalatenschap is de onverdeelde helft van een woning. Partij A vordert in de hoofdzaak toedeling van deze onverdeelde helft. Partij B vorderen in incident dat partij A niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering tot verdeling van de nalatenschap, omdat de vereffeningsprocedure nog niet is afgerond. De rechtbank wijst de vordering in incident toe en wijst daarmee ook de vordering in de hoofdzaak af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/345914 / HA ZA 26-91</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): U. van Houten</contributor><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29162</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29162</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29162"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VK; aanvraag verblijfsvergunning arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip; ogg; overschrijding redelijke termijn</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.10585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5672"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof heeft geoordeeld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder 2 primair ten laste gelegde (kort gezegd: handelen in strijd met artikel 161sexies sub 1 van het Wetboek van Strafrecht). In dit kader heeft het hof geoordeeld dat op basis van het dossier niet vastgesteld kan worden dat door het verrichten van de in de tenlastelegging genoemde handelingen het geautomatiseerde werk, dat in onderhavige zaak als dusdanig ten laste is gelegd (te weten de server van de gemeente) is vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt, dan wel dat er een stoornis in de gang en/of in de werking van die server is veroorzaakt en/of een ten opzichte van die server genomen veiligheidsmaatregel is verijdeld. De desbetreffende server is namelijk onaangetast gebleven en functioneerde nog naar behoren. Ten aanzien van het onder 1 primair (kort gezegd: handelen in strijd met artikel 161sexies sub 1 van het Wetboek van Strafrecht) en het onder 2 subsidiair ten laste gelegde (kort gezegd: handelen in strijd met artikel 350a van het Wetboek van Strafrecht) is het hof tot een bewezenverklaring gekomen. In zijn overwegingen in dit kader is het hof onder andere ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde ingegaan op de vraag of sprake is geweest van gemeen gevaar voor diensten in de zin van artikel 161sexies sub 1 van het Wetboek van Strafrecht. Ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten heeft het hof verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 75 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Tot slot heeft het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005239-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9757"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Grieks EAB; overlevering geweigerd op grond van artikel 12 OLW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/200890-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.Th.H. Zimmerman, mr. O.P.M. Fruytier, mr. E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4183"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich in de periode van 17 april 2024 tot en met 13 november 2024 schuldig gemaakt aan het verwerven, bezitten en verspreiden van kinderpornografisch materiaal. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 11 maanden voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering geadviseerd en daaraan een proeftijd verbinden voor de duur van 2 jaren. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de problematiek die bij hem speelt, ziet de rechtbank aanleiding om aan de algemene voorwaarde dat verdachte zich niet opnieuw aan een strafbaar feit schuldig zal maken een proeftijd van langere duur te verbinden. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte op een taakstraf voor de duur van 100 uren.”</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.241613.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.M. Wolters, mr. M. van der Veen MPM, A. de Jonge</contributor><issued>2026-10-02</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 252</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6338"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontnemingszaak. Betrokkene heeft geld verdiend met de bewezen verklaarde mensenhandel van zijn vriendin in de strafzaak. Het hof legt een ontnemingsmaatregel op van € 330.000,-.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-002665-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6337"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Strafzaak. Verdachte heeft zich jarenlang schuldig gemaakt aan de uitbuiting van zijn vriendin (mensenhandel). Het hof veroordeelt verdachte tot – onder meer – een gevangenisstraf van 4 jaar (met aftrek van voorarrest).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-002664-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9773</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9773</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9773"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Klaagschrift 552a Sv; tussenbeschikking; rechtbank Amsterdam bevoegd tot kennisname van het klaagschrift; aanhouding t.b.v. de goede procesorde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 021240-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Pahladsingh, mr. E.M. de Bie, mr. dr. W.A.J.P. van den Reek</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9764"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB Polen; artikel 12 OLW: omzettingsbeslissing niet toetsen aan artikel 12 OLW; overlevering toestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-199815-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.R.P.J. Davids, mr. M.C.M. Hamer, mr. E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9785</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9785</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9785"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 144 sr. Opzettelijk storen geoorloofde betoging door gooien rookfakkel. Geen sprake van vreedzame demonstratie of uitoefenen van recht op vrijheid van meningsuiting. Feit is strafbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/348839-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Nieuwenhuijs</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6744"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen over exclusief gebruik woning en partneralimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/609107 / FA RK 26-612</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.E. Heinemann</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7456"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning. Bouwen en oprichten radarstation. Goede procesorde. Omvang van het geding. Gevolgde voorprocedure. Belang van bescherming van het milieu. Geluid. Straling. ICNIRP. Flora- en fauna. Relativiteit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/5714, 25/5652, 25/5654, 25/5659, 25/5666, 25/5672, 25/5676, 25/5682 en 25/5696</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Duifhuizen, mr. dr. M.J.M. Verhoeven, mr. E.C. Berkouwer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7351"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking beroep; het college is met het plaatsen van overeengekomen alternatieve hek aan het beroep tegemoetgekomen; uitspraak zonder zitting; toewijzing proceskosten, reiskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/5782</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.W.B. Heijmans</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28199"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst tot levering van trams. Uitleg storingsdefinities. Haviltex. Contra proferentem regel. Vaststelling verschuldigde boetes. Fatale termijn. Beoordeling schadeposten. Sprake van vermogensschade? Verwijzing naar schadestaat. Beroep op contractuele exoneratie. Contractuele boete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/685686</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.A. Sturm</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29166</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29166</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29166"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.49259</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.J. Wilts</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28212"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet ongegrond. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat eiser onbekwaam is om beroep in te stellen en de bewindvoerder geen volmacht of toestemming heeft gegeven voor het indienen van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/2936</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H. Bergman</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5863</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5863</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5863"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de ondertoezichtstelling. De ouders stemmen in met de verlenging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349686 / JE RK 26-1163</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Mensink</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5864"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot aan de meerderjarigheid van de minderjarige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350184 / JE RK 26-1253</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Mensink</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5866"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot wijziging geslacht naar het non-binaire geslacht dat wordt aangeduid met een “X” en voornaamswijziging toegewezen. De rechtbank overweegt dat, zolang er geen wetgeving is, nog steeds geldt dat elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval moet worden beslist, zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn uitspraak van 4 maart 2022 en dit heeft herhaald in zijn uitspraak van 19 december 2025. Analoge toepassing artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349067 / FA RK 26-1523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Jongebreur</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9477"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis. De rechtbank acht het onderzoek ter terechtzitting niet volledig, zodat het moet worden heropend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-149809-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H. Nomes, mr. H. Skalonjic, mr. J.P.E. Mullers</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7263"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening tegen de aan verzoekster opgelegde last onder dwangsom in verband met het innemen van afvalstoffen in strijd met een vergunningvoorschrift uit een aan haar verleende omgevingsvergunning. