﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:2411</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2411</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:2411"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet. Het hof geeft de werkgever een bewijsopdracht met betrekking tot de aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.005/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2025-12-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:15406</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:15406</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:15406</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:15406"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">arbeidsrecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11208956 \ RP VERZ  24-50414 en 11275829 \ RP VERZ 24-50473</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N.F.H. van Eijk</contributor><issued>2024-10-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2411</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:11692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:11692"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil tussen een energiebedrijf en een leverancier over de vraag of de prijs voor de stroom is vastgezet ('geklikt').</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/677877 / HA ZA 24-348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Doorduijn, mr. W.A.M. Schellekens, mr. J.C. Oord</contributor><issued>2024-12-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:13643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:13643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:13643"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burenrecht. Artikel 5:57 BW (noodweg). Eiser heeft op grond van een aan haar verleende, nog niet onherroepelijke omgevingsvergunning parkeerplaatsen op haar perceel gerealiseerd, die vooralsnog niet voor auto's bereikbaar zijn. Eiser vordert dat de recthbank op grond van artikel 5:57 BW een noodweg zal aanwijzen over de bestaande uitrit van het naastgelegen parkeerterrein van gedaagden. Vorderingen afgewezen, omdat geen sprake is van een ingesloten erf en het perceel van eiser behoorlijk kan worden geëxploiteerd confrom bestemming en aard van het perceel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/636624 / HA ZA 22-868</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Boogers</contributor><issued>2024-01-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2097</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2097</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2097"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Medische aansprakelijkheidszaak. Ziekenhuis heeft onrustige patiënt met pols- en enkelbanden op bed gefixeerd. Patiënt wijt latere klachten aan onderbenen aan deze fixatie. Ziekenhuis heeft voldaan aan verzwaarde motiveringsplicht. Geen tekortkoming in de nakoming van de geneeskundige behandelovereenkomst bij de zorgverlening, de dossierplicht of het informed consent.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.349.967_02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.A.W. Vermeulen, B.E.L.J.C. Verbunt, C.M.E. Lagarde</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6864</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6864"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Letselschadezaak. Gebrek causaal verband.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/418994 / HA ZA 24-81 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. van 't Nedereind</contributor><issued>2024-10-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2097</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:12101</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12101</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:12101"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor de mishandeling van een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige. Gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een taakstraf van 120 uur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-025414-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Bade, mr. A. Boer, mr. L. den Teuling</contributor><issued>2025-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2517</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2517</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2517</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2517"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mishandeling van een aan de zorg van verdachte toevertrouwd kind, meermalen gepleegd. Verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht op basis van de rapportages. Oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren met bijzondere voorwaarden, in combinatie met een taakstraf van 120 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003037-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:12101</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:2118</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:2118</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:2118"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring voorhanden hebben van een vuurwapen, categorie III, onder 1 van de WWM. Vrijspraak van de overige tenlastegelegde (automatische) vuurwapens nu niet is komen vast te staan wat voor wapens dit zijn. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-125511-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.C. Berg, B.J. van de Griend, G. Kuijper</contributor><issued>2025-02-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2518</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2518</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2518</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2518"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het oordeel dat het aangetroffen voorwerp een omgebouwd gas-/alarmpistool en daarmee een vuurwapen is, vindt grondslag in de verklaring van de verdachte en niet in de eerste plaats in het proces-verbaal van bevindingen van de WWM-deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000685-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:2118</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2465"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Statutaire aanbiedingsregeling binnen een 50%/50%-joint-venture is onder meer van toepassing bij wijziging van 'enige zeggenschap' bij een van joint venture-partners ('Aandeelhouder-rechtspersoon'). Is deze in dit geval geactiveerd door vervreemding van aandelen op indirect niveau, terwijl naar zeggen van de verkrijger de zeggenschap bij de vervreemder is verbleven? Hof, anders dan de voorzieningrechter: ja.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.107/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><issued>2026-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:3931</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6843"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheidingsbeschikking met internationale aspecten (Syrië). zorgregeling nader geconcretiseerd om onduidelijkheden en discussies tussen de ouders te voorkomen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/339154 / FA RK 25-362</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2686</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2686</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2686"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Is tussen partijen een afspraak gemaakt over de verdeling van de overwaarde van de woning?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.347.543_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J. van Laarhoven, P.P.M. van Reijsen, A.J.F. Manders</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1647</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1647</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1647"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte is partieel vrijgesproken van het rijden met een snelheid van 141 km/h, maar wordt veroordeeld voor het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 30 km/h.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000718-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): O.A.J.M. Lavrijssen, N. van der Laan, A.J. Henzen</contributor><issued>2026-07-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) 62</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1669"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte is veroordeeld ter zake van ‘verduistering’, ‘overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ en ‘overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994’.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001804-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): O.A.J.M. Lavrijssen, N. van der Laan, A.J. Henzen</contributor><issued>2026-07-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 321</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wegenverkeerswet 1994 107</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wegenverkeerswet 1994 163</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21788"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, overplaatsingsbesluit COa, verzoek toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/8071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1873</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1873</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1873"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, onder aanvulling en verbetering van de gronden waarop dit berust. De verdachte is ter zake van ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 1), ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 2), ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 3), en ‘witwassen’ (feit 4) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001440-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21776"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, geschil over huurregime dat moet worden toegepast op middenhuurwoningen in nieuwbouwproject.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 702041</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21751</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21751</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21751"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, vordering tot ontruiming huurwoning afgewezen, geen zwaarwegend belang bij onmiddellijke ontruiming voortuitlopend op beslissing in het hoger beroep tegen het niet uitvoerbaar bij voorraad verlaarde vonnis waarin de huurovereenkomst is beëindigd en de ontruiming is bevolen, geen misbruik van recht huurder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 702206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21752</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21752</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21752"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding, medewerking overdracht aandeel in gezamenlijke woning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 700834</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21689</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21689</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21689"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser niet in zijn bewijslast geslaagd. De minister wijst er terecht op dat de door eiser aangehaalde artikelen over de samenwerking tussen Angola en Portugal geen betrekking hebben op de asielprocedure en opvangsituatie in Portugal en evenmin zien op de persoonlijke situatie van eiser. Bovendien hebben de Portugese autoriteiten met het claimakkoord van 6 februari 2026 gegarandeerd dat zij de asielaanvraag van eiser in behandeling zullen nemen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Het ligt op de weg van eiser om zich bij eventuele tekortkomingen te wenden tot de Portugese autoriteiten. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.20044 en NL26.20045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21690"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a Vw. Zicht op uitzetting naar Marokko. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de vreemdelingenbewaring niet langer evenredig is. Eiser heeft met de overgelegde nieuwe stukken en aangevoerde argumenten niet onderbouwd dat de kans dat hij een verblijfsvergunning krijgt in Spanje zodanig groot is dat het niet anders kan dan dat zijn aanvraag zal worden ingewilligd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41851</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21691</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21691</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21691"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asielgrensprocedure. Eiseres is op een echt bevonden Keniaans paspoort Nederland ingereisd, maar zij stelt de Somalische nationaliteit te hebben en minderjarig te zijn. Verweerder heeft in strijd met de Procedureverordening en Screeningsverordening gehandeld door geen multidisciplinair leeftijdsonderzoek te verrichten nu er twijfel was over haar meerderjarigheid. Daarnaast heeft eiseres oprechte inspanning verricht om aan te tonen dat het Keniaanse paspoort frauduleus is verkregen. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38988 en NL26.38989</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21759</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21759</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21759"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding, opheffing conservatoire derdenbeslagen ivm schendng artikel 21 Rv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 704041</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Vetter</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2169"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV 2019. Art. 4.12, aanhef en onderdeel a, Wet IB 2001 en art. 4.13, aanhef en onderdeel b, Wet IB 2001. Verkapte uitdeling door holding vennootschap terecht belast als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang bij belanghebbende. Voorwaarden voor een onbelaste uitkering op grond van artikel 4.13, aanhef en letter b, Wet IB 2001 niet vervuld, ook niet als gevolg van ‘herstelacties’ in 2023. Beroep op dwaling afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21760</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21760</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21760"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, vordering tot verwijdering persoonsgegevens uit het EVR, het IVR en alle overige schaderegisters en tot ongedaanmaking melding bij het fraudeloket van het CBV afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 703753</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21766"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, nakoming overeenkomst tot leverng MVNE-diensten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 707721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.L.M. Luiten</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20245"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Tekortkomingen in de informatieverplichting, Onduidelijkheid over de inspanningsverplichting en de afdrachtverplichting. Zonder opgave van redenen niet verschenen op zitting. Eerder gemaakte afspraken zijn niet nagekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: R.09/26/1023</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. Hagendoorn</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2896"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze procedure wordt schadevergoeding gevorderd op grond van artikel 3:70 BW. De pseudo-gevolmachtigde voert als verweer dat hij geen schadevergoeding hoeft te betalen omdat zowel de wederpartij wist of behoorde te weten dat een toereikende volmacht aan zijn zijde ontbrak. Dit verweer slaagt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.344.794_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W.P.M. van der Velden, K.J.H. Hoofs, E.H. Schulten</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 70</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:7365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:7365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:7365"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Gepubliceerd op verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 20/5395</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.W. van de Sande</contributor><issued>2024-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20248"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Tekortkomingen in de informatie- en sollicitatieverplichting. Eerder gemaakte afspraken zijn niet nagekomen. Geen aanleiding te veronderstellen dat deze verplichtingen in een vervolgde schuldsaneringsregelnig wel zullen (kunnen) worden nagekomen, al dan niet met behulp van derden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: R.09/25/1031</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. Hagendoorn</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8948"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek ontbinding arbeidsovk toegewezen; wg moet transitievergoeding en billijke vergoeding betalen; ernstig verwijtbaar handelen wg; benadeling wn door sluiten twee vso's waardoor wettelijke bedenktijd wordt omzeild</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12215730 VZ VERZ 26-2279</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.W. Langeler</contributor><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:3032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:3032"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; bron van inkomen; normaal vermogensbeheer; box 3; werkelijk rendement; beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24_7306</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P. Vaatstra, J.A.L. Heldens, M.F. Kossen</contributor><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17073</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17073</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17073"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting, Zorgverzekeringswet. Eiser en zijn compagnon verrichten activiteiten/werkzaamheden ter zake van diverse panden om deze daarna te gaan verhuren. De verhuur vindt plaats in box 3. In geschil is of de activiteiten/werkzaamheden ter zake van de panden/projecten kwalificeren als ‘meer dan normaal vermogensbeheer’. Naar het oordeel van de rechtbank is dat voor vier panden/projecten het geval, zodat ten aanzien van die panden/projecten terecht box 1-inkomen in aanmerking is genomen. Voor de overige panden/projecten geldt dat niet; die zijn enkel belast in box 3. Er is geen sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast, omdat onvoldoende vast staat dat bewust onjuist aangifte is gedaan. Er is geen sprake van een schending van het gelijkheidsbeginsel of enig ander beginsel van behoorlijk bestuur. (Beroepen deels gegrond.)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/4785 , SGR 24/4788, SGR 24/4791, SGR 24/4792, SGR 24/4794</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema, E.J.W. Heithuis, K.G. Scholten</contributor><issued>2026-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1766"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting; toepassing margeregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/741 en 25/742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1783"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Toepassing 30%-regeling terecht afgewezen. Hoger beroep van de inspecteur gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/794</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3198"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Verlaagde tarief.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1231</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:1526</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:4931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:4931"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek 30%-regeling, ingekomen werknemer, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-06-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:1889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:1889"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige aanslag zuiveringsheffing. Bewijslastverdeling. Aansluiting leegstaande bedrijfsruimte op het riool en het waternet. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Vergoeding van immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/416</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:9392</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:12696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:12696"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Schenkbelasting, kwijtschelding lening van ouders voor aanschaf eigen woning, art. 33, onder 5, sub c, Successiewet 1956, de eenmalig verhoogde vrijstelling ten behoeve van de eigen woning. De verhoogde vrijstelling is niet van toepassing omdat de lening niet kwalificeert als een eigenwoningschuld in de zin van artikel 3.119a van de Wet IB 2001. Het beroep op het vertrowuensbeginsel treft geen doel; er is niet het in rechte te beschermen vertrouwen gewekt dat de vrijstelling wel van toepassing is. (Beroep ongegrond.)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/8911</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. Sahebali</contributor><issued>2026-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:723"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 26 juni 2026 inzake: 25/04555 ECLI:NL:PHR:2026:641 , 25/04557 ECLI:NL:PHR:2026:642 , 25/04559 ECLI:NL:PHR:2026:643 , 25/04560 ECLI:NL:PHR:2026:644 , 25/04561 ECLI:NL:PHR:2026:645 , 25/04563 ECLI:NL:PHR:2026:646 , 25/04566 ECLI:NL:PHR:2026:647 en 25/04685 ECLI:NL:PHR:2026:648</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Bijlage 25/04555</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04557</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04559</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04560</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04561</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04563</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04566</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04685</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:2360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:2360"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak speelt de vraag of de fiscaal adviseur en de notaris aansprakelijk jegens eiseres zijn. Eiseres stelt dat zij haar erop hadden moeten wijzen dat omzetbelasting verschuldigd was in plaats van overdrachtsbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/432836 / HA ZA 25-143 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-04-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1288"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 2.17, lid 4, Wet IB 2001; navorderingsaanslag, wijziging onderlinge verdeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01208</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:1090</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:1134</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:1185</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:650"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 228a Gemeentewet; art. 3 Verordening rioolheffing 2023 gemeente Heerlen. Gebruikersdeel rioolheffing verschuldigd ter zake van leegstaand kantoorpand? Voor de uitleg van het begrip ‘gebruiken’ aansluiten bij de uitleg van dat begrip voor de onroerendezaakbelasting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01981</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5070</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5070</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5070"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Buitenlands vermogen. Inkeermelding. Navorderingsaanslagen tijdig en voldoende voortvarend opgelegd. Schending Unierechtelijk verdedigingsbeginsel blijft zonder gevolgen. Het op het moment van doen van aangifte op de hoogte zijn van het bestaan van een in het buitenland door haar echtgenoot aangehouden bankrekening in het betreffende aangiftejaar rechtvaardigt in casu opzetvergrijpboetes bij belanghebbende wanneer, zoals hier, het gehele buitenlands vermogen aan belanghebbende wordt toegerekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/7898 tot en met 24/7901, 24/7903 en 24/7904</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.J. Tikken, L.L. van Benthem, A.C. Smale</contributor><issued>2026-07-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1361"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende woont in Duitsland en was werkzaam als priester in Nederland. Hij ontvangt een arbeidsongeschiktheidspensioen en later een ouderdomspensioen. Beide pensioenen zijn belast in Nederland op grond van artikel 17 van het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland. Het feit dat Duitsland evenzeer deze inkomsten belast, betekent niet dat Nederland zijn heffingsrecht moet prijsgeven. Nederland hoeft ook geen verrekening van in Duitsland verschuldigde belasting te verlenen. Indien Duitsland een andere kwalificatie aan deze inkomsten geeft dan Nederland kan belanghebbende een verzoek doen om een onderlinge overlegprocedure te starten. Het hof oordeelt ook dat geen sprake is van schending van enig beginsel van behoorlijk bestuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1615 en 24/1616</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, J.C.E. Ackermans-Wijn, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-06-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6422</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:2628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:2628"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM teruggaaf bij export naar niet EU/EER land 'via' Duitsland. Geen fraus legis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB23_3965</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-05-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1362</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1362</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1362"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende verzoekt om materiële en immateriële schadevergoeding wegens vertraagde teruggaaf omzetbelasting tweede kwartaal 2021. Het hof wijst het verzoek af omdat belanghebbende niet is geslaagd in de op haar rustende bewijslast om de schade te specificeren en zij bovendien niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van schade die toegerekend kan worden aan de inspecteur. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1849</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, C.W.M.M. Verkoijen, J Rietveld</contributor><issued>2026-06-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7320</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1289"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 40, lid 2, Wet WOZ; art. 6:22 Awb; vergoeding griffierecht en proceskostenvergoeding; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2025:106 en ECLI:NL:HR:2025:1823</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02999</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4135</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:648</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:648</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:648"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:723 Fagoed-arrest, erfpacht, goed koopmansgebruik</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04685</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:28003</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:28003</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:28003"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Toepassing Wet rechtsherstel box 3. Eiser stelt dat het box 3-inkomen wordt bepaald op de voet van de voor hem meest gunstige van een van twee methodes. Dat aan eiser de huurtoeslag over 2022 is ontzegd, komt volgens hem doordat niet de voor hem meest gunstige van beide methoden is toegepast. Dat in 2021 wel maar in 2022 geen recht op huurtoeslag bestond, kan in ieder geval niet worden verklaard door de Wet rechtsherstel en/of de manier waarop verweerder die heeft toegepast, maar naar de overtuiging van de rechtbank is veroorzaakt doordat zijn vermogen in de loop van 2021 is toegenomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 8337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J. Pelinck</contributor><issued>2026-06-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:4179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:4179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:4179"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingswet 1990. Kwijtschelding aanslag IB/PVV. Toeslagenouder. Geen kwijtschelding van de aanslag. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24_8993</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.L. van Benthem</contributor><issued>2026-06-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:3314</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3314</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:3314"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op het tussenarrest van 16 juli 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:2590) waarin het hof heeft geoordeeld dat onrechtmatig jegens de Belastingdienst is gehandeld. In dit arrest onderzoekt het hof de schade van de Staat c.s. Het eindoordeel van het hof luidt dat de vorderingen van de Staat c.s. niet toewijsbaar zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.240.168, 200.241.208, 200.241. 690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-12-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:645"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:723 Fagoed-arrest, erfpacht, goed koopmansgebruik</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04561</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:641"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:723 Fagoed-arrest, erfpacht, goed koopmansgebruik</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04555</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:644"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:723 Fagoed-arrest, erfpacht, goed koopmansgebruik</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04560</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1769</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1769</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1769"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. Het is aan belanghebbende om aannemelijk te maken dat de auto hem niet ter beschikking heeft gestaan tijdens het naheffingstijdvak. Belanghebbende is daar niet in geslaagd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3303</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1246"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; eindarrest na HR 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:677</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00089 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:4990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:4990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:4990"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 25/14 en 25/15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-06-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:4998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:4998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:4998"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrente. Geen strijd met het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/124</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.J. Tikken</contributor><issued>2026-07-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1299"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; eindarrest na tussenarrest HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:301</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03743 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:5495</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:1919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:1919"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 97, lid 2, Wfsv: verzoek om herziening indelingsbeslissing; geen terugwerkende kracht bij de wijziging sectorindeling; geen schending van art. 1 EP EVRM door het niet met terugwerkende kracht herzien van de sectoraansluiting; geen schending van het gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/43</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1283"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Belastingverdrag Nederland-Frankrijk. Splitsen van pensioen dat deels in publiekrechtelijke en deels in privaatrechtelijke dienstbetrekking is opgebouwd. Van eindloonregeling naar middenloonregeling. Tijdsevenredig of niet?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/866</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.W. Monteiro, C.W.M.M. Verkoijen, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-06-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3632</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1291</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1291</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1291"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 40, lid 2, Wet WOZ; vergoeding griffierecht en proceskostenvergoeding; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2025:1823</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4317</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:2237</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2237</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:2237"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ/OZB. Kerkenvrijstelling. De stelling van de heffingsambtenaar dat twee à drie kerkdiensten per jaar te weinig is om te voldoen aan het 70%-criterium, vindt geen steun in wet- en regelgeving.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/1866</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2026-06-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:5365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:5365"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2023, kostenvergoeding bezwaarfase</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-06-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1294</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1294</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1294"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 40, lid 2, Wet WOZ; vergoeding griffierecht en proceskostenvergoeding; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2025:1823</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03007</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4318</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1290"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 40, lid 2, Wet WOZ; vergoeding griffierecht en proceskostenvergoeding; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2025:1823</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03005</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4138</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2500"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeschikking; voorlopige beslissing. Hof acht ingrijpen dringend noodzakelijk wegens risico van blijvend contactverlies van de kinderen met vader zonder objectieve rechtvaardiging. Kinderen verblijven voorlopig bij de vader en er geldt een begeleide contactregeling met de moeder waarbij de gecertificeerde instelling de regie heeft. Voortzetting mondelinge behandeling na drie maanden. Doorverwezen door Gerechtshof 's-Hertogenbosch, zie ECLI:NL:GHSHE:2025:3584</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.683/01 en 200.362.947/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenbeschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5961"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident. Vordering ex artikel 118 Rv. Oproeping van derde als partij in het geding. Vordering afgewezen. Voor het oproepen van een derde in het geding is slechts beperkt ruimte wanneer de reden voor oproeping is gelegen in de juridische verhouding tussen partijen of één van hen en een derde. In ECLI:NL:HR:2020:485 zijn geen aanknopingspunten te vinden dat de Hoge Raad ook oproeping van derde als partij in het geding op heeft bedoeld voor de situatie dat eiser de verkeerde partij heeft gedagvaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/461720</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Peerdeman</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:5414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:5414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:5414"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Werkruimte. Investeringsaftrek en willekeurige afschrijving.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/3762</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C. van Beelen</contributor><issued>2025-05-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2129</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2130"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. De gevraagde ‘percentages waarmee wordt gecorrigeerd’ (KOUDVL-correcties) zijn geen gegevens als bedoeld in artikel 40, lid 2, Wet WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/777</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2131"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. De gevraagde ‘percentages waarmee wordt gecorrigeerd’ (KOUDVL-correcties) zijn geen gegevens als bedoeld in artikel 40, lid 2, Wet WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/778</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2133"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Restant PGA (jaar van aftrek); (kosten van) beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar; ingebrekestelling; IMSV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21800"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring – vervolgberoep - ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4214"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ woning. Het beroep is ongegrond voor zover dit ziet op de WOZ-waarde van de woning. Het beroep is gegrond voor zover dit ziet op de vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de vergoeding van de proceskosten. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/6019</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.N.M. Rijlaarsdam</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6969</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6969</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6969"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9595"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Veroordeling van medeplegen van afpersing en van een diefstal met geweld. Oplegging een deels voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van 2 jaren. Gedeeltelijke toewijzing van de schadevordering en verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-054516-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.A. van der Laan-Kuijt, mr. D.G.J. Roset , mr. J. Groot</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4216</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4216</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4216"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ woning. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/2040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.N.M. Rijlaarsdam</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6968"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM; geen inkoopfactuur bij aangifte, daarom geen taxatiemethode.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10598</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4215</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4215</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4215"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ woning. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/6819</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.N.M. Rijlaarsdam</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7270"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. Beide kinderen zijn belast met persoonlijke problematiek en hebben een verhoogde opvoedvraag, waaraan de moeder vanwege haar licht verstandelijke beperking onvoldoende kan voldoen. Alle betrokkenen stemmen in met de verzoeken en staan achter de huidige plaatsingen en de hulpverlening voor de kinderen. Het komende jaar moet het perspectiefonderzoek afgerond worden en moet de GI een perspectiefbesluit nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/377783 / JU RK 26-716</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6970</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6970</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6970"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9596"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Vernietigen strafbeschikking. Veroordeling van aanwezig hebben lachgas, steekwapenbezit, een straatroof, voorhanden hebben vals geld en een belediging van ambtenaren in functie. Oplegging van een jeugddetentie groot deel voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een werkstraf. Gedeeltelijke toewijzing van de schadevordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-143701-24, 10-170901-24 en 10-010708-25 (gevoegd ttz)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Riege, mr. H. Wielhouwer , mr. P.A. Ellenbroek</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:1052</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1052</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:1052"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">hoger beroep kort geding. Mondelinge opzegging arbeidsovereenkomst door werknemer duidelijk en ondubbelzinnig? Instemming met de opzegging door de werkgever is, als de werknemer niet aan de opzegging kan worden gehouden, niet een opzegging door de werkgever waarop een vervaltermijn van toepassing is. Hof gelast de werknemer om een deskundigenverklaring over te leggen in verband met de gestelde loonvordering en ziekte en het beroep van de werkgever op opschorting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.521_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.L. Bervoets, B. Kloppert, M. van der Schoor</contributor><issued>2025-07-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:5895</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2897</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2024:5895</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:5895</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2024:5895"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek van werknemer om doorbetaling van loon. Werkgever voert aan dat werknemer heeft opgezegd. Opzegging van werknemer niet rechtsgeldig. Desondanks geen recht op loondoorbetaling. Mededeling van werkgever kwalificeert als opzeggingshandeling. Vervaltermijn aan de orde. Vervaltermijn verstreken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11244192 \ CV EXPL 24-4061</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A.J. van Leeuwen</contributor><issued>2024-12-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1052</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2897</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6390"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Inzage in e-mailcorrespondentie van de failliet. Artikel 92, 105a lid 2 en 106 Fw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/440718 / HA ZA 25-553 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2897"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep kort geding. Eindarrest na tussenarrest (ECLI:NL:GHSHE:2025:1052). In tussenarrest gevraagde deskundigenverklaring niet in het geding gebracht. Daarop stuit de loonvordering af. Geen spoedeisend belang meer wegens parallelle bodemprocedure (WWZ). Bekrachtiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.521_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M.T. Quaadvliet, B. Kloppert, M. van der Schoor</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:5895</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1052</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5067</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5067</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5067"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige daad vader en zoon doordat vader met te veel alcohol in de auto van eiser is gaan rijden. Zij moeten de schade aan de auto vergoeden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11945527 \ AC EXPL 25-2392 VL/58599</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G.F. van der Kraats</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4225"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingswet. Omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa), dat zijn het bouwen van een nieuw bedrijfsgebouw, het aanleggen van een kavelpad en het verhogen van de milieucategorie. Aan het bestreden besluit kleeft een motiveringsgebrek dat in beroep is geheeld. De beroepsgronden over of sprake is van ‘gemengd gebied’ in de zin van de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ en de vergunningsvoorschriften slagen niet. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven daarom in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/4968 en UTR 26/5262</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6971"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3788 en 23/3789</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9597</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9597</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9597"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Vrijspraak van de impliciet primair ten laste gelegde poging tot doodslag. Veroordeling van de impliciet subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Oplegging van een jeugddetentie groot deel voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar met bijzondere voorwaarden en een werkstraf. Gedeeltelijke toewijzing van de schadevordering. Afwijzing vordering ten uitvoerlegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-178132-24 en TUL: 10-067026-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Riege, mr. H. Wielhouwer , mr. P.A. Ellenbroek</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5070</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5070</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5070"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing vordering betaling facturen hovenierswerkzaamheden. Er is niet gebleken dat van tevoren een vast bedrag is afgesproken, dat de kwaliteit van het werk slecht was en/of dat gedaagde schade zou hebben geleden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11937805 \ MC EXPL 25-5847</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G.F. van der Kraats</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6973"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11781</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4226</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4226</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4226"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingswet. Tijdelijke omgevingsvergunning wateractiviteit. Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar. De omgevingsvergunning is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet evident onrechtmatig. De voorzieningenrechter weegt de wens van verzoekster om haar perceel zo nat als mogelijk te houden en zo het proces van inklinking zo traag mogelijk te laten verlopen minder zwaar dan de belangen van vergunninghouder en het HDSR bij de tijdelijke omgevingsvergunning waarmee wateroverlast op het perceel van vergunninghouder wordt voorkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3429</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6693"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM gegrond, vernietiging aanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11108</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6972</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6972</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6972"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9128</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5095"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Letselschade als gevolg van mishandeling. Immateriële en materiële schadevergoeding. Eigen schuld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/601528 / HA ZA 25-535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.S.T. Belt</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2898</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2898</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2898"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Exceptie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.347.418_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.M.A.M. Venhuizen, J.M.H. Schoenmakers, E.H. Schulten</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6975"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. De inkoopfactuur is een bindende voorwaarde voor het toepassen van de taxatiemethode. De rechtbank verbindt aan het pas in beroep overleggen in dit geval geen gevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11074</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6976</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6976</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6976"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, aankoop monument, geschil over woning in verbouwing, heffingsambtenaar concludeert tot onjuiste objectafbakening, beschikking gedurende procedure vernietigd, beroep NO, uitspraak ter zitting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3418</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4238"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging en terugvordering van de bijstandsuitkering na ontvangen van een erfenis. Verweerder heeft niet af hoeven zien van de terugvordering, omdat geen dringende redenen zijn gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7459</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.G.M. van Veen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6965"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting, direct mondelinge uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9598</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9598</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9598"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Vrijspraak van een gewapende overval, voorhanden hebben vuurwapen en schuldheling. Veroordeling van een winkeloverval en beschadigen politiecel. Oplegging van een jeugddetentie groot deel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden en een leerstraf. Niet-ontvankelijk verklaring benadeelde partijen in verband met vrijspraak en daarnaast een gedeeltelijke toewijzing van een schadevordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-115875-25 en 10-189745-24 (gevoegd ttz)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Derijks, mr. W.M. Stolk, mr. L.W.M. Hendriks</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6974</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6974</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6974"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11194</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7511"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen loonbelasting 2013 tot en met 2016.