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, omdat het bezwaar van verzoekster geen redelijke kans van slagen heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/3425</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29168"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, 8:54 Awb, MOB, de gemachtigde van eiser heeft niet gereageerd op het MOB-bericht, kennelijk niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32565</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5869"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag afwikkelingsbewindvoerder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12126767 \ EJ VERZ 26-42</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29169"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, 8:83, derde lid Awb, plakvovo, vovo afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32566</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5643"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de raad an de gemeente Schouwen-Duiveland het bestemmingsplan "Rietdijk 12 Zonnemaire" vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202302055/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28218"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. van den Ende</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5862</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5862</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5862"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de ondertoezichtstelling. De ouders stemmen in met de verlenging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349676 / JE RK 26-1160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Mensink</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27071"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">bouwzaak; meerwerk; waarschuwingsplicht artikel 7:755 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/681075 HA ZA 25-192</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Hartendorp</contributor><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6731</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6731</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6731"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstek, arbeid, loon, kennisgevingsvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12376073 \ MV EXPL 26-130</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Verstek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Blanke</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5865"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De ouders hebben geen vaste verblijfplek in Nederland. De ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing wordt verlengd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350739 / JE RK 26-1348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Mensink</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9475"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring woninginbraak in vereniging. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Volledige toewijzing vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-109999-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H. Nomes, mr. H. Skalonjic, mr. J.P.E. Mullers</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29164</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29164</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29164"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft in zijn eigen woning in een oplopend conflict met aangever, die een goede vriend van verdachte was, geprobeerd hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door een mes in diens linkerschouder te steken. De verdachte is overeenkomstig de eis van de officier van justitie veroordeeld tot een deels (on)voorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden. En voorts tot een taakstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/088543-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.J. Keltjens, mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, mr. R.J. Wortelboer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29160</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29160</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29160"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het gewoontewitwassen van bakfietsen. Hij heeft gedurende een periode van vier maanden, in vereniging met anderen, elf bakfietsen witgewassen, onder meer door deze van misdrijf afkomstige fietsen na het (laten) verwijderen van framenummers, (doen) aanbrengen van valse framenummers, en (doen) vervangen van sloten via marktplaats door te verkopen. Hiertoe is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/240490-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.J. Keltjens, mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, mr. R.J. Wortelboer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29158"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van twee bakfietsen, welke hij naar eigen zeggen heeft opgeknapt Hiertoe is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/039925-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.J. Keltjens, mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, mr. R.J. Wortelboer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29150"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het gewoontewitwassen van bakfietsen. Hij heeft gedurende een periode van vier maanden, al dan niet in vereniging met anderen, elf bakfietsen en twee fatbikes witgewassen, onder meer door deze van misdrijf afkomstige fietsen na het (laten) verwijderen van framenummers, (doen) aanbrengen van valse framenummers en (doen) vervangen van sloten via Marktplaats door te verkopen. Hiertoe is verdachte veroordeeld tot een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/232886-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.J. Keltjens, mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, mr. R.J. Wortelboer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28902"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de nieuwe strengere vereisten voor nareis die sinds 12 juni 2026 gelden (kerngezin en huisvestings- en inkomenseis). De rechtbank is van oordeel dat de nieuwe strengere eisen en de keuze om deze ook te laten gelden voor oude aanvragen niet in strijd zijn met hogere regels en rechtsbeginselen. Dat betekent niet dat de minister elke aanvraag zomaar mag afwijzen. De minister moet, gelet op de vereiste evenredigheid en het bepaalde in artikel 8 van het EVRM, in elke zaak rekening houden met alle belangen van de betrokkenen. In deze zaak heeft de minister dat onvoldoende gedaan. Dat betekent dat de minister nieuwe besluiten moet nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.42527</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. van Dokkum, M.D. Gunster, C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9478</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9478</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9478"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak. Onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen woninginbraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-108117-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H. Nomes, mr. H. Skalonjic, mr. J.P.E. Mullers</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29170"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VK; visum kort verblijf; twijfel over tijdige terugkeer; doel en omstandigheden van het voorgenomen verblijf; ogg</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.28066</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5868</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5868</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5868"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Huur. Ontruiming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12318473 \ CV EXPL 26-2352</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.W.G. Wijnands</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5867"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kinderrechter verzoekt de Duitse rechter de bevoegdheid overeenkomstig artikel 12 Brussel II-ter ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid over de minderjarige te aanvaarden. Het verzoek tot opheffen van de ondertoezichtstelling wordt aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351242 / JE RK 26-1459</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Hoeven</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13043"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om terug te komen van eindbeschikking 28 juli 2026 in beperkingszaken Delfborg I en II – gesloten stelsel van rechtsmiddelen - beperkt toetsingskader 31/32 Rv - geen verrassingsbeslissing - geen misbruik van recht door belanghebbende - geen aanleiding voor mondelinge behandeling ondanks rechterswissel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/424631 / HA RK 13-425 en C/10/431722 / HA RK 13-787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.P. Sprenger, mr. M. Witkamp, mr. S.H.L. Niessen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28082"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bijstandsverhaal</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/689055 / FA RK 25-5619</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7426</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7426</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7426"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">buitenplanse