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 21 _ 4638 t/m 21 _ 4640 en 23 _ 196</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, J.H. Bogert, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-11-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6204"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank spreekt verdachte vrij van de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling in vereniging met voorbedachten rade en de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging. De rechtbank ziet onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het handelen met voorbedachten rade dan wel de opzet van de verdachte op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel - ook niet in voorwaardelijke zin. Niet kon worden vastgesteld dat de medeverdachte geweld heeft gepleegd of dat hij het gepleegde geweld anderszins heeft ondersteund. De getuigenverklaringen, die op een andere toedracht duiden, leiden niet tot een ander oordeel, omdat beide verklaringen van het bewijs moeten worden uitgesloten. Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/127318-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4239"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder heeft de aanvraag voor woonkostentoeslag terecht afgewezen. Er is geen sprake van een bijzondere situatie of bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in de beleidsregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N.M. Spelt</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6205"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank spreekt verdachte vrij van de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling in vereniging met voorbedachten rade en de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging. Uit de verklaringen van aangever en de medeverdachte volgt dat verdachte op geen enkele wijze geweld heeft gepleegd tegen aangever of dat hij het gepleegde geweld anderszins heeft ondersteund. De getuigenverklaringen, die op een andere toedracht duiden, leiden niet tot een ander oordeel, omdat beide verklaringen van het bewijs moeten worden uitgesloten. Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/127317-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21801"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie. 6, derde lid. Minderjarig? Bewaringsrechter gaat niet over of asielverzoek in grensprocedure kan worden behandeld. Echt bevonden Keniaans paspoort. Lichter middel. Uitspraken rb A'dam 17 juli 2026 niet gevolgd. Werkwijze in werkinstructie 2026/23 niet in strijd met nieuwe Unierecht. Grensbewakingsbelang. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.39725</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6946"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM, aanmaningskosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3297</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6206"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte is met de auto door rood gereden en tegen een overstekende fietser gebotst, waardoor deze zwaar lichamelijk letsel opliep. Omdat niet enkel sprake is van een vergissing die heeft geleid tot het rijden door rood, maar ook van niet kijken naar het overige verkeer voordat verdachte optrok, is sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam verkeersgedrag en daarmee van schuld aan het ontstane verkeersongeval, zoals bedoeld in artikel 6 WVW. De rechtbank legt aan verdachte een taakstraf van 80 uren op en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/070582-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4252</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4252</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4252"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen parkeerbelastingen; ruimte voor maatwerk; gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/5714, UTR 24/5715, UTR 24/5719, UTR 24/5720, UTR 24/5722, UTR 24/5723, 24/5726, 24/5727 en UTR 24/5729</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W. Veenendaal</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5069"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burengeschil. Grensbepaling tussen percelen met nieuwbouwwoning. Beroep op gemaakte afspraken gaat niet op. Grens onzeker als bedoeld in 5:47 BW. De rechtbank bepaalt de erfgrens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/602613 / HA ZA 25-567</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. van 't Hof</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6945"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM, aanmaningskosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3729</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6823"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">KINDER. Deze uitspraak gaat over de (gedeeltelijke) afwijzing van de aanvraag van eiseres om compensatie voor de toeslagjaren 2012 en 2014 tot en met 2016 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3408</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6960</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6960</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6960"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing verzoek voorlopige voorziening hangende bezwaar, omgevingsvergunning verbouwen gemeentelijk monument, bopa, etfal, motiveringsgebrek, mondelinge uitspraak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6778"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB, ABBB, verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2807</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19802"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">30%-regeling. Gelet op hetgeen is geoordeeld in het arrest van de Hoge Raad van 13 februari 2026 is de verkorting van de looptijd van de 30%-regeling en het beperkte overgangsrecht in het geval van eiser rechtmatig. Eiser heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Geen sprake van een individuele en buitensporige last. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 4906</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4496"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Navorderingsbevoegdheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:2861</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1560</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1560</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1560"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB buitenlands belastingplichtige. Verzending aanslagen betwist. Verzendrapportage geeft aan dat de aanslagen in een gecombineerde partij ter verzending “aan PostNL en SANDD” zijn aangeboden. Uit een bijlage bij de verzendrapportage blijkt dat de gecombineerde partij voor verzending is gesplitst in buitenlandse post, 48-uur binnenlandse post en 72-uur binnenlandse post. Het is aannemelijk dat de buitenlandse post tijdig en juist ter verzending aan Post NL (als universele postdienst) is aangeboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/821 en 25/822</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1541</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:11616</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11616</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:11616"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB2020. Aanslag is tijdig opgelegd. Verweerder heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat moet worden uitgegaan van door eiser verstrekte gegevens van op de beginbalans 2020. De rechtbank sluit zich daarbij aan. Eiser heeft zjn stellingen dat recht bestaat op toepassing van zelfstandigenaftrek, een hogere proceskostenvergoeding in bezwaar en vermindering van belasting- en invorderingsrente niet aannemelijk gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 4024</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Welie</contributor><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4493</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4493</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4493"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Inkomsten uit de zorgwerkzaamheden (persoonsgebonden budget). Winst uit onderneming of resultaat uit overige</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1028</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:3202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:3202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:3202"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naar het oordeel van de rechtbank is van een verkapte winstuitdeling geen sprake. Belanghebbende heeft zich geen voordeel ten behoeve van haar aandeelhouder laten ontgaan, omdat zij op grond van een contractuele verplichting gehouden was om appartementen tegen de afgesproken prijs te leveren, ook al was de waarde in het economisch verkeer daarvan inmiddels gestegen. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (Vpb), vergrijpboete, belastingrentebeschikking en de naheffingsaanslag dividendbelasting (Db).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/6236 en HAA 24/6237</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, A.A. Fase, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-06-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:642"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:723 Fagoed-arrest, erfpacht, goed koopmansgebruik</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04557</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:741</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:741</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:741"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een ambtenaar heeft op grote schaal misbruik gemaakt van zijn positie binnen een gemeente. Hij verzocht de leveranciers om facturen ten aanzien van de levering van bepaalde goederen of diensten – waarvan achteraf is gebleken dat het privé-aankopen ten behoeve van [medewerker gemeente] betrof – aan belanghebbende te richten. De ambtenaar verzocht belanghebbende vervolgens om de aan haar gerichte factuur te betalen, een nieuwe factuur op te maken met een winstopslag en deze aan de gemeente te factureren. Voor deze factuur aan de gemeente verstrekte de ambtenaar een opdrachtbevestiging. De ambtenaar gaf aan welke algemene beschrijving op de factuur moest worden vermeld. Deze facturen heeft de gemeente betaald. Het hof oordeelt dat de ambtenaar als afnemer van de leveranciers kan worden aangemerkt en dus niet belanghebbende. Belanghebbende kan ook niet als commissionair worden aangemerkt in de zin van de Wet OB 1968. De door de leveranciers gefactureerde omzetbelasting is naar oordeel naar het hof ook niet ten onrechte aan belanghebbende in rekening gebracht. Het hof oordeelt daarom dat belanghebbende geen recht heeft op aftrek van de door de leveranciers in rekening gebrachte omzetbelasting. Belanghebbende heeft ten onrechte omzetbelasting in rekening gebracht aan de gemeente en heeft dit niet hersteld. Wanneer de omzetbelasting geheven op grond van artikel 37 Wet OB zou worden herzien, zou dit met zich brengen dat belanghebbende deze omzetbelasting als opbrengst verkrijgt, terwijl zij richting de gemeente via de factuur kenbaar had gemaakt dat deze als verschuldigde omzetbelasting op aangifte zou worden voldaan. Een herziening zou daarmee tot een ongerechtvaardigde verrijking leiden. Het hof is daarom van oordeel dat belanghebbende de aan de gemeente gefactureerde omzetbelasting is verschuldigd op grond van artikel 37 Wet OB en dat geen recht op herziening van deze omzetbelasting bestaat. De oordelen van het hof leiden er toe dat belanghebbende geen recht heeft op aftrek van voorbelasting op de facturen van de leveranciers en tegelijkertijd de aan de gemeente gefactureerde omzetbelasting verschuldigd is. Dit is een zware financiële last voor belanghebbende en wordt door haar ervaren als een dubbele heffing van omzetbelasting. Daarnaast eist de gemeente in een civielrechtelijke procedure een schadevergoeding van belanghebbende ter hoogte van de ten onrechte door belanghebbende aan haar gefactureerde bedragen inclusief omzetbelasting. Het hof geeft daarom de inspecteur in overweging een door belanghebbende aan de gemeente te betalen schadevergoeding ten aanzien van de gefactureerde omzetbelasting in mindering te brengen op de naheffingsaanslag, aangezien voor dat bedrag dan geen sprake is van ongerechtvaardigde verrijking van belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/332 tot en met 23/335</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Dongen, C.T.P.M. Zandhuis, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-04-16</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 37</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:517</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1285"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV 2018. Piloot. Dubbel hoger beroep. Vaststelling fiscale woonplaats/onderworpenheid in Nederland en VK. Statutory residence test. Tiebreaker verdrag NL-VK.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/873 en 23/875</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:8644</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:635</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:635</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:635"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmerkelijkbelangregeling; economisch belang, optie en genotsrecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03409</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1239"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende was tot 1 maart 2006 werkzaam voor de NATO en ontvangt daarna een invaliditeitspensioen. Vanaf 16 september 2016 ontvangt hij een ouderdomspensioen. Daarnaast ontvangt hij een household allowance en een tax-adjustment. Het hof oordeelt dat het invaliditeitspensioen verschilt van een ouderdomspensioen. Het voordeel vloeit voort uit het dienstverband met de NATO en is belast op grond van artikel 3.81 Wet IB 2001. Het hof verwerpt het standpunt van belanghebbende dat het invaliditeitspensioen op dezelfde wijze moet worden belast als het ouderdomspensioen. Ook het beroep op het Besluit Pensioenen Internationale Organisaties wordt verworpen, aangezien in dat besluit uitdrukkelijk is bepaald dat dit besluit niet van toepassing op invaliditeitspensioenen. Het ouderdomspensioen moet in de heffing worden betrokken overeenkomstig de uitspraak van het hof van 24 september 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2511, waarbij uitgegaan wordt van een opbouw in drie delen. De opgebouwde rechten tot 1 januari 1995 zijn onbelast, omdat sprake is van een onzuivere pensioenregeling. De rechten die zijn opgebouwd van 1 januari 1995 tot 1 januari 2001 worden via de saldomethode in de heffing betrokken. De tegenprestatie wordt verminderd met de werkgeversbijdrage, aangezien het loon in de jaren 1995 tot en met 2000 was vrijgesteld. De werknemersbijdrage wordt wel in aanmerking genomen als tegenprestatie. De na 1 januari 2001 opgebouwde rechten worden integraal in box 1 belast. Het hof oordeelt voorts dat de household allowance en tax-adjustment een integraal onderdeel vormen van de pensioenrechten en op dezelfde wijze in de belastingheffing worden betrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/600, 24/601 en 24/616 tot en met 24/621</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-05-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2210</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:3026</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3026</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:3026"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ambtshalve aanslag Vpb 2020. Ontvankelijkheid beroep. Geen omkering + verzwaring bewijslast, omdat inspecteur geen stukken heeft overgelegd waaruit volgt dat belanghebbende is uitgenodigd en aangemaand om aangifte te doen. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat in belastingjaar 2020 reden is om vordering op zoon partner af te waarderen. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat aan partner verstrekte gelden zijn verstrekt met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming. Beroep t.a.v. verzuimboete gegrond, omdat inspecteur geen stukken heeft overgelegd op grond waarvan de rechtbank kan beoordelen of de boete terecht is opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24_9414</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.L. van Benthem</contributor><issued>2026-05-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6718"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Dagloon WIA.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/3430</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1277</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1277</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1277"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Technische ab-regeling van artikel 17, lid 3, aanhef en letter b, Wet Vpb 1969. Misbruik van Unierecht? Belanghebbende, een naar Luxemburgs recht opgerichte S.A., gevestigd in Luxemburg, ontving in 2014 een dividend van een Nederlandse dochtervennootschap. De aandelen in belanghebbende worden gehouden door een Luxemburgse vennootschap waarop het Luxemburgse SPF-regime van toepassing is. De UBO was in onderhavig jaar woonachtig in België. Het hof past het toetsingskader van de arresten van de Hoge Raad van 25 april 2025 (ECLI:NL:HR:2025:668 en 669) en 18 juli 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1162 en 1163) toe en komt tot het oordeel dat de inspecteur aan zijn initiële bewijslast heeft voldaan aannemelijk te maken dat aan zowel de subjectieve als objectieve voorwaarde wordt voldaan. Dit brengt mee dat moet worden aangenomen dat in dit geval in beginsel tevens is voldaan aan het doelvereiste. Belanghebbende is er vervolgens volgens het hof niet in geslaagd het van haar gevraagde tegenbewijs te leveren. Het hof komt daarom tot het oordeel dat de dividenduitkering belastbaar is op grond van artikel 17, lid 3, aanhef en letter b, Wet Vpb. Het hoger beroep van de inspecteur is derhalve gegrond. Het incidentele hoger beroep van belanghebbende met betrekking tot het gestelde ontbreken van een nieuw feit en het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/320</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-06-25</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de vennootschapsbelasting 1969 17</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:214</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1185"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften inkomstenbelasting en medeplegen opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften vennootschapsbelasting namens commanditaire vennootschap (B) en besloten vennootschap (C), art. 69.2 AWR. Kunnen door A B.V. i.v.m. de door verdachte verrichte consultancywerkzaamheden betaalde gelden in hun geheel worden aangemerkt zowel als winst die B C.V. en C B.V. hebben genoten en daarom hadden moeten betrekken in hun aangiften Vpb, als ook als inkomsten die verdachte heeft genoten en die hij daarom had moeten betrekken in zijn aangiften IB? Hof heeft vastgesteld dat B C.V. in totaal € 917.238,70 van A B.V. heeft ontvangen en dat C B.V. in 2016 € 142.248 van A B.V. heeft ontvangen, telkens i.v.m. de door verdachte als consultant verrichte werkzaamheden. Hof heeft verder vastgesteld dat verdachte middellijk beherend vennoot van B C.V. en middellijk enig aandeelhouder en bestuurder van C B.V. is. Daaruit heeft hof afgeleid dat zowel zeggenschap over bedrijfsvoering van deze vennootschappen als economisch belang bij onderneming van deze vennootschappen, waaronder van A B.V. verworven gelden, volledig rust bij verdachte. Hof heeft op basis hiervan overwogen dat door B C.V. en C B.V. van A B.V. verworven gelden fiscaal hadden moeten worden betrokken in inkomstensfeer van persoon achter onderneming (verdachte). Daarnaast heeft hof overwogen dat B C.V. en C B.V. deze zelfde inkomsten opzettelijk niet hebben opgegeven in hun aangiften Vpb. ’s Hofs in deze overwegingen besloten liggende oordeel dat door B C.V. en C B.V. van A B.V. ontvangen gelden voor de door verdachte als consultant verrichte werkzaamheden in hun geheel door B C.V. en C B.V. als winst zijn genoten, en tegelijkertijd en voor hetzelfde bedrag door verdachte als inkomsten zijn genoten, geeft blijk van onjuiste rechtsopvatting. Die vennootschappen kunnen immers alleen Vpb-plichtig zijn v.zv. zij die gelden fiscaal zelf hebben genoten, wat betekent dat die gelden niet ook, tegelijkertijd en tot hetzelfde bedrag, rechtstreeks door verdachte kunnen zijn genoten voor IB. Dat zowel zeggenschap over bedrijfsvoering van B C.V. en C B.V. als economisch belang bij onderneming van deze vennootschappen, waaronder van A B.V. verworven gelden, volledig bij verdachte rust, kan daarom ’s hofs oordeel niet dragen. HR merkt (n.a.v. CAG) ambtshalve op dat is bewezenverklaard medeplegen opzettelijk doen van onjuiste en onvolledige aangiften Vpb t.n.v. B C.V. Uit ’s hofs vaststellingen volgt dat B C.V. een commanditaire vennootschap is. O.g.v. art. 2.1.a (oud) Wet Vpb 1969 zijn alleen zogenoemde open C.V.’s als binnenlandse belastingplichtigen aan die belasting onderworpen. Art. 2.3.c (oud) AWR bepaalt dat belastingwet onder open C.V. verstaat vennootschap waarbij toetreding of vervanging van commanditaire vennoten kan plaatshebben zonder toestemming van alle (beherende en commanditaire) vennoten. Uit inhoud van de door hof gebruikte bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid of B C.V. een open C.V. is a.b.i. art. 2.3.c (oud) AWR en dus ook niet of zij Vpb-plichtig is. Als hof na terugwijzing tot conclusie komt dat B C.V. niet open C.V. is, kan tlgd. feit v.zv. inhoudende dat onjuiste en onvolledige aangifte er telkens ‘toe strekte dat te weinig belasting werd geheven’, niet worden bewezenverklaard. Als hof na terugwijzing tot conclusie komt dat B C.V. wel open C.V. is, moet rekening worden gehouden met mogelijkheid dat deze vennootschap slechts deel van de van A B.V. verworven gelden als (bruto) winst heeft genoten en dat verdachte van die gelden een eigen deel als (bruto) winst of als (bruto) inkomsten heeft genoten. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing. CAG (strekking): algehele vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:283</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1305"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01917</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:716"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting; ontvankelijkheid incidenteel hoger beroep; artikel 8:21 Awb; artikel 6:17 Awb; belanghebbendes vermogen onder bewind gesteld; gevolgen van onderbewindstelling voor procesbevoegdheid; gemachtigde niet op de hoogte gesteld van het hoger beroep van het bestuursorgaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03801</description><issued>2026-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:580"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:61 en art. 8:77 Awb. Art. 83 Wet RO. Wat zijn de gevolgen voor de uitspraak indien (i) de griffier het proces-verbaal van de zitting en de uitspraak niet heeft ondertekend, en (ii) in het proces-verbaal en de uitspraak niet is vermeld dat de griffier is verhinderd te ondertekenen? Inlichtingen inwinnen bij het Hof met het verzoek om in het geval sprake is van een omissie, het verzuim te herstellen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02180</description><issued>2026-06-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:3367</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3367</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:3367"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting 2017 t/m 2020. Vrijwilligerswerkzaamheden en uitgaven wegens specifieke zorgkosten. 2017 en 2018 beroepen gegrond. 2019 en 2020 beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/9226</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius</contributor><issued>2026-06-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1767"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting ter zake van invoer; rente op achterstallen; directe vertegenwoordiging; neutraliteitsbeginsel; rechtszekerheidsbeginsel; zorgvuldigheidsbeginsel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/46 en 25/54</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1243"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verhuurderheffing 2014 e.v., Wet maatregelen woningmarkt 2014 II, strijd met het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel van art. 26 IVBPR en van art. 14 EVRM, ECLI:NL:HR:2018:846; terugwerkende kracht reparatiewetgeving WMW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03381</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:289</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1585</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:15688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:15688"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In rekening gebrachte belastingrente ex artikel 30g AWR. Aangifte erfbelasting voor een buitenlandse erfgenaam. BSN aanvragen. Beginselen van behoorlijk bestuur, onzorgvuldig handelen. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 8662</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.D. van Riel</contributor><issued>2026-06-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:4173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:4173"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Valutakoers kan in dit geval worden berekend tegen de slotkoers van de maand. Dit door belanghebbende gehanteerde systeem in overeenstemming is met goed koopmansgebruik. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/5038 en HAA 24/5040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, J. Snitker, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:5934</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5934</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:5934"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. In geschil is of door belanghebbende ontvangen vergoedingen voor software kwalificeren als royalty’s in de zin van de belastingverdragen van Nederland met Griekenland en Sri Lanka, en het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001. De rechtbank oordeelt, met verwijzing naar het OESO Modelverdrag 1977 dat de vergoedingen voor het ter beschikking stellen van software kwalificeren als royalty’s voor de toepassing van beide verdragen. Belanghebbende heeft met betrekking tot de ontvangen vergoedingen echter niet aannemelijk gemaakt dat de zogenoemde tweede limiet voor verrekening ruimte biedt, zodat geen verrekening van buitenlandse bronbelasting kan plaatsvinden. De in Griekenland en Sri Lanka betaalde bronbelasting is op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel e, Wet Vpb 1969 niet aftrekbaar als kosten. De in Kenia betaalde bronbelasting komt wel voor kostenaftrek in aanmerking. Verweerder dient een voortwentelingsbeschikking vast te stellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2068</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, C. Huisman, J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3167</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3167</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3167"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vastlegging reguliere pachtovereenkomsten. Geen voorovereenkomst, geen onvervulde voorwaarden, geen korte termijn afgesproken, geen korte termijn o.g.v. redelijkheid en billijkheid. Vastlegging is niet in strijd met redelijkheid en billijkheid. Geen dwaling. Geen nietigheid o.g.v. 3:40 BW vanwege handelen in strijd met Didam-arrest (Hoge Raad 26-11-2021, ECLI:NL:HR:2021:1778).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.325.528</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:4680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:4680"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende doet giften aan christelijke instellingen en meent dat zij recht heeft op de multiplier die geldt voor giften aan culturele instellingen. De rechtbank oordeelt de desbetreffende wettelijke bepalingen geen onderscheid maken op grond van geloof of godsdienst, dat een belastingplichtige die giften doet aan culturele instellingen enerzijds en een belastingplichtige die giften doet aan andere instellingen geen gelijke gevallen zijn en de keuze van de wetgever om uitsluitend giften aan culturele instellingen in aanmerking te laten komen voor de multiplier binnen de ruime beoordelingsvrijheid valt die de wetgever toekomt bij het vormgeven van fiscale faciliteiten. Het gemaakte onderscheid tussen giften aan culturele instellingen en andere instellingen is niet van iedere redelijke grond ontbloot. De omstandigheid dat de faciliteit die niet direct samenhangt met de draagkracht van de belastingplichtige die de gift doet maakt dit niet anders. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 5310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2026-06-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4112"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 25 augustus 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de aanvragen voor vergunningen op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de bedrijfsactiviteiten van Falk aan de Neonstraat 23 en Neonstraat 33 in Ede afgewezen. Falk exploiteert op het bedrijventerrein Kievitsmeent in Ede een bedrijf dat geïsoleerde sandwichpanelen produceert voor toepassing op daken, wanden en gevels. De productie vindt plaats op de percelen Neonstraat 23 (lijn1) en Neonstraat 33 (lijn 2). De bedrijfslocaties liggen op ongeveer 3,7 en 3,3 kilometer van het Natura 2000-gebied Veluwe. Falk heeft op 26 september 2019 afzonderlijke aanvragen gedaan voor een natuurvergunning voor haar bedrijfslocaties. Bij de aanvragen heeft Falk stikstofberekeningen overgelegd waaruit volgens haar blijkt dat de stikstofdepositie van de bedrijfsactiviteiten niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie ontleent Falk aan het agrarisch grondgebruik van de gronden - het bemesten - dat was toegestaan voordat de gronden een bedrijfsbestemming kregen. Het college stelt zich op het standpunt dat Falk geen referentiesituatie kan ontlenen aan het voormalige agrarische grondgebruik.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303370/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4167</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4167</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4167"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Gulpen-Wittem het bestemmingsplan "Fietsverbinding en reconstructie N595" vastgesteld. De raad heeft het plan vastgesteld om de reconstructie van de provinciale weg N595 tussen Kapolder en Wittem deels mogelijk te maken. Het plan maakt een nieuwe vrijliggende fietsverbinding mogelijk tussen Wittem en Kapolder ten noorden van de N595. Verder hebben enkele percelen ten noorden van In het Diepe Broek in Gulpen de bestemming "Natuur" gekregen. De Fietsersbond is het om verschillende redenen niet eens met de vaststelling van plan. Het beroep van de Fietsersbond is met name gericht tegen de inrichting van de N595 tussen Kapolder en Wittem en specifiek tegen de inrichtingstekeningen bij de voorkeursontwerpen in de plantoelichting. De Fietsersbond verzet zich bijvoorbeeld tegen het voorkeursontwerp voor de inrichting van de weg en parkeerplaats tussen Wittem en de N278.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405136/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:4225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:4225"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 7:376 BW. Ontbinding pachtovereenkomst omdat er geen sprake is van bedrijfsmatige landbouw. Schadevergoeding voor eigenmachtig klepelen van verpacht perceel met buxusbollen en -struiken. Welke pachtpenningen zijn contant betaald?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.342.175</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-07-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3011</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:6361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:6361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:6361"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">6:248 lid 1 BW. Fosfaatrechten (ASR/Qualm). Pachter moet fosfaatrechten overdragen tegen betaling van 50% van marktwaarde van de over te dragen fosfaatrechten per datum einde pachtovereenkomst. Hoevepachtovereenkomst aangegaan voor kortere termijn dan de wettelijke was mondeling verlengd en gold o.g.v. Art. 7:322 BW voor onbepaalde tijd. Daarom wel voldaan aan de vereisten voor overdracht fosfaatrechten. In dit geval geen uitzondering op ASR/Qualm. Bij verplichting om marktwaarde te vergoeden is sprake van “gelijk oversteken”. Berekening van over te dragen fosfaatrechten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.340.962</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-11-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3585"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Legitieme portie onterfde dochter. Is overgang landbouwbedrijf op de zoons/erfgenamen een gift of een quasilegaat? Bedrijf of hobby/belegging?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.449</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:2964</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:2964</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:2964"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep van Pachtkamer Lelystad (Rechtbank Midden-Nederland) 31 oktober 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:5668. Ontbinding pachtovereenkomst vanwege wangedrag pachter. Beroep op afgesproken geheimhouding in mediationovereenkomst ten aanzien van bedreigende uitlating naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.336.800</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-06-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:5668</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:470</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:470</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:470"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 7:376 BW. Ontbinding pachtovereenkomst omdat geen sprake meer is van bedrijfsmatige landbouw. Geen veroordeling in werkelijke proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.347.480</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-02-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:916"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg; vergoeding immateriële schade door Hof gematigd van € 500 naar € 50, ECLI:NL:HR:2025:1122</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03012</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1947</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:915"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; artt. 8:41 en art. 8:109 Awb; art. 267 VWEU; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; toetsing regeling heffing van griffierecht aan Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel; vaststellen van de redelijke termijn van berechting; geen noodzaak tot stellen van prejudiciële vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:857"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04801</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:2112</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:806</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:715"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting; art. 20, lid 1, AWR; naheffingsaanslag; eerste twee uur gratis parkeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03468</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-04-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:801</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:568</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:568</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:568"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting; art. 15, lid 1, letter b, Wet op belastingen van rechtsverkeer; art. 4 Wet op belastingen van rechtsverkeer; overdracht tussen een BV van vader en een BV van zijn zonen, betekenis van de doorkijkarresten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-04-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:904</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3749</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:914"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; art. 22j en 26b AWR; art. 6:10 Awb; art. 52 , van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; voortijdig gemaakt bezwaar tegen voldoening op aangifte; ontvankelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4602</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:811"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Sprongcassatie; woningcorporatie verkoopt meerderheidsbelang in vastgoeddochter-NV met verliezen. Toepassing art. 20a, lid 1, Wet Vpb; uitleg art. 20a, lid 4 en lid 8, letter a, Wet Vpb. Wordt verliesverrekening ook beperkt als een verhuurder een materiële onderneming drijft in het belang van de volkshuisvesting en geen sprake is van misbruik? Doel en strekking. Beroep op uitzondering voor horeca- en sporthalexploitatie. Verhouding met invoering integrale belastingplicht woningcorporaties. Strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-05-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:848</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:1721</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:956"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Arubaanse dividendbelasting in strijd met non-discriminatiebepaling van artikel XI, lid 1 dan wel 2, van het Vriendschapsverdrag met de VS (1956)? Verdragsinterpretatie; rechtstreekse werking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04888</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:752</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:957"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 225, lid 2, Gemeentewet; parkeerbelasting; laden en lossen; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2025:90</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03953</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1616</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2012:BU9108</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2012:BU9108</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2012:BU9108"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2012-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 RO. Beroep bij ondernemingskamer op de voet van art. 26 WOR. Adviesplichtige besluiten? Medeondernemerschap?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11/00294</description><issued>2012-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2012:BU9108</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2012:BU9108</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2012:BU9108</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2012:BU9108"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2012-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 RO. Beroep bij ondernemingskamer op de voet van art. 26 WOR. Adviesplichtige besluiten? Medeondernemerschap?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11/00294</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Streefkerk, Mr. Van Buchem-Spapens, Mr. Loth</contributor><issued>2012-02-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de ondernemingsraden</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de ondernemingsraden 25</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de ondernemingsraden 26</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2012:BU9108</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:3453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:3453"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Onbevoegd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/941</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:1358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:1358"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procedure over de vraag of het de Inspectie van het Onderwijs verboden moet worden om een onderzoek naar bestuurlijk handelen te doen bij Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland. Volgt afwijzing van het door de Stichting gevorderde verbod omdat het aangekondigde onderzoek niet onrechtmatig is en de Inspectie met het besluit dit onderzoek uit te voeren geen misbruik van bevoegdheid maakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696712 / KG ZA 25-1282</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.F. Hesselink</contributor><issued>2026-01-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:2055</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2055</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:2055"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo. Wet voortgezet onderwijs artikel 2.61. onregelmatigheden. Uitgesloten van verdere deelname examens. Onvoldoende onderbouwing medische situatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AK_26_1060 en AK_26_1061</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.T. de Kwaasteniet</contributor><issued>2026-04-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:2060</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2060</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:2060"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 december 2023 heeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs afgegeven voor [kind], de zoon van [appellant]. In geschil is of het samenwerkingsverband voor [kind] een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs voor de periode 11 december 2023 tot en met 31 juli 2026 mocht afgeven. [kind] is geboren op [geboortedatum] 2008. In de periode 2012-2020 heeft hij regulier onderwijs gevolgd op basisschool de Koningin Julianaschool in Nieuwegein. In het schooljaar 2020-2021 heeft [kind] regulier voortgezet onderwijs gevolgd op het Oosterlicht College in Nieuwegein. Hij zat in een structuurklas met tien leerlingen. In dat schooljaar kreeg [kind] een verwijzing naar Rebound Zuid Utrecht. Het traject bij Rebound was gericht op terugkeer naar het Oosterlicht College, maar dit traject is vroegtijdig beëindigd vanwege veel schoolverzuim. Het samenwerkingsverband heeft, na een aanvraag van het Oosterlicht College, een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs afgegeven voor de periode 15 november 2021 tot en met 31 juli 2023. In het schooljaar 2022-2023 is [kind] gestart op De Baanbreker in IJsselstein. Dat is een school voor regulier praktijkonderwijs. Op 14 november 2023 heeft De Baanbreker een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs voor [kind] ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501338/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-04-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:1932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:1932"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Geen vrijstelling verleend o.g.v. artikel 11, aanhef en onder g, Leerplichtwet 1969. Het is niet aan de strafrechter om de invulling van deze regel inhoudelijk te beoordelen, maar die behoeft in een geval als onderhavige slechts te onderzoeken of verdachte door de leerplichtambtenaar vrijstelling heeft gekregen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-002117-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.W. van Zuijlen, N.I.S. Boers, J. Steenbrink</contributor><issued>2026-04-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:467"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 april 2024 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs de aanvraag van OMO om een cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in aanmerking te brengen voor bekostiging, afgewezen. OMO voert primair aan dat de bij haar aanvraag overgelegde prognose van het aantal leerlingen voldoende behoefte aan haar aanbod, als bedoeld in de beleidsregel, van IGVO aantoont. Het maken van een onderscheid tussen IB CP en IB DP-leerlingen is op grond van de beleidsregel niet vereist. Daarnaast wordt IB CP sinds kort bekostigd aangeboden in Nederland, zodat de staatssecretaris niet uit kan gaan van een aandeel van 10 procent van IB CP-leerlingen, welk percentage de staatssecretaris uit de weinige beschikbare data heeft afgeleid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407679/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-01-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1138</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1138</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1138"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">AVG. Verzoek van schoolleider om verwijdering persoonsgegevens uit het Schoolleidersregister Primair Onderwijs. Onrechtmatige verwerking? Gerechtvaardigd belang, verwerking noodzakelijk en evenredig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.344</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-04-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:2061</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2061</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:2061"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst g-grond. Werknemer is niet op de zitting verschenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12013566 HA VERZ 25-101</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.P.M. Jurgens</contributor><issued>2026-03-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:1170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:1170"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding; vordering tot opheffing loonstop tijdens arbeidsongeschiktheid afgewezen. Werkneemster had geen deugdelijke grond om niet te verschijnen op gesprek(ken) waarvoor zij door haar werkgeefster was uitgenodigd. De inzetbaarheidsdeksundige mocht namens de bedrijfsarts adviseren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11978239 VV EXPL 25-717</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F. Aukema-Hartog</contributor><issued>2026-02-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:8337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:8337"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Schenkbelasting: toepassing BOR op schenking van aandelen. Door de inkoop van aandelen door de vennootschap (bij derden-aandeelhouders) is bij de dga sprake van een uitbreiding van de subjectieve gerechtigdheid tot de objectieve onderneming met 20% (van 80% naar 100%). Ten aanzien van die uitbreiding is een nieuwe bezitstermijn voor artikel 35d van de Successiewet gaan lopen, zodat voor dat deel niet is voldaan aan de indirecte bezitseis van vijf jaar. In zoverre bestaat geen recht op toepassing van de BOR. (Beroep ongegrond.)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/5345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, H.W.M. van Kesteren, J.J. Arts</contributor><issued>2026-04-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:3246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:3246"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is gevestigd in Polen en stelt personeel ter beschikking in Nederland. Voor haar werknemers verzorgt zij huisvesting. Er zijn ook werknemers die zelf in huisvesting voorzien. Belanghebbende heeft verzocht om een teruggaaf van de door haar betaalde omzetbelasting in Nederland die ziet op de huisvesting. De rechtbank is van oordeel dat daar geen recht op bestaat. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar werknemers zonder een vorm van keuze aangeboden huisvesting moeten accepteren. Er is geen sprake van binnen het bedrijfsbelang gelegen bijzondere omstandigheden die haar dwingen de onderkomens te huren. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2472 tot en met 25/2474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-04-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:5203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:5203"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting, stakingswinst bij inbreng onderneming in B.V., inbrengwaarde dierenartspraktijk. De rechtbank oordeelt dat voor de waardebepaling op het inbrengmoment moet worden aangehaakt bij het eerdere hogere bod van ruim € 3.000.000 van een private-equity-partij; daaruit blijkt dat de hoogstbiedende gegadigde bij verkoop onder de meest gunstige omstandigheden een prijs zou hebben betaald in de ordegrootte van dat bod. De door eiser aan de inbreng ten grondslag gelegde veel lagere ondernemingswaarde van zo’n € 500.000 - gebaseerd op de zogenoemde multiple methode - is veel te laag en niet verdedigbaar. Nu eiser bewust is uitgegaan van een veel te lage inbrengwaarde, is niet de vereiste aangifte gedaan en is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. Eiser doet niet blijken dat de inbrengwaarde lager is. De rechtbank vermindert de aanslag wel, omdat deze berust op een te hoge (onredelijke) schatting door verweerder van de inbrengwaarde. (Beroep gegrond.)