omgevingsvergunning voor de bouw van twee chalets op voormalig recreatiepark</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/3875</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Harten</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29023</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29023</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29023"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Spanje, kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32929 en NL26.32930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.B. de Boer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29171"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VK; visum kort verblijf; twijfel over tijdige terugkeer; hoorplicht; ogg</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/9797</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13045"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tweede beschikking in verband met benoeming maritieme gerechtsdeskundige na ex parte beschikkingen – aanvullend voorschot</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723499 / KG RK 26-860 / C/10/723522 / KG RK 26-864</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29031"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het besluit waarin de minister het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiseres het bezwaarschrift te laat heeft ingediend en dat het bezwaarschrift daarom niet-ontvankelijk was. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.52405</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9479"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor belaging ex-partner. Oplegging van een taakstraf van 100 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met een contact- en gebiedsverbod als bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-075270-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29034"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Nigeria. Slachtoffer van mensenhandel. Naar het oordeel van de rechtbank is aannemelijk dat eiseres bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade in de vorm van fysieke represailles. Beroep gegrond. De rechtbank draagt de minister op om aan eiseres een verblijfsvergunning asiel te verlenen. Overschrijding redelijke termijn toegerekend aan de rechtbank</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.40128</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9515</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9515</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9515"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het medeplegen van brandstichting in een oliebollenkraam en voor een poging tot zware mishandeling. Oplegging van 30 maanden gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-348687-25 en 02-277023-24 (TUL)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Hamburger, mr. P.E. van Althuis, mr. A.L. de Boer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9516</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9516</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9516"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het medeplegen van brandstichting in een oliebollenkraam. Oplegging van een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden. De duur van het voorarrest wordt hierop in mindering gebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-348710-25 en 02-061262-25 (TUL)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H. Skalonjic, mr. J.P.E. Mullers, mr. T.M. de Brouwer</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2804"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging vonnis. Veroordeling voor belaging ex-partner. GVS 5 maanden m.a. Daarnaast oplegging maatregel TBS met dwangverpleging (gemaximeerd) in verband met doorwerkende stoornis. Verdachte heeft medewerking aan dubbelrapportage geweigerd. Hof is van oordeel dat de in 2019 bij de verdachte vastgestelde stoornis nog immer bij hem aanwezig is en dit ook was ten tijde van het tenlastegelegde feit. Daarnaast oplegging 38v maatregel (contact-en gebiedsverbod). Vordering benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen. Overweging over immateriële schade en de "aantasting in persoon op andere wijze". Vordering tenuitvoerlegging afgewezen (niet opportuun gelet op TBS maatregel). Verbeurdverklaring telefoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001500-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4180"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woningsluiting, openbare orde, vuurwerkbom gericht op verzoeker, woning wordt gesloten voor de duur van zes weken. Sluiting is noodzakelijk en evenwichtig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3149</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7434</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7434</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7434"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening; overplaatsing oekraïense vluchtelingen naar andere opvanglocatie; RooO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4483</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. G.A. van der Straaten</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29148</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29148</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29148"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak impliciet primair ten laste gelegde moord. Bewezenverklaring impliciet subsidiair ten laste gelegde doodslag. Verdachte strafbaar; in verminderde mate toerekeningsvatbaar. Oplegging gevangenisstraf 6 jaar en tbs met dwangverpleging. Affectieschade. Kosten van lijkbezorging. Schokschade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-154293-25 en 08-177416-23 (tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. van Essen, mr. F. Bouman, mr. S. Kara-Huijgen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13044"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil over causaliteit. Verzwikte enkel door gat in wegdek; in hoeverre is de schade het gevolg van het incident? Predispositie. Schending schadebeperkingsplicht door uitblijven operatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/716578 / HA RK 26-221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9520</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9520</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9520"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor opzetverkrachting voorafgegaan door en vergezeld van geweld. Gevangenisstraf van 36 maanden en tbs met verpleging van overheidswege.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-265739-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29173"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, Zwitserland, 8:54 Awb, aanmeldgehoor niet summier, geen reden voor het stellen van (verdere) vervolgvragen, interstatelijk vertrouwensbeginsel, AIDA-rapport (update 2024) van mei 2025, artikel 17 Dublinverordening, indirect refoulement, beroep kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.31915</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28901"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de nieuwe strengere vereisten voor nareis die sinds 12 juni 2026 gelden (kerngezin, inkomenseis en wachttermijn). De rechtbank is van oordeel dat de nieuwe strengere eisen en de keuze om deze ook te laten gelden voor oude aanvragen niet in strijd zijn met hogere regels en rechtsbeginselen. Dat betekent niet dat de minister elke aanvraag zomaar mag afwijzen. De minister moet, gelet op de vereiste evenredigheid en het bepaalde in artikel 8 van het EVRM, in elke zaak rekening houden met alle belangen van de betrokkenen. In deze zaak heeft de minister dat onvoldoende gedaan. Dat betekent dat de minister nieuwe besluiten moet nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.51023</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. van Dokkum, M.D. Gunster, C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11652"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">N-O bezwaar. Vakantie, eiseres verantwoordelijk voor goede postafhandeling. Materiële gevolgen spelen geen rol. Het college heeft op goede gronden aangenomen dat geen sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/5097</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H. de Regt</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29172"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB VK regulier. Overlijden eiseres; beroep ingetrokken; verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten; proceskostenvergoeding toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.18848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29027"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Somalië. De minister heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig mogen achten. De rechtbank acht de verklaringen van eiser waarom hij niet heeft gezien dat hij een vals Belgisch paspoort had niet aannemelijk. Eiser heeft zijn identiteit, nationaliteit en herkomst ook niet aannemelijk weten te maken met zijn antwoorden op de kennisvragen die de minister hem tijdens het gehoor heeft gesteld. De minister heeft de aanvullende antwoorden op de kennisvragen in de aanvullingen en correcties naar het oordeel van de rechtbank buiten beschouwing mogen laten. Op basis van vaste jurisprudentie dient een vreemdeling daar een goede verklaring voor te hebben. Eiser is daar niet in geslaagd. De rechtbank leidt ook geen omstandigheden af waardoor eiser tijdens het gehoor onvoldoende in staat was om antwoord op vragen te geven. Daarom heeft de minister eisers aanvraag mogen afwijzen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43457 en NL26.43458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.C. van der Roest</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13046"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident; eiser vordert een mededelingsverbod (28 Rv) en een mondelinge behandeling met gesloten deuren (27 Rv). Het mededelingsverbod wordt als onvoldoende gespecificeerd afgewezen; de beslissing over de andere vordering wordt aangehouden tot de mondelinge behandeling om te bezien of alsdan werkbare regieaspraken gemaakt kunnen worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/719136 / HA ZA 26-396</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29174</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29174</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29174"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, plakvovo, 8:83, derde lid Awb, vovo afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.31916</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13407"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden (met aftrek van voorarrest) wegens het voorhanden hebben van ongeveer 4 kilogram ketamine.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/173295-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Rigter, mr. S. Mac Donald, mr. N. Culafic</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29037"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT, rechterlijke beslistermijn opgeschort, beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.53634</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2431"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Voldoen met een parkeerapp. Indien de gemeente voldoening van parkeerbelasting met een parkeerapplicatie op de mobiele telefoon toestaat, dan dient zij ervoor zorg te dragen dat de correcte informatie wordt verstrekt over de geldende tarieven en parkeerzones. De parkeerder mag van de juistheid daarvan uitgaan. Op hem rust wel een onderzoeksplicht; de parkeerder dient na te gaan of de plek waarvoor hij het parkeren in de app aanmeldt overeenkomt met de plek waar hij daadwerkelijk parkeert. Doet hij dat niet en meldt hij het parkeren aan voor een parkeerzone die de parkeerapplicatie weliswaar voorstelt, maar die door een onnauwkeurigheid in de GPS-locatiebepaling van zijn mobiele telefoon niet de juiste is, dan dient dat voor zijn rekening te komen. Heeft de parkeerder door die fout te weinig parkeerbelasting voldaan, dan mag de heffingsambtenaar dat tekort naheffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1469</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6018"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over toetsingskader nieuwe jurisprudentie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/354 en 25/355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:9107</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9797</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9797</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9797"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB Ketland. Tussenuitspraak. Detentieomstandigheden in Liepāja.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-105253-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. O.P.M. Fruytier, mr. L. Baroud</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9796"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB Kroatie. Tussenuitspraak. Gelet op de omstandigheid dat er een verzetgarantie is gegeven, is de rechtbank van oordeel dat de verstrekte detentiegarantie onvoldoende zekerheid biedt dat de opgeëiste persoon niet in Zagreb Remand Center wordt geplaatst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-155100-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. O.P.M. Fruytier, mr. L. Baroud</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9521"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring bedreiging van en opruiing tegen politici en het aanzetten tot haat en discriminatie van mensen met een andere etnische achtergrond, asielzoekers en homoseksuelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-283311-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13408"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering verlenging TBS met dwangverpleging toegewezen, verlenging met 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/104512-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Rigter, mr. S. Mac Donald, mr. N. Culafic</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9643"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Objectvrijstelling. Uitleg overgangsregeling van artikel 33b Wet Vpb voor per 2012 nog openstaande bedragen aan in te halen buitenlandse verliezen. Voor het vervallen van de zogenoemde inhaalverplichting is (onder meer) vereist dat sprake is van een stakingsverlies in de zin van artikel 15i, tweede lid, Wet Vpb. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 25 _ 910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, M.E. Kiers, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9007"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Foutenleer kan niet worden toegepast ten aanzien van correcties wat betreft de volgens belanghebbende vermeende te hoge in rekening gebrachte en bijgeschreven rente op de aandeelhouderslening. Vertrouwensbeginsel niet geschonden. Aandeelhoudersvordering en pensioenvoorziening terecht op de balans.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 25 _ 2868</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, C. Huisman, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7918</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7918</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7918"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing VCM - 3 weken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450396 / FA RK 26-3671</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8812</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8812</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8812"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak na tussenuitspraak | Handhavingsverzoek inzake de recreatieve verhuur van drie woningen | Besinselplicht tot handhaving | Motiveringsgebrek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/914</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7272</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7272</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7272"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA-uitkering terecht ongewijzigd gelaten en geen IVA toegekend. Niet duurzame beperkingen. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/1542</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.C. Schuurman-Kleijberg</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8967</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8967</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8967"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">afwijzing aanvraag Wlz</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2259</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9001</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9001</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9001"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Weigeren omgevingsvergunning om in strijd met het bestemmingsplan tijdelijk arbeidsmigranten te huisvesten op een recreatiepark.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/8641</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7210</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7210</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7210"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Doorschuifregeling aanmerkelijk belang. Gemengd gebruik. Keuzevermogen voor de inkomstembelasting. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbenden aannemelijk hebben gemaakt dat een tot het vermogen van de vennootschap behorende onroerende zaak in gemengd gebruik is, en – ware sprake van een IB-onderneming – als keuzevermogen zou hebben te gelden. Gelet op de parlementaire geschiedenis bij de bedrijfsopvolgingsregeling voor de Successiewet en het standpunt van de kennisgroepen aanmerkelijk belang en Successiewet mag de onroerende zaak in dat geval ook voor de toepassing van de doorschuifregeling tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2053</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P. Vaatstra, L.L. van Benthem, W. Loof</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9224"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">ntb KOT bezwaar CWS</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2711</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9154"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot handhaving. Horeca-activiteiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28275</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28275</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28275"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Uniemerken. Verkoop namaak-Labubu’s aan verschillende filialen van supermarktketen Jumbo. Merkinbreuk sub a en b. Geen belang meer bij beoordeling merkinbreuk sub c en auteursrechtinbreuk. Vordering tot inzage in schikkingsovereenkomst met Jumbo afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696283</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.B.J. Hoefnagel</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9160</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9160</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9160"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet open overheid. Besluitvorming door de minister van Justitie en Veiligheid en de korpschef van Politie over het verzoek om openbaarmaking van documenten over totstandkoming en besluitvorming binnen de onderzoeken Dartmouth, 26Bismarck en 26Lemont en in relatie tot samenwerking binnen het Joint Investigation Team (JIT).