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/6583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C.H.M. Lips, M.J. Pelinck, P.E. Halprin</contributor><issued>2026-03-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:1521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:1521"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Vrijstelling bedrijfsoverdracht in de familiesfeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2024 en 24/2025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:7645</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:266"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bruidsgave naar Iraans recht. Vrouw moet als compensatie afzien van de bruidsgave ('Mahr') want zij heeft de (wettelijke) echtscheiding aangevraagd (khul echtscheiding). Geen sprake van strijd met de Nederlandse openbare orde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.335.444/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1278</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6829</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6829</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6829"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering aanvraag WIA. De mate van arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld op 0,00%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2446</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:9437</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9437</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:9437"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB gelegenheid geven tot sportbeoefening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 4427</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, H.W.M. van Kesteren, J.J. Arts</contributor><issued>2026-04-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:2151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:2151"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Inbreng onderneming in persoonlijke houdster kan niet geruisloos plaatsvinden omdat niet is voldaan aan voorwaarden besluit geruisloze omzetting. Ook beroep op algemene beginselen van behoorlijk bestuur slaagt niet. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/928</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, A.A. Fase, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-04-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:27115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:27115"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanbestedingen standaardprogrammatuur en gerelateerde dienstverlening; veroordeling aanbestedingen te staken en gestaakt te houden totdat zodanige wijzigingen in de aanbestedingsvoorwaarden zijn doorgevoerd dat niet langer sprake is van disproportionele voorwaarden en de aanbestedingsprocedures ook overigens aan de geldende wet- en regelgeving voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/691174 KG ZA 25-880</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.F. Hesselink</contributor><issued>2026-02-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:3106</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3106</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:3106"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De Amsterdamse voorzieningenrechter verbiedt Grok en X uitkleedbeelden en kinderpornografisch materiaal te genereren en te verspreiden. Het verbod geldt voor beelden van personen die in Nederland wonen en voor de vervaardiging en verspreiding van beelden in Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/783613 / KG ZA 26-120</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-03-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5079"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser is het niet eens met uitspraak Huurcommissie. Kantonrechter oordeelt anders dan Huurcommissie, omdat in deze procedure eiser alle facturen van de servicekosten heeft overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12011670 \ AC EXPL 25-2811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4255"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Buiten zitting. Beroep niet-ontvankelijk. Geen beroepsgronden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/6666</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20251"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing verzoek dwangakkoord. Maximaal haalbaar aanbod. Volledige arbeidsongeschiktheid. Meerderheid van de schuldeisers is akkoord met het aanbod. Geen verweer door de weigerende schuldeisers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615302:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. Hagendoorn</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7099</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7099</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7099"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing geheimhoudingskamer - verzoek inspecteur gerechtvaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 233871 tm 23/3875GHK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-10-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5084</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5084</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5084"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering nietig verklaren bindend advies afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11959807 \ UC EXPL 25-8800</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6392"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Mondeling vonnis. Eiser vordert terugbetaling van hetgeen hij op basis van een factuur heeft betaald op grond van onverschuldigde betaling. Gedaagde vordert in reconventie betaling van het restantbedrag van de factuur. De rechter wijst de vorderingen af. In een eerdere procedure is bij vonnis bepaald dat de factuur frauduleus is. Kracht en gezag van gewijsde. Partijen hebben beide medewerking verleend aan het opzetten van een constructie en kunnen dat met hun vorderingen niet terugdraaien.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/442490/HA ZA 25-648 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:2028</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:2028</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:2028"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansluitverplichting Enexis; belang WOZ-beschikking bestaand gebouw bij voorgenomen sloop en nieuwbouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C-01-411385 - KG ZA 24-679</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Schoorlemmer</contributor><issued>2025-04-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2899</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6782</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6782</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6782"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wht, informele private schuld. Terecht geweigerd deze schuld te vergoeden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6098</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2899"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis van de voorzieningenrechter van 20 maart 2025. er niet in geslaagd om voldoende aannemelijk te maken dat de rechter in een eventuele bodemprocedure tot het oordeel zal komen dat er voor het te realiseren gebouw sprake is van tien afzonderlijke WOZ-objecten. Enexis is dan ook niet gehouden tot het uitbrengen van een offerte voor een tiental aansluitingen en de daadwerkelijke realisatie van die aansluitingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.353.854_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W.P.M. van der Velden, K.J.H. Hoofs, E.H. Schulten</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:2028</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5073</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5073</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5073"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bodemprocedure na deelgeschil. Verlof tussentijds hoger beroep van deelgeschilbeschikking verleend. Feitelijk niet hele geschil voorgelegd in bodemprocedure, maar verlof verleend omdat verklaring voor recht voor hele geschil wordt gevraagd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/613185 / HA ZA 26-305</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.S.T. Belt</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4772"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank Overijssel veroordeelt een 43-jarige man tot een gevangenisstraf van 6 jaren en tbs met dwangverpleging voor tweemaal poging tot moord. De man heeft met voorbedachte raad twee vrouwen, op verschillende momenten, met een klauwhamer op het hoofd geslagen. Ook moet de verdachte aan de slachtoffers schadevergoedingen van respectievelijk € 6.185,04 en € 6.821,45 betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-080014-25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.H. Peper, A. van Holten , I.E. Voorberg</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7880"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk voor langdurige waarbij groot aantal personen, variërend in leeftijd van 67 tot 81 jaar, slachtoffer zijn geworden van telefonische oplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/031989-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20263"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Polen, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27902 en NL26.27903</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Holleman</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:1139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:1139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:1139"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Herroeping. Geen bedrog. Vergoeding van volledige proceskosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/399000 / HA ZA 23-757</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. Bik</contributor><issued>2025-03-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2414"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Spoedeisend belang bij ontruiming ook al heeft huurder de bedrijfsruimte feitelijk al verlaten, omdat verhuurder een nieuwe huurder heeft gevonden en aan zijn verplichtingen moet kunnen voldoen. Buitengerechtelijke ontbinding is niet terecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12142301 \ MV EXPL 26-36 D/51246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.G.W.P. Heijne</contributor><issued>2026-05-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2900"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 388 lid 2 Rv. Appellant is niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen een vonnis waarbij zijn vordering tot heropening en herroeping is afgewezen, ook ten aanzien van de daarbij ten nadele van hem uitgesproken veroordeling tot vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten. Er is geen sprake van een situatie waarin de toegang tot de overheidsrechter onvoldoende is gewaarborgd. Cassatie was immers wel mogelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.584_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.M.A.M. Venhuizen, J.M.H. Schoenmakers, E.H. Schulten</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 388</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:1139</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20097</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20097</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20097"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring - artikel 59 - verlengingsbesluit - mondelinge uitspraak - gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.D. Gunster</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9599</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9599</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9599"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Veroordeling van meerdere (poging tot) diefstallen met geweld en afpersingen en een bedreiging. Oplegging van een deels voorwaardelijke wekstraf met een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden en een leerstraf. Gedeeltelijke toewijzing van schadevorderingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10.220159.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Verweij, mr. P.C. Tuinenburg, mr. S. Putting</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20100"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring - artikel 59b - mondelinge uitspraak - beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.D. Gunster</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21802"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, Duitsland, grondslag claimakkoord</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.17999</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20102</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20102</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20102"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring - Artikel 59b - mondelinge uitspraak - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37871</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.D. Gunster</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4569</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4569</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4569"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landerd het verzoek om een in twee fasen verleende omgevingsvergunning voor de activiteiten milieu en bouwen ten behoeve van het oprichten van een varkenshouderij aan de [locatie] in Zeeland (de varkenshouderij) in te trekken of te wijzigen, afgewezen. Deze zaak draait om een verzoek om de eerder verleende omgevingsvergunning van de varkenshouderij in te trekken of te wijzigen. [appellant A] is de exploitant van de varkenshouderij en maakt daarbij gebruik van een combiluchtwasser. Uit een onderzoek van de Wageningen University &amp;amp; Research (WUR) uit 2018 is gebleken dat combiluchtwassers een veel lager geurreductiepercentage hebben dan eerst werd aangenomen. Naar aanleiding van dit onderzoek is de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) gewijzigd. Het geurreductiepercentage van de combiluchtwasser BWL 2009.12.V4 is verlaagd van 85% naar 45% en de bijbehorende geuremissiefactoren zijn verhoogd. Het college is ervan uitgegaan dat op twee adressen in de directe omgeving van de varkenshouderij een geurbelasting zal optreden van meer dan 30 odour units per m3 (Ou/m3) (berekend met het toen geldige model V-stacks 2010). Volgens de verzoekers moet de omgevingsvergunning van de varkenshouderij worden ingetrokken of gewijzigd, omdat deze hoge geurbelasting een ontoelaatbaar milieugevolg is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202104300/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4389"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­Brabant van 10 maart 2023 in zaak nr. 20/1242. De korpschef van politie heeft de vertrouwelijke versie van twee gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft een vertrouwelijke toelichting op de aanvullende motivering en een aanvullende motivering van het besluit. [appellant] heeft de korpschef verzocht om inzage in zijn gegevens. In het bijzonder wil [appellant] weten of zijn gegevens zijn opgenomen in het Schengen Informatiesysteem II of voorkomen in het Opsporingssysteem. De korpschef heeft dat verzoek afgewezen. De rechtbank heeft overwogen dat de korpschef dat mocht doen. [appellant] komt op tegen de uitspraak van de rechtbank. De korpschef heeft de documenten waar de gegevens in staan met een nadere motivering aan de Afdeling toegestuurd. Voor de documenten met gegevens die [appellant] wil inzien, gaat de Afdeling er zonder verder onderzoek van uit dat alleen zij zelf kennisneemt van de stukken. Dat staat in artikel 2.5.4, vijfde lid, van de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202302722/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4460"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft het college geweigerd om aan [persoon] een legaliserende omgevingsvergunning te verlenen voor een overkapping op het perceel aan de [locatie A] in Wekerom. [bedrijf] was ten tijde van het besluit van 18 augustus 2022 eigenaar van het perceel dat is gelegen op het recreatiepark Berkenrhode (het recreatiepark). [persoon] is enig aandeelhouder van [bedrijf]. [persoon] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om de overkapping te legaliseren. Het college heeft de gevraagde vergunning geweigerd, kort gezegd omdat de overkapping afbreuk doet aan de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van de groene, bosrijke omgeving. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college de weigering van de omgevingsvergunning niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Daartoe voert [appellant] aan dat de rechtbank ten onrechte in aanmerking heeft genomen dat het toestaan van meer vierkante meters aan bebouwing, het perceel aantrekkelijker kan maken voor permanente bewoning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404260/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4567</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4567</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4567"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Drimmelen het bestemmingsplan "Nieuwstraat Wagenberg" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van twaalf woningen op voormalige agrarische gronden ten oosten van de kern van Wagenberg mogelijk. Het plangebied wordt aan de noord-, oost- en westzijde begrensd door agrarische gronden. Aan de zuidzijde van het plangebied staan woningen aan de Nieuwstraat. THEBOXSYSTEM B.V. is initiatiefnemer van het plan. [appellant] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Zij voelen zich onvoldoende gehoord en zijn van mening dat de raad hun belangen onvoldoende bij het bestemmingsplan heeft betrokken. [appellant] en anderen betogen dat het plan niet aansluit op de woningbehoefte in Wagenberg. Zij verwijzen daarbij naar de notitie "Woningbouwprogramma 2016 - 2024", waaruit volgens hen volgt dat met de woningbouwprojecten aan de Dorpsstraat 2 en 45 en de Verlengde Elsakker in Wagenberg tot en met 2024 al in de woningbehoefte wordt voorzien. [appellant] en anderen wijzen er daarnaast op dat de raad ten onrechte niet is ingegaan op hun voorstel om zes woningen in plaats van twaalf woningen op de gekozen locatie mogelijk te maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403756/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4584</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4584</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4584"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Renkum aan [belanghebbenden] een last onder dwangsom opgelegd. [belanghebbenden] zijn eigenaar van een perceel aan de [locatie A] in Wolfheze. Ten zuiden van het perceel loopt een pad. [belanghebbenden] zijn eigenaar van een gedeelte van dat pad. Dat gedeelte van het pad hebben zij afgesloten voor anderen. [appellante] is het daar niet mee eens. [appellante] is ruiter bij paardenpension De Henriëtte Hoeve in Wolfheze dat zich in de omgeving van het pad bevindt. Volgens haar wordt het pad al gedurende een lange tijd door ruiters gebruikt als ontsluiting naar een netwerk van ruiterpaden op de Veluwe. Zij heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404252/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4605</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4605</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4605"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het bestemmingsplan "Maasbreeseweg 55 te Helden" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het bedrijventerrein van Panningen mogelijk en biedt planologische ruimte voor diverse bedrijvigheid in de milieucategorieën 1, 2 en 3 op het perceel van een voormalige glastuinbouwlocatie met bedrijfswoning. Het plangebied ligt op de hoek van de Maasbreeseweg en Loo in Helden-Panningen, aangrenzend aan de oostzijde van het bestaande bedrijventerrein "Panningen". De locatie van de vroegere bedrijfswoning van het glastuinbouwbedrijf heeft in het plan een woonbestemming gekregen. Het gedeelte van het plangebied dat een bedrijfsbestemming heeft gekregen, heeft drie bouwvlakken. Initiatiefnemer van de herontwikkeling is [gemachtigde A], die haar bouwbedrijf naar het plangebied heeft verplaatst. De op 21 maart 2023 verleende omgevingsvergunning maakt de bouw van haar bedrijfsgebouw op het meest noordelijk gelegen bouwvlak mogelijk. Dit gebouw is inmiddels in gebruik ten behoeve van het bouwbedrijf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303235/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4608</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4608</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4608"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 november 2021 heeft de raad van de gemeente Nijkerk het bestemmingsplan "[locatie A], Nijkerk" (het plan) vastgesteld. Aan de [locatie A] in Nijkerk bevindt zich een agrarisch bouwperceel dat is opgedeeld in twee delen. Op het voorste gedeelte is een agrarisch bedrijf gevestigd, waaraan in het plan opnieuw een agrarische bestemming is toegekend. [bedrijf] exploiteren een houtzagerij en houthandel op het achterste en zuidelijk gelegen gedeelte van het agrarische bouwperceel. De bedrijfsactiviteiten van de houtzagerij en houthandel vinden plaats in een bestaande schuur van 1.250 m2 en gedeeltelijk op het onbebouwde terrein daarbuiten. Met het plan wordt de houtzagerij en houthandel als zodanig bestemd. [appellant sub 2] woont op de [locatie B] in Nijkerk op ongeveer 220 m ten zuidwesten van het plangebied. Hij ervaart overlast van met name geluid van de houtzagerij en houthandel. [appellante sub 1] exploiteert een houthandel op de [locatie C] in Hoevelaken, die op ongeveer 3 kilometer afstand van het plangebied ligt. Beide beroepen zijn alleen gericht tegen het plandeel met de bestemming "Bedrijf - Niet agrarisch". Volgens [appellant sub 2] en [appellante sub 1] hoort de houtzagerij en houthandel niet thuis in het buitengebied maar op een bedrijventerrein.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202200069/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4455</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4455</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4455"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BACT B.V. heeft op grond van artikel 8:55f, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beroep ingesteld tegen het uitblijven van de bekendmaking van een volgens haar van rechtswege gegeven omgevingsvergunning voor de verbouw en uitbreiding van een bestaand gebouw op het perceel Mijnsherenweg 8 in De Kwakel. Op 19 augustus 2022 heeft BACT een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen en uitbreiden van het bestaande gebouw aan de Mijnsherenweg 8 in De Kwakel om daarin een datacenter te realiseren. Het gebouw was voorheen in gebruik als distributiecentrum en groothandel. Het perceel heeft in het bestemmingsplan "Landelijk gebied - Glastuinbouwgebied" de bestemming "Bedrijf". Bij brief van 13 oktober 2022 heeft het college aan BACT medegedeeld dat op haar aanvraag de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is en dat de beslistermijn in verband daarmee zes maanden bedraagt. BACT heeft op 30 december 2022 beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het volgens haar niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege gegeven omgevingsvergunning. De rechtbank heeft dat beroep bij uitspraak van 6 februari 2023 gegrond verklaard en heeft het college opgedragen om de van rechtswege gegeven omgevingsvergunning bekend te maken. Het college is het niet eens met deze uitspraak en heeft hiertegen hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202301742/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4575"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 augustus 2022 heeft de minister van Financiën het verzoek van [appellante] om inzage in haar persoonsgegevens op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingewilligd. De persoonsgegevens van [appellante] stonden in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) van de Belastingdienst. De FSV was een applicatie die van 2012 tot en met 27 februari 2020 door de Belastingdienst werd gebruikt met als doel om mogelijke signalen van belastingfraude te registreren. [appellante] heeft verzocht om inzage in haar persoonsgegevens. Verder wil zij weten wat het doel van het gebruik van haar gegevens was, aan wie de gegevens verder zijn verstrekt, wat de herkomst van de gegevens was, hoe lang deze door de Belastingdienst opgeslagen zijn, en wat het belang, de onderliggende logica en de gevolgen van eventuele geautomatiseerde besluitvorming door de Belastingdienst is geweest. [appellante] voert aan dat zij ten onrechte niet alle informatie heeft gekregen over haar registratie in de FSV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307578/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4454</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4454</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4454"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkene verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 22 april 2024 heeft de staatssecretaris het verzoek van betrokkene om heroverweging van het terugkeerbesluit en verwijdering van de signalering uit het SIS afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403774/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4510</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4510</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4510"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 13 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellanten ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, hoger beroepen ingesteld. Bij besluit van 21 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van appellant 1 ingewilligd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406014/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4586"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede aan [bedrijf] een last onder dwangsom opgelegd om de overkapping en schuur op het perceel aan de [locatie 1] in Wekerom (het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. [bedrijf] was ten tijde van het besluit van 24 mei 2022 eigenaar van het perceel dat is gelegen op het recreatiepark Berkenrhode (het recreatiepark). Het perceel ligt binnen het bestemmingsplan "Natuurgebied Veluwe omgeving Roekelseweg 44-48 Wekerom", zoals gewijzigd bij drie paraplubestemmingsplannen (het bestemmingsplan) en heeft de bestemming "Recreatie". Op het perceel staan een recreatiewoning met overkapping en een vrijstaande schuur. Het college heeft [bedrijf] gelast om de overkapping en schuur te verwijderen en verwijderd te houden. Het heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [bedrijf] in strijd handelt met het verbod in artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo op het in stand laten van bouwwerken die zonder omgevingsvergunning zijn gebouwd. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404259/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4391"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-­Brabant van 10 maart 2023 in zaak nr. 22/1097. De minister voor Rechtsbescherming heeft de vertrouwelijke versie van één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk. Het betreft een advies van het Openbaar Ministerie. [appellant] heeft de minister verzocht om openbaarmaking van een aantal documenten over de landsadvocaat. De minister heeft dat verzoek afgewezen vanwege de veiligheid van de staat en omdat openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank heeft overwogen dat de minister dat mocht doen. [appellant] komt op tegen de uitspraak van de rechtbank. De minister heeft de documenten waarop het verzoek van [appellant] ziet aan de Afdeling toegestuurd. Voor deze documenten gaat de Afdeling er zonder verder onderzoek van uit dat alleen zij zelf kennisneemt van de stukken. Dat staat in artikel 2.5.4, vijfde lid, van de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202302725/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4485"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 december 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Zand- &amp;amp; Grinthandel Van Ouwerkerk B.V. een ontgrondingsvergunning verleend voor het winnen van 64.000 m3 schelpen per kalenderjaar uit de Waddenzee en Noordzeekustzone voor de periode tot en met 31 december 2025. De Waddenvereniging en de Vereniging Natuurmonumenten betogen dat er gelet op onderdeel C16.2 uit de bijlage behorende bij het Besluit mer ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld. Volgens hen is de in totaal vergunde winningshoeveelheid van 160.000 m3 schelpen, waarvan de aan Zand- &amp;amp; Grinthandel Van Ouwerkerk B.V. vergunde winningshoeveelheid van 64.000 m3 onderdeel uitmaakt, te hoog, zodat de ontgrondingsvergunning is verleend in strijd met artikel 3 van de Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren 2022 (beleidsregels) en met het uitgangspunt uit paragraaf 3.2, onder m, van de PKB Derde Nota Waddenzee van januari 2007 (Derde Nota Waddenzee) dat niet meer mag worden gewonnen dan het langjarig gemiddelde van de natuurlijke netto schelpkalkproductie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400950/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4601</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4601</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4601"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 maart 2020 heeft de minister voor Milieu en Wonen aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd voor het in strijd met artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, onder 35, van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB 2006 L 190/1; EVOA) zonder schriftelijke kennisgeving en toestemming overbrengen van partijen grond van Nederland naar Duitsland. [appellante] is sinds mei 2019 exploitant en eigenaar van een groeve in Havert, net over de grens in Duitsland. Uit de groeve wordt zand en grind gewonnen en de daardoor ontstane ruimte wordt vervolgens weer opgevuld met partijen grond die [appellante] ophaalt bij derden in Nederland. [appellante] betoogt dat zij artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, onder 35, van de EVOA, niet heeft overtreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202102888/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4589"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 juni 2023 heeft raad van de gemeente Uithoorn het bestemmingsplan "Parapluplan Datacenters" vastgesteld. In het bestemmingsplan is als strijdig gebruik aangemerkt: het gebruiken van gronden of laten gebruiken van gronden of bebouwing als een datacenter met een oppervlakte van 2.000 m2 en waarvan het elektrisch aansluitvermogen meer dan 5 MVA bedraagt. Het bestemmingsplan geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Uithoorn. BACT is eigenaar van het perceel aan de Mijnsherenweg 8 in de Kwakel. Zij is het niet eens met het bestemmingsplan, omdat zij voornemens is om op dat perceel een datacenter te realiseren. Oudendijk Beheer B.V. was eigenaar van het perceel aan de Mijnsherenweg 4-6 in de Kwakel. Zij is het niet eens met het bestemmingsplan, omdat het volgens haar de gebruiksmogelijkheden van haar perceel beperkt. GTMH heeft het perceel aan de Mijnsherenweg 4-6 van Oudendijk Beheer gekocht en wenst als rechtsopvolger van Oudendijk Beheer het beroep te handhaven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202305040/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4602</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4602</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4602"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem hogere waarden vastgesteld voor de geluidsbelasting op de gevels van nieuw te bouwen woningen aan de Toekanweg 7 in Haarlem. Bij besluit van 15 februari 2024 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 823 appartementen, 218 parkeerplaatsen en ongeveer 5.000 m2 commerciële ruimte aan de Toekanweg 7. Op het perceel stond een kantoorgebouw dat in gebruik was bij Rijkswaterstaat. Schonenvaert is vergunninghouder. Van der Valk exploiteert een hotel op het aangrenzende perceel aan de Toekanweg 2. Zij verzet zich met name tegen het besluit vanwege het ontbreken van een goede oplossing voor het parkeren en de gevolgen van de bouwhoogte voor de waarde en exploitatiemogelijkheden van het hotel. Daarnaast voorziet het bouwplan in ongeveer 5.000 m2 aan commerciële ruimten, wat zij als ongewenste concurrentie beschouwt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402052/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4609"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht geweigerd om [appellant] een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te verlenen voor het plaatsen van een bootlift in de Vecht bij het perceel [locatie A] in Maarssen. Het college heeft de omgevingsvergunning geweigerd, omdat het ter plaatse geldende bestemmingsplan "De Vecht" een verbod op bootliften bevat en het college niet bereid is om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, aanhef en onder 2º, van de Wabo een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijking van dit bestemmingsplan. De rechtbank heeft het besluit van 28 november 2023 vernietigd, omdat daarin volgens de rechtbank onvoldoende was gemotiveerd waarom getoetst werd aan de "Ligplaatsenvisie Stichtse Vecht". [appellant] kan zich niet vinden in de beslissing van de rechtbank om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten en heeft daarom hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404306/1/R4.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4390"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 10 maart 2023 in zaak nr. 20/1241. [appellant] heeft de korpschef verzocht om inzage in zijn gegevens. De korpschef heeft dat verzoek afgewezen. In het bijzonder wil [appellant] weten of zijn gegevens zijn opgenomen in het Schengen Informatiesysteem II of voorkomen in het Opsporingssysteem. De korpschef heeft dat verzoek afgewezen. De rechtbank heeft overwogen dat de korpschef dat mocht doen. [appellant] komt op tegen de uitspraak van de rechtbank. De korpschef heeft de documenten waar de gegevens in staan met een nadere motivering aan de Afdeling toegestuurd. Voor de documenten met gegevens die [appellant] wil inzien, gaat de Afdeling er zonder verder onderzoek van uit dat alleen zij zelf kennisneemt van de stukken. Dat staat in artikel 2.5.4, vijfde lid, van de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202302723/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4568</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4568</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4568"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat, voor zover in deze zaak van belang, het saneringsplan "Rijkswegen West-Nederland Noord A7, A8, N9, A10" vastgesteld en een aantal geluidproductieplafonds verlaagd. Op grond van artikel 11.19 van de Wet milieubeheer bevinden zich langs rijkswegen referentiepunten waar, voor het geluid van het verkeer op de weg, geluidproductieplafonds gelden. De beheerder van de weg draagt ingevolge artikel 11.20 van de Wet milieubeheer zorg voor naleving van deze geluidproductieplafonds. Met de geluidproductieplafonds worden in de omgeving van de referentiepunten gelegen woningen en andere geluidsgevoelige objecten beschermd tegen geluidsbelasting vanwege de weg. [appellant A] en anderen, [appellant B] en [appellant C] wonen in Zuidoostbeemster, aan weerszijden van het hiervoor genoemde stuk van de A7. Zij ervaren geluidsoverlast van deze rijksweg. Zij vinden de saneringsmaatregel niet toereikend om hun woningen te beschermen tegen geluidsoverlast. Ook vinden zij dat zij te lang zullen moeten wachten op de uitvoering van die maatregel. Bovendien is volgens hen onzeker of het project A7/A8 Amsterdam-Hoorn zal doorgaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202305275/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4578"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit, verzonden op 25 april 2023, heeft de burgemeester van Deventer aan [appellant] twee lasten onder dwangsom opgelegd. Op 20 februari 2023 heeft de politie een hennepkwekerij aangetroffen in het bedrijfspand aan de [locatie] in Deventer (het pand). Op 6 april 2023 heeft de burgemeester [appellant] het voornemen kenbaar gemaakt om [appellant] in verband daarmee op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang, strekkende tot tijdelijke sluiting van het pand, op te leggen. Inmiddels had de eigenaar van het pand de sloten van het pand vervangen, waardoor [appellant] geen toegang meer had. [appellant] is gelast om geen handelshoeveelheid van een middel als bedoeld in lijst I of lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf binnen het grondgebied van de gemeente Deventer te verkopen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, af te leveren, te verstrekken of aanwezig te hebben. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte ervan is uitgegaan dat de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd was de lasten op te leggen. Volgens hem biedt dat artikel alleen een grondslag voor de oplegging van maatregelen die op het pand zijn gericht en is daarvan in dit geval geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407228/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4593"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij uitspraak, deels tussenuitspraak van 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:640, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen het gebrek in het besluit van 26 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oostvaarderskwartier Hazerswoude-Dorp" te herstellen. De Afdeling heeft in haar uitspraak, deels tussenuitspraak van 4 februari 2026 naar aanleiding van de beroepsgronden van [appellant] en anderen geoordeeld dat de raad de aanleg en instandhouding van een trottoir op de Heerenlaan had moeten borgen en het besluit van 26 september 2024 in zoverre een gebrek vertoont. Bij besluit van 28 mei 2026 heeft de raad het bestemmingsplan "Oostvaarderskwartier Hazerswoude-Dorp" gewijzigd vastgesteld (het herstelbesluit).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407306/4/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4606</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4606</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4606"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 mei 2023 heeft de burgemeester van Amsterdam naar aanleiding van een verzoek van de stichting en [appellant] op grond van de Wet open overheid documenten openbaar gemaakt. De stichting heeft als doel het verkrijgen, in stand houden en onderhouden van monumenten in de zin van de Monumentenwet. [appellant] is bestuurslid van de stichting. De stichting en [appellant] hebben op 25 januari 2023 verzocht om openbaarmaking van informatie over een spreekuur dat vanaf 2019 in verschillende stadsdelen van de gemeente Amsterdam wordt gehouden om meer in contact te komen met Amsterdammers. De stichting en [appellant] willen - kortgezegd - informatie over de reden voor het instellen van het spreekuur, de wijze waarop het spreekuur wordt georganiseerd, de onderwerpen die sinds het instellen van het spreekuur zijn besproken en met hoeveel personen is gesproken. Ook willen de stichting en [appellant] weten welke medewerkers van de gemeente Amsterdam bij het spreekuur aanwezig zijn geweest en welke acties naar aanleiding van het spreekuur zijn genomen. De burgemeester heeft bij het besluit van 24 mei 2023 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501614/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4473"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 november 2024 heeft de raad van de gemeente Den Haag het bestemmingsplan "Dreven 1" vastgesteld. Het bestemmingsplan gaat over de eerste fase van een grootschalige herontwikkeling van een deel van de Drevenbuurt, die tot stand is gekomen in de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog. Het plangebied ligt in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), binnen de wijk Bouwlust-Vrederust, waar de naoorlogse wederopbouwarchitectuur beeldbepalend en kenmerkend is. Het bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van het aantal woningen van 139 naar 266. 64 woningen worden gesloopt, 75 woningen worden gerenoveerd en 191 woningen worden nieuw gebouwd. Van het totaalaantal woningen wordt ongeveer 72% in de sociale sector uitgevoerd. Daarnaast bestaat 18% van de te realiseren woningen uit betaalbare koopappartementen. Vereniging Vrienden van Den Haag en andere kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan, vooral omdat dit volgens hen ten koste gaat van de cultuurhistorische waarden van het gebied.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501099/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4576"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 juni 2023 heeft Stichting Controle Orgaan Kwaliteits Zaken (COKZ) het verzoek van [appellant] tot openbaarmaking afgewezen. [appellant] heeft op 12 december 2022 op grond van de Wet open overheid (Woo) een verzoek ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hij heeft verzocht om openbaarmaking van een lijst van bedrijven die over de mogelijkheid tot inkoop van boerderijmelk beschikken. Daarnaast heeft hij een aantal (feitelijke) vragen gesteld. Op 19 april 2023 heeft de RVO dit verzoek aan de COKZ doorgezonden, omdat de COKZ mogelijk zou kunnen beschikken over de voor het verzoek van [appellant] relevante informatie. Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de COKZ het verzoek van [appellant] tot openbaarmaking van de lijst afgewezen. Op 28 september 2023 heeft de COKZ op het bezwaar van [appellant] beslist. In dat besluit heeft de COKZ kenbaar gemaakt niet te beschikken over de door [appellant] gevraagde lijst van namen en adressen van eenieder die op grond van artikelen 20 en 21 van de Regeling superheffing 2008 gerechtigd zou zijn tot aankoop van boerderijmelk over de periode van 2013 tot heden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402335/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4581"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen een verzoek van [appellant] om terug te komen van een besluit van 5 augustus 2019, waarbij hij is toegelaten tot de schuldhulpverlening, afgewezen. Bij besluit van 5 augustus 2019 heeft het college een aanvraag van [appellant] om toelating tot schuldhulpverlening ingewilligd. Op 4 september 2019 heeft [appellant] verzocht om intrekking van de schuldhulpverlening. Bij brief van 12 september 2019 heeft het college de intrekking bevestigd en de schuldhulpverlening beëindigd. Op 24 september 2020 heeft [appellant] opnieuw een aanvraag om toelating tot schuldhulpverlening ingediend. Het college heeft deze aanvraag ingewilligd. Bij brief van 25 januari 2021 heeft [appellant] het college verzocht om herziening van het besluit van 5 augustus 2019. [appellant] betoogt dat de rechtbank zijn verzoek om schadevergoeding ten onrechte heeft afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505420/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4484"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 december 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Zand &amp;amp; Schelpenwinning Waddenzee B.V. een ontgrondingsvergunning verleend voor het winnen van 16.000 m3 schelpen per kalenderjaar uit de Waddenzee en Noordzeekustzone voor de periode tot en met 31 december 2025. De Waddenvereniging en de Vereniging Natuurmonumenten zijn het niet eens met de verlening van deze vergunning. Zij betogen dat er gelet op onderdeel C16.2 uit de bijlage behorende bij het Besluit mer ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld. Volgens hen is de in totaal vergunde winningshoeveelheid van 160.000 m3 schelpen, waarvan de aan Zand &amp;amp; Schelpenwinning Waddenzee B.V. vergunde winningshoeveelheid van 16.000 m3 onderdeel uitmaakt, te hoog, zodat de ontgrondingsvergunning is verleend in strijd met artikel 3 van de Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren 2022 (beleidsregels) en met het uitgangspunt uit paragraaf 3.2, onder m, van de PKB Derde Nota Waddenzee van januari 2007 (Derde Nota Waddenzee) dat niet meer mag worden gewonnen dan het langjarig gemiddelde van de natuurlijke netto schelpkalkproductie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400949/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4591"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 april 2024 heeft de raad van de gemeente Hoorn het bestemmingsplan "Veegplan 3" vastgesteld. Het bestreden plan is een veegplan voor het gehele grondgebied van de gemeente Hoorn. Vooruitlopend op de Omgevingswet wil de raad met dit plan alle huidige bestemmingsplannen zoveel mogelijk op elkaar afstemmen wat betreft bestemmingen en systematiek. Ook is een aantal verleende omgevingsvergunningen in het plan verwerkt en is een aantal fouten uit de bestemmingplannen gehaald. Aldi is gevestigd aan de Westerblokker 129 in Blokker en wil daar haar supermarkt uitbreiden om hem toekomstbestendig te maken. Zij kan zich niet met het plan verenigen omdat daarin haar uitbreidingsvoornemen niet is meegenomen. Op 8 januari 2024 heeft Aldi een zienswijze ingediend tegen het bestemmingsplan dat nu ter beoordeling staat. Daarin heeft zij de gemeenteraad verzocht zich uit te spreken over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreiding van de supermarkt. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403948/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4487"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 december 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Testamare Holding B.V. een ontgrondingsvergunning verleend voor het winnen van 48.000 m3 schelpen per kalenderjaar uit de Waddenzee en Noordzeekustzone voor de periode tot en met 31 december 2025. De Waddenvereniging en de Vereniging Natuurmonumenten betogen dat er gelet op onderdeel C16.2 uit de bijlage behorende bij het Besluit mer ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld. Volgens hen is de in totaal vergunde winningshoeveelheid van 160.000 m3 schelpen, waarvan de aan Testamare Holding B.V. vergunde winningshoeveelheid van 48.000 m3 onderdeel uitmaakt, te hoog, zodat de ontgrondingsvergunning is verleend in strijd met artikel 3 van de Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren 2022 (beleidsregels) en met het uitgangspunt uit paragraaf 3.2, onder m, van de PKB Derde Nota Waddenzee van januari 2007 (Derde Nota Waddenzee) dat niet meer mag worden gewonnen dan het langjarig gemiddelde van de natuurlijke netto schelpkalkproductie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400952/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4486"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 december 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Visserijbedrijf Rousant B.V. een ontgrondingsvergunning verleend voor het winnen van 32.000 m3 schelpen per kalenderjaar uit de Waddenzee en Noordzeekustzone voor de periode tot en met 31 december 2025. De Waddenvereniging en de Vereniging Natuurmonumenten betogen dat er gelet op onderdeel C16.2 uit de bijlage behorende bij het Besluit mer ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld. Volgens hen is de in totaal vergunde winningshoeveelheid van 160.000 m3 schelpen, waarvan de aan Visserijbedrijf Rousant B.V. vergunde winningshoeveelheid van 32.000 m3 onderdeel uitmaakt, te hoog, zodat de ontgrondingsvergunning is verleend in strijd met artikel 3 van de Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren 2022 (beleidsregels) en met het uitgangspunt uit paragraaf 3.2, onder m, van de PKB Derde Nota Waddenzee van januari 2007 (Derde Nota Waddenzee) dat niet meer mag worden gewonnen dan het langjarig gemiddelde van de natuurlijke netto schelpkalkproductie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400951/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4577"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 juli 2018 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij besluit van 21 april 2021 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan en het veranderen of veranderen van de werking en het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, c en e, van de Wabo. Bij besluit van 31 mei 2021 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend waarbij de omgevingsvergunning van 24 juli 2018 is gewijzigd. Bij besluit van 31 mei 2021 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend waarbij de omgevingsvergunning van 24 juli 2018 is gewijzigd. Tegen de besluiten van de staatssecretaris van 24 juli 2018 en 21 april 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (college) beroepen ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202203982/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4515</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4515</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4515"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 april 2024 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Groningen bij [verzoeker] een dwangsom van € 52.000,00 ingevorderd. Bij besluit van 22 april 2025 is het college bij het besluit tot invordering gebleven, maar heeft het te vorderen bedrag gematigd tot € 5.000,00. Bij uitspraak van 7 november 2025 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 7 november 2025. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college tot invordering van de verbeurde dwangsom mocht overgaan. [verzoeker] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank niet heeft onderkend dat hij wel aan de last heeft voldaan, omdat tijdig is herplant. De voorzieningenrechter is het eens met het oordeel van de rechtbank en de in de onder 7 tot en met 7.2 van de uitspraak opgenomen overwegingen waarop dat oordeel is gebaseerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505979/1/A3 en 202505979/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4594</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4594</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4594"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 5 augustus 2025 heeft de examencommissie Data Science and Artificial Intelligence aan [appellant] een bindend negatief studieadvies (BNSA) gegeven voor de bacheloropleiding Data Science and Artificial Intelligence. Bij beslissing van 26 november 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden (CBE) het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft in het studiejaar 2024-2025 de bacheloropleiding Data Science and Artificial Intelligence gevolgd. De norm voor een positief bindend studieadvies voor deze opleiding is 45 studiepunten. De examencommissie heeft aan de beslissing van 5 augustus 2025 ten grondslag gelegd dat [appellant] slechts 6 studiepunten heeft gehaald in zijn eerste jaar van de bacheloropleiding en dat zij [appellant] daarom niet geschikt acht voor de opleiding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506108/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4512"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 19 augustus 2025 is aan [appellant] meegedeeld dat aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordt gemeld dat hij gedurende het studiejaar 2024-2025 niet heeft voldaan aan de studievoortgangseis en dat niet is gebleken van een hiervoor bestaande verschoonbare reden. Bij beslissing van 26 november 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden (CBE) het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft in het studiejaar 2024-2025 de bacheloropleiding Data Science and Artificial Intelligence gevolgd. Aan de beslissing van 19 augustus 2025 is ten grondslag gelegd dat [appellant] een verblijfsvergunning voor studie heeft, dat hij daarom ieder studiejaar moet voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid (de MoMi-norm), dat deze norm gelijk is aan 50% van het in dat jaar te halen aantal studiepunten, dat [appellant] deze norm niet heeft gehaald en dat de onvoldoende studievoortgang niet is veroorzaakt door bijzondere omstandigheden. De universiteit zal daarom bij de IND melden dat [appellant] de MoMi-norm niet heeft gehaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506110/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4565"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 juli 2022 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Fryslân het verzoek van De Appelhof om nadeelcompensatie afgewezen. De Appelhof B.V. is exploitant van de jongerencamping De Appelhof op Terschelling-Formerum. Het geschil ziet op de vraag of De Appelhof recht heeft op nadeelcompensatie voor de schade die voortvloeit uit omzetderving door de sluiting van de camping twee weken voor het einde van het hoofdseizoen in de zomer van 2020. De voorzitter heeft bij besluit van 14 augustus 2020 de camping De Appelhof aangewezen als locatie waar het aan een ieder verboden is om zich daar te bevinden en waar met onmiddellijke ingang geen nieuwe gasten worden toegelaten. Het verbod duurde van zondag 16 augustus 2020 om 12:00 uur tot dinsdag 1 september 2020 om 00:00 uur. De voorzitter heeft dit besluit op grond van artikel 2.5 van de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Fryslân van 10 augustus 2020 genomen. De Appelhof heeft de voorzitter verzocht om nadeelcompensatie. Door de gedwongen sluiting van de camping twee weken voor het einde van het hoofdseizoen heeft zij financiële schade geleden, omdat campinggasten moesten vertrekken en nieuwe campinggasten niet konden worden toegelaten. Het door De Appelhof gestelde nadeel bestaat uit misgelopen inkomsten uit de camping, de horecagelegenheden en de merchandise. De schade is door een boekhouder van De Appelhof begroot op € 136.000.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501988/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4574</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4574</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4574"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 november 2024 heeft de raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan "[locatie 1]/Esdoornstraat Someren" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van een twee-onder-één kapwoning aan de Esdoornstraat in Someren-Eind. [partij] is initiatiefnemer en woont aan de [locatie 1]. Dat is een woning die is gesitueerd op de hoek van de Esdoornstraat en Kampstraat. De twee-onder-één kapwoning wordt gerealiseerd in de huidige tuin van [partij], gelegen aan de Esdoornstraat. [appellant A] woont direct grenzend aan het plangebied aan de [locatie 2] en [appellant B] woont direct grenzend aan de woning van [partij] aan de [locatie 3]. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, omdat zij vrezen voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500311/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4596"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 maart 2022 heeft de staatssecretaris de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) afgewezen. [appellant] heeft op verzoek van de Venlose Senioren Partij een VOG aangevraagd met als doel een werkrelatie in het kader van de functie van gemeenteraadslid. De staatssecretaris heeft deze aanvraag aanvankelijk bij besluit van 21 maart 2022 afgewezen. Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de staatssecretaris laten weten dat het besluit van 21 maart 2022 wordt ingetrokken en alsnog besloten dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen. Hieraan ligt ten grondslag dat de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022 hebben plaatsgevonden en de politieke partij de keuze heeft gemaakt om [appellant] op de verkiezingslijst te plaatsen zonder VOG. [appellant] is ook geïnstalleerd als raadslid en de politieke partij kan hem zijn zetel niet ontnemen. Voor het doel van de aanvraag, de kandidaatstelling voor de gemeenteraadsverkiezingen namens de politieke partij, is een onderzoek naar het gedrag daarom niet noodzakelijk. Het college is hierbij in het besluit op bezwaar gebleven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500819/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4599</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4599</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4599"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht een verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] is op 24 juli 2017 op basis van een verklaring onder ede in de brp ingeschreven als [voornaam] [achternaam appellant], geboren op [geboortedatum] 1987 in [plaats], China. [appellant] heeft het college op 9 november 2022 verzocht om opneming van zijn oudergegevens in de brp en heeft daarbij een nieuwe verklaring onder ede afgelegd. Volgens [appellant] is de geslachtsnaam van zijn vader [andere achternaam], wat de Oeigoerse schrijfwijze is. Het college heeft het verzoek bij het besluit van 17 februari 2023 afgewezen. Omdat de Oeigoeren geen zelfstandige staat hebben die door de Verenigde Naties is erkend, houdt het college de Chinese schrijfwijze aan. Het college heeft de afwijzing bij het besluit van 1 augustus 2023 gehandhaafd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500096/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4566</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4566</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4566"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lochem het wijzigingsplan "Zuiderbleek Lochem" gewijzigd vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de mogelijkheid om een appartementengebouw met maximaal 41 appartementen te realiseren op de percelen langs de Zuiderbleek in Lochem waar eerder een supermarkt was gevestigd. Het college heeft het wijzigingsplan vastgesteld met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 21.1.1, gelezen in samenhang met artikel 21.1.2 van de regels van het bestemmingsplan "Binnenstad Lochem", dat ziet op de herstructurering van dit plangebied. [appellant] woont aan de [locatie] in Lochem. Zijn perceel grenst aan de noordwestzijde van het wijzigingsplangebied. Hij vreest dat de ontwikkeling leidt tot een verslechtering van zijn woon- en leefklimaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501745/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4579</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4579</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4579"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit, verzonden op 25 april 2023, heeft de burgemeester van Deventer aan [appellant] twee lasten onder dwangsom opgelegd. Op 20 februari 2023 heeft de politie een hennepkwekerij aangetroffen in het bedrijfspand aan de [locatie] in Deventer (het pand). Op 6 april 2023 heeft de burgemeester [appellant] het voornemen kenbaar gemaakt om hem in verband daarmee op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang, strekkende tot tijdelijke sluiting van het pand, op te leggen. Inmiddels had de eigenaar van het pand de sloten van het pand vervangen, waardoor [appellant] geen toegang meer had. [appellant] is gelast om geen handelshoeveelheid van een middel als bedoeld in lijst I of lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf binnen het grondgebied van de gemeente te verkopen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, af te leveren, te verstrekken of aanwezig te hebben. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte ervan is uitgegaan dat de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd was de lasten op te leggen. Volgens hem biedt dat artikel alleen een grondslag voor de oplegging van maatregelen die op het pand zijn gericht en is daarvan in dit geval geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501785/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4585"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [wederpartij] om een woningvormingsvergunning afgewezen. [wederpartij] en zijn partner hebben in 2012 de woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2], gelegen in de Visserijbuurt van Den Haag, samengevoegd. De samengevoegde woning heeft een totale gebruiksoppervlakte van 483 m2. [wederpartij] wil de woning verkopen. De woning is in ongesplitste staat volgens hem onverkoopbaar. [wederpartij] wil de woning daarom eerst weer splitsen in twee woningen. Hij heeft daartoe een aanvraag om een woningvormingsvergunning gedaan. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 geldt onder meer in de Visserijbuurt een verbod op woningvorming, wat betekent dat het college de aanvraag in beginsel moet afwijzen. Het college heeft geen aanleiding gezien om de hardheidsclausule toe te passen, als bedoeld in artikel 7:3 van de Huisvestingsverordening. Het college heeft ten behoeve van de evenwichtige woonvoorraad het belang van het behoud van de grotere woning zwaarder laten wegen dan het belang van [wederpartij] bij splitsing in twee kleinere woningen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502205/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4587"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 10 juli 2024 heeft het college ten behoeve van de bestemmingsplannen "Spoorweglaan Best" en "Spoorweglaan - Vogelkers" hogere grenswaarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Het bestemmingsplan "Spoorweglaan Best" maakt de bouw van maximaal 25 appartementen mogelijk, verdeeld over twee aaneengesloten gebouwen. Het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" maakt de bouw van 24 appartementen, 9 geschakelde patiowoningen en 2 vrijstaande woningen mogelijk en een bestaande bedrijfswoning wordt herbestemd. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1]. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. [appellanten sub 3] wonen aan de [locatie 3]. Deze percelen liggen direct naast de gronden waarop het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" betrekking heeft. Zij zijn het niet eens met beide bestemmingsplannen, met name omdat zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500987/1/R3, 202500992/1/R3, 202500994/1/R3 en 202500997/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4607"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 20 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Ommen het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening [locatie 1] en [locatie 2] Arriën" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een agrarische bestemming op de [locatie 1] in Arriën. Op dit perceel is een aardbeienboerderij en een theeschenkerij aanwezig. Binnen de agrarische bestemming maakt dit bestemmingsplan de realisatie van een kampeerterrein met maximaal 16 kampeermiddelen mogelijk in aanvulling op de huidige agrarische bedrijfsvoering. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan in de mogelijkheid om een woning met bed- en breakfast te realiseren aan de [locatie 2] in Arriën. Voorheen vond op dit perceel detailhandel plaats.[appellant] woont tegenover het plangebied op [locatie 3]. Hij is het niet eens met dit besluit. Hij vreest onder meer voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat als gevolg van het plan en vindt dat hij onvoldoende is betrokken bij de voorbereiding van dat plan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405311/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4511"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de staatssecretaris het door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503807/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4583"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 november 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 50.000,00 opgelegd wegens overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). [appellante] organiseerde bootcamps en gezondheidskampen voor volwassenen en kinderen. Naar aanleiding van een anonieme melding is de Inspectie Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid (Arbeidsinspectie) op 13 maart 2019 een oriënterend onderzoek gestart naar [appellante]. Op 27 maart 2019 heeft de Arbeidsinspectie een administratieve werkplekcontrole ingesteld. Vervolgens heeft de Arbeidsinspectie nadere onderzoeken verricht. Op 12 februari 2020 heeft de Arbeidsinspectie een boeterapport opgesteld waarin staat dat [appellante] ten aanzien van tien werknemers niet of niet tijdig bescheiden heeft verstrekt van het aantal gewerkte uren, waardoor het niet mogelijk was om na te gaan of [appellante] de Wml heeft nageleefd. Op 17 augustus 2020 heeft de minister een voornemen tot oplegging van een boete aan [appellante] gestuurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500375/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4604</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4604</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4604"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 mei 2024 heeft de korpschef van politie de toestemming voor [appellant] om beveiligingswerkzaamheden te verrichten, ingetrokken. [appellant] werkt 35 jaar als beveiligingsmedewerker. Hij had van de korpschef sinds 19 juli 2021 toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wpbr om voor SA-INT Security B.V. beveiligingswerkzaamheden te verrichten. Op 5 augustus 2023 heeft een incident plaatsgevonden tussen [appellant] en een bezoeker van café ’t Neutje in Hengelo, waar [appellant] werkzaam was. Er zijn hiervan beelden door cameratoezicht opgenomen en er zijn drie processen-verbaal opgemaakt, van 3 november 2023, 9 november 2023 en 12 april 2024. De korpschef stelt zich op het standpunt dat uit de camerabeelden en de processen-verbaal blijkt dat [appellant] disproportioneel geweld heeft gebruikt en daarom niet over de betrouwbaarheid beschikt die nodig is om als beveiliger te werken. Hij heeft daarom de toestemming ingetrokken op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Wpbr.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502206/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4572</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4572</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4572"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Middelland-Het Nieuwe Westen" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de wijken Middelland en Het Nieuwe Westen in Rotterdam. Het bestemmingsplan is in hoofdzaak een actualisatie van het vorige bestemmingsplan. Hierbij gaat in het nieuwe plan extra aandacht uit naar de bescherming van het rijksbeschermd stadsgezicht. De grens van het bestemmingsplan loopt in het zuidoosten langs de Heemraadssingel tot de kruising met de Rochussenstraat, langs de Vliegerstraat tot de kruising met de Claes de Vrieselaan. De stichting en een aantal bewoners zijn het niet eens met die planbegrenzing. De doelstelling van de stichting is het in stand houden en verbeteren van het woon-, werk-, leef- en verblijfsklimaat aan de Mathenesserlaan, de Heemraadssingel en het Heemraadsplein en de onmiddellijke omgeving hiervan in Rotterdam. De bewoners die beroep hebben ingesteld wonen allemaal in het zogenoemde ‘HeRo-blok’, gelegen in de oostelijke hoek van de Heemraadssingel en de Rochussenstraat. Volgens de stichting en anderen maakt het HeRo-blok ten onrechte geen onderdeel uit van het bestemmingsplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503136/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4573</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4573</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4573"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 augustus 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) het verzoek van [appellant] om een eerdere weigering van een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) te herzien afgewezen. [appellant] heeft op 27 juli 2021 een uitkering uit het Schadefonds aangevraagd, omdat hij op 29 december 2020 met een hondenriem is mishandeld door zijn buurman en daaraan letsel heeft overgehouden. De CSG heeft op 7 maart 2022, gehandhaafd bij besluit van 4 juli 2022, geweigerd om aan [appellant] een uitkering uit het Schadefonds toe te kennen. De reden hiervoor is dat [appellant] aan de mishandeling geen ernstig fysiek of psychisch letsel heeft overgehouden. [appellant] heeft op 19 april 2023 de CSG verzocht om de hiervoor aangehaalde weigering van de uitkering uit het Schadefonds te herzien. Daarbij heeft hij nieuwe medische informatie van neuroloog J. Hoff van 6 april 2023 overgelegd. De CSG heeft op 16 augustus 2023 het herzieningsverzoek afgewezen, omdat het letsel niet als ernstig kan worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502630/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4598</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4598</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4598"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 augustus 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellant] een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) van € 2.500 toegekend. [appellant] heeft op 16 mei 2024 bij de CSG een uitkering uit het Schadefonds aangevraagd, omdat hij aan een mishandeling ernstig fysiek letsel heeft overgehouden. De CSG heeft op 28 augustus 2024, gehandhaafd bij besluit van 4 november 2024, een uitkering ter hoogte van € 2.500 toegekend. Dit bedrag hoort bij letselcategorie 2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de CSG zich op het standpunt mocht stellen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat het letsel is ontstaan als gevolg van het geweldsmisdrijf waar de aanvraag betrekking op heeft en dat hij op basis van deze aanvraag eigenlijk in het geheel niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming uit het Schadefonds.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503697/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4610</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4610</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4610"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de kosten van het meevoeren, opslaan en afvoeren van de inboedel van de ontruimde woning aan de [locatie] in Amsterdam verhaald op [appellanten]. [appellanten] waren eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Zij verhuurden de woning aan [persoon]. Door een huurachterstand is de woning op 30 november 2022 in opdracht van [appellanten] ontruimd. Na de ontruiming is de inboedel van [persoon] op straat achtergelaten. Het college heeft De Combinatie Amsterdam opdracht gegeven de inboedel mee te voeren en op te slaan. Het afval is naar de stort afgevoerd. In mei 2023 heeft het college aan de verhuurmakelaar van [appellanten] een factuur gestuurd voor betaling van de in verband met de ontruiming gemaakte kosten voor transport, opslag en stort. De totale kosten bedragen € 5.157,07. [appellanten] hebben bezwaar gemaakt tegen de factuur. Naar aanleiding daarvan heeft het college het bedrag verlaagd naar € 3.507,07. [appellanten] hebben te kennen gegeven het niet eens te zijn met dit besluit. Het college heeft vervolgens in oktober 2023 het bedrag nog eens gewijzigd en vastgesteld op € 3.160,57.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502945/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4571"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) afgewezen. [appellant] heeft op 10 maart 2023 bij de CSG een uitkering uit het Schadefonds aangevraagd. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij is mishandeld en daardoor ernstig letsel heeft bekomen. De CSG heeft op 12 oktober 2023, gehandhaafd bij besluit van 12 april 2024, geweigerd aan [appellant] een uitkering uit het Schadefonds toe te kennen. Volgens de CSG heeft [appellant] een eigen aandeel gehad in het opzettelijk gepleegde geweldsmisdrijf waarvan hij slachtoffer is geworden, doordat hij als eerste een duw gaf aan de partner van de dader. Verder vindt zij dat het geweld dat tegen hem is gebruikt in verhouding staat tot hetgeen hem te verwijten valt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600112/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4477"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorziening te treffen inhoudende dat alle lopende beslagen en executiemaatregelen die tegen hem zijn genomen per direct worden geschorst. [verzoeker] ontvangt een WIA-uitkering. Op deze uitkering heeft een gerechtsdeurwaarder beslag laten leggen. Deze gerechtsdeurwaarder treedt volgens [verzoeker] op als coördinerende gerechtsdeurwaarder namens verschillende schuldeisers. [verzoeker] stelt zich op het standpunt dat het ontbreekt aan een grondslag voor een groot deel van de vorderingen en er onvoldoende overzicht van alle schulden bestaat. Hierdoor komt zijn bestaanszekerheid in gevaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503738/7/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4474</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4474</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4474"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Den Haag de aanwijzing van De Dreven tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht ingetrokken. Deze uitspraak gaat over de Drevenbuurt in de wijk Bouwlust-Vrederust van het stadsdeel Escamp in Den Haag. Een gedeelte van de Drevenbuurt is sinds 2004 aangewezen als gemeentelijk beschermd stadsgezicht (De Dreven). Deze buurt is kenmerkend voor naoorlogse uitbreidingswijken en heeft vanwege zijn oorspronkelijke karakter en bijzondere verkaveling cultuurhistorische waarde. Binnen de Drevenbuurt zijn er volgens de raad echter grote sociaal-maatschappelijke problemen en liggen er opgaven in het kader van volkshuisvesting en verduurzaming. Met een meer gedifferentieerde en toekomstbestendige woningvoorraad beoogt de raad de neerwaartse spiraal te keren waar de buurt qua leerbaarheid in is geraakt. Omdat deze gewenste woningdifferentiatie en uitbreiding van het huidige sociale huurprogramma volgens de raad niet mogelijk is binnen de kaders van het beschermd stadsgezicht, heeft hij besloten de aanwijzing van De Dreven tot beschermd stadsgezicht in te trekken. De Vereniging Vrienden van Den Haag en anderen zijn het hiermee niet eens en willen dat het beschermd stadsgezicht behouden blijft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504018/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4367</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4367</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4367"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 19 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F. Aziz Maleki-Khodajoo, advocaat in Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505248/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4592"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd. Tijdens een controle van het binnenschip [naam schip] op 2 februari 2023 hebben toezichthouders diverse overtredingen geconstateerd. Deze zijn neergelegd in een door hun op ambtseed opgemaakt boeterapport. In de besluitvorming heeft de minister aan [appellant], als schipper/gezagvoerder van het schip, een boete van in totaal € 2.230,00 opgelegd wegens zeven overtredingen ten aanzien van het vaartijdenboek. De overtredingen betreffen voor 1 februari 2023 het niet juist invullen van de tijden waarop de bemanning aan boord komt, het niet juist invullen van de kolommen van het begin van de vaart en het niet juist invullen van de exploitatiewijze. Ten aanzien van 2 februari 2023 gaat het om het niet aanwezig hebben van het vaartijdenboek in de stuurhut, het niet juist invullen van de kolommen van het begin en van het einde van de vaart en het niet juist invullen van de kolommen ten aanzien van de rusttijden van de bemanning. De rechtbank heeft overwogen dat de minister deze overtredingen terecht heeft vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504110/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4595"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [appellant] een bestuurlijke boete van € 4.000,00 opgelegd. Ook is het college overgegaan tot invordering van deze boete. [appellant] stond sinds 8 februari 2023 in de basisregistratie personen (brp) ingeschreven op het adres [locatie] in Tilburg. Op 29 maart 2023 constateerde een toezichthouder van de gemeente Tilburg dat er in de woning een hennepkwekerij aanwezig was. De woonkamer was opgesplitst in twee delen waarin kweekappartuur en materialen werden aangetroffen. Een deel van de woning was daardoor niet meer geschikt voor bewoning. Het college heeft [appellant] bij besluit van 24 november 2023 een bestuurlijke boete opgelegd van € 4.000,00 voor het bedrijfsmatig onttrekken van woonruimte zonder vergunning. Ook heeft het college beslist tot invordering van deze boete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504160/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4597</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4597</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4597"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de bestuurderskaart van [appellant] ingetrokken. Tijdens een controle van de rij- en rusttijden van een werknemer van het bedrijf van [appellant] is gebleken dat op 3 en 6 oktober 2023 een snelle bestuurderskaartwissel heeft plaatsgevonden met de kaart van de werknemer en de kaart van [appellant]. In het door de verbalisanten op ambtsbelofte, dan wel ambtseed opgestelde boeterapport staat dat uit tachograafgegevens onder meer het volgende is gebleken. Tijdens de kaartwissel op 3 oktober 2023 werd om 00:07 uur de kaart van [appellant] uitgenomen en die van de werknemer ingevoerd en de landcode werd gewijzigd naar Duitsland. Op 4, 5 en 6 oktober 2023 werd door de werknemer in Duitsland gereden. Op 6 oktober 2023 vond na een rit van 9 uur en 4 minuten weer een kaartwissel plaats, waarbij de kaart van de werknemer werd uitgenomen, die van [appellant] werd ingevoerd en de landcode werd gewijzigd naar Nederland. Daarna werd nog 53 minuten en 63 kilometer gereden. Ook staat in het boeterapport dat de werknemer heeft verklaard dat hij op 6 oktober 2023 het laatste stukje van zijn rit in Nederland op de kaart van zijn werkgever, [appellant], heeft gereden, omdat hij niet veel rijtijd meer over had en graag naar huis wilde op de vrijdagavond voor zijn vrije weekend. Nadat de verbalisanten hebben laten weten dat fraude is gepleegd met de bestuurderskaart van [appellant] omdat door een andere chauffeur van deze kaart gebruik is gemaakt, heeft de minister besloten om de bestuurderskaart in te trekken. In bezwaar is hij hierbij gebleven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503701/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4377"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 1 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001762</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4383"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001490</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4547</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4547</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4547"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot het opleggen van een verplichting aan [bedrijf] afgewezen. In de uitspraak van 16 april 2025 heeft de rechtbank het beroep van MOB en Leefmilieu gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit van het college van 24 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. MOB en Leefmilieu stellen dat het college nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2025. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling om hun beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen zo spoedig mogelijk een besluit te nemen, dit onder dreiging van een dwangsom voor iedere dag dat het college in gebreke blijft een besluit te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600418/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4527</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4527</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4527"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning, dan wel het opleggen van een verplichting aan [bedrijf] afgewezen. In de uitspraak van 16 april 2025 heeft de rechtbank het beroep van MOB en Leefmilieu gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit van het college van 24 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. MOB en Leefmilieu stellen dat het college nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2025. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling om hun beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen zo spoedig mogelijk een besluit te nemen, dit onder dreiging van een dwangsom voor iedere dag dat het college in gebreke blijft een besluit te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600422/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4528"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning, dan wel het opleggen van een verplichting aan [persoon], afgewezen. In de uitspraak van 16 april 2025 heeft de rechtbank het beroep van MOB en Leefmilieu gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit van het college van 24 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. MOB en Leefmilieu stellen dat het college nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2025. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling om hun beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen zo spoedig mogelijk een besluit te nemen, dit onder dreiging van een dwangsom voor iedere dag dat het college in gebreke blijft een besluit te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600421/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4570</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4570</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4570"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 30 juni 2026 heeft de examinator het door [appellant] gemaakte tentamen Analyseren in het bestuursprocesrecht (WFREC.BPR.01) met het cijfer 6,6 beoordeeld. Bij beslissing van 28 januari 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Hogeschool Windesheim het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt de bacheloropleiding HBO rechten aan de Christelijke Hogeschool Windesheim. Op 3 juni 2025 heeft hij het tentamen Analyseren in het bestuursprocesrecht (WFREC.BPR.01) afgelegd. [appellant] had bij wijze van voorziening vanwege zijn dyslexie recht op 30 minuten extra tijd bij het afleggen van tentamens. Hierdoor had hij 210 minuten in plaats van 180 minuten de tijd om het tentamen af te leggen. Bovendien heeft hij vanwege zijn dyslexie ook een papieren versie van het tentamen gekregen, dat digitaal wordt afgenomen. Op het moment dat de surveillant tijdens het tentamen aangaf dat [appellant] volgens de wandklok om 20:30 uur moest stoppen, ontstond verwarring. [appellant] meende dat hij tot 20:40 uur de tijd had, aangezien het digitale toetssysteem (ANS) deze eindtijd aangaf. Na enige discussie heeft [appellant] alsnog de instructie van de surveillant opgevolgd. Het tentamen is definitief beoordeeld met het cijfer 6,6.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601207/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4349</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4349</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4349"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003515</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4347"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4458"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 17 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002068</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4461"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 december 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 3 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003493</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4502"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 13 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002482</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4476"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 mei 2026 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het verzoek om handhaving van LIMM afgewezen. LIMM is een producent van duurzame papieren drinkbekers voor eenmalig gebruik. Zij heeft op 1 en 2 april 2026 proefpakketten drinkbekers aangeboden aan de staatssecretaris. Hierbij heeft zij de staatssecretaris verzocht om handhavend op te treden tegen het op de markt brengen van drinkbekers van LIMM die mogelijk plastic bevatten, maar desondanks niet zijn voorzien van een verplichte markering op grond van artikel 15e van het Besluit beheer verpakkingen 2014 (het Besluit beheer verpakkingen). Het doel van het verzoek is om van de staatssecretaris een besluit uit te lokken om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of zij op grond van artikel 15e van het Besluit beheer verpakkingen haar drinkbekers moet voorzien van markeringen. LIMM heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, waarbij de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op het verzoek om handhaving en daarbij inhoudelijk beoordeelt of LIMM een overtreding heeft begaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601682/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4525</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4525</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4525"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning, dan wel het opleggen van een verplichting aan [bedrijf] afgewezen. In de uitspraak van 16 april 2025 heeft de rechtbank het beroep van MOB en Leefmilieu gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit van het college van 24 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. MOB en Leefmilieu stellen dat het college nog geen besluit heeft genomen en dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2025. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling om hun beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen zo spoedig mogelijk een besluit te nemen, dit onder dreiging van een dwangsom voor iedere dag dat het college in gebreke blijft een besluit te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600424/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4541</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4541</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4541"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem geweigerd aan [appellant sub 2] een omgevingsvergunning te verlenen voor de omgevingsplanactiviteit bouwen. [appellant sub 2] wil een winkelruimte op de begane grond en een bovenwoning verbouwen tot twee eengezinswoningen met een dakopbouw en twee dakterrassen op de [locatie A] en [locatie B] in Haarlem. Daarvoor heeft hij een omgevingsvergunning aangevraagd bij het college. Het college heeft met de besluiten van 21 mei 2024 en 18 maart 2025 de vergunning geweigerd op de grond dat de aanvraag in strijd is met de geldende parkeernormen. [appellant sub 2] heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het besluit van 7 april 2026 wordt geschorst en het college wordt opgedragen de omgevingsvergunning te verlenen dan wel dat hij mag handelen als ware de vergunning is verleend, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600678/2/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4580"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 24 februari 2026 heeft het college van bestuur van de Universiteit Leiden bepaald dat [appellant] niet mag deelnemen aan de tweede ronde van de selectieprocedure voor de bacheloropleiding Geneeskunde (opleiding). [appellant] heeft op 13 februari 2026 deelgenomen aan de eerste ronde van de decentrale selectie voor de opleiding. Voor deze ronde moesten kandidaten twee tests afleggen: een studievaardighedentest en een capaciteitentest. Wegens een technisch probleem met de geluidsinstallatie in de zaal, waardoor het niet mogelijk was om de mondelinge instructie over de tests ineens in de gehele zaal te geven, is die instructie zonder versterking achtereenvolgens steeds voor een aantal rijen gegeven. Bij deze mondelinge instructie is onder meer gezegd dat kandidaten geen puntenaftrek voor foute antwoorden krijgen. Het CvB heeft aan de beslissing van 18 mei 2026 onder meer het volgende ten grondslag gelegd. [appellant] is op basis van zijn score voor de capaciteitentest niet toegelaten tot de tweede selectieronde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601921/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4590"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 21 mei 2025 heeft de examencommissie academie, business en communicatie aan [appellante] medegedeeld dat zij geen verlenging krijgt voor de deadline van haar afstudeeropdracht en daardoor moet stoppen met deze opdracht. Bij beslissing van 26 januari 2026 heeft het college van beroep voor de examens van Hogeschool Arnhem en Nijmegen het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep gegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op het onderdeel Uitvoering van de afstudeeropdracht en ongegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op het onderdeel Advisering. [appellante] volgt de bacheloropleiding Ondernemerschap &amp;amp; Retailmanagement aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. [appellante] heeft een chronische aandoening, waardoor zij verminderd belastbaar is. In september 2023 is zij gestart met het afstudeertraject. Zij is begonnen met het uitvoerend project van het afstudeertraject. Vanwege haar persoonlijke omstandigheden mocht [appellante] in het studiejaar 2024-2025 doorgaan met dit project. In april/mei 2024 is zij ook aan het adviserend project van dit afstudeertraject begonnen. [appellante] heeft door haar aandoening in een aangepast tempo aan de projecten gewerkt. In januari 2025 viel zij door haar aandoening uit en had zij enige tijd nodig om te herstellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600857/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4603"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 2 december 2025 heeft de examinator aan [appellant] voor het vak Duurzaamheid (3012DZH1VY) het resultaat NAV (niet aan verplichtingen voldaan) toegekend. Bij beslissing van 24 maart 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. In het voorjaarsemester van studiejaar 2024-2025 heeft hij deelgenomen aan het vak Amsterdam Law Firm 2.2 (ALF 2.2). [appellant] heeft twee onderdelen van dit vak, namelijk ‘mondeling communiceren’ en ‘juridisch onderzoek doen’, niet behaald. Het voldoen aan alle toetsonderdelen van ALF 2.2 is voorwaarde om voor het vak Duurzaamheid 6 EC toegekend te kunnen krijgen. De registraties van de in het voorjaar behaalde resultaten zijn pas op 2 december 2025 in het cijfersysteem verwerkt. Het is voor [appellant] op dat moment pas duidelijk geworden dat hij voor het vak Duurzaamheid als resultaat NAV heeft gekregen waarmee de toekenning van studiepunten voor dat vak is komen te vervallen. [appellant] vindt het merkwaardig dat na vijf maanden het resultaat van het vak Duurzaamheid ten nadele van een student kan worden aangepast en heeft daarom administratief beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601395/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4582"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 16 april 2026 heeft het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam aan [appellante] rangnummer 433 toegekend voor de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam in het studiejaar 2026-2027. [appellante] heeft deelgenomen aan de decentrale selectie voor toelating tot de bacheloropleiding Geneeskunde in studiejaar 2026-2027. Zij heeft het rangnummer 433 toegekend gekregen. Zij is daarmee niet toegelaten tot de opleiding, die 342 plaatsen beschikbaar heeft. [appellante] heeft bij haar portfolio een cijferlijst meegestuurd van de bacheloropleiding farmaceutische wetenschappen (hierna: de cijferlijst). Deze cijferlijst is bij de beoordeling afgekeurd, omdat het geen gewaarmerkte cijferlijst betreft, zoals is beschreven op pagina 15 van het handboek selectieprocedure geneeskunde 2026 van de faculteit der Geneeskunde van de VU (handboek).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601890/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4518</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4518</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4518"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4542</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4542</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4542"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 april 2026 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de bekostiging van de basisschool Treehouse Montessori (de school) met ingang van 1 augustus 2026 beëindigd. Stichting Tree of Infinity is het bevoegd gezag van de school, die sinds 1 augustus 2022 wordt bekostigd als bijzondere basisschool. Op de school krijgen leerlingen tweetalig montessorionderwijs. Op 10 december 2025 heeft de staatssecretaris de stichting laten weten dat de school onvoldoende leerlingen heeft en dat de bekostiging daarom per 1 augustus 2026 stopt, tenzij de stichting een geslaagd beroep kan doen op een van de uitzonderingsbepalingen. Hierop heeft de stichting een aanvraag gedaan om de bekostiging door te laten lopen op grond van artikel 145 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Bij besluit van 21 april 2026 heeft de staatssecretaris de aanvraag afgewezen en dit besluit heeft zij in bezwaar gehandhaafd. Dit betekent dat de bekostiging van de school per 1 augustus 2026 stopt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602238/2/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4375"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001581</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4381"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 april 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 6 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.M.V. Bandhoe, advocaat in Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002314</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4392"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.000333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4471"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 12 juni 2025 in zaak nr. NL25.7050, ECLI:NL:RBDHA:2025:10278. Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. P.H. Hillen, advocaat in Tilburg, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000833</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4507"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 november 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister een aanvullend terugkeerbesluit genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000128</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4185"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 9 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat in Berkel en Rodenrijs, hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4343"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003578</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4345"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 juli 2023 en heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002783</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4348</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4348</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4348"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003508</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4362</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4362</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4362"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4369</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4369</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4369"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 10 juli 2025 in zaak nr. NL25.23233. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij verzoeker opgekomen proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001028</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4385"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002934</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6960</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6960</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6960"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, verstek. Eiseres heeft haar vorderingen ingetrokken en vordert enkel de werkelijk door haar gemaakte proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/353707 / KG ZA 26-259</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Verstek</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4352"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4376"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003316</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4466</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4466</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4466"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 september 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 28 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003156</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4490"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 8 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4497</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4497</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4497"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 3 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003481</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4346"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003079</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4365"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4379"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003394</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4468"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 juni 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 19 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003047</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4244"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003180</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4337"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002994</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4459"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 4 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4469"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 5 februari 2024 heeft de minister appellant meegedeeld dat de rechten van de Richtlijn tijdelijke bescherming voor hem op 4 maart 2024 stoppen. Bij besluit van 11 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003439</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4482</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4482</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4482"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 mei 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 10 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002976</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4493</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4493</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4493"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 januari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 19 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003588</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4492"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 3 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4384"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 juli 2023 en heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003603</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4370</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4370</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4370"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister van Asiel wn Migratie een aanvraag van betrokkene om verlenging van haar verblijfsdocument EU/EER, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003607</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4363"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003619</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4361"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen en een verzoek van verzoeker om bestuurlijke heroverweging van de besluiten over zijn zes eerdere asielaanvragen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003651</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4360"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 8 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4356"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4388"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister de aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 9 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen gerichte beroep van verzoeker gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003636</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4467"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 januari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 30 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003839</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4465"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 september 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 16 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003895</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4520</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4520</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4520"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003945</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4464"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 juni 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 28 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Verzoeker heeft krachtens artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 bij de minister bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen overdracht op 30 juli 2026 en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De griffier van de rechtbank heeft dit verzoek op 28 juli 2026 ter behandeling aan de voorzieningenrechter van de Afdeling doorgezonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003879</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4478</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4478</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4478"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 9 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep, geregistreerd onder NL26.9879, ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4506"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 15 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven voor zover het gaat over de afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003739</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4378"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4462"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003817</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4457"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 september 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 3 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003853</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4523</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4523</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4523"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003953</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4509"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 6 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003897</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4522"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 16 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hen verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003952</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1932"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Arrest van het gerechtshof Den Haag. Medeplegen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000857-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Koevoets, A.R. Hartmann, W.F. Koolen</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20183"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring - artikel 59 - handboeien - gebrek - belangenafweging - beroep ongegrond met proceskostenveroordeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.D. Gunster</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20184"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring - artikel 59 - onrechtmatigheid bestreden besluit en hoogte schadevergoeding niet in geschil - beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.D. Gunster</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6529</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6529</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6529"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontruiming bedrijfsruimte na vaststellingsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12272958 \ CV EXPL 26-3198</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20185"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring - artikel 59 - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.D. Gunster</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:18694</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18694</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:18694"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel - arresten Quatal en Ebilum - de rechtbank toetst het bestreden besluit vol - de minister heeft voldoende rekening gehouden met het referentiekader - het nader gehoor is zorgvuldig geweest - de minister heeft de asielmotieven terecht niet geloofwaardig geacht - geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Syrië - situatie terecht gekwalificeerd als een 15c-situatie in de laagste gradatie - AAB 29026 - beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.10824</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17760</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17760</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17760"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel - uit de algemene informatie volgt niet eenduidig welke gebieden op de weg van Mogadishu naar Beledweyne onder controle staan van Al-Shabaab en uit algemene informatie eveneens af te leiden valt dat sommige gebieden langs de hoofdweg onder (gedeeltelijke) controle staan van Al-Shabaab, is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser bij terugkeer niet hoeft te reizen door gebieden waar Al-Shabaab aan de macht is dan wel de controle heeft. - beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.48364</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-06-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17032"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen. De rechtbank zal de IND hierna verweerder noemen. Eiseres is het niet eens met de afwijzing en heeft daarvoor argumenten gegeven. Deze argumenten noemt de rechtbank de beroepsgronden. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing voldoet aan de regels van de wet. Daarbij heeft zij allereerst geoordeeld dat het toepassen van de Werkinstructie 2024/6 (WI 2024/6) bij het beoordelen van de geloofwaardigheid niet in strijd is met Europese regels. Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder de identiteit en de herkomst van eiseres en de problemen met haar stiefvader terecht ongeloofwaardig heeft gevonden. Verder volgt de rechtbank het standpunt van verweerder dat de omstandigheid dat eiseres uit Somalië komt, niet leidt tot Vluchtelingschap of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast komt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat hij niet ambtshalve een reguliere verblijfsvergunning aan eiseres hoefde te verlenen. Ook heeft hij geen uitstel van vertrek op medische gronden aan eiseres hoeven verlenen. Verweerder heeft voldoende rekening gehouden met de belangen van het kind en heeft tot slot een terugkeerbesluit op kunnen leggen. Het beroep is dus ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.59744 (beroep) en NL25.59745 (voorlopige voorziening)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.B. Klaus</contributor><issued>2026-06-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19418"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bestreden besluit strijdig met Kwalificatieverordening en het recht op internationale bescherming. Aan eiseres moet internationale bescherming worden verleend als subsidiair beschermde. De rechtbank verwijst de zaak daarom terug naar verweerder en draagt hem op om deze internationale bescherming te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.15791</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.N. van Rijn</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20187"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring - artikel 59 - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.D. Gunster</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:5935</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5935</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:5935"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vonnis in incident, artikel 195 Rv: recht op inzage, uittreksel of afschrift. Vordering tot afgifte van bankafschriften en overzichten van cryptoaccounts. Vordering toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/19/150676 / HA ZA 25-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.B. van Baalen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19840"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, informatieregeling en kinderalimentatie. Zorgregeling met jongste kind vindt plaats in de woning van de vrouw; man heeft geen eigen woning en kind heeft zorgbehoefte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/688127 / FA RK 25-5140</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21803"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, Duitsland</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1581"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">geen griffierecht betaald, artikel 127 lid 3 Rv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.385_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.P.M. Rousseau, J.M.H. Schoenmakers, E.H. Schulten</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7787</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7787</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7787"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Factuur reparatie Porsche. Onderzoek naar lekstroom, prijsopgave van te voren niet mogelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12240761 \ CV EXPL 26-7262</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9600"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Toepassen jeugdstrafrecht. Veroordeling van wapenbezit met bijbehorende munitie. Oplegging van een jeugddetentie groot deel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-177197-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Flikweert, mr. S.C. Sassen, mr. J. Groot</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7057"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over een opgelegde bestuurlijke boete wegens het zonder vergunning omgezet houden van een zelfstandige woning in drie zelfstandige woonruimten. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder een boete heeft mogen opleggen en dat er geen aanleiding is om de boete (verder) te matigen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/665</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. Dolfing</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1872"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag op vier personen. Verwerping beroep op noodweer(exces) en putatief noodweer(exces). Hogere straf dan rechtbank maar aanzienlijk lager dan eis advocaat-generaal.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001435-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.P.J. Scheele, C.A. van Roosmalen, M.J.A.E. Rijssenbeek</contributor><issued>2026-07-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:2411</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7081"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep over de aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van de buitenruimte van de voormalige kerk aan de [adres] als terras. Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk omdat zij niet eerst bezwaar heeft gemaakt. Dat zij een handtekeningenlijst heeft ondertekend bij het bezwaarschrift van een andere bezwaarmaker wordt niet aangemerkt als eigen bezwaar van eiseres.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/4424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. de Vos</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7112"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Betreft een opvolgend Beroep Niet Tijdig Beslissen, waarin de rechterlijke dwangsom wordt gematigd na een eerdere uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 1769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.H. Waller</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7751</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7751</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7751"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">EPGV-verzoek. Vergoeding verkoopbedrag laptop.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12008497 \ CV FORM 25-17119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7252</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7252</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7252"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag om toestemming tot het voeren van een Nederlandse titel op grond van de WHW. Advies van Nuffic is inzichtelijk en concludent. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/1997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Haeften</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19889"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">nog voorliggende worden verzoeken ingetrokken zodat er niets meer te beslissen valt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/660942 / FA RK 24-854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7254"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Geen besluit toegestuurd, geen gronden, onderbouwing spoedeisend belang, voorziening, kopie bezwaar- of beroepschrift. Verzuim niet hersteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/3510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.C. Loman</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7891"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot 40 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk voor langdurige bankhelpdeskfraude waarbij groot aantal personen, variërend in leeftijd van 67 tot 81 jaar, slachtoffer zijn geworden van telefonische oplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/032005-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9601</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9601</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9601"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Volwassenstrafrecht. Vrijspraak van een poging moord en veroordeling van een poging doodslag. Oplegging van een gevangenisstraf, TBS-maatregel (DUT) en een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel. Schorsing voorlopige hechtenis onder dezelfde voorwaarden als die worden verbonden aan de terbeschikkingstelling (DUT). Niet-ontvankelijk verklaring benadeelde partijen. Afwijzing vordering ten uitvoerlegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10.133598.25 en TUL VV: 10-102873-24 en 10-346755-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Flikweert, mr. S.C. Sassen, mr. J. Groot</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7558"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de ondertoezichtstelling. Afwijzing van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De combinatie van het veiligheidsplan en de regiefunctie van de huisarts maakt dat de veiligheid van de kinderen voldoende gewaarborgd kan worden in de thuissituatie bij de ouders. De kinderrechter heeft de kinderen een brief gestuurd waarin de beslissing is uitgelegd, welke is toegevoegd aan de beschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/377661</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1910</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1910</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1910"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kopje volgt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.332.641/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7802"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek art. 5:130 BW tot vernietiging besluit m.b.t. verduurzaming van het complex afgewezen. Niet is gebleken dat het besluit van de VvE vernietigbaar is wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. Omdat het besluit in stand blijft bestaat geen aanleiding om de verzochte vervangende machtiging ex art. 5:121 BW te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12149981</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21804"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">verlenging overdrachtstermijn in verband met detentie, beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.15907</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6012"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Restant verzoek voorlopige ondertoezichtstelling toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447613 / JE RK 26-731</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7806"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. Duurovereenkomst voor internetdiensten van 24 maanden. De vordering tot betaling van achterstallige en resterende termijnen wordt toegewezen, omdat gedaagde geen goede reden heeft om niet te betalen voor de geleverde diensten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12191456 CV EXPL 26-5752</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proceskostenveroordeling, Proces-verbaal</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5086"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">incassowerkzaamheden op 'no cure no pay'-basis? informatie op website en uitzonderingen in algemene voorwaarde. dwaling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11990883 \ UC EXPL 25-9620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4256"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">PV mondelinge uitspraak. Het beroep van eiser is ongegrond. Eisers auto is terecht weggesleept van het Janskerkhof in Utrecht. Er gold een tijdelijk parkeerverbod en het is eisers verantwoordelijkheid om na te gaan wat de geldende verkeersregels ter plaatse waren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.J. Woutersen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6010</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6010</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6010"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM op ZM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/448382 / FA RK 26-2601</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19408"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burenrecht - verjaring - bezit - misbruik van recht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Hartendorp</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9577"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening tegen een last tot onmiddellijke onthouding van de beroepsactiviteiten (LOOB) op grond van de Wet BIG. De IGJ heeft bepaald dat verzoekster haar werkzaamheden als huisarts voorlopig niet meer mag verrichten totdat het Regionaal tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft geoordeeld over de zaak. De IGJ heeft daarnaast besloten een zakelijke weergave van de LOOB openbaar te zullen maken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de IGJ zich terecht bevoegd geacht tot het opleggen van de LOOB en hoefde de IGJ niet af te zien van het opleggen van de LOOB. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de zakelijke weergave van de LOOB openbaar mag worden gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/5922</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V. van Dorst</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4259</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4259</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4259"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Buiten zitting. Beroepen niet-ontvankelijk. Geen griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/4095, 25/4099, 25/4101, 25/4104, 25/4106 en 25/4107</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wolbrink</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6781</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6781</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6781"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding. Billijke vergoeding. Duurzame ontwrichting veroorzaakt door houding werkgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12075346 \ AZ VERZ 26-13</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:5990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:5990"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">VoVo- overeenstemming PAL.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/446481/ FA RK 26-1570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3509"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscale eenheid OB, terbeschikkingstelling werkruimtes door DGA</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:855</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:855</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:855"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500305/1/V1</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19941"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek ondertoezichtstelling toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703076 / JE RK 26-593</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.D.A. Geleijns</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5076"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onbetaalde energiefactuur. Gedaagde betwist hoogte van de vordering. Onvoldoede gemotiveerd betwist. Toewijzing vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11918954 \ MC EXPL 25-5538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4267"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft een tweede bewonersparkeervergunning gekregen. Hij heeft geen recht op een eerste bewonersparkeervergunning omdat hij een eigen parkeervoorziening heeft. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6153</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Lange</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:5993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:5993"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging hoofdverblijf en nihilstelling kinderalimentatie. Onder toezicht gestelde kinderen verblijven sinds oktober 2024 bij hun vader op grond van een machtiging uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/ 441518 FA RK 25-5649</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19968"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek gezamenlijk gezag door de vader. Raadsonderzoek gelast. Geen omgang met de dochter. Pro forma aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690971 / FA RK 25-6636</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Emmens</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4276</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4276</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4276"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het college heeft urgentieaanvraag van eiseres kunnen afwijzen omdat eiseres niet voldoet aan voorwaarden voor urgentie vanwege relatiebeëindiging: de kinderen hebben onderdak en pas na twee jaar na relatiebeëindiging aanvraag ingediend. Beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1061</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W. Wagenaar</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:101</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:101</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:101"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag bouwvergunning terecht afgewezen. Bouwplan is gelegen binnen een gebied waarvoor op grond van de Hillside Policy een bouwverbod geldt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202500875-LAR00135/2025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. Martinez-Hammer</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4009</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4009</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4009"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ woning, artikel 40 Wet WOZ, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB-23_1963</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Dondorp-Loopstra</contributor><issued>2024-07-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6013"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek verlenging ondertoezichtstelling toegewezen, verzoek verlenging machtiging uithuisplaatsing deels toegewezen onder aanhouding van het restant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447724 / JE RK 26-766</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4475"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019, Zvw 2019 en IB/PVV 2020: Is sprake van een objectieve voordeelsverwachting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9536, 23/9537 en 23/9538.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4283"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De aanvraag van eisers om een huisvestingsvergunning is terecht afgewezen door het college wegens de samenstelling van het huishouden. De ongeboren tweeling telt niet mee en ook de (schoon)zus niet. Dat zij mantelzorg verleent is niet onderbouwd. Bovendien beschikte zij ten tijde van de aanvraag niet over de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfsvergunning. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W. Wagenaar</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5082"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kwalificatie van de overeenkomst. Er is sprake van een onderhuurovereekomst woonruimte en geen bewaarovereenkomst. Schadevergoeding nader op te maken bij staat wordt afgewezen. Waarborgsom moet worden terugbetaald. Geen dwangsommen verbeurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11989859 \ MC EXPL 25-6584 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4445"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019 - Is sprake van een onderneming in objectieve zin?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1377"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop aan Liander N.V. een vergunning verleend voor het plaatsen van een transformatorstation nabij de [locatie] in Zevenhoven. Deze zaak gaat over een transformatorstation dat door Liander N.V. is aangelegd in Zevenhoven, in de gemeente Nieuwkoop. Liander N.V. heeft voor het plaatsen van het transformatorstation op 29 juni 2020 "onder protest" een aanvraag om een vergunning ingediend. Zij is namelijk van mening dat deze activiteit vergunningvrij is. Hoewel deze aanvraag bij besluit van 10 juli 2020 door het college werd ingewilligd, is Liander N.V. daarom toch tegen dit besluit in bezwaar gegaan. Nadat dit bezwaar bij besluit van 9 december 2020 ongegrond is verklaard, is Liander N.V. daartegen in beroep gegaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vergunningplicht die door artikel 5, eerste lid, van de Algemene Verordening Kabels en Leidingen gemeente Nieuwkoop 2020 in het leven is geroepen, geen onaanvaardbare doorkruising van het systeem van vergunningsvrij bouwen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht oplevert.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307313/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:15085</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1380</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1380</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1380"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Op 17 oktober 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een ontwerp vastgesteld voor een wachtplaats voor de scheepvaart bij de Broekvelderbrug in Bodegraven. Met de vaststelling is een ontwerp vastgesteld voor een aan te leggen wachtplaats voor de scheepvaart bij de Broekvelderbrug in Bodegraven. Bij brief van 7 november 2022 is [appellant] geïnformeerd over deze vaststelling. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 1] te Bodegraven. Hij komt op tegen de vaststelling van het ontwerp omdat door de nieuwe wachtplaats de vrije in- en uitvaart wordt belemmerd van een watergang die ligt op zijn perceel en het perceel [locatie 2]. Het college heeft het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard omdat de vaststelling van het ontwerp van de wachtplaats geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de brief met bijlage van 7 november 2022 geen appellabel besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb is, omdat de brief niet op rechtsgevolg is gericht. De brief is een mededeling van een voorgenomen feitelijke handeling en brengt geen verandering in rechten of verplichtingen van [appellant].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500190/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:20408</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:20408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:20408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:20408"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Brief verweerder is geen appellabel besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, omdat de brief niet op rechtsgevolg is gericht. De brief is een mededeling van een voorgenomen feitelijke handeling en brengt geen verandering in rechten of verplichtingen van eiser.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/2298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.H. van den Ende</contributor><issued>2024-12-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1380</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7900"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich samen met anderen meermalen schuldig gemaakt aan oplichting en aan diefstal van oudere mensen door middel van babbeltrucs, waarbij bankpassen, pincodes en sieraden afhandig werden gemaakt. Zij deden zich voor als bankmedewerkers, zeiden telefonisch tegen de slachtoffers dat er iets vreemds aan de hand was met hun bankrekening en dat iemand gestuurd zou worden om de bankpassen en waardevolle spullen veilig te stellen. De rechtbank legt op een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden. Daarnaast wordt de vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling van 8 maanden gevangenisstraf toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/068290-24 (zaak A), 15/236726-25 (zaak B) en 13/294554-25 (zaak C) (ter zitting gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4722</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4722</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4722"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering ontruiming van woning tegen niet verschenen huurder afgewezen, tegen verschenen zoon van huurder toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12270305 \ CV EXPL 26-1939</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.W.G. Wijnands</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5500"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Uitleg overeenkomst van grondruil met gemeente. Gemeente heeft niet tegenover een inwoner de verplichting op zich genomen fietspaden, die onderdeel uitmaken van een veelomvattend infrastructureel project, aan te leggen aan beide zijden van een weg. Overeenkomst ook niet vernietigbaar op grond van dwaling omdat gemeente steeds duidelijk heeft gecommuniceerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/457308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.H. Keijzer</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7557"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De kinderen hebben verzocht om beëindiging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Omdat de machtiging al is verlopen en niet is verlengd, verklaart de kinderrechter de kinderen niet-ontvankelijk in hun verzoeken vanwege een gebrek aan belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/376477</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19955"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorzieningen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/701716 / FA RK 26-2732</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.D.A. Geleijns</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1381"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland. een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing van de woning aan de [locatie 1] te Maasland. Het college heeft aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor een bouwplan dat, kort gezegd, voorziet in het toegankelijk maken van de bergzolder en het realiseren van een dakkapel (dakopbouw) op het achtergevel dakvlak van de woning aan de [locatie 2] in Maasland (hierna: de woning). [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 3] in Maasland. Zij kan zich niet vinden in de verlening van de omgevingsvergunning, omdat volgens haar impliciet meer vergund wordt dan waar het college vanuit is gegaan bij de verlening van de omgevingsvergunning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300988/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:18709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:18709"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting, box 3-heffing. De inkomstenbelasting wordt geheven over het in een kalenderjaar genoten inkomen uit sparen en beleggen. Dit inkomen wordt forfaitair bepaald naar de grondslag sparen en beleggen per 1 januari van het kalenderjaar (de peildatum). De heffingsgrondslag is hiermee duidelijk. Anders dan eiser stelt, is een afzonderlijke bepaling voor het genietingsmoment niet nodig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/7270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6362</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6362</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6362"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2018, 2019 en 2020. Nieuw feit, vertrouwensbeginsel. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1993, BRE 25/1994, BRE 25/1995</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19383"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenvergoeding voor bezwaarfase in afwijking van het forfait vanwege bijzondere omstandigheden (artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht). Verweerder treft het verwijt tegen beter weten in te hebben gehandeld door bij het opleggen van de aanslag uit te gaan van een lucratief belang (artikel 3.92b van de wet IB 2001) bij een ‘initial investor’.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 4001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J.M. Arends, M.J. Pelinck, K.G. Scholten</contributor><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6386"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting, Zugewinngemeinschaft, inkomsten uit sparen en beleggen, beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6469"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting internationaal</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/5618, 25/5620 en 25/5621</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5889"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2022. Navordering van de eerder uitbetaalde heffingskortingen is terecht. Als gevolg van een ab-verlies dat is omgezet in een belastingkorting is de partner geen inkomensheffing verschuldigd. De belastingrechter is niet bevoegd om over de gevraagde betalingsregeling te oordelen. Beroep ongegrond. Wel IMSV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24/8187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.F. Kossen</contributor><issued>2026-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5089"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">is bestuurder en 70% aandeelhouder van. houdt de andere 30% aandelen. heeft aan geld geleend, dat grotendeels niet is terugbetaald. Vordering tot terugbetaling openstaande hoofdsom is niet verjaard door stuiting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/604215 / HA ZA 25-627</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A.T. van Rens</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4489</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4489</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4489"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019 en IB/PVV 2020: Is sprake van een objectieve voordeelsverwachting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9534 en 23/9535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9607"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">WHOA zaak. Afkondigen afkoelingsperiode. Afgeven machtiging voor rechtshandelingen. Aanstellen observator.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712342 HO RK 25/2249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C.A.T. Frima, M. Aukema, V.G.T. van Emstede</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 376</reference><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 42a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9608</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9608</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9608"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">WHOA zaak. Opheffen afkoelingsperiode.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712342 HO RK 25/2249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C.A.T. Frima, M. Aukema, V.G.T. van Emstede</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 376</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4284"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft het college van B&amp;W gevraagd om het gebruiksdoel in de zin van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen voor het verblijfsobject te wijzigen van "overige gebruiksfunctie" naar "woonfunctie". Het college heeft dit verzoek terecht afgewezen omdat er geen brondocumenten zijn die dit rechtvaardigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1747 en UTR 26/1758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W. Wagenaar</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9609"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">WHOA zaak. Intrekken aanstelling observator en vaststellen salaris observator.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/714341 HO RK 26/57</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C.A.T. Frima, M. Aukema, V.G.T. van Emstede</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3986"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting - fiscale eenheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/2229</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, G. van Norden, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21159</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21159</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21159"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zodat het beroep mag worden afgewacht in Nederland. Het verzoek wordt afgewezen omdat al op het beroep is beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.L.M. Steinebach-de Wit</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1382"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland een handhavingsverzoek van [appellanten] afgewezen (het afwijzingsbesluit). In 2011 is de woning aan de [locatie 1] in Maasland (de woning) intern verbouwd. De verbouwing is onder meer uitgevoerd in een ruimte die zich bevindt aan de zuidkant van de woning. Deze ruimte grenst aan de woning van [appellanten] aan de [locatie 2]. In deze ruimte is een dragende wand vervangen door balken. Eén balk loopt evenwijdig aan de zijmuur tussen de woningen op [locatie 2] en [locatie 1]. Deze balk bevindt zich op ongeveer een meter van deze zijmuur. Een andere balk loopt evenwijdig aan de achtergevel van [locatie 1] en was verankerd in de stenen zijmuur tussen [locatie 2] en [locatie 1]. Voor deze bouwwerkzaamheden was op dat moment geen omgevingsvergunning verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404416/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:181</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:8708</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:181"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-01-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Heropening; inschakelen STAB; beoordelen of bouwwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform verleende omgevingsvergunning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/3173</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.B. Wijnholt</contributor><issued>2023-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1382</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:8708</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8708</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:8708"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om handhaving afgewezen; draagconstructie pand; STAB-advies; hoofddraagconstructie pand niet uitgevoerd volgens de vergunning uit 2012; de rechtbank laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand omdat uit de controleberekeningen van de STAB blijkt dat de huidige hoofddraagconstructie in het pand van de derde-partij voldoende veilig is volgens het Bouwbesluit 2012; handhavend optreden onevenredig tot de daarmee te dienen belangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 21/3173</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.B. Wijnholt</contributor><issued>2024-06-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1382</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4983</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4983</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4983"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting / boete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. van Norden, J.H. Bogert, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1383"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit, verzonden op 6 april 2021, heeft de raad voor rechtsbijstand de aan [appellant] toegekende toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand met het kenmerk 3KT1508 ingetrokken. De raad verleent toevoegingen voor rechtsbijstand. De regels voor het al dan niet in aanmerking komen voor een toevoeging zijn neergelegd in de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr). Daarnaast heeft de raad beleid vastgesteld, neergelegd in zogenoemde werkinstructies. [appellant] is advocaat en neemt als rechtsbijstandverlener deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat een rechtsbijstandverlener op basis van vertrouwen een toevoegingsaanvraag indient en de raad deze toevoeging zonder voorafgaande inhoudelijke beoordeling verstrekt. Achteraf worden toevoegingen en vastgestelde vergoedingen steekproefsgewijs door de raad gecontroleerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202204228/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:6713</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2022:6713</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6713</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2022:6713"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">toevoeging, werkinstructie, cassatieadvies, geen sprake van diversiteit van procedures.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 4318</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.P. Kleijn</contributor><issued>2022-08-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1383</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6526"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2765</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6008</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6008</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6008"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging gezag en informatieregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/441374 / FA RK 25-5557</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1384"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 juli 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellante] is geboren op [geboortedatum] 1957 in Suriname en heeft door geboorte het Nederlanderschap verkregen. Op 28 mei 1971 is zij voor het eerst ingeschreven in Nederland. Op 27 juli 2006 is [appellante] uitgeschreven uit Nederland wegens emigratie naar Suriname. Op 8 februari 2007 heeft [appellante] door naturalisatie de Surinaamse nationaliteit verkregen. Op 18 mei 2018 heeft zij een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Suriname. De minister heeft geweigerd om de aanvraag in behandeling te nemen. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat [appellante] het Nederlanderschap op 8 februari 2017 ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) heeft verloren omdat zij zowel de Nederlandse als de Surinaamse nationaliteit had, zij op dat moment gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Suriname en van stuiting van deze termijn op grond van artikel 15, vierde lid, van de RWN geen sprake is geweest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202301250/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:573</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:573</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:573</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:573"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-01-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Regulier: ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 21/8205</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.P. Kleijn</contributor><issued>2023-02-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1384</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4892</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4892</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4892"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Loonvordering in hoger beroep deels toegekend. Werknemer heeft niet te laat de juistheid van zijn digitale loonstroken aangevochten omdat hij nooit toegang tot die loonstroken heeft gehad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.349.165/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21155"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen versnelde behandelingsprocedure art 30b AMP, afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond. Relaas ongeloofwaardig. Kennelijk ongegrond in verband met niet meteen melden. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37118</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.L.M. Steinebach-de Wit</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4640"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Volgens rechtspraak van de Hoge Raad behoren de gevolgen van onbetrouwbare informatie, verstrekt in door gemeenten toegestane parkeerapps voor rekening van de gemeente te komen. De heffingsambtenaar heeft niet aan de informatieplicht voldaan wanneer vaststaat dat bij aanmelding in en het activeren van de bewuste parkeer app (hier Q-Park) bij de parkeerder die middels bel parkeren en een parkeerapp wil betalen onjuiste en/of onvolledige gegevens in beeld komen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemachtigde niet voldoende gemotiveerd betwist dat belanghebbende bij gebruikmaking van de Q-Park app en invoering van de juiste parkeerzone de voor de toepasselijke parkeerzone geldende regels heeft gezien en/of heeft kunnen zien waarbij ook de maximale betaaltermijn van 60 minuten was aangegeven. Evenmin is gemotiveerd betwist dat de parkeerder in de Q-Park app notificaties kan instellen zodat hij een bericht ontvangt als de parkeertijd (bijna) verstrijkt. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_25_1804</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4634"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Anders dan belanghebbende doet voorkomen, is niet sprake van een zakelijk/persoonlijk erfdienstbaarheidsrecht waarbij de woning van belanghebbende lijdend erf is. Voor zover al sprake is van een persoonlijk recht en daarin een waardeverminderende factor geacht moet worden te zijn gelegen, acht de rechtbank een en ander genoegzaam (mee)gewogen door de taxateur via de voor de kavel gebruikte doelmatigheids-kwalificatie van 2 in plaats van 3 (zie ook 4.1 verweerschrift). Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_25_850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4635</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4635</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4635"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank stelt voorop dat de heffingsambtenaar erkent dat de staat van de woning voor wat betreft kwaliteit, onderhoud en voorzieningenniveau slecht is. De woning heeft een ‘restwaarde’. Voor het bepalen van die restwaarde is de (gecorrigeerde) marktwaarde van de referentiewoningen gebruikt en zijn op de gemiddelden tevens in mindering gebracht (met ruime marges) geschatte en gespecifieerde kosten voor herstel, namelijk € 137.000,- voor belastingjaar 2024 en € 142.000,- voor belastingjaar 2025 (in de taxatiematrixen vermeld onder ‘Bijzondere omstandigheden’). Belanghebbende heeft de taxatiematrixen in beroep en de (specificaties van de) geschatte herstelkosten niet, althans niet genoegzaam, gemotiveerd betwist. De beroepsgrond slaagt gelet op het voorgaande niet. De beroepen zijn ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_25_632_en_ak_25_1777</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4638"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Nu de heffingsambtenaar [..] abusievelijk zijn verweerschrift en zijn nieuwe matrix over het onderhavige belastingjaar 2024 met waardepeildatum 1 januari 2023 niet als processtukken heeft overgelegd - en die onderbouwing dus ontbreekt -, en de gemachtigde in zijn inleidend beroepschrift van 28 maart 2025 geen andere stellingen heeft betrokken dan die reeds afdoende zijn weerlegd respectievelijk door de rechtbank geacht worden te zijn weerlegd in de uitspraak op bezwaar van 16 januari 2025 over belastingjaar 2024 - waarin de heffingsambtenaar uitgaat van een liggingskwalificatie 2 - zal de rechtbank de waarde van de woning per 1 januari 2023 lager vaststellen dan de waarde ad € 249.000,- die de heffingsambtenaar per 1 januari 2024 ten behoeve van belastingjaar 2025 juist acht. De rechtbank zal de waarde in redelijkheid en billijkheid per 1 januari 2023 vanwege de aantrekkende woningmarkt ambtshalve vaststellen op € 229.000,-. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_25_849</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4642"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uit vaste rechtspraak volgt dat de Dienst Toeslagen in beginsel mag vertrouwen op informatie die is doorgegeven door de kinderopvanginstelling (KOI), tenzij sprake is van feiten en omstandigheden op grond waarvan de Dienst in redelijkheid had moeten twijfelen aan de juistheid van die gegevens. De rechtbank is van oordeel dat gelet op een verdubbeling van het aantal uren per 1 februari 2022, waarmee het aantal opvanguren per dag 15 werd, hetgeen ongekend hoog is, in combinatie met de omstandigheid dat een gewijzigd inkomen was opgegeven van € 0,00 alsook de omstandigheid dat over de periode vanaf 1 juli 2012 in het geheel geen gegevens meer waren ingevoerd, de Dienst Toeslagen in redelijkheid had moeten twijfelen aan de juistheid van de gegevens in de KOI-viewer en de combinatie van gewijzigde gegevens in de KOI-viewer aanleiding had moeten zijn om, alvorens de KOT over 2012 definitief vast te stellen, bij belanghebbende navraag te doen wat blijkens de stukken niet is gebeurd. Door geen navraag te doen bij bel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_25_1711</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.W.H. Oude Aarninkhof</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4636"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. De gemachtigde voert aan dat de taxateur van de heffingsambtenaar de factor ‘cultuurgrondvrijstelling’ niet goed heeft toegepast. Volgens de heffingsambtenaar is op een deel van het perceel de cultuurgrondvrijstelling van toepassing - op grond van artikel 2, lid 1, sub a van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ - en op een ander deel niet. In eerdere taxaties was hiermee ten onrechte geen rekening gehouden. In de taxatiematrix in beroep is hier, in het voordeel van belanghebbenden, wel rekening mee gehouden. De heffingsambtenaar heeft in beroep de woning en grond opnieuw laten controleren en inmeten. Daarbij is de grond gesplitst, aanvankelijk op basis van de volgende indeling: 1.800 m² grond bij de woning en 7.512 m² weidegrond. In de taxatiematrix is de oppervlakte van de bij de woning behorende grond gecorrigeerd, van 1.800 m² naar 2.150 m². De overige grond is voor de waardebepaling buiten beschouwing gelaten. De gemachtigde heeft zijn stelling dat de cultuurgrondvrijstelling niet juist is berekend niet, laat staan met verifieerbare gegevens, onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_24_2086</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4644"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Besluiten op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Boete wegens overtreding van artikel 18b van de Wml, openbaarmaking inspectiegegevens en waarschuwing preventieve stillegging van werk. Verweerder heeft voor het niet verstrekken van de vereiste stukken terecht een boete aan eiseres opgelegd, maar die is te hoog in verhouding tot de wijze waarop de boete tot stand is gekomen en welk motief daaronder ligt. De rechtbank verlaagt de boete. De beslissingen om de inspectiegegevens te publiceren en om een waarschuwing preventieve stillegging van werk te geven blijven in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_25_2442_en_25_2443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.C. Rozeboom</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4893</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4893</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4893"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verlenging gebieds-en contactverbod. Geen reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen van man ten aanzien van vrouw en/of kinderen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.370.098/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19953</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19953</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19953"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen. Omgangsbegeleiding. Vaststellen alimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/701858 / FA RK 26-2815</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.S. Hogendoorn-Matthijssen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4302"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het college heeft een omgevingsvergunning aan vergunninghouder verleend voor het bouwen van een aanbouw aan de zijkant van zijn woning (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Eisers wonen schuin tegenover het perceel van vergunninghouder, aan de zijde waar de aanbouw is voorzien. Zij zijn het niet eens met de omgevingsvergunning. Eisers vinden dat het college bij de beoordeling van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties meer gewicht had moeten toekennen aan hun belangen, waaronder privacy en daglichttoetreding, dan aan het belang van vergunninghouder om zijn woning uit te breiden. Zij hopen met hun beroep te bereiken dat het bouwplan niet doorgaat. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepen van eisers ongegrond zijn, omdat het college een zorgvuldige beoordeling heeft gemaakt of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en daarbij in redelijkheid meer gewicht heeft mogen toekennen aan het belang van vergunninghouder om te bouwen dan aan de belangen van eisers. Dat betekent dat de verleende omgevingsvergunning in stand blijft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/2847 en UTR 25/2849</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5958"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingskosten zijn terecht door de ontvanger in rekening gebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/1277 en 25/5835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19962</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19962</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19962"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek door de vader tot vaststelling omgangsregeling en informatieregeling. Verzoek m.b.t. omgangsregeling afgewezen, verzoek m.b.t. informatieregeling toegewezen, opbouwen contactherstel. Psychische problematiek vader.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/691246 / FA RK 25-6773</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Emmens</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2023:401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2023:401"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dwaling verzekerden bij afsluiten PPP's (levensverzekering met beleggingscomponent). Geen bedrog. Terugbetaling inleg. Gemist benchmarkrendement? Voor welke refentieportefeuille gekozen? Voornemen benoeming deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/335249 / HA ZA 18-407</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A. Bik, mr. G.J.H. van der Sangen, mr. C. Schollen-den Besten</contributor><issued>2023-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:645</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20048"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Spanje, zorgvuldigheid gehoor, interstatelijk vertrouwenbeginsel, artikel 17 Dv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.6700 en NL26.6701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.I.H. Kerstens-Fockens</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6525</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6525</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6525"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV voor het jaar 2011 opgelegd naar aanleiding van een keuzeherziening op grond van artikel 2.17, lid 4 Wet IB 2001.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4751</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4751</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4751"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO aanvraag, gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2582</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Helmich</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2536</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2536</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2536"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eisvermeerdering vormt incidenteel hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.328.508_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.M. Arnoldus-Smit, J.G.J. Rinkes, N.W.M. van den Heuvel</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2023:401</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3866"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WIA. Beroep tegen het besluit waarin het Uwv eiser volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt heeft geacht. Het Uwv heeft voldoende gemotiveerd dat geen sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 23/6323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-07-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2173"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.370.759/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2282"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof passeert de stelling van de man dat bij de berekening van kinderalimentatie rekening moet worden gehouden met zijn werkelijke woonlasten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.733/01 (echtscheiding) en 200.361.736/01 (verdeling)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7667"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2016, artikel 4 AWR, toepassing Verdrag Nederland-Duitsland</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 9744</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-11-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20054</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20054</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20054"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, verzet, Spanje, AIDA- en CEAR-rapport, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.62214 V</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Holleman</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:394"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">30%-regeling. Belanghebbende kan niet worden aangemerkt als ingekomen werknemer. Beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2025-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4744"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, woning, standaard. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/2444</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Rademaker</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20052</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20052</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20052"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Kroatië, standaard voornemen, interstatelijk vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.7669 en NL26.7670</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J.P. Bosman</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:2032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:2032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:2032"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10921 en 23/10922</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-04-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:1627</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1627</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:1627"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling co-ouderschapsregeling. Gebrekkige communicatie tussen partijen niet van zodanige aard dat deze een co-ouderschapsregeling in de weg staat. De uiteenlopende opvoedstijlen van partijen zijn tevens geen reden tot uitsluiting van een co-ouderschapsregeling. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen contra-indicaties voor een co-ouderschapsregeling. Geen zwaarwegende redenen voor wijziging hoofdverblijfplaats van de minderjarige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/780406 / FA RK 25-9687 en C/13/780389 / FA RK 25-9677</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking</description><issued>2026-03-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20039"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Frankrijk, arrest C.K., BMA, interstatelijk vertrouwensbeginsel, Tarakhel-arrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.46059</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M.A. Vinken</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20044"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Standaard voornemen en zorgvuldigheid, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 17 Dv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.3991 en NL26.3992</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. Biever</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:2033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:2033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:2033"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Naheffing omzetbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10923 tot en met 23/10925 en 23/11384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-04-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:5999</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5999</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:5999"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging machtiging uithuisplaatsing tot einde ondertoezichtstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447922 / JE RK 26-793</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7140"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening. Volgens het CIZ komt verzoekster niet in aanmerking voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg, omdat zij niet aan de criteria voldoet. Omdat er een negatief Wlz-indicatiebesluit is afgegeven, zou verzoekster volgens het CIZ (tijdelijk) zorg moeten krijgen vanuit de Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 of de Zorgverzekeringswet. Dit gebeurt echter niet en verzoekster wordt van het kastje naar de muur verwezen. De voorzieningenrechter vindt dat verzoekster op korte termijn zorg moet krijgen. Het verzoek wordt daarom toegewezen in het kader van de belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/2057</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.J. Rutten</contributor><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7543"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">tussenvonnis. Misbruik van omstandigheden (3:44 BW). Geen schenkingsovereenkomst in de zin van artikel 7:175 BW. Daarnaast afgifte van verschillende zaken gevorderd (5:2 BW). Meerdere bewijsopdrachten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/767725</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2021:10014</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:10014</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2021:10014"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindafrekening assurantieportefeuille.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/262514 / HA ZA 19-174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2022-01-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:3194</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2967</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2967</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2967</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2967"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontvlechting samenwerking. Berekening uittreedvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.308.862_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.B.M. Scholten van Aschat, N.W.M. van den Heuvel, A.C. van Campen</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:10014</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8810"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het geschil spitst zich toe op de vraag of belanghebbende als inhoudingsplichtige voor de loonheffingen is aan te merken. In de uitspraak inzake de aanslagen Vpb die aan belanghebbende zijn opgelegd heeft de rechtbank geoordeeld dat belanghebbende een restaurant voor haar rekening en risico heeft geëxploiteerd. Niet in geschil is dat belanghebbende in de in geschil zijnde tijdvakken de nettolonen van het personeel dat in het restaurant werkzaam was, heeft uitbetaald. Er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat belanghebbende de loonbetalingen heeft verhaald of in rekening heeft gebracht bij derden. Belanghebbende is terecht als werkgever en inhoudingsplichtige aangemerkt van de arbeidskrachten die in het restaurant werkzaam waren. De rechtbank vernietigt wel de aangifteverzuimboeten, omdat belanghebbende aan de aangifteplicht heeft voldaan door binnen de aangiftetermijn uitdrukkelijk te kennen te geven dat zij het niet eens is met de vaststelling van de belastingplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/999 t/m 22/1010, 22/1024 t/m 22/1030, 24/3574 en 24/3575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-12-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6835"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. De aangeboden opvangplek in [plaats] kan niet aangemerkt worden als een woning, zodat op dit moment niet vaststaat dat verzoekster de voorwaarden heeft geschonden. Belangen van de kinderen zijn onvoldoende betrokken. Verweerder dient tot aan de beslissing op bezwaar zorg te dragen voor opvang, dan wel de bekostiging daarvan, van verzoekster en haar kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/2782</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.D. Arnold</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2012"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 3.92, lid 3, Wet IB 2001; ongebruikelijke terbeschikkingstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/3533 t/m 21/3536</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, I.J.F.A. van Vijfeijken, A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-04-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21806"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Syrië, AMV, politiek activisme, vrees voor ronseling, Koerd, 15c, buitenschuldbeleid, adequate opvang onvoldoende kenbaar onderzocht, gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.17008</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6856"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verlening kapvergunning. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college de kapvergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. Bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/3152</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W. Vriethoff</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19952"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Draagmoederschap. Verklaring voor recht Amerikaanse geboorte akte en beslissing. Gezag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/686321 / FA RK 25-4171</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.L. Strop</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6151"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24_8249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.J. Tikken</contributor><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:5991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:5991"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">def zorgreg na UHA en Raadsrapport.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/406736 / FA RK 23-895</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6880"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering remigratieuitkering; beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/4938</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. de Vos</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6133"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In een eerder jaar niet afgetrokken negatief loon kan niet in een later jaar alsnog worden afgetrokken. Van een gestelde regresvordering is niet gebleken, afwaardering van een zodanige vordering is daarom niet mogelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/6045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6150"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24_7511</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.J. Tikken</contributor><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5624</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5624</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5624"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding huurzaak. Verhuurder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat huurster al jarenlang structureel ernstige (geluids)overlast veroorzaakt. Huurster is in dit geval ook aansprakelijk voor de overlast veroorzaakt door derden. Ontruiming van de woning zal voor de kinderen van huurster niet tot een noodsituatie leiden, omdat zij uit huis zijn geplaatst bij hun opa en oma en er geen concreet zich op is of en wanneer zij weer terug zouden kunnen keren naar hun moeder. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12186754 \ VV EXPL 26-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.C. Zandman</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2519</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2519</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2519"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag. De verdachte heeft op klaarlichte dag en midden op straat met een vuurwapen geschoten op het slachtoffer. Verweren noodweer(exces), putatief noodweer en psychische overmacht verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001786-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:8847</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7546</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7546</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7546"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verzoek tot buiten werking stellen onherroepelijke volmacht (artikel 3:74 lid 4 BW). Geen sprake van gewichtige redenen. Verzoek wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/777620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5665"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil over de vraag of sprake is van eigen schuld van verzekerde</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 462419</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M.C. boesberg</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7018"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woningsluiting na drugsvondst. 13b Opiumwet. Vovo hangende bezwaar. Afgewezen. Handelshoeveelheid. Burgemeester bevoegd. Noodzaak en sluiting evenwichtig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/3719</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.H. Waller</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6997"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag maatschappelijke opvang. Artikel 4.5., vierde lid, onder a, onder III van de Verordening Maatschappelijke Opvang. Het college kan eiseres niet tegenwerpen dat zij zelfredzaam is omdat zij wekelijks contact onderhoudt met het passantenpension. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/7401</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.E. van Bruggen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7807"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak verstek. Ambtshalve toetsing Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn Oneerlijke Bedingen). Verhuurder vordert alleen huurverhogingen op grond van de CPI-index. Toetsing opslagbeding kan achterwege blijven. Oneerlijk rente- en BIK-beding. Afwijzing BGK en rente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12268714 CV EXPL 26-8033</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6965"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De korpschef heeft de toestemming op grond van artikel 7 lid 2 Wpbr ingetrokken zonder wettelijke bevoegdheid. Dat is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/2909 en AMS 25/7378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7808"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak verstek. Ambtshalve toetsing Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn Oneerlijke Bedingen). Oneerlijk BIK-beding. Afwijzing BGK.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12284050 CV EXPL 26-8312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21808"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring. Artikel 59 tweede lid. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41411</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. Hanssen-Telman</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:999</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:999</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:999"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier toegekend voor de duur van twee jaar. Appellante is gevallen en heeft letsel aan haar knie opgelopen. De geldigheidsduur van de GPK is terecht tot twee jaar beperkt omdat dan een eindsituatie in de belastbaarheid van de rechterknie aanwezig zal zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/764 BABW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5093</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5093</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5093"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneming van werk; omvang overeenkomst; gebreken; deskundigenbericht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/587769 / HL ZA 25-30</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Blanke</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21810"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring. 59b. Ongegrond. De minister heeft op de zitting de bewaringsgrondslag zoals deze volgt uit artikel 59b, eerste lid, sub b, Vw,8 laten vallen. Paspoort overgelegd. Ex-nunc toets. Lichter middel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42095</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. Hanssen-Telman</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8706</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8706</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8706"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur, oneerlijk huurprijswijzigingsbeding. Kantonrechter oordeelt in afwijking van Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2026:872) dat sprake is van een oneerlijk beding. Wettelijke beperking verhoging geliberaliseerde huurprijs gold nog niet ten tijde van aangaan huurovereenkomst, overleg met huurdersvereniging is ook geen waarborg omdat advies verhuurder niet bindt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11834499 CV EXPL 25-17289</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.M. van Kalmthout</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2968"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verwijzing naar de rol voor antwoordmemorie na tussenarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.314.631_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.L.L.A.M. Delfos-Roy, F.C. Alink-Steinberg, J.M.W. Werker</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5155"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling van een 32-jarige man tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren onder algemene en bijzondere voorwaarden wegens verboden (vuur)wapenbezit. Daarnaast moet de verdachte een taakstraf uitvoeren van 170 uren, subsidiair 85 dagen hechtenis uitzitten. De verdachte droeg het vuurwapen zichtbaar in zijn broekband terwijl hij door een supermarkt liep. De verdachte is uiteindelijk in een bus (waar ook andere mensen in zaten) door een politieagent aangetroffen met het vuurwapen nog steeds in zijn broekband, waarna de verdachte meermalen door de politieagent is gewaarschuwd dat hij moest blijven staan. De verdachte heeft vervolgens met behulp van de noodknop de bus verlaten en is blijven wegrennen, ook na meerdere waarschuwingsschoten die de politieagent loste. Uiteindelijk is de verdachte in zijn woning aangehouden. De rechtbank acht het, mede gelet op het advies van de deskundige, niet passend om de verdachte op dit moment terug te sturen naar de gevangenis. De rechtbank vindt het vanuit het strafdoel herhaling te voorkomen belangrijk dat de verdachte verder kan gaan met zijn behandeling in de kliniek waar hij op dit moment verblijft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/153991-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.H.M. Druijf, mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, mr. S.E. van den Brink</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:997"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toekenning van de ziekengeldvergoeding. De Raad is oordeel dat de brief over de toekenning van de ziekengeldvergoeding een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De rechtbank heeft niet onderkend dat dit besluit is gebaseerd op buitenwettelijk begunstigend beleid en heeft zich ten onrechte niet beperkt tot een terughoudende toetsing. De Raad acht dit beleid niet onevenredig. Ook is niet gebleken van omstandigheden die leiden tot een onevenredige uitkomst voor betrokkene. De Raad is daarom van oordeel dat het besluit over de toekenning van de ziekengeldvergoeding in stand kan blijven. Betrokkene heeft geen recht op een aanvullende dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1927 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21807"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil tussen samenwerkende partijen die voor HTM veiligheidsdiensten leveren. Uitleg raamovereenkomst aanbesteding en vraag of samenwerkingsovereenkomst is geschonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706438 / KG ZA 26/596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.C. Bordes</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7832"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst standplaats woonwagen. Wapens en hennep in woning en naastgelegen woning van zoon huurder gevonden. Burgemeerstersluiting. Bevoegdheid verhuurder om buitengerechtelijke te ontbinden op grond van art. 7:231 lid 2 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Huurder ovrv. Partner huurder vrijgesproken. Wetenschap van goederen in woning is niet komen vast te staan. 8 EVRM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12086897 CV26-1508</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:11772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:11772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:11772"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/700401 / HA ZA 25-437</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.J. Arts</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7853</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7853</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7853"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Online onderwijsovereenkomst ontbonden wegens betalingsachterstand. Annulerings- en ontbindingsbeding is oneerlijk, zodat het buiten toepassing wordt gelaten. Vordering wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12148619</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:5997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:5997"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzing naar het UHA, aanhouding voor de duur van 9 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/441377 / FA RK 25-5558</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7144"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/700401 / HA ZA 25-437</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.D. Olden</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1388"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 mei 2022 heeft de korpschef van de Nationale Politie de jachtakte van [appellant] ingetrokken. De korpschef heeft aan [appellant] een jachtakte verleend. De jachtakte is op 10 mei 2022 op grond van artikel 5.4, vierde lid, onder c, van de Wet natuurbescherming (Wnb) ingetrokken, omdat [appellant] volgens de korpschef niet langer kan worden toevertrouwd wapens of munitie voorhanden te hebben. De minister van Justitie en Veiligheid is in administratief beroep bij dit besluit gebleven. De minister baseert dit standpunt op een incident dat op 27 januari 2022 tussen [appellant] en zijn echtgenote en hun overburen heeft plaatsgevonden waarbij meerdere personen, onder anderen [appellant] en zijn echtgenote, gewond zijn geraakt. De politie is ter plaatse gekomen en heeft een mutatierapport en een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. De betrokkenen en een getuige zijn gehoord, waarvan ook proces-verbaal is opgemaakt. [appellant] heeft aangifte gedaan en tegen [appellant] is ook aangifte gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406461/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:6014</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2024:6014</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:6014</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2024:6014"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking jachtakte, procesbelang, artikel 5.4, vierde lid, onder c, van de Wet natuurbescherming, Circulaire wapens en munitie 2019, vrees voor misbruik, objectiviteit getuigenverklaringen, zorgvuldig onderzoek, belangenafweging. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het administratief beroep, gericht tegen de intrekking van eisers jachtakte, ongegrond verklaard en het primaire besluit van de korpschef in stand gelaten. Eisers jachtakte is weliswaar verlopen maar hij heeft nog steeds een procesbelang en zijn beroep is daarom ontvankelijk. De reden van de intrekking is dat eiser betrokken is geraakt bij een vechtpartij met zijn overburen die eisers echtgenote hebben belaagd. Eiser, diens echtgenote en de overbuurman zijn daarbij gewond geraakt. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiser kan worden aangerekend dat hij in het langlopend conflict en de escalatie daarvan betrokken is geraakt. Als verlofhouder verkeert eiser in een bijzondere positie en moet hij te allen tijde voorkomen dat hij in zo’n situatie terecht komt of kan komen. De rechtbank is tevens van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het proces-verbaal van de getuige die heeft gezien dat hij een mes in zijn hand had, en het proces-verbaal onderzoek wapen niet aan de intrekking ten grondslag gelegd mochten worden. Gelet op de duur, aard en omvang van het conflict is sprake van stressvolle omstandigheden. Verweerder heeft terecht in het algemeen belang van de veiligheid van de samenleving de intrekking van eisers jachtakte in stand gelaten. De (geringe) vrees voor misbruik is ex tunc oordelend gegrond. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 23/334</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-10-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1388</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6017"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM op ZM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/448461 / FA RK 26-2641</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2970</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2970</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2970"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheid interieurbouwer wegens handelen in strijd met ongeschreven zorgvuldigheidsnorm; raken van een sprinklerkop bij opbouwen van kast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.333.040_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.E.L.J.C. Verbunt, J.M.H. Schoenmakers, J.M.W. Werker</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1389"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij veertien afzonderlijke besluiten van verschillende data heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan ieder van de exploitanten een vergunning verleend voor het exploiteren van een Bed &amp;amp; Breakfast (B&amp;amp;B). Tot 1 januari 2020 was het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om zonder een vergunning een B&amp;amp;B te exploiteren in een woonruimte in Amsterdam (B&amp;amp;B-exploitatie). Met de inwerkingtreding van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (de Hv) is het vanaf 1 januari 2020 in beginsel verplicht om hiervoor een vergunning te hebben (de vergunningplicht). De exploitanten betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat sinds de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (de Wtv) op 1 januari 2021, artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 (de Hw) niet langer als wettelijke grondslag voor de verlening van B&amp;amp;B-exploitatievergunningen kan gelden, omdat hiervoor artikel 23c van de Hw is aangewezen. De exploitanten wijzen daarbij onder andere op de totstandkomingsgeschiedenis van de Wtv en het daarbij bepaalde overgangsrecht. Ook voeren zij aan dat B&amp;amp;B-exploitatie geen woningonttrekking in de zin van artikel 21 van de Hw oplevert.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202204708/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:3543</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2022:3543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:3543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2022:3543"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het is terecht dat voor exploitanten van Bed &amp; Breakfasts (B&amp;B) in Amsterdam een vergunningplicht geldt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 21/3016</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.C.M. van Emmerik</contributor><issued>2022-06-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1389</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4653"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening. Herhaalde last onder dwangsom. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter heeft het bezwaar geen redelijke kans van slagen. Het belang van het college om handhavend op te kunnen treden weegt zwaarder. Voor het treffen van een voorlopige voorziening is daarom geen reden. Wel verlengt de voorzieningenrechter de begunstigingstermijn tot twee weken na de datum van verzending van de uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2005</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K. Ides</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9656</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9656</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9656"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft meerdere jaren deelgenomen aan een criminele organisatie. De organisatie wist door misleiding hoge gokwinsten te behalen bij online casino’s. De verdachte wordt een taakstraf van 150 uur met aftrek opgelegd. De rechtbank volgt de procesafspraken die het Openbaar Ministerie, de verdediging en de verdachte met elkaar hebben gemaakt. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:9658</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83.099326.22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Bade, mr. D.C.J. Peeck, mr. A.C.M. Klaasse</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8686</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8686</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8686"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing vanwege zorgen over de relatie tussen de minderjarige en haar ouders, haar emotie-regulatieproblematiek, haar haar mentale gesteldheid en haar schoolgang. Inzetten op het voorbereiden van de thuisplaatsing bij de vader en het starten van de hulpverlening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/377933</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9658"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontneming. Procesafspraken. Bedrag waarop wederrechtelijk voordeel wordt geschat, wordt vastgesteld op € 127.183,-. De betalingsverlichting wordt vastgesteld op € 84.700,-. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:9656</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83.099326.22 (ontneming)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Bade, mr. D.C.J. Peeck, mr. A.C.M. Klaasse</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1391"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd ter hoogte van € 12.000,00, wegens omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. [appellante] houdt zich onder andere bezig met het detacheren van arbeidsmigranten in de hotelbranche, aan wie zij ook woonruimte verhuurt. Op 16 januari 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning aan de [locatie] in Amsterdam (de woning) bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport van 17 januari 2020. Op basis daarvan heeft het college geconcludeerd dat [appellante] de woning aan meer dan het aantal toegestane personen heeft verhuurd, die de aanwezige wezenlijke voorzieningen met elkaar moeten delen en die geen gezamenlijke huishouding voeren, waarbij geen sprake is van inwoning. Daarmee heeft [appellante] volgens het college de woning omgezet of omgezet gehouden in onzelfstandige woonruimte, terwijl daarvoor geen vergunning is verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303456/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1392"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 december 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [wederpartij] om afgifte van een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. [wederpartij] is op [geboortedatum] 2007 in Nederland geboren en heeft tegelijkertijd met zijn ouders in 2012 de Nederlandse nationaliteit verkregen. Op 29 maart 2013 is [wederpartij] met zijn ouders naar het Verenigd Koninkrijk verhuisd, waar hij nu woont. Op 23 juni 2022 heeft [wederpartij] de Britse nationaliteit verkregen. Omdat zijn oude paspoort is verlopen, heeft [wederpartij] een nieuw Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat volgens hem [wederpartij] niet de Nederlandse nationaliteit heeft. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de minister ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501772/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:13496</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:13496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:13496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:13496"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Paspoortaanvraag. Beroep gegrond. Geen verlies Nederlanderschap, omdat minderjarige gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren in het land van de door hem verkregen nationaliteit zijn hoofdverblijf heeft of gehad heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/3262</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.T.H. Janssen</contributor><issued>2025-08-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1392</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:3042</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:3042</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:3042"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag tegemoetkoming planschade; voorzienbaarheid volledig en juist onderzocht door planschadeadviesbureau; aanvraag terecht afgewezen wegens passieve risicoaanvaarding; beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Schaaf</contributor><issued>2025-03-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1393</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1393</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1393</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1393"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] is eigenares van de onroerende zaak met woning aan de [locatie] in Noordwijk (het perceel). Zij heeft op 4 april 2022 een tegemoetkoming in planschade aangevraagd, omdat het perceel in waarde is verminderd door het op 13 april 2017 vastgestelde en op 23 juli 2017 in werking getreden bestemmingsplan Landelijk gebied (het nieuwe bestemmingsplan). Daarbij heeft [appellante] erop gewezen dat het bestemmingsplan heeft geleid tot een verkleind agrarisch bouwvlak, het verdwijnen van een uitbreidingsmogelijkheid en het vervallen van een wijzigingsbevoegdheid. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college terecht heeft aangenomen dat de planologische wijziging vanaf 2 juni 2014 voorzienbaar was. Vanaf die datum heeft het voorontwerp waarin de nadelige bestemmingsplanwijzigingen waren opgenomen ter inzage gelegen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501924/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:3042</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2018:5584</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:5584</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2018:5584"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2018-01-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op verzoek ex artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 000747-17</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21813"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Toegangsweigering – grensdetentie – artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw – lichter middel – voortvarend handelen – omzetting maatregel – ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41682 en NL26.41684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1394"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 12 september 2023 heeft de minister van Financiën aan [appellant] medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een financiële vergoeding wegens een onrechtmatige registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De persoonsgegevens van [appellant] stonden in de FSV. Bij brief van 12 september 2023 heeft de minister laten weten dat [appellant] niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming. Volgens de minister stond de FSV-registratie los van de vraag, afwijzing of wijziging door de Belastingdienst, zijn de persoonsgegevens niet gedeeld met andere organisaties en staan er geen bijzondere persoonsgegevens van [appellant] in de FSV. Het daartegen gemaakte bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de minister is de afsluitende brief enkel informatief van aard en dus geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407835/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:22888</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:22888</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:22888</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:22888"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Brief over FSV-registratie is zuiver informatief en geen besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/55</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. de Wit</contributor><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1394</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2018:5585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:5585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2018:5585"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2018-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op verzoek ex artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 000889-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21816"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring – vervolgberoep – zicht op uitzetting – ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42049</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9659</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9659</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9659"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft meerdere jaren deelgenomen aan een criminele organisatie. De organisatie wist door misleiding hoge gokwinsten te behalen bij online casino’s. De verdachte wordt een taakstraf van 120 uur opgelegd. De rechtbank volgt de procesafspraken die het Openbaar Ministerie, de verdediging en de verdachte met elkaar hebben gemaakt. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:9661</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83.307977.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Bade, mr. D.C.J. Peeck, mr. A.C.M. Klaasse</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6004</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6004</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6004"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Klachtenprocedure Wvggz over inzet van tijdelijke verplichte zorg 7:3 Wvggz. Klachten ongegrond; geen reden voor toekenning schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447722 / FA RK 26-2244</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9661"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontneming. Procesafspraken. Bedrag waarop wederrechtelijk voordeel wordt geschat, wordt vastgesteld op € 81.939,-. De betalingsverlichting wordt vastgesteld op € 60.000,-. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:9659</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83.307977.24 (ontneming)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Bade, mr. D.C.J. Peeck, mr. A.C.M. Klaasse</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4764"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: K/5103/12299421</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): U. van Houten</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6014</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6014</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6014"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voogdij overdracht van pleegouders naar GI</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447758 / FA RK 26-2266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:821</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:821</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:821"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Kamerbewoning. Functioneel daderschap. De overtreding is door eiser aanvaard. Eiser is tekortgeschoten in wat redelijkerwijs van hem mocht worden verwacht de overtreding te voorkomen. Onvoldoende onderbouwing van controlebezoeken. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_552</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.H. van den Ende</contributor><issued>2024-02-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1396</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1396"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd voor het verhuren van een woning waar niet zelfstandig wordt gewoond zonder te beschikken over de daarvoor noodzakelijke vergunning. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning). Een inspecteur van de Haagse Pandbrigade heeft op 30 maart 2022 een inspectie in de woning uitgevoerd. Tijdens deze inspectie heeft de inspecteur geconcludeerd dat de woning was onttrokken aan de woningvoorraad doordat deze was omgezet van zelfstandige naar onzelfstandige bewoning. Omdat [appellant] meerdere woningen in zijn bezit heeft en die woningen bedrijfsmatig exploiteert, heeft het college hem op grond van artikel 7:2, gelezen in samenhang met bijlage II van de Huisvestingsverordening, een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401681/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:821</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5009</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5009</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5009"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenvergoeding. De gemachtigde is te laat verschenen op de zitting van de kantonrechter. In zo’n geval hoeft in beginsel geen punt te worden toegekend voor het verschijnen ter zitting. Er kunnen echter omstandigheden zijn waaronder het redelijk is om hiervoor wel een vergoeding toe te kennen. Dergelijke omstandigheden doen zich hier voor.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.739/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6016</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6016</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6016"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447459 / JE RK 26-702</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1397"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij afzonderlijke besluiten van 29 maart 2021 en 1 april 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellant] een compensatie toe te kennen. [appellant] heeft in de jaren 2011 tot en met 2019 voor zijn zoon gebruik gemaakt van opvang via verschillende kinderopvanginstellingen en daarvoor kinderopvangtoeslag ontvangen. In de periode van 21 december 2011 tot en met 31 juli 2012 heeft hij gebruik gemaakt van gastouderopvang door tussenkomst van [gastouderbureau]. Naar dit gastouderbureau is door de Belastingdienst een fraudeonderzoek gedaan dat bekendstaat als CAF Lanai. Bij brief van 28 mei 2020 heeft de Dienst Toeslagen [appellant] medegedeeld dat er fouten zijn gemaakt in het CAF-onderzoek Lanai en dat hij mogelijk recht heeft op compensatie. [appellant] heeft in reactie daarop aan de Dienst Toeslagen toestemming gegeven om te onderzoeken of hij door de manier van werken van de Belastingdienst in het CAF-onderzoek Lanai toeslagen is misgelopen of ten onrechte toeslagen moest terugbetalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404335/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3037"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat terecht belastingrente in rekening is gebracht. Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur staan in dit geval niet in de weg aan het in rekening brengen van belastingrente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/1466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4765</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4765</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4765"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak vordert partij A in conventie betaling van courtage als gevolg van bemiddeling bij de verkoop van de woning van partij B. Partij B beroept zich op opschorting totdat zijn schade wordt vergoed en vordert in reconventie betaling van de door hem geleden schade. De kantonrechter komt tot het oordeel dat partij B zijn verbintenis tot betaling van de factuur van partij A terecht heeft opgeschort, omdat partij A haar zorgplicht heeft geschonden en is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst met partij B. De vordering in reconventie tot betaling van de door partij B geleden schade zal daarom worden toegewezen. Omdat de vordering van partij B tot schadevergoeding wordt toegewezen, vervalt zijn opschortingsrecht en is hij gehouden om de factuur van partij A te betalen. De vordering in conventie van partij A tot betaling van haar factuur zal daarom ook worden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12074700 \ CV EXPL 26-278</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.W. Eshuis</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:2581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:2581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:2581"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over de functietitel onder een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd. Verzoek tot herstel van een aanstelling als hoogleraar en betaling van bezoldiging conform de functie van hoogleraar. Afwijzing: een benoemingsbesluit tot hoogleraar door het bevoegde orgaan ontbreekt. Een arbeidsovereenkomst geeft de rechtsverhouding en toepasselijke arbeidsvoorwaarden tussen partijen weer, maar stelt de functietitel niet vast (dat doet het benoemingsbesluit).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10794817 \ CV EXPL 23-5255</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.A. Vieira</contributor><issued>2024-06-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2971</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2971"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht; onderwijsrecht; recht op hoogleraarschap; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; hoger beroep van https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:2581</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.015_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van Ham, J.M.H. Schoenmakers, C.J. Frikkee</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:2581</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6949"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, beleggingsrisico, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 19/2251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8621"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanekamer; Douanerecht, accijns en omzetbelasting over sigaretten meegenomen via Schiphol.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA-25_2627</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A. Schreuder</contributor><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2293"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV. Belanghebbende heeft voldoende gemotiveerd betwist dat de uitspraak op bezwaar is verzonden uiterlijk op de dag van dagtekening ervan De Inspecteur heeft geen bewijs van verzending overgelegd en daarmee niet aan zijn bewijslast voldaan. Het beroep moet ontvankelijk worden verklaard. Op basis van de door de Inspecteur overgelegde berekeningen stelt het Hof vast dat de aanslagen naar de juiste bedragen zijn opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/665 t/m BK-25/668</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6950"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, beleggingsrisico, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/6907</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2196"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV 2016. Waardering lijfrenteaanspraken in box 3. Artikel 19 UBIB 2001; begrip “afhankelijk van het leven”. Belanghebbende en zijn dochters hebben ieder recht op levenslange periodieke uitkeringen vanaf moment overlijden langstlevende ouder van belanghebbende. Periodieke uitkering is afhankelijk van het leven van één persoon. Artikel 19, lid 3, UBIB is echter niet van toepassing omdat de ingangsdatum van de uitkeringen niet bij voorbaat vaststaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/488</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:4767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:4767"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wijziging zorgregeling 1:265g BW. Kinderrechter sluit aan bij aanwijzingen in beschikking van gerechtshof in hoger beroep. (Opbouw)regeling conform zelfstandig verzoek moeder. Regie GI ziet alleen op begin- en eindtijden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/347721 / JE RK 26-741</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. Koene</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1398"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt aan BHM Solar B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van stellages ten behoeve van de opwek van duurzame energie en bijbehorende technische installaties en kabelwerk voor "Zonneweide Voordaan", op de locatie Maartensdijk, sectie N, nrs. 1434, 2368, 2373 en 2374 in Groenekan, gemeente De Bilt, voor een periode van dertig jaar. "Zonneweide Voordaan" is een initiatief van BHM Solar om een zonnepark te realiseren in Groenekan, gemeente De Bilt. Ter realisatie van het zonnepark heeft zij op 30 mei 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd om stellages ten behoeve van de opwek van duurzame energie en bijbehorende technische installaties en kabelwerk op te richten en om daarbij af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. [appellant sub 1] en anderen en [appellanten sub 2] wonen allen aan de Lindenlaan in Groenekan en vrezen dat hun woon- en leefklimaat zal worden aangetast als gevolg van het zonnepark.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402859/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:1801</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:1801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:1801"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het college van de gemeente De Bilt heeft een omgevingsvergunning verleend voor een zonneweide tussen de A27 en Groenekan ter hoogte van een tankstation. Omwonenden vrezen voor geluidsoverlast van de zonneweide bij hun achtertuin. Zij stellen dat de inspraakprocedure onzorgvuldig is verlopen en dat het beleid niet goed is toegepast. Ook stellen zij dat er allerlei gebreken kleven aan de omgevingsvergunning. De rechtbank geeft de omwonden geen gelijk. Het college heeft goed uitgelegd waarom hij gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Er is geen sprake van strijd met het rijks- of gemeentelijk beleid, voor zover dat ziet op de voorkeursvolgorde. De gevolgde procedure is zorgvuldig geweest. De afstand tussen de percelen van de omwonenden die het meest dichtbij liggen en de geluidsobjecten, zoals transformatoren en omvormers is bijna 100 meter en voldoet daarmee aan de richtafstand van minimaal 50 meter. Tenslotte geldt er geen aanhaakplicht vanwege de dassen en platte schijfhoren. De platte schijfhoren zijn niet aangetroffen, maar verder onderzoek was wel nodig. De onderzoeksplicht van het college strekt naar het oordeel van de rechtbank niet zo ver dat hij de aanvraag had moeten aanhouden totdat het aanvullend onderzoek was afgerond. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 23/3555</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. van Es-De Vries, M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2024-03-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1398</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9049"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zorgverzekeringsovereenkomst. Onbetaalde zorgpremie. Gedaagde in de war door afboekingen van het CAK. Ontslaat haar niet van haar betalingsverplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12139605 CV EXPL 26-6746</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.J.R. van Tongeren</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5882</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5882</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5882"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis: Regres verzekeraar in letselschadezaak (arbeidsongeval). Uitlaten aanvullend deskundigenbericht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/390583/ HA ZA 21-355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Peerdeman</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4972</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4972</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4972"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Termijnoverschrijding. Bij postverzending vanuit het buitenland kan enige ruimte zijn voor coulance bij een termijnoverschrijding, indien de betrokkene al datgene heeft gedaan wat van hem mag worden verwacht om zo snel mogelijk beroep in te stellen. Dat heeft de betrokkene in dit geval niet gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.170/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:996</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:996</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:996"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. De geselecteerde functies overschrijden de belastbaarheid van appellant niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1476 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1403"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de burgemeester van Utrecht naar aanleiding van een verzoek van [appellante] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten verstrekt. [appellante] heeft op grond van de Woo verzocht om inzage in haar persoonsgegevens die zijn verwerkt in contacten tussen de gemeente en onder andere woningcorporatie Bo-ex over onder meer woningoverlast. [appellante] wenst inzage in wat met haar persoonsgegevens is gebeurd en wil weten of geen sprake is geweest van persoonsverwisseling. De burgemeester heeft het verzoek op grond van artikel 5.5 van de Woo behandeld. Met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo heeft de burgemeester bij het besluit van 4 juli 2023 de gevraagde documenten gedeeltelijk verstrekt. Bij het besluit van 11 maart 2024 heeft de burgemeester, naar aanleiding van het bezwaar van [appellante], besloten meer documenten te verstrekken. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester voldoende inzicht heeft geboden in de aangetroffen documenten en dat het niet ongeloofwaardig voorkomt dat er niet meer documenten zijn. [appellante] is er niet in geslaagd het tegendeel aannemelijk te maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501897/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:1225</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:1225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:1225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:1225"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woo</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/4030</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.J. Blok</contributor><issued>2025-04-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1403</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4588"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 juni 2024 hebben provinciale staten van Zuid-Holland het inpassingsplan "Warmtelinq Rijswijk - Leiden en aanlandlocatie" (het inpassingsplan) vastgesteld. Dit besluit is met toepassing van de provinciale coördinatieregeling van artikel 3.33, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met andere besluiten, aangeduid als ‘gecoördineerde besluiten’. Bij besluit van 20 juni 2024 van het college is aan WarmtelinQ een omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk herinrichten van een deel van de straten en de omgeving en ook voor het kappen van 211 bomen en het verplanten van 28 bomen ten behoeve van de aanleg van een warmtetransportleiding tussen Rijswijk en Leiden waarvan een deel van het tracé loopt via Den Haag (de omgevingsvergunning). Het inpassingsplan maakt een warmtetransportleiding tussen Rijswijk en Leiden mogelijk. Deze transporteert restwarmte uit de Rotterdamse haven. Het tracé van het inpassingsplan is opgedeeld in vier deelgebieden en heeft een lengte van ongeveer 25 km. De warmtetransportleiding zal bestaan uit twee leidingen. Eén aanvoer- en één retourleiding. [appellant sub 1] woont op de [locatie 2] in Leidschendam. Hij is eigenaar van het [perceel 5b). De voorziene warmtetransportleiding zal het perceel 5b doorkruisen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404937/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1404</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1404</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1404"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 juni 2023 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank naar aanleiding van een verzoek van [appellanten] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. [appellanten] hebben op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van documenten. Het gaat om documenten waaruit blijkt welke afspraken er zijn gemaakt tussen SVB en advocatenkantoren in Turkije, documenten waarbij te zien is welke zoektermen er zijn gebruikt over advocatenkantoren in Turkije, documenten over het aanbestedingstraject voor het voeren van incassowerkzaamheden voor SVB door advocatenkantoren in Turkije en documenten over het openbaar aanbesteden van de opdracht door SVB aan advocatenkantoren in Turkije. [appellanten] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de namen van advocaten en notarissen niet mogen worden weggelakt op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Door het starten van juridische procedures, het sturen van brieven of e-mails naar cliënten over incasso’s en beslagleggingen treden advocaten volgens [appellanten] in de openbaarheid. In dat geval weegt het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zwaarder dan het belang van openbaarmaking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501410/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:1060</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:1060</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:1060</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:1060"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aan het bestreden besluit kleeft een zorgvuldigheidsgebrek omdat de opgevraagde Woo-stukken niet openbaar zijn gemaakt. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd. Omdat de SVB heeft toegezegd de documenten alsnog openbaar te maken, is het gebrek hersteld en blijven de rechtsgevolgen in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 23/6841</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Zoethout</contributor><issued>2025-01-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1404</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4901"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen. In hoger beroep is de opdrachtbon overgelegd, waarmee aannemelijk is gemaakt dat - als uitzondering op parkeren - sprake was van laden of lossen. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.852/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3603"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Snelheidsoverschrijding. Bebording. In beginsel mag ervan worden uitgegaan dat als de ambtenaar ter plaatse was, hij de aanwezigheid en zichtbaarheid van de bebording heeft gecontroleerd. Het hof ziet in wat de betrokkene aanvoert echter aanleiding om dit uitgangspunt hier niet te hanteren. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.360.174/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2024:8511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2024:8511"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Sluiting woning drie maanden vanwege overtreding van de Opiumwet noodzakelijk en evenredig. Verzoek treffen voorlopige voorziening afgewezen en beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 24 / 4291 en ROE 24 / 4290</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.D. Kock</contributor><issued>2024-11-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1405</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1405"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de burgemeester van Sittard-Geleen gelast de woning aan de [locatie] in Sittard te sluiten voor drie maanden. [appellant A] en [appellant B] huren de woning aan de [locatie] in Sittard. Zij wonen in de woning met de moeder van [appellant B], [appellant C], die ten tijde van de besluitvorming van de burgemeester in de achtertuin in een mantelzorgwoning woonde. Naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding heeft de politie op 16 december 2023 een onderzoek verricht in de woning. In de woning is een hennepkwekerij aangetroffen met 196 hennepplanten en een zak met 1,17 kilo henneptoppen. Ook is geconstateerd dat elektriciteit illegaal is afgetapt. Deze bevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 3 januari 2024. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester bij besluit van 6 februari 2024 op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast de woning en de mantelzorgwoning te sluiten. [appellant] en anderen hebben daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft de burgemeester de sluiting voor wat betreft de mantelzorgwoning herroepen en voor het overige in stand gelaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407203/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:8511</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21826"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheidsontnemende maatregel ogv artikel 6, derde lid, van de Vw. Geen gronden aangevoerd. Aangegeven zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42773</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P. van Eerde</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1406</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1406</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1406"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan Esprit een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor maximaal 120 personen in 70 wooneenheden op het perceel Tuindersweg 21A in IJsselmuiden, voor een periode van 15 jaar. Nadat de raad een verklaring van geen bedenkingen had afgegeven heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Esprit voor het huisvesten van maximaal 120 arbeidsmigranten in 70 wooneenheden, voor een periode van 15 jaar, aan de Tuindersweg 21A in IJsselmuiden. Het gaat om een pilotproject als bedoeld in de gemeentelijke ‘Bouwsteen huisvesting arbeidsmigranten’. Met die bouwsteen heeft de gemeenteraad van Kampen op 30 januari 2020 ingestemd. Ook maakt die bouwsteen als bijlage onderdeel uit van de in oktober 2021 door de raad vastgestelde woonvisie ‘Bouwsteen Wonen 2021-2025’. De locatie voor de huisvestiging ligt in een glastuinbouwgebied in de Koekoekspolder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403496/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:2228</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:2228</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:2228</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:2228"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over een voorschrift dat is verbonden aan de omgevingsvergunning voor het realiseren van een gebouw voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Dit voorschrift houdt in dat de huisvesting uitsluitend mag worden gebruikt door arbeidsmigranten die werkzaam zijn in de polder. De rechtbank verklaart het beroep van de vergunninghouder ongegrond. Het college heeft het in redelijkheid nodig kunnen achten om dit voorschrift aan de vergunning te verbinden met het oog op het belang van een goede ruimtelijke ordening. Het voorschrift gaat niet verder dan nodig is om de beoogde doelen te bereiken en al deze doelen kunnen niet tegelijkertijd met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt. De vergunninghouder heeft niet aannemelijk gemaakt dat het voorschrift voor haar nadelige gevolgen zal hebben die onevenredig zijn in verhouding met de door dat voorschrift te dienen doelen. Het voorschrift leidt niet tot strijd met het gelijkheidsbeginsel, levert geen discriminatie op en is niet in strijd met de Dienstenrichtlijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_23_1881</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.M. Hesseling, V.P.K. van Rosmalen, F. Onrust</contributor><issued>2024-04-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1406</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6011"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek verlenging ondertoezichtstelling toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447110 / JE RK 26-651</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9050</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9050</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9050"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koopovereenkomst, nakoming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11632858 CV EXPL 25-8663</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F. Aukema-Hartog</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1407"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Marmaris een last onder dwangsom opgelegd. Marmaris had een restaurant aan het Teunisbloemplein 18 in Den Haag. Bij besluit van 26 mei 2020 is aan Marmaris een vergunning verleend voor het plaatsen van een zomer- en winterterras aan de gevel met een totale oppervlakte van 20 m2. Het terras moet volgens voorschrift 1 aan de gevel worden geplaatst zoals aangegeven op de tekening. Bij e-mail van 26 mei 2020 is aan Marmaris toestemming verleend om een tijdelijk terras te plaatsen op grond van de Tijdelijke spelregels voor gebruik openbare ruimte wegens Coronavoorwaarden. Deze spelregels golden tot 1 november 2020 waarna de commissiebrief ‘Terrassen in de winter’ het voor vergunninghouders van zomerterrassen mogelijk heeft gemaakt een vergunning aan te vragen voor een tijdelijk winterterras. Tijdens een controle van 8 juli 2022 naar aanleiding van een handhavingsverzoek is geconstateerd dat het terras van Marmaris een totale oppervlakte heeft van 88 m2 en dat het terras een gedeelte van de openbare weg en drie parkeervakken in beslag neemt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403068/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:5143</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:5143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:5143"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen welke eveneens is ingevorderd door verweerder. Verweerder heeft deze last onder dwangsom terecht opgelegd. Verder heeft eiseres geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op basis waarvan verweerder had moeten afzien van de invordering hiervan. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3769 en 23/3767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.P. Kleijn</contributor><issued>2024-04-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1407</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7804"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Raadkamer. Overleveringsdetentie. Borgsom vervallen verklaard aan de Staat. Voor een vervallenverklaring van de borgsom op grond van artikel 64, tweede lid, OLW jo. artikel 83, vierde lid, Sv moet de rechtbank vaststellen dat de opgeëiste persoon zich ná de opheffing van de schorsing van het bevel gevangenhouding op 24 juni 2026 heeft onttrokken aan de tenuitvoerlegging van de gevangenhouding. De opgeëiste persoon is na de inhoudelijke behandeling van de overleveringszaak aangezegd om op de uitspraak van 24 juni 2026 te verschijnen. Hem is toen ook meegedeeld dat de schorsing duurde tot de uitspraak. Hij moest er dus rekening mee houden dat hij, als de overlevering zou worden toegestaan, meteen gedetineerd zou worden. De raadsman heeft desgevraagd geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de opgeëiste persoon verhinderden om bij de uitspraak aanwezig te zijn, dan wel zich naderhand alsnog te melden. De officier van justitie heeft verder meegedeeld dat de opgeëiste persoon zich, naar de rechtbank begrijpt, na opheffing van de schorsing niet alsnog heeft gemeld. Deze omstandigheden in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon zich na de opheffing van de schorsing aan de tenuitvoerlegging van het bevel gevangenhouding heeft onttrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-141502-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.M. Vroom-Cramer</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4902"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet de rijbaan gebruiken. Aangezien de gemachtigde niet duidelijk heeft gemaakt wat hij met de door hem aangevoerde grond bedoelt te betogen, bespreekt het hof deze grond verder niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.610/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:2143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:2143"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woo, slachtbedrijf, dierenrechtenextremisme, bedreiging veiligheid, benadeling, anonimisering, beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 25/4927, AWB 25/4934</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H.W. Bodt</contributor><issued>2026-03-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:2226</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:2226</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:2226"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning voor het realiseren van een gebouw voor het huisvesten van arbeidsmigranten. De rechtbank is van oordeel dat een aantal tuinders die beroep hebben ingesteld tegen het bestreden besluit belanghebbenden zijn bij dat besluit. Het kan niet worden uitgesloten dat de plannen van deze tuinders om zelf huisvesting voor arbeidsmigranten te realiseren (op zijn minst) worden bemoeilijkt door het verlenen van deze vergunning. Daarom concurreren zij op het gebied van de huisvesting van arbeidsmigranten in de polder met de vergunninghouder en is hun belang rechtstreeks betrokken bij het bestreden besluit. De rechtbank verklaart het beroep van de tuinders ongegrond. De door hen aangevoerde gronden geven geen aanleiding voor het oordeel dat de omgevingsvergunning niet in stand kan blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_23_1882</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.M. Hesseling, V.P.K. van Rosmalen, F. Onrust</contributor><issued>2024-04-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1408</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1408"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan Esprit Real Estate II B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor maximaal 120 personen in 70 wooneenheden op het perceel Tuindersweg 21A in IJsselmuiden, voor een periode van 15 jaar. Nadat de raad een verklaring van geen bedenkingen had afgegeven, heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Esprit voor het huisvesten van maximaal 120 arbeidsmigranten in 70 wooneenheden, voor een periode van 15 jaar, aan de Tuindersweg 21A in IJsselmuiden. Het gaat om een pilotproject als bedoeld in de gemeentelijke ‘Bouwsteen huisvesting arbeidsmigranten’. Met die bouwsteen heeft de gemeenteraad van Kampen op 30 januari 2020 ingestemd. Ook maakt de bouwsteen als bijlage onderdeel uit van de in oktober 2021 door de raad vastgestelde woonvisie ‘Bouwsteen Wonen 2021-2025’. De locatie voor de huisvestiging ligt in een glastuinbouwgebied in de Koekoekspolder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403495/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:2226</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2292"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 12a Wet LB. Navorderingsaanslagen IB/PVV. Gebruikelijk loon. De Inspecteur maakt aannemelijk dat belanghebbende in de onderhavige jaren substantiële werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de vennootschap waar belanghebbendes echtgenote 100% aandeelhouder en enig bestuurder van was. Daarmee is aan de voorwaarden voor het in aanmerking nemen van een gebruikelijk loon voldaan. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat het gebruikelijk loon lager moet worden vastgesteld. De navorderingsaanslagen zijn terecht en naar de juiste bedragen vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/1106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1538</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1538</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1538"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 25, lid 3, AWR, art. 27e, lid 1, AWR en art. 27h, lid 2, AWR. Art. 67d AWR. Art. 8:60, lid 4, Awb en art. 8:108, lid 1, Awb. Vereiste aangifte IB/PVV niet gedaan; bewijslast omgekeerd en verzwaard. Redelijke schatting. Vergrijpboete van 40% passend en geboden. Het hof passeert het (getuigen)bewijsaanbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/831 en 25/832</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. de Hek, A. van Dongen, P.C. van den Brink</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 25</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 27e</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 27h</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 67d</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:60</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:108</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1625</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1409"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij het besluit van 21 juli 2020 heeft het college aan de gemeente Venray ten behoeve van de realisatie van een bedrijventerrein aan de Spurkt in Venray een ontheffing verleend van de verboden als bedoeld in artikelen 3.1, tweede lid, 3.5, tweede en vierde lid en 3.10, eerste lid van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor diverse handelingen, te weten: - het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van de huismus, boerenzwaluw en de steenuil; - het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en de watervleermuis; - het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis; - het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das. Bij het besluit van 29 juni 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat [wederpartij] geen belanghebbende is, omdat de handelingen waarvoor de ontheffing is verleend geen ruimtelijke uitstraling hebben op zijn directe woon- en leefomgeving.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307083/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2023:6049</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2023:6049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:6049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2023:6049"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder heeft het bezwaar van eiser ten aanzien van een Wnb-ontheffing (voor de realisatie van een bedrijventerrein) niet- ontvankelijk verklaard. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiser wel belanghebbende is omdat verweerder onvoldoende heeft weerlegd dat de handelingen geen ruimtelijk effect hebben op de leefomgeving van eiser. Beroep gegrond. Vernietiging bestreden besluit en verweerder dient opnieuw te beslissen op het bezwaar van eiser.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 21/2202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2023-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1409</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7862</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7862</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7862"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">EAB België; beroep op terugkeergarantie; overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1309854326</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.C.M. Hamer, A.B.M. Wijnveldt, D.L.S. Ceulen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:15744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:15744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:15744"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voor een adequate inhoudelijke behandeling van de zaak is het essentieel dat de advocaat en zijn cliënt voldoende eensgezind zijn en er tussen hen een basis voor samenwerking bestaat. Verweerder heeft met juistheid vastgesteld dat partijen niet op één lijn zitten en dat er tussen hen onvoldoende vertrouwen bestaat. De toevoeging is op juiste gronden ingetrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/479</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J.P. Bosman</contributor><issued>2023-10-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:6716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:6716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:6716"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">nakoming; toestandkoming overeenkomst; geheimhouding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10773094 \ 23-17823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.W. Schippers</contributor><issued>2024-05-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:15085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:15085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:15085"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">MK. vergunningverlening op grond van Gemeentelijke Verordening voor kabels en leidingen. Geen sprake van strijd met artikel 121 Gemeentewet, want geen sprake van zelfde object of motief en evenmin anderszins sprake van doorkruising van hogere regelegeving. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/375</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A.J. Overdijk, R.H. Smits, R.S. Wijling</contributor><issued>2024-01-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1377</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:5995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:5995"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek vaststelling zorgregeling. Voorlopige zorgregeling en aanhouding voor de duur van negen maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/406675/ FA RK 23-863</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7788"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling terzake gekwalificeerde opzetverkrachting tot 36 maanden gevangenisstraf. De rechtbank acht de verklaring van aangeefster betrouwbaar. Die verklaring vindt steun in de verklaringen van twee disclosure getuigen en een opname van de alarmdienst 112.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/318827-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Ch.A. van Dijk, mr. P. Sloot, C.S. Groefsema</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4793"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeren op een parkeergelegenheid met een ander doel dan op het (onder)bord is aangegeven. Het bord E5 duidt geen parkeerplaats voor taxi’s aan, maar een taxistandplaats. Een taxistandplaats is bedoeld voor het aanbieden van taxidiensten en niet als parkeerplaats voor taxi’s.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.729/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1410</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1410</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1410"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan Esprit Real Estate II B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor maximaal 120 personen in 70 wooneenheden op het perceel Tuindersweg 21A in IJsselmuiden, voor een periode van 15 jaar. Nadat de raad een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Esprit voor het huisvesten van maximaal 120 arbeidsmigranten in 70 wooneenheden, voor een periode van 15 jaar, aan de Tuindersweg 21A in IJsselmuiden. De vergunning is verleend voor de activiteiten: het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk met het oog op brandveiligheid en het maken, aanleggen of veranderen van een uitweg (in-/uitrit). Het gaat om een pilotproject als bedoeld in de gemeentelijke ‘Bouwsteen huisvesting arbeidsmigranten’. Met die bouwsteen heeft de gemeenteraad van Kampen op 30 januari 2020 ingestemd. Ook maakt de bouwsteen als bijlage onderdeel uit van de in oktober 2021 door de raad vastgestelde woonvisie ‘Bouwsteen Wonen 2021-2025’. De locatie voor de huisvestiging ligt in een glastuinbouwgebied in de Koekoekspolder. [appellant] en anderen zijn omwonenden. Zij zijn het niet eens met de verleende vergunning en met het oordeel van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403494/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:2225</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:2225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:2225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:2225"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning voor het realiseren van een gebouw voor het huisvesten van arbeidsmigranten. De rechtbank verklaart het beroep van een aantal omwonenden gegrond, omdat in het bestreden besluit onvoldoende is gewaarborgd dat het project niet leidt tot onaanvaardbare geluidsoverlast. Dit gebrek kan worden hersteld door een aantal extra voorschriften aan de vergunning te verbinden. De rechtbank voegt deze voorschriften zelf aan de vergunning toe. De overige beroepsgronden van de omwonenden slagen niet. De omwonenden hebben niet aannemelijk gemaakt dat er alternatieven zijn waarvan op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking daarvan een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Het college heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat ter plaatse van het complex sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat en dat geen sprake is van een onevenredige beperking van de bedrijfsmogelijkheden op het naastgelegen perceel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_23_1883</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.M. Hesseling, V.P.K. van Rosmalen, F. Onrust</contributor><issued>2024-04-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1410</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:8045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:8045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:8045"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak ontuchtige handelingen met minderjarige ondanks de betrouwbare verklaring van het slachtoffer en de aanwezigheid van steunbewijs, nu de rechtbank op basis van de bewijsmiddelen in het dossier niet kan vaststellen dat de ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden in de periode die op de tenlastelegging staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.167449.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.B.A. Ferwerda, mr. C.G.A. Wouters, mr. J.P.E. Mullers</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:8040</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:8040</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:8040"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De minderjarige verdachte heeft een grote steen vanaf een brug naar beneden gegooid. Het slachtoffer werd door de steen geraakt en liep daarbij een klaplong en meerdere breuken op. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een werkstraf van tachtig uren voor zware mishandeling en de vordering van de benadeelde partij grotendeels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03-229300-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.B.A. Ferwerda, mr. C.G.A. Wouters, mr. J.P.E. Mullers</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:8046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:8046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:8046"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot zware mishandeling door slachtoffer meerdere keren tegen het hoofd te trappen. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 12 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03/036853-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.A.G. van Baal, mr. L. Feuth, mr. S.S. Vijn</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:8041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:8041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:8041"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 22 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, voor een poging tot afpersing met behulp van een mes. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van poging zware mishandeling, mishandeling en vernieling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03-223334-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.B.A. Ferwerda, mr. C.G.A. Wouters, mr. J.P.E. Mullers</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:8048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:8048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:8048"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Inhoudsindicatie: Veroordeling voor tweemaal belaging, diefstal, vernieling en het misbruiken van identificerende persoonsgegevens. Oplegging van een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Tevens oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht. Gedeeltelijke toewijzing vorderingen benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.249319.24 en 03.184500.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.A.G. van Baal, mr. drs. M.A.M. Pijnenburg, mr. S.S. Vijn</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1536</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1536</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1536"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6.17 e.v. Wet IB 2001 en artikel 6.32 e.v. Wet IB 2001. Specifieke zorgkosten. Giften. De inspecteur neemt ter zitting van het hof uit coulance het standpunt in dat een hoger bedrag wegens uitgaven voor vervoer in verband met ziekte en invaliditeit kan worden toegekend. Belanghebbende heeft de overige door hem geclaimde kosten en giften die uitkomen boven de drempel niet aannemelijk gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/27</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. de Hek, A. van Dongen, P.C. van den Brink</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 6.17</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 6.32</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8413</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:995"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag WIA-uitkering. Laattijdige aanvraag. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij vanaf 1 november 2005 doorlopend arbeidsongeschikt is geweest en hij heeft de wachttijd van 104 weken arbeidsongeschiktheid niet volgemaakt. Daarnaast was appellant op 27 juli 2011 niet verzekerd voor de WIA. Voldoende medische onderbouwing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1477 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1412"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een eenlaagse aanbouw aan de zijkant van de woning op het perceel [locatie] in Noordwijk en het bouwen van een berging in de achtertuin van die woning. [appellante] is eigenaar van het perceel. Op het perceel stond een woning met aan de achterkant een vergunningvrij gebouwde veranda. Daarnaast was er aan de zijkant van de woning een aangebouwde, eenlaagse garage aanwezig. [appellante] heeft op 19 september 2018 een eerste aanvraag voor een omgevingsvergunning ten behoeve van een tweelaagse zijaanbouw en de plaatsing van een berging in de achtertuin ingediend. Het college heeft die aanvraag op 20 december 2018 afgewezen en die afwijzing bij besluit van 1 oktober 2019 in stand gelaten. Het hoger beroep van [appellante] richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtsbank, voor zover haar beroep tegen het besluit van 1 oktober 2019 in die uitspraak ongegrond is verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202302593/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:3655</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:3655</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:3655</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:3655"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-03-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning voor aanbouw en berging en last onder dwangsom. De rechtbank is van oordeel dat het college heeft kunnen besluiten de aangevraagde omgevingsvergunningen voor de tweelaagse/eenlaagse aanbouw en berging in de tuin te weigeren. Verweerder was bevoegd om aan eiseres een last onder dwangsom op te leggen. Omdat verweerder ten onrechte het dakoverstek van de veranda heeft meegerekend is het beroep tegen de last onder dwangsom gegrond. De rechtsgevolgen worden in stand gelaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 19/7134, 21/998 en 21/2020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. van der Ven</contributor><issued>2023-03-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:1412</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6585"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burengeschil. Hinder door zonnepanelen. Hinder is weliswaar onrechtmatig, maar de belangen van degene die gebruik maakt van de zonnepanelen wegen zwaarder dan de belangen van degene die de hinder ondervindt. Vordering van eiser tot aanpassing of verwijdering van de PV-installatie wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11664939 \ CV EXPL 25-1947</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7658"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelastingen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond maar beslist dat verweerder het griffierecht wel moet vergoeden omdat hij in de uitspraak op bezwaar onvoldoende is ingegaan op de bezwaargronden van belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 6044</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4764"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bboor. Een afvalstof op de bodem brengen, waardoor hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu wordt veroorzaakt. Het bewijsvermoeden dat degene tot wie de afvalstoffen kunnen worden herleid ook de overtreder is, is niet door eiser weerlegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: GEMW 200.365.283/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8715"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De machtiging tot uithuisplaatsing wordt voor kortere duur verlengd dan verzocht, vanwege onduidelijkheid over de invulling van de machtiging tot uithuisplaatsing, de vastgelopen samenwerking tussen de ouders en de GI en een mogelijke wijziging van de GI. Het verzoek tot bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing aan de moeder wordt afgewezen omdat de GI, gezien de rechtspraak van de Hoge Raad, niet bevoegd was tot het geven van de schriftelijke aanwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/378162 / JU RK 26-818</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21825"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanbestedingsrecht. Geschil over de vraag of Rijkswaterstaat de aanbestedingsprocedure voor ontwerp en uitvoeren van het project ‘Vervanging Gerrit Krolbrug’ moet opschorten of intrekken vanwege een groot aantal bezwaren van de Combinatie (eiseres) als deelnemer aan de aanbesteding. Volgt afwijzing van het gevorderde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706022 / KG ZA 26/561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5164</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5164</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5164"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft gehandeld in verdovende middelen en hij heeft verdovende middelen voorhanden gehad. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan wapenbezit en witwassen. De rechtbank legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden op, met aftrek. De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten voor oplegging van bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.308200.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.F. Haeck , C.E.M. Nootenboom-Lock, S.E. van den Brink</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7766"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eisers hebben nieuwbouwappartementen gekocht en stellen dat gedaagden als verkoper en aannemer tekort zijn geschoten, omdat door opwarming sprake is van een onleefbaar binnenklimaat. Volgens gedaagden voldoen de appartementen aan wat is overeengekomen. Buitenzonwering is niet mogelijk en daarvan waren eisers op de hoogte. Zij moeten volgens gedaagden zelf maatregelen nemen. De rechtbank oordeelt dat, uitgaande van de juistheid van de meetgegevens die in geding zijn gebracht, sprake is van een onleefbaar binnenklimaat. Een deskundige zal moeten beoordelen of gedaagden door het onleefbare binnenklimaat tekort zijn geschoten en of er een oplossing is. Voor een beter inzicht in het bouwplan, berekeningen en veronderstellingen, en de doorgevoerde wijzigingen is het nodig eerst de betrokken architect te horen. Daarom beveelt de rechtbank eerst een getuigenverhoor en daarna een deskundigenbericht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/776462</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9459"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Echtscheidingsverzoek. Huwelijk gesloten in Somalië. Vrouw was toen 14 jaar oud. Geen huwelijk dat rechtsgeldig is naar het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond, in de zin van artikel 10:31 BW. Niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/673198 / FA RK 24-899</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Veer</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4761</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4761</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4761"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">1. Bevoegdheid kantonrechter. De stelling van de gemachtigde dat de kantonrechter als civiele rechter niet bevoegd is om over bestuursrechtelijke materie te oordelen, volgt het hof niet. In artikel 9 van de Wahv is bepaald dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie wordt behandeld en beslist door de kantonrechter. 2. Zekerheid. Uitgangspunt is dat de verplichting tot zekerheidstelling het recht op toegang tot een onafhankelijke rechterlijke instantie niet belemmert. Niet is gebleken dat het recht op toegang tot de rechter en daarmee de verdedigingsrechten van de betrokkene in de onderhavige zaak zijn geschonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.362.531/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4136"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats anders dan dat het parkeren rechtstreeks verband houdt met vervoer gehandicapte. Het ligt op de weg van een betrokkene om zich erop te beroepen dat het parkeren rechtstreeks verband hield met het vervoer van de gehandicapte aan wie de kaart is verstrekt en deze stelling ook aannemelijk dient te maken. Daarin is de betrokkene niet geslaagd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.359.726/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21827"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter gevraagd om hun overdracht naar Spanje achterwege te laten totdat is beslist op hun bezwaar tegen die overdracht. De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat geen sprake is van een spoedeisend belang, omdat geen sprake is van gedwongen vertrek. Het verzoek wordt daarom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43858</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Janssen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6241</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6241</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6241"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Besluit tot beëindiging bijstand. Voorlopige voorziening hangende bezwaar afgewezen. Verzoeker heeft geen spoedeisend belang bij het verzoek, omdat de gestelde financiële noodsituatie niet aannemelijk is geworden. Proces-verbaal van mondelinge uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/3524</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.C. Schuurman-Kleijberg</contributor><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7859</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7859</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7859"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot betaling van jaarlijkse kosten en buitengerechtelijke incasso- en dossierkosten op grond van serviceovereenkomst met Incassocenter gedeeltelijk toegewezen. De jaarlijkse kosten over 2025 en 2026 hoeft gedaagde niet te betalen, omdat Incassocenter de overeenkomst in mei 2024 heeft beëindigd. Schriftelijke opzegging door gedaagde was daarom niet meer nodig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12175637 \ CV EXPL 26-5221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7860"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering van makelaar Van de Steege tot betaling van courtage toegewezen. In de overeenkomst staat dat opdrachtgever Potros zich lopende de opdracht onthoudt van onderhandelingen en geen overeenkomst tot stand brengt, anders heeft de makelaar recht op courtage. Potros heeft koop tot stand gebracht waarbij de makelaar niet was betrokken. Op grond van de overeenkomst is Potros courtage aan Van de Steege verschuldigd. Verweer dat overeenkomst was beëindigd verworpen. Niet relevant of algemene voorwaarden van toepassing zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12145942 \ CV EXPL 26-4040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4756"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden. Dat de betrokkene in verband met zijn geestelijke gesteldheid niet in staat was de tenaamstelling tijdig te schorsen acht het hof niet aannemelijk. Indien hij hiertoe niet in staat was, had het op zijn weg gelegen om hulp van derden in te schakelen. De gedraging kan de betrokkene dan ook worden verweten. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene matigt het hof het sanctiebedrag tot € 0,-.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.361.888/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4147"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet zoveel mogelijk rechtshouden. Nu niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat op het moment van de constatering de spitsstrook open was, kan de gedraging niet worden vastgesteld. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.360.974/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21830"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Executiegeschil. Afwijzing vordering tot opheffing executoriaal beslag op onroerende zaak. Samenhang met C/09/704959 KG ZA 26/496</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705910 / KG ZA 26/556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6948"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever niet verschenen. Transitievergoeding c.a. toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12246062 \ AZ VERZ 26-95</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4538</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4538</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4538"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Snelheidsoverschrijding. Op de foto’s van de gedraging is ook een ander voertuig te zien. De gebruikte meetapparatuur is in staat om meerdere voertuigen tegelijkertijd te meten. Dat alleen aan de betrokkene een sanctie is opgelegd is dus op basis van de foto’s niet te constateren en is overigens ook geen reden om het sanctiebedrag te verlagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.361.586/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6630</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6630</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6630"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering inschrijving opleiding toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12152693 \ CV EXPL 26-1387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9177"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing na spoed. Vanwege een belaste voorgeschiedenis kampt de minderjarige met hechtingsproblematiek, loyaliteitsproblematiek en sociaal-emotionele problematiek. Zij heeft langdurig verbleven bij de grootouders, maar deze plaatsing is vanwege haar zelfbepalende en onveilige gedrag onhoudbaar geworden. De minderjarige verblijft op een crisisgroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/378925</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6629"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering ziektekostenverzekering toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12135709 \ CV EXPL 26-1050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21831"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, Duitsland, opvolgende asielaanvraag, n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.26610</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6957"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">NS. Studentenreisproduct. Boete voor niet inchecken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12184511 | CV EXPL 26-1802</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2972</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2972</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2972"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bouw aardappelbewaarloods. Betalingsafspraak over meerwerk?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.118_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J.M. van Lanen, J.G.J. Rinkes, N.W.M. van den Heuvel</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6369</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6369</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6369"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneemovereenkomst. Vorderingen over en weer toe- en afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 9563832 \ CV EXPL 21-5975</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4461"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Machtigingskwestie. Niet is gebleken dat degene die de machtiging heeft ondertekend bevoegd was om namens de betrokkene een machtiging af te geven. Dat de inleidende beschikking naar diegene is doorgestuurd is hiervoor onvoldoende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.911/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6756"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeid, vernietiging opzegging; Toewijzing loondoorbetaling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12213086 \ AZ VERZ 26-85</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4236</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4236</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4236"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voertuig met scherpe delen. Boot op aanhanger met uitstekende buitenboordmotor. Het hof oordeelt dat sprake is van lading met scherpe delen die in het geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren. Omdat niet de aanhanger zelf, maar de lading daarvan scherpe delen heeft kan de gedraging niet worden vastgesteld. Het hof wijzigt de feitcode.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.359.699/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:7107</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:7107</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:7107"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Verklaring voor recht verzocht met betrekking tot gestelde geleden aanvullende inkomensschade. Verzoek ziet op schadecomponent die in vonnis van 11 januari 2006 is verdisconteerd. Gezag van gewijsde. Bindende kracht artikel 236 Rv.. Afwijzing verzoek. Wel kostenbegroting en veroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/349122 / HA RK 26-12</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6897"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Loonvordering toegewezen. Onterecht opgelegde loonstop.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4701/12278761 \ CV EXPL 26-3311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4267"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Snelheidsoverschrijding. Dat de snorfiets van de betrokkene feitelijk de constructiesnelheid van een bromfiets heeft, maakt niet dat voor hem de maximumsnelheid voor een bromfiets geldt. Bepalend is hoe het voertuig staat geregistreerd bij de RDW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.361.606/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9436"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging machtiging uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/705850 / JE RK 25-1791</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A.J. de Nijs</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6184"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bouwleges. Legesaanslag is niet op de juiste wijze bekendgemaakt. Bezwaar alsnog tijdig en dus onterecht niet-ontvankelijk verklaard. De legesaanslag is niet te hoog vastgesteld. De heffingsambtenaar is uit coulance uitgegaan van de raming van belanghebbende van de bouwkosten in plaats van de normbedragen van de ROEB-lijst. Kwijtschelding is op grond van de legesverordening niet mogelijk. De gevolgen voor belanghebbende zijn niet onevenredig in verhouding tot de aard en het gewicht van de met de legesverordening te dienen belangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/6828</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. Loof</contributor><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:994</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:994</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:994"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontzegging WW-uitkering. Appellante verbleef in het buitenland anders dan wegens vakantie. Geen verboden onderscheid. Beschikbaarheid Europees Nederlandse arbeidsmarkt. Uitsluitingsgrond van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder e, van de WW is volledig van toepassing voor Caribisch Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/616 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9428"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de meervoudige kamer over een (verlenging) machtiging tot uithuisplaatsing baby met letsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/716919 / JE RK 26-553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.A. van der Laan-Kuijt, mr. M.P.G. Rietbergen, mr. R. van der Wal</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:7404</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:7404</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:7404"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Spoedeisend belang. Vordering in conventie tot uitsluitend gebruik huurwoning aan de vrouw, veroordeling van de man om de woning te verlaten onder afgifte van de sleutels en uitschrijving BRP op straffe van verbeurte van een dwangsom toegewezen, waarbij de machtiging om de uitvoering van de beslissing zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie te bewerkstelligen is afgewezen. Vorderingen in reconventie afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/352066 / KG ZA 26-166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5867"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonheffingen. Geen vermindering belastingrente als gevolg van latere start boekenonderzoek door coronamaatregelen. Belastingrente over de juiste periode berekend. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/1810</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4354"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Klacht over partijdigheid kantonrechter. Het was aan de gemachtigde geweest om in de procedure bij de kantonrechter een wrakingsverzoek in te dienen. Bij het achterwege laten daarvan kan in hoger beroep - afgezien van uitzonderlijke situaties, waarvan hier niet is gebleken - niet meer over vermeende partijdigheid van de kantonrechter worden geklaagd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.677/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21834"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, Cyprus, statushouder</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.61452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2973"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Opzegging distributieovereenkomst. Is een opzegtermijn van één jaar voldoende? Toepassing van Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.845_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J.M. van Lanen, J.G.J. Rinkes, N.W.M. van den Heuvel</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9431"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Art. 6:1 lid 3 Wvggz. Betrokkene in het buitenland. Rb wijst het verzoek af, omdat een zorgmachtiging in de gegeven omstandigheden niet doelmatig is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/719987 / FA RK 26-4003</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Moerman</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21835"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, 59a, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42074</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. Hanssen-Telman</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3605</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3605</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3605"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzendadministratie rechtbank. Betwisting ontvangst uitnodiging zitting kantonrechter. Gelet op de stukken in het dossier kan worden vastgesteld dat de betreffende brief is verzonden en de gemachtigde behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.357.952/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8813"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ots, verlenging uhp van de minderjarige 1 bij de vader met gezag, verlenging uhp van de minderjarige 2 voor kortere duur. De kinderen zijn opgegroeid in een onveilige en instabiele thuissituatie en wonen al twee jaar in het huidige gezinshuis. Vanwege grensoverschrijdend gedrag kan de minderjarige 1 niet langer in het gezinshuis blijven. de minderjarige 1 kan bij de vader wonen, de GI moet onderzoeken of de vader opvoedondersteuning nodig heeft en moet de plaatsing monitoren. de minderjarige 2 ontwikkelt zich goed in het gezinshuis maar heeft de wens uitgesproken dat zij ook bij de vader wil wonen. Een overhaaste plaatsing is niet in haar belang; aan de hand van de plaatsing van de minderjarige 1 kan gekeken worden of en zo ja, hoe de minderjarige 2 ook bij de vader kan wonen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/373030</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7238"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Schorsing van de voorlopige hechtenis om een gevangenisstraf uit te zitten. De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad der Nederlanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-198905-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2974</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2974</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2974"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vordering in incident ex art. 351 Rv. Van een financiële noodsituatie is niet gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.623_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J. van Laarhoven, P.P.M. van Reijsen, A.J.F. Manders</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 351</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5983</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5983</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5983"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Ontruiming erfpachtgoed.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/462090</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. Vergunst</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2498"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.359.980/01 I(1)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Tussenuitspraak</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:12840</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:12840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:12840"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Executiegeschil. In het te executeren vonnis is de uitvoerbaarheid bij voorraad uitgebreid gemotiveerd, zodat aan een belangenafweging niet wordt toegekomen. Nieuwe feiten en omstandigheden zijn niet gesteld. Van kennelijke misslagen is niet gebleken. Vordering wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/704101 / KG ZA 25-772</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. de Bruin</contributor><issued>2025-11-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2498</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2555</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2555</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2555</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2555"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">incident ex artikel 224 Rv - vordering tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.359.980/01 I(2)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Tussenuitspraak</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:12840</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3755</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3755</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3755"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">1. De omstandigheid dat de betrokkene (een leasemaatschappij) de gemachtigde rechtstreeks - zonder tussenkomst van de leaserijder - heeft gemachtigd maakt de machtiging niet ontoereikend. 2. Dat de machtiging niet is ondertekend door beide - gezamenlijk bevoegde - bestuurders van de betrokkene maakt niet dat deze onbevoegd is afgegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.357.589/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:5622</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5622</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:5622"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedaagde is gebonden aan verplichtingen tweede huurovereenkomst auto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10212592 \ CV EXPL 22-4306</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J. Schouw</contributor><issued>2023-08-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:972</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3153"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst personenauto, algemene voorwaarden, oneerlijk beding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.332.613_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M.T. Quaadvliet, P.P.M. Rousseau, J.J.M. Saelman</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:5622</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3842"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Snelheidsoverschrijding. Hoogte sanctiebedrag. Sanctie opgelegd voor 1 maart 2024. Geen sprake van détournement de pouvoir. Evenredigheidsbeginsel. Niet is gebleken dat de hoogte van het door de regelgever vastgestelde sanctiebedrag in dit geval niet in redelijke verhouding staat tot de aard en de ernst van de gedraging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.357.033/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5230"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst met betrekking tot een nog verder te ontwikkelen bedrijventerrein. Gebrekkige oplevering. De huurder is aansprakkelijk voor de schade die het gevolg is van de opleveringsgebreken. Een deel van de schade is in deze procedure begroot. Voor het overige deel is verwezen naar de schadestaatprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11180266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Weerkamp-Beens</contributor><issued>2026-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1690"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtsvoorganger van belanghebbende heeft in de aangifte Vpb een liquidatieverlies van ruim 33 miljoen euro in aanmerking genomen. De inspecteur accepteert een liquidatieverlies van ruim € 14 miljoen euro. In geschil is de hoogte van het liquidatieverlies. Oordeel Hof: artikel 13d, lid 6, wet Vpb is niet beperkt tot uitsluitend misbruikgevallen. Uitleg zinsnede ‘is verkregen van’ in eerste volzin van dit artikel. Geen schending vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1645"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Zwitserse bankrekening. Navorderingen. Voorwaardelijk incidenteel hoger beroep te laat. Bewijs uitstel voor het doen van aangifte en navorderingstermijn. Onvoldoende gemotiveerde stelling te late verzending van de navorderingsaanslagen. Vereiste aangifte niet gedaan. Redelijke schatting en extrapolatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1311 en 24/1312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg, J. Wessels, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5175</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2028</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2028</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2028"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrek verschuldigd collegegeld. Betaling in de zin van artikel 6.40, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Rechtsverhouding tussen student en onderwijsinstelling bestond al voordat sprake was van binnenlandse belastingplicht. Geen schending hoorrecht. Belanghebbende heeft kunnen reageren op verweerschrift in eerste aanleg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, M.J. Leijdekker</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:12638</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1646</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1646</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1646"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Zwitserse bankrekening. Navorderingen. Voorwaardelijk incidenteel hoger beroep te laat. Bewijs uitstel voor het doen van aangifte en navorderingstermijn. Onvoldoende gemotiveerde stelling te late verzending van de navorderingsaanslagen. Vereiste aangifte niet gedaan. Redelijke schatting en extrapolatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1313 en 24/1314</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg, J. Wessels, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5176</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2129</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2129</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2129"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2018. In geschil is of een praktijkruimte in 2018 tot het ondernemingsvermogen van belanghebbende behoort en of belanghebbende recht heeft op investeringsaftrek en willekeurige afschrijving. Daarvoor is bepalend of de door belanghebbende in haar aangifte opgenomen werkruimte in het jaar 2018 op de balans van de door haar gedreven onderneming als ondernemingsvermogen/bedrijfsmiddel kan worden geactiveerd, en of ter zake van dat bedrijfsmiddel de uitsluitingsbepaling van artikel 3.45, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 2001 van toepassing is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:5414</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1643"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen toeristenbelasting. Beroep op het gelijkheidsbeginsel: begunstigend beleid en de meerderheidsregel. Het beroep op begunstigend beleid slaagt ten aanzien van een van beide aanslagen. Belanghebbende heeft voldoende feiten aangevoerd die het vermoeden van begunstigend beleid rechtvaardigen. De heffingsambtenaar heeft tegenover de overtuigende kracht daarvan geen feiten en omstandigheden aangevoerd ter ontzenuwing daarvan. Het beroep op de meerderheidsregel is onvoldoende onderbouwd. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de heffingsambtenaar bekend is met vergelijkbare gevallen waarin geen of minder belasting is geheven en naheffing achterwege is gebleven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/994 en 24/995</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg, W.W. Monteiro, J. Wessels</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:2248</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1644"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Belanghebbende is woonachtig in Portugal en ontvangt een WAZ-uitkering van het UWV. Het hof oordeelt dat een WAZ-uitkering niet vergelijkbaar is met een AOW-uitkering. De WAZ-uitkering valt onder artikel 18 lid 2 van het Verdrag Nederland-Portugal. De cumulatieve voorwaarden van dit artikel zijn vervuld: de aanspraak is fiscaal gefaciliteerd in Nederland, de uitkering wordt in Portugal niet tegen het normale tarief belast en de WAZ-uitkering is hoger dan € 10.000. Nederland is heffingsbevoegd over de WAZ-uitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, W.W. Monteiro, J Rietveld</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:442</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2132</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2132</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2132"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. ROW (dagbladbezorging). Aftrek van telefoonkosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/977</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4943"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt verdachte als feitelijk leidinggever van een vijftal BV’s voor het opzettelijk niet voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen. Ook heeft hij desgevraagd de boeken en bescheiden van de vennootschappen niet voor raadpleging beschikbaar gesteld aan de belastinginspecteur en heeft hij ten aanzien van twee BV’s niet voldaan aan de bewaarplicht voor boeken, bescheiden en andere gegevensdragers. Hof legt op een gevangenisstraf van 12 maanden en ontzet verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van statutair bestuurder of feitelijk bestuurder van een rechtspersoon naar burgerlijk recht voor 3 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000461-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1539</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1539</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1539"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 7.2, lid 2, letter d, Wet IB 2001, artikel 18, lid 1 en 2, Belastingverdrag Nederland-Thailand Belanghebbende woont in Thailand en heeft in 2021 onder meer een uitkering uit lijfrente van een verzekeringsmaatschappij uit Nederland ontvangen. Het hof oordeelt dat Nederland op grond van artikel 18, lid 2 van het Verdrag mag heffen over deze lijfrente-uitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1139</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, B.J. Rubbens, J Rietveld</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 7.2</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3036</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1540"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op een verzoek om rentevergoeding na schending van EVRM en art. 1 EP EVRM is een ingevolge de belastingwet genomen beslissing waartegen geen rechtsmiddel open staat</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1174 tot en met 25/1177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.P.M. Haas, M. Ferrier, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2026-08-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 1</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:4181</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6202"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing, waarde economisch verkeer hoger dan de tegenprestatie. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8136</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3044"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat eiseres - die een natuurijsbaan exploiteert - belastingplichtige is voor de OZB. Voor het perceel waar het om gaat is echter de vrijstelling voor cultuurgrond van toepassing. De aanslagen OZB worden verminderd tot nihil.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2886, LEE 26/2175, LEE 26/2177, LEE 26/2178 en LEE 26/2179</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6244"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting. Grondslag erfbelasting. Partnervrijstelling bij bloedverwant in de rechte lijn - schending discriminatieverbod, recht op eerbiediging familie- en gezinsleven ('family life') en evenredigheidsbeginsel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7924</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7863</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7863</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7863"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Brits AB; verweren m.b.t. genoegzaamheid, de detentieomstandigheden en levenslange strafbedreiging verworpen; overlevering toegestaan</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1315526326</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.C.M. Hamer, A.B.M. Wijnveldt, D.L.S. Ceulen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7865"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">EAB Roemenië; verweren m.b.t. artikel 12 OLW en de detentieomstandigheden verworpen; overlevering toegestaan</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1314295226</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.C.M. Hamer, A.B.M. Wijnveldt, D.L.S. Ceulen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4073</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4073</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4073"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">1. Verzet tegen dwangbevel. 2. Geen schending artikel 6 EVRM, omdat de zaak op de zitting in de Nederlandse taal wordt behandeld. Het Nederlands is de rechtstaal en de betrokkene beheerst deze taal. 3. Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk, nu het geen ander doel kent dan het opnieuw niet laten doorgaan van de zitting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.777/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2538</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2538</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2538"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Aandeelhoudersgeschil. De vraag is of het besluit tot ontslag van één van de aandeelhouders als bestuurder vernietigbaar is op grond van artikel 2:15 lid 1 sub a en/of b BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.338.366_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.L.L.A.M. Delfos-Roy, N.W.M. van den Heuvel, M.E.U. Janssens</contributor><issued>2025-12-19</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 2 15</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:3155</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4137</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4137</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4137"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart. Het sanctiebedrag van € 350,- staat in redelijke verhouding tot de aard en de ernst van de gedraging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.358.628/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3155"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Herstelarrest ex art. 31 Rv. Verkeerde partijaanduiding in de kop van het arrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.338.366_01 H</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.L.L.A.M. Delfos-Roy, N.W.M. van den Heuvel, M.E.U. Janssens</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 31</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2538</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4186"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appelgrens. De appelgrens is niet in strijd met artikel 14, vijfde lid, van het IVBPR. Dat de hoogte van de appelgrens niet met objectiveerbare gegevens is onderbouwd, geeft het hof geen aanleiding hierover anders te oordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.362.606/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9188</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9188</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9188"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderen zijn opgegroeid in een onveilige en instabiele thuissituatie bij de moeder en wonen al ruim twee jaar bij de grootmoeder. De moeder kampt met psychische problematiek en verslavingsproblematiek, beide vaders zijn feitelijk onbereikbaar. Er moet aandacht zin voor traumatherapie voor de kinderen en het contact tussen de kinderen en de ouders. Als de moeder stabiel is, kan eventueel gekeken worden naar het perspectief.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/378818</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6186"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbetervonnis na verzoek tot herstel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11180266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Weerkamp-Beens</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2026:5230</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9413"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/720382 / JE RK 26-1021</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.N Melkert</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4200"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">1. Dat Wahv-zaken in hoger beroep worden behandeld in Leeuwarden levert geen strijd op met het recht op toegang tot de rechter. 2. De appelgrens is niet in strijd met artikel 6 EVRM of artikel 14, vijfde lid, IVBPR. Het appelverbod is ook niet in strijd met het discriminatieverbod. Dit oordeel vindt steun in het Europees recht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.982/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:993"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Zorgvuldig medisch onderzoek. Appellant beschikt over arbeidsvermogen en om die reden niet als jonggehandicapte is aan te merken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1374 Wajong</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9427</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9427</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9427"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ots en verlenging machtiging uithuisplaatsing. Kortere verlenging muhp i.v.m. verwachte resultaten KSCD-onderzoek. Vervangende toestemming identiteitsbewijs.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/720641 / JE RK 26-1057 &amp; C/10/714261 / JE RK 26-207</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. van den Wildenberg</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21736</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21736</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21736"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Somalië, Al-Shabaab, Mogadishu, beschermingsalternatief, geen familiebanden, meerderheidsclan onvoldoende, beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.33138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:992"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering van appellant omdat hij meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. Zorgvuldige medische en arbeidskundige onderbouwing. De geselecteerde functies zijn passend voor appellant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1438 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6739"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Belastingdienst heeft een compensatiebedrag aan de kinderen toegekend dat betaald is op de rekening van vader. Dit vermogen komt de kinderen toe en moet vader sorten op een spaarrkening van de kinderen waarop een BEM-clausule is geplaatst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11608785 CV EXPL 25-995 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6744"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Regelrechter: verweer is niet weersproken, vordering wordt daarom afgewezen. Wel veroordeling van gedaagde in de proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11876015 RR FORM 25-19 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6836"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onbetaald gelaten eigen bijdrage voor verblijf in zorginstelling toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11969449 CV EXPL 25-5880 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:8064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:8064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:8064"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor culpoze brandstichting, mishandeling (twee maal) en eendaadse samenloop van medeplegen van poging tot doodslag en medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving tot 348 dagen jeugddetentie (met aftrek) en oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel). Gedeeltelijke gegrond verklaring, afwijzing en niet-ontvankelijke verklaring van twee benadeelde partijen, gedeeltelijke toewijzing en afwijzing van derde benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03/029177-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. S.L.M. van Venrooij, mr. K. Bruns</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6834"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bevoegdheidsincident.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12163322 CV EXPL 26-1170 (T)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6833"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vorderingen tot betaling van huurachterstand van een woning alsmede ontbinding en ontruiming. De gevorderde huurachterstand wordt toegewezen. De gevorderde ontbinding en ontruiming wordt afgewezen omdat de belangen van de huurder zwaarder wegen dan de belangen van de verhuurder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12100557 CV EXPL 26-1019 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7213</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7213</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7213"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Regelrechterzaak. Aanneming van werk. Verstek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11910666 RR 25-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8250"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De consument heeft voldoende onderbouwd dat zij (een deel van) haar bestelling aan de webwinkel retour heeft gestuurd. Koop op afstand. Ambtshalve toetsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12106146</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9175"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na deskundigenbericht inzake waarde onderneming waarvan de aandelen onderwerp waren van koop en bijbehorende geldlening. Deskundigenbericht leidt tot gedeeltelijke toewijzing vorderingen eiseres.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/356599</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7216</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7216</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7216"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Financiële leaseovereenkomst. Ontbinding van de overeenkomst en afgifte van de auto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11778694 \ CV EXPL 25-2247</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:991"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering. Terecht geoordeeld dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk. Voldoende zorgvuldig medisch onderzoek. Geen twijfel over de zorgvuldigheid en juistheid van de medische beoordeling waardoor geen aanleiding bestaat voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1410 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:990"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering ZW-uitkering toe te kennen. Appellante is terecht geschikt geacht de in in het kader van de WIA-beoordeling, geselecteerde functies te kunnen verrichten. Voldoende zorgvuldig medisch onderzoek. Geen twijfel over de zorgvuldigheid en juistheid van het medisch onderzoek waardoor geen aanleiding bestaat voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1225 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:989</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:989</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:989"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering om om terug te komen van eerdere besluitvorming van 15 augustus 2014 en 4 januari 2021 tot weigering om aan appellante een Wajong-uitkering toe te kennen. Laattijdige aanvraag. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1416 Wajong</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:987"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering om terug te komen van het besluit van 18 november 2011 tot beëindiging van de ZW-uitkering. Geen nieuwe feiten of omstandigheden. Voldoende zorgvuldig medisch onderzoek. Geen twijfel over de juistheid van de medische beoordeling waardoor geen aanleiding bestaat voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1685 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4600"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 2 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen meegedeeld niet te voldoen aan het verzoek van [appellant] om de volgens hem opgelegde last onder bestuursdwang op schrift te stellen. [appellant] had een vergunning om van 8 november tot en met 3 december 2021 een steiger op het trottoir bij zijn pand aanwezig te hebben. Hij was op 3 december 2021 nog niet klaar met zijn werkzaamheden en heeft de steiger daarom laten staan. Daarop hebben toezichthouders, naar aanleiding van een melding, op 22 december 2021 geconstateerd dat de steiger nog aanwezig was. De toezichthouders hebben [appellant] op die dag telefonisch meegedeeld dat de steiger uiterlijk op vrijdag 24 december 2021 verwijderd zou moeten zijn. Op 24 december 2021 hebben toezichthouders opnieuw een controle uitgevoerd en hebben zij [appellant] ditmaal verzocht de steiger binnen een uur, te weten voor 15.00 uur, te verwijderen. Hierbij is gezegd dat de steiger anders op kosten van [appellant] zal worden verwijderd door een steigerbouwer die namens de gemeente ter plaatse aanwezig was. [appellant] heeft hieraan gehoor gegeven en de steiger door zijn eigen steigerbouwer laten verwijderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407120/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:15711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:15711"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Uniemerk. Merkinbreuk en onrechtmatige vergelijkende reclame. Aanbieden van parfums onder de vermelding dat deze zijn geïnspireerd op de merken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703674 / KG ZA 26-413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.F.R. baron van Heemstra</contributor><issued>2026-06-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:21392</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21392"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Herstelvonnis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703674 / KG ZA 26-413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.F.R. baron van Heemstra</contributor><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:15711</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3175"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mijnbouwschade. Immateriële schadevergoeding. Gestandaardiseerde methode. Gelijktrekking binnen huishoudens. Minderjarigenregeling. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.Y.B. Jansen</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1692"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; uitkoopprocedure 2:201a BW; bepaling van de prijs van over te dragen aandelen; prijs van de aandelen te voldoen via consignatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.337.820/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, A.J. Wolfs, J.M. de Jongh, A. Thomassen, G. Dubbeld</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4498"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Afwaardering vordering. Buitengewone last?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2037</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:7864</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1631"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêteprocedure; geschillenregeling; afwijzing enquêteverzoek; toewijzing uitstotingsverzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.982/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, M.N. Hoogendoorn RA, E. Eeftink RA, W.A.H. Melissen, K. Spruitenburg</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url></urlset>