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10791 en 23/10792</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9147"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NTB KOT</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2007</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9027"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever verleent werknemer ontslag op staande voet vanwege een poging om twee boxershorts van het inlenende bedrijf weg te nemen. De dringende reden voor het ontslag is niet komen vast te vast te staan. Werknemer heeft recht op vergoedingen. Werkgever stelt onvoldoende feiten en omstandigheden die het scenario van werknemer dat de boxershots van hem waren en hij die eerder op een sample sale heeft gekocht, weerleggen. De door werknemer aangevoerde en onweersproken omstandigheid dat hij geen toegang had tot kleding zonder verzegeling, biedt des te meer aanwijzing voor het scenario van werknemer dat de boxershorts van hem waren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12219817 AZ VERZ 26-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12907"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo; APV; sluiting drie maanden horeca- en seksinrichting; bevoegdheid burgemeester onvoldoende gemotiveerd; verzoek toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9000</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9000</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9000"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verhuurder vordert primair ontruiming. Huurder verzamelt heel veel spullen in en rond zijn huis (hoarding). De omgeving ondervindt hiervan overlast en inmiddels is er sprake van een muizenplaag. Verhuurder is van mening dat huurder daarom tekortschiet in onder andere zijn verplichting zich als goed huurder te gedragen. Inmiddels heeft de gemeente bestuursdwang toegepast en een deel van de spullen weggehaald. Gezien alle omstandigheden vindt de kantonrechter het onvoldoende waarschijnlijk dat in de lopende hoger beroepsprocedure de vorderingen onvoorwaardelijk zullen worden toegewezen. Daarom wijst de kantonrechter de subsidiaire vordering tot tijdelijke ontruiming met machtiging van de verhuurder om zelf de benodigde maatregelen te treffen toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12308568 \ VV EXPL 26-78</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8989</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8989</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8989"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft aan KozijnOplossingen.NL B.V. opdracht gegeven om kozijnen te leveren en te plaatsen. Bij het plaatsen van de kozijnen, heeft KozijnOplossingen.NL B.V. zonder toestemming van opdrachtgever de rolluiken, die op de kozijnen waren bevestigd, verwijderd en weggegooid. Opdrachtgever wil hiervoor een schadevergoeding. Daarnaast is hij van mening dat KozijnOplossingen.NL B.V. zich op meerdere punten niet aan de overeenkomst heeft gehouden. De regelrechter wijst een schadevergoeding voor de rolluiken toe, omdat sprake is van onrechtmatig handelen van KozijnOplossingen.NL B.V. De andere vorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12256772 \ RR FORM 26-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9490"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/452594 HA RK 26-195 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7075"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt veroordeeld voor openlijke geweldpleging tijdens ‘De Nacht van Brabant’ op 25 oktober 2025 in de Brabanthallen tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest. De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in de vordering aangezien de vorderingen zien op een feit waarvoor verdachte niet wordt vervolgd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-026181-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Flikkenschild, mr. A. van der Hilst, M.T.T. Slenter</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7076"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging (incident 1) en zware mishandeling (incident 2) tijdens ‘De Nacht van Brabant’ op 25 oktober 2025 in de Brabanthallen. Verdachte heeft het slachtoffer tijdens incident 2 een vuistslag tegen hoofd gegeven waardoor deze met zijn hoofd op een betonnen vloer is terechtgekomen en hierdoor zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het beroep op noodweer, noodweerexces en putatief noodweer wordt verworpen. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest. Ook moet verdachte de benadeelde partijen een schadevergoeding betalen van (in totaal) bijna 250.000 euro.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-025828-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Flikkenschild, mr. A. van der Hilst, M.T.T. Slenter</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27133"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststellen staatloosheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704153 / HA RK 26-270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.C. Olland</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28322"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/691554 / FA RK 25-6944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9184"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. In geschil is of de bedrijfsopvolgingsvrijstelling van toepassing is op de schenking van certificaten van vader aan zijn kinderen, waarbij eveneens in geschil is of sprake is van een onderneming op het niveau van de overgedragen BV en of is voldaan aan de voortzettingsvoorwaarden van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/4451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.C. van As, M.E. Kiers, J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28332"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Omgang en voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv. Op de zitting algehele overeenstemming over de omgang. Verzoek voorlopige voorzieningen ingetrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/701784 / FA RK 26-2774 en C/09/701785 / FA RK 26-2775</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4729"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende het verwijderen en verwijderd houden van een stacaravan en de opslag van hout in kratten op het perceel aan de [locatie 1] in Rijsbergen. Aan de [locatie 1] in Rijsbergen is een perceel gelegen dat wordt bewoond door [wederpartij]. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert" rust op het perceel de bestemming "Bos". [appellant] is bewoner van het perceel aan de [locatie 2] in Rijsbergen. Hij heeft een handhavingsverzoek gedaan vanwege de volgens hem met het bestemmingsplan strijdige aanwezigheid van een caravan en opslag van hout op het perceel [locatie 1]. Het college heeft op 2 november 2022 geconstateerd dat er een caravan stond op het perceel en dat vrijgekomen hout van de kap van bomen op het perceel werd opgeslagen in kratten en te koop werd aangeboden aan particulieren. Daarom heeft het college [wederpartij] op 17 januari 2023 een last onder dwangsom opgelegd wegens het aanwezig zijn van de caravan en het opslaan van hout in kratten op het perceel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504197/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7211"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Doorschuifregeling aanmerkelijk belang. Gemengd gebruik. Keuzevermogen voor de inkomstembelasting. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbenden aannemelijk hebben gemaakt dat een tot het vermogen van de vennootschap behorende onroerende zaak in gemengd gebruik is, en – ware sprake van een IB-onderneming – als keuzevermogen zou hebben te gelden. Gelet op de parlementaire geschiedenis bij de bedrijfsopvolgingsregeling voor de Successiewet en het standpunt van de kennisgroepen aanmerkelijk belang en Successiewet mag de onroerende zaak in dat geval ook voor de toepassing van de doorschuifregeling tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2055</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P. Vaatstra, L.L. van Benthem, W. Loof</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7240"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV TOZO toerekenen aan belanghebbende. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 7884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.F. Kossen</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4214"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen gelet op de gestelde belangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26-2560</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7275</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7275</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7275"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet. Niet betalen griffierecht. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/438 v</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. Loof</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28321"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen. Toevertrouwing, zorgregeling, uitsluitend gebruik, kinderalimentatie. De vrouw heeft beschuldigingen geuit van seksueel misbruik door de man en de vader van de man. Politieonderzoek is nog niet afgerond. Raadsonderzoek gelast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706470 / FA RK 26-5588</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:7045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:7045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:7045"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Warenwet. Boete van € 525,- en last onder dwangsom vanwege het niet hebben van een geldig certificaat van goedkeuring voor een speeltoestel (schommeltoestel combinatie met zogeheten nestschommel). Niet in geschil is dat eiseres beschikt over een geldig certificaat van goedkeuring voor de speeltoestellen uit de series P, Q en S. Ook is niet in geschil dat de nestschommel een geldig certificaat van goedkeuring of een daarmee gelijkgesteld certificaat heeft. Het verschil van mening tussen partijen zit onder meer in de vraag of eiseres ook ten aanzien van de combinatie beschikt over een geldig certificaat van goedkeuring dan wel over een daarmee gelijkgesteld certificaat. De ratio van die eis is volgens de staatssecretaris gelegen in de afwijkende eigenschappen van de combinatie, onder meer het gewicht van de schommel, de totale belasting en de bodemvrijheid. Bij zo’n keuring worden de specifieke gevaren die uit de samenbouw voortvloeien bepaald. De rechtbank is van oordeel dat met de certificaten S 60102457 en S 60138925 in combinatie met de aan die certificaten ten grondslag liggende testrapporten wordt voldaan aan eerdergenoemde ratio, zoals die ook is weergegeven in besluit nummer 37 van de AKI-besluitenlijst waar de staatssecretaris zich op baseert. Ook moet worden aangenomen dat beide certificaten zijn afgegeven door een daartoe bevoegde instantie. Nu de staatssecretaris heeft erkend dat een met een certificaat van goedkeuring gelijkgesteld certificaat vormvrij is, concludeert de rechtbank dat hier sprake is van met een certificaat van goedkeuring gelijkgestelde certificaten die bovendien zien op de combinatie. Dit betekent dat van een overtreding van artikel 3a gelezen in verbinding met artikel 14a van het Was geen sprake is. De staatssecretaris was daarom niet bevoegd om aan eiseres een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom op te leggen. De beroepen zijn alleen al om deze reden gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 23/1244 en ROT 24/2699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. Goossens</contributor><issued>2025-06-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29184"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57391, NL26.57393, NL26.58042 en NL26.58043</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13409"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich twee keer naar aanleiding van een woordenwisseling fysiek agressief gedragen richting vrouwen. Vrijspraak zware mishandeling. Bewezenverklaring mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge. Bewezenverklaring mishandeling. Oplegging gevangenisstraf van twee maanden met aftrek. Toewijzing vordering tenuitvoerlegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/373088-24 (A); 15/058591-24 (tul); 15/102106-24 (B) (ttz gev.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Jongkind, mr. A. Talmricht, mr. S.J. Riem</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29186"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMBV Terugname Frankrijk - 4 Handvest – motiveringsvereiste. De rechtbank beoordeelt de beroepsgronden, maar controleert ook of verweerder alvorens het terugkeerbesluit vast te stellen méér heeft gedaan dan te verwijzen naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de Afdeling. Of in het geval van eiser ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwen kan worden uitgegaan is de inzet van deze concrete procedure. Verweerder moet dus meer motiveren dan dat dit beginsel het uitgangspunt van elke procedure is. Verweerder heeft ten onrechte naar een niet-actuele en niet-inhoudelijk gemotiveerde uitspraak op een hoger beroep van een niet-gemotiveerde rechtbankuitspraak van de Afdeling verwezen. Verweerder heeft in het besluit bovendien geen enkele individuele omstandigheid van eiser benoemd behalve zijn naam, geboortedatum en nationaliteit. De rechtbank overweegt dat de terugnameprocedure zoals die is neergelegd in Verordening 2024/1351, met minimale waarborgen voor eiser is omkleed en slechts minimale verplichtingen voor verweerder kent. Dit laat onverlet dat verweerder gebonden is aan algemene bestuursrechtelijke beginselen. Verweerder dient namelijk ook indien de grondslag van zijn besluit gelegen is in het Unierecht, zijn besluit ‘gewoon’ zorgvuldig voor te bereiden en ‘gewoon’ deugdelijk te motiveren zoals de Awb daartoe verplicht. De rechtbank heeft de indruk dat de overdrachtsbesluiten zoals deze nu worden vastgesteld, in wezen de standaardvoornemens zoals die voorheen werden genomen voor 12 juni 2026 zijn, maar nu als titel ‘besluit’ hebben gekregen. De rechtbank is verplicht en in staat om zelf een actuele refoulementbeoordeling te verrichten en om daarbij de beroepsgronden te beoordelen. De rechtbank gaat daartoe echter thans niet over omdat verweerder eerst een fatsoenlijk overdrachtsbesluit moet nemen waarin aan eiser wordt uitgelegd waarom hij eiser aan Frankijk wil overdragen en waarom hij daartoe, volgens verweerder, bevoegd is. Beroep gegrond, PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51271</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29187"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV vovo - Italië - vovo toegewezen in afwachting van MK uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41291</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7278</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7278</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7278"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag WIA. Het beroep is ongegrond. Het medisch onderzoek is zorgvuldig verricht en de belastbaarheid van eiseres is juist vastgesteld. Het rapport van de door eiseres ingeschakelde verzekeringsarts geeft geen aanleiding om aan de medische beoordeling door de (verzekings)artsen van het UWV te twijfelen. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De geduide functies zijn, uitgaande van de vastgestelde belastbaarheid geschikt. Dit wordt ook bevestigd door de door eiseres ingeschakelde arbeidsdeskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/885</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.C. Schuurman-Kleijberg</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11603"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Jaarafrekeningen en termijnbedragen. Niet geheel voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Sanctie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11921858 \ CV EXPL 25-6966</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7324"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning. Geen rechtstreeks belang. Vestigingsintentie op naastgelegen perceel is toekomstige onzekere gebeurtenis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/5092</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9532</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9532</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9532"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-126864-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Tempel, mr. R. Combee, mr. H. Faouzi</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9533"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging tbs</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-800405-13</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Tempel, mr. R. Combee, mr. H. Faouzi</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9534"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-218746-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Tempel, mr. R. Combee, mr. H. Faouzi</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9790"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Procesafspraken. Veroordeling voor benadelen van schuldeisers van een rechtspersoon voor intreding van faillissement en feitelijke leidinggeven aan het opzettelijk niet doen van belastingaangiften. Veroordeling tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk en 360 uren taakstraf en ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor 3 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 81/221434-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H.E. van der Pol, mr. M.R.J. van Wel, mr. G.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9789</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9789</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9789"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot 5 maanden gevangenisstraf voor het feitelijke leidinggeven aan het onjuist doen van aangiften omzetbelasting door een onderneming, het gebruikmaken van valse geschriften (aanvragen coronasubsidie) en witwassen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 81/062940-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H.E. van der Pol, mr. M.R.J. van Wel, mr. G.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28339"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding geregistreerd partnerschap. Hoofdverblijf, zorgregeling, kinderalimentatie. Voortgezet gebruik woning. Verdeling gemeenschap - beroep op art. 3:194 BW slaagt. Overige vorderingen t.a.v. kosten afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/680072 / FA RK 25-1018</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2805"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor twee verkrachtingen. De verklaringen van de aangeefsters zijn betrouwbaar en vinden voldoende steun in ander bewijs. Het hof gebruikt schakelbewijs, te weten de twee onderhavige feiten en een andere, onherroepelijke zaak betreffende een verkrachting. Deze drie zaken komen op essentiële punten overeen (de verdachte legt op sociale media contact met een jonge vrouw door een valse naam of identiteit aan te nemen; de verdachte spreekt met de jonge vrouw af voor een rondleiding, dan wel om een rondje te lopen en te praten, in ruil voor een toegezegd geldbedrag van honderden euro’s; de ontmoeting vindt plaats op een door de verdachte voorgestelde plek; de verdachte neemt de vrouw van die plek mee naar een afgelegen plaats, alwaar de verkrachting plaatsvindt). Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden, een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) en een contactverbod met de aangeefsters. Vorderingen van de benadeelden partijen worden geheel toegewezen. Verzoek van een benadeelde partij om een hogere schadevergoedingsmaatregel op te leggen wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001317-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:3531</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:3531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:3531"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 46-jarige man is veroordeeld tot 4 jaar en 6 maanden gevangenisstraf en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) omdat hij in Amsterdam twee jonge vrouwen verkrachtte, de ene in januari 2023, de andere in januari 2022.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/030440-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-06-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2805</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2434</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2434</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2434"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Voldoen met een parkeerapp. Indien de gemeente voldoening van parkeerbelasting met een parkeerapplicatie op de mobiele telefoon toestaat, dan dient zij ervoor zorg te dragen dat de correcte informatie wordt verstrekt over de geldende tarieven en parkeerzones. De parkeerder mag van de juistheid daarvan uitgaan. Op hem rust wel een onderzoeksplicht; de parkeerder dient na te gaan of de plek waarvoor hij het parkeren in de app aanmeldt overeenkomt met de plek waar hij daadwerkelijk parkeert. Doet hij dat niet en meldt hij het parkeren aan voor een parkeerzone die de parkeerapplicatie weliswaar voorstelt, maar die door een onnauwkeurigheid in de GPS-locatiebepaling van zijn mobiele telefoon niet de juiste is, dan dient dat voor zijn rekening te komen. Heeft de parkeerder door die fout te weinig parkeerbelasting voldaan, dan mag de heffingsambtenaar dat tekort naheffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: kenmerk 25/1483</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4125</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4125</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4125"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">AOW vovo. Inhouding op AOW-pensioen. De Svb heeft ter zitting toegezegd de invordering op te schorten. Verzoek afgewezen, wel vergoeding proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/2909</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4127"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 40 PW, vovo. Het college heeft de bijstandsuitkering beëindigd na de woningsluiting van verzoekster. Het hoofdverblijf van verzoekster was niet langer in de gemeente. Het verzoek wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3030</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9791"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Oplegging maatregel ISD voor 2 jaar. Veroordeling voor diefstallen en lokaalvredebreuk. (Gedeeltelijke) toewijzing vorderingen benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/180788-26 (zaak A); 13/068767-26 (zaak B); 13/160931-26 (zaak C) en 13/177594-26 (zaak D)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H.E. van der Pol, mr. M.A.E. Somsen, mr. G.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28367</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28367</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28367"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709897 / JE RK 26-1337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:14157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:14157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:14157"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Partneralimentatie. Geen sprake van wijziging op grond van onjuiste of onvolledige gegevens zoals bedoeld in 1:401 lid 4 BW. Wel sprake van gewijzigde omstandigheden. Herberekening van de partneralimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/663128 / FA RK 23-5588</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29197"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Spoed voorlopige voorziening hangende bezwaar artikel 64 Vw. Verzoeker heeft niet gemotiveerd betwist dat geen medische noodsituatie dreigt en heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat getwijfeld moet worden aan de conclusies van het BMA. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44212</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7331"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM; artikel 10 Wet BPM; afschrijving; beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.J. Zippelius</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5874"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Inkomen uit sparen en beleggen. Rechtsherstel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/893</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8512"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2018. Inkomsten uit Amerikaanse LLC's. Vanwege nader standpunt verweerder in beroep verschillen partijen niet langer van mening over hoogte aanslag. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 1944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker, M.E. Kiers, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6020"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Verzuimboete wegens niet tijdig doen van aangifte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1751</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1580"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overschrijding van de redelijke termijn; vergoeding immateriële schade door Hof gematigd van € 500 naar € 50; verwijzing in hofuitspraak naar ECLI:NL:HR:2024:853.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3363</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1591"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/02367, ECLI:NL:HR:2026:1483</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02368</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1092</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1582"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Fomeel recht. Unierecht. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1152</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6019"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kansspelbelasting. Nederlandse kansspelbelasting over in Duitsland gewonnen geldprijs. Geen belemmering vrijedienstenverkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1674</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1587"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2424</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1589"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3594</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7271"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Zorgkosten. De kosten zijn niet aannemelijk gemaakt en zijn niet hoger dan het drempelbedrag. Ook is het vertrouwensbeginsel niet geschonden. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2529</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2436"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Vier objecten. Bevestiging rechtbank. Vergelijkingsmethode en transacties tussen familieleden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3827 tot en met 24/3830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6754</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6754</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6754"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verklaart het preliminaire verweer ongegrond en spreekt de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank kan namelijk, bij gebrek aan overtuigend steunbewijs, niet buiten redelijke twijfel vaststellen wat er is gebeurd in de kelderbox. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.366712.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.R.H. Koekoek, mr. N.P.J. Janssens, mr. T.M. Sanders</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6757"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verklaart het preliminaire verweer ongegrond en spreekt de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank kan namelijk, bij gebrek aan overtuigend steunbewijs, niet buiten redelijke twijfel vaststellen wat er is gebeurd in de kelderbox. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.366733.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.R.H. Koekoek, mr. N.P.J. Janssens, mr. T.M. Sanders</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:22170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:22170"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Civiel recht, kort geding, verbintenissenrecht Kort geding. Procedure over de vraag of Zilveren Kruis c.s. gehouden is machtigingsaanvragen voor klinische verslavingszorgbehandelingen (in het buitenland) door een buitenlandse zorginstelling (Zuid-Afrika) in behandeling te nemen. Volgt toewijzing van het gevorderde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/702088 / FA RK 26-2940</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.L.M. Luiten</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29194"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Civiel recht, kort geding, verbintenissenrecht Kort geding. Procedure over de vraag of Zilveren Kruis c.s. gehouden is machtigingsaanvragen voor klinische verslavingszorgbehandelingen (in het buitenland) door tussenkomst van een Nederlandse zorginstelling in behandeling te nemen. Volgt toewijzing van het gevorderde</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 711632</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.L.M. Luiten</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2135"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 16, onderdeel c, art. 17 Wet WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/979</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13115"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering tot opheffen van beslag op een woning in verband met de overdracht daarvan. Toewijzing. Gedaagde heeft geen rechtens te respecteren belang bij handhaving van het beslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725616 / KG ZA 26-919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2437</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2437</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2437"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Niet-woningen en woning. Niet-ontvankelijk na niet betalen griffierecht in beroep na splitsing zaken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3238 tot en met 24/3246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2816"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Oplichting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000369-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29007"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14033</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29008</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29008</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29008"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond – samenhang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14012, NL26.14018 en NL26.14020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29009</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29009</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29009"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">regulier – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.13575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29011"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.13584</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29012"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">n-o – griffierecht – vovo.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.46281</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29013"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag verblijfsdocument EU/EER, artikel 20 VWEU, geen zeer bijzondere afhankelijkheidsrelatie zoals bedoeld in arrest K.A., geen onderbouwing met objectief verifieerbare informatie, bijzondere positie Surinamers die hun Nederlandse nationaliteit onvrijwillig zijn kwijtgeraakt, hoorplicht in bezwaar, SIS-signalering, terugkeerbesluit, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.16069</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29015</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29015</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29015"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Plakvovo bij NL25.16069.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.16070</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29016</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29016</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29016"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt – asiel – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14073</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29017"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt – asiel – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14105</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29018"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt – asiel – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14147</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29020"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt – asiel – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29025</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29025</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29025"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">pkv - toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14141</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29028</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29028</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29028"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.19093</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29030</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29030</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29030"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.19092</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29033"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14551</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29035"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14548</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29026</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29026</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29026"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt, asiel, gegrond, samenhang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21386, NL26.21387 en NL26.21389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29036"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14493</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29039"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29040</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29040</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29040"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29044"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond – samenhang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14799, NL26.14802, NL26.14803 en NL26.14804</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29046"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14500</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29047</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29047</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29047"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14524</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29048"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14728</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29049"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, uitspraak op beroep, vovo afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42048</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29051</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29051</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29051"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Terugkeerbesluit en inreisverbod, buiten zitting, verblijfsrecht in Spanje, redenen van openbare orde, niet betwist, strafonderbreking, niet onderbouwd, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42047</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29052</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29052</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29052"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV Frankrijk, buiten zitting, overname, medische klachten, discretionaire bevoegdheid, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49165</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29056"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, uitspraak op beroep, vovo afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29059"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.19096</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29060</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29060</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29060"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.19147</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29061</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29061</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29061"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.19155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29062</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29062</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29062"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21545</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29063"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">opvolgende bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21522</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29065"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14319</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9739"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WAMCA. Eerste fase en ontvankelijkheid bij de burgerlijke rechter. Ontvankelijkheid van individuele eisers naast de WAMCA-vordering van Amnesty. Algeheel demonstratieverbod in Amsterdam op grond van de “Noodverordening Ongeregeldheden 7 en 8 november” en de “Noodverordening Ongeregeldheden 10 november”. De eisende partijen vorderen een verklaring voor recht dat de gemeente Amsterdam onrechtmatig heeft gehandeld en een verbod om voor meerdere dagen een algeheel demonstratieverbod uit te vaardigen voor alle demonstraties in de gehele stad, behalve in een algemene noodtoestand en binnen de strikte vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit. De rechtbank verklaart de eisende partijen ontvankelijk in hun vorderingen bij de burgerlijke rechter. Het demonstratieverbod in de noodverordeningen gold rechtstreeks voor iedereen in Amsterdam en kwam niet eerst tot toepassing door een besluit dat voor bezwaar en beroep vatbaar was. Bij de bestuursrechter staat geen beroep open tegen een besluit inhoudende een algemeen verbindend voorschrift. Het is niet nodig dat Amnesty de belangen en groep van personen waarvoor zij opkomt nader concretiseert, want het demonstratierecht komt een ieder toe. Amnesty heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van individuele vorderingen. De individuele eisers hebben gelijkluidende, maar eigen vorderingen ingesteld. Zij zijn géén partij in de collectieve procedure van Amnesty en beogen dat ook niet. Zij hebben een eigen belang, dat mede bestaat uit de mogelijkheid desgewenst hun eigen processtrategie te bepalen. Zij treden naast elkaar op en de rechtsvorderingen behouden hun materiële en processuele zelfstandigheid. Het procesrecht verbiedt dat niet, ook niet in een procedure waarin een collectieve vordering wordt ingesteld. De rechtbank geeft geen toepassing aan de voorschriften om te beoordelen wat de collectieve vordering inhoudt, voor welke nauw omschreven groep personen deze is ingesteld en de zogenoemde opt-out-mogelijkheid. Deze voorschriften zijn niet toegesneden op een collectieve procedure die beoogt de onrechtmatigheid van een algemeen verbindend voorschrift vast te stellen. Evenmin wijst de rechtbank een exclusieve belangenbehartiger aan. Wel stelt zij een termijn voor het beproeven van een overeenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/774736</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29185"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Jemen. Geloofwaardigheidsbeoordeling. 15c-beoordeling. De minister mag uitgaan van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in Al Hudayda. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.53708</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29202"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing asiel Syrië. Geen procesbelang. In beroep met onbekende bestemming vertrokken. Geen contact met gemachtigde. Beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27633</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Sibma</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url></urlset>
